Dak verhogen: hoeveel hoogte je wint en wat er mee omhoog moet
Een dak verhogen is bijna nooit alleen het dakvlak omhoog brengen. Zodra het dak vijf centimeter stijgt, zitten de hemelwaterafvoer, de opstaande rand, de loodslab in de gevel en soms een deurdorpel op de verkeerde hoogte. Het dakvlak zelf hoog je op met houten regels op afschot of met afschotisolatie, en die tweede is lichter en isoleert meteen mee. Gaat de hele dakconstructie omhoog, dan verandert de bouwhoogte van je woning en heb je een constructeur en een vergunning nodig.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Rolsteiger of steiger met leuning, geen ladder om vanaf te werken
- Rotatielaser met buitenontvanger, of een slangwaterpas van tien meter
- Waterpas van twee meter
- Cirkelzaag met geleiderail voor het tapse zaagwerk
- Reciprozaag en een koevoet voor het strippen
- Accuschroefmachine met torxbits
- Multitool of muurfrees voor de nieuwe loodsleuf
- Rubberen hamer en een loodstamper
- Bandenslijper of een isolatiemes met lang lemmet
Materiaal
- Vurenhouten regels, of PIR-afschotplaten met een legplan van de leverancier
- Underlayment 18 mm, of 22 mm bij een grotere regelafstand
- Dampremmende folie of een zelfklevende dampremmer
- Dakbedekking: tweelaags bitumen of EPDM in één baan
- Aluminium dakrandprofiel met stuiknaadverbinders
- Nieuwe tapse of een verlengstuk voor de bestaande afvoer
- Lood in code 15 of 18 voor de muuraansluiting, met loodproppen
- Constructieschroeven en, bij een muurplaat, draadeind met chemisch anker
Wat je precies verhoogt: het dakvlak of de hele constructie
Dak verhogen dekt in de praktijk drie verschillende klussen, en het scheelt veel als je eerst vaststelt welke van de drie je voor je hebt. Je hoogt alleen het dakvlak op, je brengt de hele dakconstructie omhoog, of je zet het dak van een overkapping of veranda hoger door de staanders te verlengen. De eerste is een stevige zelfklus, de tweede is aannemerswerk met een vergunning, de derde zit daar precies tussenin.
Alleen het dakvlak ophogen komt het vaakst voor. De draagbalken blijven liggen waar ze liggen en je bouwt er bovenop verder met regelwerk of met isolatie. Je wint zo vijf tot vijftien centimeter, genoeg om afschot te maken of om een dikker isolatiepakket kwijt te kunnen zonder aan de binnenkant hoogte in te leveren.
Het hele dak verhogen is een andere orde. Dan gaan de gevels omhoog en komt de kap of de balklaag op een nieuwe hoogte terug. Daarmee verandert de bouwhoogte van je woning, en daarmee ook je positie tegenover de gemeente en de buren.
Meet vooraf hoeveel hoogte je echt nodig hebt en waar je hem vandaan haalt. Twee centimeter voor een betere afwatering pak je heel anders aan dan veertig centimeter voor stahoogte op zolder. De keuze voor de methode volgt uit dat getal, niet andersom.
| Manier van verhogen | Hoeveel hoogte | Extra gewicht per vierkante meter | Waarvoor je hem kiest | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|
| Afschotisolatie op het bestaande dakbeschot | 30 tot 150 mm | 3 tot 6 kg | Plat dak met te weinig afschot dat ook beter geïsoleerd mag | Afvoer en dakrand blijven op de oude hoogte staan |
| Houten regels, op afschot gezaagd, met underlayment erop | 40 tot 200 mm | 15 tot 20 kg | Dak dat flink omhoog moet zonder dat isolatie het doel is | Hout dat tussen twee dampdichte lagen ingesloten raakt |
| Extra balklaag naast of op de bestaande balken | 100 tot 250 mm | 20 tot 30 kg | Dak dat ook meer draagkracht nodig heeft, bijvoorbeeld voor een terras | De oplegging op het metselwerk is te smal geworden |
| Muurplaat en gootlijst een laag metselwerk hoger | 50 tot 200 mm | Gering | Goot die te laag zit of een aansluiting die niet klopt | Ankers zitten te ondiep in vers of zacht metselwerk |
| Gevels optrekken en de kap terugplaatsen | 300 mm en meer | Verandert de hele belasting | Stahoogte op zolder, het hele dak verhogen | Zonder constructieberekening en vergunning begonnen |
| Staanders van een overkapping verlengen of vervangen | 200 tot 600 mm | Gering | Overkapping waar je niet rechtop onder kunt staan | Schoren en verankering zijn niet meegerekend |
Elke verhoging is extra gewicht op een bestaande constructie. Regelwerk met underlayment en tweelaags bitumen telt al snel op tot vijfentwintig kilo per vierkante meter, en met grindballast erop komt daar tachtig tot negentig kilo bij. Weet je niet wat de balklaag aankan, laat dat dan narekenen voordat je iets aanbrengt. Een balklaag die het net houdt, gaat doorbuigen, en dan loopt het water precies de verkeerde kant op.
Afschot is meestal de echte reden om te verhogen
Bij platte daken is de aanleiding zelden dat iemand meer hoogte wil. Bijna altijd staat er water. De dakbedekking ligt lager dan de afvoer, of het dak is in de loop van de jaren zo ver doorgezakt dat er na een bui plassen blijven staan. Hoe een plat dak van onder naar boven is opgebouwd staat in ons overzicht over het platte dak en de lagen die erin zitten, en die volgorde bepaalt waar je de hoogte weghaalt.
De vuistregel in de dakenbranche is een afschot van ongeveer zestien millimeter per meter, dus iets meer dan anderhalve procent. Dat is geen wet maar een verwerkingsadvies, en veel dakdekkers houden op zelfbouwwerk twintig millimeter per meter aan omdat een balklaag na een paar jaar altijd wat zakt. Reken met de langste afstand van de hoge kant naar de afvoer, niet met de breedte van het dak.
Test eerst of het probleem wel afschot is. Spuit het dak nat en kijk waar het water blijft staan. Is dat een plas van een halve meter rond de afvoer, dan zit de tapse te hoog en hoef je het dak niet te verhogen maar de afvoer te verlagen. Staat er water over het hele vlak, dan klopt het afschot niet en is ophogen de aangewezen route.
Zet het afschot uit met een rotatielaser en een buitenontvanger, of met een slangwaterpas als je die niet hebt. Slaan aan beide kanten een lijn af op de opstaande rand en werk daartussen. Op het oog afschot maken over vijf meter lukt niemand.
| Afstand tot de afvoer | Hoogteverschil bij 16 mm per meter | Hoogteverschil bij 20 mm per meter | Regeldikte aan de hoge kant als je laag begint met 22 mm |
|---|---|---|---|
| 2 meter | 32 mm | 40 mm | 54 mm |
| 3 meter | 48 mm | 60 mm | 70 mm |
| 4 meter | 64 mm | 80 mm | 86 mm |
| 5 meter | 80 mm | 100 mm | 102 mm |
| 6 meter | 96 mm | 120 mm | 118 mm |
| 8 meter | 128 mm | 160 mm | 150 mm |
| 10 meter | 160 mm | 200 mm | 182 mm |
Loopt het dak twee kanten op naar één afvoer in het midden, dan halveer je de afstand en dus de benodigde hoogte. Twee afvoeren in plaats van één scheelt bij een diep dak zo maar acht centimeter opbouw, en dat is precies het verschil tussen wel en niet onder je deurdorpel uitkomen.
Verhogen met houten regels of met afschotisolatie
Er zijn twee manieren om een plat dakvlak op te hogen en ze verschillen sterk in gewicht, prijs en werk. Met houten regels zaag je vurenhout tapse uit: aan de lage kant tweeëntwintig millimeter, aan de hoge kant wat de tabel hierboven aangeeft. Dat doe je met een cirkelzaag op een geleiderail, en het is veel zaagwerk. De regels leg je haaks op de afvoerrichting, hart op hart veertig centimeter als je er achttien millimeter underlayment op schroeft.
Met afschotisolatie koop je platen waarin het afschot al gefreesd zit, meestal PIR of EPS met anderhalf tot twee procent verloop. Je bestelt ze op maat met een legplan erbij, waarin per plaat staat waar hij ligt en welke dikte hij heeft. De laagste plaat is vaak dertig of veertig millimeter en vanaf daar loopt het pakket op. Dit is de lichtste route en je maakt er meteen een geïsoleerd dak van, wat bij een plat dak dat je van bovenaf isoleert vrijwel altijd de betere volgorde is.
De keuze hangt af van hoeveel je omhoog moet. Tot een centimeter of tien is afschotisolatie sneller, lichter en niet duurder. Moet je twintig centimeter overbruggen, dan wordt een isolatiepakket duur en is regelwerk met een luchtlaag goedkoper, mits je die luchtlaag goed ventileert.
Brand nooit rechtstreeks op isolatieplaten. Op PIR met een gecacheerde bovenzijde gebruik je een zelfklevende of mechanisch bevestigde onderlaag, en pas de toplaag brand je. EPS smelt onder een brander weg en verdraagt dat helemaal niet, dus daar werk je met een koude verkleving of met EPDM in één baan.
Werken met een brander op een dak vraagt om voorbereiding. Houd een brandblusser en een emmer water binnen handbereik, brand nooit in een dakrandhoek waar de vlam achter het profiel kan slaan, en loop het dak een uur na afloop nog een keer na. De meeste dakbranden ontstaan niet tijdens het branden maar in de uren erna, in een holte waar smeulend hout zit.
Alles wat mee omhoog moet als het dakvlak stijgt
Dit is het onderdeel waar de meeste ophogingen misgaan. Het dakvlak zelf ophogen is overzichtelijk werk, maar er zitten vijf tot acht onderdelen aan een dak vast die op de oude hoogte staan en die niet vanzelf meelopen. Wie alleen het vlak omhoog brengt, heeft na de eerste flinke bui een lek dat er voorheen niet was.
Loop het dak vooraf rond en schrijf op wat er in en aan de rand zit. De hemelwaterafvoer, de opstaande rand met zijn profiel, de loodslab in de gevel, een lichtkoepel of dakluik, de ontluchting van de riolering, de voeten van zonnepanelen en als laatste de dorpel van een deur of een raam dat op het dak uitkomt. Van elk onderdeel bepaal je hoe het straks op de nieuwe hoogte aansluit.
De opstaande rand verdient extra aandacht. In de dakenbranche wordt aangehouden dat de dakbedekking minstens honderdtwintig millimeter boven het dakvlak op moet gaan tegen een opstand. Hoog je het dak tachtig millimeter op en was de opstand honderdvijftig, dan houd je zeventig over en dat is te weinig. De rand moet dus mee omhoog met een regel of een extra strook multiplex voordat je de bedekking aanbrengt.
| Onderdeel | Wat er gebeurt als je het laat zitten | Wat je ermee doet |
|---|---|---|
| Hemelwaterafvoer of tapse | Het water loopt netjes naar de afvoer en staat daar vijf centimeter boven de inlaat | Nieuwe tapse op de nieuwe hoogte, of een opzetstuk op de bestaande |
| Opstaande dakrand | De opstand wordt te laag en bij stuwing loopt het water over de rand naar buiten | Rand ophogen met een regel of multiplexstrook, minstens 120 mm boven het nieuwe vlak |
| Aluminium dakrandprofiel | Het profiel klemt de nieuwe bedekking niet meer en de rand gaat klapperen | Nieuw profiel op de nieuwe hoogte, met dilatatieruimte tussen de lengtes |
| Loodslab in de gevel | De slab eindigt onder het nieuwe dakvlak en water loopt achter het lood de muur in | Nieuwe sleuf frezen boven de nieuwe opstand, oude sleuf dichtzetten |
| Dorpel van een deur naar het dakterras | Het dakvlak komt boven de dorpel uit en bij regen loopt het water naar binnen | Minder ophogen, of de deur en de dorpel verhogen, of extra afvoer plaatsen |
| Lichtkoepel of dakluik | De opstand verdwijnt half in de nieuwe opbouw en de aansluiting is niet meer dicht te krijgen | Opstand verhogen met een houten of geïsoleerde opzetrand |
| Ontluchting van de riolering | De doorvoer steekt nauwelijks meer boven het dak uit en de manchet komt onder water | Buis verlengen met een mof, nieuwe manchet aanbrengen |
| Voeten van zonnepanelen of een schotel | De ballastvoeten staan straks in een isolatiepakket zonder drukverdeling | Panelen eraf voor de klus, terugplaatsen op drukverdelende tegels |
Maak voordat je begint een foto van elke rand en elke doorvoer met een duimstok ernaast. Zodra de oude bedekking eraf is, zijn de oude hoogtes niet meer te achterhalen en dan sta je te gokken hoeveel de slab ook alweer stak.
De oude dakopbouw laten liggen of eerst strippen
Bij daken waar al een terras op ligt, komt vrijwel altijd dezelfde vraag boven. Er zit een oude bitumenlaag op de planken, daarboven terrasbalken en een vlonder, en die opbouw brengt precies de hoogte die je nodig hebt. Zonde om dat te slopen en er daarna nieuw hout voor terug te kopen, zou je zeggen.
Technisch kan het, maar niet in de vorm die zich het eerst aandient. Underlayment op een bestaand terrasdek schroeven en daar bitumen op branden geeft je een opbouw met een gesloten luchtlaag tussen twee dampdichte lagen, met houten balken en planken in die luchtlaag. Vocht dat er ooit in komt, en dat komt er altijd in, kan geen kant op. Hout dat tussen twee dampdichte lagen zit, rot, en je ziet het pas als het plafond eronder gaat vlekken.
De opbouw die wel klopt gebruikt de oude bitumenlaag anders. Die laag zit op het dakbeschot en is dampdicht, en dat is precies de plek waar een dampremmer in een warm dak hoort te zitten. Haal de vlonder en de terrasbalken eraf, controleer of het oude bitumen nog heel is en goed hecht, en leg daar de afschotisolatie rechtstreeks op. Daarboven komt de nieuwe dakbedekking. Je houdt dan één gesloten pakket zonder holtes, en het is bovendien lichter dan de houten route. Meer over die volgorde en de laagopbouw staat bij het isoleren van een dak.
Zit er onder het beschot nog minerale wol tussen de balken met gipsplaat eronder, dan is dat een oude koude constructie waar condens in kan optreden. Isolatie boven het beschot maakt die situatie juist veiliger, want het beschot wordt warmer en komt boven het dauwpunt uit. Laat de wol dan gewoon zitten en zorg dat het nieuwe pakket erboven dik genoeg is.
Wanneer strippen wel de enige route is
Voel je met een schroevendraaier zachte plekken in het dakbeschot, staat er water tussen de oude lagen of bladdert het oude bitumen los van de planken, dan wordt het strippen. Een nieuw pakket op een rotte ondergrond is weggegooid geld, want de bevestigers krijgen geen grip en de vocht die er zit gaat onder de nieuwe laag verder werken. Snijd bij twijfel een vierkant van dertig bij dertig centimeter uit de oude bedekking en kijk eronder. Dat kost een kwartier en beslist de hele aanpak.
Het hele dak verhogen, gevels optrekken en de kap terug
Wie het hele dak wil verhogen om stahoogte op zolder te krijgen, heeft een ander project in handen. Dan gaan de gevels een halve meter tot een meter omhoog in metselwerk of in houtskeletbouw, en komt de kap of de balklaag daar bovenop terug. De muurplaat wordt opnieuw verankerd, meestal met draadeinden in chemische ankers, hart op hart anderhalf tot twee meter, en het windverband moet opnieuw aansluiten.
Dit is geen klus die je op een zaterdag begint. Je hebt een constructeur nodig die de nieuwe belastingafdracht narekent, want de krachten uit een kap komen op een andere hoogte binnen en de gevel moet dat kunnen opnemen. Je hebt een omgevingsvergunning nodig omdat de bouwhoogte verandert. En je hebt een periode dat het huis open ligt, dus een weersvoorspelling en een noodafdekking horen bij de planning.
Er is bijna altijd een goedkoper alternatief dat de moeite van het overwegen waard is. Wil je alleen meer bruikbare hoogte, kijk dan eerst wat een dakkapel of een nokverhoging over een deel van de breedte oplevert. En reken door hoeveel hoogte je kwijtraakt aan de afwerking, want isolatie die je aan de binnenkant tussen en onder de sporen aanbrengt kost je zo tien tot vijftien centimeter aan elke kant.
Bij een schuin dak dat toch al open gaat, is dit het moment om het isolatiepakket meteen goed te doen. Isoleren van buitenaf onder de pannen kost je binnen geen enkele centimeter, en hoe dat werkt staat bij het isoleren van een schuin dak. De rest van het pannenwerk, de panlatten en de boeidelen komt aan bod in ons overzicht over schuine daken en pannendaken.
Werken op hoogte is de grootste risicofactor van deze klus. Vanaf een ladder een dakrand ophogen of een balk plaatsen gaat een keer mis. Huur een rolsteiger of een steiger met een leuning, en bij een dak waar je overheen loopt een randbeveiliging of een lijn met een gekeurd ankerpunt. Gaat de hele kap eraf, dan is dat werk met een kraan en een steiger rondom, en dat besteed je uit.
Het dak van een overkapping of veranda hoger zetten
Bij een overkapping speelt verhogen om andere redenen. De achterdeur kan niet meer open, je stoot je hoofd tegen de ligger, of het lessenaarsdak loopt zo flauw af dat er water op blijft staan. De verleiding is dan om de staanders te verlengen met een koppelstuk en een paar dikke schroeven, en dat is precies wat je niet doet.
Een staander is een drukstaaf die op knik wordt belast. Een las halverwege is het zwakste punt, en juist daar zit de grootste knikkans. Vervang liever de hele staander door een langere, in douglas of eiken van twaalf bij twaalf of veertien bij veertien centimeter, afhankelijk van de overspanning en de daklast. Zet hem op een verstelbare paalhouder in een betonpoer, zodat je de hoogte precies inregelt en het hout niet in het grondwater staat.
Zodra de staanders langer worden, verandert de stabiliteit. De hefboom van de windbelasting op de verankering wordt groter en de bestaande schoren staan opeens onder een andere hoek. Schoren onder ongeveer vijfenveertig graden, met minstens vijftig tot zestig centimeter aanslag langs de staander en dezelfde lengte langs de ligger, is de vuistregel waar wij mee werken. Hoe je dat uitrekent en welke verbindingen daarbij horen, staat bij het aanbrengen van schoren onder een overkapping.
Let ook op de aansluiting tegen de gevel. Een overkapping die twintig centimeter omhoog gaat, komt met de muurplaat vaak precies onder een raamdorpel of een gevelopening terecht. Meet dat vooraf op de gevel af met een lat en een potlood. Wordt de overkapping bij deze verbouwing ook aan de zijkanten dicht, kijk dan meteen naar de manieren om een overkapping dicht te maken, want de wandopbouw bepaalt mede hoe de staanders belast worden.
Vergunning, bouwhoogte en wat de buren ervan merken
Het dakvlak van een bestaand plat dak tien centimeter ophogen valt meestal onder gewoon onderhoud en levert zelden een probleem op. Zodra de bouwhoogte van het gebouw zelf verandert, ligt dat anders. Het optrekken van gevels, het verhogen van de nok en het hoger zetten van een vrijstaande overkapping raken allemaal aan wat het omgevingsplan op jouw perceel toestaat.
Twee getallen bepalen het meeste: de maximale goothoogte en de maximale bouwhoogte in het omgevingsplan. Die staan per bouwvlak vast en zijn online op te zoeken. Bij een bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied, waar een vrijstaande overkapping vaak onder valt, geldt bovendien een maximale hoogte van drie meter voor de vergunningvrije variant. Ga je daarboven, dan is de vergunningvrije ruimte weg en volgt een aanvraag.
Doe altijd de vergunningcheck voordat je materiaal bestelt, en bel bij twijfel de gemeente. Een dak dat er staat en niet mag, is een handhavingszaak en die kost je aanzienlijk meer dan een aanvraag vooraf. Bij een aanvraag voor het optrekken van gevels wordt vrijwel altijd een constructieberekening gevraagd, dus reken die kosten mee.
Kijk ook even over de erfgrens. Een dak dat een halve meter omhoog gaat werpt in de winter een merkbaar langere schaduw op de tuin van de buren, en een hogere gevel kan uitzicht wegnemen. Dat is zelden een juridisch probleem, maar wel een aanleiding tot bezwaar tijdens de vergunningprocedure. Vijf minuten aan de deur voorkomt maanden vertraging. Andere klussen aan dak en zolder waar dezelfde afwegingen spelen, vind je in ons overzicht over werken aan het dak en de zolder.
Zo hoog je een plat dak op
Deze volgorde geldt voor een plat dak van een uitbouw, garage of overkapping waarvan de draagconstructie blijft liggen.
-
Meet in hoeveel hoogte je kwijt kunt
Meet de afstand van het huidige dakvlak tot de laagste dorpel, tot de onderkant van een raamkozijn en tot de bovenkant van de opstaande rand. Het kleinste getal dat je overhoudt is je speelruimte, en daar gaan de dikte van de bedekking en de honderdtwintig millimeter opstandhoogte nog vanaf. Blijkt er te weinig over, dan is een tweede afvoer of een steiler afschot over een kortere afstand de uitweg.
-
Controleer wat de constructie aankan
Zoek uit welke balkmaat er ligt, op welke hart-op-hartafstand en hoe ver ze overspannen. Ga in de kruipruimte van het dak of in de ruimte eronder kijken. Bij twijfel, en zeker als er ballast of een terras op komt, laat je dit narekenen. Extra gewicht op een balklaag die het net redde geeft doorbuiging, en dan werkt je nieuwe afschot niet meer.
-
Strip wat weg moet en beoordeel het beschot
Haal de vlonder, de dragers en losliggende ballast eraf. Snijd een proefvak van dertig bij dertig centimeter uit de oude bedekking en voel met een schroevendraaier of het beschot hard is. Zacht hout, zwarte verkleuring of water tussen de lagen betekent dat het oude pakket eruit gaat. Zit alles droog en vast, dan mag de oude bitumenlaag blijven liggen en dienen als dampremmer onder het nieuwe pakket.
-
Zet het afschot uit en markeer de hoogtes
Sla met een rotatielaser of slangwaterpas de hoge en de lage lijn af op de opstaande rand of op de gevel. Reken met zestien tot twintig millimeter per meter, gemeten over de langste weg naar de afvoer. Schrijf de hoogtes met potlood op de rand, want zodra het regelwerk ligt kun je er niet meer bij en dan wordt het gokken.
-
Breng de verhoging aan
Bij regelwerk zaag je de regels tapse met een cirkelzaag op een geleiderail en schroef je ze haaks op de afvoerrichting, hart op hart veertig centimeter bij achttien millimeter underlayment. Bij afschotisolatie leg je de platen volgens het legplan van de leverancier, strak in verband en met de naden dicht tegen elkaar. Snijd de laatste rij op maat met een lang isolatiemes, niet met een handzaagje.
-
Maak de randen, de opstanden en de afvoer op de nieuwe hoogte
Hoog de opstaande rand op tot minstens honderdtwintig millimeter boven het nieuwe dakvlak. Plaats de nieuwe tapse of het opzetstuk zo dat de inlaat het laagste punt van het dak is en niet een centimeter erboven. Verleng doorvoeren voor ontluchting met een mof en frees de nieuwe loodsleuf in de gevel, ruim boven de nieuwe opstand.
-
Breng de dakbedekking aan en werk de gevelaansluiting af
Werk vanaf het laagste punt naar boven, zodat elke overlap met de waterstroom mee ligt. Brand niet rechtstreeks op isolatie: gebruik een zelfklevende of mechanisch bevestigde onderlaag en brand pas de toplaag. Zet het lood in de nieuwe sleuf met loodproppen om de dertig centimeter en werk de voeg erboven af, met stroken van maximaal een meter zodat het lood kan werken.
-
Test met water voordat je afwerkt
Laat de tuinslang een half uur op het hoogste punt lopen en kijk waar het water heen gaat en of het echt allemaal bij de afvoer uitkomt. Loop daarna binnen langs de plafonds en de gevel. Vind je nu een plek waar het blijft staan, dan corrigeer je dat nog voordat de vlonder en de ballast erop gaan.
Nalopen voordat de nieuwe dakbedekking erop gaat
Uit de praktijk
Een dakterras dat precies de gewenste hoogte gaf
Op een bestaand plat dak lag een opbouw van beneden naar boven: gipsplaat, minerale wol tussen de balken, planken, een oude bitumenlaag, daarop geïmpregneerde balken en een vlonder als dakterras. De oude bitumenlaag lag te laag ten opzichte van de afvoer, waardoor er na elke bui water bleef staan. De vraag was of dat hele terras kon blijven liggen als verhoging, met alleen underlayment en nieuw bitumen erbovenop.
Op papier klopt de hoogte precies, maar de opbouw deugt niet. Je sluit dan de terrasbalken en de terrasplanken in tussen twee dampdichte lagen: de oude bitumen eronder en de nieuwe bitumen erboven. Vocht dat via de randen of een klein lek binnenkomt, kan nergens heen en het hout rot van binnenuit weg. Bovendien is een gesloten luchtlaag van tien centimeter niet te ventileren zonder de randen open te laten, en open randen zijn precies waar het water binnenkomt.
Wat hier werkte was de vlonder en de terrasbalken eraf halen en de oude bitumenlaag laten liggen als dampremmer. Daarop kwam afschotisolatie met een gefreesd verloop, en daarop de nieuwe tweelaags bedekking. De vlonder ging op rubberen terrasdragers terug bovenop de nieuwe bedekking. De hoogte kwam op vrijwel hetzelfde uit, het pakket werd ruim vijftien kilo per vierkante meter lichter en er zit nu geen hout meer ingesloten.
Acht centimeter opgehoogd en de tuindeur liep onder
Een uitbouw met een plat dak van vijf meter diep werd opgehoogd om eindelijk afschot te krijgen. Aan de hoge kant kwam er met de bedekking mee bijna tien centimeter bij. Netjes uitgevoerd, keurig afschot, geen plas meer te bekennen.
Bij de eerste stortbui liep het water de slaapkamer boven in. De deur naar het dakterras had een dorpel die zes centimeter boven het oude dakvlak lag, en die kant was toevallig de hoge kant van het nieuwe afschot. De dakbedekking eindigde dus twee centimeter boven de dorpel en het water zocht meteen de weg naar binnen.
De oplossing werd het afschot omdraaien en een tweede afvoer aan de kant van de deur maken. Daarmee halveerde de afstand naar de afvoer en was de benodigde ophoging aan de deurkant nog maar drie centimeter. Meten wat de laagste dorpel is voordat je het afschot bepaalt, kost vijf minuten en had deze hele operatie voorkomen.
Een overkapping die na het verlengen ging wiebelen
Een vrijstaande overkapping van vier bij drie meter stond zo laag dat je onder de ligger door moest bukken. De staanders werden daarom verlengd door er een stuk van vijfentwintig centimeter op te zetten, verbonden met twee stalen strippen en doorgaande bouten. Op papier ruim voldoende bouten, en het stond direct kaarsrecht.
Na de eerste najaarsstorm bewoog het geheel merkbaar in de lengterichting en waren de gaten in het hout ovaal geworden. Twee dingen speelden mee. De verlenging zat halverwege de knikgevoelige lengte van de staander, precies waar de belasting het ongunstigst is. En de schoren waren op hun oude lengte teruggeplaatst, waardoor ze onder een veel flauwere hoek stonden en nauwelijks nog werk deden.
Er zijn uiteindelijk nieuwe staanders van veertien bij veertien centimeter in één lengte gezet, op verstelbare paalhouders in nieuwe betonpoeren. De schoren werden opnieuw gemaakt, onder vijfenveertig graden met zestig centimeter aanslag langs zowel de staander als de ligger. Sindsdien staat het stil.
Veelgemaakte fouten
Het dakvlak ophogen en de afvoer laten zitten
Dit is de meest voorkomende misser. Het water loopt daarna keurig naar de afvoer en staat daar een paar centimeter boven de inlaat, dus blijft het staan. De tapse of het opzetstuk hoort mee omhoog, en de inlaat hoort het laagste punt van het hele dak te zijn.
De opstandhoogte opeten
Was de opstaande rand honderdvijftig millimeter en hoog je tachtig op, dan houd je zeventig over. Bij stuwing tijdens een hoosbui loopt het water dan over de rand naar buiten of achter de bedekking langs. Hoog de rand mee op tot minstens honderdtwintig millimeter boven het nieuwe vlak.
Hout insluiten tussen twee dampdichte lagen
Underlayment op een oud terrasdek dat zelf op een oude bitumenlaag ligt, geeft een gesloten holte met hout erin. Vocht dat er ooit in komt gaat er niet meer uit en het hout rot van binnenuit. Je merkt het pas als het plafond eronder vlekt, en dan is de hele opbouw verloren.
Vergeten wat de dorpel doet
Een deur of een raam dat op het dak uitkomt bepaalt de bovengrens van je ophoging, en die grens ligt vaak lager dan mensen denken. Meet de laagste dorpel voordat je het afschot uitzet. Een tweede afvoer of een omgekeerde afschotrichting lost dit meestal netjes op.
De loodslab op de oude hoogte laten
De slab in de gevel eindigt na het ophogen onder het nieuwe dakvlak. Water loopt dan achter het lood langs de muur in, en dat zie je binnen terug als een natte plek net onder het plafond. Frees een nieuwe sleuf ruim boven de nieuwe opstand en zet de oude dicht.
Staanders van een overkapping verlengen met een las
Een staander wordt op knik belast en een verbinding halverwege zit op de ongunstigste plek. Ook met dikke strippen en doorgaande bouten worden de gaten na een paar stormen ovaal en gaat het geheel bewegen. Zet nieuwe staanders in één lengte en pas de schoren aan de nieuwe hoogte aan.
Rechtstreeks branden op isolatieplaten
EPS smelt onder een brander gewoon weg en PIR verbrandt aan de bovenzijde als er geen goede cachering op zit. Gebruik een zelfklevende of mechanisch bevestigde onderlaag en brand pas de toplaag. Werk daarnaast nooit met een brander in een hoek waar de vlam achter het dakrandprofiel kan slaan.
Beginnen zonder naar de bouwhoogte te kijken
Het optrekken van gevels of het hoger zetten van een vrijstaande overkapping raakt aan de maximale goot- en bouwhoogte in het omgevingsplan. Een bouwwerk dat er staat en niet mag, wordt een handhavingszaak. Doe de vergunningcheck en bel bij twijfel de gemeente voordat je materiaal bestelt.
Veelgestelde vragen
Wat kost het om een dak te verhogen?
Voor het ophogen van een plat dak reken je op vijftig tot negentig euro per vierkante meter aan materiaal, afhankelijk van of je met hout of met afschotisolatie werkt en welke dakbedekking erop komt. Bij een uitbouw van twintig vierkante meter kom je dan tussen de duizend en tweeduizend euro uit, exclusief de nieuwe afvoer en het dakrandprofiel. Het hele dak verhogen door gevels op te trekken en de kap terug te plaatsen zit in een compleet andere orde: daar komen een constructeur, een vergunning, een steiger en meestal een kraan bij.
Heb ik een vergunning nodig om mijn dak te verhogen?
Voor het ophogen van het dakvlak van een bestaand plat dak meestal niet, want dat valt doorgaans onder onderhoud. Verandert de bouwhoogte van het gebouw, dus bij het optrekken van gevels of het verhogen van de nok, dan vrijwel altijd wel. Voor een vrijstaande overkapping in het achtererfgebied ligt de grens van de vergunningvrije variant vaak op drie meter hoogte. Kijk het omgevingsplan na op de maximale goot- en bouwhoogte voor jouw perceel en doe de vergunningcheck voordat je materiaal bestelt.
Hoeveel afschot moet een plat dak hebben?
In de dakenbranche wordt ongeveer zestien millimeter per meter aangehouden, iets meer dan anderhalve procent. Dat is een verwerkingsadvies en geen wet, en veel verwerkers houden bij zelfbouw twintig millimeter per meter aan omdat een houten balklaag in de loop van de jaren altijd wat zakt. Reken met de langste afstand van het hoogste punt naar de afvoer. Bij vijf meter kom je dus op tachtig tot honderd millimeter hoogteverschil, en dat is de hoogte die je moet kunnen missen.
Kan ik het hele dak verhogen zonder de bestaande constructie te slopen?
Als je met het hele dak verhogen het dakvlak bedoelt, dan ja: je bouwt bovenop het bestaande beschot verder met regelwerk of afschotisolatie en de balklaag blijft liggen. Wil je de dakconstructie zelf op een hogere positie, dus met de nok of de balklaag omhoog, dan moeten de gevels wel mee. Dat betekent metselwerk of houtskeletbouw optrekken, de muurplaat opnieuw verankeren en de kap terugplaatsen. Zonder constructieberekening begin je daar niet aan.
Kan ik een oud dakterras laten liggen en daar bovenop verder bouwen?
Niet in de vorm waarin je nieuwe platen rechtstreeks op het terrasdek schroeft. Je sluit dan de terrasbalken en de planken in tussen twee dampdichte lagen, en hout dat daar zit gaat rotten zonder dat je het ziet. Haal de vlonder en de dragers eraf en laat de oude bitumenlaag liggen als dampremmer. Daarop leg je afschotisolatie en de nieuwe bedekking, en de vlonder gaat op terrasdragers weer bovenop. Je komt op vrijwel dezelfde hoogte uit met een lichter en veiliger pakket.
Kan ik mijn dak verhogen met alleen isolatie?
Dat kan, en het is voor een plat dak vaak de nettere route. Afschotplaten van PIR of EPS hebben het verloop al gefreesd en komen met een legplan waarin per plaat de dikte en de plek staat. Je wint dertig tot honderdvijftig millimeter, het pakket weegt maar drie tot zes kilo per vierkante meter en je maakt er meteen een warm dak van. Boven de tien centimeter wordt het prijzig en is houten regelwerk goedkoper, mits je die luchtlaag kunt ventileren.
Hoe verhoog ik het dak van een overkapping?
Door de staanders te vervangen door langere, niet door de bestaande te verlengen met een koppelstuk. Een staander is een drukstaaf en een las halverwege zit precies op de knikgevoelige plek. Zet nieuwe staanders in één lengte, bijvoorbeeld twaalf bij twaalf of veertien bij veertien centimeter douglas, op verstelbare paalhouders in betonpoeren. Maak daarna de schoren opnieuw op de nieuwe hoogte, want de oude staan onder een te flauwe hoek en doen dan nauwelijks nog werk.
Hoeveel extra gewicht komt er op mijn dak bij een verhoging?
Achttien millimeter underlayment weegt rond de twaalf kilo per vierkante meter, tweelaags gebrande bitumen zo'n negen kilo en het regelwerk daaronder nog eens vier tot vijf kilo. Met houtopbouw kom je dus al gauw op vijfentwintig kilo per vierkante meter. Afschotisolatie met EPDM blijft onder de tien kilo. De echte zwaargewichten zijn de afwerkingen: vijftig millimeter grind telt voor tachtig tot negentig kilo per vierkante meter en tegels op dragers zitten daar niet ver onder.
Wat gebeurt er met de loodslab in de gevel als het dak omhoog gaat?
Die komt te laag te zitten en dan loopt water achter het lood langs de muur in. Frees een nieuwe sleuf in het voegwerk, ruim boven de nieuwe opstand, en zet de oude sleuf dicht met mortel. Gebruik lood in code vijftien of achttien, in stroken van maximaal een meter zodat het kan uitzetten zonder te scheuren. Zet het vast met loodproppen om de dertig centimeter en werk de voeg erboven af.
Hoe lang duurt het verhogen van een plat dak?
Voor een dak van twintig vierkante meter met afschotisolatie ben je met twee man één tot anderhalve dag bezig, plus een halve dag voor de randen, de afvoer en de gevelaansluiting. Met houten regelwerk komt er een dag zaagwerk bij. Plan het strippen en het dichtmaken in dezelfde droge periode, want een dak dat open ligt wil je geen nacht laten staan. Kijk dus naar de weersverwachting voordat je de eerste plaat lostrekt.
Kan ik het dak verhogen om meer stahoogte op zolder te krijgen?
Dat kan, maar dan gaat de kap eraf en de gevels omhoog, en dat is een aannemersproject met een vergunning en een constructeur. Reken eerst door wat een dakkapel of een nokverhoging over een deel van de breedte oplevert, want dat is vaak goedkoper voor dezelfde bruikbare ruimte. Houd er ook rekening mee dat afwerking en isolatie aan de binnenkant je tien tot vijftien centimeter aan elke kant kosten, dus meet de netto winst en niet de bruto.
Moet er een constructeur aan te pas komen?
Bij het ophogen van een dakvlak met afschotisolatie meestal niet, want het extra gewicht blijft beperkt. Zodra je met houten regelwerk plus underlayment plus ballast aan de slag gaat, of er komt een terras op, laat je de balklaag narekenen. Bij het optrekken van gevels of het verplaatsen van een kap is een constructieberekening niet optioneel: die hoort bij de vergunningaanvraag en bepaalt de verankering van de muurplaat en het windverband.
Wanneer je beter een vakman belt
Het ophogen van een plat dakvlak op een uitbouw of garage is een klus die je met twee man en een goede voorbereiding zelf doet. Er zijn vier momenten waarop je beter stopt en belt.
Het eerste is het moment waarop je niet weet wat de constructie aankan. Een balklaag die twintig kilo per vierkante meter extra krijgt en daarna nog ballast, gaat doorbuigen als hij daar niet op berekend is. Doorbuiging maakt je nieuwe afschot ongedaan en in het slechtste geval bezwijkt de vloer eronder. Laat een constructeur ernaar kijken voordat je materiaal koopt.
Het tweede is elke ingreep waarbij de dakconstructie zelf omhoog gaat. Gevels optrekken, de muurplaat verplaatsen en een kap terugzetten is werk aan een dragende constructie, met een vergunning, een steiger rondom en meestal een kraan. Dat besteed je uit.
Het derde is werken op hoogte zonder deugdelijke voorziening. Vanaf een ladder een dakrand ophogen of een balk plaatsen gaat een keer mis. Kun je geen steiger met leuning of randbeveiliging plaatsen, huur dan iemand in die dat wel kan.
Het vierde is een dak waarin je asbestverdacht materiaal aantreft. Oude golfplaten, bepaalde bitumenlagen uit de jaren zeventig en sommige dakbeschotplaten kunnen asbest bevatten. Stop met slopen, laat het bemonsteren en laat de verwijdering doen door een gecertificeerd bedrijf. Zelf doorbreken maakt van een overzichtelijke klus een saneringsprobleem.