Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Airco zelf installeren: wat mag en wat je beter uitbesteedt

13 minuten lezen Warmtepomp, airco & kachel Bijgewerkt 14 augustus 2026
diy-gids.nl VERWARMING & CV Airco zelf installeren

Een split airco met open koudemiddelleidingen mag je in Nederland niet zelf aansluiten, want voor werk aan zo'n circuit is een F-gassencertificaat nodig. Het voorwerk mag je wel volledig zelf doen, en juist dat voorwerk bepaalt of de installatie stil, droog en zuinig draait. Een monoblock of een voorgevulde set met snelkoppelingen kun je meestal wel van begin tot eind zelf plaatsen, mits je de leidingen niet inkort en de koppeling in één keer goed aandraait.

13 minuten

Dit heb je nodig

Een dag voor het voorwerk, een dagdeel voor het aansluiten Voorwerk goed zelf te doen, koudemiddelwerk niet Naast het toestel vooral beugels, doorvoer, isolatie en condensafvoer

Gereedschap

  • Boorhamer met kernboor van 65 mm en een lange centreerboor
  • Waterpas van 60 cm en bij voorkeur een kruislijnlaser
  • Momentsleutel met bereik van ongeveer 10 tot 80 Nm
  • Twee steeksleutels, om tegen te houden bij het aandraaien
  • Pijpsnijder en een ontbramer voor koperbuis
  • Excentrische flaretang met houder
  • Buigveer of buigtang voor 6,35 en 9,52 mm koper
  • Inbussleutels van 4 en 5 mm voor de afsluiters
  • Vacuümpomp met manifold en 5/16 aansluiting, plus een vacuümmeter
  • Lekzoekspray of een zeepsopflacon

Materiaal

  • Leidingset koper met flare-wartels, of een voorgevulde set op maat
  • Leidingisolatie van 9 mm binnen en 13 mm buiten
  • Uv-bestendige omwikkeltape of een kunststof leidinggoot
  • Muurdoorvoerhuls met een kap of rozet aan de buitenzijde
  • Condensslang met voldoende afschot, eventueel een condenspomp
  • Muurbeugels of een grondconsole met trillingdempers
  • Pluggen of keilbouten die bij de muursoort passen
  • Aansluitkabel van 4 of 5 x 1,5 mm² geschikt voor buiten
  • Een druppel koudemachine-olie voor de flare-verbindingen

Wat je zelf mag aansluiten en waar de grens ligt

Een airco werkt met koudemiddel, tegenwoordig meestal R32 en bij oudere toestellen R410A. Dat zijn gefluoreerde broeikasgassen, en werk aan een circuit dat je moet openen, vacumeren en vullen is in Europa voorbehouden aan mensen met een F-gassencertificaat die werken vanuit een gecertificeerd bedrijf. Dat is geen gewoonte maar regelgeving, en het is de reden dat je een klassieke split unit niet legaal zelf afmaakt. Hoe dit past in de rest van je warmteplan lees je op onze pagina over verwarmen met een warmtepomp, airco of kachel.

Wat wel mag is bijna al het andere: de plek bepalen, de beugels monteren, de kernboring maken, de leidingen trekken, de condensafvoer aanleggen en de bedrading klaarleggen. Een installateur die alleen nog hoeft aan te sluiten, te vacumeren en te testen is meestal een stuk sneller klaar.

Er is één categorie die er tussenin zit: de voorgevulde split airco met snelkoppelingen. De leidingset komt op vaste lengte, gevuld af fabriek, en de koppeling gaat pas open op het moment dat je hem aandraait. Leveranciers presenteren zo'n set als een gesloten systeem waar je zelf aan mag werken. Vraag dat bij de aanschaf schriftelijk na, want de uitleg verschilt per aanbieder en jij bent degene die het toestel in huis hangt.

Type aircoWat er bij de installatie gebeurtZelf te doenWaar je op let
Mobiele airco met slangAlles zit in één kast, er komt geen leidingwerk aan te pasJa, volledigStaat of valt met de afdichting van het raam of de deur
Monoblock aan de gevelTwee kernboringen door de muur, het koudemiddel blijft in het toestelJa, volledigBoringen van ongeveer 160 mm, de gevel moet daar de ruimte voor hebben
Voorgevulde split met snelkoppelingenDe koppeling doorprikt bij het aandraaien de afdichting van de leidingsetMeestal wel, mits de leverancier dat bevestigtNiet inkorten en niet losdraaien, de koppeling is doorgaans eenmalig
Split unit met open flare-leidingenFlares maken, afpersen, vacumeren en de afsluiters openenNee, hier is een certificaat voor nodigHet hele voorwerk mag je wel zelf doen
Multisplit met meerdere binnenunitsMeer leidingsets, langere trajecten en bijvullen van koudemiddelNeeDe vulling loopt met de leidinglengte snel op, dat rekent de installateur uit
Bestaande airco verplaatsenHet koudemiddel moet eerst worden afgezogen en later teruggebrachtNeeAfblazen in de buitenlucht is verboden en kost je de vulling

Koudemiddel laat je nooit ontsnappen. Het bewust afblazen van F-gassen is verboden. R32 is bovendien licht brandbaar, en fabrikanten geven per model een minimale ruimtegrootte op die bij de vulling hoort. Bij een kleine slaapkamer of een technische kast is dat geen formaliteit maar een echte beperking: kijk in de handleiding voordat je de binnenunit daar plant.

De plek van de binnenunit en de buitenunit bepalen

De montageplek bepaalt meer van het eindresultaat dan het merk van het toestel. Een binnenunit hangt bij voorkeur hoog aan een wand, met vrije ruimte boven en opzij, en met de uitblaas over de lengte van de ruimte in plaats van pal tegen een kastwand. Blaas niet recht op een bed of een bureaustoel, want koude lucht van dichtbij voelt als tocht en dan zet je het toestel uit precies wanneer je het nodig hebt.

Achter de binnenunit moet ruimte zijn voor de doorvoer, en die doorvoer loopt met afschot naar buiten. Houd de wand vrij van een schoorsteenkanaal, een rookgasafvoer of leidingwerk. Vervangt de airco een kachel, dan komt vaak meteen de vraag op wat er met het oude kanaal gebeurt; een schoorsteen weghalen is een aparte klus met eigen constructieve haken en ogen.

Voor de buitenunit tellen drie dingen: vrije lucht, geluid en bereikbaarheid. Een unit in een dichte omkasting zuigt zijn eigen uitgeblazen lucht weer aan en verliest meteen rendement. Voor woningen geldt in de bouwregelgeving een geluidsgrens van veertig decibel op de perceelgrens voor buiten opgestelde installaties voor warmte of koude. Hang de unit daarom niet zomaar op de erfgrens onder het slaapkamerraam van de buren, en vraag bij een appartement eerst toestemming aan de vereniging van eigenaren. In een beschermd stadsgezicht of aan een monument is een gevelunit vrijwel altijd vergunningplichtig, dus vraag dat na bij de gemeente voordat je gaat boren.

OnderdeelWat gangbaar isWaarom die maat
Vrije ruimte boven de binnenunit10 tot 15 cmDe unit zuigt bovenlangs aan en gaat anders zijn eigen lucht rondpompen
Hoogte van de binnenunitOngeveer 2,2 tot 2,3 m boven de vloerHoog genoeg voor een goede worp, laag genoeg om filters te kunnen uitnemen
Vrije ruimte voor de uitblaas van de buitenunit50 cm tot 1 mZonder die ruimte zuigt de unit zijn eigen lucht terug aan
Achterzijde buitenunit tot de gevel10 tot 30 cmDe lamellen moeten lucht kunnen aanzuigen en je moet erlangs kunnen reinigen
Kernboring door de muur65 mm, bij dikke isolatiepakketten soms 70 of 80 mmLeiding, kabel en condensslang moeten er samen doorheen
Afschot van de doorvoer5 tot 10 mm over de wanddikte, naar buiten aflopendRegen en condens lopen dan naar buiten in plaats van de kamer in
Afschot van de condensafvoerMinimaal 1 cm per meter, zonder tegenhellingEen enkele lus omlaag en weer omhoog vult zich en loopt over
Leidinglengte af fabriek gevuldVaak 3 tot 5 m, daarboven bijvullenBoven die lengte hoort er koudemiddel bij, en dat is werk voor de installateur
Maximale leidinglengte enkelsplitVaak 15 tot 25 m volgens de handleidingLangere trajecten geven drukverlies en olieretourproblemen
Kleinste bochtstraal van de koperleidingOngeveer tien keer de buisdiameterKrapper knikt de buis, en een geknikte leiding gooit de doorstroming dicht

Hang de montageplaat van de binnenunit los tegen de wand en teken de boorgaten pas af als je met een lange schroevendraaier door het gat van de doorvoer voelt waar je aan de buitenzijde uitkomt. Een kernboring van 65 mm die net op een regenpijp of een gevelbeugel uitkomt, is een dure fout die je met vijf minuten controle voorkomt.

Bevestiging van de buitenunit per muursoort

Een buitenunit van een gewone kamerairco weegt al snel tussen de dertig en vijftig kilo, en hij trilt. Dat betekent dat de bevestiging niet alleen het gewicht moet dragen maar ook een wisselende belasting. De muursoort bepaalt daarbij welke plug en welke boormethode werken, en de grootste vergissing is boren met klopstand in materiaal dat daar niet tegen kan.

Kijk naar de kleur van het boorstof als je twijfelt aan de muursoort. Grijs en fijn wijst op beton, wit en zanderig op kalkzandsteen, rood op baksteen. Zakt de boor ineens door, dan zit je in een holle steen of in een spouw en moet je van bevestigingsmethode wisselen. Bij een spouwmuur draagt het buitenblad meestal niet genoeg voor een trillende unit; dan is een grondconsole op tegels of op een betontegel de nettere oplossing.

Zet de unit altijd op rubber trillingdempers en stel hem waterpas, met hooguit een fractie afschot naar de kant waar het condenswater eruit hoort te lopen. Een unit die scheef hangt laat condens langs de behuizing naar de gevel lopen, en dat geeft in de winter ijs op de stoep en groene aanslag op het metselwerk.

MuursoortZo herken je hemBevestiging die pastBoren
BetonKeihard, grijs en fijn boorstof, de boor loopt zwaarKeilbout of een zware nylon plugSteenboor met hamerfunctie, 8 of 10 mm
KalkzandsteenLichtgrijs tot wit, glad breukvlak, wit zanderig boorstofNylon plug met voldoende inbouwdiepteBoren zonder klopstand, anders breekt het gat uit
BaksteenRood tot bruin boorstof, de steen is harder dan de voegNylon plug, altijd in de steen en niet in de voegSteenboor met hamerfunctie, 8 mm
GasbetonLichtgrijs, opvallend licht van gewicht, kruimeltGasbetonplug of chemisch anker, liever een grondconsoleHoutboor zonder hamerfunctie
Holle steenKlinkt hol, de boor zakt ineens door in een holteChemisch anker met zeefhulsZonder klopstand, anders breekt de wand van binnen uit
Spouwmuur met dun buitenbladBuitenblad van een halfsteens dikte voor een luchtspouwGrondconsole, of doorankeren naar het binnenbladAlleen boren als je zeker weet wat er achter zit
Houtskeletbouw of gevelbekledingKlinkt hol, achter de plaat zitten stijlen op vaste afstandDoor de bekleding heen in het hart van de stijl schroevenVoorboren op ongeveer zeventig procent van de kerndiameter

Werken op hoogte is een aparte afweging. Een buitenunit op een verdiepingsgevel hang je niet vanaf een ladder met een unit in je armen. Daar hoort een rolsteiger of een hoogwerker bij, en meestal ook een tweede persoon. Kun je niet met beide voeten stabiel staan terwijl je de unit optilt, dan is dit het moment om te stoppen en te bellen.

Muurdoorvoer, condensafvoer en de afwerking buiten

De doorvoer is het punt waar de meeste latere ellende ontstaat. Boor van binnen naar buiten met de kernboor iets omlaag gericht, zodat het gat naar buiten afloopt. Boor je vanaf de buitenzijde, dan breekt de binnenzijde vrijwel altijd uit en heb je een gerafeld gat achter je binnenunit dat je niet meer netjes weggewerkt krijgt.

Zet in het gat een kunststof doorvoerhuls. Die voorkomt dat het isolatiemateriaal langs de scherpe rand van de boring schuurt en houdt het gat rond als er ooit iets uit moet. Aan de buitenzijde werk je af met een rozet of een kap, en de kier eromheen dicht je met een blijvend elastische gevelkit. Vul die kier van onderaf niet volledig dicht, zodat eventueel water dat toch achter de afdekking komt naar buiten kan wegdruppelen.

Condens is bij koelen geen bijzaak. Een binnenunit die op een warme, vochtige dag draait levert een halve tot ruim een liter water per uur, en dat moet ergens naartoe. De slang loopt met blijvend afschot naar een afvoer of naar de tuin, nooit met een lus waar water in blijft staan. Kun je geen afschot maken, dan is een condenspomp de oplossing; die zit in of onder de binnenunit en heeft een eigen opvoerhoogte die de fabrikant opgeeft. Bij verwarmen draait het om: dan produceert de buitenunit het condenswater tijdens het ontdooien, en dat wil je niet op een looppad hebben waar het bevriest.

Zoek je een oplossing voor de zomer zonder gevelwerk, dan is een mobiel toestel met een goede zelfgemaakte raamafdichting voor de airco vaak realistischer dan het lijkt. Het rendement blijft lager dan bij een split, maar een slecht afgedicht raam kost je meer dan het verschil tussen de toestellen.

Leidingen trekken, isoleren en flares maken

De koperleiding komt bij een kamerairco meestal in twee maten: 6,35 mm voor de vloeistofleiding en 9,52 mm voor de gasleiding. Bij grotere units wordt de gasleiding 12,7 mm. Zachte gegloeide buis buig je met een buigveer of een buigtang, nooit over je knie, want een knik in de vloeistofleiding smoort de doorstroming en die haal je er niet meer uit.

Kort af met een pijpsnijder en niet met een ijzerzaag. Ontbraam het uiteinde met de buis naar beneden gericht, zodat de koperkrullen eruit vallen in plaats van in de leiding. Eén snipper koper die door het systeem meeloopt kan het expansieventiel dichtzetten. Schuif de wartel op de buis voordat je de flare maakt, want die vergissing kost je de hele flare opnieuw.

De flare zelf maak je met een excentrische flaretang. Laat de buis ongeveer een millimeter boven de klem uitsteken en draai rustig door tot de trompet gevormd is. De rand moet gelijkmatig van dikte zijn, zonder scheurtjes of ribbels. Een druppel koudemachine-olie op het afdichtvlak laat de wartel gelijkmatig aantrekken. Draai daarna aan met een momentsleutel en houd met een tweede sleutel tegen op het afsluiterhuis, anders verdraai je de afsluiter mee en heb je een lek op een plek waar je niet bij kunt.

Isoleer beide leidingen apart over de volle lengte, dus ook de dunne vloeistofleiding. Trek je ze samen in één isolatiekous, dan wisselen ze warmte uit en verlies je vermogen, en op de koude leiding slaat condens neer die langs de wand naar beneden loopt. Buiten wikkel je de isolatie af met uv-bestendige tape of leg je de bundel in een kunststof goot, want gewone rubberisolatie in de zon verkruimelt binnen een paar jaar.

LeidingmaatIn inchesAandraaimoment als richtwaardeWaar hij meestal voor dient
6,35 mm1/414 tot 18 NmVloeistofleiding bij vrijwel elke kamerairco
9,52 mm3/833 tot 42 NmGasleiding bij units tot ongeveer 3,5 kW
12,7 mm1/250 tot 62 NmGasleiding bij units vanaf ongeveer 5 kW
15,88 mm5/863 tot 78 NmGasleiding bij grotere of langere systemen
Servicepoort R32 en R410A5/16Dop handvast plus een kwartslagHierop sluit de manifold aan, een 1/4 slang past niet
Afsluiterkappen buitenunitModel afhankelijk20 tot 25 NmDe kap is de tweede afdichting en hoort er echt strak op

Neem de momenten uit de handleiding van jouw toestel als die afwijken van de richtwaarden hierboven. Fabrikanten geven per model een tabel, en de verschillen tussen merken zijn klein maar bestaan wel. Zonder momentsleutel gaat het bijna altijd mis: te los lekt, en te vast walst de flare plat waardoor hij binnen een jaar alsnog gaat lekken.

Vacumeren is de stap die het systeem maakt of breekt

Bij een klassieke split zit er lucht en vocht in de leidingen die je zojuist hebt aangesloten. Dat moet eruit voordat het koudemiddel erin mag, en dat gebeurt met een vacuümpomp op de servicepoort. Deze handeling hoort bij het gecertificeerde deel van het werk, maar je wilt weten wat er gebeurt zodat je kunt zien of het goed gedaan is.

De olie in een moderne compressor is een POE-olie en die trekt water aan uit de lucht. Blijft er vocht in het systeem, dan vormt zich met de olie zuur, en dat zuur vreet langzaam aan de wikkelingen van de compressormotor. Het toestel draait de eerste zomer nog prima en begeeft het daarna. Vocht kan bovendien bevriezen in het expansieventiel, waarna de airco met tussenpozen ophoudt met koelen.

Een fatsoenlijke vacuümprocedure trekt het systeem omlaag tot ver onder een millibar en houdt dat een half uur vol bij korte leidinglengtes. Daarna sluit de installateur de manifold af en kijkt hij tien tot vijftien minuten of de druk blijft staan. Loopt de druk op, dan zit er nog vocht in of is er een lek, en dan mag het koudemiddel er niet in. Pas als de vacuümmeter stilstaat gaan de afsluiters met een inbussleutel open.

Er is één methode die je regelmatig ziet en die je moet weigeren: het systeem doorblazen met koudemiddel om de lucht eruit te duwen. Dat is verspilling van F-gas, het is verboden en het haalt het vocht er niet uit. Een lekcontrole vooraf gaat met droge stikstof onder druk, niet met het koudemiddel zelf.

De voorgevulde split airco met snelkoppelingen

Bij een voorgevulde split airco komt de leidingset op vaste lengte uit de doos, gevuld en afgesloten. De koppelingen aan de units openen pas op het moment dat je ze aandraait: er zit een pen of een mes in dat de afdichting doorsteekt. Dat is precies waarom deze sets bestaan, en ook waarom ze weinig vergeving kennen.

Kies de lengte vooraf goed, want inkorten kan niet. De leidingset is gevuld, dus doorknippen betekent dat de vulling eruit loopt en dat de set naar de recycling gaat. Houd overtollige lengte in een ruime, liggende lus achter of naast de buitenunit, met een bochtstraal van ruwweg tien keer de buisdiameter. Rol de lus niet strak op en leg hem niet in de volle zon boven op de behuizing.

Bij het aandraaien tel je op twee dingen. Draai de koppeling in één doorgaande beweging vast tot het opgegeven moment, met een tweede sleutel tegenhoudend op de afsluiter. Een koppeling die halverwege blijft steken heeft de afdichting maar deels doorgestoken, waardoor er te weinig koudemiddel doorstroomt en de airco lauw blaast zonder dat er een foutmelding komt. En losdraaien om het over te doen is geen optie, want dan blaas je de vulling eruit.

Controleer na het aandraaien elke verbinding met lekzoekspray of zeepsop, ook de afsluiterkappen. Blaasjes betekent lek, en dan bel je alsnog. Wat je bij dit type wint aan gemak, verlies je in speelruimte: elke verbinding is er in principe één keer.

Elektra: de groep, de kabel en de verbinding tussen de units

Een kamerairco draait op 230 V. Kleine toestellen sluit je vaak gewoon op een bestaande wandcontactdoos aan, maar een aparte groep in de meterkast is netter zodra de airco ook verwarmt. Dan draait hij lange perioden achtereen en wil je hem niet delen met een groep waar ook een waterkoker en een magnetron aan hangen. De groep hoort achter een aardlekschakelaar van 30 mA.

Tussen binnen- en buitenunit loopt een verbindingskabel, meestal vier of vijf aders van 1,5 mm², in een uitvoering die tegen buitenlucht kan. Die aders zijn genummerd en dat is geen decoratie: naast fase, nul en aarde zit er een communicatieader tussen die de units gebruiken om vermogen en ventilatorstand af te stemmen. Verwissel je twee aders, dan komt er direct een foutcode op het display in plaats van een systeem dat toevallig toch draait. Sluit klem één op klem één aan, en zet de aardleiding altijd op de daarvoor gemarkeerde klem, ook als het toestel zonder aarde ogenschijnlijk gewoon start.

Voor de doorvoer van de kabel door de gevel gelden dezelfde regels als bij het doorvoeren van bekabeling voor een videodeurbel: boor met afschot naar buiten, gebruik een huls en dicht de kier af met gevelkit. Werk in de meterkast blijft aan de veilige kant van de hoofdzekering. Moet er een groep bij op een verdeler die vol zit, of moet de hoofdaansluiting worden aangepast, dan is dat werk voor een installateur.

Zie je bij het proefdraaien een code op het display, dan zoek je die eerst op voordat je gaat sleutelen. Onze opzoekhulp voor storingscodes per merk laat zien wat een code betekent en of het iets is waar je zelf iets mee kunt.

Blijf uit de meterkast achter de hoofdzekering. Een nieuwe groep bijplaatsen op een bestaande verdeler mag je bij voldoende kennis zelf doen met de spanning eraf, maar alles vóór de hoofdzekering en alles wat de aansluiting van de netbeheerder raakt is verboden terrein. Bij twijfel over de belastbaarheid van je installatie laat je een installateur meekijken.

Proefdraaien, inregelen en het onderhoud daarna

Bij de eerste start controleer je eerst of beide afsluiters op de buitenunit helemaal open staan. Een halfopen afsluiter is de meest voorkomende reden dat een net geplaatste airco nauwelijks koelt. Laat het toestel daarna een kwartier in koelbedrijf draaien en meet het verschil tussen de aangezogen en de uitgeblazen lucht: acht tot twaalf graden verschil is normaal bij een stabiel draaiend toestel. Blijft dat verschil onder de vijf graden, dan klopt er iets niet aan de vulling of aan de doorstroming.

Zet daarna een verwarmingsronde aan, ook in de zomer. Je wilt weten of het vierwegventiel schakelt en of het condenswater aan de buitenzijde de goede kant op loopt. Bij vorst gaat de buitenunit periodiek ontdooien; hij stopt dan met blazen en dampt na. Dat is normaal gedrag en geen mankement.

Voor het onderhoud daarna geldt de simpelste regel van allemaal: schone filters. Een dichtgeslibd filter kost direct vermogen en laat de verdamper bevriezen, en het is de oorzaak van het merendeel van de klachten over slecht koelen. Hoe je de filters, de lamellen en de condensbak aanpakt staat in onze uitleg over het schoonmaken van een airco. Een verplichte jaarlijkse lekcontrole geldt pas boven een bepaalde hoeveelheid koudemiddel, uitgedrukt in CO2-equivalent, en een enkele kamerairco zit daar ruim onder.

Ga je de airco inzetten als hoofdverwarming, houd dan de cv-installatie in bedrijf voor de koudste dagen. Loop voor die overgang even de controle van de waterdruk in je cv-installatie na, want een ketel die maandenlang stilstaat blijkt bij de eerste koude nacht regelmatig te ver weggezakt te zijn.

Waar een airco het niet redt en wat er dan bij komt

Een airco verwarmt met warmte uit de buitenlucht, en dat werkt tot ver onder nul. Wat er gebeurt naarmate het kouder wordt, is dat het vermogen zakt terwijl de warmtevraag stijgt. Bij een matig geïsoleerd huis komen die twee lijnen elkaar op een gegeven moment niet meer tegen, en dan wordt het binnen niet warm ondanks een toestel dat continu draait.

Daar zit ook de reden dat de plaatsing per ruimte telt. Eén binnenunit in de woonkamer verwarmt de slaapkamers niet, want warme lucht gaat niet vanzelf door een dichte deur. Het gangbare beeld dat de airco de cv volledig vervangt, klopt dus vooral bij een goed geïsoleerde woning met een open plattegrond.

Zoek je een tweede warmtebron met sfeer erbij, dan komen al snel houtgestookte toestellen in beeld. Of dat kan hangt af van de afvoermogelijkheden, en een houtkachel plaatsen zonder bestaande schoorsteen vraagt meer voorbereiding dan de meeste mensen verwachten. Een breder overzicht van de mogelijkheden per woning staat op onze pagina over verwarming en cv-installaties.

Kijk bij zo'n afweging ook naar de gevel zelf. Isolatie en kierdichting verlagen de warmtevraag op elk uur van het jaar, terwijl een groter toestel alleen helpt op de dagen dat het echt koud is. Een airco die op een kleiner vermogen langer doordraait, is stiller en zuiniger dan een groot toestel dat aan en uit klapt.

Zo pak je de installatie van een split airco aan

Deze volgorde geldt voor een enkele split unit, waarbij het koudemiddelwerk aan het eind van de rit door een gecertificeerd installateur wordt gedaan of, bij een voorgevulde set, met snelkoppelingen gaat.

  1. Bepaal beide posities en meet het traject uit

    Kies de wand voor de binnenunit en de plek voor de buitenunit, en meet daarna het leidingtraject inclusief bochten op. Die lengte bepaalt of je binnen de fabrieksvulling blijft en, bij een voorgevulde set, welke lengte je bestelt. Meet ruim, want een set die net te kort is kun je niet verlengen.

  2. Monteer de montageplaat van de binnenunit waterpas

    Schroef de plaat met pluggen die bij de muursoort horen en stel hem waterpas, of met een fractie afschot naar de kant van de condensafvoer. Een plaat die een halve graad de verkeerde kant op staat, laat de condensbak binnen een week overlopen langs de zijkant van de unit.

  3. Boor de kernboring van binnen naar buiten

    Boor met een kernboor van 65 mm, met de boor licht omlaag gericht zodat het gat naar buiten afloopt. Controleer eerst met een lange boor of centreerboor waar je aan de buitenzijde uitkomt. Zet daarna een kunststof huls in het gat, zodat de isolatie niet langs de scherpe rand schuurt.

  4. Zet de buitenunit vast op beugels of een console

    Bevestig de beugels of console volgens de muursoort en plaats de unit op rubber trillingdempers. Stel hem waterpas en zorg dat de uitblaas vrij ligt. Op een verdiepingsgevel of boven twee meter werk je vanaf een rolsteiger en met een tweede persoon, niet vanaf een ladder.

  5. Voer leidingen, kabel en condensslang door

    Bundel de geïsoleerde leidingen, de verbindingskabel en de condensslang en schuif ze samen door de doorvoer. Houd de condensslang onderin de bundel met blijvend afschot naar buiten. Buig het koper met een buigveer en houd de bochtstraal ruim, zeker bij de dunne vloeistofleiding.

  6. Sluit de aders aan op nummer

    Sluit de verbindingskabel aan volgens het schema in de handleiding en houd de nummering aan beide zijden gelijk. De aardleiding gaat op de daarvoor gemarkeerde klem. Trek de kabelwartels aan zodat er geen trekbelasting op de klemmen komt te staan.

  7. Maak de koudemiddelverbindingen

    Bij een voorgevulde set draai je de snelkoppelingen in één beweging aan tot het opgegeven moment, met een tweede sleutel tegenhoudend. Bij open leidingen maakt de installateur de flares, perst het systeem af met droge stikstof en vacumeert het daarna. Dat laatste deel is certificaatgebonden werk en hoort niet bij jouw gereedschapskist.

  8. Open de afsluiters, lek zoeken en proefdraaien

    De afsluiters gaan met een inbussleutel volledig open, en pas daarna spuit je elke verbinding in met lekzoekspray. Laat het toestel een kwartier koelen en meet het temperatuurverschil tussen aanzuig en uitblaas. Test daarna ook het verwarmingsbedrijf, zodat je weet dat het vierwegventiel schakelt.

Storingzoeker

Kies het merk, vul de code in en zie wat er aan de hand is, wat je zelf kunt doen en wanneer je moet bellen. Bekijk alle gegevens

MerkCodeWat er aan de hand isWat je zelf kunt doenBellen of niet
Intergas1De ketel wordt te warm, de aanvoertemperatuur loopt te hoog opControleer de waterdruk en ontlucht de radiatoren. Te weinig water of lucht in de installatie is de gewone oorzaak.Blijft hij terugkomen: monteur
Intergas2Storing in de aanvoer- of retoursensorReset de ketel een keer. Herhaalt de code zich, dan is de sensor of de bedrading het probleem.Monteur
Intergas3De maximaalthermostaat heeft ingegrepenControleer druk en doorstroming, ontlucht de installatie.Blijft het: monteur
Intergas4Geen vlamsignaal, de ketel krijgt het vuur niet aanKijk of de gaskraan open staat en of andere gastoestellen het doen. Reset daarna een keer.Doet gas het wel: monteur
Intergas5Slecht of wegvallend vlamsignaalReset een keer. Vaak vervuilde ionisatiepen of ontsteking.Monteur
Intergas6Fout in de vlamdetectieReset een keer.Monteur
Intergas7Probleem met de rookgasafvoer of de uitlaatgassensorKijk of de afvoer buiten vrij is en niet verstopt zit door een vogelnest of blad.Monteur, dit raakt de veiligheid
Intergas8Het ventilatortoerental klopt nietReset een keer.Monteur
Intergas10 tot en met 14Sensorfout of storing in de installatie, bijvoorbeeld een defecte stromingsschakelaar, draadbreuk of lucht in de installatieControleer de waterdruk en ontlucht grondig, van laag naar hoog.Blijft het: monteur
NefitA01Geen vlam of vlam valt wegControleer of de gaskraan open staat en of de druk goed is, reset daarna een keer.Herhaalt zich: monteur
NefitC6De ventilator draait niet op het juiste toerentalReset een keer.Monteur
NefitD1Te weinig waterdruk in de installatieBijvullen tot de juiste druk voor jouw bouwhoogte, daarna ontluchten.Zelf te doen
NefitEAVlam wordt niet waargenomenReset een keer. Kijk of andere gastoestellen werken.Herhaalt zich: monteur
NefitF0 of F7Interne storing in de besturingReset een keer, haal eventueel kort de stroom eraf.Monteur
RemehaReset knopVergrendelde storingHoud de resetknop ingedrukt tot het display reageert. Noteer eerst de code voordat je reset.Afhankelijk van de code
RemehaE00Aanvoersensor defect of niet aangeslotenReset een keer.Monteur
RemehaE01Te weinig waterdruk of geen doorstromingBijvullen en ontluchten.Zelf te doen
RemehaE04Geen vlam bij het opstartenGaskraan controleren, een keer resetten.Herhaalt zich: monteur
VaillantF.22Te weinig water in de ketel, droogkookbeveiligingBijvullen tot de juiste druk en ontluchten.Zelf te doen
VaillantF.28Ontsteking mislukt bij het opstartenGastoevoer controleren, een keer resetten.Herhaalt zich: monteur
VaillantF.75Drukverschil niet herkend, vaak de pomp of het expansievatControleer of de druk sterk schommelt bij het opstarten.Monteur, meestal het expansievat
AWBVlamstoringGeen ontstekingGaskraan open, druk controleren, een keer resetten.Herhaalt zich: monteur
Bosch vaatwasserE15Water in de lekbak onderin, de vlotterbeveiliging staat aanKantel het apparaat voorzichtig naar achteren zodat het water uit de bak loopt, zet hem terug en start opnieuw. Zoek daarna waar het water vandaan kwam.Blijft het terugkomen: monteur
Bosch vaatwasserE24 of E25Water loopt niet weg, afvoer verstoptMaak het zeef en de pompfilter schoon, controleer de afvoerslang op een knik en de sifonaansluiting op een dop die er nog in zit.Zelf te doen
Bosch vaatwasserE22Filters verstoptZeven eruit en schoonmaken.Zelf te doen
Bosch vaatwasserE09Verwarmingselement defect, water wordt niet warmNiets zelf te doen.Monteur
Siemens vaatwasserE15Water in de lekbak, vlotterbeveiliging actiefZelfde aanpak als bij Bosch: voorzichtig kantelen, water eruit, terugzetten en opnieuw starten.Blijft het: monteur
Siemens vaatwasserE24Afvoer geblokkeerdZeven en pompfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren.Zelf te doen
Siemens vaatwasserResettenProgramma vastgelopenHoud de startknop ongeveer drie tot vijf seconden ingedrukt tot het programma terugspringt, of haal de stekker er een minuut uit.Zelf te doen
AEG vaatwasseri20 of 20Afvoerprobleem, water loopt niet wegFilters en pomp schoonmaken, afvoer controleren.Zelf te doen
AEG vaatwasseri30 of 30Water in de bodembak, lekkage gedetecteerdKantelen om het water eruit te laten en de oorzaak zoeken.Blijft het: monteur
AEG vaatwasserResettenProgramma vastgelopenHoud de programmaknop en de startknop samen enkele seconden ingedrukt.Zelf te doen
Miele vaatwasserF11Water loopt niet wegFilters en afvoerpomp schoonmaken.Zelf te doen
Miele vaatwasserF70Vlotter of niveaubeveiligingControleer op lekkage onderin.Monteur
Bosch wasmachineE18 of F18Water loopt niet wegPluizenzeef vooronder schoonmaken en de afvoerslang controleren.Zelf te doen
Bosch wasmachineF21Motorstoring, trommel draait nietNiets zelf te doen.Monteur
Bosch wasmachineE23Water in de lekbakMachine kantelen om het water eruit te laten, daarna de lekkage zoeken.Blijft het: monteur
AEG wasmachineE20AfvoerprobleemPluizenfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren.Zelf te doen
AEG wasmachineE40Deur niet goed dichtDeur opnieuw sluiten, controleer of er was tussen zit.Zelf te doen
QuookerKnippert 1 keerReservoir warmt op of komt uit een stroomonderbrekingWacht ongeveer tien minuten tot hij op temperatuur is.Zelf te doen
QuookerKnippert 2 keerReservoir bereikt de temperatuur nietHaal de stekker er een minuut uit en zet hem terug. Blijft het knipperen, dan is er meestal een onderdeel defect.Blijft het: monteur
QuookerKnippert 3 keerStoring in de temperatuursensorEen keer stroomloos maken.Monteur
QuookerGeen kokend water, wel gewoon waterReservoir uit of niet op temperatuurControleer of de stekker in het stopcontact zit en of de groep niet is uitgevallen.Zelf te doen

Samengesteld uit fabrikantendocumentatie en uit meldingen die in de praktijk het vaakst voorkomen. Codes verschillen per model en per bouwjaar, dus houd altijd de handleiding van jouw toestel aan. Een cv-ketel meer dan twee of drie keer achter elkaar resetten heeft geen zin en kan gevaarlijk zijn: als de storing terugkeert, is er iets aan de hand dat een monteur moet zien. Werk aan gas is altijd werk voor een erkend installateur.

Nalopen voordat het systeem onder druk gaat

Veelgemaakte fouten

Beginnen met boren voordat de buitenzijde gecontroleerd is

Een kernboring van 65 mm die uitkomt op een regenpijp, een gevelbeugel of net in een lateibalk kun je niet ongedaan maken. Prik altijd eerst met een lange centreerboor door en kijk aan de buitenzijde waar je uitkomt voordat je de kernboor erin zet.

Boren met klopstand in kalkzandsteen of gasbeton

Deze materialen breken uit onder een hamerende boor. Het gat wordt kegelvormig, de plug krijgt geen grip meer en de beugel gaat onder de trilling van de unit langzaam werken. Boren zonder klopstand kost meer tijd en levert een gat waar de plug wel in houdt.

De leidingset inkorten omdat hij te lang is

Een voorgevulde set is gevuld met koudemiddel. Doorknippen laat de vulling ontsnappen, wat verboden is, en de set is daarna alleen nog afval. Overtollige lengte hoort in een ruime liggende lus met een bochtstraal van ruwweg tien keer de buisdiameter.

De koppeling half aandraaien

Bij een snelkoppeling steekt een pen de afdichting door tijdens het aandraaien. Blijft de koppeling halverwege steken, dan is de doorgang maar gedeeltelijk open. Het toestel start gewoon, geeft geen melding en blaast lauw. Aandraaien tot het opgegeven moment is daarom een handeling zonder tussenweg.

Beide leidingen in één isolatiekous stoppen

De koude gasleiding en de warmere vloeistofleiding wisselen dan onderling warmte uit, en dat kost meteen vermogen. Op het koude oppervlak slaat bovendien condens neer die langs de leiding naar binnen loopt. Isoleer allebei apart, ook het laatste stuk vlak bij de units.

De condensslang met een lus of tegenhelling leggen

In een lus blijft water staan. Dat vult zich, het gaat gorgelen en op het eerste warme moment loopt de bak binnen over langs de wand. Een halve tot ruim een liter per uur is bij koelen normaal, dus een klein verkeerd afschot geeft snel schade aan het stucwerk.

De aders zonder nummering aansluiten

De verbindingskabel voert naast voeding ook de communicatie tussen de units. Verwisselde aders geven een foutcode of, bij oudere toestellen, een unit die draait zonder dat de andere meedoet. Aansluiten op nummer aan beide zijden voorkomt dat, en de aardleiding hoort altijd op de gemarkeerde klem.

Het systeem doorblazen in plaats van vacumeren

Lucht wegduwen met koudemiddel haalt het vocht er niet uit en blaast F-gas de buitenlucht in. Het restvocht vormt met de POE-olie zuur dat de compressorwikkelingen aantast, en dat merk je pas een seizoen later. Vacumeren tot ver onder een millibar is de enige methode die vocht wel verwijdert.

Veelgestelde vragen

Mag je een split airco zelf installeren?

Het voorwerk mag je volledig zelf doen: beugels, kernboring, leidingtraject, condensafvoer en de bedrading. Het openen, vacumeren en vullen van het koudemiddelcircuit mag niet, want daarvoor is een F-gassencertificaat nodig en moet het werk vanuit een gecertificeerd bedrijf gebeuren. In de praktijk werkt de combinatie prima: jij levert een installatie op die klaar is om aan te sluiten, en de installateur is in een uurtje klaar.

Mag ik een voorgevulde split airco zelf installeren?

Bij een voorgevulde set zit het koudemiddel achter snelkoppelingen die pas opengaan bij het aandraaien, en aanbieders presenteren dat als een gesloten geheel waar je zelf aan mag werken. De uitleg verschilt per leverancier, dus vraag bij aanschaf schriftelijk na wat er over de installatie door de eindgebruiker wordt gesteld. Wat er hoe dan ook geldt: je mag de set niet inkorten en het koudemiddel mag niet ontsnappen.

Kan ik een airco split unit zelf installeren zonder vacuümpomp?

Bij een klassieke split met open leidingen niet. Zonder vacumeren blijven lucht en vocht in het circuit achter, en dat vocht vormt met de olie zuur dat de compressor van binnenuit aantast. Bij een voorgevulde set is een vacuümpomp niet nodig, omdat de leidingen af fabriek gevuld en afgesloten zijn. Dat is precies het verschil waarvoor die sets gemaakt zijn.

Hoe lang duurt het om zelf een split airco te installeren?

Reken op een volle dag voor het voorwerk als je alleen werkt: positie bepalen, montageplaat afstellen, kernboring maken, buitenunit ophangen en het leidingtraject netjes trekken en isoleren. Het aansluiten, vacumeren en testen is daarna een dagdeel. Loop je tegen een lastige gevel of een lang binnentraject aan, dan is een tweede dag realistischer dan doorwerken in het donker.

Moet er een aparte groep komen voor de airco?

Een kleine unit die alleen koelt kun je vaak op een bestaande groep aansluiten. Zodra het toestel ook verwarmt en dus lange perioden achtereen draait, is een eigen groep achter een aardlekschakelaar van 30 mA verstandiger. Je voorkomt daarmee dat de groep bij gelijktijdig gebruik van andere apparaten uitvalt. Kijk in de handleiding wat de fabrikant aan zekering en kabeldoorsnede voorschrijft, want dat verschilt per vermogen.

Waar moet het condenswater van de airco naartoe?

Bij koelen komt er een halve tot ruim een liter per uur uit de binnenunit, dus dat water moet met blijvend afschot naar een afvoer of naar de tuin. Lukt afschot niet, dan gebruik je een condenspomp met de opvoerhoogte die de fabrikant opgeeft. Laat de afvoer nooit uitkomen op een looppad of een stoep, want bij verwarmen levert de buitenunit tijdens het ontdooien water dat daar bevriest.

Heb ik een vergunning nodig voor een buitenunit aan de gevel?

Bij een gewone woning is een buitenunit vaak vergunningvrij, maar dat is geen automatisme. Voor een monument, in een beschermd stadsgezicht en bij veel appartementencomplexen ligt dat anders, en een vereniging van eigenaren beslist over de gevel. Daarnaast geldt in de bouwregelgeving een geluidsgrens van veertig decibel op de perceelgrens voor buiten opgestelde installaties voor warmte of koude. Vraag het bij de gemeente na voordat je boort.

Hoeveel koudemiddel komt erbij per extra meter leiding?

Fabrikanten vullen een enkele split af fabriek voor een traject van doorgaans drie tot vijf meter. Boven die lengte hoort er koudemiddel bij, en de hoeveelheid per meter staat op het typeplaatje van de buitenunit of in de handleiding. Bijvullen is werk voor een gecertificeerd installateur. Blijf je binnen de fabriekslengte, dan is er niets bij te vullen en dat scheelt tijd en geld.

Waarom lekt mijn binnenunit water langs de wand?

In vrijwel alle gevallen ligt het aan de afvoer of aan de stand van de unit. Controleer eerst of de montageplaat waterpas hangt en of hij niet naar de verkeerde kant afloopt. Kijk daarna naar de condensslang: een lus, een tegenhelling of een verstopping met stof en algen laat de bak overlopen. Een vervuild filter kan de verdamper laten bevriezen, waarna het smeltwater in één keer naast de bak komt.

Hoeveel graden verschil moet er tussen aanzuig en uitblaas zitten?

Bij een stabiel draaiend toestel in koelbedrijf is acht tot twaalf graden verschil normaal. Meet pas na een kwartier draaien, want in de opstartfase klopt het beeld niet. Blijft het verschil onder de vijf graden, kijk dan eerst naar de filters en naar de stand van de afsluiters op de buitenunit. Een half geopende afsluiter is de meest voorkomende oorzaak bij een net geplaatst toestel.

Kan een airco mijn cv-ketel vervangen?

In een goed geïsoleerde woning met een open plattegrond komt dat een heel eind, maar de warmte gaat niet vanzelf door dichte deuren naar de slaapkamers. Bij matige isolatie zakt het vermogen juist op de koudste dagen, precies wanneer de vraag het hoogst is. Houd de cv daarom in bedrijf als achtervang en controleer voor de winter de waterdruk van je cv-installatie, want een ketel die maanden stilstaat zakt regelmatig te ver weg.

Wat is het verschil tussen een monoblock en een split unit?

Bij een monoblock zit het volledige koudemiddelcircuit in één kast en gaan er alleen twee luchtkanalen door de gevel, meestal via kernboringen van ongeveer 160 mm. Daar komt geen certificaat aan te pas, dus die mag je van begin tot eind zelf plaatsen. Een split heeft een aparte buitenunit met koudemiddelleidingen ertussen en draait daardoor stiller en zuiniger, maar vraagt gecertificeerd werk bij het aansluiten.

Wanneer je beter een vakman belt

Bij een airco ligt de grens scherper dan bij de meeste klussen, en dat komt door het koudemiddel. Alles wat het circuit opent, vult, afzuigt of verplaatst is werk voor iemand met een F-gassencertificaat vanuit een gecertificeerd bedrijf. Dat geldt ook voor het verplaatsen van een bestaande unit naar een andere gevel en voor het bijvullen na een lek.

Bel ook als de bevestiging vragen oproept. Een buitenunit van tientallen kilo's die trilt, hoort niet aan een dun spouwblad of aan gasbeton zonder chemisch anker. Weet je niet zeker wat er achter de gevel zit, laat het dan bekijken voordat je een keilbout in iets zet dat het niet draagt.

Werk boven ongeveer twee meter, aan een verdiepingsgevel of vanaf een plat dak zonder randbeveiliging is de derde grens. Een unit optillen terwijl je op een ladder staat is precies de situatie waarin het misgaat, en daar is geen tijdwinst tegen opgewassen.

De vierde grens zit in de elektra: een groep bijplaatsen op een verdeler die al vol zit, of iets wijzigen vóór de hoofdzekering, laat je over aan een installateur. Diezelfde installateur kan meteen beoordelen of je bestaande installatie het extra vermogen aankan.

Verder lezen over dit onderwerp