Schuin dak met dakpannen: van dakbeschot tot boeideel
Een schuin dak is een stapeling van lagen: dakbeschot, folie, tengels, panlatten en pas daarbovenop de pannen. De meeste problemen komen niet uit de pannen zelf maar uit een van die lagen eronder, want gebakken pannen gaan vaak langer mee dan het hout waar ze op liggen. Hieronder staat per onderdeel welke maten kloppen, waar het in de praktijk misgaat en welke reparatie het waard is om zelf te doen.
Alle gidsen over schuin dak & pannen
Schuin dak isoleren
Een schuin dak isoleer je van binnenuit tussen en onder de gordingen, en de volgorde van de lagen bepaalt of…
Overstek
Een overstek staat of valt bij twee dingen: het hout dat naar binnen doorloopt en de lucht die er onderdoor…
Boeidelen vervangen
Boeidelen vervangen draait om één vraag die je vóór het slopen beantwoordt: zit de daktrim aan het boeideel vast of…
Boeiboord vervangen
Een boeiboord vervangen is minder timmerwerk dan uitzoekwerk: eerst moet je weten of de aluminium daktrim aan het boeideel vastzit…
Nokvorsten vastzetten
Nokvorsten zetten we tegenwoordig het liefst droog vast: een geïmpregneerde nokbalk op verstelbare dragers, een ventilerende nokrol over de bovenste…
Shingles dak
Een shingles dak is precies zo goed als het beschot en de onderlaag eronder. Op een gesloten plaat van 18…
Mastiek dak
Een mastiek dak is een dakvlak dat waterdicht is gemaakt met bitumen: vroeger ter plaatse uitgegoten en met leislag afgestrooid,…
Rockpanel boeidelen
Rockpanel boeidelen gaan goed zolang je twee dingen respecteert: de plaat draagt niets en de plaat werkt. Het achterhout moet…
Dakbeschot vervangen
Dakbeschot vervang je in vakken tussen de gordingen, nooit een heel dakvlak in een keer, want het beschot houdt de…
Wat er onder je dakpannen zit
Een pannendak is niet waterdicht, het is waterkerend. De pannen breken de regen en voeren het meeste water naar de goot, en voor het beetje dat er onderdoor waait ligt er een tweede lijn. Welke lijn dat is verschilt per bouwjaar, en dat verklaart bijna elke vraag die bij ons over een dak en de zolder eronder binnenkomt.
Van buiten naar binnen is de opbouw van een modern dak steeds hetzelfde: dakpan, panlat, tengel, onderdakfolie, dakbeschot, en daaronder de sporen of de gordingen. Elke laag heeft één taak. De tengel houdt de panlat vrij van de folie, zodat water dat op de folie komt eronderdoor naar de goot kan lopen. Zit die tengel er niet, dan staat het water tegen de panlat en rot het hout van onderaf weg.
Bij huizen van voor ongeveer 1975 ontbreekt de folie vaak volledig. Daar is het dakbeschot zelf de tweede lijn, en dat werkt jarenlang prima zolang de zolder koud en luchtig blijft. Wie zo'n dak van binnenuit gaat isoleren, verandert het klimaat in die constructie, en dan wordt het ineens belangrijk wat er wel of niet onder de pannen ligt.
Wat er onder de pannen zit, kun je zelf zien. Licht bij de dakvoet twee pannen op, of kijk vanaf de zolder tegen de onderkant van het beschot aan. Twee minuten kijken scheelt je een hoop giswerk over folie, tengels en de staat van het hout.
| Laag in het dak | Waar hij voor is | Waar het in de praktijk misgaat |
|---|---|---|
| Dakpan | Keert regen en zon, voert water naar de goot | Poreus geworden, gebroken, of dichtgegroeid met mos in de sponning |
| Panlat | Draagt de pannen en legt de latafstand vast | Doorgehangen tussen de sporen of verrot rond de spijkers |
| Tengel | Houdt de panlat van de folie af zodat water kan weglopen | Te dun of vergeten, waardoor water achter de panlat blijft staan |
| Onderdakfolie | Vangt inwaaiende regen, stuifsneeuw en condens op | Dampdicht bouwplastic in plaats van een echte onderdakfolie |
| Dakbeschot | Draagvlak voor de folie en bij oude daken de tweede waterlijn | Rot bij de dakvoet en bij de kilgoot, schimmel aan de binnenzijde |
| Sporen en gordingen | Dragen het hele dak af naar muurplaat en bouwmuren | Doorhangen bij te grote overspanning, aangetast bij lekkage |
| Muurplaat | Verdeelt de belasting van de sporen over de muur | Ligt in het metselwerk en rot weg zonder dat je het ziet |
Dakpannen: soorten, levensduur en losse pannen vervangen
De vraag hoe lang gaan betonnen dakpannen mee komt vaker langs dan welke andere vraag over het dak, en het antwoord ligt niet vast. Betonpannen worden gemaakt met een gekleurde toplaag die in de eerste vijftien tot twintig jaar slijt. Het gruis dat je in die periode uit de goot schept hoort erbij. Daarna is de pan mat en poreuzer, maar nog lang niet versleten.
De levensduur van betonnen dakpannen ligt gemiddeld rond de dertig tot vijftig jaar. In de praktijk zien we sneldekpannen die na ruim vijftig jaar nog volledig waterdicht zijn, terwijl een dak op het noorden met veel bomen eromheen het na vijfendertig jaar al opgeeft. Ligging, dakhelling en schaduw wegen zwaarder dan het bouwjaar.
Er is een test die je zelf kunt doen. Tik met een steen of met de steel van een schroevendraaier tegen een pan. Klinkt dat helder, dan is de pan nog hard. Klinkt het dof, dan zit er vocht in het materiaal en breekt de pan bij de eerste vorst of bij de eerste keer dat je erop stapt. Een tweede aanwijzing krijg je gratis bij een klus: gaan er bij het uitnemen van de panlatten nauwelijks pannen kapot, dan zijn ze nog goed.
Keramische pannen halen zonder moeite zestig tot honderd jaar. Bij zowel beton als keramiek geldt dat de panlatten en de folie eronder meestal eerder op zijn dan de pannen zelf. Dat is de echte reden voor de meeste dakrenovaties, en het is zonde om dan de oude pannen terug te leggen als het dak er toch af is.
| Soort dakbedekking | Levensduur | Waar je hem aan herkent | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Keramische pan, gebakken | 60 tot 100 jaar | Heldere klank, kleur zit door de klei heen | Oude, poreuze exemplaren vriezen kapot aan de bovenrand |
| Betonpan of sneldekpan | 30 tot 50 jaar | Matte toplaag, strakke rechte vorm, zwaarder in de hand | Toplaag slijt in twintig jaar, gruis in de goot is normaal |
| Beverstaart | 60 tot 100 jaar | Kleine platte pan met ronde onderkant, dubbele dekking | Twee lagen betekent een zwaar dak en een kleine latafstand |
| Vlakke pan of leipan | 40 tot 80 jaar | Volledig vlak dakvlak zonder golf | Vraagt een hogere minimale dakhelling dan een golfpan |
| Stalen dakpanplaat | 30 tot 50 jaar | Grote lichte platen met een ingeperst pannenprofiel | Condens aan de onderkant, snijranden roesten open |
| Dakshingles | 20 tot 30 jaar | Bitumen matten met leislag, in stroken gespijkerd | Vraagt een gesloten ondergrond en een onderlaag |
| Zonnedakpannen | Ervaringen over de lange termijn ontbreken nog | Pan met een geïntegreerde cel en een kabel eronder | Minder opbrengst per vierkante meter en veel aansluitingen |
Panlatten, tengels en de juiste latafstand
Panlatten plaatsen is het onderdeel waar de maatvoering van het hele dak wordt bepaald. Elke pan heeft een werkende lengte: het stuk dat na het overlappen zichtbaar blijft. De latafstand moet binnen het bereik van die werkende lengte vallen, en fabrikanten geven daarom een minimale en een maximale panlatafstand op, meestal op de pallet en in het productblad.
Afstand panlatten berekenen doe je niet met een rekenmachine alleen. Leg vijf pannen los op het dak, eerst zo ver mogelijk in elkaar geschoven en dan zo ver mogelijk uit elkaar. Meet beide reeksen op en deel door vier: nu weet je de echte minimale en maximale latafstand van jouw pannen. Meet daarna het dakvlak van de bovenkant van de onderste lat tot de nok, deel dat door je maximale latafstand, rond naar boven af en deel de lengte opnieuw over dat aantal. Zo komen de kleine verschillen gelijkmatig over het dak te liggen in plaats van in één rij bij de nok.
De onderste panlat is een uitzondering. Die krijgt meestal een extra dikte, met een dubbele lat of een strook eronder, omdat de eerste pannenrij anders te ver naar beneden zakt en niet in dezelfde hoek ligt als de rest. Bij de nok komen de bovenste twee latten juist iets dichter bij elkaar zodat de nokvorst over de bovenste pannen valt.
Panlatten schroeven of spijkeren is bij nieuwbouw een kwestie van smaak, met ringnagels als snelste optie. Bij het vervangen van panlatten onder liggende pannen is schroeven de enige werkbare manier, want elke hamerslag op een lat plant zich voort in het dakvlak en breekt pannen. Gebruik roestvaste schroeven, want een verzinkte schroef in nat vurenhout roest van binnenuit los.
| Pannensoort | Gebruikelijke latafstand | Wat je zelf nameet |
|---|---|---|
| Oud Hollandse golfpan | 265 tot 290 mm | Veel pannen per vierkante meter, kleine afwijkingen tellen op |
| Opnieuw verbeterde Hollandse pan (ovh) | 285 tot 315 mm | Ovh dakpan latafstand staat per fabrikant net iets anders |
| Betonpan of sneldekpan | 312 tot 345 mm | Oude en nieuwe series van hetzelfde merk verschillen |
| Muldenpan en grote vlakke pan | 330 tot 365 mm | Weinig speling, dus het dakvlak zorgvuldig verdelen |
| Beverstaart met dubbele dekking | 145 tot 165 mm | Ongeveer de halve panlengte min de overlap |
| Tengel onder de panlat | Dikte 18 mm als minimum, 22 tot 24 mm werkt beter | Dikte bepaalt of water over de folie kan weglopen |
| Panlat bij sporen op 60 cm hart op hart | 22 bij 50 mm | Bij grotere sporenafstand naar 32 bij 50 mm |
Folie onder de dakpannen: waar het goed en fout gaat
De vraag welke folie onder dakpannen hoort, heeft één kort antwoord: een dampopen onderdakfolie. Die houdt water tegen en laat waterdamp door, zodat vocht dat vanuit de woning in de constructie komt aan de bovenkant weer weg kan. Dampdicht materiaal doet het omgekeerde en sluit het dakbeschot op.
Folie voor onder dakpannen leg je van de dakvoet naar de nok, elke baan met minstens tien centimeter overlap over de baan eronder, en bij een flauwe helling meer. De onderste baan moet in de goot uitkomen, anders loopt het opgevangen water op het boeiboord of achter de goot langs. Trek de folie niet kaarsstrak maar laat hem tussen de sporen iets doorhangen, dan loopt water in het midden van het vlak weg in plaats van tegen de tengel te blijven staan. Een mandragende folie mag je tijdens het werk kortstondig belopen, een gewone niet.
Geen folie onder dakpannen is bij een oud dak geen ramp. Zolang de zolder koud en luchtig is, drogen inwaaiende regen en stuifsneeuw gewoon weer op. Het wordt pas een probleem op het moment dat je van binnenuit isoleert, want dan komt het dauwpunt in het dakbeschot te liggen en verdwijnt de warmte die het beschot droog hield. Hoe je die opbouw wel goed krijgt staat bij het isoleren van een schuin dak.
De folie herkennen is meestal simpel. Echte onderdakfolie heeft een opdruk met een merknaam en een dampdoorlatendheid. Zie je een volkomen blank, glad stuk plastic zonder enige opdruk, dan is de kans groot dat er bouwplastic onder de tengels is gespijkerd, en dat is dampdicht.
| Wat er onder de pannen ligt | Dampopen? | Waar je het tegenkomt | Wat je ermee moet |
|---|---|---|---|
| Dampopen onderdakfolie met opdruk | Ja | Nieuwbouw en dakrenovaties van na ongeveer 1995 | Prima basis, ook als je later van binnenuit isoleert |
| Bitumineus dakleer of vilt op het beschot | Nauwelijks | Daken uit de jaren zestig tot en met tachtig | Werkt als waterkering, isoleer binnen alleen met een goede damprem |
| Doorzichtig bouwplastic of landbouwfolie | Nee | Daar waar een bouwer goedkoop is uitgeweken | Vervangen zodra de pannen er toch af gaan |
| Isolerende folie met aluminiumlaag | Nee | Verbouwingen waar de dikte een probleem was | Geen vervanging voor echte isolatie en dampdicht aan de koude kant |
| Onderdakplaat van houtvezel, 22 mm | Ja | Renovatie van buitenaf, vaak in combinatie met isolatie | Droog verwerken en direct afdekken, het is geen dakbedekking |
| Kaal dakbeschot zonder folie | Niet van toepassing | Woningen van voor ongeveer 1975 | Kan blijven zolang de zolder koud en luchtig blijft |
| Gaas of doek onder de pannen | Ja | Oude daken, bedoeld tegen vogels en inwaaiend blad | Geen waterkering, dus reken er niet op bij slagregen |
De dakhelling bepaalt wat er op je dak kan
Elke dakbedekking heeft een minimale helling nodig, want hoe flauwer het dak, hoe langer het water tussen de naden blijft staan en hoe verder de wind het naar boven duwt. De minimale dakhelling voor dakpannen ligt voor de meeste modellen rond de twintig tot tweeëntwintig graden. Sommige fabrikanten staan minder toe, maar dan eisen ze een waterdicht onderdak eronder in plaats van alleen een folie.
Meten kan zonder gedoe. Leg een waterpas of je telefoon met een hellingmeter tegen het dakvlak op een plek zonder pannenprofiel, bijvoorbeeld tegen een spoor op zolder. Zit je onder de grens van je pannen, dan gaat het bij een zuidwesterstorm regenen in je zolder, hoe netjes de pannen ook liggen.
Kom je onder de twintig graden uit, dan zijn dakpannen niet de goede keuze en heb je een gesloten dakbedekking nodig. Bij een tuinhuis of een aanbouw met een flauwe helling werken dakshingles vanaf ongeveer vijftien graden, mits er een goede onderlaag onder ligt. Nog vlakker en je zit in het gebied van bitumen, waar een gegoten mastiekdak of een gebrande dakbedekking het werk doet.
Bij een schuin dak met een platte bovenkant komen beide werelden samen. Het vlakke deel krijgt bitumen of epdm, het schuine deel pannen, en de aansluiting tussen die twee is de plek waar het lekt. Zorg dat het platte deel echt afschot heeft richting de goot, want een plas van een centimeter staat er over vijf jaar nog. Hoe je dat afschot uitzet lees je bij het afschot van een plat dak.
| Dakbedekking | Vanaf welke helling | Wat er dan bij hoort |
|---|---|---|
| Keramische dakpan | Ongeveer 22 graden | Met een waterdicht onderdak staan sommige fabrikanten 15 graden toe |
| Betonpan of sneldekpan | Ongeveer 20 graden | Onder de 25 graden altijd panhaken op de randrijen |
| Vlakke pan of leipan | Ongeveer 25 graden | Weinig zijsluiting, dus gevoelig voor inwaaiend water |
| Stalen dakpanplaat | Ongeveer 12 graden | Anticondensvlies of een geventileerde ruimte eronder |
| Dakshingles | 15 graden | Onder 18 graden een volledig verkleefde onderlaag |
| Golfplaat van vezelcement of kunststof | Ongeveer 12 graden | Grotere overlap naarmate de helling flauwer wordt |
| Bitumen, mastiek of epdm | Vanaf vlak | Staat of valt met het afschot en met de aansluitingen |
Nokvorsten, kilkeper, windveer en de randen van het dak
Het middenstuk van een dakvlak gaat zelden stuk. De randen wel, want daar komt water samen, daar grijpt de wind aan en daar moeten twee materialen op elkaar aansluiten. De randafwerking van een pannendak bepaalt daarmee voor een groot deel hoe lang dat dak meegaat. Vrijwel elke lekkage in een pannendak zit bij de nok, bij een kil, bij een dakraam, bij een schoorsteen of langs de gevel.
Loop die randen daarom één keer per jaar na vanaf de grond met een verrekijker. Scheve nokvorsten, een streep uitgespoelde specie op de pannen onder de nok, een omhoog gekrulde loodslab of een groene baan onder een kilgoot vertellen precies waar het water naartoe gaat.
| Onderdeel van de rand | Wat het is | Waar het misgaat |
|---|---|---|
| Nokvorst | De halfronde vorst over de nok van het dak | Losse vorsten, gescheurde en uitgespoelde specie |
| Hoekkeper | De schuine graat waar twee dakvlakken naar buiten toe samenkomen | Op maat gesneden pannen die verschuiven, een losse ondervorst |
| Kilkeper | De balk in de binnenhoek waar twee dakvlakken naar elkaar toe lopen | Houtrot door een lekkende kilgoot, blad dat de goot verstopt |
| Windveer | De plank langs de kopgevel, tegen de zijkant van het dakvlak | Rot aan de bovenkant, water dat achter de veer naar binnen loopt |
| Waterbord | De plank of het profiel boven op de windveer, over de pannen heen | Losgetrokken spijkers en een naad die openstaat |
| Vogelschroot | Kam of rooster bij de dakvoet onder de eerste pannenrij | Ontbreekt, waardoor vogels en wespen het dak in kunnen |
| Loodslab | De aansluiting op een muur, schoorsteen of dakkapel | Gescheurd lood, te korte overlap, stukken langer dan een meter |
Boeidelen en boeiboorden: hout, bekleding of plaatmateriaal
Het boeideel is de verticale afwerking van de dakrand, en meestal hangt de dakgoot er met gootbeugels aan. Boeideel vervangen staat bovenaan het lijstje van dakklussen, en dat is geen toeval. Een boeiboord staat verticaal in de regen, krijgt zon op de voorkant en heeft aan de achterkant vaak geen enkele ventilatie. Bij multiplex begint het bij de kopse kanten: zodra die niet in de sealer of de verf zitten, kruipt vocht tussen de fineerlagen, lost de lijm op en laten de bovenste lagen los.
Welk hout voor boeidelen je kiest hangt af van de hoogte van de deel. Massief hardhout van achttien tot twintig millimeter dik is voldoende tot een deelhoogte van ongeveer negentien centimeter, daarboven ga je dikker. Brede massieve planken kunnen kromtrekken, en dat risico neemt toe met de breedte. Red cedar is licht en vormvast maar zacht, dus gevoelig voor stoten, en douglas werkt wat meer maar is goedkoop en sterk.
Gevingerlast en gelamineerd hout is een tussenvorm: smalle stroken die tot ongeveer zes meter aan elkaar gezet zijn. Dat scheelt kopse naden op een lange gevel, en anders dan bij multiplex zit de verlijming niet in dunne fineerlagen die kunnen onthechten. Kies bij multiplex een garantieplaat die al grijs voorgelakt is, en lak elke zaagsnede meteen bij.
Werk je met bekleding in plaats van verf, dan is ventilatie de sleutel. Trespa hoort altijd op regelwerk met luchtruimte, met ruime schroefgaten omdat de plaat werkt. Rockpanel op een dakrand mag volgens de fabrikant in bepaalde toepassingen ook ongeventileerd, wat het bij een lage dakrand een stuk eenvoudiger maakt. Metalen overzetdelen van plastisol of aluminium zet je op dunne tengels, minimaal vijf millimeter vrij, en de onderkant twee keer haaks omgezet zodat water afdruipt en de oude deel niet zichtbaar blijft.
| Materiaal voor het boeideel | Levensduur | Onderhoud | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Massief hardhout, meranti of accoya | 25 jaar en meer | Elke vijf tot zeven jaar schilderen | Kopse kanten en achterkant in de grondverf voor montage |
| Red cedar of douglas | 20 tot 30 jaar | Schilderen of laten vergrijzen | Zacht materiaal, gevoelig voor stoten en voor wespen |
| Watervast verlijmd multiplex met garantielak | 15 tot 25 jaar | Beschadigingen direct bijwerken | Elke zaagsnede sealen, anders lossen de lagen aan de kop |
| Gevingerlast en gelamineerd hout | 20 jaar en meer | Schilderen | Leverbaar tot ongeveer zes meter, dus weinig kopse naden |
| Rockpanel | 30 jaar en meer | Alleen schoonmaken | Mag in bepaalde toepassingen ongeventileerd, verwerkingsvoorschrift lezen |
| Trespa | 30 jaar en meer | Alleen schoonmaken | Altijd op regelwerk, ruime gaten boren want de plaat werkt |
| Kunststof dakrandpaneel met houtnerf | 20 jaar en meer | Geen | Zet uit in de zon, dus bevestigen met speling in de gaten |
| Gecoat staal of plastisol, aluminium boeiboord bekleding | 30 tot 40 jaar | Geen | Minimaal 5 mm luchtruimte en onderkant twee keer haaks omzetten |
| Zinken boeidelen of zinken deklijst | 40 jaar | Geen | Moet aan de achterzijde kunnen drogen, anders corrosie van binnenuit |
Ventilatiepannen en dakdoorvoeren
Een ventilatie dakpan is een gewone pan met een opening en een kapje erop, en hij is bedoeld voor lucht die vanzelf stroomt: de beluchting van de spouw, van de ruimte onder de pannen of de ontluchting van de rioolstandleiding. Voor die taken is een universele ontluchtings dakpan prima en zit je binnen een uur klaar.
Voor mechanische ventilatie ligt het anders. Een mv-box duwt lucht met kracht naar buiten, en de doorlaat van een universele pan knijpt die stroom af. Erger is dat de warme, vochtige lucht dan onder de pannen uitkomt in plaats van erboven. Dat geeft condens tegen de pannen, tegen de folie en bij zonnepanelen ook tegen de achterkant van het paneel. Wat je nodig hebt is een geïsoleerde dakdoorvoer die past bij je dakhelling, met een gladde buis van 125 of 150 millimeter die luchtdicht op het kanaal aansluit.
De verleiding om de ventilatie dan maar lager te zetten is groot, maar dat lost het niet op. Het kanaal is berekend op een bepaald debiet en op een lagere stand blijft er vocht in de woning hangen. Kies liever een doorvoer met voldoende capaciteit, en als er een zonnepaneel overheen moet, een lage of platte uitvoering die daar speciaal voor gemaakt is.
Haal je een oude doorvoer weg, dicht het gat dan echt. Een dakdoorvoer op een schuin dak dichtmaken betekent: de doorvoerpan eruit, een gewone pan van hetzelfde model terug, en de folie eronder herstellen met een manchet of een stuk folie plus tape. Een plaatje eroverheen of een klodder kit houdt één winter en daarna niet meer. Voor het equivalent op een plat dak zie je bij een dakdoorvoer in bitumen hoe die aansluiting daar wordt gemaakt.
| Doorvoer of ventilatie | Waarvoor hij is | Waar je op let |
|---|---|---|
| Universele ventilatiepan | Beluchting van de ruimte onder de pannen en van de spouw | Beperkte doorlaat, niet geschikt voor mechanische afvoer |
| Ontluchtingsdakpan voor de riolering | De standleiding van het riool laten ontluchten | Nooit samenvoegen met de mechanische ventilatie |
| Geïsoleerde dakdoorvoer voor mechanische ventilatie | De afvoer van een mv-box, meestal 125 of 150 mm | Isolatie rond de buis en een luchtdichte aansluiting |
| Lage of platte dakdoorvoer | Als er een zonnepaneel overheen komt | Capaciteit nameten, want het model knijpt de doorlaat af |
| Doorvoermanchet voor een dakpanplaat | Rubberen flens over het profiel van een stalen plaat | Op de golf plakken en niet in het dal, daar loopt het water |
| Vorstrol of ventilatierol onder de nokvorst | Lucht laten ontsnappen bij de nok | Niet dichtsmeren met specie, dan werkt de hele nok niet meer |
| Vogelschroot met beluchting bij de dakvoet | Lucht laten instromen onderaan het dakvlak | Niet dichtstoppen tegen wespen of vogels |
Dakpannen reinigen, coaten en impregneren
Groene aanslag op dakpannen is op een noorddak eerder regel dan uitzondering. Zolang het bij een dun laagje alg blijft, doet het niets met de levensduur. Dikke bollen mos zijn wel een probleem, want die houden water vast tegen de pan aan en dat water zet bij vorst uit in een poreuze betonpan.
Begin altijd mechanisch. Haal de dikke plakken mos weg met een zachte borstel op een telescoopsteel, en pak daarna pas de dakpan reiniger. Een staalborstel is een slecht idee op betonpannen, want die schuurt precies de toplaag weg die de pan nog beschermt. Groene aanslagreiniger koop je meestal als concentraat dat je één op tien met water verdunt, en met één liter mengsel doe je ongeveer vijftien vierkante meter dak. Verneveld met een druksproeier, op een droge dag, en daarna achtenveertig uur droog weer.
Het resultaat komt niet meteen. Na een paar dagen kleurt het mos zwart en sterft het af, en daarna spoelt de eerste flinke regenbui het grootste deel weg. Op een dak op het noorden herhaal je dat gerust elke drie tot vier jaar, want daar komt de aanslag altijd terug.
De hogedrukreiniger blijft het punt waar de meningen uiteenlopen, maar het effect is niet omstreden: je spuit de toplaag eraf, je ruwt de pan op zodat nieuwe alg er nog beter op hecht, en je jaagt water tussen de pannen door naar de folie eronder. Wie de levensduur van betonnen dakpannen wil verlengen komt uit bij reinigen en daarna impregneren of coaten, en wie toch met hoge druk reinigt moet dat zeker doen om de schade te compenseren. Dakpannen impregneren werkt alleen op een droge, schone en nog gave pan, en het effect houdt een paar jaar aan.
| Methode | Wat het doet | Het risico |
|---|---|---|
| Mos weghalen met een zachte borstel | Neemt het volume weg, resultaat is direct zichtbaar | Een staalborstel schuurt de toplaag van een betonpan kapot |
| Groene aanslagreiniger, verdund één op tien | Doodt alg en mos, dat daarna vanzelf wegspoelt | Twee droge dagen nodig, beplanting eronder afdekken |
| Middel op enzymbasis | Werkt trager maar zonder agressieve chemie | Pas na weken echt resultaat, dus geduld nodig |
| Hogedrukreiniger | Ziet er meteen schoon uit | Ruwt de pan op, jaagt water onder de pannen, kost levensduur |
| Impregneren na het reinigen | Water parelt af en mos komt trager terug | Werkt alleen op een droge, schone en nog gave pan |
| Coaten: reinigen, primer en twee lagen | Geeft een verweerde betonpan vaak tien tot vijftien jaar extra | De reiniging vooraf sloopt pannen die al broos zijn |
| Niets doen | Kost niets, en mos op het noorden hoort bij een dak | Dikke mospakketten houden vocht vast en dat vriest kapot |
Asbest in en onder het dak
De vraag of er asbest in dakpannen zit komt vaak voorbij bij het kopen van een huis van voor 1994, en het antwoord is geruststellend: in gebakken en betonnen dakpannen wordt geen asbest verwerkt. Wat mensen zien op foto's van asbestherkenning zijn golfplaten van vezelcement, en dat is iets heel anders dan een dakpan.
Asbest onder dakpannen zit dan ook niet in de pan maar in de laag eronder. In woningen uit de jaren vijftig tot en met tachtig kom je hard, grijs plaatmateriaal als dakbeschot tegen, vaak eterniet genoemd, en dat kan asbestcement zijn. Hetzelfde geldt voor golfplaten op een schuur, voor oude dakleien, voor schoorsteenkanalen en voor bloembakken en balkonhekken van hetzelfde materiaal.
Met het blote oog is het niet vast te stellen. Alleen laboratoriumonderzoek van een monster of een asbestinventarisatie geeft uitsluitsel. Op asbestvrije vezelcementplaten van na 1993 staat meestal een ingegoten code met de letters nt, van nieuwe technologie, plus een productiedatum. Ontbreekt die code op een oude plaat, ga er dan van uit dat het asbestverdacht is.
Hechtgebonden asbest dat heel is en met rust wordt gelaten, geeft geen vezels af. Een landelijk verbod op asbestdaken is er niet gekomen, dus asbest dakbeschot laten zitten mag. Wat je niet doet is erin boren, zagen, schuren of er met een hogedrukreiniger overheen gaan, want dan komen de vezels vrij. Wil je het toch weghalen, dan hoort daar altijd een sloopmelding bij de gemeente bij, ook als je het zelf doet. De gemeente vertelt je meteen of je het als particulier zelf mag verwijderen en tot welke oppervlakte.
Veilig op een schuin dak werken
Van alle klussen aan huis is werk op het dak de klus waar het echt mis kan gaan. Vanaf de goot van een gemiddeld rijtjeshuis is het zes meter naar beneden, en een schuin dakvlak geeft je geen tweede kans als je begint te glijden. De voorbereiding is hier belangrijker dan het werk zelf.
Een ladder op een schuin dak plaatsen doe je niet door hem plat op de pannen te leggen. Dat is precies hoe pannen breken en hoe de ladder wegglijdt. Wat je nodig hebt is een dakladder met een haak die over de nok valt, zodat de last wordt gedragen door de nokconstructie en verdeeld wordt over het dakvlak. De gewone ladder naar de goot zet je onder een verhouding van ongeveer één op vier, laat je minstens een meter boven de goot uitsteken en zet je vast met een spanband aan een gootbeugel of met een ladderhaak.
Kun je op dakpannen lopen? Dat kan, maar met beleid. Zet je voet op het onderste deel van de pan, daar waar hij op de panlat rust, en zo dicht mogelijk boven een spoor. Over dakpannen lopen op het midden van de pan is de manier om ze te breken, zeker bij oude betonpannen die al poreus zijn. Op natte, bemoste pannen loop je helemaal niet, want die zijn zo glad als ijs.
Moet je langs de hele dakrand werken, bijvoorbeeld voor boeidelen of de goot, dan is een rolsteiger of een steiger langs de gevel geen luxe maar het verschil tussen een prettige klus en een gevaarlijke. Een steiger bouwen op een schuin dak zelf gebeurt met dakdekkersbokken die op het dakvlak worden vastgezet, en dat is werk voor iemand die dat vaker doet.
De zolder onder een schuin dak afwerken en gebruiken
Aan de binnenkant begint het aftimmeren van een schuin dak op zolder bijna altijd met uitvlakken. Oude sporen liggen zelden in één vlak, en wie gipsplaat rechtstreeks op krom hout schroeft, krijgt een golvend plafond. Span een draad van de nok naar de dakvoet op drie plekken in het dakvlak, kijk waar het hoogste punt zit en breng daarvandaan een regelwerk of rachelwerk aan met vulblokjes op de lage plekken, waarbij de dikte van dat rachelwerk volgt uit het grootste verschil dat je meet. Een schuin dak recht maken is dus vooral een kwestie van geduldig uitvullen, niet van hout terugbuigen.
Voor de afwerking zelf is gipsplaat de standaard, maar schuin dak afwerken met hout is net zo goed mogelijk. Planchetten, kraaldelen of steigerhoutlatten schroef je op hetzelfde regelwerk, en dat vraagt minder vlakheid dan gips omdat de schaduwlijnen kleine verschillen wegnemen. Wat er niet mag ontbreken is een luchtdichte laag aan de warme kant, want lucht die door een naad naar boven trekt neemt vocht mee tot in het dakbeschot.
Dakisolatie onder de dakpannen aanbrengen kan alleen als het dak eraf gaat, dus van binnenuit werk je altijd tegen het dakbeschot. De isolatie zelf, of dat nu glaswol aanbrengen op een schuin dak is, isovlas tegen dakbeschot of pir platen lijmen tegen dakbeschot, luistert nauw wat betreft de volgorde van de lagen. Kunnen pir platen direct tegen het dakbeschot, of moet er een luchtspouw tussen? Dat hangt volledig af van wat er aan de buitenkant ligt. De volledige opbouw van isolatie voor een schuin dak staat bij het isoleren van een schuin dak, en de valkuilen bij het werken van binnenuit bij een dak isoleren van binnenuit.
Ga je de ruimte echt gebruiken, dan komen er andere vragen bij. Een vliering maken op een zolder met een schuin dak betekent balken leggen, en die balken horen op de muurplaat of op de binnenmuren te liggen, niet aan de sporen te hangen. Sporen zijn berekend op het dak, niet op een puntlast van een vloer met spullen erop. Voor een balk bevestigen aan een schuin dak geldt hetzelfde: zoek de gording, niet het beschot.
Veelgestelde vragen
Hoe lang gaan betonnen dakpannen mee?
Gemiddeld dertig tot vijftig jaar, maar de spreiding is groot. De gekleurde toplaag slijt in de eerste vijftien tot twintig jaar en dat gruis in de goot is normaal. Daarna is de pan poreuzer maar vaak nog waterdicht, en we zien sneldekpannen die na vijftig jaar nog prima liggen. Ligging weegt zwaarder dan leeftijd: een dak op het noorden met bomen eromheen is eerder aan de beurt dan hetzelfde dak op het zuiden.
Welke folie hoort er onder dakpannen?
Een dampopen onderdakfolie, herkenbaar aan een opdruk met merknaam en dampdoorlatendheid. Die houdt water tegen en laat damp door, zodat vocht uit de woning aan de bovenkant kan ontsnappen. Leg de banen van de dakvoet naar de nok met minstens tien centimeter overlap en laat de onderste baan in de goot uitkomen. Isolerende folie met een aluminiumlaag is geen vervanging voor isolatie en werkt bovendien als dampscherm aan de koude kant, precies de verkeerde plek.
Wat is de minimale dakhelling voor dakpannen?
Voor de meeste keramische en betonnen pannen ligt de minimale hellingshoek rond de twintig tot tweeëntwintig graden. Vlakke pannen en leipannen willen meer, ongeveer vijfentwintig graden. Sommige fabrikanten staan minder toe, maar dan eisen ze een waterdicht onderdak in plaats van alleen een folie. Kom je onder de twintig graden uit, kies dan shingles vanaf ongeveer vijftien graden, dakpanplaten vanaf ongeveer twaalf graden, of een gesloten bitumendak.
Hoe bereken ik de afstand tussen panlatten?
Leg vijf pannen los op het dak, eerst maximaal in elkaar geschoven en daarna maximaal uit elkaar. Meet beide reeksen en deel door vier: dat zijn de echte minimale en maximale latafstand van jouw pannen. Meet daarna van de bovenkant van de onderste lat tot de nok, deel door de maximale latafstand, rond naar boven af en verdeel de lengte opnieuw over dat aantal. Zo verdeel je de restmaat over het hele dakvlak in plaats van in één rij bij de nok.
Hoe dik moeten tengels en panlatten zijn?
Een tengel van achttien millimeter is het absolute minimum, twintig tot vierentwintig millimeter werkt beter, want die dikte bepaalt of water dat op de folie komt onder de panlat door kan weglopen. Voor de panlatten geldt: bij sporen op ongeveer zestig centimeter hart op hart volstaat 22 bij 50 millimeter, bij grotere afstanden ga je naar 32 bij 50 millimeter. Gebruik roestvaste bevestiging, want verzinkt materiaal roest in nat vurenhout van binnenuit los.
Kun je op dakpannen lopen?
Dat kan, maar niet zomaar overal. Zet je voet op het onderste deel van de pan waar hij op de panlat rust, en zo dicht mogelijk boven een spoor. Over dakpannen lopen midden op de pan is de manier om ze te breken, zeker bij oude betonpannen die poreus zijn geworden. Op natte of bemoste pannen loop je niet, die zijn spiegelglad. Moet je verder dan de onderste rij, gebruik dan een dakladder die over de nok haakt en de last verdeelt.
Hoe zet ik een ladder veilig op een schuin dak?
De ladder naar de goot zet je onder een verhouding van ongeveer één op vier, dus de voet een kwart van de hoogte uit de gevel, op een vlakke ondergrond en met minstens een meter boven de goot uitstekend. Zet hem vast met een ladderhaak of een spanband aan een gootbeugel. Op het dakvlak zelf hoort een dakladder die met een haak over de nok valt, want een gewone ladder plat op de pannen glijdt weg en breekt pannen.
Zit er asbest in dakpannen?
Nee, in gebakken en betonnen dakpannen wordt geen asbest verwerkt. Waar mensen op doelen zijn golfplaten van vezelcement, en die zien er heel anders uit dan een dakpan. Asbest zit in een woning eerder in het dakbeschot van hard grijs plaatmateriaal, in oude golfplaten op een schuur, in dakleien, in schoorsteenkanalen en in balkonhekken. Met het blote oog is het nooit vast te stellen, alleen laboratoriumonderzoek van een monster geeft uitsluitsel.
Mag asbest dakbeschot blijven zitten?
Ja, hechtgebonden asbest dat heel is en met rust wordt gelaten geeft geen vezels af, en een landelijk verbod op asbestdaken is er niet gekomen. Wat je niet doet, is erin boren, zagen, schuren of het met een hogedrukreiniger reinigen. Wil je het toch weghalen, dan doe je altijd eerst een sloopmelding bij de gemeente, ook als je het zelf verwijdert. De gemeente vertelt je meteen of je het als particulier zelf mag doen en tot welke oppervlakte.
Wat doe ik met een wespennest onder de dakpannen?
Een nest wordt maar één seizoen gebruikt en in het najaar sterft het volk, dus als het hoog en onbereikbaar zit en niemand er last van heeft, kun je het seizoen uitzitten. Wat niet werkt is de invliegopening dichtstoppen, want dan knagen ze een nieuwe opening en soms naar binnen toe. Moet het nest weg, blaas dan in de schemering poeder bij de opening zodat de werksters het meenemen. Vlieg je van meerdere plekken in en uit of moet je ervoor op een ladder, bel dan een bestrijdingsbedrijf.
Welk hout kan ik het beste voor boeidelen gebruiken?
Massief hardhout van achttien tot twintig millimeter dik volstaat tot een deelhoogte van ongeveer negentien centimeter, en daarboven neem je dikker materiaal. Red cedar is licht en vormvast maar zacht en dus gevoelig voor stoten, meranti en accoya gaan lang mee, en douglas is sterk maar werkt wat meer. Gevingerlast en gelamineerd hout is er tot ongeveer zes meter, wat kopse naden scheelt. Kies je voor multiplex, neem dan een garantieplaat en lak elke zaagsnede direct bij, want daar begint de onthechting van de fineerlagen.
Kan ik kunststof of aluminium boeidelen over het bestaande hout zetten?
Overzet boeidelen werken goed zolang het oude hout nog draagkracht heeft, want de schroeven van de nieuwe schil moeten ergens in vast. Zet de bekleding op dunne tengels met minstens vijf millimeter luchtruimte en zet de onderrand twee keer haaks om, zodat water afdruipt en de oude deel niet zichtbaar blijft. Zonder die luchtruimte slaat er condens neer tegen de achterkant en blijft het hout nat. Is het oude deel half vergaan of niet meer recht, dan is vervangen sneller en duurzamer dan overzetten.
Werkt een dakpannen reiniger tegen groene aanslag?
Ja, mits je eerst het dikke mos mechanisch weghaalt. Groene aanslagreiniger komt meestal als concentraat dat je één op tien met water verdunt, en met een liter mengsel behandel je ongeveer vijftien vierkante meter. Verneveld met een druksproeier op een droge dag, en het moet daarna achtenveertig uur droog blijven. Na een paar dagen kleurt het mos zwart en spoelt het met de regen weg. Op een dak op het noorden herhaal je dat elke drie tot vier jaar.
Wat is een kilkeper precies?
De kilkeper is de balk in de binnenhoek van een dak, daar waar twee dakvlakken naar elkaar toe lopen. Op die balk ligt de kilgoot van lood of zink, en daar komt het water van beide dakvlakken samen. Dat maakt het de zwaarst belaste plek van het dak en de plek waar houtrot begint zodra de goot lekt of vol blad zit. Houd minstens honderd millimeter vrije waterloop tussen de gesneden pannen, en zet die gesneden pannen vast met een schroef of klem want ze hangen nergens meer aan.
Hoe sluit ik een dakkapel aan op de dakpannen?
De aansluiting van een dakkapel op een schuin dak bestaat uit drie delen. Onderaan komt een loodslab die minstens tien centimeter over de pannen valt, langs de zijkanten werk je met getrapte loodslabben die per pannenrij overlappen, en bovenaan schuift een slab onder de bovenliggende pannen door. Verwerk lood in stukken van maximaal een meter, anders scheurt het door uitzetting. Het boeideel van de dakkapel krijgt dezelfde behandeling als dat van het hoofddak: geventileerd achter de bekleding en kopse kanten in de verf.
Welke ventilatiepan heb ik nodig voor mechanische ventilatie?
Geen universele ventilatiepan, want die is bedoeld voor lucht die vanzelf stroomt. Voor de afvoer van een mv-box heb je een geïsoleerde dakdoorvoer nodig die past bij je dakhelling, met een gladde buis van 125 of 150 millimeter die luchtdicht op het kanaal aansluit. Zonder die isolatie en die luchtdichte aansluiting komt de warme, vochtige lucht onder de pannen uit en slaat het vocht neer tegen de pannen, de folie of de achterkant van een zonnepaneel. De ventilatie lager zetten lost dat niet op, want dan blijft het vocht binnen hangen.
Mijn dakpannen zijn niet meer te koop, wat nu?
Zoek eerst een tweedehands pannenhandel en neem één pan van je eigen dak mee om ter plekke te vergelijken. Een bekend voorbeeld is de RBB Neroma dakpan, die alleen nog tweedehands te vinden is. Let vooral op de zijsluiting, want twee pannen kunnen op de foto identiek lijken en toch niet in elkaar vallen. Let ook op de kleur: een dakpan van RBB in het type Neroma is in rood makkelijker te vinden dan in antraciet, en kleurverschil valt op een gesloten dakvlak meteen op. Koop vijf proefpannen, leg die tussen de bestaande pannen op het dak en beoordeel pas dan of het aansluit. Zijn de oude pannen zo broos dat ze in je hand breken, dan is dat een teken dat het hele dakvlak aan de beurt is en dat losse pannen bijleggen uitstel is.
Waar komen die witte vlekken op nieuwe dakpannen vandaan?
Dat is kalkuitbloei, en die zie je vrijwel alleen bij betonpannen in de eerste jaren. Vrije kalk uit het beton komt met vocht naar het oppervlak en verhardt aan de lucht tot een witte waas. Het is een schoonheidsprobleem, geen gebrek, en het spoelt er in één tot twee jaar vanzelf af. Behandel het niet met een zure reiniger, want die tast het beton van de pan zelf aan.
Wat is mastiek maken?
Mastiek is de ouderwetse term voor een gegoten bitumendak: hete bitumen die ter plaatse over het dakvlak werd uitgegoten en aangesmeerd. Je komt de term ook tegen in mastiekschroot en mastiekrib, het schuine of ronde houten profiel op de dakrand waar de dakbedekking overheen loopt. Tegenwoordig wordt er met gebrande rollen gewerkt in plaats van met gegoten mastiek. Wat er nog wel bij komt kijken lees je bij een mastiekdak, en de opbouw van een vlak dak staat bij plat dak.
Hoe werk ik een schuin dak op zolder af met hout?
Begin met uitvlakken: span een draad van de nok naar de dakvoet op drie plekken, zoek het hoogste punt en breng een regelwerk aan met vulblokjes op de lage plekken. Planchetten, kraaldelen of latten schroef je daarop vast, en dat vraagt minder vlakheid dan gipsplaat omdat schaduwlijnen kleine verschillen opnemen. Zorg dat er aan de warme kant een luchtdichte laag zit, want lucht die door een naad omhoog trekt neemt vocht mee tot in het dakbeschot. Ga je ook isoleren, dan bepaalt de laag aan de buitenkant welke opbouw mag.
Kunnen pir platen direct tegen het dakbeschot?
Dat hangt af van wat er aan de buitenkant onder de pannen ligt. Zit er een dampopen onderdakfolie op tengels, dan mag de plaat strak tegen het beschot komen, want het vocht dat het hout bereikt kan via de folie naar buiten. Ligt er bouwplastic, oud dakleer of niets, dan houd je twee tot vier centimeter luchtspouw vrij die van de dakvoet tot de nok doorloopt en aan beide uiteinden open is. Zonder die spouw zit het beschot tussen twee dampdichte lagen opgesloten en wordt het hout van binnenuit nat. Plak in beide gevallen de naden tussen de platen en de aansluitingen op muur, nok en dakvoet dicht, want de aluminium cachering is je damprem en die werkt alleen als hij doorloopt. Welke dikte en welke opbouw bij jouw dak horen, lees je bij het isoleren van een schuin dak.
Hoe kan ik gehaakte dakpannen losmaken zonder ze te breken?
Gehaakte pannen hangen met hun neus over de panlat en grijpen met de zijsluiting in de buurpan. Begin daarom bovenaan en werk naar beneden, en werk over de breedte steeds vanaf dezelfde kant, namelijk de kant waar de pannen overheen vallen. Til de pan een centimeter of twee op zodat de neus vrij van de lat komt, schuif hem omhoog en kantel hem pas daarna uit de zijsluiting. Zit een pan vast in mos of in oude specie, snijd dat dan eerst los met een dunne spatel in plaats van harder te trekken. Pannen die met een panhaak of een schroef zijn vastgezet moet je eerst losmaken, want een haak grijpt aan de onderrand en breekt de pan als je hem optilt.
Hoeveel dakpannen kan ik op het dak stapelen?
Een betonnen sneldekpan weegt rond de vier kilo en er gaan er ongeveer tien in een vierkante meter, dus vijftig pannen op een kluitje zijn al meer dan tweehonderd kilo op twee panlatten. Dakpannen stapelen doe je daarom in lange, lage rijen van maximaal vier hoog, steeds recht boven een spoor en verdeeld over de breedte van het dak. Zet de pannen daarbij op hun kant tegen elkaar in plaats van plat op elkaar: zo glijden ze niet weg en breken de neuzen niet af. Op de grond stapel je op pallets, uit de looproute vandaan, met een plank tussen de lagen als de ondergrond niet vlak is.
Waar plaats ik een rookmelder en een koolmonoxidemelder onder een schuin dak?
Sinds juli 2022 is in bestaande woningen op elke verdieping een rookmelder verplicht, dus ook op de zolder. Hang hem hoog, maar niet helemaal in de nok: tegen een schuin plafond blijft in de punt een kussen stilstaande lucht hangen, dus houd ongeveer een halve meter afstand tot de hoogste lijn. In het trapgat hoort een melder op het plafond boven de bovenste trede, want een trapgat is de schacht waar rook als eerste doorheen trekt. Een koolmonoxidemelder is niet verplicht, wel verstandig zodra er een cv-ketel, een geiser of een gaskachel op zolder staat. Zet die in dezelfde ruimte als het toestel op een tot drie meter afstand, niet vlak erboven en niet in de kast eromheen, en houd verder de opgave van de fabrikant aan.