Oude kleuren elektra: wat rood, grijs en zwart betekenen
In Nederlandse woningen van voor ongeveer 1970 was rood de fase, grijs de nul en zwart de schakeldraad tussen schakelaar en lichtpunt. Groen zonder geel was de aarde, als er al aarde lag. De grootste valkuil zit in grijs en zwart: die kleuren hebben in de huidige codering een heel andere betekenis, dus een aansluitdoos die je op kleur leest, lees je verkeerd. Meet elke ader na voordat je iets losneemt, en houd er rekening mee dat je bij een echte wijziging aan een groep de hele groep naar de huidige eisen moet brengen.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Tweepolige spanningstester met twee snoeren, geen fasezoeker in een schroevendraaier
- Multimeter met doorbelfunctie
- Aderlabels of gekleurde tape om draden te merken
- Draadstripper en zijkniptang
- Trekveer van 10 of 15 meter, bij voorkeur van nylon
- Glijmiddel voor draad intrekken
- Schroevendraaierset, plat en kruis, met geïsoleerde greep
- Zaklamp of hoofdlamp voor onder de vloer en in de kruipruimte
Materiaal
- VD-draad 2,5 mm2 in bruin, blauw en groen/geel voor stopcontactgroepen
- VD-draad 1,5 mm2 voor lichtgroepen, plus zwart of grijs voor schakeldraden
- Lasklemmen of doorverbindklemmen die geschikt zijn voor massief draad
- Nieuwe centraaldozen of aftakdozen met deksel
- Pvc-installatiebuis als de oude buis niet deugt
- Randaardestopcontacten, per ruimte allemaal van hetzelfde type
Wat de oude kleuren betekenen
Wie in een huis van voor ongeveer 1970 een aansluitdoos openmaakt, ziet rood, grijs en zwart in plaats van bruin, blauw en groen/geel. Dat is geen prutswerk van een vorige bewoner maar de kleurcodering die toen normaal was. Hoe de moderne installatie is opgebouwd en waarom die codering later is veranderd, staat in ons overzicht over de basis van elektra in huis.
De oude draadkleuren van elektra in huis volgden hun eigen logica, en die is met de invoering van de huidige kleurcodes losgelaten. Een oude installatie lezen is daarom vertalen: je kijkt naar wat de kleur toen betekende, niet naar wat je gewend bent.
In die oude codering was rood de fase, grijs de nul en zwart de schakeldraad tussen een schakelaar en het lichtpunt. Aarde ontbrak in veel woningen volledig, en waar hij wel lag was hij vaak effen groen in plaats van groen met geel. Blauw, wit en geel kwamen erbij zodra er een wissel- of kruisschakeling in het spel was.
Wat het lastig maakt, is dat drie van die kleuren tegenwoordig iets anders betekenen. Grijs en zwart zijn nu faseaders in een meeraderige kabel, en blauw is nu juist de nul. Iemand die de nieuwe codering uit zijn hoofd kent en daarmee een oude doos leest, komt gegarandeerd verkeerd uit. De volledige actuele betekenis van de aders vind je bij de kleur van de L- en N-draad.
| Ader | Betekenis in de oude codering | Betekenis in de huidige codering | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Rood | Fase, de spanningvoerende ader vanuit de groep | Geen vaste betekenis, komt voor als schakeldraad | Verkleurt in oude installaties naar roze of vuilbruin |
| Grijs | Nul | Fase, meestal de derde fase in een krachtstroomkabel | De verwarrendste kleur van allemaal, altijd nameten |
| Zwart | Schakeldraad van schakelaar naar armatuur | Fase, meestal de tweede fase in een krachtstroomkabel | Staat onder spanning zodra de schakelaar aan staat |
| Groen zonder geel | Aarde, in de installaties waar aarde al aanwezig was | Niet meer toegestaan als losse kleur | Nooit hergebruiken voor iets anders dan aarde |
| Groen met geel | Aarde | Aarde, en uitsluitend aarde | Deze combinatie mag je nergens anders voor gebruiken |
| Blauw | Extra schakeldraad of een tweede fase | Nul | Blauw in een oude doos is geen bewijs dat het de nul is |
| Wit of geel | Correspondentiedraad bij wissel- en kruisschakelingen | Geen standaardbetekenis in vaste installaties | Kan aan beide kanten spanning voeren |
| Bruin | Kwam nauwelijks voor | Fase | Bruin in een oude installatie is bijna altijd later bijgetrokken |
Kleur is een aanwijzing, geen bewijs. In een installatie waar vijftig jaar aan gesleuteld is, zit vrijwel altijd een doos waar iemand de kleur genomen heeft die op dat moment op de rol zat. Behandel elke ader als spanningvoerend tot je hem zelf hebt gemeten.
Waarom grijs en zwart de gevaarlijkste aders zijn
Van alle oude draadkleuren leveren grijs en zwart de meeste ongelukken op, en dat komt door de omkering die er in de jaren zeventig heeft plaatsgevonden. Grijs was toen de nul en is nu een fase. Zwart was toen de schakeldraad en is nu ook een fase. Wie op de automatische piloot werkt, pakt precies de verkeerde beet.
Bij zwart komt er nog iets bij. Een schakeldraad staat onder spanning zodra de schakelaar aan staat, en spanningloos als hij uit staat. Meet je met de schakelaar uit, dan lijkt die ader dood terwijl iemand hem met één druk op de knop weer onder spanning zet. Draai daarom de groep uit in plaats van de schakelaar, en hang er een briefje bij.
Er is een derde eigenaardigheid die je in oude woningen tegenkomt: de schakelaar zit soms in de nul in plaats van in de fase. Het licht gaat dan gewoon uit, maar op de fitting blijft de fase staan. Een lamp verwisselen met de schakelaar uit voelt dan veilig terwijl het dat niet is. Kom je dit tegen, dan is dat op zichzelf al een reden om die groep aan te pakken.
De les die je hieruit meeneemt is simpel. Ga bij oude bedrading nooit af op wat de kleur je vertelt, maar meet met een tweepolige spanningstester tussen ader en aarde, en tussen ader en de vermoedelijke nul. Een fasezoeker in een schroevendraaier is hier waardeloos: die gaat ook branden op een lange, spanningloze ader die naast een spanningvoerende ader in dezelfde buis ligt.
Welke oude kleuren stroom voeren en welke niet
Rood staat in de oude codering onder spanning zolang de groep aanstaat, ook als alle schakelaars uit zijn. Zwart voert alleen spanning zodra de bijbehorende schakelaar aan staat, en juist dat maakt hem verraderlijk. Grijs is de nul: daar staat normaal geen spanning op, maar er loopt wel stroom doorheen zodra er een verbruiker aanhangt.
Effen groen hoort spanningloos te zijn, want dat is de aardleiding. Meet je daar toch spanning op, dan is er iets ernstig mis en gebruik je de groep niet tot dat uitgezocht is. Wit, geel en blauw zijn correspondentiedraden tussen twee schakelaars en kunnen aan beide kanten spanning voeren, afhankelijk van hoe die schakelaars staan.
Label elke ader voordat je hem losneemt. Een stukje tape met L, N, PE of het nummer van het lichtpunt kost je dertig seconden en scheelt een halve dag zoekwerk als de doos eenmaal leeg is.
Hoe oud is de installatie die je voor je hebt
De kleuren zeggen iets over de leeftijd, maar de rest van de installatie zegt meer. Een woning uit 1955 met ijzeren buis, keramische zekeringpatronen en een aansluitdoos onder de vloer is een ander verhaal dan een woning uit 1968 met pvc-buis en een halfvolle groepenkast. Dat verschil bepaalt hoeveel werk je aan de klus hebt.
Let vooral op de isolatie van de draad zelf. In de oudste installaties zit rubber onder een katoenen omvlechting. Dat rubber verhardt, scheurt en valt eraf zodra je de ader beweegt. Zie je bij het losdraaien van een klem kruimels vallen, dan is de ader niet meer te vertrouwen en houdt uitbreiden op: die groep hoort vervangen te worden.
Kijk ook naar de aanlegmethode. Bij het hoofdleidingsysteem, in de praktijk het normaaldozensysteem genoemd, liggen er aftakdozen verspreid door de vloer en het plafond, soms precies op plekken waar je later nooit meer bij komt. Bij het centraaldozensysteem loopt er per punt een ononderbroken leiding naar één centraaldoos in het plafond. Beide mogen blijven bestaan, maar het eerste systeem betekent dat je vloerbedekking eruit moet voordat je iets kunt lassen.
| Wat je aantreft | Ruwe periode | Wat dat voor je klus betekent |
|---|---|---|
| Rubber isolatie onder katoenen omvlechting, ijzeren buis | Voor circa 1950 | Vervangen, niet uitbreiden. De isolatie is aan het eind van zijn leven |
| Rood, grijs en zwart in pvc-isolatie, geen aardader | Circa 1950 tot 1970 | Bedrading kan er goed uitzien, maar aarde moet er alsnog bij |
| Rood, grijs, zwart plus effen groen als aarde | Circa 1960 tot 1975 | Aarde aanwezig, kleuren nog oud. Bij wijziging alsnog omkleuren |
| Bruin, blauw en groen/geel | Vanaf circa 1970 | Huidige codering, alleen de groepsindeling nog controleren |
| Keramische smeltpatronen in de meterkast, geen aardlek | Voor circa 1975 | Groepenkast is toe aan vervanging, dat is werk voor een installateur |
| Aftakdozen los onder de vloer of boven het plafond | Hoofdleidingsysteem, tot in de jaren zestig | Reken op openbreken van vloer of plafond om erbij te komen |
| Draaischakelaars en bakelieten schakelmateriaal | Voor circa 1965 | Mag blijven zitten, maar controleer de aansluitklemmen op oxidatie |
Meten in plaats van gokken
Zodra je een oude doos opendoet, is meten de enige manier om te weten wat je in handen hebt. Dat kost minder tijd dan het klinkt, mits je het in een vaste volgorde doet en niet halverwege begint te improviseren.
Begin altijd met de groep uitschakelen in de meterkast en dat controleren op de plek waar je werkt. Zet de tweepolige spanningstester eerst op een aansluiting waarvan je zeker weet dat er spanning op staat, zodat je weet dat de tester zelf werkt. Test daarna pas de aders in de doos. Een tester die stuk is, geeft precies dezelfde uitslag als een spanningloze ader.
Is alles spanningloos, dan gebruik je de doorbelfunctie van je multimeter om te zien welke ader waar naartoe loopt. Klem een lange hulpdraad aan de ader die je wilt volgen en bel door naar de andere doos of naar het stopcontact. Zo kom je erachter of die grijze ader inderdaad de nul is of ergens onderweg als schakeldraad is misbruikt.
Voor de fase heb je de spanning wel nodig. Schakel de groep in, meet met de tweepolige tester tussen elke ader en de aarde of de waterleiding, en schakel daarna direct weer uit. Werk hierbij met één hand, met droge schoenen en zonder tegen de wand te leunen. Ligt er geen aarde, dan meet je tussen de aders onderling en gebruik je de bekende nul als referentie.
Meten onder spanning doe je alleen als het echt niet anders kan. Werk nooit onder spanning in de meterkast en nooit achter de hoofdzekering. Dat deel is verzegeld en is werk voor de netbeheerder of een installateur.
Oude en nieuwe kleuren in dezelfde installatie
De vraag die bijna iedereen stelt: mag je een nieuwe bruin-blauwe draad vastlassen aan een oude rode en grijze? In een groep die je wijzigt is dat niet de bedoeling. NEN 1010 gaat uit van voortschrijdende veiligheid, en dat betekent dat het deel van de installatie dat je aanpast moet voldoen aan de eisen die nu gelden. De oude kleurcodering van elektra is nooit verboden verklaard, maar hij hoort niet meer thuis in een deel dat je opnieuw aanlegt.
Waar het misverstand ontstaat, is bij het woord uitbreiding. Een kapot stopcontact vervangen door hetzelfde type is onderhoud, en daar hoeft niets voor om. Een extra stopcontact bijplaatsen, een aftakking maken of aarde bijtrekken is een wijziging aan die groep, en dan komt de hele groep in beeld. Dat valt in oude woningen vaak zwaar uit, want zo'n groep loopt zelden netjes binnen één kamer.
Er is één nuance die vaak vergeten wordt. NEN 1010 is zelf geen wet, maar de norm wordt via de bouwregelgeving aangewezen en verzekeraars leunen erop bij schade. Wijk je ervan af en gaat er iets mis, dan ben jij degene die moet uitleggen waarom je het anders hebt gedaan. Dat is meestal geen prettig gesprek.
Kun je de oude aders om praktische redenen echt niet weghalen, dan is er nog een uitweg die netter is dan mengen: trek vanuit de groepenkast een nieuwe groep naar het punt dat je wilt aanpassen en laat de oude groep verder ongemoeid. Hoeveel je per groep kwijt kunt en of dat past, reken je na met onze groepencalculator.
Wat er verder moet gebeuren als je een groep aanpakt
Nieuwe kleuren intrekken is maar één van de dingen die een gewijzigde groep nodig heeft. De rest van de eisen wordt vaak vergeten, en juist daar zit het veiligheidswinst van het hele verhaal. Een groep met keurige bruin-blauwe aders zonder aardlekschakelaar is nog steeds geen goede groep.
De aardleiding is het belangrijkste punt. In de oude installaties uit deze periode ligt vaak helemaal geen aarde, en die moet er in een gewijzigde groep bij. Dat betekent een groen/gele ader vanaf de aardrail in de meterkast tot aan elk aansluitpunt, en randaardestopcontacten in plaats van tweepolige. Losse tweepolige stopcontacten liggen nog steeds in de bouwmarkt, maar die zijn officieel bedoeld voor het vervangen van bestaande punten, niet voor nieuwe.
Daarnaast geldt de regel dat alle stopcontacten in dezelfde ruimte van hetzelfde type moeten zijn. Twee geaarde stopcontacten naast één ongeaard in dezelfde kamer is niet toegestaan, ook al voeden ze verschillende groepen. Dat is de regel die van een kleine wijziging soms een grote klus maakt.
| Eis voor de gewijzigde groep | Wat het inhoudt | Hoe je ziet of het klopt |
|---|---|---|
| Aardleiding tot aan elk punt | Groen/gele ader vanaf de aardrail naar elke doos en elk stopcontact | Aardcontacten in de doos zitten los of ontbreken volledig |
| Aardlekschakelaar van 30 mA | De groep hangt achter een aardlek die op de testknop reageert | Geen testknop in de meterkast betekent geen aardlek |
| Randaarde op alle stopcontacten in die groep | Ook de punten die je zelf niet aanpast | Tweepolige stopcontacten zonder aardcontacten in de wand |
| Gelijk type stopcontacten per ruimte | Niet één ongeaard punt tussen geaarde punten in dezelfde kamer | Rondkijken in de ruimte en de contacten vergelijken |
| Zware apparaten op een eigen eindgroep | Vuistregel: vaste apparatuur vanaf ongeveer 2000 watt apart | Wasmachine, droger en oven op dezelfde groep als de verlichting |
| Aders in de huidige codering | Bruin voor fase, blauw voor nul, groen/geel voor aarde | Rood en grijs in de doos van een net gewijzigde groep |
| Bereikbare lasdozen | Elke doos blijft zonder slopen bereikbaar | Een doos die onder het laminaat of de dekvloer verdwijnt |
Maak tijdens het werk een simpele plattegrond per groep met de dozen, de punten en de doorverbindingen erop. Plak die aan de binnenkant van de meterkastdeur. Bij de volgende klus scheelt dat je alle zoekwerk dat je nu hebt gedaan.
Oude aders vervangen door nieuwe
Als je eenmaal besloten hebt om te vervangen, is de vraag of je de bestaande buis kunt hergebruiken. Dat scheelt zoveel werk dat het de moeite waard is om het eerst goed te onderzoeken. Pvc-buis kun je vrijwel altijd houden, mits hij niet geknikt is en de bochten niet te scherp zijn.
Bij ijzeren buis moet je één ding controleren: de langsnaad. Goedkope oude buis is uit plaatstaal gerold en heeft aan de binnenkant een scherpe naad die de isolatie van je nieuwe ader opensnijdt terwijl je hem intrekt. De schade zie je niet, want de ader zit dan al in de buis. Naadloze buis mag blijven, buis met langsnaad vervang je door pvc.
Trek de nieuwe aders in met een nylon trekveer en gebruik glijmiddel. Bind de oude aders aan de nieuwe vast als trekhulp, zodat de oude draad meteen als treklint dienstdoet en je de route niet opnieuw hoeft te zoeken. Welke doorsnede en welk type je voor elke groep nodig hebt, zoek je op in de draad- en kabelkiezer.
Zit je toch met open wanden, breng dan meteen de aansluithoogtes op orde. De gangbare maten voor stopcontacten en schakelaars staan in ons overzicht met standaardmaten voor het hele huis. Gaat de buitengevel van dezelfde woning ook op de schop, bijvoorbeeld omdat je een oude buitenmuur wilt bekleden, plan die werkzaamheden dan gelijk in: leidingwerk in die muur doe je maar één keer.
Wanneer de oude bedrading gewoon kan blijven liggen
Niet elke oude installatie hoeft eruit. Bedrading met pvc-isolatie die soepel is, niet verkleurd is bij de klemmen en nergens warm is geweest, kan nog jaren mee. Zolang je niets aan die groep wijzigt, ben je niet verplicht om hem te vernieuwen. De verplichting ontstaat op het moment dat je er zelf aan gaat werken.
Onderhoud valt daar buiten. Een defecte schakelaar vervangen door een gelijkwaardige, een kapot ongeaard stopcontact vervangen door hetzelfde ongeaarde type, een verbrande klem in een doos herstellen: dat mag met de oude kleuren. Je mag daarvoor ook nog draad in de oude kleuren gebruiken, al is dat tegenwoordig alleen bij gespecialiseerde leveranciers te krijgen.
Mooi bakelieten schakelmateriaal en oude draaischakelaars kun je laten zitten als ze mechanisch nog goed werken en de klemmen niet geoxideerd zijn. Controleer wel of de contactveren nog spanning hebben. Een stopcontact waar de stekker zonder weerstand in glijdt, maakt slecht contact en wordt warm.
Er is één situatie waarin uitstel geen goed idee is: een badkamer of keuken op een groep zonder aarde en zonder aardlekschakelaar. In natte ruimtes weegt dat zwaarder dan waar ook. Zit er in de badkamer helemaal geen voeding, dan is een badkamerventilator zonder eigen stroomaansluiting soms een tussenoplossing, en anders vind je bij afzuiging in de badkamer zonder stroom de varianten die zonder bekabeling werken.
Vervang een ongeaard stopcontact nooit door een randaardestopcontact zonder aarde erop aan te sluiten. De volgende gebruiker ziet de aardcontacten en gaat ervan uit dat het apparaat geaard is. Dat is precies het misverstand waar een aardlekschakelaar niet altijd voor kan behoeden.
Zo pak je een groep met oude kleuren aan
Deze volgorde werkt voor het uitzoeken en vervangen van één groep in een woning met de oude kleurcodering.
-
Zet de groep uit en controleer dat ter plaatse
Schakel de installatieautomaat of de zekering van die groep uit en hang er een briefje bij. Controleer op de werkplek met een tweepolige spanningstester dat alles dood is, en test die tester eerst op een punt waarvan je weet dat er wél spanning op staat. Schakel de schakelaar van het lichtpunt bewust ook uit, want een schakeldraad kan anders alsnog spanning voeren.
-
Breng de groep in kaart voordat je iets losneemt
Loop het hele huis door met een lamp of een radio in de hand en noteer welke punten uitvallen als deze groep uitstaat. Zo weet je door welke ruimtes de groep loopt, en dat bepaalt hoeveel werk je aan de eisen hebt. Groepen uit deze periode lopen zelden netjes per kamer en dat is precies de reden dat een kleine wijziging groot uitpakt.
-
Bepaal of je onderhoud pleegt of de groep wijzigt
Vervang je alleen iets defects door hetzelfde, dan mag je in de oude kleuren blijven werken. Voeg je een punt toe, maak je een aftakking of trek je aarde bij, dan wijzig je de groep en moet die aan de huidige eisen voldoen. Dit is het moment om te beslissen, niet als de wand al open ligt.
-
Meet en label elke ader in de doos
Bel elke ader met de multimeter door naar zijn eindpunt en plak er een label op met L, N, PE of het nummer van het punt. Ga niet af op rood, grijs of zwart, want in een installatie waar decennialang aan gesleuteld is, klopt de kleur regelmatig niet meer. Fotografeer de doos voordat je hem leeghaalt.
-
Controleer de buis en de bereikbaarheid van de dozen
Kijk of de buis pvc of ijzer is en of de ijzeren buis een langsnaad heeft. Een naad snijdt bij het intrekken de isolatie van je nieuwe ader open zonder dat je het ziet. Kijk tegelijk waar de lasdozen zitten: een doos die onder een nieuwe vloer verdwijnt, verplaats je nu naar een bereikbare plek.
-
Trek de nieuwe aders in, inclusief de aardader
Bind de nieuwe aders aan de oude vast en trek ze er met glijmiddel in één keer doorheen, zodat de oude draad als treklint dienstdoet. Trek bruin, blauw en groen/geel er samen doorheen en laat de aardader nergens achterwege. Halverwege een groep overstappen op nieuwe kleuren levert alsnog een doos op waar oud en nieuw samenkomen.
-
Sluit aan en test de aardlekschakelaar
Zet fase, nul en aarde op de daarvoor gemarkeerde klemmen en las de doorverbindingen met klemmen die geschikt zijn voor massief draad. Schakel daarna de groep in, controleer met een stopcontacttester of fase en nul niet verwisseld zijn, en druk de testknop van de aardlekschakelaar in. Slaat die niet af, dan gebruik je de installatie niet tot dat opgelost is.
-
Werk de meterkast af of laat dat doen
Aansluiten van een nieuwe groep in de groepenkast blijft werk in de meterkast. Alles achter de hoofdzekering is verzegeld gebied van de netbeheerder en daar blijf je af. Wordt de kast vergroot of vervangen, laat dat dan door een installateur doen en vraag om een opleveringsrapport, want dat is het papier dat je bij schade kunt laten zien. Meer over de rest van het werk vind je onder elektra in en om het huis.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je in een oude installatie gaat werken
Uit de praktijk
Eén stopcontact bijplaatsen in een woning uit 1955
De bedrading was rood, grijs en zwart, zag er nog goed uit en de bewoner wilde alleen een extra stopcontact in de woonkamer. De gedachte was: een aftakdoos zetten en klaar. Bij het openleggen bleek het een hoofdleidingsysteem te zijn, met aftakdozen los tussen de vloerbalken die na het leggen van vloerbedekking niet meer bereikbaar zouden zijn.
Twee dingen maakten de klus groter dan gedacht. De groep bleek over drie ruimtes te lopen, dus de eis dat elk punt in een gewijzigde groep aarde en randaarde krijgt, gold voor alle stopcontacten in die drie ruimtes. De ijzeren buis bleek bovendien een langsnaad te hebben, waardoor nieuwe aders er niet zonder isolatieschade doorheen te trekken waren.
Wat hier werkte: de groep in zijn geheel vernieuwen in plaats van bijplussen. De buis is vervangen door pvc, de losse aftakdozen zijn opgeheven ten gunste van doorlopende leidingen naar één bereikbare centraaldoos, en er is bruin, blauw en groen/geel ingetrokken. De groepenkast heeft bij dezelfde gelegenheid extra ruimte gekregen, wat later plaats bood voor een aparte groep voor de keuken.
De wasmachine die alleen maar geaard moest worden
In een bergruimte stond een wasmachine op een tweepolig stopcontact zonder randaarde. De wens was bescheiden: er aarde bij trekken, meer niet. Het probleem was dat diezelfde groep ook de slaapkamers voedde, met daar nog eens vijf ongeaarde punten. Strikt genomen betekende dat: alle bedrading in die groep vervangen en overal randaarde aanbrengen.
Dat voelt scheef. Een veiligheidsverbetering wordt zo duur dat mensen hem uitstellen, en dan blijft de wasmachine ongeaard staan. Precies dat is het scenario waar niemand iets aan heeft.
De uitweg die hier het beste uitpakte: de bestaande groep met rust laten en vanuit de groepenkast een nieuwe groep naar de bergruimte trekken, met eigen aardlekbeveiliging en één randaardestopcontact voor de wasmachine. Het oude tweepolige punt is uit de wand gehaald en de doos is afgedekt. Zo is de installatie op het gevaarlijkste punt bij de tijd, zonder dat de hele woning open moest.
Het ongeaarde stopcontact dat toch veilig zou zijn
Bij een renovatie was overal aarde bij getrokken, op één stopcontact na. Daar lukte het niet zonder de vloer open te breken. De redenering was dat daar toch alleen de stofzuiger in kwam, en die is dubbel geïsoleerd en heeft geen aarde nodig.
Op papier klopt dat, en in de praktijk gaat het toch mis. Een stopcontact vertelt niemand waar het voor bedoeld is. Een logé, een schoonmaker of een volgende bewoner sluit er de kachel, de wasmachine of het verlengsnoer naar de tuin op aan, en niemand weet dat juist dat punt geen aarde heeft.
Wat we hier zijn gaan doen: zo'n punt niet stilzwijgend laten bestaan. Kun je er geen aarde bij krijgen, dan haal je het stopcontact eruit en dek je de doos af, of je hangt de klus op tot je er wel bij kunt. Een tweepolig stopcontact tussen geaarde punten in dezelfde ruimte laten zitten is bovendien in strijd met de eis dat de punten in één ruimte van hetzelfde type zijn.
Veelgemaakte fouten
Zwart aanzien voor de nuldraad
In de oude codering is zwart de schakeldraad, niet de nul. Die ader staat onder spanning zodra de schakelaar aan staat, en meet je hem met de schakelaar uit dan lijkt hij dood. Schakel de groep uit in plaats van de schakelaar en meet daarna pas.
Grijs blindelings als nul aansluiten in een nieuwe situatie
Grijs was vroeger de nul, maar in de huidige codering is grijs een faseader. Wie een oude installatie uitbreidt en de grijze ader zonder meten op de nulklem legt, kan zomaar een fase op de nulrail zetten. Bel eerst door tot je zeker weet waar de ader naartoe loopt.
Oude en nieuwe kleuren aan elkaar lassen in een gewijzigde groep
Een las waar rood aan bruin en grijs aan blauw zit, werkt technisch prima en is voor de volgende monteur niet meer te lezen. In een groep die je wijzigt hoort de hele groep in de huidige codering te staan. Trek nieuwe aders in plaats van de kleuren te mengen.
Groen/geel gebruiken voor iets anders dan aarde
De combinatie groen met geel is voorbehouden aan de aardleiding en mag nergens anders voor dienen, ook niet als schakeldraad omdat je toevallig een rol over hebt. Andersom geldt hetzelfde: effen groen uit een oude installatie is geen geldige aardader meer zodra je de groep vernieuwt.
Vertrouwen op een fasezoeker in een schroevendraaier
Dat lampje gaat ook branden op een spanningloze ader die over tien meter naast een spanningvoerende ader in dezelfde buis ligt. In oude installaties met lange parallelle trajecten gebeurt dat vaak. Gebruik een tweepolige spanningstester, die meet tussen twee punten en laat zich niet foppen door influentie.
Nieuwe aders intrekken door ijzeren buis met langsnaad
De naad aan de binnenkant van gerolde stalen buis snijdt de isolatie open terwijl de ader erdoorheen glijdt. Je ziet er niets van, want de schade zit in de wand. Controleer de buis bij een aansluitdoos en vervang buis met een naad door pvc.
Alleen de zichtbare bedrading vernieuwen
De aders in de dozen die je makkelijk kunt bereiken worden vervangen, en het stuk onder de vloer blijft zitten omdat dat te veel werk is. Je houdt dan een groep over die half oud en half nieuw is, met een las ergens onbereikbaar in de vloer. Doe de groep in één keer of doe hem niet.
Een randaardestopcontact plaatsen zonder aarde erop
De aardcontacten in de wand suggereren dat het apparaat geaard is, terwijl de aardader nergens naartoe loopt. Dat is misleidender dan een eerlijk tweepolig stopcontact. Sluit de aardader daadwerkelijk aan of laat het punt vervallen.
Veelgestelde vragen
Welke oude kleuren elektra kom je in Nederlandse huizen tegen?
De vaste drie zijn rood voor de fase, grijs voor de nul en zwart voor de schakeldraad tussen schakelaar en lichtpunt. Waar aarde aanwezig was, is die effen groen of groen met geel. Bij wissel- en kruisschakelingen kom je daarnaast wit, geel of blauw tegen als correspondentiedraad. In woningen waar meerdere generaties aan hebben gewerkt, liggen die oude kleuren vaak door elkaar met bruin en blauw uit latere aanpassingen.
Was de nuldraad vroeger grijs of blauw?
In de Nederlandse installaties van voor ongeveer 1970 was de nul grijs. Blauw was toen geen nulkleur maar werd gebruikt als extra schakeldraad of als tweede fase. In de huidige codering is dat precies omgedraaid: blauw is nu de nul en grijs is een faseader geworden. Die omkering maakt grijs de meest verwarrende ader in een oude installatie, dus meet hem altijd na voordat je hem aansluit.
Is een zwarte draad in oude bedrading de fase of de nul?
Geen van beide, in de oude kleurcodering is zwart de schakeldraad. Die loopt van de schakelaar naar het armatuur en voert spanning zodra de schakelaar aan staat. Functioneel gedraagt hij zich dus als een fase, maar alleen op het moment dat er geschakeld is. Meet daarom nooit met alleen de schakelaar uit: schakel de hele groep uit in de meterkast en controleer dat op de plek waar je werkt.
Vanaf wanneer gelden bruin, blauw en groen/geel als draadkleuren?
De overgang naar bruin voor de fase, blauw voor de nul en groen met geel voor de aarde is in Nederland rond 1970 ingezet en in de jaren daarna doorgevoerd. Er is geen harde knip: in woningen uit het begin van de jaren zeventig kom je beide coderingen naast elkaar tegen. Neem het bouwjaar dus als indicatie en niet als bewijs, en kijk vooral naar wat er werkelijk in de doos ligt.
Mag ik de oude kleurcodes elektra combineren met nieuwe bedrading?
In een groep die je wijzigt hoort dat niet. De norm gaat uit van voortschrijdende veiligheid, wat betekent dat het aangepaste installatiedeel aan de huidige eisen moet voldoen, inclusief de kleuren. Een las waarin rood aan bruin zit werkt wel, maar is voor iedereen die er later in werkt niet meer te lezen en dat is precies waar de kleurcodering voor bedoeld is. Werk je puur onderhoudend, dan blijf je gewoon in de bestaande codering doorwerken.
Kan ik nog installatiedraad in de oude kleuren kopen?
Ja, rood en grijs installatiedraad is nog verkrijgbaar bij gespecialiseerde elektrogroothandels, al ligt het zelden in de bouwmarkt. Voor reparatie van een bestaande installatie mag je dat gebruiken, want dan blijft de codering binnen die groep consistent. Voor een wijziging of uitbreiding heb je er niets aan, omdat die groep dan alsnog naar de huidige eisen en kleuren moet.
Moet ik echt alle bedrading vervangen als ik één stopcontact bijplaats?
Voor de groep waarop je dat stopcontact aansluit is dat inderdaad het uitgangspunt: die groep moet dan aan de huidige eisen voldoen, dus met aarde, met randaarde op alle punten en met de huidige draadkleuren. Voor de andere groepen in huis geldt dat niet. Loopt de groep door meerdere ruimtes, dan valt dat zwaar uit, en dan is een nieuwe groep vanuit de groepenkast naar dat ene punt vaak minder werk dan de oude groep omkleuren.
Hoe weet ik zeker welke ader de fase is bij oude stroom kleuren?
Met een tweepolige spanningstester meet je tussen de verdachte ader en de aarde of de bekende nul. Test de tester eerst op een punt waarvan je zeker weet dat er spanning op staat, want een defecte tester geeft dezelfde uitslag als een dode ader. Gebruik geen fasezoeker in een schroevendraaier: die reageert in oude installaties ook op influentiespanning van naastliggende aders en wijst dan een spanningloze draad aan als fase.
Is oude bedrading zonder aarde gevaarlijk?
De bedrading zelf hoeft niet gevaarlijk te zijn als de isolatie nog soepel is en er nooit overbelasting is geweest. Het ontbreken van aarde en van een aardlekschakelaar is wel een reëel risico, vooral in de keuken, de badkamer en bij alles wat een metalen behuizing heeft. Dat weegt zwaarder dan de kleur van de draad. Prioriteer daarom de natte ruimtes en de zware apparaten als je het gefaseerd aanpakt.
Moet ik de installatie laten keuren nadat ik zelf bedrading heb vervangen?
Er is voor een gewone woning geen keuringsplicht na zelf uitgevoerd werk. Dat betekent niet dat het vrijblijvend is: bij brand of letselschade kijkt de verzekeraar naar de installatie, en werk dat niet aan de norm voldoet kan tot problemen met de uitkering leiden. Een inspectie door een installateur, met een rapport, is dan een klein bedrag tegenover dat risico. Bewaar ook de bonnen van het gebruikte materiaal.
Wat betekent een effen groene draad in een oude installatie?
Dat is de aardleiding uit de periode voordat de combinatie groen met geel verplicht werd. Functioneel is het de aardader, maar zodra je de groep vernieuwt vervang je die door groen/geel, want alleen die combinatie is nu nog toegestaan voor aarde. Kom je een effen groene ader tegen die niet op de aardrail aangesloten blijkt te zijn, sluit hem dan nergens anders op aan en meet uit waar hij vandaan komt.
Mag ik een kapot ongeaard stopcontact vervangen door hetzelfde type?
Ja, tweepolige stopcontacten zijn officieel bedoeld voor het vervangen van bestaande punten, en dat is de reden dat ze nog gewoon verkocht worden. Voor een nieuw punt mogen ze niet meer. Zit er ook maar één geaard stopcontact in dezelfde ruimte, dan wringt het: de punten in één ruimte horen van hetzelfde type te zijn. Dan is aarde bijtrekken de betere zet, ook al betekent dat meer werk aan de groep.
Wanneer je beter een vakman belt
Het uitzoeken en vervangen van bedrading in een groep is werk dat je met tijd, geduld en een goede spanningstester zelf kunt doen. Er zijn drie momenten waarop het geen zelfwerk meer is.
De meterkast is er daar één van. Alles achter de hoofdzekering is verzegeld gebied van de netbeheerder, en een groepenkast uitbreiden of vervangen laat je door een installateur doen. Bel bij een defect in dat deel het storingsnummer van de netbeheerder in plaats van er zelf aan te beginnen.
Het tweede moment is een installatie met rubber isolatie onder een katoenen omvlechting, of aders waarvan de isolatie kruimelt zodra je ze beweegt. Zulke groepen zijn niet meer per punt te repareren, en de kans dat je bij het lostrekken elders in de buis schade veroorzaakt is groot. Dat is een integrale vervanging, en dan is een installateur meestal sneller en goedkoper uit dan jij.
Het derde is een woning uit de jaren vijftig of eerder waar je asbesthoudend materiaal tegenkomt bij het openbreken van vloeren, schachten of oude plafonds. Stop dan met slopen en laat het eerst onderzoeken. Twijfel je over de staat van de rest van de installatie, dan is een inspectierapport van een installateur een goede eerste stap voordat je aan de klussen aan elektra in en om het huis begint.