Kroonsteentje aansluiten, losmaken en veilig wegwerken
Een kroonsteentje verbindt twee aders met een messing hulsje en twee schroefjes, en dat werkt jaren probleemloos zolang de verbinding in een gesloten doos of in een armatuur zit en bereikbaar blijft. Het gaat vrijwel nooit mis bij het klemmetje zelf, maar bij de plek: in de behuizing van een stopcontact, weggestuct in een plafond of met twee losse draadjes onder één schroef. Strip zes tot acht millimeter en laat geen blank koper buiten het hulsje uitsteken. Bij soepel snoer gebruik je een adereindhuls, en je schakelt altijd de hele groep af in plaats van alleen de lichtschakelaar.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Striptang met instelbare aanslag
- Kleine platte schroevendraaier van 2,5 of 3 mm, geïsoleerd
- Zijkniptang om de strip op maat te knippen
- Tweepolige spanningsaanwijzer om te controleren of de groep echt spanningsloos is
- Krimptang voor adereindhulzen
- Zaklamp of hoofdlamp, want het licht is uit zodra de groep eruit ligt
Materiaal
- Klemmenstrook van 2,5 mm², twaalf polen
- Adereindhulzen 0,75 en 1,5 mm², plus twin-hulzen
- Lasklemmen met hendel voor drie of vijf aders
- Hittebestendige tules of kousen voor in een armatuur
- Soepel snoer 2x0,75 mm² of 3x0,75 mm² met mantel
- Lasdoos met deksel als de verbinding buiten het armatuur valt
Wat een kroonsteentje is en waar hij voor bedoeld is
Een kroonsteentje is een strookje kunststof met daarin messing hulsjes, elk met twee schroefjes. Aan de ene kant schuif je een ader in het hulsje, aan de andere kant de ader waarmee je hem wilt verbinden, en met de twee schroefjes klem je ze allebei vast. Meer zit er niet achter.
Officieel heet het ding een klemmenstrook of kroonsteen. Hij wordt verkocht als strip van tien of twaalf polen die je met een schaar of zijkniptang op maat knipt. Voor een lichtpunt met aarde heb je drie polen nodig, voor een armatuur zonder aarde twee. Hoe je aders in huis netjes en veilig aan elkaar zet, staat in ons overzicht over bedrading en het verbinden van draden.
Het is de goedkoopste verbinding die er bestaat, en daarom duikt hij op plekken op waar hij niet thuishoort. Op zichzelf is er weinig mis mee: een goed aangedraaid kroonsteentje in een gesloten doos doet zijn werk jarenlang. Het misgaan zit hem in de omstandigheden eromheen.
In huis kom je hem op drie plekken tegen. In armaturen, waar de fabrikant er eentje meelevert om het lampsnoer op de plafonddraden aan te sluiten. Aan het deksel van de centraaldoos in het plafond, waar hij vast onderdeel van dat deksel is. En in lasdozen, waar ooit twee kabels aan elkaar zijn gezet.
| Uitvoering | Geschikt voor | Waar je hem voor gebruikt | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Klemmenstrook 2,5 mm² | Aders van 0,75 tot 2,5 mm² | Lichtpunten, armaturen, lampsnoer | De maat die je het vaakst nodig hebt en het meest verkocht wordt |
| Klemmenstrook 4 mm² | Aders tot 4 mm² | Zwaardere aftakkingen en stopcontactgroepen | Een dunne ader draait in dit ruime hulsje makkelijk scheef weg |
| Klemmenstrook 6 mm² en groter | Zware aders en voedingen | Kooktoestel, krachtstroom, hoofdleidingen | Hier hoort een klemmenblok in een kast, geen los strookje in een doos |
| Porseleinen kroonsteen | Hittebestendige aansluitingen | Armaturen die warm worden, oudere installaties | Bros materiaal, dus de schroefjes breken het uit als je te hard aandraait |
| Kroonsteen op een centraaldoosdeksel | Drie aders van het lichtpunt | Vaste plafondaansluiting in nieuwbouw | Steekt naar beneden uit, dus een strakke plafondlamp past er niet overheen |
| Kroonsteentje los in een armatuurkap | Snoer op stugge installatiedraad | Hanglampen en plafonnières | Alleen binnen een dichte kap, nooit los boven het plafond |
Knip er altijd één pool meer af dan je nodig hebt. Dat losse hulsje gebruik je om een aardedraad die je niet aansluit netjes in af te doppen, zodat er geen blank koper meer los in de doos ligt.
Waar een kroonsteentje mag zitten en waar niet
De belangrijkste vraag is niet hoe je klemt, maar waar de verbinding zit. Een kroonsteentje hoort in een afgesloten doos of in de behuizing van een armatuur, en die verbinding moet bereikbaar blijven. Bereikbaar betekent dat je er zonder sloopwerk bij kunt, dus niet achter stucwerk en niet boven een dichtgeschroefde plafondplaat.
Die eis is geen bureaucratie. Bij een storing is een verbinding de eerste plek waar je gaat kijken, want daar zit meestal het probleem. Zit hij weggewerkt, dan sta je een muur open te hakken om erbij te komen. Verzekeraars kijken bij brandschade ook naar hoe de installatie is uitgevoerd, en een verbinding die niet volgens NEN 1010 bereikbaar is gemaakt kan je daar duur komen te staan. De hoofdregels per onderdeel vind je in ons overzicht van elektra in en om het huis.
Een kroonsteentje past fysiek prima in de kap van een opbouwstopcontact of achter een schakelaar, maar het hoort daar niet. Die ruimte is bedoeld voor het inbouwdeel zelf.
| Plek | Mag dit | Waarom |
|---|---|---|
| In een lasdoos of centraaldoos met deksel | Ja | Gesloten, brandveilig en na afloop nog te openen voor inspectie |
| In de kap van een armatuur | Ja | Mits de kap dicht is en het snoer tegen de warmte van de lamp kan |
| In de behuizing van een stopcontact of schakelaar | Nee | Geen ruimte, geen trekontlasting, en de isolatie wordt platgedrukt |
| In een inbouwdoos achter een blind afdekplaatje | Ja | De doos is dicht en het plaatje draai je er zo weer af |
| Weggestuct achter gips of boven een plafondplaat | Nee | Bij storing niet terug te vinden en niet te controleren |
| Los aan de kabel op zolder of in de kruipruimte | Nee | Onbeschermd tegen vocht, stof en aanraking |
| In een vochtige ruimte of buiten | Alleen in een spatwaterdichte doos | Vocht op messing geeft kruipstroom en uiteindelijk corrosie |
| In de meterkast achter de hoofdzekering | Nee | Dat deel is van de netbeheerder en verzegeld |
Zet de groep uit, niet de lichtschakelaar. Met alleen de schakelaar om is de nul nog gewoon aangesloten en staat de fase soms nog op de verkeerde ader. En iemand anders zet die schakelaar zo weer aan. Haal de groep eruit en controleer met een tweepolige spanningsaanwijzer of er echt niets meer op staat.
Een kroonsteentje aansluiten met 3 draden
Uit een lichtpunt komen meestal drie aders: een schakeldraad, een nul en een aarde. Je knipt dus een kroonsteentje van drie polen af. De schakeldraad is bruin of zwart en staat alleen onder spanning als de lichtschakelaar aan staat. De blauwe ader is de nul en de geelgroene de aarde.
Verbinden doe je gelijk met gelijk: in elk hulsje van het kroonsteentje komt één ader uit het plafond en één uit het armatuur. De schakeldraad zet je op de bruine ader van het armatuur, meestal gemerkt met een L. Blauw gaat op blauw, gemerkt met een N. Geelgroen gaat op geelgroen. Waarom je die twee niet mag verwisselen en wat er misgaat als je het toch doet, lees je bij het verschil tussen de l- en de n-draad.
Vertrouw in een ouder huis niet blind op de kleuren. Bij verbouwingen is er van alles doorgetrokken en het komt regelmatig voor dat een zwarte ader ineens de nul blijkt. Een overzicht van wat je waar kunt verwachten staat bij de kleuren van fase, nul en aarde. Meet het na met een spanningsaanwijzer voordat je iets vastschroeft, ook als de kleuren logisch lijken.
Een zwarte ader aan een lichtpunt is bijna altijd een schakeldraad die vanaf de lichtschakelaar terugkomt en niet de doorgaande fase. Dat verklaart ook waarom er op zo'n ader geen spanning staat als je met de schakelaar uit gaat meten. Meet dus in beide standen van de schakelaar, dan weet je zeker welke ader wat doet.
Strippen op de juiste lengte
Strip zes tot acht millimeter, net genoeg dat het blanke deel volledig in het hulsje verdwijnt en de schroef op koper klemt in plaats van op isolatie. Steekt er koper buiten het kroonsteentje uit, dan strip je opnieuw en korter. Blank koper naast de klem is de meest gemaakte fout bij een lichtpunt, en daar ontstaat later de sluiting.
Zit je juist te kort, dan klemt de schroef op de isolatie en maakt de verbinding nauwelijks contact. Zo'n aansluiting werkt eerst prima en wordt daarna warm, want een slecht contact heeft weerstand. Dat is ook de reden dat een aansluiting die het jaren deed ineens kan gaan roken.
Wat je met de aardedraad doet
Heeft je armatuur maar twee aansluitpunten en komen er drie aders uit het plafond, dan sluit je de aarde niet aan. Dat mag alleen als het armatuur geen aanraakbare metalen delen heeft, dus volledig van kunststof of glas is. Bij een metalen lamp zonder aarde in het plafond hang je hem niet op, want dan staat er bij een defect spanning op de kap.
Knip de aardedraad niet weg. Laat hem op lengte en dop hem af, bijvoorbeeld met een losse pool van het kroonsteentje of met een lasdop over het blanke uiteinde. Hang je hier later een metalen armatuur op, dan heb je de aarde nog gewoon liggen.
Kroonsteentje, lasklem of lasdop: wat gebruik je waar
Een kroonsteentje verbindt twee aders per hulsje, en dat is meteen zijn grens. Moet je drie of meer aders doorverbinden, dan is een klemmenstrook het verkeerde gereedschap en pak je een lasklem. Wat de verschillen zijn tussen de typen en welke doorsnede erin past, staat bij lasklemmen en het aantal aders per klem.
Bij nieuw werk kiezen de meeste klussers tegenwoordig voor een lasklem met hendel. Die klemt zonder gereedschap, hij pakt stugge installatiedraad en soepel snoer even goed, en je ziet door de kunststof kap of de ader ver genoeg in de klem zit. Bij een kroonsteentje moet je zelf voelen of de schroef goed vastzit, en dat gaat vaker mis dan mensen denken.
Toch is een kroonsteentje niet zomaar afgeschreven. In een armatuurkap waar de fabrikant hem al gemonteerd heeft, is hij de logische keuze. En bij aders van verschillende dikte, bijvoorbeeld installatiedraad van 1,5 mm² op lampsnoer van 0,75 mm², klemt een schroef de dunne ader vaak beter vast dan een veerklem.
| Verbinding | Aantal aders | Waar hij op zijn plek is | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Kroonsteentje met schroeven | Twee per hulsje | Armaturen, lichtpunten, snoer op installatiedraad | Soepel snoer altijd met een adereindhuls, anders drukt de schroef de draadjes plat |
| Lasklem met hendel | Twee tot vijf | Lasdozen, doorverbinden van meerdere aders | Hendel echt tot de aanslag dicht, en de ader tot achter in de klem |
| Lasklem met steekaansluiting | Twee tot acht | Vast werk met stugge installatiedraad | Alleen voor massieve aders, soepel snoer trekt er zo weer uit |
| Lasdop | Twee tot vier | Aders afdoppen en snel verbinden in een doos | Doordraaien tot de aders om elkaar gedraaid zitten, niet half |
| Steekaansluiting in een fitting | Eén per gaatje | Plafonnières en fittingen met L- en N-markering | Bedoeld voor stugge draad, ongeveer een centimeter strippen |
| Doorverbindklem in een centraaldoos | Drie tot vijf | Het lichtpunt zelf, achter het deksel | Moet bereikbaar blijven, dus niet dichtstucen |
Spotjes aansluiten met een kroonsteentje
Bij drie of vier spotjes in een koof of verlaagd plafond loop je meteen tegen de grens van het kroonsteentje aan. Elke spot heeft twee aders en die moeten allemaal aan dezelfde schakeldraad en dezelfde nul hangen. In één hulsje passen twee aders, dus met drie spots kom je er niet.
Er zijn twee nette manieren. De eerste is doorlussen: je gaat met de schakeldraad en de nul naar de eerste spot en vandaar met snoer door naar de tweede, en zo verder. De tweede is een sterpunt in een lasdoos, waar je alle bruine aders samen met de schakeldraad in één lasklem zet en alle blauwe in een tweede klem. Voor drie of meer aders is dat de aanpak die je wilt, want dan is elke ader afzonderlijk geklemd.
Wil je het toch met een kroonsteentje doen, dan is er één manier waarop dat mag. Je perst twee aders samen in een twin-adereindhuls, en die huls telt daarna als één ader die je in het hulsje mag klemmen. Twee losse draadjes in elkaar draaien en samen onder één schroef proppen is dat niet. Daar krijg je een slecht contact, warmte en op termijn een weggebrand kroonsteentje.
Hoeveel spotjes je uiteindelijk op één groep kwijt kunt, hangt af van wat er al op die groep zit. Met onze rekenhulp voor het vermogen per groep tel je in een paar minuten op of het past.
Laagvoltspots zijn niet vanzelf ongevaarlijk
Bij 12 volt denken veel mensen dat een slordige verbinding er niet zo toe doet. Dat is juist andersom. Warmte ontstaat door stroom, niet door spanning, en bij lage spanning loopt de stroom juist hoog op. Een spot van 12 watt trekt bij 12 volt al 1 ampère, terwijl 1 ampère bij 230 volt een vermogen van 230 watt betekent.
Dezelfde ampère geeft dezelfde warmteontwikkeling in de klem. Adereindhulzen en goed aangedraaide schroeven zijn bij laagvolt dus net zo belangrijk als bij 230 volt. Gebruik daarnaast hittebestendig snoer in de buurt van de spots, of schuif een siliconenkous over gewoon snoer.
De trafo en de doos moeten bereikbaar blijven
Een trafo of driver hoort op het plafond te liggen naast een spot, niet weggewerkt tussen de isolatie. Hij moet zijn warmte kwijt kunnen en hij gaat een keer stuk, en dan wil je hem kunnen vervangen zonder het plafond open te breken. In de handleiding van de spot staat welke afstand tot isolatie is toegestaan.
Een opbouwstopcontact boven een verlaagd plafond mag, mits je erbij kunt via een luik of een verwijderbare plaat. Plaats hem dicht bij het spotje, zodat de korte stekkerdraad van de trafo er ook echt in past.
Schakel de groep af voordat je in een plafond gaat werken. Met alleen de lichtschakelaar uit staat de nul nog aangesloten en heb je geen enkele zekerheid dat er niets onder spanning staat. Iemand die niet weet dat jij daar bezig bent, zet die schakelaar zo weer aan.
Een lamp aansluiten zonder kroonsteentje
Veel moderne armaturen hebben helemaal geen kroonsteentje meer. In plaats daarvan zit er een fitting of aansluitblok met twee gaatjes, gemerkt met L en N, waar je de draad rechtstreeks insteekt. Zo'n steekaansluiting is juist gemaakt voor stugge installatiedraad: strip ongeveer een centimeter, steek de ader tot de aanslag in het gaatje en een veertje binnenin klemt hem vast.
Dat voelt onwennig omdat er geen schroef aan te pas komt, maar het is een volwaardige verbinding. Trek na het insteken even aan de ader om te controleren of hij pakt. Losmaken doe je door met een kleine schroevendraaier het ontgrendelknopje naast het gaatje in te drukken terwijl je de draad terugtrekt.
Soepel snoer past niet zomaar in zo'n steekklem. De losse draadjes buigen om en dan zit er de helft naast. Met een adereindhuls maak je van dat snoer een stevig pennetje dat wel in de klem past, of je gebruikt een lasklem met hendel in de armatuurkap. Welke aders je precies waar aansluit bij een armatuur met twee draden, staat bij een lamp aansluiten op twee draden.
Bij bijna elke lamp krijg je doorzichtige of gekleurde kousjes mee, tules genoemd. Die schuif je over de aders voordat je aansluit. Ze zijn hittebestendig en zorgen dat een smeltende isolatie in een warm armatuur niet meteen tot sluiting leidt. Ze verdwijnen alleen vaak ongemerkt met het piepschuim in de container.
Heb je stugge draad uit het plafond en een armatuur met een klein doorvoergaatje, snijd dat gaatje dan niet groter. Zet in plaats daarvan een stukje soepel snoer met adereindhulzen tussen de plafonddraad en het armatuur, en maak die verbinding in de kap of in een lasdoos die je open kunt maken.
Een kroonsteentje losmaken of vervangen
Een kroonsteentje losmaken begint altijd met de groep eruit en een controle met de spanningsaanwijzer. Daarna draai je beide schroefjes van het hulsje los, niet één, want een half losgedraaide schroef houdt de ader nog vast en dan sta je te trekken aan een verbinding die nog klemt.
Zitten de schroeven muurvast of is de kop rondgedraaid, dan knip je de strip gewoon tussen twee polen door met een zijkniptang. Je knipt daarbij het kunststof, niet de ader. Wat overblijft is een los hulsje aan de draad dat je alsnog kunt losdraaien met beter gereedschap, of dat je laat zitten als het toch afval wordt.
Dat doorknippen is ook de simpelste oplossing als je een aardedraad wilt afdoppen die je niet gaat gebruiken. Knip één pool los van de strip, laat de aardedraad daarin zitten en je hebt een afgedopt uiteinde dat niet meer tegen andere aders aan kan komen.
Vervangen doe je met een kroonsteentje van dezelfde maat of, beter, met een lasklem. Knip het versleten stukje ader eraf en strip opnieuw, want koper dat jarenlang onder een schroef heeft gezeten is ingedeukt en soms zwart uitgeslagen. Kort inkorten mag, maar houd zoveel lengte over dat je de verbinding nog een keer kunt maken.
Een kroonsteen die vast in het plafond zit
In nieuwbouw en na een renovatie kom je regelmatig een kroonsteen tegen die onwrikbaar in het plafond zit en er een centimeter uitsteekt. Dat is geen los klemmetje, maar een kroonsteen die vast aan het deksel van de centraaldoos zit. Bij het stucen is er vervolgens vrolijk overheen gewerkt, waardoor alleen het puntje nog uitsteekt.
Een strakke plafondlamp krijg je daar niet overheen. Steek met een kleine beitel het gips laagje voor laagje weg, vanaf de rand van het deksel naar buiten toe. Neem kleine hapjes, want als je te veel tegelijk wegwrikt scheurt het omliggende gips mee. Zodra het hele deksel vrij ligt, kun je het afschroeven en vervangen door een vlak deksel zonder uitstekende delen. De verbinding maak je dan in de centraaldoos zelf.
Aan zo'n deksel zit vaak een haakje waar je het armatuur even aan hangt tijdens het aansluiten. Dat haakje is bedoeld voor het gewicht van je handen, niet voor een zware lamp. Een kroonluchter of een metalen armatuur hangt aan een plug in het beton, niet aan het doosdeksel.
Als de draad te kort is voor het nieuwe stopcontact
Dit is de klassieke aanleiding om naar een kroonsteentje te grijpen. Je vervangt een enkel opbouwstopcontact door een tweevoudige variant, de aansluitklemmen zitten in het nieuwe model verder uit elkaar en je komt een paar centimeter tekort. Een kroonsteentje met een stukje installatiedraad erachter past keurig in de kap, en de verleiding is groot.
Doe het niet. In de behuizing van een wandcontactdoos hoort geen verbinding, want er is geen ruimte, geen trekontlasting en geen zekerheid dat het klemmetje niet tegen een metalen deel aan komt te liggen. Bij een wasmachinegroep is dat helemaal geen plek om te improviseren, want daar loopt een flinke stroom doorheen.
Er zijn vier betere routes, in deze volgorde. Zoek eerst een ander model wandcontactdoos waarvan de klemmen dichter bij elkaar zitten, dan kom je vaak precies uit met de lengte die je al hebt. Kijk anders in de groepenkast of daar reservelengte zit die je kunt laten vieren, maar bekijk eerst rustig hoe het daar in elkaar zit en trek nooit blind aan een ader. Zit er een buis in de muur, dan trek je met een trekveer nieuwe draad door de bestaande buis. En als laatste optie maak je de verbinding in een lasdoos die bereikbaar blijft, met lasklemmen in plaats van een kroonsteentje.
Moet er toch nieuwe kabel komen, dan bepaal je eerst welke doorsnede en welk type je nodig hebt. Onze hulp bij het kiezen van kabel en aderdoorsnede geeft per situatie aan waar je aan vast zit, en bij een lichtpunt met een geschakelde en een doorgaande fase kom je vaak uit bij een vieraderige kabel. Verplaats je het punt meteen naar een handiger plek, kijk dan even bij de gebruikelijke hoogtes voor stopcontacten en schakelaars.
Losse aders horen in een buis of in een goot met dubbele bodem. Een plakgoot is gemaakt voor snoer en kabel met een mantel eromheen. Voor losse 230 volt aders gebruik je een systeem als Z25 of P25, waarin de schroeven verdiept liggen zodat ze de aders niet kunnen raken. En schroef zo'n goot vast in plaats van hem op dubbelzijdig tape te plakken.
Wat je in de bouwmarkt koopt en wat het kost
Zoek je een kroonsteentje bij de Praxis, de Gamma of de Hornbach, dan sta je in het schap met installatiemateriaal, meestal vlak bij de lasklemmen en de wandcontactdozen. Een strip van twaalf polen in 2,5 mm² kost een paar euro en daar doe je een aantal klussen mee. Neem de kleinste maat die bij je aders past, want in een te ruim hulsje draait een dunne ader onder de schroef weg.
Neem in dezelfde gang meteen twee dingen mee die de klus echt makkelijker maken: een setje adereindhulzen met bijbehorende tang, en een tweepolige spanningsaanwijzer. Losse hulzen zonder tang hebben geen zin, want met een combinatietang pers je ze scheef. Test die spanningsaanwijzer eerst op een stopcontact waarvan je weet dat het werkt. De spanningzoeker-schroevendraaier met het lampje erin is te onbetrouwbaar om je veiligheid op te baseren.
Heb je nog geen striptang met instelbare aanslag, leg die er dan bij. Daarmee strip je zonder in het koper te snijden, mits je hem instelt op de aderdikte die je gebruikt, meestal 1,5 of 2,5 mm². Voor een verbinding buiten een armatuur neem je een lasdoos met deksel mee, want die verbinding moet bereikbaar blijven.
Zie je alleen strips van tien of twaalf polen liggen terwijl je er drie nodig hebt, dan is dat geen probleem. Je knipt de strip door tussen twee polen, dwars door het kunststof heen. De rest bewaar je voor de volgende lamp.
Zo sluit je een kroonsteentje aan
Deze volgorde geldt voor een lichtpunt of een armatuur en met kleine aanpassingen ook voor een verbinding in een lasdoos.
-
Haal de groep eruit en controleer of het echt spanningsloos is
Schakel de groep af in de meterkast en zet de aardlekschakelaar uit die bij die groep hoort. Controleer daarna met een tweepolige spanningsaanwijzer tussen fase en nul, en tussen fase en aarde. Alleen de lichtschakelaar omzetten is niet genoeg, want de nul blijft dan aangesloten. Blijf van het deel achter de hoofdzekering af: dat is van de netbeheerder en verzegeld.
-
Knip het kroonsteentje op maat
Tel hoeveel aders je verbindt en knip met een zijkniptang een strookje van dat aantal polen af, plus één losse pool om een aardedraad in af te doppen. Knip door het kunststof tussen twee hulsjes, niet door een hulsje heen. Heb je meer dan twee aders per verbinding, stop dan hier en gebruik een lasklem met genoeg aansluitingen.
-
Strip de aders en zet er waar nodig een huls op
Strip zes tot acht millimeter, zodat het blanke deel volledig in het hulsje verdwijnt. Bij soepel snoer pers je er een adereindhuls op, anders drukt de schroef de losse draadjes plat en breken ze na verloop van tijd af. Twee aders die samen in één klem moeten, pers je in één twin-adereindhuls.
-
Schuif de aders in en draai beide schroeven aan
Duw de ader tot achter in het hulsje en draai de schroef aan tot je duidelijk voelt dat hij klemt. Draai daarna ook de tweede schroef van datzelfde hulsje aan. Zit daar geen ader in, draai hem dan alsnog dicht. Forceer niet bij porselein, dat breekt.
-
Trek elke ader na
Geef elke aangesloten ader een stevige ruk. Komt er eentje los, dan zat de schroef op de isolatie of stak de ader er niet ver genoeg in. Controleer daarna of er nergens blank koper buiten het kroonsteentje uitsteekt, want dat is de plek waar je later een doorslag of sluiting krijgt.
-
Werk de verbinding weg in de doos of armatuurkap
Vouw de aders soepel in de ruimte, zonder scherpe knikken en zonder de klem tegen een metalen deel te duwen. Schuif de hittebestendige tules over de aders voordat je de kap dichtdoet. Zorg dat de doos of kap echt sluit en dat je er later weer bij kunt zonder ergens in te hakken.
-
Zet de spanning erop en trek later nog een keer na
Schakel de groep in en test de schakelaar in beide standen. Heb je soepel snoer met adereindhulzen gebruikt, controleer de schroeven dan na een week nog een keer, want koper zet zich onder druk en de klem kan iets naspelen. Voelt een armatuur na een uur branden ergens warm aan bij de aansluiting, schakel dan af en kijk opnieuw.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de kap dichtdoet
Uit de praktijk
Een kroonsteentje in de kap van een wasmachinestopcontact
Een geaard opbouwstopcontact werd vervangen door een tweevoudige versie op de aparte wasmachinegroep. Het nieuwe model was groter, waardoor de fase en de nul een paar centimeter te kort kwamen om bij de klemmen te komen. Met een kroonsteentje en twee stukjes installatiedraad waren beide aders verlengd, en het klemmetje paste net in de behuizing.
Het werkte, maar het kan zo niet blijven. In de kap van een wandcontactdoos hoort geen verbinding: er is geen trekontlasting, het klemmetje wordt tegen de aansluitpunten geduwd en bij een wasmachine loopt er een forse stroom door die aders.
Wat hier de oplossing werd, was verrassend simpel. Er is gezocht naar een ander model wandcontactdoos waarvan de aansluitklemmen dichter bij elkaar en dichter bij de invoer zaten. Met dat model kwam de bestaande draadlengte precies uit en kon het kroonsteentje eruit. De andere routes die we hier zouden nemen zijn kijken of er in de groepenkast nog reservelengte zit, of nieuwe draad door de bestaande buis trekken.
Drie spotjes in een koof die op één klem moesten
In een koof moesten drie spotjes komen, gevoed vanaf één schakeldraad en één nul. Het idee was om per aansluitpunt drie kabels in hetzelfde hulsje van een kroonsteentje te duwen, met de draadjes even in elkaar gedraaid zodat ze pasten. De centrale doos bood geen ruimte om drie extra aders af te takken.
Zo krijg je een slecht contact op de plek waar de meeste stroom doorheen gaat, en dat is de situatie waarin een klem wegbrandt. Het losse verhaal dat het om laagvoltspots ging, maakt dat niet beter: 12 watt bij 12 volt is al 1 ampère, en dezelfde ampère geeft dezelfde warmte als bij 230 volt.
De opzet die het wel werd: een lasdoos in de koof met twee lasklemmen, alle bruine aders samen met de schakeldraad in de ene en alle blauwe in de andere. Het snoer naar de spots is hittebestendig uitgevoerd, de trafo ligt bereikbaar naast een spot in plaats van onder de isolatie, en de doos zit achter een verwijderbaar plaatje zodat je er bij storing bij kunt.
Een kroonsteen die vastgestuct in het plafond zat
In een nieuwbouwwoning moest een strakke plafondlamp vlak tegen het plafond komen, maar er stak een kroonsteen een centimeter uit het stucwerk. Losschroeven lukte niet, want het klemmetje bewoog geen millimeter. De reden werd pas duidelijk toen er wat gips werd weggehaald: de kroonsteen zit vast aan het deksel van de centraaldoos, en de stucadoor had het deksel gewoon meegenomen in zijn laag.
Met een kleine beitel is het gips in kleine hapjes weggestoken, steeds vanaf de rand van het deksel naar buiten toe. Grotere brokken wegwrikken geeft scheuren in het omliggende stucwerk. Zodra het deksel helemaal vrij lag, kon het eraf en is er een vlak deksel zonder uitstekende delen voor teruggezet, met de verbinding in de doos zelf.
Bij een vergelijkbare klus bleek er helemaal geen bruikbare bedrading naar het lichtpunt te lopen en moest de muur open tot aan de centraaldoos. Daar zijn nieuwe aders getrokken en is het gat daarna netjes dichtgemaakt met een latje achter de opening en een op maat gezaagd stukje gipsplaat. De zichtbare aders lopen door een P25-goot met verloopstuk, geschroefd en niet geplakt.
Stugge plafonddraden in een lamp met een klein doorvoergaatje
Uit een plafond kwamen twee stugge aders, zwart en blauw, zonder aarde. De lamp had geen snoer maar een fitting met twee gaatjes gemerkt L en N. De vraag was of daar een kroonsteentje met soepel snoer tussen moest, of dat de stugge draad er rechtstreeks in mocht.
Die steekaansluiting is juist voor stugge draad gemaakt. Ongeveer een centimeter strippen, tot de aanslag insteken en het veertje binnenin klemt hem vast. Het soepele snoer dat erbij was gehaald, was in dit geval de omweg. Wel eerst de meegeleverde tules over de aders schuiven, want die beschermen tegen de warmte van de lamp.
In dezelfde badkamer zat een ander probleem: een lamp met een dicht kunststof doosje waarin een kroonsteentje zat, met een doorvoergaatje dat te klein was voor stugge draad. Dat gaatje was met een mes opengesneden om de draden erin te krijgen. Daarmee is de vochtwerende functie van dat doosje weg. In zo'n situatie zet je een stukje soepel snoer met adereindhulzen tussen de plafonddraad en de lamp, en houd je de doorvoer intact. Zonder aarde in het plafond hang je hier bovendien geen armatuur met aanraakbare metalen delen op.
Veelgemaakte fouten
Twee losse draadjes samen onder één schroef
Twee aders in elkaar draaien en samen in één hulsje duwen lijkt handig als je er drie moet verbinden. De schroef klemt dan op de bovenste ader en de onderste ligt half los. Dat geeft een overgangsweerstand, en overgangsweerstand geeft warmte op de plek waar de meeste stroom loopt. Wil je twee aders in één klem, pers ze dan in een twin-adereindhuls.
Een kroonsteentje in de behuizing van een stopcontact of schakelaar
Het past vaak fysiek, en daar houdt het op. Er is geen trekontlasting, de klem komt tegen de aansluitpunten of de metalen bevestigingsbeugel aan en de isolatie wordt platgedrukt bij het terugduwen. Verlengen doe je in een lasdoos die je open kunt maken, of je zoekt inbouwmateriaal waarvan de klemmen dichter bij elkaar zitten.
De verbinding wegwerken achter stuc of een plafondplaat
Verbindingen moeten bereikbaar blijven. Bij een storing zoek je een dichtgestucte lasdoos niet terug zonder de muur open te hakken, en bij brandschade kijkt een verzekeraar naar hoe de installatie is uitgevoerd. Zit een doos in de weg, gebruik dan een blind afdekplaatje of verplaats de verbinding naar een plek waar je hem wel kunt bereiken.
Te ver of juist te kort strippen
Steekt er blank koper naast het hulsje uit, dan kan die ader tegen een andere ader of tegen metaal komen en heb je sluiting. Strip je te kort, dan klemt de schroef op de isolatie en maakt de verbinding nauwelijks contact. Zes tot acht millimeter is de maat waarbij het koper volledig in het hulsje verdwijnt en de schroef er goed op staat.
Soepel snoer zonder adereindhuls in een schroefklem
De losse draadjes van soepel snoer worden door de schroef platgeduwd en waaieren uit. Een paar draadjes breken meteen af en de rest kruipt in de loop van de tijd onder de schroef weg, waarna de klem loszit zonder dat je iets ziet. Een adereindhuls maakt er één stevig pennetje van dat netjes onder de schroef blijft.
Alleen de lichtschakelaar uitzetten
Met de schakelaar uit staat de nul nog gewoon aangesloten en weet je niet zeker welke ader de fase is. In oudere installaties is de schakelaar bovendien wel eens in de nul geplaatst in plaats van in de fase, en dan staat de armatuurdraad gewoon onder spanning. Haal de groep eruit en controleer met een tweepolige spanningsaanwijzer.
De aardedraad wegknippen omdat de lamp hem niet gebruikt
Een kunststof armatuur zonder metalen delen heeft geen aarde nodig, maar de volgende lamp misschien wel. Wie de geelgroene ader kort afknipt, maakt het onmogelijk om er later nog een metalen armatuur op te hangen. Laat hem op lengte en dop hem af in een losse pool of onder een lasdop.
Denken dat laagvolt geen zorgvuldige verbinding nodig heeft
Bij 12 volt krijg je geen schok, dus wordt er slordiger geklemd. Warmte komt echter van stroom, en juist bij lage spanning loopt die hoog op: 12 watt bij 12 volt is al 1 ampère. Een slecht contact in een laagvoltverbinding wordt net zo warm als bij 230 volt, met het verschil dat hij vaak boven een plafond zit waar niemand hem ziet.
Veelgestelde vragen
Wat is een kroonsteentje precies?
Het is een strookje kunststof met messing hulsjes erin, elk met twee schroefjes. Je steekt aan weerszijden een ader in hetzelfde hulsje en klemt ze vast met de schroeven. De officiële naam is klemmenstrook of kroonsteen. Ze worden verkocht per strip van tien of twaalf polen, die je met een zijkniptang op maat knipt op het aantal aders dat je verbindt.
Hoe sluit ik een kroonsteentje aan met 3 draden?
Je gebruikt drie polen en verbindt gelijk met gelijk: de bruine of zwarte schakeldraad op de L van het armatuur, blauw op de N, en geelgroen op geelgroen. Strip zes tot acht millimeter en zorg dat er geen koper buiten het hulsje uitsteekt. Vertrouw in een ouder huis niet blind op de kleuren, maar controleer met een spanningsaanwijzer welke ader wat doet, in beide standen van de lichtschakelaar. Meer over de functie van elke ader lees je bij de l- en n-draad.
Hoe kan ik een kroonsteentje losmaken?
Schakel eerst de groep af en controleer met een tweepolige spanningsaanwijzer of er echt geen spanning meer staat. Draai daarna beide schroefjes van het hulsje los, niet alleen de bovenste, want anders blijft de ader nog klemmen. Zit een schroef vast of is de kop rondgedraaid, knip de strip dan met een zijkniptang door het kunststof tussen twee polen door. Knip nooit de ader zelf door als je die nog nodig hebt.
Kan ik een lamp aansluiten zonder kroonsteentje?
Ja, en bij veel moderne armaturen is dat zelfs de bedoeling. Fittingen met twee gaatjes gemerkt L en N hebben een steekaansluiting met een veertje binnenin, gemaakt voor stugge installatiedraad. Strip ongeveer een centimeter, steek de ader tot de aanslag in het gaatje en trek er even aan om te controleren of hij pakt. Als alternatief gebruik je een lasklem met hendel in de armatuurkap. Bij soepel snoer zet je er eerst een adereindhuls op, anders buigen de losse draadjes om. De volgorde bij twee aders staat bij het aansluiten van een lamp op twee draden.
Kun je spotjes aansluiten met een kroonsteentje?
Alleen als er per hulsje maar twee aders in komen. Bij drie of vier spots moeten alle bruine aders aan dezelfde schakeldraad hangen, en dat past niet in een klemmenstrook. Draai daarom nooit meerdere draadjes in elkaar om ze samen onder één schroef te proppen, want daar brandt de klem op termijn weg. Gebruik in plaats daarvan een lasdoos met twee lasklemmen, of pers twee aders samen in een twin-adereindhuls zodat ze als één ader tellen.
Wat kost een kroonsteentje bij de Praxis of een andere bouwmarkt?
Een strip van twaalf polen in de gangbare maat van 2,5 mm² kost een paar euro en ligt bij het installatiemateriaal, meestal vlak naast de lasklemmen en de inbouwdozen. Losse polen worden niet verkocht, dus je knipt er zelf af wat je nodig hebt. Neem in dezelfde gang een setje adereindhulzen met tang en een tweepolige spanningsaanwijzer mee, want dat zijn de twee dingen die de klus echt veiliger en makkelijker maken.
Mag ik een kroonsteentje in de behuizing van een stopcontact stoppen?
Nee. Die ruimte is bedoeld voor het inbouwdeel zelf en biedt geen trekontlasting. Het klemmetje wordt bij het terugduwen tegen de aansluitpunten of de metalen beugel geperst, waardoor de isolatie beschadigt. Kom je tekort met de draadlengte, zoek dan een model met klemmen die dichter bij elkaar zitten, kijk of er in de groepenkast reservelengte zit, of maak de verbinding in een lasdoos die bereikbaar blijft. Bij een groep met veel vermogen, zoals een wasmachinegroep, is improviseren hier helemaal geen optie.
Mag een kroonsteentje weggewerkt worden achter een plafond of stucwerk?
Nee, verbindingen moeten bereikbaar blijven voor controle en bij storingen. Een dichtgestucte lasdoos vind je bij een probleem niet terug zonder te slopen, en bij brandschade kijkt een verzekeraar naar de uitvoering van de installatie. Boven een verlaagd plafond kan het wel, mits je er via een luik of een verwijderbare plaat echt bij kunt. Dezelfde eis geldt voor een trafo van laagvoltspots, want die gaat een keer stuk.
Hoeveel draden mogen er in één klem van een kroonsteentje?
Eén ader per kant van het hulsje, dus twee per klem. Wil je toch twee aders aan dezelfde kant, dan pers je die samen in een twin-adereindhuls. Die huls maakt er één geheel van dat je als één ader mag beschouwen. Twee losse draadjes in elkaar draaien en samen onder de schroef duwen geeft een slecht contact op de bovenste ader en warmteontwikkeling in de klem.
Wat doe ik met de aardedraad als mijn lamp er geen aansluiting voor heeft?
Sluit hem niet aan, maar knip hem ook niet weg. Laat de geelgroene ader op lengte en dop hem af met een losse pool van het kroonsteentje of met een lasdop, zodat er geen blank koper in de doos ligt. Dit mag alleen als het armatuur geen aanraakbare metalen delen heeft. Is de lamp van metaal en zit er geen aarde in het plafond, dan hang je hem daar niet op.
Waarom zit mijn kroonsteentje vast in het plafond?
Omdat het geen los klemmetje is, maar een kroonsteen die vast aan het deksel van de centraaldoos zit. Bij het stucen is er overheen gewerkt, waardoor alleen het uitstekende deel zichtbaar bleef. Steek het gips met een kleine beitel in kleine hapjes weg vanaf de rand van het deksel, tot het deksel helemaal vrij ligt. Daarna kun je het vervangen door een vlak deksel zonder uitstekende delen en maak je de verbinding in de doos zelf.
Is een kroonsteentje of een lasklem beter?
Voor nieuw werk is een lasklem met hendel in de meeste gevallen praktischer: hij accepteert stugge en soepele aders, klemt zonder gereedschap en kan meer dan twee aders aan. Een kroonsteentje blijft prima bij een armatuur waar hij al in zit en bij aders van verschillende dikte, waar een schroef de dunne ader beter vasthoudt. De vergelijking per type staat bij lasklemmen en hun aantal aansluitingen.
Mag ik met een kroonsteentje een draad verlengen die te kort is?
Verlengen mag, maar alleen in een doos die dicht is en bereikbaar blijft, en niet in de behuizing van een stopcontact of schakelaar. Loopt er een buis in de muur, dan is een nieuwe ader doortrekken met een trekveer door de bestaande buis vrijwel altijd de betere oplossing, want dan heb je helemaal geen verbinding meer op die plek. Welke doorsnede en welk kabeltype je nodig hebt, zoek je op met onze kabel- en draadkiezer.
Wanneer je beter een vakman belt
Een kroonsteentje vervangen in een armatuur of een lichtpunt aansluiten is werk dat je met de groep eruit prima zelf doet. Er zijn wel een paar grenzen waar het zelf doen ophoudt.
De meterkast is de eerste. Een groep bijplaatsen, een aardlekschakelaar vervangen of iets aanpassen aan de bedrading achter de hoofdzekering laat je over aan een installateur of de netbeheerder. Dat deel is verzegeld en niet van jou.
De tweede grens ligt bij een installatie die je niet kunt volgen. Kom je aders tegen zonder aarde, met vergane of verkleurde isolatie, of kloppen de kleuren nergens mee, dan is meten en gokken geen goede combinatie. Laat iemand meekijken die de installatie kan doormeten en die de bestaande elektrische installatie in één keer op orde brengt.
De derde is de plek waar je moet werken. Een lichtpunt in een trapgat of hoog vide betekent werken op hoogte met beide handen bezig, en dat doe je niet vanaf een keukentrapje op de bovenste tree. Huur een rolsteiger of laat het doen. Kom je bij een plafond uit de jaren zestig of zeventig platen tegen die op asbest lijken, boor of zaag er dan niet in, maar laat het eerst onderzoeken.