Plat dak isoleren zonder condens in de constructie
Een plat dak isoleer je bij voorkeur aan de buitenzijde, met de isolatie boven op het dakbeschot en onder een nieuwe waterdichte laag. Het hout blijft dan warm en er kan niets in de constructie condenseren. Kan dat niet, dan isoleer je van binnenuit tussen de balken, en dan staat of valt het geheel met een luchtdicht afgeplakte klimaatfolie aan de warme kant. Isolatie boven en onder het beschot combineren is de opbouw waar het het vaakst misgaat, want dan sluit je het hout op tussen twee dampdichte lagen.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Isolatiemes of een lang broodmes voor minerale wol
- Handzaag met fijne tanding of een cirkelzaag met stofafzuiging voor pir
- Rolmaat, timmerpotlood en een lange rei
- Gatenzaag van 80 mm voor een inspectiegat in het plafond
- Vochtmeter voor hout
- Tacker met roestvaste nieten voor de folie
- Handroller om de tape echt aan te drukken
- Kitpistool voor aansluitlijm langs muren en doorvoeren
- Accuschroefmachine en een gipsplatenlift of tweede persoon
- Stofmasker ffp3, handschoenen, veiligheidsbril en een goede werklamp
Materiaal
- Minerale wol zonder cachering, of houtvezel- of celluloseplaten
- Pir-platen met aluminium cachering waar je dampdicht wilt afwerken
- Klimaatfolie met een variabele sd-waarde
- Luchtdichte tape voor naden en aluminiumtape voor pir
- Aansluitlijm in een koker voor de randen tegen muren en gevels
- Luchtdichte pur voor kieren rond doorvoeren
- Regelwerk van 22 bij 50 mm voor een installatiespouw
- Gipsplaten en schroeven
- Afschotisolatie of vlakke pir-platen bij werk van buitenaf
- Epdm of bitumen met bijbehorende primer en daktrim
Drie manieren om een plat dak te isoleren
Een plat dak isoleren kan op drie plaatsen, en die keuze bepaalt bijna alles wat daarna volgt: welk materiaal je gebruikt, welke folie erbij hoort en hoe groot de kans is dat je constructie nat wordt. Ken je de bestaande opbouw van je dak nog niet, kijk dan eerst hoe een plat dak is opgebouwd en welk onderhoud erbij hoort. Wat er al ligt bepaalt namelijk wat je er veilig bij mag leggen.
Bij een warm dak zit de isolatie boven op het dakbeschot, onder de waterdichte laag. Het hout blijft daardoor aan de warme kant van de isolatie en komt nooit onder het dauwpunt. Dat is de rustigste opbouw die er is, en het is de reden dat vrijwel elke dakdekker je hiernaartoe stuurt.
Bij een koud dak ligt de isolatie tussen de balken, onder het beschot. Het beschot wordt dan koud, en alle waterdamp die vanuit de woning omhoog komt zoekt precies dat koude vlak op. Deze opbouw kan prima werken, maar alleen als de binnenkant echt luchtdicht is en je de juiste folie kiest.
De derde variant is het omgekeerd dak: drukvaste isolatie los boven op een dakbedekking die nog goed is, met scheidingsdoek en ballast erop. Je raakt de bestaande constructie dan niet aan, maar je legt er wel flink gewicht op.
| Opbouw | Waar de isolatie zit | Wanneer je hiervoor kiest | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| Warm dak | Boven het dakbeschot, onder de waterdichte laag | Als de dakbedekking toch aan vervanging toe is | Dakrand, daktrim en opstanden moeten mee omhoog |
| Koud dak | Tussen de balken, onder het dakbeschot | Als de dakbedekking er nog jaren goed op ligt | De damprem moet luchtdicht zijn, anders condenseert het tegen het beschot |
| Omgekeerd dak | Los op de bestaande dakbedekking, onder ballast | Bij een dak in goede staat dat je vooral koeler wilt hebben | Alleen drukvaste xps, en de constructie moet 50 tot 100 kg per vierkante meter dragen |
| Duodak | Een nieuwe laag boven een bestaand warm dak | Bij na-isoleren van een dak dat al wat isolatie heeft | De verhouding tussen de oude en de nieuwe laag bepaalt of het veilig is |
| Isolatie boven en onder het beschot | Deels boven, deels tussen de balken | Zelden een bewuste keuze, meestal het gevolg van twee losse klussen | Het beschot zit dan tussen twee dampdichte lagen en kan geen kant meer op |
Weet je niet wat er in je dak zit? Zaag met een gatenzaag een gat van 80 mm in het plafond en kijk erin met een zaklamp en een spiegeltje. Je ziet meteen de balkhoogte, of er isolatie ligt en hoe het hout eruitziet. Het gat vul je daarna met luchtdichte pur en plak je af met tape.
Plat dak isoleren aan de buitenzijde, de route met het minste risico
Plat dak isoleren aan de buitenzijde betekent dat je de dakbedekking eraf haalt of erop laat liggen, er isolatie op legt en daar een nieuwe waterdichte laag overheen brengt. Het dakbeschot blijft daarmee binnen de isolatieschil en blijft dus warm en droog. Alles wat je binnen aan folies en luchtdichting zou moeten regelen, vervalt in één klap.
Een bitumen dak isoleren aan de buitenzijde hoeft niet te beginnen met slopen. Ligt de bitumen strak, droog en overal gehecht, dan is dat de beste dampremmende laag die je kunt wensen, beter dan welke folie je er ook voor in de plaats legt. Je verlijmt de pir-platen er direct op en werkt af met epdm of nieuw bitumen.
Wat wel meegaat omhoog, is de hele dakrand. Een pakket van 100 tot 140 mm tilt het dakvlak evenveel op, dus de boeiboord, de opstanden tegen de gevel en de aansluiting op de goot moeten allemaal worden verhoogd. Reken op minstens 12 cm opstand boven het nieuwe dakvlak. Ook de daktrim langs de dakrand moet in de nieuwe hoogte terug, anders loopt het water er straks achter.
Ditzelfde geldt voor alles wat door het dak steekt. Ontluchtingen, hemelwaterafvoeren en een eventuele rookgasafvoer komen 100 mm dieper te liggen ten opzichte van het nieuwe dakvlak, dus die verleng je. Hoe je dat netjes aansluit staat bij het maken van een dakdoorvoer in bitumen.
Het moment dat je toch een nieuw pakket legt, is ook het moment om het afschot in orde te maken. Veel garages en aanbouwen hebben nauwelijks verval, waardoor er plassen blijven staan. Met aflopende afschotplaten breng je dat in één keer op de goede helling, en je kunt precies nagaan hoeveel afschot een plat dak nodig heeft voordat je de platen bestelt.
Betonnen plat dak isoleren
Een betonnen plat dak isoleren gaat vrijwel altijd van buitenaf, en het is de gemakkelijkste variant die er is. Beton rot niet en heeft veel massa, dus je hoeft je geen zorgen te maken over een houten beschot dat wegteert. Je legt een dampremmende laag op het gereinigde beton, daarop de isolatieplaten en daarover de waterdichte laag.
Die dampremmende laag heb je hier echt nodig. Beton is dampopener dan mensen denken, en bouwvocht uit een betonvloer kan jarenlang blijven afgeven. Zonder damprem loopt dat vocht de isolatie in en blijft het onder de dakbedekking hangen.
Van binnenuit een betonnen dak isoleren mag ook, want er is geen hout dat schade kan oplopen. Je verliest wel de massa van het beton als warmtebuffer, waardoor de ruimte in de zomer sneller opwarmt. En je krijgt een koud betonvlak boven de isolatie, dus ook hier hoort een luchtdichte damprem aan de warme kant.
| Wat je aantreft | Wat je met de bestaande laag doet | Waarom |
|---|---|---|
| Bitumen ligt strak, droog en zit overal gehecht | Laten liggen en gebruiken als dampremmende laag | Een volledig gehechte bitumenlaag is dampdichter dan elke folie die je ervoor in de plaats legt |
| Bitumen met blazen of losse naden | Blazen kruislings opensnijden, laten drogen en weer dichtplakken | Ingesloten vocht dampt onder de nieuwe isolatie op en drukt de platen los |
| Bitumen voelt nat of het beschot veert door | Alles eraf tot op het hout en eerst het beschot vervangen | Nieuwe isolatie over nat hout sluit het probleem op in plaats van dat het opdroogt |
| Grind als ballast | Grind eraf scheppen en alleen terugleggen als de constructie het draagt | Grind weegt al gauw 50 tot 100 kg per vierkante meter |
| Te weinig afschot, plassen op het dak | Afschotisolatie leggen in plaats van vlakke platen | Je legt toch een nieuw pakket, dus dit is het moment om er verval in te brengen |
| Dakbedekking of dakplaten van voor 1994 | Eerst laten onderzoeken voordat je gaat slopen | Sommige bitumineuze dakbanen en dakplaten uit die tijd bevatten asbestvezels |
Werken aan de dakrand is werken op hoogte. Boven de tweeënhalve meter val je hard, en juist bij een plat dak sta je te sjouwen met platen die de wind pakken. Zet een steiger met leuning neer of huur randbeveiliging, en werk nooit alleen aan een dakrand. Bij een dak op de eerste verdieping of hoger is dit het punt waarop je een dakdekker met eigen steigermateriaal belt.
Plat dak isoleren aan de binnenzijde en waar de condens vandaan komt
Vaak kan het niet anders. De dakbedekking ligt er nog goed op, het geld voor een compleet nieuw dak is er niet, of de ruimte eronder is net afgewerkt. Een bitumen dak isoleren aan de binnenzijde is dan een legitieme keuze, maar je moet begrijpen wat je verandert. Meer achtergrond over die aanpak in het algemeen vind je bij het isoleren van een dak van binnenuit.
Zolang er geen isolatie zit, lekt er warmte uit je woning naar het dakbeschot. Dat hout is daardoor lauw en droogt continu. Leg je er isolatie onder, dan houd je die warmte binnen en zakt de temperatuur van het beschot naar buitentemperatuur. Elk grammetje waterdamp dat vanuit de woning omhoog komt, slaat daar neer.
Condens bij plat dak isoleren aan de binnenzijde komt dus niet door de isolatie zelf, maar door lucht die erlangs naar boven lekt. Warme binnenlucht van twintig graden en zestig procent luchtvochtigheid bevat ongeveer tien gram water per kubieke meter. Een naad van een paar millimeter in je folie voert daar per etmaal tientallen grammen van doorheen, en dat zie je in de winter terug als ijs tegen de onderkant van het beschot.
Diffusie dwars door de folie heen is daarbij een verwaarloosbaar probleem in vergelijking met luchtlekken. Daarom is niet de dikte van de isolatie de kritische factor, maar de kwaliteit van de aansluitingen: langs de gevels, rond doorvoeren, bij het lichtpunt en bij elke niet die je door de folie schiet.
Isoleer nooit over een nat of aangetast beschot heen. Meet met een houtvochtmeter voordat je dichtmaakt. Boven de achttien procent houtvocht gaat schimmel groeien, en zodra je het plafond dichttimmert zie je pas jaren later wat er gebeurd is. Verkleuring, een muffe lucht of hout dat je met een schroevendraaier indrukt zijn allemaal redenen om eerst uit te zoeken waar het vocht vandaan komt.
Kies je een damprem, klimaatfolie of helemaal dampdicht?
De vuistregel in de bouwfysica luidt dat een constructie van binnen naar buiten steeds dampopener moet worden. Vocht dat er van binnenuit in komt, moet er aan de buitenkant makkelijker uit kunnen dan dat het erin kwam. Bij een plat dak is dat per definitie onmogelijk, want bitumen en epdm zijn zo goed als dampdicht.
Daar zit de hele moeilijkheid van een koud plat dak. Wat er ondanks je beste werk toch in de constructie komt, kan er aan de bovenkant niet uit. Het enige wat je dan kunt doen is zorgen dat het er ook weer naar binnen terug kan drogen, en daarvoor is klimaatfolie gemaakt.
Klimaatfolie is een damprem met een variabele sd-waarde. In de winter, bij lage luchtvochtigheid in de constructie, is hij stug en houdt hij damp tegen. In de zomer, als het onder het dak warm en vochtig wordt, wordt hij dampopener en laat hij het opgeslagen vocht naar binnen ontsnappen. In een bestaande woning krijg je een constructie zelden honderd procent dampdicht, en daarom is klimaatfolie in negen van de tien na-isolatieklussen de juiste keuze.
Er is één opbouw waarbij klimaatfolie juist niet past, en dat is pir. Die platen hebben zelf al een aluminium cachering die praktisch dampdicht is, dus de folie eronder kan zijn vochtregulerende werk niet doen. Bij pir kies je bewust voor helemaal dicht: alle naden en alle randen met aluminiumtape, stevig aangedrukt met een roller.
| Folie of laag | Sd-waarde bij benadering | Waar hij thuishoort | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Dampremmende pe-folie | 20 tot 100 meter | Aan de warme kant onder minerale wol, in nieuwbouw die je echt dicht krijgt | Vocht dat er toch achter komt kan geen kant meer op |
| Klimaatfolie | Wisselt tussen ongeveer 0,25 en 5 meter | Onder een plat dak met dampdichte dakbedekking, dus bij vrijwel elke na-isolatie | Werkt alleen als hij rondom is afgeplakt, een open naad maakt hem waardeloos |
| Aluminium cachering op pir | Praktisch dampdicht | Bij pir aan de binnenzijde, met alle naden op aluminiumtape | Elke onafgeplakte naad is een lek in een verder gesloten laag |
| Dampopen onderdakfolie | Minder dan 0,1 meter | Aan de koude kant van een schuin dak, onder de pannen | Onder een plat dak zit al bitumen of epdm, daar heeft dampopen niets te zoeken |
| Bestaande bitumen dakbedekking | Ruim boven 100 meter | Als dampremmende laag onder isolatie die je er bovenop legt | Alleen betrouwbaar zolang hij overal gehecht is en nergens open ligt |
| Helemaal geen folie | Niet van toepassing | Bij een warm dak waar alle isolatie boven het beschot ligt | Bij een koud dak loopt de isolatie binnen een winter vol |
Werk de folie niet direct achter het gipsplafond weg. Schroef er regelwerk van 22 bij 50 mm onder en hang de gipsplaten daaraan. In die installatiespouw leg je de elektra en de inbouwspots, zodat je de folie later nooit hoeft door te boren voor een nieuw lichtpunt.
Isolatiemateriaal kiezen voor een plat dak
De nieuwbouwnorm voor een dak in Nederland ligt op een Rc van 6,3 vierkante meter kelvin per watt. Dat is geen wettelijke eis voor een bestaande aanbouw, maar het is wel de waarde waarnaar je richt als je toch bezig bent. Isoleren doe je één keer, en de meerprijs van vijf centimeter extra valt in het niet bij de kosten van het openmaken en dichtmaken.
Pir haalt die waarde met de minste dikte. Bij een lambda van rond 0,022 heb je ongeveer veertien centimeter nodig, terwijl je met glaswol op tweeëntwintig centimeter uitkomt. Waar je op een balkhoogte zit vastgeplakt, wint pir dus. Datzelfde rekensommetje speelt bij het isoleren van een vloer met pir-platen, waar de beperkte hoogte ook de doorslag geeft.
Minerale wol is duidelijk goedkoper en isoleert beter tegen geluid, wat op een plat dak onder de regen behoorlijk scheelt. Het materiaal is dampopen, dus het vraagt wel een folie eronder. Koop bij een klimaatfolie altijd naakte wol zonder aluminium of papieren cachering, want twee dampremmende lagen boven elkaar werken elkaar tegen.
Houtvezel en cellulose isoleren per centimeter het minst, maar ze kunnen vocht bufferen en weer afgeven en ze hebben veruit de meeste massa. In een uitbouw met een groot glasvlak op het zuiden is dat een reëel voordeel. Bij bijzondere daken werkt het anders: bij het isoleren van een rieten dak is het riet zelf al een isolerend en dampopen pakket, en gelden er totaal andere regels.
| Materiaal | Lambda in W/mK | Dikte voor ongeveer Rd 4,0 | Dikte voor ongeveer Rd 6,3 | Waar het sterk in is |
|---|---|---|---|---|
| Resolhardschuim | 0,021 | 85 mm | 135 mm | De hoogste isolatiewaarde per centimeter, ook de hoogste prijs |
| Pir | 0,022 | 90 mm | 140 mm | Veel isolatie in weinig dikte, drukvast, dampdicht van zichzelf |
| Xps | 0,034 | 120 mm | 185 mm | Neemt geen water op, het enige materiaal voor een omgekeerd dak |
| Glaswol | 0,035 | 140 mm | 220 mm | Goedkoop, veert terug in het vak, goed tegen geluid |
| Eps of piepschuim | 0,036 | 145 mm | 230 mm | Goedkoop en licht, in oudere daken vaak al aanwezig in dunne platen |
| Steenwol | 0,037 | 150 mm | 235 mm | Meer massa dan glaswol, brandwerend, prettig tegen geluid |
| Cellulose | 0,039 | 155 mm | 245 mm | Vochtregulerend, in te blazen in gesloten vakken |
| Houtvezel | 0,040 | 160 mm | 255 mm | De meeste massa, dus de beste bescherming tegen zomerwarmte |
Hoeveel isolatie past er tussen de balken
Bij plat dak isoleren tussen balken is de balkhoogte je budget. In een gemiddelde aanbouw staan de balken hart op hart veertig centimeter uit elkaar en zijn ze veertien tot twintig centimeter hoog. Dat is precies de ruimte die je kunt vullen, en daarmee staat je maximale isolatiewaarde vast voordat je begint.
Meet de dagmaat tussen twee balken op drie hoogtes, want oud timmerwerk staat zelden strak. Snijd de wol vervolgens één tot twee centimeter ruimer dan die maat, zodat de stroken klemmend blijven zitten zonder dat je ze hoeft vast te nieten. Zakt de wol later een centimeter in, dan heb je bovenin een luchtspleet waar je niets aan hebt.
Duw de isolatie tegen het dakbeschot aan en laat er geen ruimte tussen. Een stilstaande luchtlaag boven je isolatie verlaagt de totale waarde en levert niets op. Loopt er hier en daar een dwarsregel waardoor je de wol lokaal twee tot drie centimeter moet indrukken, dan is dat bij een pakket van zestien centimeter geen enkel probleem.
Het punt dat de meeste mensen overslaan is de balk zelf. Hout heeft een lambda van ongeveer 0,13, dus een balk van vijf centimeter breed om de veertig centimeter is een koudebrug over ruim een achtste van je dakvlak. Leg daarom een doorgaande laag van vier of vijf centimeter dwars onder de balken door voordat je de folie aanbrengt. Dat scheelt in de praktijk meer dan de laatste centimeters vulling ertussen.
| Vulhoogte tussen de balken | Rd met glaswol van 0,035 | Rd met pir van 0,022 | Wat dit betekent |
|---|---|---|---|
| 100 mm | 2,9 | 4,5 | Merkbaar warmer, maar ver onder de nieuwbouwnorm |
| 140 mm | 4,0 | 6,4 | Met pir haal je hier de nieuwbouwnorm al in de balklaag |
| 160 mm | 4,6 | 7,3 | De maat die je in de meeste aanbouwen tegenkomt |
| 180 mm | 5,1 | 8,2 | Met wol kom je hier dicht bij de norm zonder extra laag |
| 200 mm | 5,7 | 9,1 | De volle balkhoogte van een zwaardere balklaag |
| 160 mm wol plus 40 mm pir onder de balken | 6,4 samen | Niet van toepassing | De doorgaande laag haalt de koudebrug van de balken eruit |
Snijd minerale wol op een stuk multiplex met een lang broodmes en een rei als geleider. Druk de wol met de rei samen en snijd langs de rei in één beweging. Je krijgt een veel rechtere kant dan met een kort mes, en rechte kanten zijn precies wat je nodig hebt om de stroken klemmend te krijgen.
Wel of geen geventileerde luchtlaag boven de isolatie
Over plat dak isoleren en ventileren lopen de adviezen ver uiteen, en dat is niet zo vreemd, want er zijn twee scholen die allebei ergens gelijk hebben. De oude aanpak van een koud dak was een geventileerde luchtlaag van twee tot drie centimeter tussen de isolatie en het dakbeschot, met openingen in de boeiboord zodat buitenlucht het vocht kon meenemen.
In een schuin dak werkt dat, want daar zorgt warme lucht die opstijgt vanzelf voor een luchtstroom van de goot naar de nok. Bij een plat dak ontbreekt die drijvende kracht volledig. Het vlak is horizontaal en het is door de balken opgedeeld in losse vakken die niet met elkaar in verbinding staan. Zonder aanvoer én afvoer per vak beweegt er niets, en dan heb je alleen een luchtlaag die je isolatiewaarde omlaag haalt.
De artikelen die stellig zeggen dat een luchtspouw achterhaald is, gaan bijna altijd over pannendaken. Dat onderscheid maakt de helft van die stukken niet, wat de verwarring verklaart. Bij het isoleren van een schuin dak ligt de situatie inderdaad anders dan hier.
Voor een plat dak komt het hierop neer. Kun je een spouw echt ventileren, met inlaat en uitlaat aan tegenoverliggende zijden en met doorverbonden balkvakken, dan is dat een beproefde constructie. Lukt dat niet, en dat is meestal zo, dan is de isolatie strak tegen het beschot en een luchtdichte klimaatfolie eronder de verstandigere weg. Fabrikanten van harde schuimplaten adviseren soms wel twee centimeter spouw bij pir, en dan hoort daar een volledig dampdichte binnenafwerking bij en dus geen klimaatfolie.
Ventilatie van de ruimte zelf
De ventilatie die echt telt, zit niet in de constructie maar in de kamer eronder. Hoe droger de binnenlucht, hoe minder damp er de constructie in kan. Een uitbouw met een keuken erin en zonder mechanische afzuiging is een vochtfabriek, en dat merk je pas als je het plafond dichtmaakt.
Zorg dus dat de afzuiging aangesloten en ingeregeld is voordat je de laatste gipsplaat schroeft. Bij een verbouwing waarbij nog gestuukt of gewerkt is met natte materialen, wacht je tot dat bouwvocht eruit is. Anders sluit je een paar honderd liter water in je huis op en gaat dat via je nieuwe plafond de constructie in.
Bijisoleren als er al een laag in het dak zit
Na isoleren van een plat dak dat al een laag heeft is de klus waarbij het het vaakst misloopt. De gedachte is logisch: er ligt vijf centimeter pir boven op het dak, er is nog ruimte tussen de balken, dus daar stop je isolatie bij en je hebt gratis winst. Bouwfysisch is dat vrijwel altijd een verslechtering.
Plat dak dubbel isoleren betekent namelijk dat je het dakbeschot tussen twee dampdichte lagen zet. Boven zit de dakbedekking, onder komt pir met aluminium cachering of een damprem. Wat er dan nog aan vocht in het hout zit of erin komt, kan geen enkele kant meer op, en het beschot droogt nooit meer.
Er is een rekenregel die je kunt hanteren. Zorg dat ruwweg twee derde of meer van de totale isolatiewaarde boven het dampremmende vlak zit, dan blijft dat vlak boven het dauwpunt. Ligt er vijf centimeter pir boven, dan is dat Rd 2,3, en acht centimeter glaswol binnen levert Rd 2,3. Die verhouding van vijftig om vijftig is te riskant. Ligt er veertien centimeter pir boven met Rd 6,4, dan kan acht centimeter wol binnen met Rd 2,3 er wel bij.
Wil je een plat dak extra isoleren en ligt er al een dunne laag, dan is de bovenkant vrijwel altijd het antwoord. Een bestaand pakket wol tussen de balken uit 1978 hoeft er dan niet uit, mits je er boven een pakket op legt dat een stuk dikker is en mits de oude dakbedekking als damprem intact blijft. Een bredere afweging tussen binnen en buiten vind je bij het isoleren van je dak in het algemeen.
Isoleren tegen zomerwarmte werkt anders dan isoleren tegen kou
Een plat dak isoleren tegen warmte is een andere klus dan isoleren tegen kou, ook al gebruik je hetzelfde materiaal. In de winter gaat het om de isolatiewaarde, in de zomer om hoe lang het duurt voordat de warmte van het dakvlak binnen aankomt. Die vertraging heet faseverschuiving en hangt af van de massa van je isolatie, niet van de lambda.
Veertien centimeter pir komt op ongeveer zeven uur uit, zestien centimeter glaswol op ongeveer zesenhalf uur. Zwaardere steenwol haalt rond de negen uur en houtvezel gaat er met tien uur en meer overheen. Zeven uur betekent dat de piekhitte van drie uur 's middags rond tien uur 's avonds binnen aankomt, precies wanneer je het raam open wilt zetten.
Buiten de isolatie zelf helpt alles wat de zon van de dakbedekking houdt. Een lichte of witte dakbedekking scheelt tientallen graden in de oppervlaktetemperatuur, en een laag grind of zonnepanelen op een verhoogde opstelling houden het dakvlak koel doordat ze het afdekken.
Ligt de dakbedekking er nog goed op, dan is een omgekeerd dak een aantrekkelijke tussenoplossing. Je legt drukvaste xps los op het bestaande dak, daaroverheen scheidingsdoek en daarop grind of tegels als ballast. De grote vraag is of je constructie dat gewicht aankan, en dat is precies het punt waarop je een constructeur laat meekijken in plaats van te gokken.
| Maatregel | Wat het doet tegen zomerwarmte | Waar je op moet letten |
|---|---|---|
| Zware isolatie met veel massa | Schuift de warmtepiek uren op naar de avond | Kost meer dikte voor dezelfde isolatiewaarde |
| Witte of lichte dakbedekking | Verlaagt de oppervlaktetemperatuur van het dak sterk | Vervuilt en verliest daarmee een deel van zijn werking |
| Grindlaag op de dakbedekking | Houdt de dakbedekking koeler en beschermt tegen uv | Weegt 50 tot 100 kg per vierkante meter en vertraagt de waterafvoer |
| Zonnepanelen op een verhoogde opstelling | Geeft schaduw op het dakvlak en levert stroom | Ballast en windbelasting vragen een berekening van de constructie |
| Omgekeerd dak met xps en ballast | Haalt de hele hittebelasting van de dakbedekking af | Alleen xps kan hier tegen, ander materiaal zuigt water op |
| Buitenzonwering op het glas eronder | Vaak effectiever dan het dak, want glas laat meer warmte door | Kijk eerst naar het aantal vierkante meters glas op het zuiden |
Meet eerst voordat je duizenden euro's aan het dak besteedt. Hang een thermometer met geheugenfunctie in de ruimte en noteer een zomer lang hoeveel dagen het er warmer wordt dan achtentwintig graden. Bij een handvol dagen per jaar is buitenzonwering op het glas bijna altijd goedkoper en effectiever dan het dak aanpakken.
Zo isoleer je een plat dak van binnenuit
Deze volgorde geldt voor een houten plat dak boven een aanbouw, garage of uitbouw waar de dakbedekking er nog goed op ligt.
-
Maak het plafond open en beoordeel het dakbeschot
Haal de plafondafwerking eruit en kijk wat je aantreft. Meet het houtvocht van het beschot en let op verkleuring, schimmelplekken of hout dat meegeeft onder een schroevendraaier. Is de plafondplaat of de dakbedekking van voor 1994, laat dan eerst onderzoeken of er asbest in zit voordat je gaat slopen, want zachtboard en oude dakbanen uit die periode kunnen asbestvezels bevatten.
-
Kijk waar de isolatieschil moet doorlopen
Schijn met een lamp langs de gevellijn naar binnen. In veel woningen loopt de ruimte boven het plafond gewoon door achter de gevel langs. Zet je isolatie daar minstens een halve meter voorbij door, of isoleer het hele plafond, zodat de schil rondom sluit. Hoe je met de aansluitingen op de rest van de woning omgaat, staat verder uitgewerkt bij de klussen aan dak en zolder.
-
Zorg dat het droog is voordat je iets dichtmaakt
Bouwvocht van vers stucwerk of dekvloer is goed voor honderden liters water. Zet er een bouwdroger in en laat die draaien tot hij nauwelijks nog water opvangt. Sluit tegelijk de mechanische ventilatie aan en zet de verwarming aan. Isoleren in een koud, vochtig huis is de snelste weg naar condens tegen je nieuwe dakbeschot.
-
Breng de isolatie klemmend aan tegen het beschot
Meet de dagmaat per vak, snijd de wol één tot twee centimeter ruimer en druk de stroken tot tegen het dakbeschot. Geen luchtlaag ertussen laten, want die levert niets op en kost isolatiewaarde. Werk van de gevel naar het midden en vul ook de smalle randvakken, want juist daar zitten de koudebruggen.
-
Leg een doorgaande laag onder de balken door
Schroef vier of vijf centimeter pir dwars onder de balken door, of nog een laag wol op regelwerk. De houten balken zijn anders koudebruggen over ruim een achtste van je dakvlak. Deze laag scheelt in de praktijk meer dan de laatste centimeters vulling tussen de balken, en hij maakt het aanbrengen van de folie een stuk makkelijker.
-
Breng de folie aan en maak hem echt luchtdicht
Hang de klimaatfolie dezelfde dag als de isolatie op, want wol die een week open ligt neemt al vocht op. Laat de banen tien centimeter overlappen en tape elke naad. Plak ook elke niet en elke nagel af, en zet de randen langs muren en gevels vast met aansluitlijm in plaats van tape. Druk alles aan met een roller.
-
Timmer af met een installatiespouw
Schroef regelwerk van 22 bij 50 mm onder de folie en hang daar de gipsplaten aan. In die spouw van twee centimeter leg je de elektra en de spots, zodat je de folie nooit meer hoeft door te boren. Doorvoeren die er toch doorheen moeten, werk je af met een manchet en luchtdichte tape.
-
Controleer het resultaat na de eerste winter
Laat één plafondplaat of een luik demontabel, bij voorkeur in het vak dat het verst van de verwarming ligt. Kijk daar in januari of februari met een lamp naar boven en voel of het beschot droog is. Zie je vocht of ijs, dan zit er een luchtlek en kun je dat opzoeken en dichten voordat er schade ontstaat.
Voordat je het plafond dichtmaakt
Uit de praktijk
Veertien centimeter pir aan de binnenkant van een aanbouw
Bij het openhalen van een aanbouw kwam veertien centimeter pir tussen de balken tevoorschijn, aangebracht door een vorige eigenaar. De buitenkant was een paar maanden eerder opnieuw met bitumen bedekt en daar zat geen isolatie in. Op papier is dat precies de opbouw waar iedereen voor waarschuwt: houten beschot met een dampdichte laag erboven en een dampdichte plaat eronder.
Wat hier hielp was kijken in plaats van gokken. Er ging voorzichtig een plaat uit, en boven de pir bleek een spleet van ongeveer vier millimeter te zitten, op sommige plekken minder. Het beschot was droog, kraakhelder en er stond een heel lichte tocht boven de platen. Pir-platen sluiten in de praktijk nooit volmaakt aan, en langs de dakranden bleek genoeg luchtbeweging te zitten om het beetje vocht dat er kwam af te voeren.
Die aanbouw is blijven zitten zoals hij was. Wel is afgesproken dat er over een jaar opnieuw een plaat uit gaat om te controleren. Wie zo'n inspectie wil doen zonder te slopen: boor een gat van tachtig millimeter met een gatenzaag, kijk erin met een spiegeltje en een lamp, en vul het gat daarna met luchtdichte pur en aluminiumtape.
IJs tegen het dakbeschot van een pas geïsoleerd plat dak
Een plat dak van achttien vierkante meter was in de zomer voorzien van epdm, een spaanplaat beschot van achttien millimeter, glaswol tussen de balken en een dampremmende folie eronder. Bij het aftimmeren in november stond er condens op de folie aan de kamerkant. Een kruisje in de folie liet zien wat er echt aan de hand was: tegen het beschot zat een laagje bevroren condens.
Drie dingen werkten hier tegen elkaar. De nieten en nagels waarmee de folie was vastgezet waren niet afgeplakt, dus de folie sloot nergens hermetisch. De stukadoor was net klaar, dus er stond honderden liters bouwvocht in huis. En de ventilatie-unit was nog niet aangesloten terwijl de ruimte op negen tot veertien graden hing.
De aanpak begon met een bouwdroger. Twintig draaiuren leverden ongeveer een derde van een grote speciekuip aan water op, wat meteen duidelijk maakte hoe hoog de luchtvochtigheid was. Daarna is op de kritieke plekken de dampremmende folie vervangen door klimaatfolie, zijn alle nieten en aansluitingen afgeplakt en is er bij de moeilijke details luchtdichte pur gebruikt. De ventilatiebuizen zijn achter de folie langs gelegd in plaats van ervoor, zodat de temperatuurwisselingen van die buizen niet meer aan de koude kant zitten.
Drie dakdekkers, drie adviezen over een aanbouw uit 1978
Een aanbouw uit 1978 met een bitumendak uit 1996 moest een nieuwe dakbedekking krijgen omdat er zonnepanelen op zouden komen. Tussen de balken lag nog een oude wollen deken van minder dan acht centimeter. Drie dakdekkers gaven drie verschillende adviezen: helemaal geen extra isolatie omdat de oude wol er dan uit zou moeten, pir verlijmd boven op de bestaande bitumen, of eerst alle bitumen eraf en dan een nieuwe dampdichte folie onder de pir.
De middelste optie is hier de juiste, en dat heeft alles te maken met verhoudingen. Honderd millimeter aluminium gecacheerde pir boven op de bestaande bitumen levert ruim Rd 4,5, terwijl de oude wol eronder op ongeveer Rd 2,0 zit. Daarmee zit twee derde van de isolatiewaarde boven het dampremmende vlak en blijft dat vlak boven het dauwpunt.
De bestaande bitumen doet in die opbouw het werk van de dampremmende laag, mits hij overal gehecht is en nergens blaast. Een nieuwe folie erop legt daar niets aan toe, en dat prijsverschil kun je beter in dikkere platen steken. Wel moesten de dakranden en de opstanden honderd millimeter omhoog, want het dakvlak komt evenveel hoger te liggen.
Een dunnere isolatierand langs de goot van een garagedak
Een garage die als werkruimte in gebruik zou worden genomen was al flink geïsoleerd: honderd millimeter pir tegen de enkelsteens buitenmuren, veertig millimeter tegen de woningscheidende muur en twintig millimeter onder de vloer. Voor het dak was gekozen voor de buitenkant: grind eraf, tachtig millimeter pir op de bestaande bitumen, epdm erover en het grind weer terug als ballast.
Om de opstanden niet te hoeven verhogen, was het plan om langs de randen een strook van tien tot vijftien centimeter met dertig millimeter pir te leggen in plaats van tachtig. Puur qua isolatiewaarde is dat verlies te verwaarlozen op een heel dakvlak. Het probleem zit elders: in die gootjes en vooral in de hoeken krijg je plooien in de epdm die je er niet uit gestreken krijgt, en met grind erop loopt het water toch al traag weg.
De betere oplossing is de opstanden wel verhogen en het verval met afschotisolatie regelen, zodat het dakvlak in één helling naar de afvoer loopt. Wil je toch een lagere rand, leg dan tegels langs de goot zodat het water sneller wegloopt en breng een noodoverloop in de dakrand aan. Zo'n overloop is er voor het geval de hemelwaterafvoer verstopt raakt en voorkomt dat het water bij de deur naar binnen komt.
Veelgemaakte fouten
De damprem pas dagen na de isolatie aanbrengen
Minerale wol die een week open in het plafond hangt neemt vocht op uit de binnenlucht, zeker in een huis waar nog gewerkt wordt. Sluit je die vochtige wol daarna af met folie, dan zit dat water opgesloten in je constructie. Breng de folie dezelfde dag aan als de isolatie.
Nieten, nagels en randen niet afplakken
Een folie is precies zo goed als zijn slechtste naad. Elke niet is een gaatje en elke onafgeplakte rand langs de gevel is een doorlopende spleet. Lucht die daar langs stroomt draagt veel meer vocht de constructie in dan er ooit door de folie heen diffundeert. Tape alles en druk het aan met een roller.
Pir combineren met klimaatfolie
Klimaatfolie werkt doordat hij in de zomer vocht naar binnen laat terugdrogen. Zit er aluminium gecacheerde pir boven, dan komt er nooit vocht bij die folie en doet hij niets. Kies bij pir bewust voor helemaal dampdicht en tape alle naden met aluminiumtape, of kies voor wol met klimaatfolie eronder.
Boven en onder het beschot allebei dampdicht maken
Isolatie op het dak en later nog eens pir tussen de balken lijkt slim, maar je sluit het houten beschot dan op tussen twee dichte lagen. Wat er aan vocht in zit of in komt kan geen kant meer op, en het hout droogt nooit meer. Houd aan dat minstens twee derde van de isolatiewaarde boven het dampremmende vlak zit.
De isolatie laten ophouden bij de gevel
De ruimte boven het plafond van een aanbouw loopt vaak door achter de gevel langs de woning in. Isoleer je alleen het stuk onder het platte dak, dan blijft die koude ruimte in verbinding met je warme plafond en verplaats je het probleem naar binnen. Zet de isolatie minstens een halve meter door en dicht de aansluiting luchtdicht af.
Een luchtspouw laten die nergens op uitkomt
Twee centimeter lucht boven je isolatie voert alleen vocht af als er per balkvak aanvoer én afvoer van buitenlucht is. In een horizontaal dak met gescheiden vakken beweegt daar niets. Je houdt dan een stilstaande luchtlaag over die je isolatiewaarde omlaag haalt zonder er iets voor terug te geven.
Isoleren terwijl er nog bouwvocht in huis zit
Vers stucwerk en een nieuwe dekvloer geven honderden liters water af. Timmer je in die periode het plafond dicht, dan gaat een deel daarvan rechtstreeks je nieuwe dakconstructie in. Draai eerst een bouwdroger tot hij bijna niets meer opvangt en zet de ventilatie aan voordat je afwerkt.
De dakrand en de opstanden laten zoals ze zijn
Isoleer je van buitenaf, dan komt het dakvlak honderd tot honderdveertig millimeter hoger te liggen. Blijft de boeiboord op de oude hoogte staan, dan is de opstand ineens te laag en loopt het water bij de eerste stortbui achter de dakbedekking langs. Reken op minstens twaalf centimeter opstand boven het nieuwe dakvlak.
Veelgestelde vragen
Kan ik een plat dak isoleren aan de binnenzijde met pir platen?
Dat kan, en het is de manier om in weinig dikte veel isolatiewaarde te halen. Veertien centimeter pir levert ongeveer Rd 6,4 en dat is de nieuwbouwnorm. De voorwaarde is dat je bewust voor dampdicht kiest: alu-gecacheerde platen, alle naden en randen op aluminiumtape en geen klimaatfolie eronder. Bedenk wel dat pir tussen balken nooit perfect aansluit, dus reken op flink wat tape en purwerk langs de balken.
Hoe voorkom ik condens bij het isoleren van een plat dak aan de binnenzijde?
Condens ontstaat vrijwel altijd door lucht die langs de folie omhoog lekt, niet door damp die er dwars doorheen gaat. Sluit daarom alles af: naden met tape, nieten en nagels stuk voor stuk, randen langs muren met aansluitlijm in plaats van tape. Gebruik klimaatfolie in plaats van pe-folie, zodat vocht dat er toch in komt in de zomer naar binnen kan terugdrogen. Zorg daarnaast dat de ruimte eronder goed geventileerd wordt en dat er geen bouwvocht meer in huis staat.
Hoe kan ik een plat dak van binnenuit isoleren met pir platen zonder de constructie te beschadigen?
Werk in twee lagen. Zet eerst platen klemmend tussen de balken tot tegen het dakbeschot en vul de kieren langs de balken met luchtdichte pur. Leg daarna een doorgaande laag van vier of vijf centimeter dwars onder de balken door en tape die naden af met aluminiumtape. Die tweede laag haalt de koudebrug van de balken weg en maakt van je isolatie één gesloten vlak. Timmer af met een installatiespouw, zodat je later nooit door de dampdichte laag hoeft te boren voor elektra.
Kan ik een bitumen dak isoleren aan de buitenzijde zonder de bitumen eraf te halen?
Ja, en dat is meestal ook de beste keuze. Een bitumenlaag die strak ligt, droog is en overal gehecht zit, is dampdichter dan elke folie die je ervoor in de plaats zou leggen. Je verlijmt de pir-platen er rechtstreeks op en werkt af met epdm of nieuw bitumen. Controleer eerst wel op blazen en losse naden: die snijd je kruislings open, laat je drogen en plak je terug. Voelt de laag ergens nat aan of veert het beschot door, dan moet alles er alsnog af.
Kan ik mijn plat dak dubbel isoleren voor een hogere waarde?
Technisch kan het, maar het gaat vaak mis. Zodra er boven én onder het houten dakbeschot een dampdichte laag zit, kan het hout naar geen enkele kant meer drogen. Houd als vuistregel aan dat minstens twee derde van de totale isolatiewaarde boven het dampremmende vlak zit. Vijf centimeter pir boven met acht centimeter wol binnen is een verhouding van vijftig om vijftig en dus te riskant. Veertien centimeter pir boven met acht centimeter wol binnen kan wel.
Wat levert na isoleren van een plat dak op en wat kost het?
Van een ongeïsoleerd dak naar Rc 6,3 scheelt in de praktijk het meest van alle isolatiemaatregelen, omdat warmte nu eenmaal omhoog gaat. Voor materiaal reken je van binnenuit op ongeveer 25 tot 45 euro per vierkante meter, inclusief isolatie, folie, tape, regelwerk en gipsplaten. Van buitenaf zit je met nieuwe dakbedekking erbij eerder op 70 tot 110 euro per vierkante meter. Daar staat tegenover dat je bij de buitenroute meteen een dak hebt dat weer decennia meegaat.
Isoleert grind op een plat dak?
Nauwelijks. Grind heeft een hoge warmtegeleiding en een laag van vijf centimeter levert je in de winter vrijwel niets aan isolatiewaarde op. Waar het wel voor dient is ballast tegen windbelasting, bescherming van de dakbedekking tegen uv-straling en een merkbaar koeler dakoppervlak in de zomer. Houd er rekening mee dat grind 50 tot 100 kilo per vierkante meter weegt en dat het de afvoer van regenwater vertraagt.
Moet ik bij plat dak isoleren ook ventileren tussen de isolatie en het dakbeschot?
Alleen als je die spouw echt kunt ventileren, met aanvoer en afvoer van buitenlucht aan tegenoverliggende zijden en met balkvakken die onderling doorverbonden zijn. In een horizontaal dakvlak ontbreekt de opwaartse luchtstroom die een schuin dak wel heeft, dus in de praktijk lukt dat zelden. Lukt het niet, druk de isolatie dan tot tegen het beschot en zorg voor een luchtdichte klimaatfolie aan de warme kant. Een stilstaande luchtlaag kost isolatiewaarde en levert niets op.
Hoe isoleer ik een betonnen plat dak?
Bij voorkeur van buitenaf. Je reinigt de betonvloer, legt er een dampremmende laag op, daarop de isolatieplaten en daaroverheen de waterdichte laag. Die damprem is nodig omdat beton dampopener is dan mensen denken en bouwvocht jarenlang kan blijven afgeven. Van binnenuit mag ook, want beton kan niet rotten, maar dan verlies je de massa van het beton als buffer tegen zomerwarmte en heb je alsnog een luchtdichte damprem aan de warme kant nodig.
Kan ik mijn plat dak extra isoleren als er al een dunne laag ligt?
Dat kan, en de bovenkant is dan bijna altijd de plek. Een bestaande wollen deken tussen de balken hoeft er niet uit, zolang je er boven een pakket op legt dat duidelijk dikker is en de bestaande dakbedekking als dampremmende laag intact blijft. Op die manier ligt het grootste deel van de isolatiewaarde boven het dampremmende vlak en blijft dat vlak warm. Het omgekeerde, dus extra isolatie aan de binnenkant bij een dak dat al van buiten geïsoleerd is, levert weinig op en verhoogt het risico juist.
Helpt plat dak isoleren tegen warmte in de zomer?
Ja, maar niet alle materialen even goed. Voor zomerwarmte telt de faseverschuiving, de tijd die de warmte nodig heeft om door de isolatie te komen, en die hangt vooral af van massa. Veertien centimeter pir zit rond de zeven uur, zestien centimeter glaswol rond zesenhalf uur, zwaardere steenwol rond negen uur en houtvezel gaat daar met tien uur en meer overheen. Kijk daarnaast naar het glasoppervlak: buitenzonwering op een groot raam op het zuiden levert vaak meer op dan het dak.
Werkt plat dak na isoleren aan de binnenkant ook bij een uitbouw die aan de woning vastzit?
Dat werkt, maar alleen als je de isolatieschil laat doorlopen. In veel woningen loopt de ruimte boven het verlaagde plafond gewoon achter de gevel langs verder het huis in. Isoleer je alleen het deel onder het platte dak, dan blijft die koude zone in open verbinding met je warme plafond en condenseert het vocht daar. Zet de isolatie minstens een halve meter voorbij de gevellijn door, of isoleer het hele plafond, en dicht de aansluiting op de gevel luchtdicht af.
Wanneer je beter een vakman belt
Van binnenuit isoleren is echt zelf te doen. Het is meetwerk, snijwerk en heel veel geduld met tape, en niemand doet dat zorgvuldiger dan iemand die er zelf onder gaat slapen. Voor de rest van de klussen boven je hoofd vind je bij alles rond dak en zolder waar je verder aan kunt beginnen. Er zijn wel vier momenten waarop je moet stoppen.
Het eerste is asbest. Zachtboard plafondplaten, oude dakbanen en dakbeplating van voor 1994 kunnen asbestvezels bevatten. Ga je dat slopen, dan laat je eerst een inventarisatie doen, en de sanering doet een gecertificeerd bedrijf. Zaag of breek nooit in materiaal waarvan je het niet zeker weet.
Het tweede is de draagconstructie. Grind, tegels of zonnepanelen op een plat dak betekenen vijftig tot honderd kilo per vierkante meter erbij, plus windbelasting. Of jouw balklaag dat aankan is een berekening en geen inschatting. Datzelfde geldt als je een lichtstraat of dakraam in het vlak wilt zetten en er een balk voor moet worden onderbroken.
Het derde is werken op hoogte. Een dak op de eerste verdieping isoleren van buitenaf betekent sjouwen met platen die de wind pakken, langs een rand zonder beveiliging. Dat is werk voor een dakdekker met eigen steigermateriaal, en dat kost minder dan een val.
Het vierde zijn de leidingen die je boven het plafond tegenkomt. Ligt er een gasleiding in de constructie die verlegd moet worden, dan is dat werk voor een erkend installateur, zonder uitzondering. Moet er een groep bij in de meterkast voor je nieuwe spots, dan laat je het werk achter de hoofdzekering aan een elektricien over en beperk je je tot de bedrading in de installatiespouw.