Ubakus gebruiken om je isolatieplan door te rekenen
Ubakus is een gratis te gebruiken rekenprogramma waarin je een constructie laag voor laag invoert. Je ziet meteen de U-waarde, de hoeveelheid condens die er in de winter in de opbouw ontstaat en of dat vocht er in de zomer weer uit gaat. De berekening zelf klopt vrijwel altijd; het gaat mis bij de invoer, en dan vooral bij de dampdiffusiewaarde van je platen, het houtaandeel van de gordingen en de vraag of een luchtlaag echt geventileerd is. Kijk verder dan het groene of rode oordeel: de plek in de opbouw waar het vocht neerslaat zegt meer. Voor de Nederlandse Rc-waarde neem je de warmteweerstand van de lagen, niet de U-waarde die de tool bovenaan zet.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Rolmaat en een schuifmaat voor plaatdiktes
- Zaklamp en een inspectiespiegel voor de bestaande opbouw
- Dunne houtboor om een proefgat te maken in beschot of plaat
- Telefoon om de opbouw en de opschriften op platen te fotograferen
- Laptop met een ruim scherm, de laagopbouw is op een telefoon slecht te bedienen
- Vochtmeter voor hout, als je twijfelt over de huidige toestand
Materiaal
- Prestatieverklaring of productblad van de isolatieplaten die je wilt gebruiken
- Verpakking of technisch blad van de folie, met de sd-waarde erop
- Notitie met de dikte van elke bestaande laag, van binnen naar buiten
- Foto's van de gordingen, de hart-op-hart-afstand en de aansluitingen
- Bouwtekening of bouwjaar van de woning, als je die hebt
Wat Ubakus doet en wanneer je hem erbij pakt
Ubakus is een online rekenprogramma waarin je een constructie laag voor laag invoert en er direct uit ziet wat die opbouw doet. Je krijgt de U-waarde, de warmteweerstand, het temperatuurverloop door de lagen heen, de hoeveelheid condens die er in de winter in kan ontstaan en de tijd die dat vocht nodig heeft om weer te verdwijnen. Welk materiaal in welke laag hoort en waarom die volgorde vastligt, staat in ons overzicht over isolatiemateriaal kiezen en de opbouw bepalen.
Het programma komt uit Duitsland en wordt vooral gebruikt om te controleren of een isolatieplan geen vochtprobleem inbouwt. Daar gaat het bij na-isoleren namelijk mis. De Rc-waarde is dan keurig, maar er zit een dampdichte laag op de verkeerde plek en het dakbeschot kan zijn vocht niet meer kwijt. Voor de bredere keuzes rond isoleren en ventileren is de tool geen orakel, voor die ene vraag is hij sterk.
De basisberekening kun je gratis gebruiken, ook zonder account. Wil je constructies opslaan, een volledig rapport uitdraaien en de complete materialenlijst gebruiken, dan is er een betaalde versie. Voor één dak of één vloer kom je met de gratis kant ver genoeg.
De tool rekent aan de opbouw die jij intikt. Hij weet niet dat de spouw half vol zit met specieresten en dat er bij de nok een kier van een centimeter zit. Zie het als een manier om je plan te toetsen voordat je materiaal bestelt, niet als bewijs dat het goed komt.
Een constructie invoeren van binnen naar buiten
Je bouwt de constructie op in de volgorde waarin je hem tegenkomt als je van binnen naar buiten loopt. Bij een schuin dak begin je dus bij de gipsplaat en eindig je bij de dakpannen, met alles wat ertussen zit op de juiste plek. Laat geen laag weg omdat hij dun is: juist een folie, een alucoating of een oude verflaag bepaalt of vocht er nog uit kan.
Per laag geef je de dikte op en kies je een materiaal uit de lijst. Ubakus vult daarna zelf de warmtegeleiding, de dampdiffusieweerstand, de dichtheid en de soortelijke warmte in. Wijkt jouw product daarvan af, dan overschrijf je die getallen met wat er op het productblad staat.
Regelwerk en gordingen voer je niet in als losse balk, maar als houtaandeel binnen de isolatielaag. Meet de breedte van je regel en deel die door de hart-op-hart-afstand: regels van 45 mm op 600 mm hart op hart is 7,5 procent hout. Sla je dat over, dan rekent de tool met een isolatielaag die in werkelijkheid doorspekt is met hout dat vier tot zes keer slechter isoleert.
De invoervelden zijn Duits van oorsprong en er is ook een Engelstalige versie. Met een korte vertaling van de begrippen kom je er prima doorheen.
| Term in de tool | Wat het is | Eenheid | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Schicht | Eén laag in de opbouw | geen | Volgorde loopt van binnen naar buiten |
| Dicke | Dikte van die laag | mm | Opmeten, niet afleiden uit de verpakking |
| Wärmeleitfähigkeit, lambda | Warmtegeleiding van het materiaal | W/mK | Lager betekent beter isolerend |
| Diffusionswiderstandszahl, mu | Dampdiffusieweerstand van het materiaal | geen | Hoger betekent dampdichter |
| sd-Wert | Dampdiffusie-equivalente luchtlaagdikte | m | Mu maal dikte, dit getal staat op folierollen |
| Rohdichte | Dichtheid van het materiaal | kg/m3 | Bepaalt mede de warmteopslag en de faseverschuiving |
| Wärmekapazität | Soortelijke warmte | J/kgK | Hout en houtvezel scoren hier hoog, minerale wol laag |
| Wärmedurchlasswiderstand R | Warmteweerstand van alle lagen samen | m2K/W | Dit getal komt overeen met de Nederlandse Rc |
| U-Wert | Warmtedoorgangscoëfficiënt | W/m2K | Inclusief de overgangsweerstanden binnen en buiten |
| Tauwasser | Condens dat in de winter neerslaat | kg/m2 | Moet in de zomerperiode volledig verdampen |
| Phasenverschiebung | Faseverschuiving in de zomer | uur | Vertraging waarmee de middagwarmte binnenkomt |
| Belüftete Luftschicht | Geventileerde luchtlaag | geen | Alles buiten deze laag telt in de berekening niet meer mee |
Voer eerst de bestaande situatie in en pas daarna je plan. Laat de bestaande opbouw een probleem zien terwijl het dak al dertig jaar droog is, dan zit de fout in je invoer of in een aanname en niet in je plan.
Materiaalwaarden invoeren die kloppen
De uitkomst van Ubakus is nooit beter dan de invoer, en de invoer struikelt bijna altijd over twee getallen: de lambda en de dampdiffusieweerstand. De lambda vind je nog wel, de dampdiffusieweerstand van een bestaande plaat is het lastige deel.
Zoek het product op bij de fabrikant en pak de prestatieverklaring erbij. Daar staan de lambda en de dampdiffusiewaarde met een bereik. Zit er een sandwichpaneel of een dakelement in je opbouw waarvan je de fabrikant niet kent, kijk dan of er stempels, cijferreeksen of een merknaam op de achterkant staan. Bij een paneel uit de jaren negentig of later is dat meestal te achterhalen, en één dampdichte laag binnenin verandert je hele plan.
Bij folies staat niet de dampdiffusieweerstand maar de sd-waarde op de verpakking, in meters. Die neem je rechtstreeks over. Een gewone dampremmende folie zit ergens tussen 50 en 100 meter, klimaatfolie beweegt afhankelijk van de luchtvochtigheid tussen ongeveer een kwart meter en tien meter.
De waarden hieronder zijn geen productgegevens maar een controlelijst: wijkt jouw invoer er ver vanaf, dan heb je waarschijnlijk het verkeerde materiaal aangeklikt.
| Materiaal | Lambda in W/mK | Dampdiffusie | Let op |
|---|---|---|---|
| PIR met alucoating | 0,022 tot 0,023 | plaat mu 50 tot 100, de coating vrijwel dampdicht | De naden bepalen alles, tape ze of reken met de open variant |
| EPS, wit | 0,036 tot 0,038 | mu 20 tot 100 | Goedkoop en bruikbaar onder een houten vloer |
| XPS | 0,032 tot 0,036 | mu 80 tot 250 | Vochtongevoelig, gebruikt onder vloeren en langs de fundering |
| Glaswol | 0,032 tot 0,040 | mu 1 | Dampopen, maar zakt in als de platen niet klemmend zitten |
| Steenwol | 0,035 tot 0,040 | mu 1 | Zwaarder, vormvaster en beter in warmteopslag dan glaswol |
| Houtvezelplaat | 0,038 tot 0,048 | mu 3 tot 5 | Buffert vocht en geeft de langste faseverschuiving |
| Gipsplaat 12,5 mm | 0,21 tot 0,25 | mu 8 tot 10 | Levert nauwelijks isolatie, wel warmteopslag binnen |
| Spaanplaat 18 mm dakbeschot | 0,13 tot 0,15 | mu 50 tot 100 | Werkt aan de koude kant al als halve damprem |
| OSB 18 mm | 0,13 | mu 150 tot 300 | Aan de binnenzijde bruikbaar als damprem, mits naden dicht |
| Vurenhouten gording | 0,13 | mu 20 tot 50 | De koudebrug in je isolatielaag, voer hem in als houtaandeel |
| Gespoten pur op dakbeschot | 0,026 tot 0,030 | mu 40 tot 100 | Vaak dicht genoeg om de buitenkant te blokkeren |
| Dampremmende folie | niet van toepassing | sd 50 tot 100 m | Vaste waarde, sluit de opbouw in beide richtingen af |
| Klimaatfolie | niet van toepassing | sd 0,25 tot 10 m | Verandert mee met de luchtvochtigheid in de constructie |
Drie instellingen die de uitkomst kantelen
De eerste is de geventileerde luchtlaag. Zet je een laag op sterk geventileerd, dan laat Ubakus alles wat daarbuiten ligt vervallen en rekent hij alsof de buitenlucht er meteen tegenaan staat.
Dat klopt bij een doorlopende spouw achter gevelbekleding met openingen onder en boven. Bij een schuin dak dat in losse vakken tussen de gordingen is opgedeeld, ventileert er in werkelijkheid vrijwel niets, laat staan sterk. Zet je die laag toch op sterk geventileerd, dan rekent Ubakus je vochtprobleem gewoon weg.
De tweede is het klimaat. De standaardwaarden komen uit een Duitse rekenmethode en gaan uit van twintig graden bij vijftig procent binnen, tegenover een strenge winter buiten over een condensatieperiode van maanden. Voor een Nederlandse woning aan zee is dat aan de veilige kant, en dat mag ook: een opbouw die dit doorstaat, houdt hier zeker stand.
De derde is de vochtbelasting binnen. Een badkamer, een keuken of een kamer waar was hangt te drogen valt in een hogere vochtklasse dan een slaapkamer. Zet die instelling een stap omhoog en je ziet in één keer hoeveel marge je opbouw echt heeft.
Voer je plan twee keer in: één keer zoals je het bedoelt en één keer zoals het waarschijnlijk gebouwd wordt, met een folie die niet overal doorgeplakt is en met de gordingen als houtaandeel erin. Het verschil tussen die twee uitkomsten is de marge waar je in de praktijk mee werkt.
Van U-waarde naar de Rc-waarde die hier gevraagd wordt
Ubakus zet de U-waarde bovenaan, terwijl in Nederland vrijwel altijd naar de Rc-waarde gevraagd wordt. Die twee zijn familie van elkaar, maar ze zijn niet inwisselbaar. De U-waarde telt de overgangsweerstanden van het binnen- en buitenoppervlak mee, de Rc-waarde doet dat niet.
De makkelijkste route is niet omrekenen maar aflezen. De warmteweerstand van de lagen samen, in de tool aangeduid als R, is precies het getal dat hier Rc heet. Wil je het toch uit de U-waarde halen, dan deel je één door de U-waarde en trek je de twee overgangsweerstanden er weer af.
Een voorbeeld met een schuin dak: 14 cm PIR met een lambda van 0,022 levert 6,36. Daar komen een gipsplaat van 12,5 mm en een dakbeschot van 18 mm spaanplaat bij, samen ongeveer 0,19. Je zit dan op een Rc van ruwweg 6,5 en een U-waarde van ongeveer 0,15. Voer je daarna het houtaandeel van de gordingen in, dan zakt die 6,5 zichtbaar, en dat is de reden dat een berekening zonder houtaandeel altijd te mooi uitpakt. Wil je snel meerdere opbouwen naast elkaar zetten, dan is de Rc-waarde van een opbouw uitrekenen met onze rekenhulp sneller dan de hele constructie opnieuw intikken.
| Constructie | Overgangsweerstand binnen | Overgangsweerstand buiten | Aftrek van 1 gedeeld door U |
|---|---|---|---|
| Schuin of plat dak naar buiten | 0,10 | 0,04 | 0,14 |
| Buitenmuur | 0,13 | 0,04 | 0,17 |
| Vloer boven de kruipruimte | 0,17 | 0,04 | 0,21 |
| Vloer boven een onverwarmde garage | 0,17 | 0,17 | 0,34 |
| Wand naar een onverwarmde berging | 0,13 | 0,13 | 0,26 |
Kies bovenin het invoerscherm het juiste bouwdeel. Een dak, een muur en een vloer krijgen verschillende overgangsweerstanden, omdat de warmte er in een andere richting doorheen stroomt. Staat je vloerberekening nog op muur, dan klopt de U-waarde niet, terwijl de warmteweerstand van de lagen wel gewoon goed is.
De vochtberekening lezen zonder je erop blind te staren
Het onderdeel waar Ubakus echt om gebruikt wordt is de vochtcontrole. De berekening legt de temperatuur en de dampdruk door de opbouw naast elkaar en zoekt de plek waar de damp het dauwpunt raakt. Daar slaat vocht neer, en de tool telt op hoeveel dat per winter is.
Vervolgens rekent hij de zomer door: kan dat vocht er weer uit en hoeveel weken kost dat. Blijft er aan het eind van de droogperiode iets staan, dan stapelt het zich elk jaar verder op. Dat is het scenario waarbij een dakbeschot na een jaar of acht zacht wordt zonder dat je van buiten iets ziet.
De rekenmethode toetst aan grenzen die per materiaal verschillen. Hout mag over een seizoen niet meer dan een paar massaprocent vocht opnemen. Op een grensvlak tussen twee lagen die zelf geen vocht opnemen, folie tegen een gladde plaat bijvoorbeeld, is de toegestane hoeveelheid strenger dan in een laag die vocht kan bufferen. Kijk daarom verder dan het oordeel en zoek op waar het vocht in de grafiek verschijnt.
Loopt het mis, dan zijn er in de regel twee knoppen. De binnenkant dichter maken doe je met een dampremmend membraan aan de warme zijde. Is de koude kant al dicht, bijvoorbeeld door gespoten pur of een bitumenlaag, dan komt klimaatfolie met een variabele dampremming als enige opbouw naar boven die in de zomer nog naar binnen kan drogen.
De vochtberekening is een vereenvoudiging. Hij gaat uit van vaste temperaturen en een stilstaande situatie, en houdt geen rekening met regen, bouwvocht, luchtlekken langs naden of vocht dat langs een koudebrug binnenkomt. In de praktijk komt het meeste vocht niet door damp die door de isolatie kruipt, maar met warme lucht die door een kier naar buiten stroomt. Een groene uitkomst is dus geen vrijbrief om slordig af te plakken.
Faseverschuiving en de zolder in de zomer
Naast de winter rekent Ubakus ook de zomer door. De faseverschuiving is het aantal uren dat de warmte van de middag nodig heeft om door de opbouw heen te komen. Bij acht uur komt de piek van drie uur 's middags pas rond elf uur 's avonds binnen, op het moment dat je het dakraam toch al open zet.
Die waarde hangt af van dichtheid, soortelijke warmte en dikte, en dus niet van de isolatiewaarde. Zware materialen die veel warmte kunnen opslaan doen het hier beter dan lichte platen met dezelfde lambda, ook als die platen een hogere Rc halen.
Het verschil is in de praktijk kleiner dan folders suggereren. Wij zagen bij een schuin dak dat 14 cm PIR op ruim zeven uur uitkomt en 16 cm glaswol op zes en een half. Alleen de zwaardere steenwolsoorten lopen op richting negen uur, en die zijn per vierkante meter een stuk duurder. Faseverschuiving is daarmee een argument om een knoop door te hakken tussen twee gelijkwaardige opbouwen, niet om een keuze op te bouwen.
De cijfers hieronder zijn indicatief en gelden voor isolatie tussen houten gordingen met een gipsplaat aan de binnenzijde. Voer je eigen opbouw in, want de afwerking aan de binnenkant telt mee.
| Opbouw | Rc ongeveer | Faseverschuiving ongeveer | Wat je ervoor terugkrijgt |
|---|---|---|---|
| 8 cm PIR op bestaand dakbeschot | 3,6 | 4 uur | Dunste opbouw, als aanvulling op bestaande isolatie bruikbaar |
| 14 cm PIR | 6,5 | 7 uur | Hoogste isolatiewaarde per centimeter, dampdicht dus vraagt rekenwerk |
| 16 cm glaswol | 4,6 | 6,5 uur | Goedkoop en dampopen, vraagt meer dikte voor dezelfde Rc |
| 16 cm steenwol met hoge dichtheid | 4,4 | 9 uur | Zwaarder en duurder, merkbaar beter in de zomer |
| 16 cm houtvezelplaat | 4,0 | 10 uur en meer | Hoogste warmteopslag, dampopen, ook het duurst |
| Tweede gipsplaat aan de binnenzijde | plus 0,06 | nauwelijks meetbaar | Vooral meer warmteopslag in de ruimte zelf |
Waar de berekening en de praktijk uit elkaar lopen
De berekening in Ubakus gaat over een vlak stuk constructie, ver van de randen. Precies bij die randen gaat het in de praktijk mis: bij de muurplaat, in de nok, rond een dakraam en bij elke doorvoer. Een dak met een keurige Rc van 6,5 dat bij de nok niet is dichtgezet, presteert in huis merkbaar slechter dan de uitkomst belooft.
Het tweede verschil zit in luchtdichtheid. Damp die door een plaat diffundeert is een druppelaar, warme lucht die door een naad naar buiten stroomt is een kraan. Bij minerale wol speelt daar nog iets bij: waait er lucht achter of door de wol langs, dan zakt de isolatiewaarde in elkaar terwijl de berekening onveranderd blijft. Een stijve plaat als PIR is hier vergevingsgezinder dan wol, en dat is een reëel argument bij een dak dat niet mooi vlak loopt.
Wol heeft ook de neiging om na jaren iets in te zakken. In een verticale toepassing zonder ondersteuning zie je bovenin een lege strook ontstaan, en die staat in geen enkele berekening. Snijd de platen daarom een centimeter breder dan de tussenruimte en zet ze klemmend.
De laatste afwijking zit in de aanname over het binnenklimaat. Ga je een garage of berging isoleren, dan is de ruimte niet continu verwarmd en klopt de standaardinstelling van twintig graden niet. Zet die dan lager, anders krijg je een vochtbeeld dat te gunstig is.
Zo reken je een dakvlak of vloer door
Deze volgorde werkt voor een schuin dak en met kleine aanpassingen ook voor een vloer of een muur.
-
Meet de bestaande opbouw op
Schrijf elke laag op in volgorde van binnen naar buiten, met de dikte erbij. Boor op een onopvallende plek een gaatje door het beschot om te zien wat er echt zit, of haal ergens een plaat los. Een gespoten purlaag van drie centimeter of een geverfd dakbeschot lijkt een detail, maar bepaalt straks de hele vochtuitkomst.
-
Zoek de materiaalgegevens erbij
Pak van de nieuwe isolatie de prestatieverklaring en noteer de lambda en de dampdiffusiewaarde. Van bestaande platen zoek je merk en type op via opschriften op de achterkant. Lukt dat niet, reken dan twee keer: één keer met een dampopen aanname en één keer met een dampdichte, en kijk of je plan in beide gevallen overeind blijft.
-
Voer eerst de huidige situatie in
Bouw de constructie zoals hij nu is en kijk wat de tool ervan zegt. Dit is je ijkpunt. Geeft de berekening bij een dak dat al dertig jaar droog is een fors vochtprobleem, dan zit er een fout in je aannames en niet in de werkelijkheid.
-
Voeg de nieuwe lagen aan de binnenzijde toe
Zet je nieuwe isolatie, het regelwerk, de damprem en de afwerking erbij in de goede volgorde. Voor een schuin dak van binnenuit is dat gipsplaat, installatiespouw, damprem, isolatie, en dan pas het bestaande beschot. Een damprem tussen isolatie en gipsplaat zonder spouw werkt ook, maar dan boor je hem later vol met schroeven en stopcontacten.
-
Zet het houtaandeel en de luchtlagen goed
Vul het percentage hout in de isolatielaag in op basis van je regelbreedte en de hart-op-hart-afstand. Zet een luchtlaag alleen op geventileerd als er echt openingen onder en boven zitten die met elkaar in verbinding staan. In dichte vakken tussen gordingen kies je een stilstaande luchtlaag.
-
Lees de vochtuitkomst en varieer met de damprem
Kijk naar de hoeveelheid condens, naar de droogtijd en vooral naar de plek in de opbouw waar het vocht zit. Wissel daarna de damprem eens om: een gewone folie, een klimaatfolie en een OSB-plaat geven duidelijk andere uitkomsten. Kies de opbouw waarbij het vocht binnen de zomer volledig verdwijnt, met wat ruimte over.
-
Controleer de warmteweerstand tegen de beschikbare dikte
Lees de warmteweerstand van de lagen af, dat is je Rc. Vergelijk die met de hoogte van je gordingen en met wat je aan binnenruimte wilt opofferen. Kom je dikte tekort, dan reken je met onze rekenhulp voor de Rc-waarde snel na welke combinatie van materialen je binnen de beschikbare hoogte houdt.
Rc-calculator
Stapel de lagen van je vloer, muur of dak en zie welke Rc-waarde je haalt met welke diktes. Open de volledige rc-calculator
Voordat je op de uitkomst afgaat
Uit de praktijk
Een dak uit 1983 met pur aan de buitenkant en PIR aan de binnenkant
De opbouw was van binnen naar buiten spaanplaat, ongeveer drie centimeter gespoten purschuim, tengels, panlatten en pannen. Het plan was om er aan de binnenzijde 8 cm PIR met alucoating tegenaan te zetten, met een dampremmende folie ervoor en gipsplaten op een frame. Op papier keurig, in de berekening niet.
Het probleem was dat het spaanplaat tussen twee vrijwel dampdichte lagen kwam te liggen: de gespoten pur aan de buitenkant en de gecoate PIR plus folie aan de binnenkant. Vocht dat er ooit in komt, via een lek, via bouwvocht of langs een naad, kan geen kant meer op. Daar hielp een dikkere isolatielaag niet bij; die maakte het beeld zelfs ongunstiger, omdat het spaanplaat er nog kouder van werd.
Wat hier werkte, was de gewone dampremmende folie vervangen door klimaatfolie, zodat de constructie in de zomer naar binnen kan drogen, en het dakbeschot niet extra af te sluiten met verf. De gaten van oude schoorstenen waren met een stuk PIR en pur dichtgezet. Juist rond zulke plekken plak je de damprem doorlopend af in plaats van te vertrouwen op het schuim.
PIR of glaswol kiezen op faseverschuiving
Bij een dak dat na-geïsoleerd moest worden stond de keuze tussen 14 cm PIR en 16 cm glaswol, en het argument voor wol was dat die de zomerwarmte langer zou tegenhouden. Doorgerekend bleek dat niet te kloppen: de PIR kwam op ruim zeven uur uit en de glaswol op ongeveer zes en een half.
De echte verschillen lagen ergens anders. PIR is een stijve, vrijwel dampdichte plaat, waardoor je hem strak kunt aansluiten en er geen lucht achterlangs kan waaien. Glaswol laat wel wat lucht door, en wind achter de isolatie kost isolatiewaarde die in geen berekening zichtbaar is. Aan de andere kant was er hier ruimte in de hoogte, waardoor de extra centimeters wol geen probleem waren en de rekening een stuk lager uitviel.
De uitkomst werd wol, maar op andere gronden dan waar de discussie mee begon: prijs en beschikbare dikte, met een windvaste afwerking aan de koude kant. Wie op negen uur faseverschuiving wilde uitkomen, moest naar de zware steenwolsoorten, en die prijs woog niet op tegen de winst van twee uur.
Een geventileerde spouw die in werkelijkheid niet ventileerde
Bij een koud dak was de vraag of er tussen de isolatie en het dakbeschot een spouw moest blijven. De berekening liet zien dat het met een sterk geventileerde spouw prima ging, en daarmee leek de zaak beslecht.
Die invoer klopte alleen niet met de werkelijkheid. Het dakvlak was opgedeeld in aparte vakken tussen de balken, zonder doorlopende openingen onder en boven, en horizontaal ventileren gebeurt daar nauwelijks. Bovendien zat in de invoer een tweede plaat waarmee de isolatie luchtdicht werd opgesloten, waardoor de spouw in de berekening geen functie meer had.
Wat hier de knoop doorhakte, was de opbouw twee keer doorrekenen: één keer met een stilstaande luchtlaag en één keer met een geheel gevulde tussenruimte. In beide gevallen was de uitkomst beter dan de variant met de veronderstelde ventilatie, en de volledige vulling gaf de hoogste isolatiewaarde binnen dezelfde hoogte. De les die blijft: de rekenmethode is betrouwbaar, de aanname over ventilatie is dat vaak niet.
Dakpanelen waarvan de dampdichtheid onbekend was
Een zolder had kant-en-klare dakpanelen waarvan niemand wist wat er precies in zat. Zonder die informatie is elke berekening gokwerk, want als één laag in het paneel dampdicht is, verandert dat de hele aanpak van de binnenzijde.
De panelen bleken jong genoeg om te achterhalen: op de zijkant stond een stempel met cijfers en een merknaam, en via de fabrikant kwam de dampdiffusiewaarde boven water. Er zat inderdaad een sterk dampremmende laag in aan de buitenzijde.
Daarmee viel de gewone dampremmende folie af. Extra isoleren van binnenuit kon nog steeds, maar dan met klimaatfolie als damprem, zodat de constructie in de zomer naar binnen droogt. Was de fabrikant niet gevonden, dan was de veilige route geweest om uit te gaan van de dampdichte variant en de opbouw daarop te kiezen.
Veelgemaakte fouten
Het houtaandeel van de gordingen weglaten
Isolatie tussen balken is nooit een gesloten laag isolatie. Vurenhout geleidt met een lambda rond 0,13 zes keer zo goed als minerale wol en bijna zes keer zo goed als PIR. Vul je het percentage hout niet in, dan komt je berekende Rc structureel te hoog uit en zie je de koudebrug bij de balken niet terug in het temperatuurverloop.
Een luchtlaag op sterk geventileerd zetten die dat niet is
Bij deze instelling laat de berekening alles buiten die laag vervallen en zet hij de buitenlucht er direct tegenaan. In dichte vakken tussen gordingen ventileert er vrijwel niets, en dan reken je een vochtprobleem weg dat er wel degelijk is. Kies bij twijfel de stilstaande luchtlaag, dat is de eerlijke aanname.
De U-waarde inleveren als Rc-waarde
De U-waarde telt de overgangsweerstanden binnen en buiten mee, de Rc doet dat niet. Wie één deelt door de U-waarde en dat getal doorgeeft, zit bij een dak ongeveer 0,14 te hoog en bij een vloer boven een garage flink meer. Lees de warmteweerstand van de lagen af, dan hoef je niets om te rekenen.
Een dunne laag weglaten omdat hij toch niets isoleert
Een alucoating, een verflaag op het dakbeschot of een oude bitumenlaag levert nul komma nul aan isolatiewaarde en verandert de U-waarde nauwelijks. Voor de vochtberekening zijn het juist de bepalende lagen. Laat je ze weg, dan krijg je een groen beeld terwijl de constructie in werkelijkheid aan twee kanten dicht zit.
Alleen naar het oordeel kijken en niet naar de grafiek
Twee opbouwen met dezelfde hoeveelheid condens kunnen totaal verschillend uitpakken. Vocht dat neerslaat op een gladde folie is iets anders dan vocht dat wordt opgenomen door een houtvezelplaat die het weer afgeeft. Kijk waar in de opbouw het punt ligt en welk materiaal daar zit voordat je een plan afschrijft.
Steeds dikker isoleren zonder de vochtuitkomst te herzien
Meer isolatie aan de binnenzijde maakt de bestaande constructie erbuiten kouder, en koud plus damp geeft condens. Bij een bestaand dak zie je het vochtgehalte in het beschot oplopen naarmate je de nieuwe laag dikker maakt. Hogere isolatiewaarde en betere vochthuishouding gaan hier dus niet vanzelf samen.
De berekening zien als bewijs dat het goed komt
De rekenmethode kent geen kieren, geen regen, geen bouwvocht en geen slordig aangesloten folie langs een dakraam. Het meeste vocht in daken komt met lucht die door een naad stroomt en niet met damp die door een plaat kruipt. Een groene uitkomst zegt dat je plan klopt, niet dat je uitvoering klopt.
Veelgestelde vragen
Is Ubakus gratis?
De basisberekening kun je gratis gebruiken. Je voert je lagen in en krijgt de U-waarde, de warmteweerstand, het temperatuurverloop en de vochtberekening te zien. Wil je constructies bewaren, een volledig rapport uitdraaien of de complete materialenlijst gebruiken, dan is daar een betaalde versie voor. Voor één dak, één muur of één vloer red je het in de regel prima met de gratis kant, zeker als je de uitkomst gewoon opschrijft of er een schermafbeelding van maakt.
In welke taal werkt de tool en zijn de Duitse termen te volgen?
Het programma komt uit Duitsland, dus de standaardtaal is Duits, en er is ook een Engelstalige versie. De begrippen die je nodig hebt zijn beperkt in aantal: Schicht is laag, Dicke is dikte, Wärmeleitfähigkeit is de lambda, Diffusionswiderstandszahl is de dampdiffusieweerstand en Tauwasser is condens. In de vertaaltabel op deze pagina staan ze op een rij, inclusief de eenheden en waar je per veld op moet letten.
Klopt de berekening ook voor Nederlandse bouw en het Nederlandse klimaat?
De natuurkunde is dezelfde, dus de warmte- en dampberekening klopt ook hier. Twee dingen verschillen wel. De standaardklimaatgegevens komen uit een Duitse rekenmethode en gaan uit van een strengere winter dan een gemiddeld Nederlands jaar, wat je aan de veilige kant zet. En het resultaat wordt hier als Rc gevraagd in plaats van als U-waarde, dus lees de warmteweerstand van de lagen af in plaats van de U-waarde om te rekenen.
Hoe haal ik de Rc-waarde uit een berekening in Ubakus?
De warmteweerstand van alle lagen samen, in de tool aangeduid als R, is precies wat hier Rc heet. Dat getal kun je rechtstreeks overnemen. Wil je het uit de U-waarde afleiden, deel dan één door de U-waarde en haal daar de overgangsweerstanden vanaf: 0,14 bij een dak, 0,17 bij een buitenmuur en 0,21 bij een vloer boven de kruipruimte. Onze rekenhulp voor de Rc-waarde van een opbouw gebruikt dezelfde aftrek, zodat je de twee naast elkaar kunt leggen.
Wat betekent de interne opslagcapaciteit en is een lage waarde erg?
Dat is de hoeveelheid warmte die de lagen aan de binnenzijde van de isolatie kunnen opnemen, uitgedrukt per vierkante meter. Bij een schuin dak met alleen een gipsplaat aan de binnenkant blijft die waarde laag, want er zit weinig massa. Erg is het niet, het betekent dat de ruimte snel opwarmt en snel afkoelt. Wil je hem verhogen, dan helpt een tweede gipsplaat of een zwaardere binnenafwerking, al win je in een zolderkamer meer met buitenzonwering en goed te openen ramen.
Waarom laat de berekening condens zien terwijl mijn dak al jaren droog is?
Meestal klopt er iets niet in de invoer. Veelgemaakte oorzaken zijn een vergeten laag, een luchtlaag die in werkelijkheid wel of juist niet ventileert, en een verkeerd gekozen materiaal met een veel te hoge dampdiffusiewaarde. Daarnaast rekent de methode met een stilstaande situatie en een strenge winter, terwijl een echte constructie ook via kleine luchtstromen droogt. Voer daarom altijd eerst de bestaande opbouw in als ijkpunt voordat je je plan beoordeelt.
Kies ik klimaatfolie of een gewone damprem volgens de berekening?
Dat hangt af van de koude kant. Kan de constructie aan de buitenzijde nog dampopen drogen, bijvoorbeeld via een dampopen onderdak of een beschot van planken, dan volstaat een gewone damprem en scheelt dat geld. Zit er gespoten pur, bitumen of een gecoat paneel aan de buitenkant, dan zie je in de berekening dat het vocht nergens heen kan. Dan blijft een damprem met variabele dampdichtheid als enige opbouw over die in de zomer naar binnen kan drogen.
Hoe voer ik een dampremmende folie in als ik alleen de sd-waarde weet?
Dat is de makkelijkste invoer die er is. De sd-waarde in meters vul je rechtstreeks in bij de folielaag, je hoeft er niets voor om te rekenen. De dikte van de folie zelf is thermisch verwaarloosbaar en mag je op een tiende millimeter zetten. Bij een klimaatfolie kies je het product uit de lijst, omdat de dampdichtheid daarvan meebeweegt met de luchtvochtigheid en de tool die kromme nodig heeft om de zomer goed door te rekenen.
Kan ik een houten vloer met isolatie tussen de balken doorrekenen?
Ja, en het gaat precies zoals bij een dak. Je kiest als bouwdeel de vloer, waardoor de overgangsweerstanden voor een neerwaartse warmtestroom worden gebruikt, en je voert de balken in als houtaandeel binnen de isolatielaag. EPS tussen de balken rekent hier vaak verrassend goed uit, mits de kruipruimte geventileerd blijft. Zet die luchtlaag onder de vloer dus wel op geventileerd, want daar is dat meestal terecht.
Wat doe ik als ik de dampdiffusiewaarde van een bestaande plaat niet weet?
Zoek eerst naar opschriften, stempels of een merknaam op de achterkant of de zijkant van de plaat. Bij materiaal van na de jaren negentig is de fabrikant meestal te achterhalen en staat de waarde in het technische blad. Lukt dat niet, reken dan twee varianten door: één met een dampopen aanname en één met een sterk dampremmende. Blijft je plan in beide gevallen goed, dan kun je verder. Verschillen ze sterk, dan kies je de opbouw die ook bij de ongunstige variant droog blijft.
Wat is een goede faseverschuiving voor een zolderkamer?
Alles vanaf ongeveer acht uur schuift de warmtepiek naar de avond, en dat is het moment dat je toch al gaat luchten. Onder de vijf uur merk je dat de kamer midden op de dag mee opwarmt. De verschillen tussen materialen zijn kleiner dan verwacht: 14 cm PIR komt op ruim zeven uur uit en 16 cm glaswol op ongeveer zes en een half. Alleen de zware steenwolsoorten en houtvezel lopen er duidelijk bovenuit.
Kan ik zo'n berekening gebruiken voor een subsidie of een aanvraag?
Reken daar niet op. Regelingen vragen doorgaans om productgegevens van de leverancier, om een factuur met de opgegeven isolatiewaarde en soms om een verklaring van een adviseur. Een zelfgemaakte berekening op een website is daar geen vervanging voor. Gebruik de uitkomst dus om je plan te toetsen en je materiaal te kiezen, en houd voor de aanvraag de prestatieverklaringen en de facturen van de gebruikte platen bij de hand.
Wanneer je beter een vakman belt
Een berekening maken kun je zelf, en het is de goedkoopste manier om een plan te toetsen voordat je materiaal koopt. Er zijn wel situaties waarin een uitdraai niet genoeg is.
Bij een plat dak, bij houtskeletbouw en bij een constructie waarin al vochtschade zit, is de vereenvoudigde rekenmethode te grof. Een bouwfysisch adviseur rekent dan met een model dat het hele jaar in uren doorloopt en dat regen, zoninstraling en bouwvocht meeneemt. Dat is de aangewezen route als er al plekken, verkleuring of zacht hout zichtbaar zijn.
Loopt er een afvoer of een luchttoevoer van een cv-ketel door het dakvlak, blijf daar dan van af. De vrije ruimte rond zo'n doorvoer en de manier waarop hij wordt afgedicht, zijn geen zaken die je met isolatieschuim oplost. Laat dat door een installateur beoordelen voordat je de isolatie eromheen aanbrengt.
Ga je gordingen aanpassen, inkepen of verzwaren om ruimte voor dikkere isolatie te maken, dan raak je de dragende constructie en is een constructeur nodig. Datzelfde geldt voor een nokverhoging of een dakkapel.
Kom je bij oudere daken beplating of golfplaten tegen waarvan je de herkomst niet kent, stop dan met boren en zagen. Asbestverdacht materiaal laat je onderzoeken en zo nodig door een gecertificeerd bedrijf verwijderen. Werk aan de buitenzijde van het dak hoort op een steiger, niet op een ladder met een plaat onder je arm.