De multimeter van de Action: wat je er wel en niet mee meet
Voor een paar euro krijg je bij de Action een handmeter waarmee je batterijen, accu's, adapters en doorverbindingen prima nakijkt. Handmatig bereik kiezen, drie en een half cijfer op het display, en meetsnoeren die je met wat argwaan moet bekijken. Waar het misgaat is niet de meter zelf maar de verwachting: aan datalijnen, dimmers en installatiewerk achter de hoofdzekering heb je er niets aan, en meten is iets anders dan weten wat je meet.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Digitale multimeter met draaiknop en twee meetsnoeren
- Verse 9V-blokbatterij voor de meter zelf
- Krokodillenklemmen die je op de meetpennen schuift
- Een tweede meter of een bekende spanningsbron om mee te vergelijken
- Kleine kruiskopschroevendraaier om het batterijklepje te openen
Materiaal
- Nieuwe AA- of AAA-batterij als ijkpunt
- Weerstand met 1 procent tolerantie uit een assortimentsdoosje
- Contactspray voor vervuilde accucontacten
- Isolatietape om een losse snoerpunt af te schermen
Wat je voor een paar euro in huis haalt
De multimeter die bij de Action in het schap ligt, is een compacte handmeter met een draaiknop in het midden, twee meetsnoeren en een 9V-blokbatterij aan de achterkant. Het display toont drie en een half cijfer: de meter telt tot 1999 en alles daarboven vraagt om een groter bereik dat je zelf instelt. Wie zijn handgereedschap en meetgereedschap nog aan het opbouwen is, heeft hiermee een bruikbaar begin.
Verwacht geen automatische bereikkeuze. Jij bepaalt of je meet in het bereik tot 200 millivolt, tot 20 volt of tot 1000 volt. Kies je te laag, dan verschijnt er een losse 1 links in het display zonder verdere cijfers. Dat is geen mankement maar de melding dat het signaal buiten het gekozen bereik valt.
In de verpakking zitten meestal alleen de meter, twee snoeren en een blaadje met uitleg. De snoeren zijn dun en de isolatie loopt tot vlak bij de punt door, wat betekent dat er een flink stuk blank metaal uitsteekt. Sommige exemplaren komen met dopjes of hulsjes over de punten, andere niet, en in de handleiding staat daar zelden iets over.
Op de meter zit vaak nog een klein bankje waarin je een transistor kunt prikken om de versterkingsfactor af te lezen. Bij klussen in huis kom je daar vrijwel nooit aan toe.
| Stand op de draaiknop | Wat je ermee meet | Waar je op let |
|---|---|---|
| V met een rechte streep (DCV) | Gelijkspanning van batterijen, accu's, adapters en printplaten | Begin in het hoogste bereik en zak af tot je cijfers achter de komma ziet |
| V met een golfje (ACV) | Wisselspanning van het lichtnet en van transformatoren | Meestal maar twee bereiken, 200 en 750 volt, dus weinig resolutie |
| A met een rechte streep (DCA) | Gelijkstroom, van microampère tot 10 ampère | Rood snoer verzetten naar de aparte 10A-bus, en die bus is vaak niet gezekerd |
| Omega-teken | Weerstand van 200 ohm tot 2 megaohm | Alleen op een spanningsloze schakeling, anders lees je onzin af |
| Pieptoon of diodesymbool | Doorverbinding en de spanningsval over een diode | Niet elke goedkope meter piept, sommige tonen alleen een getal |
| hFE-bankje | Versterkingsfactor van een losse transistor | Zelden nodig bij klussen in huis |
| OFF | Meter spanningsloos | Altijd uitzetten na gebruik, anders is de 9V-batterij binnen weken leeg |
Schuif twee krokodillenklemmen over de meetpennen zodra je iets langer aan één punt meet. Je houdt dan twee handen vrij om te schakelen, te draaien of het display van dichtbij te lezen, en je pennen glijden niet weg over een gladde accupool.
Een nieuwe AA-batterij meet 1,59 volt en dat klopt
De meest gestelde vraag over deze meter komt van iemand die als test een verse AA-batterij meet en 1,59 volt ziet in plaats van de 1,5 volt die op het omhulsel staat. Die meter mag gewoon in de kast blijven liggen. De 1,5 volt op een alkalinebatterij is de nominale spanning, de waarde waar de fabrikant het gemiddelde gedrag onder belasting op baseert.
Onbelast, met alleen een meter eraan die vrijwel geen stroom trekt, ligt een nieuwe alkalinecel tussen ongeveer 1,55 en 1,65 volt. Zodra er een lampje of een motortje aan hangt zakt die spanning naar de buurt van 1,5 volt en tijdens de levensduur loopt hij langzaam verder terug. Een cel die onbelast nog 1,45 volt geeft, kan in een apparaat met een stevige stroomvraag toch al niets meer.
Hier zit de belangrijkste beperking van elke onbelaste meting. Je meet de spanning van een bron die niets hoeft te leveren, en dat zegt weinig over wat er gebeurt als er wel iets aan hangt. Wil je echt weten of een batterij op is, meet dan terwijl het apparaat aanstaat.
| Type | Nominaal | Nieuw of vol, onbelast | Vervangen of laden vanaf |
|---|---|---|---|
| AA of AAA alkaline | 1,5 volt | 1,55 tot 1,65 volt | Onder 1,2 volt |
| AA of AAA oplaadbaar NiMH | 1,2 volt | 1,35 tot 1,40 volt | Onder 1,1 volt |
| 9V-blok, ook die in de meter zelf | 9 volt | 9,4 tot 9,6 volt | Onder 7,5 volt gaat de meter afwijken |
| Knoopcel CR2032 | 3 volt | 3,2 tot 3,3 volt | Onder 2,7 volt |
| Autoaccu in rust | 12 volt | 12,6 tot 12,8 volt | Onder 12,4 volt is hij half leeg |
| Autoaccu met draaiende motor | 12 volt | 13,8 tot 14,4 volt | Blijft hij onder 13,5 volt, kijk dan naar de dynamo |
| Fietsaccu van 36 volt | 36 volt | 41 tot 42 volt vol | Rond 30 volt is de ondergrens |
| Fietsaccu van 48 volt | 48 volt | 54 tot 54,6 volt vol | Rond 39 volt is de ondergrens |
Hoe nauwkeurig meet zo'n meter werkelijk
Op de verpakking of in het blaadje staat vaak een opgave als plus of min 0,5 procent van de meetwaarde plus twee cijfers. Dat laatste stukje wordt meestal vergeten en het weegt zwaar bij kleine waardes. Bij een meting van 12 volt in het 20-voltbereik betekenen die twee cijfers al twee honderdsten volt, los van het procentuele deel.
Wisselspanning is het zwakke punt. Goedkope meters meten daar met een eenvoudige gelijkrichting die uitgaat van een zuivere sinus van 50 hertz. Op het lichtnet gaat dat redelijk, op de uitgang van een dimmer, een omvormer of een frequentieregelaar niet, want daar is de golfvorm geen sinus meer. De meter geeft dan een keurig getal dat gewoon niet klopt.
Controleren of jouw exemplaar goed meet doe je niet door een onbekende spanning te meten. Dat leert je niets, want je hebt geen referentie. De enige zinvolle controle is naast elkaar meten aan dezelfde bron, met een meter waarvan je weet dat hij deugt, of meten aan iets waarvan de waarde vaststaat, zoals een weerstand met 1 procent tolerantie. Wijken de metingen structureel af, dan weet je genoeg.
Let ook op de eigen batterij van de meter. Een leeglopende 9V-blok geeft eerst afwijkende weerstandsmetingen en pas veel later een waarschuwing op het display.
Meten aan 230 volt: waar de grens ligt
Een stopcontact nameten om te zien of er spanning op staat, kan met deze meter. Zet hem op wisselspanning in het 750-voltbereik, houd de pennen bij de isolatie vast en steek ze recht in de gaten. Rond de 230 volt is normaal, en in Nederland zie je in de praktijk vaak iets tussen 225 en 240 volt.
Daarmee houdt het ook op. Op goedkope meters staat regelmatig een meetcategorie afgedrukt zonder dat de inwendige opbouw daaraan voldoet: dunne draad naar de bussen, weinig kruipafstand op de print en een 10A-ingang die helemaal niet gezekerd is. Wij gaan er bij een meter van een paar euro dus vanuit dat hij geen categorie waarmaakt en houden hem weg bij de installatie zelf.
Stroom meten in een lichtnetkring doe je met deze meter niet. Daarvoor moet je de meter in serie in de kring opnemen, en gaat er iets mis in de bediening of de zekering, dan sta je met een kortsluitboog in je hand. Wie stroom wil weten in een 230V-kring gebruikt een stroomtang, die om de ader heen klemt zonder de kring open te maken.
Werk achter de hoofdzekering in de meterkast blijft werk voor een installateur, ongeacht welke meter je hebt.
Meet nooit weerstand of doorverbinding op een schakeling waar spanning op staat. De meter zet bij die stand zelf een klein spanninkje op de meetpennen en verwacht een dode kring. Komt er netspanning op de weerstandsingang, dan is de meter in het gunstigste geval stuk. Schakel af, controleer op de voltstand dat er echt niets meer staat, en meet dan pas door.
De eerste controle: maken je snoeren wel contact
Voordat je concludeert dat een meter kapot is, controleer je de snoeren. Dat is bij dit prijssegment de vaakst voorkomende oorzaak van een display dat nul blijft aangeven terwijl er wel degelijk spanning staat. De banaanstekkers zitten soms niet ver genoeg in de bussen, of de bussen zelf zijn zo ruim dat er nauwelijks veerdruk op staat.
De test kost twee seconden. Zet de meter op de laagste weerstandstand, houd de twee meetpennen tegen elkaar en kijk wat er gebeurt. Je hoort dan een pieptoon of je leest een waarde tussen ongeveer 0,2 en 0,9 ohm, want dat is de weerstand van de snoeren zelf. Blijft er een losse 1 in het display staan, dan loopt de kring niet rond en zit het probleem in de snoeren of de bussen, niet in wat je wilde meten.
Wiebel tijdens die test aan beide stekkers en aan de overgang van snoer naar pen. Springt de waarde heen en weer, dan is er een breuk in de ader vlak achter de knik. Een setje losse meetsnoeren met stevigere stekkers kost een paar euro en tilt de meter meteen een klasse omhoog. Bij goedkope artikelen zit de zwakke plek vaak op een voorspelbare plaats: bij schilderstape uit dezelfde winkel is dat de lijmlaag, bij een meter zijn het de snoeren.
Duw de banaanstekkers er met een draaiende beweging in tot ze niet verder gaan. Bij nieuwe meters zit er soms nog een dun beschermlaagje op de contactvlakken, en dat wrijf je er zo doorheen.
Waar deze meter niets over kan zeggen
Een multimeter meet spanning, stroom en weerstand. Alles wat daarbuiten valt leest hij niet, en juist daar lopen mensen vast. Op een elektrische fiets, een scootmobiel of een moderne apparaatbesturing zit de informatie niet in een spanningsniveau maar in een reeks pulsen over een datalijn.
Neem de kabelboom van een fietscontroller die naar de remhendels, de gashendel en het display loopt. Tussen massa en de voedingsader staat een gelijkspanning die je gewoon kunt nameten, ergens tussen 5 en 12 volt afhankelijk van het systeem. De twee aders die de eigenlijke communicatie doen dragen pulsen die duizenden keren per seconde wisselen. Je meter maakt daar een willekeurig gemiddelde van, en dat getal betekent niets.
Hetzelfde geldt voor de uitgang van een dimmer, voor de aansturing van een ledtrafo en voor de bus van een cv-thermostaat met digitale communicatie. Wil je aan dat soort signalen echt iets zien, dan heb je een oscilloscoop of een interface met de juiste software nodig. Ook een isolatiemeting op installatiebedrading kan deze meter niet doen, want daar hoort een meting bij met een hoge testspanning.
De verstandigste toepassing blijft de simpele: staat er spanning, loopt de kring rond, en is die zekering nog heel.
Accu's, adapters en zekeringen doormeten
Hier komt de meter het best tot zijn recht. Een adapter waarvan je vermoedt dat hij niets meer levert, houd je aan de stekkerpen en de buitenmantel van de plug: staat de spanning die op het label is gedrukt er onbelast op, dan leeft hij nog. Zakt hij weg zodra je het apparaat aansluit, dan is de adapter aan vervanging toe.
Bij een zekering hoef je niet naar het draadje te turen. Neem de zekering uit de houder, zet de meter op doorbellen en houd een pen aan elke kap. Een pieptoon of vrijwel nul ohm betekent heel, een losse 1 betekent doorgeslagen. Datzelfde trucje werkt op een smeltveiligheid in een auto, in een caravan en in een verlengsnoer met ingebouwde beveiliging.
Een derde meting die vaak vergeten wordt is de spanningsval. Meet de spanning bij de bron en daarna bij het apparaat, terwijl alles aanstaat. Zit daar meer dan een halve volt verschil in bij laagspanning, dan verlies je vermogen in de bedrading of in een slechte overgang. Vervuilde of aangelopen contactvlakken zijn daarvan de gebruikelijke oorzaak, en die zijn vaak simpelweg schoon te maken.
| Wat je wilt weten | Stand op de meter | Wat je afleest | Wat de uitkomst betekent |
|---|---|---|---|
| Is deze batterij nog goed | Gelijkspanning, bereik 20 volt | Spanning met en zonder belasting | Zakt hij onder belasting fors weg, dan is hij op |
| Levert deze adapter nog | Gelijkspanning, bereik boven het label | Spanning tussen pen en mantel | Ver onder het label of instabiel betekent vervangen |
| Is deze zekering heel | Doorbellen of laagste ohmstand | Pieptoon of losse 1 | Losse 1 betekent doorgeslagen |
| Loopt deze kabel door | Doorbellen | Pieptoon aan beide uiteinden | Geen toon betekent breuk of losse aansluiting |
| Staat er spanning op dit stopcontact | Wisselspanning, bereik 750 volt | Rond de 230 volt | Nul betekent afgeschakeld, of je snoeren maken geen contact |
| Verlies ik spanning in de bedrading | Gelijkspanning, klein bereik | Verschil tussen bron en apparaat onder belasting | Meer dan een halve volt wijst op weerstand in de verbinding |
| Werkt deze schakelaar | Doorbellen, schakelaar los van de kring | Toon in de ene stand, stilte in de andere | Altijd toon of nooit toon betekent versleten contact |
Wanneer een duurdere meter zich terugverdient
Goedkoop gereedschap is niet per definitie slecht gereedschap, maar de grens verschilt per soort. Bij tape uit hetzelfde schap merk je het verschil pas na maanden, terwijl je bij een zweedse tang met een uitgeslagen bek meteen weet dat je een slechte koop hebt gedaan. Een meter zit daartussenin: hij doet wat hij belooft, tot je hem gebruikt voor iets waarvoor hij niet gebouwd is.
Ga je alleen batterijen, accu's, adapters en doorverbindingen nakijken, dan is er geen reden om meer uit te geven. Werk je vaker aan installaties, aan omvormers of aan een auto, dan zijn drie dingen het geld waard: een echte meetcategorie met bijpassende opbouw, gezekerde stroomingangen en een true-RMS-meting voor golfvormen die geen zuivere sinus zijn.
Automatische bereikkeuze is comfort, geen noodzaak. Wel prettig is een meter die zelf uitschakelt, want de handmatige variant laat je gegarandeerd een keer aanstaan in de gereedschapskist. De rest van je gereedschap en materiaal stel je op dezelfde manier samen: koop goedkoop waar het weinig uitmaakt, en investeer waar veiligheid of precisie in het geding is.
| Kenmerk | Meter van een paar euro | Meter van 30 tot 60 euro | Meter vanaf 150 euro |
|---|---|---|---|
| Bereik kiezen | Handmatig, elk bereik apart op de knop | Automatisch met handmatige overbrugging | Automatisch en snel, met vasthoudfunctie |
| Wisselspanning | Gemiddelde, alleen juist bij een zuivere sinus | Meestal true RMS | True RMS met opgegeven bandbreedte |
| Meetcategorie | Opdruk zegt weinig over de werkelijke opbouw | Gecertificeerd, vaak CAT III 600 volt | CAT III of CAT IV met bijbehorende snoeren |
| Stroomingang | 10A-bus vaak zonder zekering | Gezekerd op beide stroomingangen | Gezekerd met smeltveiligheid van hoog schakelvermogen |
| Meetsnoeren | Dun, lange blanke punten, ruime stekkers | Stevig, afgeschermde punten | Verwisselbare punten en klemmen |
| Doorbelfunctie | Traag of alleen een getal | Snelle pieper | Directe pieper die ook korte onderbrekingen pakt |
| Levensduur in de praktijk | Wisselend, garantie via de kassabon | Jaren bij normaal gebruik | Decennia, onderdelen los verkrijgbaar |
Meten is één ding, weten wat je meet is het andere
De meter geeft altijd een getal. Of dat getal iets betekent, hangt af van de vraag die je stelde voordat je de pennen aanzette. Wie zonder plan gaat meten aan een print of aan een kabelboom, verzamelt cijfers zonder referentie en weet daarna nog niets.
Werk daarom in de omgekeerde volgorde. Bedenk eerst wat er zou moeten staan, meet dan pas, en vergelijk. Op een voedingsader hoort de accuspanning te staan, over een gesloten schakelaar hoort vrijwel nul volt verschil te staan, en over een doorgeslagen zekering staat juist de volledige spanning. Dat laatste is een handige controle: staat er spanning over een zekering die spanning zou moeten doorgeven, dan is hij stuk.
Meet ook altijd tegen een bekende referentie in plaats van in het luchtledige. Zwarte pen aan de massa van het systeem, rode pen naar het punt dat je wilt weten. Twee losse pennen ergens in een stekker prikken levert vooral het risico op dat je met de punten twee pinnen tegelijk raakt en een sluiting maakt die er eerst niet was.
Dezelfde nuchterheid geldt voor de rest van het meten in huis: een spanning lees je af, maar bij maatvoering wil je weten hoeveel millimeter een halve inch is voordat je een gat boort.
Zo doe je je eerste meting betrouwbaar
Deze volgorde werkt voor elke gelijkspanningsmeting aan een batterij, een accu of een adapter, en met kleine aanpassingen ook voor doorbellen.
-
Controleer eerst de meter zelf
Draai het klepje aan de achterkant los en kijk of er een verse 9V-blokbatterij in zit. Een leeglopende voeding geeft eerst afwijkende weerstandswaardes en pas veel later een waarschuwing. Deze controle kost een minuut en voorkomt dat je later aan het goede voorwerp gaat twijfelen.
-
Steek de snoeren in de juiste bussen
Het zwarte snoer gaat in de bus met COM, het rode in de bus voor volt en ohm. Duw ze er met een draaiende beweging in tot ze niet verder kunnen. Laat het rode snoer nooit in de 10A-stroombus zitten als je daarna spanning gaat meten, want dan leg je een kortsluiting over de bron.
-
Test of de snoeren doorlopen
Zet de knop op doorbellen of op de laagste weerstandstand en houd de twee pennen tegen elkaar. Je hoort een toon of leest tussen 0,2 en 0,9 ohm. Blijft er een losse 1 staan, dan maken de stekkers geen contact en heeft verder meten geen zin.
-
Kies de juiste soort spanning
Batterijen, accu's en adapters vragen om de stand met de rechte streep, het lichtnet en transformatoren om de stand met het golfje. Meet je gelijkspanning op de wisselstand, dan krijg je nul of iets willekeurigs te zien, en dan lijkt een gezonde accu ineens leeg.
-
Begin in het hoogste bereik en zak af
Weet je niet wat je ongeveer kunt verwachten, zet de meter dan eerst hoog en werk naar beneden tot je cijfers achter de komma ziet. Zo beschermt je meter zichzelf. Een losse 1 links in het display betekent alleen dat je een bereik hoger moet.
-
Zet de zwarte pen op de massa en houd de pennen bij de isolatie vast
Werk vanuit een vast referentiepunt: zwart aan de min of aan de massa van het systeem, rood naar het punt dat je wilt weten. Houd de pennen achter de vingerbescherming vast en raak nooit twee pinnen tegelijk. In een krappe stekker is een sluiting zo gemaakt.
-
Meet nog een keer onder belasting
Een onbelaste meting laat alleen zien dat er spanning staat, niet dat er stroom geleverd kan worden. Schakel het apparaat in en lees opnieuw af. Zakt de spanning dan flink weg, dan zit het probleem in de bron, in de bedrading of in een vervuilde overgang.
-
Zet de meter uit en berg hem droog op
Draai de knop terug naar OFF en haal de snoeren los, of rol ze los om de meter zonder ze te knikken. Zonder deze stap staat de meter over twee weken met een lege batterij in de kist, precies op het moment dat je hem nodig hebt.
Voordat je een meting vertrouwt
Uit de praktijk
Een nieuwe meter die op 1,59 volt stond en bijna teruggebracht werd
Iemand kocht een meter, pakte als proef een nieuwe AA-batterij van een bekend merk en zag 1,59 volt in plaats van de 1,5 volt op het omhulsel. Het oordeel was snel geveld: de meter deugt niet, dus terug naar de winkel met de kassabon.
Wij pakten er een eenvoudige meter van een ander merk bij en die gaf op dezelfde cel eveneens 1,59 volt. Daarmee was de zaak duidelijk. Een verse alkalinecel staat onbelast nu eenmaal boven zijn nominale spanning, en de 1,5 volt op het etiket hoort bij het gedrag onder belasting. Wat je uit deze proef wel leert is iets anders dan bedoeld: het meten van een onbekende spanning zegt niets over de nauwkeurigheid van een meter. Wil je dat weten, leg de meter dan naast een exemplaar waarvan je zeker weet dat het klopt en meet dezelfde bron.
Een meter die in geen enkel stopcontact iets aangaf
Een nieuwe meter gaf in meerdere stopcontacten nul aan op de wisselspanningstand. De eigenaar had de stekkerpennen al in verschillende contactdozen geprobeerd en ging ervan uit dat het ding kapot was. In de handleiding stond niets over de losse dopjes die er bij dit exemplaar bij zaten.
De test die de zaak in twee seconden ophelderde was de eenvoudigste: zet de meter op weerstand en houd de twee meetpennen tegen elkaar. Bleef het display op de losse 1 staan, dan maakten de snoeren geen contact in de bussen van de meter zelf en zat het probleem daar. Dat bleek het geval. Bij een tweede meter van hetzelfde type ging het anders: die begaf het binnen een paar maanden, de weerstandsmetingen liepen volledig uit de pas en het apparaat werd op vertoon van de bon vervangen. Bewaar de kassabon dus.
Een fietsdisplay dat niet aanging en niet door te meten was
Op een elektrische fiets met een middenmotor uit een bouwpakket bleef het display donker. De leverancier vroeg om de spanning te meten op de kabelboom die vanaf de controller naar de remhendels, de gashendel en het display loopt. Op het groene stekkertje voor het display zou een voedingsspanning moeten staan, ergens tussen 5 en 12 volt.
Meten aan die stekker gaf weinig houvast. De twee aders waar het werkelijk om ging dragen data over een seriële verbinding, en die pulsen wisselen zo snel dat een handmeter er alleen een betekenisloos gemiddelde van maakt. Het risico was ondertussen reëel dat een uitschietende meetpen twee pinnen tegelijk zou raken en een sluiting zou maken die er eerst niet was.
De oplossing kwam uiteindelijk niet van de meter. Alle stekkers werden losgenomen, de contactvlakken van de accu werden schoongemaakt en alles ging weer in elkaar. Daarna deed het display het gewoon. Een slecht contact op de voeding geeft precies dit beeld: soms wel spanning, soms niet, en niets wat je met een gemiddelde meting vastpakt.
Veelgemaakte fouten
Het rode snoer in de stroombus laten zitten
Wie eerst stroom meet en daarna zonder nadenken spanning gaat meten, legt met een meter in de ampèrestand een kortsluiting over de bron. Bij een batterij is dat een gesmolten snoer, bij een accu of het lichtnet is het gevaarlijk. Verzet het rode snoer altijd terug naar de volt- en ohmbus.
Weerstand meten op een kring die nog onder spanning staat
De meter zet bij die stand zelf een klein spanninkje op de pennen en gaat uit van een dode kring. Komt daar spanning van buitenaf bij, dan lees je onzin af en in het slechtste geval is de meter daarna stuk. Schakel af en controleer op de voltstand dat er echt niets meer staat.
Een onbelaste meting als eindoordeel nemen
Een accu die in rust keurig zijn spanning geeft, kan onder belasting binnen een seconde instorten. Dat zie je alleen als het apparaat aanstaat tijdens het meten. Hetzelfde geldt voor een adapter die onbelast het juiste getal laat zien en daarna niets levert.
Denken dat de meter kapot is bij een losse 1 in het display
Die losse 1 links betekent alleen dat de waarde buiten het gekozen bereik valt. Zet de knop een bereik hoger en je ziet gewoon een getal. Bij de doorbelstand betekent hetzelfde teken dat de kring niet rondloopt, wat vaak aan de snoeren ligt en niet aan de meting.
Vertrouwen op de wisselspanningsmeting achter een dimmer of omvormer
Een eenvoudige meter rekent met een zuivere sinus van 50 hertz. Achter een dimmer, een omvormer of een frequentieregelaar is de golfvorm dat niet meer, en het getal op het display is dan geen weergave van de werkelijke spanning. Daar hoort een meter met true-RMS-meting bij.
Met twee losse pennen in een krappe stekker prikken
De pennen van deze meters zijn lang en dun en er steekt een flink stuk blank metaal uit. In een connector met pinnen op enkele millimeters afstand raak je er zo twee tegelijk. De sluiting die je dan maakt kan een besturing beschadigen die tot dat moment gewoon heel was.
De meter aan laten staan na gebruik
Zonder automatische uitschakeling loopt de 9V-blok in een paar weken leeg. Vervelender is dat een halflege batterij eerst de weerstandsmetingen laat afwijken zonder dat het display iets meldt, waardoor je een goede component ten onrechte afkeurt.
Veelgestelde vragen
Is de multimeter van de Action goed genoeg voor klussen in huis?
Voor batterijen, accu's, adapters, zekeringen en het doorbellen van kabels is hij prima. De metingen wijken bij gelijkspanning in de praktijk nauwelijks af van die van een duurdere meter. Waar hij tekortschiet is bij wisselspanning die geen zuivere sinus is, bij stroommeting in een lichtnetkring en bij alles wat met datacommunicatie te maken heeft. Voor installatiewerk koop je een meter met een echte meetcategorie en gezekerde stroomingangen.
Waarom meet mijn action multimeter 1,59 volt op een nieuwe AA-batterij?
Omdat dat de juiste waarde is. De 1,5 volt op de batterij is de nominale spanning en hoort bij het gedrag onder belasting. Onbelast, met alleen een meter eraan die vrijwel geen stroom trekt, geeft een verse alkalinecel tussen 1,55 en 1,65 volt. Een eenvoudige meter van een ander merk laat op dezelfde cel hetzelfde zien. Je hoeft de meter dus niet terug te brengen.
Hoe controleer ik of mijn multimeter nog goed meet?
Niet door een onbekende spanning te meten, want dan heb je geen referentie om mee te vergelijken. Leg de meter naast een exemplaar waarvan je weet dat het klopt en meet tegelijk dezelfde bron. Een alternatief is meten aan een weerstand met 1 procent tolerantie uit een assortimentsdoosje: dan weet je vooraf welke waarde eruit moet komen. Vervang eerst de 9V-batterij in de meter, want een halflege batterij vertekent vooral de weerstandsmetingen.
Mag ik met een goedkope multimeter aan 230 volt meten?
Even nakijken of er spanning op een stopcontact staat, kan met de meter op wisselspanning in het 750-voltbereik. Verder gaan raden wij af. De opdruk met een meetcategorie zegt bij dit prijssegment weinig over de werkelijke opbouw, en de stroomingang is vaak niet gezekerd. Stroom meten in een lichtnetkring doe je met een stroomtang, niet met deze meter. Werk achter de hoofdzekering in de meterkast laat je aan een installateur.
Mijn multimeter geeft niets aan in het stopcontact, wat nu?
Controleer eerst de snoeren voordat je de meter afkeurt. Zet hem op de laagste weerstandstand en houd de twee meetpennen tegen elkaar. Je hoort dan een pieptoon of leest tussen 0,2 en 0,9 ohm. Blijft er een losse 1 in het display staan, dan maken de banaanstekkers geen contact in de bussen van de meter. Duw ze er met een draaiende beweging verder in en herhaal de test. Wiebel ook aan de overgang van snoer naar pen, want daar zit vaak een breuk.
Welke batterij zit er in de multimeter van de Action?
Een gewone 9V-blokbatterij, hetzelfde type dat in een rookmelder gaat. Je bereikt hem via het klepje aan de achterkant, dat meestal met één kleine kruiskopschroef vastzit. Een verse blok meet onbelast 9,4 tot 9,6 volt. Zakt hij onder ongeveer 7,5 volt, dan gaan de metingen afwijken voordat het display daar iets over zegt, en dat merk je het eerst aan onlogische weerstandswaardes.
Kan ik met een multimeter het display van mijn elektrische fiets doormeten?
Maar gedeeltelijk. De voedingsspanning op de kabelboom naar het display kun je nameten, meestal ergens tussen 5 en 12 volt tussen massa en de plusader. De aders die de eigenlijke communicatie verzorgen dragen snelle pulsen, en daar maakt een handmeter een betekenisloos gemiddelde van. Wees ook voorzichtig met de lange meetpennen in zo'n krappe stekker, want twee pinnen tegelijk raken maakt een sluiting. Begin liever bij de accucontacten en de stekkerverbindingen: een vervuild contact geeft precies dit beeld.
Wat betekent de losse 1 links in het display?
Dat de gemeten waarde boven het ingestelde bereik ligt. Deze meters kiezen het bereik niet zelf, dus zet de draaiknop een stand hoger en je krijgt gewoon een getal te zien. Bij de weerstand- of doorbelstand betekent hetzelfde teken dat de kring niet rondloopt: oneindige weerstand. Bij een zekering betekent dat doorgeslagen, bij je eigen meetsnoeren betekent het dat ze geen contact maken.
Hoe meet ik of een zekering nog heel is?
Neem de zekering uit de houder, zodat je niet via de rest van de schakeling meet. Zet de meter op doorbellen of op de laagste weerstandstand en houd een meetpen tegen elke kap. Een pieptoon of vrijwel nul ohm betekent dat hij heel is, een losse 1 betekent doorgeslagen. Kun je hem niet uitnemen, meet dan de spanning eroverheen terwijl de kring aanstaat: staat daar de volledige spanning over, dan is de zekering stuk.
Kan ik met deze meter stroom meten?
Bij laagspanning wel, mits je de meter in serie in de kring opneemt en het rode snoer verzet naar de juiste bus. Voor stromen boven een paar honderd milliampère is dat de 10A-bus, en die is bij goedkope meters vaak niet gezekerd. Hou de meting kort, want de meeste van deze meters mogen daar maar tien of vijftien seconden op staan. In een 230V-kring meet je geen stroom met dit type meter, daar gebruik je een stroomtang voor.
Wat is het verschil met een spanningszoeker?
Een spanningszoeker zegt alleen of er spanning staat, een multimeter vertelt je hoeveel. Voor de vraag of een groep is afgeschakeld is een tweepolige spanningstester eigenlijk het betere gereedschap, want die belast de kring licht en laat zich niet foppen door een zwevende ader. Een multimeter heeft een zeer hoge ingangsweerstand en kan daardoor spanning aangeven op een draad waar in werkelijkheid niets zinvols op staat.
Is goedkoop gereedschap van de Action altijd een miskoop?
Nee, het verschilt sterk per artikel. Bij verbruiksartikelen valt het vaak mee: er wordt met plezier gewerkt met afplaktape van de Action en met de muurvuller uit hetzelfde schap. Bij gereedschap waar veiligheid of precisie in het geding is, ligt de grens anders. Een meter voor batterijen en doorbellen is een prima koop, een meter voor installatiewerk niet.
Wanneer je beter een vakman belt
Een multimeter gebruiken is geen specialistenwerk. Batterijen nakijken, een adapter beoordelen, een zekering doorbellen en een kabel op breuk controleren doe je zelf, en daar is deze meter goed genoeg voor.
Er zijn drie momenten waarop je stopt. Het eerste is werk in de meterkast achter de hoofdzekering. Daar zit geen beveiliging meer tussen jou en het net, en dat is werk voor een installateur, ongeacht welke meter je hebt.
Het tweede is het meten aan een installatie waarbij het over meer gaat dan de vraag of er spanning staat. Een isolatiemeting, het natrekken van een aardverbinding of het testen van een aardlekschakelaar vraagt om meetapparatuur met een hoge testspanning en om iemand die de uitkomst kan uitleggen. Een handmeter van een paar euro doet dat niet.
Het derde is elektronica die via datacommunicatie werkt, zoals een fietscontroller, een omvormer of een moderne cv-besturing. Daar meet je hooguit de voeding na. Loopt het spoor daarna dood, dan is de dealer of een reparateur met de juiste interface sneller dan jij met twee meetpennen in een krappe stekker. Voor de rest van je aankopen bij dezelfde winkel, van houtvuller tot vulmiddel voor gaten in een muur, geldt dezelfde afweging: goedkoop mag, zolang je weet waar de grens ligt.