Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Lekstroom meten, opsporen en oplossen

13 minuten lezen Meterkast & groepen Bijgewerkt 14 augustus 2026
diy-gids.nl ELEKTRA Lekstroom

Lekstroom is stroom die niet via de nul terugloopt maar via aarde weglekt. Een deel daarvan is normaal en komt uit de ontstoorfilters van je apparaten, een deel is spookspanning die je alleen meet omdat je multimeter hoogohmig is, en een klein deel is een echte isolatiefout. Opsporen doe je van groot naar klein: eerst groep voor groep, dan apparaat voor apparaat, en pas als laatste de vaste bedrading met een isolatiemeting. Meet nooit met een meetpen in je hand en koppel nooit aardedraden los terwijl de installatie onder spanning staat.

13 minuten

Dit heb je nodig

1 tot 4 uur zoeken Deels zelf te doen, meten achter de hoofdzekering niet 0 tot 150 euro, afhankelijk van het meetgereedschap

Gereedschap

  • Tweepolige spanningstester met belastingsknop
  • Multimeter met wisselspanning en weerstandsbereik
  • Lekstroomtang met een resolutie van 0,01 of 0,1 mA
  • Isolatietester die met 500 volt gelijkspanning meet
  • Vlakke schroevendraaier en een kleine kruiskop voor de klemmen
  • Zaklamp en een spiegeltje om achter in de groepenkast te kijken
  • Verlengsnoer van tien meter om een tweede aardpunt naar buiten te brengen

Materiaal

  • Aders en aderhulzen om een verdachte aansluiting opnieuw te maken
  • Nieuwe wartels en pakkingen voor buitenarmaturen
  • Krimpmof of hars-gietmof voor een lasverbinding in de grond
  • Etiketten om groepen te merken tijdens het zoeken
  • Ontstoorcondensator of ledcompensator van klasse X2 bij nagloeiende lampen

Wat lekstroom is en waarom het niet altijd een fout is

Lekstroom is stroom die niet via de nuldraad terugloopt naar de meterkast, maar onderweg een ander pad naar aarde vindt. Dat pad is meestal de aardedraad van een apparaat, soms een natte kabelmof in de tuin, en in het ongunstigste geval iemand die tegelijk een kraan en een aardedraad vastpakt. Hoe de aarde en de groepen in een woning zijn opgebouwd, lees je in ons overzicht over de meterkast en de groepen daarin.

Een deel van die lekstroom hoort er gewoon te zijn. Vrijwel elk apparaat met een randaardestekker heeft een ontstoorfilter aan de ingang. Daarin zitten condensatoren tussen fase en aarde en tussen nul en aarde, die hoogfrequente rommel wegleiden zodat het apparaat het lichtnet niet vervuilt. Door die condensatoren loopt permanent een kleine stroom naar aarde: van een tiende milliampère bij een simpele voeding tot enkele milliampères bij een inductiekookplaat of een omvormer.

Daarnaast bestaat er een categorie die eigenlijk geen stroom is. Spanning springt capacitief van de ene ader over op de andere als ze een stuk parallel door dezelfde buis lopen. Je meet dan tientallen volts, terwijl er vrijwel geen stroom kan lopen. Voordat je gaat zoeken wil je weten in welke categorie jouw situatie valt, want ze vragen alle drie een andere aanpak.

Soort lekstroomWat je meetGevaarlijk?Wat je eraan doet
Functionele lekstroom uit ontstoorfilters0,1 tot 3,5 mA per apparaat, opgeteld soms 10 mANee, zolang de aarde in orde isVerdelen over meerdere aardlekschakelaars
Foutstroom door beschadigde isolatieIsolatieweerstand onder 1 MOhm, aardlek die uitvaltJa, dit is de variant waar het om gaatFout opsporen en het apparaat of de kabel vervangen
Vocht in een buitenaansluitingAardlek die uitvalt bij regen of na het beregenenJa, en het loopt op naarmate het natter wordtAansluiting drogen, opnieuw afdichten of vernieuwen
Capacitieve koppeling, ook wel spookspanning20 tot 100 V op een multimeter, weg zodra je belastNee, er loopt vrijwel geen stroomNiets, of dubbelpolig schakelen als een lamp nagloeit
Onderbroken aardedraad met filters erachterRond 115 V op de behuizing van apparatenJa, want de beschermende aarde ontbreektEerst de aarde herstellen, daarna pas verder zoeken
Zwerfstroom van buiten de woningSpanningsverschil tussen aardelektrode en waterleidingHangt van de hoogte af, laat dit nametenVereffening controleren en de netbeheerder inschakelen

Schrijf op wat je meet, waar je meet en met welk instrument. Bij lekstroom zoek je vaak in meerdere sessies en op verschillende dagen, en juist het verschil tussen een droge en een natte dag brengt je op het spoor.

Spookspanning herkennen voordat je gaat zoeken

De meest voorkomende valse start is meten met een multimeter en schrikken van het getal. Een multimeter heeft een ingangsweerstand van een megaohm of meer, dus er is bijna geen stroom nodig om het display een waarde te laten zien. Twee aders die een eind parallel door dezelfde buis lopen vormen met hun isolatie een condensator met een minieme capaciteit, en die is genoeg voor tientallen volts op je scherm.

Wij kwamen dat tegen in een chalet waar in drie slaapkamers en in de badkamer 41 volt stond tussen de schakeldraad en de nul terwijl de schakelaar uit was. Het neonlampje van de spanningszoeker gloeide zwak mee, en dat versterkte het idee dat er iets ernstigs speelde. Er was niets aan de hand: de schakeldraden lagen over een flinke lengte naast de fasedraden.

De test die dat in tien seconden uitwijst, is meten met een instrument dat het meetpunt belast. Een tweepolige spanningstester met een belastingsknop trekt tijdens de meting ongeveer tien tot dertig milliampère. Bij spookspanning zakt de aanwijzing dan meteen naar nul, en bij echte spanning blijft er gewoon 230 volt staan. Sommige multimeters hebben daarvoor een laagohmige stand die dezelfde dienst bewijst.

Heb je alleen een gewone multimeter, dan werkt een oude gloeilamp van 15 of 25 watt als noodbelasting. Hangt die tussen de twee meetpunten en gaat de gemeten spanning naar bijna nul, dan was het spookspanning. Blijft de lamp branden, dan staat er echt spanning en ga je verder zoeken.

Meten: welk instrument laat werkelijk zien wat er gebeurt

Er is geen enkel instrument dat alles doet. De vraag is telkens: meet ik spanning of stroom, meet ik onder belasting of niet, en meet ik met netspanning of met een proefspanning. Wie dat door elkaar haalt, meet urenlang iets wat er niet is.

Twee misverstanden komen we steeds tegen. Het eerste is dat je met de weerstandsstand van een multimeter een isolatiemeting kunt doen. Een multimeter zet 1,5 tot 9 volt op de meetpennen, een isolatietester 250, 500 of 1000 volt gelijkspanning. Een isolatiefout die pas bij netspanning doorslaat, blijft bij 9 volt volledig onzichtbaar. Meet je met je multimeter tussen nul en aarde een eindige weerstand, dan heb je zeker beet, maar oneindig betekent hier niet dat het goed is.

Het tweede misverstand is de gewone stroomtang. Die begint pas te meten rond een tiende ampère, terwijl je hier in milliampères werkt. Voor lekstroom heb je een lekstroomtang nodig, met een resolutie van 0,01 of 0,1 milliampère en een bek die ruim genoeg is om fase en nul samen te omvatten.

InstrumentWat het meetWaar het bruikbaar voor isWaar het je op het verkeerde been zet
Spanningszoeker met neonlampjeOf er iets van spanning aanwezig isVluchtige indicatie, meer nietGloeit ook bij spookspanning en mist soms echte spanning
Tweepolige spanningstester met belastingSpanning onder een meetstroom van 10 tot 30 mAOnderscheid tussen echte spanning en spookspanningGeeft geen fijne meetwaarden, alleen het grove beeld
Multimeter op wisselspanningSpanning met een zeer hoge ingangsweerstandControle van fase, nul en aarde in een werkend circuitToont spookspanning als een keurige meetwaarde
Multimeter op weerstandWeerstand met 1,5 tot 9 V meetspanningDoorbelmeting en grove controle op een dood circuitVindt geen isolatiefout die pas bij 230 V doorslaat
Lekstroomtang in milliampèresHet verschil tussen heen- en terugstroom, vanaf 0,01 mADe werkelijke lekstroom per groep, onder spanningWijst nul aan als je niet fase en nul samen omklemt
Gewone stroomtangStroom vanaf ongeveer 0,1 ABelasting van een groep bekijkenVeel te grof voor het bereik waarin lekstroom speelt
IsolatietesterIsolatieweerstand bij 250, 500 of 1000 V gelijkspanningVaste bedrading en kabels, spanningsvrij gemetenBeschadigt elektronica die je vergeet los te koppelen
AardlektesterUitschakelstroom en uitschakeltijd van de aardlekControleren of de aardlekschakelaar nog echt werktZegt niets over waar de lekstroom vandaan komt

Een isolatiemeting doe je alleen op een spanningsvrij circuit. Zet de groep uit, controleer met de tweepolige tester dat er niets meer op staat en koppel de nul van die groep los van de nulrail. Meet je met 500 volt op een circuit waar nog een led-driver, een thermostaat of een omvormer aan hangt, dan sneuvelt die elektronica.

Lekstroom opsporen in huis: van groep naar apparaat

Lekstroom meten in huis doe je van groot naar klein, en dat is dezelfde volgorde die wij bij elektraproblemen in en om het huis aanhouden. Je halveert net zolang tot er nog maar één ding overblijft, in plaats van meteen bij het verdachte apparaat te beginnen. Dat scheelt tijd, en het voorkomt dat je een tweede lek over het hoofd ziet.

Begin met alle groepen uit en de aardlekschakelaar in. Schakel daarna één automaat tegelijk in en wacht steeds een halve minuut. Valt de aardlek bij een bepaalde groep meteen uit, dan zit het lek in de vaste bedrading of in een apparaat dat permanent aan staat. Blijft alles staan tot je het laatste apparaat inschakelt, dan heb je dat apparaat te pakken.

Vervolgens werk je binnen die groep verder. Trek alle stekkers eruit, schakel de groep weer in en steek er één voor één een stekker in. Meet daarbij liefst met een lekstroomtang om fase en nul samen, want dan zie je de lekstroom oplopen voordat de aardlek eruit vliegt. Zo vind je ook de situatie waarin geen enkel apparaat op zichzelf te veel lekt, maar de optelsom van acht apparaten de aardlek over de rand duwt. De lekstroom van apparaten die gewoon in orde zijn, ligt in het bereik hieronder.

ApparaatIndicatie lekstroomWaar die vandaan komt
Computer met voeding en beeldscherm0,5 tot 1,5 mAOntstoorcondensatoren naar aarde in de voeding
Wasmachine of vaatwasser0,5 tot 2 mAOntstoring plus een element dat vocht opneemt
Inductiekookplaat1 tot 3,5 mAZware ontstoring van de vermogenselektronica
Omvormer van zonnepanelen1 tot 10 mAGroot paneeloppervlak met capaciteit naar aarde
Laadpunt voor een elektrische autoWisselend, met een gelijkstroomcomponentVraagt een aardlek die ook gelijkstroom herkent
Ledverlichting met driver0,1 tot 0,5 mA per driverOntstoorcondensator in de driver zelf
Oude boiler of elektrische geiser1 mA, oplopend tot ver daarbovenVocht dat in het verwarmingselement trekt
Buitenlamp of tuinkabelDroog vrijwel niets, nat sterk oplopendWater in de wartel, de mof of het armatuur

Meet met de lekstroomtang eerst om de hoofdaansluiting van de aardlekschakelaar, dus fase en nul van alle groepen samen. Dat getal is je uitgangswaarde. Schakel je daarna een groep uit en zakt het getal met een paar milliampère, dan weet je meteen welke groep de dikste bijdrage levert.

Spanning op de aardedraad en wat dat betekent

Wie lekstroom op de aardedraad vermoedt, meet daar meestal eerst spanning. Dan zijn er twee mogelijkheden en die verschillen enorm in ernst. Bij een intacte aarde is de aardedraad vastgeklemd aan de aardrail en zakt elk spanninkje daarop meteen weg. Wat je dan meet is hoogstens een verschil van een paar volt door de spanningsval op een lange leiding.

Anders wordt het als de verbinding tussen de aardrail en de aarding onderbroken is, of als er nooit een echte aarde is aangelegd. Alle ontstoorfilters van alle aangesloten apparaten vormen samen een spanningsdeler tussen fase en nul. Op de losse aardedraad staat dan rond de 115 volt, hoogohmig maar wel voelbaar. Zodra iemand die draad vastpakt en tegelijk een geaard deel raakt, gaat er stroom door hem heen. Hoe zo'n aardstelsel hoort te lopen, staat bij de aardedraad in een woninginstallatie.

De waterleiding is geen aarde. In veel oudere woningen en flats is die er wel voor gebruikt, en dat is om twee redenen fout. Zodra iemand elders in het gebouw een stuk leiding vervangt of er een kunststof koppeling in zet, staat de hele installatie zonder aarde. Bovendien staat er dan spanning op de leiding zelf, waar een ander mee in aanraking kan komen. Metalen leidingen horen wel aan de hoofdvereffening, maar vereffenen en aarden zijn twee verschillende dingen. Ontbreekt een net aardpunt, dan is een aardpen slaan en die netjes op de aardrail aansluiten de route waarlangs je dat oplost.

Koppel nooit aardedraden los terwijl de installatie onder spanning staat. Op het moment dat de aarde weg is, kunnen behuizingen van apparaten door hun ontstoorfilters op ruim honderd volt komen te staan, ook als die apparaten uit staan. Zit er dan ook nog een echt lek in de installatie, dan staat er de volle 230 volt op iets wat je normaal gerust aanraakt. Zet eerst de hoofdschakelaar uit.

Lekstroom bij led-lampen die zacht blijven nagloeien

Een led die na het uitschakelen zacht blijft gloeien is de meest gemelde vorm van lekstroom bij een lamp, en bijna nooit een defect. Een gloeilamp had honderden milliwatts nodig voordat je iets zag, een led doet er met een paar milliwatt al zichtbaar toe. Het beetje energie dat capacitief overspringt van een parallel lopende fasedraad is genoeg om hem te laten smeulen.

Er zijn drie oorzaken die we in de praktijk tegenkomen. Bij een bewegingsmelder met een triac hoort een ontstoorfilter dat een kleine stroom doorlaat, ook als het licht uit hoort te zijn. Bij een schakelaar met een controlelampje loopt er permanent een stroompje door de lamp. En bij lange leidingen zonder schakelmateriaal in het spel komt de spanning gewoon capacitief van de fasedraad ernaast.

Er is nog een vierde oorzaak en die is wel serieus: een schakelaar die in de nuldraad is opgenomen in plaats van in de fase. Het armatuur staat dan permanent onder spanning, ook als het licht uit is, en dat is behalve hinderlijk ook gevaarlijk bij het vervangen van een lamp. Een lamp die nagloeit is daarmee altijd een reden om te controleren of de schakeldraad wel uit de fase komt.

Wat wel en niet helpt tegen een nagloeiende led

Een zwaardere led erin draaien helpt niet, want de driver blijft dezelfde en de aangeboden energie ook. Extra afschermen van de kabel is bij bestaande bedrading in buis geen begaanbare weg. Wat wel werkt: dubbelpolig schakelen, zodat ook de nul wordt onderbroken. Bij een bewegingsmelder betekent dat meestal een uitvoering met een relais in plaats van met een triac, of een los installatierelais achter de melder.

De tweede oplossing is een ontstoorcondensator of ledcompensator parallel over de lamp. Die zuigt de capacitief overgedragen lading weg, waardoor er niets meer overblijft om de led mee te laten gloeien. Gebruik een uitvoering van klasse X2 en monteer die in een afgedekte lasdoos of in de voet van het armatuur, nooit los bungelend in een plafondrozet.

De derde optie is er niets aan doen. Bij een buitenlamp is een permanent oriëntatielichtje eerder prettig dan lastig, en het verbruik is te klein om terug te zien op de rekening. Alleen in een slaapkamer is dat licht meestal wel storend genoeg om er iets aan te doen.

Buitenverlichting, pompen en vocht in de grond

Verreweg de meeste echte lekstromen die wij tegenkomen zitten buiten. Binnen ligt de bedrading droog in buis, buiten staat alles bloot aan regen, vorst, wortels en spaden. Een aardlek die alleen uitvalt na een regenbui of nadat de beregening heeft gedraaid, wijst vrijwel altijd op water in een wartel, een lasdoos of een verbinding in de grond.

Er zit een addertje in de manier waarop het lek zich laat zien. Vaak valt de aardlekschakelaar pas uit als er behalve het lek ook een grote verbruiker bijkomt, bijvoorbeeld een pomp. Het lek was er dan al langer, maar bleef net onder de uitschakelgrens. Dat is meteen de reden waarom je het probleem niet bij de pomp moet zoeken maar bij de groep als geheel.

Bij het herstellen is de kabelkeuze het halve werk. Een grondkabel hoort te voldoen aan wat er in de grond nodig is, en dat is iets anders dan de kabel die je binnen langs een wand legt. Welke uitvoering waar hoort, staat in onze draad- en kabelkiezer per situatie. Leg de kabel op voldoende diepte, met een waarschuwingslint erboven, en laat lassen zoveel mogelijk boven de grond in een deugdelijke buitendoos uitkomen.

Waarom gietmoffen het zoeken zo lastig maken

Een gietmof met hars is waterdicht en gaat lang mee, maar hij is ook definitief. Zit er een lek in een tuinkabel met drie van dat soort moffen erin, dan kun je het traject niet in stukken knippen om te bepalen welk deel de boosdoener is. Je zit dan vast aan de keuze tussen alles openbreken of de hele kabel vervangen.

Wij leggen buiten daarom liever een doorlopende kabel zonder lassen, of we brengen elke verbinding boven de grond in een buitendoos met wartels. Dat kost bij de aanleg een uur extra en levert je bij het eerste probleem een middag op. Is een las in de grond onvermijdelijk, gebruik dan een krimpmof en leg vast waar hij zit.

Wat lekstroom je aan geld kost

De vraag of lekstroom geld kost, komt bijna altijd van iemand met een nagloeiende lamp of met een gemeten spanning die er niet hoort te staan. Het korte antwoord: bij capacitieve koppeling is het verbruik praktisch nul, en bij een echte foutstroom is het bedrag klein maar het risico groot.

Dat verschil zit in het soort stroom. Bij spookspanning loopt er nauwelijks stroom, en wat er loopt is grotendeels blindstroom die de kilowattuurmeter niet als verbruik registreert. Bij een isolatiefout loopt er wel echt stroom van de fase via aarde terug, en die gaat gewoon door de meter. Reken maar mee: tien milliampère bij 230 volt is 2,3 watt, ofwel ongeveer twintig kilowattuur per jaar.

Zie je op je meter verbruik dat je niet kunt plaatsen, dan is lekstroom zelden de verklaring. Het sluimerverbruik van een gemiddeld huishouden ligt vele malen hoger dan wat er via aarde weglekt. De onderstaande cijfers gaan uit van een tarief van 35 cent per kilowattuur en van continu verbruik, dus als bovengrens.

SituatieWerkelijk vermogenPer jaarKosten per jaar
Ledlamp die capacitief nagloeitOngeveer 0,3 W2,6 kWhOngeveer 1 euro
Bewegingsmelder met triac en ontstoorfilter0,3 tot 0,5 W3 tot 4 kWh1 tot 1,50 euro
Ontstoorfilters van tien apparaten samenOnder 0,5 WOnder 5 kWhOnder 2 euro
Echte foutstroom van 10 mA naar aarde2,3 W20 kWhOngeveer 7 euro
Vochtig verwarmingselement dat 100 mA lekt23 W200 kWhOngeveer 70 euro
Sluimerverbruik van een gemiddelde woning30 tot 60 W260 tot 525 kWh90 tot 185 euro

Een lek van honderd milliampère is geen kostenpost maar een veiligheidsprobleem. Bij die waarde is de aardlekschakelaar allang uitgevallen, of hij werkt niet meer. Blijft een aardlek staan terwijl je zo'n stroom meet, laat de aardlek dan controleren voordat je verder zoekt naar de oorzaak.

De aardlekschakelaar: wat hij ziet en wat hij mist

Een aardlekschakelaar van 30 milliampère vergelijkt de stroom in de fase met de stroom in de nul. Verdwijnt er meer dan een bepaald verschil richting aarde, dan schakelt hij af. In de praktijk gebeurt dat ergens tussen de 15 en de 30 milliampère, want hij mag ook eerder uitvallen dan zijn nominale waarde.

Daar zit meteen de reden waarom een installatie met veel elektronica soms zonder duidelijke aanleiding uitvalt. Alle ontstoorfilters tellen op. Hangen er tien apparaten achter dezelfde aardlek en levert elk daarvan een tot twee milliampère, dan zit je al op de helft van de uitschakelgrens en is één natte tuinlamp genoeg. Wij houden daarom aan dat de vaste lekstroom achter één aardlekschakelaar liefst onder een derde van de nominale waarde blijft, dus onder ongeveer 10 milliampère.

De oplossing is verdelen. Zware verbruikers en groepen met veel elektronica krijgen een eigen aardlekschakelaar, in plaats van alles achter één blok te hangen. Hoeveel je per groep kwijt kunt, reken je na met onze rekenhulp voor groepen en vermogen, en het uitvoerende werk zelf staat beschreven bij het uitbreiden van de groepenkast. Werk je met een woning die op twee fasen is aangesloten, dan is de verdeling over de fasen een extra aandachtspunt bij een aansluiting met twee fasen.

Het type aardlekschakelaar doet ertoe

Niet elke aardlek herkent elke foutstroom. Het type dat in Nederlandse woningen standaard is, ziet wisselstroom en pulserende gelijkstroom. Komt er een vlakke gelijkstroomcomponent bij, bijvoorbeeld uit een laadpunt voor een auto of uit sommige omvormers, dan kan die de kern van de aardlek verzadigen, waardoor hij ook een gewone wisselstroomfout niet meer betrouwbaar ziet.

Voor laadpunten en frequentiegestuurde apparatuur bestaan daarom uitvoeringen die daar wel op zijn berekend, en veel laadpunten hebben zelf al een detectie voor gelijkstroomfouten ingebouwd. Wat in jouw situatie hoort, hangt af van het apparaat en van wat de fabrikant voorschrijft. Kijk dus in de installatievoorschriften van het apparaat en niet alleen naar wat er al in de kast zit.

Druk daarnaast een paar keer per jaar op de testknop. Een aardlekschakelaar die jaren niet heeft geschakeld, kan vastlopen. Die testknop is meteen het eenvoudigste stukje onderhoud in de kast, samen met het bijwerken van het schema achter de deur van de meterkast.

Als het lek in de vaste bedrading zit

Blijft er lekstroom over nadat alle stekkers eruit zijn en alle lampen uit de fittingen, dan zit het probleem in de vaste installatie. Dat is het moment waarop de multimeter tekortschiet en er een isolatiemeting moet komen. Je meet dan tussen fase en aarde en tussen nul en aarde, met de groep spanningsvrij en met de nul van die groep losgenomen van de nulrail.

De waarde die je wilt zien is minstens 1 megaohm bij een meting met 500 volt gelijkspanning, en in een gezonde installatie is die in de praktijk veel hoger. Wij maten eens op een buitengroep 0,085 megaohm tussen de nul en de aarde. Alle lampen eruit draaien veranderde daar niets aan, wat betekende dat de kabel zelf lek was en niet de armaturen.

Vanaf dat punt is het opdelen. Knip het traject waar mogelijk in tweeën, meet beide helften en ga zo verder tot je het lekke stuk hebt. Kun je niet opdelen omdat de verbindingen in de grond zijn afgegoten, dan is een nieuwe kabel trekken meestal sneller en goedkoper dan doorzoeken. Leg de nieuwe kabel dan wel meteen zo dat je hem de volgende keer wel kunt sectioneren.

Meet ook eens tussen de nul en de aarde van een groep die je verdenkt, terwijl alles nog aan is. Een lek tussen nul en aarde geeft vaak geen uitvallende aardlek, maar wel een verhoogde lekstroom en een aardlek die bij de minste extra belasting eruit gaat.

Zo spoor je een lekstroom stap voor stap op

Lekstroom in huis oplossen begint bij het opsporen, en deze volgorde werkt zowel bij een aardlek die uitvalt als bij een gemeten spanning waarvan je de herkomst niet kent.

  1. Stel eerst vast of er werkelijk stroom loopt

    Meet het verdachte punt opnieuw met een tweepolige tester met belastingsknop of met een gloeilamp als last. Zakt de spanning naar nul, dan was het spookspanning en ben je klaar. Blijft er spanning staan, dan pas begint het zoeken. Deze stap voorkomt dat je een halve dag jaagt op iets wat er niet is.

  2. Controleer of de aardlekschakelaar zijn werk nog doet

    Druk op de testknop. Springt hij niet uit, dan is dat je eerste probleem en niet het lek. Bekijk ook of er wel een aardlekschakelaar in de kast zit: in installaties uit de jaren zestig en zeventig ontbreekt die vaak nog. Zonder werkende aardlek zoek je zonder vangnet, en dat is precies het scenario waarin een lek pas via een schok wordt ontdekt.

  3. Zet alles uit en schakel groep voor groep in

    Alle automaten uit, de aardlekschakelaar in, en daarna één groep tegelijk erbij met een halve minuut wachttijd. Vliegt de aardlek er bij een bepaalde groep uit, dan heb je je richting. Blijft alles staan, laat dan een uur draaien: lekken door vocht en door warmgelopen elementen komen soms pas na verloop van tijd opzetten.

  4. Haal binnen de verdachte groep alle stekkers eruit

    Schakel de groep uit, trek alle stekkers los, draai de lampen uit de armaturen en schakel de groep weer in. Steek daarna één voor één een stekker terug. Meet ondertussen met de lekstroomtang om fase en nul samen, dan zie je de waarde per apparaat oplopen. Zo herken je ook het geval waarin geen enkel apparaat te veel lekt, maar de optelsom wel.

  5. Beoordeel het gevonden apparaat

    Levert één apparaat een halve tot twee milliampère, dan is dat normale ontstoring en hoef je er niets mee. Levert het tien milliampère of meer, dan is er iets mis, meestal vocht in een verwarmingselement of een aangetaste doorvoer. Bij een dubbel geïsoleerd apparaat zonder aardaansluiting, zoals veel vijverpompen, is vervangen vrijwel altijd de enige route.

  6. Meet de vaste bedrading met een isolatietester

    Blijft de lekstroom over met alles eruit, maak dan de groep spanningsvrij, neem de nul los van de nulrail en meet met 500 volt tussen fase en aarde en tussen nul en aarde. Onder 1 megaohm is niet in orde. Koppel eerst alle elektronica af, want die overleeft zo'n proefspanning niet. Blijf met deze meting weg bij alles wat achter de hoofdzekering zit: de hoofdaansluiting, de hoofdschakelaar en de aardleiding van de netbeheerder zijn niet van jou.

  7. Deel het traject op tot je het lekke stuk hebt

    Open een lasdoos halverwege, meet beide helften apart en herhaal dat. Zijn de verbindingen afgegoten met hars, dan kun je niet opdelen en is een nieuwe kabel de snelste weg. Herstel de fout, sluit alles weer aan en meet daarna opnieuw, zowel de isolatieweerstand als de lekstroom met de tang.

Maatvoering

De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens

Ruimte of vakgebiedOnderdeelGangbare maatMarge die in de praktijk werktWaar je op moet letten
SanitairWastafel, bovenkant85 cm boven de vloer80 tot 90 cmMeet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm.
SanitairWastafelkraan, uitloop25 tot 30 cm boven de wastafelrandwat past bij de komTe hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder.
SanitairFonteintje in het toilet80 tot 85 cm75 tot 90 cmVaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is.
SanitairToiletpot, bovenkant zitting40 tot 43 cm38 tot 48 cmEen verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger.
SanitairHangend toilet, onderkant pot40 cm boven de vloer38 tot 45 cmDe hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast.
SanitairToiletrolhouder70 cm hoog, 25 cm voor de pot60 tot 80 cmTe ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit.
SanitairDouchekraan, thermostaat100 tot 110 cm95 tot 120 cmJe wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan.
SanitairDoucheglijstang, bovenkant180 tot 200 cmafhankelijk van de lengste gebruikerReken op minstens 20 cm boven de kruin.
SanitairRegendouche, onderkant kop205 tot 215 cm200 tot 220 cmOnder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd.
SanitairHanddoekradiator, onderkant20 tot 30 cm boven de vloer15 tot 40 cmLaag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen.
SanitairAfvoer wastafel, muurdoorvoer50 tot 55 cm45 tot 60 cmOnder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling.
ElektraStopcontact in een woonruimte30 cm hart boven de vloer25 tot 40 cmBij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen.
ElektraStopcontact boven een aanrechtblad115 tot 125 cm10 tot 20 cm boven het bladUit de spatzone van de kraan blijven.
ElektraLichtschakelaar105 cm hart boven de vloer90 tot 120 cmGelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld.
ElektraDeurklink100 cm hart boven de vloer95 tot 105 cmOok de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen.
ElektraMeterkast, groepenkast150 tot 180 cmbereikbaar zonder trapjeDe hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn.
ElektraWandcontactdoos buitenminimaal 30 cm boven maaiveldhoger bij kans op opspattend waterSpatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten.
ElektraBedrade deurbel, drukknop110 tot 130 cm100 tot 140 cmOok bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel.
ElektraWandlamp naast een spiegel160 tot 170 cmop ooghoogte van de gebruikerLicht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven.
ElektraTelevisieaansluiting40 cm of op de hoogte van het schermafhankelijk van de opstellingBij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm.
KeukenWerkblad, bovenkant90 tot 95 cm85 tot 100 cmVuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger.
KeukenBovenkasten, onderkant50 tot 60 cm boven het blad45 tot 65 cmTe laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken.
KeukenAfzuigkap boven een elektrische kookplaat60 cm55 tot 70 cmOnder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht.
KeukenAfzuigkap boven een gaspit65 cm65 tot 75 cmBij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam.
KeukenPlint onder de keukenkasten10 tot 15 cmstandaard 15 cmTerugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan.
KeukenInbouwoven op ooghoogteonderkant op 85 tot 90 cmnaar de gebruikerScheelt bukken met een hete plaat in je handen.
TrapTrapleuning90 cm boven de voorkant van de trede85 tot 100 cmMeet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer.
TrapLeuning langs een bordes100 cm90 tot 110 cmBij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap.
TrapOptrede, hoogte per trede18 tot 20 cmmaximaal 21 cm binnen een woningAlle treden even hoog, ook de eerste en de laatste.
TrapAantrede, diepte van de trede22 tot 24 cmminimaal 22 cmVuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm.
TrapVrije doorloophoogte boven de trap230 cmminimaal 210 cmMeet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond.
TrapSpijlafstand van een balustrademaximaal 10 cmkleiner bij kinderenZo kan een kinderhoofdje er niet tussen.
DeurenBinnendeur, standaardmaat83 bij 201,5 cm78 tot 93 cm breedDe dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad.
DeurenVoordeur, standaardmaat88 bij 201,5 cm83 tot 100 cm breedBreder is prettig bij verhuizen en bij een rollator.
DeurenSpeling onder een binnendeur1 tot 1,5 cm2 cm bij mechanische ventilatieDe kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet.
DeurenSpeling rondom in het kozijn3 mm2 tot 4 mmTe weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt.
DeurenScharnieren, afstand tot de hoek20 cm van boven en onder15 tot 25 cmBij een zware deur een derde scharnier in het midden.
VentilatieVentilatierooster in een raamboven in het kozijnop de bovenregelWarme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder.
VentilatieAfzuigpunt in een badkamerhoog in de ruimte20 tot 30 cm onder het plafondVocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet.
VentilatieMuurrooster kruipruimtenet boven het maaiveldminimaal 15 cmAnders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht.
VentilatieDakdoorvoer, afstand tot de nokminimaal 50 cmafhankelijk van het typeTe dicht bij de nok geeft terugslag bij wind.

Samengesteld uit gangbare praktijkmaten, de eisen uit het Bouwbesluit waar die van toepassing zijn, en montagevoorschriften van fabrikanten. Standaardmaten zijn een vertrekpunt, geen wet: pas ze aan op de lengte van de mensen die de ruimte gebruiken. Bij nieuwbouw en verbouw gelden de actuele bouwregels boven elke vuistregel.

Voordat je de meterkast weer dichtdoet

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

Een schok bij het terugzetten van de aardedraad aan de waterleiding

In een appartement uit het begin van de jaren zestig moest een lekkende keukenkraan vervangen worden. Om bij de flexibele koppelingen te komen ging de aardedraad los van de waterleiding. Bij het terugzetten werden de draad en de leiding tegelijk vastgepakt, en dat gaf een flinke klap. In de meterkast zaten vijf groepen en geen enkele aardlekschakelaar.

De verklaring zat in twee dingen tegelijk. De installatie werd geaard via de waterleiding, wat allang niet meer mag, en op het moment dat die verbinding losging was er dus helemaal geen aarde meer. De ontstoorfilters van alle apparaten in huis vormden toen samen een spanningsdeler, waardoor er ongeveer 115 volt op de losgenomen draad stond.

De aanpak was daarna eenvoudig maar in de goede volgorde. Eerst de hoofdschakelaar uit voordat er nog iets aan een aardedraad gebeurde. Daarna een echt aardpunt aanleggen en de aardrail daarop aansluiten, met de metalen leidingen als vereffening en niet als aarding. Als sluitstuk kwam er een aardlekschakelaar in de kast, zodat een volgend lek zich meldt via de kast en niet via een hand aan de kraan.

Dit kwamen we tegen

De ledbuitenlamp die de hele nacht zacht bleef branden

Bij een buitenlamp met bewegingsmelder was een gloeilamp vervangen door een led van 3 watt. Sindsdien brandde de lamp continu op een laag pitje en ging hij alleen vol branden als de melder iemand zag. Een zwaardere led erin draaien veranderde niets, en de kabel extra afschermen was geen begaanbare weg omdat de bedrading al in buis lag.

De oorzaak was de combinatie van een schakelend deel dat alleen de fase onderbreekt en een lamp die met milliwatts al zichtbaar licht geeft. De spanning kwam capacitief over vanaf een fasedraad die een stuk parallel liep. Op de meter is dat niet terug te zien, want er loopt vrijwel geen werkelijke stroom.

Er waren drie werkbare uitwegen. Een installatierelais achter de melder dat ook de nul onderbreekt, een ledcompensator van klasse X2 parallel over de lamp in een afgedekte doos, of de zaak zo laten en het gebruiken als oriëntatielichtje. Bij deze buitenlamp is voor het laatste gekozen. Wel is gecontroleerd of de schakeldraad echt uit de fase kwam en niet uit de nul, want dat is de variant die wel gevaarlijk is.

Dit kwamen we tegen

Een aardlek die alleen uitviel als de irrigatiepomp aansloeg

Op een buitengroep zaten een irrigatiepomp en een aantal tuinlampen. De aardlekschakelaar viel uit zodra de pomp aanging, ongeacht of de verlichting brandde. Hing de pomp aan een andere groep achter dezelfde aardlek, dan werkte alles. Werd de buitenverlichting losgekoppeld, dan draaide de pomp op de oorspronkelijke groep gewoon door. De pomp leek de schuldige, maar was het niet.

Met de multimeter op het hoogste weerstandsbereik, de groep spanningsvrij, kwam er tussen de nuldraad en de aarde 0,085 megaohm uit. Dat is voor een 230 volt circuit veel te laag. Alle lampen uit de armaturen draaien veranderde die waarde niet, dus zat het lek in de bedrading zelf en niet in de armaturen.

Sectioneren lukte niet, want de verbindingen in de grond waren afgegoten met giethars en dus niet te openen zonder ze te vernielen. De kabel is uiteindelijk in zijn geheel vervangen. Bij de nieuwe aanleg zijn de lassen boven de grond in buitendozen met wartels gebracht, zodat een volgende meting het traject wel in stukken kan opdelen.

Dit kwamen we tegen

Stroom die voelbaar was in de vijver

In een tuin was voelbaar stroom aanwezig aan de rand van de vijver. Bij het zoeken werd met een multimeter 1,8 volt gemeten op de aardedraad met de ene meetpen in de hand, en ruim 50 volt met de ene pen in een stopcontact en de andere in de grond. Vervolgens waren in de groepenkast alle aardedraden losgekoppeld om te zien welke groep de spanning aanvoerde.

Die metingen zeiden weinig en het loskoppelen was ronduit gevaarlijk. Met een meetpen in je hand meet je vooral wat je lichaam capacitief opvangt, en met de hoge ingangsweerstand van een multimeter levert dat moeiteloos tientallen volts op. Losgetrokken aardedraden bij een installatie onder spanning is precies het scenario waarin apparaten door hun ontstoorfilters spanning op hun behuizing krijgen.

De werkbare volgorde was omgekeerd. Alle aardedraden weer vast, daarna meten tussen de aardrail en het aardpunt zelf, want daartussen hoort niets te staan. Vervolgens de groep van de vijver uitschakelen, de stekker van de pomp eruit en op het stopcontact meten tussen fase, nul en aarde. Bij een dubbel geïsoleerde vijverpomp zonder aardaansluiting is de test nog eenvoudiger: staat er spanning met de pomp erin en niets zonder, dan is de pomp toe aan vervanging.

Veelgemaakte fouten

Meten met één meetpen in je hand

Het lijkt praktisch als er geen tweede meetpunt in de buurt is, maar je maakt je eigen lichaam onderdeel van de meetkring. Je meet dan de spanning die je huid capacitief opvangt, en met de hoge ingangsweerstand van een multimeter levert dat zo tientallen volts op. Zoek altijd een echt referentiepunt, bijvoorbeeld de aarde van een verlengsnoer uit een andere groep.

Aardedraden loskoppelen terwijl de installatie onder spanning staat

Dit is de gevaarlijkste fout in de hele zoektocht. Zonder aarde vormen de ontstoorfilters van alle apparaten samen een spanningsdeler en komt de behuizing van die apparaten op ruim honderd volt te staan, ook als ze uit staan. Zit er ergens een lek dat de aardlek net niet haalde, dan staat er de volle netspanning op iets wat je normaal zonder nadenken aanraakt.

De waterleiding als aarde gebruiken

In oude installaties kom je het regelmatig tegen, maar het klopt niet en het is niet toegestaan. Zodra iemand elders in het gebouw een stuk leiding vervangt of er een kunststof deel in zet, staat de hele installatie zonder aarde. Bovendien breng je spanning op een leiding waar buren of een loodgieter mee in aanraking komen. Metalen leidingen horen aan de vereffening, niet als vervanger van de aardleiding.

De spanningszoeker als bewijs nemen

Een schroevendraaier met een neonlampje gaat al gloeien bij een minieme stroom, dus ook bij zuivere spookspanning. Omgekeerd blijft hij soms donker terwijl er wel degelijk spanning staat, bijvoorbeeld als je op een isolerende vloer staat. Als indicatie mag hij mee, als bewijs nooit. Gebruik een tweepolige tester die het meetpunt belast.

De weerstandsstand van een multimeter gebruiken als isolatiemeting

Een multimeter meet met 1,5 tot 9 volt, een isolatietester met 250 tot 1000 volt gelijkspanning. Een isolatiefout die pas bij netspanning doorslaat, zie je met die paar volt helemaal niet. Meet je met de multimeter wel een eindige weerstand tussen nul en aarde, dan is dat een harde aanwijzing. Meet je oneindig, dan weet je nog niets.

Een zwaardere lamp erin draaien tegen het nagloeien

De redenering is dat een grotere led de kleine hoeveelheid overgedragen energie wel zal wegwerken, maar elke led-driver heeft een eigen ingangscircuit en het gedrag verandert nauwelijks. Wat wel werkt is dubbelpolig schakelen of een ontstoorcondensator parallel over de lamp. Zonde van een nieuwe lamp die het probleem niet oplost.

Alle lassen buiten afgieten met hars

Een gietmof is waterdicht en dat is de reden dat hij gebruikt wordt. Het nadeel merk je pas jaren later: je kunt het kabeltraject niet meer in stukken meten, dus bij een lek is opdelen onmogelijk. Breng lassen liever boven de grond in een buitendoos met wartels, of gebruik een krimpmof en leg vast waar hij ligt.

Een uitvallende aardlekschakelaar telkens weer omhoog zetten

Als de aardlek een paar keer per week uitvalt en steeds weer wordt ingeschakeld, verdwijnt langzaam de reflex om te onderzoeken waarom. De schakelaar doet precies waarvoor hij is gemaakt en meldt een lek dat er echt is. Zoek de oorzaak, of laat hem zoeken, want een aardlek die uiteindelijk vastloopt biedt geen bescherming meer.

Veelgestelde vragen

Wat is lekstroom, en wanneer is een lekstroom gevaarlijk?

Lekstroom is stroom die de weg terug naar de meterkast niet via de nuldraad aflegt, maar via aarde of via een ander geleidend pad. Een klein deel daarvan is normaal en komt uit de ontstoorfilters in apparaten, waarin condensatoren tussen fase, nul en aarde zitten. Problematisch wordt het pas als de lekstroom ontstaat door beschadigde isolatie, door vocht of doordat de aarde ergens onderbroken is. Dan gaat het niet om verbruik, maar om de kans dat iemand die stroom via zichzelf naar aarde afvoert.

Hoe meet je lekstroom?

Het zuiverst met een lekstroomtang. Die klem je om de fase en de nul van een groep samen, waarna de tang het verschil tussen beide meet. Is dat verschil nul, dan komt alle stroom netjes terug. Meet je een paar milliampère, dan verdwijnt dat via aarde. Je kunt de tang zowel om een hele groep leggen als om het snoer van één apparaat, en juist die vergelijking maakt het opsporen snel. Een gewone stroomtang is hier te grof: die begint pas te meten rond een tiende ampère.

Hoe kun je lekstroom meten met een multimeter?

Een multimeter is geen lekstroommeter, maar hij komt een eind. Zet de groep spanningsvrij, neem de nul van die groep los van de nulrail en meet met het hoogste weerstandsbereik tussen fase en aarde en tussen nul en aarde. Meet je daar een eindige waarde, bijvoorbeeld een paar tiende megaohm, dan zit er een lek in dat circuit. Meet je oneindig, dan weet je nog niets, want een isolatiefout die pas bij 230 volt doorslaat blijft bij de paar volt van een multimeter onzichtbaar. Voor die situatie heb je een isolatietester nodig.

Hoe spoor ik lekstroom op in huis zonder speciaal meetgereedschap?

Met de aardlekschakelaar als meetinstrument. Zet alle groepen uit, schakel de aardlek in en zet daarna één groep tegelijk bij, met steeds een halve minuut ertussen. Valt de aardlek bij een bepaalde groep, dan weet je waar je verder zoekt. Trek daarna binnen die groep alle stekkers eruit en steek ze één voor één terug. Deze methode kost tijd en vindt geen lek dat onder de uitschakelgrens blijft, maar hij vraagt geen enkele investering en werkt in de meeste woningen prima.

Kan ik lekstroom meten aan de aardlekschakelaar zelf?

Indirect wel. Klem een lekstroomtang om de fase en de nul die samen door de aardlekschakelaar lopen, dus om de aders aan de uitgaande zijde van alle groepen tegelijk. De waarde die je dan leest, is precies wat de aardlek zelf ook ziet. Schakel je daarna groepen uit, dan zie je aan de daling welke groep welk aandeel levert. Wil je weten of de aardlek zelf nog goed schakelt, dan is een aardlektester nodig die de uitschakelstroom en de uitschakeltijd meet. De testknop zegt alleen of het mechanisme nog beweegt.

Kost lekstroom geld op mijn energierekening?

Bij spookspanning vrijwel niets, want er loopt nauwelijks stroom en wat er loopt is grotendeels blindstroom die de meter niet als verbruik registreert. Bij een echte foutstroom loopt er wel iets: tien milliampère bij 230 volt is 2,3 watt, ongeveer twintig kilowattuur per jaar en daarmee een paar euro. Zelfs een fors lek van honderd milliampère blijft onder de honderd euro per jaar. Het punt van een lekstroom is dan ook niet de rekening maar de veiligheid, en bij die honderd milliampère hoort je aardlekschakelaar allang te zijn uitgevallen.

Wat zijn de kosten van lekstroom bij led-verlichting?

Verwaarloosbaar. Een led die capacitief nagloeit gebruikt in de orde van drie tienden watt, wat neerkomt op ruim twee kilowattuur per jaar. Bij een tarief van 35 cent per kilowattuur is dat rond een euro, en dan reken je nog met continu branden. Het ziet duur uit omdat de lamp de hele nacht licht geeft, maar de vergelijking met een gloeilamp gaat niet op: die had honderden keren meer vermogen nodig voor hetzelfde beetje licht. Zit er een bewegingsmelder met een ontstoorfilter in het spel, dan komt daar hooguit een halve watt bij.

Hoe kan ik lekstroom bij led-lampen oplossen?

De schoonste oplossing is dubbelpolig afschakelen, zodat naast de fase ook de nul wordt onderbroken. Bij een bewegingsmelder gaat dat via een uitvoering met een relais of via een los installatierelais achter de melder. Het alternatief is een ontstoorcondensator of ledcompensator van klasse X2 parallel over de lamp, gemonteerd in een afgedekte lasdoos en niet los in het armatuur. Een zwaardere lamp erin draaien helpt niet. Controleer bij het nagloeien ook of de schakelaar in de fase zit en niet in de nul, want in dat laatste geval staat het armatuur permanent onder spanning.

Waarom staat er spanning op de aardedraad?

Bij een intacte aarde hoort daar vrijwel niets op te staan, hooguit een paar volt spanningsval bij een lange leiding onder belasting. Meet je meer, dan is de verbinding tussen de aardrail en het aardpunt onderbroken, of is er nooit een echte aarde aangelegd. De ontstoorfilters van alle aangesloten apparaten vormen dan samen een spanningsdeler tussen fase en nul, en op de losgenomen aardedraad komt ongeveer 115 volt te staan. Dat is hoogohmig maar wel degelijk voelbaar, en het betekent dat de beschermende functie van de aarde weg is.

Welke apparaten veroorzaken lekstroom?

Vrijwel alles met een schakelende voeding en een randaardestekker levert een bijdrage. Computers en beeldschermen zitten rond een halve tot anderhalve milliampère, wasmachines en vaatwassers rond een halve tot twee milliampère, en inductiekookplaten kunnen richting drieënhalve milliampère gaan. Omvormers van zonnepanelen zijn de grootste bijdragers omdat het paneeloppervlak zelf capaciteit naar aarde heeft. Dat zijn allemaal normale waarden. Loopt een apparaat richting tien milliampère of meer, dan is er iets mis, meestal vocht in een verwarmingselement of aangetaste isolatie bij een doorvoer.

Hoeveel lekstroom is normaal als ik het in mijn hele huis meet?

In een gemiddelde woning met de gebruikelijke apparatuur meet je achter de aardlekschakelaar samen ergens tussen de twee en de acht milliampère. Dat is normale ontstoring en geen fout. Wij houden aan dat het totaal achter één aardlekschakelaar liefst onder een derde van zijn nominale waarde blijft, dus onder ongeveer tien milliampère bij een schakelaar van 30 milliampère. Zit je daarboven, dan is de kans groot dat een natte tuinlamp of een startende motor genoeg is om hem te laten uitvallen, en dan is verdelen over meer aardlekschakelaars de oplossing.

Waarom valt mijn aardlekschakelaar alleen uit als het regent?

Omdat er water in een buitenaansluiting komt en dat een geleidend pad naar aarde maakt. Droog blijft de lekstroom onder de uitschakelgrens, nat loopt hij op. Kijk als eerste naar de wartels van buitenarmaturen, naar lasdozen tegen de gevel en naar verbindingen die onder de grond liggen. Het lek zit vaak op een plek die er van buiten prima uitziet, omdat het water via de kabelmantel naar binnen kruipt in plaats van via een zichtbaar gat. Meet op een natte dag, want op een droge dag vind je niets.

Kan lekstroom ook uit de installatie van de buren komen?

In een appartementencomplex of een rij woningen met een gemeenschappelijk aardstelsel is dat mogelijk. Je meet dan een spanningsverschil tussen de aardelektrode en bijvoorbeeld een metalen waterleiding, terwijl er in je eigen installatie niets te vinden is. Dat is een situatie waarin de netbeheerder of een installateur met een aardingsmeting aan zet is, want de spreidingsweerstand van de aarde meten kan niet met huis-tuin-en-keukengereedschap. Ga in zo'n geval niet zelf aan gemeenschappelijke aardleidingen zitten sleutelen.

Werkt een aardlekschakelaar ook op een aggregaat?

Dat hangt volledig van het aggregaat af. Veel kleine aggregaten leveren een zwevend net zonder verbinding naar aarde, en dan heeft een aardlekschakelaar niets om een verschilstroom naartoe te zien lopen. Een enkele aardfout leidt daar niet tot uitschakelen. Grotere uitvoeringen hebben een geaard sterpunt en dan werkt de aardlek wel. Hoe je dat netjes op je installatie aansluit, zonder terug te voeden naar het net, staat beschreven bij een aggregaat op de meterkast aansluiten.

Kan een verkeerd geplaatst stopcontact buiten voor lekstroom zorgen?

Niet het stopcontact zelf, maar wel de plek waar het zit. Een buitenstopcontact vlak boven het maaiveld krijgt opspattend water en vuil te verwerken, en dat is een van de meest voorkomende plekken waar wij vocht in een aansluiting terugvinden. Monteer buitenmateriaal hoog genoeg, met de kabelinvoer aan de onderkant en de wartel goed aangedraaid. Welke hoogtes binnen en buiten gebruikelijk zijn, vind je in ons overzicht met standaardmaten voor schakelaars en stopcontacten.

Wanneer je beter een vakman belt

Het zoeken zelf mag je grotendeels zelf doen: groepen uitschakelen, stekkers eruit trekken, meten met een tang en beoordelen welk apparaat de boosdoener is. Dat vraagt geduld en een goede volgorde, geen diploma.

Er zijn wel duidelijke grenzen. Alles achter de hoofdzekering is van de netbeheerder: de hoofdaansluiting, de hoofdzekeringen en de aardleiding die daar binnenkomt. Daar blijf je vanaf, ook als de fout daar lijkt te zitten. Bel bij vermoedens over dat deel het storingsnummer van je netbeheerder.

Bel ook een installateur als je installatie geen aardlekschakelaar heeft, als de aarde ontbreekt of via de waterleiding loopt, of als je een spanningsverschil meet tussen de aardrail en het aardpunt. De spreidingsweerstand van een aarde meten vraagt apparatuur die je niet in de bouwmarkt koopt, net als een volwaardige isolatiemeting van een hele installatie.

Datzelfde geldt als je een lekstroom meet die je niet kunt terugbrengen tot een apparaat of een kabel, of als er stroom voelbaar is op iets wat gewoon aanraakbaar hoort te zijn, zoals een kraan, een vijverrand of een cv-buis. Dat is het moment om te stoppen met zoeken en de installatie te laten nakijken.

Verder lezen over dit onderwerp

diy-gids.nl ELEKTRA Aardedraad
Elektra

Aardedraad