Een stellingkast van de Gamma kiezen, opbouwen en beladen
Een stellingkast koop je op draagvermogen en op maat, niet op prijs. Bij de Gamma staan grofweg drie families in het schap: een kunststof klikkast voor lichte spullen, een stalen insteekkast met spaanplaat legborden voor garage en schuur, en een zwaarder rek met stalen of dikke houten schappen. De opgave op de doos geldt per legbord bij gelijkmatig verdeelde last, dus een accu of een zak cement midden op een plank is een heel ander verhaal. Zet de kast waterpas op een vlakke vloer, veranker hem aan de muur zodra hij hoger is dan ongeveer anderhalve meter, en laad van zwaar onderin naar licht bovenin.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Rubberen hamer
- Waterpas van 60 cm
- Rolmaat en potlood
- Boormachine met steenboor, met of zonder klopstand afhankelijk van de muur
- Accuschroevendraaier
- Steeksleutel of dopsleutel in de maat van de bijgeleverde bouten
- Werkhandschoenen tegen de snijranden van verzinkt staal
- Stofzuiger voor het boorstof
Materiaal
- De kast zelf, compleet met alle legborden en clips
- Muurbeugel of kantelbeveiliging
- Pluggen en schroeven die bij jouw muursoort horen
- Kunststof stelvoetjes of vulplaatjes voor een scheve vloer
- Afplaktape om boorpunten te markeren
- Eventueel een houten lat als verstijving onder een doorbuigend legbord
Welke stellingkast past bij wat je erop zet
De vraag is niet welke stellingkast het mooist is, maar wat er straks op komt te staan. Vier verfblikken en wat schoonmaakspullen vragen een heel andere kast dan een set winterbanden en twee zakken cement. Begin dus bij je spullen en zoek daar de kast bij. Een stellingkast is uiteindelijk gewoon hulpmateriaal voor opslag en klussen, en hulpmateriaal kies je op wat het moet dragen.
In de bouwmarkt vind je grofweg drie families. De kunststof klikkast zet je zonder gereedschap in elkaar en is bedoeld voor lichte spullen binnen. De stalen insteekkast met spaanplaat legborden is het werkpaard voor garage en schuur. Daarboven zit een categorie met zwaardere profielen en schappen van plaatstaal, mdf of multiplex, bedoeld voor gereedschap en bouwmateriaal.
Je herkent een lichte kast aan drie dingen: dunne staanders, legborden van geperst spaanplaat van een centimeter of minder, en het ontbreken van kruisverbanden op de achterkant. Pak in de winkel een uitgestalde kast bij de bovenste hoek en duw er zijwaarts tegen. Wiebelt hij duidelijk, dan gaat hij dat beladen ook doen.
| Soort kast | Waar hij voor bedoeld is | Waaraan je hem herkent | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| Kunststof klikkast | Lichte opslag binnen, schoonmaakmiddelen, kleine dozen | Grijs of zwart kunststof, klikt zonder gereedschap in elkaar | Draagt weinig, wordt bros bij vorst en zakt door onder langdurige last |
| Stalen insteekkast met spaanplaat legborden | Garage, schuur, kelder, gemengde opslag | Verzinkte hoekprofielen met sleuven, planken van geperst spaanplaat | De planken buigen door bij een overspanning van 90 cm of meer, en spaanplaat verdraagt geen vocht |
| Stalen rek met legborden van plaatstaal | Zwaar gereedschap, bouwmateriaal, autobanden | Dikkere profielen, geprofileerde stalen schappen met opstaande randen | Zwaarder in aanschaf, maar buigt niet door en heeft geen last van vocht |
| Rek met schappen van mdf of multiplex | Werkbankachtige opslag, machines, dozen met ijzerwaren | Dikke plaat van 15 mm of meer, vaak met een bouten- in plaats van insteeksysteem | Mdf zuigt water op langs de kopse kant en zwelt, dus niet in een natte schuur |
| Wandrail met verstelbare dragers | Smalle ruimte waar geen vrijstaande kast past | Verticale rails aan de muur met consoles die je verhangt | Alle last komt op de muur, dus de muursoort en de plug bepalen wat er kan |
| Zelfbouwstelling van vurenhout | Maatwerk in een nis, onder een trap of tegen een schuine kap | Regels van ongeveer 45 bij 70 mm met planken erop | Kost een middag extra, maar levert de enige kast die precies past |
Neem de maten van je grootste opbergbox mee naar de winkel, inclusief het deksel. Een kast waar je boxen net niet in passen is een kast die je twee jaar lang blijft ergeren.
Draagvermogen: wat de opgave op de doos wel en niet zegt
Op de verpakking van een stellingkast staat een getal in kilo's. Dat getal geldt vrijwel altijd per legbord en bij een gelijkmatig verdeelde last, dus met het gewicht netjes over de hele plank uitgesmeerd. Wat er precies voor jouw kast geldt, staat op de doos of in het montageblad, want tussen een kunststof klikkast en een stalen rek zit een factor tien verschil.
De praktijk ziet er anders uit dan die aanname. Een accuboormachine in een koffer staat op twintig bij veertig centimeter en drukt dus op één plek. Zo'n puntlast midden op een spaanplaat legbord doet meer dan hetzelfde gewicht verdeeld over de hele breedte, en het midden is precies de zwakste plek van een plank.
Spaanplaat en mdf hebben nog een eigenschap die je pas na maanden ziet: kruip. Onder een constante last zakt de plaat langzaam door en die doorbuiging veert er niet meer uit, ook niet als je de plank leeghaalt. Wil je dat voorkomen, verklein dan de overspanning met een extra staander in het midden, of lijm en schroef een houten lat op zijn kant onder de voorrand.
| Wat je erop zet | Ruw gewicht | Wat dat voor de plank betekent |
|---|---|---|
| Emmer van 10 liter, vol water | 10 kg | Water weegt een kilo per liter, dus vloeistoffen kun je zelf narekenen |
| Zak cement of stucmortel | 25 kg | Twee zakken naast elkaar zitten al aan de opgave van een licht legbord |
| Blik muurverf van 10 liter | 12 tot 14 kg | Vier blikken op een plank is normaal, acht blikken is dat niet |
| Verhuisdoos met boeken | 20 tot 30 kg | Klein volume, hoog gewicht, en daardoor bijna altijd onderschat |
| Personenautoband zonder velg | 8 tot 12 kg | Een set van vier haalt ongeveer 40 kg, met velg loopt dat naar het dubbele |
| Gereedschapskoffer met accugereedschap | 5 tot 10 kg | Puntlast op een klein vlak, dus zet hem bij voorkeur boven een staander |
| Kist met schroeven, beslag en gereedschap | 10 tot 20 kg | IJzerwaren tellen sneller op dan de omvang van de kist doet vermoeden |
| Jerrycan van 20 liter, gevuld | 16 tot 20 kg | Hoort op het onderste legbord, en brandstof hoort niet in een gesloten ruimte |
Het totale draagvermogen is niet vijf keer de opgave per plank. De staanders en de verbindingen bepalen wat de kast als geheel aankan, en dat is minder dan de som van de legborden. Staat er een getal voor de hele kast op de doos, houd dan dat getal aan.
Maten kiezen die in de ruimte en om je spullen passen
De gangbare stellingkasten zijn ongeveer 180 of 200 cm hoog, 75 tot 100 cm breed en 30 tot 50 cm diep. Bij een sleufsysteem kun je de legborden om de paar centimeter verhangen, wat betekent dat de indeling die je bij de opbouw kiest niet definitief is. Een kast van 200 cm past niet overal: meet de vrije hoogte onder een dakhelling, onder de rails van een kanteldeur of onder een verlaagd plafond voordat je hem koopt.
Diepte is de maat waar mensen zich het vaakst op verkijken. Een kast van 50 cm diep slokt in een smalle garage net de ruimte op die je nodig hebt om het portier open te krijgen. Meet dus de wand, en meet ook wat er langs de kast moet passen.
Bij de hoogte tussen de planken werkt het omgekeerd: die bepaal je aan de hand van je spullen, niet aan de hand van een mooie verdeling. Vijf gelijke vakken ogen rustig, maar leveren vaak een kast waar de emmers net niet in staan.
| Wat je opbergt | Vrije hoogte tussen de planken | Plankdiepte die werkt | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Verfblikken, kitkokers en spuitbussen | 30 cm | 30 cm | Meet je hoogste blik, en leg kitkokers liggend in een bak zodat ze niet omvallen |
| Opbergboxen van 40 tot 50 liter | 40 cm | 40 cm | Meet inclusief deksel en handgrepen, die steken bijna altijd uit |
| Gereedschapskoffers | 25 tot 30 cm | 40 cm | Koffers zijn dieper dan ze lijken en steken op 30 cm diepte uit |
| Kratten en klapkratten | 35 cm | 40 cm | Een gestapeld krat wil je nog kunnen optillen zonder de plank te raken |
| Archiefdozen en seizoensspullen | 40 cm | 50 cm | Deze mogen naar boven, want ze zijn licht en je pakt ze zelden |
| Emmers van 10 liter, twee gestapeld | 45 cm | 40 cm | Gestapelde emmers klemmen, dus houd ruimte om ze los te wrikken |
| Klein handgereedschap in sorteerbakjes | 20 cm | 30 cm | Lage vakken op ooghoogte zijn hier het handigst |
| Autobanden, liggend en twee hoog | 50 cm | 50 cm | Een personenband meet ongeveer 63 cm en steekt dus altijd uit, houd het looppad vrij |
De kast haaks en zonder schade in elkaar zetten
Een stellingkast met insteekprofielen bouw je het makkelijkst per zijkant: twee staanders plat op de vloer, de dwarsbalken erin, en die twee zijframes zet je daarna rechtop tegen elkaar. Op de vloer werken gaat in je eentje sneller en preciezer dan een frame rechtop proberen te houden.
Sla de clips en profielen aan met een rubberen hamer en niet met een stalen. Een stalen hamer beschadigt de zinklaag, en op elke plek waar die laag stuk is begint het staal in een vochtige schuur binnen een seizoen te roesten. Een rubberen hamer, een waterpas en een rolmaat horen bij het gereedschap dat bij vrijwel elke klus op tafel komt.
Controleer of de kast haaks staat door de twee diagonalen van de achterkant te meten. Zijn die gelijk, dan staat het frame haaks en klemmen de legborden vanzelf. Wijken ze af, dan duw je de kast met de hand in het gelid en zet je hem vast met de achterschoren of het kruisverband voordat je verder gaat.
Draai bouten pas helemaal aan als alle onderdelen zitten. Een frame dat je van onder naar boven strak zet, laat zich bovenin niet meer passend krijgen, en dan ga je gaten oprekken.
Wat een garagevloer, vocht en vorst met de kast doen
Een garagevloer ligt zelden waterpas, want hij loopt bewust af naar de deur zodat regenwater van de auto wegloopt. Zet je daar een stellingkast van twee meter neer, dan staat de bovenkant al gauw een centimeter of meer uit het lood en rust hij op drie van de vier voeten. Vul de korte voet op met kunststof stelvoetjes of een stukje hardhout, en controleer met de waterpas op de staander en niet op een legbord.
Vocht komt in een schuur van twee kanten. Van onderaf trekt het door de betonvloer in de kopse kant van een spaanplaat legbord, dat daarna opzwelt en zijn sterkte kwijt is. Van bovenaf slaat condens neer op koud staal. Houd de onderste plank daarom minstens een paar centimeter vrij van de vloer en zet de kast niet strak tegen een koude buitenmuur, zodat er lucht langs kan.
En dan is er de kou. Kunststof kasten worden onder het vriespunt merkbaar brozer, en een klik die in de zomer soepel gaat kan in januari afbreken. Meestoken van een garage is zelden de oplossing, want dat tikt hard door in je verbruik: hoeveel kuub gas een huishouden per dag verstookt geeft daar een goed beeld van.
Zet een stalen kast op een vochtige betonvloer niet direct op het beton, maar op de meegeleverde kunststof voetdoppen. Blank staal in een plasje smeltwater van een auto roest binnen één winter zichtbaar door.
De kast vastzetten aan de muur, en welke plug daarbij hoort
Een hoge, smalle stellingkast kantelt niet uit zichzelf, maar wel zodra iemand aan een bovenste plank hangt of een zware doos naar zich toe trekt. Bij een kast hoger dan ongeveer anderhalve meter is verankeren daarom de normale werkwijze, en met kinderen in huis twijfelen we er niet over. Zet de kast op twee punten vast, zo hoog mogelijk en altijd aan de staanders, niet aan een legbord.
Welke plug je nodig hebt, bepaalt de muur en niet de kast. De kleur van het boorstof verraadt waar je in zit: grijs en fijn wijst op beton, wit en zanderig op kalkzandsteen, rood op baksteen en wit poeder op gipsplaat. Markeer de boorpunten met een stukje afplaktape, dan loopt de boor minder snel weg en vang je het stof op. Welke rol daarvoor het handigst is, blijkt uit wat goedkope tape uit de Action wel en niet houdt.
Boor in baksteen altijd in de steen en niet in de voeg, want de voeg is zachter en een plug krijgt daar nooit de grip die hij nodig heeft. In kalkzandsteen en gasbeton zet je de klopstand uit: het gat wordt anders te ruim en de plug draait mee zodra je de schroef aanhaalt.
| Muursoort | Zo herken je hem | Plug die past | Boor en maat |
|---|---|---|---|
| Beton | Grijs, keihard, boorstof is grijs en fijn, de boor loopt zwaar | Nylon plug, bij zwaar werk een keilbout | Steenboor met hamerfunctie, 6, 8 of 10 mm |
| Kalkzandsteen | Lichtgrijs tot wit, glad breukvlak, boorstof is wit en zanderig | Nylon plug | Steenboor zonder hamerfunctie, 6 of 8 mm |
| Baksteen | Rood tot bruin, boorstof is rood, de steen is harder dan de voeg | Nylon plug, altijd in de steen | Steenboor met hamerfunctie, 6 of 8 mm |
| Gipsplaat | Klinkt hol, de boor zakt weg als in boter, boorstof is wit poeder | Hollewandplug met vleugels, tuimelplug of gipsplaatanker | Hout- of steenboor, maat volgens de plug |
| Gasbeton | Lichtgrijs, opvallend licht van gewicht, kruimelt makkelijk | Speciale gasbetonplug of een lange schroef zonder plug | Houtboor, geen hamerfunctie, de plug bepaalt de maat |
| Holle steen | Klinkt hol en de boor zakt ineens door in de holte | Hollewandplug of chemisch anker met zeefhuls | Steenboor zonder hamerfunctie, zodat de wand niet uitbreekt |
| Hout, bijvoorbeeld een houten schuurwand | Boorstof is krullend | Geen plug nodig, een houtschroef in het hart van de regel volstaat | Houtboor, voorboren op ongeveer 70 procent van de kerndiameter |
Boor niet blind in een muur waar leidingen kunnen lopen. Boven een aanrecht, naast een schakelaar of onder een stopcontact loopt vaak een leiding recht omhoog of horizontaal weg. Meet die zone eerst af met een leidingzoeker of verschuif de beugel een handbreedte.
Slim beladen zodat de kast blijft staan
Zwaar hoort onderin en licht hoort bovenin. Dat scheelt in je rug, maar het gaat vooral om stabiliteit: alle massa die hoog zit, vergroot het moment waarmee de kast om zijn voorste voeten kan kantelen. Een stellingkast met twee zakken cement op de bovenste plank is instabiel, ook als hij het gewicht met gemak draagt.
Binnen een plank verdeel je de last liefst richting de staanders in plaats van precies in het midden. De doorbuiging is midden op de overspanning het grootst, dus daar zet je bij voorkeur de lichte spullen neer. Bij een brede kast is een extra middensteun de simpelste manier om die overspanning te halveren.
Reserveer de hoogte tussen ongeveer honderd en honderdvijftig centimeter voor wat je wekelijks pakt. Alles wat je twee keer per jaar nodig hebt, kan naar de bovenste plank. Wat je alleen met twee handen kunt tillen, hoort op de onderste of op de tweede plank, zodat je niet met een zware doos boven je hoofd staat te manoeuvreren.
Stapel niets los bovenop de kast. De bovenrand heeft geen opstaande kant, en een doos die daar afglijdt valt vanaf twee meter naar beneden.
Zelf bouwen of een kant-en-klare kast kopen
Een kant-en-klare stellingkast is bijna altijd goedkoper en sneller dan zelf timmeren. Zelf bouwen wint pas als de ruimte raar is: een nis van tachtig centimeter, een schuine kap in de schuur, of de driehoek onder een trap. Daar past geen kast van honderd breed, en dan verlies je met een standaardmaat meer ruimte dan je wint.
Bouw je zelf, houd dan de overspanning kort. Een vurenhouten plank van 18 mm draagt over zestig tot zeventig centimeter prima wat gereedschap, maar over een meter zakt hij onder blijvende last door. Zet dus liever een staander extra dan een plank dikker, of leg een lat op zijn kant onder de voorrand als verstijving.
Teken de kast eerst uit met de werkelijke maten van de ruimte, inclusief plint, vensterbank en de zwaai van de deur. Hoe je een bouwtekening met maten maakt beschrijven we apart, en die tekening bepaalt meteen je zaaglijst. Meet daarbij de ruimte op drie hoogtes op, want oude muren staan zelden loodrecht.
Zo zet je een stellingkast op
Deze volgorde geldt voor een stalen insteekkast met vijf legborden en werkt met kleine aanpassingen ook voor een kast met bouten.
-
Meet de plek op en kies de maat
Meet de vrije hoogte, de breedte en de ruimte die je voor de kast nodig hebt om te kunnen lopen. Let op een aflopende vloer, een dakhelling en de rails van een kanteldeur. Zo voorkom je dat een kast van twee meter thuis niet rechtop te zetten is.
-
Pak alles uit en tel de onderdelen na
Leg de staanders, de dwarsprofielen, de clips en de legborden gesorteerd op de vloer. Tel ze na aan de hand van de onderdelenlijst voordat je begint. Een ontbrekende clip merk je liever nu dan wanneer het frame half staat.
-
Zet de twee zijframes plat op de vloer in elkaar
Leg twee staanders naast elkaar en steek de korte dwarsprofielen erin op de hoogtes die je hebt uitgekozen. Sla ze aan met een rubberen hamer. Op de vloer werken is preciezer en veiliger dan in je eentje een frame rechtop houden.
-
Bepaal de plankhoogtes voordat je verder bouwt
Leg je hoogste opbergbox, verfblik of emmer erbij en stel de vakhoogtes daarop af. Verhangen kan later nog, maar dan moet de plank wel leeg. Vijf gelijke vakken staan netjes en zijn zelden de indeling die je spullen vragen.
-
Zet de frames rechtop en verbind ze
Zet beide zijframes overeind, koppel ze met de lange dwarsprofielen en breng het kruisverband of de achterschoor aan. Meet daarna de twee diagonalen van de achterkant. Zijn die gelijk, dan staat de kast haaks en vallen de legborden vanzelf op hun plek.
-
Stel de kast waterpas en vul de voeten op
Zet de waterpas tegen een staander, in beide richtingen. Vul de korte voet op met een stelvoetje of een stukje hardhout tot alle vier de voeten dragen. Een kast op drie voeten wringt in het frame en de legborden gaan dan rammelen.
-
Veranker de kast aan de muur
Schroef de beugel zo hoog mogelijk aan de staander vast, boor met de plug die bij jouw muursoort hoort en zet twee punten vast. Draai bouten en schroeven nu pas helemaal aan. Werk je op een trapje bij een kast van twee meter, zet die dan eerst stabiel neer en laat iemand meekijken.
-
Laad van zwaar onderin naar licht bovenin
Zet het zware spul op de onderste twee planken, wat je vaak nodig hebt op ooghoogte en de lichte seizoensdozen bovenin. Verdeel het gewicht over de breedte in plaats van het op één plek te concentreren. Controleer na het beladen nog een keer of de kast waterpas staat.
Voordat je de kast beladen in gebruik neemt
Veelgemaakte fouten
De opgave op de doos lezen als het gewicht per stapel
Wat hier misgaat: het getal geldt per legbord bij verdeelde last, niet als losse bonus per voorwerp en niet als totaal voor de hele kast. Twee zakken cement van 25 kg naast elkaar zitten bij een lichte kast al aan de grens. Reken uit wat je erop zet in plaats van te schatten.
Zwaar spul op de bovenste plank zetten
Massa die hoog zit vergroot het kantelmoment. De plank draagt het gewicht misschien probleemloos, maar de kast wordt topzwaar en kiept om zodra iemand er zijwaarts tegenaan duwt of een doos naar zich toe trekt. Zwaar hoort onderin, ook als het bukken minder prettig is.
De kast niet aan de muur vastzetten
Een smalle kast van twee meter heeft een standvlak van nog geen halve meter diep. Een kind dat aan een plank hangt of een lade die je te ver uittrekt, verplaatst het zwaartepunt buiten dat vlak en dan kantelt hij. Twee schroeven en een beugel zijn tien minuten werk.
Met een stalen hamer op verzinkte profielen slaan
Elke deuk waar de zinklaag stuk gaat, is een startpunt voor roest. In een schuur met condens zie je daar binnen een seizoen bruine strepen ontstaan die van boven naar beneden doorlopen. Een rubberen hamer doet hetzelfde werk zonder die schade.
Alles aandraaien voordat de kast compleet is
Een frame dat je van onderaf strak zet, laat bovenin geen millimeter speling meer over. Het laatste profiel past dan net niet, en dan gaat er iemand met kracht duwen of gaten oprekken. Draai pas aan als elk onderdeel op zijn plaats zit en de kast haaks staat.
Spaanplaat legborden in een vochtige ruimte gebruiken
Geperst spaanplaat zuigt water op langs de onafgewerkte kopse kanten. De plaat zwelt, de lijmverbinding tussen de spanen verzwakt en de plank draagt daarna een fractie van wat er op de doos stond. In een natte schuur of kelder zijn stalen legborden de verstandiger keuze.
De kast op een aflopende garagevloer waterpas noemen omdat hij niet wiebelt
Een kast kan stevig staan en toch uit het lood hangen. Bij twee meter hoogte betekent een scheefstand van een halve centimeter aan de voet al een paar centimeter bovenaan, en dat zwaartepunt schuift naar de voorrand. Meet met de waterpas op de staander in beide richtingen.
Veelgestelde vragen
Waar moet ik op letten bij een stellingkast van de Gamma?
Kijk eerst naar het draagvermogen per legbord en naar het materiaal van de planken, en pas daarna naar de prijs. Spaanplaat is prima voor een droge garage met gemengde opslag, stalen legborden zijn de betere keuze bij vocht en zware last. Controleer verder of de kast een kruisverband of achterschoor heeft, want dat bepaalt hoeveel hij zijwaarts wiebelt. Neem daarbij de maat van je grootste opbergbox mee naar de winkel, inclusief deksel.
Hoeveel kilo kan een stellingkast dragen?
Dat verschilt sterk per uitvoering en staat op de doos of in het montageblad. Tussen een lichte kunststof klikkast en een zwaar stalen rek zit gemakkelijk een factor tien. De opgave geldt per legbord bij een gelijkmatig verdeelde last, dus een puntlast midden op de plank telt zwaarder dan hetzelfde gewicht uitgesmeerd over de hele breedte. Het totaal voor de hele kast is minder dan de opgave per plank maal het aantal planken.
Moet je een stellingkast aan de muur vastzetten?
Bij een kast hoger dan ongeveer anderhalve meter is dat de normale werkwijze, en met kinderen in huis doen we het altijd. Een hoge kast heeft een smal standvlak, en zodra het zwaartepunt daarbuiten komt kantelt hij. Zet hem op twee punten vast, zo hoog mogelijk en aan de staanders in plaats van aan een legbord. Fabrikanten leveren daar vaak een beugel bij; zit die er niet bij, dan volstaat een stevige hoeklijn.
Welke maten stellingkast zijn er?
De gangbare hoogtes zijn 180 en 200 cm, de breedtes lopen van 75 tot 100 cm en de dieptes van 30 tot 50 cm. Diepte is de maat waar mensen zich het vaakst op verkijken: een kast van 50 cm diep neemt in een smalle garage net de ruimte in die je nodig hebt om een portier te openen. Meet ook de vrije hoogte onder een dakhelling of onder de rails van een kanteldeur voordat je een kast van twee meter meeneemt.
Kan ik een stellingkast in een vochtige garage of schuur zetten?
Dat kan, maar dan is de keuze van het legbord bepalend. Spaanplaat en mdf zuigen water op langs de kopse kanten, zwellen en verliezen daarna een groot deel van hun sterkte. Stalen legborden hebben daar geen last van. Zet de kast bovendien op zijn kunststof voetdoppen in plaats van rechtstreeks op nat beton, houd de onderste plank een paar centimeter vrij en laat wat lucht tussen de kast en een koude buitenmuur.
Wat doe ik met een stellingkast op een scheve vloer?
Een garagevloer loopt bewust af naar de deur, dus scheefstand is daar de regel en niet de uitzondering. Zet de waterpas tegen een staander in beide richtingen en vul de korte voeten op met kunststof stelvoetjes of een stukje hardhout tot alle vier de voeten werkelijk dragen. Een kast die op drie voeten staat, wringt in het frame en dan gaan de legborden rammelen en de clips uitslijten.
Kan ik de legborden van een stellingkast in hoogte verstellen?
Bij een sleuf- of insteeksysteem kan dat, meestal om de paar centimeter, en dat is een groot voordeel boven een kast met vaste hoogtes. De plank moet er wel leeg af, dus stem de indeling bij de opbouw meteen op je spullen af. Leg je hoogste emmer of opbergbox erbij en meet de vakhoogte daaraan af, in plaats van vijf gelijke vakken te maken.
Waarom buigen de planken van mijn stellingkast door?
Spaanplaat en mdf vertonen kruip: onder een constante belasting zakt de plaat langzaam door en die vervorming veert er niet meer uit, ook niet als je de plank leeghaalt. Een grote overspanning en een last midden op de plank versnellen dat. Je kunt de overspanning halveren met een extra staander in het midden, of een houten lat op zijn kant onder de voorrand lijmen en schroeven. Een doorgebogen plank omdraaien helpt hooguit tijdelijk.
Kan ik verf en kit op een stellingkast in een onverwarmde garage bewaren?
Verf op waterbasis, lijm en kit kunnen bij vorst onherstelbaar bederven: de emulsie schift en de massa wordt korrelig. Zet dat spul op een plank tegen de binnenmuur, of haal het in de winter naar binnen. Een garage meestoken om dat te voorkomen is een dure oplossing, want ruimte die je in de koudste maanden verwarmt tikt flink door in het gasverbruik per dag in de wintermaanden. Kunststof kasten worden onder het vriespunt ook brozer.
Kan ik twee stellingkasten koppelen of een kast inkorten?
Twee kasten van dezelfde serie zet je meestal gewoon tegen elkaar en verbind je met een paar boutjes door de staanders, zodat ze samen stijver worden. Inkorten van stalen staanders kan met een ijzerzaag of een haakse slijper, maar zaag alle vier de staanders op precies dezelfde maat en vijl de bramen weg. Een ijzerzaag en een vijl horen bij het basisgereedschap dat elke kast op maat brengt. Zaag nooit door een sleufgat heen, want daar verliest het profiel zijn sterkte.
Welke plug gebruik ik om een stellingkast aan een gipswand te bevestigen?
In gipsplaat gebruik je een hollewandplug met vleugels, een tuimelplug of een gipsplaatanker. Een gewone nylon plug draait in gipsplaat gewoon mee en houdt niets. Beter nog is het om de houten of metalen regel achter de plaat op te zoeken en daarin te schroeven, want die draagt echt. Bedenk daarbij dat een verankering aan een gipswand alleen bedoeld is om kantelen te voorkomen, en niet om het gewicht van de kast te dragen.
Is een kunststof stellingkast net zo sterk als een stalen?
Nee, en dat hoeft ook niet. Een kunststof klikkast is bedoeld voor lichte opslag binnen: schoonmaakmiddelen, kleine dozen, sportspullen. Onder blijvende zware last zakken de planken door, en bij vorst wordt het materiaal brozer waardoor een klik kan afbreken. Voor gereedschap, verfblikken, banden en bouwmateriaal kies je een stalen kast, en bij vocht bij voorkeur een met stalen legborden.
Wanneer je beter een vakman belt
Een stellingkast opbouwen is werk dat je zelf doet. Er zijn drie situaties waarin je beter even stopt.
De eerste is een oude schuur of garage met golfplaten of vlakke platen die asbesthoudend kunnen zijn. Boren in asbestcement maakt vezels vrij, en dat is werk voor een gecertificeerd bedrijf. Weet je niet wat voor plaat het is, laat het dan onderzoeken voordat je er een beugel in schroeft.
De tweede is een zware belasting aan een wand waarvan je de opbouw niet kent, bijvoorbeeld een wandrail met consoles in gasbeton, holle steen of gipsblok. Daar hangt alle last aan de plug, en de draagkracht hangt af van de plugsoort, de inbouwdiepte en de kwaliteit van de wand. Houd de opgave van de plugfabrikant aan en schakel bij twijfel iemand in die de wand kan beoordelen.
De derde is het moment waarop een stelling geen kast meer is maar een constructie: een opslagvloer boven de auto, een platform tegen de spanten of een rek dat je aan een dragende wand of aan de vloerbalken bevestigt. Dan gaat het om krachten op de constructie van het gebouw en hoort er een constructeur naar te kijken.