Muur glad maken zonder dat de laag weer loslaat
Een muur glad maken lukt op twee manieren: de structuur eraf schuren, of er een nieuwe laag overheen zetten. Welke route open staat hangt af van de vraag of de bestaande laag geschilderd is: ongesausd spuitwerk schuur je met korrel 240 vlak, over gesausd werk kun je beter pleisteren. Wat er misgaat zit bijna nooit in het materiaal maar in de ondergrond, want een nieuwe laag is nooit sterker dan waar hij op hecht. Reken op twee tot drie lagen en op een spackmes van veertig centimeter of breder.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Spackmes van 40 cm, plus een smaller mes van 20 cm voor hoeken
- Roestvaste vlakspaan zonder deuken in het blad
- Plamuurmessen van 6 en 10 cm voor gaten en aansluitingen
- Mengemmer van 20 liter en een roerspindel op de boormachine
- Schuurmachine met steel, in de verhuur bekend als long-neck of plafondschuurmachine
- Bouwstofzuiger van klasse M om de schuurmachine op aan te sluiten
- Schuurgaas of schuurpapier in korrel 120 en 240, met een handschuurblok
- Rijlat van 2 meter of een lange waterpas om de vlakheid te controleren
- Bouwlamp die je op de vloer vlak langs de wand zet
- Stofmasker klasse P3, veiligheidsbril en handschoenen
- Rolsteiger of werkbrug bij plafondwerk
Materiaal
- Diepgrond voor zuigende en poederige ondergronden
- Hechtprimer met kwartsvulling voor glad beton en geschilderde wanden
- Stucpasta in een emmer, of poeder van het fix en finish-type
- Gipspleister van het rood- of goudbandtype voor dikkere lagen
- Muurvuller op gipsbasis voor gaten en inkepingen
- Rolbare gladmaakpasta voor lichte structuur en glasweefselbehang
- Ammoniakoplossing of een sterke muurreiniger om te ontvetten
- Afplaktape, folie en dekzeilen
- Hoekprofielen en glasvlies waar scheuren zitten
Eerst vaststellen wat er nu op je muur zit
Een muur glad maken begint niet bij een emmer pasta, maar bij vaststellen wat er nu op zit. Spack, spachtelputz, granol, structuurverf en glasweefselbehang vragen elk een andere aanpak, en die aanpak verschilt ook nog per ondergrond eronder. Hoe je losse plekken en beschadigingen aanpakt voordat je begint, staat bij het repareren van een muur.
Doe eerst een kraptest met een plamuurmes. Brokkelt de laag weg tot op een glad vlak eronder, dan zit er spuitwerk op een gestuukte muur en is afsteken een reële optie. Kras je alleen een streepje in iets wat keihard blijft zitten, dan zit de sierpleister vast in de ondergrond en kun je er alleen overheen werken.
Test daarna of er verf overheen zit. Ongesausde spack schuur je met korrel 240 verrassend makkelijk vlak. Zit er muurverf overheen, dan smeert het schuurpapier binnen een paar halen dicht en schiet je niet meer op.
Leg daarna een rijlat of een lange waterpas tegen de wand. Een muur kan glad aanvoelen en toch een bolling van een centimeter hebben. Glad en vlak zijn twee verschillende dingen, en dat verschil bepaalt hoeveel materiaal er straks op moet.
| Wat er op zit | Zo herken je het | Wat werkt |
|---|---|---|
| Spack of spackspuitwerk | Fijne gespoten korrelstructuur, meestal wit, vaak op plafonds | Ongesausd vlak schuren met korrel 240, gesausd overpleisteren |
| Spachtelputz | Grovere geveegde structuur met vlakke velden ertussen | Toppen afsteken, laat zich soms van het stucwerk eronder steken |
| Granol | Fijne harde spatstructuur die muurvast in de ondergrond zit | Alleen glad pleisteren, afsteken lukt niet zonder schade |
| Structuurverf | Zachte rubberachtige structuur waar je een nagel in drukt | Losse delen weg, ontvetten, voorstrijken, dan glad zetten |
| Glasweefsel- of glasvezelbehang | Weefselpatroon dat door de verflagen heen zichtbaar blijft | Rolbare gladmaakpasta of een dunne pleisterlaag |
| Kaal beton met luchtbellen | Grijze harde wand met ronde gaatjes en zichtbare kimnaden | Hechtprimer, daarna een dunne laag schoontrekken over de gaatjes |
| Kaal metselwerk | Zichtbare stenen en voegen, zuigt water binnen seconden op | Twee keer voorstrijken en in lagen vlak pleisteren |
| Oud kalkstucwerk | Bleek en poederig, geeft af aan je hand | Diepgrond die de laag verstevigt, daarna dun overpleisteren |
Probeer je aanpak eerst op een halve vierkante meter achter een kast of achter de deur. Daar zie je binnen een half uur of afsteken lukt, of schuren werkt, en hoeveel lagen jouw structuur vraagt.
Schuren of overpleisteren, en waarom dat verschil uitmaakt
Er zijn maar twee routes naar een gladde wand: de structuur eraf halen of er een nieuwe laag overheen zetten. Welke route open staat, hangt vooral af van de vraag of de bestaande laag geschilderd is.
Ongesausd spuitwerk is korrelig maar zacht. Met schuurgaas of schuurpapier van korrel 240 haal je de toppen eraf en houd je een vlak oppervlak over, zonder dat er iets op hoeft. Dat is veruit de snelste route en het scheelt je een paar emmers materiaal.
Zit er muurverf overheen, dan verandert het spel. De verffilm is taai, verstopt je schuurpapier en laat de banen zien waar de roller heeft gelopen. Schuren kan dan nog steeds, maar het wordt machinaal werk met veel stof en het resultaat is zelden echt strak.
Wij kiezen op zo'n wand liever voor overpleisteren, omdat je dan niet tegen die verffilm hoeft te vechten. De nieuwe laag moet wel hechten op een gladde, geschilderde ondergrond, en dat vraagt om de juiste voorbehandeling. Sla je die over, dan komt de laag er soms binnen een jaar met stukken tegelijk weer af.
Ga je toch machinaal schuren, huur dan een schuurmachine met steel, in de verhuur bekend als long-neck of plafondschuurmachine. Die haalt in een uur meer weg dan jij in een dag met een schuurblok. Hang er een bouwstofzuiger aan, want een huishoudstofzuiger blaast het fijne stof gewoon weer de kamer in.
Spuitwerk van voor 1994 kan asbest bevatten. In oudere woningen zijn spuitpleisters en plafondafwerkingen toegepast waarin asbestvezels zitten, en droog schuren brengt precies die vezels in de lucht. Weet je niet zeker wanneer de laag is aangebracht, laat dan eerst een monster onderzoeken door een gecertificeerd bureau en begin niet met schuren of afsteken.
Voorbereiden en voorstrijken, want daar gaat het meestal mis
Bijna elke losgelaten stuclaag is terug te voeren op de voorbereiding en niet op het materiaal. Een nieuwe laag hecht aan het bovenste laagje van wat er al zit. Is dat een slecht hechtende verffilm of een restant behanglijm, dan hecht je aan iets wat zelf loszit.
Begin met alles wat er niet hoort. Behanglijm haal je weg door de wand te stomen en de resten weg te schrapen, niet door er nat overheen te vegen. Daarna volgt ontvetten met een ammoniakoplossing of een sterke muurreiniger, en naspoelen met schoon water.
Controleer vervolgens waar de voorstrijk wel en niet pakt. Op plekken waar het middel als druppels blijft staan in plaats van in te trekken, schuur je eerst de glans weg. Dat kost tien minuten per wand en bepaalt of je laag over twintig jaar nog zit.
Laat het voorstrijkmiddel volledig drogen voordat je begint. Een uur op de verpakking betekent bij tien graden en hoge luchtvochtigheid gerust een halve dag. In onze tabel met droogtijden per materiaal zoek je op wat je bij welke omstandigheden mag verwachten.
| Ondergrond | Welk voorstrijkmiddel | Waarom dat nodig is |
|---|---|---|
| Poederig kalkstucwerk | Diepgrond met een hoog bindmiddelgehalte | Verstevigt de losse toplaag en remt de zuiging |
| Gipswand of gipsblokken | Verdunde voorstrijk of diepgrond | Gips trekt het water uit je pleister, waardoor die niet meer bindt |
| Gladde betonwand | Hechtprimer met kwartsvulling | Beton is dicht en glad, de pleister heeft grip nodig |
| Metselwerk en kalkzandsteen | Diepgrond, bij sterk zuigende steen twee keer | Zonder voorbehandeling is het water er in seconden uit |
| Gesausde spack | Hechtprimer, na ontvetten | De verffilm is glad en soms vetachtig van jaren stof en kookdamp |
| Glasweefselbehang met muurverf | Hechtprimer | De pasta moet aan de verflaag hechten, niet aan het weefsel |
| Oude structuurverf | Ontvetten, opschuren waar nodig, dan diepgrond | Verf op verf op oude lijm is de klassieke oorzaak van loslaten |
| Plaatmateriaal zoals OSB of multiplex | Voorstrijk die geschikt is voor houtachtige platen | Hout werkt, en een pleisterlaag scheurt mee als er niets tussen zit |
Zet geen nieuwe laag op een wand die nog vocht afgeeft. Na vers stucwerk aan een plafond of na een lekkage hangt er wekenlang bouwvocht in de ruimte, en gips dat in vocht uithardt bindt slecht. Ventileer met een raam open plus verwarming en een ventilator, laat het vochtgehalte zo nodig meten, en begin pas als de wand echt droog is.
Welk materiaal je kiest om glad te zetten
Het aanbod valt uiteen in drie groepen: kant-en-klare pasta in een emmer, poeder dat je zelf aanmaakt, en echte gipspleister voor dikkere lagen. Ze doen alle drie hetzelfde, maar ze verschillen in laagdikte, verwerkingstijd en prijs per vierkante meter.
Stucpasta uit een emmer is de vriendelijkste keuze voor wie dit voor het eerst doet. Het is klontvrij, meteen gebruiksklaar, het blijft lang verwerkbaar en de structuur is fijn. Doe het deksel er meteen op als je pauzeert, dan blijft het materiaal schoon.
Poeder dat je zelf aanmaakt werkt anders, en fix en finish is daarvan de bekendste. Je schat in hoeveel je nodig hebt, maakt dat aan en hebt daarna een klein uur voordat het begint te binden. Wat je te veel hebt aangemaakt gooi je weg, maar je kunt wel meerdere lagen op één dag aanbrengen, en dat is precies waarom veel mensen ermee werken.
Een muur glad maken met fix & finish lukt prima zolang de lagen dun blijven. Zit er een grovere structuur onder, reken dan op drie lagen met schuurwerk ertussen. Voor grotere hoogteverschillen werken wij liever met een gipspleister van het rood- of rotbandtype, die je van vijf tot twintig millimeter dik aanbrengt en waarmee je een schele muur in één gang vlak zet.
Welke laagdikte een zak precies toelaat verschilt per merk en per serie. Houd daarom de verwerkingsvoorschriften op de verpakking aan en ga niet af op een vuistregel uit een ander project.
De rolbare producten zijn een categorie apart. Die breng je met een vachtroller aan en strijk je direct glad met een breed mes, zoals bij de rolbare muurglad-pasta. Dat werkt op glasweefselbehang en op lichte structuur, maar op grof spuitwerk kom je er niet mee weg met minder dan drie lagen.
Voor gaten en inkepingen gebruik je geen pleister maar een muurvuller op gipsbasis, en daarvoor voldoet de goedkope muurvuller van de Action prima. Zet die plaatselijk, laat hem volledig uitharden en schuur hem vlak voordat je de wand in zijn geheel gaat zetten.
Fix en finish over oud kalkstucwerk
Bij oude kalkbezette muren komt steeds dezelfde vraag terug: kun je daar zo overheen. Poeder van het fix en finish-type bevat meer bindmiddel dan een gewone gipspleister en hecht daardoor op een zwakke ondergrond makkelijker. Dat is geen vrijbrief om de voorbehandeling over te slaan: wij strijken zo'n wand voor met een diepgrond, omdat die de poederige toplaag verstevigt en de zuiging remt.
Blijven oude reparaties zichtbaar in het vlak, dan werkt een combinatie beter dan één product. Zet de grove hoogteverschillen eerst weg met een gipspleister van het rood- of rotbandtype in een laag vanaf vijf millimeter, en maak het vlak daarna af met een dunne gang poederpleister die voor dunne afwerklagen is gemaakt. Zo blijft elk van de twee binnen de laagdikte waarvoor hij bedoeld is.
Maak per gang alleen aan wat je in ongeveer drie kwartier kwijt bent. Een emmer die begint te binden terwijl je hem nog uitsmeert, geeft klontjes die je bij het schoontrekken als strepen door de hele wand sleept.
| Materiaal | Laagdikte per laag | Verwerkingstijd | Waar het goed in is | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Stucpasta uit de emmer | 0,5 tot 3 mm | Uren, tot je het deksel erop doet | Fijne afwerklaag over een al redelijk vlakke wand | Tweede laag pas de volgende dag, nooit restmateriaal terug in de emmer |
| Poeder van het fix en finish-type | 0,5 tot 5 mm | Ongeveer 45 minuten na aanmaken | Meerdere lagen op één dag aanbrengen | Aanmaken naar behoefte, wat over is gooi je weg |
| Gipspleister van het rood- of rotbandtype | 5 tot 20 mm | Circa twee uur | Een schele muur in één gang vlak zetten | Kijk op de zak: onder ongeveer 5 mm hecht het slecht en scheurt de laag |
| Gipspleister van het goud- of goldbandtype | Vanaf 10 mm | Circa twee uur | Dikke lagen op ruw metselwerk | Te dun aangebracht levert een zwakke, brokkelige laag op |
| Muurvuller op gipsbasis | Tot ongeveer 5 mm plaatselijk | Twintig tot veertig minuten | Gaten, inkepingen en beschadigingen | Niet bedoeld om hele wanden mee te zetten |
| Rolbare gladmaakpasta | Nauwelijks een halve millimeter | Kort, je moet meteen doorstrijken | Lichte structuur en glasvezelbehang | Op grof spuitwerk zijn drie lagen of meer nodig |
| Cementgebonden pleister | 5 tot 20 mm | Ongeveer een uur | Kelders, natte ruimtes en buitenmuren | Zwaarder in verwerking dan gips, en trager schuurbaar |
| Egalisatiemortel voor vloeren | 2 tot 30 mm | Twintig tot dertig minuten | Een vloer glad en aansluitbaar maken | Volgt de bestaande glooiing, hij maakt de vloer niet vlak |
Grote zakken bij een groothandel in stucmaterialen zijn per vierkante meter een stuk goedkoper dan kleine emmers uit de bouwmarkt, en het assortiment is er beter. Vraag daar gerust wat bij jouw ondergrond past, want achter de balie staan de mensen die er dagelijks mee werken.
Het brede mes doet het werk
Glad zetten draait om een breed mes, en wij pakken daar zelf het liefst een spackmes van veertig centimeter of meer voor. Met een plamuurmes van tien centimeter zet je een wand van zes meter niet vlak, want met zo'n smal blad volg je elke bolling die er al in zit. Hoe breder het mes, hoe meer het over de laagtes heen loopt.
De werkvolgorde is steeds hetzelfde. Je brengt het materiaal zo dun mogelijk op met een vlakspaan en trekt het daarna met het brede spackmes in lange halen schoon. Je haalt dus meer weg dan je erop zet, en wat achterblijft vult precies de dalen.
Werk van boven naar beneden en houd steeds een natte rand, zodat je de volgende baan begint in materiaal dat nog niet is aangetrokken. Een aanzet midden op een wand zie je onder scheerlicht altijd terug. Hoeken en aansluitingen doe je op het laatst met een smaller mes.
Controleer tussendoor met een rijlat van twee meter en zet een bouwlamp op de vloer, zodat het licht schuin over de wand scheert. Elke bolling en elke messpoor werpt dan een schaduw. Wat je in dat licht niet ziet, zie je met de verf erop ook niet.
Hoe strak het moet worden hangt af van de afwerking. Een muur glad maken voor behang mag iets minder nauwkeurig dan een wand die je met zijdeglansverf afwerkt, want vliesbehang vergeeft kleine oneffenheden. Ga je sausen met een matte muurverf, dan zit je daar precies tussenin.
Wil je later iets aan die wand hangen, houd er dan rekening mee dat de pleisterlaag zelf niets draagt. De plug moet grip krijgen in de steen, het beton of het gipsblok eronder, en je schroef moet dus langer zijn dan bij een kale wand. Welke plug bij welke ondergrond hoort zoek je op in onze plug- en boorkiezer.
Schakel de groep uit en controleer met een spanningszoeker dat er niets meer op staat voordat je stopcontacten en schakelaars demonteert. Met een stalen spackmes langs draden werken die nog onder spanning staan, gaat een keer mis, en eromheen werken is geen alternatief: dat levert rond elk doosje een zichtbare rand op. Moet er voor een wand iets gebeuren in de meterkast achter de hoofdzekering, laat dat dan door een installateur doen.
Structuurmuur, spack en spachtelputz glad krijgen
Een structuurmuur glad maken begint bij de toppen. Alles wat uitsteekt moet eraf voordat je een laag opzet, anders sleep je bij het schoontrekken telkens een korrel door je verse pleister en trek je een streep van een meter.
Dat afsteken doe je met een oud spackmes dat je toch niet meer voor het gladde werk gebruikt, met grof schuurgaas op een blok, of met een gewone baksteen die je over de wand haalt. Die steen slijt mee en pakt de scherpe punten netjes af zonder dat je in de ondergrond snijdt.
Bij spachtelputz proberen wij eerst of de laag er in zijn geheel af komt, want sierpleister wordt vrijwel altijd op een gladgestuukte wand aangebracht. Met wat geluk laat hij zich met een steekbeitel of een breed mes van dat stucwerk af steken. Je houdt dan een beschadigde maar redelijk gladde wand over en dat scheelt twee lagen pleister, en hoe je dat aanpakt lees je bij spachtelputz van de muur halen.
Granol is een ander verhaal. Die fijne harde spatstructuur zit vast in de ondergrond en komt er niet af zonder de wand eronder te beschadigen.
Een muur met structuur glad maken lukt bij dit type alleen door eroverheen te pleisteren. Datzelfde geldt voor een structuur muur die met een rol of een spaan in de verf is gezet en die nog stevig vastzit.
Een spackmuur glad maken volgt dezelfde route, alleen is de korrel fijner en zit er minder materiaal op. Ongesausd spuitwerk glad maken lukt vaak met schuren alleen, terwijl gesausd spackspuitwerk glad maken vraagt om een dunpleister of stucpasta eroverheen. Structuurverf zit daar tussenin: de laag is zacht genoeg om plaatselijk weg te steken, maar over een hele kamer is dat dagenwerk en kun je na ontvetten en voorstrijken beter gewoon overpleisteren.
Een plafond glad maken is zwaarder dan een muur
Een plafond glad maken lijkt op muurwerk, maar er zijn drie verschillen die het aanzienlijk lastiger maken. Je werkt boven je hoofd, je moet in één werkgang door, en de ondergrond is meestal minder vlak dan je denkt.
Dat laatste wordt vaak onderschat. Spack is juist gekozen omdat de betonplaten eronder niet netjes in één vlak liggen, en de v-groeven tussen die platen zitten er om dat hoogteverschil te verdoezelen. Schuur je de structuur er alleen af, dan komt precies dat golvende vlak weer tevoorschijn.
Schuren boven je hoofd vraagt een constante drukverdeling. Waar je op een wand nog kunt corrigeren, zit je op een plafond binnen een paar seconden door de spacklaag heen op het kale beton. Met een schuurplankje is een woonkamerplafond een klus van dagen, met een long-neck en een bouwstofzuiger een klus van uren.
Ga je pleisteren, doe dan het hele plafond in één werkgang. Een aanzet halverwege staat er straks in het licht van je lamp als een richel, en golven komen op een plafond veel sterker naar voren dan op een wand zodra je gaat sausen. Begin daarom met een logeerkamer of een berging, niet met de woonkamer.
Er zijn twee ontsnappingsroutes die vaak over het hoofd worden gezien. Je kunt het plafond wegwerken achter een verlaagd plafond op een regelwerk met gipsplaten, wat meteen ruimte geeft voor inbouwspots en isolatie. Zijn alleen de randen en de aansluiting op de wand rommelig, dan lost een koof langs de wanden vaak al genoeg op.
Werk vanaf een rolsteiger of een werkbrug, niet vanaf een ladder. Met een vlakspaan in de ene hand en een spackmes in de andere heb je geen hand vrij om je vast te houden, en bij het schoontrekken duw je behoorlijk hard omhoog. Boven een trapgat huur je een steiger die je kunt afstempelen in plaats van te improviseren met planken op een trede.
Beton, baksteen en steen glad maken
Een betonnen muur glad maken vraagt om een andere voorbehandeling dan stucwerk, want beton is dicht en glad in plaats van zuigend. Zonder hechtprimer met kwartsvulling heeft je pleisterlaag simpelweg niets om zich aan vast te houden.
In nieuwbouw is het probleem meestal niet de vlakheid maar zijn het de luchtbellen. De wand is strak gestort, maar er zitten honderden ronde gaatjes in van lucht die tegen de bekisting is blijven staan. Die vul je snel door een dunne pleister of plamuur met een vlakspaan op te zetten en die direct met een spackmes van veertig centimeter schoon te trekken, zodat het materiaal alleen in de gaatjes achterblijft.
Beton glad maken met alleen een kwast of een roller werkt niet, hoe vaak die vraag ook opkomt. Er bestaat rolbaar materiaal, maar ook dat moet je meteen met een breed mes schoontrekken en dat blijft handwerk.
Een bakstenen muur glad maken gaat juist andersom, want metselwerk zuigt het water in seconden uit je pleister. Voorstrijken met diepgrond is daar geen extraatje maar de eerste handeling, en bij sterk zuigende steen doe je dat twee keer. Daarna kun je met een gipspleister van het rood- of rotbandtype tot ongeveer vier centimeter dik vlak zetten, opgebouwd in lagen van vijf tot twintig millimeter.
Een stenen muur glad maken hoeft niet altijd perfect te worden. Plak je er steenstrips of tegels op, dan is vlak belangrijker dan glad en kun je de laatste afwerkgang overslaan. Ga je verven, dan telt elke oneffenheid mee.
Kijk bij ouder beton eerst of de wapening niet aan het roesten is. Zie je bruine strepen of scheuren die het beton in de lengte openduwen, dan pleister je een probleem dicht dat gewoon doorgaat en moet je eerst de betonrot herstellen tot op gezonde wapening. In kelders en natte ruimtes kies je geen gipspleister maar een cementgebonden pleister, want gips wordt zacht bij aanhoudend vocht en laat dan los.
Een vloer, hout of een trap glad krijgen
Dezelfde vraag komt terug bij de andere vlakken in huis, alleen werkt de techniek er anders. Een vloer glad maken doe je met de zwaartekracht mee, en bij hout doet schuren het werk dat op een muur de pleister doet.
Bij verse beton is dichtschuren of vlinderen de goedkoopste route, en het lastigste daaraan is de timing. Je moet erop kunnen lopen zonder weg te zakken terwijl de cementhuid nog net dicht te schuren is. Op een warme zomerdag zit dat moment ongeveer vier uur na het storten, in de winter heb je meer speling.
Zonder machine strooi je zodra het aanmaakwater is weggetrokken een dun laagje uit van drie delen rivierzand op één deel portlandcement, ongeveer twintig liter voor een vloer van drie bij vijf meter, en schuur je dat met een groot schuurbord door de toplaag. Leg planken op balken, zodat je kunt knielen zonder in de verse vloer te zakken. Dek de vloer daarna af met folie en laat hem vier weken met rust, want een toplaag die uitdroogt in plaats van uithardt gaat stuiven.
Bij een bestaande betonvloer glad maken is egaliseren de bekende route, maar egaline vloeit uit en volgt daarbij de glooiing die er al ligt. Hoge plekken haal je er dus eerst af: een enkele richel met een koudbeitel die je bijna haaks aanzet met een vuisthamer erachter, meerdere plekken met een gehuurde betonschuurmachine of een diamant komschijf.
Werk bij dat slijpen met een bouwstofzuiger van klasse M en een stofmasker van klasse P3. Een haakse slijper zonder afzuiging maakt van een schuur binnen een minuut een grijze mistbank. Stort je een compleet nieuwe vloer, dan begint het werk onder het beton, en wat daar hoort te zitten lees je bij het maken van een fundering.
Hout glad maken gaat sneller met een schaaf dan met schuurpapier, zeker als het ruw gezaagd is, en machinaal laten schaven bij een houthandel scheelt bij grotere hoeveelheden een hele zaterdag. Let op wat voor hout je hebt: lariks wordt vaak als hardhout aangeboden, maar het is een naaldhout en schuurt dus een stuk sneller weg.
Schuren doe je daarna in de juiste korrelvolgorde, bij beschadigd hout van korrel 60 of 80 op een bandschuurmachine naar 120 en 180. Fijner dan 180 heeft voor buitenwerk weinig zin, want de vezel komt na de eerste regenbui toch weer op. De krassen in de lengterichting die een bandschuurmachine achterlaat, werk je weg met een excentrische of oscillerende machine die je steeds in beweging houdt.
Diepe beschadigingen vul je voordat je fijn gaat schuren. Voor gaten die belast worden neem je een tweecomponentenplamuur die echt steenhard uithardt, voor snel doorwerken is polyester plamuur binnen een half uur schuurbaar, en bij buitenwerk of aangetast hout blijft epoxy plamuur als enige op termijn zitten. Losse delen schuur je op een stevige werkbank die je zelf maakt, want schuren op twee schragen levert een golvend resultaat op.
Osb glad maken is de lastigste van dit rijtje, want de spanen aan het oppervlak komen op zodra er vocht bij komt. Wat wel werkt is een isolerende grondlaag, dan plamuren, dan schuren, en die ronde nog een keer herhalen. Voor een echt glad vlak zet je er beter een mdf-plaat van zes millimeter of een gipsplaat overheen, want de plaatnaden van osb blijven anders zichtbaar meebewegen met de luchtvochtigheid.
Een trap glad maken is vooral voorbereidingswerk. Haal eerst oude lak, tapijtlijm en uitstekende spijkerkoppen weg, want een schuurmachine die op een spijker loopt scheurt je papier en beschadigt de trede. Schuur de treden daarna met een excentrische machine van korrel 80 via 120 naar 180, doe de neuzen en de binnenhoeken met de hand of met een deltaschuurmachine, en ontstof grondig voordat je de eerste laag zet.
| Wat er aan de hand is | Wat werkt | Wat je beter niet doet |
|---|---|---|
| Verse betonvloer die glad moet worden | Vlinderen of met de hand dichtschuren, daarna vier weken onder folie | Te laat beginnen, want dan krijg je de cementhuid niet meer dicht |
| Ruwe cementdekvloer | Egaliseren met een prikroller, daarna een coating als het slijtvast moet | Rekenen op een harde toplaag zonder afwerklaag erover |
| Golven en glooiingen over de hele vloer | Hoge delen wegslijpen, daarna pas egaliseren | Nog een laag egaline, want die volgt de golf gewoon weer |
| Losse richels en betonspatten | Koudbeitel bijna haaks aanzetten met een vuisthamer | Een steekbeitel vlak aanzetten, die glijdt eroverheen |
| Stoffende betonvloer | Impregneren met oxaanolie of afwerken met een epoxy vloercoating | Alleen stofzuigen, want het stuiven komt uit de toplaag zelf |
| Vloer die vlak genoeg moet zijn voor laminaat | Meten met een rijlat van twee meter en plaatselijk bijegaliseren | Op het oog beoordelen en hopen dat de ondervloer het opvangt |
Wees niet zuinig met schuurbanden en schuurschijven. Zodra een band glad is gelopen, schuurt hij niet meer maar wrijft hij, en dan ga je harder duwen. Precies op dat moment schuur je hol of rond je een rand af, en dat kost je meer tijd dan een nieuwe band.
Zo zet je een wand in twee lagen glad
Deze volgorde geldt voor een geschilderde structuurmuur of spackwand, en met kleine aanpassingen ook voor beton en metselwerk.
-
Ruim de wand leeg en dek af
Haal plinten, schilderijhaken en radiatorbeugels weg. Schakel daarna de groep uit en controleer dat er geen spanning meer op staat voordat je stopcontacten en schakelaars demonteert, want eromheen werken laat rond elk contactdoosje een zichtbare verdieping achter. Dek de vloer af met folie en plak de aansluiting op het plafond af.
-
Steek de toppen af en vul de gaten
Haal alles wat uitsteekt eraf met een oud spackmes, met grof schuurgaas of met een baksteen die je over de wand haalt. Vul daarna gaten en diepe inkepingen met een muurvuller op gipsbasis en laat die volledig uitharden, net als bij het dichten van gaten en scheuren in een muur. Eén korrel die blijft zitten trekt straks een streep van een meter door je verse laag.
-
Reinig en ontvet de hele wand
Stoom behanglijm eraf en schraap de resten weg, en neem de wand daarna af met een ammoniakoplossing of een sterke muurreiniger. Spoel na met schoon water en laat drogen. Vet en oude lijm zijn de twee dingen waar geen enkel voorstrijkmiddel doorheen hecht.
-
Strijk voor met een middel dat bij de ondergrond past
Zuigende en poederige wanden krijgen diepgrond, gladde en geschilderde ondergronden een hechtprimer met kwartsvulling. Blijft het middel als druppels staan in plaats van in te trekken, schuur die plek dan op en strijk opnieuw voor. Laat het volledig drogen, ook als dat langer duurt dan de verpakking belooft.
-
Zet de eerste laag op en trek hem schoon
Breng het materiaal zo dun mogelijk op met een vlakspaan en trek het direct schoon met je spackmes van veertig centimeter. Werk van boven naar beneden en houd een natte rand aan, zodat er geen aanzet midden op de wand ontstaat. Deze laag hoeft nog niet mooi te zijn, hij moet vooral de structuur wegwerken.
-
Laat uitharden en schuur alleen de aanzetten weg
Wacht tot de laag echt hard is, bij pasta uit een emmer betekent dat meestal tot de volgende dag. Schuur daarna de randen en de messporen weg met korrel 120, niet de hele wand, want elk gram dat je eraf schuurt moet je er in de tweede laag weer op zetten. Ontstof met een borstel of met een zachte zuigmond.
-
Breng de tweede, dunne laag aan
De tweede laag is de laag die je straks ziet, dus werk hier langzamer en met een schoon mes. Materiaal dat op je mes heeft gezeten gaat niet terug in de emmer. Zat er grove structuur onder, ga dan uit van een derde laag: bij spuitwerk is dat eerder regel dan uitzondering.
-
Schuur na, ontstof en strijk voor voor de verf
Schuur met korrel 240 en zet een bouwlamp op de vloer die schuin over de wand schijnt, zodat je ziet wat je doet. Ontstof daarna grondig en breng een voorstrijkmiddel aan, want een verse pleisterlaag zuigt de eerste verflaag anders volledig op. Pas daarna kun je sausen of behangen.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de eerste laag opzet
Uit de praktijk
Een stuclaag die er na een jaar in repen afkwam
In een appartement uit 2011 waren alle wanden met een kant-en-klare gladmaakpasta over de bestaande structuurverf gezet, in twee lagen. Een jaar later verscheen er in de slaapkamer een bolling in de laag, vlak boven een stuk waar de plint ontbrak. Bij het openmaken bleek niet alleen die plek los te zitten: de laag kwam er als een zelfklevende sticker in repen af, inclusief de structuurverf en drie oude gatenvullingen eronder.
De oorzaak zat niet in het materiaal maar in de stapeling eronder. Verf op verf op oude behanglijm is nooit sterker dan de zwakste laag in die stapel, en dat was hier de onderste. Dat in dezelfde weken alle plafonds waren gestuukt hielp niet mee, want dat bouwvocht trok dagenlang door de ruimte terwijl er met ventilator en verwarming werd gedroogd.
Wat hier werkte: eerst de randen insnijden langs het plafond en langs het aangrenzende muurtje, zodat de rest er zonder uitscheuren af kon en de gekitte plafondrand heel bleef. Daarna de wand kaal maken, stomen en schrapen tot de laatste lijmresten weg waren, ontvetten, en de plekken opschuren waar de voorstrijk als druppels bleef staan. Pas na een diepgrond die de ondergrond verstevigde ging er een stucpasta overheen.
Drie lagen nodig op een spackgespoten wand
Een spackgespoten wandje op zolder werd met een poederproduct van het fix en finish-type glad gezet. Na de eerste laag was de korrel gewoon nog zichtbaar, na de tweede laag zag je hem in scheerlicht nog steeds, en pas na de derde laag met schuurwerk ertussen was het resultaat acceptabel.
Dat viel daar mee, want die wand was klein en zou voor tachtig procent achter een kast verdwijnen. Op een woonkamerwand van vier meter breed had dezelfde aanpak drie volledige werkgangen betekend, met tussentijds uitharden, schuren en ontstoffen, dus al gauw drie avonden.
De les die eruit volgt is praktisch: begin op de kleinste wand van het huis, het liefst in een logeerkamer of een berging. Daar leer je hoe dun je moet opzetten en hoeveel lagen jouw structuur vraagt, zonder dat een half gelukt resultaat elke avond in je woonkamer staat.
Een structuurwand waarbij de stopcontacten wegzakten
In een hal en een keuken zat een grove structuur die zelf glad werd gestuukt met een pasta uit de bouwmarkt. Er waren drie lagen nodig, en door die opgebouwde dikte kwamen de wandcontactdozen steeds dieper in de wand te liggen. Er was koppig om de stopcontacten heen gewerkt, wat rond elk doosje een zichtbaar kuiltje opleverde.
Wat er beter had gekund: afdekplaten en binnenwerk eruit met de groep uit, en na het pleisteren de inbouwdozen opnieuw stellen of vervangen door dozen waarvan je de diepte kunt bijstellen. Op een wand waar meer dan vijf millimeter opkomt is dat geen luxe maar de enige manier om het vlak te houden.
Er speelde nog iets. Drie lagen bouwmarktpasta over dertig vierkante meter kost al snel meer dan een paar zakken dunpleister bij een groothandel in stucmaterialen, terwijl je met dat laatste met één dikkere gang klaar had kunnen zijn.
Een geëgaliseerde vloer die nog steeds golfde
Een vloer was geëgaliseerd met een opgegeven laagdikte van vier millimeter, met als doel de glooiingen eruit te halen. Achteraf bleef er onder een waterpas van anderhalve meter nog vijf tot zes millimeter speling zitten, verspreid over de hele vloer.
Dat is precies wat egaline doet, en daar zit het misverstand. Het middel vloeit uit en maakt het oppervlak glad, maar het volgt de bestaande glooiing van de dekvloer. Bij vier millimeter gaat er ongeveer zeven kilo per vierkante meter in, dus aan het aantal verwerkte zakken kun je achteraf nog nagaan of die dikte er werkelijk in heeft gezeten.
De oplossing lag in een andere volgorde. Eerst de hoge delen vlakslijpen met een diamant komschijf op een bouwstofzuiger of met een gehuurde betonschuurmachine, en pas daarna egaliseren voor het gladde oppervlak. Vlak maken en glad maken zijn twee aparte handelingen, en met één product tegelijk lukken ze niet.
Veelgemaakte fouten
Voorstrijken overslaan omdat de wand er schoon uitziet
Een wand kan er prima uitzien en toch zuigen als een spons, of juist zo glad zijn dat niets hecht. Zonder de juiste voorstrijk droogt je pleister te snel uit en bindt hij niet, of hij hecht op een verffilm die zelf al loszit. Dit is verreweg de meest voorkomende oorzaak van een laag die na een jaar loskomt.
Beginnen met het grootste vlak in huis
Glad zetten is techniek, en die techniek krijg je in de eerste vierkante meters onder de knie. Wie zijn woonkamerwand of het woonkamerplafond als oefenobject gebruikt, kijkt daar jarenlang tegenaan. Begin in een berging, een meterkast of een logeerkamer.
Uitstekende korrels laten zitten
Elke korrel die boven het vlak uitsteekt, komt onder je spackmes terecht op het moment dat je de laag schoontrekt. Hij komt los, rolt mee en trekt een groef van soms wel een meter door je verse werk. Toppen afsteken kost tien minuten per wand en scheelt je een hele extra laag.
Om de stopcontacten heen werken
De goede volgorde is: groep uit, spanning controleren, afdekplaten en binnenwerk eruit, en pas dan pleisteren. Werk je eromheen, dan houd je rond elk doosje een verdieping over die je met verf niet wegkrijgt. En zodra je later een stopcontact wilt verplaatsen of vervangen, zit je met een gat dat je bij bijwerken altijd blijft zien.
Materiaal van je mes terug in de emmer scheppen
Wat op je mes heeft gezeten is vervuild met korrels, stof en aangetrokken restjes. Gaat dat terug in de emmer, dan trek je de volgende dag strepen door een verder perfecte laag en kun je opnieuw schuren. Schep de hoeveelheid die je nodig hebt in een bakje en houd de emmer schoon en gesloten.
De voorgeschreven laagdikte negeren
Gipspleisters hebben een minimum en een maximum, en die grenzen verschillen per merk en serie. Voor het rood- of rotbandtype ligt het minimum meestal rond vijf millimeter en voor het goudbandtype rond tien, en dunner aangebracht wordt de laag zwak en scheurgevoelig. Andersom scheurt pasta die voor een halve millimeter is bedoeld tijdens het drogen als je hem dik opzet, en wat voor jouw zak geldt staat op de verpakking.
Droog schuren zonder afzuiging en zonder masker
Gips- en betonstof is fijn genoeg om diep in de longen te komen en het hangt uren in huis. Een papieren snuitje helpt daar niet tegen: dit vraagt een masker van klasse P3 en een machine die op een bouwstofzuiger van klasse M is aangesloten. Bij spuitwerk uit een pand van voor 1994 stop je zelfs helemaal tot je weet of er asbest in zit.
Gipspleister gebruiken in een kelder of natte ruimte
Gips is prettig in verwerking, maar het wordt zacht bij aanhoudend vocht en verliest dan zijn hechting. In een kelder, een badkamer of tegen een vochtige buitenmuur hoort een cementgebonden pleister. Die werkt zwaarder, maar hij blijft zitten.
Veelgestelde vragen
Hoe kan ik een spack muur glad maken?
Dat hangt af van één ding: is de spack geschilderd of niet. Ongesausde spack schuur je met korrel 240 tot een vlak oppervlak, en dan hoeft er niets overheen. Zit er muurverf op, dan werkt schuren nauwelijks meer en zet je er een dunpleister of een stucpasta overheen, na ontvetten en een hechtprimer. Reken bij een grovere korrel op twee tot drie lagen, met schuurwerk en ontstoffen tussen elke laag door.
Kan ik spackspuitwerk glad schuren of moet er iets overheen?
Spackspuitwerk glad maken door alleen te schuren lukt als de laag niet gesausd is. Pak een stukje schuurpapier van korrel 240, probeer een halve vierkante meter en kijk of de toppen eraf komen zonder dat het papier meteen dichtsmeert. Werkt dat, dan kun je een schuurmachine met steel en een bouwstofzuiger van klasse M huren en de rest machinaal doen. Werkt het niet, dan is overpleisteren de enige route die een strak resultaat oplevert.
Kan ik een muur glad maken met fix & finish?
Ja, en het is een van de meest gebruikte producten voor deze klus. Fix en finish is een poeder dat je zelf aanmaakt, dat je ongeveer drie kwartier kunt verwerken en dat je in dunne lagen aanbrengt. Het voordeel is dat je meerdere lagen op één dag kunt zetten, het nadeel dat je restanten weggooit. Een muur glad maken met fix finish lukt op lichte structuur in twee lagen, maar op grof spuitwerk heb je er drie nodig, met schuurwerk ertussen.
Hoe maak ik een plafond glad zonder stukadoor?
Begin met de vraag of het plafond wel vlak is. Spack wordt vaak toegepast juist omdat de betonplaten eronder niet in één vlak liggen, dus alleen de structuur wegschuren geeft een glad maar golvend plafond. Wil je het toch zelf pleisteren, doe dan de hele ruimte in één werkgang, huur een schuurmachine met steel plus stofafzuiging en werk vanaf een rolsteiger. Oefen eerst op een logeerkamer, want een aanzet of een golf in een woonkamerplafond zie je bij elke avondlamp terug.
Hoe krijg ik een structuurmuur glad?
Een structuurmuur glad maken doe je in drie handelingen: toppen afsteken, ondergrond behandelen, laag opzetten. De toppen haal je eraf met een oud spackmes, grof schuurgaas of een baksteen die je over de wand haalt. Daarna ontvetten, voorstrijken met een middel dat bij de ondergrond past, en glad zetten met een vlakspaan en een spackmes van veertig centimeter. Bij spachtelputz is het altijd de moeite waard om eerst te proberen of de laag zich van het stucwerk eronder laat steken.
Hoe maak ik een betonnen muur glad?
Een beton muur glad maken begint met een hechtprimer met kwartsvulling, want beton is te dicht en te glad voor een gewone voorstrijk. Zitten er alleen luchtbellen in, dan hoef je geen dikke laag te zetten: breng een dunne pleister of plamuur op met een vlakspaan en trek die meteen schoon met een breed spackmes, zodat het materiaal alleen in de gaatjes achterblijft. Voor grotere hoogteverschillen gebruik je een gipspleister van het rood- of rotbandtype in lagen van vijf tot twintig millimeter. In een kelder of natte ruimte kies je een cementgebonden pleister.
Hoe maak ik een bakstenen muur glad?
Een stenen muur glad maken vraagt vooral aandacht voor de zuiging. Metselwerk trekt het water zo snel uit je pleister dat die niet meer bindt, dus strijk twee keer voor met diepgrond en laat dat volledig drogen. Daarna kun je met gipspleister tot ongeveer vier centimeter dik vlak zetten, opgebouwd in lagen. Wil je er steenstrips of tegels op plakken, dan hoeft het niet spiegelglad te zijn, want dan telt alleen of de wand vlak is.
Hoe krijg ik een betonvloer glad en stofvrij?
Bij een verse vloer is dichtschuren of vlinderen de goedkoopste route, mits je het juiste moment pakt: je moet erop kunnen lopen zonder weg te zakken terwijl de cementhuid nog dicht te schuren is. Dek de vloer daarna een dag later af met folie, houd hem vier weken vochtig en laat hem met rust, want een toplaag die uitdroogt in plaats van uithardt gaat gegarandeerd stuiven. Bij een bestaande vloer haal je eerst de hoge plekken weg met een betonschuurmachine en egaliseer je daarna. Blijft de vloer stuiven, dan helpt impregneren met oxaanolie of een epoxy vloercoating.
Hoe maak ik een muur glad voor behang?
Voor behang mag de lat iets lager liggen dan voor verf, want vliesbehang overbrugt kleine oneffenheden. Wat wel moet: de wand is vlak, de gaten en inkepingen van je behangmes zijn gevuld met muurvuller en glad geschuurd, en er zit geen oude lijm meer op. Strijk daarna voor met een voorstrijkmiddel, zodat het behangplaksel niet in de wand trekt en je het behang later nog kunt verwijderen zonder de laag mee te scheuren. Diepe krassen van het steekmes vul je plaatselijk, een hele laag is daarvoor meestal niet nodig.
Kan ik glasvezelbehang glad maken zonder het eraf te halen?
Dat kan, en het is vaak verstandiger dan het eraf trekken, want dat neemt bij oud stucwerk halve stukken wand mee. Glasvezelbehang glad maken doe je met een rolbare gladmaakpasta die je met een vachtroller opbrengt en direct met een breed mes schoontrekt, of met een dunne pleisterlaag. Strijk eerst voor met een hechtprimer, want de pasta moet aan de verflaag hechten en niet aan het weefsel. Wat je van dit soort rolbare pasta mag verwachten hangt af van hoe grof het weefsel is: bij een fijne draad kom je met twee lagen weg.
Hoe maak ik hout glad, en werkt dat ook bij osb?
Hout glad maken doe je met schaven voor het grove werk en schuren voor de afwerking. Begin bij ruw of beschadigd hout met korrel 60 of 80 op een bandschuurmachine en werk op naar 180, en haal de krassen in de lengterichting daarna weg met een excentrische schuurmachine. Osb glad maken werkt anders: de spanen komen op zodra er vocht bij komt, dus je hebt een grondlaag, plamuurwerk en opnieuw schuren nodig, en soms twee ronden. Wil je een echt glad vlak, dan is een dunne mdf- of gipsplaat eroverheen sneller. Meer klussen waarbij je zelf met hout aan de slag gaat vind je bij de projecten die je zelf maakt.
Hoe maak ik een trap glad voordat ik hem lak?
Een trap glad maken staat of valt bij het voorwerk. Haal eerst alle tapijtlijm, oude lak en uitstekende spijkerkoppen weg, want een schuurmachine die op een spijker loopt scheurt je papier en beschadigt de trede. Schuur de treden met een excentrische machine van korrel 80 via 120 naar 180 en doe de neuzen en de binnenhoeken met de hand of met een deltaschuurmachine. Vul beschadigingen met houtplamuur, schuur die na het uitharden vlak mee en ontstof grondig voordat je de grondlaag zet.
Wanneer je beter een vakman belt
Een enkele wand in een slaapkamer glad zetten is prima zelf te doen, ook als je het nog nooit hebt gedaan. Voor een woonkamerplafond ligt dat anders, en dat is geen zwakte: ook ervaren stukadoors noemen een plafond in één werkgang strak zetten het lastigste werk dat er is. Wie daar zelf aan begint zonder oefening, houdt vaak een golvend vlak over dat alsnog door een vakman moet worden overgezet.
Bel in ieder geval een gecertificeerd bedrijf als je vermoedt dat het spuitwerk uit een pand van voor 1994 komt. Asbesthoudende spuitpleister mag je niet zelf schuren of afsteken, want daar hoort een afgesloten werkgebied met de juiste afzuiging bij en een laboratoriumonderzoek vooraf.
Stop ook bij scheuren die door de wand of de vloer heen lopen en die in de loop van maanden groter worden. Een scheur in een dragende wand of in een betonvloer is een constructief signaal, en dat pleister je niet dicht maar laat je door een constructeur beoordelen.
Werk in de meterkast achter de hoofdzekering is werk voor een installateur, ook als het alleen gaat om een groep die je tijdelijk wilt loskoppelen om een wand vrij te maken. Datzelfde geldt voor plafondwerk boven een trapgat: daar hoort een steiger die je kunt afstempelen, geen geleende ladder op een trede.
Twijfel je over de opbouw van een wand of een plafond voordat je begint, dan vind je in ons overzicht van werk aan wanden en plafonds per onderdeel wat erachter zit en waar je rekening mee moet houden.