Fermacell vloerverwarming: frezen, buisdikte en de sleuven dichtsmeren
Vloerverwarming infrezen in gipsvezelplaten werkt goed zolang je binnen de marges van de plaat blijft: reken op minimaal 25 mm plaatdikte, een freesdiepte van ongeveer 17 mm en buis van 14 mm. Buis van 16 mm past er volgens de fabrikant niet in, en wie het toch probeert loopt kans dat de plaat tussen de sleuven breekt. De sleuven vul je daarna volledig, zonder luchtbellen; voegengips van dezelfde fabrikant is daar goedkoper en makkelijker in dan reparatiemortel of epoxy.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Bovenfrees van minstens 1200 watt met geleiderail, of een gehuurde vloerverwarmingsfrees
- Hardmetalen groeffrees van 16 mm, met reserve
- Bouwstofzuiger klasse M en een stofmasker P3
- Cirkelzaag of decoupeerzaag met een blad voor gipsvezel
- Rei van twee meter om de ondergrond te controleren
- Rubberhamer en een trekijzer
- Accuschroefmachine met dieptestop
- Voegspaan en een plamuurmes van ongeveer 10 cm
- Emmer met mengspaan
- Schuurblok of langhalsschuurmachine
- Afpersset met manometer
- Buisknipper en kniebeschermers
Materiaal
- Gipsvezel vloerelementen, dik genoeg om in te frezen
- Elementenlijm voor de sponningen
- Randstrook van 8 tot 10 mm langs alle wanden
- Dempende ondervloerplaat van ongeveer 5 mm onder de elementen
- Egalisatiekorrels of egaline om de ondergrond vlak te krijgen
- Vloerverwarmingsbuis 14 x 2 mm met zuurstofdichte laag
- Buisklemmen of nietbeugels om de buis in de sleuf te houden
- Verdeler met flowmeters en afsluitbare retour
- Voegengips of reparatiemortel om de sleuven te vullen
- Mantelbuis voor de doorvoeren naar de verdeler
- Primer voor de eindvloer
Wat droogbouw vloerverwarming met Fermacell inhoudt
Bij dit systeem leg je gipsvezel vloerelementen op de bestaande vloer, frees je daar sleuven in en druk je de verwarmingsbuis in die sleuven. Er komt geen cementdekvloer aan te pas, dus er hoeft niets weken te drogen en je kunt er de volgende dag overheen lopen. De verdeler, de buisdiameter en de regeling zijn verder gelijk aan die van een gewone vloerverwarming met een dekvloer.
De aantrekkingskracht zit in de combinatie van weinig hoogte en veel stijfheid. Gipsvezel weegt rond de 25 tot 30 kilo per vierkante meter bij 25 mm dikte en drukt niet in onder een kastpoot of een barkruk. Kunststof noppenplaten en systemen op basis van geëxpandeerd polystyreen zijn lichter, maar reageren gevoeliger op puntbelasting.
Daar staat een lagere warmteafgifte tegenover. Gipsvezel verdeelt warmte zijwaarts veel slechter dan een aluminium warmtegeleider, waardoor de vloer boven de buis warmer wordt dan ertussen. Dat verschil valt weg onder een dikke houten vloer, maar het telt zwaar zodra de aanvoertemperatuur omlaag moet.
Vier dingen bepalen of dit systeem bij jouw vloer past: de beschikbare opbouwhoogte, de vlakheid van de ondergrond, de eindvloer die erop komt en de warmtebron waar het op draait. Loopt een van die vier vast, dan is een ander droogbouwsysteem meestal de nettere keuze in plaats van dat je de gipsvezelplaat gaat oprekken.
Waarom mensen voor gipsvezel kiezen en wanneer dat tegenvalt
De meest genoemde reden om te frezen in plaats van een kant-en-klaar systeem te kopen, is dat de vloer een echte drukverdelende laag krijgt. Op een houten balklaag of een lichte renovatievloer voelt dat merkbaar steviger, en zware meubels laten geen putjes na. Wie een oude houten vloer heeft die iets meegeeft, wint hier ook comfort.
De tweede reden is hoogte. Boven de gefreesde plaat hoeft niets meer, terwijl bij systemen met aluminium spreidplaten meestal nog een drukverdelende laag nodig is voordat er een dunne vloer overheen kan. Reken de totale opbouw van beide systemen dus door tot en met de eindvloer, niet alleen tot de bovenkant van het verwarmingssysteem.
De teleurstelling zit bijna altijd in het rendement. Systemen met aluminium warmtegeleiders halen bij dezelfde aanvoertemperatuur een hogere opbrengst, doordat het aluminium de warmte over de volle breedte tussen de buizen trekt. Vraag daarom bij beide leveranciers de opbrengsttabel op met de vloerafwerking die jij van plan bent, want dat is de enige eerlijke vergelijking. Blijft je vloer straks toch achter, dan lopen de oorzaken uiteen; wat er allemaal kan spelen staat bij een vloerverwarming die niet warm wordt.
| Droogbouwsysteem | Opbouwhoogte systeem | Warmteafgifte | Drukvastheid | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Gipsvezelplaat met ingefreesde buis | 20 tot 25 mm bij één laag, meer bij twee lagen | Matig, warmte blijft dicht boven de buis hangen | Hoog, ook onder puntbelasting | Frezen kost tijd en geeft veel fijn stof |
| Kunststof plaat met aluminium warmtegeleiders | Vanaf ongeveer 20 mm | Goed, aluminium spreidt de warmte zijwaarts | Beperkt, afhankelijk van de plaatkwaliteit | Onder dunne vloeren is een extra verdeellaag nodig |
| Noppenplaat met dunne buis | 20 tot 30 mm | Wisselend, sterk afhankelijk van hart-op-hart | Beperkt | Dunne buis geeft hoge weerstand en korte groepen |
| Voorgefreesde gipsvezel- of houtvezelplaat | 18 tot 25 mm | Matig tot goed, vaak met aluminium inleg | Hoog | Meestal alleen voor buis van 12 of 14 mm |
| Dunne gietvloer met verwarming | 30 tot 45 mm | Hoog, volledige omhulling van de buis | Hoog | Nat systeem, drogen en opstoken kost weken |
Leg de offertes naast elkaar op prijs per vierkante meter inclusief het dichtsmeren en de eindvloerondergrond. Frezen lijkt goedkoop omdat de platen goedkoop zijn, maar het freeswerk en de vulmassa maken het verschil vaak kleiner dan gedacht.
Fermacell vloerverwarming met 16 mm buis, of toch 14 mm
Dit is de vraag waar bijna iedereen op vastloopt. De fabrikant houdt het bij infrezen op buis tot 14 mm, terwijl de rest van de vloerverwarmingswereld op 16 mm draait. Wie een warmtepomp overweegt, wil daarom het liefst 16 mm leggen en loopt dan tegen de grens van de plaat aan.
De reden is simpel rekenwerk. Een sleuf voor 16 mm buis moet ongeveer 19 mm diep zijn om de buis onder het oppervlak te houden, en in een plaat van 25 mm blijft er dan nog geen 6 mm materiaal onder de sleuf over. Bij een hart-op-hart van 100 mm staan die sleuven zo dicht bij elkaar dat de strook ertussen weinig meer voorstelt. Loop je daar met een kruiwagen of een zware kast overheen, dan breekt de plaat en houd je losse puzzelstukjes over.
Met 14 mm buis frees je ongeveer 17 mm diep en blijft er rond de 8 mm plaat onder de sleuf staan. Dat is het verschil tussen binnen de marge werken en op de rand. Wij houden 14 mm daarom aan als je in gipsvezel wilt frezen, en kiezen 16 mm buis pas als er een systeem onder ligt dat daar echt voor gemaakt is.
Dat 14 mm buis meer weerstand heeft dan 16 mm klopt, maar dat vang je op met kortere groepen. Houd de groepen dan wel echt kort en verdeel ze netjes, want te lange groepen bij dunne buis zijn precies waar een warmtepomp op vastloopt. Hoe je die verdeling over de ruimte tekent, staat bij het opzetten van een legplan.
| Buisdiameter | Benodigde freesdiepte | Minimale plaatdikte | Groepslengte als vuistregel | Geschikt voor |
|---|---|---|---|---|
| 12 x 2 mm | Ongeveer 14 mm | 20 mm | 30 tot 40 meter | Bijverwarming, kleine ruimtes, hoge aanvoertemperatuur |
| 14 x 2 mm | Ongeveer 17 mm | 25 mm | 40 tot 60 meter | De standaardkeuze bij infrezen in gipsvezel |
| 16 x 2 mm | Ongeveer 19 mm | Niet vrijgegeven voor infrezen | 60 tot 80 meter | Dekvloersystemen en droogbouw met aluminium geleiders |
| 17 of 20 mm | Past niet | Niet van toepassing | 80 tot 100 meter | Cementdekvloer, grote open ruimtes |
Ga niet zelf zwaarder frezen dan de plaat aankan. Een klusbedrijf dat 16 mm buis wel in een plaat van 25 mm wil frezen, kan dat netjes doen, maar het risico van een brekende vloer ligt daarna bij jou. Vloerverwarming leg je één keer, en de plaat zit onder je eindvloer.
Vloerverwarming in Fermacell frezen zonder de plaat te slopen
Het frezen zelf is rustig werk, mits je de diepte één keer goed instelt en daarna niet meer aankomt. Zet de bovenfrees op een geleiderail en frees in twee gangen: eerst tien millimeter, daarna de volle diepte. In één keer 17 mm uit gipsvezel halen laat de frees trekken en geeft rafelige sleufranden waar de buis niet netjes in blijft liggen.
Werk met een groeffrees van 16 mm voor buis van 14 mm, zodat de buis ruim in de sleuf ligt en er om de buis heen nog vulmassa kan. Een frees die precies zo breed is als de buis lijkt netjes, maar dan klem je de buis vast en krijg je er nooit meer vulling omheen. Gipsvezel slijt hard, dus houd een tweede frees achter de hand.
Het stof is het echte probleem. Gipsvezelstof is fijn, schurend en het gaat overal doorheen: sluit een bouwstofzuiger van klasse M aan op de afzuigkap van de frees, zet een masker op en maak de ruimte tussendoor schoon. Blijft er stof in de sleuven achter, dan hecht de vulmassa slecht.
Bij de bochten zit de kneep. Vloerverwarmingsbuis van 14 mm laat zich niet scherper buigen dan ongeveer vijf tot zes keer de diameter, dus reken op een keerradius van zeven tot negen centimeter. Frees de keerbochten daarom als een ruime halve cirkel en houd aan het einde van de banen een strook van vijftien centimeter vrij van de wand. Een slakkenhuispatroon werkt hier prettiger dan een meander, omdat de aanvoer- en retourbuis steeds naast elkaar liggen en het temperatuurverschil over de vloer kleiner blijft.
Hart-op-hart kiezen bij infrezen
Bij droogbouw houd je de sleuven dichter bij elkaar dan bij een dekvloer, juist omdat de plaat de warmte slecht zijwaarts verdeelt. Tien centimeter hart-op-hart is bij dit systeem de normale keuze, en langs grote raampartijen mag je die strook nog dichter leggen. Onder vaste kasten en op de plek van een toilet of een douchebak sla je de buis juist over, zodat je later gerust kunt boren en lijmen.
Doorvoeren naar de verdeler
De plek waar alle groepen samenkomen is de zwakste plek van de vloer, want daar liggen de sleuven vlak naast elkaar. Frees daar niet zes sleuven parallel in dezelfde plaat, maar laat de buizen daar in een mantelbuis over de plaat lopen en werk dat stuk af met een uitsparing of een extra plaatdikte. Aansluiten en inregelen gebeurt daarna aan de verdeler, waar elke groep zijn eigen flowmeter hoort te hebben.
Opbouwhoogte en de laagopbouw van onder naar boven
Bij een renovatie is de hoogte meestal de begrenzing, niet het budget. Tel daarom van onder naar boven op wat je kwijtraakt, tot en met de eindvloer, en vergelijk dat met de ruimte die je hebt onder de deuren en bij de eerste traptrede. Die eerste trede vergeten mensen structureel, en een trede die twee centimeter lager is dan de rest voelt bij elke stap verkeerd.
De ondergrond moet vlak zijn voordat de elementen erop gaan. Een gipsvezelelement overbrugt geen hobbels: waar het hol ligt, kraakt het en breekt het uiteindelijk. Controleer met een rei van twee meter en vlak bij met egalisatiekorrels of een egaliseermiddel. Reken bij een oude houten vloer al snel op een centimeter aan uitvlakking, en tel die mee in je totaal.
Onder de elementen hoort een dempende laag. Een gebonden ondervloerplaat van ongeveer vijf millimeter werkt hier goed: hij veert niet weg onder de vloer maar neemt wel het contactgeluid en de kleine bewegingen tussen twee ondergronden op. Dat laatste telt zwaar wanneer een deel van je vloer beton is en een deel hout, want die twee werken verschillend bij temperatuurwisselingen.
| Laag | Dikte | Waarom die laag er is |
|---|---|---|
| Uitvlakking met egalisatiekorrels of egaline | 5 tot 15 mm | Elementen mogen nergens hol liggen, anders kraken en breken ze |
| Dempende ondervloerplaat | Ongeveer 5 mm | Neemt contactgeluid op en vangt beweging tussen beton en hout op |
| Gipsvezel vloerelement met ingefreesde buis | 20 tot 25 mm | Draagt de belasting en houdt de buis op zijn plek |
| Vulmassa in de sleuven | Gelijk met de plaat | Zorgt voor warmtecontact rond de buis |
| Extra gipsvezelplaat bij een dunne eindvloer | 10 tot 15 mm | Maakt het oppervlak glad genoeg voor dun pvc of vinyl |
| Eindvloer | 8 tot 14 mm | Bepaalt hoeveel warmte er doorkomt en of zwevend leggen mag |
| Randstrook langs alle wanden | 8 tot 10 mm breed | Laat de vloer uitzetten zonder tegen de muur te duwen |
Kijk eerst naar de balklaag. Vijfentwintig millimeter gipsvezel plus vulmassa en eindvloer legt zo veertig kilo per vierkante meter op een houten vloer. Bij een oude balklaag met grote overspanning is dat geen vanzelfsprekendheid. Twijfel je over de draagkracht, laat een constructeur meekijken voordat je platen bestelt.
Fermacell vloerverwarming dichtsmeren zonder luchtbellen
De vulling in de sleuf doet twee dingen: hij maakt de vloer weer vlak en hij brengt de warmte van de buis naar de plaat. Dat tweede is waar het echt om gaat. Een luchtbel onder of naast de buis werkt als isolatie, en op die plek blijft de vloer koud terwijl de rest opwarmt. Welk merk je pakt is minder belangrijk dan de vraag of het spul volledig om de buis heen komt.
Voegengips van dezelfde fabrikant als de platen is hier de praktische keuze. Het is een stuk goedkoper dan reparatiemortel of epoxyhars, het laat zich soepel verwerken en je schuurt het na uitharding zonder moeite weg waar je te veel hebt gesmeerd. In offertes van vloerverwarmingsbedrijven zie je regelmatig epoxy staan, en dat is technisch prima, maar het maakt de klus vooral duurder en het vergeeft geen enkele fout in de verwerking.
Werk in twee gangen. Druk het middel eerst met een smal plamuurmes langs de buis de sleuf in, zodat de ruimte onder en naast de buis dicht is, en vul daarna de sleuf tot iets boven vol. Trek het geheel af met een voegspaan die op de plaat rust en schuur na uitharding vlak. Zet de buis tijdens dit werk op waterdruk, dan zie je een beschadiging meteen in plaats van maanden later; in onze hulp bij het bepalen van de juiste cv-druk zie je welke druk bij jouw installatie past.
Houd de buis omlaag in de sleuf terwijl je smeert. Buis komt vanuit de rol met spanning en wil in de bochten omhoog kruipen, en als hij tijdens het uitharden half boven de plaat uitkomt, freest je schuurmachine er later dwars doorheen. Klemmen of nietbeugels om de meter houden hem op zijn plek.
| Vulmiddel | Verwerking | Kosten | Ons oordeel |
|---|---|---|---|
| Voegengips voor gipsvezelplaten | Aanmaken met water, soepel, goed schuurbaar | Laag | De prettigste keuze voor de meeste vloeren |
| Reparatiemortel | Snel hard, weinig speling in de verwerkingstijd | Middel tot hoog | Goed, maar je moet in kleine porties werken |
| Flexibele tegellijm | Blijft lang smeerbaar, moeilijk vlak af te trekken | Laag | Werkt, geeft alleen meer schuurwerk achteraf |
| Egaline over de hele vloer | Vloeit vanzelf vlak, maar geeft veel extra hoogte en gewicht | Middel | Alleen als je toch een vlakke laag nodig hebt |
| Epoxyhars | Twee componenten, korte verwerkingstijd, plakkerig werk | Hoog | Technisch prima, vaak overbodig duur |
| Niets, buis los in de sleuf laten | Geen | Geen | Doen niet: koude banen en een vloer die kraakt |
Fotografeer de hele vloer met de buizen erin voordat je gaat smeren, en meet vanaf twee vaste hoeken. Wie later een deurstopper of een keukeneiland wil vastzetten, weet dan precies waar de buis ligt.
Welke eindvloer er wel en niet direct overheen kan
Een gefreesde en dichtgesmeerde plaat is vlak, maar niet spiegelvlak. Waar de vulmassa iets is ingezakt of waar je te ruim hebt geschuurd, blijft een lichte oneffenheid staan. Dunne vloerbedekking tekent die sleuven na verloop van tijd feilloos af, dus je keuze voor de eindvloer bepaalt of je er nog een laag overheen moet.
Voor de warmteafgifte geldt bij elke afwerking dezelfde grens: de warmteweerstand van de totale vloerafwerking blijft bij voorkeur onder 0,15 m²K/W. Dat cijfer staat bij vrijwel elke leverancier van vloeren op het productblad. Dik massief hout of een dikke ondervloer schiet daar zo overheen, en dan draai je met een hogere aanvoertemperatuur voor hetzelfde comfort.
Verlijmd lamelparket geeft de beste warmteoverdracht, omdat er geen lucht tussen de vloer en de plaat zit. Reken dan wel op primeren van de gipsvezelplaat en een parketlijm die op deze ondergrond is vrijgegeven. Visgraat in multiplank kan hier gewoon op, mits de leverancier de vloer geschikt verklaart voor vloerverwarming en je het opstookprogramma aanhoudt. Hoe dat eerste opwarmen gaat, staat bij het opstookprotocol dat je voor een nieuwe vloer volgt.
| Eindvloer | Direct op de gefreesde plaat | Wat er nodig is |
|---|---|---|
| Verlijmd lamelparket of multiplank | Ja | Primeren en een parketlijm die voor gipsvezel is vrijgegeven |
| Zwevend gelegd hout van 13 mm of dikker | Ja | Dunne ondervloerfolie, let op de warmteweerstand |
| Laminaat van 8 mm of dikker | Meestal wel | Vlakke ondergrond, dampremmende folie |
| Klik-pvc en dun vinyl | Nee | Extra gipsvezelplaat van 10 tot 15 mm erover |
| Plak-pvc | Nee | Gladde plaat plus egaliseren en primeren |
| Keramische tegels | Ja, met voorbehoud | Ontkoppelingsmat, flexibele lijm en eerst opstoken |
| Tapijt | Ja | Alleen dun tapijt, anders komt de warmte er niet doorheen |
Leg nooit dun klik-pvc rechtstreeks op een gefreesde plaat. Het materiaal is te soepel om oneffenheden te overbruggen en volgt precies de lijn van de sleuven. Binnen een jaar zie je bij strijklicht het hele legpatroon van je vloerverwarming terug.
Aansluiten, inregelen en de eerste winter
Als de vloer dicht is, begint het deel dat over comfort gaat. Vul de installatie, ontlucht elke groep afzonderlijk en controleer de druk als de vloer koud is. Lucht in een groep is de meest voorkomende reden dat één kamer achterblijft; hoe je dat systematisch wegwerkt staat bij het ontluchten van de groepen aan de verdeler.
Regel daarna de groepen in op lengte. De korte groep in de hal krijgt anders net zo veel water als de lange groep in de woonkamer, en dan blijft die woonkamer koel terwijl de hal bloedheet is. Bij droogbouw voel je zo'n scheve verdeling sneller dan bij een dekvloer, omdat er nauwelijks massa is die het verschil uitmiddelt.
Die geringe massa is ook het karakter van deze vloer. Hij warmt snel op en koelt snel af, wat prettig werkt met een klokthermostaat maar minder met een warmtepomp die het liefst constant doordraait. Draait de vloerverwarming als enige verwarming, houd dan de aanvoertemperatuur laag en constant in plaats van elke avond een sprong te maken. Een pompschakelaar aan de verdeler voorkomt daarbij dat de pomp blijft draaien terwijl alle afsluiters dicht staan.
Wil je per kamer regelen, dan gaat dat met thermische afsluiters op de verdeler en een regeling per ruimte, bijvoorbeeld met zoneregeling via Honeywell evohome. Zet die regeling niet te scherp: een droogbouwvloer met veel aan- en uitschakelen geeft een onrustig gevoel onder je voeten.
Zet in de eerste winter een dun thermometertje op de vloer boven een buis en tussen twee buizen in. Zie je meer dan een graad of twee verschil, dan zit er ergens een luchtbel in de vulmassa of ligt de buis niet diep genoeg.
Zo leg je vloerverwarming in gipsvezelplaten
Deze volgorde geldt voor een woonkamer op een bestaande houten of betonnen vloer, met infrezen van buis van 14 mm.
-
Meet de hoogte en controleer de ondergrond
Meet hoeveel ruimte je hebt onder de deuren en bij de eerste traptrede, en trek daar de hele laagopbouw vanaf. Leg een rei van twee meter over de vloer en markeer alles wat meer dan een paar millimeter afwijkt. Wat nu hol ligt, kraakt straks onder een plaat die je niet meer los kunt maken.
-
Vlak de vloer uit en leg de dempende laag
Vlak de lage plekken bij met egalisatiekorrels of een egaliseermiddel en laat dat doorharden. Leg daarna de randstrook langs alle wanden en de dempende ondervloerplaat over het hele vlak. De randstrook laat je bewust te hoog staan; die snijd je pas af als de eindvloer erin ligt.
-
Leg de gipsvezelelementen en teken het patroon uit
Leg de elementen in halfsteens verband, lijm de sponningen en houd de naden strak tegen elkaar. Kruisnaden voorkom je door elke rij een halve plaat te laten verspringen. Teken daarna het volledige legpatroon op de platen uit, inclusief de keerbochten en de plekken waar geen buis mag lopen.
-
Frees de sleuven in twee gangen
Stel de frees in op ongeveer 17 mm einddiepte en frees eerst een gang van tien millimeter over de hele lijn. Ga daarna dezelfde lijn na op volle diepte. Werk met de stofzuiger aan de frees en zuig de sleuven daarna nog een keer uit, want stof in de sleuf gaat ten koste van de hechting.
-
Rol de buis uit en druk hem in de sleuf
Werk per groep vanaf de verdeler en rol de buis af vanaf een haspel in plaats van uit een liggende rol, anders draait er spanning in. Druk de buis met de handpalm op de bodem van de sleuf en zet hem om de meter vast met een klem. In de bochten controleer je of hij nergens omhoog wil komen.
-
Zet de groepen op druk en houd die druk erop
Sluit alle groepen aan op de verdeler, vul ze en breng ze op afpersdruk voordat je gaat smeren. Laat die druk staan tot en met het leggen van de eindvloer. Een beschadiging zie je dan meteen aan de manometer, in plaats van dat je maanden later een natte plek in je parket ontdekt.
-
Smeer de sleuven dicht en schuur vlak
Druk het vulmiddel eerst langs de buis de sleuf in, zodat er onder en naast de buis geen lucht achterblijft. Vul daarna tot iets boven vol en trek af met een spaan die op de plaat rust. Na uitharden schuur je de vloer vlak en zuig je hem stofvrij.
-
Stook op volgens protocol en leg dan pas de eindvloer
Warm de vloer stapsgewijs op volgens het protocol van de vloerleverancier voordat de eindvloer erop gaat, en laat hem daarna weer afkoelen. Zo weet je zeker dat het vulmiddel droog is en de vloer stabiel. Vloerafwerking op een vloer die nog moet opwarmen, is vragen om naden en kromme planken.
Storingzoeker
Kies het merk, vul de code in en zie wat er aan de hand is, wat je zelf kunt doen en wanneer je moet bellen. Bekijk alle gegevens
| Merk | Code | Wat er aan de hand is | Wat je zelf kunt doen | Bellen of niet |
|---|---|---|---|---|
| Intergas | 1 | De ketel wordt te warm, de aanvoertemperatuur loopt te hoog op | Controleer de waterdruk en ontlucht de radiatoren. Te weinig water of lucht in de installatie is de gewone oorzaak. | Blijft hij terugkomen: monteur |
| Intergas | 2 | Storing in de aanvoer- of retoursensor | Reset de ketel een keer. Herhaalt de code zich, dan is de sensor of de bedrading het probleem. | Monteur |
| Intergas | 3 | De maximaalthermostaat heeft ingegrepen | Controleer druk en doorstroming, ontlucht de installatie. | Blijft het: monteur |
| Intergas | 4 | Geen vlamsignaal, de ketel krijgt het vuur niet aan | Kijk of de gaskraan open staat en of andere gastoestellen het doen. Reset daarna een keer. | Doet gas het wel: monteur |
| Intergas | 5 | Slecht of wegvallend vlamsignaal | Reset een keer. Vaak vervuilde ionisatiepen of ontsteking. | Monteur |
| Intergas | 6 | Fout in de vlamdetectie | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 7 | Probleem met de rookgasafvoer of de uitlaatgassensor | Kijk of de afvoer buiten vrij is en niet verstopt zit door een vogelnest of blad. | Monteur, dit raakt de veiligheid |
| Intergas | 8 | Het ventilatortoerental klopt niet | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 10 tot en met 14 | Sensorfout of storing in de installatie, bijvoorbeeld een defecte stromingsschakelaar, draadbreuk of lucht in de installatie | Controleer de waterdruk en ontlucht grondig, van laag naar hoog. | Blijft het: monteur |
| Nefit | A01 | Geen vlam of vlam valt weg | Controleer of de gaskraan open staat en of de druk goed is, reset daarna een keer. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | C6 | De ventilator draait niet op het juiste toerental | Reset een keer. | Monteur |
| Nefit | D1 | Te weinig waterdruk in de installatie | Bijvullen tot de juiste druk voor jouw bouwhoogte, daarna ontluchten. | Zelf te doen |
| Nefit | EA | Vlam wordt niet waargenomen | Reset een keer. Kijk of andere gastoestellen werken. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | F0 of F7 | Interne storing in de besturing | Reset een keer, haal eventueel kort de stroom eraf. | Monteur |
| Remeha | Reset knop | Vergrendelde storing | Houd de resetknop ingedrukt tot het display reageert. Noteer eerst de code voordat je reset. | Afhankelijk van de code |
| Remeha | E00 | Aanvoersensor defect of niet aangesloten | Reset een keer. | Monteur |
| Remeha | E01 | Te weinig waterdruk of geen doorstroming | Bijvullen en ontluchten. | Zelf te doen |
| Remeha | E04 | Geen vlam bij het opstarten | Gaskraan controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.22 | Te weinig water in de ketel, droogkookbeveiliging | Bijvullen tot de juiste druk en ontluchten. | Zelf te doen |
| Vaillant | F.28 | Ontsteking mislukt bij het opstarten | Gastoevoer controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.75 | Drukverschil niet herkend, vaak de pomp of het expansievat | Controleer of de druk sterk schommelt bij het opstarten. | Monteur, meestal het expansievat |
| AWB | Vlamstoring | Geen ontsteking | Gaskraan open, druk controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Bosch vaatwasser | E15 | Water in de lekbak onderin, de vlotterbeveiliging staat aan | Kantel het apparaat voorzichtig naar achteren zodat het water uit de bak loopt, zet hem terug en start opnieuw. Zoek daarna waar het water vandaan kwam. | Blijft het terugkomen: monteur |
| Bosch vaatwasser | E24 of E25 | Water loopt niet weg, afvoer verstopt | Maak het zeef en de pompfilter schoon, controleer de afvoerslang op een knik en de sifonaansluiting op een dop die er nog in zit. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E22 | Filters verstopt | Zeven eruit en schoonmaken. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E09 | Verwarmingselement defect, water wordt niet warm | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Siemens vaatwasser | E15 | Water in de lekbak, vlotterbeveiliging actief | Zelfde aanpak als bij Bosch: voorzichtig kantelen, water eruit, terugzetten en opnieuw starten. | Blijft het: monteur |
| Siemens vaatwasser | E24 | Afvoer geblokkeerd | Zeven en pompfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| Siemens vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de startknop ongeveer drie tot vijf seconden ingedrukt tot het programma terugspringt, of haal de stekker er een minuut uit. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i20 of 20 | Afvoerprobleem, water loopt niet weg | Filters en pomp schoonmaken, afvoer controleren. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i30 of 30 | Water in de bodembak, lekkage gedetecteerd | Kantelen om het water eruit te laten en de oorzaak zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de programmaknop en de startknop samen enkele seconden ingedrukt. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F11 | Water loopt niet weg | Filters en afvoerpomp schoonmaken. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F70 | Vlotter of niveaubeveiliging | Controleer op lekkage onderin. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E18 of F18 | Water loopt niet weg | Pluizenzeef vooronder schoonmaken en de afvoerslang controleren. | Zelf te doen |
| Bosch wasmachine | F21 | Motorstoring, trommel draait niet | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E23 | Water in de lekbak | Machine kantelen om het water eruit te laten, daarna de lekkage zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG wasmachine | E20 | Afvoerprobleem | Pluizenfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| AEG wasmachine | E40 | Deur niet goed dicht | Deur opnieuw sluiten, controleer of er was tussen zit. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 1 keer | Reservoir warmt op of komt uit een stroomonderbreking | Wacht ongeveer tien minuten tot hij op temperatuur is. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 2 keer | Reservoir bereikt de temperatuur niet | Haal de stekker er een minuut uit en zet hem terug. Blijft het knipperen, dan is er meestal een onderdeel defect. | Blijft het: monteur |
| Quooker | Knippert 3 keer | Storing in de temperatuursensor | Een keer stroomloos maken. | Monteur |
| Quooker | Geen kokend water, wel gewoon water | Reservoir uit of niet op temperatuur | Controleer of de stekker in het stopcontact zit en of de groep niet is uitgevallen. | Zelf te doen |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de sleuven dichtsmeert
Uit de praktijk
Zestien millimeter buis dat er net niet in paste
In een woning uit 1902 lag al een nieuwe geïsoleerde renovatievloer met 18 mm osb erop, en boven die vloer was nog achtendertig millimeter beschikbaar voor het verwarmingssysteem. De wens was buis van 16 mm op tien centimeter hart-op-hart, in een slakkenhuispatroon, met een visgraat multiplank van 12 mm als eindvloer. Op papier leek een gipsvezelplaat van 25 mm daar ruimte genoeg voor.
Bij het narekenen viel dat tegen. Een sleuf voor 16 mm buis vraagt bijna twintig millimeter diepte, en dan blijft er onder de sleuf te weinig plaat over om de belasting van een woonkamervloer te dragen. Het compromis werd buis van 14 mm met kortere groepen, zodat de weerstand per groep binnen de perken bleef en een latere warmtepomp geen probleem hoeft te zijn. Dat kostte niets aan hoogte en haalde het risico van een brekende plaat eruit.
Twee gipsvezelplaten van 22 mm en de zoektocht naar de juiste vulmassa
Bij een verbouwing lag er deels beton en deels een stevige houten vloer, met daarop twee lagen gipsvezel en ingefreesde buis van 14 mm op tien centimeter hart-op-hart. De offertes noemden reparatiemortel, egaline, flexibele tegellijm en zelfs epoxyhars om de sleuven mee te vullen, met prijsverschillen die opliepen tot een paar honderd euro voor dezelfde vloer.
Wat er uiteindelijk in ging was gewoon voegengips van dezelfde fabrikant als de platen. Dat bleek goedkoop, prettig te verwerken en na uitharding eenvoudig weg te schuren op de plekken waar te veel was gesmeerd. Onder de platen kwam een groene ondervloerplaat van vijf millimeter, die het contactgeluid merkbaar dempte zonder dat de vloer ging veren. Het verschil tussen de duurste en de gekozen oplossing zat vooral in de rekening, niet in het resultaat.
Laminaat dat als een spons aanvoelde
Op een deels houten en deels betonnen vloer lag een droogbouwsysteem met aluminium profielen op polystyreenplaten van 30 mm, met buis van 10 mm. De laminaatvloer ging volgens de leverancier zo over de profielen heen. Bij elke stap bewoog de vloer zichtbaar, het laminaat voelde sponzig en na een tijd gingen de klikverbindingen uit elkaar.
De aluminium profielen staken net iets boven het vlak uit en drukten het laminaat omhoog, waardoor het nergens gelijkmatig steunde. De vloer moest er weer uit. Daarna is eerst een laag egaline aangebracht om de naden en holtes te vullen, met daarover een dunne afwerklaag, en pas toen kon het laminaat er weer op. De warmteafgifte was overigens nooit het probleem geweest, alleen de vlakheid.
Een bovenwoning waar de hoogte gewoon opraakte
Voor de woonkamer van een bovenwoning was vijftig millimeter opbouwhoogte beschikbaar, met vloerverwarming als enige verwarming en klik-pvc als eindvloer. De houten ondervloer was niet vlak genoeg, dus daar ging al een centimeter aan egalisatiekorrels vanaf. Wat overbleef was veertig millimeter voor het systeem, de vulling en de vloer.
Met gipsvezel, een dempende laag en klik-pvc paste dat precies, tot bleek dat dun klik-pvc een extra gladde plaat nodig heeft en dat er dus nergens ruimte meer was. Daar kwam bij dat een droogbouwvloer zonder massa bij grote raampartijen lastig tegen koudeval op kan. De oplossing werd een dichter legpatroon in de raamstrook, en het accepteren dat er bij strenge vorst een extra warmtebron nodig blijft.
Veelgemaakte fouten
Buis van 16 mm in een plaat van 25 mm frezen
Er blijft dan minder dan zes millimeter plaat onder de sleuf over, en met sleuven om de tien centimeter is de strook ertussen te smal om iets te dragen. Onder een zware kast of tijdens de verbouwing zelf breekt de plaat, en dan ligt er een legpuzzel onder je eindvloer.
De sleuf net zo breed frezen als de buis
Het lijkt netjes en de buis zit strak, maar er kan geen vulmassa meer om de buis heen. Precies dat laagje zorgt voor het warmtecontact met de plaat. Frees daarom twee millimeter ruimer dan de buisdiameter.
Vullen zonder de onderkant van de sleuf dicht te krijgen
Wie de massa alleen over de sleuf heen trekt, laat lucht onder en naast de buis staan. Die lucht isoleert, waardoor er koude banen in de vloer ontstaan die je met inregelen nooit meer weg krijgt. Druk het middel eerst langs de buis naar beneden en vul daarna pas af.
Twee groepen achter één aansluiting van de verdeler hangen
Bij dunne buis is de verleiding groot om twee korte groepen met een splitter samen te voegen, zodat je een kleinere verdeler kunt nemen. Je kunt die twee groepen daarna niet meer los inregelen, en het water zoekt de kortste weg. Geef elke groep zijn eigen aansluiting met een flowmeter.
Elementen op een vloer leggen die niet vlak is
Een gipsvezelelement overbrugt geen hobbels. Waar het hol ligt, buigt het bij elke stap door en op den duur scheurt het langs de naad. Uitvlakken kost een dag en je krijgt hem nooit meer terug als de vloer eenmaal dicht is.
De randstrook overslaan of te vroeg afsnijden
De vloer zet uit als hij warm wordt, en zonder ruimte langs de wand duwt hij zichzelf krom of laat hij een kraakgeluid horen bij elke temperatuurwisseling. Snijd de strook pas af als de eindvloer ligt, anders zakt hij weg in de naad.
Meteen vol opstoken na het dichtsmeren
De vulmassa moet eerst uitharden en drogen, en een houten eindvloer wil geleidelijk wennen. Wie de thermostaat direct op vijfentwintig graden zet, krijgt krimpscheuren in de vulling en naden in de vloer. Volg het opstookschema van de vloerleverancier en houd het bij.
Dun klik-pvc rechtstreeks op de gefreesde plaat leggen
Dun pvc volgt elke oneffenheid van de ondergrond. De sleuven tekenen zich af zodra er wat licht op valt, en op de plekken waar de vulmassa iets is ingezakt zie je precies het legpatroon terug. Leg er eerst een gladde plaat van 10 tot 15 mm overheen.
Veelgestelde vragen
Kun je 16mm buis in Fermacell vloerverwarming frezen?
De fabrikant geeft infrezen vrij tot buis van 14 mm en niet verder. Voor 16 mm buis heb je een sleuf van bijna twintig millimeter nodig, en in een plaat van 25 mm blijft daar onvoldoende materiaal onder over. Bij tien centimeter hart-op-hart is de strook tussen de sleuven dan te smal om de belasting van een woonvloer te dragen. Wil je per se 16 mm buis, kies dan een droogbouwsysteem met aluminium warmtegeleiders dat daar wel voor gemaakt is.
Waarmee kun je de sleuven van Fermacell vloerverwarming dichtsmeren?
Voegengips van dezelfde fabrikant als de platen is de goedkoopste en prettigst verwerkbare optie, en het laat zich na uitharding makkelijk vlakschuren. Reparatiemortel, flexibele tegellijm en epoxyhars werken ook, maar zijn duurder of vragen sneller werken. Wat je kiest is minder belangrijk dan de manier waarop je vult: het middel moet volledig om de buis heen komen, want een luchtbel onder de buis geeft een koude baan in de vloer.
Hoe diep moet je vloerverwarming infrezen in Fermacell?
Voor buis van 14 mm frees je ongeveer zeventien millimeter diep in een plaat van 25 mm, zodat de buis onder het oppervlak blijft en er nog een laagje vulmassa overheen kan. Onder de sleuf blijft dan ongeveer acht millimeter plaat over. Frees in twee gangen in plaats van in één keer: dat geeft strakkere sleufranden en de frees loopt minder zwaar.
Welke plaatdikte heb je minimaal nodig voor droogbouw vloerverwarming met Fermacell?
Voor buis van 14 mm kom je uit op vijfentwintig millimeter totale plaatdikte. Dat haal je met een vloerelement van die dikte of met twee lagen platen die je op elkaar verlijmt. Ga je in een dunnere plaat frezen, dan freest de bovenfrees er op de eerste hobbel doorheen en houd je losse stukken over. Bij buis van 12 mm kun je met twintig millimeter uit, al levert die dunne buis zoveel weerstand op dat je heel korte groepen moet aanhouden.
Wat zijn de ervaringen met Fermacell vloerverwarming in de praktijk?
De vloer zelf bevalt bijna altijd: stevig, geen inzakken onder meubels, en snel op temperatuur doordat er weinig massa in zit. De klachten gaan over drie dingen. Het freeswerk kost meer tijd en geeft veel meer stof dan mensen verwachten, de warmteafgifte ligt lager dan bij een systeem met aluminium geleiders, en bij grote raampartijen blijft het bij vorst kouder dan gehoopt. Wie hart-op-hart tien centimeter aanhoudt en langs de ramen dichter legt, heeft daar het minste last van.
Moet er iets tussen de gipsvezelplaten en de ondervloer?
Ja, en dat is niet alleen tegen kraken. Een dempende ondervloerplaat van ongeveer vijf millimeter neemt contactgeluid weg en vangt de beweging op tussen ondergronden die verschillend werken, bijvoorbeeld waar beton overgaat in hout. Kies een gebonden plaat die niet wegveert, want een zachte laag onder een stijve plaat geeft juist beweging. Langs alle wanden komt daarnaast een randstrook, zodat de vloer kan uitzetten als hij warm wordt.
Kun je pvc of laminaat direct op de gefreesde platen leggen?
Laminaat van acht millimeter of dikker kan er meestal rechtstreeks op, met een dampremmende folie ertussen. Dun klik-pvc en vinyl niet: die volgen elke oneffenheid en tekenen na verloop van tijd het hele legpatroon van de sleuven af. Leg daar eerst een gladde gipsvezelplaat van tien tot vijftien millimeter overheen, en tel die hoogte dus mee in je totale opbouw.
Is een gefreesde gipsvezelvloer geschikt voor een warmtepomp?
Het kan, maar het vraagt discipline in het ontwerp. Een warmtepomp draait het liefst op een lage aanvoertemperatuur, en juist daar is dit systeem in het nadeel omdat de plaat de warmte slecht zijwaarts verdeelt. Houd hart-op-hart op tien centimeter, kies buis van 14 mm in plaats van dunner, en houd de groepen kort genoeg om de weerstand beperkt te houden. Laat de warmteafgifte per ruimte doorrekenen voordat je de radiatoren weghaalt.
Hoe lang mag een groep zijn bij buis van 14 mm?
Als vuistregel houden wij veertig tot zestig meter aan per groep bij buis van 14 mm, tegenover zestig tot tachtig meter bij 16 mm. De exacte grens hangt af van de pomp, de verdeler en het gewenste debiet, dus laat het narekenen als de vloerverwarming je enige verwarming wordt. Beter iets meer groepen op een grotere verdeler dan één lange groep die je nooit warm krijgt.
Kun je dit systeem ook in de badkamer gebruiken?
Dat kan, mits je de vloer waterdicht afwerkt voordat de tegels erop gaan. Gipsvezel verdraagt incidenteel vocht, maar staand water onder een tegelvloer is iets anders. Werk met een vloeibare afdichting over de hele plaat, kimbanden in de hoeken en flexibele tegellijm. Wat er verder bij komt kijken staat bij vloerverwarming in de badkamer.
Wordt het warm genoeg zonder radiatoren?
In een goed geïsoleerde woning met tien centimeter hart-op-hart en een niet te isolerende vloerafwerking lukt dat prima. In een oudere woning met enkel of oud dubbel glas en grote raampartijen loop je tegen koudeval aan: de vloer levert dan wel warmte, maar de koude luchtstroom langs het glas voel je. Leg in de raamstrook dichter, of houd één radiator achter de hand. Laat de warmtevraag per ruimte berekenen voordat je de radiatoren afkoppelt.
Wat doe je als één kamer koud blijft na het opstoken?
Begin bij lucht en bij de verdeling. Ontlucht de betreffende groep apart en kijk daarna of de flowmeter van die groep werkelijk beweegt. Blijft het verschil bestaan, regel dan in op groepslengte in plaats van op gevoel. Geeft de ketel of de warmtepomp zelf een foutcode, zoek die dan eerst op in onze zoekhulp voor storingscodes voordat je aan de vloer gaat sleutelen.
Wanneer je beter een vakman belt
Het leggen, frezen en dichtsmeren kun je met geduld zelf doen. Er zijn drie momenten waarop wij liever iemand erbij halen.
Het eerste is de constructie. Vijfentwintig millimeter gipsvezel plus vulmassa en eindvloer brengt al gauw veertig kilo per vierkante meter op een houten balklaag. Bij een oude vloer met een flinke overspanning laat je een constructeur meekijken voordat je platen bestelt, want een doorbuigende vloer krijg je achteraf niet meer recht.
Het tweede is het aansluiten van de verdeler op de warmtebron. Werk aan een cv-installatie met water kun je zelf doen, maar alles wat aan een gasgestookte ketel zit hoort bij een erkende installateur. Datzelfde geldt voor het aansluiten en inregelen van een warmtepomp, waar de instellingen bepalen of het systeem gaat werken zoals bedoeld.
Het derde is de warmteberekening. Wil je de radiatoren eruit en de vloerverwarming als enige verwarming, laat dan per ruimte doorrekenen wat er nodig is voordat je begint. Meer over de rest van je installatie staat bij verwarming en cv in huis.