Coax vervangen door utp zonder de muur open te breken
De coaxkabel die al van de meterkast naar boven loopt is vooral waardevol als trekdraad, niet als kabel. Je maakt er eerst een dun trekkoord aan vast, trekt de coax er dan pas uit, en haalt met dat koord de utp-kabel naar binnen. Kies een kabel die past in plaats van de zwaarste die er is: cat6 massief van ongeveer zes millimeter glijdt door een buis waar cat7 blijft steken. Zit de coax muurvast, dan is de oorzaak bijna nooit de buis zelf maar een bocht, een goot of een lus in een holle ruimte, en die zoek je op voordat je harder gaat trekken.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Multimeter met doorbelfunctie
- Trekveer van nylon of glasvezel, 10 of 15 meter
- Rol dun nylon trekkoord om als reserve mee te trekken
- LSA-inslaggereedschap voor keystones en patchpaneel
- Striptang of kabelmesje voor utp
- Kabeltester met hoofd- en afstandsdeel
- Zijkniptang en een stevige tang om aan te trekken
- Endoscoopcamera met een kop van 6 tot 8 mm
- Schroevendraaierset en een kleine spiegel of telefoon met zaklamp
Materiaal
- Cat6 of cat6a installatiekabel met massieve aders
- Buitenkabel met pe-mantel als een deel van de route buiten ligt
- Cat6a keystones of een cat6a wandcontactdoos met inbouwdoos
- Trekgel of kabelglijmiddel
- Zelfvulkaniserende tape of textieltape voor de koppeling
- Kabeltrekkous of een stuk stevig nylon koord
- Krimpkous om de koppeling glad af te werken
- Kabelbinders en labels om de aders te markeren
De oude coax is vooral je trekdraad
In veel woningen loopt er al een coaxkabel van de meterkast naar de eerste verdieping of de zolder. Die kabel volgt precies de route die je voor een netwerkkabel nodig hebt, en dat is meer waard dan de kabel zelf. Hoe je de nieuwe verbinding daarna afmonteert en op je modem of switch zet, lees je in ons overzicht over bekabeling voor data en netwerk in huis.
De veelgemaakte denkfout is dat je begint met de coax eruit trekken. Op het moment dat de buis leeg is, ben je blind. Je weet niet meer waar de bochten zitten, of de buis wel doorloopt, en of er onderweg een aansluitdoos in de weg zit. Een trekveer die dan tegen een bocht aanloopt vertelt je niets terug.
De volgorde die wel werkt is dus omgekeerd. Je maakt eerst een dun nylon koord aan het uiteinde van de coax vast, trekt de coax aan de andere kant naar buiten en haalt zo het koord door de buis. Pas als dat koord er van boven naar beneden in ligt, koppel je de utp-kabel eraan. Gaat er dan iets mis, dan zit je nog steeds met een koord in de buis en niet met een lege leiding.
Trek meteen een tweede koord mee als reserve. Dat kost je vijf minuten en één euro aan touw, en het scheelt de volgende keer de hele klus. Wie later een tweede kabel wil, of dezelfde kabel wil vervangen door een dikkere, heeft dan al beet.
Kijk eerst welke coax je in handen hebt. Als je internet of televisie via de kabel binnenkomt, is één van de coaxkabels in de meterkast de aansluiting van je provider. Die haal je er niet uit. De kabels die je wel kunt opofferen zijn de doorverbindingen naar de kamers, herkenbaar aan een verdeler of versterker waar ze op uitkomen.
Welke utp-kabel past in de buis die er ligt
De reflex is om de zwaarste kabel te kiezen die er te koop is, zodat je er nooit meer naar hoeft te kijken. In een bestaande buis werkt dat tegen je. Een coaxkabel voor huisinstallatie is ongeveer zes tot zeven millimeter dik, en in een buis van 5/8 inch zitten er vaak al twee. Een cat7-kabel is dikker, veel stugger en heeft een grotere minimale buigstraal, dus die blijft steken op precies de bocht waar de coax nog net doorheen kwam.
Voor een woning is cat6 met massieve aders in de meeste gevallen de nuchtere keuze. Die haalt gigabit over de volle honderd meter en tien gigabit over de afstanden die in een huis voorkomen. Wil je zeker tien gigabit over langere lengtes, dan is cat6a de kabel, maar reken op ruim een millimeter extra dikte en merkbaar meer weerstand in de buis.
Neem altijd installatiekabel met massieve aders, geen patchkabel met soepele gedraaide aders. Massieve aders zijn gemaakt om in een keystone of patchpaneel te worden ingeslagen en blijven daar decennia contact maken. Soepele aders breken in zo'n contact op den duur af. Welke kabelsoort waar hoort, ook voor de voedingskabels die er soms bij moeten, zoek je op in onze draad- en kabelkiezer.
| Kabel | Buitendiameter | Wat hij haalt | Wanneer je hem kiest |
|---|---|---|---|
| Cat5e U/UTP massief | 5,0 tot 5,5 mm | 1 Gbit tot 100 meter | Krappe buis waar niets anders doorheen wil |
| Cat6 U/UTP massief | 5,5 tot 6,2 mm | 1 Gbit tot 100 meter, 10 Gbit tot ongeveer 50 meter | De standaardkeuze in een woonhuis |
| Cat6a U/FTP massief | 6,5 tot 7,5 mm | 10 Gbit tot 100 meter | Ruime buis en je wilt echt tien gigabit |
| Cat7 S/FTP massief | 7,5 tot 8,5 mm | 10 Gbit tot 100 meter | Zelden nodig, stug en zwaar te trekken |
| Cat6 buitenkabel met pe-mantel | 6,0 tot 7,0 mm | Gelijk aan cat6 binnen | Zodra een stuk van de route buitenom gaat |
| Duo cat6, twee kabels in één mantel | ongeveer 11 mm breed | 2 x 1 Gbit | Twee poorten per kamer, alleen in een lege ruime buis |
Meet de oude coax met een schuifmaat en tel hoeveel kabels er in de buis zitten. Past er nu één coax van 6,8 mm in en verder niets, dan is cat6 van 6 mm realistisch en is cat6a van 7,2 mm een gok die je halverwege de muur uitkomt.
Uitzoeken welke coax naar welke kamer loopt
Komen er in de meterkast twee of drie coaxkabels uit dezelfde buis, dan wil je weten welke bij welke aansluiting hoort voordat je gaat trekken. Aan de kabel voelen en kijken wat er beneden beweegt werkt in de praktijk niet: in een buis van een paar meter met bochten verplaatst een duw van een halve meter zich niet naar het andere eind.
Meten is wel betrouwbaar en kost tien minuten. Zet je multimeter op weerstand en meet in de meterkast tussen de binnenkern en de mantel van elke kabel. Zolang er boven niets is aangesloten, is die weerstand onmeetbaar hoog. Verbind boven bij één wandaansluiting de kern met de mantel, bijvoorbeeld met een stukje draad of een paperclip, en meet beneden opnieuw. De kabel die dan een paar ohm aangeeft, is de kabel die je zoekt.
Label de kabels meteen met tape en een stift zodra je ze hebt thuisgebracht. Bij drie kabels boven en twee beneden zit er meestal een loze bij die nergens op is aangesloten of die in een dichtgezette doos eindigt. Die is vaak juist de makkelijkste om als eerste te vervangen, want daar zit geen werkende aansluiting aan vast.
| Wat de meter aangeeft | Wat dat betekent | Wat je doet |
|---|---|---|
| Onmeetbaar hoog, terwijl je boven hebt kortgesloten | Dit is een andere kabel, of hij is onderweg gebroken | Meet de volgende kabel, en let op een kabel die nergens op reageert |
| 0 tot 5 ohm | Dit is de kabel waar je boven kern en mantel hebt verbonden | Direct labelen aan beide kanten |
| Enkele tientallen tot honderden ohm | Slecht contact bij je kortsluitdraadje of een gecorrodeerde connector | Kortsluiting boven opnieuw maken en nameten |
| Doorgang terwijl je niets hebt kortgesloten | De kabel maakt ergens sluiting, meestal bij een beschadiging | Deze kabel is toch al afgeschreven, gebruik hem als eerste trekdraad |
| Alle kabels reageren tegelijk | Ze zitten boven of onderweg op een verdeler of versterker | Verdeler losnemen en per kabel opnieuw meten |
De koppeling maken die halverwege niet losschiet
Het punt waar de meeste pogingen stranden is de verbinding tussen de oude kabel en wat er achteraan komt. Een kabel die halverwege een muur losschiet is bijna niet meer terug te vinden, en dan sta je met een buis waar niets meer doorheen gaat.
De regel die het verschil maakt: koppel nooit meteen de utp-kabel aan de coax. Maak eerst een dunne installatiedraad of een nylon trekkoord vast. Dat koord is licht, glad en dun, dus het glijdt overal langs waar de coax ook langskwam. De utp-kabel hang je pas aan dat koord als het er helemaal doorheen ligt, en dan trek je in de richting die jou het beste uitkomt. Hoe je die verbinding netjes maakt, staat uitgewerkt bij het vastmaken van een utp-kabel aan een trekveer.
De koppeling zelf moet vooral dun en glad zijn, niet dik en sterk. Prik met een spijker een gaatje door de coax op twee centimeter van het uiteinde, haal het koord er dubbel doorheen en knoop het af. Leg de twee einden een stuk of vier centimeter over elkaar en wikkel er van dik naar dun tape omheen, zodat er een sigaarvorm ontstaat zonder randje dat ergens achter kan haken. Zelfvulkaniserende tape blijft ook bij warmte en trekkracht op zijn plek, gewone duct tape rolt zich in een bocht van de kabel af.
Dezelfde aanpak gebruik je bij ander werk waar een bestaande draad de weg wijst, bijvoorbeeld als je een bedrade thermostaat vervangt en het nieuwe model meer aders nodig heeft dan de oude twee.
Trek niet met alle kracht die je hebt. Een vierparige utp-kabel is gemaakt voor ongeveer 110 newton trekkracht, dat is een kilo of elf aan de kabel hangen. Trek je harder, dan rekken de paren binnen de mantel uit en verandert de slagafstand. De kabel is dan optisch heel maar haalt zijn snelheid niet meer, en dat merk je pas als alles dicht zit.
Wat je doet als de coax muurvast zit
Een coax die geen millimeter meegeeft is normaler dan je denkt. Bij nieuwbouw zijn kabels vaak met zeep of een glijmiddel ingetrokken, en dat spul droogt in tien of twintig jaar op tot een laag die de kabel aan de buiswand plakt. Twee coaxkabels in een buis van 16 millimeter zijn er ook niet uit zichzelf in gegleden.
Nog vaker zit de oorzaak niet in de buis maar op een overgang. De kabel komt boven een paar meter mee en beneden beweegt niets: dan ligt er ergens een lus in een holle ruimte, bijvoorbeeld achter een goot, in een spouw of in een schacht. Kabel rekt niet, dus die meters komen ergens vandaan. Zo'n punt zoek je op in plaats van harder te trekken.
Een endoscoopcamera van dertig tot vijftig euro is hier het gereedschap dat de klus omdraait. Je voert de kop de buis of het gat in en ziet in één keer waar de kabel heen gaat, hoe scherp de bocht is en of er een obstakel zit. Datzelfde cameraatje gebruik je later weer als je onder de vloer wilt kijken voordat je begint aan het vervangen van een stuk riolering.
Wat wij niet aanraden is liters water door de buis blazen om ingedroogde zeep los te weken. Het idee klopt, maar in een woning weet je zelden waar dat water uitkomt. Loopt de buis open uit in een spouw of langs isolatie, dan zit het vocht daar de komende jaren. Een spuitje kabelgel aan beide uiteinden, een nacht laten intrekken en dan rustig heen en weer bewegen doet hetzelfde werk zonder dat risico.
| Wat je merkt | Waarschijnlijke oorzaak | Wat er helpt |
|---|---|---|
| Boven komt er een tot twee meter mee, beneden beweegt niets | Lus of speling in een holle ruimte onderweg | Route volgen met een endoscoop, dichtstbijzijnde goot of doos openen |
| Geen millimeter beweging, aan beide kanten | Ingedroogd glijmiddel of de buis is dichtgestuct | Kabelgel aan beide zijden, een nacht laten staan, dan rustig wiebelen |
| Beweegt vrij tot een vast punt en dan houdt het op | Scherpe bocht of een aansluitdoos in de leiding | Dat punt lokaliseren en openmaken, niet doortrekken |
| De kabel breekt af bij het trekken | Verouderde mantel of een eerdere beschadiging | Schoon afknippen en aan het andere uiteinde verder werken |
| Drie kabels boven, twee beneden | Er komt onderweg een kabel bij uit een andere kamer | Per kabel doormeten voordat je er één uittrekt |
| De buis gaat in de meterkast de wand in, niet het plafond | De route loopt via de gevel of een schacht omhoog | Buiten of in de schacht kijken waar de kabel weer tevoorschijn komt |
| Ingebrachte gel of water komt er aan de andere kant niet uit | De buis loopt niet door of eindigt open in een spouw | Stoppen met vocht inbrengen en de route eerst in beeld brengen |
Als een deel van de route buitenom gaat
In rijtjeshuizen en jaren-zeventig woningen loopt de kabel verrassend vaak niet door het huis maar langs de gevel: uit de meterkast naar buiten, in een goot boven de voordeur naar opzij, en dan bij de dakrand weer naar binnen. Zodra je dat ontdekt, verandert er iets aan je materiaalkeuze.
Gewone binnenkabel heeft een pvc-mantel die onder uv-licht binnen een paar jaar verkleurt en verbrost. Voor het buitendeel neem je kabel met een zwarte pe-mantel, en die kabel trek je dan in één stuk van binnen naar binnen. Een lasje halverwege buiten is een lekpunt en een snelheidsverlies tegelijk.
Waar de kabel de gevel in gaat, maak je een druppellus: laat de kabel eerst een stukje onder het gat door hangen voordat hij omhoog de doorvoer in gaat. Water loopt dan van de kabel af op het laagste punt in plaats van mee naar binnen. Dicht het gat af met een gevelkit die op steen hecht, en werk van buiten iets aflopend naar beneden af.
Gebruik je afgeschermde kabel op een buitentraject, dan aard je de afscherming aan één kant, in de meterkast. Aan twee kanten aarden maakt van de afscherming een verbinding tussen twee aardpunten, en daar kan een stroom in gaan lopen. Voor de kabelsoort en de doorsnede van eventuele voedingsdraden die dezelfde route volgen, kijk je in de kabelkiezer voor binnen en buiten.
Het dak is de grens. Een dakpan lichten om er een kabel langs te voeren betekent op een schuin dak staan, en dat is werken op hoogte. Op een steiger of een dakwerkersladder met haak is dat te doen, op een gewone ladder tegen de goot niet. Twijfel je, laat dit stuk dan door een dakdekker of installateur doen en hou zelf het binnenwerk.
Als het trekken echt niet lukt
Soms geeft de buis niets mee en is de muur openhalen te veel gedoe voor één kabel. Er zijn dan drie routes die in de praktijk werken, en het is verstandig ze in deze volgorde te overwegen.
De eerste is een andere route binnen zoeken. Vanuit de meterkast door de kruipruimte naar een hoek van de woonkamer, dan langs de trapboom of achter de plint omhoog, levert vaak een net resultaat met minder risico dan wurgen aan een dichte buis. Een kabelgoot in de kleur van het houtwerk valt minder op dan mensen denken.
De tweede is de coax laten liggen en er ethernet overheen sturen. Met een paar adapters voor coax haal je in de praktijk ergens tussen de 500 megabit en 2 gigabit, met een lage vertraging die voor gamen en videobellen prima is. Voorwaarde is wel dat de coax aan beide kanten heel is en met f-connectoren af te monteren. Zit je huis ook op het kabelnet van een provider, dan hoort er een filter bij de aansluiting zodat je eigen signaal niet het netwerk op gaat.
De derde is de zwakste: netwerk over het lichtnet, of een mesh-wifi. Dat werkt, maar de snelheid hangt af van je bedrading en de belasting van je groepen. Reken hier op een fractie van wat er op de doos staat, en zie het als tussenoplossing tot je een kabel hebt liggen. Hoe de rest van je installatie in elkaar zit, staat in ons overzicht van elektra in en om het huis.
Kies je voor adapters over de coax, beschadig die coax dan niet tijdens je trekpogingen. Wie eerst een paar keer met geweld aan de kabel heeft getrokken en de mantel heeft ingescheurd, is die terugvaloptie kwijt op het moment dat hij hem nodig heeft.
De nieuwe kabel afmonteren en testen
Ligt de kabel er eenmaal in, dan is het laatste stuk het werk dat over de snelheid beslist. In de kamer komt de kabel in een keystone in een wandcontactdoos, in de meterkast in een patchpaneel of een tweede keystone. Prik er geen stekker aan vast: een gecrimpte connector op massieve aders is de meest voorkomende oorzaak van een verbinding die op 100 megabit blijft hangen.
Neem cat6a keystones, ook als je cat7-kabel hebt gekocht. Voor cat7 bestaat geen gangbare rj45-connector, en de connectoren die er wel voor bedacht zijn kom je in een woning nergens tegen. Een cat6a keystone is voor tien gigabit gekwalificeerd en past op elk apparaat dat je in huis hebt.
Sla de aders in volgens één schema, T568B, aan beide kanten hetzelfde. Ontdraai de paren over niet meer dan ongeveer een centimeter voordat ze het contact in gaan, want juist die laatste centimeter bepaalt hoeveel overspraak je krijgt. Meet daarna door met een kabeltester in plaats van te vertrouwen op het lampje van je switch: die brandt ook bij twee verwisselde paren. Het volledige afmonteren staat stap voor stap bij het aansluiten van een utp-kabel op een wandcontactdoos.
Voor de hoogte van de wandcontactdoos hoef je niets nieuws te bedenken: je houdt dezelfde maat aan als de stopcontacten in de kamer, zodat het beeld klopt. De gangbare maten voor schakelaars en contactdozen staan in onze tabel met standaardmaten in huis. Er staat geen netspanning op een utp-kabel, dus je hoeft de groep niet uit te schakelen zoals je dat wel doet bij het vervangen van een lamp of armatuur.
Zo vervang je een coaxkabel door utp
Deze volgorde houdt de route in de buis bruikbaar, ook als er onderweg iets misgaat.
-
Zoek uit welke coax je vervangt
Meet met een multimeter tussen kern en mantel van elke kabel in de meterkast. Verbind boven bij één aansluiting kern en mantel met elkaar en kijk welke kabel beneden een paar ohm aangeeft. Label die kabel aan beide kanten. Ga niet af op trekken of duwen aan de kabel, want dat vertelt je in een buis met bochten niets.
-
Breng de route in beeld voordat je iets uittrekt
Kijk waar de buis de meterkast uit gaat: het plafond in, of juist de wand in. Gaat hij de wand in, dan loopt de route waarschijnlijk via de gevel of een schacht. Voer een endoscoop de buis of het muurgat in en volg hem tot het eerste obstakel. Weten waar de bocht zit is meer waard dan tien minuten hard trekken.
-
Maak eerst een dun trekkoord aan de coax vast
Prik een gaatje door de coax, haal er nylon koord dubbel doorheen en knoop het af. Wikkel de overlap glad in met zelfvulkaniserende tape, van dik naar dun, zodat er geen randje achterblijft dat kan haken. Leg er meteen een tweede koord naast als reserve voor een volgende kabel.
-
Trek de coax eruit en het koord erin
Trek van de andere kant, in de richting waar de kabel het soepelst meekomt. Trek gelijkmatig en zonder rukken, en stop zodra het zwaarder gaat. Wordt de weerstand ineens groter, laat dan iets terug en probeer het met een lichte draaiende beweging in plaats van meer kracht. Bij hard trekken breekt een oude coax af en dan zit de rest klem in de buis.
-
Koppel de utp-kabel aan het koord
Strip vier centimeter van de mantel, vouw de aders terug over de kabel en knoop het koord daar doorheen. Wikkel het geheel glad af tot een puntige vorm. Smeer de eerste meter kabel in met kabelgel als de buis krap is: dat scheelt merkbaar in de trekkracht die je nodig hebt.
-
Trek de kabel met twee mensen
Eén persoon trekt aan het koord, de ander laat de kabel vanaf de rol soepel meelopen en houdt hem uit de knik. Trek in korte, rustige halen en tel de meters mee, zodat je merkt wanneer het uiteinde in de buurt komt. Buig de kabel nergens scherper dan ongeveer vier keer zijn eigen dikte.
-
Monteer af op keystones aan beide kanten
Sla de aders volgens T568B in, aan beide zijden hetzelfde, en houd de paren tot vlak bij het contact gedraaid. Laat in de meterkast en achter de wandcontactdoos een halve meter reserve in een ruime lus liggen. Dan kun je bij een verkeerd ingeslagen ader opnieuw beginnen zonder de hele kabel opnieuw te trekken.
-
Meet de verbinding door en label alles
Sluit een kabeltester aan en controleer of alle acht aders op de goede plek zitten en er geen paar is omgewisseld. Schrijf op het patchpaneel en op de wandcontactdoos welke kamer het is. Dat kost twee minuten en scheelt over drie jaar een middag zoeken.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je aan de kabel gaat trekken
Uit de praktijk
Boven twee meter kabel eruit, beneden geen beweging
In een woning met drie coaxaansluitingen boven en twee kabels die in de meterkast uit dezelfde pvc-buis kwamen, liet de kabel op de eerste verdieping zich anderhalf tot twee meter uittrekken. In de meterkast bewoog er ondertussen niets. Terugduwen leverde ook niets op, en de laatste halve meter kwam alleen met wat gepast geweld los.
De verklaring bleek de route zelf. De buis ging in de meterkast niet omhoog maar de wand in, en de kabels liepen naar buiten, boven de voordeur door een goot opzij, en daarna weer de gevel in om met het schuine dak mee omhoog te gaan. Al die kabel die eruit kwam, was speling die achter die goot lag opgehoopt.
De oplossing was het gootje buiten losschroeven. Precies daar zaten de kabels klem tussen de goot en de gevel. Toen dat open was, kwam de kabel naar de eerste verdieping er alsnog uit, al brak het onderste stuk af bij het lostrekken. Zonder dat de route eerst in beeld was, was er nog een halve dag aan die kabel getrokken.
De koppeling schoot los halverwege de gevel
Bij het doortrekken van de nieuwe kabel naar zolder liet de verbinding tussen de oude coax en de nieuwe kabel het halverwege afweten. De kabel lag toen ergens tussen de meterkast en het dak, buiten bereik van beide kanten. Op dat moment is er geen trekdraad meer en geen zicht.
Wat de klus redde was een endoscoopcamera. Daarmee werd zichtbaar dat de kabel via de muur naar buiten liep, langs de isolatie omlaag ging en bij het doorvoerpunt een gat in had. Door één dakpan te lichten was dat punt bereikbaar en kon de kabel handmatig verder worden doorgevoerd.
De les eruit is niet de camera maar de volgorde. Was er eerst een dun nylon koord doorgetrokken en pas daarna de utp-kabel, dan had een losgeschoten koppeling alleen betekend dat het koord opnieuw doorgetrokken moest worden. Nu kostte het een camera, een losse dakpan en een middag.
De terugvaloptie kapot getrokken
Bij een tweede trekpoging op dezelfde kabels raakten beide coaxkabels beschadigd. De mantel scheurde in en de kern kwam op een plek bloot te liggen. Op zich niet erg, want die kabels moesten er toch uit.
Alleen was daarmee ook het alternatief verdwenen. Adapters die ethernet over de bestaande coax sturen, hadden hier een werkende verbinding naar zolder kunnen opleveren zonder ook maar iets te trekken. Dat vraagt wel dat de coax over de hele lengte heel is en aan beide kanten van een f-connector kan worden voorzien.
Wij houden daarom deze volgorde aan: eerst uitzoeken of de coax nog een bruikbaar signaalpad is, dan pas eraan trekken. Kost het trekken meer dan een uur zonder resultaat, dan is een set adapters van rond de honderd euro vaak de goedkopere uitkomst dan een beschadigde kabel en een dichte buis.
Veelgemaakte fouten
De coax eruit trekken voordat er een trekkoord in zit
Zodra de buis leeg is, weet je niets meer over de route. Een trekveer stuit dan op de eerste bocht en vertelt je niet waarom. Het koord kost een euro en houdt de leiding bruikbaar, ook als de rest van de klus tegenvalt.
Meteen de utp-kabel aan de coax knopen
De utp-kabel is dikker en stugger dan de coax en heeft aan de koppeling ook nog eens extra dikte. Precies daar loopt hij vast in een bocht. Trek eerst een dun koord door en hang de kabel pas daarna aan dat koord.
De dikste kabel kopen die er te krijgen is
Cat7 klinkt als zekerheid voor de toekomst, maar hij is anderhalve millimeter dikker, veel stugger en heeft een grotere buigstraal. In een buis waar precies één coax in paste, is dat het verschil tussen doorkomen en vastlopen. Cat6 massief haalt in een woning alles wat je nodig hebt.
De coaxkabel van je provider opofferen
Bij internet of televisie via de kabel is één van de coaxkabels in de meterkast je aansluiting op het net. Knip je die door, dan ligt je verbinding eruit en is een monteur nodig. Meet en label voordat je de zijkniptang pakt.
Met volle kracht doortrekken
Een vierparige utp-kabel is voor ongeveer 110 newton trekkracht gemaakt. Trek je harder, dan rekken de paren binnen de mantel uit en verandert de slagafstand die de overspraak tegenhoudt. De kabel ziet er heel uit maar haalt geen gigabit meer, en dat merk je pas als alles is dichtgemaakt.
Water door de buis blazen om de kabel los te weken
Ingedroogde zeep loskrijgen met water klinkt slim, maar in een woning komt dat water zelden aan de andere kant naar buiten. Loopt de buis open uit in een spouw of langs isolatie, dan blijft het vocht daar. Gebruik kabelgel aan de uiteinden en geef het een nacht.
Een rj45-stekker crimpen op massieve aders
Installatiekabel hoort in een keystone of patchpaneel te worden ingeslagen, niet in een stekker geperst. Massieve aders maken in een crimpconnector maar op één punt contact en dat trilt of oxideert los. Het typische gevolg is een verbinding die op 100 megabit blijft steken of af en toe wegvalt.
Binnenkabel gebruiken op het stuk dat buiten ligt
De grijze pvc-mantel van gewone utp verkleurt en verbrost onder uv-licht, en na een paar jaar barst hij open. Vocht trekt dan langs de aders naar binnen. Voor een buitentraject neem je zwarte kabel met pe-mantel, in één doorlopende lengte zonder las buiten.
Veelgestelde vragen
Kun je een coax kabel vervangen door utp?
Ja, en in de meeste woningen is dat de snelste manier om een netwerkkabel naar boven te krijgen. Je gebruikt de bestaande coax als trekmiddel: eerst een dun koord eraan vastmaken, dan de coax eruit trekken en daarna de utp-kabel aan dat koord naar binnen halen. Voorwaarde is dat de coax in een buis ligt en niet los is ingemetseld, en dat er een pad is dat ruim genoeg is voor een kabel van vijf tot zeven millimeter.
Kan ik de coax kabel vervangen zonder de muur open te breken?
Meestal wel, zolang er een doorlopende buis ligt. Het punt waar het misgaat is bijna nooit de buis zelf maar een bocht, een aansluitdoos of een goot onderweg. Breng die plek eerst in beeld met een endoscoopcamera in plaats van harder te trekken. Blijkt de leiding echt geblokkeerd of dichtgestuct, dan is een andere route door de kruipruimte of achter de plinten vaak minder ingrijpend dan een sleuf hakken.
Welke utp-kabel kies ik als ik de coax kabel vervang?
Cat6 met massieve aders is voor vrijwel elke woning de juiste keuze. Hij is ongeveer zes millimeter dik, blijft soepel genoeg voor bochten en haalt gigabit over honderd meter en tien gigabit over de afstanden die in een huis voorkomen. Cat6a kan ook, maar is ruim een millimeter dikker en stugger. Cat7 raden we in een bestaande buis af: die kabel is zwaar te trekken en levert in de praktijk niets extra's op.
Past een cat6a kabel door dezelfde buis als de coax?
Dat hangt af van hoeveel ruimte er over is. Meet de oude coax met een schuifmaat en kijk of er nog meer kabels in dezelfde buis liggen. Zat er één coax van bijna zeven millimeter alleen in een buis van 16 millimeter, dan komt cat6a er meestal doorheen. Lagen er twee kabels in, dan is de kans groot dat de tweede erin is geperst en heb je met cat6 van zes millimeter een veel betere kans.
Hoe weet ik welke coax kabel bij welke aansluiting hoort?
Met een multimeter op de weerstandstand. Zonder aangesloten apparatuur is de weerstand tussen de binnenkern en de mantel onmeetbaar hoog. Verbind boven bij één wandaansluiting de kern en de mantel met elkaar, bijvoorbeeld met een stukje draad, en meet in de meterkast opnieuw. De kabel die dan een paar ohm aangeeft is de kabel die naar die aansluiting loopt. Label hem direct aan beide uiteinden.
Wat doe ik als de coax kabel klem zit in de buis?
Stop met trekken en zoek eerst de oorzaak. Komt er boven wel kabel mee maar beneden niet, dan ligt er speling in een holle ruimte en zit het vast op een overgang. Geeft hij aan beide kanten niets mee, dan is ingedroogd glijmiddel de meest waarschijnlijke reden. Spuit kabelgel in aan beide uiteinden, laat het een nacht intrekken en beweeg de kabel daarna rustig heen en weer in plaats van er met kracht aan te hangen.
Hoe maak ik de utp kabel vast aan de oude coax kabel?
Prik een gaatje door de coax op twee centimeter van het uiteinde en knoop daar dun nylon koord aan vast. Strip aan de andere kant vier centimeter van de utp-mantel, vouw de aders terug over de kabel en knoop het koord daar doorheen. Wikkel de hele overlap glad in met zelfvulkaniserende tape, van dik naar dun, zodat er niets achter kan haken. Gewone duct tape rolt zich in een bocht los, dus daar zou ik niet op vertrouwen. De hele werkwijze staat bij het koppelen van een utp-kabel aan een trekveer.
Heb ik een cat7 wandcontactdoos nodig voor een cat7 kabel?
Nee, en die bestaat in de praktijk ook nauwelijks. Voor cat7 is geen gangbare rj45-connector gestandaardiseerd, en de connectoren die daarvoor bedacht zijn kom je in een woning niet tegen. Een cat6a keystone is gekwalificeerd voor tien gigabit en past op alle apparatuur die je in huis hebt. Sla de kabel daar gewoon op in en houd de paren tot vlak bij het contact gedraaid.
Kan ik internet over de bestaande coax kabel krijgen?
Dat kan met een set adapters die ethernet over coax stuurt. In de praktijk haal je daarmee ergens tussen de 500 megabit en 2 gigabit met een lage vertraging, genoeg voor videobellen, streamen en gamen. De coax moet dan wel over de hele lengte heel zijn en aan beide kanten van een f-connector voorzien kunnen worden. Zit je huis op het kabelnet van een provider, dan hoort er een filter bij de aansluiting zodat je eigen signaal het net niet op gaat.
Mag ik utp en 230 volt door dezelfde buis trekken?
Doe dat niet. Een datakabel en een installatiekabel horen gescheiden te blijven, zowel vanwege de isolatie-eisen als vanwege de storing die netspanning op een datakabel geeft. Een coaxbuis is een databuis en daar hoort geen 230 volt bij. Loopt er wel voeding mee naar dezelfde plek, bijvoorbeeld voor een accesspoint, gebruik dan een aparte leiding. Welke kabel daar hoort, zoek je op in de draad- en kabelkiezer.
Wat kost het om coax te vervangen door utp?
Aan materiaal ben je per verbinding meestal veertig tot honderdtwintig euro kwijt. Installatiekabel cat6 kost ongeveer zestig cent tot een euro twintig per meter, een cat6a keystone vijf tot tien euro, een wandcontactdoos met inbouwdoos rond de vijftien euro. Daar komt eenmalig gereedschap bij: een LSA-inslagpen en een simpele kabeltester samen zo'n dertig euro, een trekveer tien tot dertig euro. Laat je het doen, reken dan op een dagdeel arbeid.
Wat doe ik met de oude coax kabel die ik niet meer gebruik?
Als hij heel is en netjes ligt, is hem laten zitten de nuchterste keuze. Een werkende coax naar een kamer is nog steeds bruikbaar voor televisie of voor adapters die ethernet over coax sturen. Haal je hem er wel uit, trek dan meteen een dun koord terug door de buis. Een lege leiding zonder koord is over vijf jaar net zo lastig als de dichte buis waar je nu mee worstelt. Hoe je de nieuwe aansluiting verder inricht, staat op de pagina over netwerkbekabeling in huis.
Wanneer je beter een vakman belt
Het trekken van een datakabel is werk dat je zelf kunt doen, want er staat geen gevaarlijke spanning op en je kunt weinig onherstelbaars kapotmaken. Er zijn wel vier momenten waarop wij zouden stoppen.
De eerste is de meterkast achter de hoofdzekering. Een datakabel binnenbrengen en op een patchpaneel zetten is prima, maar zodra er iets aan de aansluiting vóór de meter of aan de hoofdaansluitkast moet gebeuren, is dat werk voor de netbeheerder of een erkend installateur.
De tweede is het dak. Een dakpan lichten om een kabel door te voeren betekent op een schuin dak staan. Met een dakwerkersladder of een steiger is dat te doen, met een gewone ladder tegen de goot is het een val die je niet wilt riskeren. Laat dat stuk doen en houd het binnenwerk zelf.
De derde is een leidingschacht of een plaat in een woning van voor 1994. Materiaal in oude schachten en achter meterkasten kan asbesthoudend zijn. Boren of zagen brengt vezels vrij, en dat is werk voor een gecertificeerd bedrijf. Herken je het materiaal niet, laat het dan met rust.
De vierde is een muur die je zou moeten doorboren en waarvan je niet weet wat erin zit. In een dragende wand of een breedplaatvloer kan wapening of een leiding zitten. Weet je het niet zeker, laat het dan scannen voordat er een boor in gaat.