Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Klimaatfolie: wanneer je hem nodig hebt en hoe je hem aanbrengt

10 minuten lezen Isolatiemateriaal Bijgewerkt 14 augustus 2026
diy-gids.nl ISOLATIE & VENTILATIE Klimaatfolie

Klimaatfolie is een damprem waarvan de dampdichtheid meebeweegt met de luchtvochtigheid: in de winter dicht, in de zomer open genoeg om de constructie naar binnen te laten drogen. Je hebt hem nodig zodra de koude kant van je isolatie dampdicht is of dat ooit wordt, bijvoorbeeld bij dakplaten met een PUR-laag of bitumen op een plat dak. Zit er aan de buitenkant een dampopen onderdakfolie of een dakbeschot van planken, dan volstaat een gewone dampremmende folie prima en scheelt dat een paar euro per vierkante meter. De folie hoort in beide gevallen direct tegen de isolatie, met een spouw tussen folie en gipsplaat.

10 minuten

Dit heb je nodig

4 tot 8 uur voor een zolderdak Goed zelf te doen, mits je precies werkt 100 tot 250 euro aan folie, tape en kit voor een gemiddelde zolder

Gereedschap

  • Handtacker met roestvaste nieten van 8 tot 10 mm
  • Afbreekmes met verse segmenten
  • Rolmaat en een lang rechte lat om af te snijden
  • Kitpistool
  • Aandrukrol of een stevige kunststof spatel voor de tape
  • Accuschroefmachine voor de tengels
  • Rolsteiger of een stevige trap met platform

Materiaal

  • Klimaatfolie op rol, breedte 1,5 meter, plus 10 procent voor overlap
  • Folietape op acrylbasis voor de naden
  • Butyltape of aansluitkit voor de randen op metselwerk, beton en kozijnen
  • Manchetten voor leiding- en kabeldoorvoeren
  • Latten van 22 of 27 mm als klemlat langs de randen
  • Tengels van 24 tot 45 mm voor de installatiespouw
  • Roestvaste schroeven voor de tengels

Wat klimaatfolie doet en waarin hij van een gewone damprem verschilt

Klimaatfolie is een dampremmende folie waarvan de dampdichtheid meebeweegt met de luchtvochtigheid eromheen. Fabrikanten noemen hem ook wel een intelligente of vochtvariabele damprem. Hij hoort aan de warme kant van de isolatie, net als elke andere damprem, en hij hoort bij dezelfde familie als de rest van de folies en isolatiematerialen voor dak en wand.

Het verschil zit in de Sd-waarde. Dat getal zegt hoeveel meter stilstaande lucht dezelfde weerstand tegen waterdamp zou geven als die ene folie. Een gewone PE-damprem heeft een vaste Sd van tientallen meters. Klimaatfolie schuift, afhankelijk van het type, tussen ongeveer 0,25 en 10 meter heen en weer.

In de winter is de lucht binnen droog. De folie trekt zich dan dicht en houdt de damp uit je woonkamer buiten het isolatiepakket. In de zomer draait dat om: zit er vocht in de isolatie, dan loopt de luchtvochtigheid tegen de folie op, zakt de Sd-waarde en kan de constructie naar binnen toe uitdrogen. Die tweede richting heeft een gewone damprem niet.

Daarmee is klimaatfolie geen wondermiddel maar een veiligheidsmarge. Je betaalt ongeveer twee tot vier euro per vierkante meter tegenover vijftig cent tot een euro voor een simpele PE-folie. Dat prijsverschil is precies de reden dat hij niet standaard wordt toegepast, en ook de reden dat het zin heeft om eerst uit te zoeken of je hem echt nodig hebt.

Laag of folieSd-waarde bij benaderingWaar hij zitWat hij doet
Dampopen onderdakfolie of spinvlies0,02 tot 0,3 mKoude kant, op het dakbeschotHoudt water en stuifsneeuw tegen, laat damp door
Klimaatfolie of intelligente damprem0,25 tot 10 m, variabelWarme kant, direct tegen de isolatieDicht in de winter, open genoeg om in de zomer naar binnen te drogen
Standaard dampremmende PE-folie20 tot 100 m, vastWarme kant, direct tegen de isolatieHoudt damp tegen in één richting, drogen naar binnen kan niet
Dampscherm met aluminiumlaagRuim boven 100 mWarme kant bij sauna, zwembad en natte ruimtesVrijwel volledig dampdicht
Dakbeschot van planken met nadenNauwelijks weerstand door de kierenKoude kantLaat veel damp door, gedraagt zich vergevingsgezind
OSB of multiplex dakbeschot van 18 mm2 tot 6 mKoude kantRemt zelf al aardig, dus de binnenzijde moet duidelijk dichter zijn
PIR- of PUR-plaat met aluminiumcacheringPraktisch dampdichtKoude kant, op of tegen het dakbeschotVocht dat erachter komt kan alleen nog naar binnen weg
Bitumen of EPDM-dakbedekkingPraktisch dampdichtKoude kant van een plat dakSluit de bovenkant volledig af

Wanneer klimaatfolie gebruiken en wanneer een damprem volstaat

De vraag is niet of klimaatfolie beter is, want dat is hij op papier bijna altijd. De vraag is of jouw koude kant zo dicht is dat je die extra droogrichting nodig hebt. Zit er aan de buitenzijde een dampopen onderdakfolie of een dakbeschot van planken met naden, dan kan de constructie naar buiten toe gewoon drogen en doet een gewone damprem prima zijn werk.

Klimaatfolie wordt interessant zodra de buitenkant dicht zit. Dakplaten met een opgeschuimde PUR-laag, PIR-platen op het dakbeschot, sandwichpanelen, bitumen of EPDM op een plat dak: dat zijn allemaal lagen waar vrijwel geen damp doorheen komt. Wat er dan achter de isolatie belandt, kan alleen nog naar binnen weg, en dat kan alleen met een folie die in de zomer meegeeft.

Er is nog een tweede reden om hem te kiezen, en die is praktischer. Een gewone damprem moet vrijwel foutloos zijn afgeplakt om te doen wat hij belooft. In een renovatie met gordingen, dakramen, kabels en schuine hoeken lukt dat zelden helemaal. Klimaatfolie vergeeft een kleine onvolkomenheid, omdat het beetje vocht dat er toch in komt er in de zomer weer uit kan. Welke folies er verder in een dakopbouw zitten en waar ze horen, staat bij de verschillende membranen in dak en wand.

Situatie aan de koude kantWat volstaatWaarom
Dampopen onderdakfolie op het dakbeschotGewone dampremmende folieDe constructie kan naar buiten drogen, de extra folie levert weinig op
Dakbeschot van planken zonder folieGewone dampremmende folieDe naden tussen de planken laten genoeg damp door
Dakplaten met een PUR- of PIR-laag eropKlimaatfolieDe buitenzijde is dampdicht, drogen kan alleen naar binnen
OSB, multiplex of houtvezelplaat als dakbeschotKlimaatfolie is verstandigEen gesloten plaat remt zelf al, dus de marge naar binnen wordt klein
Plat dak met bitumen of EPDM eropKlimaatfolie of een volledig dampdichte opbouwEen koudedak met isolatie tussen de balken is hier het risicovolst
Je overweegt later PIR op het dakbeschot te leggenNu al klimaatfolieAnders zit je na de dakrenovatie met twee dichte lagen om je isolatie
Renovatie met veel doorvoeren en dakramenKlimaatfoliePerfect afplakken lukt zelden, de folie vangt de restfout op
Massief metselwerk dat je van binnenuit isoleertKlimaatfolie of een capillair systeemDe buitenmuur wordt kouder en droogt vooral naar binnen

Weet je niet zeker wat er onder je pannen zit? Til een pan op en kijk. Zie je een grijs of wit vlies over het beschot lopen, dan heb je een dampopen onderdak en kun je met een gewone damprem verder. Zie je een strakke, harde plaat met een zilverkleurige laag, dan zit de bovenkant dicht.

Binnen dichter dan buiten: de verhouding die telt

Een dakopbouw droogt naar de kant die het openst is. Daarom werken we met een vuistregel: de warme binnenzijde is minstens vijf keer zo dampdicht als de koude buitenzijde. Een damprem met Sd 40 aan de binnenkant tegenover een onderdakfolie met Sd 0,28 buiten zit daar ruim boven en is een gezonde opbouw.

Die verhouding is de reden dat een dampopen folie aan de buitenkant nooit een probleem is. Andersom wel: leg je bij een dakrenovatie PIR-platen op het beschot, dan verandert de koude kant in een dampdichte laag en klopt de verhouding niet meer. Op dat moment krijgt je isolatie twee dichte lagen om zich heen en heeft vocht nergens meer heen.

Zit je in de tussensituatie waarbij de koude kant nog helemaal open is en je binnen alvast klimaatfolie hangt, dan is dat geen bezwaar. Die folie doet in de winter precies wat een gewone damprem doet en kan in de zomer alleen maar meer. Ook als die situatie vijf of tien jaar duurt, gaat er niets mis.

Wil je een twijfelgeval echt narekenen in plaats van op de vuistregel af te gaan, dan kan dat met een dampdiffusieberekening. Hoe je zo'n opbouw invoert en waar je op moet letten bij de uitkomst, leggen we uit bij het doorrekenen van een dakopbouw met Ubakus. De rest van de opbouw, van ventilatie tot de aansluiting op de vloer, staat bij isoleren en ventileren in huis.

Een dampopen laag aan de buitenkant is nooit het probleem. Het gaat mis op het moment dat er buiten een dampdichte laag bij komt zonder dat de binnenzijde wordt herzien. Ga je ooit het dak vernieuwen met PIR of sandwichpanelen, houd dan bij het isoleren van binnenuit nu al rekening met die stap.

Klimaatfolie aanbrengen: de opbouw van binnen naar buiten

De volgorde van de lagen is waar de meeste zolders de mist in gaan. De folie hoort direct tegen het isolatiemateriaal, en de tengels voor de gipsplaat komen daar overheen. Niet andersom. Dat levert een spouw op tussen de folie en de achterkant van de gipsplaat, en die spouw heeft twee functies.

De eerste is bouwfysisch: de folie moet zijn vocht kwijt kunnen aan de warme kant, en dat gaat niet als hij plat tegen een gipsplaat geklemd zit. De tweede is heel praktisch. In die 25 tot 45 millimeter leg je je kabels, doosjes en leidingen, en daar schroef je je gipsplaat in zonder dat er ook maar één schroef door de folie gaat.

Zijn je tengels al gemonteerd voordat de folie erin zit, dan is de nette oplossing ze weer los te schroeven en over de folie terug te plaatsen. Dat kost een uur en het scheelt je een spouwloze constructie waar je later niet meer bij kunt. Wat de hele opbouw uiteindelijk aan warmteweerstand oplevert, reken je na met de Rc-calculator voor je dakopbouw: de folie zelf telt daar niet in mee, de dikte van je isolatie wel.

De folie moet met de juiste zijde naar binnen hangen. Bij vrijwel alle merken is de vuistregel dat de bedrukking vanuit de kamer leesbaar is. Horizontaal of verticaal aanbrengen maakt niet uit, dus kies de richting waarin je de minste naden krijgt.

LaagDikteWaarvoor
Dakpannen en tengelsBestaandWaterkering en ventilatie boven het beschot
Dakbeschot met eventueel onderdakfolieBestaandBepaalt of je klimaatfolie nodig hebt
Isolatie tussen de gordingen120 tot 220 mmKlemvast, tot tegen het beschot of tot tegen de ventilatiespouw
Klimaatfolie0,2 mmDamprem en luchtdichting, direct tegen de isolatie
Tengels als installatiespouw24 tot 45 mmRuimte voor kabels en bevestiging van de afwerking
Gipsplaat of schroten9,5 tot 12,5 mmAfwerking, geschroefd in de tengels en niet door de folie

Snijd de banen een handbreedte langer dan je nodig hebt. Dat overschot laat je bij de nok en bij de muraalplaat gewoon hangen tot je de randen gaat afwerken. Aan een strak op maat gesneden baan die net te kort blijkt, valt niets meer te redden.

Nieten, overlappen en de aansluiting in de nok

Elke naad en elk nietje moet op een vaste ondergrond zitten. Tape op een vrijhangend stuk folie kun je niet aandrukken, en wat je niet kunt aandrukken hecht niet. Waar je een naad krijgt op een plek zonder gording, schroef je daarom eerst een lat op de plek waar de naad komt en niet je de folie daarin vast.

Laat de banen minstens tien centimeter over elkaar lopen en plak de naad over de volle lengte dicht. Zet de nieten binnen die overlap, zodat de tape er straks overheen loopt en de gaatjes meteen mee zijn afgedicht. Nieten die buiten de overlap vallen, plak je apart af met een klein stukje tape.

De nok is het lastigste punt van een schuin dak, omdat de tengels daar samenkomen en je er met een tacker niet meer bij kunt. De mooiste oplossing is de folie in één baan van links onderaan over de nok naar rechts onderaan te leggen. Je krijgt dan geen naad op de plek waar je hem niet kunt afwerken, en je hoeft er alleen bij de gordingen vast te zetten. Dat de folie in de nok een stukje los over de tengels leunt, is geen bezwaar zolang hij daar doorlopend is.

Werk je wel met losse banen per dakvlak, dan hoort er bij de nok een lat achter de naad. Zonder die lat plak je twee stukken folie aan elkaar die allebei bewegen, en die naad laat binnen een paar jaar los.

Werk niet vanaf een ladder tegen een gording. Bij de nok reik je hoog en met beide handen boven je hoofd, terwijl je met een tacker en een rol folie in de weer bent. Gebruik een rolsteiger of een trap met platform en beugel, want juist bij dit werk sta je langer omhoog te reiken dan je van tevoren denkt.

Klimaatfolie tape en de aansluitingen aan de randen

De vraag die bijna iedereen krijgt bij de kassa is of de dure systeemtape van de folieleverancier nodig is. Die kost al snel drie keer zoveel als een gewone folietape, en de gedachte erachter zou zijn dat hij net zo goed ademt als de folie. Dat argument houdt geen stand: het oppervlak aan tape op een zolder is een fractie van het foliedek, dus wat de tape aan damp doorlaat is verwaarloosbaar.

Wat wel telt is de hechting op de lange termijn. Die tape moet over twintig jaar nog vastzitten op een plek waar je nooit meer komt. Een tape op acrylbasis met een vliesdrager is daarin bewezen goed. Wanneer een fabrikant meerdere tapes in zijn assortiment heeft die allemaal voor zijn folies zijn vrijgegeven, mag je gerust de goedkoopste van die twee pakken.

Van een tape uit een heel andere hoek zou ik afblijven. Textieltape en duct tape laten binnen een paar jaar los, en gewone aluminiumtape hecht wel op een gladde PE-folie maar veel minder op een folie met vliesdrager. Bedenk ook dat je met een tape buiten het systeem een eventuele garantie op het foliepakket opgeeft.

De randen zijn belangrijker dan de tape. Op metselwerk, beton en ruwe kozijnen plakt geen enkele tape betrouwbaar, want die ondergronden stuiven en zijn oneven. Daar leg je butyltape of een rups aansluitkit, druk je de folie erin en schroef je er een lat overheen die het geheel klemt.

MiddelWaarvoorWaar je op moet letten
Folietape op acrylbasisNaden, overlappen en nietjesAandrukken met een rol, ondergrond droog en stofvrij, boven 5 graden verwerken
Systeemtape van de foliefabrikantHetzelfde werk, met behoud van garantieVaak fors duurder, terwijl de goedkopere tape uit dezelfde serie ook is vrijgegeven
AluminiumtapeNaden op gladde PE-folieHecht slecht op een vliesdrager en is niet overal langdurig getest
ButyltapeAansluiting op metselwerk, beton, gording en kozijnBlijft plakkerig en oneffen volgen, altijd combineren met een klemlat
Aansluitkit in een kokerRanden langs muur en vloerAls doorlopende rups aanbrengen, folie erin drukken, niet erover smeren
Manchet of doorvoerrozetKabels, leidingen en ventilatiebuizenTape om een ronde kabel wikkelen blijft nooit dicht, gebruik een manchet
Klemlat van 22 of 27 mmMechanische borging van elke randaansluitingOm de 30 cm schroeven, de kit of butyl moet zichtbaar uitvloeien
Textieltape of duct tapeNiet gebruikenDe lijm verhardt en laat binnen enkele jaren los

Luchtdicht is iets anders dan dampremmend

Een damprem houdt waterdamp tegen die door het materiaal heen diffundeert. Dat is een traag proces met kleine hoeveelheden. Waar het echt misgaat, is bij lucht die door een kier stroomt en zijn vocht meeneemt de constructie in. Een kier van een millimeter over een meter lengte transporteert honderden keren meer vocht dan er in dezelfde tijd door een gaaf stuk folie diffundeert.

Daarom is het afplakwerk geen bijzaak maar het eigenlijke werk. De folie zelf ligt er in een uur in, de aansluitingen kosten je de rest van de dag. Randen langs de muraalplaat, de aansluiting op de topgevel, de doorvoer van de badkamerventilatie en de rand rond een dakraam zijn de plekken waar vocht in de constructie komt.

Rond een dakraam werk je met een dampremmende aansluitkraag of met butyl tegen het kozijn. Bij een leidingdoorvoer gebruik je een manchet, want tape om een ronde kabel gewikkeld trekt na een winter open. En bij de aansluiting op de vloer neem je de folie door tot op het beton of tot op de vloerbalk en klem je hem daar met een lat.

Klimaatfolie neemt hier iets van de scherpte af, maar hij vervangt geen zorgvuldigheid. Hij vangt een restfout op in de diffusie, niet een structurele luchtlek. Bij twijfel is een extra rol tape goedkoper dan het openhalen van een afgewerkte zolder.

Klimaatfolie buiten het schuine dak

De meeste klimaatfolie gaat op zolder tegen een hellend dak, maar dezelfde afweging speelt op andere plekken. Bij een plat dak met bitumen of EPDM erop zit de bovenkant volledig dicht. Isoleer je zo'n dak tussen de balken van binnenuit, dan is dat bouwfysisch de meest riskante opbouw die er is, en een damprem met vaste Sd-waarde geeft daar geen enkele marge.

Bij een binnenwand tegen massief metselwerk verandert de muur van karakter zodra je hem van binnenuit isoleert. Hij wordt kouder, hij droogt trager en hij droogt vooral naar binnen. Een variabele damprem sluit die richting in de zomer niet volledig af, en dat is precies wat je daar wilt.

Bij het van binnenuit isoleren van een garage of berging ligt het anders. Daar staat vaak weinig warme, vochtige lucht tegen de constructie en is de vochtbelasting laag. Een gewone damprem doet het daar prima, tenzij je de ruimte gaat verwarmen of er een wasmachine en droger neerzet.

Ook bij een houtskeletwand of een dakkapel is de vraag steeds dezelfde: wat zit er aan de koude kant en kan het vocht daar weg? Zit er beplating met een hoge dampweerstand op, dan verdient de binnenzijde een folie die in de zomer meegeeft. Meer over de verschillende toepassingen staat bij het overzicht van isolatiematerialen en folies.

Zo breng je klimaatfolie aan op een zolderdak

Deze volgorde werkt voor een hellend dak met isolatie tussen de gordingen, en met kleine aanpassingen ook voor een dakkapel of een binnenwand.

  1. Kijk eerst wat er aan de koude kant zit

    Til een pan op of kijk vanuit de zolder tussen de gordingen. Planken met naden of een dampopen vlies betekent dat een gewone damprem volstaat. Een gesloten plaat, een PUR-laag of een aluminiumcachering betekent klimaatfolie. Kom je op een oud, hard en vezelig plaatmateriaal uit dat asbestverdacht is, stop dan met boren of zagen en laat het eerst onderzoeken.

  2. Bepaal je banen en koop het plakwerk erbij

    Meet de dakvlakken op en reken tien procent extra voor de overlap. Kies meteen de tape, de butyl of aansluitkit voor de randen en de manchetten voor je doorvoeren. Wie de folie koopt en het afplakmateriaal pas later, staat halverwege de zolder zonder tape en gaat improviseren.

  3. Zet de isolatie klemvast tussen de gordingen

    Snijd de isolatie een centimeter breder dan de tussenruimte, zodat hij vanzelf blijft klemmen zonder dat je hem in elkaar drukt. Kieren langs de gordingen zijn koudebruggen waar condens ontstaat, en die vind je later niet meer terug. Houd bij een dakbeschot zonder onderdakfolie een ventilatiespouw van 2 tot 4 cm boven de isolatie vrij.

  4. Hang de folie met de bedrukte zijde naar de kamer

    Rol de baan uit tegen de isolatie en zet hem met nieten op de gordingen vast. De bedrukking hoort vanuit de kamer leesbaar te zijn. Horizontaal of verticaal maakt niet uit, dus kies de richting met de minste naden. Bij de nok is een doorlopende baan van onder over de nok naar de andere zijde de nette oplossing, want dan krijg je daar geen naad.

  5. Overlap tien centimeter en tape elke naad dicht

    Laat de banen minstens tien centimeter over elkaar lopen en zorg dat er achter elke naad een gording of een lat zit. Plak de naad over de volle lengte en rol de tape stevig aan. Nieten die buiten de overlap vallen, dek je af met een stukje tape.

  6. Werk de randen af met butyl of kit en een klemlat

    Op metselwerk, beton en kozijnen hecht tape niet betrouwbaar. Leg daar een doorlopende rups aansluitkit of een strook butyltape, druk de folie erin en schroef er om de dertig centimeter een lat overheen. Doe hetzelfde rond dakramen en gebruik voor leidingen en kabels een manchet in plaats van tape.

  7. Schroef de tengels over de folie

    Zet tengels van 24 tot 45 mm over de folie in de gordingen. Daarmee krijg je de installatiespouw waarin je kabels legt en waarin je straks de gipsplaat schroeft. Zaten de tengels er al voordat de folie erin ging, schroef ze dan los en zet ze over de folie terug.

  8. Loop alles na voordat de gipsplaat erop gaat

    Dit is het laatste moment waarop je erbij kunt. Loop elke naad, elke rand en elke doorvoer na met je hand erop, en kijk op een zonnige dag van binnenuit of je ergens daglicht ziet. Wat je nu vindt kost je vijf minuten tape, later kost het een halve zolder.

Rc-calculator

Stapel de lagen van je vloer, muur of dak en zie welke Rc-waarde je haalt met welke diktes. Open de volledige rc-calculator

Voordat de gipsplaat erop gaat

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

Tengels zaten er al voordat de folie erin ging

Een zolder was voor de helft klaar: isolatie tussen de gordingen en de tengels voor de gipsplaat er al overheen geschroefd. Pas daarna bleek dat het dak bestond uit dakplaten met een opgeschuimde PUR-laag van twee centimeter, dus met een dampdichte buitenkant. De geplande gewone damprem was daarmee van tafel en het werd klimaatfolie.

Het probleem was de volgorde. De folie hoort direct tegen de isolatie en de tengels horen daaroverheen, zodat er een spouw ontstaat tussen folie en gipsplaat. Achter de al gemonteerde tengels langs werken lukte niet, en er nieten en tapen al helemaal niet.

Wat hier werkte: de tengels van het afgewerkte deel weer losschroeven, de folie in banen tegen de isolatie hangen en de tengels er daarna doorheen terugschroeven in de gordingen. Dat kostte anderhalf uur en leverde alsnog de installatiespouw op waarin later de kabels en de spotjes konden.

Dit kwamen we tegen

De nok waar geen tacker meer bij kon

Bij een hellend dak kwamen de tengels in de nok bij elkaar. De folie moest achter die tengels langs, en daardoor was er geen enkele manier om hem in de nok vast te nieten of een naad daar netjes af te plakken. De vraag was of de folie daar los overheen mocht leunen.

Dat mag, met één voorwaarde: er mag daar geen naad zitten. De oplossing werd één doorlopende baan van linksonder over de nok naar rechtsonder, in één stuk. Vastzetten gebeurde alleen op de gordingen, waar de tacker er gewoon bij kon.

Op de plekken waar wel een naad viel, is eerst een lat aangebracht zodat er iets achter zat om op te nieten en tegenaan te drukken bij het tapen. De randen langs de gevel en de vloer gingen in butyltape, de naden en de nietjes werden afgeplakt met vliestape.

Dit kwamen we tegen

De systeemtape kostte drie keer zoveel als de gewone

Bij een rol klimaatfolie werd een bijpassende tape geadviseerd die ruim drie keer zo duur was als een andere tape van dezelfde fabrikant, waarvan er nog rollen in de schuur lagen. Het verkoopverhaal was dat de dure tape net zo goed ademt als de folie.

Dat argument bleek niet te kloppen. Het totale tape-oppervlak op een zolder is een fractie van het foliedek, dus wat die tape aan damp doorlaat maakt voor de opbouw geen meetbaar verschil. De fabrikant bevestigde desgevraagd dat beide tapes voor deze folie zijn vrijgegeven.

Waar het wel op aankomt is de hechting op termijn. Die tape moet over twintig jaar nog zitten op een plek waar niemand meer komt. Een goedkopere tape uit hetzelfde assortiment is dus prima, een textieltape van de rol met een andere bedoeling niet.

Dit kwamen we tegen

Aluminiumtape gebruikt en de randkit overgeslagen

Op een zolder werd de klimaatfolie afgeplakt met stevig hechtende aluminiumtape uit de bouwmarkt, omdat de folietape van het merk zelf te duur werd gevonden. De aanbevolen aansluitkit voor de randen bleef in dat besluit meteen achterwege.

De tape zelf hield het op de naden, want het ging om een gladde folie waar aluminiumtape redelijk op pakt. Op een folie met vliesdrager was dat waarschijnlijk anders gelopen. Het echte gat zat elders: de randen langs de topgevel en de vloer waren alleen aangetapet op ruw, stuivend metselwerk.

Daar laat elke tape binnen een paar jaar los, en juist langs die randen stroomt vochtige lucht de constructie in. Een strook butyltape met een klemlat erover kost een paar tientjes voor een hele zolder en is de aansluiting die je niet moet uitsparen.

Veelgemaakte fouten

Klimaatfolie kopen terwijl de koude kant al dampopen is

Zit er een dampopen onderdakfolie of een dakbeschot van planken aan de buitenkant, dan kan de constructie naar buiten drogen en levert de variabele Sd-waarde weinig extra op. Je betaalt dan twee tot vier euro per vierkante meter voor een marge die je niet gebruikt. Het geld is beter besteed aan goede tape en aansluitkit.

De folie tegen de gipsplaat in plaats van tegen de isolatie

Wie de tengels eerst monteert en de folie daarna aan de kamerzijde spant, klemt de folie plat tegen de afwerking. De folie kan zijn vocht dan niet kwijt aan de warme kant en elke gipsplaatschroef gaat er dwars doorheen. De folie hoort tegen de isolatie, de tengels eroverheen.

Tapen op een vrijhangend stuk folie

Tape hecht alleen als je hem kunt aandrukken. Op folie die los in de lucht hangt druk je tegen niets aan en blijft de lijm oppervlakkig zitten. Waar een naad valt zonder gording erachter, schroef je eerst een lat op die plek en pas daarna nieten en tapen.

De randen alleen tapen op metselwerk

Baksteen, beton en oud stucwerk zijn stoffig en oneffen, en daar hecht folietape niet duurzaam op. Binnen enkele jaren laat de rand los en stroomt er vochtige lucht langs. De aansluiting hoort in butyltape of in een rups aansluitkit, met een lat die het geheel aandrukt.

De folie verkeerd om ophangen

Klimaatfolie werkt in één richting anders dan in de andere, dus de zijde die naar de kamer wijst ligt vast. Bij vrijwel alle merken is de bedrukking bedoeld om vanuit de kamer leesbaar te zijn, maar het staat ook in het productblad. Kijk dat na voordat je de eerste baan vastzet, want omdraaien betekent opnieuw beginnen.

Denken dat klimaatfolie slordig werk repareert

De folie geeft marge bij dampdiffusie, niet bij lucht die door een kier stroomt. Een kier van een millimeter voert honderden keren meer vocht af naar de constructie dan er door een gaaf foliedek diffundeert. Een niet-afgeplakte doorvoer of een losse rand blijft dus een lek, ook met de beste folie.

Een textieltape of duct tape gebruiken

Deze tapes plakken op de dag van montage uitstekend en dat is precies waarom ze worden gepakt. De lijm verhardt echter, en na een paar jaar hangen de naden open achter een afwerking waar je niet meer bij komt. Neem een folietape op acrylbasis of een butyl voor de randen.

Veelgestelde vragen

Wanneer klimaatfolie gebruiken en wanneer niet?

Je hebt klimaatfolie nodig zodra de koude kant van je isolatie dampdicht is of dat ooit wordt. Denk aan dakplaten met een PUR-laag, PIR op het dakbeschot, sandwichpanelen, of bitumen en EPDM op een plat dak. Zit er een dampopen onderdakfolie of een dakbeschot van losse planken, dan kan de constructie naar buiten drogen en volstaat een gewone dampremmende folie. Ook bij een renovatie met veel dakramen en doorvoeren is klimaatfolie een verstandige keuze, omdat perfect afplakken daar zelden lukt.

Klimaatfolie of dampremmende folie: wat kies je?

Beide houden in de winter waterdamp uit je isolatie, dus in die richting doen ze hetzelfde. Het verschil is dat klimaatfolie in de zomer opengaat, waardoor vocht dat er toch in zit naar binnen kan uitdrogen. Een gewone damprem heeft die tweede kans niet. De keuze hangt daarom niet af van welke folie beter is, maar van de vraag of je koude kant het vocht al kan afvoeren. Kan hij dat, dan is een damprem goedkoper en net zo goed. Kan hij dat niet, dan is klimaatfolie de veiligere keus.

Welke klimaatfolie tape kun je gebruiken?

Een folietape op acrylbasis met een vliesdrager, in een breedte van 60 of 75 mm. Of de tape zelf damp doorlaat is niet van belang, want het tape-oppervlak is een fractie van het foliedek. Waar het op aankomt is dat de lijm over twintig jaar nog vasthoudt. Heeft je fabrikant meerdere tapes die voor deze folie zijn vrijgegeven, dan mag je de goedkoopste van die reeks nemen. Textieltape en duct tape zijn ongeschikt en aluminiumtape hecht op een vliesdrager slecht. Voor de aansluiting op metselwerk gebruik je butyltape of aansluitkit in plaats van tape.

Hoe moet je klimaatfolie aanbrengen op een zolder?

De folie gaat direct tegen de isolatie, met de bedrukte zijde naar de kamer. Je niet hem vast op de gordingen, laat de banen minstens tien centimeter overlappen en plakt elke naad over de volle lengte dicht. Daarna schroef je tengels van 24 tot 45 mm over de folie, en pas in die tengels komt je gipsplaat. De randen langs muur, vloer en dakraam werk je af met butyltape of aansluitkit met een klemlat erover. Zo blijft de folie onaangeroerd terwijl je de afwerking bevestigt.

Mag klimaatfolie horizontaal en verticaal aangebracht worden?

Beide mag. Er zit geen voorkeursrichting in de folie zelf, dus je kiest de richting waarin je de minste naden krijgt en waarin je het makkelijkst werkt. Bij een lang, laag dakvlak zijn horizontale banen vaak logischer, bij een hoog dakvlak met de nok in het midden juist verticale banen die van onder over de nok doorlopen. Wat wel vastligt, is welke zijde naar de kamer wijst. Controleer dat voordat je de eerste baan vastzet.

Welke kant van de klimaatfolie moet naar binnen?

Bij vrijwel alle merken is de vuistregel dat de bedrukking vanuit de kamer leesbaar moet zijn. De folie is opgebouwd uit lagen die in de ene richting anders reageren dan in de andere, dus omgekeerd ophangen haalt de werking eruit. Het productblad of de rolverpakking geeft het definitieve antwoord, en dat kost je een minuut. Merk je pas achteraf dat de folie verkeerd hangt, dan is er geen truc: die baan gaat eruit en er komt een nieuwe voor terug.

Moet er een luchtspouw tussen de klimaatfolie en de gipsplaat zitten?

Ja. De folie moet zijn vocht kunnen afgeven aan de warme kant, en dat lukt niet als hij plat tegen een gipsplaat geklemd zit. Die spouw maak je met tengels van 24 tot 45 mm over de folie heen. De tweede reden is minstens zo praktisch: in die spouw leg je kabels en inbouwdozen en schroef je de gipsplaat, zonder dat er ook maar één schroef door je folie gaat.

Mag de folie in de nok los over de tengels hangen?

Dat mag, zolang er in de nok geen naad zit. Loopt de folie in één baan van onderaan over de nok naar het andere dakvlak, dan is er niets af te dichten en hoef je hem daar ook niet vast te zetten. Vastnieten doe je op de gordingen, waar je er wel bij kunt. Krijg je in de nok wel een naad, dan moet er een lat achter zitten om op te nieten en tegenaan te drukken bij het tapen.

Wat is de Sd-waarde van klimaatfolie?

De Sd-waarde is niet één getal maar een bereik, want dat is precies het punt van deze folie. Afhankelijk van het type loopt hij van ongeveer 0,25 meter bij hoge luchtvochtigheid tot 10 meter of meer bij droge lucht. Ter vergelijking: een gewone PE-damprem zit rond de 20 tot 100 meter en beweegt niet mee, en een dampopen onderdakfolie zit tussen 0,02 en 0,3 meter. Het exacte bereik staat op het productblad van je folie en verschilt per merk en serie.

Kan het kwaad om klimaatfolie te gebruiken terwijl de koude kant nog open is?

Nee. In die situatie gedraagt de folie zich in de winter net als een gewone damprem en kan hij in de zomer alleen maar meer. Dat je die tijdelijke opbouw vijf of tien jaar laat zitten voordat je het dak van buitenaf aanpakt, is geen bezwaar. Het is voor die tussenperiode wel een dure folie voor een functie die je nog niet gebruikt. Weet je zeker dat er later PIR of een sandwichpaneel op het dak komt, dan is het nu aanbrengen van klimaatfolie de logische volgorde.

Wat kost klimaatfolie per vierkante meter?

Reken op ongeveer twee tot vier euro per vierkante meter, afhankelijk van merk en type. Een simpele dampremmende PE-folie kost vijftig cent tot een euro. Voor een zolder van veertig vierkante meter praat je dus over een verschil van zo'n honderd euro, plus tape en aansluitkit die je in beide gevallen nodig hebt. Wat je opbouw daarna aan warmteweerstand haalt, hangt van de isolatie af en niet van de folie; dat reken je na met de Rc-calculator voor dak en wand.

Helpt klimaatfolie tegen vocht dat al in de isolatie zit?

Gedeeltelijk. Zit er vocht in het isolatiepakket, dan zakt de Sd-waarde van de folie bij hoge luchtvochtigheid en kan een deel daarvan naar de kamer uitdampen. Dat is precies waarvoor die eigenschap bedoeld is. Maar bij een lekkage, een kapotte pan of doorslaand vocht van buiten voert de folie niet genoeg af en blijft het nat. Zoek dan eerst de bron. Natte steenwol of glaswol die is samengezakt, herstelt zich niet en moet eruit. Hoe je zo'n opbouw beoordeelt, staat bij isoleren en ventileren in huis.

Wanneer je beter een vakman belt

Het aanbrengen van klimaatfolie is precisiewerk, geen specialistenwerk. Je kunt een zolder prima zelf afwerken, mits je de tijd neemt voor de aansluitingen. Er zijn wel een paar momenten waarop het verstandiger is om te stoppen en te bellen.

Het eerste is werken aan de buitenzijde van het dak. Pannen lichten, een onderdakfolie aanbrengen of PIR-platen op het beschot leggen is werken op hoogte, en dat laat je over aan een dakdekker met de juiste steiger of dakrandbeveiliging.

Het tweede is asbestverdacht materiaal. Oud golfplaat, sommige bitumineuze onderlagen en bepaald hard plaatmateriaal uit de jaren vijftig tot tachtig kunnen asbest bevatten. Ga daar niet in boren of zagen, maar laat het onderzoeken door een gecertificeerd bureau.

Het derde is de constructie zelf. Gordingen inkorten, een spantbeen doorzagen of een gording verplaatsen om ruimte voor isolatie te maken raakt de draagconstructie en hoort bij een constructeur of aannemer te liggen.

Kom je op een dak uit dat aan twee zijden dampdicht is en waar al zichtbaar vocht, houtrot of schimmel in het beschot zit, dan is folie kiezen niet meer de juiste vraag. Laat de opbouw dan eerst beoordelen voordat je hem dichtmaakt.

Verder lezen over dit onderwerp

diy-gids.nl ISOLATIE & VENTILATIE Membraan
Isolatie & ventilatie

Membraan

diy-gids.nl ISOLATIE & VENTILATIE Ubakus
Isolatie & ventilatie

Ubakus

diy-gids.nl ISOLATIE & VENTILATIE Garage isoleren
Isolatie & ventilatie

Garage isoleren