Bevestigen en lijmen: welke schroef, plug, anker of lijm houdt
Een bevestiging houdt of faalt op drie dingen: de ondergrond, de richting van de belasting en de kwaliteit van het gat. De schroef zelf is bijna nooit de zwakste schakel, de plug of het anker erin wel. Bij lijmen ligt het net zo: de lijmsoort bepaalt minder dan de voorbereiding van beide vlakken. Wie die twee vragen los van elkaar beantwoordt, kiest sneller en gooit veel minder materiaal weg.
Alle gidsen over bevestigen & lijmen
Natuursteen lijmen
Natuursteen lijm je met een middel dat geen olie en geen water in de steen brengt. Voor een breuk die…
Kabelglijmiddel
Kabelglijmiddel is een gel op waterbasis die de wrijving tussen kabel en buis verlaagt, zodat je met minder kracht trekt…
Verzinkte schroeven buiten
Een gewone elektrolytisch verzinkte schroef heeft een zinklaag van hooguit een paar honderdste millimeter, en juist de kop en de…
Vastzetten of lijmen: welke route past bij deze klus
Bij bevestigen kom je vrijwel altijd uit op vier routes: een schroef met een plug, een doorgaande boutverbinding, een chemisch anker of lijm. Welke van de vier de goede is, hangt af van de ondergrond en van de richting waarin de kracht trekt. Het bredere overzicht van houtwerk en constructies vind je bij hout en timmerwerk.
De ondergrond weegt zwaarder dan het bevestigingsmiddel. Een dure schroef in gipsblokken houdt minder dan een schroef van tien cent in beton, want het is de steen die bezwijkt en niet het staal.
De tweede vraag is de belastingsrichting. Trekt de last recht uit de muur, dan is dat trek op het anker. Hangt hij aan een arm, zoals een kapstok vol jassen of een tv aan een uitklapbeugel, dan wordt de bovenste bevestiging eruit gewrikt terwijl de onderste tegen de muur wordt gedrukt. Dat verschil bepaalt hoeveel punten je nodig hebt.
Lijm doet iets wat een schroef niet kan: de kracht wordt over een vlak verdeeld in plaats van over een punt. Daar staat tegenover dat je moet klemmen, moet wachten, en dat je het later niet meer netjes uit elkaar krijgt. Voor een decoratieve balk tegen een muur is dat prima. Waar dagelijks aan getrokken wordt, of waar iemand onder kan staan, begin je met een mechanische bevestiging en is lijm hooguit een aanvulling.
| Wat je vastzet | Waar het in moet | Wat je pakt | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Klok of lijstje tot een kilo | Stuc op steen | Schilderijhaakje met drie dunne pennen, of een spijker schuin naar beneden ingeslagen | Een spijker recht in hard metselwerk slaan buigt hem of laat hem wegspringen |
| Kapstok met jassen | Kalkzandsteen of baksteen | Schroef 5 bij 60 in een nylon plug van 8 millimeter, minstens drie punten | De hefboom van natte jassen wordt onderschat, twee punten trekken bovenaan los |
| Gordijnrails | Beton, of gipsplaat met een houten regel erachter | Schroef 4 bij 40 met plug, in gipsplaat een hollewandanker | Alleen in de gipsplaat schroeven laat de rail met karton en al zakken |
| Tv-beugel | Kalkzandsteen of beton | Doorgestoken bout of hulsanker, met tv-boutjes M4 tot M8 in het scherm | Te lange tv-boutjes duwen tegen de achterkant van het paneel |
| Wastafel of hangend toilet | Steen, of een stalen inbouwframe | Tapeinden M10 of M12 in de muur of in het frame | Een wastafel die alleen gelijmd is, komt vroeg of laat naar beneden |
| Sierbalk of vensterbank, niet dragend | Schone baksteen | Hybride lijmkit met hoge grip, in rupsen op een vlak dat draagt | Poederig, geverfd of nat metselwerk laat los met ondergrond en al |
| Optrekstang of iets met schokbelasting | Beton | Chemisch anker met draadeind | Spreidankers en nylon pluggen lopen los bij herhaalde schokken |
| Regelwerk voor een voorzetwand | Steen of hout | Slagpluggen, hart op hart 40 tot 60 centimeter | Te weinig punten geeft een wand die meeveert bij elke duw |
| Balkdrager voor een vloerbalk | Steen of hout | Ankernagels of goedgekeurde schroeven in elk gat van de drager | Een paar gaten overslaan haalt de rekenwaarde van de drager onderuit |
Schroeven kiezen: soort, maat en wat er echt aan hangt
De maat op de doos betekent niet overal hetzelfde. Bij een houtschroef is 8 millimeter de buitenmaat van de draad en is de kern een stuk dunner. Bij een M8 of een M10 gaat het om metrische draad met een vaste spoed, en die past alleen in een moer of in een getapt gat van precies die maat. Wat in de winkel een boutschroef heet, is meestal gewoon een houtdraadbout: een zeskantkop met grove houtdraad eraan. Vraagt iemand om een 8mm schroef, dan gaat het bijna altijd om die buitenmaat en niet om M8.
Voor de lengte werken wij met een simpele verhouding. Het deel dat in het achterste materiaal grijpt, is ongeveer twee keer zo dik als het deel dat je vastzet, met een ondergrens van vijfentwintig tot dertig millimeter houtgrip. Zet je een lat van achttien millimeter vast, dan kom je op een schroef van rond de vijfenvijftig millimeter uit. Bij een plug geldt iets anders: de schroef moet voorbij het einde van de plug komen, anders spreidt het laatste stuk nooit.
De vraag hoeveel gewicht een schroef kan dragen, gaat bijna nooit over de schroef. Een gewone spaanplaatschroef van 4 millimeter houdt in staal makkelijk meer dan honderd kilo voordat hij afscheurt, maar in kalkzandsteen brokkelt de plug er ruim daarvoor uit. Reken daarom met de tabel van de plugfabrikant voor jouw steensoort, en houd een royale marge aan: leveranciers geven vaak een bezwijklast, en wat je er in de praktijk aan hangt is daar een kwart tot een vijfde van. De draagkracht van schroeven berekenen is dus rekenen aan de plug en aan de steen. Hoeveel kg een schroef kan dragen, valt zonder de steensoort erbij niet te zeggen.
Uitstekende schroeven afknippen of inkorten doe je door er eerst een moer op te draaien, dan pas te zagen of te knippen, en daarna de moer eraf te draaien. Die moer snijdt de vervormde draad weer recht. Een schroef doorzagen doe je met een ijzerzaag of een draadeindknipper; met een zijkniptang lukt alleen dun materiaal en dan blijft er een braam achter die je wegvijlt.
| Schroefsoort | Waarvoor | Kop en aandrijving | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Spaanplaatschroef | Hout, plaatmateriaal, algemeen klussen | Verzonken kop, pozidrive of torx | Deeldraad trekt de delen tegen elkaar, voldraad houdt de spleet erin |
| Constructieschroef | Balken, regelwerk, rachelwerk, houtskeletbouw | Tellerkop of verzonken kop met torx | Vanaf 6 millimeter dik en met een goedkeuring voor constructief gebruik |
| Gipsplaatschroef, zwart gefosfateerd | Gipsplaat op metalen of houten regels | Trompetkop, pozidrive of torx | Alleen binnen en droog, buiten roest hij dwars door de plaat heen |
| Meubelschroef of eurobout | Meubelpaneel, meubelplaat, kastwerk | Cilinderkop met inbus of torx | In kops spaanplaat altijd voorboren, anders splijt de plaat open |
| Machineschroef of bout | Metaal op metaal, beslag, tv-beugels, deksel van een lasdoos | Cilinder-, bol- of verzonken kop | M3 tot M10, en de lengte telt zwaarder dan de dikte |
| Houtdraadbout | Poorten, zware beugels, balken in hardhout | Zeskant, indraaien met een dopbit | Voorboren op kerndikte, anders draait de kop eraf |
| Patentbout | Doorgaande verbindingen in hout | Bolle kop met vierkante kraag eronder | Het gat op de boutmaat boren, de kraag moet in het hout bijten |
| Betonschroef | Direct in beton, zonder plug | Zeskant of torx | Voorboren op de voorgeschreven maat, indraaien met een slagschroevendraaier |
| Zelfborende schroef | Staal, sandwichpanelen, dakplaten, trespa | Zeskant met afdichtring | De boorpunt heeft een maximale plaatdikte, die staat op de doos |
| Gleufkopschroef | Oud beslag, klassieke deuren, scharnieren | Rechte gleuf | De schroevendraaier moet exact de gleuf vullen, anders vreet de kop uit |
Voorboren: kerndikte, het gladde deel en de juiste boormaat
Voorboren lost twee verschillende problemen op. In hout voorkomt het splijten en zorgt het ervoor dat de kop niet afdraait. In metaal is het de enige manier om er draad in te krijgen. De maat die je nodig hebt komt daarom uit twee verschillende rekeningen.
Voor hout boor je op de kerndikte van de schroef, dat is de dikte tussen de draad in. Patentboutgaten zijn de uitzondering: die boor je juist op de boutmaat, omdat de vierkante kraag onder de bolle kop zich in het hout moet drukken. Bij een houtdraadbout M10 meet je met een schuifmaat vaak ongeveer 7 millimeter kern en 9,45 millimeter over het gladde stuk achter de kop. Dan boor je het hele gat op 7 millimeter, en het bovenste stuk waar het gladde deel komt op 9,5 of 10 millimeter. In azobe, eiken of ander hardhout ga je met de kern naar 7,5 of 8 millimeter, want daar draait de kop er anders gewoon af.
Zet de draad daarna in zuurvrije vaseline, kaarsvet of gewone glijwas. Dat scheelt zoveel koppel dat een bout die eerst halverwege bleef steken, er in een keer doorloopt. Blijft een schroef alsnog steken en wil hij niet verder het hout in, draai hem dan terug, boor een halve millimeter ruimer en probeer opnieuw. Doorduwen breekt hem af op het smalste punt, en dat is precies onder de kop.
In staal ligt de rekenregel vast: het tapgat is de boutmaat min de spoed. Bij M8 met een spoed van 1,25 boor je 6,8 millimeter, bij M10 met spoed 1,5 boor je 8,5 millimeter. Een doorvoergat is juist ruimer dan de bout, zodat je nog kunt schuiven bij het uitlijnen.
Zelfborende schroeven in dik staal hebben een boorpunt met een maximum: een punt nummer 3 komt tot ongeveer vier millimeter plaat, een nummer 5 tot ruim een centimeter. Zit je daarboven, dan boor je voor en gebruik je een zelftappende schroef, op laag toerental en met flinke druk. Welke boor bij welke plug of welk anker hoort, zoek je op in onze plug- en boorkiezer.
| Bevestiger | Voorboren in zacht hout | Voorboren in hardhout | Extra |
|---|---|---|---|
| Spaanplaatschroef 4,0 mm | Meestal niet nodig | 2,5 mm | Bij kops hout en dicht bij de rand altijd voorboren |
| Spaanplaatschroef 5,0 mm | 3,0 mm | 3,5 mm | Het bovenste deel op 5 mm boren als de delen niet dicht trekken |
| Houtdraadbout M6 | 4,0 mm | 4,5 mm | Gladde deel achter de kop op 6 mm |
| Houtdraadbout M8 | 5,0 mm | 5,5 tot 6 mm | Gladde deel op 8 mm, indraaien met een dopbit |
| Houtdraadbout M10 | 6,5 mm | 7 tot 8 mm | Gladde deel op 9,5 of 10 mm |
| Patentbout M8 | 8 mm | 8 mm | De vierkante kraag moet in het hout bijten, dus geen ruim gat |
| Tapgat M6 in staal | Niet van toepassing | Niet van toepassing | 5,0 mm, dat is M6 min de spoed van 1,0 |
| Tapgat M8 in staal | Niet van toepassing | Niet van toepassing | 6,8 mm bij de standaardspoed van 1,25 |
| Tapgat M10 in staal | Niet van toepassing | Niet van toepassing | 8,5 mm bij de standaardspoed van 1,5 |
| Doorvoergat voor M8 | Niet van toepassing | Niet van toepassing | 9 mm, zodat de bout speling houdt om uit te lijnen |
Roest en corrosie: welk metaal verdraagt welk metaal
Buiten en in vochtige ruimtes bepaalt niet de sterkte maar de materiaalcombinatie hoe lang een bevestiging meegaat. Twee verschillende metalen die elkaar raken in aanwezigheid van vocht vormen een klein batterijtje, en het onedelste van de twee lost langzaam op. Aluminium is in bijna elke combinatie het onedele metaal, zink ook.
Elektrolytisch verzinkt is een dunne laag voor binnengebruik. Thermisch verzinkt gaat buiten jaren mee, en welke van de twee je in handen hebt zie je aan het oppervlak: elektrolytisch is glad en blauwig, thermisch is dof en korrelig. Wat je precies waar kunt gebruiken staat in ons stuk over verzinkte schroeven buiten.
Zwarte gefosfateerde schroeven zijn geen roestvaste schroeven. Die zwarte laag is er om te voorkomen dat de schroef vlekken geeft in gips en stuc, en om het indraaien soepeler te maken. In een badkamer of buiten roest zo een schroef binnen een seizoen door en werkt de roest zich als een bruine vlek naar buiten.
Bij rvs let je op de soort. A2, ook bekend als 304, is het gewone rvs uit de bouwmarkt en volstaat binnen en in een normale tuin. A4, oftewel 316, heeft molybdeen en houdt stand aan zee, in chloorlucht en in geimpregneerd hout. Er bestaat ook martensitisch rvs, magnetisch en hard, dat juist slecht tegen vocht kan; kleine schroefjes uit die groep breken ook snel af.
Een veertig jaar oud kozijn met een aluminium tochtprofiel laat het probleem goed zien. De oorspronkelijke aluminium schroefjes waren stuk voor stuk bij de kop afgebroken, en aluminium houtschroeven zijn nauwelijks nog te krijgen. Rvs eronder werkt, maar dan met een kunststof tussenring of een afdichtring, zodat het aluminium en het rvs elkaar niet direct raken. Datzelfde principe gebruiken dakdekkers al jaren bij zinken dakranden en ander dakbeslag: rvs schroeven met een ring die waterdicht afsluit en tegelijk contact voorkomt.
| Combinatie | Binnen en droog | Buiten of vochtig | Wat je doet |
|---|---|---|---|
| Rvs A2 in aluminium | Geen probleem | Het aluminium tast aan rond de schroef | Kunststof tussenring of afdichtring ertussen, of A4 met coating |
| Verzinkt staal in aluminium | Meestal goed | Het zink verdwijnt en daarna roest de schroef | Buiten niet gebruiken |
| Aluminium schroef in aluminium | Goed | Goed, maar de kop breekt makkelijk | Voorboren op kerndikte, of overstappen op popnagels |
| Rvs A2 in eiken of western red cedar | Goed | Looizuur geeft zwarte kringen en tast staal aan | A4 nemen, verzinkt en blank staal vermijden |
| Verzinkte schroef in geimpregneerd hout | Goed | De koperzouten vreten het zink weg | A4 of een schroef met een goedgekeurde coating |
| Rvs in zink of lood, zoals dakbeslag | Goed | Zink is hier het zwakke metaal | Rvs met afdichtring die waterdicht is en contact voorkomt |
| Rvs A4 in composiet vlonderplank | Goed | Goed | Composietschroeven met ruimer, of een kleine verzonken kop |
| Gefosfateerde gipsplaatschroef | Goed in een droge ruimte | Roest binnen een seizoen door | Alleen binnen, nooit buiten of in een badkamer |
| Zwart gelakte schroef buiten | Goed | De lak sneuvelt eerst in de bitopname | Zwart gecoat rvs kopen, of zelf brunieren met koudbruineermiddel |
Pluggen, keilbouten, chemische ankers en draadeind
De boormaat van een plug staat gelijk aan de plugmaat: een plug van 8 millimeter gaat in een gat van 8 millimeter. Bij ankers werkt dat anders, en daar gaat het het vaakst mis. De boormaat van een keilbout volgt de buitenmaat van de huls en niet de draadmaat, en die buitenmaat verschilt per merk en serie. Een keilbout M8 met een boorgat van 12 millimeter bestaat, en een M8 met een boorgat van 14 millimeter bestaat ook. De maat op de verpakking is de enige die telt.
Is het gat te ruim voor het anker, dan zet de huls wel uit maar vult hij het gat niet, en trek je de hele bevestiging er met de hand weer uit. Draait de keilbout eindeloos mee zonder vast te komen, dan is dat hetzelfde probleem: de huls draait rond in plaats van dat hij klemt. Boor in dat geval een nieuw gat ernaast en houd minstens vijf keer de gatdiameter hart op hart aan, dus bij een gat van 14 millimeter zeven centimeter verderop.
Chemisch verankeren is sterker dan spreiden, en bij wisselende of schokkende belasting ook betrouwbaarder, omdat er geen spreidkracht is die langzaam wegzakt. De sterkte staat of valt met het schoonmaken van het gat: uitblazen, uitborstelen met een gatenborstel, en nog een keer uitblazen. Spuit eerst een stukje mortel op een stuk karton tot de kleur egaal is, want de eerste centimeters uit een nieuwe koker zijn niet goed gemengd. Vul het gat van achteren naar voren en steek het draadeind er draaiend in, zodat de lucht eruit kan.
Een plug hoort niet in een chemisch anker: die twee zijn niet voor elkaar gemaakt. Als noodgreep bij een uitgelopen gat werkt het wel, mits je een dichte plug gebruikt die langer is dan de schroef, want achter de plug zit dan geen ruimte meer. Netter is om het gat vol te spuiten, te laten uitharden en daarna opnieuw te boren.
Draadeind is de flexibele oplossing. Verlengen doe je met een verlengmoer, ook wel koppelmoer, en inkorten met een ijzerzaag nadat je er een moer op hebt gedraaid. Draadeind buigen raden we af: de draad vervormt en de moer loopt er niet meer overheen. Wil je in hout van houtdraad naar metrische draad, dan gebruik je een stokschroef, met houtdraad aan de ene kant en M8 of M10 aan de andere. Een keilbout met oog is handig voor iets wat je moet kunnen inhaken, al heeft die versie minder draadlengte in het anker, dus voor een schommel of bokszak kies je een chemisch anker met een oogdraadeind.
| Bevestiging | Boorgat | Waar hij thuishoort | Let op |
|---|---|---|---|
| Nylon spreidplug 6 mm | 6 mm | Baksteen, kalkzandsteen, beton | Schroef 3,5 tot 4,5 mm, tot voorbij het einde van de plug |
| Nylon spreidplug 8 mm | 8 mm | Baksteen, kalkzandsteen, beton | Schroef 4,5 tot 6 mm, de standaardkeuze voor kapstok en rail |
| Nylon spreidplug 10 mm | 10 mm | Zwaardere bevestigingen in steen | Schroef 6 tot 8 mm, of een houtdraadbout M6 |
| Nylon spreidplug 12 mm | 12 mm | Balkdragers, tv-beugels, schappen | Gaat prima met een houtdraadbout M8 |
| Nylon spreidplug 14 mm | 14 mm | Zware beugels en dragers | Past bij een houtdraadbout M10 |
| Keilbout of hulsanker M6 | 10 of 12 mm | Beton en dicht metselwerk | De boormaat volgt de huls, niet de draad |
| Keilbout of hulsanker M8 | 12 of 14 mm | Beton en dicht metselwerk | Te los aandraaien laat het anker slippen |
| Keilbout of hulsanker M10 | 14 of 16 mm | Zware beugels in beton | Niet in holle steen of cellenbeton gebruiken |
| Chemisch anker met draadeind M10 | 12 mm | Alles, in holle steen met een zeefhuls | Uitborstelen en uitblazen, anders halveert de sterkte |
| Betonschroef 7,5 mm | 6 mm | Beton, direct zonder plug | Vraagt een slagschroevendraaier, een gewone accuboor komt tekort |
| Hollewandanker in gipsplaat | 8 tot 10 mm | Gipsplaat en spouwplaat | Draagt bescheiden gewicht, hang er geen keukenkast aan |
| Korfplug of vlinderplug | 10 tot 12 mm | Gipsplaat en holle deuren | Klapt achter de plaat open, is later niet meer terug te halen |
| Spiraalplug of wokkel schroef | Voorboren op kerndikte, zonder plug | Cellenbeton en gasbetonblokken | Een gewone spreidplug drukt zich zo door het blok heen |
| Slagplug of spijkerplug 6 bij 40 | 6 mm | Regelwerk, plinten, veel punten achter elkaar | Een spijkerplug gebruiken gaat snel, maar hij is later lastig los te krijgen |
Balkdragers, regelwerk en spijkerwerk
Een balkdrager aan de muur wordt vaak te licht bevestigd. Het staal is berekend op de aanname dat elk gat gevuld is, dus een drager met acht gaten waarin je er vier gebruikt, haalt de opgegeven waarde niet. Vul ze allemaal, en gebruik daarvoor ankernagels of schroeven die de fabrikant noemt.
Die ankernagels heten in de praktijk potnagels: korte, dikke kamnagels van meestal 4 bij 35 of 4 bij 40 millimeter, met een geribbelde schacht die zich vastzet in het hout. Ze zijn met opzet kort, want ze werken op afschuiving en niet op uittrekken. Gewone spaanplaatschroeven horen hier niet in: de kop is te bros en schuift af zodra de balk gaat werken. Buiten neem je de roestvaste uitvoering, en de afweging tussen roestvast en thermisch verzinkt staal dat buiten blijft zitten hangt af van hoe nat de plek wordt.
Loopt een balk onder een hoek in de drager, bijvoorbeeld bij een schuin dak of een verspringende vloer, dan bestaat er een verstelbare schuine balkdrager waarvan je de hoek zelf zet. Wringen aan een rechte drager om hem passend te maken verzwakt hem juist. Een blinde balkdrager zit helemaal in de balk verzonken en is van buiten niet te zien; die vraagt om een uitgefreesde sleuf en om exact boren, want corrigeren kan later niet meer. Raveeldragers, die een balk aan een andere balk hangen, hebben hun eigen nagelbeeld: eerst de dragende zijde, dan de raveelbalk zelf.
Regelwerk en rachelwerk voor een voorzetwand zet je het snelst met slagpluggen, hart op hart veertig tot zestig centimeter. Bij houtskeletbouw en bij een wand die later beplating moet dragen, kies je constructieschroeven met een goedkeuring in plaats van gewone houtschroeven. Sandwichpanelen vragen weer iets anders: lange zelfborende schroeven met een afdichtring die tot in de stalen onderconstructie doorlopen, en niet te vast aandraaien, want dan deukt het paneel in.
Schroeven wegwerken en onzichtbare houtverbindingen
Er zijn drie manieren om een schroef uit het zicht te krijgen: verzinken en vullen, verzinken en een houten prop erin lijmen, of schroeven verbergen door ze te vervangen door een houtverbinding. Welke je kiest hangt af van of het hout blank blijft of geschilderd wordt.
Een schroefkop verzinken doe je met een verzinkboor, en die bestaat in twee soorten. De houtversie heeft meerdere snijkanten en is gemaakt voor een verzonken houtschroefkop. Voor metaal en aluminium gebruik je een soevereinboor, een kegel met een schuin gat erdoor, die glad snijdt en niet gaat happen. Verzinken met een grote spiraalboor is een noodgreep die zelden goed uitpakt. Die boor heeft een tophoek van 118 graden en een verzonken kop 90 graden, dus de kop komt nooit netjes op zijn plek: hij steekt uit of hij zakt te diep.
De mooiste onzichtbare oplossing bij blank hout is de proppenboor. Je boort eerst een verzonken gat van tien of twaalf millimeter, draait de schroef diep weg, en lijmt daarna een prop in die je met een proppenboor uit hetzelfde soort hout hebt gehaald. Zet de nerf van de prop in dezelfde richting als die van het werkstuk, zaag hem vlak af en schuur na. Van een afstand van een halve meter zie je er niets meer van, en de verbinding is zo sterk als de schroef.
Wil je helemaal geen schroef, dan kom je bij de houtverbindingen uit. Deuvels zijn daarvan het toegankelijkst: een deuvelmal, een boortje en houtlijm volstaan. Als vuistregel nemen wij deuvels die niet dikker zijn dan de helft van de houtdikte, met minstens een deuveldikte ruimte ertussen. Voor een gewoon meubelframe komt dat neer op twee deuvels van 6 of 8 millimeter per verbinding. Bij een lange lijmnaad in de lengterichting zijn deuvels vooral voor de uitlijning, want daar is de lijmnaad al sterker dan het hout zelf; een deuvel per vijftien tot twintig centimeter is dan genoeg.
De schuin geboorde gaten die je op Amerikaanse bouwtekeningen ziet, heten pocket holes. Ze zijn niet volledig onzichtbaar, want aan een zijde blijft het schuine gat staan, al kun je dat met een schuin propje dichten. Wat ze wel doen: de schroef grijpt in de zijkant van het aangrenzende deel in plaats van in kops hout, en daardoor houdt zo een verbinding beduidend meer dan kops schroeven. Voor mdf-panelen die vlak op elkaar komen, is een gelijmde naad vaak de betere keuze; hoe je die opbouwt staat bij het verlijmen van mdf-platen.
| Verbinding | Wat je ervoor nodig hebt | Sterkte | Nog zichtbaar? |
|---|---|---|---|
| Deuvels | Deuvelmal of deuvelset, boor, houtlijm | Sterk bij een goede passing | Volledig weg |
| Lamellen of koekjes | Lamellenfrees | Vooral uitlijning, weinig extra sterkte | Volledig weg |
| Losse pen uit een pennenfrees | Speciale frees, of een zelfgemaakte mal | Sterk, groot lijmoppervlak | Volledig weg |
| Pen en gatverbinding | Beitels, of een pennenbank of bovenfrees met mal | Het sterkst in massief hout | Weg, of bewust zichtbaar als sierpen |
| Halfhoutverbinding | Zaag en beitel, of een bovenfrees | Groot lijmvlak, maar de doorsnede halveert | Zichtbaar aan de zijkant |
| Schuin schroeven met een mal | Pocketholemal, stapboor, schroeven met platte kop | Beter dan kops schroeven | Aan een zijde, met een propje te dichten |
| Schroef met houten prop | Proppenboor en verzinkboor | Zo sterk als de schroef zelf | Nauwelijks, als de nerf meeloopt |
| Kops geschroefd | Alleen een schroef | Zwak, draad houdt slecht in kops hout | Zichtbaar, tenzij weggeplamuurd |
Schroefgaten vullen en weer op sterkte brengen
Schroefgaten opvullen is niet een klus maar twee. De ene is cosmetisch: een gaatje in geschilderd houtwerk dat na het schuren niet meer te zien mag zijn. De andere is constructief: een gat waar de schroef opnieuw in moet houden. Vulmiddel lost het eerste op en het tweede nooit.
Het klassieke probleem bij het vullen van schroefgaten in hout is dat je na een jaar een keurig rondje ziet staan. Dat komt door krimp. Bijna elk vulmiddel zakt bij het uitharden iets in, waardoor er een kuiltje ontstaat dat je in strijklicht als een ring ziet. Tweecomponenten polyesterplamuur krimpt merkbaar minder dan gewone vuller, maar het krimpt wel.
Wat werkt: het gat eerst stofvrij maken en licht opruwen, het vulmiddel er met een plamuurmes in duwen in plaats van erover te strijken, en bewust iets bol vullen. Laat het volledig uitharden, schuur pas daarna vlak en zet er grondverf op. Zie je dan nog een kuiltje, vul dan een tweede keer; twee dunne gangen krimpen samen minder dan een dikke.
Voor buitenwerk gaan wij liever meteen naar een tweecomponenten epoxy houtrotvuller. Die krimpt vrijwel niet, hij is bestand tegen vocht en hij blijft na jaren nog vlak. Het nadeel is dat hij duur is en steenhard wordt, dus je wilt netjes werken en weinig hoeven schuren. Polyesterplamuur is sneller door en makkelijker schuurbaar, maar hij stinkt stevig en de verwerkingstijd is kort. Bij een paar gaatjes meng je snel te veel verharder, en dan trekt het spul al stijf voordat het in het gat zit; neem kleine hoeveelheden en meng ze los van elkaar aan.
Moet het gat weer kracht dragen, dan is geen enkele vuller genoeg. Zit de rand van het gat nog gezond, dan boor je het rond op bijvoorbeeld 8 of 10 millimeter en lijm je er een houten deuvel in met de nerf in de lengte, waarna je na een dag opnieuw voorboort. Is de rand uitgescheurd, zoals bij een uitgelopen gat in mdf, dan is de betere reparatie een trapsgewijs uitgefreesd gat met een hardhouten inzetstuk dat er precies in past, vullend gelijmd en minstens vierentwintig uur geklemd. Bij delen die vaker uit elkaar moeten, is een inslagmoer of meubelmoer de reparatie die daarna niet meer stukgaat.
| Vulmiddel | Waarvoor | Krimp | Aandachtspunt |
|---|---|---|---|
| Houtvuller uit de tube | Kleine gaatjes binnen, onder verf | Merkbaar bij diepe gaten | In twee lagen vullen, tussendoor laten drogen |
| Lichtgewicht vuller op acrylbasis | Binnen, grote vlakken, licht schuurwerk | Weinig, maar het blijft zacht | Niet op plekken waar iets tegenaan stoot |
| 2K polyesterplamuur | Binnen en buiten, snel doorharden | Krimpt licht na | Korte verwerkingstijd, en bij kleine hoeveelheden snel te veel verharder |
| 2K epoxy houtrotvuller | Kozijnen, buitenwerk, natte hoeken | Vrijwel niets | Duur en hard te schuren, buiten wel de betrouwbaarste keus |
| Gipsvuller | Schroefkoppen in gipsplaat onder glasweefsel | Klein krimpscheurtje mag daar | Zwarte gipsplaatschroeven gebruiken, anders roestvlekken in de vuller |
| Houten deuvel met houtlijm | Gaten die weer kracht moeten dragen | Geen | Alleen als de rand van het gat nog gezond is |
| Hardhouten inzetstuk in een uitgefreesd gat | Uitgewoonde gaten met belasting | Geen | Minstens 24 uur klemmen voordat je opnieuw boort |
| Inslagmoer of meubelmoer | Delen die vaker los moeten | Geen | Vraagt een groter gat, maar houdt daarna eindeloos |
Schroeven die vastzitten, afbreken of doldraaien
Bijna elke vastzittende schroef komt los als je in deze volgorde werkt: eerst de kop schoonmaken, dan de juiste bit kiezen, dan een paar tikken geven, en pas daarna kracht zetten. Het schoonmaken en de tik worden het vaakst overgeslagen, en dat zijn nu net de twee stappen die de roestverbinding breken.
De juiste bit is geen detail. Een versleten pozidrive in een philipskop, of een PZ2 waar een PZ3 hoort, freest de kop rond bij de eerste flinke draai. Duw daarom altijd hard in de as van de schroef terwijl je draait; ongeveer zeventig procent van je kracht is duwen en dertig procent draaien. Een slagschroevendraaier die je handmatig bedient doet dat werk voor je: je slaat er met een hamer op en het gereedschap zet die klap om in een korte, harde draaibeweging terwijl de bit in de kop geduwd wordt. Dat is het beste stuk gereedschap voor een schroef die muurvast zit in hout of in oud beslag.
Helpt dat niet, dan gaan we naar kruipolie, en die heeft tijd nodig: inspuiten, een uur wachten, nog eens inspuiten. Warmte werkt ook, omdat het metaal uitzet en de roestlaag breekt, maar in hout is dat alleen een optie als er geen verf of lak in de buurt zit. Is de kop toch rondgedraaid, dan zijn er drie uitwegen. Leg een elastiekje of een stukje fietsband tussen bit en kop voor extra grip, slijp een gleuf met een dun schijfje op een multitool, of pak een schroefuitdraaier: die snijdt linksom en zet zich vast naarmate je harder draait.
Een afgebroken schroef uitboren gaat in hout door er met een holle boor of een proppenboor omheen te boren, de houtkern met de schroef eruit te tikken en het gat daarna te vullen met een deuvel. In een muur zit meestal de plug er nog omheen: boor de schroefrest en de plug samen weg met een steenboor die een maat groter is, of duw de rest dieper de muur in en boor een nieuw gat op ruime afstand.
Draait een bout eindeloos rond zonder vast te komen, dan is de draad dol. Een dolgedraaide bout los krijgen is dan het probleem niet meer, hem weer laten pakken wel. In metaal tap je naar de eerstvolgende maat, of je zet er een draadinzetstuk in dat de oorspronkelijke maat teruggeeft. Kan dat niet, dan boor je door en gebruik je een doorsteekbout met moer en ring. Een passchroef, waarvan de gladde schacht exact in het gat past, vervang je nooit door een gewone bout: die schacht houdt twee delen op hun plek en zonder die passing gaan ze schuiven onder belasting. Bij een patentbout die meedraait is het probleem meestal een te ruim gat, waardoor de vierkante kraag geen hout meer vindt om in te bijten.
Beslag, anti-inbraakschroeven en schroeven die niet los mogen
Anti inbraak schroeven zijn met opzet lastig. De bekendste zijn de eentoerschroeven, in de handel ook wel 1 toer schroeven genoemd: de kop heeft twee schuin oplopende vlakken, zodat een schroevendraaier bij het vastdraaien grip heeft en er bij het losdraaien overheen glijdt. Daarnaast bestaan er schroeven met een driehoek kop, driepuntsschroeven en torxkoppen met een pen in het midden. Een driehoek schroef openmaken lukt meestal wel, want daarvoor liggen losse bits bij de ijzerwarenhandel. Voor het indraaien van eentoerschroeven zijn er ook bitjes, maar een bit dat er een betrouwbaar losdraait bestaat niet: dan zou het hele idee niet werken.
Wat wel werkt, in volgorde van hoe netjes het uitpakt: een griptang stevig op de kop klemmen en langzaam linksom draaien, of met een dun doorslijpschijfje op een multitool een gleuf in de kop slijpen waar een passende schroevendraaier precies in valt. Slijp niet te diep, want dan breekt de kop af, en let op dat je de strip of het beslag eromheen niet raakt. De truc waarbij je een tweede eentoerschroef kop op kop in de accuboor zet, lukt af en toe bij een schroef die is voorgeboord en niet vastgeroest zit, maar in hardhout gaat hij vrijwel altijd mis.
Blijft de schroef zitten, dan is de laatste stap het afhakken of afslijpen van de kop, waarna de strip eraf kan en de schacht met een griptang uit het hout gedraaid wordt. Dat lukt vooral als er destijds is voorgeboord op kerndikte. Precies daarom boren wij bij het monteren van een anti inbraak strip altijd voor: de strip zit er beter mee vast en hij is later nog te demonteren.
Er is een tweede les uit datzelfde werk. Op een deur met een driepuntssluiting kun je met een schroef zo in het mechaniek boren dat de sluiting niet meer werkt. Houd daarom ruim afstand van de kastdiepte van het slot, of boor bewust schuin weg van het mechanisme richting de scharnierzijde. Zit het al fout, dan moet de sluiting uit de deur voordat je de schroeven kunt doorslijpen.
Lijm kiezen per materiaal
Bij lijm gaat het om twee vragen tegelijk: hecht dit spul op beide materialen, en kan de verbinding het beetje beweging aan dat er komt. Een stijve lijmverbinding tussen twee materialen die verschillend uitzetten, laat na een winter los, ook als de hechting op zich prima was.
Voor hout op hout is de keuze eenvoudig. Witte houtlijm in klasse D2 volstaat binnen, D3 kan tegen incidenteel vocht, D4 is voor buiten. Polyurethaanlijm hardt uit met vocht en schuimt daarbij op, wat handig lijkt bij een slecht passende naad maar in de praktijk de delen uit elkaar duwt als je niet klemt. Een lijmnaad in hout is bij goed passend werk sterker dan het hout zelf, dus als er iets breekt, breekt het naast de naad.
Op steen, metaal en kunststof verandert het spel. Daar wordt de hechting bepaald door hoe schoon en hoe ruw het oppervlak is. Tweecomponenten epoxy vult, is stijf en hecht op vrijwel alles wat je eerst hebt opgeruwd en ontvet. Hybride lijmkit op MS-polymeerbasis blijft juist iets elastisch, waardoor hij beweging opvangt, en dat maakt hem geschikt voor combinaties van materialen die anders werken.
Voor natuursteen is er een aparte categorie. Marmer, graniet en kalksteen zijn poreus en zuigen, en gewone lijm slaat door naar de zichtzijde als donkere vlek. Wat daar hoort en hoe je een gebroken blad weer aan elkaar krijgt, staat in ons stuk over natuursteen lijmen.
| Wat je lijmt | Lijm die werkt | Klemtijd | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Hout op hout binnen | Witte houtlijm D2 of D3 | 30 tot 60 minuten klemmen | Te weinig klemdruk geeft een lijmlaag in plaats van een verbinding |
| Hout op hout buiten | D4-houtlijm of PU-lijm | Minstens een uur, PU schuimt uit | PU zet uit en duwt de delen uit elkaar zonder klem |
| Kops hout | Houtlijm, na voorlijmen met verdunde lijm | Een half uur extra voor de eerste gang | Kops hout zuigt de lijm op en de naad verhongert |
| Geverfd hout | Hybride lijmkit of PU, of tot op het hout schuren | Een dag | Houtlijm hecht op de verf, en de verf laat los van het hout |
| Hout op steen of beton | Hybride lijmkit met hoge grip, montagekit voor licht werk | 24 tot 48 uur stutten | Poederig of nat metselwerk laat los met ondergrond en al |
| Steen op hout | Tweecomponenten epoxy of PU-constructielijm | 24 uur | Een stijve lijm scheurt omdat hout werkt en steen niet |
| Marmer, graniet, natuursteen | Tweecomponenten natuursteenlijm, kleurbaar | 6 tot 24 uur | Gewone lijm slaat door en geeft een vlek aan de zichtzijde |
| Composiet en kunststeen | Methacrylaatlijm of epoxy | 20 minuten tot een uur | Ontvetten met spiritus, niet met een siliconenhoudend middel |
| Kunststof op hout | Hybride lijmkit of MS-polymeer | 24 uur | Op pp en pe hecht niets, ook high tack niet |
| Plexiglas op hout | Flexibele MS-polymeerlijm | 24 uur | Acrylaatcement lijmt alleen plexiglas op plexiglas |
| Bakeliet | Tweecomponenten epoxy | 12 tot 24 uur | Eerst opruwen, want bakeliet is glad en keihard |
| Rvs op rvs | Epoxy of een structurele methacrylaatlijm | 12 tot 24 uur | Schuren en ontvetten bepaalt hier het hele resultaat |
| Isolatieplaten tegen een muur | Lijmmortel of PU-lijmschuim | Een dag | Oplosmiddelhoudende lijm vreet eps weg |
| Linoleum op een ondervloer | Acrylaat dispersielijm met een lijmkam | Inlooptijd aanhouden | Te snel leggen geeft blazen, te laat leggen hecht niet |
| Trapbekleding | Contactlijm of een specifieke trapbekledingslijm | Direct grip | Contactlijm geeft geen tweede kans om te corrigeren |
| Betonnen stapelblokken en vellingblokken | PU-constructielijm in rupsen | 24 uur, laag voor laag | Klinkers lijmen en stapelblokken voor een vijver vragen dezelfde droge kant |
| Pvc-buis op pvc-hulpstuk | Pvc-lijm met bijbehorende reiniger | Een uur voordat je belast | Pvc-lijm doet helemaal niets op pp of pe |
Pvc lijmen, manchetten en gelijmd werk weer los krijgen
Een pvc pijp lijmen is geen lijmen maar koudlassen. Het oplosmiddel in de lijm lost de buitenste laag van de buis en van het hulpstuk op, en die twee lagen vloeien in elkaar tot een geheel. Daarom heb je maar seconden en geen minuten, en daarom is de volgorde belangrijker dan de hoeveelheid.
De werkwijze die fabrikanten voorschrijven is kort. Zaag op maat en ontbraam, veeg het spie-eind en de binnenkant van de mof af met pvc-reiniger op een schone doek, en wacht tot die reiniger volledig verdampt is. Breng de lijm dan dun aan in de mof en royaal op het spie-eind, eerst rondom en daarna afstrijkend in de lengterichting. Schuif de verbinding recht in elkaar, draai hooguit een achtste slag tijdens of direct na het insteken, veeg het overschot weg en laat het geheel met rust.
Over schuren lopen de meningen uiteen, en dat komt doordat het allebei waar is. Licht opruwen breekt de harde perslaag en laat de lijm sneller reageren, maar diep schuren maakt de buis stroef en dan haal je de stootrand niet meer voordat de lijm pakt. Zodra je naar een hamer en een lat moet grijpen om een stuk erin te krijgen, ben je al te laat. Gebruik dus hooguit staalwol of fijn schuurpapier, en oefen elke verbinding van 110 en 125 millimeter eerst droog met een markeerstreep.
Het middel dat de meeste mislukte verbindingen veroorzaakt is de reiniger zelf. Pvc zwelt ervan op en wordt zachter, dus als je meteen doorgaat, past het hulpstuk niet meer. Vijftien minuten wachten lost dat op. Op nieuw, schoon materiaal onder een vloer is reinigen vaak niet eens nodig; is er vet op de buis gekomen, dan neem je hem eerst af met een lap met wat wasbenzine.
Kwam een T-stuk een centimeter tekort en zit het niet tot de stootrand, dan geeft die verlaging geen verstopping. Wat je wel inlevert is lijmlengte en dus sterkte, en de mogelijkheid om er later bij te kunnen. Zit het weggewerkt onder een vloer of in een badkamer die dichtgaat, dan is het opnieuw maken de goedkopere keuze; ligt het in het zicht in een kruipruimte, dan kun je ermee leven.
| Verbinding | Wanneer je hem kiest | Voordeel | Nadeel |
|---|---|---|---|
| Lijmmof | Onder de vloer, ingestort, definitief weggewerkt | Blijvend dicht en goedkoop | Een fout is alleen met de zaag te herstellen |
| Manchetverbinding of schuifsok | Waar je bij kunt en bij reparaties | Demontabel, neemt uitzetting op | Duurder, en het rubber moet echt schoon zijn |
| Overgangsmanchet van rubber | Pvc op pp, pe of gietijzer | Verbindt materialen die niet te lijmen zijn | Neemt geen zijdelingse kracht op, dus goed beugelen |
| Steekverbinding met rubberring | Buitenriool en hemelwaterafvoer | Snel en later weer los te halen | Moet recht en spanningsvrij liggen |
| Schroefverbinding met conische draad | Overgang naar metaal, sifons, kranen | Los te maken zonder te zagen | Dicht alleen af met hennep of teflonband |
Plug- en boorkiezer
Kies je muursoort en het gewicht dat eraan moet hangen, en zie welke plug, schroef en boormaat je nodig hebt. Bekijk alle gegevens
| Muursoort | Zo herken je hem | Plug die past | Boor en maat | Wat je eraan kunt hangen |
|---|---|---|---|---|
| Beton | Grijs, keihard, boorstof is grijs en fijn, de boor loopt zwaar | Nylon plug of, bij zwaar werk, een keilbout | Steenboor met hamerfunctie, 6, 8 of 10 mm | Alles, ook een hangend toilet of een boiler, mits de plug diep genoeg zit |
| Kalkzandsteen | Lichtgrijs tot wit, glad breukvlak, boorstof is wit en zanderig | Nylon plug, boren zonder klopstand | Steenboor zonder hamerfunctie, 6 of 8 mm | Keukenkasten, wastafels, radiatoren |
| Baksteen | Rood tot bruin, boorstof is rood, harder dan voeg | Nylon plug, altijd in de steen en niet in de voeg | Steenboor met hamerfunctie, 6 of 8 mm | Zware kasten en wandbeugels, mits je de steen raakt en niet de voeg |
| Gipsplaat | Klinkt hol, boort weg als boter, boorstof is wit poeder | Hollewandplug met vleugels, tuimelplug of gipsplaatanker | Houtboor of steenboor, maat volgens de plug | Schilderij, spiegel en lichte kast tot ongeveer 10 kg per plug |
| Gasbeton | Lichtgrijs, heel licht van gewicht, kruimelt makkelijk | Speciale gasbetonplug of een lange schroef zonder plug | Houtboor, geen hamerfunctie, plug bepaalt de maat | Lichte tot middelzware last, verdeel over meer punten |
| Gipsblok | Wit tot lichtgeel, zacht, boorstof is wit gips | Gipsblokplug of chemisch anker bij zwaar werk | Houtboor zonder klopstand | Middelzware last, geen hangend toilet zonder voorzetframe |
| Holle steen | Klinkt hol, de boor zakt ineens door in de holte | Hollewandplug of chemisch anker met zeefhuls | Steenboor zonder hamerfunctie zodat de wand niet uitbreekt | Middelzwaar, met een chemisch anker ook zwaar |
| Hout | Herkenbaar, boorstof is krullend | Geen plug nodig, houtschroef volstaat | Houtboor, voorboren op ongeveer 70 procent van de schroefkerndiameter | Alles, mits je in het hart van de regel schroeft |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Welke boor gebruik je voor een M8 keilbout?
Dat hangt van het merk af en niet van de M8. De boormaat volgt de buitenmaat van de huls, en die verschilt per leverancier: een keilbout M8 met een boorgat van 12 millimeter bestaat, en een M8 waarvoor 14 millimeter wordt voorgeschreven bestaat ook. Lees dus de verpakking en meet in geval van twijfel de huls op met een schuifmaat. Voor de andere maten geldt hetzelfde principe: bij M6 kom je meestal op 10 of 12 millimeter uit en bij M10 op 14 of 16. Boor precies op maat en niet ruimer, want in een te wijd gat zet de huls wel uit maar vult hij niets.
Wat is sterker: een keilbout of een chemisch anker?
Een chemisch anker haalt in de meeste ondergronden hogere waarden, en het is vooral betrouwbaarder in twee situaties: bij holle of brokkelige steen, en bij belasting die wisselt of schokt. Een spreidanker werkt met een klemkracht die langzaam kan wegzakken zodra er getrokken en losgelaten wordt, en dat is precies wat er bij een optrekstang of een schommel gebeurt. Voor een statische last in gezond beton is een goede keilbout prima. Draait je keilbout eindeloos rond zonder vast te komen, dan is het gat te ruim of de steen te zacht en is chemisch verankeren de logische stap. Voor de draagkracht neem je de tabel van de fabrikant erbij, met de juiste betonkwaliteit, de inbouwdiepte en de afstand tot de rand.
Hoeveel gewicht kan een schroef dragen?
De schroef is bijna nooit wat bezwijkt. Een gewone spaanplaatschroef van 4 millimeter kan in staal ruim honderd kilo hebben voordat hij afscheurt, maar in kalkzandsteen brokkelt de plug er ruim daarvoor uit en in gipsplaat trekt het karton los. Bereken daarom met de tabel van de plugfabrikant voor jouw steensoort, en houd flinke marge aan: opgegeven waarden zijn vaak bezwijklasten, en wat je er in de praktijk aan hangt is daar ongeveer een kwart tot een vijfde van. Reken daarnaast de hefboom mee. Een kast die veertig centimeter uitsteekt, wrikt de bovenste bevestiging met een veelvoud van het eigen gewicht uit de muur.
Waarmee moet je een houtdraadbout M10 voorboren?
Met de kerndikte, dat is de maat tussen de draad in. Bij een M10 houtdraadbout meet je daar meestal ongeveer 7 millimeter, en het gladde stuk achter de kop is rond de 9,45 millimeter. Boor het hele gat dus op 7 millimeter en het bovenste stuk waar dat gladde deel komt op 9,5 of 10 millimeter. In eiken, azobe of ander hardhout ga je met de kern naar 7,5 of 8 millimeter, anders draai je de kop eraf. Voor een M8 houtdraadbout houd je 5 millimeter in zacht hout aan en 5,5 tot 6 in hardhout, met het gladde deel op 8. Smeer de draad voor het indraaien in met zuurvrije vaseline of kaarsvet, dat scheelt veel koppel.
Kun je rvs schroeven in aluminium gebruiken?
Binnen en droog wel, buiten en vochtig alleen met een scheiding ertussen. Aluminium en rvs vormen in aanwezigheid van vocht een galvanisch koppel waarbij het aluminium wordt aangetast. In een droge situatie gebeurt er niets, en een klein rvs schroefje in een groot aluminium profiel verdeelt de aantasting over zoveel materiaal dat je het jarenlang niet merkt. Op een buitenkozijn of een aluminium pui werk je daarom met een kunststof tussenring of een schroef met rubberen afdichtring. Aluminium schroeven zijn een alternatief, maar die breken makkelijk bij de kop, dus die vragen om voorboren op kerndikte. Voor de schroeven zelf neem je liefst A4 in plaats van A2.
Welke schroeven roesten niet?
Roestvast staal is de enige groep die echt niet roest, en daarbinnen kies je A2 voor binnen en een normale tuin, en A4 voor aan zee, in chloorlucht en in geimpregneerd hout. Verzinkte schroeven roesten wel, alleen later: elektrolytisch verzinkt is een dunne laag voor binnen, thermisch verzinkt gaat buiten jaren mee. Wat je in ieder geval buiten niet gebruikt, zijn zwarte gefosfateerde gipsplaatschroeven, want dat laagje is geen corrosiebescherming en die roesten binnen een seizoen door. In eiken en western red cedar tast het looizuur gewoon en verzinkt staal aan, wat je terugziet als zwarte kringen rond de kop; daar hoort A4 in. In geimpregneerd hout vreten de koperzouten het zink weg. Welke uitvoering waar buiten standhoudt, staat bij schroeven die buiten blijven zitten.
Hoe krijg ik een schroef los die muurvast zit?
Werk in deze volgorde. Maak eerst de kop schoon met een spijker of een priem, zodat de bit tot de bodem komt. Kies daarna precies de goede bit, druk hard in de as van de schroef en draai pas dan. Geeft dat niets, sla dan een paar keer op de kop van de schroevendraaier of gebruik een handmatige slagschroevendraaier: die zet een hamerklap om in een korte harde draaibeweging terwijl de bit in de kop geduwd wordt, en dat breekt de roestverbinding. Helpt ook dat niet, dan spuit je kruipolie erop en wacht je een uur, twee keer achter elkaar. Is de kop rondgedraaid, dan werken een stukje fietsband tussen bit en kop, een gleuf slijpen met een dun schijfje, of een schroefuitdraaier die linksom snijdt.
Draai je een schroef naar links of naar rechts om hem los te maken?
Linksom, oftewel tegen de klok in, en kijk daarbij op de kop van de schroef en niet van opzij, want vanaf de andere kant lijkt de richting omgekeerd. Vrijwel alles heeft rechtse draad. Linkse draad zit met opzet op onderdelen die anders zichzelf zouden losdraaien, zoals de spanmoer van sommige haakse slijpers en de linkerpedaal van een fiets. Het schroefdraad van een gasfles met propaan is ook links, en dat is meteen de plek waar je stopt: aan gas werk je niet zelf. Zit een schroef muurvast, draai hem dan eerst een fractie vaster voordat je losdraait, want die eerste beweging breekt de roestlaag vaak makkelijker dan meteen hard linksom trekken.
Hoe haal je een afgebroken schroef uit hout of uit een muur?
In hout is de nette manier om er met een holle boor of een proppenboor omheen te boren, de houtkern met de schroefrest eruit te tikken en het gat daarna te vullen met een deuvel in dezelfde nerfrichting. Steekt er nog een stukje schacht boven, dan pak je dat met een griptang en draai je hem er langzaam uit. In een muur zit meestal de plug er nog omheen. Boor de schroefrest en de plug samen weg met een steenboor die een maat groter is, of duw de rest dieper de muur in, sluit het gat en boor een nieuw gat op minstens vijf keer de gatdiameter afstand. Bij geharde schroeven werkt een gewone boor niet en heb je een linksdraaiende boor of een schroefuitdraaierset nodig, en dan met een bril op.
Wat doe je met een bout die is doorgedraaid of dolgedraaid?
Draait de bout eindeloos rond zonder vast te komen, dan is de draad kapot en helpt harder trekken niet. In metaal heb je drie uitwegen: uittappen naar de eerstvolgende maat, een draadinzetstuk plaatsen dat de oorspronkelijke maat teruggeeft, of doorboren en een doorsteekbout met moer en ring gebruiken. In hout is een dolgedraaid gat een uitgelopen gat, en dat repareer je met een gelijmde deuvel of een uitgefreesd inzetstuk. Draait een patentbout mee, dan is het gat te ruim en vindt de vierkante kraag geen hout om in te bijten. Een passchroef, met een gladde schacht die exact in het gat past, vervang je nooit door een gewone bout, want die schacht houdt de delen op hun plek.
Hoe krijg je anti-inbraakschroeven los?
Anti inbraak schroeven losdraaien begint met een teleurstelling: er bestaat geen bit waarmee je een toer schroef losdraait, want dan zou de schroef zijn doel missen. Wat wel werkt is een griptang stevig op de kop klemmen en langzaam linksom draaien, of met een dun doorslijpschijfje op een multitool een gleuf in de kop slijpen waar een passende schroevendraaier precies in valt. Slijp niet te diep, anders breekt de kop af, en let op de strip eromheen. De truc waarbij je een tweede eentoerschroef kop op kop in de accuboor zet, lukt hoogstens bij een voorgeboorde schroef in zacht hout. Voor driehoekschroeven is wel een losse bit te koop, en een driepunts schroevendraaier ligt bij elke ijzerwarenhandel. Blijft alles zitten, dan hak of slijp je de kop eraf en draai je de schacht er met een tang uit zodra het beslag eraf is.
Hoe vul je schroefgaten in hout dat buiten staat?
Buiten gebruiken wij een tweecomponenten epoxy houtrotvuller, omdat die vrijwel niet krimpt en tegen vocht kan. Maak het gat eerst stofvrij en ruw het de wand licht op, duw de vuller er met een plamuurmes echt in plaats van erover te strijken, en vul bewust iets bol. Laat het volledig uitharden, schuur pas daarna vlak en zet er meteen grondverf op, want kaal vulmiddel zuigt water. Zie je in strijklicht nog een kuiltje, vul dan een tweede keer: twee dunne gangen krimpen samen minder dan een dikke. Polyesterplamuur is sneller en makkelijker schuurbaar, maar hij krimpt iets na en heeft een korte verwerkingstijd, dus meng kleine hoeveelheden apart aan.
Wat doe je als een schroefgat te groot is geworden?
Is de rand van het gat nog gezond, dan boor je het rond op 8 of 10 millimeter, lijm je er een houten deuvel in met de nerf in de lengte, en boor je na een dag opnieuw voor. Is de rand uitgescheurd, zoals in mdf of spaanplaat, dan houdt lijm alleen aan losse vezels vast en is de reparatie een trapsgewijs uitgefreesd gat met een passend hardhouten inzetstuk, vullend gelijmd en minstens vierentwintig uur geklemd. Voor kleine gaten volstaat een 2K-vuller die je laat uitharden en waarin je opnieuw boort. Moet het deel vaker los, zet er dan een inslagmoer in. Draait een schroef daarna nog steeds door en blijft hij draaien zonder te pakken, dan is de kern van het gat nog te ruim en boor je te dicht op de schroefmaat voor.
Hoe verzink je een schroef in aluminium?
Met een soevereinboor voor metaal: een kegeltje met een schuin gat erdoorheen, dat glad snijdt en niet gaat happen. Boor eerst het doorvoergat en verzink daarna een paar millimeter, met matige druk en een druppel spiritus of petroleum als smering. Een houtverzinkboor werkt in aluminium ook, alleen slijt hij snel, dus bewaar daar een oud exemplaar voor. Wat je niet wilt is een grote spiraalboor als verzinker gebruiken: die heeft een tophoek van 118 graden terwijl een verzonken kop 90 graden is, waardoor de kop nooit netjes aansluit en de boor bij te veel druk erdoorheen schiet. Verzink altijd iets dieper dan gelijk, zodat er niets meer boven het oppervlak uitsteekt waar bijvoorbeeld rollen overheen lopen.
Kun je plastic op hout lijmen?
Dat hangt volledig af van welke kunststof het is. Op polypropyleen, polyetheen en teflon hecht geen enkele gewone lijm, ook geen high tack of hybride lijmkit, en dat staat letterlijk in de technische bladen van die producten. Opruwen verandert daar niets aan. Voor die materialen zijn er twee wegen: een speciale primer voor lage-energiekunststof in combinatie met secondelijm, of mechanisch bevestigen met een schroef, een pen of een klem. Andere kunststoffen zijn wel te lijmen. Abs, pvc en hard polystyreen pakken een hybride lijmkit of epoxy prima na ontvetten, en plexiglas op hout vraagt om een elastische MS-polymeerlijm omdat acrylaat veel sterker uitzet dan hout. Buiten kies je altijd een buitenkwaliteit en houd je rekening met die uitzetting.
Welke lijm gebruik je voor marmer of graniet?
Een tweecomponenten natuursteenlijm op basis van polyester of epoxy, in een kleurbare uitvoering zodat je de naad met pigment op de steen kunt afstemmen. Gewone montagekit en houtlijm zijn hier geen optie: natuursteen is poreus, en een verkeerde lijm slaat door naar de zichtzijde en laat daar een donkere vlek achter die je er niet meer uit krijgt. Ontvet beide breukvlakken met spiritus of aceton, laat ze kurkdroog worden en klem het werk met tape of spanbanden, want een gebroken graniet blad moet millimeterprecies terug. Composiet en kunststeen lijm je met een methacrylaatlijm die speciaal voor dat materiaal wordt geleverd. Voor grotere platen en voor het verlijmen op een ondergrond lees je verder bij het vastzetten van marmer, graniet en composiet.
Kun je hout op steen lijmen in plaats van schroeven?
Voor decoratief werk kan dat. Een hybride lijmkit met hoge grip houdt een balk of een plank op schoon, draagkrachtig metselwerk, mits je in rupsen werkt en het geheel een tot twee dagen stut. Op poederig, geverfd of vochtig metselwerk laat de lijm los met ondergrond en al, dus veeg en test eerst een plek. Buiten neem je dezelfde soort in buitenkwaliteit, en op een muur waar regelmatig water langsloopt blijft lijm alleen riskant. Op gipsplaat werkt het niet, want het karton is daar de zwakste laag en dat trekt mee. Wil je geen schroefkoppen zien maar wel echte sterkte, dan zijn er twee betere routes. Draai de schroeven diep weg in voorgeboorde gaten en dicht die met houten proppen uit hetzelfde hout, of schroef een rachelwerk aan de muur en bevestig de zichtdelen daar blind aan.
Moet je een pvc-buis schuren voordat je hem lijmt?
Nodig is het niet. Fabrikanten schrijven voor: reinigen met pvc-reiniger op een schone doek, wachten tot die verdampt is, dun lijm in de mof en royaal op het spie-eind, recht insteken en hooguit een achtste slag draaien. Licht opruwen breekt de harde perslaag en laat de lijm iets sneller reageren, maar diep schuren maakt de buis zo stroef dat je de stootrand niet meer haalt voordat de lijm pakt. Gebruik dus hooguit staalwol of fijn schuurpapier en houd het bij een paar halen. De grootste valkuil is de reiniger: pvc zwelt daarvan op en wordt zachter, dus wacht een kwartier voordat je lijmt. Op nieuw en schoon materiaal onder een vloer kun je reinigen vaak overslaan.
Schuifmof of lijmmof: wat kies je waar?
Onder een vloer, ingestort of achter tegelwerk lijmen wij, omdat een gelijmde verbinding blijvend dicht is en er niets meer kan verschuiven op een plek waar je later niet bij komt. Waar je er wel bij kunt en waar je mogelijk nog iets wilt aanpassen, is een schuifmof of manchet praktischer, en bij 110 en 125 millimeter scheelt dat bovendien de stress van lijm die binnen tien seconden pakt. Schuif bij een manchet de buis eerst tot de aanslag en trek hem daarna ongeveer een centimeter terug, want die speling is de uitzetruimte. Een hemelwaterafvoer lijm je niet: die moet uit elkaar kunnen bij een verstopping. Duw een buis in rubber altijd met een glijmiddel voor buizen en kabels en nooit met olie, vet of afwasmiddel, want die tasten het rubber aan of drogen plakkerig op.
Kun je pp of pe lijmen met pvc-lijm?
Nee. Pvc-lijm werkt door de buitenste laag van het pvc op te lossen zodat beide wanden in elkaar vloeien, en polypropyleen en polyetheen lossen daar niet in op. Er gebeurt dus niets, ook niet als de verbinding er na het insteken stevig uitziet. Datzelfde geldt voor ppc, de lichtgrijze geluidsarme afvoerbuis die je steeds vaker in nieuwbouw ziet. Die materialen verbind je met de bijbehorende steekmoffen met rubberring, of je koppelt ze aan pvc met een rubberen overgangsmanchet. Beugel zo een verbinding goed, want een manchet neemt geen zijdelingse kracht op. Wil je pp echt vast aan pp krijgen zonder mof, dan is spiegellassen de enige betrouwbare methode, en dat is werk voor iemand met de juiste apparatuur.
Mijn huis ruikt naar nagellak na het lijmen, waar komt dat vandaan?
Die geur komt bijna altijd uit de bus pvc-lijm, de pvc-reiniger of een tube secondelijm. Daar zitten oplosmiddelen in uit dezelfde hoek als wat je in nagellak en nagellakremover ruikt, en een paar verbindingen lijmen is genoeg om het over een hele verdieping te verspreiden. De geur zelf is geen alarm, maar wel het teken dat er te weinig lucht doorheen gaat. Zet een raam open tegenover een binnendeur, dan is een gewone kamer in een paar uur weer neutraal; in een kruipruimte duurt het langer, omdat de damp zwaarder is dan lucht en onderin blijft hangen. Ruik je nagellak in huis terwijl er niet gelijmd is, kijk dan naar een bus of tube die niet goed dicht zit, naar verse vloerlijm of naar pas gelegd kunststof. Hoofdpijn, duizeligheid of een prikkelende keel zijn een reden om het werk stil te leggen en eerst goed door te luchten.