Boeidelen vervangen zonder je dakbedekking te slopen
Boeidelen vervangen draait om één vraag die je vóór het slopen beantwoordt: zit de daktrim aan het boeideel vast of aan de dakbedekking. Zit hij aan de dakbedekking, dan snijd je het dakleer net achter de trim door of slijp je de voorkant van de trim weg, zodat je het boeideel naar je toe kunt trekken. Daarna komt de nieuwe plaat erop, met de naadbreedte die de fabrikant van dat plaatmateriaal voorschrijft, en pas als laatste de afwerking bovenlangs. Wie andersom werkt, staat halverwege met een open dakrand en een bui op komst.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Rolsteiger of stelling, geen ladder om vanaf te werken
- Brede koevoet van ongeveer 38 cm en een klein breekijzer
- Stukje hout of multiplex als drukplaatje tegen het metselwerk
- Stanleymes met haakmesjes voor het dakleer
- Haakse slijper met een dunne doorslijpschijf voor de oude daktrim
- Accuboormachine, torxbits en een goede houtboorset
- Nijptang, klauwhamer en een spijkerdrevel
- Lange waterpas of een strakke draad, en een schietlood
- Cirkelzaag met een fijne plaatzaagblad, of laat op maat zagen
- Kitspuit en een vetkrijt of potlood
Materiaal
- Watervast verlijmd multiplex, Rockpanel of Trespa in de juiste dikte
- Randsealer of grondverf voor alle zaagkanten en kopse kanten
- Rvs schroeven of gekleurde plaatschroeven van de fabrikant
- Vurenhouten regels of underlayment om de ondergrond uit te vullen
- Stukjes hardhout of kunststof vulplaatjes om uit te stellen
- Nieuwe daktrim, enkeltrim of een zinken deklijst
- Strook dakbedekking, koude kleefstof of bitumenkit
- Asfaltnagels met geprofileerde schacht
- Uv-bestendige strook onder de naden
- Verf in het systeem van de plaat, of kantenlak bij Rockpanel
Wanneer boeidelen echt aan vervanging toe zijn
Boeidelen sluiten het uiteinde van de dakconstructie af: langs de rand van een plat dak, en bij een schuin dak met pannen achter of onder de goot. Ze vangen het water op dat langs de dakrand komt en staan het hele jaar in de wind. Rot begint daarom bijna altijd aan de bovenkant en aan de kopse kanten, precies waar je het vanaf de grond niet ziet.
De snelste controle doe je met een priem of een smalle schroevendraaier. Duw de punt in het hout vlak onder de daktrim en achter de goot. Zakt hij zonder weerstand een centimeter weg, dan is het hout op, hoe redelijk de verf er ook uitziet.
Het tweede signaal is de vlakheid. Boeidelen die jarenlang zijn bijgeplamuurd en overgeschilderd, zijn zelden nog recht. Span er een draad langs: zie je golvingen van meer dan een paar millimeter, dan wordt een nieuwe plaat er nooit strak op. Gaat het maar om één beschadigde plank aan de kopgevel, kijk dan eerst of het bij één boeiboord vervangen kan blijven. Dat scheelt je een hele dakrand.
| Wat je aantreft | Wat er aan de hand is | Wat verstandig is |
|---|---|---|
| Verf bladdert, hout eronder is hard | Alleen de verflaag is versleten | Schuren, kopse kanten sealen, gronden en overschilderen |
| Kopse kanten zacht, de rest gezond | Water trekt via het kopshout naar binnen | Alleen die delen vervangen en de nieuwe koppen goed dichtzetten |
| Priem zakt over meters weg | Het hout is doorgerot | Volledig vervangen, niets overheen zetten |
| Gaten in de plank, hout kruimelt | Jarenlang doorgelopen vocht | Vervangen en meteen de onderliggende regel controleren |
| Boeideel golft, dikke plamuurlagen | Te vaak bijgewerkt, plank is niet meer vlak | Vervangen als je een strakke plaat wilt monteren |
| Alleen de daktrim is stuk, hout gezond | Aluminium is vervormd of losgetrild | Alleen de trim vervangen, boeideel laten zitten |
| Zwarte strepen op het metselwerk eronder | Water loopt langs het boeideel naar beneden | Aansluiting bovenlangs nakijken, daar zit meestal de oorzaak |
Maak voordat je iets sloopt tien foto's van de dakrand, ook van de bovenkant. Zodra de eerste plank eraf is, weet je niet meer precies hoe de trim eroverheen lag. Die foto's zijn later je maatvoering.
Eerst uitzoeken hoe het boeideel vastzit
Bij oude boeidelen zie je vaak nergens een spijker of schroef. Dat betekent zelden dat er gelijmd is: de koppen zijn dichtgeplamuurd en meegeschilderd. Ga er dus van uit dat de plank gespijkerd of geschroefd zit op een regel, op de mastiekschroot of op de mastiekrib, het schuine of afgeronde houten deel dat samen met het boeideel de dakopstand vormt.
De test die je duidelijkheid geeft kost vijf minuten. Zet een breekijzer achter het boeideel, met een plankje ertussen zodat je de bakstenen niet beschadigt, en wrik een klein stukje los. Beweegt de aluminium daktrim mee, dan zit de trim aan het boeideel of aan de dakbedekking vast en moet er iets met de dakrand gebeuren. Blijft de trim rustig liggen, dan heb je geluk en kun je de plank er onderuit werken.
Kijk meteen wat er nog meer aan het boeideel hangt. Een buitenlamp of een bewegingsmelder aan de gevel van een garage zit vaak juist op die plank geschroefd, met de kabel er achterlangs. Draai de armatuur er eerst af en maak de aansluiting spanningsloos, want de aanpak bij een buitenlamp vervangen is een ander klusje dan hem tijdens het slopen aan zijn draad laten bungelen.
Werk niet vanaf een ladder. Je hebt twee handen nodig voor een koevoet en straks voor platen van drie meter. Huur een rolsteiger of een lichte stelling. Vallen van drie meter met een plaat in je handen is de meest gemaakte fout bij deze klus.
De daktrim los krijgen bij een plat dak
Bij een garage, schuur of aanbouw met bitumen ligt de dakbedekking meestal tot over de opstand en zit de aluminium daktrim daar overheen of daar tussenin. Dat is het lastigste deel van de klus, want daar zit de waterdichtheid. Ga hier niet trekken voordat je weet welke route je kiest. Meer over de opbouw van zo'n dakrand lees je bij een mastiekdak en de opstanden daarvan.
De eerste route is snijden. Snijd het dakleer net achter de daktrim door met een stanleymes met een haakmesje, en laat het mes iets schuin langs de trim lopen. Een haakmes trekt zichzelf in het materiaal in plaats van weg te glijden. Daarna wrik je de trim los met een brede koevoet van zo'n 38 centimeter, en pas als de trim eraf is haal je van bovenaf het boeideel los van de rib.
De tweede route is de voorkant van de oude trim wegslijpen met een haakse slijper, vlak langs de dakrand. Het deel van de trim dat in of onder de dakbedekking ligt laat je dan gewoon zitten. Je dak blijft dicht en je kunt het boeideel naar je toe trekken. Gebruik hiervoor geen multitool met een klein schijfje: de doorslijpschijf loopt binnen een meter vol met bitumen.
| Route | Zo pak je het aan | Wanneer dit de beste keuze is | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Dakleer doorsnijden achter de trim | Haakmes schuin langs de trim, trim wippen met brede koevoet | Als de dakbedekking toch vernieuwd of aangeheeld wordt | Aanhelen op oude leislag hecht slecht, dus reken op een strook branden |
| Voorkant van de trim wegslijpen | Dunne doorslijpschijf langs de dakrand, achterdeel laat je zitten | Als de dakbedekking nog goed is en dicht moet blijven | Slijpen op hoogte, vonken bij bitumen, en de schijf loopt vol |
| Boeideel onder de trim uit schuiven | Spijkers uit de rib wrikken en de plank naar beneden trekken | Alleen als de trim op de rib zit en met spijkers, niet met schroeven | Bij schroeven komt de plank niet los en scheur je de trim krom |
| Nieuwe plaat over het bestaande boeideel | Oude plank laten zitten, plaat ervoor met een nieuwe trim erop | Alleen bij hout dat hard, droog en redelijk vlak is | Op rot hout houdt geen schroef, en de dakrand wordt te dik voor de trim |
Slijpen boven bitumen geeft vonken en hitte. Leg een oude deken of een stuk plaat over de dakbedekking naast je snede, houd een emmer water of een blusser binnen handbereik en controleer het dak nog een half uur nadat je klaar bent.
Welk plaatmateriaal je kiest voor nieuwe boeidelen
De keuze tussen multiplex, Rockpanel en Trespa bepaalt de rest van de klus, want elk materiaal heeft zijn eigen naadregel en zijn eigen bevestiging. Watervast verlijmd multiplex is het goedkoopst en het meest vergevingsgezind bij zaagwerk, maar je moet het rondom schilderen en het werkt flink. Rockpanel is lichter, werkt nauwelijks en mag daardoor met een smalle naad gemonteerd worden, wat het uiterlijk een stuk rustiger maakt. De praktijkervaring met dat materiaal staat bij boeidelen van Rockpanel.
Trespa is de duurste en de hardste plaat, en juist die werkt het meest. Boor de gaten daar altijd ruimer dan de schroef en houd de naden open, anders drukt de plaat zichzelf in de zomer krom. Wat je ook kiest: bestel op maat gezaagd waar het kan, want een lange plaat recht en scheurvrij zagen op een steiger valt tegen.
Kijk ook naar de dikte. Ga je van planken van twintig millimeter naar een plaat van acht of tien millimeter, dan wordt de dakrand dunner en past de oude trim niet meer. Dat verschil moet je opvangen met een regel of een plaat erachter, en dat plan je van tevoren in plaats van halverwege.
| Materiaal | Naad tussen de platen | Bevestiging | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Watervast multiplex, gegrond geleverd | Dilatatie van 7 tot 10 mm volgens de verwerkingsvoorschriften | Rvs schroeven in voorgeboorde gaten, achterhout onder elke naad | Alle zaagkanten sealen en de plaat rondom schilderen vóór montage |
| Rockpanel | Mag strak of met een smalle naad tegen elkaar | Schroeven of nagels van de fabrikant, in het juiste stramien | Zaagkanten bijwerken met de bijbehorende lak, ventilatie erachter |
| Trespa | Altijd open naad, nooit strak tegen elkaar | Trespa-schroeven, gaten ruim boren zodat de plaat kan werken | Uv-bestendige strook achter de naad tegen vocht in het achterhout |
| Hardhout, geschaafd en gegrond | Naad met speling, verstekjes vermijden | Rvs of gegalvaniseerde nagels of schroeven | Kopse kanten dubbel gronden, hier begint het rot altijd |
| Kunststof boeiboord | Ruime speling, het materiaal zet zichtbaar uit in de zon | Sleufgaten en schroeven niet vast aandraaien | Donkere kleuren werken sterker dan lichte |
| Vezelcement plaat | Naad volgens fabrikant, meestal enkele millimeters | Voorboren, schroeven met verzonken kop | Zwaar in lange lengtes, met twee man monteren |
Naden, dilatatie en achterhout
Hier gaat het bij zelf boeidelen vervangen het vaakst mis, en meestal uit goede bedoelingen. Platen strak tegen elkaar zetten oogt netjes, maar bij multiplex en bij Trespa schrijft de fabrikant een open naad voor omdat de plaat met vocht en temperatuur werkt. Zonder die ruimte duwen de platen tegen elkaar, komt de rand omhoog en scheurt de verf op de naad open binnen twee seizoenen.
Bij multiplexplaten van het uniprime type komt dat neer op ongeveer een centimeter naad. Dat is breed, en veel mensen vinden het lelijk. De nette oplossing is niet de naad dichtdrukken, maar zorgen dat je erin kunt kijken zonder dat het rommelig wordt: zet een strook achterhout achter elke naad, sealen de zaagkanten van beide platen, en houd de naad overal even breed door er een latje van de juiste dikte tussen te leggen tijdens het schroeven.
Wil je echt smalle naden, dan is dat een materiaalkeuze en geen montagekeuze. Kies dan een plaat die nauwelijks werkt. Wie een timmerman inhuurt, bespreekt dit vooraf: welke plaat komt erop, welke naad hoort daarbij en waar komt het achterhout. Achteraf naden openfrezen op zes meter hoogte is geen serieuze reparatie.
Vul de schroefgaten in multiplex niet dicht met plamuur maar met een beetje epoxy of een tweecomponentenvuller. Gewone vuller trekt water aan bij de schroefkop en dat is precies de plek waar het volgende rot begint.
De ondergrond recht krijgen voordat de plaat erop gaat
Zodra de oude planken eraf zijn, zie je hoe scheef de constructie eronder is. Metselwerk komt zelden op de millimeter even ver uit de muur, en de sporenuiteinden of dakbalken lopen na dertig jaar ook niet meer strak in één lijn. Een plaat volgt die golving genadeloos, dus de ondergrond stel je eerst.
Er zijn twee manieren. Een regelwerk van latten is goedkoop, maar je moet elke lat afzonderlijk uitvullen en je krijgt de bovenste lat lastig op de goede hoogte, terwijl daar juist de mastiekhoek en de trim op moeten aansluiten. Een doorgaande plaat underlayment of watervast multiplex als achterhout is even duur, maar je hebt hem in één keer vlak en je kunt overal schroeven. Schuur nooit de bakstenen af om het verschil weg te werken.
Stel de onderkant uit met een strakke draad van hoek tot hoek en vul met stukjes hardhout of kunststof vulplaatjes. Laat achter de beplating wat ruimte voor lucht, zeker bij een schuur of garage die alleen via een rooster in de muur ventileert. Vocht dat er niet uit kan, komt in het achterhout terecht en dan ben je over acht jaar opnieuw bezig. Ligt er isolatie in het dakvlak, dan hoort de ventilatiespouw daarvan bij de dakrand door te lopen, zie een schuin dak isoleren.
De afwerking bovenlangs: daktrim, enkeltrim of zink
Als het nieuwe boeideel staat, moet de bovenkant weer dicht. Welke afwerking kan, hangt af van wat je met de dakbedekking gedaan hebt en van hoe breed en hoe vlak de opstand is. Meet dat voordat je bestelt, en tel de dikte van het nieuwe boeideel mee, want de trim moet over beide heen.
Een vuistregel die ons in de praktijk niet in de steek laat: het horizontale deel waar de trim op rust is minimaal 45 millimeter breed en hooguit 50 millimeter. Wordt dat vlak breder, dan blijft er een plasje water voor de trim staan, en dat loopt na een paar jaar onder de trim door. Het water moet direct van de opstand aflopen, van de dakrand af en niet ernaartoe.
Trims die je over de bestaande dakbedekking heen schroeft, zijn voor een doe-het-zelver aantrekkelijk omdat er geen brander aan te pas komt. Ze stellen wel een eis: de ondergrond onder het rubberprofiel moet vlak zijn. Op leislag, op grind of over dikke overlappen van rollen sluit dat profiel niet af en heb je binnen een jaar een lek. Een zinken deklijst heeft die eis niet, gaat tientallen jaren mee en beschermt de bitumen opstand tegen de zon. Die laat je op maat zetten en je monteert hem zelf; het solderen van de hoeken kan een loodgieter er later in een uurtje bij doen.
| Afwerking | Hoe hij vastzit | Wanneer dit past | Aandachtspunt |
|---|---|---|---|
| Ingewerkte daktrim | Dakbedekking loopt in de trim, strook eroverheen gebrand | Als de dakrand toch opnieuw gemaakt wordt | Branden is werk voor iemand die het vaker doet |
| Enkeltrim | Op de opstand geschroefd, dakbedekking loopt eronder tot over de boei | Doe-het-zelfklus, geen brander in de trim nodig | De strook dakbedekking moet eerst tot over de rand doorlopen |
| Opzettrim over bestaande dakbedekking | Doorgeschroefd in de opstand, met rubberprofiel eronder | Op gladde bitumen, kunststof of epdm | Niet op leislag, grind of dikke overlappen, eerst bitumenkit voorsmeren |
| Zinken deklijst | Op maat gezet, over opstand en boeideel geklemd en genageld | Als de dakbedekking dicht moet blijven | Duurder in aanschaf, hoeken laat je solderen |
| Zinken deklijst met kraal | Zelfde montage, met een ronde voorkant | Bij een bestaande kraalvorm die je wilt terugzien | Op bestelling gezet, dus maatvoering vooraf aanleveren |
| Aluminium kraallijst | Geschroefd op het boeideel, over de kop van de plaat | Bij een dakrand zonder opstand | Zet uit in de lengte, dus stuiknaden met speling monteren |
Boeidelen langs de dakgoot en het overstek
Bij een schuin dak zit het boeideel meestal achter of onder de goot, en dan is het vervangen van de boeidelen bij de dakgoot een kwestie van volgorde. De goot moet eerst weg, of in elk geval los, anders kom je niet bij de schroeven en krijg je de nieuwe plaat er nooit strak achter. Haal de gootbeugels los, leg de goot op het dak of op de steiger, en werk daarna pas aan de plaat.
Bekijk meteen de rest. Een zinken mastgoot van bijna dertig jaar oud die je nu toch los hebt, is het moment om te vervangen in plaats van te solderen. Een oude naad krijg je tussen de lagen niet meer schoon, en zonder schoon zink vloeit het soldeer niet. Zit er een houten goot met zinken bekleding, controleer dan de gootbodem en de achteropstand: daar zit het rot dat je vanaf de grond niet ziet.
De hemelwaterafvoer hangt vaak met een beugel aan het boeideel. Haal die eraf voordat je gaat wrikken, en gebruik het moment om de aansluiting op de riolering en de afvoerleiding na te lopen. Steekt de dakrand ver uit, dan speelt ook de onderzijde mee; hoe je die afwerkt staat bij de afwerking van het overstek.
Pannen aan de dakvoet en zelf dakpannen vervangen
Bij een pannendak liggen de onderste rijen pannen deels op het boeideel of op de tengel die daar vlak achter zit. Neem daarom de onderste twee rijen weg voordat je begint en leg ze op het dak, netjes gestapeld. Dan zie je meteen in welke staat het dakbeschot en de panlatten aan de dakvoet zijn, en dat is precies de plek waar het hout het eerst zacht wordt. Is dat zo, dan is het slim om het dakbeschot aan de dakvoet te vervangen nu alles toch open ligt.
Wil je van de gelegenheid gebruikmaken en zelf dakpannen vervangen over het hele dak, houd er dan rekening mee dat dit een klus met meerdere mensen is. Huur een pannenlift als het dak hoger dan een verdieping is, want honderden kilo's pannen met de hand langs een ladder is geen werk. Haal de pannen ook nooit van één dakhelft af terwijl de andere vol ligt: de kapconstructie is op een gelijkmatige belasting gemaakt en je wilt die niet eenzijdig belasten. Werk dus in banen, aan beide zijden afwisselend.
De nok laat je tot het laatst. Losse of rammelende vorsten pak je in dezelfde beurt mee, want daarvoor moet je toch al op het dak zijn en de aanpak staat bij nokvorsten vastzetten. Bij een schuurdak met shingles is de dakvoet anders opgebouwd, zie een dak met shingles.
Oude golfplaten op een schuur kunnen asbest bevatten. Platen van voor 1994 breek je niet, zaag je niet en boor je niet. Laat ze inventariseren en door een gecertificeerd bedrijf verwijderen voordat je aan de boeidelen begint.
Wat het kost en hoe je de klus indeelt
De materiaalkosten vallen bij deze klus mee, de afwerking bovenlangs bepaalt de rekening. Voor een gemiddelde garage of berging kom je met plaatmateriaal, achterhout, schroeven en verf op een paar honderd euro. Een set zinken deklijsten of trimmen voor zo'n dakrand, op maat gezet en geleverd, ligt daar in dezelfde orde van grootte bovenop. Vraag daar twee of drie prijzen voor op, want die verschillen behoorlijk.
Plan het werk zo dat de dakrand nooit een nacht open staat. Dat betekent: in vakken werken van vier tot zes meter, en per vak slopen, uitvullen, plaat monteren en bovenlangs dichtmaken. Sloop je eerst de hele dakrand, dan staat er gegarandeerd regen in de weersverwachting op het moment dat je nog niets dicht hebt.
Reken op meer tijd dan je denkt. De sloop en het stellen van de ondergrond kosten samen ongeveer evenveel als het monteren van de platen. Voorbehandelen doe je op de grond en op tijd: platen die je rondom geschilderd op de steiger krijgt, hoef je boven alleen nog te monteren en bij te werken. Meer klussen aan en rond het dak vind je in ons overzicht over dak en zolder.
Bestel tien procent meer plaatmateriaal dan je hebt uitgerekend. Een verkeerde zaagsnede op een steiger, een hoekstuk dat net anders uitvalt, en je bent zonder die reserve een dag kwijt aan een nieuwe bestelling.
Zo vervang je een dakrand met boeidelen
Deze volgorde werkt voor een plat dak van een garage, schuur of aanbouw, en met kleine aanpassingen ook langs een goot bij een pannendak.
-
Onderzoek hoe de dakrand is opgebouwd
Wrik met een breekijzer en een plankje tegen het metselwerk een klein stukje boeideel los. Beweegt de daktrim mee, dan zit hij aan de boei of aan de dakbedekking en moet daar eerst iets gebeuren. Doe deze test op twee of drie plekken, want een dakrand is niet overal gelijk gemaakt.
-
Kies je route voor de dakbedekking
Is de dakbedekking oud en gaat hij toch vernieuwd worden, snijd dan het dakleer net achter de trim door met een haakmes. Is de dakbedekking nog goed en wil je hem dicht houden, slijp dan de voorkant van de oude trim weg met een haakse slijper. Deze keuze bepaalt de rest van de klus, dus maak hem vooraf en niet halverwege.
-
Haal trim en boeideel eraf, vak voor vak
Werk in stukken van vier tot zes meter zodat je aan het eind van de dag alles weer dicht hebt. Trek de vrijgekomen spijkers met een nijptang en slijp achtergebleven punten die door de dakbedekking steken glad. Laat de mastiekschroot of mastiekrib zitten zolang die hard en droog is, dat scheelt veel werk aan het dak.
-
Controleer en herstel wat eronder zit
Nu zie je de balkkoppen, de regel en de onderkant van het dakbeschot. Zacht hout snijd je weg en vervang je, ook als het maar een paar centimeter is. Een nieuwe plaat op een aangetaste ondergrond schroeven betekent dat je over een paar jaar opnieuw op de steiger staat.
-
Stel de ondergrond vlak en breng achterhout aan
Span een draad van hoek tot hoek en vul de ondergrond uit met vulplaatjes of een doorgaande plaat, tot de lijn strak is. Zet onder elke toekomstige naad een strook achterhout, want daar moeten straks beide plaatranden op kunnen schroeven. Houd achter de beplating ruimte over zodat er lucht bij kan.
-
Monteer de platen met de juiste naad
Schilder of seal de platen rondom voordat ze omhoog gaan, kopse kanten dubbel. Schroef ze vast in voorgeboorde gaten en leg tussen elke twee platen een latje van de voorgeschreven naaddikte, zodat de naad overal even breed blijft. Bij Trespa boor je de gaten ruimer dan de schroef, anders kan de plaat niet werken.
-
Maak de bovenkant dicht
Breng eerst de strook dakbedekking aan tot over de kop van het nieuwe boeideel, met koude kleefstof of gebrand, en zet die vast met asfaltnagels met een geprofileerde schacht. Die houden merkbaar beter dan gladde nagels. Daarna komt de trim of de deklijst erop, waarbij je let op de breedte van het horizontale vlak en op de richting van het afschot.
-
Werk af en hang de goot terug
Vul de schroefgaten in multiplex met epoxy, schuur licht en zet de platen in de eindlaag. Hang de goot en de hemelwaterafvoer terug met nieuwe beugels en controleer of het water nog naar het uitloopstuk loopt. Als laatste leg je de onderste rijen pannen terug die je eraf hebt gehaald.
Nakijken voordat je van de steiger stapt
Uit de praktijk
Een garagedak waar de trim onder de leislag verdween
Bij een garage met een bitumen dak waren de boeiboorden na een bouwkundige keuring afgekeurd. Nergens was een spijker te zien, dus het vermoeden was dat alles gelijmd zat. Met een breekijzer en een plankje tegen de bakstenen bleek het anders: er zat een mastiekrib onder waar de boeiboorden op gespijkerd waren, en de aluminium daktrim verdween met een omgezette rand onder de leislag. Wrikken aan de boei bewoog de hele dakbedekking mee.
Snijden zou betekenen dat er stroken aangeheeld moesten worden op tien jaar oude leislag, en daar hecht nieuw materiaal slecht op. De oplossing werd de voorkant van de trim wegslijpen met een haakse slijper, precies langs de dakrand. Daarna kwam elke plank naar voren toe los en bleef het dak dicht. Een multitool met een klein schijfje was geprobeerd en liep binnen een halve meter vol met bitumen.
Trimmen die op het dak niet bleken te passen
Voor datzelfde garagedak waren opzettrimmen uitgezocht die je over de bestaande dakbedekking heen schroeft. Mooi profiel, geen brander nodig, en volgens de verkoper zou het gewoon lukken. Bij het opmeten kwam het probleem naar boven: het horizontale vlak van de opstand was ongeveer 35 millimeter breed en liep bovendien iets af, terwijl de trim ruim 55 millimeter oplegging nodig had. De dikte van het nieuwe boeideel was daarbij nog niet eens meegeteld.
Er kwam een tweede bezwaar bij. Zo'n trim dicht met een rubberprofiel op de ondergrond, en die ondergrond lag vol leislag en had dikke overlappen tussen de banen. Dat sluit niet af. Het werd uiteindelijk een zinken deklijst, op maat gezet naar de nieuwe maten inclusief plaatdikte. Die vraagt niets van de dakbedekking, beschermt de bitumen opstand tegen de zon en gaat decennia mee.
Nieuwe platen strak tegen elkaar gemonteerd
Bij een woning werden de boeidelen door een timmerman vervangen door multiplexplaten van het uniprime type. Hij had de randen bol gefreesd, de zaagkanten met randsealer behandeld en de platen strak tegen elkaar gezet. De schroefgaten waren met epoxy gevuld. Het zag er strak uit, en dat was precies de wens van de opdrachtgever geweest: geen brede naden in het zicht.
De verwerkingsvoorschriften van die plaat schrijven een naad van ongeveer een centimeter voor. Zonder die ruimte drukken de platen bij vocht en warmte tegen elkaar, komt de naad omhoog en scheurt de verffilm open. Achteraf naden inzagen op een dakrand van zes meter hoog is geen serieuze reparatie, en als je het toch doet moeten de verse zaagkanten opnieuw geseald. De les die eruit volgt is simpel: bespreek vóór de eerste plaat welke naad bij het gekozen materiaal hoort, en kies een plaat die nauwelijks werkt als je smalle naden wilt.
Boeiboorden van een schuur die door en door verrot waren
Bij een schuur met een plat bitumendak zaten er letterlijk gaten in de boeidelen. De dakbedekking bleek met asfaltnagels aan de bovenkant van het boeideel genageld en de aluminium strip lag daar half over, met een rand die eruit gerot was. Alles moest eraf.
De aanpak die hier werkte: de nieuwe boeidelen van watervast multiplex eerst op de werkbank op maat maken en rondom schilderen, inclusief de kopse kanten. Daarna monteren, en pas dan een nieuwe strook dakbedekking tot over de bovenkant van het boeideel leggen. Op de rand vastgezet met asfaltnagels met een geprofileerde schacht, die veel beter houden dan gladde. Bovenop kwam een enkeltrim, want daarbij hoeft de dakbedekking niet in de trim gebrand te worden en is het dak er al onder dicht. Het resultaat is niet van een ingewerkte trim te onderscheiden, maar het werk was voor een doe-het-zelver een klasse eenvoudiger.
Veelgemaakte fouten
Beginnen met slopen zonder te weten hoe de trim vastzit
Wie eerst de plank lostrekt en daarna pas kijkt, scheurt de dakbedekking mee omhoog. Vijf minuten wrikken met een breekijzer op een onopvallende plek vertelt je of de trim meebeweegt. Dat antwoord bepaalt of je gaat snijden of gaat slijpen, en dus je hele planning.
Een koevoet direct tegen het metselwerk zetten
De kracht die je nodig hebt om een gespijkerde plank los te wippen, drukt zo een hoek van een baksteen af. Leg altijd een plankje of een stukje multiplex tussen het gereedschap en de muur. Een afgebroken steenrand langs de hele dakrand valt daarna meer op dan het oude boeideel.
Plaatmateriaal strak tegen elkaar monteren
Bij multiplex en Trespa hoort een open naad omdat de plaat werkt. Zonder die ruimte drukken de platen elkaar omhoog en scheurt de verf op de naad. Wil je een smalle naad, kies dan een plaat die daarvoor gemaakt is in plaats van de dilatatie weg te laten.
Zaagkanten en kopse kanten onbehandeld laten
Het rot begint vrijwel altijd aan het kopshout en aan de verse zaagsnede, want daar zuigt de plaat water op als een spons. Seal of grond elke snede, ook aan de bovenkant die straks onder de trim verdwijnt. Dat is de plek waar het water uiteindelijk komt.
Nieuwe platen over aangetaste boeidelen zetten
Overzetten is prima op hout dat hard en droog is. In zacht, doorgerot hout houdt geen schroef en het vocht dat erin zit blijft opgesloten achter de nieuwe plaat. Bovendien wordt de dakrand dikker en past de oude trim er niet meer overheen.
Een opzettrim op leislag of over overlappen schroeven
Deze trims dichten met een rubberprofiel op de ondergrond en hebben dus een vlakke ondergrond nodig. Leislag, grind en de verdikking bij een overlap van twee banen zorgen dat het profiel nergens aansluit. Het lek zit dan niet in de trim maar tussen de trim en het dak, en dat vind je pas bij de eerste stortbui.
Alles in één keer slopen
Een open dakrand is een uitnodiging voor water tussen de dakbedekking en het houtwerk. Werk in vakken van vier tot zes meter en maak elk vak dezelfde dag bovenlangs dicht. Dat is trager op papier en sneller in de praktijk, want je hoeft niets over te doen.
Veelgestelde vragen
Kun je zelf boeidelen vervangen of is dat vakwerk?
Het timmerwerk zelf is goed te doen als je recht kunt zagen en netjes kunt schroeven. De moeilijkheid zit in twee andere dingen: het werken op hoogte en de aansluiting op de dakbedekking. Zelf boeidelen vervangen lukt prima als je een steiger huurt en een afwerking kiest waarbij je niet hoeft te branden, bijvoorbeeld een enkeltrim of een zinken deklijst. Moet er dakbedekking ingebrand worden, laat dat dan doen.
Hoe krijg ik mijn boeiboorden los zonder het dak te beschadigen?
Snijd het dakleer net achter de daktrim door met een stanleymes met een haakmesje en laat het mes iets schuin langs de trim lopen, zodat je niet uitschiet. Wrik daarna de trim los met een brede koevoet van ongeveer 38 centimeter en haal pas dan de boei van bovenaf los van de mastiekrib. Wil je het dak helemaal niet aansnijden, slijp dan de voorkant van de oude trim weg met een haakse slijper en trek de plank naar je toe.
Waarom zie ik geen enkele spijker in mijn boeidelen zitten?
Omdat de koppen bij het schilderwerk zijn dichtgezet met plamuur en daarna zijn overgeschilderd. Gelijmde boeidelen kom je in de praktijk vrijwel nooit tegen. Ga er dus van uit dat er gespijkerd of geschroefd is, meestal in de regel of in de mastiekschroot erachter. Bij oud schilderwerk kun je de koppen soms terugvinden door schuin langs de plank te kijken in laagstaand licht: de plamuurplekken tekenen zich af als kleine ronde plekjes.
Welk materiaal is het beste voor nieuwe boeidelen?
Dat hangt af van wat je belangrijk vindt. Watervast multiplex is het goedkoopst en goed te bewerken, maar het werkt sterk en moet rondom geschilderd worden. Rockpanel werkt nauwelijks, is licht en mag met een smalle naad, wat het uiterlijk rustiger maakt. Trespa is het hardst en het duurst en werkt juist behoorlijk, dus daar horen ruime boorgaten en open naden bij. Voor een schuur of garage is multiplex vaak de logische keuze, voor een gevel in het zicht een plaat die niet geschilderd hoeft.
Moet er echt een naad van een centimeter tussen de platen?
Bij multiplexplaten van het uniprime type schrijven de verwerkingsvoorschriften een dilatatie van ongeveer 7 tot 10 millimeter voor, en dat is geen overdreven marge. Zonder die naad zetten de platen bij vocht uit, drukken ze tegen elkaar en komt de rand omhoog, waarna de verf openscheurt. Zet achter elke naad een strook achterhout en seal de zaagkanten. Vind je de naad te breed, kies dan een plaatmateriaal dat wel strak tegen elkaar mag.
Hoe pak ik boeidelen bij de dakgoot vervangen aan?
Haal eerst de goot los, want anders kom je niet bij de bevestiging en krijg je de nieuwe plaat er nooit strak achter. Schroef de beugels los, leg de goot veilig weg en controleer meteen de balkkoppen erachter. Bij een zinken goot van dertig jaar of ouder is vervangen verstandiger dan solderen, omdat oude naden niet meer schoon te krijgen zijn en het soldeer dan niet vloeit. Hang de goot na de montage terug op afschot en controleer of het water naar het uitloopstuk loopt.
Waar let ik op bij boeidelen van een schuur vervangen?
Bij een schuur is de constructie lichter en zit de dakbedekking vaak met asfaltnagels rechtstreeks aan het boeideel genageld. Reken er dus op dat je de bovenste strook dakbedekking opnieuw moet aanbrengen. Werk in korte vakken zodat het dak nooit een nacht open ligt, en kies een enkeltrim als afwerking, want die vraagt geen brander. Ventileer de ruimte achter de nieuwe beplating, zeker als de schuur alleen via een rooster in de muur lucht krijgt.
Wat is er anders als je de boeidelen van een garage vervangt?
Een garage heeft meestal een plat dak met een opstand en een aluminium daktrim, en er hangt vaker iets aan het boeideel: een buitenlamp, een kabelgoot of de beugel van de hemelwaterafvoer. Haal dat er eerst af en maak elektrische aansluitingen spanningsloos. Verder is de aanpak gelijk aan die bij een schuur, met één extra aandachtspunt: bij een inpandige garage loopt de dakrand vaak door langs de buren, dus stem af tot waar jouw dakvlak loopt.
Kan ik zelf dakpannen vervangen als ik toch aan de dakrand werk?
Losse pannen aan de dakvoet vervangen is goed te doen. Een heel dak omleggen is een klus met meerdere mensen en met materieel. Huur een pannenlift zodra het dak hoger dan een verdieping is, want honderden kilo's pannen met de hand langs de ladder is geen werk. Haal de pannen nooit van één dakhelft af terwijl de andere vol ligt, maar werk in banen aan beide zijden. Reken erop dat je onder de pannen tengels of dakbeschot aantreft die aandacht nodig hebben.
Moet ik de dakbedekking insnijden om bij het boeideel te komen?
Niet per se. Zit de trim los van de boei, dan kun je de plank er soms onderuit schuiven. Zit de trim in of onder de dakbedekking, dan heb je twee keuzes: het dakleer net achter de trim doorsnijden, of de voorkant van de trim wegslijpen zodat de dakbedekking dicht blijft. Snijden is de nettere oplossing als het dak toch vernieuwd wordt, want nieuwe stroken hechten slecht op oude leislag.
Kan ik de oude boeidelen laten zitten en er plaat overheen zetten?
Alleen als het hout hard, droog en redelijk vlak is. Zit er zacht of doorgerot hout in, dan houdt geen enkele schroef en sluit je het vocht op achter de nieuwe plaat. Boeidelen die jarenlang zijn bijgeplamuurd zijn bovendien niet meer recht, en die golving zie je terug in de nieuwe plaat. Let er ook op dat de dakrand dikker wordt: past de bestaande trim er dan nog overheen, en blijft het horizontale vlak breed genoeg?
Hoe breed moet het vlak zijn waar de daktrim op komt?
Wij houden aan dat het horizontale deel van de dakopstand minstens 45 millimeter breed is en hooguit 50 millimeter, gemeten inclusief de dikte van het nieuwe boeideel. Smaller en de trim heeft te weinig oplegging voor een goede afdichting. Breder en er blijft een plasje water voor de trim staan, dat na een paar jaar onder de trim door naar binnen loopt. Het afschot hoort van de dakrand af te lopen, niet ernaartoe.
Wanneer je beter een vakman belt
Het meeste van deze klus kun je zelf doen, maar er zijn vier momenten waarop je beter belt.
Het eerste is het werken op hoogte. Een dakrand op de tweede verdieping, een steil dakvlak of een dakrand boven een tuin met hoogteverschil zijn geen plekken om met platen van drie meter te improviseren. Huur een steiger, en is die niet te plaatsen, laat het werk dan doen.
Het tweede is het branden van dakbedekking. Een strook inbranden in een trim of aanhelen op bestaand bitumen vraagt ervaring en gaat vlak bij droog houtwerk. Kies je toch voor een oplossing waarbij gebrand moet worden, laat dat deel dan uitvoeren door een dakdekker en doe zelf het timmerwerk.
Het derde is asbest. Golfplaten of dakbeschot van voor 1994 laat je onderzoeken voordat je gaat zagen, boren of breken. Verwijderen is werk voor een gecertificeerd bedrijf, en dat is niet vrijblijvend.
Het vierde is de constructie zelf. Zijn de balkkoppen of de sporen achter het boeideel zacht geworden, dan gaat het niet meer om een plank maar om de kapconstructie. Laat dat beoordelen voordat je er nieuwe platen tegenaan schroeft. Zinken deklijsten laat je op maat zetten en het solderen van de hoeken kost een loodgieter een uurtje, wat een stuk goedkoper is dan een lekkage over de hele dakrand.