HEA 260: maten, gewicht en wat het profiel aankan
Een HEA 260 is 250 millimeter hoog, 260 millimeter breed en weegt 68,2 kilo per meter. Het profiel wordt in woningen vooral gebruikt als er een dragende muur uit gaat en de vloer met de muur erboven ergens op moet rusten. Of het profiel bij jouw situatie past, hangt niet aan de tabelwaarden maar aan de overspanning, de belasting en de oplegging, en dat legt een constructeur vast in een berekening.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Stempels of schoren om de vloer te ondersteunen zolang de muur eruit gaat
- Kettingtakel, balkenklem of een kraan, want dragen met de hand kan niet
- Rolsteiger of een stevige werkbrug aan beide kanten van de opening
- Waterpas van minstens 120 centimeter en een rei
- Laser of slangenwaterpas om beide opleggingen op dezelfde hoogte te zetten
- Magneetboor met kernboren als er gaten in het lijf moeten
- Haakse slijper van 230 millimeter met doorslijpschijven voor staal
- Momentsleutel voor boutverbindingen
- Troffel, voegspijker en een stampijzer voor het aanstoppen
Materiaal
- HEA 260 op lengte gezaagd door de staalhandel, in S235JR of S355
- Stalen oplegplaten of betonnen oplegblokken onder beide uiteinden
- Stelplaatjes van staal in verschillende diktes
- Krimpvrije stop- of gietmortel voor de naad boven de bovenflens
- Metselmortel voor het bed onder de oplegplaat
- Roestwerende primer en aflak, of thermisch verzinken bij vocht
- Houten regel en bouten M10 met ringen voor de plafondaansluiting
- Brandwerende gipsplaat als de bekleding wordt voorgeschreven
Wat een HEA 260 is en waarom hij in woningen zo vaak terugkomt
Een HEA 260 is een gewalst breedflensprofiel: twee brede flenzen met een dun lijf ertussen, in de lichtste uitvoering van de HE-reeks. Bij een verbouwing kom je hem tegen op het moment dat er een dragende muur uit gaat en de vloer, het metselwerk erboven en soms een stuk van de kap ergens op moeten rusten. Hoe zo'n ligger zich verhoudt tot de andere dragers in een huis lees je in ons overzicht over stalen en houten liggers in de draagconstructie.
De letter A staat voor de lichte uitvoering. Bij dezelfde nominale maat is een HEB fors zwaarder en een HEM zwaarder nog, met meer staal in de flenzen en een dikker lijf. Een HEA levert daardoor de meeste stijfheid per kilo binnen de HE-familie, wat hem voor woningbouw aantrekkelijk maakt.
Twee eigenschappen verklaren waarom juist deze maat zo vaak wordt gekozen. De bouwhoogte blijft met 250 millimeter meestal binnen de vloerdikte, zodat de ligger niet onder het plafond uit komt steken. En tussen de flenzen zit 225 millimeter vrije ruimte, precies genoeg om houten vloerbalken van 220 millimeter tussen de flenzen op de onderflens te laten rusten in plaats van eroverheen.
Een HEA 260 is 250 millimeter hoog, niet 260
Het getal in de naam is de nominale maat van de reeks, niet de gemeten hoogte van dit profiel. Een HEA 260 meet 250 millimeter over de hoogte en 260 millimeter over de breedte van de flens. Een HEB 260 is wel 260 millimeter hoog, en dat verschil van een centimeter is genoeg om een sponning of een plafondaansluiting te laten mislukken.
Meet daarom altijd na wat er op de bouwplaats ligt voordat je iets uitzaagt. Gewalste profielen hebben bovendien een walstolerantie: hoogte en breedte mogen een paar millimeter afwijken, het lijf staat zelden precies haaks op de flens en over de lengte zit vrijwel altijd een lichte kromming. Dat is geen fabricagefout maar een normale eigenschap van gewalst staal.
De afronding tussen lijf en flens, de walsradius van 24 millimeter, wordt ook regelmatig vergeten. Wie een plaat of een houten regel strak tegen het lijf wil zetten, houdt daar rekening mee: het rechte deel van het lijf is maar 177 millimeter hoog.
| Maat | Waarde | Waar je dat voor nodig hebt |
|---|---|---|
| Hoogte h | 250 mm | Bepaalt de bouwhoogte en de diepte van de sponning |
| Breedte b | 260 mm | Het oplegvlak en de breedte die je moet inpakken |
| Lijfdikte tw | 7,5 mm | Boren en bouten door het lijf, klemdikte van beugels |
| Flensdikte tf | 12,5 mm | Zaagtijd, laswerk en de dikte onder een boutkop |
| Walsradius r | 24 mm | De hoek waar niets strak tegenaan past |
| Vrije ruimte tussen de flenzen | 225 mm | Past een vloerbalk van 220 mm tussen de flenzen |
| Recht deel van het lijf | 177 mm | Hoogte van een regel of plaat die je tegen het lijf zet |
| Gewicht | 68,2 kg per meter | Transport, hijsen en de belasting op de stempels |
| Doorsnede A | 86,8 cm² | Rekenwaarde voor druk en trek |
| Traagheidsmoment Iy | 10.450 cm⁴ | Bepaalt de doorbuiging |
| Weerstandsmoment Wel,y | 836 cm³ | Bepaalt het moment dat de doorsnede aankan |
| Te schilderen oppervlak | ongeveer 1,5 m² per meter | Hoeveelheid primer, aflak of verzinkwerk |
Schrijf de gemeten hoogte met een viltstift op het profiel zodra het geleverd is. Iedereen die daarna aan de sponning, de stempels of de plafondlatten werkt, leest dan de echte maat en niet de maat uit de naam.
Wat het profiel aankan bij welke overspanning
Bij korte overspanningen is de sterkte van de doorsnede maatgevend, bij langere overspanningen de doorbuiging. Het omslagpunt ligt voor dit profiel ruwweg rond de vijf meter, en dat verklaart waarom een balk die op papier ruim genoeg sterk is toch te slap kan zijn.
Voor de sterkte gaat het om het weerstandsmoment. Met 836 cm³ en staalsoort S235 komt de doorsnede elastisch op ongeveer 197 kilonewtonmeter, in S355 op ongeveer 297. Dat zijn kale doorsnedewaarden: de constructeur rekent met belastingfactoren, kijkt naar kip en naar de oplegreactie, en houdt daar een deel van over.
Voor de doorbuiging telt het traagheidsmoment van 10.450 cm⁴. De tabel hieronder laat zien welke gelijkmatig verdeelde belasting een vrij opgelegde HEA 260 tot de grens van een driehonderdste van de overspanning brengt. Ter vergelijking: een verdiepingsvloer met gebruiksbelasting zit rond 4 kilonewton per vierkante meter, dus een balk die aan weerszijden twee meter vloer draagt, krijgt ongeveer 16 kilonewton per meter te verwerken.
| Overspanning | Grens bij L/300 | Gelijkmatige belasting die daarbij hoort | Wat meestal maatgevend is |
|---|---|---|---|
| 3,00 m | 10,0 mm | ongeveer 208 kN/m | de sterkte van de doorsnede |
| 3,50 m | 11,7 mm | ongeveer 131 kN/m | de sterkte van de doorsnede |
| 4,00 m | 13,3 mm | ongeveer 88 kN/m | de sterkte van de doorsnede |
| 4,50 m | 15,0 mm | ongeveer 62 kN/m | de sterkte van de doorsnede |
| 5,00 m | 16,7 mm | ongeveer 45 kN/m | sterkte en doorbuiging liggen dicht bij elkaar |
| 5,50 m | 18,3 mm | ongeveer 34 kN/m | de doorbuiging |
| 6,00 m | 20,0 mm | ongeveer 26 kN/m | de doorbuiging |
| 6,50 m | 21,7 mm | ongeveer 20 kN/m | de doorbuiging |
| 7,00 m | 23,3 mm | ongeveer 16 kN/m | de doorbuiging |
| 8,00 m | 26,7 mm | ongeveer 11 kN/m | de doorbuiging |
Deze tabel is naslag, geen berekening. De getallen gelden voor een vrij opgelegde ligger met een gelijkmatig verdeelde belasting, zonder puntlasten, zonder belastingfactoren en zonder controle op kip en oplegdruk. Een dakspant dat halverwege op de balk landt, verandert het beeld volledig. Wat er in jouw situatie mag staan, komt uit de berekening van een constructeur.
Hoeveel doorbuiging je toestaat hangt af van wat erop en eronder zit
Staal buigt door, altijd. De vraag is niet of het gebeurt maar hoeveel je toelaat, en dat wordt bepaald door wat er op de balk staat en wat eraan hangt. Metselwerk verdraagt vrijwel geen zakking voordat het scheurt, terwijl een houten vloer een paar millimeter meer probleemloos volgt.
In de praktijk werkt de constructeur met twee soorten doorbuiging. De zakking door het eigen gewicht en het metselwerk treedt op zodra je de stempels weghaalt, en die kun je opvangen door hoger te stellen. De bijkomende doorbuiging door meubels, mensen en sneeuw komt daarna, en juist die is bepalend voor scheuren in afwerking.
Wij houden er in het voortraject rekening mee dat een strengere eis niet altijd een zwaarder profiel betekent. Vaak is een kortere overspanning door een extra kolom goedkoper dan een profiel twee maten groter, zeker als die kolom toch al binnen een wandje kan verdwijnen.
| Wat er op of onder de balk zit | Gangbare eis aan de bijkomende doorbuiging | Waarom die grens daar ligt |
|---|---|---|
| Metselwerk of een gemetselde borstwering op de balk | L/500, vaak met een absolute grens van enkele millimeters | Mortelvoegen rekken niet mee en scheuren trapsgewijs open |
| Gipswand op de balk | L/500 | De naden tussen de platen trekken open bij de kop en de voet |
| Houten verdiepingsvloer zonder breekbare afwerking | L/300 | Hout volgt de zakking, de vloer voelt alleen veerkrachtig aan |
| Gipsplaten plafond onder de balk | L/300 tot L/500 | Haarscheuren in de plafondnaden zijn de eerste zichtbare schade |
| Schuifpui of kozijn direct onder de balk | Een paar millimeter, los van de overspanning | De pui gaat klemmen en het glas komt op spanning te staan |
| Alleen een licht dak of een luifel | L/250 | Er zit geen breekbare afwerking aan die de zakking laat zien |
De HEA 260 naast de profielen ernaast
Kiezen tussen profielen gaat zelden alleen over sterkte. Een IPE haalt met minder kilo hetzelfde traagheidsmoment, maar bouwt hoger en heeft een smalle flens, en dat maakt de oplegging en de aansluiting van vloerbalken lastiger. Een HEB past in dezelfde sponningbreedte maar is 260 millimeter hoog en weegt een derde meer.
Let bij het vergelijken op twee kolommen tegelijk. Het traagheidsmoment vertelt hoe stijf het profiel is en dus hoeveel het doorbuigt, het weerstandsmoment hoeveel moment de doorsnede aankan. Een profiel dat sterk genoeg is maar te slap, geeft scheuren in plaats van bezwijken, en dat is precies de schade waar mensen achteraf mee zitten.
De breedte van de flens is de derde kolom die je in een woning niet moet negeren. Bij een smal profiel komt de hele oplegreactie op een strook van 135 tot 160 millimeter terecht, en dat drukt zich sneller in oud metselwerk dan de 260 millimeter van dit profiel.
| Profiel | Hoogte x breedte | Gewicht per meter | Iy | Wel,y |
|---|---|---|---|---|
| HEA 240 | 230 x 240 mm | 60,3 kg | 7.763 cm⁴ | 675 cm³ |
| HEA 260 | 250 x 260 mm | 68,2 kg | 10.450 cm⁴ | 836 cm³ |
| HEA 280 | 270 x 280 mm | 76,4 kg | 13.670 cm⁴ | 1.013 cm³ |
| HEA 300 | 290 x 300 mm | 88,3 kg | 18.260 cm⁴ | 1.260 cm³ |
| HEB 260 | 260 x 260 mm | 93,0 kg | 14.920 cm⁴ | 1.148 cm³ |
| HEM 260 | 290 x 268 mm | 172 kg | 31.310 cm⁴ | 2.159 cm³ |
| IPE 270 | 270 x 135 mm | 36,1 kg | 5.790 cm⁴ | 429 cm³ |
| IPE 330 | 330 x 160 mm | 49,1 kg | 11.770 cm⁴ | 713 cm³ |
Kom je qua bouwhoogte net tekort, vraag de constructeur dan of S355 in plaats van S235 het oplost. De doorsnede blijft dan gelijk en de sterkte stijgt met de helft, maar de stijfheid niet: staal buigt bij elke soort even veel door. Bij een overspanning waar de doorbuiging maatgevend is, koop je met een sterkere staalsoort dus niets.
De oplegging bepaalt of het metselwerk het houdt
Alle belasting die de balk verzamelt, komt op twee plekken naar beneden. Bij een overspanning van vijfenhalve meter en 34 kilonewton per meter is dat ongeveer 94 kilonewton per kant, en dat is bijna tien ton op een oplegvlak ter grootte van een A5'tje. Oud metselwerk van zachte baksteen heeft daar simpelweg de druksterkte niet voor.
Reken de contactspanning altijd even na. Bij een oplegging van 150 millimeter is het oplegvlak 260 bij 150 millimeter, dus 39.000 vierkante millimeter, en 94 kilonewton geeft dan 2,4 newton per vierkante millimeter. Voor kalkzandsteen is dat te doen, voor verweerde baksteen met kalkmortel niet.
Is de spanning te hoog, dan zijn er drie routes: de oplegging verlengen, een betonnen oplegblok inmetselen dat de last over meer stenen spreidt, of een stalen kolom plaatsen die de last tot in de fundering doorzet. Hoeveel beton er in zo'n oplegblok of poer gaat, reken je uit met onze rekenhulp voor betonvolume en zakken cement.
Het bed onder de balk hoort vlak en volledig gevuld te zijn. Zet de oplegplaat in een laag stevige mortel, stel de hoogte met stalen plaatjes en werk de mortel eromheen dicht. Een balk die op twee hoekpunten rust in plaats van op zijn hele vlak, ponst zich er alsnog in.
Kijk waar de last daarna naartoe gaat. Een oplegging die de spanning netjes verdeelt, helpt niets als de muur eronder halverwege ophoudt of op een fundering staat die op een lichte binnenmuur was berekend. De belasting van een weggehaalde draagmuur volgt een nieuwe weg naar de fundering, en die weg hoort in de berekening te staan.
Een profiel van bijna vierhonderd kilo op zijn plek krijgen
Met 68,2 kilo per meter weegt een stuk van vijfenhalve meter ongeveer 375 kilo en een stuk van zes meter ruim 400. Dat tilt geen ploeg met de hand naar boven, en het is ook het gewicht dat je stempels en de vloer eronder tijdelijk moeten dragen. Regel het hijsen voordat het staal geleverd wordt, niet erna.
Wat in de praktijk werkt: het profiel via een raam of een gedemonteerd kozijn naar binnen brengen met een verhuislift of een kleine kraan, en het binnen verder verplaatsen met een kettingtakel aan twee balkenklemmen. Een balkenklem grijpt over de flens en laat het profiel horizontaal hangen, wat langs een trapgat het verschil maakt.
Bestel de lengte bij de staalhandel en laat daar zagen. Een zaagsnede uit de machine staat haaks, terwijl doorslijpen op de bouw door een flens van 12,5 millimeter en een lijf van 7,5 millimeter veel schijven en veel geduld kost. Reken de lengte als de dagmaat van de opening plus de oplegging aan beide kanten, en bespreek met de constructeur hoeveel speling erbij mag.
Hak de sponning aan één kant dieper uit dan nodig. Je schuift de balk dan eerst helemaal die kant in, laat hem daarna aan de andere kant op zijn oplegging zakken en schuift hem terug. Zonder die extra ruimte krijg je een balk op maat er niet tussen.
Roest, verf en brandwerende bekleding
Staal komt met walshuid en vaak met een dun laagje vliegroest van de opslag. Binnen in een droge woning, ingepakt in gips, is een goede primer met een aflak genoeg. De hechting valt of staat met ontvetten en licht opruwen, want verf pakt slecht op een gladde, vettige walshuid.
Zit de balk in een kruipruimte, in een buitenmuur of onder een balkon, dan is verf te weinig. Op die plekken is thermisch verzinkt staal met een dikke zinklaag de duurzamere keuze. Verzinken gebeurt wel voor de montage, dus alle gaten, uitsparingen en aanlaswerk moeten dan al klaar zijn: elk gat dat je er daarna in boort, is een kale plek.
Of brandwerende bekleding nodig is, hangt af van het gebouw en van de eis die bij die verdieping hoort, en dat volgt uit de toets van de gemeente. De achtergrond is simpel: staal houdt zijn sterkte tot ongeveer 500 graden en verliest daarboven snel. De gangbare oplossing is inpakken met brandwerende gipsplaat volgens een opbouw waarvan de fabrikant de brandwerendheid opgeeft, met een opschuimende coating als de balk in het zicht moet blijven.
Hout en plafond aan een stalen ligger vastmaken
Aan staal spijker je niet, dus je hebt een houten aanhechting nodig. De gebruikelijke manier is een regel van 32 of 44 millimeter dik tegen het lijf, vastgezet met bouten M10 door het lijf op onderlinge afstanden van ongeveer een halve meter. Aan die regel schroef je daarna de plafondplaten of de balkschoenen.
Vloerbalken kun je op twee manieren aansluiten. Ze rusten op de onderflens tussen de flenzen, wat bouwhoogte scheelt en waarvoor de vrije 225 millimeter tussen de flenzen precies genoeg is voor een balk van 220. Of ze hangen in balkschoenen aan de houten regel, wat makkelijker stellen is maar de vloer een stuk hoger legt.
Laat het koppelen van hout aan hout niet aan het staal over. Twee balken die elkaar boven de ligger ontmoeten, verbind je op de manier die we beschrijven bij het verbinden van twee houten balken, en niet met een paar schroeven door de flens heen.
Boor niets in de flenzen. De flenzen nemen het buigende moment op, dus daar hoort geen gat en zeker geen sparing voor een leiding. Gaten in het lijf zijn soms toegestaan, maar alleen op de plek, de maat en de onderlinge afstand die de constructeur aangeeft. Branden met een snijbrander is helemaal geen optie, want de warmte verandert het staal rond het gat.
Berekening, vergunning en de volgorde op de bouw
Een dragende muur weghalen is een wijziging in de draagconstructie, en dat valt niet onder vergunningvrij bouwen. Je hebt een berekening van een constructeur nodig, de gemeente toetst die, en bij een appartement heb je daarnaast toestemming van de vereniging van eigenaren nodig. Beginnen met slopen en de papieren later regelen is de dure volgorde.
De constructeur heeft meer nodig dan de breedte van de opening. Wat er boven de muur staat, of er een spant of een schoorsteen op landt, hoe de vloeren lopen, waar de muur op rust en wat voor fundering eronder zit: dat bepaalt samen het profiel. Bij twijfel over de bestaande situatie hoort er een sleuf open om te kijken, en dat is goedkoper dan achteraf een tweede berekening.
De uitvoering volgt daarna een vaste volgorde: stempelen, muur weg tot boven het niveau van de balk, opleggingen maken, balk erin, hoogte stellen, naad aanstoppen en pas dan de stempels weg. Andere klussen aan de draagconstructie in huis vind je bij de andere klussen aan beton en constructie.
Zo verloopt het plaatsen van een HEA 260
Deze volgorde geldt voor een ligger die een weggehaalde dragende binnenmuur vervangt, en het uitvoerende werk is werk voor een aannemer.
-
Laat de constructie doorrekenen en de vergunning regelen
De constructeur bepaalt het profiel, de staalsoort, de oplegging en de eis aan de doorbuiging op basis van wat er boven de muur staat. Die berekening gaat naar de gemeente en pas daarna gaat er iets uit. Verwerk in dezelfde ronde de vraag of er brandwerende bekleding nodig is, want dat verandert de ruimte die je rond de balk moet vrijhouden.
-
Bestel het profiel op lengte en behandel het eerst
Geef de dagmaat plus de oplegging aan beide kanten door en laat de staalhandel zagen, dan staan de koppen haaks. Boor de gaten voor de houten regel en breng de primer of het verzinkwerk aan voordat de balk de woning in gaat. Op zijn plek kom je er met een kwast niet meer omheen.
-
Stempel de vloer en de muur boven de opening
Zet stempels aan beide zijden van de muur, met een verdeelbalk eronder en erboven zodat de last niet op één punt in de vloer drukt. Controleer wat er onder de stempels zit: een vloer die zelf niet kan dragen, schuif je het probleem alleen naar beneden. Pas als de last is overgenomen, gaat er metselwerk uit.
-
Maak de opleggingen en stel ze op gelijke hoogte
Hak de sponningen uit, aan één kant dieper zodat je straks ruimte hebt om te manoeuvreren. Metsel het oplegblok of leg de stalen oplegplaat in een vol bed mortel en stel beide kanten met een laser of slangenwaterpas op precies dezelfde hoogte. Twee opleggingen die een centimeter schelen, zetten de balk scheef en dat zie je terug in het plafond.
-
Hijs de balk erin en stel de hoogte
Breng het profiel naar binnen met een lift of kraan en verplaats het met een kettingtakel aan balkenklemmen. Schuif het eerst de diepe sponning in, laat het aan de andere kant zakken en trek het terug tot de oplegging aan beide kanten klopt. Stel de hoogte met stalen stelplaatjes en controleer met een waterpas over de hele lengte.
-
Stop de naad boven de bovenflens vol aan
De ruimte tussen de bovenflens en het metselwerk erboven moet volledig gevuld zijn met krimpvrije stop- of gietmortel, over de hele lengte en over de hele breedte. Zolang daar lucht zit, zakt de muur eerst een paar millimeter voordat de balk hem overneemt, en dat zijn precies de millimeters waarin het metselwerk scheurt. Werk vanaf beide kanten en stamp de mortel echt aan.
-
Haal de stempels pas los als de mortel op sterkte is
Krimpvrije mortel heeft dagen nodig om zijn sterkte te bereiken en de verpakking geeft aan hoeveel. Ontlast de stempels daarna geleidelijk en niet allemaal tegelijk, en houd het metselwerk boven de opening in de gaten. Meet de doorbuiging in het midden op, dan weet je of het gedrag klopt met de berekening.
-
Werk de balk af
Bevestig de houten regel tegen het lijf met bouten M10, breng de brandwerende bekleding aan als die is voorgeschreven en zet de aansluitingen op wand en plafond af met een flexibele naad. Laat de aansluiting bewust een beetje bewegen: een balk werkt, en een strak dichtgezette gipsnaad scheurt op de eerste warme dag.
Betoncalculator
Van kuub naar zakken, kruiwagens en emmers, met de mengverhouding erbij. Open de volledige betoncalculator
Nalopen voordat de stempels eruit gaan
Uit de praktijk
Trapsgewijze scheuren in het metselwerk boven een nieuwe ligger
Scheuren die kort na het weghalen van de stempels verschijnen en trapsgewijs door de voegen lopen, wijzen bijna altijd op de naad boven de bovenflens. Zit daar nog lucht of losse specie, dan zakt de muur eerst enkele millimeters voordat hij op de balk gaat rusten. Metselwerk verdraagt die zakking niet en scheurt langs de zwakste lijn, en dat zijn de voegen.
De tweede oorzaak is een doorbuigingseis die te ruim is gekozen voor wat erop staat. Een grens van een driehonderdste is voor een houten vloer prima, maar onder metselwerk hoort een vijfhonderdste of strenger. Achteraf voegen heeft geen zin zolang de oorzaak er nog is: de scheur komt binnen een seizoen terug.
Een oplegging die zich langzaam in de muur drukt
Verpulverde voegen direct onder de oplegging en een balk die in de loop van maanden zakt, komen door een te hoge contactspanning. De hele oplegreactie van een balk over vijf meter of meer loopt in de tienduizenden kilo's, en die komt op een vlak van hooguit een paar honderd vierkante centimeter terecht. Oude baksteen met kalkmortel houdt dat niet.
Het is te voorkomen door de spanning uit te rekenen voordat de balk erin gaat: de oplegreactie gedeeld door breedte maal opleglengte. Komt dat boven wat het metselwerk aankan, dan verleng je de oplegging, metsel je een betonnen oplegblok in of zet je er een kolom onder. Een dunne stalen plaat onder de balk lost het niet op, want die spreidt de last nauwelijks verder dan de plaat zelf.
Een balk op maat die er niet tussen wil
Een profiel dat exact op de dagmaat plus twee opleggingen is gezaagd, krijg je er in een gesloten opening niet in. Je hebt aan één kant extra diepte nodig om het uiteinde in te schuiven, en die ruimte is er in een strak uitgehakte sponning niet. Daar komt de walstolerantie van gewalst staal bij: hoogte en breedte wijken een paar millimeter af en over de lengte zit vrijwel altijd een lichte kromming.
De oplossing zit in de voorbereiding en niet in de koevoet. Hak één sponning ruim dieper uit dan de opleglengte, schuif de balk daar volledig in, laat de andere kant zakken en trek hem terug op zijn plek. De overgebleven ruimte metsel je daarna dicht en stop je vol aan.
Veelgemaakte fouten
Rekenen met 260 millimeter bouwhoogte
Het getal in de naam is de nominale maat van de reeks. Een HEA 260 is 250 millimeter hoog en alleen een HEB 260 haalt de 260. Wie de sponning, de plafondlatten of de aansluiting op de vloerbalken op de verkeerde maat uitzet, staat met een centimeter speling of een centimeter tekort.
Alleen naar sterkte kijken en de doorbuiging vergeten
Vanaf ongeveer vijf meter overspanning is niet de sterkte maar de stijfheid maatgevend. Een profiel dat het moment ruim aankan, kan alsnog te veel zakken voor het metselwerk erboven. Sterkte bepaalt of hij het houdt, stijfheid bepaalt of je huis heel blijft.
S355 kiezen om doorbuiging op te lossen
Een sterkere staalsoort verhoogt het moment dat de doorsnede aankan, maar niet de stijfheid. De elasticiteitsmodulus van staal is voor alle gangbare soorten gelijk, dus bij dezelfde belasting buigt een S355-balk precies even ver door als een S235. Is de doorbuiging maatgevend, dan help je jezelf alleen met een groter profiel of een kortere overspanning.
De naad boven de balk niet aanstoppen
De ruimte tussen de bovenflens en het metselwerk moet vol zitten, over de hele lengte. Blijft er lucht in, dan zakt de muur eerst een paar millimeter voordat de last op de balk komt. Dat zijn precies de millimeters waarin het metselwerk openscheurt.
Gaten in de flens maken voor leidingen
De flenzen nemen het buigende moment op, dus daar hoort geen sparing. Een gat of een inkeping in de onderflens haalt precies daar staal weg waar de trekspanning het hoogst is. Sparingen horen in het lijf, en alleen op de plek en de maat die de constructeur aangeeft.
Verzinken plannen nadat het staal al gemonteerd is
Thermisch verzinken gebeurt in een bad van gesmolten zink en dat kan alleen voor de montage. Elk gat dat je er daarna in boort en elke snede die je maakt, is een kale plek waar de roest begint. Boor en zaag dus alles voordat het profiel naar de verzinkerij gaat.
Stempels weghalen zodra de balk ligt
De aanstopmortel heeft dagen nodig om op sterkte te komen en tot die tijd draagt hij de last niet over. Stempels die te vroeg weggaan, laten de muur op verse mortel zakken. Ontlast bovendien geleidelijk en niet alle stempels tegelijk.
Het gewicht onderschatten bij het naar binnen brengen
Een stuk van vijfenhalve meter weegt ongeveer 375 kilo, en dat verplaats je niet met vier man en een paar pallets. Improviseren op het moment dat de vrachtwagen voor de deur staat, levert een balk op die in de tuin blijft liggen of een vloer die het tijdelijk zwaar krijgt. Regel hijsmateriaal en de route vooraf.
Veelgestelde vragen
Hoeveel weegt een HEA 260 per meter?
Het profiel weegt 68,2 kilo per strekkende meter. Een lengte van vijfenhalve meter komt daarmee op ongeveer 375 kilo en zes meter op ruim 400 kilo. Dat gewicht telt twee keer: bij het naar binnen brengen en bij het bepalen van wat de stempels en de vloer eronder tijdelijk moeten kunnen dragen. Reken er ook mee dat de balk bij het hijsen aan twee punten hangt en niet in balans is als je hem aan één klem optilt.
Hoe hoog en hoe breed is een HEA 260 precies?
De hoogte is 250 millimeter en de breedte van de flens 260 millimeter. Het lijf is 7,5 millimeter dik, de flenzen zijn 12,5 millimeter en de walsradius tussen beide is 24 millimeter. Tussen de flenzen blijft 225 millimeter vrije ruimte over, waarvan 177 millimeter recht lijf is. Dat de gemeten hoogte niet gelijk is aan het getal in de naam verrast veel mensen, dus meet het geleverde profiel altijd na voordat je een sponning uithakt.
Wat kan een HEA 260 overspannen?
Dat hangt volledig af van de belasting. In woningen zie je dit profiel meestal bij overspanningen tussen vier en zes meter met een verdiepingsvloer en metselwerk erboven. Bij vijfenhalve meter bereikt de balk de doorbuigingsgrens van een driehonderdste rond 34 kilonewton per meter, bij zes meter rond 26. Staat er een spant of een puntlast op, dan zeggen die getallen niets meer en bepaalt de berekening van de constructeur het antwoord. In ons overzicht van dragende liggers zetten we de profielsoorten naast elkaar.
Wat is het verschil tussen een HEA 260 en een HEB 260?
Ze hebben dezelfde nominale maat maar niet dezelfde afmetingen. De HEA is 250 millimeter hoog met een lijf van 7,5 en flenzen van 12,5 millimeter, de HEB is 260 millimeter hoog met een lijf van 10 en flenzen van 17,5 millimeter. Daardoor weegt de HEB 93 kilo per meter tegen 68,2 en heeft hij ruwweg anderhalf keer zoveel traagheidsmoment. De HEB kies je als de doorbuiging maatgevend is en de extra centimeter bouwhoogte past.
Is een IPE goedkoper dan een HEA 260?
Per kilo kost staal ongeveer hetzelfde, dus een lichter profiel is bijna altijd goedkoper. Een IPE 330 haalt met 49,1 kilo per meter een groter traagheidsmoment dan de HEA 260 met 68,2 kilo. De prijs die je ervoor betaalt is bouwhoogte, 330 tegen 250 millimeter, en een flens van maar 160 millimeter breed. Die smalle flens geeft een hogere druk op de oplegging en maakt het aansluiten van vloerbalken en plafond lastiger.
Welke staalsoort heeft een HEA 260 meestal?
In woningbouw is S235JR de standaard en die is bijna altijd uit voorraad leverbaar. Bij zwaarder belaste liggers wordt S355 gebruikt, met een anderhalf keer zo hoge vloeigrens. Kies je die op advies van de constructeur, houd dan in gedachten dat alleen de sterkte stijgt en niet de stijfheid: de doorbuiging blijft bij dezelfde belasting exact gelijk. Welke soort het wordt, hoort op de tekening en op de pakbon te staan.
Hoe lang moet de oplegging van een HEA 260 zijn?
De opleglengte volgt uit de oplegreactie en uit wat het metselwerk aankan, dus daar is geen vast getal voor. In de praktijk kom je bij dit profiel opleggingen van 150 tot 200 millimeter tegen, soms met een betonnen oplegblok eronder. Reken de contactspanning na: oplegreactie gedeeld door 260 millimeter breedte maal de opleglengte. Komt dat boven wat de steen aankan, dan verleng je de oplegging of zet je er een kolom onder.
Mag ik zelf een gat in een HEA 260 boren voor leidingen?
In de flenzen nooit, want die dragen het buigende moment en elk gat haalt daar staal weg waar de spanning het hoogst is. In het lijf kan het soms wel, maar alleen op de plek, met de diameter en op de onderlinge afstand die de constructeur opgeeft. Boor met een magneetboor en een kernboor, en gebruik geen snijbrander: de warmte verandert de eigenschappen van het staal rond het gat. Sparingen die je vooraf laat maken, kosten bij de staalhandel weinig.
Moet een HEA 260 brandwerend worden bekleed?
Dat hangt af van het gebouw en van de eis die voor die verdieping geldt, en dat volgt uit de bouwtechnische toets van de gemeente. De reden achter de eis is dat staal zijn sterkte houdt tot ongeveer 500 graden en daarboven snel verliest, waarna de ligger doorzakt. De gangbare oplossing is inpakken met brandwerende gipsplaat in een opbouw waarvan de fabrikant de brandwerendheid opgeeft. Moet de balk in het zicht blijven, dan is een opschuimende coating het alternatief.
Kan ik een HEA 260 laten verzinken?
Ja, en voor een balk in een kruipruimte, een buitenmuur of onder een balkon is dat de verstandige keuze. Het profiel gaat dan in een bad met vloeibaar zink, dus alle gaten, uitsparingen en laswerk moeten voor die tijd klaar zijn. Wat je er daarna in boort, is een kale plek waar roest begint, al beschermt het zink ernaast de rand nog een stukje. Wat de zinklaag wel en niet tegenhoudt lees je bij gegalvaniseerd en verzinkt staal.
Heb ik een vergunning nodig als ik een HEA 260 plaats?
Als de balk een dragende muur vervangt, verander je de draagconstructie en dat is niet vergunningvrij. Je hebt een berekening van een constructeur nodig en de gemeente toetst die voordat je begint. Woon je in een appartement, dan heb je ook toestemming van de vereniging van eigenaren nodig. Ga je alleen een ligger vervangen in een bestaande situatie zonder de constructie te wijzigen, vraag het dan alsnog na bij de gemeente, want de grens is smaller dan mensen denken. Andere ingrepen aan de constructie van een woning vallen onder dezelfde regels.
Hoe maak ik houten balken vast aan een HEA 260?
Op twee manieren. Ze rusten op de onderflens tussen de flenzen, waar 225 millimeter vrije ruimte zit en een balk van 220 millimeter dus net past, of ze hangen in balkschoenen aan een houten regel die met bouten M10 door het lijf zit. De eerste manier scheelt bouwhoogte, de tweede stelt makkelijker. Het onderling koppelen van hout doe je zoals bij twee houten balken die je aan elkaar verbindt, en niet met schroeven door de stalen flens.
Wanneer je beter een vakman belt
Bij een HEA 260 is de grens duidelijker dan bij de meeste klussen: zodra er een dragende muur uit gaat, gaat het om de constructie van het huis en hoort daar een constructeur bij. Die maakt de berekening, kiest het profiel en de staalsoort, en legt de opleglengte en de doorbuigingseis vast. Zonder die stukken toetst de gemeente niets en dekt je verzekering bij schade niets.
Ook de uitvoering is aannemerswerk. Het stempelen van een vloer met de muur erboven, het inhijsen van bijna vierhonderd kilo staal en het aanstoppen van de naad zijn handelingen waarbij een fout niet lelijk maar gevaarlijk is. Een ploeg die dit vaker doet, heeft het hijsmateriaal en weet welke volgorde werkt.
Zelf doen is wel zinvol in het voortraject en in de afwerking. Meten wat er nu staat, sleuven openen zodat de constructeur ziet waar de muur op rust, offertes vergelijken en na afloop het inpakken, schilderen en afkitten: daar zit je tijd goed. Twijfel je over de bestaande situatie, bijvoorbeeld omdat er een schoorsteen of een spant boven de muur uitkomt, laat dat dan eerst bekijken voordat er ook maar één steen uit gaat.