Muur repareren: van haarscheurtje tot gat in de gevel
Een muur herstellen begint bij de oorzaak en niet bij het potje vuller: een natte plek, een verzande pleisterlaag of een scheur die nog beweegt maakt elke reparatie tijdelijk. Staat de ondergrond droog en vast, dan bepaalt de diepte van de schade je materiaal: muurvuller voor gaatjes, gipsvuller voor grotere happen, tweecomponenten plamuur voor hout, mdf en kozijnen. Werk in dunne lagen, laat elke laag echt drogen en zet de reparatie in de voorstrijk voordat je verft, anders zie je de plek door de verf heen terug.
Alle gidsen over muur repareren
Alabastine muurglad
Alabastine Muurglad is een kant-en-klare, gipsgebonden pasta waarmee je een ruwe of licht beschadigde binnenmuur vlak maakt zonder te gaan…
Fix en finish
Fix en finish is een gipsgebonden dunpleister die je in een laag van één tot drie millimeter opzet om een…
Muur glad maken
Een muur glad maken lukt op twee manieren: de structuur eraf schuren, of er een nieuwe laag overheen zetten. Welke…
Muurvuller action
De muurvuller van de Action is een gebruiksklare pasta voor schroefgaten, pluggaten en fijne scheurtjes in stucwerk of gipsplaat. Voor…
2 componenten plamuur
Twee componenten plamuur bestaat uit een pasta en een verharder die je vlak voor gebruik mengt. Omdat de uitharding chemisch…
Polyester plamuur
Polyester plamuur is een tweecomponentenplamuur die vrijwel niet krimpt, binnen een half uur schuurbaar is en steenhard uithardt. Daarmee zet…
Zinken dakgoot repareren
Een zinken dakgoot repareren begint met de vraag hoeveel zink er nog over is. Zitten alleen de gesoldeerde naden open…
Betonrot herstellen
Betonrot is geen probleem van het beton maar van het staal erin: de wapening roest, de roest zet uit en…
Epoxy plamuur
Epoxy plamuur bestaat uit een hars en een verharder die je vlak voor gebruik mengt. Omdat de uitharding een chemische…
Houtvuller action
De houtvuller van de Action is een gebruiksklare pasta op waterbasis voor schroefgaten, splinters en kleine deuken in geschilderd binnenwerk.…
Laminaat repareren
Een kras of een gaatje in laminaat repareer je met hardwas en een retoucheerstift, niet met schuurpapier: de kleur is…
Eerst uitzoeken waar de schade vandaan komt
Een muur of plafond herstellen begint zelden bij het vulmiddel. Het begint bij de vraag waarom de schade er zit, want een reparatie op een ondergrond die nat is of nog beweegt komt gegarandeerd terug. Wat er verder speelt aan wanden en plafonds in huis, van stucwerk tot afwerking, vind je op de overzichtspagina van dit vakgebied.
Drie controles vertellen je bijna altijd genoeg. De eerste gaat over vocht: plak een stuk plastic ter grootte van een A4 rondom dicht op de verdachte plek. Zit er na twee dagen condens aan de kamerzijde, dan komt het vocht uit de lucht. Is het plastic aan de muurzijde nat, dan komt het uit de constructie.
De tweede controle is hardheid. Krast een sleutel zo door de pleisterlaag en valt er zand uit, dan is die laag verzand en heeft vullen geen zin voordat het losse spul eraf is. De derde gaat over beweging: loopt de scheur alleen door de afwerklaag, of door de stenen en de voegen heen?
Zwarte of witte aanslag op een koude buitenmuur is een vochtprobleem en geen schoonmaakprobleem. Pak dan eerst de ventilatie en de koude plek zelf aan, bijvoorbeeld door de muur aan de binnenkant te isoleren. Wat die witte pluizige uitslag op metselwerk precies is en waarom hij terugkomt, lees je bij witte schimmel en aanslag op de muur.
Loopt er een afvoer door de wand die lekt, dan is die leiding eerst aan de beurt en het stucwerk daarna.
| Wat je ziet | Wat er meestal achter zit | Wat je eerst doet |
|---|---|---|
| Natte plek naast een kozijn of onder een raam | Lekkage langs de aansluiting of achterstallig schilderwerk | Buitenkant nakijken en de naad herstellen voordat je binnen vult |
| Bruine kring in het plafond | Lekkage van boven, vaak een leiding of een dakdoorvoer | Bron opsporen, laten drogen en de vlek isolerend gronden |
| Natte band onderaan de muur tot ongeveer een meter hoog | Optrekkend vocht uit de fundering | Vochtbron aanpakken, stucwerk pas daarna herstellen |
| Muur die verzandt als je erover krast | Verzand pleisterwerk of oude kalkmortel | Losse laag eraf, daarna fixeren met een voorstrijk voor poreuze grond |
| Kruimelig, zacht stuc na een lekkage | Doorweekt gips dat zijn sterkte kwijt is | Weghakken tot je op vast materiaal komt |
| Scheur die na elke reparatie terugkomt | Constructie die met de seizoenen werkt | Flexibel herstellen of het hele vlak wapenen |
| Blazen en schilfers in de verflaag | Verf op een niet-hechtende of vochtige onderlaag | Alles wat loslaat eraf, ondergrond testen met plakband |
Scheuren binnen: krimpscheur, zetscheur of iets ernstigers
Bijna alle scheuren die mensen in huis vinden zitten alleen in de afwerklaag. Een haarscheurtje is fijner dan een millimeter, loopt grillig en volgt geen enkele lijn in het metselwerk. Een krimpscheur ontstaat in nieuw stucwerk of in een nieuwe wand die uitdroogt en staat vaak in een net iets ander patroon, bijvoorbeeld strak langs een naad van gipsplaten.
Een zetscheur herken je aan het verloop. Die begint bij een hoek van een deur of een raam, loopt diagonaal weg en volgt vaak trapsgewijs de voegen. Zetscheuren zitten er zelden alleen: meestal vind je er een paar tegelijk in dezelfde wand, allemaal vanuit zo'n hoek.
De oorzaak is zetting van de fundering, en die is het sterkst in de eerste jaren na de bouw en na een droge zomer waarin de grond onder het huis krimpt. Een constructieve scheur is iets anders: die loopt dwars door de stenen heen, is aan de ene kant duidelijk breder dan aan de andere en gaat meestal samen met deuren die gaan klemmen of een kozijn dat scheef in de sponning staat.
Of een scheur nog werkt, weet je pas na een jaar. Vul hem, zet er met potlood een datum naast en kijk na een winter en een zomer of hij terugkomt. Scheuren die alleen bij vorst opengaan horen bij houten gordingen en balken die krimpen en zwellen, en die krijg je met een harde vuller nooit dicht.
De vaste werkwijze binnen is uitkrabben tot een V-vorm, uitzuigen, voorstrijken en vullen met een vuller die iets elastisch blijft. Zit er een heel vlak vol met haarscheurtjes, dan is een renovatievlies of glasvliesbehang over het geheel netter dan twintig losse reparaties. Voor een muur die daarna weer strak in de verf moet, helpt de aanpak bij een muur opnieuw stucen, en heb je sierpleister met een korrelstructuur, dan is spachtelputz bijwerken een klus met eigen regels.
| Soort scheur | Hoe hij eruitziet | Beweegt hij nog? | Aanpak die werkt |
|---|---|---|---|
| Haarscheurtjes in verf of stuc | Fijn netwerk, grillig, niet dieper dan de afwerklaag | Nauwelijks | Licht opschuren, vullen met finishvuller of het vlak overwerken |
| Krimpscheur in nieuw werk | Rechte, dunne scheur, vaak langs een plaatnaad | Stopt zodra het werk droog is | Uitkrabben, wapeningsband, vullen in twee lagen |
| Zetscheur | Diagonaal vanaf een hoek van deur of raam, trapsgewijs | Vaak alleen in het eerste jaar na de zetting | Een jaar volgen, daarna vullen met flexibele scheurvuller |
| Scheur op de overgang muur en plafond | Kaarsrechte scheur precies in de hoek | Ja, hout en steen werken langs elkaar | Niet vullen maar kitten met een elastische acrylaatkit |
| Scheur tussen kozijn en metselwerk | Naad langs het hout, opent in de zomer of de winter | Ja | Uitkrabben en kitten, nooit dichtplamuren |
| Constructieve scheur | Breder dan ongeveer 2 mm, dwars door stenen, ongelijk van breedte | Ja, en hij groeit | Laten beoordelen voordat je iets vult |
| Craquelé in oude verflagen | Fijne barstjes als een gebroken eierschaal, alleen in de verf | Nee | Verf eraf of vastzetten, plamuren en opnieuw opbouwen |
Scheuren en kapotte stenen in de buitenmuur
Een scheur in de buitenmuur repareren door hem vol te smeren met cement of mortel werkt zelden, zeker niet als de scheur door de stenen loopt en niet door de voegen. De spanning die de stenen deed scheuren zit er nog, dus de vulling drukt binnen een seizoen weer los. Wat de scheur wel vertelt: is hij fijn en volgt hij de voegen, dan is voegwerk vaak genoeg.
Gescheurde stenen vervang je of je herstelt ze met steenreparatiemortel in de kleur van het metselwerk. Uithakken en een nieuwe steen inmetselen geeft de mooiste hechting, een reparatiemortel is minder ingrijpend en werkt goed voor een afgebroken hoek of een afgebrokkelde kop. Meng de mortel eerst op een proefstukje, want de kleur van baksteen verschilt per partij en je ziet pas na drogen wat je hebt.
Werkt een scheur over meerdere lagen, dan is scheurwapening in de voegen de gebruikelijke oplossing. Spiraalankers, in de praktijk wokkels genoemd, zijn ongeveer een meter lang en komen met het hart op de scheur te liggen, dus een halve meter aan elke kant.
Slijp de voeg uit tot de diepte die de fabrikant voorschrijft, spoel het slijpstof eruit, spuit een eerste laag ankermortel in, druk het anker erin en spuit eroverheen. Druk het aan met een voegspijker en herhaal dat om de paar lagen, vanaf de plek waar de scheur begint.
Een variant die in de praktijk goed uitpakt is roestvast draadeind van M8 in een epoxymortel, waarbij je de schroefdraad eerst helemaal insmeert zodat de mortel echt om de draad grijpt. Na het uitharden wordt alles afgevoegd.
Zit er buiten toch al veel achterstallig voegwerk, lees dan hoe je voegen uithakt en opnieuw invoegt. Staat de binnenkant van diezelfde gevel nat, dan speelt er meer dan een scheur en helpt de uitleg over een enkelsteens muur die geen spouw heeft om te begrijpen waar het vocht doorheen komt.
Het plafond herstellen zonder dat je het overal ziet
Scheuren in het plafond hebben in een oud huis meestal met de constructie te maken. Bij riet en stuc op tengels zitten de scheuren vaak in lange rechte lijnen boven de latten, bij gipsplaten precies op de naden. Een scheur in het plafond repareren doe je hetzelfde als op de muur: uitkrabben, uitzuigen, wapeningsband erover en vullen in twee dunne lagen.
Scheuren op de overgang van muur naar plafond zijn een ander verhaal. Daar schuiven twee materialen langs elkaar, dus vullen betekent dat de scheur binnen een jaar terug is. Die naad kit je met een elastische acrylaatkit die je met een natte vinger of een spons strak afstrijkt.
Een afgebladderd plafond komt bijna altijd doordat er ooit latex over lijmverf of witkalk is gezet. Die oude laag laat los zodra hij nat wordt en trekt de nieuwe verf mee. Loskomende verf test je met plakband: druk een strook stevig aan, ruk hem eraf en kijk of er verf meekomt. Komt de laag los, dan is afwassen met warm water en een spons de enige weg, hoe vervelend dat ook is.
Een gat in een gipsplafond herstel je met een stukje plaat op een houten rachel die je erachter schroeft, daarna gaasband en gipsvuller. In een betonplafond vul je gaatjes met een cementgebonden vuller, en boor je zonder klopstand als er nog stucwerk aan hangt.
Een spackplafond glad maken vraagt twee tot drie lagen finishvuller of een schuurmachine met afzuiging, en die klus staat helemaal beschreven bij een muur of plafond glad maken. Wil je weten hoeveel materiaal en hoeveel gangen je nodig hebt voor een vlakke afwerking in één product, kijk dan bij plafond glad maken met Alabastine muurglad. Van dat product bestaat een fijnere variant met de toevoeging superieur voor de laatste laag, en wie een alternatief van een ander merk pakt, brengt dat op dezelfde manier aan.
Zit een plafond of wand vol met haarscheurtjes die telkens terugkomen, dan is glasvezelbehang of renovatievlies over het geheel de rustigste oplossing. Beschadigd glasvezelbehang repareren doe je door het stuk los te snijden op een naad, een nieuw stuk in te passen en het geheel opnieuw te overschilderen, want een pleister van vuller op weefsel tekent zich altijd af.
Blijven er na het verven strepen zichtbaar op de plek van de reparatie, dan is dat verschil in zuiging en niet in verf. Herstelde plekken drinken meer dan de rest, waardoor de glans anders uitpakt. Grond het hele plafond en niet alleen de reparatie, dan verdwijnt het verschil.
Welk vulmiddel hoort bij welke klus
Het verschil tussen een reparatie die je nooit meer ziet en een plek die door de verf heen komt, zit meestal in de keuze van het product en in de laagdikte. De vuistregel is simpel: hoe dieper het gat, hoe steviger het middel moet zijn en hoe minder het mag krimpen. Een vuller die bedoeld is om een vlak af te werken zakt in als je hem in een gat van een centimeter propt.
Voor gaatjes, schroefgaten en kleine beschadigingen in stuc voldoet gewone muurvuller. Voor grotere happen, zoals de plekken die overblijven na het weghalen van plinten, pak je een gipsvuller die je in dikkere lagen kwijt kunt. Voor houtwerk, mdf en staal is een tweecomponenten plamuur het antwoord, omdat die chemisch uithardt in plaats van te drogen en dus niet krimpt.
Wat de goedkope potjes uit het schap van een prijsvechter waard zijn, hangt af van waar je ze voor gebruikt. Voor een spijkergaatje in een binnenmuur zit er weinig verschil in, voor een kozijnreparatie buiten wel.
Onze ervaringen met de eenvoudige varianten staan bij muurvuller uit het goedkope schap en bij houtplamuur van de Action. Wil je één product dat vult en meteen glad afwerkt, begin dan bij de vergelijking van de vul- en afwerkpasta in één. Over alles wat je in twee delen aanmaakt lees je verder bij tweecomponenten plamuur.
| Vulmiddel | Waar het voor bedoeld is | Dikte per laag | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| Muurvuller in pasta | Gaatjes, krasjes en schroefgaten in stuc en gips | Tot ongeveer 5 mm | Krimpt licht, een dieper gat vul je in twee keer |
| Gipsvuller in poeder | Grotere gaten, hoeken en plekken na het weghalen van plinten | Tot ongeveer 2 cm | Hardt snel, dus maak kleine hoeveelheden aan |
| Finishvuller of muurglad | Hele vlakken vlak maken, spackstructuur overwerken | 1 tot 2 mm | Bedoeld om dun te trekken, niet om te vullen |
| Flexibele scheurvuller | Scheuren die licht blijven werken | 3 tot 5 mm | Blijft iets elastisch en laat zich minder strak schuren |
| Elastische acrylaatkit | Naden tussen hout en steen, binnenhoeken, plafondaansluiting | Naad tot ongeveer 5 mm | Niet schuurbaar, dus meteen strak afstrijken |
| Lakplamuur, één component | Ondiepe oneffenheden in geschilderd houtwerk | 1 tot 2 mm | Krimpt en barst als je er diepe gaten mee vult |
| Polyester plamuur, twee componenten | Hout, mdf, staal en diepe reparaties binnen | Een centimeter en meer | Kort verwerkbaar, hecht het best op kaal materiaal |
| Epoxy houtvuller, twee componenten | Houtrot en kozijnreparaties buiten | Een centimeter en meer | Beste hechting op kaal hout, zakt uit bij modelleren |
| Cementgebonden reparatiemortel | Beton, dorpels, buitenmuur en vloeren | 5 tot 30 mm | Ondergrond voorbevochtigen, niet verwerken bij vorst |
| Steenreparatiemortel op kleur | Afgebroken bakstenen, koppen en hoeken | Tot ongeveer 2 cm | Kleur eerst uitproberen op een proefstukje |
| Structuurvuller | Bijwerken van een muur met bestaande korrelstructuur | 2 tot 3 mm | Structuur namaken met een spons of een structuurrol |
Plamuren, gronden en schuren in de goede volgorde
De vraag of je moet plamuren voor of na de grondverf komt vaker langs dan welke andere vraag ook, en het antwoord verschilt per ondergrond. Op een muur werk je van grof naar fijn: losse delen eraf, voorstrijken zodat de poreuze ondergrond het vocht niet uit je vuller trekt, dan vullen, schuren en de reparatie opnieuw voorstrijken voordat de verf erop gaat.
Op houtwerk ligt het net andersom, en daar zit precies de verwarring. Een diepe reparatie hecht het best op kaal, licht opgeruwd hout, dus die vul je voordat er grondverf op komt. De laatste oneffenheden werk je pas weg nadat je één laag grondverf hebt gezet, omdat je in die gesloten laag veel beter ziet waar het nog hol staat. Op grondverf kan een tweecomponenten vuller ook, maar houd dan rekening met langere droging.
Schuren doe je met een blok en niet met je vingers, want vingers volgen de holte in plaats van hem weg te halen. Begin met korrel 120 om het grove weg te nemen en werk af met 180 of fijner. Voor muurvuller schuren in een bewoond huis bestaan er schuurgels en natte schuursponzen die het stof binden, wat een enorm verschil maakt als je niet je hele inboedel wilt afdekken.
Voorstrijk verdunnen, of dat nu de voorstrijk van Alabastine is of van een ander merk, doe je alleen als de fabrikant dat op de verpakking toestaat, en dan in de verhouding die daar staat. Voorstrijk mengen met muurverf om een stap over te slaan is geen slimme kortere weg: het hechtmiddel en het bindmiddel werken dan geen van beide zoals bedoeld.
Hoe lang je per laag moet wachten voordat je verder kunt, staat in onze tabel met droogtijden per materiaal. Moet er meer dan een paar plekken bij en gaat het richting een hele wand, dan is de wand in één keer opnieuw stucen vaak sneller dan tien reparaties aan elkaar schuren.
Hout, kozijnen en plaatmateriaal repareren
Houtrot in een kozijn los je niet op met vuller alleen. Steek of frees eerst alles weg tot je op gezond, hard hout komt, want zacht hout blijft vocht vasthouden en het rot loopt eronder gewoon door. Is er veel weggehaald en blijft er poreus hout over, behandel dat dan met een houtrotimpregneer of primer voordat je gaat vullen.
Voor het vullen zelf is tweecomponenten epoxy de standaard buiten. Die hecht het best op kaal hout, kan ook op grondverf maar droogt daar trager, en dun uitgesmeerde laagjes drogen langzamer dan een stevige reparatie van een halve centimeter.
Epoxyvuller is vaak te slap om een profiel mee te modelleren, dus voor een hoek die vorm moet houden zet je een stukje hout in en lijm je dat met epoxy vast. Ruw de raakvlakken op en houd de naad rondom klein, want tot ongeveer een centimeter vult de epoxy de ruimte prima op.
Purschuim is geen houtrotvuller, ook al lijkt het handig. Het draagt niets, het zuigt water langs de naad naar binnen en je ziet pas hoe ver het rot is doorgelopen als de hele stijl eruit moet. Voor kleine gaatjes ligt het anders: spijkergaatjes en houtwormgaatjes vul je binnen met lakplamuur of houtvuller, en buiten met een tweecomponenten vuller of een elastische vuller, omdat het hout daar blijft werken.
Bij houtwerk buiten dat structureel meedoet, zoals een balkkop, een boeiboord of een paal van de schutting die bij de grond wegrot, houdt vullen op. Een schutting repareren betekent daar het stuk vervangen, of de paal op een paalhouder zetten zodat het hout niet meer in de natte grond staat. Voor reparaties waarbij het hout hard en vormvast moet worden, staat de vergelijking van producten bij epoxy plamuur en houtvuller.
Pluggen kiezen voor een muur die niet meewerkt
Een plug die niet houdt laat een gat in de muur achter dat je daarna weer moet dichten, en dat ligt bijna nooit aan de plug zelf: hij past niet bij die ondergrond. Boor daarom eerst een proefgaatje van 3 of 4 mm en kijk naar het stof en naar het gevoel in je hand. Grijs stof en een boor die gelijkmatig weerstand geeft betekent beton, wit poeder betekent gipsblok of kalkzandsteen, roodoranje stof met een boor die er plotseling doorheen zakt betekent holle snelbouwsteen.
De tweede vuistregel: boren zonder klopstand houdt het gat rond en op maat. Klopboren in gipsblok, gasbeton of holle steen maakt achter de wand een trechter waar geen plug meer in klemt. In hout gebruik je helemaal geen plug, daar boor je voor op de kernmaat van de schroef en draai je hem er direct in.
Bij zware zaken als een trapleuning, een wandmeubel of een zonwering is de plug maar de helft van het verhaal. Wat erachter zit, telt net zo zwaar. Een leuning die met hollewandpluggen in gipsplaat hangt, houdt de eerste keer dat iemand zijn gewicht erop zet en daarna niet meer. Schroef in dat geval door de plaat heen in de steen of in een houten regel. Welke boordiameter, welke lengte en welk type bij jouw combinatie hoort, zoek je op met onze plug- en boorkiezer per ondergrond.
Voor zware bevestigingen in beton en kalkzandsteen kom je bij keilbouten, doorsteekankers en betonschroeven uit. De boormaat verschilt per systeem: bij een doorsteekanker is het boorgat vaak net zo groot als de maat van de bout, dus een boorgat van 8 mm bij een M8. Een keilbout met een uitzethuls vraagt om een ruimer gat, en dat verschil loopt bij een M10 verder op. De juiste diameter en de minimale verankeringsdiepte staan op de verpakking en lopen uiteen per merk, bij Fischer net zo goed als bij Expandet of een huismerk.
Wanneer je slagpluggen gebruikt is vooral een kwestie van tempo: voor tien meter latwerk in massieve steen schieten ze een stuk sneller op dan losse pluggen met schroeven.
Bij lichte spullen gaat het vooral om wat er achter de bevestiging zit. Een bord met gaatjes voor gereedschap hangt met vier hollewandpluggen prima aan een gipswand, maar zet het paneel op afstandhouders: de haken hebben ruimte achter het bord nodig, anders klikken ze er niet in. Een blokje hout of een afstandsbus van een centimeter achter elke schroef is genoeg. Hangt er straks zwaar handgereedschap aan, schroef dan door de plaat heen in een houten regel.
| Ondergrond | Waaraan je hem herkent | Wat je erin gebruikt | Hoe je boort |
|---|---|---|---|
| Beton | Grijs stof, harde gelijkmatige weerstand | Nylon spreidplug, betonschroef of keilbout bij zware last | Met hamerfunctie, boorgat goed uitzuigen |
| Kalkzandsteen | Wit tot lichtgrijs stof, boort gelijkmatig | Universele plug of nylon spreidplug | Zonder klop, dan klemt de plug in een gaaf gat |
| Holle snelbouwsteen | Roodoranje stof, boor zakt met sprongen weg | Hollewandplug voor snelbouw of injectiemortel met zeefhuls | Altijd zonder klop |
| Gipsblok | Wit poederig stof, zacht materiaal | Lange universele plug, bij zware last een chemisch anker | Zonder klop, eventueel met een houtboor |
| Gasbeton of cellenbeton | Zeer licht en zacht, boor gaat bijna met de hand | Speciale gasbetonplug met grove schroefdraad | Nooit klopboren |
| Gipsplaat of hollewand | Boor is er meteen doorheen, hol geluid bij kloppen | Hollewandplug, tuimelplug of metalen paraplu | Kleine diameter, zonder klop |
| Verzand of poreus pleisterwerk | Plug draait mee, gat wordt tijdens boren groter | Langere plug tot in de steen of injectiemortel | Gat uitzuigen en de pleisterlaag niet als houvast rekenen |
| Isolatieplaten en pir aan de gevel | Schroef pakt nergens, plaat veert | Tellerplug voor isolatie of doorsteekbevestiging tot in de draagmuur | Lengte is isolatiedikte plus verankeringsdiepte in de steen |
| Hout, rachel of balk | Bruin boorsel, veerkrachtige weerstand | Geen plug, alleen een schroef | Voorboren op de kernmaat van de schroefdraad |
Boorgaten, losse pluggen en afgebroken schroeven
Een gat dat te groot is voor de plug heeft drie eerlijke oplossingen. De nette is doorboren naar de eerstvolgende maat en een dikkere plug met bijpassende schroef gebruiken. De sterkste is een injectiemortel of chemisch anker, want dat vult elke onregelmatigheid en klemt niet maar lijmt. De derde is het gat volzetten met snelcement of reparatiemortel, dat echt laten uitharden en daarna opnieuw boren, precies op dezelfde plek.
Wat je niet moet doen is het gat vullen met muurvuller of gips en daar een plug in duwen. Die materialen zijn gemaakt om glad te worden, niet om trekkracht op te nemen. Hetzelfde geldt voor montagekit als vulling achter een plug: dat houdt een lichte kapstok, geen boekenplank vol.
Draait een plug mee, dan is het gat te ruim of de ondergrond verkruimeld. Trek de plug eruit met een schroef die je er half indraait en een nijptang, zuig het gat schoon en begin opnieuw met de goede maat of met een chemisch anker. Een schroef die maar blijft doordraaien heeft de plug van binnen uitgesleten: neem dan een schroef met een grovere draad of een maat dikker, of een langere plug zodat de draad in vers materiaal grijpt.
Een afgebroken schroef in een plug haal je er meestal uit met een linksdraaiende uitdraaier in een lage toerentalstand. Lukt dat niet, boor dan drie centimeter ernaast een nieuw gat en vul het oude. Bij een slagplug knip of trek je eerst de nagelkop eruit met een nijptang; blijft de huls zitten, verzink hem dan een paar millimeter met een doorslag en werk het gaatje bij. Een boorgat in de buitenmuur opvullen doe je met mortel of een gevelkit en niet met binnenvuller, want die spoelt bij de eerste regenbui weg.
Vloeren, beton en natuursteen herstellen
Grote gaten in een betonvloer repareren doe je niet met een emmer zandcement. De volgorde die werkt begint van onderaf: maak een bekisting met een plankje of een stuk isolatie dat precies om de doorvoer past. Boor gaten in de zijkanten van het gat en steek daar draadeinden of kozijnankers in als wapening.
Maak het bestaande beton nat, smeer het aan met een cementpapje en niet met droog poeder, en stort daarna in één keer met beton in plaats van met zandcement. Wil je de vloer daarna egaliseren, geef het beton dan eerst de tijd om echt uit te harden, anders scheurt de egaline mee met de krimp van het verse werk.
Scheuren in een cementdekvloer van zandcement of in een oude cementvloer zijn vaak krimpscheuren en niet constructief. De aanpak is de scheur met een diamantschijf in een V uitslijpen, uitzuigen, en vullen met een tweecomponenten gietharsvuller waar je droog kwartszand doorheen roert. Bij een vloer die duidelijk werkt zaag je dwars op de scheur ondiepe sleuven en legt daar vlakstaven of scheurankers in, zodat de twee helften aan elkaar worden gekoppeld.
Scheuren en gaatjes in een egalinevloer komen meestal door te dik aanbrengen, te snel drogen of het overslaan van de primer. Kleine gaatjes vul je met een reparatie-egaline en grotere scheuren met dezelfde giethars. Gaat er pvc of vinyl overheen, dan moet het echt vlak zijn, want elke rand tekent zich binnen een maand af in de toplaag.
Een gelijmde pvc vloer met een beschadigde strook herstel je door die ene strook met een mes langs de naad uit te snijden, de oude lijm weg te schuren en een nieuwe strook terug te lijmen. Bij een anhydrietvloer gebruik je geen cementgebonden middel maar een gips- of harsgebonden reparatiemiddel, anders krijg je een reactie tussen de twee materialen.
Bij terrazzo, granito, hardsteen en marmer is de reparatie zelf het kleinste deel van het werk. Het gat vul je met een gekleurde epoxy waar je granulaat van dezelfde soort en korrel doorheen mengt, en daarna volgt schuren en polijsten in meerdere gangen tot de reparatie in de glans opgaat. Dat schuren bepaalt of je hem ziet of niet. Vertoont een oude betonnen vloer of een balkonrand bruine roestplekken met afgedrukte schollen, dan is dat betonrot en gaat de aanpak bij betonrot herstellen voor op cosmetisch werk.
Scheuren in een betonvloer in nieuwbouw zijn bijna altijd krimpscheuren. Een verse vloer geeft maandenlang vocht af en trekt daarbij samen, en waar een leidingsleuf of een hoek de doorsnede verzwakt, komt de scheur eruit. Blijven ze fijn en verspringen de randen niet in hoogte, dan is het cosmetisch. Wacht met egaliseren of een gietvloer tot het beton echt is uitgehard, anders scheurt de afwerklaag met de krimp mee.
| Vloer of steensoort | Wat er meestal misgaat | Waarmee je herstelt | Wat je beter niet doet |
|---|---|---|---|
| Betonvloer met een groot gat | Doorvoer voor riool of leiding weggehakt | Bekisting, wapening in geboorde gaten, storten met beton | Volgooien met zandcement of alleen met pur |
| Cementdekvloer | Krimpscheuren en losliggende delen | Uitslijpen, giethars met kwartszand, eventueel vlakstaven | Dichtsmeren met tegellijm of egaline |
| Egalinevloer | Scheuren en gaatjes door te dik of te snel werken | Reparatie-egaline voor gaatjes, giethars voor scheuren | Er direct pvc overheen leggen zonder vlak te maken |
| Anhydrietvloer | Scheuren en poederende toplaag | Gips- of harsgebonden reparatiemiddel na schuren en zuigen | Cementgebonden mortel gebruiken |
| Terrazzo en granito | Gaten na een verwijderde wand of een oude doorvoer | Epoxy met granulaat, daarna schuren en polijsten in gangen | Vullen met gewone reparatiemortel |
| Kwaaitaalvloer | Betonrot in de vloerelementen, roestende wapening | Beoordeling en herstel volgens een constructief plan | Zelf wegwerken met mortel over het roest heen |
| Garagevloer en beton buiten | Afzandende toplaag en stofvorming | Diamantschuren en een epoxy- of pu-coating of slijtlaag | Coating op een vochtige of stoffige ondergrond |
| Hardstenen dorpel of vensterbank | Afgebroken hoek of afgebrokkelde neus | Reparatiemortel voor natuursteen op kleur, eventueel met pen | Repareren met gewone muurvuller of gips |
| Marmer, travertin en keramiek | Chip in de rand of een open ader | Gekleurde epoxy of steenlijm, daarna schuren en polijsten | Rekenen op een reparatie die je helemaal niet meer ziet |
| Beton ciré, ook wel beton cire | Slijtplek of scheur in de toplaag | Het hele vlak overwerken en opnieuw coaten | Alleen de plek bijwerken, dat wordt vlekkerig |
Goot, lood en dakbedekking: repareren of vervangen
Een lekke zinken dakgoot lekt in negen van de tien gevallen bij een lasnaad en niet in het vlak. De nette reparatie is opnieuw solderen, maar dat vraagt schoon materiaal: oud zink moet je oxidevrij maken met een lamellenschijf of stripdisc, en als het zink dun is geworden brand je er dwars doorheen. Een zinken plaatje over de naad solderen werkt goed, mits je de oude naad eerst verhit en wegveegt zodat het reparatieplaatje vlak kan liggen.
Wie geen soldeerbout heeft, komt uit bij vloeibaar rubber of een bitumineus dichtmiddel. Dat werkt, maar met twee voorwaarden: leg een wapeningsvlies of membraan in de eerste laag zodat de naad kan bewegen, en smeer echt dik. Goedkope varianten drogen na twee tot drie jaar uit en gaan haarscheuren vertonen, de betere systemen halen aanzienlijk meer.
Er is één keuze die je niet kunt terugdraaien: heb je er eenmaal smeermiddel op gehad, dan is solderen daarna niet meer te doen. Bij een goot die je met de buren deelt, zit een gesmeerde aansluiting iedereen in de weg. De volledige aanpak per reparatiemethode staat bij een zinken dakgoot repareren.
Kunststof en pvc goten lekken meestal niet doordat het materiaal kapot is, maar doordat de rubber afdichting in de verbindingsmof hard is geworden of doordat de goot niet meer kan uitzetten. Een nieuw rubber in de mof is dan de reparatie, en kit is dat niet. Een scheur in een polyester goot herstel je met polyestermat en hars, een scheur in een pvc goot met een uitgesneden plaatje uit een oud stuk goot en pvc-lijm.
Een regenpijp herstellen is doorgaans eenvoudiger dan de goot zelf. Bij een zinken regenpijp zit het lek meestal op een naad of bij een beugel waar het zink is doorgesleten: een klein gaatje soldeer je dicht, en anders schuif je er een reparatiemof of een pijpklem met rubber overheen.
Een pvc regenpijp repareren doe je door het beschadigde stuk eruit te zagen en er met een steekmof een nieuw stuk in te zetten, want lijm over een scheur houdt de trilling van stromend water niet lang tegen. Zit de lekkage van de regenpijp bij de aansluiting op de goot, dan is bijna altijd de tuit losgeraakt en niet de pijp.
Scheuren in loodslabben en in daklood komen door stukken die te lang zijn gemaakt. Lood zet uit en krimpt met de temperatuur, en zonder onderbreking scheurt het bij de vaste punten. Voor slabben is lood van 18 of 20 pond gangbaar, in stukken van ongeveer een meter.
Een dichtingspasta over de scheur en een stukje lood eronder geschoven kan jaren dicht blijven, maar het verbergt ook een sluimerend lek waardoor panlatten en dakbeschot doorrotten zonder dat je het ziet.
Voor bitumen is een nieuw stuk opbranden de reparatie die het langst meegaat; zonder brander kom je een eind met een zelfklevende reparatierol, mits je eerst alle oude teerresten wegsnijdt tot je op vast bitumen komt. Op een schuurdak of garagedak met golfplaten werkt dat anders: een gescheurde golfplaat repareren met kit of tape houdt zelden een winter, daar vervang je de plaat en de rubber ringen onder de schroeven. Gevelplaten van trespa of ander hpl-materiaal repareren lukt evenmin, want de beschadiging zit in de toplaag en die is niet bij te werken.
Gietijzer kom je nog tegen als hemelwaterafvoer en als binnenriolering in oudere panden, en dat materiaal vraagt een andere aanpak dan zink of pvc. Een scheur in gietijzer lassen is werk voor een lasser met nikkelelektroden die het stuk voor- en naverwarmt, want gietijzer barst langs de las weer open als het te snel afkoelt. Zelf kom je het verst met een tweecomponenten metaalepoxy over een schoongeschuurde en ontvette scheur, of met een reparatieklem met rubbermanchet om de buis. Zit de scheur in een afvoer die vol kan komen te staan, dan is een nieuw stuk buis tussen twee rubber overgangsmoffen de reparatie die blijft houden.
Zonwering, hordeuren en rolgordijnen: het onderdeel vervangen
Bij bewegende delen in huis is repareren bijna altijd een kwestie van het juiste onderdeel vervangen in plaats van het geheel. Een zonneschermdoek waarvan de zoom over een meter is losgegaan zit met een pees in een gleuf in de onderlijst en in de oprolbuis. Je kunt de zijkap losschroeven, de pees eruit trekken en het doek zomen terwijl het scherm gewoon aan de muur hangt.
Netter is het om het hele doek te demonteren en alle zomen opnieuw te laten stikken, ook de naden die nu nog vastzitten. Gebeurt dat niet, dan laat de volgende naad binnen een jaar op een andere plek los, want het garen is overal even oud.
Spuit de gleuven in de as en de voorlijst in met siliconenspray voordat je het doek terugschuift, en schuif afwisselend boven en onder in plaats van eerst het ene en dan het andere uiteinde. Met twee man gaat het makkelijk: één voert de pees in, de ander houdt de zoom in de lijst.
Een zonnescherm met een knikarm vraagt meer geduld. Het doek van een knikarmscherm laat je maken bij een zeilmaker, en het mechaniek zelf, van slinger tot tandwielkast, is bij de meeste merken nog per onderdeel te krijgen. Is alleen het zonweringdoek versleten en werkt de rest nog, dan is een nieuw doek in de bestaande cassette een stuk goedkoper dan een compleet scherm.
Zelf luxaflex repareren valt mee zodra je weet hoe het koord loopt. Is het touwtje van je luxaflex gebroken of verweerd, dan koop je nieuw ladderkoord en optrekkoord op maat. Leg het pakket in opgetrokken stand op de grond, want dan rijg je het koord in één keer door alle lamellen.
Maak eerst foto's van het verloop, want de knopen zitten verwerkt in de onderbalk onder de dopjes en die volgorde onthoud je niet. Slaat het draaimechanisme van een jaloezie door zonder dat de lamellen kantelen, dan is meestal het kunststof tandwiel in de kantelunit versleten, en dat is los te bestellen.
Bij een plissé gordijn repareren begint alles ook bij het koord, dat door de gaatjes in de stof loopt en met een rijgnaald en nieuw plissékoord te vervangen is. Dat geldt net zo goed voor een luxaflex duette. Is een duo rolgordijn gescheurd bij de bevestiging aan de buis, dan houdt herstel op bij de stof zelf, maar kun je vaak alleen het doek bestellen en de cassette hergebruiken.
Een rolgordijn met een kapotte veer of een versleten remsysteem vervang je goedkoper als compleet mechaniek dan dat je het uit elkaar haalt. Een rolluik met een gebroken lint repareer je door de kast te openen en de band in de wikkelaar te vernieuwen.
Bij dakramen en hordeuren draait het om het typenummer. Een Velux rolgordijn repareren, of dat nu een verduisterend rolgordijn, een rolhor of een insectenhor is, begint bij het plaatje met het typenummer aan de bovenkant van het dakraam. Op dat nummer bestel je de veer, het koord of de zijgeleiders.
Hetzelfde geldt voor een plissé hordeur van merken als Unilux, Hamstra of Luxaflex, waarbij een deur die stroef loopt meestal alleen een schoongemaakte onderrail en een nieuw koord nodig heeft. Textileen doek in tuinstoelen vervang je met nieuw doek en een pees, precies zoals bij een zonneschermdoek.
Deuren en lades vallen in dezelfde categorie. Een opdekdeur die aanloopt is zelden krom maar heeft een uitgesleten scharnier, en het scharnier van een opdekdeur repareren komt in de praktijk neer op het complete scharnier vervangen of de tegenplaat verzetten. Een keukenlade die niet meer netjes dichtloopt heeft meestal een kapotte softclose-demper, en dat is een onderdeel van een paar euro dat je zonder gereedschap uitklikt.
| Onderdeel | Wat er meestal stuk is | Wat je vervangt of bestelt |
|---|---|---|
| Rolgordijn met kettingbediening | Versleten koppeling of remveer in het mechaniek | Compleet mechaniek, passend bij de buisdiameter en de bedieningszijde |
| Plisse gordijn of duette | Gerafeld of gebroken koord in het doek | Plissekoord op rol, een rijgnaald en nieuwe knoopjes in de onderlijst |
| Plisse hordeur | Vervuilde onderrail en een uitgerekt koord | Rail schoonmaken, koord op het typenummer van de deur |
| Jaloezie of luxaflex | Kunststof tandwiel in de kantelunit | Losse kantelunit, plus ladderkoord en optrekkoord op maat |
| Rolluik met band | Gebroken lint of versleten wikkelaar | Nieuwe band en de veerwikkelaar in de kast |
| Velux dakraamgordijn of rolhor | Gebroken veer of koord in de zijgeleider | Onderdelen op het typenummer boven in het dakraam |
| Zonnescherm met knikarm | Losgelaten zoom of versleten doek | Doek met pees, of onderdelen van de tandwielkast |
| Slanghaspel of tuinslanghaspel aan de gevel | Gebarsten aanvoerslang en verharde o-ringen in het draaipunt | Aanvoerslang en o-ringset op het artikelnummer onder het deksel |
| Slang van een hogedrukreiniger | Scheur of lek vlak achter de wartel | Nieuwe wartel op de ingekorte slang, of een complete slang |
| Tyleenslang naar de buitenkraan | Vorstscheur net achter de muurdoorvoer | Knelkoppeling met steunbus of een messing verbinder |
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Welke scheuren in muren zijn gevaarlijk?
Kijk naar breedte, verloop en gedrag. Scheuren die alleen in de stuc- of verflaag zitten en dunner zijn dan een millimeter zijn vrijwel altijd cosmetisch. Let op bij scheuren die dwars door de stenen lopen in plaats van door de voegen, die breder zijn dan ongeveer twee millimeter of die aan de ene kant duidelijk wijder zijn dan aan de andere. Gaan ze samen met klemmende deuren en een kozijn dat uit het lood staat, dan wijst die combinatie op zetting en hoort een bouwkundige ernaar te kijken voordat je gaat vullen.
Hoe weet ik of een scheur nog werkt?
De simpelste test is de scheur netjes vullen, er met potlood een datum naast zetten en een heel jaar wachten. Komt hij na een winter en een zomer niet terug, dan is hij tot rust gekomen. Wil je het nauwkeuriger, dan plak je een strookje glas of een gipsplaatje over de scheur en kijk je of dat barst. Fotograferen met een liniaal ernaast werkt ook goed, zeker als je later iemand moet laten meekijken en wilt aantonen wat er in de tussentijd is veranderd.
Moet je pluggen gebruiken in hout?
Nee. In hout boor je voor op de kernmaat van de schroef, dus de dikte van de schroef zonder de draad, en daarna draai je de schroef er direct in. Een plug in hout kan technisch wel, maar hij voegt niets toe en neemt juist materiaal weg dat de draad had kunnen pakken. Zit er een houten rachel achter gipsplaat en stucwerk, dan is een schroef die lang genoeg is en echt in dat hout grijpt sterker dan een plug die vooral in het gips klemt. Haal je het hout niet, dan is een hollewandplug de betere keuze.
Moet een schroef langer zijn dan de plug?
Ja. De schroef moet de plug over de volle lengte kunnen opspreiden, dus reken de dikte van wat je bevestigt plus de lengte van de plug plus een stukje extra voor de punt. Een schroef die halverwege stopt, spreidt alleen het voorste deel en dan gebruik je de helft van je bevestiging niet. Is de plug te lang voor je schroef, neem dan een kortere plug in plaats van de schroef verder aan te draaien. Bij een plug met een kraag boor je het gat altijd iets dieper dan de plug lang is, zodat boorstof niet in de weg zit.
Het gat is te groot voor de plug, wat nu?
Er zijn drie werkbare routes. Boor door naar de eerstvolgende maat en gebruik een dikkere plug met bijpassende schroef, dat is de snelste. Gebruik een injectiemortel of chemisch anker, want dat vult elke onregelmatigheid en lijmt in plaats van te klemmen, en dat is de sterkste. Of vul het gat met snelcement of reparatiemortel, laat het echt uitharden en boor daarna opnieuw op dezelfde plek. Vullen met muurvuller of gips en daar een plug in duwen werkt niet: die materialen nemen geen trekkracht op.
Mijn plug draait mee of komt uit de muur, hoe zet ik hem vast?
Meedraaien betekent dat het gat te ruim is of dat de ondergrond eromheen is verkruimeld, wat veel gebeurt in poreus of verzand pleisterwerk en in zachte, broze muren. Trek de plug eruit door er een schroef half in te draaien en met een nijptang te wrikken. Zuig het gat daarna schoon en kies een langere plug die tot in het dragende materiaal komt, of een injectiemortel met zeefhuls voor holle steen. Een plug vastzetten met montagekit houdt hooguit een lichte kapstok en is geen oplossing voor een plank of een wandmeubel.
Hoe haal ik een afgebroken schroef of een slagplug uit de muur?
Een afgebroken schroef in een plug pak je met een linksdraaiende schroefuitdraaier op een laag toerental; door de draairichting bijt hij zich vast en draait de rest eruit. Steekt er nog een stuk uit, dan werkt een waterpomptang ook. Lukt het niet, boor dan een paar centimeter ernaast een nieuw gat en vul het oude. Bij een slagplug trek je eerst de nagelkop eruit met een nijptang; blijft de huls zitten, dan sla je hem met een doorslag een paar millimeter dieper en werk je het gaatje bij met vuller.
Welke pluggen gebruik je in holle stenen, gipsblokken of een zachte muur?
In holle snelbouwsteen werken gewone spreidpluggen slecht, want ze spreiden in de holte en klemmen nergens. Neem daar een plug die achter de wand omvouwt of een injectiemortel met een zeefhuls. In gipsblokken werkt een lange universele plug voor lichte last en een chemisch anker voor alles wat gewicht draagt. Gasbeton vraagt een schroefplug met grove draad die zich in het zachte materiaal snijdt. Boor in al deze materialen zonder klopstand, anders maak je een trechter achter de wand. Welke maat en boordiameter bij jouw combinatie hoort, vind je in onze plug- en boorkiezer.
Moet ik plamuren voor of na de grondverf?
Op een muur eerst voorstrijken en dan vullen, want een poreuze ondergrond trekt het water uit je vuller. Op houtwerk hangt het van de diepte af. Diepe reparaties met tweecomponenten plamuur of epoxy hecht je op kaal, licht opgeruwd hout, dus die zet je voordat de grondverf erop gaat. De laatste kleine oneffenheden werk je juist na de eerste laag grondverf weg met lakplamuur, omdat je in die gesloten laag pas goed ziet waar het nog hol staat. Grond na het schuren altijd opnieuw, anders slaat de plek door de lak heen.
Zijn de plamuur en de muurvuller uit het goedkope schap goed genoeg?
Voor een spijkergaatje of een schroefgat in een binnenmuur zit er weinig verschil tussen een goedkoop potje en een merkproduct. Het verschil zit in krimp, hechting en verwerkbaarheid bij dikkere lagen en bij buitenwerk. Een goedkope vuller die drie keer krimpt kost je meer tijd dan hij aan geld bespaart. Onze bevindingen per producttype staan bij muurvuller uit het lage segment en bij goedkope houtplamuur, inclusief waar ze wel en niet voor deugen.
Welke plamuur is het beste voor buiten en voor houtwerk buiten?
Buiten heb je een vuller nodig die niet zuigt en die met het hout meebeweegt. Voor kozijnen en dorpels is tweecomponenten epoxy houtvuller de sterkste keuze, zeker bij reparaties dieper dan een halve centimeter. Voor ondiepe oneffenheden in geschilderd houtwerk kun je een watervaste houtreparatiepasta gebruiken. Op metselwerk en beton hoort een cementgebonden reparatiemortel en geen plamuur. Werk niet bij vorst of in de volle zon, want dan hardt het materiaal ongelijk uit en krijg je scheurtjes langs de randen van de reparatie.
Kun je houtrot repareren met purschuim?
Nee, ook al lijkt het een snelle manier om een groot gat te vullen. Purschuim draagt geen last, hecht slecht op vochtig hout en laat langs de naad water naar binnen lopen. Het rot gaat er onzichtbaar onder door tot het hele deel vervangen moet worden. De werkwijze die wel houdt: alles wegsteken tot op hard hout, de rest behandelen met houtrotimpregneer als er poreus hout overblijft, en vullen met een tweecomponenten epoxy. Is er meer dan een handvol hout weg, dan zet je een passend stuk hout in en lijm je dat met epoxy vast.
Hoe vul ik houtwormgaatjes en spijkergaatjes in hout?
Controleer eerst of de houtworm nog actief is: vers, lichtgekleurd boormeel onder het hout betekent dat er nog iets in leeft en dan is bestrijden de eerste stap. Zijn de gaatjes oud, dan vul je ze binnen met lakplamuur of houtvuller die je met een plamuurmesje inwrijft en direct afstrijkt. Buiten neem je een tweecomponenten vuller of een blijvend elastische reparatiepasta, omdat het hout daar werkt en een harde vulling er weer uit springt. Schuur pas als de vulling volledig droog is, anders smeer je het gaatje open.
Hoe maak ik een spackplafond glad?
Er zijn twee routes. De eerste is het spuitwerk afsteken met een breed spackmes en daarna in twee tot drie dunne lagen finishvuller of muurglad overwerken, met tussendoor schuren. De tweede is machinaal schuren met een langnekschuurmachine met afzuiging en daarna één afwerklaag. Beide leveren stof op, dus dek alles af. Bij spuitwerk van voor 1994 laat je eerst een monster onderzoeken op asbest voordat je erin schuurt. De hele werkwijze inclusief materiaalgebruik staat bij een wand of plafond glad maken.
Hoe herstel ik scheuren en gaatjes in een egalinevloer of cementdekvloer?
Slijp de scheur met een diamantschijf uit tot een V van een paar millimeter, zuig hem helemaal stofvrij en vul hem met een tweecomponenten gietharsvuller waar je droog kwartszand doorheen mengt. Kleine gaatjes in egaline vul je met een reparatie-egaline en niet met vulmiddel voor wanden. Beweegt de vloer duidelijk, zaag dan dwars op de scheur ondiepe sleuven en leg daar vlakstaven in, zodat beide delen aan elkaar gekoppeld worden. Gaat er pvc overheen, schuur de reparatie dan echt vlak, want elke rand tekent zich binnen een maand af in de toplaag.
Wat kost het herstellen van een granito- of terrazzovloer?
Herstel wordt vrijwel altijd per vierkante meter geoffreerd met een minimumbedrag, omdat een specialist met machines, water en stofafzuiging komt en dat opbouwen voor een kleine reparatie net zo lang duurt als voor een hele vloer. De prijs wordt bepaald door het aantal schuurgangen, of er granulaat gemengd moet worden om een kleur na te maken en of er een oude coating of lijmlaag af moet. Vraag twee offertes en laat op een onopvallende plek een proefstukje maken, want de kleurmatch bepaalt of je de reparatie later ziet.
Kan ik een barst in dubbel glas of een beslagen ruit repareren?
Nee. Een barst in glas loopt door bij elke temperatuurwisseling en er is geen hars die de sterkte terugbrengt. Is de ruit vanbinnen beslagen, dan is de randafdichting van de isolatieruit stuk en zit er vocht tussen de bladen; drogen of aanboren werkt niet blijvend. In beide gevallen is een nieuwe beglazing de route.
Voor een spiegel geldt hetzelfde: krassen in de spiegellaag aan de achterkant zijn niet te herstellen, hooguit kun je een beschadigde rand laten afzetten of een lijst eromheen zetten. Zelf glas in lood repareren kan wel bij één gebroken ruitje: het loodprofiel voorzichtig openvouwen, het glas vervangen en het lood weer dichtdrukken en solderen.
Een glazen tafel met een barst in het blad gedraagt zich net als een ruit. Die barst loopt door zodra er gewicht, warmte of een schok bij komt, dus daar is een nieuw blad bij de glaszetter de route, met een geslepen rand op maat.
Hoe herstel ik een afbladderend plafond of loslatende latex?
Test eerst hoe ver het loslaten gaat door op een paar plekken een strook plakband stevig aan te drukken en er hard af te trekken. Komt er verf mee, dan zit er een niet-hechtende laag onder, meestal oude lijmverf of witkalk. Afbladderende latex herstellen betekent dan alles verwijderen wat loskomt: met warm water en een spons weken en afsteken met een breed plamuurmes. Daarna de kale plekken voorstrijken, de overgangen wegwerken met vuller en het hele vlak in één keer opnieuw opbouwen, anders blijf je de randen van de oude verflaag zien.
Hoe repareer ik een gescheurde loodslab bij een dakkapel?
De echte reparatie is nieuw lood, in stukken van ongeveer een meter zodat het kan uitzetten zonder te scheuren; voor slabben is 18 of 20 pond gangbaar. Kan dat op korte termijn niet, dan is een reparatiepasta over de scheur met een stukje lood eronder geschoven een noodherstel dat soms jaren dicht blijft. Houd er rekening mee dat je daarmee een sluimerend lek kunt verbergen, waardoor panlatten en dakbeschot doorrotten zonder dat je iets binnen ziet. Controleer zo'n plek elk jaar, en werk vanaf een steiger en niet vanaf een ladder.
Kan ik een lekkende kunststof of pvc dakgoot zelf repareren?
Meestal wel, want het lek zit zelden in het materiaal. Bij kunststof goten lekt het bijna altijd in de verbindingsmof, waar het rubber hard is geworden of waar de goot geen ruimte meer heeft om uit te zetten. Haal het gootdeel eruit, vervang het rubber en zet het terug met de uitzetmarkering op de juiste plaats. Kitten in plaats van het rubber vervangen houdt hooguit een seizoen. Een scheur in het vlak herstel je met een uitgesneden plaatje uit een oud stuk goot en pvc-lijm, bij polyester met mat en hars.
Wat is de houdbaarheid van houtrotvuller en tweecomponenten plamuur?
Ongeopend gaat een tweecomponenten houtrotvuller meestal een tot twee jaar mee. De fabrikant zet de datum op de verpakking of op de bodem van het blik, en dat geldt voor de houtrotvuller van Alabastine net zo goed als voor andere merken. Na openen is de verharder de zwakke schakel, want die reageert met lucht en vocht. Druk het deksel echt luchtdicht terug en bewaar het blik vorstvrij.
Twijfel je of een oud blik nog goed is, meng dan een proefje ter grootte van een muntstuk op een stukje karton en kijk of het binnen de opgegeven tijd steenhard wordt. Blijft het plakkerig of kruimelig, gooi de rest dan weg. Een reparatie die niet doorhardt kost je meer werk dan een nieuw blik.
Het koord van mijn plissé hordeur is gebroken, kan ik dat zelf vervangen?
Meestal wel, en het is vooral rijgwerk. Haal de deur uit de zijgeleiders, leg hem plat op tafel en fotografeer hoe het koord door de gaatjes in het doek en om de wieltjes in de boven- en onderrail loopt. Neem koord van dezelfde dikte, vaak rond een millimeter, en trek het nieuwe koord mee met het oude door er een dun draadje aan te knopen.
Span alle strengen even strak: staat er één losser, dan loopt het doek scheef en sleept de onderrail. Bij merken als Unilux, Hamstra en Luxaflex bestel je het koord per meter of als set op het typenummer dat in de bovenrail of op de zijkap staat. Loopt de deur alleen zwaar, maak dan eerst de onderrail schoon, want zand in het loopvlak is een vaker voorkomende oorzaak dan een versleten koord.
Moet ik een gebarsten verflaag helemaal wegschuren of kan ik hem vastzetten?
Dat hangt af van hoe diep de barsten gaan. Krab met een mesje door een barstje en kijk waar je uitkomt. Blijf je in de bovenste laag, dan kun je het vlak vastzetten met een hechtprimer, de barsten dichtzetten met lakplamuur in twee dunne lagen, schuren met korrel 180 en de opbouw opnieuw maken. Kom je op kaal hout of op een laag die meegeeft, dan is de hele opbouw los en haal je alles weg met afbijtmiddel of hete lucht. Alleen overschilderen houdt in geen van beide gevallen, want de spanning zit in de onderliggende laag en het patroon tekent binnen een seizoen terug door de nieuwe verf.
Hoe repareer ik een tyleenslang die na de vorst lekt?
Zoek eerst waar hij precies gebarsten is, want dat is meestal net achter de muurdoorvoer of vlak bij de kraan. Snij het beschadigde stuk er haaks uit met een pijpsnijder, ontbraam de binnenkant en zet er een knelkoppeling of een messing verbinder in de juiste maat tussen, dus 16, 20 of 25 mm. De steunbus die in het uiteinde van de slang gaat, mag je niet overslaan: zonder die bus knijpt de knelring de slang dicht en trekt de verbinding er onder druk uit. Zet de druk daarna terug en laat het een uur onder water staan voordat je de sleuf dichtmaakt. Voorkom herhaling door de leiding elk najaar te laten leeglopen via de aftapkraan binnen, met de buitenkraan open.
Mijn tuinslang lekt bij de haspel, welk onderdeel vervang ik?
Bij een slanghaspel aan de gevel zit het lek zelden in de haspel zelf. De twee onderdelen die slijten zijn de korte aanvoerslang naar de kraan en de o-ringen in het draaipunt waar het water de trommel in gaat. Beide zijn los te bestellen op het artikelnummer dat onder het deksel of op de bodem staat, ook bij een gardena tuinslanghaspel. Lekt het bij een koppeling in de slang zelf, snij dan vijf centimeter af en klik er een nieuw koppelstuk op, want daar knikt de slang telkens op dezelfde plek. Zit er een oprolveer in de haspel, ontspan die dan volgens de handleiding voordat je de kast opent.
Wat doe ik aan een doorgezakte afvoerleiding onder de vloer?
Een doorgezakte leiding repareren begint bij de ondersteuning en niet bij de buis. In het lage stuk blijft water staan waar vet en papier zich aan hechten, en dat is de reden dat de afvoer gorgelt en traag wegloopt. Wij houden voor liggend pvc een beugelafstand aan van ongeveer tien keer de diameter, dus rond de 40 cm bij een buis van 40 mm; de fabrikant geeft de exacte afstand in zijn verwerkingsvoorschrift. Til een oude buis niet met kracht terug omhoog, want stug geworden pvc scheurt dan bij de mof. Zet er een zadelbeugel onder op een houten regel en breng het afschot in twee of drie stappen terug. Lekt de verbinding al, zaag het stuk er dan uit en zet er met twee steekmoffen een nieuw stuk in.