Radiatoren: ontluchten, aansluiten en vervangen
Bijna elke klacht over een radiator komt uit een van vier hoeken: er zit lucht in, er ligt slib op de bodem, de kraan opent niet meer, of de warmte kan de kamer niet in door een ombouw of een te brede vensterbank. Voel de radiator eerst met je hand af van boven naar beneden, want dat vertelt je binnen een minuut welke van de vier het is. Hieronder staan de typen en maten, de aansluitvormen, de knopmaten per merk en de aanpak per klacht bij elkaar.
Alle gidsen over radiatoren
Voetventiel radiator
Een voetventiel is de instelbare afsluiter onder aan je radiator. Hij bepaalt hoeveel water er door die ene radiator mag…
Radiator wordt niet warm
Een radiator die koud blijft heeft bijna altijd een van drie oorzaken: er komt geen water in, er zit lucht…
Radiator verwijderen
Of je een radiator kunt weghalen zonder de hele installatie af te tappen hangt van twee dingen af: sluit de…
Radiator afdoppen
Een radiator afdoppen begint met twee vragen: op welk punt dop je af, en wat voor verbinding zit daar. Op…
Danfoss thermostaatkraan
Een Danfoss thermostaatkraan bestaat uit twee delen die je los van elkaar kunt vervangen: het ventielhuis aan de radiator en…
Radiatorkraan vervangen
Een radiatorkraan vervangen is voor de meeste mensen te doen, maar er zit geen afsluiter voor de kraan. Je haalt…
Radiatorknop vervangen
Alleen de knop vervangen gaat zonder aftappen en zonder de cv-ketel uit te zetten: je draait de wartelmoer los, trekt…
Radiator afkoppelen
Een radiator afkoppelen komt neer op drie handelingen: beide kranen dicht, de wartels los en de aansluitingen afdoppen. Of je…
Heimeier thermostaatkraan
Een Heimeier thermostaatkraan haal je los door de knop eerst helemaal open te zetten en daarna alleen de chromen klemring…
Convectorput dichtmaken
Een convectorput dichtmaken is voor de helft verwarmingswerk en voor de helft vloerwerk. Je haalt warmteafgifte weg die ergens anders…
Waar het bij een radiator meestal op vastloopt
Een radiator is een eenvoudig ding: er gaat warm water in en er komt warmte uit. Alles wat er misgaat komt daarom uit een van vier hoeken. Er zit lucht in, er ligt slib op de bodem, de kraan opent niet meer, of de warmte kan de kamer niet in. Waar de radiator in het geheel past, en wanneer je juist bij de ketel of de pomp moet zijn, staat in ons overzicht van verwarming en de cv-installatie.
De snelste diagnose kost een minuut en gaat met je hand. Voel de radiator af: linksboven, rechtsboven, in het midden en onderaan. Boven koud en onder warm betekent lucht. Boven warm en onderaan koud betekent slib of te weinig doorstroming. Blijft de hele radiator koud terwijl de aanvoerleiding ernaartoe wel warm wordt, dan zit het in de kraan of het binnenwerk en hoef je nog niet te gaan ontluchten.
Blijft ook de leiding naar de radiator koud, dan ligt het niet aan de radiator maar aan de druk, de pomp of de verdeler. Welke controles je dan in welke volgorde doet, staat bij de radiator die niet warm wordt. Dat scheelt je een middag sleutelen aan iets wat niet kapot is.
| Wat je merkt | Wat er meestal aan de hand is | Wat je als eerste doet |
|---|---|---|
| Bovenkant koud, onderkant warm | Lucht in de radiator | Ontluchten met de pomp uit, daarna de druk nakijken |
| Onderkant koud, bovenkant warm | Slib op de bodem of te weinig doorstroming | Kraan ruimer zetten, anders de radiator eruit en uitspoelen |
| Radiator gaat niet aan en blijft helemaal koud | De pin onder de knop zit vastgeroest in de ingedrukte stand | Knop eraf halen en de pin met een tang los bewegen |
| Radiator gaat niet uit en blijft heet | Knop verkeerd teruggezet of het binnenwerk sluit niet meer | Knop eraf, op de hoogste stand zetten en opnieuw plaatsen |
| Een radiator blijft koud terwijl de rest warm wordt | Die kraan staat te ver dicht of de radiator is verstopt | Voorinstelling ruimer zetten en de retourleiding meten |
| Radiator lekt bij de koppeling | Wartel is losgetrild of de pakking is hard geworden | Wartel natrekken, anders losdraaien en opnieuw afdichten |
| Radiator lekt bij de knop of bij de ontluchter | Afdichting van de spindel of van de ontluchtingsnippel | Binnenwerk of nippel vervangen, dat is een dubbeltjeswerk |
| Radiator lekt onderaan zonder zichtbare koppeling | Van binnenuit doorgeroest | Vervangen, want afdichtpasta houdt dit hooguit weken tegen |
| Water horen lopen, borrelen of klotsen | Lucht die met het water meestroomt, vaak te lage druk | Bijvullen tot 1,5 bar en daarna opnieuw ontluchten |
| Fluitend of suizend geluid bij een bijna dichte kraan | Te veel drukverschil over een kleine opening | Pomp een stand lager of de voorinstelling ruimer |
| Tikken terwijl de radiator uit staat | Leiding zet uit en schuurt langs een beugel of muurdoorvoer | Leiding vrij leggen in de doorvoer, desnoods met vilt |
| De radiator verwarmt alleen als de ketel op vol vermogen draait | Te lage aanvoertemperatuur of een radiator die te klein is | Vermogen narekenen voordat je iets vervangt |
Soorten radiatoren en wat de typenummers betekenen
Het typenummer op een plaatradiator is geen aanduiding van een fabrikant maar een beschrijving van de opbouw. Het eerste cijfer telt de waterplaten, het tweede de lamellenpakketten ertussen. Type 11 is dus een enkele plaat met een pakket lamellen erachter, en het verschil tussen radiator type 11 en 22 is dat die laatste twee platen met twee pakketten ertussen heeft.
Dat verklaart meteen waarom een type 22 bij dezelfde hoogte en lengte bijna het dubbele vermogen levert en ruim vier centimeter dieper is. Plaatradiatoren lopen meestal van type 10 tot en met type 33. Bij Jaga zeggen de cijfers iets anders, want daar staan ze voor de maat van de warmtewisselaar: type 10 is een enkele wisselaar van 10 bij 10 cm, type 11 een dubbele van 10 bij 20, en type 21 een dubbele van 20 bij 20.
De vermogens in de tabel gelden bij de oude rekenwaarde van 75 graden aanvoer, 65 graden retour en 20 graden in de kamer. Stook je op 55 graden aanvoer, dan levert dezelfde radiator ongeveer de helft. Dat is de reden dat een lage temperatuur radiator bij gelijke warmtevraag ongeveer twee keer zo groot uitvalt.
| Soort of type | Opbouw | Diepte | Vermogen per meter bij 60 cm hoog | Waterinhoud per meter |
|---|---|---|---|---|
| Type 10 | Eén waterplaat, geen lamellen | ca. 50 mm | ca. 500 watt | ca. 2,5 liter |
| Type 11 | Eén waterplaat met één lamellenpakket | ca. 60 mm | ca. 800 watt | ca. 3,5 liter |
| Type 21 | Twee waterplaten met één pakket ertussen | ca. 70 mm | ca. 1150 watt | ca. 4,5 liter |
| Type 22 | Twee waterplaten met twee pakketten ertussen | ca. 100 mm | ca. 1500 watt | ca. 6,5 liter |
| Type 33 | Drie waterplaten met drie pakketten | ca. 155 mm | ca. 2100 watt | ca. 9,5 liter |
| Ledenradiator | Losse gietijzeren of stalen leden aan elkaar geschroefd | 60 tot 220 mm | 600 tot 1400 watt | 3 tot 12 liter |
| Vloerconvector in een put | Koperen buis met aluminium lamellen onder een rooster | 90 tot 300 mm breed | 300 tot 900 watt | 1 tot 3 liter |
| Handdoekradiator | Horizontale buizen tussen twee verticale verzamelbuizen | 30 tot 60 mm | 400 tot 800 watt | 3 tot 8 liter |
| Verticale designradiator | Vlakke plaat of buizen, hoog en smal | 40 tot 90 mm | 700 tot 1600 watt per stuk | 3 tot 10 liter |
Maten, ophangen en het vermogen dat je nodig hebt
Een radiator werkt alleen als de lucht er langs kan. Koude lucht moet er onderdoor naar binnen kunnen en warme lucht moet er bovenlangs uit kunnen. Alle richtlijnen over de hoogte van een radiator vanaf de vloer en de afstand tot de muur komen daaruit voort, en niet uit esthetiek.
Voor het vermogen reken je op 60 tot 80 watt per vierkante meter vloer in een redelijk geïsoleerde woning, en op 100 watt of meer in een ongeïsoleerd huis. Het vermogen van een bestaande radiator berekenen of achterhalen doe je niet met een vuistregel maar met de vermogenstabel van de fabrikant: type, hoogte en lengte opzoeken en aflezen. Voor een ledenradiator tel je de leden en zoek je het vermogen per lid op. Wie het debiet wil weten deelt het vermogen in watt door 1,16 maal het temperatuurverschil over de radiator, en komt zo op liters per uur.
| Maat of afstand | Richtlijn | Waarom dat zo is |
|---|---|---|
| Onderkant radiator tot de vloer | 10 tot 15 cm | Onder de 8 cm komt er te weinig koude lucht onderdoor |
| Achterkant tot de muur | 3 tot 5 cm | Krapper en de luchtstroom achterlangs valt stil |
| Bovenkant tot de vensterbank | minimaal 10 cm, liever 15 | Anders slaat de warme lucht terug de radiator in |
| Overstek van de vensterbank | hooguit 2 cm voorbij de voorkant | Verder oversteken duwt de warme lucht tegen het koude glas |
| Hartafstand van een onderblok of h-blok | 50 mm | Vrijwel alle designradiatoren met onderaansluiting houden deze maat aan |
| Aansluiting in de radiator zelf | 1/2 duim binnendraad, wartel 3/4 duim | Standaard bij plaatradiatoren, ook bij een blindstop en de ontluchter |
| Leidingmaat naar de radiator | 15mm koper of 16mm meerlagenbuis | 22mm zie je alleen in de hoofdleiding of bij een lange tak |
| Gewicht van een gevulde type 22 van een meter | 35 tot 45 kilo | Twee beugels per meter, in gasbeton met chemisch anker |
| Ophangen | waterpas, hooguit een paar millimeter uit lood | De ontluchter hoort aan de hoogste kant te zitten |
Aansluitingen: onderblok, h-blok, midden en boven
Bij een klassieke plaatradiator zitten er vier aansluitingen in, twee boven en twee onder. Twee daarvan gebruik je voor de aanvoer en de retour, in de derde zit een ontluchter en in de vierde een blindstop. De aanvoer herken je aan de kraan met de thermostaatknop, de retour aan het voetventiel dat je alleen met een sleutel of een inbussleutel kunt bedienen. Wat dat voetventiel precies doet en welke soorten voetventielen er zijn, staat bij het voetventiel van de radiator.
Of de aanvoer links of rechts zit maakt voor de werking van een gewone radiator niet uit, zolang aanvoer en retour maar diagonaal of onder elkaar liggen. Zijn aanvoer en retour verwisseld bij een thermostaatkraan met ingebouwde richting, dan merk je dat aan een klapperend of fluitend geluid zodra de kraan bijna dicht staat. Bij een designradiator met middenaansluiting bepaalt de fabrikant welke kant de aanvoer krijgt, en dat staat in de handleiding.
Het begrip haaks verkeerd zorgt in de bouwmarkt voor de meeste verwarring. Een gewone haakse radiatorkraan is bedoeld voor een leiding die uit de vloer omhoog komt. Komt de leiding uit de muur en moet de kraan naar beneden buigen, dan heb je een verkeerd haakse nodig, ook wel omgekeerd haaks genoemd, en die bestaat in een linkse en een rechtse uitvoering. Meet daarom eerst waar de leiding vandaan komt voordat je een set bestelt.
Een onderblok is in doorsnede eenvoudiger dan het lijkt: twee kanalen naast elkaar, de aanvoer met een regelbaar ventiel en de retour met een afsluiter, allebei uitkomend op een hartafstand van 50 mm. De afmetingen van het blok zelf verschillen per merk, maar die hartafstand en de aansluiting van 1/2 duim liggen vast. Voor koper of meerlagenbuis koop je er een knelset bij die bij je buismaat past. In de bovenste aansluiting die je niet gebruikt komt een afsluitdop, ook wel blindstop of eindstop genoemd, en in de andere de ontluchtingsnippel. Lekt een radiatorkoppeling na jaren, dan is dat vrijwel altijd de vlakke pakking in de wartel en niet het blok zelf.
| Aansluitvorm | Hoe je hem herkent | Waar je op let |
|---|---|---|
| Twee losse kranen onderin, links en rechts | Kraan met knop aan de ene kant, voetventiel aan de andere | De klassieke opstelling, altijd te vervangen zonder de radiator te verplaatsen |
| Onderblok of h-blok | Eén blok onder het midden of onder de zijkant met twee leidingen erin | Hartafstand 50 mm, afsluitbaar met een inbussleutel zodat je de radiator los kunt nemen |
| Middenaansluiting onder | Twee leidingen dicht bij elkaar onder het midden van de radiator | De aanvoer zit vast op links of rechts, zie de handleiding van de radiator |
| Beide aansluitingen bovenin | Leidingen komen uit het plafond of hoog uit de muur | Vraagt een stromingsbuis, anders wordt de radiator onderin niet warm |
| Kruislings, aanvoer boven en retour onder | Veel gezien bij oude ledenradiatoren | Werkt goed, maar geeft bij hoge radiatoren makkelijk stromingsgeluid |
| Aansluiting uit de muur met s-koppeling of passeerstuk | Een bocht of dubbele bocht tussen de muur en de kraan | Hiermee vang je een verschil van een paar centimeter op |
| Flexibele radiatorslang | Geribbelde rvs-slang tussen leiding en kraan | Handig bij verplaatsen, maar niet wegwerken in een wand of vloer |
| Knelkoppeling op koper of meerlagenbuis | Wartel met een ring eronder, merken als Uponor en Henco | Steunhuls verplicht in meerlagenbuis, anders trekt de knel de buis dicht |
Een stromingsbuis bij een radiator die van boven wordt aangesloten
Komen de leidingen uit het plafond, dan wil je ze het liefst rechtstreeks de bovenkant van de radiator in laten lopen. Dat kan, maar niet zomaar. Warm water stijgt, dus zonder hulp neemt het de kortste weg over de bovenrand van de aanvoer naar de retour en blijft de rest van de radiator koud. De oplossing is een stromingsbuis, ook wel stijgbuis of stroombuis genoemd: een dunne buis die in de radiator naar beneden steekt.
Over de plaats van die buis wordt eindeloos gediscussieerd, ook door installateurs. De radiatorfabrikanten zijn er duidelijk over: bij twee aansluitingen aan de bovenzijde hoort de stromingsbuis in de retour. Het hete water komt dan boven binnen, moet eerst de hele radiator door naar beneden en verlaat hem pas onderin via de buis. Zet je hem in de aanvoer, dan spuit je het hete water onderin en stijgt het meteen naar de retour erboven, met een radiator die vanonder warm is en bovenin lauw.
Een kant-en-klare stromingsbuis van de bouwmarkt is een stuk koperen buis van 15mm op een puntstuk van 1/2 duim, en die kun je zelf net zo goed maken door een stuk koperbuis op een puntstuk te solderen. Houd hem ongeveer vijf centimeter korter dan de binnenmaat van de radiator, zodat het water onderin nog weg kan. De buis komt in het staartstuk aan de kant van het afsluitventiel in de retour, want dat is de kant waar het water de radiator verlaat. Zorg dat de buis de wand van een stalen radiator nergens raakt, want koper tegen staal geeft op de lange duur roestplekken. Een stuk verwarmde elektrabuis in het staartstuk klemmen is een oude installateurstruc die werkt, maar die laat los zodra hij niet strak genoeg zit en dan blijft je radiator koud.
| Situatie | Stromingsbuis nodig | Waar hij hoort |
|---|---|---|
| Aanvoer en retour allebei onderin | Nee | Standaardsituatie, water stroomt vanzelf |
| Aanvoer en retour allebei bovenin | Ja | In de retour, ongeveer 5 cm korter dan de radiator hoog is |
| Verticale radiator met leidingen uit het plafond | Ja | In de retour, en de leidingen oplopend naar een hoger ontluchtingspunt |
| Designradiator met middenaansluiting onder | Meestal niet | De fabrikant heeft er een schot of buis in gebouwd |
| Handdoekradiator met aansluiting boven en onder | Nee | Water zakt vanzelf door de verzamelbuis |
| Aanvoer boven, retour onder | Nee | De klassieke kruislingse opstelling |
Radiatorkranen, binnenwerk en knoppen
Een thermostaatkraan bestaat uit drie delen: het huis dat in de leiding zit, het binnenwerk dat het water afsluit en dat ook wel de thermostatische insert heet, en de knop met het waselement die de temperatuur voelt. Werkt de kraan niet meer, dan is bijna altijd een van de laatste twee de boosdoener en hoeft het huis er niet uit. Het binnenwerk van een thermostaatkraan vervangen kan bij de meeste merken met het systeem op druk, mits het huis een afsluitbare insert heeft. Hoe je dat per merk aanpakt staat bij het vervangen van een radiatorkraan.
De knop is een ander verhaal. Die zit met een klemring, een wartelmoer of een klein inbusschroefje vast, en de maat verschilt per merk. Voor een universele of slimme knop is M30x1,5 de maat die je het vaakst tegenkomt, maar Danfoss werkt met een eigen klemring en Herz met M28x1,5. Meet de schroefdraad met een schuifmaat voordat je bestelt, of neem de oude knop mee naar de winkel. Een universeel handwiel zonder thermostaat is er ook, en dat heeft op een enkele plek in huis de voorkeur.
Zit een oude radiatorknop muurvast, dan is trekken de verkeerde reflex. Draai eerst de knop naar de hoogste stand, want dan staat er geen veerdruk meer op de pin. Werkt dat niet, dan helpt kruipolie op de klemring en een zachte tik met een houten hamer. Meer over het losmaken en vervangen van een vastzittende knop staat bij het vervangen van de radiatorknop. Voor de twee merken die je in Nederland het vaakst tegenkomt hebben we aparte pagina's over de thermostaatkraan van Danfoss en over de kranen en inserts van Heimeier.
Een kraan die stroef draait of helemaal niet meer werkt is bijna nooit echt defect. In de meeste gevallen zit het pinnetje onder de knop vast omdat de kraan een half jaar in dezelfde stand heeft gestaan. Haal de knop eraf en beweeg dat pinnetje een paar keer in en uit met een waterpomptang, dan komt het meestal vanzelf weer los. Verder valt er aan een binnenwerk weinig te repareren: het laat zich niet openen, en een nieuwe insert kost minder dan een uur sleutelen.
Over de goedkope thermostaatknoppen die af en toe bij Lidl of Action in de actie liggen zijn de ervaringen wisselend. Ze passen vaak wel, want M30x1,5 is M30x1,5, maar het waselement reageert traag en de temperatuur wijkt een graad of twee af van wat er op de knop staat. Op een slaapkamer merk je dat nauwelijks, in de woonkamer wel.
| Merk | Aansluiting van de knop | Waar je op let |
|---|---|---|
| Danfoss RA en RA-N | Eigen klemring van 23 mm | Voor een slimme knop is een adapter nodig, die zit meestal in de doos |
| Danfoss RAV en RAVL | Klemring 34 mm en 26 mm | Ouder model, de RAV heeft ook een verlengstuk op de pin |
| Heimeier | M30x1,5 | De maat waar vrijwel elke universele knop op past |
| Herz | M28x1,5 | Het binnenwerk bestaat met en zonder voorinstelling, dat scheelt in het artikelnummer |
| Comap | M30x1,5, ouder werk soms M28x1,5 | Meten voordat je bestelt |
| Giacomini | M30x1,5 | Knop en insert zijn los te koop, prijsverschil met een hele kraan is klein |
| Oventrop | M30x1,5 | Voorinstelling met een cijferring onder de knop |
| MNG, Orkli en Temset | M30x1,5 | Huismerken uit de groothandel, knoppen zijn uitwisselbaar |
| Plieger, Vasco en Jaga | M30x1,5 | Design onderblokken zoals de Como-serie in kleur, knop apart bestelbaar |
| Losse knop bij Praxis of Gamma | M30x1,5 met bijgeleverde adapters | Let op of de adapter voor Danfoss in de verpakking zit |
Slim regelen, inregelen en radiatoren naast vloerverwarming
Een slimme radiatorknop op een oude radiator werkt prima, ook op een installatie uit 1966. De knop meet de temperatuur in de kamer en draait zelf aan de pin, dus het enige dat moet kloppen is de schroefdraad. Merken als Tado en Honeywell met evohome leveren adapters mee voor Danfoss en voor M28x1,5. Zo'n knop installeren is een kwestie van de oude knop eraf halen, de adapter aandraaien en de nieuwe knop zichzelf laten afstellen op de pin. Een slimme radiatorknop zonder thermostaat op de muur kan ook, maar dan blijft de ketel op weerafhankelijke regeling doorstoken terwijl alle knoppen dicht zijn.
De standen op een gewone knop staan niet voor graden op de ketel maar voor de temperatuur in de kamer, en het symbool met het sterretje of het sneeuwvlokje is de vorstbeveiliging. Een radiator helemaal uitzetten doe je met de knop op de laagste stand of door het voetventiel te sluiten. Aan het begin van het stookseizoen is elke radiator één keer helemaal opendraaien de moeite waard: dat houdt de pin soepel en scheelt je in november een kraan die vastzit.
Dat brengt je bij de vraag die het vaakst gesteld wordt: moeten alle radiatoren open staan? In een woning met een moderne ketel hoeft dat niet, maar er moet wel genoeg circulatie overblijven. Houd minimaal een kwart van het totale vermogen open, of zorg voor een bypass of open verdeler. Draai je alles dicht, dan gaat de pomp fluiten, schakelt de ketel kort in en uit, en verbruik je juist meer gas in plaats van minder. In de zomer mogen de radiatoren gewoon dicht, zolang je ze in het najaar weer even doorloopt.
Waterzijdig inregelen van oude radiatoren is de goedkoopste comfortmaatregel die er is. Je zet de voorinstelling van de radiatoren dicht bij de ketel krapper en die van de verste radiator ruimer, tot elke radiator ongeveer hetzelfde temperatuurverschil tussen aanvoer en retour laat zien. Mik op ongeveer 20 graden verschil bij een oude installatie, en op 10 tot 15 graden bij een lage aanvoertemperatuur. Wie op delta t wil sturen heeft aan een infraroodthermometer genoeg.
Heb je beneden vloerverwarming en boven radiatoren, dan botsen twee temperaturen. De vloer wil 35 tot 40 graden, de radiatoren willen meer. De gebruikelijke oplossing is een hogere aanvoertemperatuur voor de radiatoren en een mengregeling op de verdeler die voor de vloer terugmengt. Is er maar één vloerverwarmingsgroep die is meegenomen op een radiatorleiding, dan zet je daar een thermostaatkraan met voeler op die de retour begrenst. Die begrenzer sluit zodra het retourwater boven de ingestelde temperatuur komt, en dat beschermt je vloer tegen te heet water.
Een moederhaard of een houtkachel met cv-aansluiting stelt nog een extra eis. Die moet zijn warmte altijd ergens kwijt kunnen, ook als alle knoppen dichtstaan. Laat daarom minstens één radiator zonder thermostaatknop in het circuit, met een gewoon handwiel dat open blijft staan.
| Stand op de knop | Ongeveer deze kamertemperatuur | Waar je hem voor gebruikt |
|---|---|---|
| Sterretje of sneeuwvlok | 7 graden | Vorstbeveiliging in een ruimte die je niet stookt |
| 1 | 12 graden | Hal, berging of logeerkamer |
| 2 | 16 graden | Slaapkamer of een toilet dat niet koud mag worden |
| 3 | 20 graden | Woonkamer, de stand die je het meest gebruikt |
| Tussen 3 en 4 | 22 graden | Woonkamer bij een lage aanvoertemperatuur |
| 4 | 24 graden | Badkamer |
| 5 | 28 graden of hoger | Volledig open, niet als vaste stand bedoeld |
Een radiator afkoppelen, aftappen en terugplaatsen
Moet er behangen, gestuukt of geschilderd worden, dan gaat de radiator eraf. De vraag is alleen hoe ver je het systeem daarvoor moet leeglaten. Heeft de radiator een afsluitbare kraan én een afsluitbaar voetventiel, dan kun je hem ontkoppelen zonder aftappen: beide dicht, wartels los, teiltje eronder en de radiator kantelend naar buiten dragen. Zonder afsluitbaar voetventiel moet het hele systeem drukloos, en dan is de volgorde belangrijk.
Het aftappunt zit op het laagste punt van de installatie: de vulkraan bij de ketel, een aftapkraan in de kruipruimte, of het aftapkraantje op de laagste radiator van de begane grond. Sluit daar een aftapslang of een gewone tuinslang op aan met een slangklem en hang het uiteinde in een afvoer. Trek de stekker van de ketel eruit voordat je begint. Zet daarna de ontluchters open, eerst boven en dan beneden, want zonder lucht erbij loopt er niets weg. Reken erop dat er nog een flinke slok zwart water uit de onderste koppeling komt zodra je de wartel losdraait, en houd een waterstofzuiger of een teiltje klaar.
De koppeling tussen de kraan en de radiator is een wartel van 3/4 duim, en die is het makkelijkste punt om los te nemen. Dop de kraan daarna af met een dop van 3/4 duim; de dopjes die op een vulkraan zitten passen daar precies op. Wil je op de leiding zelf afdoppen omdat de kranen ook weg moeten, dan heb je doppen van 1/2 duim nodig, twee per radiator. Welke maten en welke volgorde erbij horen staat uitgebreider bij het afdoppen van een radiator en bij het afkoppelen van de radiator.
Gaat de radiator definitief weg, dan hangt het van je systeem af wat er met de leidingen gebeurt. Bij een tweepijpssysteem dop je aanvoer en retour los van elkaar af en is er niets aan de hand. Bij een eenpijpssysteem, waar de radiatoren in serie op één ring hangen, moet je de twee leidingen aan elkaar doorlussen, anders staat de rest van de ring stil. Twijfel je welk systeem je hebt, kijk dan of er twee aparte leidingen naar elke radiator lopen of dat er één doorgaande leiding langs alle radiatoren gaat. Bij het verwijderen van een radiator gaan we daar dieper op in.
Ontluchten, bijvullen en de geluiden die erbij horen
Ontluchten lukt het beste als de installatie warm is geweest en de pomp stilstaat. Zet de ketel of de pomp uit, wacht een kwartier zodat de lucht naar de hoogste punten kan stijgen, en begin daarna beneden. Werk van de laagste radiator naar de hoogste. Doe het ontluchtingskraantje met de ontluchtingssleutel een halve slag open, houd er een bakje en een doek onder, en draai dicht zodra er water komt in plaats van lucht.
Kijk daarna altijd de druk na, want ontluchten haalt druk uit het systeem. Koud hoort een gewone eengezinswoning rond de 1,5 bar te staan, en onder de 0,8 bar slaat de ketel af. Welke druk bij jouw hoogteverschil hoort reken je uit met onze hulp voor de cv-druk. Blijft er na twee rondes nog lucht terugkomen, dan zuigt het systeem ergens lucht aan of staat het expansievat verkeerd, en heeft nog een keer ontluchten geen zin.
Een radiator zonder ontluchtingsventiel kom je vooral tegen bij oude installaties en bij radiatoren met een dubbele bovenaansluiting. Zit er wel een blindstop maar geen nippel, dan draai je die blindstop van 1/2 duim eruit en zet je er een ontluchtingsnippel of een automatische ontluchter in. Een convector of een Jaga ontlucht je op het verzamelstuk aan het einde van de wisselaar, niet op de lamellen. Woon je in een appartement met blokverwarming of aan de stadsverwarming, dan ontlucht je de radiator gewoon zelf, maar bijvullen doe je niet: de druk in dat net regelt de beheerder en de afleverset is niet van jou.
Het lawaai dat een installatie maakt is bijna altijd te herleiden. Een radiator die borrelt of klotst heeft lucht. Een fluitende radiator heeft te veel drukverschil over een bijna dichte kraan. Eentje die bromt of zoemt geeft de trilling van de pomp door de leidingen door. Piept of suist het zachtjes, dan perst er te veel water door een te krappe opening, en een piepende radiatorknop doet dat op kleinere schaal. Tikt of trilt het alleen tijdens het opwarmen en het afkoelen, dan is dat uitzetting van staal en koper en geen storing.
| Geluid | Wat het betekent | Wat je eraan doet |
|---|---|---|
| Klotsen of stromend water horen | Lucht die met het water meestroomt | Bijvullen tot 1,5 bar en opnieuw ontluchten met de pomp uit |
| Borrelen dat na het ontluchten terugkomt | Het systeem zuigt lucht aan of het expansievat is leeg | Vuldruk en voordruk van het expansievat laten nakijken |
| Fluitend geluid dat luider wordt als de kraan verder dicht gaat | Te veel drukverschil over een kleine opening | Pomp een stand lager of de voorinstelling ruimer zetten |
| Suizen bij alle radiatoren tegelijk | Pomp draait te hoog voor deze installatie | Pompstand verlagen, bij een moderne pomp op drukverschil zetten |
| Brommend of zoemend geluid dat stopt als de pomp uit gaat | Trilling van de pomp langs de leidingen | Pomp losnemen van de wand en op rubber zetten |
| Tikken tijdens het opwarmen | Leiding of radiator zet uit langs een beugel | Doorvoer ruimer maken en de leiding vrij leggen |
| Tikken terwijl de radiator uit staat | Afkoelen na het stoken | Normaal, tenzij het uren blijft doorgaan |
| Druppelend geluid zonder zichtbaar water | Water dat in een bijna lege radiator valt | Ontluchten en de druk controleren |
| Trillen of piepen van de knop zelf | Binnenwerk sluit bijna dicht en gaat resoneren | Voorinstelling ruimer, of het binnenwerk vervangen |
Radiatorfolie, ombouw, vensterbank en roosters
Een radiator geeft zijn warmte op twee manieren af: straling vanaf de voorplaat en convectie via de lucht die er langs stroomt. Bij een moderne plaatradiator is de convectie veruit het grootste deel. Alles wat die luchtstroom hindert, kost dus rechtstreeks vermogen, en dat is de rode draad achter vrijwel elke vraag in deze hoek.
Daarom hoort radiatorfolie op de muur en niet op de radiator. Radiatorfolie aanbrengen doe je op een schone, droge en stofvrije muur, met de reflecterende kant naar de kamer. Op de muur reflecteert de folie de stralingswarmte terug de kamer in en houdt hij de buitenmuur koeler. Plak je hem op de achterkant van de radiator, dan schakel je een deel van het convectie-oppervlak uit en maak je de radiator in feite kleiner. Reken ook niet op wonderen: de rd-waarde van radiatorfolie is klein en het effect is alleen merkbaar bij een ongeïsoleerde buitenmuur. Achter de radiator isoleren met een dun plaatje isolatiemateriaal met een reflecterende laag werkt om dezelfde reden beter dan folie op het staal. Folie onder een vloerkleed doet in dit verhaal niets.
Een radiatorombouw is de duurste versiering die je kunt kopen. Het warmteverlies van een dichte ombouw loopt al gauw op tot de helft van de capaciteit, en met een dichte bovenkant blijft er van de circulatie vrijwel niets over. Wil je toch een ombouw of een bankje voor de radiator, laat dan de voorkant open met spijlen en de bovenkant helemaal vrij. Dat geldt ook voor een ombouw in een erker of voor een schuifpui, waar de koudeval van het glas het grootst is.
Een vensterbank boven de radiator werkt hetzelfde. Steekt hij ver over de radiator heen, dan wordt de opstijgende warme lucht tegen het koude glas gedrukt en valt die gekoeld weer naar beneden. Het gevolg is precies de tocht in je nek die mensen aan een lekkend raam wijten. Een gleuf of een rooster in de vensterbank helpt maar een beetje, een schuine plank eronder helpt niet. De ingreep die wel werkt is de vensterbank inkorten tot een paar centimeter voorbij de voorkant van de radiator, of de radiator vervangen door een lagere en langere die verder onder de vensterbank vandaan komt.
| Maatregel | Effect op de warmteafgifte | Advies |
|---|---|---|
| Radiatorfolie tegen de muur | Kleine winst bij een ongeïsoleerde buitenmuur | Doen, met de reflecterende kant naar de kamer |
| Radiatorfolie op de achterkant van de radiator | Verlies, het convectie-oppervlak wordt kleiner | Niet doen |
| Sierrooster of bovenrooster op de radiator | Enkele procenten verlies | Mag eraf als je alle warmte nodig hebt |
| Afdekrooster of lamellenrooster voor de voorkant | 5 tot 15 procent verlies | Kan, mits boven en onder open |
| Ombouw met open voor- en bovenkant | 10 tot 20 procent verlies | Acceptabel |
| Ombouw met dichte bovenkant | 50 procent of meer verlies | Niet doen, de kamer wordt niet meer warm |
| Vensterbank tot 2 cm over de radiator | Nauwelijks verlies | Prima |
| Brede vensterbank ver over de radiator | Merkbaar verlies plus koudeval en tocht | Inkorten |
| Plank op de radiator of een plankdrager erboven | Zelfde effect als een vensterbank | Houd 10 cm vrij boven de radiator |
| Gordijn dat voor de radiator langs hangt | 20 procent of meer verlies | Gordijn tot op de vensterbank laten eindigen |
Verven, roest en hoe lang een radiator meegaat
Een radiator verf je koud en uit, nooit warm, want dan trekt de verf op en krijg je strepen. Maak hem eerst stofvrij tussen de lamellen met een stofzuiger en een lange borstel, schuur de bestaande laklaag mat en ontvet met ammonia of een ontvetter. Is de oude laklaag heel en zit er nergens roest, dan kun je een radiator verven zonder grondverf. Zitten er roestplekken, dan schuur je die tot op het blanke staal en zet je ze eerst in een roestwerende grondverf, anders komt de roest binnen een jaar door je nieuwe laag heen.
Gebruik radiatorlak of een watergedragen lak die tegen 90 graden kan. Gewone muurverf of een goedkope acrylverf verkleurt en laat op den duur los. Werk met een kleine schuimroller van 10 cm en een lamellenkwast met een gebogen steel voor achter de platen. Dat een radiator de eerste keer na het verven stinkt is normaal: de lak hardt onder warmte uit. Zet ramen open en stook hem in één keer flink door, dan is het na een dag over.
Hoe lang radiatoren meegaan hangt vooral af van het water erin. In een gesloten systeem met weinig zuurstof haalt een stalen plaatradiator dertig tot veertig jaar, en een gietijzeren ledenradiator gaat een mensenleven mee. De levensduur van een thermostaatkraan is korter: reken op tien tot vijftien jaar voordat het binnenwerk gaat lekken of vast gaat zitten. Zijn nieuwe radiatoren zuiniger? Op zichzelf niet, want de warmte die je in de kamer nodig hebt verandert niet. Winst zit er alleen in als je een grotere radiator kiest waardoor de ketel op een lagere aanvoertemperatuur kan draaien, en dan komt de besparing uit de ketel en niet uit de radiator.
Een oude radiator vervangen door een designradiator, of een radiator van 40 jaar oud vervangen, doe je dus vooral als hij lekt, als hij niet meer schoon te krijgen is, of als je overstapt op lagere temperaturen. Lekt hij onderaan door roest van binnenuit, dan is vervangen de enige route. Wil je op die plek juist geen radiator meer, dan kun je hem weghalen en de leidingen afdoppen, of hem ombouwen naar elektrisch door in plaats van de blindstop een elektrisch element te plaatsen.
Een thermostaatkraan in de douche is een ander onderdeel
Zoek je op thermostaatkraan, dan lopen twee heel verschillende dingen door elkaar. Op de radiator is het een kraan met een waselement dat de kamertemperatuur voelt. In de douche is het een mengkraan met een thermo-element dat warm en koud water mengt op een vaste temperatuur. Ze delen alleen de naam.
Bij een douchethermostaat is verkalking veruit de meest voorkomende oorzaak van klachten. Het water wordt niet meer heet, of juist niet meer koud, of de knop laat zich nog maar over een paar millimeter regelen. Zo'n kraan repareren is bijna altijd hetzelfde ritueel: water afsluiten, de kraan demonteren, het thermo-element eruit draaien en een paar uur in pure schoonmaakazijn leggen. Een hele nacht mag ook, maar hoeft meestal niet. Smeer de rubbers daarna in met kranenvet op siliconenbasis en draai het element met de hand terug, zodat je voelt of de fijne schroefdraad recht loopt.
Het gereedschap is het struikelblok. Bij veel Grohe-kranen zit het element achter een ring die je met een pijpsleutel of Grohe-sleutel van 34 of 36 mm losdraait, bij andere modellen draai je het element eruit met een steeksleutel van 22mm. Gebruik daar geen waterpomptang voor. Die ring is dun en vervormt zo, en met een beschadigde ring krijg je de kraan niet meer dicht. De knop zelf mag je er meestal met kracht af trekken zonder het water af te sluiten, maar voor het element moet de hoofdkraan dicht.
Na het terugzetten ga je de kraan opnieuw afstellen. Zet de knop half op de vertanding, houd een thermometer in de straal, draai tot 38 graden en schuif de knop dan pas op zijn plaats met de markering tegenover de aanslag. Blijft het water lauw terwijl de ketel wel 60 graden levert, kijk dan naar de zeefjes en de keerkleppen in de aansluiting en naar de doorstroming. Een te ruime regendouche in combinatie met een krappe toevoer geeft precies dat beeld: knijp de koudwatertoevoer een stukje dicht en de temperatuur loopt meteen op.
Lekt het niet bij de kraan maar bij de douchekop of bij de aansluiting van de slang, dan is er met de thermostaat niets aan de hand en gaat het om een leertje of een O-ring. Wil je een gewone douchekraan vervangen door een thermostaatkraan, houd dan rekening met de hartafstand van 150 mm tussen warm en koud. Wijkt die af, dan vang je dat op met verstelbare s-koppelingen en een muurplaat die het gat afdekt.
| Situatie | Wat je meestal tegenkomt | Wat werkt |
|---|---|---|
| Grohe opbouw, series 1000, 2000 en 3000 | Ring die je met een pijpsleutel van 34 of 36 mm losdraait | Element uitnemen en ontkalken, een nieuw element kost 55 tot 90 euro |
| Grohe inbouw in een inbouwdoos | Verlengde spindel en een spline waarop de knop klemt | Op 38 graden ijken met een thermometer voordat je de knop vastzet |
| Hansgrohe | Element met een borgring en een aparte terugslagklep | Zeefjes en keerkleppen meenemen bij het schoonmaken |
| Hotbath, Kludi en Tiger | Vervangbare cartouche in plaats van een los element | Cartouche als geheel vervangen, ontkalken heeft weinig zin |
| Huismerken zoals Ben Lavion, Sar en Avital | Handleiding en onderdelen lastig te vinden | Typenummer van de muurplaat of de doos opzoeken voordat je demonteert |
| Kraan zonder merk of typenummer | Geen documentatie, wel een standaard element | Element uitnemen, opmeten en vergelijken met de gangbare maten |
| Warm en koud verwisseld aangesloten | De kraan mengt niet en regelt averechts | Leidingen omdraaien, of een element voor een omgekeerde aansluiting bestellen |
| Krakend of fluitend geluid na montage | Lucht in de kraan of te hoge waterdruk | Een paar keer laten doorstromen, daarna de waterdruk nakijken |
Storingzoeker
Kies het merk, vul de code in en zie wat er aan de hand is, wat je zelf kunt doen en wanneer je moet bellen. Bekijk alle gegevens
| Merk | Code | Wat er aan de hand is | Wat je zelf kunt doen | Bellen of niet |
|---|---|---|---|---|
| Intergas | 1 | De ketel wordt te warm, de aanvoertemperatuur loopt te hoog op | Controleer de waterdruk en ontlucht de radiatoren. Te weinig water of lucht in de installatie is de gewone oorzaak. | Blijft hij terugkomen: monteur |
| Intergas | 2 | Storing in de aanvoer- of retoursensor | Reset de ketel een keer. Herhaalt de code zich, dan is de sensor of de bedrading het probleem. | Monteur |
| Intergas | 3 | De maximaalthermostaat heeft ingegrepen | Controleer druk en doorstroming, ontlucht de installatie. | Blijft het: monteur |
| Intergas | 4 | Geen vlamsignaal, de ketel krijgt het vuur niet aan | Kijk of de gaskraan open staat en of andere gastoestellen het doen. Reset daarna een keer. | Doet gas het wel: monteur |
| Intergas | 5 | Slecht of wegvallend vlamsignaal | Reset een keer. Vaak vervuilde ionisatiepen of ontsteking. | Monteur |
| Intergas | 6 | Fout in de vlamdetectie | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 7 | Probleem met de rookgasafvoer of de uitlaatgassensor | Kijk of de afvoer buiten vrij is en niet verstopt zit door een vogelnest of blad. | Monteur, dit raakt de veiligheid |
| Intergas | 8 | Het ventilatortoerental klopt niet | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 10 tot en met 14 | Sensorfout of storing in de installatie, bijvoorbeeld een defecte stromingsschakelaar, draadbreuk of lucht in de installatie | Controleer de waterdruk en ontlucht grondig, van laag naar hoog. | Blijft het: monteur |
| Nefit | A01 | Geen vlam of vlam valt weg | Controleer of de gaskraan open staat en of de druk goed is, reset daarna een keer. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | C6 | De ventilator draait niet op het juiste toerental | Reset een keer. | Monteur |
| Nefit | D1 | Te weinig waterdruk in de installatie | Bijvullen tot de juiste druk voor jouw bouwhoogte, daarna ontluchten. | Zelf te doen |
| Nefit | EA | Vlam wordt niet waargenomen | Reset een keer. Kijk of andere gastoestellen werken. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | F0 of F7 | Interne storing in de besturing | Reset een keer, haal eventueel kort de stroom eraf. | Monteur |
| Remeha | Reset knop | Vergrendelde storing | Houd de resetknop ingedrukt tot het display reageert. Noteer eerst de code voordat je reset. | Afhankelijk van de code |
| Remeha | E00 | Aanvoersensor defect of niet aangesloten | Reset een keer. | Monteur |
| Remeha | E01 | Te weinig waterdruk of geen doorstroming | Bijvullen en ontluchten. | Zelf te doen |
| Remeha | E04 | Geen vlam bij het opstarten | Gaskraan controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.22 | Te weinig water in de ketel, droogkookbeveiliging | Bijvullen tot de juiste druk en ontluchten. | Zelf te doen |
| Vaillant | F.28 | Ontsteking mislukt bij het opstarten | Gastoevoer controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.75 | Drukverschil niet herkend, vaak de pomp of het expansievat | Controleer of de druk sterk schommelt bij het opstarten. | Monteur, meestal het expansievat |
| AWB | Vlamstoring | Geen ontsteking | Gaskraan open, druk controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Bosch vaatwasser | E15 | Water in de lekbak onderin, de vlotterbeveiliging staat aan | Kantel het apparaat voorzichtig naar achteren zodat het water uit de bak loopt, zet hem terug en start opnieuw. Zoek daarna waar het water vandaan kwam. | Blijft het terugkomen: monteur |
| Bosch vaatwasser | E24 of E25 | Water loopt niet weg, afvoer verstopt | Maak het zeef en de pompfilter schoon, controleer de afvoerslang op een knik en de sifonaansluiting op een dop die er nog in zit. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E22 | Filters verstopt | Zeven eruit en schoonmaken. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E09 | Verwarmingselement defect, water wordt niet warm | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Siemens vaatwasser | E15 | Water in de lekbak, vlotterbeveiliging actief | Zelfde aanpak als bij Bosch: voorzichtig kantelen, water eruit, terugzetten en opnieuw starten. | Blijft het: monteur |
| Siemens vaatwasser | E24 | Afvoer geblokkeerd | Zeven en pompfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| Siemens vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de startknop ongeveer drie tot vijf seconden ingedrukt tot het programma terugspringt, of haal de stekker er een minuut uit. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i20 of 20 | Afvoerprobleem, water loopt niet weg | Filters en pomp schoonmaken, afvoer controleren. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i30 of 30 | Water in de bodembak, lekkage gedetecteerd | Kantelen om het water eruit te laten en de oorzaak zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de programmaknop en de startknop samen enkele seconden ingedrukt. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F11 | Water loopt niet weg | Filters en afvoerpomp schoonmaken. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F70 | Vlotter of niveaubeveiliging | Controleer op lekkage onderin. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E18 of F18 | Water loopt niet weg | Pluizenzeef vooronder schoonmaken en de afvoerslang controleren. | Zelf te doen |
| Bosch wasmachine | F21 | Motorstoring, trommel draait niet | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E23 | Water in de lekbak | Machine kantelen om het water eruit te laten, daarna de lekkage zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG wasmachine | E20 | Afvoerprobleem | Pluizenfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| AEG wasmachine | E40 | Deur niet goed dicht | Deur opnieuw sluiten, controleer of er was tussen zit. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 1 keer | Reservoir warmt op of komt uit een stroomonderbreking | Wacht ongeveer tien minuten tot hij op temperatuur is. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 2 keer | Reservoir bereikt de temperatuur niet | Haal de stekker er een minuut uit en zet hem terug. Blijft het knipperen, dan is er meestal een onderdeel defect. | Blijft het: monteur |
| Quooker | Knippert 3 keer | Storing in de temperatuursensor | Een keer stroomloos maken. | Monteur |
| Quooker | Geen kokend water, wel gewoon water | Reservoir uit of niet op temperatuur | Controleer of de stekker in het stopcontact zit en of de groep niet is uitgevallen. | Zelf te doen |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Moeten alle radiatoren open staan in de winter?
Nee, ruimtes die je niet gebruikt mag je gewoon dichtdraaien of op stand 1 zetten. Er is één voorwaarde: er moet genoeg circulatie overblijven voor de pomp. Houd minimaal een kwart van het totale vermogen open of zorg voor een bypass. Verbruik je meer gas als alle radiatoren open staan? In een goed ingeregeld huis nauwelijks, want de kamerthermostaat bepaalt hoe lang de ketel stookt. Te weinig radiatoren open kost juist gas, omdat de ketel dan kort achter elkaar in- en uitschakelt.
Welke kant moet je een radiatorkraan op draaien om hem dicht te doen?
Met de klok mee dicht, tegen de klok in open, gezien vanaf de voorkant van de knop. Bij een thermostaatknop draai je naar het lagere cijfer om dicht te draaien, dus van 5 naar het sterretje. Dat sterretje of sneeuwvlokje is geen uit-stand maar vorstbeveiliging: de kraan opent alsnog rond de 7 graden. Zit er geen knop op, dan draai je de radiator dicht door de pin met een tang in te drukken, of beter, door een universele knop of handwiel te monteren.
Hoe hoog moet een radiator vanaf de vloer hangen en hoe ver van de muur?
Houd 10 tot 15 cm tussen de vloer en de onderkant van de radiator aan, en 3 tot 5 cm tussen de radiator en de muur. Daaronder komt er te weinig lucht langs en zakt de afgifte merkbaar. Boven de radiator wil je minimaal 10 cm vrij houden tot de vensterbank. Een radiator hoort waterpas te hangen, met hooguit een paar millimeter verschil en met de ontluchter aan de hoogste kant, anders blijft er lucht in de hoek staan die je er niet uit krijgt.
Hoe bereken je het vermogen van een bestaande radiator?
Meet hoogte, lengte en diepte en zoek het type op, bijvoorbeeld type 22 van 600 bij 1000 mm. In de vermogenstabel van de fabrikant lees je dan de warmteafgifte af, in dit voorbeeld ongeveer 1500 watt bij 75 graden aanvoer en 65 graden retour. Stook je op 55 graden, dan houd je daar ongeveer de helft van over, en dat is de rekensom achter een lage temperatuur radiator. Voor een ledenradiator tel je de leden en zoek je het vermogen per lid op, voor een convector of een convectorput gebruik je de opgave van de lengte van de wisselaar.
Hoeveel liter water zit er in een radiator?
Dat hangt van het type af. Een type 11 van 60 cm hoog bevat ongeveer 3,5 liter per strekkende meter, een type 22 ongeveer 6,5 liter en een type 33 rond de 9,5 liter. Een gietijzeren ledenradiator zit veel hoger en kan bij tien leden zo op twaalf liter komen. Die waterinhoud verklaart waarom een oude radiator traag warm wordt en lang nawarmt, en waarom je bij het leeg laten lopen op vijf tot tien liter per radiator moet rekenen.
Kun je zelf een thermostaatkraan vervangen?
Ja, dat is een van de klussen die goed zelf te doen zijn, en we hebben er een aparte uitleg over het wisselen van een radiatorkraan stap voor stap. Vaak hoeft de hele kraan er niet eens uit: bij een huis met een afsluitbare insert vervang je alleen het binnenwerk en blijft het systeem op druk. Moet het huis eruit, dan sluit je de radiator en het voetventiel af, of je tapt het systeem af. Reken op een half uur per kraan en op een tegensleutel om de leiding niet mee te draaien. Een radiator vervangen zonder aftappen werkt volgens hetzelfde principe, mits beide kranen echt dicht gaan.
Wat is een voetventiel en waar zit het?
Het voetventiel zit in de retour, aan de andere kant dan de thermostaatknop, en het is een afsluiter en geen regelknop. Je bedient hem met een inbussleutel of een steeksleutel onder een dopje. Daarmee kun je één radiator afsluiten zonder de rest van het huis drukloos te maken. Er zijn rechte en haakse soorten voetventielen, met en zonder aftapper, en die met een aftapper is verreweg het handigst als je ooit één radiator wilt leeg laten lopen.
Mijn radiatorknop zit vast of draait door, wat nu?
Draai eerst naar de hoogste stand, want dan staat er geen veerdruk meer op de pin en komt een klemring makkelijker los. Draait de knop rond zonder dat er iets gebeurt, dan is de kunststof binnenkant van de knop kapot of is de kraan ooit te vast gedraaid. Zo'n knop vervang je door een universele met de juiste maat, meestal M30x1,5, en die vind je los bij Praxis of Gamma. Is de knop afgebroken en zit de pin vast, beweeg hem dan los met een waterpomptang en wat kruipolie voordat je de nieuwe knop erop zet.
Waarom blijft de onderkant van mijn radiator koud?
Een radiator die bovenaan warm is en onderaan koud blijft heeft geen lucht maar een doorstromingsprobleem. Meestal ligt er slib onderin, of staat de kraan zo krap dat het water alleen over de bovenrand loopt. Zet eerst de voorinstelling ruimer en meet het verschil tussen aanvoer en retour. Blijft de onderkant koud, dan neem je de radiator eraf en spoel je hem buiten met de tuinslang uit tot er schoon water uit komt. Zwart water in dat spoelsel is normaal, maar het hoort daarna wel helder te worden.
Wat betekenen de geluiden die mijn radiator maakt?
Klotsen en stromend water horen betekent lucht in het systeem, vaak met te lage druk. Een fluitend of suizend geluid dat luider wordt als de kraan verder dichtgaat, komt door te veel drukverschil over een kleine opening: pomp lager of voorinstelling ruimer. Brommen of zoemen dat verdwijnt zodra de pomp uit gaat, is trilling van de pomp die zich via de leidingen verplaatst. Tikken tijdens het opwarmen is uitzetting van de leiding langs een beugel of een muurdoorvoer, en dat is geen storing maar wel op te lossen door de leiding vrij te leggen.
Hoe ontlucht ik een radiator zonder ontluchtingsventiel?
Kijk eerst of er een blindstop van 1/2 duim in de bovenste aansluiting zit. Die kun je er na het drukloos maken uitdraaien en vervangen door een ontluchtingsnippel of een automatische ontluchter. Zitten alle vier de aansluitingen in gebruik, bijvoorbeeld bij een dubbele bovenaansluiting, dan ontlucht je op het hoogste punt van de leiding erboven. Bij een convector of een Jaga zit de nippel op het verzamelstuk aan het einde van de wisselaar en niet op de lamellen zelf.
Radiatorfolie op de muur of op de radiator?
Op de muur. Op de achterkant van de radiator schakel je een deel van het convectie-oppervlak uit, waardoor de radiator minder afgeeft en de ketel dat met een hogere watertemperatuur moet compenseren. Op de muur reflecteert de folie de stralingswarmte terug de kamer in en blijft de convectie ongemoeid. Verwacht er geen wonderen van: de rd-waarde is laag en het effect is alleen merkbaar bij een ongeïsoleerde buitenmuur. In een goed geïsoleerd huis is het weggegooid geld.
Kan een verticale designradiator aan de bovenkant worden aangesloten?
Dat kan, mits er een stromingsbuis in kan. Kijk van boven door de radiator naar beneden: zie je een doorgaande ruimte, dan past er een buis. Die stromingsbuis hoort bij twee aansluitingen boven in de retour, ongeveer vijf centimeter korter dan de binnenhoogte van de radiator. Zorg dat de leidingen vanaf de radiator oplopen naar een hoger ontluchtingspunt, want in deze opstelling kun je zelf geen ontluchter meer kwijt. Een designradiator ontluchten gaat daarna via dat hogere punt.
Wat is het verschil tussen radiator type 11 en type 22?
Type 11 heeft één waterplaat met één pakket convectorlamellen erachter en is ongeveer 60 mm diep. Type 22 heeft twee waterplaten met twee lamellenpakketten ertussen en is ongeveer 100 mm diep. Bij dezelfde hoogte en lengte levert een type 22 bijna het dubbele vermogen. Dat is meteen de reden dat je bij het bestellen van een bovenrooster of een afdekrooster het type moet weten: de breedte van het rooster volgt de diepte van de radiator.
Kan ik een radiator elektrisch maken en waarmee vul je hem?
Ja, met een elektrisch schroefelement in de onderste aansluiting, nadat je de radiator van de cv hebt losgekoppeld en afgedopt. Vullen doe je met gedemineraliseerd water met ongeveer een vijfde deel glycol als antivries, tot ongeveer negentig procent van de inhoud, zodat er ruimte overblijft voor uitzetting. Autokoelvloeistof hoort er niet in. De aansluiting moet geaard zijn en in een badkamer gelden regels voor de plaats van de aansluitdoos, dus laat dat deel doen door iemand die daar verstand van heeft.
Hoe lang gaan radiatoren en thermostaatkranen mee?
Een stalen plaatradiator in een gesloten systeem haalt dertig tot veertig jaar, een gietijzeren ledenradiator gaat veel langer mee. Het binnenwerk van een thermostaatkraan is eerder op: tien tot vijftien jaar is gebruikelijk, daarna gaat de pin vastzitten of gaat de spindel lekken. Wanneer een radiator vervangen moet hangt dus zelden af van zijn leeftijd. Doorgeroest onderaan, niet meer schoon te krijgen of te klein voor een lagere aanvoertemperatuur zijn de drie redenen die ertoe doen.
Hoe combineer ik beneden vloerverwarming met radiatoren boven?
Het knelpunt is de aanvoertemperatuur: de vloer wil 35 tot 40 graden en de radiatoren willen meer. De gebruikelijke opzet is een hogere aanvoer voor de radiatoren, met op de verdeler van de vloerverwarming een mengregeling die terugmengt naar de gewenste vloertemperatuur. Wil je beide zones apart regelen, dan gebruik je zoneventielen of een systeem als evohome van Honeywell dat vloer en radiatoren als aparte zones ziet. Hangt er maar één vloerverwarmingsgroep aan een radiatorleiding, dan zet je daar een thermostaatkraan met voeler op die de retourtemperatuur begrenst.
Mijn Grohe thermostaatkraan in de douche wordt niet meer heet, kan ik hem ontkalken?
Meestal wel, en dat is het eerste dat je probeert. Sluit het water af, draai de ring met een sleutel van 34 of 36 mm los of draai het element eruit met een steeksleutel van 22mm, en leg het thermo-element een paar uur in pure schoonmaakazijn. Smeer de rubbers daarna in met kranenvet en draai het met de hand terug. Filmpjes op YouTube laten de demontage per serie goed zien en zijn duidelijker dan het meegeleverde boekje. Helpt ontkalken niet, dan is een nieuw element de volgende stap, en dat kost 55 tot 90 euro tegenover een paar honderd euro voor een hele kraan.
Hoe werk ik de radiatorbuizen netjes weg?
De nette oplossing is een koof langs de vloer of een voorzetwand van gipsplaat, met een inspectieluikje bij elke koppeling. Een knelkoppeling of een flexibele leiding wil je altijd bereikbaar houden, alleen gesoldeerde of geperste verbindingen mogen echt uit het zicht. Wil je de leiding alleen minder laten opvallen, dan is een radiatorbuis verven in de kleur van de muur de goedkoopste ingreep: koud laten worden, schuren, ontvetten en dezelfde radiatorlak gebruiken als op de radiator.
Kan ik een radiator weghalen en de leidingen afdoppen?
Bij een tweepijpssysteem kan dat gewoon: aanvoer en retour krijgen elk een dop van 1/2 duim en de rest van de installatie merkt er niets van. Bij een eenpijpssysteem, waar de radiatoren op één doorgaande ring zitten, moet je de leidingen doorlussen, anders staat het deel achter die radiator stil. Ook bij een tweepijpssysteem kan een lange dode aftakking lucht vasthouden, dus dop zo dicht mogelijk bij de hoofdleiding af. Wil je op die plek later toch weer een radiator bijplaatsen, laat de kranen dan zitten en dop op de wartel af. Welke doppen en welke volgorde daarbij horen staat bij het definitief weghalen van een radiator.
Kun je het binnenwerk van een thermostaatkraan ontkalken?
Bij een radiatorkraan niet, en dat komt doordat twee onderdelen dezelfde naam dragen. In een gesloten cv-installatie gaat steeds hetzelfde water rond, dus er komt nauwelijks kalk bij: wat de pin vast zet is roest en slib. Het binnenwerk laat zich niet openen, dus schoonmaken heeft geen zin. Beweeg de pin een paar keer los met een waterpomptang, en blijft de kraan haperen, dan vervang je de hele insert voor een tientje of twintig euro. Ontkalken in schoonmaakazijn hoort bij het thermo-element van een douchethermostaat, want daar stroomt vers leidingwater doorheen.
Waarom loopt de warmtemeter op mijn radiator door terwijl de kraan dichtstaat?
Een elektronische warmtemeter meet het verschil tussen de temperatuur van de radiator en die van de kamer, en een verdampingsmeter reageert op warmte zonder meer. Blijft de radiator lauw doordat er warm water langs de aansluiting stroomt of doordat de leiding er vlak langs loopt, dan telt de meter door. Om die reden kent de verdeelsleutel bij blokverwarming een vast deel, vaak dertig tot vijftig procent, dat over de oppervlakte van de woningen gaat en niet over de meterstanden. Loopt de stand op terwijl de radiator koud aanvoelt, laat de meter dan nakijken door de beheerder. Een warmtemeter beïnvloeden door hem af te plakken of los te schroeven is fraude, en de nieuwere modellen leggen dat vast.