Afvoer en riool: van sifon tot standleiding
Bijna elke klacht aan een afvoer komt terug op drie dingen: de diameter, het afschot en de lucht. Water dat traag wegloopt zonder verstopping wijst op te weinig verval of op een aftakking die verkeerd op de standleiding zit. Borrelen en klokken betekenen dat lucht niet weg kan of dat een sifon wordt leeggezogen, en rioollucht betekent dat er ergens een waterslot ontbreekt of leeg staat. Zoek daarom eerst uit welk onderdeel de klacht veroorzaakt, want de reparatie zelf is daarna vaak klein.
Alle gidsen over afvoer & riool
Stankafsluiter
Een stankafsluiter is een bocht of bakje waar altijd een laagje water in blijft staan, en dat water houdt de…
Doucheputje
Een doucheputje dat stinkt heeft bijna altijd een waterslot dat leeg staat, te ondiep is of helemaal ontbreekt. Loopt het…
Gresbuis
Een gresbuis is een rioolbuis van gebakken klei, bruin van kleur en met een glanzende glazuurhuid. Er zit geen asbest…
Beluchter afvoer
Een beluchter is een ventiel dat lucht naar binnen laat zodra er onderdruk in de afvoerleiding ontstaat, en dat weer…
Rioollucht in huis
Rioollucht in huis heeft bijna altijd een van drie oorzaken: een waterslot dat leeg staat, een naad of scheur in…
Riolering vervangen
Riolering vervangen is zelden spoedwerk en bijna altijd een verbouwbeslissing: je doet het op het moment dat de vloer er…
Sifon met beluchter
Een sifon met beluchter heeft een klepje dat lucht naar binnen laat zodra er onderdruk in de afvoer ontstaat. Dat…
Standleiding
De standleiding is de verticale afvoerbuis waar alle toestellen in huis op uitkomen, doorgetrokken tot boven het dak. In woningbouw…
Afschot plat dak
Een plat dak moet het regenwater uit zichzelf naar de afvoer laten lopen. Wij houden minimaal 16 mm afschot per…
Beerput
Een beerput is een dichte opvangput waarin het afvalwater van een woning terechtkwam voordat er riolering lag. Ligt hij er…
Drainage tuin
Drainage in de tuin werkt alleen als het water ergens naartoe kan. Graaf eerst een proefgat van zestig centimeter diep…
Riolering aanleggen
Riolering aanleggen begint niet bij de wastafel maar bij het laagste punt: de plek waar je leiding het huis verlaat.…
Zelf riool ontstoppen hogedruk
Een riool ontstop je met hogedruk niet door de prop kapot te schieten. Je laat een slang met achterwaartse straaltjes…
Wat er allemaal onder afvoer en riool valt
Achter elke afvoer in huis zit hetzelfde systeem, of het nu om een fonteintje gaat of om het toilet. Binnen sanitair en loodgieterswerk is de afvoerkant het deel waar de meeste problemen vandaan komen, simpelweg omdat er niets pompt. Water loopt op zwaartekracht en lucht moet daarbij mee kunnen bewegen.
Het binnenriool begint bij de sifon onder elk toestel. Daarna volgt een aansluitleiding van 32 tot 50 mm die uitkomt op een standleiding van meestal 110 mm. Die standleiding loopt aan de bovenkant door tot boven het dak als ontspanningsleiding, en gaat aan de onderkant over in de liggende hoofdleiding onder de vloer richting de erfgrens.
Wie weet welk onderdeel welke taak heeft, kan een klacht bijna altijd zelf plaatsen. Hieronder staat per onderdeel wat het doet en welke klacht erbij hoort.
Langs je huis loopt een tweede systeem dat hier los van staat: de hemelwaterafvoer van dak, balkon en dakkapel, en de drainage die grondwater afvoert. Die twee komen soms op hetzelfde riool uit, maar ze horen niet dezelfde route te volgen als je afvalwater.
| Onderdeel | Waar het zit | Wat het doet | Klacht die erbij hoort |
|---|---|---|---|
| Sifon of stankslot | Direct onder elk toestel | Houdt een waterslot van minimaal 5 cm vast | Rioollucht, lekkage bij de schroefdop |
| Aansluitleiding 32 tot 50 mm | Van toestel naar standleiding | Voert het water van een of twee toestellen af | Traag weglopen, klokkend geluid |
| Standleiding 110 mm | Verticaal door de bouwlagen | Verzamelt alle afvoeren per verdieping | Borrelen op meerdere verdiepingen tegelijk |
| Ontspanningsleiding | Verlengde standleiding tot boven het dak | Laat lucht na- en wegstromen zodat sifons blijven staan | Leeggetrokken sifons, stank bij bepaalde wind |
| Liggende hoofdleiding | Onder de begane grondvloer of in de kruipruimte | Brengt alles naar de erfgrens | Verzakking, terugstromend rioolwater, verstopping |
| Ontstoppingsstuk | In de hoofdleiding, vaak vlak binnen de gevel | Toegang voor een veer of een camera | Ontbreekt, of is bij een verbouwing dichtgezet |
| Hemelwaterafvoer | Regenpijp en leiding in de grond | Voert regen van dak, balkon en dakkapel af | Verstopte dakgoot, rioollucht uit de regenpijp |
| Drainage | In de tuin of de kruipruimte | Voert grondwater af, geen afvalwater | Natte tuin, water in de kruipruimte |
Diameter en materiaal: welke afvoerbuis hoort waar
Veel klachten over een trage of borrelende afvoer beginnen bij een diameter die niet klopt. Een leiding moet ruim genoeg zijn om water door te laten, maar niet zo ruim dat het water het vuil laat liggen. Daarom zit er systeem in de maten, en wijkt een installateur daar zelden zonder reden van af.
De vuistregel is dat de diameter richting het riool alleen maar groter wordt en nooit kleiner. Een verloop van 40 naar 32 hoort dus direct achter een wastafel te zitten en niet halverwege de leiding. Datzelfde geldt voor de keuken: 40 mm tot en met de sifon is prima, maar wie 40 mm doorzet tot aan de standleiding krijgt vroeg of laat klokkende geluiden.
Bij het materiaal draait het vooral om de vraag wat je waarmee mag verbinden. Pvc lijm je, pp niet. Gietijzer, gres en staal koppel je met een rubbermanchet of een overgangsstuk. Kom je een gresbuis onder de begane grondvloer tegen, dan weet je meteen dat je met bros materiaal te maken hebt dat slecht tegen graafwerk en zetting kan.
Een platte afvoerbuis is een noodgreep en geen standaard. Hij bestaat als ovale 40 mm variant en als platte uitvoering met de capaciteit van een ronde 110, en je gebruikt hem alleen waar de opbouwhoogte echt ontbreekt. In een platte buis blijft vuil eerder liggen, dus leg hem nooit onder een plek die je later niet meer kunt bereiken.
In oudere huizen kom je heel ander materiaal tegen. Een stalen rioolbuis en een gietijzeren afvoerbuis roesten van binnenuit dicht en worden daardoor vanzelf nauwer. Bij een stenen rioolbuis van gebakken klei breekt het materiaal bij het minste graafwerk, en een eternit rioolbuis is asbestcement, waar je niet zelf in zaagt. Ga je van een stalen afvoer naar pvc, dan koppel je met een rubbermanchet met klemmen; een stenen rioolbuis aansluiten op pvc gaat met een polderstuk in de bestaande sok.
Let bij het bestellen op de schrijfwijze van de maten. In webshops staan een afvoerbuis 40mm, een doucheafvoer 50mm, een flexibele afvoer 32mm, een sifon 75mm en een afvoerplug 45mm zonder spatie, en dat zijn dezelfde maten als 40, 50, 32, 75 en 45 mm. Een rozet voor een afvoerbuis 40mm is het losse afdekplaatje dat de opening in de wand of de vloer netjes maakt, en dat rozet heeft geen dichtende functie.
| Aansluiting | Gangbare diameter | Waar je op let |
|---|---|---|
| Wastafel en fonteintje | 32 mm | Het verloop van 40 naar 32 hoort direct achter de sifon |
| Keukenspoelbak | 40 mm tot de sifon, daarna 50 mm | 40 mm doorzetten tot de standleiding geeft klokken en trage afvoer |
| Vaatwasser en wasmachine | 40 mm met een eigen tuit of standpijp | De slang loopt eerst in een hoge lus omhoog |
| Douchebak en douchegoot | 40 of 50 mm | 50 mm loopt merkbaar rustiger en verstopt minder snel |
| Ligbad | 40 mm, liever 50 mm | Een bad loost in korte tijd veel water |
| Toilet | 110 mm, in oudere woningen 90 mm | Nooit verkleinen richting de standleiding |
| Standleiding | 110 mm | Ook niet over een kort stuk versmallen |
| Liggende hoofdleiding | 110 mm, bij grote lengte 125 mm | 125 mm geeft speling als het afschot beperkt blijft |
| Ontspanningsleiding naar het dak | 75 of 110 mm | Een dakdoorvoer van 50 mm is bedoeld voor een enkele aftakking |
| Platte afvoerbuis | Ovaal 40 mm of plat met 110 capaciteit | Alleen waar de hoogte ontbreekt, en altijd bereikbaar houden |
| Sanibroyeur of andere vermaler | Persleiding van 32 mm | De diameter van de afvoer staat in het voorschrift van het toestel, met een lus omhoog en een terugslagklep |
Hoogtes en aansluitmaten onder wastafel, keuken en fontein
Er bestaat geen wettelijke standaardhoogte voor een afvoer uit de muur, en dat is precies waarom die vraag zo vaak terugkomt. In de praktijk werken installateurs wel met vaste uitgangspunten, want je wilt de sifon kwijt kunnen zonder dat hij tegen een lade of een plint komt. Onze tabel met standaardmaten in huis zet de gangbare hoogtes per aansluiting op een rij.
Bij een wastafel die op 90 cm hangt, komt de afvoer meestal op ongeveer 65 cm uit de wand, gerekend vanaf de afgewerkte vloer. Zit er een clickwaste of een plugbediening tussen de wastafel en de sifon, dan is 65 cm te hoog en kom je beter uit tussen 55 en 60 cm. Met de sifon valt daarna nog te schuiven, dus het luistert niet op de millimeter.
De veiligste werkwijze is om niet te schatten. Monteer de afvoerplug en de sifon eerst aan de wastafel, hang de tafel op zijn definitieve hoogte en meet dan pas af waar de buis de muur uit moet komen. Dat kost tien minuten en voorkomt dat je achteraf in een betegelde wand moet frezen.
Voor de waterleidingen ernaast geldt dezelfde logica. Laat warm en koud ongeveer 5 cm in hoogte verschillen zodat de flexibele slangen elkaar niet kruisen, en eindig met een muurplaat of schroefbus van 3/8 inch. Zet daar wastafelstopkraantjes op, want dan kun je bij een lekkende kraan afsluiten zonder de hele woning droog te leggen.
Bij een badmeubel of wasmeubel loopt de afvoer vaak niet door de wand maar door de vloer, en dan bepaalt de plek van de doorvoer of de lades vrij blijven. Houd de doorvoer in een wastafelonderkast een centimeter of tien uit de muur en teken hem af aan het gemonteerde meubel. De hoogte van de afvoer bij een badmeubel is daarmee geen vast getal: het is de maat waarop de sifon net onder de onderste lade langs kan. Een badkamervloer verhogen voor de afvoer is soms de enige manier om nog afschot te halen, maar het kost opbouwhoogte en dat merk je bij de deur.
Een afvoer wegwerken vraagt vooral dat je later nog bij de sifon kunt. De afvoer in een muur wegwerken kan prima zolang de sifon in de ruimte blijft en alleen de buis in de wand ligt. Een afvoer van een fontein wegwerken lukt meestal met een ondiepe sifon en een rozet tegen de wand. Wil je de afvoer van de keuken verplaatsen, reken dan terug vanaf het aansluitpunt: per meter zakt de leiding een centimeter, en die hoogte moet je onder de kast kwijt kunnen.
| Aansluiting | Hoogte vanaf de afgewerkte vloer | Toelichting |
|---|---|---|
| Wastafel op 90 cm, afvoer uit de muur | Ongeveer 65 cm | Meten aan de gemonteerde sifon, niet aan de tekening |
| Wastafel met clickwaste of plugbediening | 55 tot 60 cm | De waste tussen tafel en sifon vraagt ruimte naar beneden |
| Wastafelmeubel of badkamermeubel met lades | 50 tot 55 cm, of door de vloer | Zo blijft de onderste lade vrij van de sifon |
| Fonteintje in het toilet | 45 tot 50 cm | Het fonteintje hangt lager, dus de afvoer zakt mee |
| Keukenspoelbak, wasbak of spoelbak in een bijkeuken | 45 tot 55 cm | Laag genoeg voor de onderkast, hoog genoeg voor afschot, en de sifon blijft vrij van de kastbodem |
| Warm en koud water onderling | Ongeveer 5 cm hoogteverschil | Voorkomt kruisende flexibele slangen |
| Wasmachine en vaatwasser | 60 tot 80 cm voor de lus in de slang | De lus komt hoger dan het waterniveau in de machine |
| Douchegoot of doucheput | In de vloer | Bepaalt de opbouwhoogte van de hele badkamervloer |
| Opzetkom of waskom op een blad | Ongeveer 45 cm | De afvoerhoogte van de wastafel zakt mee met de dikte van het blad |
| Badmeubel of wasmeubel met de afvoer door de vloer | Doorvoer ongeveer 10 cm uit de wand | Aftekenen aan het opgehangen meubel, dan blijft de onderste lade vrij |
Afschot: het verval dat water nodig heeft
Voor liggende binnenriolering geldt 1 cm afschot per meter als richtlijn. Bij een lange leiding is dat niet altijd haalbaar, want over 28 meter kom je dan bijna 30 cm lager uit dan waar je begon. In dat geval mag je terug naar ongeveer 0,5 cm per meter, met als gevolg dat de capaciteit afneemt en vuil eerder blijft liggen.
Te veel afschot is ook geen winst. Loopt het water te snel weg, dan schiet het onder het vaste vuil door en blijft dat vuil achter in de buis. Een steile duiker naar een put raakt daardoor vaker verstopt dan een rustig liggende leiding.
Even bepalend als het verval is de manier waarop je aftakt. In een liggende leiding sluit je aan met een bocht of een T-stuk van 45 graden, meelopend met de stroomrichting, zodat er geen tegenstroom ontstaat. Dat verschil merk je meteen bij een stuk riolering dat je zelf aanlegt, want haakse aansluitingen in een liggende buis geven altijd gedoe.
Op een vloer of een dak werkt afschot andersom dan in een buis: daar maak je het vlak zelf schuin. Voor een douchevloer houd je 1 tot 2 cm per meter aan richting de put of de goot. Het Bouwbesluit, tegenwoordig het Besluit bouwwerken leefomgeving, noemt daarvoor geen percentage maar de eis dat water naar de afvoer loopt en er niet blijft staan. Onder 1 cm per meter haal je dat zelden, zeker niet met grote tegels en brede voegen.
Buiten het huis moet een afvoer even veel aflopen als binnen: voor een regenwaterafvoer in de grond houd je 1 cm per meter aan. Waar je niet dieper kunt is het minimale afschot van een hwa ongeveer 0,5 cm per meter.
| Toepassing | Afschot | Hoe je het maakt |
|---|---|---|
| Liggende binnenriolering 110 mm | 1 cm per meter | Uitzetten met een rei van twee meter en een waterpas |
| Lange leiding van 25 meter of meer | 0,5 cm per meter | Mag, maar de capaciteit loopt terug en vuil blijft eerder liggen |
| Buitenriool tot de erfgrens | 1 cm per meter | Ligt meestal 60 tot 80 cm onder maaiveld, in een zandbed |
| Douchevloer naar het putje | 1 tot 2 cm per meter | Oplopend smeren met egaline of in een dik bed tegellijm |
| Inloopdouche met grote tegels | 1 cm per meter in een vlak | Afschotplaat of tegelprofiel rondom de drain |
| Dakgoot | 2 tot 3 mm per meter | Richting de tuit, net genoeg zodat er geen water blijft staan |
| Terras en tuinbestrating | 1 cm per meter | Altijd van de gevel af |
| Balkon | 1 cm per meter | Naar de afvoer of de spuwer toe |
| Plat dak met bitumen of epdm | 16 mm per meter | Afschotlatten of isolatie op afschot, met een noodoverloop naast de dakafvoer |
| Golfplaten dak van een schuur of carport | Volgens het productblad, vaak minimaal 14 graden | Bij te weinig afschot kruipt regen onder de overlap door |
| Veranda, overkapping of terras eronder | 1 tot 2 cm per meter | Van de gevel af naar de goot, ook bij een terras onder een overkapping |
| Hemelwaterafvoer in de grond | 1 cm per meter | Gelijmde verbindingen en 50 tot 60 cm dekking |
Buizen verbinden, repareren en vervangen
Pvc lijmen heet niet voor niets koud lassen: de lijm lost het oppervlak op en de twee delen worden een geheel. Ontvet daarom eerst met pvc-reiniger, ruw de mof en het buiseinde licht op met schuurpapier en breng de lijm dun aan op beide delen. Duw de buis in een keer helemaal door en geef hem daarbij een kwartslag, want twee keer aanzetten geeft een verbinding die nooit meer dicht komt.
Voor een drukloze afvoer kun je na ongeveer een uur voorzichtig spoelen, en na 24 uur is de verbinding volledig belastbaar. Losmaken lukt niet meer: een gelijmde verbinding zaag je eruit en herstel je met een steekmof of een reparatiemof. Pe en pp lijmen niet met pvc-lijm, hoe vaak dat ook geprobeerd wordt, en die verbind je dus met een manchet of een rubberring.
Voor onderhoud en toekomstige aanpassingen is het slim om niet alles te lijmen. Zet steekmoffen met een rubberring op de plekken waar je nog eens los wilt kunnen, en teken de insteekdiepte af zodat je ziet of een buis later is weggeschoven. Hang liggende leidingen om ongeveer de meter op met beugels, zodat er geen doorhangend stuk ontstaat waar water in blijft staan.
Lekt een buis onder een betonvloer, dan hoeft dat niet te betekenen dat de vloer eruit moet. Zo'n leiding is van binnenuit te herstellen met een kous die ter plekke uithardt, en die techniek werkt ook als het probleem over meerdere meters loopt. Is de leiding echt verzakt of gebroken, dan komt het vervangen van de riolering in beeld, en dan is de vraag vooral tot waar jij eigenaar bent.
Riolering ophangen doe je met ophangbeugels om ongeveer de meter, bij 110 mm liever iets dichter op elkaar. In een kruipruimte hang je de buis aan de vloer of aan de balken, met een ophangbeugel voor een rioolbuis en een draadeind, zodat hij vrij van het zand blijft. Riolering ophangen aan de fundering vraagt dat je in beton boort en met een chemisch anker of een stevige slagplug werkt. Een leiding die los op zand ligt zakt mee met de bodem, en dat lage punt is precies waar vuil zich verzamelt.
Een afvoer repareren met epoxy is een noodgreep die alleen op een klein gaatje werkt. De buis moet droog en ontvet zijn en de epoxyputty moet er rondom omheen kunnen, dus in een krappe kruipruimte of op een natte leiding krijg je het niet dicht. Voor een scheur in de lengte of een naad die lekt is een reparatiemof of een stuk vervangen de enige herstelling die blijft zitten.
| Verbinding | Wanneer je die kiest | Werkwijze |
|---|---|---|
| Lijmverbinding in pvc | Vaste leidingen die niet meer los hoeven | Ontvetten, licht opruwen, dun lijmen, in een keer doordrukken |
| Steekmof met rubberring | Waar je later los wilt kunnen | Ring schoon en licht invetten, buiseinde afschuinen |
| Rubbermanchet met klemmen | Van gietijzer of staal naar pvc | Manchet over beide einden, klemmen kruislings aandraaien |
| Polderstuk | Van gres naar pvc in de bestaande sok | Insteken in de oude mof en afdichten met de bijgeleverde ring |
| Loodovergang | Van een loden afvoer naar pvc | Speciale overgang, want lood is nooit rond gebleven |
| Expansiestuk | Lange rechte stukken en warme lozingen | Ongeveer elke tien meter en bij doorvoeren door een wand |
| Ontstoppingsstuk met schroefdop | In elke lange leiding en bij bochten | Bereikbaar houden, ook na het maken van een koof |
| Afdopstuk | Een afvoer die je buiten gebruik stelt | Alleen afdoppen na de sifon, nooit een stankslot opsluiten |
| Relinen met een kous | Lekke buis onder een betonvloer | Van binnenuit aanbrengen, zonder de vloer open te breken |
| Epoxyputty op een klein gaatje | Noodreparatie tot je een mof kunt plaatsen | Droog en ontvet aanbrengen, niet op een scheur in de lengte |
Welke sifon of stankslot waar hoort, en waarom hij gaat lekken
Een sifon doet maar een ding: hij houdt een laagje water vast waar rioollucht niet doorheen komt. Dat waterslot is minimaal 5 cm hoog, en zodra het lager wordt of verdampt, ruik je het riool. Alle andere verschillen tussen sifons gaan over ruimte, bereikbaarheid en de manier waarop je hem aansluit. Wat een goed werkende stankafsluiter precies moet doen is bij elk toestel hetzelfde.
Onder een wastafel zit meestal een buissifon of een bekersifon van 32 mm. Achter een meubel met lades kom je vaak een platte of ruimtebesparende sifon tegen, en die heeft een kleiner waterslot dat sneller uitdroogt bij weinig gebruik. Onder een douchebak zit een lage sifon zoals de Viega Tempoplex, met een aansluiting van 40 of 50 mm.
Die douchebaksifons worden geleverd met een eigen buisje dat je niet mag lijmen, met een uitsparing waarin de rubberring valt. Een gewone pvc-buis van 40 mm past daar prima op, zolang je de moer en het rubber eerst over de buis schuift en pas daarna de buis in de sifon duwt. Een beetje vaseline op het rubber en de verbinding schuift zonder dat de ring omslaat.
Bij een douchegoot zit het stankslot in de goot zelf, als uitneembare inzetsifon. Bij oudere putten en goten vormt een schotje in het deksel samen met een schot in de put het waterslot, en dan is dat deksel dus een onderdeel en geen afdekplaatje. Meer over de opbouw en het schoonmaken staat bij het doucheputje en de goot in de badkamervloer.
De werking van een sifon is bij elk model gelijk, maar de inhoud verschilt. Een ondiepe sifon houdt minder water vast dan een gewone buissifon, en juist een ondiepe sifon onder een wastafel achter lades droogt bij weinig gebruik sneller uit. Met een verlengstuk voor een sifon overbrug je de afstand tussen de plug en de wandaansluiting zonder de hele sifon te vervangen. Een lijmsifon van 40mm zit vast in de leiding en is alleen bedoeld voor plekken die je toch niet meer opent, bijvoorbeeld achter een wandcloset.
| Type sifon | Waar hij zit | Aandachtspunt |
|---|---|---|
| Buissifon van 32 mm | Wastafel en fonteintje | Wartels handvast draaien, de conische ring met de punt naar de mof |
| Bekersifon | Wastafel met meubel | De binnenbeker draai je los om hem te legen |
| Ondiepe, platte of ruimtebesparende wastafelsifon | Achter een meubel met lades, ook onder de meeste wastafels van Ikea | Klein waterslot dat bij weinig gebruik sneller uitdroogt; McAlpine en soortgelijke merken maken platte modellen |
| Douchebaksifon, laag model | Onder een lage douchebak | Bereikbaarheid vooraf regelen, anders moet de bak eruit |
| Inzetsifon voor een douchegoot | In de goot, vaak 8 cm breed | Ontbreekt hij, dan heb je een open verbinding met het riool |
| Deksel met vastgelast schotje | Oudere doucheputten en goten | Deksel en put vormen samen het waterslot |
| Sifon met beluchter | Keukenkast of achter een meubel | Laat lucht binnen, maar laat geen lucht en dus geen stank naar buiten |
| Droogsifon of membraansifon | Regenpijp, vloerput die zelden wordt gebruikt | Werkt zonder water, dus hij kan niet leegtrekken |
| Condenswatersifon van een cv-ketel of een wtw-unit, bijvoorbeeld van Zehnder | Condensafvoer van ketel of ventilatie-unit | Klein waterslot dat je af en toe bijvult; zonder waterslot of membraan staat het toestel open op het riool |
| Dubbele sifon | Twee spoelbakken of wastafels op een afvoer | Nooit twee sifons achter elkaar in dezelfde leiding |
| Lijmsifon van 40mm | Ingebouwd achter een wand of een paneel | Niet meer los te maken, dus alleen waar je nooit meer bij hoeft |
| Rioolsifon in een put buiten | Tussen een schrobput of regenpijp en het vuilwaterriool | Houdt de rioollucht buiten, maar moet wel water blijven houden |
Waarom een afvoer borrelt, klokt of gorgelt
Een afvoer die borrelt terwijl het water gewoon wegloopt, is geen verstopping. Het is bijna altijd een luchtprobleem. Wegstromend water duwt lucht voor zich uit of zuigt lucht achter zich aan, en als die lucht nergens heen kan, zoekt hij de weg door het waterslot van de dichtstbijzijnde sifon. Dat gorgelende geluid is dus lucht die door je stankafsluiter heen gaat.
Er zijn drie hoofdoorzaken en die zie je vaak samen. De eerste is een aansluiting die verkeerd op de standleiding van de woning zit. Een aftakking hoort daar haaks op te komen, en niet met een Y-stuk van 45 graden schuin omhoog, want dan wordt lucht in plaats van naar boven de zijleiding in gedrukt.
De tweede is een te dunne of te lange aansluitleiding, bijvoorbeeld een keuken die met 40 mm en vier bochten helemaal naar de standleiding loopt. De derde is een ontspanningsleiding die niet doorloopt tot boven het dak. Helpt het plaatselijk aanbrengen van een sifon met ingebouwde beluchter onder de gootsteen, dan weet je zeker dat het om lucht ging.
Er is een test die je in twee minuten doet. Draai de dop onder de sifon van een wastafel los zodat het water eruit loopt en er een open verbinding met het riool ontstaat, en laat dan de machine afpompen of de andere kraan lopen. Verdwijnt het klokken, dan is beluchting het probleem en niet een verstopping.
| Wat je hoort of ziet | Wat er gebeurt | Waar je begint met zoeken |
|---|---|---|
| Klokkend geluid tijdens het weglopen, of een afvoer die bij elke lozing bubbelt en gorgelt | De leiding zuigt lucht door het waterslot of perst hem er doorheen | Beluchting van dat toestel, de diameter en de aansluiting op de standleiding |
| Borrelen in een ander toestel | Lucht wordt weggedrukt en zoekt de zwakste sifon | De aansluiting op de standleiding, het aantal bochten |
| Borrelen op meerdere verdiepingen tegelijk | Onvoldoende ontspanning naar het dak | De ontluchting op het dak en de hoofdleiding |
| De wasbak borrelt of gorgelt terwijl de wasmachine of vaatwasser afpompt | Veel water in korte tijd door een te dunne gezamenlijke leiding | De diameter vanaf de splitsing en de manier van aansluiten |
| Water komt omhoog in de tweede spoelbak | Twee toestellen te dicht op een T-stuk | De splitsing onder de spoelbak |
| Trage afvoer zonder verstopping | Te weinig afschot of tegenstroom bij een aftakking | Afschot van de liggende leiding en haakse T-stukken |
| Ploppen en pruttelen sinds een verbouwing | Nieuwe leiding hoger op de standleiding geprikt | Het punt waar de nieuwe leiding aansluit |
| Rioollucht die samenvalt met het borrelen | De sifon wordt bij elke lozing leeggetrokken | Eerst de beluchting, daarna pas verstoppingen |
| Ploppend of druppelend geluid in een leiding die niemand gebruikt | Water blijft in een doorhangend stuk staan en valt met tussenpozen weg | Beugels en het verloop van de liggende leiding |
| De afvoer pruttelt en maakt lawaai bij het doortrekken | Te weinig lucht, en een buis die hard tegen de wand of de koof ligt | Eerst de beluchting, daarna de beugels en de opvulling van de koof |
| De afvoer klokt alleen als er veel water tegelijk in gaat | De buis loopt helemaal vol, zodat er geen ruimte voor lucht overblijft | De diameter en het aantal bochten in die aansluitleiding |
| De afvoer trekt vacuum en de wastafel loopt leeg | Onderdruk achter het wegstromende water zuigt het waterslot mee | Beluchting van dat toestel, daarna de lengte en de diameter van de aansluitleiding |
Ontluchting van het riool tot boven het dak
De ontspanningsleiding is het verlengde van de standleiding en loopt onafgebroken door tot boven de daklijn. Die buis doet twee dingen tegelijk: hij laat lucht toestromen als er water wegloopt en hij laat rioollucht en vocht ontsnappen. Een gewone beluchter kan alleen het eerste, en daarom is hij nooit een vervanger van de leiding naar het dak.
Op een schuin dak eindigt de ontluchting in een dakdoorvoerpan, meestal met een flexibele slang van 50 mm of met een vaste buis van 75 tot 110 mm. Laat die uitmonding nooit onder de pannen eindigen, ook niet via een ventilatiepan. De warme, vochtige lucht uit het riool condenseert dan tegen de onderkant van de pan en tast op termijn het dakbeschot aan.
Op de zolder of in een kast kun je een membraanbeluchter plaatsen op het einde van een leiding. Zo'n beluchter op de afvoer laat lucht binnen zodra er onderdruk ontstaat, en sluit zodra er water langs komt. Tegen borrelen werkt dat vaak prima, tegen stank door overdruk doet hij niets, en in een dichtgemaakte koof zonder luchttoevoer werkt hij helemaal niet.
Controleren of je ontluchting nog open is, kost een kwartier. Laat iemand het toilet doortrekken terwijl jij bij de uitmonding op het dak of bij de dakgoot luistert: je hoort het water stromen en de lucht bewegen. Hoor je niets, dan zit de leiding dicht, is hij korter dan je denkt, of komt hij ergens anders uit dan je aannam.
| Manier van ontluchten | Waar | Werkt dit |
|---|---|---|
| Ontspanningsleiding 75 of 110 mm tot boven het dak | Verlengde standleiding | De enige volwaardige oplossing, lucht kan in en uit |
| Dakdoorvoerpan met een slang of buis van 50mm | Schuin dak | Een riool ontluchting via een dakpan van 50 mm is genoeg voor een enkele leiding, te krap voor een hele woning |
| Uitmonden onder de dakpannen via een ventilatiepan | Schuin dak | Afgeraden, condens tegen de pan maakt het dakbeschot nat |
| Aansluiten op het kanaal van de mechanische ventilatie | Zolder of technische ruimte | Nooit doen, bij uitval blaast het riool de woning in |
| Membraanbeluchter binnen | Zolder, kast of einde van een leiding | Helpt tegen borrelen, niet tegen stank en overdruk |
| Sifon met beluchter onder de gootsteen | Keukenkast | Lost plaatselijk klokken op, vervangt geen ontspanningsleiding |
| Beluchter in een dichte koof | Ingebouwd meubel of koker | Werkt niet, hij moet zelf lucht kunnen aanzuigen |
| Ontluchting die net onder de schoorsteenrand eindigt | Plat dak of schoorsteen | Geeft stank bij bepaalde windrichtingen, verlengen tot boven de rand |
Rioollucht in huis en stank uit een putje
Rioollucht die er de ene dag wel is en de andere dag niet, wijst bijna altijd op luchtdruk. Bij mist, storm of langdurige regen verandert de druk in het rioolstelsel, en dan wordt een klein lek of een zwak waterslot ineens merkbaar. Dat is ook de reden dat een loodgieter je vertelt dat het aan de wind ligt, wat waar is maar geen oplossing.
Begin altijd bij de sifons, want dat is het goedkoopste onderzoek. Kijk of er water in staat, ook in putjes die je zelden gebruikt, en spoel elke afvoer een halve minuut door. Ruik je daarna in de keuken nog steeds iets, controleer dan het overloopgat tussen twee spoelbakken en het putje van de bak die je bijna nooit gebruikt: daar zit vaak een dikke laag drab die zelf gaat stinken.
Blijft de lucht terugkomen, dan verschuift het onderzoek naar de leiding onder de vloer. Een scheur in de bovenkant van een buis of een aansluiting die met cement in plaats van met een kraag is gemaakt, lekt geen water maar wel lucht. Een rookinspectie maakt dat in een uur zichtbaar, en dat is een stuk gerichter dan gokken. Alle oorzaken en de volgorde waarin je ze uitsluit staan bij rioollucht in huis opsporen.
Ruikt het vooral bij de wasmachine, dan is de oorzaak meestal anders van aard. Een stinkende afvoer van de wasmachine komt vaak door vet en waspoeder in de slang, terwijl een machine die echt naar riool ruikt vrijwel altijd te maken heeft met de manier waarop de afvoerslang is aangesloten.
Rioolgeur in huis en rioolgas zijn niet hetzelfde. De rioleringslucht die af en toe door een woning trekt is vervelend, maar zelden gevaarlijk. Rioolgas in een gesloten put, kelder of beerput is dat wel: daar hoopt zwavelwaterstof zich op, en dat gas verdooft je reukzin binnen een paar ademhalingen. Klim daarom nooit in een put om te ruiken waar het vandaan komt, ook niet even met het deksel open.
| Waar het stinkt | Meest waarschijnlijke oorzaak | Wat je als eerste controleert |
|---|---|---|
| Badkamer, vooral na douchen | Goot of put zonder inzetsifon, of een leeggetrokken waterslot | Deksel eraf en kijken of er water in het schotje staat |
| Keuken, uit een van de twee spoelbakken | Aanslag in de overloop en in het putje van de weinig gebruikte bak | Overloopgat schoonmaken en de sifon legen |
| Toilet beneden, wisselend per dag | Lekke of verzakte leiding onder de vloer | Rookinspectie laten doen |
| Gang of hal bij bepaalde wind | Ontluchting die te laag uitkomt of in de luwte zit | De uitmonding op het dak bekijken |
| Logeerkamer of zelden gebruikte wastafel | Het waterslot is verdampt | De kraan een halve minuut laten lopen |
| Bij de wasmachine of vaatwasser | Slang te laag aangesloten of vuil in de machine | De lus in de slang, de filters en de rubbers |
| Buiten bij de regenpijp | Hemelwaterafvoer zonder droge sifon op het vuilwaterriool | Een droogsifon in de regenpijp plaatsen |
| Kruipruimte of meterkast | Kapotte of nooit aangesloten leiding | Kijken en ruiken bij het mangat |
| Op zolder | Beluchter die openstaat of een losgeraakte ontluchtingsbuis | De aansluiting van de beluchter en de buis controleren |
| Stinkend afvoerputje of gootsteenputje in de keuken, en rioollucht uit een wasbak | Vet en etensresten in de bak die je zelden gebruikt, of een sifon die is leeggetrokken | Het putje en de sifon legen, wekelijks naspoelen met heet water en soda, daarna de beluchting nalopen |
| De verwarming stinkt naar riool | Drooggevallen condenssifon van de ketel of de wtw-unit | De condenssifon losnemen, schoonmaken en gevuld terugplaatsen |
| Ventilatiesysteem dat rioolgeur door het huis verspreidt | Rioolontluchting die op het ventilatiekanaal is aangesloten | De twee kanalen scheiden, een filter lost dit niet op |
Verstoppingen en wat er echt tegen helpt
Eerst het onderscheid dat tijd scheelt: een afvoer die traag wegloopt is iets anders dan een afvoer die dicht zit. Loopt de gootsteen langzaam door maar blijft er niets staan, dan is er meestal geen prop maar een luchtprobleem of te weinig afschot. Ook een verstopte waterleiding is een ander verhaal, want daarbij komt er weinig water uit de kraan door kalk of vuil in de toevoer.
Zit er wel echt een prop, dan werkt de volgorde van klein naar groot het beste. Sifon losdraaien en legen, daarna de plopper, daarna een ontstoppingsveer. Een bruikbare veer is 8 tot 10 mm dik en 5 tot 10 meter lang, met een trommel en een handvat, want je moet kunnen draaien terwijl je duwt. Alleen duwen laat de veer opkrullen in de eerste de beste bocht.
Over soda bestaat een hardnekkig verhaal dat je een kilo in twee liter heet water moet oplossen. Dat is te veel: soda lost dan niet volledig op en zakt als brokken naar het laagste punt, waar het uithardt tot een witte massa. Een kopje soda per liter heet water is genoeg, en dan nog werkt het alleen tegen vet en niet tegen zeepresten of haar.
Voor de hoofdleiding krijg je vet en aanslag pas echt los met een hogedrukreiniger met een rioolslang, mits je via een ontstoppingsstuk of een put naar binnen kunt. Blijft een douchegoot binnen een paar weken opnieuw verstopt raken, dan zit het probleem niet in de leiding maar in het haarfilter en het rooster, en dan is schoonmaken elke maand de echte reparatie. Hoe je zo'n goot uit elkaar haalt zonder de tegels te beschadigen staat bij het doucheputje schoonmaken en vervangen.
| Methode | Werkt goed op | Werkt niet op | Let op |
|---|---|---|---|
| Plopper op het putje | Vet en zeep vlak achter de sifon | Een prop verderop in de leiding | Overloopgat dichthouden, anders bouw je geen druk op |
| Sifon losdraaien en legen | Haar, tandpasta, sieraden | Verstopping voorbij de sifon | Emmer eronder en de rubberringen op volgorde houden |
| Ontstoppingsveer van 5 tot 10 meter | Aansluitleidingen en de zwanenhals | Leidingen met veel bochten, daar loopt de veer vast | Draaien terwijl je duwt, nooit alleen duwen |
| Soda in heet water | Vetaanslag | Zeepresten en haren | Een kopje per liter, meer lost niet op en zakt als brokken |
| Vloeibare ontstopper | Zeepresten en een dunne vetlaag | Een volledig dichte leiding | Nooit korrels, en niet combineren met een veer of plopper |
| Waterstofzuiger | Water dat in de bak blijft staan | De verstopping zelf | Vooral om leeg te zuigen voordat je verder werkt |
| Hogedruk met rioolslang | Vet en aanslag in de hoofdleiding | Verzakte of gebroken buis | Alleen via een ontstoppingsstuk of put, nooit blind |
| Tuinslang in een buitenput | Zand en blad in een putje buiten | Een echte prop in de hoofdleiding | Kans op terugstromend water in huis |
| Dakgoot uitscheppen en naspoelen | Blad en mos in goot en tuit | Een verstopping in de regenpijp zelf | Werken vanaf een stabiele ladder of steiger |
Regenwater afvoeren van dak, goot en gevel
Regenwater en afvalwater zijn in de meeste nieuwere wijken gescheiden, en dan mag de regenpijp niet zomaar op het vuilwaterriool. Ligt er in je straat alleen een gemengd riool, dan is aansluiten daarop juist de enige mogelijkheid die er is.
Een hwa aansluiten op het riool mag dus niet overal, maar een landelijke regel die een gescheiden stelsel verplicht stelt bestaat er niet. De gemeente legt in het omgevingsplan en de verordening vast wat er op jouw perceel moet gebeuren. Ligt er in de straat een gescheiden stelsel, dan is afkoppelen van het regenwater meestal verplicht, en bij nieuwbouw vrijwel altijd.
Bel daarom de gemeente voordat je gaat graven: zij weten welk stelsel er ligt en wat er op je perceel is aangelegd.
Laat je de hemelwaterafvoer in de grond lopen, houd dan 50 tot 60 cm dekking aan en leg de buis met 1 cm afschot per meter. Lijm ondergronds alle verbindingen, want een steekmof laat wortels en zand door. Komt zo'n hwa afvoer in de grond samen met vuilwater, zet dan onderaan de regenpijp een droge sifon, anders trekt de rioollucht langs je gevel omhoog.
Voor het aantal afvoeren werken we met een vuistregel: reken op een hemelwaterafvoer per 50 tot 70 m2 dakvlak, en kijk bij twijfel in de capaciteitstabel van de fabrikant of in NEN 3215. Hoe veel hemelwaterafvoeren per m2 dak je nodig hebt, hangt af van de rekenbui en van de goot die erboven ligt.
Op een plat dak hoort naast de gewone afvoer een noodoverloop te zitten, zodat het water bij een verstopping over de rand loopt en niet op het dak blijft staan. Wil je een extra afvoer in een dakgoot maken, boor dan een gat met een gatzaag en zet er een tuit met een rubberring in.
Drainage: regenwater dat de grond in moet
Wil je het water juist in de tuin houden, dan werk je met een grindkoffer, infiltratiekratten of een simpele grindbak onder de regenpijp. Op zandgrond werkt dat prima. Op klei loopt zo'n voorziening bij een lange bui gewoon vol, en dan staat het water alsnog op je gazon.
Een regenwaterafvoer in de grond die niet op het riool uitkomt, eindigt dus in een grindput voor de hemelwaterafvoer of in infiltratiekratten. Een drainageslang aansluiten op een regenpijp is geen goed plan: bij een flinke bui loopt de slang vol en zet het regenwater het drainagesysteem onder water in plaats van andersom. Wat wel en niet werkt per grondsoort staat bij drainage in de tuin aanleggen.
Bij graafwerk voor riolering of drainage houd je meer grond over dan je denkt. Schoon geel zand kun je vaak gratis kwijt of hergebruiken als bedding onder de buis, maar grond met puin erin geldt als vervuild en moet naar een erkende verwerker. Reken daar op voorhand mee, want dat scheelt een aanhanger vol grond die drie weken in je voortuin blijft liggen.
Putten, pompen en oude beerputten buiten
Buiten kom je putten tegen die op elkaar lijken maar een ander doel hebben. Een ontstoppingsput vlak bij de gevel is de toegang tot het buitenriool, een rioolput in de tuin is meestal diezelfde put of een verzamelput, en een afvoerputje in de tuin of langs het terras vangt alleen regenwater. Een afvoerput buiten van 30x30 cm met een zandvang is de gangbare maat bij een buitenkraan of een schuur.
In beton gaat een afvoerput buiten langer mee dan in kunststof, maar hij is zwaar en zakt in los zand weg. Is een afvoerput buiten verstopt, dan zit dat bijna altijd in de put zelf en niet in de leiding erachter. Schep hem leeg tot op de bodem en spoel daarna met een tuinslang richting het riool, terwijl iemand kijkt of het water wegloopt.
Een bezinkput in het riool heeft hetzelfde karakter: hij is bedoeld om zand en vuil te laten bezinken, dus hij loopt vol en moet af en toe leeg. Laat een bezinkput die verstopt raakt leegzuigen voordat het water in huis terugkomt. Een rioolput vervangen is vooral graafwerk: put uitgraven, de leidingen op maat afzagen en de nieuwe put waterpas in een zandbed zetten, met de instroom hoger dan de uitstroom.
De minimale diepte van riolering op eigen terrein is de vorstvrije diepte van ongeveer 60 cm. Voor de maximale lengte van riolering bestaat geen vast getal: bepalend is of je het afschot over die lengte haalt en of je met een veer of een camera overal bij kunt.
Niet elke put mag op het vuilwaterriool. Een afvoerput in een garage voert olie en benzine mee en hoort daarom via een olieafscheider te lopen, en een afvoerput in de keuken van een bedrijfsruimte krijgt een vetafscheider. Een smeerput heeft een stevige afdekking nodig, want anders stap je erin.
Of je voor het graven van een smeerput een vergunning nodig hebt, hangt af van de gemeente en van de vraag of de garage bedrijfsmatig wordt gebruikt. Vraag dat na voordat de eerste schep de grond in gaat.
Ligt het riool hoger dan je afvoer, dan komt er een pomp aan te pas. Een dompelpomp aansluiten op het riool doe je met een persleiding, een terugslagklep en een lus boven het niveau van de aansluiting, zodat er niets terugloopt in de pompput. Een persriool aanleggen op eigen terrein volgt dezelfde logica: een kleine diameter, vloeiende bochten en een put in het persriool waar je de pomp uit kunt takelen zonder te graven.
In oudere woningen en in het buitengebied ligt er soms nog een oude beerput of septic tank in de tuin. Voor een oude septic tank bestaat geen algemene plicht tot verwijderen, maar zodra het perceel op het riool is aangesloten moet de tank buiten gebruik zijn en leeggezogen. De meeste gemeenten willen dat hij daarna met zand of gebroken puin wordt gevuld, want een lege put kan na verloop van tijd inzakken.
Pas als de tank in de weg ligt bij een aanbouw of een terras is uitgraven echt nodig. Klim er nooit in om te kijken, want in zo'n put staat zuurstofarme lucht met rottingsgassen.
Een koekoek bij een kelderraam heeft zijn eigen afvoer nodig, anders staat hij na elke bui vol. Leg onderin een laag grof grind met een putje dat op de hemelwaterafvoer of op een grindkoffer uitkomt, en houd de rand van de koekoek een paar centimeter boven het maaiveld zodat er geen tuinwater in loopt.
| Voorziening | Waarvoor | Waar je op let |
|---|---|---|
| Ontstoppingsstuk binnen | Toegang tot de hoofdleiding met veer of camera | Moet bereikbaar blijven, ook na een verbouwing |
| Ontstoppings- of inspectieput bij de gevel | Toegang tot het buitenriool | Deksel af en toe lichten, anders zit hij vast onder de bestrating |
| Verzamelput | Waar meerdere leidingen samenkomen | Alleen zinvol als je hem kunt openen |
| Schrobputje van 30 bij 30 cm | Buitenkraan, schuur, bijkeuken | Met zandvang en een emmertje dat je eruit tilt |
| Straat- of tuinputje | Terras en bestrating | Blad en zand vullen hem sneller dan je verwacht |
| Grindbak of grindkoffer | Regenwater dat de grond in mag | Alleen op doorlatende grond, in klei loopt hij vol |
| Infiltratiekratten | Groot dakvlak zonder gemeentelijke hemelwaterafvoer | Reken op een flinke berging per vierkante meter dak |
| Beerput | Oude woningen zonder rioolaansluiting | Laten leegzuigen en vullen met zand voordat je hem afsluit |
| Septic tank | Buitengebied zonder aansluiting | Bij aansluiting op het riool leegzuigen, vullen of verwijderen |
| Deksel van een beerput of septic tank | Afsluiting van de put | Moet sluitend en geborgd zijn, anders valt er een kind of een dier in |
| Smeerput in een garage | Werken onder een auto | Mag niet op het vuilwaterriool, olie en benzine horen daar niet |
| Bezinkput | Zand en blad uit een terras- of straatafvoer | Alleen zinvol als je hem kunt openen en legen |
| Pompput met een dompelpomp | Kelder of souterrain dat lager ligt dan het riool | Persleiding met terugslagklep en een lus boven de aansluiting |
| Koekoek bij een kelderraam | Licht en lucht in de kelder | Grind met een putje onderin, anders staat hij na elke bui vol |
Apparaten die op de afvoer worden aangesloten
Onder een moderne spoelbak komen vaak drie dingen samen: de spoelbak zelf, de vaatwasser en de overloopslang van een keukenboiler of kokendwaterkraan. Die combinatie gaat mis zodra het waterniveau in de sifon zo hoog komt dat het bij het uiteinde van de dunste slang staat. Het water zoekt dan de weg van de minste weerstand en loopt via die slang het apparaat in.
Voor de overloop van een boiler of een kokendwaterkraan geldt daarom een vaste regel: aansluiten voorbij de sifon, rechtstreeks op de afvoerbuis, met het meegeleverde hulpstuk in een geboord gat. Er mag geen tweede sifon in dat traject zitten en het uiteinde hoort ruim boven het waterniveau uit te komen, met minstens een centimeter of twaalf tussen de tuit en de afvoer. Ga er niet vanuit dat er een terugslagklep in de slang zit, want in de meeste toestellen zit die er niet.
De vaatwasser en de wasmachine hebben hun eigen aandachtspunt: de slang moet eerst in een hoge lus omhoog voordat hij naar beneden gaat. Zonder die lus hevelt de machine leeg of loopt er water uit de gootsteen de machine in. Hoe je dat netjes oplost met een tuit op de sifon of een aparte aansluiting staat bij de afvoer van de vaatwasser aansluiten.
Verder is er een groep toestellen waarvan de afvoer helemaal niets met het riool te maken heeft. De luchtafvoer van een afzuigkap of een kookplaat met afzuiging gaat door gevel of dak naar buiten. Rookgas van een geiser, een gashaard of een cv-ketel gaat door een eigen rookgasafvoerpijp. Die twee mogen nooit op een riool- of ventilatiekanaal worden aangesloten, ook niet tijdelijk.
Het overdrukventiel van een boiler of een expansievat loost af en toe wat water, en dat mag niet in een emmer eindigen. Een overdrukventiel van een boiler aansluiten op de afvoer doe je met een zichtbare onderbreking: een trechter of een open sifonbakje onder de uitmonding. Zo zie je dat er water uit komt, en kan er niets vanuit het riool terugstromen. Sluit de leiding nooit dicht aan op de afvoerbuis, want dan kan het ventiel bij een defect niet meer vrij afblazen.
De afvoer van een verwarmingsketel is de condensafvoer, en dat water is zuur. Voer het in kunststof af naar een eigen sifon en pas daarna naar het riool, nooit rechtstreeks door een gietijzeren of stalen leiding. Ruikt de verwarming naar riool, dan staat die condenssifon meestal droog na een zomer stilstand: losnemen, schoonmaken en gevuld terugzetten is het hele werk.
Twee machines op een aansluiting kan, maar niet met de eerste de beste splitter. Een y-afvoerset, bijvoorbeeld die van BlueBuilt, brengt de slangen van een wasmachine en een vaatwasser of droger samen op een afvoer. Zo'n koppelstuk voor een afvoerslang hoort boven het waterniveau te blijven, anders loopt de ene machine in de andere leeg. Een waterafvoer splitter laag in de kast, onder de hoogte van de trommel, geeft precies dat probleem. Wil je een afvoer splitsen, gebruik dan liever twee aparte tuiten op de sifon of een muuraansluiting met twee ingangen.
Meldt een machine zelf dat het water niet weg kan, kijk dan eerst buiten de machine. Een wasmachine van Miele meldt een storing van de waterafvoer en een vaatwasser van Bosch laat de afvoerpomp hoorbaar draaien zonder resultaat, terwijl de oorzaak vaak in een dichtgeslibde slang of in de tuit op de sifon zit. Ruikt het daarbij ook, kijk dan bij de afvoer van de wasmachine die gaat ruiken.
| Toestel | Hoe het op de afvoer komt | Waar het misgaat |
|---|---|---|
| Vaatwasser | Tuit op de sifon of een eigen aansluiting, slang in een hoge lus | Slang te laag, waardoor water uit de gootsteen de machine in loopt |
| Wasmachine | Standpijp of een beluchte muuraansluiting | Slang te diep in de standpijp, de machine hevelt zichzelf leeg |
| Waspoeder- en wasverzachterlade | Hevelt zichzelf leeg in de trommel, staat los van de afvoer | Het kapje op het pijpje slibt dicht, waardoor het bakje blijft staan |
| Kokendwaterkraan of keukenboiler | Overloopslang voorbij de sifon op de afvoerbuis | Een sifon in de slang of een uiteinde onder het waterniveau |
| Cv-ketel | Condensafvoer met een eigen sifon | Zuur condenswater op gietijzer of staal, en een sifon die uitdroogt |
| Wtw-unit | Condensafvoer met een sifon of sifonslang | Zonder waterslot staat het toestel in open verbinding met het riool |
| Waterontharder | Spoelwater met een luchtonderbreking | Rechtstreeks aansluiten zonder onderbreking |
| Vermaler of vuilwaterpomp | Persleiding van 32 mm naar de standleiding | Persleiding zonder terugslagklep en zonder beluchting |
| Lekbak onder wasmachine of boiler | Losse afvoer met een zichtbare onderbreking | Rechtstreeks op het riool, want dan ruik je de lekbak |
| Afzuigkap met afvoer naar buiten | Luchtkanaal door gevel of dak | Hoort niet op het riool en niet op een rioolontluchting |
| Geiser, gashaard of cv met rookgasafvoer | Eigen rookgasafvoerpijp naar buiten | Rookgas hoort nooit in een riool- of ventilatiekanaal |
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Waarom borrelt mijn afvoer terwijl het water wel goed wegloopt?
Borrelen is een luchtprobleem en geen verstopping. Wegstromend water duwt lucht voor zich uit of zuigt lucht achter zich aan, en als die lucht nergens heen kan, gaat hij door het waterslot van de dichtstbijzijnde sifon. Kijk daarom eerst naar de beluchting en naar de manier waarop de leiding op de standleiding is aangesloten, en pas daarna naar een mogelijke verstopping. Dat het water goed wegloopt is juist het bewijs dat de doorstroming niet het probleem is.
Wat betekent het als de afvoer vacuum trekt?
Vacuum in een afvoer is onderdruk. Bij een grote lozing loopt de buis helemaal vol, en het water dat wegstroomt zuigt de lucht achter zich aan. Kan er nergens lucht bij, dan trekt die onderdruk het waterslot van de dichtstbijzijnde sifon mee het riool in, en vanaf dat moment ruik je het riool bij die wastafel of douche. De oplossing zit dus in lucht toevoeren en niet in ontstoppen: een ruimere aansluitleiding, minder bochten, een beluchter aan het einde van die leiding of een ontspanningsleiding die echt tot boven het dak doorloopt. Draai de dop onder een wastafelsifon los en laat opnieuw lozen; verdwijnt het verschijnsel, dan weet je zeker dat het om lucht ging.
Hoeveel afschot moet riolering per meter hebben?
Voor liggende binnenriolering van 110 mm houd je 1 cm afschot per meter aan. Bij een lange leiding is dat vaak niet haalbaar, want over 25 meter zak je dan een kwart meter, en dan mag je terug naar ongeveer 0,5 cm per meter. De capaciteit neemt daardoor wel af en vuil blijft eerder liggen, dus kies bij weinig verval liever een diameter van 125 mm. Meer afschot is geen verbetering: bij te snel stromend water blijft het vaste vuil juist achter in de buis.
Hoeveel soda mag er in een afvoer en kun je er te veel in doen?
Een kopje soda per liter heet water is genoeg. Het verhaal dat je een kilo soda in twee liter water moet oplossen komt regelmatig langs, maar zoveel soda lost eenvoudigweg niet op. Wat overblijft zakt naar het laagste punt en hardt daar uit tot witte brokken die de doorstroming juist verkleinen. Soda werkt bovendien alleen tegen vetaanslag en nauwelijks tegen zeepresten of haar, dus voor een keuken is het zinvol en voor een douche zelden.
Op welke hoogte komt de afvoer van een wastafel uit de muur?
Bij een wastafel die op 90 cm hangt, kom je meestal uit op ongeveer 65 cm vanaf de afgewerkte vloer. Zit er een clickwaste of een plugbediening tussen wastafel en sifon, dan is dat te hoog en zit je beter tussen 55 en 60 cm. Er bestaat geen wettelijke maat, dus de betrouwbaarste methode blijft: sifon en waste aan de wastafel monteren, de tafel op zijn definitieve hoogte hangen en dan pas aftekenen. Met de sifon kun je daarna nog een paar centimeter schuiven.
Welke diameter afvoer hoort bij keuken, douche en bad?
Een wastafel en een fonteintje gaan op 32 mm, een keukenspoelbak op 40 mm tot de sifon en daarna 50 mm, een douche op 40 of liever 50 mm en een bad op 40 tot 50 mm. Het toilet gaat op 110 mm, in oudere woningen soms op 90 mm. De regel die je overal aanhoudt is dat de diameter richting het riool alleen groter wordt. Een verloop van 40 naar 32 hoort direct achter de sifon en nergens anders in de leiding.
Waarom stinkt de afvoer in de keuken ook als de vaatwasser niet draait?
Dan zit de bron in de spoelbak zelf en niet in de machine. Controleer het putje van de bak die je het minst gebruikt, want daar staat het water stil en vormt zich een laag drab. Kijk daarnaast in het overloopgat en in het verbindingsstuk tussen twee spoelbakken: dat is een dode hoek die zelden schoongemaakt wordt en die flink kan gaan ruiken. Ruikt het daarna nog steeds, controleer dan of de sifon gevuld is en of de afvoerslang van de machine wel hoog genoeg zit.
Mag de rioolontluchting op de mechanische ventilatie of onder de dakpannen uitkomen?
Allebei niet. Sluit je de ontluchting aan op het kanaal van de mechanische ventilatie, dan blaas je afgezogen lucht het riool in zolang de box draait, en komt bij uitval de rioollucht via de ventielen de kamers binnen. Laat je de buis onder de dakpannen eindigen, dan condenseert de vochtige lucht tegen de pan en tegen het dakbeschot, met houtrot als gevolg. De ontluchting hoort met een eigen dakdoorvoer boven de pannen uit te komen.
Hoe controleer ik of de ontluchting van het riool nog open is?
Laat iemand het toilet doortrekken terwijl jij bij de uitmonding op het dak of bij de dakgoot luistert. Je hoort het water stromen en de lucht bewegen, en dat betekent dat de leiding open is. Hoor je niets, dan zit er iets in, of komt de buis ergens anders uit dan je dacht. Doe deze controle vanaf een stabiele ladder of steiger, of laat een dakdekker het meenemen als hij toch boven is, want een schuin dak is geen plek om te improviseren.
Kun je pe of pp lijmen met pvc-lijm?
Nee. Pvc-lijm werkt door het oppervlak op te lossen, en pe en pp lossen daar niet in op. De verbinding lijkt de eerste dagen te houden en laat daarna gewoon los, meestal op het moment dat er warm water doorheen gaat. Verbind deze materialen met een steekmof met rubberring, een manchet of een klemkoppeling. Ook abs vraagt zijn eigen lijm, dus kijk voor je begint welk materiaal je in handen hebt.
Hoe lang moet pvc-lijm drogen bij een afvoer?
Bij een drukloze afvoer kun je na ongeveer een uur voorzichtig spoelen. Volledig belastbaar is de verbinding na 24 uur, en dat is ook de tijd die je aanhoudt voordat je een leiding onder de grond of achter een wand definitief dichtzet. Werk je bij lage temperaturen, dan duurt het langer. Ontvet en ruw de delen eerst licht op, breng de lijm dun aan op beide oppervlakken en druk de buis in een keer helemaal door met een kwartslag draai.
Hoe krijg je een gelijmde pvc-verbinding weer los?
Dat lukt niet. Lijmen van pvc is koud lassen: de twee delen zijn een geheel geworden en er bestaat geen middel dat die verbinding netjes oplost. De praktische route is de mof eruit zagen en het gat dichten met een steekmof of een reparatiemof met rubberringen. Wil je later nog los kunnen, monteer dan op die plek bewust een steekmof in plaats van een lijmverbinding.
Waarom ruikt het naar riool in de badkamer na regen of bij mist?
Bij mist, regen en storm verandert de luchtdruk in het rioolstelsel, waardoor lucht een andere kant op wordt geduwd dan normaal. Een klein lek in een leiding of een zwak waterslot valt dan ineens op, terwijl er op een gewone dag niets te ruiken is. Controleer eerst of alle sifons gevuld zijn en of de ontluchting hoog genoeg uitkomt. Blijft het terugkomen, dan is een rookinspectie de snelste manier om te zien waar de lucht ontsnapt.
Wat kost het vervangen van riolering onder het huis of in de voortuin?
Reken bij een verzakt of gebroken stuk in de voortuin op een bedrag in de orde van een paar duizend euro, waarbij het graafwerk en het herstel van de bestrating een groot deel van de rekening vormen. Onder een woning zonder kruipruimte loopt dat verder op, omdat de vloer open moet. Een camera-inspectie vooraf kost een paar honderd euro en is bijna altijd de moeite waard, want daarmee weet je of het om een meter of om de hele leiding gaat. Vraag altijd twee offertes en laat de beelden van de inspectie meesturen. De kosten van riolering vervangen zitten dus vooral in graven en herstellen, en veel minder in de buis zelf.
Kun je een lekkende rioolbuis van binnenuit repareren zonder te breken?
Ja, dat heet relinen. Er wordt een met hars verzadigde kous in de bestaande buis gebracht die daar uithardt tot een nieuwe buis in de oude. Dat werkt ook onder een betonvloer, in een kruipruimte die te laag is om in te werken en onder een tuin die je niet open wilt graven. Voorwaarde is dat de buis nog in de lijn ligt en niet is ingezakt of ingestort, want een verzakte leiding blijft na relinen op dezelfde verkeerde hoogte liggen.
Hoe diep ligt de riolering en hoe diep leg je een hemelwaterafvoer in de grond?
Het vuilwaterriool op eigen terrein ligt meestal tussen 60 en 80 cm onder maaiveld, diep genoeg om vorstvrij te liggen en om onder de bestrating door te kunnen. Voor een hemelwaterafvoer in de grond is 50 tot 60 cm gebruikelijk. Leg beide in een bed van schoon zand en houd 1 cm afschot per meter aan richting de aansluiting. Graaf je dieper dan een meter, zet de sleuf dan af of maak hem breder, want ingestorte grond is levensgevaarlijk.
Is een gescheiden riool voor hemelwater in Nederland verplicht?
Er is in Nederland geen landelijke regel die elk perceel verplicht om hemelwater en vuilwater gescheiden af te voeren. Dat loopt via de gemeente: die legt in het omgevingsplan of in een hemelwaterverordening vast of jij het regenwater van je dak moet afkoppelen. Dat verschilt per wijk en soms per straat.
Ligt er in de straat een gescheiden stelsel, dan krijg je meestal twee aansluitpunten op de erfgrens en hoort de regenpijp op de hemelwaterleiding. Bij nieuwbouw en bij een aanbouw is dat vrijwel altijd de eis. Ligt er alleen een gemengd riool, dan mag de hwa daarop, tenzij de gemeente vraagt het water op eigen terrein te laten zakken. Vraag het aansluitpunt en de diepte op voordat je de leiding in de tuin gaat leggen, want daar hangt je hele afschot van af.
Mag je de regenpijp aansluiten op het riool?
Dat hangt af van het stelsel in je straat. Bij een gemengd riool mag hemelwater er meestal gewoon op, bij een gescheiden stelsel hoort het regenwater naar de aparte hemelwaterleiding of naar de tuin. De gemeente kan je vertellen wat er voor jouw perceel geldt. Sluit je een regenpijp aan op een leiding waar ook vuilwater doorheen gaat, plaats dan een droogsifon of een gewone sifon in de pijp, anders komt de rioollucht buiten bij je gevel omhoog.
Er ligt een dode kip in de septic tank, hoe krijg ik die eruit?
Klim er in geen geval zelf in. In een septic tank en in een beerput staat zuurstofarme lucht met zwavelwaterstof, en dat gas schakelt je reukzin binnen een paar ademhalingen uit, waarna je niet meer merkt dat je buiten bewustzijn raakt. Ligt de kip vlak onder het deksel, dan haal je hem er vanaf de rand uit met een schepnet aan een lange steel, met het deksel ruim open en iemand die naast je meekijkt. Zit hij dieper, laat de tank dan leegzuigen door een bedrijf met een kolkenzuiger, want dat kost een paar honderd euro en de put is daarna meteen schoon. Wachten tot het vanzelf verteert werkt slecht: een kadaver van dat formaat geeft een drijflaag en stank die maanden aanhoudt. Zorg daarna dat het deksel weer sluit en geborgd is, want een put waar een kip in kan vallen, is ook een put waar een kind in kan vallen.
Werkt verticale drainage in kleigrond?
Alleen als er onder de kleilaag ook echt een zandlaag zit waar het water in weg kan. Zit die er niet, dan boor je met een grondboor gaten die volstromen en verder niets doen. Ook met een zandlaag valt het resultaat vaak tegen, omdat water door klei nauwelijks zijwaarts naar de gaten toe stroomt. Vul de gaten met grof grind van 8/16 of 16/32 en niet met kleikorrels, en houd er rekening mee dat ze na een paar jaar dichtslibben. Vaak levert het op afschot leggen van het maaiveld richting een goot meer op.
Hoe sluit je een dubbele wastafel of een dubbele spoelbak aan op een afvoer?
Met een verbindingsstuk tussen beide bakken en daarna een gezamenlijke sifon, of met twee sifons die pas verderop bij elkaar komen op een T-stuk met ruime afstand. Wat vaak misgaat is twee losse afvoeren die vlak bij elkaar op een klein T-stuk komen: het water uit de ene bak duwt dan lucht en water omhoog in de andere. Zorg ook dat de leiding vanaf de splitsing ruimer is dan de losse takken, want twee keer 40 mm samenvoegen in 40 mm werkt niet.
Wat doe je met een douchegoot waar het stankslot uit ontbreekt?
Dan heb je een open verbinding met het riool en ruikt de badkamer daar altijd naar. Til het rooster eruit en kijk of er een uitneembare inzetsifon in past. Die zijn universeel te koop, ook in smalle uitvoeringen vanaf ongeveer acht centimeter breed, dus het merk van de goot hoeft niet bekend te zijn. Bij oudere putten vormt een schotje in het deksel samen met een schot in de put het waterslot, en dan is dat deksel geen sierplaatje maar een onderdeel dat er terug moet.
Het bakje voor wasverzachter zit verstopt, ligt dat aan de afvoer?
Nee, dat staat helemaal los van je riool. Het vakje voor wasverzachter werkt met een eigen hevel: onder het losse kapje zit een pijpje, en zodra het water in het bakje boven de rand van dat pijpje komt, loopt het vakje in een keer leeg de trommel in. Dikke verzachter en kalk zetten dat kapje dicht, en dan blijft er een laag verzachter staan. Zit het kapje er juist niet goed op, dan loopt het bakje al bij het vullen leeg en merk je aan het wasgoed dat er niets is toegevoegd. Trek de lade er helemaal uit, haal het kapje eraf, laat beide een half uur in heet water weken en borstel de resten weg. Verdun de verzachter voortaan met een scheut water en vul niet boven het streepje.
Hoe sluit je de overloopslang van een keukenboiler of kokendwaterkraan aan?
Voorbij de sifon, rechtstreeks op de afvoerbuis, meestal met het bijgeleverde hulpstuk in een geboord gat. Er mag geen tweede sifon in dat traject zitten en het uiteinde blijft ruim boven het waterniveau, met minstens twaalf centimeter tussen de tuit en de afvoer. Hang de slang niet ergens in de stapel splitsingen onder de spoelbak, want zodra het water bij een grote lozing stijgt, loopt het via die slang het apparaat in. Ga er niet vanuit dat er een terugslagklep in zit, want die zit er meestal niet.
Moet je pvc schuren voor het lijmen, of juist niet?
Licht opruwen helpt, diep schuren werkt averechts. Pvc lijmen is koud lassen: de lijm lost het oppervlak op, en een glad, glanzend buiseinde neemt die lijm minder goed aan dan een mat oppervlak. Haal daarom met fijn schuurpapier of een schuurvlies de glans van de mof en het buiseinde, ontvet daarna met pvc-reiniger en breng de lijm dun op beide delen aan. Schuur je te ver door, dan wordt de passing ruim, en een verbinding die eerst wiebelt vult zich niet meer volledig met lijm.
Hoe sluit je een douchedrain aan op een bestaande afvoer?
Meet eerst de bestaande buis: 40 of 50 mm bepaalt welke drain past en hoeveel opbouwhoogte je nodig hebt. Zet de goot of put droog op zijn plek, stel hem met de stelpoten waterpas en op de exacte hoogte van de afgewerkte tegel, en sluit hem pas daarna aan met een steekmof of een rubbermanchet. Zit de bestaande afvoer te hoog, dan is de vloer verhogen of een lager sifonmodel kiezen de enige weg. Sluit de drain nooit aan zonder inzetsifon, want dan staat de badkamer in open verbinding met het riool.
Wat doe je met een afvoer die je buiten gebruik stelt?
Dop hem af voorbij de sifon, niet ervoor. Een afsluitdop of een afdopstuk in de leiding houdt de rioollucht tegen, terwijl een opgesloten waterslot na een tijdje zelf gaat ruiken en niet meer wordt doorgespoeld. Haal de sifon dus weg en zet de dop op de kale leiding. Blijft de wastafel of de bak hangen, sluit dan het afvoergat af met een blinde plug met rubberring. Noteer op de leiding waar hij vandaan komt, want een dichtgezette aftakking zonder aantekening levert bij een verbouwing altijd zoekwerk op.