Verwarmingsbuizen wegwerken zonder er later spijt van te krijgen
Zichtbare cv-leidingen krijg je op vier manieren uit het zicht: een koof van hout of gipsplaat eromheen, wegfrezen in de muur, verplaatsen naar de vloer, of alleen de laatste meter bij de radiator camoufleren met verf en rozetten. Een koof is verreweg het minste werk en blijft demontabel, en dat laatste is de reden dat wij hem bijna altijd aanraden. Isoleer de buizen voordat je ze dichtmaakt, en werk nooit een koppeling weg op een plek waar je er nooit meer bij kunt.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Boorhamer met steenboor 6 mm voor de pluggen
- Accuschroefmachine
- Waterpas van minimaal 80 cm en een lange rei
- Handcirkelzaag of een verstekzaag voor de plaatdelen
- Kitpistool
- Plamuurmes van 15 en 25 cm
- Schuurblok of schuurgiraf met korrel 120
- Rolmaat, potlood en een timmerhaak
Materiaal
- Vurenhouten regel 27 x 45 mm of 44 x 44 mm
- Multiplex 12 mm, of gipsplaat 12,5 mm
- Buisisolatie met 9 mm wanddikte, maat 22 mm en 28 mm
- Slagpluggen 6 x 40 mm en spaanplaatschroeven 4 x 40 mm
- Stalen hoekprofielen voor de buitenhoeken
- Gipsplaatvuller en afwerkgips
- Acrylaatkit, bij structuurmuren een variant met korrel
- Structuurverf of spachtelputz die bij de rest van de muur past
De vier manieren om cv-leidingen uit het zicht te krijgen
Leidingen die over de muur of langs het plafond lopen zijn bijna altijd het gevolg van een installatie die later is aangelegd, niet van een technische noodzaak. Er kan meer dan de meeste mensen denken. Wat in jouw huis haalbaar is hangt vooral af van de vraag of je toch al aan het slopen bent en van de manier waarop de cv-installatie in huis is opgebouwd.
Ruwweg zijn er vier routes om de cv weg te werken. Je bouwt een koof van hout of gipsplaat om de buizen heen, je freest ze weg in de muur, je verplaatst ze naar de vloer, of je laat ze liggen en maakt ze onopvallend met verf en rozetten. De eerste kost een dag en is omkeerbaar, de derde vraagt om een open vloer en een installateur die kan persen.
Bij alle vier speelt dezelfde afweging. Alles wat je dichtmaakt, maak je ook ontoegankelijk. Een lekkage in een leiding die in een koof zit betekent vier schroeven eruit, een lekkage in een dichtgestucte muur betekent hakken zonder te weten waar precies. Die afweging bepaalt bij ons vaker de keuze dan het uiterlijk.
| Manier van wegwerken | Wanneer dit past | Hoeveel werk | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| Koof van hout of gipsplaat | Buizen langs een muur of onder het plafond, huis blijft gewoon bewoond | Een dag per wand, geen sloopwerk | Isoleer de buizen eerst en houd één deel demontabel |
| Wegfrezen in de muur | Verbouwing waarbij de wand toch opnieuw gestuct wordt | Sleuven frezen, veel stof, twee dagen inclusief herstel | Alleen doorlopende buis zonder koppeling, met mantel of isolatie eromheen |
| Verplaatsen naar de vloer | Nieuwe dekvloer, of de vloer gaat er toch uit | De grootste ingreep van allemaal | Verdeler per verdieping en uitsluitend geperste of gesoldeerde verbindingen |
| Een rij tegels uitnemen | Betegelde muur waar de leiding maar een paar meter loopt | Halve dag, weinig herstelwerk | De iets bredere voeg blijft van dichtbij zichtbaar |
| Achter een hoge plint of plintkoker | Leiding loopt vlak boven de vloer langs de wand | Een paar uur | Plint moet dieper zijn dan de buis plus isolatie |
| Schilderen en rozetten | Alleen de laatste halve meter bij de radiator | Een uur | Op kunststof mantelbuis is een kunststofprimer nodig |
| Gordijn of meubel ervoor | Buizen langs een raamwand | Geen | Verbergt het beeld, verandert niets aan de installatie |
Loop eerst met een potlood langs de hele leiding en zet een streepje bij elke koppeling, elke beugel en elke ontluchter. Wat je aftekent voordat je gaat bouwen, kun je daarna nog bereikbaar maken. Wat je pas ziet als de platen erop zitten, zit er dan onder.
Een koof van hout om de verwarmingsbuizen bouwen
Verwarmingsbuizen wegwerken met een koof is de oplossing waarmee de meeste mensen uiteindelijk het beste af zijn. Je bouwt een raamwerk van vurenhout tegen de muur en het plafond, je schroeft daar plaatmateriaal tegenaan en je werkt het af in dezelfde structuur als de rest van de wand. De buizen liggen dan uit het zicht, maar ze liggen er nog wel.
Het frame maak je van regels van 27 x 45 mm of 44 x 44 mm. Eén regel schroef je tegen de muur, net boven de buizen, en één tegen het plafond of tegen de muur op de plek waar de voorplaat komt te staan. Tussen die twee zet je om de 50 tot 60 cm een dwarslatje, zodat de voorplaat nergens kan doorbuigen. Bevestigen doe je met slagpluggen van 6 mm; in beton boor je met de klopstand aan, in gasbeton juist zonder klop en met een langere plug.
Verwarmingsbuizen wegwerken met hout kan op twee manieren. Multiplex van 12 mm is stijver, laat zich onder verstek zagen en heeft daardoor een strakke buitenhoek zonder profiel. Gipsplaat van 12,5 mm sluit beter aan bij een gestucte wand, maar vraagt meer regelwerk en altijd een hoekprofiel. Wij kiezen multiplex als de koof geverfd wordt en gipsplaat als de wand een structuur heeft die je wilt doortrekken.
Houd het frame niet krampachtig aan alles vast. Een staande stijl die stevig in de verbinding met de muurregel zit, hoeft niet ook nog aan het plafond en aan de vloer geschroefd te worden. Minder bevestigingspunten betekent minder kans dat de koof gaat kraken als het huis of de vloer werkt.
De koof onder verstek of met een hoekprofiel
Bij multiplex zaag je de twee plaatdelen op 45 graden en lijm je ze vooraf tot een L-vorm. Die L schuif je in één keer over het frame, en dan heb je aan de buitenhoek geen naad die later openscheurt. Bij gipsplaat leg je de platen stomp tegen elkaar en zet je er een stalen hoekprofiel overheen, dat je vastzet en glad strijkt met afwerkgips.
Houd één deel demontabel
Zit er een koppeling, een ontluchter of een afsluiter in het stuk dat je wegwerkt, maak dan van dat vak een los paneel. Schroef het vast met schroeven in een opdekrand in plaats van het te lijmen en af te stucen. Je ziet er niets van als je de koppen wegwerkt met een beetje vuller, en over vijf jaar kost het je vijf minuten in plaats van een middag hakken.
Boor niet blind in de muur waar de buizen langslopen. Cv-leidingen liggen vaak dichter bij de wand dan je verwacht en een steenboor gaat er zonder waarschuwing dwars doorheen. Meet af, teken af, en houd bij twijfel je bevestigingspunten minstens tien centimeter van de leiding vandaan.
Maten, isolatie en speling in de koof
Isoleer de buizen voordat je ze dichtbouwt. Dat klinkt tegenstrijdig, want de warmte die de leiding afgeeft komt tenslotte in dezelfde kamer terecht. Maar in een dichte koof loopt de temperatuur op zonder dat je er iets aan hebt, en dat is precies de warmte die je in de radiator wilde hebben. Schuim eromheen betekent dat de radiator eerder op temperatuur is en dat de ketel korter draait.
Standaard isolatieschalen uit de bouwmarkt met een wanddikte van 9 mm zijn hier ruim voldoende. Koop de maat die bij de buis hoort: 22 mm voor de gewone radiatorleiding en 28 mm voor de dikkere aanvoer die je in oudere installaties tegenkomt. Snijd de schaal op verstek in de bochten, anders krijg je bij elke hoek een stuk blote buis.
Maak de koof niet krap. Tussen de isolatie en de binnenkant van de plaat wil je een centimeter over hebben, zodat de buis kan bewegen als hij warm wordt en de isolatie nergens plat geknepen zit. Een koof die overal precies aansluit is de koof die na de eerste stookweek gaat tikken.
| Onderdeel | Maat die in de praktijk werkt | Waarom deze maat |
|---|---|---|
| Isolatieschaal om 22 mm buis | 9 mm wanddikte, buitenmaat ruim 40 mm | Standaardmaat, past strak om koperen en stalen radiatorleiding |
| Isolatieschaal om 28 mm buis | 9 mm wanddikte, buitenmaat ruim 46 mm | Voor de dikkere aanvoer- en retourleiding in oudere huizen |
| Vrije ruimte rond de isolatie | 10 tot 15 mm rondom | De buis zet uit bij verwarmen en mag nergens tegenaan drukken |
| Regelwerk vurenhout | 27 x 45 mm, bij grote koven 44 x 44 mm | Licht genoeg om aan een plafond te hangen, stijf genoeg voor plaat |
| Multiplex voorplaat | 12 mm | Blijft recht over 60 cm zonder tussenregel |
| Gipsplaat voorplaat | 12,5 mm | Vraagt een regel om de 40 cm, anders zie je de platen bol staan |
| Koof onder het plafond | 15 tot 20 cm hoog, 12 tot 18 cm diep | Genoeg voor twee geïsoleerde buizen naast elkaar plus speling |
| Koof langs de plint | 8 tot 12 cm hoog, 6 tot 8 cm diep | Blijft optisch een zware plint in plaats van een kast |
| Los inspectiepaneel | Minimaal 20 x 20 cm bij een koppeling | Je moet er met een sleutel of een tang bij kunnen |
Verwarmingsbuizen wegwerken in de muur
Buizen in de muur frezen is de mooiste oplossing en de meest onvergeeflijke. Het resultaat is een vlakke wand zonder enige uitstulping, maar je legt tegelijk een leiding aan die je nooit meer ziet en die je bij een lekkage alleen met een breekhamer terugvindt. Doe dit dus alleen met doorlopende buis, zonder ook maar één verbinding in het gedeelte dat de muur in gaat.
Meerlagenbuis van alupex is hier het gangbare materiaal. De kunststof buitenmantel is bestand tegen het contact met gips en cement, dus voor de buis zelf is een aparte mantelbuis meestal niet verplicht. De fittingen zijn dat wel: koper en messing worden aangetast door vers cement en door snelbindende gipsmortel, dus die tape je in of je zet ze in een huls. In de praktijk laat je fittingen liever helemaal buiten de muur.
Het tweede argument voor een mantel of isolatieschaal is uitzetting. Alupex zet ongeveer 0,026 mm uit per meter per graad temperatuurverschil. Bij tien meter leiding en vijftig graden verschil komt dat neer op ruim dertien millimeter. Dat is weinig, maar in een stuclaag van een paar millimeter dik krijg je daar wel haarscheuren van. Freest de sleuf een centimeter dieper en leg de buis in een ribbelbuis of een isolatiemantel, dan kan hij bewegen zonder dat de wand meebeweegt. Reken niet met deze waarde voor andere buissoorten: onbeklede kunststof buis zet vele malen meer uit, en het exacte getal staat in de verwerkingsvoorschriften van de fabrikant.
De diepte van de sleuf is het punt waar mensen gaan bezuinigen omdat de muur dun is. Dat is de verkeerde volgorde. Blijft er te weinig dekking over, dan scheurt het stucwerk hoe dun de leiding ook is. Bij een wand van tien centimeter is een koof aan de buitenkant een eerlijker oplossing dan een sleuf die net niet past.
Voor het frezen tap je de installatie af, en daarna moet hij weer gevuld en ontlucht worden. Dat gaat het snelst met een vulslang tussen de koudwaterkraan en de vulkraan, waarna je elke radiator ontlucht van de laagste verdieping naar de hoogste. Vul rustig en in etappes, want een systeem dat je in één keer op druk zet houdt lucht vast op de hoogste punten.
In een dragende muur mag je niet zomaar sleuven maken. Horizontale en diagonale sleuven verzwakken metselwerk het meest, en bij kalkzandsteen of een dun binnenblad kan een verticale sleuf al te veel zijn. Twijfel je of de wand draagt, laat dat dan vaststellen voordat je de freesmachine pakt.
Leidingen onder de vloer of achter de tegels leggen
De vloer is de plek waar de leidingen horen als je toch casco zit. Je brengt de hoofdleidingen dan via een leidingschacht van de zolder naar beneden en zet op elke verdieping een verdeler voor de radiatoren die daar hangen. Vanaf die verdeler loopt naar elke radiator één doorgaande buis heen en één terug, zonder enige koppeling onderweg. Gaat er ooit iets mis, dan weet je precies welke buis het is en trek je hem in het gunstige geval terug uit zijn mantelbuis.
Dat buis-in-buis principe is de reden dat installateurs voor deze aanpak kiezen. De cv-buis ligt los in een ribbelbuis die wel ingestort wordt. Bij korte trajecten zonder scherpe bochten laat de binnenbuis zich er echt uittrekken en vervangen. Bij lange, kronkelende trajecten lukt dat vaak niet meer, dus reken er niet blind op.
Verbindingen die je niet meer kunt bereiken, moeten geperst of gesoldeerd zijn. Een knelkoppeling hoort altijd bereikbaar te blijven, want de wartel kan na verloop van jaren gaan lekken en moet dan nagetrokken worden. Een geperste verbinding in een goed geperste ring is wel geschikt om weg te werken, maar zelfs dan is onze regel: liever nul verbindingen dan één goede.
Is de muur betegeld en loopt de leiding maar een paar meter, dan is er een aanpak die verrassend netjes uitpakt. Neem één rij tegels weg, hak een sleuf in de ondergrond, leg de leiding erin en zet de tegels terug. De voeg op die rij wordt een fractie breder en dat zie je als je het weet, maar niemand kijkt daar uit zichzelf naar.
Na het verleggen van leidingen zet je de installatie weer op de juiste waterdruk, en die hangt af van de hoogte van je woning. Met onze hulp om de juiste cv-druk te berekenen zie je welke waarde bij jouw situatie hoort. Wil je zien welke andere klussen aan de installatie bij dit werk aansluiten, dan vind je die in ons overzicht van verwarming en cv in huis.
Leg de leidingen niet strak in het hart van de sleuf maar met een lichte slinger, zodat er lengte in het traject zit die de uitzetting kan opnemen. Een paar centimeter speling over tien meter kost niets en scheelt spanning op de bochten.
De laatste meter bij de radiator netjes wegwerken
Vaak is het probleem helemaal niet de hele leiding, maar alleen het stukje dat bij de radiator uit de vloer of de muur komt. Twee kunststof mantelbuizen die kaal omhoog steken naast een nieuwe vloer verpesten meer dan tien meter buis langs een plafond. Hier hoef je geen koof voor te bouwen.
De eerste stap is de mantelbuis. Die beschermbuis loopt vaak tot vlak onder de radiator door, terwijl hij alleen nodig is in de vloer. Snijd hem voorzichtig weg tot op vloerniveau en je houdt de kale cv-buis over. Om een buis van 15 of 16 mm passen dan gewoon witte rozetten van 16 mm, en bij een kleine hartafstand bestaat er ook een dubbele rozet die om beide buizen valt.
Wil je de buizen laten zien maar niet laten opvallen, dan werkt schilderen beter dan je denkt. Zet de kunststof mantelbuis eerst in een kunststofprimer, want gewone lak hecht daar niet op. Lak daarna af in de donkerste tint van de vloer of in de kleur van de plint. Bij veel verfwinkels laten ze die primer op kleur mengen, zodat je in één gang klaar bent.
De derde optie is een koofje in het klein. Zaag uit multiplex of mdf van 12 mm een u-vorm, van bovenaf gezien, en maak hem net zo hoog dat hij klem staat tussen de vloer en de onderkant van de radiator. Je schuift hem van voren over de buizen heen. Schilderen of beplakken doe je op de werkbank in plaats van boven een nieuwe vloer, en bij onderhoud schuif je hem er in één beweging weer af.
Heb je de radiator losgehad om dit werk te doen, hang hem dan terug met de aanvoer op dezelfde zijde als voorheen en ontlucht hem daarna. Blijft hij daarna aan de bovenkant koud, dan is er lucht in het toestel blijven staan; wordt hij helemaal niet warm, dan zoek je verder met onze uitleg over een radiator die koud blijft na werk aan de leidingen.
Vloerbochten passen hier meestal niet
Vloerbochten zijn bedoeld om de leiding netjes uit de dekvloer omhoog te laten komen en sluiten direct aan op de onderaansluiting van de radiator. Komen jouw buizen uit de muur, of steken ze zomaar uit de vloer met een stuk speling erboven, dan is er niets om die bocht op te zetten. In dat geval zijn rozetten of een schuifkoofje de realistische oplossingen.
De cv-ketel wegwerken in een ombouw
Een cv-ketel wegwerken achter een kastje mag, en het staat een stuk rustiger dan een witte doos boven het aanrecht. In de installatiehandleiding van veel toestellen staat zelfs letterlijk dat het toestel in een keukenkast geplaatst mag worden. Die handleiding is hier je uitgangspunt, want daar staan de vrije ruimtes rondom, de minimale ventilatieopeningen en de afstand tot brandbaar materiaal in.
Gewoon vurenhout en multiplex volstaan als bouwmateriaal. Een moderne HR-ketel wordt aan de buitenkant niet heet, dus een brandwerende plaat is bij de mantel niet nodig. Bij de rookgasafvoer let je wel op: een concentrische kunststof pijp blijft koel, maar een enkelwandige metalen afvoer van een ouder toestel niet, en daar houd je de afstand aan die de fabrikant noemt.
Ventilatie is het punt waar het misgaat bij zelfbouw. Een gasgestookt toestel in een dichte kast krijgt het te warm, en de ruimte waarin het hangt heeft een maximale temperatuur die de fabrikant voorschrijft. Twee roosters van rond 50 cm² per stuk, één laag en één hoog in de kast, is de maatvoering die wij in de meeste handleidingen terugzien. Kijk het na voor jouw type, want het verschilt per merk en per vermogen.
Bouw de kast ook zo dat je hem weer open krijgt. De mantel van de ketel moet eraf kunnen voor onderhoud, de vulkraan moet met de hand bereikbaar blijven, en over tien jaar past er misschien een ander toestel dat net iets breder is. Een ombouw die je moet slopen om er een monteur bij te krijgen, is geen ombouw maar een probleem met een deurtje.
Let bij het ontwerp op alles wat gas voert. Ligt er nog een oude, ongebruikte gasleiding in de weg, laat die dan eerst door een installateur afdoppen en op dichtheid controleren voordat je er een plaat voor schroeft. Een gasslang naar een fornuis of een geiser hoort zichtbaar en bereikbaar te blijven en mag nooit in een dichte kast verdwijnen, want je moet de slang kunnen zien barsten voordat het misgaat.
| Onderdeel van de ombouw | Wat je aanhoudt | Waarom |
|---|---|---|
| Ventilatieopeningen | Twee roosters, rond 50 cm² elk, laag en hoog | Warmte moet weg kunnen en de kastruimte kent een maximumtemperatuur |
| Vrije ruimte rondom de ketel | De maat uit de installatiehandleiding, vaak 5 tot 10 cm zijkant | Zonder die ruimte kan de monteur de mantel er niet af halen |
| Ruimte onder de ketel | Minimaal 30 cm, meer als er een sifon en aansluitingen zitten | Onderhoud, condensafvoer en het aan- en afkoppelen van leidingen |
| Rookgasafvoer van kunststof | Concentrisch en koel, normale afstand volstaat | De buitenpijp voert lucht aan en blijft daardoor op kamertemperatuur |
| Enkelwandige metalen afvoer | Afstand tot hout volgens de fabrikant, meestal ruim | Deze pijp wordt wel heet en straalt warmte af naar het hout |
| Gaskraan en gasleiding | Bereikbaar houden, nooit dichttimmeren | De gaskraan moet in één beweging dicht kunnen bij een probleem |
| Frontpaneel van de kast | Demontabel of scharnierend, geen vaste plaat | Vervanging van het toestel moet mogelijk blijven |
| Expansievat en overstort | Zichtbaar of via een luik bereikbaar | De overstort moet je kunnen zien lekken voordat de vloer nat is |
Timmer de gaskraan nooit dicht. De kraan waarmee je de gastoevoer naar de ketel afsluit, moet je met de hand kunnen bedienen zonder eerst een paneel los te schroeven. Het aanleggen, verleggen of afdoppen van een gasleiding is bovendien werk voor een erkende installateur, ook als het maar om een halve meter gaat.
De koof afwerken zodat je hem niet meer terugziet
Het verschil tussen een koof die opvalt en een koof die niemand ziet, zit volledig in de afwerking. Een timmerman is in een dag klaar met het houtwerk, en daarna volgt nog een halve dag stucwerk en verf. Die halve dag is de moeite waard.
Begin met de naden tussen de platen. Die vul je met gipsplaatvuller en niet met kit, want kit blijft flexibel en dat zie je onder verf terug als een glimmende streep. De naad tussen de koof en het plafond of de bestaande wand is juist wel een kitnaad, omdat daar beweging in zit. Heeft de wand een structuur, gebruik dan acrylaatkit met korrel, anders steekt die gladde streep straks af.
Op elke buitenhoek zet je een stalen hoekprofiel. Dat vangt de stoot op van een stofzuiger of een schouder en geeft je meteen een kaarsrechte hoek om langs te werken. Zet het profiel vast en strijk het glad met afwerkgips, in twee dunne lagen in plaats van één dikke.
Schuur alles na met korrel 120 en maak het echt stofvrij. Daarna breng je de structuur aan die bij de rest van de wand hoort. Werk je met spachtelputz met een grove korrel, dan kan die in veel gevallen direct op de gipsplaat en over het afwerkgips van de profielen, zonder aparte grondlaag ertussen. Bij gewone muurverf op multiplex is een hechtprimer wel nodig, anders trekt de plaat de verf ongelijk op en blijf je aan het rollen.
Zo bouw je in één dag een koof om de verwarmingsbuizen
Deze volgorde geldt voor een koof onder het plafond langs een muur, en werkt met kleine aanpassingen ook voor een koof langs de vloer.
-
Teken de buizen en de koppelingen af
Meet hoe ver de buizen uit de muur steken en hoe hoog ze zitten, en teken op de wand af waar de koof komt. Zet een kruisje bij elke koppeling, beugel of ontluchter. Die punten bepalen waar straks het losse inspectiepaneel komt, en dat wil je weten voordat het frame staat.
-
Isoleer de buizen
Schuif de isolatieschalen om de leidingen, 22 mm of 28 mm afhankelijk van de buis, met een wanddikte van 9 mm. Snijd ze in de bochten op verstek zodat er geen blote stukken overblijven en plak de naad dicht. Warmte die je in een dichte koof laat weglopen, komt niet in de kamer terecht.
-
Zet de regels tegen muur en plafond
Schroef een vurenhouten regel horizontaal tegen de muur, net boven de buizen, en een tweede tegen het plafond op de lijn waar de voorplaat komt. Werk met een lange rei en waterpas, want een koof die een halve centimeter uit het lood staat zie je vanaf de andere kant van de kamer. Boor de pluggen ruim uit de buurt van de leidingen.
-
Maak het frame af met dwarslatjes
Zet om de 50 tot 60 cm een dwarslatje tussen de twee regels, zodat de voorplaat overal ondersteuning heeft. Bij gipsplaat maak je die afstand kleiner, rond de 40 cm. Zit een staande stijl al stevig vast in zijn verbindingen met de muur, laat hem dan los van vloer en plafond zodat de koof niet gaat kraken als de vloer werkt.
-
Schroef het plaatmateriaal erop
Zaag de plaatdelen op maat en laat rondom een centimeter speling ten opzichte van de isolatie. Bij multiplex lijm je de twee delen vooraf onder verstek tot een L en schuif je die in één keer over het frame. Schroef om de 20 cm en verzink de koppen net onder het oppervlak.
-
Zet de hoekprofielen en vul de naden
Plaats op elke buitenhoek een stalen hoekprofiel en zet het vast met afwerkgips. Vul de naden tussen de platen en de schroefkoppen met gipsplaatvuller. Werk in twee dunne lagen, want één dikke laag krimpt in en trekt scheuren. Laat elke laag echt drogen voordat je verder gaat.
-
Kit de aansluitingen en schuur alles glad
De naad tussen de koof en het plafond en tussen de koof en de bestaande wand vul je met acrylaatkit, want daar zit beweging in. Bij een structuurmuur pak je een acrylaatkit met korrel. Schuur daarna alles na met korrel 120 en zuig de koof en de vloer stofvrij.
-
Werk af in de structuur van de muur
Breng de structuurverf of spachtelputz aan die bij de rest van de wand past, en werk in één keer door over de hele koof zodat er geen aanzet zichtbaar blijft. Op multiplex zet je eerst een hechtprimer. Stook daarna een dag lang normaal door en luister of er ergens iets tikt: dan zit de isolatie of de buis nog ergens klem.
Storingzoeker
Kies het merk, vul de code in en zie wat er aan de hand is, wat je zelf kunt doen en wanneer je moet bellen. Bekijk alle gegevens
| Merk | Code | Wat er aan de hand is | Wat je zelf kunt doen | Bellen of niet |
|---|---|---|---|---|
| Intergas | 1 | De ketel wordt te warm, de aanvoertemperatuur loopt te hoog op | Controleer de waterdruk en ontlucht de radiatoren. Te weinig water of lucht in de installatie is de gewone oorzaak. | Blijft hij terugkomen: monteur |
| Intergas | 2 | Storing in de aanvoer- of retoursensor | Reset de ketel een keer. Herhaalt de code zich, dan is de sensor of de bedrading het probleem. | Monteur |
| Intergas | 3 | De maximaalthermostaat heeft ingegrepen | Controleer druk en doorstroming, ontlucht de installatie. | Blijft het: monteur |
| Intergas | 4 | Geen vlamsignaal, de ketel krijgt het vuur niet aan | Kijk of de gaskraan open staat en of andere gastoestellen het doen. Reset daarna een keer. | Doet gas het wel: monteur |
| Intergas | 5 | Slecht of wegvallend vlamsignaal | Reset een keer. Vaak vervuilde ionisatiepen of ontsteking. | Monteur |
| Intergas | 6 | Fout in de vlamdetectie | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 7 | Probleem met de rookgasafvoer of de uitlaatgassensor | Kijk of de afvoer buiten vrij is en niet verstopt zit door een vogelnest of blad. | Monteur, dit raakt de veiligheid |
| Intergas | 8 | Het ventilatortoerental klopt niet | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 10 tot en met 14 | Sensorfout of storing in de installatie, bijvoorbeeld een defecte stromingsschakelaar, draadbreuk of lucht in de installatie | Controleer de waterdruk en ontlucht grondig, van laag naar hoog. | Blijft het: monteur |
| Nefit | A01 | Geen vlam of vlam valt weg | Controleer of de gaskraan open staat en of de druk goed is, reset daarna een keer. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | C6 | De ventilator draait niet op het juiste toerental | Reset een keer. | Monteur |
| Nefit | D1 | Te weinig waterdruk in de installatie | Bijvullen tot de juiste druk voor jouw bouwhoogte, daarna ontluchten. | Zelf te doen |
| Nefit | EA | Vlam wordt niet waargenomen | Reset een keer. Kijk of andere gastoestellen werken. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | F0 of F7 | Interne storing in de besturing | Reset een keer, haal eventueel kort de stroom eraf. | Monteur |
| Remeha | Reset knop | Vergrendelde storing | Houd de resetknop ingedrukt tot het display reageert. Noteer eerst de code voordat je reset. | Afhankelijk van de code |
| Remeha | E00 | Aanvoersensor defect of niet aangesloten | Reset een keer. | Monteur |
| Remeha | E01 | Te weinig waterdruk of geen doorstroming | Bijvullen en ontluchten. | Zelf te doen |
| Remeha | E04 | Geen vlam bij het opstarten | Gaskraan controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.22 | Te weinig water in de ketel, droogkookbeveiliging | Bijvullen tot de juiste druk en ontluchten. | Zelf te doen |
| Vaillant | F.28 | Ontsteking mislukt bij het opstarten | Gastoevoer controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.75 | Drukverschil niet herkend, vaak de pomp of het expansievat | Controleer of de druk sterk schommelt bij het opstarten. | Monteur, meestal het expansievat |
| AWB | Vlamstoring | Geen ontsteking | Gaskraan open, druk controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Bosch vaatwasser | E15 | Water in de lekbak onderin, de vlotterbeveiliging staat aan | Kantel het apparaat voorzichtig naar achteren zodat het water uit de bak loopt, zet hem terug en start opnieuw. Zoek daarna waar het water vandaan kwam. | Blijft het terugkomen: monteur |
| Bosch vaatwasser | E24 of E25 | Water loopt niet weg, afvoer verstopt | Maak het zeef en de pompfilter schoon, controleer de afvoerslang op een knik en de sifonaansluiting op een dop die er nog in zit. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E22 | Filters verstopt | Zeven eruit en schoonmaken. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E09 | Verwarmingselement defect, water wordt niet warm | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Siemens vaatwasser | E15 | Water in de lekbak, vlotterbeveiliging actief | Zelfde aanpak als bij Bosch: voorzichtig kantelen, water eruit, terugzetten en opnieuw starten. | Blijft het: monteur |
| Siemens vaatwasser | E24 | Afvoer geblokkeerd | Zeven en pompfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| Siemens vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de startknop ongeveer drie tot vijf seconden ingedrukt tot het programma terugspringt, of haal de stekker er een minuut uit. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i20 of 20 | Afvoerprobleem, water loopt niet weg | Filters en pomp schoonmaken, afvoer controleren. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i30 of 30 | Water in de bodembak, lekkage gedetecteerd | Kantelen om het water eruit te laten en de oorzaak zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de programmaknop en de startknop samen enkele seconden ingedrukt. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F11 | Water loopt niet weg | Filters en afvoerpomp schoonmaken. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F70 | Vlotter of niveaubeveiliging | Controleer op lekkage onderin. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E18 of F18 | Water loopt niet weg | Pluizenzeef vooronder schoonmaken en de afvoerslang controleren. | Zelf te doen |
| Bosch wasmachine | F21 | Motorstoring, trommel draait niet | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E23 | Water in de lekbak | Machine kantelen om het water eruit te laten, daarna de lekkage zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG wasmachine | E20 | Afvoerprobleem | Pluizenfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| AEG wasmachine | E40 | Deur niet goed dicht | Deur opnieuw sluiten, controleer of er was tussen zit. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 1 keer | Reservoir warmt op of komt uit een stroomonderbreking | Wacht ongeveer tien minuten tot hij op temperatuur is. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 2 keer | Reservoir bereikt de temperatuur niet | Haal de stekker er een minuut uit en zet hem terug. Blijft het knipperen, dan is er meestal een onderdeel defect. | Blijft het: monteur |
| Quooker | Knippert 3 keer | Storing in de temperatuursensor | Een keer stroomloos maken. | Monteur |
| Quooker | Geen kokend water, wel gewoon water | Reservoir uit of niet op temperatuur | Controleer of de stekker in het stopcontact zit en of de groep niet is uitgevallen. | Zelf te doen |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de platen dichtschroeft
Uit de praktijk
Een koof langs het plafond in een jaren-tachtig woning
In een slaapkamer liepen de aanvoer- en retourleiding kaal langs de bovenkant van de muur, en dat was het enige wat de leeftijd van het huis verried. De vraag was of een koof daar wel strak in te krijgen was, want geen enkele muur in dat huis was echt vlak.
Zo is het gegaan. Eerst de buizen geïsoleerd met standaard schalen uit de bouwmarkt, 22 mm en 28 mm waar van toepassing, met 9 mm wanddikte. Daarna een frame van vurenhout tegen de muur. De staande stijl is bewust niet aan het plafond en niet aan de betonvloer geschroefd, omdat hij door de verbinding met de muurregels al stevig genoeg stond. Gipsplaten erop, de kieren tussen plaat en plafond gevuld met acrylaatkit met korrel, de naden tussen de platen met gipsplaatvuller, en op de buitenhoeken stalen profielen die zijn vastgezet en gladgestreken met snelgips. Na het opschuren en stofvrij maken is de spachtelputz met grove korrel er direct op gegaan, zonder aparte grondlaag, in dezelfde korrel als de rest van de kamer. Van de golving in de muur was daarna niets meer te zien.
Alupex in een muur van tien centimeter
Twee flexibele cv-leidingen van 20 mm moesten in een wand van gasbeton verdwijnen. De wand was maar tien centimeter dik, dus elke millimeter extra freesdiepte voelde als verlies. De vraag was of er wel een mantelbuis omheen moest, want er zaten geen koppelingen in het weggewerkte deel.
Het antwoord bleek genuanceerder dan een simpel ja of nee. De kunststof buitenlaag van de buis kan tegen contact met gips en cement, dus voor de buis zelf is een mantel geen harde eis. De fittingen moeten wél beschermd worden tegen mortel en snelbindmiddel. De uitzetting is klein maar niet nul, en juist bij een minimale stucdekking is dat genoeg voor haarscheuren. Uiteindelijk zijn de sleuven dieper én breder gefreesd en is er alsnog een mantelbuis omheen gegaan, met de koppelingen ingetapet omdat cement koper aantast. Wat hier ook meespeelde: op een eerder traject waren blaren op dezelfde buissoort ontstaan doordat de leiding vrij door een koude ruimte liep en het temperatuurverschil binnen en buiten de buis te groot werd. Sindsdien gaat elke leiding die door onverwarmd gebied loopt sowieso in een isolatiemantel.
Nieuwe radiatoren, lelijke aansluitingen
Er waren nieuwe radiatoren geplaatst en die stonden er prima bij, maar de leidingen kwamen als twee witte en zwarte kunststof buizen recht uit de vloer omhoog. Vloerbochten pasten niet, want die zijn bedoeld om een leiding uit de dekvloer op de radiatoraansluiting te laten uitkomen. Bestaande rozetten waren te klein en zakten te laag weg.
Twee oplossingen bleken hier te werken. De snelste: de kunststof mantelbuis voorzichtig wegsnijden tot op vloerniveau, waarna gewone witte rozetten van 16 mm gewoon om de kale buis passen. Bij een kleine hartafstand kan zelfs één rozet om beide buizen. De nettere: een u-vormig koofje van 12 mm multiplex, van voren over de buizen geschoven en klem tussen de vloer en de onderkant van de radiator. Dat koofje is op de werkbank geschilderd, dus er is geen druppel verf bij de nieuwe vloerbedekking in de buurt geweest, en bij onderhoud schuif je het er zo weer af.
Een ombouw om de ketel die bijna te dicht werd
Voor een cv-ketel in een bijkeuken werd een kast van vurenhout en multiplex getekend, en de vraag was of daar brandeisen aan hingen. De aanname was dat gewoon hout zou volstaan, en dat klopte, maar het was niet het hele verhaal.
In de installatiehandleiding van het toestel stond dat plaatsing in een keukenkastje was toegestaan, wat betekende dat een ruimere ombouw zeker mocht. In diezelfde handleiding stonden de voorwaarden die in het eerste ontwerp ontbraken: twee ventilatieroosters van rond 50 cm² elk, één laag en één hoog, plus voldoende vrije ruimte rondom voor onderhoud en voor een toekomstige vervanging. Zonder die roosters loopt de temperatuur in de kast op boven wat de fabrikant toestaat, en dat is bij een gasgestookt toestel geen detail. Het front is uiteindelijk demontabel gemaakt in plaats van vast geschroefd, zodat de mantel eraf kan en een breder toestel er later nog in past.
Veelgemaakte fouten
Een koppeling wegwerken op een onbereikbare plek
Een knelkoppeling of een schroefverbinding kan na jaren gaan lekken en moet dan nagetrokken kunnen worden. Zit hij achter dichtgestucte gipsplaat of in een dekvloer, dan hak je een halve kamer open om hem te vinden. Werk alleen doorlopende buis weg, en zit er toch een koppeling in het traject, maak daar dan een los paneel van.
De buizen niet isoleren voordat de koof dichtgaat
Zonder isolatie verdwijnt de warmte in een afgesloten holte waar niemand iets aan heeft, terwijl je hem in de radiator wilde hebben. De koof wordt van binnen warm, de leidingen zetten meer uit en de kans op tikken neemt toe. Isolatieschalen kosten een paar euro per meter en zijn hier geen luxe.
De koof te krap om de buizen bouwen
Zo dun mogelijk is een begrijpelijke wens, maar een buis die tegen de binnenkant van de plaat aandrukt gaat schuiven bij elke opwarming. Dat hoor je terug als tikken in de muur, elke keer als de ketel aanslaat. Houd rondom een centimeter speling en het probleem ontstaat niet.
Boren zonder te weten waar de leiding ligt
Bij het bevestigen van het frame boor je in precies de muur waar de buizen langslopen. Een steenboor gaat zonder waarschuwing door koper of alupex heen, en dan sta je met een spuitende leiding en een frame dat nog niet vastzit. Meet af en houd afstand, of boor bewust boven of onder het traject.
De ketelombouw zonder ventilatieopeningen maken
Een dichtgetimmerde kast om een gasgestookt toestel laat de temperatuur oplopen boven wat de fabrikant toestaat. Het toestel kan daardoor storing geven en in het slechtste geval ontstaat er een onveilige situatie. Twee openingen, laag en hoog, van de maat die in de handleiding staat, zijn hier het minimum.
De sleuf minder diep frezen omdat de muur dun is
Te weinig dekking betekent scheurend stucwerk, ongeacht hoe klein de uitzetting van de buis is. Binnen een dunne stuclaag ontstaan spanningsverschillen die je aan de buitenkant terugziet als een haarscheur langs het hele traject. Past de sleuf niet met de vereiste dekking, kies dan een koof aan de buitenkant.
Kit gebruiken op de naden tussen de platen
Kit blijft flexibel en neemt verf anders op dan gips. Onder een verflaag zie je die naden terug als glimmende strepen die er bij elke lichtinval uitspringen. Vul plaatnaden met gipsplaatvuller en bewaar de kit voor de aansluiting op plafond en bestaande wand, waar wel beweging in zit.
De vulkraan of de gaskraan achter de plaat laten verdwijnen
Bij bijvullen of bij een probleem moet je binnen tien seconden bij die kranen kunnen. Zitten ze achter een vastgeschroefd paneel, dan sta je op het verkeerde moment naar een schroevendraaier te zoeken. Houd bedieningsdelen altijd zichtbaar of achter een luik dat je met de hand opent.
Veelgestelde vragen
Hoe kan ik verwarmingsbuizen wegwerken met hout?
Je bouwt een frame van vurenhouten regels van 27 x 45 mm tegen de muur en het plafond, met om de 50 tot 60 cm een dwarslatje. Daar schroef je multiplex van 12 mm tegenaan, bij voorkeur als twee delen die je onder verstek hebt verlijmd tot een L-vorm. Isoleer de buizen eerst met schalen van 9 mm en houd rondom een centimeter speling. Afwerken doe je met gipsplaatvuller op de naden, hoekprofielen op de buitenhoeken en een hechtprimer voordat je verft.
Hoe maak ik een koof om de verwarmingsbuizen met hout weg te werken?
Een koof bouwen volgt altijd dezelfde volgorde, of je nu met hout of met gipsplaat werkt: isoleren, frame, plaat, afwerking. Voor een koof onder het plafond kom je meestal uit op 15 tot 20 cm hoog en 12 tot 18 cm diep, genoeg voor twee geïsoleerde buizen naast elkaar. Kies multiplex als je gaat verven en gipsplaat als je een structuurmuur wilt doortrekken. Maak van het vak waar een koppeling zit een los paneel, want dat scheelt je later hakwerk.
Kan ik verwarmingsbuizen wegwerken in de muur?
Dat kan, maar alleen met doorlopende buis zonder enige koppeling in het weggewerkte deel. Meerlagenbuis van alupex is hier het gangbare materiaal, met een ribbelbuis of isolatiemantel eromheen zodat de buis kan uitzetten zonder het stucwerk te laten scheuren. Fittingen moet je beschermen tegen contact met cement en gipsmortel, want die tasten koper en messing aan. In een dragende muur mag je niet zomaar sleuven maken, en bij te weinig stucdekking krijg je hoe dan ook scheuren.
Verlies ik warmte als ik de verwarmingsbuizen wegwerk?
Niet als je ze isoleert, en dat is precies de reden om dat te doen. Een onbeklede buis in een dichte koof geeft zijn warmte af aan een holte die je niet gebruikt, en die warmte bereikt de radiator dus nooit. Met isolatieschalen van 9 mm rondom houd je het water op temperatuur tot in de radiator. In de praktijk merk je dat de kamer sneller op temperatuur komt en de ketel korter aanstaat.
Mag ik mijn cv-ketel wegwerken in een kast?
Ja, en gewoon vurenhout en multiplex zijn daarvoor geschikt. De installatiehandleiding van jouw toestel is leidend: daar staan de vrije ruimtes rondom, de afstand tot de rookgasafvoer en de vereiste ventilatieopeningen in. Reken op twee roosters van rond 50 cm² elk, één laag en één hoog in de kast, en houd genoeg ruimte voor onderhoud en voor een toekomstige vervanging. Het front maak je demontabel, want de mantel van de ketel moet eraf kunnen.
Hoe diep en hoe hoog moet een koof om de buizen zijn?
Meet de buitenmaat van de buis inclusief isolatie en tel daar een centimeter speling bij op aan elke kant. Twee geïsoleerde leidingen van 22 mm naast elkaar passen doorgaans in een koof van 12 cm diep. Onder het plafond kom je qua hoogte meestal uit tussen 15 en 20 cm, omdat de buizen zelden vlak tegen het plafond liggen. Langs de vloer werkt 8 tot 12 cm hoog beter, want dan blijft het optisch een zware plint.
Multiplex of gipsplaat voor de koof?
Multiplex van 12 mm is stijver, houdt zich recht over 60 cm zonder tussenregel en laat zich onder verstek zagen, wat een naadloze buitenhoek geeft. Gipsplaat van 12,5 mm sluit beter aan bij een gestucte of gespachtelde wand en neemt structuurverf op dezelfde manier op als de rest van de muur. Gipsplaat vraagt wel meer regelwerk, ongeveer om de 40 cm, en altijd een hoekprofiel op de buitenhoek. Ga je verven, kies multiplex; wil je structuur doortrekken, kies gipsplaat.
Wat doe ik als een weggewerkte cv-leiding gaat lekken?
Dit is precies de reden om verbindingen bereikbaar te houden. Ligt de leiding in een koof, dan schroef je de platen los en zie je binnen een kwartier waar het zit. Zit hij in de muur of in de vloer, dan zoek je met een vochtmeter of een warmtebeeldcamera en hak je gericht open. Zakt de druk zonder zichtbare plas, controleer dan eerst of het niet aan de overstort of het expansievat ligt, want dat komt vaker voor dan een lek in de leiding.
Mag ik een knelkoppeling in de vloer of muur wegwerken?
Doe dat niet. Een knelkoppeling heeft een wartel die na jaren kan gaan lekken en die dan nagetrokken moet worden, en dat kan alleen als je erbij kunt. Verbindingen die echt onbereikbaar komen te liggen, horen geperst of gesoldeerd te zijn. Onze voorkeur gaat nog een stap verder: leg het traject zo dat er helemaal geen verbinding in het weggewerkte deel zit, met één doorgaande buis van de verdeler naar de radiator.
Hoe werk ik de leidingen bij de radiator weg zonder te bouwen?
Snijd de kunststof mantelbuis voorzichtig weg tot op vloerniveau, dan passen gewone witte rozetten van 16 mm om de kale buis. Bij een kleine hartafstand bestaat er ook een dubbele rozet die om beide buizen valt. Wil je nog minder zien, schilder de buizen dan in de donkerste tint van de vloer of in de kleur van de plint, met een kunststofprimer als eerste laag omdat gewone lak niet op de mantelbuis hecht.
Waarom tikt mijn koof sinds ik de buizen heb weggewerkt?
Tikken komt bijna altijd doordat de buis ergens klem zit en bij het opwarmen langs iets schuift. Vaak is dat de binnenkant van het plaatmateriaal, een dwarslatje dat te dicht op de leiding staat, of een isolatieschaal die platgedrukt is. Schroef het paneel op die plek los en maak ruimte, een centimeter rondom is genoeg. Blijft een radiator daarna koud of ongelijk warm, dan speelt er iets anders en helpt onze uitleg over een verwarming die niet warm wordt je verder.
De ketel geeft storing sinds hij in een ombouw zit, hoe kan dat?
Negen van de tien keer is het de temperatuur in de kast. Zonder ventilatieopeningen loopt die op boven wat het toestel toestaat en slaat de ketel af. Maak alsnog een opening laag en een opening hoog van rond 50 cm² elk en kijk of het probleem verdwijnt. Blijft de melding staan, zoek de code dan op in onze storingzoeker voor cv-ketels en apparaten voordat je een monteur belt, dan weet je meteen in welke hoek je moet zoeken.
Wanneer je beter een vakman belt
Het bouwen van een koof, het plaatsen van rozetten en het schilderen van leidingen doe je gewoon zelf. Voor het aanpassen van de installatie zelf ligt de grens ergens anders.
Alles wat met gas te maken heeft is werk voor een erkende installateur. Het verleggen, afdoppen of aanpassen van een gasleiding, en het verplaatsen van de cv-ketel, hoort met een dichtheidsbeproeving te worden opgeleverd. Bouw nooit een kast om iets heen wat je zelf aan de gaszijde hebt aangepast.
Ook het persen van leidingen die je onbereikbaar wegwerkt, laat je doen door iemand met de juiste pers en de bijbehorende bekken. Een verbinding die niet goed is geperst houdt het soms maanden en begeeft het daarna alsnog, en dan zit hij onder je dekvloer.
Bij sleuven in een dragende muur is een bouwkundige beoordeling op zijn plaats voordat je begint. Horizontale sleuven verzwakken metselwerk het sterkst, en bij een dun binnenblad van kalkzandsteen is de marge klein. Moet je voor het aftekenen van het traject op een ladder of een steiger werken hoog in een trapgat, laat dat dan doen door iemand met het juiste klimmateriaal in plaats van het te improviseren op een keukentrap.