Isolatiemateriaal kiezen en verwerken zonder vochtproblemen
Isolatiemateriaal kies je bij een plek en een opbouw, niet los daarvan. Hardschuim als PIR of XPS isoleert het meest per centimeter en kan tegen vocht, minerale wol dempt geluid en is onbrandbaar, en natuurlijke vezels werken vooral in een dampopen constructie. De vaste regel eronder is dat de binnenzijde dampremmender is dan de buitenzijde, want anders loopt vocht de constructie in en komt het er niet meer uit.
Alle gidsen over isolatiemateriaal
Membraan
Een membraan is een dun, buigzaam vlies dat twee ruimtes scheidt. In de bouw is dat een folie die waterdamp…
Klimaatfolie
Klimaatfolie is een damprem waarvan de dampdichtheid meebeweegt met de luchtvochtigheid: in de winter dicht, in de zomer open genoeg…
Ubakus
Ubakus is een gratis te gebruiken rekenprogramma waarin je een constructie laag voor laag invoert. Je ziet meteen de U-waarde,…
Garage isoleren
Een garage isoleren draait om één beslissing: blijft de garage koud of wordt het een ruimte die je verwarmt. Blijft…
Eerst de opbouw bepalen, dan pas het materiaal
Isolatiemateriaal kies je bij een plek en een opbouw, niet los daarvan. Dezelfde harde plaat die onder een betonvloer prima ligt, kan tegen een vochtige buitenmuur schade veroorzaken omdat het vocht er dan niet meer uit kan. Hoe isoleren en ventileren in een woning op elkaar ingrijpen, staat in ons overzicht van isolatie en ventilatie in huis.
Bij elke keuze spelen vier vragen mee. Hoeveel warmte wil je tegenhouden, hoeveel dikte kun je kwijt, hoe komt vocht de constructie weer uit, en wat moet het materiaal doen bij brand. De eerste twee reken je uit, de laatste twee bepalen of je over tien jaar nog tevreden bent over de klus.
De waarden op de verpakking gaan precies daarover. De lambdawaarde zegt hoe goed het materiaal warmte tegenhoudt, de Rd-waarde geldt voor die ene plaat en de Rc-waarde voor de hele opbouw met hout, lucht en afwerking erbij. Wil je weten wat een bepaalde dikte in jouw wand of vloer oplevert, dan kun je dat laag voor laag doorrekenen met de Rc-calculator, inclusief de gipsplaat en het regelwerk.
Dat verschil tussen Rd en Rc verrast veel mensen. Vijftien centimeter steenwol tussen houten staanders levert als materiaal een Rd van ruim vier op, maar de calculator komt uit rond de 3,3 omdat het hout van de staanders meetelt als zwakke plek. Bij een gangbaar frame is ongeveer vijftien procent van het oppervlak hout, en hout isoleert vier tot vijf keer slechter dan de wol ertussen.
Reken die getallen uit voordat je bestelt, want de eisen verschillen per situatie. Voor een aanbouw gelden vaak gewoon de nieuwbouweisen, ook als je huis uit 1930 komt, en dat scheelt zomaar een paar centimeter plaatdikte. Vraag het na bij je vergunningsaanvraag in plaats van af te gaan op wat de aannemer gewend is.
| Wat je op de verpakking ziet | Wat het betekent | Waar je op let |
|---|---|---|
| Lambda, geschreven als λ | Hoe snel het materiaal warmte doorlaat, in W/mK | Lager is beter; 0,022 is hardschuim, 0,040 is een gewone wolrol |
| Rd-waarde | De warmteweerstand van die ene plaat of deken | Dikte gedeeld door lambda; geldt alleen voor het materiaal zelf |
| Rc-waarde | De weerstand van de hele opbouw, inclusief hout en afwerking | Altijd lager dan de Rd van de isolatie; dit is de waarde die telt |
| sd-waarde in meters | Hoe sterk een folie of laag waterdamp tegenhoudt | Onder 0,3 heet dampopen, boven 20 spreek je van dampremmend tot dampdicht |
| µ-waarde | Dezelfde dampweerstand, maar per materiaal in plaats van per laag | Vermenigvuldig met de dikte in meters en je hebt de sd-waarde |
| Euroklasse A1 tot F | Hoe het materiaal zich bij brand gedraagt | A1 is onbrandbaar minerale wol, B is moeilijk brandbaar hardschuim, E vat vlam |
| Drukvastheid in kPa | Hoeveel gewicht de plaat kan dragen zonder in te zakken | Nodig onder dekvloeren, onder funderingen en onder een bad of jacuzzi |
| Brandreactie van de cachering | De folielaag op de plaat telt mee in de klasse | Een beschadigde cachering verandert zowel de brandklasse als de dampwerking |
De isolatiematerialen naast elkaar gelegd
Grofweg zijn er drie families. Hardschuim in platen, zoals PIR, PUR, EPS, XPS en resol, isoleert het meest per centimeter en kan tegen vocht. Minerale wol, dus glaswol en steenwol, is onbrandbaar, veert terug en dempt geluid. Natuurlijke vezels als houtvezel, vlas, hennep en cellulose zijn dampopen en werken vooral in een constructie die die dampopenheid ook echt gebruikt.
Dat piepschuim isolerend is, weet iedereen die weleens een koelbox heeft gedragen, maar tussen EPS en XPS zit meer verschil dan de kleur. EPS bestaat uit aan elkaar gebakken parels en neemt in vochtige grond langzaam water op. XPS is doorgeschuimd, heeft een gesloten celstructuur en houdt zijn waarde ook als het jarenlang tegen vochtige grond ligt, wat het de gebruikelijke keuze maakt onder de vloer en langs de fundering.
PIR is de plaat die je in het schap ziet met aan twee kanten een zilverkleurige cachering. Bij gelijke dikte isoleert hij ongeveer anderhalf keer zo goed als wol, en resolhardschuim gaat daar nog een stapje overheen. Hout zelf isoleert overigens matig: een houten balk van vijftien centimeter haalt bij lange na niet de waarde van vijftien centimeter PIR, en dat is precies waarom balken en staanders in de berekening als koudebrug meetellen.
Losse vulling is een categorie apart. EPS-parels, chips en wokkels worden in een kruipruimte of een holle ruimte geblazen en vullen alles wat een plaat nooit bereikt. De prijs is laag en het gaat snel, maar je sluit de ruimte er wel mee af voor toekomstig werk. Cellulose in vlokken doet hetzelfde in daken en wanden, en die vlokken blazen vraagt om de juiste dichtheid, anders zakt het pakket na een paar jaar in.
De kleur zegt niets over de kwaliteit. De bruine isolatie die je in oudere daken tegenkomt is gewoon glaswol, net als de gele en de roze varianten, en het zilveren laagje op een plaat maakt hem niet automatisch beter. Wat wel telt zijn de lambdawaarde, de dikte, de brandklasse en de vraag of het materiaal op die plek nat kan worden.
| Materiaal | Lambda | Dikte voor ongeveer Rd 3,5 | Damp | Brand | Waar het thuishoort |
|---|---|---|---|---|---|
| PIR-plaat met aluminium cachering | 0,022 tot 0,027 | 8 tot 9 cm | Dampdicht tot sterk dampremmend | Meestal B | Dak, vloer, voorzetwand, overal waar dikte schaars is |
| Resolhardschuim | 0,019 tot 0,022 | 7 tot 8 cm | Dampremmend | Meestal B | Waar zelfs PIR nog te dik uitvalt, zoals achter een kozijn |
| XPS, bekend als Roofmate | 0,029 tot 0,036 | 11 tot 12 cm | Nagenoeg dampdicht | E | Perimeter, fundering, onder dekvloeren, natte omgeving |
| EPS, in de volksmond tempex of piepschuim | 0,033 tot 0,038 | 12 tot 13 cm | Dampremmend | E | Bekisting, vloerisolatie op beton, broodjes in een ribbenvloer |
| Glaswol, rol of plaat | 0,032 tot 0,040 | 12 tot 14 cm | Dampopen | A1 | Tussen regels, gordingen en balken in droge constructies |
| Steenwol, plaat of spijkerflensdeken | 0,035 tot 0,040 | 13 tot 14 cm | Dampopen | A1 | Zelfde plekken als glaswol, met meer massa en betere demping |
| Houtvezelplaat | 0,038 tot 0,046 | 14 tot 16 cm | Dampopen | E, soms B | Dampopen daken en wanden, waar je warmte ook buiten wilt houden |
| Vlasplaten en hennepplaten | 0,038 tot 0,040 | 14 cm | Dampopen | E, soms B | Dampopen houtbouw; nadelen zijn de prijs en de vochtgevoeligheid |
| Cellulosevlokken, ingeblazen | 0,038 tot 0,042 | 14 tot 15 cm | Dampopen | B tot E | Gesloten dak- en wandvlakken, mits met de juiste dichtheid geblazen |
| EPS-parels of chips, ingeblazen | 0,035 tot 0,045 | 14 tot 16 cm | Dampremmend | E | Kruipruimtes en holle ruimtes die je verder niet meer opent |
| Sandwichpaneel met schuimkern | 0,022 tot 0,030 | Kant en klaar geleverd | Dampdicht | B tot E | Dak en wand van schuren, aanbouwen en bedrijfsruimtes |
| Reflectiefolie met luchtkussens | Niet in lambda uit te drukken | Levert Rc 0,5 tot 1,2 als hele opbouw | Dampdicht | B tot E | Alleen zinvol met een luchtlaag van minstens 2 cm ernaast |
Dampremmend aan de warme kant, dampopen aan de koude kant
Hier gaat het vaker mis dan bij de keuze van de isolatie zelf. Wij stoken onze huizen het grootste deel van het jaar warmer dan het buiten is, en al het vocht van douchen, koken en ademen zoekt bij die hogere dampdruk een weg naar buiten. Je wilt dat vocht al aan de binnenkant tegenhouden, en wat er tóch in komt moet er aan de buitenkant weer uit kunnen verdampen.
Daaruit volgt de vaste volgorde van binnen naar buiten: afwerking, dampremmende laag, isolatie, dampopen laag, eventueel een spouw en dan de buitenschil. Als vuistregel houden wij aan dat de binnenzijde minstens vijf keer zo dampremmend is als de buitenzijde. Twee dampdichte lagen om de isolatie heen is de opbouw waar vocht tussen komt te zitten en niet meer weg kan.
De vraag welke kant naar binnen moet, is daarmee ook beantwoord. De aluminiumfolie op glaswol of steenwol, de zilveren kant van een gecacheerde deken en de gladde kant van een dampremmende folie komen aan de warme zijde, dus naar de bewoonde ruimte toe. Een dampopen folie zit juist aan de koude kant, meestal met de bedrukte zijde naar buiten, want de fabrikant zet die tekst er precies daarvoor op. Welke soort waar hoort, werken we uit bij de verschillende soorten membraan en hun sd-waarde.
Een dampopen folie doet twee dingen tegelijk: hij laat damp door en houdt wind en inwaaiend water tegen. Achter een houten gevelbekleding of onder dakpannen zonder dakbeschot is dat de laag die je isolatie droog en winddicht houdt. Laat je hem weg omdat er toch een spouw zit, dan waait de warmte langs je isolatie weg en verlies je een deel van je Rc.
Voor wie niet weet welke kant het bij zijn eigen opbouw op valt, is doorrekenen sneller dan gokken. Je kunt de opbouw in Ubakus laag voor laag simuleren en het dauwpunt berekenen en meteen zien of er condens in de constructie belandt en hoeveel gram per vierkante meter dat is.
| Folie of laag | Indicatieve sd-waarde | Waar hij hoort | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Dampremmende PE-folie | 20 tot 100 m | Aan de warme kant, direct achter de afwerking | Naden 10 cm overlappen en doortapen, ook rond stopcontacten |
| Klimaatfolie met variabele sd | 0,25 tot 25 m | Aan de warme kant bij constructies die naar binnen moeten kunnen drogen | Werkt alleen als de folie luchtdicht is aangesloten |
| Dampopen membraan of spinvlies | 0,02 tot 0,3 m | Aan de koude kant, tegen wind en inwaaiend vocht | Bedrukte zijde naar buiten, niet in de zon laten liggen |
| Waterkerend onderdak, zwart en uv-bestendig | 0,05 tot 0,3 m | Onder pannen, boven de isolatie | Alleen de uv-bestendige typen mogen langere tijd open liggen |
| Aluminium cachering op PIR of PUR | Vaak boven 100 m, maar niet gegarandeerd | Zit al op de plaat | Papier in de cachering en beschadigde randen halen de dampdichtheid onderuit |
| Aluminiumfolie op glas- of steenwol | 5 tot 50 m | Zilveren kant naar de warme ruimte | Alleen dampremmend als elke naad met aluminiumtape dicht zit |
| OSB-plaat van 18 mm | 2 tot 6 m | Als dampremmende plaatlaag in houtbouw | Dampopen genoeg om te drogen, mits de buitenkant nog opener is |
| Bodemfolie in de kruipruimte | Dampdicht | Los op het zand, niet omhoog tegen de fundering | Houdt bodemvocht tegen, maar vangt bij lekkage water op als een bak |
| Reflectiefolie met luchtkussens | Dampdicht | Als dampremmer met een luchtlaag ernaast | Zonder luchtlaag van 2 cm doet de reflectie niets |
PIR-platen lijmen, schroeven en afwerken
De vraag of je PIR-platen wilt verlijmen of liever schroeft, hangt vooral af van de ondergrond. Op een vlakke betonwand of een gladde gestucte muur werkt PIR-platen verlijmen prima, met dotten montagelijm of een isolatielijm in rillen. Zit er regelwerk achter, dan schroef je door de plaat heen in het hout met een tellerschroef of een isolatieplug met verdeelplaat, zodat de kop niet door de cachering trekt.
Op de aluminiumlaag van de plaat hecht niet elke lijm even goed, en op veel platen zit over dat aluminium nog een dun papierlaagje. Overgebleven flexibele tegellijm uit een emmer is dan een verleidelijke oplossing, en sommige fabrikanten laten dat toe, maar controleer dat op het technisch blad van die specifieke lijm voordat je een hele wand volplakt. Lijmen op behang of op oud gipswerk gaat mis: een high tack lijm trekt zo hard aan het behang dat het vel loslaat en de plaat met behang en al naar beneden komt.
Over de angst voor een valse spouw kunnen we kort zijn. Een oneffenheid van twee tot drie millimeter achter de plaat is geen probleem, want de plaat is zelf luchtdicht en dat laagje lucht kan nergens heen circuleren. Pas bij een echte, aan boven- en onderkant open ruimte van enkele centimeters gaat lucht rondlopen en verlies je isolatiewaarde.
De naden bepalen het resultaat. Werk met platen met tand en groef, zaag ze strak passend, en tape elke naad af met aluminiumtape. Bij aansluitingen op muren, gordingen en balken zijn kieren onvermijdelijk: houd daar bewust een ruime kier aan van een centimeter of twee en schuim die vol, dat werkt netter dan proberen tegen het hout aan te zagen. Aluminiumtape hecht daarna prima op gladde uitgeharde PUR.
Afwerken doe je met gipsplaat. Lijmen van gips rechtstreeks op de cachering met gipslijm is mogelijk, maar schroeven op regelwerk is betrouwbaarder en geeft ruimte voor leidingen. Wil je stucen of tegelen, kies dan een PIR-plaat met glasvlies in plaats van aluminium, want daar hecht mortel wel op. Een schuimplaat hoort in een woning niet onafgewerkt in het zicht te blijven: de gipsplaat ervoor is ook je brandwerende laag.
| Ondergrond | Vastzetten met | Waar je op let |
|---|---|---|
| Vlak beton of kalkzandsteen | Lijmdotten met een doorgaande rups langs de randen | Stofvrij borstelen; oneffenheden tot een paar millimeter zijn geen bezwaar |
| Gestuct metselwerk | Lijmen, mits het stucwerk nergens hol klinkt | Hol klinkende plekken eerst wegbikken tot op de steen |
| Behang of een losse verflaag | Niet lijmen | Een lijm met veel grip trekt het vel eraf; eerst kaal maken |
| Houten regelwerk | Tellerschroeven of isolatiepluggen door de plaat heen | Kop tot gelijk met de cachering draaien, niet erdoorheen |
| Metselwerk dat vochtig kan worden | Vrijstaand regelwerk met de plaat ertussen | Lijm op nat metselwerk laat vroeg of laat los |
| Plafond of dakvlak | Schroeven met verdeelplaat, lijm hooguit als hulp | Het eigen gewicht van de plaat trekt continu aan elke lijmnaad |
| Betonnen kelderwand | XPS met een lijm die tegen vocht kan | Eerst het vocht aan de bron aanpakken, daarna pas dichtzetten |
Glaswol en steenwol aanbrengen zonder kieren
Minerale wol werkt alleen als het pakket volledig gevuld is. Meet daarom de ruimte tussen de regels of balken op en snijd de wol een halve tot een hele centimeter breder af, zodat de deken zich klemt en er langs de zijkanten geen luchtstroom overblijft. Glaswol snijden gaat het snelst met een lang gekarteld isolatiemes of een oud broodmes: leg een rechte lat op de wol, druk die met je knie samen en snijd in één haal langs de lat.
Steenwol is stugger en op maat maken lukt daar het beste met een fijne handzaag of een steenwolzaag. Voor harde EPS- en XPS-platen pak je een handzaag met fijne tand, en tempex snijden met een gloeidraad geeft een gladde kant zonder kruimels door het hele huis.
Vastzetten doe je zonder de wol samen te persen, want glaswol die je indrukt isoleert minder. In een verticale wand houdt de klemming de deken meestal op zijn plaats, en anders span je nylondraad in een zigzag tussen nietjes. Onder een balklaag schroef je latjes van 22 bij 22 millimeter aan weerszijden onder de wol, of je gebruikt isolatiepennen, de lange spijkers met een brede kunststof kop die je door de isolatie heen slaat. Een spijkerflensdeken, zoals de bekende Rockwool 113, heeft aan de zijkanten een papieren flens die je gewoon op het hout vastniet.
Wol en vocht gaan slecht samen. Nat geworden glaswol zakt in, verliest zijn isolatiewaarde en droogt in een koude ruimte nauwelijks meer op. Steenwol houdt zich iets beter, maar ook daar geldt: in een kruipruimte die maandenlang vochtig is, hoort geen wol en geen hout. Op een droge zolder of in een binnenwand is er niets mis mee.
Muizen zijn een terugkerende teleurstelling. Ze nestelen graag in glaswol, en in steenwol met een hogere dichtheid iets minder makkelijk, maar muisdicht is geen enkel isolatiemateriaal. Ook hardschuim wordt gewoon doorgeknaagd. De echte oplossing zit in het dichtzetten van de openingen waarlangs ze binnenkomen, met roestvaststalen gaas of mortel, voordat je de isolatie aanbrengt.
Een houten vloer isoleren vanuit de kruipruimte
Een houten begane grondvloer isoleren doe je vrijwel altijd vanuit de kruipruimte, en de eerste keuze is die tussen platen onder de balken en wol tussen de balken. Onder de balken heeft twee voordelen: de balklaag komt aan de warme kant te liggen en vormt geen koudebrug meer, en je hebt vrijwel geen snijverlies omdat je gewoon doorlegt. Tussen de balken kost meer pas- en snijwerk, maar het is soms de enige optie als je in de kruipruimte niet genoeg hoogte hebt om te schroeven.
Wat vaak vergeten wordt: bij isolatie tussen de balken blijft de ruimte tussen de isolatie en de vloerdelen open. Wie eerder de spouw heeft laten na-isoleren, heeft in de gevel nieuwe beluchtingsgaten laten boren, en die kunnen precies op die holle ruimte uitkomen. Dan waait het onder je vloerdelen door en is de vloer na het isoleren nog steeds koud.
Bevestigen onder de balken gaat het handigst met klampjes. Schroef aan de zijkant van elke balk een klosje, leg de plaat daartegen en schroef hem met twee of drie tellerschroeven vast; met tand-en-groefplaten is dat genoeg. Zet ook platen tegen de binnenkant van de fundering, zodat de vloerplaten er strak tegenaan sluiten en de rand geen koudebrug wordt.
Leidingwerk hoeft geen belemmering te zijn. Elektra, afvoer en cv mogen aan de warme kant van de isolatie komen te liggen; bij cv-leidingen win je daarmee zelfs het warmteverlies terug. Waterleiding houd je bij voorkeur ook binnen de schil tegen bevriezing. Een gasleiding is een verhaal apart: oude leidingen zonder mantelbuis uit één stuk horen in een geventileerde ruimte te liggen, dus die mag je niet zomaar insluiten.
Heb je een systeemvloer uit de jaren zestig of zeventig, dan komt er een vraag bij. Een kwaaitaalvloer isoleren mag, maar laat de vloer eerst beoordelen op betonrot en houd hem inspecteerbaar: volblazen met parels betekent dat niemand er ooit nog bij kan.
Bodemfolie is geen automatisme. In een droge, geventileerde kruipruimte op zandgrond voegt folie weinig toe boven op een dampdichte vloerisolatie, behalve dat je zelf schoner werkt. Ligt de ruimte vochtig, dan houdt folie het bodemvocht wel tegen. Leg hem in dat geval vlak en trek hem niet omhoog tegen de fundering, want bij een lekkage staat het water anders in een badkuip van plastic.
| Aanpak | Minimale werkhoogte | Wat het oplevert | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Harde platen onder de balken | Ongeveer 50 cm | Rc 4 tot 6, balken aan de warme kant | Klampjes en tand-en-groefplaten, randen tegen de fundering meenemen |
| Wol tussen de balken | Ongeveer 45 cm | Rc 2,5 tot 3,5 | Balken blijven koud; controleer of ventilatiegaten niet in de holte blazen |
| Thermokussens onder de balken | Ongeveer 50 cm | Rc 3 tot 5, ook bij ongelijke balken | Dampdicht systeem, plaatsing luistert nauw |
| EPS-parels of chips inblazen | Vanaf 20 cm, ook zonder kruipruimte | Vult alles, tot Rc 3 afhankelijk van laagdikte | Ruimte is daarna praktisch niet meer toegankelijk |
| Bodemfolie of schelpen op de bodem | Vanaf 20 cm | Weinig Rc, wel minder bodemvocht | Nooit als vervanging van vloerisolatie zien |
| Isolatie van bovenaf op de vloer | Niet van toepassing | Rc 2 tot 4 met drukvaste platen | Kost hoogte, deuren en drempels moeten mee |
| Kruipluik apart isoleren | Niet van toepassing | Haalt de grootste tochtplek weg | Rondom afkitten en tochtstrip aanbrengen |
Fundering, perimeter en de koude rand langs de gevel
Een koude strook vloer vlak langs de buitenmuur is bijna altijd een koudebrug via de fundering. De muur staat in de grond, de fundering geleidt de kou omhoog en de vloerrand blijft steken rond de twaalf graden, ook met vloerverwarming erin. Perimeterisolatie tegen de buitenzijde van de fundering maakt de weg die de warmte moet afleggen langer en onderbreekt die brug.
Voor het isoleren van de fundering aan de buitenkant graaf je een sleuf van ongeveer een halve meter diep langs de gevel. Doe dat in vakken van maximaal anderhalve meter en vul elk vak weer aan voordat je verdergaat, zodat de grond naast de fundering blijft steunen. Onder de fundering graven doe je nooit. Tegen de schoongemaakte funderingswand komen platen XPS van acht tot tien centimeter, met de bovenkant tot net onder het maaiveld en daarboven een pleisterlaag of een plint, want XPS kan slecht tegen zonlicht.
Isoleren aan de binnenzijde, dus tegen de fundering in de kruipruimte, helpt ook, maar minder. Zit er al isolatie in de kruipruimte, dan levert de buitenkant meer op. Is er nog niets gedaan aan de vloer zelf, dan pak je die eerst aan: de winst per bestede euro is daar groter dan bij de fundering.
Bij nieuwbouw en aanbouwen zie je de EPS-bekisting, ook wel de tempexkist genoemd. Dat is een verloren bekisting van piepschuim waarin je wapening legt en beton stort, met een opstaande vorstrand aan de buitenzijde. Op stabiele zandgrond en zonder heipalen kan dat prima, mits je een kist neemt die geschikt is voor fundering op staal. De drukvastheid moet daarvoor hoog genoeg zijn, in de praktijk een EPS-kwaliteit uit de zwaardere klasse en niet de lichtste plaat uit het schap.
Knip nooit gaten in de bodem van zo'n kist om de druk te verdelen, want juist dan zakt de fundering ongelijk weg. Verdicht het zandbed goed, houd oud en nieuw op dezelfde aanlegdiepte en denk vooraf na over het randdetail, meestal een sponning waar het buitenblad in komt te staan. Zorg voor een nette dilatatie tussen het bestaande huis en de nieuwe fundering.
| Kwaliteit | Drukvastheid, indicatief | Waarvoor | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| EPS 60 tot EPS 100 | 60 tot 100 kPa | Vloerisolatie onder een zwevende dekvloer, broodjes in een ribbenvloer | Niet onder een dragende fundering toepassen |
| EPS 150 | 150 kPa | Zwaarder belaste vloeren en bekistingen | Vraag altijd na waar de fabrikant de kist voor vrijgeeft |
| EPS 200 | 200 kPa | Funderingsbekisting op staal | Vaak alleen op bestelling leverbaar, plan dat in je planning in |
| XPS 300 | 300 kPa | Perimeter, onder dekvloeren, onder een bad of jacuzzi | Neemt nauwelijks water op, maar kan niet tegen uv |
| XPS 500 en zwaarder | 500 kPa en meer | Onder zwaar belaste vloeren en onder poeren | Duur, alleen inzetten waar de belasting het vraagt |
| Cellulair glas | Meer dan 500 kPa | Onder dragende constructies en stalen kolommen | Prijzig, wel volledig dampdicht en drukvast |
Muren van binnenuit isoleren zonder vocht in de constructie
Een steensmuur isoleren aan de binnenzijde is bij een halfsteensmuur, een enkelsteensmuur of een eensteensmuur zonder spouw vaak de enige mogelijkheid, en daar zit meteen het risico. De bestaande muur wordt kouder en natter dan hij was, want jouw stookwarmte bereikt hem niet meer. Alles wat je ertegenaan zet, moet daar tegen kunnen.
De opbouw die zich in de praktijk bewijst, houdt het regelwerk vrij van de muur. Zet latten nooit rechtstreeks tegen een vochtige buitenmuur, want die rotten weg en nemen je afwerking mee. Maak in plaats daarvan een frame van bijvoorbeeld 38 bij 89 millimeter, tacker aan de muurzijde daarvan een dampopen folie vast en zet het geheel twee centimeter vrij van het metselwerk.
Kun je de wand liggend op de vloer in elkaar zetten, maak hem dan anderhalve centimeter lager dan de werkelijke hoogte. Je kunt hem dan rechtop zetten, met houten klosjes onderaan opvijzelen tot hij waterpas staat en daarna vastzetten aan vloer en balklaag. Vul het frame met wol, breng de dampremmende laag aan de warme kant aan en schroef er een extra regel overheen voor de elektra. Zo hoef je nooit door de folie te snijden voor inbouwdozen.
De spouw achter de voorzetwand wil je beluchten. Boor onderaan en bovenaan een paar stootvoegen open, in de buitengevel ongeveer één open stootvoeg per vier strekken, en zet er roostertjes in tegen wespen. Boor onderaan op de overgang van vloer naar muur ook een paar gaten schuin naar beneden, zodat water dat toch in die smalle spouw komt weg kan lopen. Voorzetwanden die deze twee details missen, zijn na een paar jaar rond stopcontacten en in hoeken verrot.
Bij een jaren dertig woning met spouw ligt de afweging anders. Die spouw is meestal maar veertig tot vijfenveertig millimeter breed, want de muur is opgebouwd als 110-50-110 millimeter en het binnenblad werd vertind. Zo'n smalle, vaak met specieresten vervuilde spouw na-isoleren levert beperkt rendement en geeft kans op doorslaand vocht en op koudebruggen langs vuil. Laat de spouw eerst inspecteren met een camera, en overweeg serieus of een voorzetwand binnen niet meer oplevert.
Kies je voor binnen, houd dan rekening met de plekken waar je isolatie ophoudt. Bij de aansluiting van plafond op verdiepingsvloer loopt de muur gewoon door en zit daar een koudebrug waar je alleen bij komt door het plafond open te maken. Ook zet je met binnenisolatie de massa van je huis buiten de thermische schil, waardoor de ruimte sneller opwarmt en sneller afkoelt. Twijfel je over condens in zo'n opbouw, reken hem dan eerst laag voor laag door in een simulatie voordat je de gipsplaat erop schroeft.
Daken, zolders en kant-en-klare dakplaten
Bij een schuin dak bepaalt de bestaande opbouw wat kan. Zie je vanaf de zolder de onderkant van de dakpannen en de panlatten, dan hoort er eerst een waterkerende en dampopen laag te komen voordat je isoleert, anders waait en regent het langs je isolatie. Zit er dakbeschot van hout, dan is dat je buitenste laag en gaat de isolatie daar strak tegenaan, zonder luchtspleet waar warmte doorheen kan lopen. Welke folie in welke situatie hoort, lees je bij de soorten dampopen onderdakfolie.
Een sporenkap of een gordingenkap isoleer je meestal aan de binnenzijde, tussen en onder de sporen door. Van de buitenzijde isoleren is bouwfysisch fijner, want dan blijft het houtwerk warm en in het zicht, maar dat kan alleen als de dakbedekking er toch af gaat. Bij een pannendak betekent dat pannen eraf, isolatieplaten erop, nieuwe tengels en panlatten en dan pas de pannen terug.
Werk je met PIR tussen de gordingen, dan tape je alle naden af en schuim je de aansluiting op muur en nok dicht. Breng daarna de dampremmende folie aan over de gordingen heen en schroef daar het regelwerk op. Kies dat regelwerk dik genoeg, zodat de schroeven van de gipsplaten de folie niet kunnen raken. Verwarmingsbuizen die door die ruimte lopen mogen aan de warme kant van de folie liggen: condens ontstaat alleen op koude oppervlakken, en cv-water is warm.
Knieschotten zijn de plek die het vaakst wordt vergeten. Isoleer je alleen het dakvlak en laat je het knieschot open, dan verwarm je de koude ruimte erachter mee. Isoleer óf het knieschot met de vloer erachter, óf het dakvlak helemaal tot aan de vloer, maar kies wel één doorgaande lijn. Hetzelfde geldt bij een mansardedak, waar het steile ondervlak en het flauwe bovenvlak vaak los van elkaar zijn aangepakt.
Golfplaten, trapezium dakplaten met isolatie en de kant-en-klare dakplaten uit de jaren zestig en zeventig, die je onder namen als Opstalan tegenkomt, vragen om een eigen afweging. Zo'n plaat is tegelijk de constructie en de afwerking, waardoor bijisoleren van binnenuit altijd betekent dat je een dampremmende laag toevoegt en de ruimte erboven geventileerd houdt. Gaat de dakbedekking er toch af, dan is een nieuwe laag isolatie aan de bovenzijde bijna altijd het betere plan. Een golfplaat met isolatie of een sandwichpaneel met schuimkern is de moderne versie daarvan: isolatie en dak in één, met de naden als zwakke plek. Voor een bestaande golfplaat is isolatie aan de binnenzijde alleen zinvol als de ruimte erboven geventileerd blijft.
| Situatie op het dak | Wat werkt | Waar je op let |
|---|---|---|
| Pannendak zonder dakbeschot | Dampopen onderdakfolie aanbrengen, daarna isoleren tussen de sporen | Folie waterkerend en dampopen; zwarte uv-bestendige types mogen langer open liggen |
| Sporenkap met dakbeschot, van binnenuit | Isolatie strak tegen het beschot, damprem aan de binnenzijde | Het beschot moet naar buiten kunnen drogen; geen tweede dampdichte laag |
| Sporenkap van buitenaf, bij nieuwe pannen | Isolatieplaten op het beschot, dan tengels en panlatten | Dakrand, goot en dakkapel worden hoger; werken op hoogte |
| Knieschot en de ruimte erachter | Knieschot en vloer isoleren, of het dakvlak doortrekken | Eén doorgaande isolatielijn kiezen en de damprem laten aansluiten |
| Plat dak van binnenuit | Liever niet; alleen met damprem en geventileerde ruimte erboven | Condens tegen het dakbeschot geeft houtrot; van bovenaf is beter |
| Golfplaat of trapeziumplaat met isolatie | Isolatieplaten of sandwichpanelen erover bij vervanging | Golfplaten van voor 1994 kunnen asbest bevatten |
| Bestaande dakplaten uit de jaren zeventig | Bijisoleren van binnenuit met damprem, of van bovenaf bij renovatie | Controleer of er al een dampremmende laag in de plaat zit |
| Polycarbonaat kap of veranda | Dikkere kanaalplaat of dubbele beglazing in plaats van isolatie | Isolatiemateriaal erop haalt het licht weg waarvoor je de kap hebt |
| Zonnepanelen op een geïsoleerd dak | Bevestiging door de isolatie heen in de gordingen | Elke doorboring van de damprem opnieuw luchtdicht afwerken |
Geluid dempen vraagt om massa en lucht, niet om een stijve plaat
Warmte en geluid tegenhouden zijn twee verschillende opgaven, en het materiaal dat in het eerste uitblinkt is in het tweede vaak juist slecht. PIR is licht en stijf, en dat is precies de combinatie waarmee geluid gemakkelijk door een constructie wordt doorgegeven. Wie op zolder de oude wol vervangt door hardschuim, isoleert warmer en hoort tegelijk meer regen en meer straatgeluid dan daarvoor.
Geluidsisolatie werkt met drie ingrediënten: massa, een luchtspouw en een poreuze vulling die de galm in die spouw wegneemt. Een luchtspouw van vijftien centimeter is akoestisch goud, en die vul je met glaswol of steenwol om de resonantie eruit te halen. Vul je diezelfde spouw met een stijve plaat, dan overbrugt die plaat de spouw en houd je akoestisch niets meer over.
De massa zit in de afwerking, niet in de isolatie. Twee lagen gipsplaat van 12,5 millimeter doen voor geluid meer dan welke isolatiedikte ook, zeker op een regelwerk dat los staat van de constructie erachter. Bij een woningscheidende wand is een vrijstaande voorzetwand met wol ertussen de enige aanpak die echt verschil maakt, want alles wat de bestaande wand raakt, geeft trillingen door.
Bij vloeren en trappen gaat het meestal om contactgeluid. Wol tussen de balken van een houten verdiepingsvloer haalt het holle geluid eruit, en onder laminaat dempt een XPS-ondervloer van zes millimeter de tik van je voetstappen. De onderkant van een dichte trap isoleer je met wol tussen de treden en een plaat gips ervoor; gebruik je daar hardschuim, dan hoor je elke stap nog net zo goed en houd je alleen de kou tegen.
Wat niet werkt, is de doos eierdozen die op zolder ligt te wachten. Eierdozen breken hooguit een beetje galm in de ruimte zelf en houden geen enkel geluid tegen dat van buiten komt. Voor een geluidsisolerende kast om een warmtepompunit of een compressor geldt hetzelfde principe als bij een wand: zware panelen aan de buitenkant, wol aan de binnenkant, en ventilatieopeningen met bochten erin zodat het geluid niet rechtstreeks naar buiten loopt.
Kleine koudebruggen die je in een middag aanpakt
Niet elke winst zit in een hele gevel. Een radiator op een buitenmuur, een borstwering onder het raam, een uitkragend balkon en de rand van een schuifpui zijn plekken waar in verhouding veel warmte weglekt en waar je vaak zonder verbouwing bij kunt. Zulke klussen kosten een middag en je merkt het verschil binnen een dag. Wil je één slaapkamer isoleren tegen de kou, dan is dit rijtje meestal effectiever dan een hele gevel aanpakken.
Isolatie achter de verwarming is er zo een, en die wordt vaak verkeerd begrepen. Radiatorfolie is geen isolatiemateriaal maar een reflecterende laag, en hij werkt alleen als er een luchtspleet tussen de folie en de gipsplaat of de muur zit. Plak je hem strak tegen het metselwerk, dan doe je vrijwel niets. Zit de radiator op een ongeïsoleerde buitenmuur, dan levert een dunne isolerende plaat achter de radiator, met de reflecterende kant naar de kamer en een luchtlaag ervoor, meer op dan folie alleen.
Leidingen isoleren is de goedkoopste maatregel die er is. Een cv-leiding door een onverwarmde kruipruimte of garage geeft per strekkende meter voortdurend warmte af aan een ruimte waar je niets aan hebt. Schuimschalen van dertien of twintig millimeter schuif je er in een uur omheen. Buiten kies je een uv-bestendige of een aluminium-ommanteling, want gewoon leidingschuim valt in de zon binnen twee jaar uit elkaar.
Bij koelleidingen en bij een spirobuis met koude ventilatielucht speelt iets anders. Daar gaat het niet om warmteverlies maar om condens: op een koude buis in warme lucht slaat vocht neer, dat gaat druppelen en dat geeft vlekken en rot. Gebruik daarvoor dampdicht celrubber met dichtgelijmde naden, of een geïsoleerde spirobuis, en laat vooral geen naad open. Ventilatieroosters isoleer je niet weg: die houd je open, want isoleren en ventileren horen bij elkaar.
| Plek | Wat werkt | Waar je op let |
|---|---|---|
| Achter een radiator op een buitenmuur | Dunne isolerende plaat met luchtlaag, reflecterende kant naar de kamer | Zonder luchtlaag doet reflectie niets; laat de convectie langs de radiator vrij |
| Cv- en waterleiding in kruipruimte of garage | Schuimschalen van 13 tot 20 mm | Bochten en koppelingen ook meenemen, daar zit het meeste verlies |
| Buitenleiding en koelleiding | Uv-bestendige mantel of dampdicht celrubber | Naden dichtlijmen, anders condenseert er vocht ín de isolatie |
| Spirobuis met ventilatielucht | Geïsoleerde flexibele slang of steenwolmat met alu-mantel | Alleen isoleren waar de buis door een koude of juist warme ruimte loopt |
| Borstwering onder het raam | Dunne PIR- of resolplaat met gips, of een voorzetpaneel | Vaak maar een halve steen dik; controleer op vocht voordat je dichtzet |
| Uitkragend balkon | Onderzijde en zijkant isoleren, of vloerisolatie binnen doortrekken | De betonplaat loopt door de gevel; de koudebrug haal je nooit helemaal weg |
| Schuifpui en aluminium kozijn | Isolerende beglazing, tochtprofiel en de aansluitnaad afdichten | Bij een oud aluminium profiel zonder thermische onderbreking blijft condens terugkomen |
| Stalraam met enkel glas | Voorzetraam of achterzetraam bij stalramen, met kit en tochtprofiel | Dun profiel laat zelden isolatieglas toe |
| Trapgat en onderkant van de trap | Wol tussen de treden, gips ervoor, en het trapgat afsluitbaar maken | Warme lucht stijgt door het trapgat; bij een keldertrap zit de kou juist onderin |
| Kelder- en souterrainmuur | XPS tegen de muur, vochtprobleem eerst oplossen | Geen wol tegen een muur die vocht van buiten krijgt |
| Stalen balk of kolom in de schil | Rondom inpakken met wol of hardschuim, brandeisen nagaan | Staal geleidt uitzonderlijk goed; één onbedekt stuk doet de rest teniet |
| Bad, jacuzzi of hottub | Drukvaste XPS onder de kuip en wol of schuim tegen de wanden | Onder een gevulde kuip hoort minstens XPS 300; een deksel houdt het meeste warmte vast |
| Aquarium | Isolatieplaat onder en achter de bak | Alleen materiaal dat niet indrukt, anders gaat de bodemplaat werken |
| Erker en dakkapelwang | Isoleren aan de binnenzijde met damprem | Veel hoeken, dus de folie zorgvuldig doorzetten |
Schuur, garage, blokhut en chalet
Bijgebouwen zijn vaker vochtig dan bewoners denken, want ze worden weinig of onregelmatig gestookt. Wie een schuur wil isoleren tegen vocht, moet eerst weten waar dat vocht vandaan komt. Optrekkend vocht uit een vloer zonder dampdichte laag, een lekkend dak of gewoon condens op een koude stalen wand vragen elk om een andere aanpak, en isolatie erop plakken maakt een vochtprobleem meestal groter.
Voor een schuur die af en toe wordt verwarmd, is hardschuim praktischer dan wol. Het kan tegen vocht, het hoeft niet perfect luchtdicht te zijn afgewerkt om zijn waarde te houden en muizen vinden er minder nestmateriaal in. Werk je met PIR-platen in een schuur, plak dan de naden dicht en zet er een plaat voor, want onafgewerkt hardschuim in een ruimte waar je klust is een brandrisico.
Bij een houten buitenwand met rabatdelen of met kunststof delen zoals Keralit hoort achter de bekleding een geventileerde spouw en daarachter een dampopen folie. De volgorde van buiten naar binnen is dan: bekleding, spouwlatten, dampopen folie, isolatie tussen het regelwerk, dampremmende folie, binnenafwerking. Wie de isolatie rechtstreeks tegen de achterkant van de rabatdelen duwt, krijgt vroeg of laat natte delen en rot in het regelwerk.
Een blokhut of een houten huis vraagt om terughoudendheid. De wanden werken met het seizoen mee, dus een starre binnenafwerking die strak vastzit gaat scheuren. Isoleer daar met een los regelwerk dat kan bewegen, en houd de dampremmende laag aan de binnenkant. Bij een chalet zit de grootste winst aan de onderkant: een geïsoleerde vloer boven de kruipruimte, met drukvaste platen en een dichte rand tegen ongedierte, scheelt meer dan alle wandisolatie bij elkaar.
Een garage vraagt weer om andere keuzes, zeker als je hem als werkplaats of bijkeuken gebruikt. De vloer, de deur en het plafond leveren daar het meeste op, in die volgorde. Hoe je dat opbouwt en welke platen erin gaan, werken we uit bij garage isoleren. Een serre of aanbouw met veel glas isoleer je vooral in het dak en de vloer, want het glas zelf blijft de zwakke plek.
Rc-calculator
Stapel de lagen van je vloer, muur of dak en zie welke Rc-waarde je haalt met welke diktes. Open de volledige rc-calculator
Veelgestelde vragen
Welke kant van de dampremmende folie moet naar binnen?
De dampremmende folie hoort altijd aan de warme kant, dus aan de kant van de bewoonde ruimte. Bij glaswol of steenwol met aluminiumfolie betekent dat de zilveren kant naar binnen, ook op een plafond: de isolatie zit boven, de zilveren zijde wijst naar beneden de kamer in. Zit er een dampremmende laag in het papier van een spijkerflensdeken, dan geldt hetzelfde. Leg je de folie aan de verkeerde kant, dan trekt vocht de isolatie in en condenseert het op de koude buitenlaag.
Hoe breng je dampopen folie aan en welke kant moet naar buiten?
Dampopen folie plaatsen doe je aan de koude zijde van de isolatie, met de bedrukte kant naar buiten; de fabrikant zet zijn tekst er precies daarvoor op. Werk van beneden naar boven met een overlap van ongeveer tien centimeter, zodat water er altijd overheen loopt en nergens achter. Tacker de banen vast op het regelwerk en plak de naden dicht met de tape die bij het type folie hoort. Op een muur breng je hem strak aan zonder plooien, en laat je onderaan een opening waar vocht uit kan lopen. Ligt de folie een tijd open, kies dan een zwart uv-bestendig type, want gewone folie wordt door de zon bros.
Ik ben de dampremmende folie vergeten, moet alles er weer uit?
Dat hangt af van wat er aan de koude kant zit. Is de buitenzijde ruim dampopen, bijvoorbeeld pannen met een dampopen onderdak, dan kan een constructie zonder damprem het lang volhouden, zeker als de afwerking zelf al dampremt. Zit er aan de buitenzijde hout, bitumen of een dampdichte plaat, dan is het risico op condens en houtrot reëel. Reken de opbouw eerst door voordat je gaat slopen; soms is het toevoegen van een dampremmende afwerklaag aan de binnenzijde, bijvoorbeeld een dampremmende verf of een klimaatfolie die in de zomer naar binnen laat drogen, genoeg om het weer kloppend te maken.
Welke tape gebruik je voor dampremmende folie?
Neem de tape die de fabrikant bij zijn folie levert, want die is afgestemd op het materiaal en op de levensduur die je van de naad verwacht. Op merkfolies zoals die van Martens en vergelijkbare leveranciers staat aangegeven welke tape erbij hoort. Gewone ducttape houdt een jaar of wat en laat daarna los. Voor gecacheerde PIR- en wolplaten gebruik je aluminiumtape, die ook op gladde uitgeharde PUR goed hecht. Druk elke naad aan met een aandrukrol en tape op een schoon, droog en stofvrij oppervlak, want stof is de reden dat tape jaren later loslaat.
Is PIR dampdicht en heb ik dan nog een dampscherm nodig?
PIR-schuim zelf is behoorlijk dampremmend en een echte aluminium cachering is dat in hoge mate. Toch adviseren wij bij isolatie aan de binnenzijde van een dak of wand een apart dampscherm. Twee redenen: veel cacheringen bestaan uit aluminium met papier en zijn bedoeld voor reflectie, en in de praktijk krijg je nooit elke naad, elke aansluiting en elke beschadiging dampdicht. Eén overgeslagen stukje is genoeg voor condens tegen het dakbeschot. Weet je zeker dat je platen een goede alu-cachering hebben en werk je zeer nauwkeurig met aluminiumtape, dan kan het zonder, maar bij twijfel is een folie een paar tientjes tegenover een dakbeschot dat over tien jaar vervangen moet worden.
Kun je PIR-platen lijmen of moet je ze schroeven?
Allebei kan. Op een vlakke, draagkrachtige ondergrond van beton, steen of stucwerk lijm je met dotten of rillen montage- of isolatielijm, en dan ook op hout. Zit er regelwerk achter, dan is schroeven met een isolatieplug of tellerschroef met verdeelplaat betrouwbaarder, zeker bij dikke platen. Lijm nooit op behang of op los zittend gipswerk, want een lijm met veel grip trekt het vel er gewoon af. Controleer bij lijmen op de aluminium cachering altijd het technisch blad van de lijm: aluminium is een lastige ondergrond en niet elke tegel- of montagelijm hecht erop. Platen onderling lijm je alleen als de fabrikant dat toelaat; meestal volstaat tand en groef met tape.
Hoe werk je PIR-platen af met gipsplaat?
De praktische route is regelwerk over de platen heen en de gipsplaat daarop schroeven. Je houdt dan ruimte voor leidingen en de schroeven raken je dampremmende laag niet. Gips rechtstreeks op de cachering lijmen met gipslijm kan bij een vlakke wand, en er bestaan kant-en-klare panelen met PIR en gips al aan elkaar. Wil je stucen of tegelen, kies dan een plaat met glasvlies in plaats van aluminium, want mortel hecht niet op alu. Laat hardschuim in een woon- of werkruimte niet onafgewerkt in het zicht: de gipsplaat is ook je brandwerende laag.
Mag PIR-isolatie nat worden?
Het schuim zelf neemt door de gesloten cellen nauwelijks water op, dus een plaat die tijdens de bouw een regenbui heeft gehad kun je na drogen gewoon gebruiken. Let wel op de randen en de naden: water dat tussen de platen of onder de cachering trekt, blijft daar hangen en kan de folielaag laten loslaten. Een plaat die dagenlang in het water heeft gelegen, laat je staan drogen en controleer je op delaminatie. Monteer nooit een doorweekte plaat tegen hout, want dat vocht kan daarna nergens meer heen.
Hoe snijd je glaswol, steenwol en tempex netjes op maat?
Voor glaswol werkt een lang gekarteld isolatiemes of een oud broodmes het beste. Leg een rechte lat op de wol, druk die samen met je knie of je hand en snijd in één vloeiende haal langs de lat. Steenwol is stugger: daar gebruik je een fijne handzaag of een speciale steenwolzaag. Meet altijd een halve tot een hele centimeter ruimer dan de dagmaat, zodat de wol zich klemt. EPS en XPS zaag je met een fijne tand, of je snijdt ze met een gloeidraadsnijder, wat een gladde kant geeft en veel minder kruimels. Snijd bij voorkeur buiten, want dat scheelt uren stofzuigen.
Welke isolatie is het beste tegen muizen?
Die bestaat niet, hoe vaak het ook zo verkocht wordt. Muizen nestelen graag in glaswol, ze komen ook in steenwol terecht en ze knagen probleemloos door EPS en PIR heen. Steenwol met een hoge dichtheid is iets minder aantrekkelijk als nestmateriaal, maar dat is het hele verschil. De aanpak die wel werkt, is het dichtzetten van alle openingen groter dan ongeveer zes millimeter met roestvaststalen gaas, mortel of metselwerk, voordat de isolatie erin gaat. Kijk daarbij naar rooster- en leidingdoorvoeren, de aansluiting van gevel op dakrand en de rand van het kruipluik.
Mag je twee lagen isolatie op elkaar aanbrengen?
Dubbel isoleren mag, mits de dampdichtste laag aan de warme kant komt. PIR aan de binnenzijde van bestaande glaswol is daarom prima, en wol aan de binnenzijde van bestaand hardschuim is dat niet, want dan verplaatst het dauwpunt naar de koude kant van die wol en krijg je condens. Wil je toch wol combineren met PIR, bijvoorbeeld voor geluid, houd de wollaag dan als vuistregel onder een derde van de totale R-waarde. Twijfel je over jouw opbouw, dan kun je hem vooraf doorrekenen op condens. Dat oude wol er niet uit hoeft, is meegenomen: als hij droog is en goed aansluit, telt hij gewoon mee.
Isoleer je een houten vloer tussen of onder de balken?
Als de kruipruimte hoog genoeg is om te werken, heeft onder de balken de voorkeur. De balklaag komt dan aan de warme kant te liggen, vormt geen koudebrug meer en blijft droger, en je hebt bijna geen snijverlies omdat je doorlegt. Isolatie tussen de balken klemmen is een prima alternatief bij weinig hoogte, maar kost meer pas- en snijwerk en laat de balken koud. Controleer in dat geval waar de beluchtingsgaten van de spouw uitkomen, want die blazen soms precies in de ruimte tussen de isolatie en je vloerdelen. Combineren van beide kan ook, en dan haal je de hoogste waarde.
Wanneer kies je vloerplaten met een PIR-kern en een spaanplaat toplaag?
Die vloerplaten, die je onder namen als Spano tegenkomt, leggen isolatie en ondervloer in één handeling. Ze gaan met tand en groef op een bestaande houten of betonnen vloer, de naden lijm je, en daarna heb je meteen een vlak waar laminaat of een dekvloer op kan. Gangbare totale diktes liggen tussen de dertig en tachtig millimeter, dus de winst blijft bescheiden: reken op Rc 1 tot 2,5, waar je vanuit de kruipruimte met platen onder de balken op 4 tot 6 uitkomt. Kun je er wel onder, doe het dan daar, want dat kost geen hoogte. Bij toepassing binnen moeten deuren, drempels en de onderste traptrede mee, en op beton hoort er een dampremmende folie onder zodat restvocht niet in de spaanplaat trekt. Wat jouw opbouw oplevert, kun je laag voor laag doorrekenen voordat je bestelt.
Hoe isoleer je een kruipluik of een vloerluik?
Lijm aan de onderzijde van het luik een plaat piepschuim of een reststuk dakisolatie met dotten polymeerkit en kit de rand rondom volledig dicht, anders kruipt condens tussen de plaat en het hout. Breng de dotten vooraf op de plaat aan, dan hoef je onder de vloer alleen nog aan te drukken, en doe dat werk met zijn tweeën. Tocht los je apart op met een tochtstrip in de sponning of met verwijderbare aluminiumtape over de naad. Radiatorfolie of een laminaatondervloer levert hier weinig op: de eerste reflecteert alleen stralingswarmte en de tweede is bedoeld voor geluid.
Heeft isolatie achter de verwarming zin?
Alleen als de radiator op een ongeïsoleerde buitenmuur hangt, en alleen met een luchtlaag. Radiatorfolie kaatst stralingswarmte terug, maar dat werkt niet wanneer je hem strak tegen het metselwerk plakt: dan geleidt de warmte gewoon door. Een dun isolatiepaneel met een reflecterende laag naar de kamer toe, met een spleet lucht erachter, doet meer. Houd de ruimte boven en onder de radiator vrij, want de convectiestroom langs de radiator levert het grootste deel van de warmte. Bij een goed geïsoleerde muur is de winst verwaarloosbaar en steek je je geld beter in leidingisolatie.
Hoe isoleer je leidingen en een spirobuis?
Cv- en waterleidingen in een onverwarmde kruipruimte, garage of zolder pak je in met schuimschalen van dertien tot twintig millimeter, en je neemt daarbij ook de bochten en de koppelingen mee, want daar zit relatief veel verlies. Buiten kies je een uv-bestendige uitvoering of een aluminium ommanteling, omdat gewoon leidingschuim in de zon binnen een paar jaar afbrokkelt. Bij koelleidingen en bij een spirobuis met koude ventilatielucht gaat het om condens in plaats van om warmteverlies: gebruik daar dampdicht celrubber met dichtgelijmde naden, of koop de buis meteen geïsoleerd. Een naad die openblijft, zorgt voor druppelvorming precies op die plek.
Werkt noppenfolie, bubbelfolie of zilverfolie als isolatie?
Als vervanger van een isolatiepakket niet. De opgegeven waarden van dunne reflecterende folies gelden alleen in een opbouw met een luchtlaag van minstens twee centimeter aan de glimmende kant, en dan nog kom je uit op een halve tot ruim een hele punt Rc, terwijl tien centimeter hardschuim er vier oplevert. Reflectie werkt bovendien alleen bij echt aluminium met een lage emissiecoëfficiënt, niet bij elke zilverkleurige cachering. Verpakkingsnoppenfolie tegen een muur plakken heeft geen zin. Als aanvullende dampremmende laag in een krappe opbouw kan zo'n folie wel nuttig zijn, en dan tel je die winst er gewoon bij op.
Wanneer kies je een EPS-bekisting met vorstrand en wat kost die?
Een verloren bekisting van EPS is aantrekkelijk bij een aanbouw of tuinhuis op stabiele zandgrond zonder heipalen, omdat je niet hoeft te timmeren en de fundering meteen geïsoleerd is. Kijk of het element is vrijgegeven voor fundering op staal, want de drukvastheid moet daarop berekend zijn; de zwaardere kwaliteiten zijn vaak alleen op bestelling leverbaar. Reken op enkele tientjes per strekkende meter, afhankelijk van de hoogte en de breedte van het element, en vergelijk dat met de kosten en de tijd van zelf een kist timmeren. Komt er isolatie boven op de betonvloer, dan is zelf timmeren vaak goedkoper en nauwelijks meer werk.
Moet je de spouw van een jaren 30 woning na-isoleren?
Dat is geen automatische ja. Een muur uit die tijd is meestal opgebouwd als 110-50-110 millimeter, en met een vertind binnenblad blijft er veertig tot vijfenveertig millimeter spouw over. Dat is weinig isolatie voor het risico dat je erbij koopt: vervuiling met specieresten, doorslaand vocht en roestende spouwankers. Laat de spouw eerst met een camera inspecteren en vraag om garantie bij het bedrijf dat het uitvoert. Heb je de ruimte binnen, dan levert een voorzetwand meer op, al moet je dan wel een oplossing bedenken voor de koudebrug ter hoogte van de verdiepingsvloer. Reken beide varianten door voordat je kiest.
Hoe isoleer je een stalen garagedeur of een kanteldeur?
Plak aan de binnenkant platen XPS of PIR van twee tot vier centimeter, passend gesneden binnen de profielen, met dubbelzijdige montagetape of dotten polymeerkit. Houd de randen vrij waar de deur langs het kozijn of langs de geleiders loopt. Let op het gewicht: een kanteldeur en een sectionaaldeur hangen in balans aan veren, en een paar kilo isolatie erbij maakt de deur zwaar of laat hem terugzakken, wat je meestal kunt bijstellen aan de veerspanning. Vergeet de aanslag niet, want tocht langs de randen kost vaak meer dan het staal zelf. Voor de rest van de ruimte staat de aanpak bij het isoleren van een garage van binnenuit.
Hoeveel zeggen reviews over een isolatieleverancier als i-Foam?
Beoordelingen van webshops en groothandels gaan bijna altijd over de levering: kwamen de platen heel aan, klopte het aantal, hoe snel stond het op de stoep. Over hoe zo'n plaat het in jouw opbouw doet, zegt een review niets. Kijk daarvoor in het productblad naar de lambdawaarde, de Rd per dikte, de brandklasse en het type cachering, en reken zelf na of dikte gedeeld door lambda inderdaad de opgegeven Rd oplevert. Vergelijk daarna op prijs per vierkante meter bij gelijke Rd, want een goedkopere plaat met een hogere lambda heeft meer dikte nodig en die dikte heb je niet altijd. Bestel je een hele pallet, vraag dan vooraf hoe er gelost wordt en loop bij aflevering de randen en hoeken na: een ingedeukte of gescheurde cachering is de meest voorkomende transportschade en je kunt hem alleen bij ontvangst nog melden.
Waar koop je isolatiemateriaal het voordeligst?
Vergelijk niet op de prijs per pak maar op de prijs per vierkante meter bij gelijke Rd-waarde, want een goedkope rol glaswol bij de bouwmarkt heeft vaak een hogere lambdawaarde en dus meer dikte nodig. Bouwmarkten zoals Gamma zijn handig voor kleine hoeveelheden en losse rollen, terwijl een isolatiegroothandel bij hele pallets meestal duidelijk goedkoper is. Veel klussers halen platen in Duitsland omdat het daar per plaat scheelt; houd dan rekening met afwijkende plaatmaten, met de vraag of je een restant kunt retourneren en met de kosten van het vervoer. Bereken vooraf hoeveel vierkante meter je nodig hebt inclusief snijverlies, dan voorkom je een tweede rit.