Spachtelputz glad maken zonder de hele wand te slopen
Spachtelputz glad maken gaat in de praktijk langs twee routes: je steekt de structuur van de gladde wand eronder af, of je zet er een dunne pleisterlaag overheen. Welke route werkt hangt af van wat er zit en hoe het is aangebracht, en dat stel je vast met een spackmes op een proefplek van een halve vierkante meter. Het gereedschap bepaalt het resultaat meer dan het materiaal: met een spackmes van 40 centimeter breed haal je een vlakheid die met een gewoon plamuurmes van 10 centimeter niet lukt. Reken op twee dunne lagen, schuren met korrel 120 en een controle met strijklicht voordat je gaat verven.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Spackmes van 40 cm of breder, met een stijve rug
- Plamuurmes van 10 en 20 cm voor hoeken en randen
- Roestvrijstalen pleisterspaan of vlakspaan
- Oud spackmes of afsteekmes om de structuur af te steken
- Schuurblok op steel met stofafzuiging, of een schuurgiraf
- Schuurpapier of schuurgaas korrel 80 en korrel 120
- Bouwlamp die je laag langs de wand kunt zetten
- Mengspaan op een boormachine met traag toerental
- Twee emmers: een voor het mengsel, een voor schoon water
- Verfrol en kwast voor de voorstrijk
- Stofmasker P3, veiligheidsbril en handschoenen
Materiaal
- Voorstrijkmiddel voor zuigende ondergrond
- Dunpleister uit de zak of kant-en-klare stucpasta
- Gipsvulmiddel voor naden, gaten en de eerste vulslag
- Zelfklevend gaasband of glasweefselband van 5 cm
- Hoekprofiel voor buitenhoeken die je opnieuw opbouwt
- Afdekfolie, afplaktape en karton voor de vloer
- Latex voor de eerste dunne controlelaag
Eerst uitzoeken wat er precies op je muur zit
Voordat je een emmer koopt, wil je weten wat je afhaalt of overzet. Alles wat op een wand een korrel of een reliëf geeft wordt in de volksmond spachtelputz genoemd, maar er zitten drie totaal verschillende dingen achter die naam. De verschillen tussen de sierpleisters en de pleistersystemen staan in ons overzicht over stucwerk en de pleistersoorten. Welke van de drie je hebt, bepaalt of afsteken kans maakt of dat je meteen aan het overzetten gaat.
Echte spachtelputz is een pasteuze sierpleister die met een spaan wordt opgezet en daarna met een kunststof of stalen spaan wordt uitgestreken. De korrels in het materiaal trekken sleepjes, wat het typische wolkerige patroon geeft. Hij zit vrijwel altijd op een wand die eerst glad is gestukt, en dat is precies het nieuws waar je iets aan hebt.
Granol is grover en zit dieper. Je ziet er losse steentjes in en de structuur voelt scherp aan als je er met je hand overheen gaat. Van de zijkant bekeken in strijklicht meet je hoogteverschillen van twee tot drie millimeter. Hoe je die aanpakt lees je bij granol van de wand halen, want dat vraagt een andere aanpak dan spachtelputz.
Structuurverf tenslotte is verf met vulmiddel erin, aangebracht met een vloerol en nagerold met een structuurroller. De structuur is zelden dieper dan een millimeter en zit als een velletje op de ondergrond. Dat is de lichtste van de drie en dus de makkelijkste om glad te krijgen.
| Structuur | Hoe je hem herkent | Diepte van het reliëf | Kansrijkste aanpak |
|---|---|---|---|
| Spachtelputz | Wolkerig veegpatroon met sleepjes, zacht aanvoelend, vaak overgeschilderd | 1 tot 3 mm | Proberen af te steken van het stucwerk eronder, anders overzetten |
| Granol | Losse korrels en steentjes, scherp aanvoelend, hecht als beton | 2 tot 4 mm | Toppen afsteken en glad pleisteren, afsteken lukt zelden |
| Structuurverf | Regelmatig rolpatroon, velletje op de ondergrond, gaat mee bij een kras | 0,5 tot 1,5 mm | Toppen afschuren en twee dunne lagen pasta |
| Spuitwerk op het plafond | Fijne druppeltjes of een schuurwerkkorrel, stoft af bij aanraking | 1 tot 2 mm | Afsteken met een breed mes, daarna vullen en schuren |
| Structuurbehang dat is overgeschilderd | Regelmatig herhalend patroon, naden zichtbaar om de 50 cm | Wisselend | Weken en aftrekken, daarna de lijmresten wassen |
| Sierpleister met kwartskorrel | Egale fijne korrel zonder patroon, ruw als schuurpapier | 1 tot 2 mm | Overzetten met dunpleister, afsteken heeft geen zin |
Zet een bouwlamp op de grond en richt hem schuin omhoog langs de wand. In dat strijklicht zie je in één blik hoe diep de structuur werkelijk is en of de wand eronder krom staat. Dat scheelt je een verkeerde inschatting van het aantal lagen.
Afsteken of eroverheen smeren: de proefplek beslist
Spachtelputz wordt aangebracht op een muur die eerst glad is gestukt. Zit die onderlaag er goed op en is de hechting van de sierpleister matig, dan laat de structuur zich in schollen van het stucwerk steken. Je houdt dan een beschadigde maar redelijk vlakke wand over die je met één dunne herstellaag weer glad krijgt. Dat scheelt een hoop materiaal en nog meer schuurwerk.
Of dat lukt, ontdek je niet door ernaar te kijken. Kies een proefplek van ongeveer een halve vierkante meter, liefst achter een kast of laag bij de plint, en zet daar een oud spackmes onder een vlakke hoek tegenaan. Duw met de muis van je hand tegen de achterkant van het blad en werk in korte stoten omhoog. Komt het in schollen los, dan heb je de makkelijke route te pakken.
Blijft het zitten en krab je vooral het stucwerk eronder stuk, dan is de hechting beter dan de onderlaag en stop je ermee. Doorgaan levert een wand op met kraters van een halve centimeter diep, en die kosten je meer vulwerk dan de structuur ooit gekost zou hebben. Zet er dan een pleisterlaag overheen, zoals bij het vlak krijgen van een oneffen muur.
Er is nog een derde route die mensen vergeten. Bij een wand die ook nog scheef staat of vol reparaties zit, is een voorzetwand van gipsplaten soms sneller klaar en zeker vlakker. Je verliest vier centimeter kamer en je moet de leidingen verplaatsen, maar je bent van de structuur af zonder een gram pleister te mengen.
| Route | Wanneer je hem kiest | Werk per 10 m² | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Afsteken tot op het stucwerk | De proefplek komt in schollen los | Halve dag steken, halve dag herstellen | Je steekt door tot in het metselwerk en moet alsnog dik vullen |
| Toppen afschuren en dun overzetten | Ondiepe structuur op een verder vlakke wand | Twee tot drie uur schuren, twee lagen smeren | Onderschatte stofoverlast en te weinig lagen |
| Volledig overzetten met dunpleister | Diepe structuur die vastzit als beton | Een volle dag, plus een dag drogen | Te dik in één keer, waardoor het scheurt of zakt |
| Glasweefsel of renovatievlies en overschilderen | Je accepteert een lichte structuur en wilt snel klaar zijn | Een dag inclusief drogen | De diepste voegen tekenen door het vlies heen |
| Voorzetwand van gipsplaten | Wand staat scheef of zit vol reparaties | Twee dagen inclusief regelwerk | Leidingen en radiatoren moeten mee verplaatst worden |
| Laten pleisteren door een stukadoor | Grote oppervlakken of een echt spiegelglad eindresultaat | Een dagdeel voor de stukadoor | Voorwerk niet gedaan, waardoor de prijs oploopt |
Woning van voor 1994? Sommige sierpleisters, plamuren en spuitlagen uit die periode bevatten asbestvezels. Droog schuren of afsteken brengt die vezels in de lucht en dat krijg je er niet meer uit. Laat bij twijfel eerst een monster onderzoeken door een gecertificeerd bureau en begin niet met slopen omdat het waarschijnlijk wel meevalt.
Het gereedschap bepaalt de vlakheid, niet het materiaal
Wie met een plamuurmes van tien centimeter een wand glad probeert te krijgen, maakt golven. Dat mes volgt namelijk elke bult die er al zit en legt overal dezelfde laagdikte neer. Een breed mes overbrugt de holtes en schraapt de bulten af, en dat is precies wat vlak maken betekent.
Het gereedschap dat je hiervoor nodig hebt is een spackmes van veertig centimeter of breder, met een stijve rug en een blad dat je met twee handen kunt buigen. Die lichte holling in het blad zet je door meer of minder druk te geven, en daarmee stuur je de laagdikte. Een slap mes uit de bak bij de kassa buigt ongecontroleerd en laat strepen achter.
Voor het vullen van de diepe delen pak je een pleisterspaan of vlakspaan. Daarmee druk je het materiaal in de structuur en vul je de dalen op. Het gladtrekken doe je daarna pas met het brede mes, in lange halen van boven naar beneden. Twee gereedschappen, twee taken, en dat is een van de weinige dingen waar je niet omheen kunt.
Voor het schuren wil je een schuurblok op een steel, of nog liever een schuurgiraf met stofafzuiging. Met een handblokje kom je op een plafond niet ver en je krijgt een nekklacht voordat je halverwege bent. Werk met korrel 80 voor het grove wegnemen en met korrel 120 voor de afwerking.
| Gereedschap | Waarvoor je het gebruikt | Waar je op let bij aanschaf |
|---|---|---|
| Spackmes 40 tot 60 cm | Uitvlakken en gladtrekken van de laag | Stijve rug, blad zonder deuken, rvs in plaats van verchroomd staal |
| Pleisterspaan of vlakspaan | Materiaal opzetten en in de structuur drukken | Rvs blad, greep die niet doorbuigt onder druk |
| Plamuurmes 10 en 20 cm | Hoeken, randen, rond stopcontacten en langs kozijnen | Een van elk, want een breed mes past niet in een hoek |
| Oud spackmes of afsteekmes | Structuur afsteken en losse delen wegnemen | Neem er een die je mag verpesten, dit werk sloopt het blad |
| Schuurgiraf met afzuiging | Grote vlakken schuren, zeker op het plafond | Aansluiting op een stofzuiger met M-klasse filter |
| Bouwlamp op een statief of op de vloer | Strijklicht om bollingen en holtes zichtbaar te maken | Fel en gericht, geen diffuse bouwlamp die alles wegpoetst |
| Mengspaan op een boormachine | Zakgoed klontvrij aanmaken | Traag toerental, anders sla je lucht in het mengsel |
Houd een emmer schoon water en een spons binnen handbereik en spoel je mes na elke twee of drie halen af. Een opgedroogd korreltje op de snede van je spackmes trekt over de hele wand een groef die je er later weer uit moet schuren.
Welk materiaal je erover zet en in welke laagdikte
Kant-en-klare pasta uit een emmer is aantrekkelijk omdat je alleen het deksel hoeft open te wippen. Voor kleine reparaties is dat prima. Bij een hele wand loop je tegen twee dingen aan: de laag die je per keer kunt opzetten is dun, en per vierkante meter betaal je fors meer dan voor hetzelfde volume uit een zak. Wat de emmers wel en niet aankunnen staat bij stucpasta en de laagdikte per soort.
Zakgoed dat je zelf aanmaakt geeft je meer opbouw per laag en het is per vierkante meter aanzienlijk goedkoper. Een renovatiepleister zoals Renoband voor het vlak maken van bestaande wanden is speciaal voor dit werk bedoeld en pakt de overgangen van oud naar nieuw netjes op. Voor het vullen van naden en gaten vooraf gebruiken we een gipsvulmiddel, bijvoorbeeld Knauf Fix en Finish voor naden en reparaties, dat ook dun over een heel vlak te zetten is.
Voor spachtelputz glad maken met Knauf-producten kom je meestal uit op een combinatie: eerst voorstrijken, dan de diepe delen vullen, dan een dunne overzetlaag. Welk product waar past staat bij Knauf stucpasta en de bijbehorende voorstrijk. Moet er echt volume bij omdat de wand ook krom staat, dan werk je met een gipspleister als Roodband voor dikkere pleisterlagen en breng je de afwerking daarna aan.
Wat je ook kiest, houd je aan de minimale en maximale laagdikte op de verpakking. Te dun betekent dat het materiaal vroeg uitdroogt en poederig blijft, te dik betekent krimpscheuren en een laag die bij het schuren losklinkt.
| Materiaal | Waar het voor is | Praktische laagdikte | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Kant-en-klare stucpasta uit de emmer | Afwerklaag over een al vrij vlakke ondergrond | Dun, ongeveer 1 mm per laag | Meerdere lagen nodig, per m² de duurste route |
| Renovatiepleister uit de zak | Bestaande oneffen wanden weer vlak krijgen | Enkele millimeters per laag, zie de zak | Beperkte verwerkingstijd, maak niet meer aan dan je wegwerkt |
| Gipsvulmiddel voor naden en reparaties | Naden, gaten en de eerste vulslag over de structuur | Van een dun laagje tot enkele millimeters | Hardt snel uit, smeer niet lang na op dezelfde plek |
| Gipspleister voor dikkere lagen | Kromme wanden die volume nodig hebben | Rond de 10 mm, zie de verpakking | Alleen op steenachtige ondergrond, niet op verf |
| Glasweefselband of gaasband van 5 cm | Naden en scheurgevoelige overgangen | Wegwerken onder de vullaag | Goed doordrukken, anders tekent de band af |
| Renovatievlies of glasweefsel op rol | Snelle route waarbij je een lichte structuur accepteert | Behangdikte | Diepe voegen tekenen door, dus eerst vlakken |
| Voorstrijkmiddel voor zuigende ondergrond | Zuiging wegnemen voordat je gaat smeren | Eén laag, rollen en insmeren | Op een gladde geverfde wand een hechtprimer in plaats hiervan |
Gips en vocht gaan niet samen. In een badkamer, in een kruipruimte of tegen een buitenmuur die optrekkend vocht heeft, blijft een gipsgebonden laag zacht en laat hij later los. Los daar eerst het vocht op, of kies een cementgebonden pleister die er wel tegen kan.
Structuurverf glad maken vraagt een andere volgorde
Structuurverf is verf met vulmiddel, niet meer dan dat. De structuur zit als een dun velletje op de ondergrond en is vrijwel altijd met een vloerol vol aangebracht en daarna met een structuurroller nagerold. Dat velletje is aanzienlijk minder hardnekkig dan een echte sierpleister, en dat verandert je aanpak.
Schuren is hier wel een reële route. Met korrel 80 op een schuurblok haal je de toppen eraf en houd je een vlak over met alleen nog de dalen tussen de rolstructuur. Die dalen vul je met één dunne laag pasta, en na schuren met korrel 120 is de wand klaar. Twee dingen maken hier het verschil: schuur droog en met afzuiging, en stop met schuren zodra je de dalen bereikt in plaats van door te gaan tot alles weg is.
Er zit een addertje in oude structuurverf in keukens en in ruimtes waar gerookt is. Vet en nicotine trekken in de poreuze toppen en slaan later door je nieuwe laag heen als bruine kringen. Was de wand daarom eerst met een sopje met ontvetter en spoel na met schoon water. Laat de wand daarna een dag drogen voordat je voorstrijk aanbrengt.
Zit er een dikke rolstructuur met scherpe pieken, dan is helemaal wegschuren niet realistisch. Je schuurt dan door de verflaag heen tot op de vullaag eronder, en dan krijg je een lappendeken van zuigende en niet-zuigende plekken. Neem in dat geval de toppen af tot ze stomp zijn en zet er twee dunne lagen overheen.
Plafond glad maken zonder stucen
Een plafond van gipsplaten dat je zelf hebt dichtgezet ziet er bij bouwverlichting perfect uit en verraadt zich zodra het daglicht er schuin overheen valt. Dat komt door strijklicht. Een raam dat over de volle breedte van de kamer zit en platen die dwars op dat raam liggen, is de combinatie waarbij elke naad zich als een lange schaduw aftekent.
De oorzaak zit zelden in de naadvulling zelf. Hij zit in het minieme hoogteverschil tussen twee platen, soms minder dan een millimeter. Latex en structuurverf overbruggen dat niet, want een verflaag volgt de ondergrond precies. Alleen een uitvlaklaag over een breder gebied haalt de schaduw eruit.
De aanpak die werkt: vul de naden met gipsvulmiddel en trek dat met een spackmes van veertig centimeter over de naad heen uit, waarbij je het mes bijna haaks op de plaat zet. Zo verdeel je het hoogteverschil over veertig centimeter in plaats van over vijf, en dan ziet je oog het niet meer. Smeer niet lang na op dezelfde plek, want gips dat al begint te binden trek je open in plaats van glad.
Op de kopse naden van gipsplaten hoort altijd wapening. Die kanten zijn recht afgesneden en niet afgeschuind, dus daar zit geen verdieping waarin de vulling kan liggen. Zonder glasband over de plaatnaden zie je binnen enkele weken haarscheuren verschijnen. Plan je een nieuw plafond, kijk dan bij het opbouwen van een verlaagd plafond hoe je de platen legt.
Plaatmaat en legrichting bepalen je werk vooraf
Gipsplaten met een ronde of aflopende lange kant hebben een verdieping waarin de naadvulling verzonken ligt. Die naden krijg je onzichtbaar. De kopse kanten hebben die verdieping niet, dus elke kopse naad is een risicoplek.
Kies daarom platen die de kamer in één keer overspannen, zodat er alleen lange naden overblijven. Platen van drie meter zijn overal te krijgen en er bestaan langere maten voor wie een grotere overspanning heeft. Leg de lange naden bovendien evenwijdig aan het raam in plaats van er dwars op, dan valt het strijklicht langs de naad in plaats van eroverheen.
Overzetten van het hele plafond
Blijven de naden zichtbaar terwijl de rest goed is, dan is het overzetten van het complete plafond met een dunne laag de manier om ervan af te komen. Voorstrijk eerst de gerepareerde plekken, want daar is de zuiging anders dan op het papier van de plaat, en dan droogt je laag ongelijk uit.
Zet daarna een dunne laag over het hele vlak, laat die drogen en schuur met korrel 120 op een steel. Rol er vervolgens een laag latex op die je met ongeveer tien procent water verdunt. Die eerste verflaag is meteen je controle: bij strijklicht zie je precies waar nog een krasje of putje zit, en die werk je bij voordat de dekkende laag erop gaat.
Voorstrijken, smeren en de volgorde die je aanhoudt
Voorstrijken slaan mensen over omdat het een extra dag lijkt te kosten. Het effect is dat de ondergrond het aanmaakwater uit je pleisterlaag zuigt voordat het gips heeft kunnen binden. Je krijgt dan een laag die poederig blijft, die bij het schuren rondom je mes af gaat brokkelen en die later loslaat.
Welk voorstrijkmiddel je nodig hebt hangt af van wat eronder zit. Een zuigende, kale of gepleisterde ondergrond vraagt om een voorstrijk voor zuigend werk. Een gladde, goed hechtende verflaag zuigt juist niets en vraagt om een hechtprimer met korrel erin, zodat je pleisterlaag ergens op kan aangrijpen. Kijk dus eerst of een druppel water intrekt of eroverheen loopt.
Bij het smeren zelf houd je één regel aan: dun en twee keer, in plaats van dik en één keer. De eerste laag druk je met de vlakspaan in de structuur en die vult de dalen. Je hoeft daar niet mooi in te zijn, hij moet alleen overal aansluiten. De tweede laag trek je met het brede mes glad, van boven naar beneden in lange halen.
Laat elke laag echt droog worden voordat je verder gaat. Hoe lang dat duurt hangt af van laagdikte, temperatuur en ventilatie, en de richttijden per materiaal vind je in onze tabel met droogtijden per materiaal. Een laag die vanbuiten hard aanvoelt maar vanbinnen nog vochtig is, gaat scheuren zodra je de volgende laag erop zet.
Werk niet in de volle zon en zet de verwarming niet hoger dan normaal om het sneller te laten drogen. Een laag die aan de bovenkant snel indroogt terwijl de onderkant nog nat is, krimpt ongelijk en trekt daarmee haarscheuren over het hele vlak.
Stopcontacten, hoeken en aansluitingen op kozijnen
Om een stopcontact heen werken lijkt slim omdat je niets hoeft te demonteren. Het levert een randje op dat je altijd blijft zien, en dat wordt pas echt vervelend als je later andere schakelaars kiest waarvan de afdekplaat net iets kleiner is. Dan kijk je tegen een ring van oude structuur aan die je niet meer weggewerkt krijgt.
Haal de afdekplaten er daarom af voordat je begint. Zet eerst de groep uit in de meterkast en controleer met een spanningszoeker dat er geen spanning meer op staat. Draai daarna de afdekplaat los, laat het binnenwerk hangen en plak het af met tape. Zo kun je gewoon over de rand van de inbouwdoos heen smeren.
Bouw je meer dan een paar millimeter op, dan komt de inbouwdoos te diep te zitten en zijn de bevestigingsschroeven van je schakelaar te kort. Er bestaan verlengringen die je op de doos klikt, en langere schroeven zijn los te koop. Meet dus voordat je de wand dichtsmeert hoeveel je erop legt.
Buitenhoeken die je opnieuw opbouwt vragen om een hoekprofiel. Een hoek die je met de hand vormt wordt nooit zo recht als een profiel en hij beschadigt bij het eerste stoottje. Aansluitingen tegen kozijnen en langs het plafond snijd je na het smeren netjes vrij met een plamuurmes. Zit er een koof langs de wand, werk die aansluiting dan af met een strak doorlopende lijn.
Zo krijg je een wand met spachtelputz vlak
Deze volgorde werkt voor een wand met sierpleister of structuurverf, en met kleine aanpassingen ook voor een plafond.
-
Doe een proefplek van een halve vierkante meter
Zet een oud spackmes onder een vlakke hoek tegen de wand en duw omhoog, laag bij de plint of achter een kast. Komt de structuur in schollen los, dan gaat afsteken werken en kun je een hoop materiaal besparen. Blijft alles zitten, dan sla je het afsteken over en ga je meteen overzetten.
-
Ruim de wand leeg en dek de vloer af
Zet de groep uit, controleer met een spanningszoeker en haal de afdekplaten van schakelaars en stopcontacten af. Plak het binnenwerk af. Leg folie op de vloer met karton eroverheen, want scherpe pleisterresten scheuren dun folie in een uur kapot.
-
Neem de toppen weg en maak de wand schoon
Steek de uitstekende delen af of schuur ze stomp met korrel 80 en afzuiging. Ga daarna met een sopje met ontvetter over de wand en spoel na met schoon water. Vet, nicotine en schuurstof zijn alle drie een reden dat een nieuwe laag later loslaat.
-
Breng het juiste voorstrijkmiddel aan
Test met een druppel water of de ondergrond zuigt. Trekt hij in, dan gebruik je voorstrijk voor zuigend werk. Loopt de druppel eroverheen, dan pak je een hechtprimer met korrel. Laat het middel drogen volgens de verpakking voordat je gaat smeren.
-
Vul de diepste delen met de vlakspaan
Maak niet meer materiaal aan dan je in de verwerkingstijd kwijt kunt, want half gebonden pleister trek je open in plaats van glad. Druk het materiaal met de vlakspaan in de structuur en vul de dalen. Deze laag hoeft niet mooi te zijn, hij moet alleen overal aansluiten.
-
Trek de tweede laag glad met het brede mes
Zet het spackmes van veertig centimeter onder een hoek van ongeveer dertig graden en trek in lange halen van boven naar beneden, met overlap. Stuur de laagdikte met de druk van je duimen tegen het blad. Laat het los zodra de laag ligt, want blijven navegen maakt het slechter.
-
Schuur op korrel 120 en controleer in strijklicht
Laat de laag volledig drogen en schuur met een blok op een steel, in ronddraaiende bewegingen zonder in één plek te blijven hangen. Zet daarna de bouwlamp laag langs de wand en markeer met potlood elke bolling of holte die je ziet. Werk die plekken bij en schuur ze opnieuw.
-
Rol een verdunde laag latex als controlelaag
Verdun latex met ongeveer tien procent water en rol één laag over het hele vlak. Die laag maakt de laatste krasjes en putjes zichtbaar die je op het kale pleisterwerk niet zag. Werk ze bij, schuur licht na en zet daarna pas de dekkende verflaag erop.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de eerste laag opzet
Uit de praktijk
Een gipsplaten plafond waar de naden bleven doorschijnen
In een slaapkamer van 2,90 bij 4,20 meter was het plafond afgelat, dichtgezet met gipsplaten van 60 bij 300 centimeter, de naden waren gevuld en geschuurd, en daarna was er diepgrond, structuurverf en een dekkende laag latex overheen gegaan. Het resultaat was een strak wit plafond waarin je vanaf het bed toch precies zag waar elke lange naad liep.
De oorzaak was strijklicht in combinatie met de legrichting. Aan de korte zijde zat een raam over de volle breedte en de platen lagen dwars op dat licht, zodat elk hoogteverschil van minder dan een millimeter een lange schaduw gaf. De platen waren in de richting van de balken gelegd om verband te krijgen, en daarmee liepen de naden ongelukkig ten opzichte van het raam.
Wat hier werkte was het hoogteverschil uitsmeren over een breder gebied. De naden werden opnieuw gevuld met gipsvulmiddel en met een spackmes van veertig centimeter bijna haaks op de plaat uitgetrokken, in één beweging zonder na te smeren. Na drogen en schuren werd het hele plafond met een dunne laag overgezet, geschuurd met korrel 120 en voorgestreken. Daarna ging er latex op die met tien procent water verdund was, en pas op dat vlakke witte plafond werd de structuurverf met een vloerol vol opgezet en naar het licht toe nagerold.
Drie lagen pasta en nog steeds geen vlakke wand
In een voormalig huurhuis zat op de hal, de keuken en de woonkamer een grove structuur die van dichtbij losse steentjes liet zien. Er was een proefwand gedaan met kant-en-klare pasta uit de bouwmarkt en na drie lagen was de wand nog steeds niet vlak. De opbouwende dikte gaf bovendien problemen rond de wandcontactdozen, waar netjes omheen was gewerkt.
Er speelden hier twee dingen tegelijk. Het was geen spachtelputz maar granol, en die zit dieper en hechter dan de wolkerige sierpleister waar de aanpak op was gebaseerd. De gebruikte pasta was daarnaast bedoeld voor lichte oneffenheden, waardoor er per laag te weinig opbouw was om de dalen tussen de korrels te vullen.
De oplossing werd een andere volgorde. Eerst gingen de uitstekende steentjes eraf met een oud spackmes en grof schuurgaas, daarna de wand wassen met een sopje met ontvetter, dan voorstrijken. Vervolgens één keer vullen met een dunpleister uit de zak en gladtrekken met een spackmes van veertig centimeter. De stopcontacten werden er eerst uitgehaald in plaats van dat er omheen werd gewerkt, zodat er later geen ring oude structuur zichtbaar zou blijven bij het vervangen van het schakelmateriaal.
Spachtelputz die zich van het stucwerk liet steken
Op een overloop in datzelfde huis zat wel echte spachtelputz, een paar keer overgeschilderd. Bij een proefplek van een halve vierkante meter achter de trapkast bleek de structuur zich in schollen van de gladde stuclaag eronder te laten wippen met een oud spackmes.
Dat is de gunstige uitkomst, want spachtelputz wordt vrijwel altijd op een glad gestukte muur aangebracht. Wat overbleef was een wand die vlak was maar bezaaid met ondiepe krasjes en een enkele plek waar de stuclaag was meegekomen. Die plekken werden apart uitgevuld en de rest kreeg na voorstrijken één dunne overzetlaag.
Twee dingen bleken belangrijk. Het mes moet vlak blijven: zodra je de punt erin duwt, steek je dwars door de stuclaag in het metselwerk en dan verruil je een gemakkelijke klus voor een gat van een halve centimeter diep. En de losse randen aan de zijkant van een afgestoken vlak moet je doorsteken tot waar het weer vastzit, want een half loshangende schol trekt later je nieuwe laag mee.
Veelgemaakte fouten
Met een smal plamuurmes een hele wand vlak willen krijgen
Een mes van tien centimeter volgt elke bult die er al zit en legt overal dezelfde dikte neer. Je krijgt een wand die glad aanvoelt maar in strijklicht golft. Een mes van veertig centimeter of breder overbrugt de holtes en schraapt de bulten weg, en dat is het verschil tussen glad en vlak.
In één dikke laag willen smeren
Het lijkt sneller om alles in één keer op te zetten, maar een dikke laag krimpt ongelijk. De buitenkant droogt in terwijl de kern nog nat is, en dat geeft krimpscheuren of een laag die bij het schuren hol klinkt. Twee dunne lagen zijn sneller klaar dan één dikke die je opnieuw moet doen.
Voorstrijken overslaan omdat de wand er goed uitziet
Een zuigende ondergrond trekt het aanmaakwater uit je pleisterlaag voordat het gips heeft kunnen binden. Wat je overhoudt is poeder dat aan je schuurblok blijft hangen en dat later in schollen loslaat. Test met een druppel water en kies daarna pas tussen voorstrijk en hechtprimer.
Om de stopcontacten heen werken
Het scheelt een half uur demontage en het kost je later een zichtbare ring oude structuur rond elke doos. Zodra je andere schakelaars kiest met een kleinere afdekplaat, kijk je daar tegenaan en krijg je het niet meer netjes bijgewerkt. Zet de groep uit en haal de platen eraf.
Blijven navegen op een laag die al begint te binden
Gips en gipsvulmiddel gaan op een gegeven moment aftrekken en dan trek je met elke extra haal de laag open in plaats van glad. Je ziet slierten en groeven ontstaan die na drogen als ribbels overblijven. Leg de laag neer, trek hem één keer glad en laat hem daarna met rust.
Structuurverf over een plafond met zichtbare naden rollen
Verf volgt de ondergrond precies, ook een hoogteverschil van een halve millimeter tussen twee gipsplaten. Structuurverf verbergt daar niets van en in strijklicht zie je de naden er dwars doorheen. Vlak eerst uit over een breder gebied en breng de structuur pas aan als het plafond echt vlak is.
Droog schuren zonder afzuiging en zonder masker
Pleisterstof is fijn genoeg om diep in de longen te komen en het zit binnen een uur in je hele huis. Een stofmasker P3 en een schuurgiraf op een stofzuiger met M-klasse filter zijn hier geen luxe. In een woning van voor 1994 komt daar de vraag naar asbest nog bij.
De kopse naden van gipsplaten zonder wapening vullen
Kopse kanten zijn recht afgesneden en hebben geen verdieping waarin de vulling verzonken kan liggen. Vul je die zonder gaas- of glasband, dan verschijnen er binnen enkele weken haarscheuren die geen enkele verflaag kan volgen. Wapenen kost een paar minuten per naad en voorkomt dat je het hele plafond opnieuw doet.
Veelgestelde vragen
Kun je spachtelputz glad maken zonder alles eraf te halen?
Ja, dat is zelfs de gebruikelijke route. Je neemt eerst de uitstekende delen weg met een oud spackmes of grof schuurgaas, maakt de wand schoon en ontvet hem, brengt voorstrijk aan en zet er daarna twee dunne pleisterlagen op. De structuur zit dan nog in de wand, maar de dalen zijn gevuld en het oppervlak is vlak. Alleen bij heel diepe sierpleister loont het om eerst te proberen of het zich laat afsteken.
Kan ik spachtelputz eraf schuren?
Volledig wegschuren is bijna nooit realistisch. Je schuurt dan door de sierpleister heen tot in de stuclaag eronder, en het stof dat daarbij vrijkomt vult je hele woning. Wat wel werkt is de toppen stomp schuren met korrel 80 en afzuiging, zodat de dalen overblijven die je daarna vult. Bij een woning van voor 1994 laat je eerst onderzoeken of er asbest in de laag zit voordat je droog gaat schuren.
Hoe kan ik mijn plafond glad maken zonder stucen?
Vul de naden en schroefgaatjes met gipsvulmiddel, wapen de kopse naden met gaas- of glasband en trek de vulling met een spackmes van veertig centimeter breed uit over de naad heen. Zet daarna het complete plafond over met een dunne laag van hetzelfde middel, schuur met korrel 120 en breng voorstrijk aan. Een eerste laag latex die je met ongeveer tien procent water verdunt laat de laatste putjes zien. Dat is geen stucwerk, maar het resultaat komt er dicht bij.
Hoe krijg ik structuurverf glad?
Structuurverf is dunner dan sierpleister, dus hier is schuren wel een goede route. Haal de toppen weg met korrel 80 op een schuurblok en stop zodra je de dalen bereikt. Was de wand daarna met een sopje met ontvetter, zeker in een keuken of een ruimte waar gerookt is, en spoel na met schoon water. Na het voorstrijken is één dunne laag pasta met een breed mes meestal genoeg, gevolgd door schuren met korrel 120.
Welke Knauf-producten gebruik je om spachtelputz glad te maken?
Voor spachtelputz glad maken met Knauf werk je meestal met drie dingen: een voorstrijk of hechtprimer die bij je ondergrond past, een vulmiddel voor de diepe delen en een afwerklaag. Fix en Finish is geschikt voor het vullen en voor een dunne overzetlaag, een renovatiepleister uit de zak geeft je meer opbouw per laag en stucpasta uit de emmer is bedoeld voor de laatste afwerking op een al vrij vlakke wand. Kijk voor de laagdikte altijd op de verpakking van het product dat je koopt.
Hoeveel materiaal heb ik nodig per vierkante meter?
Dat hangt volledig af van hoe diep de structuur is en hoe krom de wand staat. Een vuistregel die bij ons meestal uitkomt: reken bij een gemiddelde sierpleister op ongeveer twee tot drie kilo droog materiaal per vierkante meter voor twee lagen samen. Bij granol of bij een wand die ook nog uitgevlakt moet worden loopt dat flink op. Koop liever een zak te veel dan te weinig, want een halve wand met een nieuwe batch afmaken geeft kleurverschil in de ondergrond.
Waarom zie ik de naden van mijn gipsplaten nog steeds na het verven?
Omdat verf de ondergrond exact volgt. Een hoogteverschil van minder dan een millimeter tussen twee platen is bij gewoon licht onzichtbaar, maar zodra daglicht er schuin overheen valt geeft die rand een lange schaduw. Structuurverf en latex overbruggen dat niet. Wat wel werkt is het hoogteverschil uitsmeren over veertig centimeter in plaats van over vijf, met een breed mes bijna haaks op de plaat.
Hoe lang moet een pleisterlaag drogen voordat ik kan schuren?
Een dunne laag van een millimeter is bij normale kamertemperatuur en wat ventilatie vaak binnen een dag schuurbaar, een dikkere vullaag heeft meer nodig. Ga af op kleur: gipsgebonden materiaal wordt bij het drogen lichter en egaal van tint, en zolang er donkere vlekken in zitten is de kern nog nat. De richttijden per materiaal staan in onze tabel met droogtijden en wachttijden.
Is een muur laten stucen goedkoper dan het zelf doen?
In materiaal ben je zelf altijd goedkoper uit, in tijd bijna nooit. Een stukadoor doet een kamerwand in een dagdeel waar jij twee dagen mee bezig bent, en het resultaat is vlakker. Wat je wel kunt doen is het voorwerk zelf oppakken: de structuur afsteken, de wand schoonmaken en de stopcontacten demonteren. Dat scheelt uren die je anders betaalt, en het is werk waar geen vakmanschap voor nodig is.
Kan er asbest in oude spachtelputz of sierpleister zitten?
Bij woningen van voor 1994 is dat niet uit te sluiten. Bepaalde sierpleisters, plamuren en spuitlagen bevatten asbestvezels, en die komen juist vrij bij het droog schuren of afsteken waar je hier mee bezig bent. Laat een monster nemen door een gecertificeerd bureau voordat je begint. Dat kost een fractie van wat een sanering kost en je weet meteen waar je aan toe bent.
Kan ik in plaats van pleisteren ook renovatievlies of glasweefsel gebruiken?
Dat is een reële route als je een lichte structuur accepteert. Vlies of glasweefsel overbrugt haarscheuren en kleine oneffenheden, en het gaat sneller dan pleisteren. Wat het niet doet is diepe voegen wegwerken: die tekenen er gewoon doorheen. Vlak de wand dus eerst uit met een vullaag en breng het vlies daarna aan. Ook op wanden die scheurgevoelig zijn is dit een prettige combinatie met een gestucte afwerking.
Hoe pak ik de aansluiting op het plafond en de hoeken aan?
Buitenhoeken bouw je op met een hoekprofiel, want een hoek die je met de hand vormt wordt niet recht en beschadigt bij de eerste stoot. Binnenhoeken werk je af met een plamuurmes van tien centimeter, waarbij je de ene wand eerst helemaal afmaakt en de andere pas na het drogen. De aansluiting tegen het plafond snijd je met een mespunt vrij zolang de laag nog niet volledig hard is. In een ruimte met meerdere wanden en een plafond werk je van boven naar beneden, zodat je vallend materiaal niet in een afgewerkt vlak trekt.
Wanneer je beter een vakman belt
Het glad maken van een wand met sierpleister is geduldwerk waar je zelf ver mee komt. Er zijn drie situaties waarin het verstandiger is om te bellen voordat je begint.
De eerste is asbest. Bij een woning van voor 1994 waarvan de sierpleister of het spuitwerk niet is onderzocht, laat je eerst bemonsteren. Blijkt er asbest in te zitten, dan is verwijderen werk voor een gecertificeerd saneerder en niet iets waar een stofmasker en een raam open bij helpen.
De tweede is een plafond dat je zelf niet vertrouwt. Zit er een oud rietplafond, zachtboard of een gestucte plafondafwerking op planken die loszit, dan is het overzetten met een nieuwe laag geen oplossing en kan het naar beneden komen. Laat iemand kijken die de opbouw kan beoordelen.
De derde is optrekkend of doorslaand vocht. Een gipsgebonden laag op een vochtige muur blijft zacht en laat binnen een jaar los, hoe goed je ook smeert. Los eerst de oorzaak op, want een nieuwe pleisterlaag verbergt het probleem alleen tot de vlekken er weer doorheen komen.
Werk aan een plafond doe je bovendien vanaf een deugdelijke rolsteiger of een stevige werkbrug, niet vanaf een trapje met een plank ertussen. Wil je zelf iets stabiels bouwen om op te werken, dan helpt onze uitleg over het maken van een stevige werkbank je aan de juiste opbouw en verbindingen.