Raamkozijn maken, herstellen en plaatsen
Een raamkozijn zelf maken is goed te doen zolang je de profielen kant en klaar koopt en alleen de hoekverbindingen zelf past. Het frezen van de profielen laat je over aan de leverancier, want daar heb je een freestafel en mallen voor nodig. De onderdorpel is het deel waar het bijna altijd misgaat: zonder afschot, overstek en waterhol staat het water erop en rot het kozijn van onderaf weg. Vervang je alleen een verrotte dorpel, dan zaag je de stijlen mee af en verbind je het nieuwe stuk met constructielijm en lange RVS schroeven.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Kap- of verstekzaag met een fijn getand blad
- Handzaag met fijne vertanding en een verstelbare zaaggeleider
- Reciprozaag, goedkoop te huur voor een enkele klus
- Scherpe beitels in meerdere breedtes, minimaal 10 en 25 mm
- Houtvijl en een blokschaaf om de contramal passend te werken
- Accuboormachine met houtboren van 5,5 mm en een verzinkboor
- Lange lijmklemmen of spanbanden
- Waterpas, winkelhaak en een rolmaat om de diagonalen te meten
- Vlakke werktafel, of drie rechte balken die je waterpas stelt
- Plamuurmes en schuurpapier korrel 120 en 180
Materiaal
- Kozijnprofiel in hardhout, meestal 67 bij 114 mm voor stijlen en bovendorpel
- Onderdorpelprofiel met afschot en waterhol, vaak 67 bij 140 mm
- Constructielijm op polyurethaanbasis, ook wel bruislijm, of D4-houtlijm
- RVS houtschroeven 6 bij 120 mm voor de hoeken
- Tweecomponenten epoxyplamuur voor naden en kopse kanten
- Grondverf voor hardhout en een dekkende buitenlak
- Loodslabbe of DPC-folie voor onder de dorpel
- Compriband in de juiste voegbreedte
- Kozijnpluggen of kozijnankers en kunststof stelklossen
- Elastische buitenkit op hybride of MS-polymeerbasis
Waar een raamkozijn uit bestaat
Een raamkozijn is de vaste lijst in de gevel waar het glas of het draaiende raam in valt. Hij bestaat uit vier delen: twee stijlen aan de zijkanten, een bovendorpel en een onderdorpel. Hoe die vier delen op elkaar aansluiten en welk profiel je kiest, bepaalt of het kozijn dertig jaar meegaat of over acht jaar aan de onderkant zacht aanvoelt. Hoe de verschillende typen zich tot elkaar verhouden en wat er in de gevel achter zit, staat in ons overzicht over kozijnen en hun opbouw.
Kozijnhout is geen rechte balk maar een gefreesd profiel. Aan de binnenzijde zit de sponning waarin het glas rust of waar het draaiende raam tegenaan sluit, en aan de buitenzijde vaak een groef voor de spouwlat. Hoe diep die uitsparing hoort te zijn en waarom je bij isolatieglas meer opleg nodig hebt dan bij enkel glas, leggen we uit bij de sponning van een kozijn.
De onderdorpel is het deel waar het bijna altijd begint te rotten. Die moet drie dingen doen: het water afvoeren met een helling naar buiten, het water voorbij het gevelvlak laten druppelen met een overstek, en de druppel afbreken met een waterhol. Ontbreekt een van die drie, dan loopt het water terug naar het metselwerk en trekt het de naad in.
Rondom het kozijn houd je stelruimte aan, meestal tien tot vijftien millimeter. Die kier heb je nodig om het kozijn recht, haaks en vlak te zetten in een opening die dat zelden is. Die ruimte vul je later met compriband of met purschuim, en dat is geen bevestiging maar een vulling.
| Onderdeel | Waar het zit | Waar het voor dient |
|---|---|---|
| Stijl | De twee verticale delen links en rechts | Draagt het raam en neemt de bevestiging in de muur op |
| Bovendorpel | Het horizontale deel bovenin | Houdt het kozijn samen en vangt de aansluiting op de latei af |
| Onderdorpel | Het horizontale deel onderin | Voert regenwater af en houdt het weg bij het metselwerk |
| Sponning | Uitsparing aan de binnenzijde van het profiel | Hierin valt het glas of sluit het draaiende raam aan |
| Aanslag | Opstaande rand in de sponning | Vlak waar het raam tegenaan komt, met het tochtrubber ertussen |
| Glaslat | Losse lat langs de sponning | Klemt de ruit vast en is los te halen bij glasvervanging |
| Waterhol | Groef in de onderkant van het overstek | Breekt de druppel zodat die valt in plaats van terugloopt |
| Afschot | Helling van ongeveer vijftien graden op de dorpel | Zorgt dat water naar buiten loopt en niet blijft staan |
| Stelruimte | Kier van tien tot vijftien millimeter rondom | Ruimte om het kozijn recht en haaks in de opening te zetten |
Meet een bestaand kozijn op voordat je iets bestelt en teken het profiel na op ruitjespapier. Je ziet dan meteen waar de sponning zit, hoe diep hij is en waar het waterhol loopt. Met die schets in je hand koop je bij de houthandel het juiste profiel in plaats van iets wat er van een afstand op lijkt.
Zelf een raamkozijn maken of een bouwpakket bestellen
Zelf raamkozijnen maken klinkt zwaarder dan het is, zolang je een grens trekt. Het frezen van de profielen doe je niet zelf: daar heb je een freestafel met kozijnfrezen voor nodig, plus mallen, en voor twee kozijnen verdien je dat nooit terug. Wat je wel zelf doet is aftekenen, de hoeken passend maken, lijmen, schroeven en schilderen. Dat is de helft van het werk en het lastigste deel zit in de precisie, niet in de machines.
Er zijn drie manieren die voor een klusser werken. Je bestelt een bouwpakket op maat, waarbij je de maten opgeeft en er voorgefreesde delen binnenkomen die je alleen nog in elkaar zet. Je koopt kant en klare profielen per strekkende meter en maakt de verbindingen zelf. Of je koopt de voorbewerkte hardhouten balken die grote bouwmarkten voor kozijnen verkopen, wat voor een schuur prima is en voor een woonhuis meestal te licht.
Prijs is de reden dat mensen aan een raamkozijn zelf maken beginnen, en dat klopt ook, mits je het voordeel niet terugrekent naar een uurtarief. Hout per meter is duidelijk goedkoper dan een pakket, en een pakket is weer flink goedkoper dan een kozijn uit de timmerfabriek. Reken wel mee dat een zelfgemaakt kozijn geen keurmerk en geen fabrieksgarantie heeft, wat uitmaakt bij nieuwbouw of bij een verbouwing waar een vergunning aan hangt. Bij de rest van je klussen aan ramen en deuren in de gevel speelt dat verschil meestal niet.
Prijsverschillen tussen pakketten hebben twee oorzaken. De eerste is de houtkwaliteit: goedkope pakketten zitten vol spint en scheve draad en gaan buiten geen twintig jaar mee. De tweede is simpelweg de hoeveelheid hout. Een buitendeurkozijn heeft naast twee stijlen en een bovendorpel ook een onderdorpel, samen ruim zes strekkende meter, waar een binnendeurkozijn met drie delen klaar is.
| Manier van werken | Wat je zelf doet | Waar je op moet letten |
|---|---|---|
| Kozijn laten maken bij een timmerfabriek | Maten opgeven, plaatsen en schilderen | Duurste optie, wel met keurmerk, garantie en fabrieksbeglazing |
| Bouwpakket op maat bestellen | Lijmen, schroeven, schilderen en plaatsen | Verbindingen zijn voorgefreesd, er kan weinig misgaan |
| Profielen per strekkende meter kopen | Aftekenen, contramallen, verbinden en afwerken | Goedkoopst, vraagt beitelwerk en een echt vlakke werkplek |
| Voorbewerkte hardhouten balken uit de bouwmarkt | Alles, het profiel is wel al gefreesd | Simpeler profiel dan een woonhuiskozijn, prima voor een schuur |
| Profielen zelf frezen uit ruw hout | Alles, inclusief het freeswerk | Vraagt een freestafel met kozijnfrezen, niet realistisch voor eenmalig werk |
Laat de onder- en bovendorpel op lengte zagen bij de leverancier, maar bestel de stijlen tien centimeter langer dan je nodig hebt. Bij het contramallen gaat er bijna altijd een eerste poging mis, en met die extra lengte zaag je het gewoon opnieuw af in plaats van een nieuwe balk te halen.
Welk hout je kiest voor een houten raamkozijn
Voor een houten raamkozijn buiten is dark red meranti het standaardhout, en dat is het niet voor niets. Het werkt weinig, het is goed te bewerken en verf hecht er goed op. De kwaliteitsverschillen binnen meranti zijn wel groot, dus kijk naar rechte draad, weinig spint en een gelijkmatige kleur. Ligt er een stapel waar de helft krom en gevlamd is, ga dan naar een andere leverancier.
Wie liever iets zwaarders wil, komt bij merbau of eiken uit. Merbau is hard en duurzaam, maar het bevat een looistof die de eerste jaren uitloogt en lichte gevels bruin vlekt. Eiken is mooi als je het blank of in de olie laat, maar het looizuur tast gewoon staal aan, dus daar gebruik je uitsluitend RVS bevestigingsmateriaal. Western red cedar is licht en stabiel maar zacht, en houdt schroeven daardoor minder goed vast.
De hemelrichting speelt minder mee dan mensen denken, en anders dan verwacht. Een kozijn op het noorden krijgt weinig zon en dus weinig ultraviolette belasting op de verflaag, maar het droogt na een regenbui juist trager en blijft daardoor langer nat. Minder zon betekent dus niet minder onderhoud, alleen ander onderhoud: op het noorden let je op algen, groene aanslag en houtrot, op het zuiden op een verflaag die verpoedert.
Naaldhout kan alleen als het volledig en blijvend in de verf zit. Vuren zit in duurzaamheidsklasse 4 en gaat onbehandeld buiten binnen enkele jaren stuk, grenen doet het iets beter maar niet veel. Voor een berging onder een flinke dakoverstek kun je ermee wegkomen, voor een gevel die de regen vangt niet.
| Houtsoort | Duurzaamheidsklasse | Waarvoor geschikt | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Dark red meranti | 2 tot 3 | Het gangbare hout voor geverfde buitenkozijnen | Grote kwaliteitsverschillen, let op rechte draad en weinig spint |
| Merbau | 1 tot 2 | Zwaar belaste kozijnen en onderdorpels | Looistof loogt uit en geeft bruine strepen op licht metselwerk |
| Eiken | 2 | Kozijnen die je blank of in de olie laat | Looizuur vreet gewoon staal aan, dus alles in RVS |
| Western red cedar | 2 | Licht werk, schuur- en tuinhuiskozijnen | Zacht hout, drukt snel in en houdt schroeven matig vast |
| Accoya | 1 | Kozijnen die lang in de verf moeten blijven | Duurder in aanschaf en vraagt RVS bevestiging |
| Grenen | 3 tot 4 | Binnenkozijnen, buiten alleen volledig in de verf | Rot als eerste weg bij kopse kanten en bij een lekke verflaag |
| Vuren | 4 | Binnenwerk en tijdelijke constructies | Buiten onbehandeld kansloos, ook geverfd blijft het risicovol |
| Geimpregneerd naaldhout | Verhoogd door de behandeling | Schuurkozijnen en eenvoudige bergingen | Werkt en trekt krom, verf hecht pas als het echt droog is |
De hoekverbindingen: contramal, pen en gat of koud verlijmd
Bij het maken van een kozijn draait alles om de vier hoeken. De methode die in timmerfabrieken standaard is en die je met handgereedschap kunt nabootsen, heet contramallen. De dorpel loopt daarbij door over de volle lengte, en in de kop van de stijl steek je het negatief van het dorpelprofiel uit. Beide profielen vallen dan in elkaar en er blijft geen kier over waar water in kan lopen.
Je maakt de contramal door de dorpel zelf als mal te gebruiken. Zet hem op de kop van de stijl, teken het profiel over met een kraspen of een scherp potlood, zaag tot vlak naast de lijn en steek de rest weg met een scherpe beitel. De laatste tienden millimeters haal je met de houtvijl weg. Blijf net aan de dikke kant en pas steeds droog, want weggehaald hout komt niet terug.
Pen en gat is de klassieke verbinding en die zit nog altijd in elk draaiend raam, meestal als dubbele pen en gat, omdat daar de meeste beweging in zit. Voor het vaste kozijn eromheen wordt tegenwoordig veel koud verlijmd en geschroefd: constructielijm op polyurethaanbasis tussen de verbinding, en per hoek twee flinke RVS schroeven van 6 bij 120 millimeter. Boor daarvoor met 5,5 millimeter voor door de dorpel heen tot in de kop van de stijl, anders splijt het hout.
Gebruik buiten geen gewone witte houtlijm. Die is niet weerbestendig en laat na een paar seizoenen bij de eerste natte periode los. Neem een lijm van klasse D4 of een constructielijm die schuimt, want die vult ook de kleine oneffenheden in je contramal op.
Zet het kozijn nooit in elkaar op een vloer die niet vlak is. Leg er drie rechte balken neer die je met een waterpas vlak stelt, of gebruik een vlakke tafel. Zet je het kozijn scheluw in elkaar, dan sluit het raam er straks aan een hoek nooit tochtdicht in en dat is achteraf niet meer te herstellen. Meet voor het lijmen uithardt beide diagonalen: die horen binnen een paar millimeter gelijk te zijn.
De onderdorpel: afschot, waterhol en overstek
De dorpel van een raamkozijn heeft het zwaarste leven van alle vier de delen. Al het water dat langs de ruit naar beneden loopt komt daar samen, en alles wat er blijft staan trekt in de kopse naden van de hoekverbindingen. Een goede onderdorpel voert dat water in een rechte lijn naar buiten en laat het minstens twee centimeter voorbij het gevelvlak vallen.
Het waterhol is het detail dat het vaakst ontbreekt en het meeste verschil maakt. Dat is een smalle groef in de onderkant van het overstek. Water dat onder de dorpel doorloopt komt bij die groef aan een scherpe kant en kan de bocht niet meer maken, dus het valt. Zonder waterhol loopt de druppel gewoon door tot tegen het metselwerk en daar zoekt hij de aansluitnaad op.
Onder de dorpel hoort een waterkerende laag die het optrekkend vocht uit de muur tegenhoudt. Loodslabbe en DPC-folie doen allebei hun werk, maar lood heeft een praktisch voordeel: je vouwt het om de hoek en het blijft in model liggen terwijl je verder werkt. Folie veert terug en wil onder de dorpel wegkruipen. Laat de slabbe twintig millimeter verticaal overlappen met het metselwerk, zodat water dat erop komt echt naar buiten wordt geleid.
Zet de dorpel niet los op de muur maar ondersabel hem met mortel over de volle lengte. Een dorpel die alleen op de uiteinden steunt veert door als je op de vensterbank leunt, en dan scheuren de hoekverbindingen open. Zorg daarnaast dat de beglazingssponning onderlangs kan ontwateren met sleufjes onder de glaslat, want water dat in de sponning blijft staan rot de dorpel van binnenuit weg terwijl je van buiten niets ziet.
| Onderdeel van de dorpel | Maat of vorm | Wat er misgaat als het ontbreekt |
|---|---|---|
| Afschot naar buiten | Ongeveer vijftien graden | Water blijft staan en trekt de kopse naden van de hoeken in |
| Overstek voorbij het gevelvlak | Twee tot vier centimeter | Regenwater loopt langs de gevel omlaag en in de aansluitnaad |
| Waterhol | Groef in de onderzijde van het overstek | De druppel loopt onder het overstek door terug naar de muur |
| Lood of DPC onder de dorpel | Twintig millimeter verticale overlap met het metselwerk | Vocht uit de muur trekt de dorpel binnen enkele jaren zacht |
| Ondersabeling met mortel | Volle laag onder de hele dorpel | De dorpel veert door en de hoekverbindingen scheuren open |
| Ontwatering van de beglazingssponning | Sleufjes onder de glaslat naar buiten toe | Water blijft in de sponning staan en rot de dorpel van binnenuit |
| Open naad onderlangs | Onderzijde niet dichtkitten | Vocht dat er toch in komt kan nergens meer heen |
Kit het kozijn niet rondom volledig dicht. Bovenlangs en aan de zijkanten is een elastische kitnaad prima, maar onderlangs de dorpel houd je de aansluiting open zodat vocht dat achter het kozijn komt naar buiten kan lopen. Oude kozijnen die aan vier kanten hermetisch zijn afgekit rotten juist van binnenuit weg, omdat het water er wel in kan en er niet meer uit.
Een verrotte onderdorpel van een raamkozijn vervangen
Een onderdorpel van een raamkozijn vervangen is een van de meest voorkomende houtrotklussen. Begin met vaststellen hoever het rot zit. Prik met een smalle schroevendraaier in de dorpel en werk ook de onderste twintig centimeter van de stijlen af. Zakt het gereedschap er zonder weerstand in, dan is dat hout weg. Zijn de stijlen aan de onderkant ook zacht, dan zaag je die op ongeveer tien centimeter boven de dorpel af en vervang je dat stuk mee.
Voor het afzagen hangt de keuze van de zaag af van de ruimte die je hebt. Een gewone handzaag met een fijne vertanding werkt prima, mits je een verstelbare zaaggeleider gebruikt die je tijdelijk op het kozijn schroeft. Horizontaal zagen zonder geleider loopt na twintig centimeter altijd uit de lijn. Heb je een reciprozaag, dan gaat het sneller, en zo'n zaag huur je voor een dag voor weinig. Een haakse slijper met diamantblad kan de eerste inzaging maken, maar dat is stoffig werk en je duikt bij een uitschieter zo het glas in.
Recht of schuin afzagen hangt af van het glas. Zit de ruit er nog in, dan zaag je recht: een schuin gezaagd nieuw stuk krijg je er niet meer langs de ruit tussen. Is het glas eruit, dan is schuin beter, want dat geeft een veel groter lijmvlak. Laat de zaagsnede in dat geval naar buiten aflopen, vanuit de woning gezien dus naar beneden wijzend, zodat water niet langs de naad naar binnen kan lopen.
Verlijm de zaagsnede over het volle vlak met constructielijm en zet er lange RVS houtschroeven van negentig tot honderdtwintig millimeter doorheen: een paar schuin van onderaf ingedraaid en een paar dwars door de verbinding. Voorboren is hier geen optie maar een voorwaarde, want anders splijt je het nieuwe stuk in de lengte. Is de hele lijst er slecht aan toe en zitten ook de bovendorpel en de stijlen vol zachte plekken, dan is het hele houten kozijn vervangen goedkoper dan drie reparaties achter elkaar.
De naad tussen oud en nieuw glad krijgen
Hoe zorgvuldig je ook past, een handgezaagde verbinding sluit nooit helemaal naadloos. Constructielijm die opschuimt vult die naad wel, maar hij wordt er nooit glad van. Laat de lijm eerst volledig uitharden, steek het uitgelopen schuim weg met een scherpe beitel en plamuur de naad daarna af met tweecomponenten epoxyplamuur.
Houtrotvuller werkt in principe hetzelfde, want dat is ook een epoxy op twee componenten, maar de vulling is grover van samenstelling. In dikke aanvullingen is dat prima, in een dunne laag van een paar millimeter is het lastig glad te krijgen. Voor de zichtnaad neem je daarom een fijne epoxyplamuur en houd je de houtrotvuller voor het opvullen van weggestoken plekken.
De oude bevestiging en de kitranden
Oude dorpels zitten vaak alleen met spijkers aan de stijlen vast en zijn eronder met specie opgevuld. Dat werkte veertig jaar omdat er een dikke verflaag overheen zat, maar het is geen verbinding waar je op verder bouwt. Haal alle oude spijkers eruit voordat je gaat zagen, want een spijker verpest in een halve seconde een zaagblad.
Kwam de oude dorpel rondom in een dikke kitrand te liggen, breng die dan niet zo terug. Werk de bovenzijde en de zijkanten af met een elastische kit en laat de onderzijde open boven de loodslabbe. Zo kan het vocht dat er in de loop van de jaren toch in komt weer weg.
Een raamkozijn plaatsen in een bestaande muur
Een raamkozijn plaatsen in een bestaande muur is een andere klus dan een kozijn vervangen, want je maakt een gat in iets dat nu nog draagt. Bij een spouwmuur heb je twee halfsteens muren die allebei hun eigen opvang nodig hebben. De volgorde is: eerst de last opvangen, dan pas zagen.
Dat gaat zo. Je maakt boven de geplande opening een gat door beide spouwbladen, steekt daar een stevige balk doorheen en onderstempelt die aan de binnen- en de buitenzijde. Daarna zaag je de kozijnopening uit, haal je boven het gat stenen weg en metsel je in beide spouwbladen een latei in met voldoende opleg, reken op minstens tien centimeter aan weerszijden. Als de mortel is uitgehard mogen de stempels en de balk eruit en metsel je de doorvoergaten dicht.
Het kozijn zelf zet je op stelklossen, waterpas en haaks, en je bevestigt het met kozijnpluggen of ankers in het binnenspouwblad. Zet er tijdens het stellen latten in, kruislings of in de dagmaten, zodat het kozijn niet uit model wordt gedrukt terwijl je purt. Purschuim zet uit met flink wat kracht en drukt een los gesteld kozijn met gemak hol. Voor de stelnaad zelf is compriband in de aansluitvoeg netter dan pur, omdat het meebeweegt en meteen luchtdicht is.
Let op het verschil tussen een gewoon kozijn en een renovatiekozijn. Een standaard inmetselkozijn heeft aan de spouwzijde een groef waar het metselwerk in valt, terwijl een renovatiekozijn een sponning heeft en daardoor gewoon in een bestaand gat en tegen de spouwlatten past. Kies je het verkeerde type, dan krijg je het niet netjes aangesloten. Werk je liever met kunststof, dan is een kunststof kozijn plaatsen qua stellen en bevestigen vergelijkbaar, maar het afwerken en het uitzetten van het materiaal verlopen anders. Vergeet aan de buitenzijde de raamdorpelsteen of het waterslagprofiel niet en houd daar bij het uitzagen van de opening al rekening mee.
Een nieuwe opening in een dragende muur is geen doe-het-zelfbeslissing. Welke latei je nodig hebt en hoeveel opleg die vraagt, hangt af van de belasting erboven. Laat dat berekenen en check bij je gemeente of het wijzigen van de gevel vergunningplichtig is. Werk je daarbij op een steiger of op een verdieping, huur dan een deugdelijke rolsteiger in plaats van op een ladder te balanceren met een kozijn in je handen.
Een raamkozijn voor de schuur of het tuinhuis
Voor een raamkozijn in een schuur mag het profiel lichter en simpeler zijn dan in de gevel van je huis. Een vast raam met enkel glas of dun isolatieglas hoeft niet tochtdicht te zijn en heeft geen raamrubber of aanslagprofiel nodig. Een onderdorpel met afschot en een waterhol wil je er wel in houden, want ook een schuurkozijn rot van onderaf weg.
De boodschappenlijst is kort: twee stijlen, een bovendorpel en een onderdorpel in hardhout. Laat de dorpels op lengte zagen en koop de stijlen tien centimeter langer voor de speling bij het contramallen. Voor de hoeken werk je zoals bij elk kozijn: constructielijm tussen de verbinding, met 5,5 millimeter voorboren door de dorpel in de kop van de stijl, en twee RVS schroeven van 6 bij 120 millimeter per hoek.
Het echte risico bij een schuur zit in de sloop, niet in de bouw. Oude schuurkozijnen zijn vaak ingemetseld, en de betonblokken erboven, meestal in een formaat van 43 bij 9 bij 25 centimeter, hebben geen latei nodig gehad omdat het kozijn ze droeg. Sloop je dat kozijn eruit, dan komen die blokken naar beneden. Voorkom dat door aan de binnenzijde een stevige lat op de muur te schroeven met pluggen, ruim voorbij de dagkanten van het kozijn, en in elk blok boven het kozijn twee schroeven door die lat te draaien. De blokken hangen dan aan de lat terwijl jij eronder werkt.
Zit er onder je bestaande deur- of raamkozijn een stenen dorpel, laat die dan gewoon zitten. Een stenen of betonnen dorpel is duurzamer dan een houten en je nieuwe kozijn sluit er prima op aan. Je hebt dan alleen twee stijlen en een bovendorpel nodig, wat het pakket meteen een stuk goedkoper maakt.
Hoeveel m2 is een raamkozijn bij het schilderen
Wie de buitenboel gaat verven loopt vast op dezelfde vraag: hoeveel m2 is een raamkozijn eigenlijk? Op de verfpot staat een dekkend vermogen van dertien tot vijftien vierkante meter per liter, maar dat is per laag en onder ideale omstandigheden. Op dorstig, kaal of geschuurd hout haal je dat niet en je hebt meestal twee lagen nodig.
De rekenregel is eenvoudiger dan hij lijkt. Aan een kozijn schilder je drie zijden: de buitenkant, de binnenkant en de dagkant die naar de raamopening wijst. Bij het gangbare profiel van 67 bij 114 millimeter is dat samen ongeveer 25 centimeter aan oppervlak per strekkende meter kozijnhout, dus reken op een kwart vierkante meter per meter. Een kozijn van 2,50 bij 2,00 meter heeft een omtrek van negen meter en komt daarmee op ruim twee vierkante meter.
Het draaiende raam telt daar apart bovenop, want dat heeft weer zijn eigen omtrek en zijn eigen zichtbare kanten. Een deur reken je per vlak: een standaardmaat van 2.015 bij 830 millimeter is ruim anderhalve vierkante meter per zijde, en met beide vlakken plus de smalle kanten kom je op ruim drie en een halve vierkante meter per deur.
De snelste methode blijft de duimstok. Meet één stijl op, tel het aantal gelijke delen en vermenigvuldig. Vijf minuten meten scheelt je een tweede rit naar de verfhandel, en aangebroken buitenlak in een halflege bus die een jaar in de schuur staat is doorgaans niet meer te gebruiken.
| Wat je rekent | Rekenregel | Uitkomst in het voorbeeld |
|---|---|---|
| Kozijnhout per strekkende meter | Drie zichtbare zijden van een profiel 67 bij 114 mm | Ongeveer 0,25 m2 per meter |
| Kozijn van 2,50 bij 2,00 meter | Omtrek van 9 meter maal 0,25 | Ruim 2 m2 per kozijn |
| Zes van die kozijnen | 6 maal ruim 2 m2 | Ongeveer 13 m2 |
| Draairaam van 0,60 bij 1,20 meter | Omtrek van 3,6 meter maal ongeveer 0,2 | Ongeveer 0,7 m2 per raam |
| Buitendeur, standaardmaat | Twee vlakken plus de vier smalle kanten | Ruim 3,5 m2 per deur |
| Verfverbruik per laag | Potopgave van 13 tot 15 m2 per liter | Ongeveer 1 liter per 13 m2 in één laag |
| Verfverbruik in twee lagen | Potopgave delen door twee | Ongeveer 1 liter per 6 tot 7 m2 |
Tel bij het rekenen ook de kanten mee die je pas ziet als het raam openstaat: de sponningen, de aanslag en de onderkant van het raamhout. Die vergeet vrijwel iedereen en samen zijn ze goed voor een flink deel van de oppervlakte. Koop liever een halve liter te veel dan te weinig, want bijmengen van een nieuwe bus geeft bij dekkende lak zichtbaar kleurverschil.
Zo maak je zelf een raamkozijn van hout
Deze volgorde gaat uit van kant en klaar gefreesde profielen die je zelf op maat verbindt.
-
Meet de opening op drie hoogtes en drie breedtes
Oude muren zijn zelden haaks en zelden recht. Meet de breedte boven, midden en onder, en de hoogte links, midden en rechts. Ga uit van de kleinste maat en trek daar tien tot vijftien millimeter stelruimte per zijde vanaf. Kom je erachter dat de opening scheluw is, dan weet je dat nu en niet als het kozijn er half in hangt.
-
Bestel de profielen en houd de stijlen langer
Laat de onder- en bovendorpel op de exacte lengte zagen en bestel de stijlen tien centimeter langer. Controleer bij ontvangst of het onderdorpelprofiel echt een waterhol en afschot heeft, want dat scheelt je later frees- of schaafwerk. Leg het hout een week binnen in de ruimte waar je werkt, zodat het op vochtgehalte komt voordat je gaat passen.
-
Teken de contramal af op de kop van de stijl
Zet de dorpel haaks op de kop van de stijl en teken het profiel over met een kraspen of een goed geslepen potlood. Werk aan alle vier de hoeken en markeer meteen welke stijl links en welke rechts hoort, want de profielen zijn gespiegeld. Een verwisselde stijl merk je pas als de sponningen niet in lijn liggen.
-
Zaag en steek de contramal passend
Zaag tot vlak naast de lijn en steek de rest weg met een scherpe beitel, in kleine happen en met de vezel mee. De laatste tienden millimeters haal je weg met de houtvijl. Pas telkens droog en blijf aan de dikke kant, want een naad die te ruim is krijg je alleen nog met plamuur dicht en dat is geen constructie.
-
Zet het kozijn droog in elkaar en meet de diagonalen
Leg drie rechte balken neer die je waterpas stelt, of gebruik een vlakke tafel. Zet alle vier de delen droog in elkaar en klem ze aan. Meet daarna beide diagonalen: die horen binnen twee tot drie millimeter gelijk te zijn. Klopt dat niet, dan corrigeer je nu, want na het lijmen ligt de scheluwte er voorgoed in.
-
Lijm, boor voor en schroef de hoeken
Breng constructielijm aan op beide vlakken van de verbinding en zet het geheel weer in de klemmen. Boor met 5,5 millimeter door de dorpel heen tot in de kop van de stijl en draai er twee RVS schroeven van 6 bij 120 millimeter in. Voorboren voorkomt dat je het kopse hout van de stijl in de lengte splijt.
-
Werk de verbindingen af en controleer de waterafvoer
Steek uitgelopen lijmschuim weg zodra het hard is en plamuur de naden af met tweecomponenten epoxyplamuur. Controleer daarna of het waterhol over de volle lengte doorloopt tot voorbij de stijlen. Loopt het dood tegen de stijl, dan stroomt het water daar alsnog terug de gevel op. Kijk ook of de sponning voor de beglazing overal even diep is.
-
Zet alle kanten in de grondverf voordat je plaatst
Schilder ook de zijden die straks tegen het metselwerk komen en geef de kopse kanten twee lagen grondverf, want dat is waar het hout water opzuigt. Na plaatsing kom je bij die vlakken nooit meer. Laat de lijmvlakken zelf onbehandeld, verf op een lijmnaad hecht namelijk niet.
Voordat het kozijn de muur in gaat
Uit de praktijk
Twee identieke kozijnen voor een dakopbouw, in de winter gemaakt
Voor een opgetrokken achtergevel in houtskeletbouw moesten twee gelijke kozijnen komen, gemaakt in de winter zodat ze klaar waren als in maart de bouw begon. De vragen waren steeds dezelfde: hoe maak je de hoekverbindingen, welk hout kies je voor een gevel op het noorden, en hoe regel je de ontwatering in het onderprofiel.
Wat hier werkte: de profielen kant en klaar bestellen in dark red meranti en alleen de verbindingen zelf contramallen. Het onderdorpelprofiel had het waterhol al ingefreesd, wat de hele ontwateringsvraag oploste. Het lijmen en schroeven gebeurde op drie balken die met een waterpas vlak gesteld waren, en dat bleek achteraf de belangrijkste voorbereiding: de eerste versie stond op een schuurvloer en die kwam er scheluw uit. De raamrubbers waar de timmerfabriek mee werkt zijn gewoon los te koop, dus tochtdicht krijgen was geen probleem.
Een dorpel die veertig jaar hield en toen ineens weg was
Bij de verbouwing van een oude boerderij bleken de onderdorpels van meerdere kozijnen verrot. De oude dorpels hadden geen overstek, geen waterhol en geen afwateringsprofiel, zaten met spijkers aan de stijlen vast, waren eronder met specie opgevuld en rondom in een dikke kitrand gezet. Zo hadden ze het veertig jaar volgehouden, tot het water eenmaal binnen was en er niet meer uit kon.
De nieuwe dorpels werden nagemaakt in meranti, maar dan met afschot en een waterhol. Onder de dorpel kwam geen folie maar lood, precies omdat lood zich om de hoek laat vouwen en in model blijft liggen terwijl je de dorpel eroverheen stelt. Folie kruipt weg en veert terug. Het lood loopt twintig millimeter verticaal op tegen het metselwerk, de dorpel is over de volle lengte ondersabeld met mortel, en de onderzijde is bewust niet meer dichtgekit.
Rotte stijlen meenemen bij het vervangen van de dorpel
Bij een kozijn waarvan de onderdorpel eruit moest, bleken ook de onderste centimeters van beide stijlen zacht. Alleen de dorpel vervangen had betekend dat het nieuwe hout tegen rot hout aan werd gelijmd. De stijlen zijn daarom op ongeveer tien centimeter hoogte doorgezaagd en samen met de dorpel in één keer uitgenomen.
Omdat het glas er al uit was kon er schuin gezaagd worden, wat een veel groter lijmvlak geeft dan een rechte snede. De zaagsnede loopt vanuit de woning gezien naar beneden, zodat water niet langs de naad naar binnen kan trekken. Een op het kozijn geschroefde verstelbare zaaggeleider hield de handzaag in het rechte vlak. Verbinden ging met constructielijm plus lange houtschroeven die schuin van onderaf en dwars door de verbinding werden gedraaid, allemaal voorgeboord. De naad die overbleef was met lijmschuim wel gevuld maar niet glad, en die is afgewerkt met tweecomponenten epoxyplamuur.
Betonblokken die boven een schuurkozijn wilden zakken
Bij het opknappen van een schuurtje moesten het raamkozijn en het deurkozijn er allebei uit, allebei helemaal verrot. Boven de kozijnen zat geen latei: de betonblokken van 43 bij 9 bij 25 centimeter rustten simpelweg op de kozijnen. Zodra die eruit zouden gaan, kwam het metselwerk erboven mee.
De oplossing was een stevige lat die aan de binnenzijde met pluggen tegen de muur werd geschroefd, ruim voorbij de kozijnopening aan beide kanten. Door die lat gingen in elk blok boven het kozijn twee schroeven, waardoor de blokken aan de lat hingen tijdens het slopen. De stenen dorpel onder het deurkozijn is blijven zitten, want die is duurzamer dan een houten. Voor het raam werd het een eenvoudig kozijn van vier delen, gemaakt van voorbewerkte meranti balken uit de bouwmarkt.
Veelgemaakte fouten
Gewone houtlijm gebruiken op een buitenkozijn
Witte houtlijm van klasse D2 of D3 is niet weerbestendig. In de eerste natte periode kruipt er vocht in de verbinding en na een paar seizoenen staat de hoek open. Neem een lijm van klasse D4 of een constructielijm op polyurethaanbasis, die ook nog eens de kleine oneffenheden in je contramal opvult.
Het kozijn scheluw in elkaar zetten
Een schuurvloer of een werkbank die een paar millimeter wiebelt is genoeg om het hele kozijn uit het vlak te zetten. Het raam sluit daarna in één hoek nooit meer aan en dat repareer je niet met een dikker rubber. Werk op drie balken die je met een waterpas vlak stelt en meet voor het lijmen uithardt beide diagonalen na.
De kopse kanten onbehandeld laten
Kopshout zuigt vele malen sneller water op dan de lange zijde, en juist daar begint houtrot. Zet elke kopse kant twee keer in de grondverf voordat het kozijn de muur in gaat, ook de zijden die je straks nooit meer ziet omdat ze tegen het metselwerk liggen.
Een platte onderdorpel zonder waterhol maken
Een rechte balk als dorpel is sneller gemaakt, maar het water blijft er dan op staan en loopt aan de onderkant terug tot tegen de gevel. Zonder afschot, overstek en waterhol is het geen kwestie van of de dorpel wegrot, alleen van wanneer. Koop een dorpelprofiel waar die drie dingen al in zitten.
Het kozijn rondom volledig dichtkitten
Een strakke kitrand aan vier kanten ziet er af als een nette afwerking, maar hij sluit het vocht dat via het glas of de voegen binnenkomt op. Het hout blijft dan permanent nat aan de kant waar je het niet ziet. Kit boven- en zijlangs af en houd de onderzijde open boven de loodslabbe.
Purschuim zien als bevestiging
Pur vult de stelnaad en isoleert, maar het houdt geen kozijn vast en het is niet uv-bestendig of waterdicht. Bevestig altijd met kozijnpluggen of ankers in het binnenspouwblad, snijd uitgeharde pur terug en werk de naad daarna af. Zet tijdens het purren latten in het kozijn, want de uitzetkracht drukt een los gesteld kozijn zo hol.
Zagen met de haakse slijper terwijl het glas er nog in zit
Een diamantblad maakt snel een eerste inzaging in een verrot kozijn, maar de zaag loopt makkelijk uit de snede. Een uitschieter richting de ruit betekent gebroken glas en een klus die twee dagen langer duurt. Haal het glas eruit, of gebruik een handzaag met geleider of een reciprozaag met een kort blad.
De latei vergeten of te weinig opleg geven
Bij een nieuw gat in een bestaande muur moeten beide spouwbladen hun eigen latei krijgen, met voldoende opleg aan weerszijden. Een latei die maar een paar centimeter rust drukt het metselwerk eronder kapot en het scheurt boven de hoeken van het kozijn uit. Vang de last eerst op met een doorgestoken balk en stempels voordat je ook maar één steen weghaalt.
Veelgestelde vragen
Kun je zelf een raamkozijn maken of moet dat in een timmerfabriek?
Zelf een raamkozijn maken kan prima, mits je de profielen kant en klaar gefreesd koopt. Het frezen zelf vraagt een freestafel met kozijnfrezen en mallen, en dat verdien je voor twee kozijnen nooit terug. Wat je wel zelf doet is aftekenen, de hoeken contramallen, lijmen, schroeven en schilderen. Reken erop dat een zelfgemaakt kozijn geen keurmerk en geen fabrieksgarantie heeft.
Welk hout gebruik je voor een houten raamkozijn?
Dark red meranti is het gangbare hout voor geverfde buitenkozijnen en werkt weinig. Merbau en eiken zijn zwaarder en duurzamer, maar merbau loogt looistof uit dat lichte gevels bruin vlekt en eiken vraagt uitsluitend RVS bevestiging vanwege het looizuur. Western red cedar is licht en stabiel maar zacht. Vuren en grenen horen buiten alleen thuis als ze permanent en volledig in de verf zitten.
Is een raamkozijn zelf maken goedkoper dan er een laten maken?
Ja, zolang je je eigen uren niet meerekent. Profielen per strekkende meter kopen is het goedkoopst, een bouwpakket op maat zit ertussenin en een kozijn uit de timmerfabriek is het duurst. Het loont om meerdere houtleveranciers te bellen, want prijs en kwaliteit lopen sterk uiteen. Wil je afwijken van standaardmaten of standaardprofielen, dan wordt zelf maken snel aantrekkelijker.
Hoeveel m2 is een raamkozijn?
Reken bij een gangbaar profiel van 67 bij 114 millimeter op ongeveer een kwart vierkante meter per strekkende meter kozijnhout, want je schildert drie zijden: buiten, binnen en de dagkant. Een kozijn van 2,50 bij 2,00 meter heeft negen meter omtrek en komt dus op ruim twee vierkante meter. Het draaiende raam telt daar apart bovenop, met zijn eigen omtrek en zijn eigen zichtbare kanten.
Welke maten heeft standaard kozijnhout?
De maat die je het vaakst tegenkomt voor stijlen en de bovendorpel is 67 bij 114 millimeter. Voor de onderdorpel is het profiel hoger, vaak 67 bij 140 millimeter of zwaarder, omdat daar het afschot, het overstek en het waterhol in zitten. Voor lichter werk bestaan er dunnere profielen, en voor moderne isolatiebeglazing juist diepere, omdat de sponning meer glasopleg moet bieden.
Hoe vervang ik de onderdorpel van een raamkozijn?
Prik eerst met een schroevendraaier vast hoever het rot zit, ook in de onderste twintig centimeter van de stijlen. Zaag de dorpel los en neem aangetaste stukken stijl mee tot in gezond hout. Maak het nieuwe deel pas, verlijm het met constructielijm en zet er lange RVS houtschroeven doorheen, voorgeboord. Plamuur de naad daarna af met tweecomponenten epoxy en zet alles in de grondverf. Zitten ook de bovendorpel en de stijlen vol zachte plekken, kijk dan naar het vervangen van het complete houten kozijn.
Welke zaag gebruik ik om de stijlen van een kozijn af te zagen?
Een gewone handzaag met een fijne vertanding volstaat, mits je een verstelbare zaaggeleider tijdelijk op het kozijn schroeft. Horizontaal zagen op het gevoel loopt altijd uit de lijn. Gaat het om meerdere kozijnen, huur dan een reciprozaag met een kort blad, dat werkt een stuk sneller. Een haakse slijper met diamantblad kan de eerste inzaging maken, maar alleen als het glas eruit is.
Moet ik de stijl recht of schuin afzagen?
Dat hangt af van het glas. Zit de ruit er nog in, dan zaag je recht, want een schuin gezaagd nieuw stuk krijg je er niet meer tussen langs het glas. Is het glas eruit, dan is een schuine snede beter omdat je een veel groter lijmvlak krijgt. Laat de snede in dat geval naar buiten aflopen, vanuit de woning gezien dus naar beneden wijzend, zodat water niet naar binnen kan trekken.
Lood of DPC-folie onder de onderdorpel van het raamkozijn?
Allebei keren ze het vocht, maar lood werkt in de praktijk prettiger. Je vouwt het om de hoek en het blijft in model liggen terwijl je de dorpel eroverheen stelt, terwijl folie terugveert en onder de dorpel wegkruipt. Laat de slabbe twintig millimeter verticaal overlappen met het metselwerk. Ondersabel de dorpel daarna met mortel over de volle lengte, zodat hij nergens doorveert.
Hoe kan ik een raamkozijn plaatsen in een bestaande muur?
Vang eerst de last op: maak boven de geplande opening een gat door beide spouwbladen, steek er een balk doorheen en onderstempel die aan beide zijden. Zaag daarna de opening uit, haal stenen weg en metsel in elk spouwblad een latei in met ruim voldoende opleg. Na uitharding gaan de stempels weg. Stel het kozijn op klossen, bevestig met kozijnpluggen en werk de stelnaad af met een voorgecomprimeerde band rond het kozijn of met pur die je terugsnijdt.
Wat is het verschil tussen een renovatiekozijn en een gewoon kozijn?
Een standaard inmetselkozijn heeft aan de spouwzijde een groef waar het metselwerk tijdens het metselen in valt. Dat werkt alleen als het kozijn er staat voordat de muur wordt opgetrokken. Een renovatiekozijn heeft in plaats van die groef een sponning en past daardoor in een bestaand gat en tegen de spouwlatten aan. Zet je een standaard kozijn in een bestaande opening, dan krijg je de aansluiting nooit netjes dicht.
Waar moet ik op letten bij een raamkozijn voor de schuur?
Een lichter profiel mag en bij een vast raam heb je geen aanslag of tochtrubber nodig, maar afschot en een waterhol in de dorpel houd je erin. Let vooral op de sloop: oude schuurkozijnen zijn vaak ingemetseld zonder latei, waardoor de betonblokken erboven op het kozijn rusten. Hang die blokken eerst aan een doorgeschroefde lat aan de binnenzijde voordat je het oude kozijn eruit haalt.
Wanneer je beter een vakman belt
Een kozijn maken, een dorpel vervangen of een bestaand kozijn vervangen is werk dat je met geduld en scherp gereedschap zelf kunt doen. Er zijn wel vier situaties waarin je beter belt dan doorgaat.
De eerste is een nieuwe of grotere opening in een dragende muur. Welke latei je nodig hebt en hoeveel opleg die vraagt volgt uit de belasting erboven, en dat is rekenwerk voor een constructeur. Vraag daarnaast bij je gemeente na of het wijzigen van de gevel bij jou vergunningplichtig is, want dat is bij een gevelwijziging regelmatig het geval.
De tweede is werken op hoogte. Een kozijn op een verdieping of in een dakopbouw plaatsen doe je vanaf een rolsteiger, niet vanaf een ladder. Een kozijn van tientallen kilo's stellen terwijl je met één hand houvast zoekt gaat een keer mis, en dan valt er meer dan alleen het kozijn.
De derde is asbestverdacht materiaal. Onder raamkozijnen uit de jaren zestig tot tachtig zitten regelmatig gevelvullingen en borstweringspanelen met asbest erin. Ga daar niet in zagen, boren of breken. Laat het onderzoeken en zo nodig door een gecertificeerd bedrijf verwijderen.
De vierde is grote of zware beglazing. Isolatieruiten boven ongeveer een vierkante meter zijn met twee man al lastig, en een gebroken ruit kost je meer dan het plaatsen. Bestel de beglazing bij een glaszetter en laat die hem meteen stellen, dan ligt de garantie op de ruit ook daar.