Schuttingpalen: welke maat, hoe diep en hoe je ze vastzet
Een schutting staat of valt bij de palen, en die halen hun stevigheid uit de diepte en uit goed aangestampte grond, niet uit een zakje snelbeton. Houd als vuistregel aan dat een derde van de totale paallengte onder de grond zit, dus bij een scherm van 180 cm werk je met palen van ongeveer 270 cm. Houten palen zet je liever zonder betonkraag in de grond, want op de overgang van grond naar lucht rot een paal het snelst en beton houdt daar juist water vast. Kies bij hout minimaal 7 bij 7 cm, liefst hardhout, en stamp het gat in lagen aan.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Grondboor van 20 tot 25 cm, het liefst met een verlengstuk
- Spade en een smalle schep om het gat schoon te maken
- Zware stamper of een stuk balkhout om laagsgewijs aan te stampen
- Moker van 3 kg en een houten blok om de paal op te zetten
- Waterpas van minstens 60 cm, en een kleine paalwaterpas
- Metselkoord of nylondraad met twee stalen pennen
- Rolmaat, potlood en een winkelhaak
- Handcirkelzaag of handzaag om de palen op hoogte af te korten
- Twee latten en schroeven om de paal tijdelijk te schoren
- Kruiwagen voor de uitgekomen grond
Materiaal
- Schuttingpalen in de juiste lengte, hout of beton
- Grind of split voor een drainagelaag van 10 cm onder de paal
- Scherp zand of de uitgekomen grond om het gat te vullen
- Eventueel droogbeton, alleen bij beton- of staalpalen
- Houtverduurzamer voor elke zaagsnede in geïmpregneerd hout
- Paalmutsen of een schuine aftopping voor de kopse kant
- Schroeven en beslag die bij de gekozen paal horen
Welke schuttingpaal past bij jouw schutting
De paal bepaalt hoe lang je schutting rechtop blijft staan, veel meer dan het scherm dat ertussen hangt. Hoe de rest van het werk in elkaar zit, van fundering tot afwerking, staat in ons overzicht over een schutting plaatsen en verstevigen. Op deze pagina gaat het over de palen zelf: de maat, de diepte en de manier waarop je ze vastzet.
Grofweg heb je drie families. Houten palen zijn het goedkoopst en het makkelijkst te bewerken, maar ze rotten op termijn. Betonpalen gaan vrijwel eeuwig mee en dragen het scherm in een sleuf, maar ze zijn zwaar en je ziet ze. Verzinkt staal zit daar tussenin en wordt vooral bij lichtere hekwerken en bij poorten gebruikt.
Bij hout is de dikte belangrijker dan de houtsoort alleen. Onder 7 bij 7 cm gaan wij niet zitten bij een dicht scherm, want een dunnere paal buigt en het hout dat de grond in gaat heeft nauwelijks reserve. Bij hardhout mag 6,5 cm nog net, bij geïmpregneerd grenen kies je liever 8,9 of zelfs 10 bij 10 cm.
Er is één praktijkgetal dat goed laat zien wat dikte doet. Hardhouten palen van 7 bij 7 cm die twintig jaar in de grond hadden gestaan, bleken bij het vervangen nog ongeveer 5 bij 5 cm gaaf hout over te hebben. Was er met 5 bij 5 begonnen, dan had er na twintig jaar bijna niets meer gestaan.
| Soort paal | Gangbare maten | Hoe hij zich houdt in de grond | Manier van vastzetten | Waar je op let |
|---|---|---|---|---|
| Geïmpregneerd grenen of vuren | 7x7, 8,9x8,9 en 10x10 cm | Tien tot vijftien jaar is gebruikelijk, afhankelijk van de grond | Aanstampen in het gat, zonder betonkraag | Elke zaagsnede is onbehandeld hout en moet je bijwerken |
| Hardhout, azobé of angelim | 6,5x6,5 tot 8x8 cm | Twintig jaar en langer, ook zonder beton | Aanstampen in het gat | Voorboren voor elke schroef, anders splijt het hout |
| Douglas of lariks | 8x8 tot 12x12 cm | Bovengronds prima, in de grond beperkt houdbaar | Liever op een paalhouder of paalvoet | Alleen het kernhout is duurzaam, spinthout rot snel weg |
| Betonpaal met sleuf | 10x10 cm, lengtes van 190 tot 300 cm | Rot niet, verzakt hooguit | In beton, 70 tot 80 cm diep | Zwaar tillen en de hart-op-hart maat luistert nauw |
| Vlakke betonpaal met beugels | 10x10 cm | Rot niet | In beton | Je kunt er ook houten schermen of gaas aan hangen |
| Verzinkte stalen paal | 60x60 en 70x70 mm | Roest pas op lange termijn door bij de grondlijn | In beton of op een voetplaat | Boor je erin, dan open je de zinklaag en moet je bijwerken |
| Houten paal op een inslagpaalhouder | Houder voor 7x7 of 9x9 cm | Het hout raakt de grond niet en blijft daardoor droog | Houder de grond in slaan, paal erin schroeven | Alleen geschikt voor lagere schermen in vaste grond |
Koop de palen en de schermen bij voorkeur in één keer en meet één scherm na voordat je gaat uitzetten. Een scherm van "180 cm" is in werkelijkheid vaak 178 of 179 cm breed, en dat verschil van twee centimeter tikt over acht vakken flink aan.
Hoe diep moet een schuttingpaal de grond in
De vuistregel die wij aanhouden is simpel: een derde van de totale paallengte gaat de grond in, twee derde blijft erboven. Bij een hekwerk van 1 meter hoog koop je dus een paal van 150 cm, waarvan 50 cm onder de grond verdwijnt.
Hier gaat het vaakst mis, en het is een dure vergissing. Sommigen rekenen een derde van het bovengrondse deel en graven bij een schutting van 180 cm dus 60 cm diep, terwijl er 90 cm nodig is. Dat scheelt een halve meter aan stevigheid precies op de plek waar de wind het meeste moment maakt.
De gangbaarste combinatie in Nederlandse tuinen is een scherm van 180 cm met palen van 270 cm. Dan houd je ongeveer 90 cm onder de grond en steekt de paal nog een stukje boven het scherm uit, wat je later netjes afkort. Wil je het scherm een paar centimeter vrij van de grond houden, reken die ruimte dan mee bij het bovengrondse deel.
Bij betonpalen mag je van deze vuistregel afwijken. Beton rot niet en een betonpaal van 275 cm weegt zo veel dat hij zichzelf al aardig op zijn plek houdt. Daar is 70 tot 80 cm in een betonvoet de normale werkwijze.
| Hoogte boven de grond | Totale paallengte | Deel in de grond | Diepte van het gat | Opmerking |
|---|---|---|---|---|
| Laag hekwerk van 90 cm | 150 cm hout | Ongeveer 50 cm | 60 cm | Open hekwerk vangt weinig wind, meer diepte is zelden nodig |
| Scherm van 120 cm | 180 cm hout | Ongeveer 60 cm | 70 cm | Bij een dicht scherm liever 70 cm de grond in |
| Scherm van 150 cm | 230 cm hout | Ongeveer 75 cm | 85 cm | Palen van 230 cm zijn er, anders 240 cm en afkorten |
| Scherm van 180 cm | 270 cm hout | 80 tot 90 cm | 95 cm | De gangbaarste maat, deze palen liggen overal op voorraad |
| Scherm van 200 cm | 300 cm hout | Ongeveer 100 cm | 110 cm | Dichte schermen van 2 meter vragen ook een dikkere paal |
| Scherm van 180 cm met betonpaal | 275 cm beton | 70 tot 80 cm in beton | 85 cm | Beton rot niet, de derde-vuistregel geldt hier niet |
| Hoek- en eindpaal | Zelfde lengte, één maat dikker | 10 cm dieper dan de tussenpalen | 10 cm extra | Deze palen krijgen trekkracht van twee kanten of van één kant |
| Poortpaal | Zelfde lengte, minimaal 10x10 cm | Minstens een derde, liever iets meer | 10 tot 15 cm extra | Het gewicht van de poort trekt de paal scheef |
Weet wat er onder je ligt voordat je gaat boren. Langs erfgrenzen lopen vaak gas-, water- en elektraleidingen en de kabel van de buitenverlichting. Wie machinaal graaft is verplicht een graafmelding te doen, maar ook met een handboor breek je een leiding net zo hard. Loop de route van je meterkast naar buiten na en graaf bij twijfel het eerste stuk met een spade open.
Wel of geen beton om een houten paal
Dit is de vraag waar de meeste mensen op vastlopen, en niet zonder reden. De ene bron zegt dat houten palen nooit in beton mogen omdat ze dan sneller rotten, en het instructiefilmpje van de bouwmarkt zet ze doodleuk in snelcement. Beide adviezen bestaan naast elkaar, terwijl er maar één antwoord is dat de paal langer laat staan.
Begin bij waar de stevigheid vandaan komt. Een paal haalt zijn houvast uit de diepte en uit de grond die er strak omheen zit, niet uit een kraag beton bovenin. Wij hebben palen van hetzelfde hekwerk naast elkaar gehad, de helft in snelbeton en de helft aangestampt in de eigen grond, en aan de stevigheid was geen verschil te merken.
Het nadeel van beton om hout is wel reëel. De betonkraag houdt regenwater vast tegen de paal aan, precies op de overgang van grond naar lucht, en dat is de plek waar hout altijd als eerste wegrot. Geïmpregneerd hout redt dat ook niet: dat rot in beton net zo hard weg, alleen zie je het pas als je eraan duwt.
Er is nog een praktisch bezwaar. Moet je over vijftien jaar een paal vervangen, dan graaf je een losse paal er zo uit, terwijl een betonklomp van dertig kilo een halve middag hakken en wrikken kost. Bij een schutting die je een keer wilt vernieuwen weegt dat zwaar mee.
Kies je toch voor beton, bijvoorbeeld omdat de grond erg los is, doe het dan goed. Laat de betonkraag drie tot vijf centimeter boven het maaiveld uitkomen en werk de bovenkant schuin af, van de paal af. Water loopt dan weg in plaats van in een bakje rond je paal te blijven staan. Gebruik daarbij hardhout, want daar levert de extra vochtbelasting het minste risico op.
Bij betonpalen en stalen palen ligt het anders. Die materialen rotten niet, dus daar is een betonvoet juist de logische manier van vastzetten. De bezwaren hierboven gaan uitsluitend over hout dat in beton verdwijnt.
Het gat boren, en wat je doet als de boor vastloopt
Een grondboor van 20 tot 25 cm doorsnee is het gereedschap dat dit werk draaglijk maakt. Je maakt er een strak rond gat mee dat niet veel groter is dan nodig, waardoor je minder grond hoeft terug te stampen. Een spade maakt een veel ruimer gat en dat wordt bijna nooit meer zo vast als de grond eromheen.
Voor palen van 270 cm heb je een boor met verlengstuk nodig, anders kom je bij 60 cm al met de handgrepen op de grond. Zo'n verlengstuk kun je bij de meeste verhuurbedrijven voor een paar euro per dag meenemen, wat goedkoper is dan hem kopen voor één schutting.
De grondsoort bepaalt hoe zwaar het wordt. In zandgrond draait een boor er bijna vanzelf in en haal je een gat in vijf minuten. In natte klei loopt de boor dicht en moet je hem elke slag leegtrekken, en in grond met puin of oude stoeptegels loopt een boor helemaal vast. Kom je op puin, dan is er niets anders dan een smalle spade en een breekijzer.
Boor niet helemaal tot de eindmaat. Laat de laatste vijf centimeter zitten, zet de paal in het gat en geef hem met een moker een paar klappen op een houten blok. De onderkant van de paal drukt zich dan in vaste, ongeroerde grond en staat meteen klem in plaats van los te wiebelen tot je hebt aangestampt.
Gooi eerst een laagje grind of split van ongeveer 10 cm in het gat en zet de paal daarop. Water dat langs de paal naar beneden loopt kan dan weg in plaats van in een kuil onder de kopse kant te blijven staan. Bij hout scheelt dat merkbaar in de levensduur.
Schuttingpalen plaatsen: uitzetten en op maat houden
De volgorde waarin je werkt bepaalt of de schermen straks passen. Span eerst een strak koord tussen de plek van de eerste en de laatste paal, op ongeveer tien centimeter boven de grond. Dat koord is je rechte lijn en je hoogtereferentie tegelijk, en het voorkomt dat een schutting van twaalf meter in het midden een bocht maakt.
De hart-op-hart maat reken je uit in plaats van hem over te nemen. Bij houten palen is dat de breedte van het scherm plus de dikte van de paal, dus bij een scherm van 179 cm en palen van 7 cm kom je op 186 cm. Bij betonpalen met een sleuf trek je er af wat het scherm aan beide kanten in de sleuf verdwijnt, meestal twee keer ongeveer twee centimeter.
Zet nooit eerst alle palen vast en hang daarna pas de schermen op. Dat lijkt sneller en het gaat bijna altijd mis, want een fout van een halve centimeter per vak is bij het achtste scherm vier centimeter geworden. Wij werken paal voor paal: paal zetten, scherm ertussen passen, volgende paal uitmeten, en pas daarna definitief vastzetten.
Houd de paal tijdens het vullen loodrecht met twee latten die je schuin tegen de paal schroeft en met een steen op de grond klemt. Controleer met de waterpas over twee zijden, want een paal die in één richting recht staat kan in de andere richting nog steeds hangen. Corrigeer voordat je aanstampt, want daarna krijg je hem niet meer terug.
Schuttingpalen vastzetten zonder beton
Aanstampen is echt werk en dat is precies waarom het werkt. Vul het gat in lagen van tien tot vijftien centimeter en stamp elke laag aan voordat je de volgende erin gooit. Eén keer alles erin scheppen en dan bovenop stampen levert een paal op die na de eerste winterstorm los zit.
Voor het vullen gebruik je bij voorkeur de grond die eruit kwam, mits die redelijk vast is. In zandgrond werkt scherp zand beter: dat stamp je aan en dan spoel je het in met een gieter water, waarna het zand zich compact zet rond de paal. Op klei laat je water juist weg, want natte klei wordt smurrie en die krijg je nooit vast.
Blijf tijdens het aanstampen controleren of de paal nog loodrecht staat. Een stamper duwt de paal ongemerkt weg als je steeds aan dezelfde kant aandrukt, dus werk rondom en check om de twee lagen met je waterpas. De schoorlatten laat je staan tot het gat helemaal vol is.
Maak de laatste laag iets bollend rond de paal in plaats van vlak of hol. Water loopt dan van de paal af de tuin in. Een kuiltje rond de paal vult zich elke bui met water en dat is precies de situatie die je bij hout wilt vermijden. Ditzelfde geldt als je later grond of schors aanvult, bijvoorbeeld bij een plantenbak langs de schutting: stapel geen aarde tegen de paal aan.
| Manier van vastzetten | Waarvoor geschikt | Voordeel | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Uitgekomen grond in lagen aanstampen | Houten palen in normale tuingrond | Gratis, en de paal is later makkelijk te vervangen | Te dikke lagen tegelijk, dan blijft het los |
| Scherp zand aanstampen en inspoelen | Houten palen in zandgrond | Zet zich compact en laat water door | Op klei werkt dit niet, daar wordt het pap |
| Grind of split als onderlaag | Alle houten palen | Water loopt weg onder de paal vandaan | Alleen grind gebruiken over de hele diepte geeft te weinig grip |
| Droogbeton droog in het gat en natgieten | Beton- en stalen palen | Snel klaar, geen kuip nodig | Bij hout houdt de kraag vocht vast tegen de paal |
| Betonspecie van zand en cement | Betonpalen en poortpalen | Sterkste verankering die er is | Bijna niet meer te verwijderen bij vervanging |
| Inslagpaalhouder of grondanker | Hekwerk en schermen tot ongeveer 120 cm | Het hout raakt de grond niet | Te weinig houvast bij hoge dichte schermen |
| Voetplaat met chemisch anker | Palen op een bestaande betonvloer of muurtje | Geen graafwerk nodig | Het beton moet dik en gezond genoeg zijn |
| Paalvoet op een betonpoer | Douglas en lariks | Hout blijft volledig droog boven de grond | De poer moet onder de vorstgrens zitten, anders komt hij omhoog |
Paalhouders en palen op een harde ondergrond
Niet elke paal kan de grond in. Langs een terras, op een bestaande betonrand of op een keerwandje moet je de paal bovengronds verankeren, en dan bepaalt het beslag hoe stevig het geheel wordt.
Inslagpaalhouders, ook wel grondankers genoemd, zijn er voor palen van 7 bij 7 en 9 bij 9 cm en met een schacht van 75 of 90 cm. Ze werken goed voor lagere hekwerken en voor lichte schermen in stevige grond. Bij een dicht scherm van 180 cm zouden wij ze niet gebruiken: de hefboom is te groot en de houder gaat op den duur in de grond bewegen.
Sla een grondanker altijd in met de bijgeleverde inslagdop of met een blokje hout in de koker. Sla je rechtstreeks op de rand, dan zet de koker uit en past de paal er niet meer in. Controleer bovendien elke twintig centimeter of hij nog loodrecht zit, want een anker dat scheef begint krijg je niet meer recht.
Op beton werk je met een voetplaat en chemische ankers of zware slagankers, in roestvast staal als het buiten zit. Meet de dikte van het beton na en houd minstens tien centimeter afstand tot de rand, anders scheurt het beton uit bij het aandraaien. Voor Douglas- en lariksstijlen is een verstelbare paalvoet op een betonpoer de nette oplossing, omdat het hout dan volledig vrij van de grond blijft.
De paal beschermen op de overgang van grond naar lucht
Een houten paal rot vrijwel nooit onderin en ook niet bovenin. Hij begeeft het op de grondlijn, in de zone van een paar centimeter waar zuurstof en vocht elkaar afwisselen. Op die paar centimeter moet je dus letten.
Het meeste effect haal je uit de houtkeuze en uit droog houden. Hardhout heeft daar simpelweg meer reserve, en dat is de reden dat wij bij een schutting die twintig jaar moet staan liever hardhout dan geïmpregneerd grenen kiezen. Houd verder de grond rond de paal iets bollend en stapel er geen aarde, schors of bladeren tegenaan.
Zaag je een paal op lengte, dan is die zaagsnede kaal hout. Bij geïmpregneerd hout zit de bescherming alleen in de buitenste laag, dus een afgekorte onderkant staat onbeschermd in de grond. Behandel elke snede met een houtverduurzamer of een aftopmiddel voordat de paal het gat in gaat.
De bovenkant vraagt hetzelfde. Kopshout zuigt water op als een rietje, dus zaag de kop schuin af zodat regen eraf loopt, of zet er een paalmuts of een metalen kapje op. Een vlak afgezaagde paalkop zonder afwerking is meestal de eerste plek waar je na een paar jaar zwart hout ziet.
Wie later toch hoger wil, doet er goed aan de paalkop bereikbaar te houden. Bij het verhogen van een schutting tegen inkijk worden opzetstukken vaak op de bestaande paal gezet, en dan wil je dat die kop nog gezond is.
Wind, hoogte en een paal die begint te hangen
Een dicht scherm is een zeil. Bij 180 cm hoogte vangt elk vak ruim drie vierkante meter wind, en al die kracht komt terecht op de twee palen ernaast, precies op de grondlijn. Dat verklaart waarom schuttingen bijna altijd op dezelfde plek bezwijken.
Een paar keuzes schelen daarin veel. Hoek- en eindpalen zet je tien centimeter dieper en een maat dikker, want die krijgen kracht van maar één kant en kunnen niet meeleunen. Op een open, winderige kavel houdt een schoor aan de tuinzijde de paal rechtop. Bij schermen van twee meter hoog werk je liever met betonpalen of met palen van 10 bij 10 cm.
Staat er al een schutting die begint te hangen, kijk dan eerst waar de speling zit. Wiebelt de paal in de grond, dan kun je aan de leunende zijde een gat naast de paal graven, de paal terugduwen en het gat opnieuw in lagen aanstampen. Voelt de paal aan de grondlijn zacht als je er met een schroevendraaier in prikt, dan is er niets meer te redden en moet hij eruit.
Voor een rotte paal is er een oplossing die veel graafwerk scheelt. Zaag de paal net boven de grond af, laat de stomp zitten en zet er direct naast een nieuwe paal in een vers gat, of gebruik een stalen paalklem die je over de oude stomp schuift. Meer manieren om een bestaande schutting steviger of hoger te maken staan bij de aanpak per schuttingprobleem.
Een schutting van twee meter is niet overal vergunningvrij. Achter de voorgevelrooilijn mag doorgaans tot 2 meter, aan de straatzijde vaak maar 1 meter, en het bestemmingsplan van je gemeente kan strengere regels bevatten. Staat de schutting op de erfgrens, dan heb je bovendien de instemming van je buren nodig. Check dat voordat je de gaten boort, want een paal in beton verplaats je niet even.
Zo plaats je een rij schuttingpalen
Deze volgorde geldt voor houten palen die je zonder betonkraag in de grond zet, en met kleine aanpassingen ook voor betonpalen.
-
Meet de lijn uit en verdeel de vakken
Span een koord tussen het begin- en eindpunt en meet één scherm na. Verdeel de lengte in gelijke vakken en markeer elk paalmidden met een stok. Kom je aan het eind op een half vak uit, verdeel dat verschil dan over twee vakken bij de hoek in plaats van één smal scherm over te houden.
-
Bepaal de paallengte en de diepte
Reken met een derde van de totale paallengte onder de grond. Voor een scherm van 180 cm betekent dat palen van 270 cm en gaten van ongeveer 95 cm diep, inclusief tien centimeter grind onderin. Meer over de maatvoering per hoogte lees je in ons overzicht over schuttingen.
-
Boor het eerste gat en controleer wat er in de grond zit
Steek de eerste twintig centimeter open met een spade, zodat je ziet of er kabels of leidingen liggen. Ga daarna verder met de grondboor en werk tot vijf centimeter boven de einddiepte. Die laatste centimeters laat je bewust zitten.
-
Zet de paal en sla hem de laatste centimeters vast
Gooi het grind in het gat, zet de paal erop en geef hem met een moker een paar klappen op een houten blok. De onderkant drukt zich dan in ongeroerde grond en staat direct klem. Sla nooit rechtstreeks op de paalkop, want je maakt het hout stuk en dat is de plek waar water intrekt.
-
Stel loodrecht en zet de paal tijdelijk in de schoren
Controleer met de waterpas over twee zijden en houd de paal tegen het koord aan. Schroef twee latten schuin tegen de paal en klem ze met een steen op de grond. Zonder schoren duw je de paal tijdens het aanstampen ongemerkt uit het lood.
-
Vul het gat in lagen en stamp elke laag aan
Vul met de uitgekomen grond of met scherp zand in lagen van tien tot vijftien centimeter en stamp rondom aan. Controleer om de twee lagen de waterpas. Maak de bovenste laag bollend rond de paal, zodat regenwater van de paal af loopt.
-
Pas het scherm en zet dan pas de volgende paal
Hang of houd het scherm tegen de geplaatste paal en meet daar de volgende paal op uit. Zo loopt een kleine afwijking niet door over de hele rij. Werk zo vak voor vak tot het eind.
-
Kort af en werk de koppen af
Zaag de palen op hoogte af als alles staat, met het koord als richtlijn zodat de koppen één lijn vormen. Zaag schuin af of zet er een paalmuts op en behandel elke zaagsnede met houtverduurzamer. Vanaf hier kun je verder met begroeiing of met een plantenbak tegen de schutting.
Nalopen voordat je de gaten dichtgooit
Uit de praktijk
Tegenstrijdig advies over palen in snelcement
Bij een eerste schutting stuitten we op twee adviezen die elkaar uitsluiten. Op een tuinsite stond dat houten palen juist niet in beton horen omdat het water vasthoudt. In een instructiefilmpje van de bouwmarkt gingen dezelfde palen doodgemoedereerd in snelcement. Twee bronnen, twee antwoorden, en een gat dat nog gegraven moest worden.
De uitkomst werd hardhouten palen van 7 bij 7 cm, zonder beton, met een derde van de lengte in de grond. In de zandgrond ter plaatse liet dat zich prima boren, al moest er een verlengstuk op de grondboor om de laatste dertig centimeter te halen. Dat verlengstuk kwam van het verhuurbedrijf om de hoek en kostte een paar euro voor de dag.
De truc die het meest opleverde was klein: niet tot exact de einddiepte boren, maar de laatste centimeters overslaan en de paal met een moker op een houten blok vastslaan. De onderkant zat daardoor meteen klem in ongeroerde grond, waardoor het aanstampen erna veel makkelijker ging.
De helft in snelbeton, de helft niet, en geen verschil
Bij een gaashekwerk werd een deel van de palen in snelbeton gezet en een deel gewoon aangestampt in de eigen grond. Dat was geen experiment maar gewoon een zak beton die op raakte. Jaren later was er aan de stevigheid tussen beide helften geen enkel verschil te voelen.
Dat past bij hoe een paal werkt: de weerstand komt uit de diepte en uit de grond die er strak omheen zit, niet uit een kraag beton in de bovenste dertig centimeter. Was er dieper geboord in plaats van beton bijgekocht, dan had het hekwerk er waarschijnlijk beter voor gestaan.
Het verschil zit vooral in de toekomst. De aangestampte palen zijn met een spade en wat trekken los te krijgen, de betonpalen zitten in een klomp die je eruit moet hakken. Bij een hekwerk dat je ooit wilt vervangen, is dat het argument dat telt.
Hardhouten palen die na twintig jaar nog niet op waren
Bij het vervangen van een oude schutting kwamen er hardhouten tuinpalen uit de grond die er ongeveer twintig jaar hadden gestaan, zonder beton eromheen. Ze waren begonnen als 7 bij 7 cm en hadden op de grondlijn nog ruwweg 5 bij 5 cm gaaf hout over. De palen gingen alleen mee in de container omdat er toch een nieuwe schutting kwam.
Twee dingen vallen daaraan op. Het verlies zat volledig op de overgang van grond naar lucht, want lager in de grond en hoger langs het scherm was het hout nog dik. En de reserve die in de dikte zat, was precies wat de palen zo lang overeind hield.
Wie met palen van 5 bij 5 cm was begonnen, had na diezelfde twintig jaar niets meer over gehad en waarschijnlijk al eerder een omgewaaide schutting gehad. Dat is de reden dat wij bij dichte schermen onder de 7 bij 7 cm niet beginnen.
Een derde van het verkeerde getal gerekend
Bij een hek van 100 cm hoog werden palen van 130 cm gekocht en 30 cm de grond in gezet. De redenering leek te kloppen: een derde van het zichtbare deel onder de grond. Na de eerste stevige najaarsstorm stonden drie palen scheef en kon je ze met de hand heen en weer bewegen.
De rekensom gaat over de hele paal, niet over het stuk dat je ziet. Bij een hek van 100 cm hoort een paal van 150 cm, waarvan 50 cm onder de grond zit. Met die twintig centimeter extra veert de paal mee in de wind en komt hij weer terug; met te weinig diepte blijft hij hangen.
De reparatie was gelukkig eenvoudig, omdat er geen beton in het spel was. De palen konden eruit, de gaten werden dieper geboord en er kwamen langere palen in. Met een betonvoet was dit een dagdeel hakwerk geweest.
Veelgemaakte fouten
Een derde van het bovengrondse deel de grond in rekenen
De vuistregel gaat over de totale paallengte. Reken je een derde van alleen het zichtbare deel, dan zit je bij een schutting van 180 cm op 60 cm in plaats van 90 cm diepte. Dat is een derde te weinig verankering op de plek waar de wind het meeste moment maakt.
Geïmpregneerd hout in een betonkraag zetten
De impregnering zit alleen in de buitenste laag en beschermt niet tegen water dat maandenlang tegen de paal blijft staan. In beton rot geïmpregneerd grenen vaak sneller weg dan in gewone aangestampte grond, en je ziet het pas als de paal begint te wiebelen.
De betonkraag gelijk met het maaiveld afwerken
Zet je toch in beton, dan is een vlakke of holle bovenkant het probleem. Er ontstaat een bakje rond de paal dat bij elke bui volloopt. Laat de kraag drie tot vijf centimeter boven de grond uitkomen en werk hem schuin af, van de paal af.
Het gat in één keer volscheppen
Grond die je er los in gooit en pas bovenop aanstampt, blijft onderin los zitten. De paal krijgt dan speling zodra de wind eraan trekt en gaat binnen een seizoen bewegen. Vullen en stampen doe je in lagen van tien tot vijftien centimeter.
Eerst alle palen zetten en daarna pas de schermen passen
Elke paal en elk scherm heeft een afwijking van een paar millimeter. Die tellen op, en bij het achtste vak past het scherm er niet meer tussen of blijft er een spleet van drie centimeter over. Zet een paal, pas het scherm, meet dan pas de volgende paal uit.
Een te dunne paal kiezen voor een dicht scherm
Palen van 5 bij 5 of 6 bij 6 cm zijn er, en ze zijn goedkoper. Bij een dicht scherm van 180 cm buigen ze zichtbaar in de wind, en op de grondlijn is er na tien jaar te weinig hout over om nog iets te dragen. Hou 7 bij 7 cm aan als ondergrens.
Zonder te kijken beginnen met boren
Langs erfgrenzen liggen gas, water, elektra en de kabel naar de schuur vaker dan je denkt, soms maar veertig centimeter diep. Een grondboor merkt het verschil tussen aarde en een gasleiding niet. Steek de eerste twintig centimeter open met een spade.
Aarde of schors tegen de paal aan stapelen
Een border, een plantenbak of een laag houtsnippers die tegen de paal aanligt, houdt vocht permanent tegen het hout. De rotplek verplaatst zich daarmee omhoog naar de nieuwe grondlijn. Houd altijd een paar centimeter lucht rond de paal.
Veelgestelde vragen
Hoe diep moeten schuttingpalen de grond in?
Wij houden aan dat een derde van de totale paallengte onder de grond zit. Bij een paal van 270 cm voor een scherm van 180 cm komt dat neer op ongeveer 90 cm, bij een hekje van 1 meter op 50 cm van een paal van 150 cm. Reken die derde nooit over het zichtbare deel, want dan graaf je structureel te ondiep. In heel slappe of venige grond ga je liever nog wat dieper, en hoek- en eindpalen krijgen sowieso tien centimeter extra.
Moeten schuttingpalen in beton?
Houten palen liever niet. De stevigheid komt uit de diepte en uit goed aangestampte grond, en een betonkraag houdt juist water vast op de grondlijn, precies waar hout als eerste rot. Ook geïmpregneerd hout rot in beton weg. Betonpalen en stalen palen zet je wel gewoon in beton, want die materialen kunnen niet rotten. Kies je bij hout toch voor beton, laat de kraag dan boven de grond uitsteken en werk hem schuin af van de paal af.
Welke schuttingpalen heb ik nodig voor een schutting van 180 cm?
De standaardcombinatie is een houten paal van 270 cm bij een scherm van 180 cm, met ongeveer 90 cm in de grond. In hout houd je minimaal 7 bij 7 cm aan, en bij geïmpregneerd grenen liever 8,9 bij 8,9 cm omdat daar meer reserve in zit. Werk je met betonpalen, dan is 10 bij 10 cm met een lengte van 275 cm de gangbare maat, waarvan 70 tot 80 cm in een betonvoet komt. Hoek- en eindpalen neem je een maat dikker.
Hoe kun je schuttingpalen vastzetten zonder beton?
Boor een gat dat niet veel ruimer is dan de paal, gooi er tien centimeter grind in en zet de paal daarop. Vul het gat daarna in lagen van tien tot vijftien centimeter met de uitgekomen grond of met scherp zand, en stamp elke laag rondom aan voordat de volgende erin gaat. In zandgrond kun je het zand tussendoor inspoelen met een gieter water, zodat het zich compact zet. Houd de paal met twee schoorlatten op zijn plek tot het gat vol is.
Hoeveel schuttingpalen heb ik nodig voor tien meter schutting?
Reken het aantal vakken plus één. Met schermen van 180 cm breed haal je uit tien meter vijf volle vakken en houd je een klein stuk over, dus je hebt zes palen nodig en één scherm dat je smaller maakt. Verdeel dat restant liever over twee vakken bij de hoek dan dat je één scherm van dertig centimeter overhoudt. Bij een poort tel je twee zwaardere poortpalen apart mee.
Wat is de juiste hart-op-hart maat tussen schuttingpalen?
Die reken je uit met je eigen materiaal in de hand. Bij houten palen is het de werkelijke breedte van het scherm plus de dikte van de paal, dus 179 cm scherm en 7 cm paal geeft 186 cm hart op hart. Bij betonpalen met een sleuf trek je af wat het scherm aan weerszijden in de sleuf verdwijnt, meestal twee keer ongeveer twee centimeter. Meet altijd één echt scherm na, want een scherm van "180 cm" is zelden precies 180 cm.
Hoe lang gaan houten schuttingpalen mee in de grond?
Voor geïmpregneerd grenen is tien tot vijftien jaar een reële verwachting, afhankelijk van de grondsoort en de dikte. Hardhouten palen halen twintig jaar en meer: palen van 7 bij 7 cm die wij na twintig jaar uit de grond haalden, hadden nog ongeveer 5 bij 5 cm gaaf hout over. Het verlies zit vrijwel altijd op de grondlijn, dus een dikkere paal gaat niet twee keer zo lang mee maar wel aanzienlijk langer.
Kan ik schuttingpalen plaatsen met een grondboor?
Dat is de prettigste manier, omdat een boor een strak gat maakt dat je met weinig grond weer vast krijgt. Voor palen van 270 cm heb je wel een verlengstuk op de boor nodig, anders kom je niet dieper dan zestig centimeter. Zo'n verlengstuk huur je voor een paar euro per dag. In zandgrond draait de boor er makkelijk in, in natte klei loopt hij dicht en op puin of oude tegels loopt hij vast en moet je alsnog met een spade en een breekijzer aan de slag.
Wat kost een schuttingpaal ongeveer?
Een geïmpregneerde grenen paal van 270 cm ligt meestal rond de vijftien tot vijfentwintig euro, hardhout in dezelfde lengte is ongeveer het dubbele. Betonpalen van 10 bij 10 cm zitten daar tussenin, maar daar komt de bezorging bij omdat je ze zelf nauwelijks vervoert. Reken op de palen ongeveer een derde van je totale materiaalkosten. Prijzen wisselen sterk per houtsoort en per seizoen, dus vergelijk op het moment dat je koopt.
Mijn schuttingpaal staat scheef, kan ik dat herstellen?
Dat hangt af van waar de speling zit. Zit de paal los in de grond maar is het hout nog gezond, dan graaf je aan de leunende zijde een gat naast de paal, duw je hem terug en stamp je het gat opnieuw in lagen aan. Prik met een schroevendraaier in het hout op de grondlijn: gaat die er zacht in, dan is de paal rot en helpt aanstampen niet meer. Je kunt de paal dan net boven de grond afzagen en er direct naast een nieuwe zetten, wat veel graafwerk scheelt.
Kan ik palen plaatsen op een bestaande betonvloer of muurtje?
Ja, met een voetplaat en chemische of zware slagankers in roestvast staal. Meet eerst hoe dik het beton is en houd minstens tien centimeter afstand tot de rand, anders scheurt het uit bij het aandraaien. Op een keermuurtje of een dunne betonrand is dat vaak te weinig vlees en kun je beter naast de muur een gat boren. Op een dakterras of een constructie waarvan je de draagkracht niet kent, laat je het door iemand beoordelen voordat je gaat boren.
Kan ik een houten paal in een bestaande betonvoet zetten?
Zit de oude paal er nog in, dan moet die er eerst helemaal uit, inclusief het rotte hout onderin het gat. Blijft er hout achter, dan drukt het bij vocht op en scheurt het beton. Is het gat schoon en droog te houden, dan kun je er een paalvoet of paalklem in verankeren en de nieuwe paal daarop zetten, zodat het hout de betonput niet in gaat. Een nieuwe paal los in het oude gat zetten en aanvullen werkt zelden goed, omdat er water in de put blijft staan.
Kan ik een bestaande schutting hoger maken op dezelfde palen?
Dat kan als de palen gezond zijn en genoeg diep zitten, maar elke centimeter hoogte vergroot ook de windvang en dus de kracht op de grondlijn. Prik eerst met een schroevendraaier in het hout net boven de grond en beweeg de paal met je schouder heen en weer. Voelt dat stevig, dan kun je met opzetstukken de schutting aan de bovenzijde verhogen tegen inkijk. Ga je van 180 naar 220 cm, dan is een schoor of een extra paal vaak de verstandige aanvulling.
Welke afstand houd ik tussen de schutting en de erfgrens?
Een schutting mag op de erfgrens staan, maar dan is het een gedeelde afscheiding en heb je de instemming van je buren nodig voor de plaatsing en de kosten. Wil je die discussie vermijden, dan zet je de palen volledig op je eigen grond, met de buitenkant van de paal net binnen de grens. Denk er wel aan dat je dan ook aan de andere zijde onderhoud moet kunnen plegen. Meer over de aanleg en de inrichting eromheen vind je in ons overzicht over klussen in de tuin.
Wanneer je beter een vakman belt
Schuttingpalen zetten is zwaar maar overzichtelijk werk, en met een grondboor en een middag tijd komt de gemiddelde klusser er prima uit. Er zijn een paar situaties waarin wij het niet zelf zouden doen.
De eerste is grond waarvan je niet weet wat erin ligt. Loopt de gasaansluiting, de waterleiding of de elektrakabel naar de schuur langs de plek waar je gaat boren, bel dan je netbeheerder of laat de ligging opzoeken voordat de boor de grond in gaat. Een geraakte gasleiding is geen klusfout meer maar een noodgeval: sluit de gaskraan in de meterkast, ga naar buiten en bel het landelijke storingsnummer.
De tweede is een schutting op een keerwand, een dakterras of een balkon. Daar wordt de windkracht op de schutting doorgegeven aan een constructie die daar niet altijd op berekend is, en dat is werk waar een constructeur of een aannemer naar moet kijken.
De derde is de zware kant van het materiaal. Betonpalen van 300 cm wegen meer dan honderd kilo en laten zich met twee man nauwelijks stellen. Gaat het om een lange rij, dan is een hovenier met een paalboor op een minigraver sneller en veiliger dan een middag wrikken met een steekwagen.
Verder is er de burenkant, en die is geen technische kwestie. Staat de schutting op de erfgrens, bespreek dan vooraf de hoogte, de kant waar de palen zichtbaar zijn en de verdeling van de kosten. Dat gesprek is een stuk makkelijker voor je gaat graven dan erna.