Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Overkapping dicht maken zonder dat de constructie het begeeft

10 minuten lezen Overkapping & veranda Bijgewerkt 14 augustus 2026

Een overkapping dicht maken is minder een timmerklus dan een constructieklus. Zodra er wanden in komen, duwt de wind tegen een vlak van al snel meer dan tien vierkante meter, en die kracht komt in de staanders en de verankering terecht. Begin daarom bij de fundering en de schoren, maak daarna het dak waterdicht en zet de wanden er als laatste in. Een oprolbaar zeil is de lichtste variant, houten of kunststof wanden zijn de middenweg, en glas of een schuifpui maakt er een buitenkamer van.

10 minuten

Dit heb je nodig

Een weekend voor zeilen, twee tot vier dagen voor vaste wanden Te doen met timmerervaring 150 tot 400 euro voor zeilen, 60 tot 150 euro per vierkante meter voor een vaste wand

Gereedschap

  • Accuschroefmachine met torxbits en een tweede accu
  • Cirkelzaag met geleiderail voor rechte kanten in plaatmateriaal
  • Verstekzaag voor de regels en de afwerklatten
  • Waterpas van minimaal 120 cm en een lange rei
  • Kruislijnlaser of een strakke draad om de regels uit te lijnen
  • Klopboormachine met steenboren voor de muurankers
  • Kniptang en een gezette hamer voor lood- of aluminium slabben
  • Rolsteiger of een stevige bok, geen ladder voor werk aan de dakrand

Materiaal

  • Vuren of Douglas regels 45x70 mm voor het wandframe
  • Wandbekleding naar keuze: rabatdelen, potdeksel, damwandplaat of polycarbonaat
  • Windbreekgaas of dampopen folie achter open bekleding
  • Rvs of verzinkte schroeven, buiten minstens A2-kwaliteit
  • Hoekankers, balkdragers en stormankers
  • Chemisch anker of slagpluggen voor de muurplaat
  • Loodvervanger of aluminium muurstrook plus daktrim
  • Zeildoek van 650 gram per vierkante meter met ringen om de 40 cm
  • Spanbanden, karabijnhaken en oogbouten

Wat er verandert zodra de wind er niet meer onderdoor kan

Een pergola is open, een overkapping heeft alleen een dak, en zodra je er wanden in zet ontstaat er een ruimte. Voor de constructie is dat een groot verschil. Wind die eerst gewoon onder het dak doorwaaide, drukt nu tegen een vlak dat al snel tien tot vijftien vierkante meter groot is, en die kracht komt via de staanders in de verankering terecht. Voordat je aan wanden begint, moet de basis daarom kloppen die we beschrijven bij het bouwen en afwerken van een overkapping.

Houten overkapping met gesloten zijwand in een achtertuin.

Dicht maken kan prima, maar de volgorde ligt anders dan de meeste mensen denken. Eerst kijken of de palen, de schoren en de verankering de extra windbelasting aankunnen, dan het dak waterdicht krijgen, en pas daarna de wanden.

Er zijn grofweg drie niveaus: zeilen of doeken die in de zomer weer omhoog gaan, vaste wanden van hout of plaat die de ruimte permanent sluiten maar koud houden, en glas met een schuifpui. Bij dat laatste komen ook de vloeropbouw, de ventilatie en de verlichting om de hoek kijken.

Een open overkapping waait droog na een bui, een dichte niet. Reken ventilatie daarom vanaf het begin mee in je plan.

Manier van dicht makenWat je ermee wintBelasting op de constructieHoe terugdraaibaar
Zeilen of doeken aan kederrailRegen en wind eruit, in de zomer weer openBeperkt, mits je ze bij storm oproltVolledig, alleen de rail blijft zitten
Windbreekgaas of rietmattenWindluwte en privacy, blijft doorwaaienKlein, gaas laat lucht doorVolledig
Houten rabat of potdekselDichte wand die bij de overkapping pastFors, de wand vangt de volle winddrukDemontabel als je hem op een frame schroeft
Damwand- of sandwichplaatSnel dicht, weinig onderhoudFors, en de platen zijn windgevoelig tijdens montageRedelijk, schroeven eruit en plaat eraf
Polycarbonaat of heldere platenLicht blijft binnenkomenFors, en er is uitzetruimte nodigRedelijk
Glazen schuifwandBruikbaar in het najaar, zicht blijftZwaar, de rails vragen een vlakke en stabiele onderdorpelNauwelijks, de opbouw wordt erop aangepast
Schuifpui met isolatieglasEen echte buitenkamerZwaar, en er komen eisen aan vloer en fundering bijNiet, dit is een verbouwing
Praktische tip

Twijfel je tussen zeilen en vaste wanden? Zet eerst één seizoen zeilen aan de kant waar de meeste regen instaat. Na een winter weet je precies welke kanten dicht moeten en welke je open wilt houden, en dat scheelt een dure vergissing in hout of glas.

Uitlegschema: de wind krijgt een ander oppervlak; vocht kan minder gemakkelijk weg; dak en aansluitingen moeten bij de ruimte passen.
Een open overkapping dichtmaken kan de windbelasting, ventilatie en het vochtgedrag veranderen.
Lees de uitleg uit de afbeelding

Een open overkapping dichtmaken kan de windbelasting, ventilatie en het vochtgedrag veranderen.

Bij de tekening: Een gesloten wand vangt wind op die eerst door de overkapping kon stromen. Beoordeel de constructie en het binnenklimaat opnieuw.

De wind krijgt een ander oppervlak
Wanden vangen en verdelen wind anders dan een open frame. Laat palen, verbindingen, verankering en fundering op de nieuwe situatie beoordelen.
Vocht kan minder gemakkelijk weg
Minder luchtverversing kan condens op koude dak- en wanddelen geven. Bepaal hoe de ruimte na het dichtmaken gebruikt en geventileerd wordt.
Dak en aansluitingen moeten bij de ruimte passen
Controleer gevelaansluiting, afvoer, vloer en de gekozen wanddetails. Een afsluitbaar buitenverblijf is niet automatisch een geschikte verwarmde binnenruimte.

Controleer ook de toepasselijke regels voor het gewijzigde bouwwerk. Alleen panelen tussen bestaande palen plaatsen is geen complete beoordeling.

Bekijk de afbeelding op volledige grootte

Eerst de constructie, dan pas de wanden

Een overkapping die jarenlang stevig aanvoelde, kan na het dicht maken ineens gaan werken. Het dakvlak ving alleen opwaartse zuiging op, en nu vangt een zijwand er horizontale druk bij. Bij een wand van drie bij twee meter praat je over een oppervlak dat bij harde wind honderden kilo's zijdelings duwt.

Controleer daarom drie dingen voordat je een regel op de staanders schroeft. Zitten er schoren in het bovenframe die de rechthoek tegen vervorming vasthouden? Hoe je die het beste plaatst en welke hoek werkt, staat bij het aanbrengen van schoren in de overkapping. Zijn de staanders met stormankers of ingebetonneerde ankers aan de poeren verbonden, of staan ze alleen op een plaatje? En zijn de poeren zwaar genoeg om trek op te nemen in plaats van alleen druk?

Dat laatste wordt bijna altijd onderschat. Een dichte wand aan de windzijde tilt de constructie aan de andere kant op. Wat een poer moet kunnen hebben en hoe diep hij hoort te zitten, lees je bij het maken van een fundering onder een bijgebouw. Als vuistregel houden wij aan dat een poer onder een dichtgemaakte overkapping minstens tot onder de vorstgrens gaat en dat de staander mechanisch aan de poer vastzit, niet alleen met zijn eigen gewicht.

Is de hoogte krap en wil je de wanden hoger doortrekken, dan is dat het moment om ook het dak van de overkapping te verhogen. Wanden achteraf verlengen kost meer werk dan het in één keer goed zetten.

Let op

Werk aan de dakrand doe je niet vanaf een ladder. Zodra je met plaatmateriaal of een slab langs de rand bezig bent, heb je twee handen nodig en kun je niet meer sturen. Huur een rolsteiger, dat kost een tientje per dag en het is precies het onderdeel van deze klus waar mensen vanaf vallen.

Het dak en de muuraansluiting gaan voor de wanden

Wanden zetten onder een dak dat niet echt waterdicht is, levert alleen maar een ruimte op waarin het water blijft staan. Bij een open overkapping merk je een lekje nauwelijks omdat alles snel opdroogt. Zodra de zijkanten dicht zijn, zie je precies waar het dak niet klopt, meestal aan de plek waar de bekleding uitslaat.

Het lastigste punt is bijna altijd de aansluiting op een bestaande muur of schuur. Zet de overkapping niet strak tegen de gevel aan, maar houd 20 tot 30 millimeter ruimte. In die ruimte kan de epdm of dakfolie omhoog langs de opstand, minstens 100 millimeter hoog, en daarboven komt een muurstrook of een gezette slab die in een ingefreesde sleuf of achter de gevelbekleding valt. Een kitrand langs de muur is geen aansluiting, dat is een lekkage met uitstel.

Aan de vrije zijden hoort een daktrim of een boeideel dat het water van de rand wegleidt. Aan de zijde tegen de schuur heb je geen boeideel nodig, wel een opstandprofiel, en dat is meteen de reden dat de palen daar niet strak tegen de gevel kunnen staan.

Werk je met golfplaten in plaats van epdm, dan is een zelfklevende band tegen de muur onvoldoende. Wat wel werkt is een gezette aansluitslab van lood of aluminium die met de golf mee gedrukt wordt, met de opgaande zijde in een sleuf in het metselwerk en met vulstukken in de golven eronder. Werk je met een ander daktype, dan vind je die aansluitingen bij alles rond het dak en de zolder.

Praktische tip

Loopt er een hemelwaterafvoer precies in de hoek waar je overkapping komt? Voer die dan met een doorvoerstuk door de nieuwe goot heen in plaats van hem af te zagen. Zo houdt het bestaande dak zijn afvoer en laadt je de nieuwe goot niet op met water van een veel groter dakvlak.

Overkapping dicht maken met zeil

Zeilen zijn de goedkoopste en meest vergevingsgezinde manier om een overkapping dicht te maken. Je verandert niets aan de constructie, je kunt ze in de zomer oprollen, en als een paneel het begeeft vervang je alleen dat paneel. De valkuil zit in de bevestiging, niet in het doek.

Wij werken zelf met doek van rond de 650 gram per vierkante meter. Lichter doek uit de bouwmarkt van 180 of 240 gram is bedoeld als afdekzeil en gaat buiten hooguit één winter mee. Laat de ringen om de 40 centimeter zetten en niet om de 80: hoe verder ze uit elkaar staan, hoe harder het doek ertussen klappert en hoe eerder er een ring uitscheurt. Wil je licht binnenhouden, dan bestaan er transparante panelen in helder pvc van een halve millimeter.

Er zijn twee manieren van ophangen. De simpelste is een rij oogbouten in de ligger en in de staanders, met karabijnhaken of elastische spanners in de ringen. Netter en veel windvaster is een kederrail. Je schuift een gelast koord in de rand van het doek door een aluminium profiel, zodat de kracht over de hele lengte wordt verdeeld en niet op losse punten. Op een windgevoelige hoek gaat een doek in een rail merkbaar langer mee dan een doek aan losse ogen.

Span het doek nooit tot op de grond dicht. Laat onderaan een spleet van een paar centimeter vrij, zodat lucht kan ontsnappen als de wind eronder komt. Een volledig gesloten zeilwand blaast op als een bal en trekt dan aan de ringen tot er iets bezwijkt.

DoeksoortGewichtWaar het goed voor isWaar het misgaat
Pvc-zeildoek gecoat550 tot 900 gram per m²Vaste zijwanden, jaren buitenWordt bij vorst stijf, niet strak oprollen in de winter
Helder pvc-folie0,4 tot 0,8 mm dikZicht en licht behouden aan de zonzijdeVergeelt en verstijft na een paar jaar
Polyester met pu-coating300 tot 400 gram per m²Lichte oprolbare panelenWaterdicht bij de naden alleen als ze gelast zijn
Windbreekgaas150 tot 220 gram per m²Wind breken zonder de constructie te belastenHoudt regen niet tegen
Afdekzeil bouwmarkt180 tot 240 gram per m²Tijdelijk, hooguit een seizoenScheurt bij de ringen, ogen trekken uit
Rietmat of wilgentenenWisselendPrivacy en beschutting aan één zijdeBlijft nat, geeft algen op de bekleding erachter
Praktische tip

Zet in de bovenrail een paar extra karabijnhaken die je niet gebruikt. Scheurt er een ring uit tijdens een storm, dan hang je het doek een gat verder op en heb je hem meteen weer strak, in plaats van dat het paneel de rest van de winter loshangt en verder inscheurt.

Vaste wanden van hout, plaat of glas

Wil je het echt dicht hebben, dan komt er een frame in het vak tussen de staanders: een doorlopende boven- en onderregel met daartussen staande regels van 45x70 mm. Bij houten delen houden wij 60 centimeter hart op hart aan, maar welke afstand past hangt af van de bekleding die erop komt. De tabel hieronder geeft de maten die wij per materiaal aanhouden.

Rabatdelen en potdekseldelen leggen elkaar dakpansgewijs over, waardoor water naar buiten loopt. Monteer ze horizontaal, met de onderste rand naar buiten stekend, en laat elke plank op één punt per regel vastzitten en niet op twee. Hout werkt in de breedte, en een plank die op twee plekken over zijn breedte vastgeschroefd zit, scheurt zodra het in een droge zomer krimpt. Achter de bekleding houden wij een ventilatiespouw van minstens 20 millimeter aan, gemaakt met een tengel op de regel.

Plaatmateriaal gaat sneller. Damwandprofiel, betonplex en kunststof gevelplaat zet je in grote vlakken neer, maar plaatwerk is tijdens de montage windgevoelig en je hebt bijna altijd een tweede persoon nodig. Polycarbonaat kanaalplaat laat licht door en weegt weinig, maar heeft uitzetruimte nodig: boor de gaten twee millimeter ruimer dan de schroef en gebruik afdichtringen, anders kan de plaat op de eerste warme dag scheuren.

Zaag het maatwerk buiten op iets stevigs. Twee schragen wiebelen precies op het verkeerde moment, en een werkbank die je zelf in elkaar zet betaalt zich in deze klus terug, net als de andere klussen die je van hout zelf maakt.

WandmateriaalHartafstand regelsBevestigingWaar je op let
Rabatdelen 18 mm60 cmEén rvs schroef per plank per regelKopse kanten grondverven voor montage
Potdeksel Douglas60 cmSchroef door het niet overlappende deelMinimaal 25 mm overlap aanhouden
Betonplex 18 mm60 cmSchroeven om de 30 cm langs de randenZaagkanten aflakken, anders trekt vocht erin
Damwandplaat staal80 cmZelfborende schroeven met epdm-ringNiet te vast aandraaien, dan deukt de plaat
Polycarbonaat 16 mm70 cmSchroef met ring in ruim geboord gatUv-zijde naar buiten, kanalen verticaal
Sandwichpaneel 40 mm100 cmZelfborende schroeven door de vlakke zijdeZwaar, met twee personen tillen
Glazen schuifwandNiet van toepassingRails op een vlakke, dragende onderdorpelVlakheidseis staat in de montagevoorschriften, vaak rond 2 mm

Een carport dicht maken is iets anders dan een tuinoverkapping

Een carport dicht maken loopt op twee punten anders. Een carport staat meestal tegen de woning of vlak bij de erfgrens, en een dichtgemaakte carport is in de praktijk een garage. Dat tweede heeft gevolgen voor wat er mag en voor wat verstandig is.

Bij bouwen op of vlak bij de erfgrens gelden eisen over brand die niet naar de buren mag overslaan. Zolang het bouwwerk open is speelt dat nauwelijks; zodra er wanden en een deur in zitten, wordt het een besloten ruimte en verandert de beoordeling.

Een natte auto brengt tientallen liters water mee die nergens heen kunnen. Zonder ventilatieopeningen laag en hoog in de wanden sla je binnen een winter condens tegen de dakplaten en op de wandbekleding.

Let ook op de dakbedekking die er al ligt. Op carports van voor 1994 liggen regelmatig golfplaten die asbest bevatten, en aan de buitenkant zie je dat er niet aan. Zoek dat uit voordat je aan wanden begint.

Let op

Ga nooit zelf zagen, boren of breken in oude golfplaten. Asbestvezels komen vrij bij elke bewerking en het is niet aan de plaat te zien. Bij twijfel over materiaal van voor 1994 laat je een monster onderzoeken en huur je een gecertificeerd verwijderaar in.

Ventilatie en condens onder een dichte overkapping

Zodra de laatste wand dicht is, verandert het klimaat onder de overkapping. Warme lucht die overdag binnenkomt, koelt 's nachts af tegen de onderkant van het dak en geeft daar zijn vocht af. Het druipt dus zonder dat er een lek zit, en daar gaat menigeen na het dicht maken vergeefs zijn dakbedekking voor nalopen.

De oplossing is doorstroming van laag naar hoog. Laat onder de wandbekleding een spleet vrij of houd de onderste plank een paar centimeter boven de vloer, en zorg dat er bovenin, onder de dakrand, ook lucht weg kan. Achter de bekleding hoort een spouw van minstens 20 millimeter die aan boven- en onderzijde open is. Windbreekgaas houdt daar ongedierte tegen zonder de luchtstroom te blokkeren.

Bij heldere platen speelt condens het sterkst, want die koelen 's nachts het hardst af. Kanaalplaat polycarbonaat heeft een isolerende luchtlaag en druipt daardoor merkbaar minder dan een massieve plaat of een glasplaat. Wil je onder het dak nog een plafond maken om leidingen en verlichting weg te werken, kijk dan naar de opbouw bij het maken van een verlaagd plafond en houd ook daar een geventileerde ruimte aan.

Er is één plek waar het bijna altijd misgaat: de hoek waar de dichte wand op de bestaande gevel aansluit. Daar staat de lucht stil en zit vaak ook nog spatwater. Laat de wandbekleding daar een centimeter vrij van de gevel en werk de naad af met een afdeklat die je alleen aan de wandzijde vastschroeft.

De vloer, de afwerking en de elektra als het eenmaal dicht is

Een dichte overkapping wordt vanzelf gebruikt als kamer, en dan gaat de vloer meetellen. Een gelijmde keramische tegelvloer die doorloopt vanuit de woning is populair, maar de opbouw eronder bepaalt of hij heel blijft: een betonvloer van rond de 15 centimeter op een zandbed, met folie eronder en isolatie erin, daarop een ontkoppelmat en pas dan de tegels.

Die ontkoppelmat sla je niet over. Een buitenvloer maakt veel grotere temperatuurwissels door dan een vloer binnen, en zonder ontkoppeling trekt de beweging van de ondervloer scheuren door je tegels. Leg dilataties langs alle opgaande delen en laat de tegels nergens hard tegen een wand of staander aanlopen.

Sluit je de wand af tegen bestaand metselwerk of stucwerk dat je wilt doortrekken, dan is de aanpak bij het glad maken van een muur bruikbaar, met dit voorbehoud: buitenmuren onder een overkapping vragen een buitenpleister of een verf die damp doorlaat.

Onder een overkapping lijkt het droog, maar de luchtvochtigheid ligt er hoger dan binnen. Houd daarom minimaal IP44 aan, oftewel spatwaterdicht materiaal, ook voor armaturen die onder de nok hangen. Wil je de bedrading langs de rand wegwerken, dan is een koof maken een nette manier.

Vergunning, erfgrens en wat je vooraf uitzoekt

Een open overkapping in de achtertuin valt vaak onder de regels voor vergunningvrij bouwen, maar een dichtgemaakt bouwwerk wordt anders beoordeeld. Zodra er wanden en een deur in zitten, kijkt de gemeente naar oppervlakte, hoogte, de plek op het perceel en het gebruik. Dat verschilt per gemeente en per bestemmingsplan, dus check het bij het loket van je eigen gemeente voordat je materiaal bestelt.

Drie dingen wil je weten voordat je begint. Hoeveel vierkante meter aan bijgebouwen er al op het perceel staat, want de toegestane oppervlakte telt op. Of het bouwwerk in het achtererfgebied staat of langs de voorgevelrooilijn naar voren steekt, want vóór het huis gelden strengere regels. En hoe dicht je op de erfgrens zit, want dat bepaalt wat er voor brandveiligheid geldt.

Dat laatste punt is de reden dat wij bij een overkapping die op of tegen de erfgrens komt, de balklaag ter plaatse van de grens in twee delen uitvoeren in plaats van uit één doorgaande balk. Dan kun je later alsnog een scheidende wand aanbrengen zonder de constructie open te breken.

Praat ook met de buren voordat je begint, zeker als de wand op de erfgrens komt of als hij hun licht wegneemt. Een gesprek vooraf is minder werk dan een bezwaarprocedure achteraf, en levert soms een oplossing op waar je zelf niet aan dacht: een wand die halverwege stopt bijvoorbeeld.

Let op

Wij kennen jouw bestemmingsplan niet. Alles wat hier over vergunningen staat is algemeen. De enige plek waar je zekerheid krijgt is bij je eigen gemeente, en dat kost je één telefoontje tegenover een bouwwerk dat je anders misschien weer moet afbreken.

Zo maak je een bestaande overkapping stap voor stap dicht

Deze volgorde werkt voor een houten overkapping op palen, met zeilen en met vaste wanden.

  1. Bepaal welke zijden dicht gaan en check de regels

    Kijk waar de regen instaat en waar de wind vandaan komt, meestal is dat zuidwest. Bepaal daarna hoeveel vlakken je echt sluit. Bel dezelfde week je gemeente over vergunningvrij bouwen en over de afstand tot de erfgrens, want die uitkomst kan je plan veranderen voordat je iets besteld hebt.

  2. Controleer de staanders, de schoren en de verankering

    Duw met je schouder tegen een staander en kijk of het frame meeveert. Zit er beweging in, dan komen er eerst schoren in de hoeken van de overkapping. Controleer daarna of elke staander mechanisch aan de poer vastzit met een anker en niet alleen op een plaatje staat.

  3. Maak het dak en de muuraansluiting waterdicht

    Doe dit vóór de wanden, want daarna kom je er niet meer bij. Trek de dakfolie minstens 100 millimeter omhoog langs de opstand en dek die af met een gezette slab of muurstrook in een sleuf. Loopt er een hemelwaterafvoer door je nieuwe goot, dan voer je die met een doorvoerstuk door in plaats van hem af te zagen.

  4. Zet het regelwerk in de vakken

    Schroef een boven- en onderregel tussen de staanders en zet daar staande regels van 45x70 mm tussen, hart op hart 60 centimeter. Lijn ze uit met een draad of een laser, want een bult van vijf millimeter in het frame zie je later terug in elke plank. Houd de onderregel een paar centimeter vrij van de vloer.

  5. Breng de bekleding aan van onder naar boven

    Zet eerst tengels van 20 millimeter op de regels voor de ventilatiespouw. Begin onderaan en werk omhoog, zodat elke plank over de vorige valt en water naar buiten loopt. Schroef elke plank op één punt per regel vast met rvs schroeven, zodat het hout in de breedte kan werken zonder te scheuren.

  6. Hang de zeilen of de schuifwand af

    Werk je met doek, monteer dan de kederrail of de oogbouten in een rechte lijn en hang het doek strak maar met een spleet onderaan. Komt er een glazen schuifwand, meet dan eerst de onderdorpel na met een lange rei. Hoeveel afwijking is toegestaan staat in de montagevoorschriften van het systeem, vaak rond twee millimeter over de lengte; zit je daarboven, dan stel je eerst voordat de rails erop gaan.

  7. Werk de aansluitingen en de ventilatie af

    Zet afdeklatten op de naden bij de gevel, maar schroef ze alleen aan de wandzijde vast. Controleer of er onderin en bovenin lucht door kan. Sluit als laatste de verlichting aan met minimaal IP44 materiaal en met lasklemmen die geschikt zijn voor soepele draad.

Voordat je de eerste plank vastschroeft

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

Zonnepanelen als dak, en de kieren die niet dicht wilden

Op een houten constructie moesten zonnepanelen dienstdoen als dakbedekking. De bovenste rij lag dakpansgewijs iets over de onderste, zodat het water horizontaal netjes afliep. Het probleem zat in de verticale kieren: door de montagerails bleef er ongeveer twee centimeter open tussen de panelen. Een volrubber T-profiel van 40x37 millimeter zou over 22 meter naad al bijna negentig euro kosten, en dan nog paste het niet goed rond de beugels.

De denkfout zit een stap eerder. Een zonnepaneel is een glasplaat in een aluminium rand en is niet ontworpen als dakbedekking. De randafdichting, de kabeldoorvoeren en de beugelgaten zijn allemaal lekpunten die je met een rubbertje niet oplost. Wat hier werkte was het dak zelf waterdicht maken met kanaalplaat polycarbonaat, en de panelen daarboven op een tweede regelwerk zetten. Er bestaan wel complete systemen waarbij kunststof waterafvoerprofielen tussen de panelen zitten, maar dat is een uitgewerkt bouwsysteem en geen los profiel dat je erbij koopt.

Dit kwamen we tegen

Een overkapping tegen een houten schuur, met de aansluiting als struikelblok

Een Douglas overkapping op vier staanders, met liggers en ringbalken, moest tegen een bestaande houten schuur komen. Het dak werd epdm en langs de buitenste ringbalken kwam een boeideel. De vraag was wat er aan de schuurzijde moest gebeuren en of de palen strak tegen de schuur konden.

Wat hier goed uitpakte: de palen 30 millimeter vrij van de schuurwand zetten in plaats van ertegenaan. Aan die zijde kwam geen boeideel maar een opstandprofiel, en de epdm werd 120 millimeter omhoog tegen de schuurwand doorgezet. Daarboven kwam een aluminium muurstrook die achter de bestaande gevelbekleding van de schuur viel, zodat water van de schuurwand over de slab op het epdm terechtkomt en niet erachter. De 30 millimeter ruimte tussen beide bouwwerken bleef open, waardoor het hout aan die kant ook echt kan drogen. Een variant waarbij alles strak tegen elkaar zit met een kitnaad ertussen ziet er in het begin netter uit, maar daar zit binnen twee jaar zwart hout achter.

Dit kwamen we tegen

Een overkapping tussen twee muren met te dunne balken

Aan de voorkant van een woning moest een overkapping komen tussen drie bakstenen muren, met golfplaat als dak. Het plan was balken van 44x68 millimeter op een muurplaat die met slagpluggen aan het metselwerk zou hangen. De vuistregel dat de balkhoogte ongeveer een twintigste van de overspanning is, gaf voor deze maat rond de 14 centimeter, en dat leek de eigenaar overdreven groot.

Die vuistregel klopt aardig, ook al draagt het dak alleen golfplaat, want sneeuw telt fors mee. De uitvoering werd een muurplaat van 45x145 millimeter met chemische ankers in plaats van slagpluggen, en daarop de dwarsbalken in verzinkte balkdragers. Voor de aansluiting van de golfplaat op de muur was de zelfklevende band uit het schap onvoldoende; er kwam een gezette aluminium slab met vulstukken in de golven en de opgaande zijde in een ingefreesde sleuf. De hemelwaterafvoer in de hoek werd met een doorvoerstuk door de nieuwe goot gevoerd in plaats van afgezaagd.

Dit kwamen we tegen

Een overkapping van 3,5 bij 5,5 meter op een vlonder

In een tuin op een verdiept niveau lag een hardhouten vlonder op palen met liggers. De overkapping van 3,5 bij 5,5 meter met staanders van 15x15 centimeter, een dichte achterwand en een klein bergingetje moest daarop komen. Eerst de vlonder leggen en de overkapping erop zetten leek veel makkelijker dan poeren storten en er daarna omheen vlonderen.

Makkelijker was het wel, verstandig niet. Een vlonder is gemaakt om verticaal een mens te dragen, niet om de trek- en duwkrachten van een dichte wand op te nemen. Juist die dichte achterwand vangt de volle wind en tilt de tegenoverliggende staanders op. De oplossing werd poeren tot onder de vorstgrens, met de staanders daar rechtstreeks op verankerd, en uitsparingen in de vlonderdelen rondom de palen. Zo blijft de vlonder een vloer die je later stuk voor stuk kunt vervangen en staat de constructie op zijn eigen fundering.

Veelgemaakte fouten

Wanden erin zetten zonder naar de verankering te kijken

Een open overkapping heeft nauwelijks zijdelingse belasting, een dichte wand van drie bij twee meter vangt bij harde wind honderden kilo's. Staat de staander alleen op een stelplaat, dan komt die kracht nergens terecht. Controleer eerst de ankers en de poeren, daarna pas timmeren.

Zeildoek strak tot op de grond dichtmaken

Een volledig gesloten doekwand vult zich als een ballon zodra er wind onder komt. De kracht gaat dan naar de ringen en die scheuren uit het doek. Laat onderaan een paar centimeter vrij, zodat de lucht een uitweg heeft.

De muuraansluiting met kit of zelfklevende band oplossen

Kit langs een gevel is geen waterkering maar een tijdelijke pleister die na een winter loslaat. Water moet over een gezette slab of muurstrook naar buiten geleid worden, met de opgaande zijde in een sleuf of achter de gevelbekleding. Doe je dat niet, dan loopt het water precies achter je nieuwe wand.

De vlonder als fundering gebruiken

Een vlonder draagt mensen en meubels, maar hij houdt geen constructie tegen die door de wind wordt opgetild. Zet staanders altijd op eigen poeren en maak uitsparingen in de vlonderdelen eromheen. Dat is een uur extra zaagwerk tegenover een overkapping die scheef gaat staan.

Zonnepanelen als dakbedekking gebruiken

Een paneel is glas in een aluminium rand met kabeldoorvoeren en beugelgaten, en dat is niet ontworpen om water te keren. De naden ertussen krijg je met losse rubberprofielen niet dicht. Maak het dak eerst waterdicht en leg de panelen daarboven op een tweede regelwerk.

Geen ventilatie plannen achter de bekleding

Zonder spouw van minstens 20 millimeter en zonder opening aan boven- en onderzijde blijft vocht achter de planken hangen. Het gevolg is zwart uitgeslagen hout aan de achterkant, precies waar je het niet ziet, en na een paar jaar zachte plekken bij de bevestigingen.

Binnenmateriaal gebruiken voor de verlichting

Onder een overkapping is het droog maar de luchtvochtigheid ligt hoger dan binnen. Een armatuur zonder IP-waarde trekt vocht en de contacten gaan oxideren. Houd minimaal IP44 aan, ook voor een lamp die hoog en beschut hangt.

Veelgestelde vragen

Wat kost het om een overkapping dicht te maken?

Dat loopt sterk uiteen met het materiaal. Zeilen aan een kederrail kosten voor een gemiddelde zijde van drie bij twee meter grofweg 150 tot 400 euro, afhankelijk van doekgewicht en of er heldere panelen in zitten. Een houten wand van rabatdelen op een frame komt op ongeveer 60 tot 110 euro per vierkante meter aan materiaal. Een glazen schuifwand ligt daar ver boven en vraagt een vlakke, dragende onderdorpel, wat vaak extra werk aan de vloer betekent.

Hoe kan ik mijn overkapping dicht maken met zeil?

Kies doek van rond de 650 gram per vierkante meter met ringen om de 40 centimeter, of laat er een keder in lassen zodat je het in een aluminium rail schuift. Een rail verdeelt de kracht over de hele lengte en is veel windvaster dan losse ogen. Hang het doek strak op met karabijnhaken of spanbanden, maar laat onderaan een spleet van een paar centimeter open zodat lucht kan ontsnappen. Rol het bij aangekondigde storm op en berg het droog op.

Kun je een carport dicht maken tot een garage?

Technisch wel, maar je verandert er de aard van het bouwwerk mee. Een besloten ruimte tegen de erfgrens krijgt te maken met eisen rond brandveiligheid, en de gemeente kijkt anders naar een dichte garage dan naar een open carport. Praktisch komt er bovendien het vochtprobleem bij: een natte auto brengt tientallen liters water mee die zonder ventilatieopeningen laag en hoog blijven hangen. Vraag daarom eerst bij je gemeente na wat er in jouw situatie mag.

Heb ik een vergunning nodig als ik de overkapping dicht maak?

Vaak wel, en in elk geval vaker dan bij een open overkapping. Zodra er wanden en een deur in zitten, telt het bouwwerk anders mee in de regels voor vergunningvrij bouwen. Bepalend zijn de totale oppervlakte aan bijgebouwen op het perceel, de hoogte, de plek ten opzichte van de voorgevelrooilijn en de afstand tot de erfgrens. Dat verschilt per gemeente en per bestemmingsplan, dus check het bij je eigen gemeente voordat je materiaal bestelt.

Welke balkmaat heb ik nodig als het dak straks dicht is?

Voor de dakbalken werkt de vuistregel dat de balkhoogte ongeveer een twintigste van de overspanning is. Bij 2,8 meter overspanning kom je dan op ongeveer 14 centimeter, en dat is inderdaad fors maar niet overdreven, omdat sneeuw zwaarder meetelt dan het dakmateriaal zelf. Balken van 44x68 millimeter zijn voor die overspanning te licht. Voor het wandframe zelf volstaan regels van 45x70 millimeter, want die dragen niets, ze houden alleen de bekleding.

Hoe maak ik de aansluiting op de muur of de schuur waterdicht?

Zet het bouwwerk niet strak tegen de gevel maar houd 20 tot 30 millimeter ruimte. Trek de dakfolie of epdm minstens 100 millimeter omhoog langs een opstand en dek die af met een gezette slab of een aluminium muurstrook die in een ingefreesde sleuf zit of achter de gevelbekleding valt. Bij golfplaat gebruik je een slab die met de golf mee is gezet, met vulstukken in de golven. Alleen kit of zelfklevende band is hier onvoldoende.

Blijft het droog onder een dichtgemaakte overkapping?

Droger dan onder een open overkapping, maar niet vanzelf droog. Warme lucht koelt 's nachts af tegen het dak en geeft daar zijn vocht af, en dat druppelt naar beneden zonder dat er ergens een lek zit. Zorg voor doorstroming van laag naar hoog: een spleet onder de wandbekleding, een spouw van 20 millimeter achter de planken en een opening onder de dakrand. Kanaalplaat polycarbonaat druipt merkbaar minder dan een enkele massieve plaat.

Mag ik de overkapping dicht maken tot op de erfgrens?

Bouwen op of vlak bij de erfgrens brengt eisen mee over brand die niet naar de buren mag overslaan, en die eisen worden strenger zodra het bouwwerk gesloten is. Bij een overkapping die op de grens komt, voeren wij de balklaag daarom in twee delen uit met een onderbreking op de grens zelf, in plaats van uit één doorlopende balk. Dan kun je later een scheidende wand aanbrengen zonder de constructie op te breken. Overleg het vooraf met je gemeente en met de buren.

Kan ik zonnepanelen als dak gebruiken en de naden dichten?

Losse panelen zijn geen dakbedekking. Ze bestaan uit glas in een aluminium rand, met kabeldoorvoeren en beugelgaten die stuk voor stuk lekpunten zijn, en de verticale naden bij de montagerails krijg je met rubberprofielen niet dicht. Er bestaan complete systemen met kunststof waterafvoerprofielen tussen de panelen, en die werken wel, maar dat is een uitgewerkt bouwsysteem. Zelf bouwen doe je dus met een waterdicht dak eronder en de panelen op een tweede regelwerk daarboven.

Kan ik een dichte overkapping op een vlonder zetten?

Beter niet. Een vlonder is gemaakt om verticaal belast te worden en niet om de trekkracht op te vangen die een dichte wand bij wind veroorzaakt. Zet de staanders op eigen poeren die tot onder de vorstgrens reiken en maak uitsparingen in de vlonderdelen eromheen. Dat kost een uur zaagwerk extra en levert een fundering op die trek en druk aankan. De vlonder blijft dan een vloer die je later per plank kunt vervangen.

Hoe leg ik een keramische tegelvloer onder een dichte overkapping?

De opbouw die zich buiten bewijst is folie op het zandbed, isolatie, folie, een betonvloer van rond de 15 centimeter, een ontkoppelmat en daarop de gelijmde tegels. Op die ontkoppelmat wordt het vaakst bezuinigd en daar ontstaan ook de scheuren, want een buitenvloer maakt veel grotere temperatuurwissels door dan een vloer binnen. Een extra dekvloer van drie centimeter op het beton voegt alleen iets toe als je het niveau moet corrigeren, hij vervangt de ontkoppeling niet.

Welke verlichting en schakelaars mag ik onder de overkapping gebruiken?

Houd minimaal IP44 aan voor armaturen, schakelaars en bewegingsmelders, ook op plekken die droog lijken, want de luchtvochtigheid ligt hoger dan binnen. Een bewegingsmelder van klasse II is dubbel geïsoleerd en heeft geen aarding nodig, maar of de lamp eraan wel geaard moet worden, staat op het typeplaatje van die lamp. Verbind draden met een lasklem die geschikt is voor soepele draad en frot nooit twee aders onder één schroef van een kroonsteen.

Wanneer je beter een vakman belt

Het dicht maken van een overkapping is voor een groot deel gewoon timmerwerk dat je zelf kunt. Er zijn vier momenten waarop je beter iemand belt.

Het eerste is de constructie zelf. Ga je van een open bouwwerk naar een gesloten ruimte, dan verandert de belasting fundamenteel. Is de overkapping groter dan zo'n twintig vierkante meter, staat hij vrij in de wind of moet er een dragende wand of een zwaardere dakconstructie bij, laat dan een constructeur de balkmaten en de ankers narekenen.

Het tweede is asbest. Op carports en schuurdaken van voor 1994 liggen regelmatig golfplaten die asbest bevatten, en dat zie je er niet aan af. Zagen, boren of breken doe je daar niet in. Laat een monster onderzoeken en de platen door een gecertificeerd bedrijf verwijderen.

Het derde is werk op hoogte langs de dakrand. Slabben zetten, dakfolie omhoog werken en platen op hun plek houden gaat niet met één hand aan een ladder. Huur een rolsteiger of laat dit deel doen.

Het vierde is alles wat achter de hoofdzekering in de meterkast zit. Een lamp aan een bestaande groep aansluiten kun je zelf, een nieuwe groep bijplaatsen voor de overkapping laat je door een installateur doen. Datzelfde geldt voor een zware schuifpui: dat glas is zelden met twee man te stellen en een paar millimeter scheefstand merk je meteen aan het beslag.

Verder lezen over dit onderwerp

In deze gids