Dakdoorvoer voor de afzuigkap kiezen en plaatsen
Een dakdoorvoer voor de afzuigkap moet drie dingen tegelijk goed doen: waterdicht aansluiten op je dakbedekking, de volle luchtstroom doorlaten en dichtvallen zodra de kap uit gaat. De meeste klachten over tocht, kooklucht en druppelwater komen niet door de kap zelf maar door een te smal kanaal, een ontbrekende terugslagklep of een ongeïsoleerde buis op een koude zolder. Kies daarom bij nieuwe aanleg 150 mm, houd het aantal bochten laag en isoleer alles wat door onverwarmde ruimte loopt.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Gatzaag van 130 tot 160 mm of een decoupeerzaag
- Accuboormachine en een lange houtboor van 6 mm om het gat uit te peilen
- Schroevendraaierset en een dopsleutel voor klembanden
- Kniptang voor dun plaatwerk en een stanleymes
- Gasbrander met bitumenrol, of lijm en roller bij een gekleefd dak
- Ladder plus dakrandbeveiliging of een rolsteiger
- Waterpas en een rolmaat
- Stofzuiger en een emmer voor het zaagsel en de isolatiekorrels
Materiaal
- Dakdoorvoer die bij je dakbedekking en diameter past
- Gladde ronde buis van 125 of 150 mm, verzinkt staal of hard kunststof
- Bochten van 45 graden, en waar het niet anders kan een ruime bocht van 90 graden
- Kort stuk flexibele aluminium slang als koppelstuk bij de kap
- Terugslagklep met veer, geschikt voor verticale montage
- Buisisolatie of een geïsoleerde mantelbuis voor het deel op zolder
- Aluminiumtape en klembanden
- Bitumenrol of een EPDM-manchet in hetzelfde materiaal als het dak
Wat een dakdoorvoer voor de afzuigkap moet kunnen
Een afzuigkap die de lucht echt naar buiten brengt, moet ergens door de schil van het huis heen. Loopt die route via het dak, dan doet de dakdoorvoer drie dingen tegelijk. Hij sluit waterdicht aan op de dakbedekking, hij houdt regen en wind uit de buis, en hij laat de volledige luchtstroom van de kap door zonder te knijpen. Welke kap bij welke afvoer hoort en wat er verder aan zo'n toestel vastzit, lees je in onze uitleg over afzuigkappen en hun luchtafvoer.
Een doorvoer voor de keuken is niet hetzelfde als de standaard ontluchting van een riool of een mechanische ventilatiebox. De lucht uit een keuken is warm, vochtig en vet, en die combinatie stelt eisen. Vet slaat neer op elke richel in het kanaal, warme lucht geeft condens zodra hij door een koude zolder gaat, en de doorvoer moet ook nog dicht kunnen als de kap uit staat.
Welk model je nodig hebt, wordt vooral bepaald door de dakbedekking. Op een bitumineus plat dak werk je met een kraag die je mee inbrandt of kleeft, op een EPDM-dak met een manchet van hetzelfde materiaal, en op een pannendak met een pandoorvoer of een universele doorvoer met verstelbare voet. De diameter kies je los daarvan, op basis van de kap en de lengte van het kanaal.
| Type doorvoer | Waar hij op past | Gangbare maten | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Platdakdoorvoer met bitumen kraag | Bitumineus plat dak met dakleer | 125 en 150 mm | Kraag mee inbranden of kleven onder de bovenste laag, niet erop kitten |
| Platdakdoorvoer met EPDM-manchet | EPDM en kunststof dakbanen | 125 en 150 mm | Manchet in hetzelfde materiaal als het dak, met de bijbehorende lijm of lasmethode |
| Universele pandoorvoer met verstelbare voet | Schuin pannendak van ongeveer 15 tot 55 graden | 125 en 150 mm | Helling instellen voordat je hem vastzet, en de pannen rondom netjes bijwerken |
| Pandoorvoer in het model van je eigen dakpan | Schuin dak waarvan je het pantype kent | Vaak 131 mm binnenwerks | Alleen bruikbaar bij precies hetzelfde panmodel, anders ligt hij niet vlak |
| Doorvoer met loodslab | Leien, shingles, hellend bitumendak | 125 en 150 mm | Lood over de onderliggende laag aandrukken zodat water eroverheen loopt |
| Geïsoleerde uitvoering | Doorvoer boven een onverwarmde zolder of vliering | 125 en 150 mm | Voorkomt condens tegen de binnenkant van de kap en druppels in de buis |
| Dakventilator met eigen motor | Plat en schuin dak, bij een kap zonder ingebouwde motor | 150 mm en groter | Eigen voedingskabel en aansturing vanaf de kap |
Zoek eerst op de sticker of in de handleiding van je kap de gevraagde aansluitmaat en de capaciteit in kubieke meter per uur op. Met die twee getallen in je hand kies je in de bouwmarkt binnen twee minuten de goede doorvoer, in plaats van dat je thuis ontdekt dat je een verloopstuk nodig hebt.
De maat kiezen: 125 of 150 mm
De meest gestelde vraag bij dit werk is of 125 mm genoeg is of dat je meteen naar 150 mm moet. Het eerlijke antwoord is dat het afhangt van de capaciteit van de kap, de lengte van het kanaal en het aantal bochten. Een korte, kaarsrechte verbinding van anderhalve meter in 125 mm kan prima werken bij een bescheiden kap. Datzelfde kanaal met twee haakse bochten en zes meter lengte is in 125 mm gewoon te krap.
Een dakdoorvoer voor de afzuigkap van 150 mm is bij nieuwe aanleg de veiligere keuze. Je verliest er niets mee, want een ruimer kanaal geeft minder weerstand, minder ruis en een kap die op stand twee doet wat hij anders pas op stand drie doet. Wat je nooit doet, is het kanaal onderweg verkleinen. De smalste plek bepaalt de doorstroom van het hele traject, dus een keurige 150-buis die eindigt op een oude doorvoer van 100 mm levert je de prestaties van 100 mm op.
Zit je met een bestaande doorvoer van 125 mm die je nog niet wilt vervangen, dan is 150 mm aanleggen tot vlak onder het dak en daar met een kort verloop overgaan naar 125 mm een verdedigbare tussenoplossing. Je pakt dan de winst over de hele lengte en over de bochten, en je knijpt alleen op het laatste stuk. Standaardmaten voor dit soort kanalen en andere veelgebruikte bouwmaten vind je in onze tabel met standaardmaten.
| Kanaalmaat | Past bij | Wat je merkt | Ons advies |
|---|---|---|---|
| 100 mm | Oude keukens uit de jaren tachtig en negentig | Kap loeit hard en zuigt slecht af, damp blijft boven de pan hangen | Te krap voor elke moderne kap, meenemen in de vervanging |
| 125 mm | Kappen tot ongeveer 400 kubieke meter per uur | Werkt alleen bij een kort traject met hooguit één bocht | Acceptabel als de fabrikant dit als minimum noemt en het traject kort is |
| 150 mm | Kappen vanaf 400 kubieke meter per uur, lange trajecten, meerdere bochten | Rustiger geluid en de volle capaciteit op een lagere stand | De standaardkeuze bij nieuwe aanleg, ook als de kap 125 mm vraagt |
| Plat kanaal 220 bij 90 mm | Achter keukenkastjes en boven verlaagde plafonds | Iets meer weerstand dan rond 150 mm | Alleen waar rond echt niet past, met vloeiende overgangsstukken |
| Verloop 150 naar 125 mm | Aansluiting op een bestaande dakdoorvoer van 125 mm | Beperkt verlies zolang het verloop kort en vlak bij de uitmonding zit | Zo hoog mogelijk in het traject plaatsen, nooit halverwege |
| Verloop naar 100 mm | Nergens meer | Geluid, slechte afzuiging en snel dichtslibben met vet | Vervang de doorvoer in plaats van te verlopen |
Een dakdoorvoer voor de afzuigkap op een plat dak
Op een plat dak is de doorvoer meestal een kunststof of stalen pot met een brede voetplaat en een kap erop die als paraplu dient. De voetplaat gaat onder de bovenste laag dakbedekking, zodat regenwater over de aansluiting heen loopt en er niet tegenaan. Werk je het andersom af en plak je de plaat bovenop met een randje kit, dan houdt dat een winter en daarna kruipt het water er via de naad onderdoor.
Bij bitumen is de nette werkwijze om de kraag van de doorvoer mee in te branden met een rol dakleer, zodat er een doorlopende laag ontstaat. Hoe die aansluiting op bitumen precies wordt opgebouwd, staat stap voor stap in onze gids over een dakdoorvoer in een bitumen plat dak. Ligt er EPDM, dan gebruik je geen brander maar een manchet in hetzelfde rubber, met de lijm of de tape die de leverancier daarbij voorschrijft.
Een dakdoorvoer afzuigkap 150 mm plat dak is in de bouwmarkt gewoon te krijgen, meestal in dezelfde serie als de 125-uitvoering. Let er wel op dat het gat in het dakbeschot een paar millimeter ruimer moet zijn dan de buis, zodat de doorvoer zonder wringen zakt. Houd verder minstens een halve meter afstand tot de dakrand en tot opgaand werk, anders krijg je last van opwaaiende regen en van sneeuw die tegen de kap aan blijft liggen.
Kies bij een plat dak een model met een royale overstek en een ruime doorlaat onder de kap. Modellen met fijn vogelgaas zien er verzorgd uit, maar dat gaas raakt binnen twee jaar dicht met vet en pluis. Een grove maas of alleen een goed overstekende kap werkt op de lange termijn beter.
Branden op een dak is brandgevaarlijk werk. Onder de dakbedekking zit vaak isolatie en houten beschot die uren later nog kunnen smeulen. Houd een emmer water en een brandblusser binnen handbereik, brand nooit in een hoek waar je de vlam niet kunt zien, en controleer het werk een uur na afloop nog een keer. Twijfel je, kies dan een zelfklevende of gekleefde opbouw in plaats van een brander.
Een dakdoorvoer voor de afzuigkap op een schuin dak
Bij een schuin dak heb je twee routes. De eerste is een pandoorvoer die exact het model van jouw dakpan heeft, waardoor hij in het verband meeligt alsof het een gewone pan is. Dat oogt het mooist, maar je moet dan wel weten welk pantype er ligt, inclusief fabrikant. Een pan uit een andere serie past net niet, en dat zie je vanaf de straat.
De tweede route is een universele doorvoer met een verstelbare voet en een loden of kunststof slab. Die stel je in op de hellingshoek van je dak, waarna de slab over de onderliggende pannenrij wordt aangedrukt. Deze variant is vergevingsgezinder en werkt op vrijwel elk pannendak, ook bij oude, onregelmatige pannen.
Onder de pannen zit bij nieuwere daken een waterkerende folie. Die moet je netjes rond het gat opzetten of met een manchet aansluiten, zodat water dat onder de pannen doorwaait alsnog naar de goot loopt en niet langs de buis het beschot in trekt. Een dakdoorvoer afzuigkap schuin dak plaatsen zonder die folie af te werken is de klassieke oorzaak van een vochtplek op zolder die pas maanden later opvalt.
Plaats de doorvoer bij voorkeur hoog in het dakvlak, dicht bij de nok, en niet vlak boven een dakraam of een dakkapel. Hoe hoger hij zit, hoe minder water er langs kan komen en hoe korter het stuk buis is dat door de koude zolder loopt.
Weet je het pantype niet? Til één pan van het dak en kijk aan de onderkant. Daar staat bij vrijwel alle machinale pannen de naam van de fabrikant en het model in het klei of beton geperst. Met die pan onder je arm naar de handel gaan werkt sneller dan foto's vergelijken.
Condens in het kanaal en druppels uit de kap
Kookdamp is warm en zit vol vocht. Zodra die lucht een koude buis op een onverwarmde zolder in gaat, slaat het vocht neer tegen de wand. Dat water loopt vervolgens de kant op waar de buis naartoe helt, en dat is meestal terug naar de kap. Druppels op de kookplaat of een vochtige vetfilter zijn bijna altijd condens uit het kanaal, geen lekkage van het dak.
De oplossing zit in isolatie en in afschot. Isoleer elk stuk buis dat door een onverwarmde ruimte loopt, met een geïsoleerde mantelbuis of met isolatieschalen die je met tape sluit. Zorg er daarbij voor dat de damprem aan de buitenkant zit, zodat er geen vocht in de isolatie zelf kan condenseren. Ook de onderkant van de dakdoorvoer zelf verdient aandacht, want juist daar staat de koudste plek van het hele traject.
Voor het afschot geldt: laat de buis licht aflopen naar de doorvoer toe, zodat het condenswater dat toch ontstaat naar buiten loopt in plaats van naar de keuken. Kan dat niet, dan is een condensopvang met een aftapje op het laagste punt een werkbare oplossing. Zet die op een plek waar je erbij kunt, want je moet hem af en toe legen.
Een lange, in bochten hangende flexslang is hier de grootste boosdoener. In elke doorhang blijft water staan, en dat water neemt vet op tot er een zwarte drab in de plooien zit. Gladde buis met een gecontroleerde helling geeft dat probleem niet.
Kou en kooklucht die terugkomen door de doorvoer
Een veelgehoorde klacht is dat er koude lucht uit de afzuigkap komt zodra de wind op het dak staat, of dat de keuken weer naar eten gaat ruiken op het moment dat de kap uit gaat. Beide klachten hebben dezelfde oorzaak: er zit geen werkende klep in het kanaal, of de klep die er zit valt niet meer dicht.
De lucht die terugkomt, blaast langs de vetfilters die vol koken van gisteren zitten. Daardoor ruikt de keuken uren na het koken opnieuw naar de maaltijd, ook als de kap netjes twee uur heeft nagedraaid. Hoe je zo'n klep kiest en waar je hem het beste monteert, staat in onze gids over de terugslagklep van de afzuigkap.
Let bij een verticaal kanaal op het type klep. Een vlinderklep die alleen op zijn eigen gewicht sluit, hangt in een staande buis vaak halfopen. Voor een kanaal dat recht omhoog gaat wil je een klep met een lichte veer of een uitvoering die daar uitdrukkelijk voor bedoeld is. Monteer hem ergens waar je erbij kunt, want ook een klep loopt in de loop van de jaren vol vet en gaat dan slepen.
Sommige kappen hebben al een klepje in de motoruitgang zitten. Dat is meestal een dun kunststof plaatje dat door vet aan de rand vastplakt en dan blijft hangen. Voordat je een nieuwe klep koopt, is het de moeite waard om de kap open te maken en dat plaatje schoon te poetsen.
Sluit de afzuigkap nooit aan op het kanaal van een mechanisch ventilatiesysteem. Vette lucht hoort niet in een ventilatiebox thuis: de waaier raakt vervuild, de filters van andere ruimtes vangen kookgeur op en het vet in het kanaal vormt een brandrisico. Een keukenkap krijgt een eigen kanaal naar buiten, met een eigen doorvoer.
Het kanaal naar de kap: buis, bochten en geluid
Wat er tussen de kap en de doorvoer zit, bepaalt meer dan mensen denken. Een gladde ronde buis geeft de minste weerstand, gevolgd door plat kanaal, en flexibele aluminiumslang scoort veruit het slechtst. Zo'n slang is handig bij de montage en dat is precies de reden dat er zoveel meters van hangen, maar de ribbels binnenin remmen de lucht en maken ruis.
Gebruik flex daarom alleen als kort koppelstuk van hooguit een halve meter tussen de kap en het vaste kanaal, en rek hem daarbij helemaal uit. Een niet uitgerekte slang heeft diepere ribbels en dus meer weerstand. De rest van het traject leg je in gladde buis, met de mof steeds naar de luchtstroom mee zodat vet en condens niet in een naad blijven staan.
Bochten kosten capaciteit. Als vuistregel rekenen wij een scherpe haakse bocht als ongeveer twee meter extra buislengte, en twee bochten van 45 graden achter elkaar als ongeveer de helft daarvan. Twee haakse bochten in een krap kanaal zijn dus goed voor het verschil tussen een kap die je op stand één zet en een kap die op stand drie nog steeds staat te brullen. Ook de plek waar de kap zelf hangt speelt mee, en die is aan regels gebonden: zie onze uitleg over de juiste hoogte van een afzuigkap boven de kookplaat.
Tape alle naden af met echte aluminiumtape, niet met ducttape, en zet elke koppeling ook mechanisch vast met een klemband of drie schroefjes. Een verbinding die alleen op tape zit, schuift na een paar jaar warm en koud werken los, en dan blaas je vette lucht in je zolder.
| Onderdeel in het kanaal | Telt ongeveer als | Wat je beter doet |
|---|---|---|
| Gladde ronde buis, per meter | 1 meter | Dit is de basis waarmee je rekent |
| Flexibele aluminium slang, per meter | 3 tot 4 meter | Alleen als kort koppelstuk gebruiken, volledig uitgerekt |
| Scherpe haakse bocht van 90 graden | 2 meter | Vervangen door twee bochten van 45 graden |
| Ruime bocht van 90 graden | 1 meter | Prima keuze waar een richtingsverandering nodig is |
| Bocht van 45 graden | Een halve meter | Combineer er twee voor een vloeiende hoek |
| Verloopstuk 150 naar 125 mm | 1 meter | Zo dicht mogelijk bij de uitmonding plaatsen |
| Terugslagklep | 1 tot 2 meter | Kies een uitvoering met lichte veer en bereikbare inspectie |
| Fijn vogelgaas in de doorvoer | Oplopend tot 3 meter zodra het dichtslibt | Grove maas of een kap met ruime overstek zonder gaas |
Een motor op zolder of op het dak
Bij een lang kanaal en een luidruchtige kap komt vaak het idee op om de motor te verplaatsen naar de zolder of het dak. Dat kan, en het levert in de keuken echt een merkbaar stiller resultaat op, omdat het geluid van de waaier dan een verdieping verderop zit. De uitvoering luistert wel nauw.
Wat je niet doet, is een gewone woonhuisventilatiebox in het keukenkanaal hangen. Zo'n box is gemaakt voor de relatief schone lucht uit badkamer en toilet. Keukenlucht zet vet af op de waaier en in het huis van de box, en dat is naast een vervuilingsprobleem ook een brandrisico. De kunststof behuizing en de motorwikkeling zijn er niet op berekend.
De goede weg loopt via de fabrikant van je kap. Veel merken leveren dezelfde kap in een uitvoering met externe motor, waarbij de motorunit op zolder of op het dak komt en de kap alleen nog de verlichting, de filters en de bediening bevat. De bekabeling tussen kap en motor hoort bij die set, zodat de standen gewoon blijven werken. Als alternatief bestaan er dakventilatoren die uitdrukkelijk voor keukenafzuiging zijn bedoeld en tegen vet en warmte kunnen.
Zet zo'n motor altijd op trillingsdempers en koppel hem aan beide kanten aan met een flexibel tussenstuk. Zonder die ontkoppeling breng je het bromgeluid via het kanaal en de spanten alsnog het huis in, en dan is de winst grotendeels weg. Verzin nooit zelf een aansluiting op de voeding van de kap: laat de motor volgens de handleiding aansluiten, met een eigen groep als de fabrikant dat voorschrijft. Hier geldt hetzelfde als bij andere reparaties aan huishoudelijke apparaten, namelijk dat het voorschrift van het merk boven een algemene vuistregel gaat.
Genoeg luchttoevoer, anders trekt de kap niets
Een afzuigkap kan alleen lucht naar buiten brengen als er evenveel lucht het huis in komt. In een goed geïsoleerde woning met kierdichting is dat lang niet vanzelfsprekend. Bij een kap van 500 kubieke meter per uur op de hoogste stand ontstaat er onderdruk, en die onderdruk zoekt zijn weg door de eerste opening die hij vindt.
Merk je dat de kap in een dichte keuken veel minder trekt dan met een openstaand raam, dan is de toevoer het knelpunt en niet de doorvoer op het dak. Een ventilatierooster in de keuken of een raam op een kier lost dat direct op. Welke roosters er zijn en wat ze doorlaten, staat in onze gids over het rooster bij de afzuigkap.
Onderdruk is niet alleen een kwestie van prestaties. Staat er in dezelfde woning een open verbrandingstoestel, bijvoorbeeld een oudere geiser of een gaskachel met een schoorsteen, dan kan de kap de rookgassen van dat toestel het huis in trekken. Dat is een situatie waarin je niet moet improviseren: laat het beoordelen door een installateur voordat je een krachtige kap in gebruik neemt.
Lukt een kanaal naar buiten helemaal niet, bijvoorbeeld in een appartement waar je het dak niet mag doorboren, dan is filteren het alternatief. Wat zo'n oplossing wel en niet doet met geur en vet, staat in onze uitleg over het plasmafilter in een afzuigkap.
Zo plaats je een dakdoorvoer voor de afzuigkap
Een dakdoorvoer voor de afzuigkap plaatsen gaat op een plat dak en op een pannendak in dezelfde volgorde, met per stap het punt waarop de twee uit elkaar lopen.
-
Bepaal de plek en peil het gat uit
Kies binnen een route met zo min mogelijk bochten, het liefst recht boven de kap. Kijk op zolder waar de spanten en gordingen lopen, want daar mag niet doorheen gezaagd worden. Boor vanuit binnen met een lange dunne boor door het dakbeschot, zodat je op het dak precies ziet waar het hart van je gat komt.
-
Kies de doorvoer bij je dakbedekking en diameter
Neem het pantype of een stukje dakbedekking mee naar de handel en koop de doorvoer die daarbij hoort. Kies bij twijfel over de capaciteit de ruimere maat in plaats van de krappe: een doorvoer van 150 mm past ook bij een kap die 125 mm vraagt, andersom niet.
-
Maak het dak veilig bereikbaar
Werk met een rolsteiger of dakrandbeveiliging en nooit alleen op een dak. Op een schuin dak gebruik je een dakladder die over de nok haakt, zodat je de pannen niet belast. Sla dit werk over bij regen, vorst, mos of wind. Voel je je niet zeker op hoogte, dan is dit het moment om iemand te bellen die het wel is.
-
Zaag het gat en maak de opening schoon
Zaag van bovenaf, met een gatzaag of decoupeerzaag, en houd het gat een paar millimeter ruimer dan de buis zodat de doorvoer zonder wringen zakt. Op een plat dak ga je door dakbedekking, isolatie en beschot, en die drie lagen zaag je in één keer door. Zuig het zaagsel en de isolatiekorrels meteen weg, want die waaien anders in het kanaal.
-
Sluit de dakbedekking waterdicht aan
Op bitumen brand of kleef je de kraag onder de bovenste laag, zodat water erover heen loopt. Op EPDM gebruik je een manchet van hetzelfde materiaal. Op een pannendak stel je de voet op de juiste hellingshoek, druk je de slab over de onderliggende pannenrij aan en werk je de waterkerende folie rond het gat af. Kit is hier geen afdichting maar hooguit een aanvulling.
-
Monteer het kanaal van boven naar beneden
Werk vanaf de doorvoer naar de kap toe, met de mof mee met de luchtstroom, zodat vet en condens niet in een naad blijven staan. Zet elke koppeling vast met een klemband of schroefjes en tape de naad daarna af met aluminiumtape. Laat de buis licht aflopen naar buiten en beugel hem elke anderhalve meter, zodat er nergens een doorhang ontstaat.
-
Zet de terugslagklep op een bereikbare plek
Monteer de klep in het verticale deel, liefst kort boven de kap zodat je hem later kunt schoonmaken zonder op zolder te kruipen. Gebruik in een staande buis een uitvoering met veer. Controleer of het bestaande klepje in de motoruitgang van de kap nog vrij beweegt en poets het vet daar weg.
-
Isoleer en test het geheel
Isoleer elk stuk buis dat door een koude ruimte loopt, met de damprem aan de buitenzijde. Zet daarna de kap aan en houd een vel keukenpapier bij de doorvoer: dat moet duidelijk wegblazen. Schakel de kap uit en voel of de klep dichtvalt en of er geen kou naar binnen trekt. Loop na een flinke regenbui nog een keer over zolder met een zaklamp.
Storingzoeker
Kies het merk, vul de code in en zie wat er aan de hand is, wat je zelf kunt doen en wanneer je moet bellen. Bekijk alle gegevens
| Merk | Code | Wat er aan de hand is | Wat je zelf kunt doen | Bellen of niet |
|---|---|---|---|---|
| Intergas | 1 | De ketel wordt te warm, de aanvoertemperatuur loopt te hoog op | Controleer de waterdruk en ontlucht de radiatoren. Te weinig water of lucht in de installatie is de gewone oorzaak. | Blijft hij terugkomen: monteur |
| Intergas | 2 | Storing in de aanvoer- of retoursensor | Reset de ketel een keer. Herhaalt de code zich, dan is de sensor of de bedrading het probleem. | Monteur |
| Intergas | 3 | De maximaalthermostaat heeft ingegrepen | Controleer druk en doorstroming, ontlucht de installatie. | Blijft het: monteur |
| Intergas | 4 | Geen vlamsignaal, de ketel krijgt het vuur niet aan | Kijk of de gaskraan open staat en of andere gastoestellen het doen. Reset daarna een keer. | Doet gas het wel: monteur |
| Intergas | 5 | Slecht of wegvallend vlamsignaal | Reset een keer. Vaak vervuilde ionisatiepen of ontsteking. | Monteur |
| Intergas | 6 | Fout in de vlamdetectie | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 7 | Probleem met de rookgasafvoer of de uitlaatgassensor | Kijk of de afvoer buiten vrij is en niet verstopt zit door een vogelnest of blad. | Monteur, dit raakt de veiligheid |
| Intergas | 8 | Het ventilatortoerental klopt niet | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 10 tot en met 14 | Sensorfout of storing in de installatie, bijvoorbeeld een defecte stromingsschakelaar, draadbreuk of lucht in de installatie | Controleer de waterdruk en ontlucht grondig, van laag naar hoog. | Blijft het: monteur |
| Nefit | A01 | Geen vlam of vlam valt weg | Controleer of de gaskraan open staat en of de druk goed is, reset daarna een keer. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | C6 | De ventilator draait niet op het juiste toerental | Reset een keer. | Monteur |
| Nefit | D1 | Te weinig waterdruk in de installatie | Bijvullen tot de juiste druk voor jouw bouwhoogte, daarna ontluchten. | Zelf te doen |
| Nefit | EA | Vlam wordt niet waargenomen | Reset een keer. Kijk of andere gastoestellen werken. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | F0 of F7 | Interne storing in de besturing | Reset een keer, haal eventueel kort de stroom eraf. | Monteur |
| Remeha | Reset knop | Vergrendelde storing | Houd de resetknop ingedrukt tot het display reageert. Noteer eerst de code voordat je reset. | Afhankelijk van de code |
| Remeha | E00 | Aanvoersensor defect of niet aangesloten | Reset een keer. | Monteur |
| Remeha | E01 | Te weinig waterdruk of geen doorstroming | Bijvullen en ontluchten. | Zelf te doen |
| Remeha | E04 | Geen vlam bij het opstarten | Gaskraan controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.22 | Te weinig water in de ketel, droogkookbeveiliging | Bijvullen tot de juiste druk en ontluchten. | Zelf te doen |
| Vaillant | F.28 | Ontsteking mislukt bij het opstarten | Gastoevoer controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.75 | Drukverschil niet herkend, vaak de pomp of het expansievat | Controleer of de druk sterk schommelt bij het opstarten. | Monteur, meestal het expansievat |
| AWB | Vlamstoring | Geen ontsteking | Gaskraan open, druk controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Bosch vaatwasser | E15 | Water in de lekbak onderin, de vlotterbeveiliging staat aan | Kantel het apparaat voorzichtig naar achteren zodat het water uit de bak loopt, zet hem terug en start opnieuw. Zoek daarna waar het water vandaan kwam. | Blijft het terugkomen: monteur |
| Bosch vaatwasser | E24 of E25 | Water loopt niet weg, afvoer verstopt | Maak het zeef en de pompfilter schoon, controleer de afvoerslang op een knik en de sifonaansluiting op een dop die er nog in zit. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E22 | Filters verstopt | Zeven eruit en schoonmaken. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E09 | Verwarmingselement defect, water wordt niet warm | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Siemens vaatwasser | E15 | Water in de lekbak, vlotterbeveiliging actief | Zelfde aanpak als bij Bosch: voorzichtig kantelen, water eruit, terugzetten en opnieuw starten. | Blijft het: monteur |
| Siemens vaatwasser | E24 | Afvoer geblokkeerd | Zeven en pompfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| Siemens vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de startknop ongeveer drie tot vijf seconden ingedrukt tot het programma terugspringt, of haal de stekker er een minuut uit. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i20 of 20 | Afvoerprobleem, water loopt niet weg | Filters en pomp schoonmaken, afvoer controleren. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i30 of 30 | Water in de bodembak, lekkage gedetecteerd | Kantelen om het water eruit te laten en de oorzaak zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de programmaknop en de startknop samen enkele seconden ingedrukt. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F11 | Water loopt niet weg | Filters en afvoerpomp schoonmaken. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F70 | Vlotter of niveaubeveiliging | Controleer op lekkage onderin. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E18 of F18 | Water loopt niet weg | Pluizenzeef vooronder schoonmaken en de afvoerslang controleren. | Zelf te doen |
| Bosch wasmachine | F21 | Motorstoring, trommel draait niet | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E23 | Water in de lekbak | Machine kantelen om het water eruit te laten, daarna de lekkage zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG wasmachine | E20 | Afvoerprobleem | Pluizenfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| AEG wasmachine | E40 | Deur niet goed dicht | Deur opnieuw sluiten, controleer of er was tussen zit. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 1 keer | Reservoir warmt op of komt uit een stroomonderbreking | Wacht ongeveer tien minuten tot hij op temperatuur is. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 2 keer | Reservoir bereikt de temperatuur niet | Haal de stekker er een minuut uit en zet hem terug. Blijft het knipperen, dan is er meestal een onderdeel defect. | Blijft het: monteur |
| Quooker | Knippert 3 keer | Storing in de temperatuursensor | Een keer stroomloos maken. | Monteur |
| Quooker | Geen kokend water, wel gewoon water | Reservoir uit of niet op temperatuur | Controleer of de stekker in het stopcontact zit en of de groep niet is uitgevallen. | Zelf te doen |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je het luik dichtdoet
Uit de praktijk
Kooklucht die terugkwam zodra de kap uit ging
In een keuken met een plat dak zat de doorvoer bijna recht boven een moderne Siemens-kap, verbonden met een stuk flexibele slang. Sinds de verbouwing rook de keuken opnieuw naar eten op het moment dat de kap uitging, ook als hij twee uur na het koken pas werd uitgezet. Aan de kap zelf en aan de filters lag het niet: die gingen elke week in de vaatwasser.
Met een aansteker bij de kap bleek dat er lucht terugblies zodra de motor stilstond. De wind op het dak duwde de vette lucht die in de buis en op de filters zat gewoon de keuken weer in. Er zat geen terugslagklep in het kanaal, en het kunststof klepje in de motoruitgang van de kap plakte door vetaanslag halfopen.
Wat hier werkte: het klepje in de kap ontvetten en losmaken, en een aparte klep met veer plaatsen in het verticale stuk vlak boven de kap. Een elektrisch geschakelde klep die meeloopt met het stroomverbruik van de kap was overwogen, maar een goede mechanische klep vraagt geen bedrading en geen onderhoudsgevoelige elektronica. Het korte stuk flex werd tegelijk vervangen door gladde buis, waardoor de kap ook merkbaar stiller werd.
De platdakkap die niet omhoog wilde
Bij een woning met een dakterras kwam er in de winter koude lucht door de afzuigkap naar binnen. De bewoner wilde controleren of er een klep in de doorvoer zat en begon aan de kap op het dak te trekken. Die zat duidelijk los, maar kwam er niet af, en de vraag was of er iets kon scheuren.
Dat kon zeker. De meeste platdakdoorvoeren zijn tweedelig: een pot met een kraag die in de dakbedekking is ingewerkt, en een losse kap die eroverheen valt. Die kap zit meestal met twee of drie schroefjes onder de rand vast, soms met een klemband of een schuimrubberen ring die na jaren vastgeplakt zit. Hard trekken zet spanning op de kraag, en juist daar wil je de bitumen niet los hebben.
Wat hier werkte: met een spiegeltje onder de rand kijken, de twee verzonken schroefjes vinden en die eruit draaien. De kap kwam daarna zo los. Er bleek inderdaad geen klep in te zitten. Die is niet in de doorvoer geplaatst maar binnen in het kanaal, omdat je er dan bij kunt om vet te verwijderen zonder telkens het dak op te moeten.
Van 100 mm naar een kanaal dat wel meekon
Bij het vervangen van een oude kap bleek het bestaande kanaal 100 mm te zijn, terwijl de nieuwe kap minimaal 125 mm vraagt. Het traject liep vanuit de keuken met twee haakse bochten, eerst naar links en dan omhoog, naar de zolder en daar door een dakdoorvoer van 125 mm naar buiten. De doorvoer zelf hoefde nog niet vervangen te worden.
De keuze ging tussen alles in 125 mm uitvoeren of het traject tot aan de zolder in 150 mm leggen en daar met een verloop op de doorvoer aansluiten. Wij kozen voor de tweede optie. De weerstand zit vooral in de lengte en in de bochten, dus daar win je het meest, en het verlies van een kort verloop vlak onder het dak valt daarbij in het niet.
De twee scherpe haakse bochten werden bovendien vervangen door telkens twee bochten van 45 graden achter elkaar. Het resultaat was dat de kap op stand twee doet wat hij eerst op stand drie nauwelijks deed. Bij een volgende dakbeurt gaat de doorvoer alsnog naar 150 mm, en dan is het kanaal in één keer helemaal op maat.
Een stillere kap door de motor op de vliering te zetten
Boven een keuken lag een vliering, waar de afvoer van de kap uitkwam en via een aluminium flexslang van 125 mm naar de dakdoorvoer liep. De motor in de kap maakte zoveel lawaai dat er in de keuken nauwelijks te praten viel, en de wens was om de motor naar de vliering te verhuizen.
Het eerste plan was een standaard woonhuisventilatiebox op de vliering hangen. Dat is geen goed idee: die boxen zijn gemaakt voor de schonere lucht uit badkamer en toilet, en keukenvet slaat neer op de waaier en in de kunststof behuizing. Naast vervuiling levert dat een brandrisico op, en de motor is er niet op gebouwd.
De oplossing werd een externe motorunit uit het programma van de kapfabrikant zelf, met de bijbehorende stuurkabel, zodat de standen op de kap gewoon bleven werken. De unit kwam op rubber trillingsdempers, met aan beide kanten een flexibel koppelstuk, en de flexslang werd vervangen door gladde buis van 150 mm. Het geluid in de keuken zakte tot het niveau van de afzuiging zelf.
Veelgemaakte fouten
Het kanaal ergens onderweg verkleinen
De smalste plek bepaalt wat er door het hele kanaal gaat. Een keurige buis van 150 mm die op een oude doorvoer van 100 mm eindigt, levert de prestaties van 100 mm. Wil je toch verlopen naar een bestaande doorvoer van 125 mm, doe dat dan zo dicht mogelijk bij de uitmonding en houd het verloopstuk kort.
Meters flexibele slang gebruiken en die laten doorhangen
De ribbels in aluminium flex remmen de lucht en maken ruis, en in elke doorhang blijft condenswater met vet staan. Na een paar jaar zit daar een zwarte drab die gaat stinken. Gebruik flex alleen als kort koppelstuk bij de kap, volledig uitgerekt, en leg de rest in gladde buis met een lichte helling naar buiten.
Geen terugslagklep, of een klep die in een staande buis niet sluit
Zonder klep blaast de wind koude lucht en oude kookgeur via de vetfilters de keuken in. Een vlinderklep die alleen op zijn eigen gewicht werkt, hangt in een verticaal kanaal vaak halfopen. Kies daar een uitvoering met een lichte veer en monteer hem waar je er later bij kunt om vet weg te halen.
De buis op een koude zolder onverpakt laten liggen
Warme kookdamp in een koude buis geeft condens, en dat water loopt terug naar de kap. Mensen zoeken dan een lek in het dak terwijl het probleem in het kanaal zit. Isoleer alles wat door onverwarmde ruimte loopt, met de damprem aan de buitenkant, en geef de buis afschot naar de doorvoer.
De doorvoer bovenop de dakbedekking plakken
Een voetplaat die met kit op het dakleer wordt gezet, staat dwars op de waterstroom. Bij de eerste stevige bui kruipt het water via de naad eronder en dat zie je pas als de zolder een vlek heeft. De kraag hoort onder de bovenste laag verwerkt te worden, zodat regen er overheen loopt.
De kap aan het bestaande ventilatiekanaal knopen
Het kanaal van de mechanische ventilatie of van het toilet lijkt een makkelijke route naar buiten, maar vette keukenlucht hoort daar niet in. De waaier van de box vervuilt, andere ruimtes gaan naar eten ruiken en het vet in het kanaal is brandbaar. Een keukenkap krijgt een eigen kanaal en een eigen doorvoer.
Door een spant of gording heen zagen
Wie het gat vanaf het dak uitzet zonder binnen te kijken, zaagt zo een gording aan. Dat is dragend werk en daar mag geen materiaal uit. Peil het hart van het gat altijd van binnenuit met een lange dunne boor en verschuif de plek liever een halve meter dan dat je een spant raakt.
Fijn vogelgaas in de uitmonding accepteren
Gaas met een fijne maas ziet er verzorgd uit en houdt inderdaad insecten tegen. Het slibt alleen binnen twee jaar dicht met vet en pluis, en dan heb je de weerstand van meters extra buis erbij. Kies een kap met een ruime overstek, of vervang het fijne gaas door een grove maas die je kunt schoonmaken.
Veelgestelde vragen
Welke maat dakdoorvoer heb ik nodig voor een afzuigkap?
Kijk eerst wat de fabrikant als minimum voorschrijft, meestal 125 of 150 mm. Bij nieuwe aanleg kiezen wij vrijwel altijd voor 150 mm, ook als de kap 125 mm vraagt, omdat een ruimer kanaal minder weerstand en minder geluid geeft. Heb je een lang traject of meerdere bochten, dan is 150 mm eigenlijk de enige verstandige keuze. Verkleinen mag nergens onderweg gebeuren.
Kan ik een dakdoorvoer voor de afzuigkap bij de Gamma halen?
Ja, bouwmarkten voeren universele dakdoorvoeren in 125 en 150 mm, zowel voor een plat dak als voor een pannendak. In het schap of in de webshop staan ze vaak als afzuigkap dakdoorvoer of als doorvoer voor keukenafzuiging. Let bij zo'n universele doorvoer op drie dingen: of de hellingshoek van jouw dak binnen het instelbereik valt, of de aansluiting past bij jouw dakbedekking, en of er wel of geen klep in zit. Neem een stukje dakbedekking of een dakpan mee, dan kies je in één keer de goede.
Hoe plaats ik een dakdoorvoer voor de afzuigkap op een plat dak?
Peil het gat van binnenuit met een lange boor, zodat je zeker weet dat je geen balk raakt. Zaag van bovenaf door dakbedekking, isolatie en beschot, en houd het gat een paar millimeter ruimer dan de buis. Verwerk de kraag van de doorvoer onder de bovenste laag dakbedekking, met een bitumenrol of een EPDM-manchet. Sluit daarna het kanaal binnen aan, met afschot naar buiten en met isolatie om de buis.
Bestaat er een dakdoorvoer voor een afzuigkap van 150 mm voor een plat dak?
Die is gewoon verkrijgbaar, meestal in dezelfde productlijn als de uitvoering van 125 mm en met dezelfde manier van aansluiten op bitumen of EPDM. Het enige verschil is dat het gat in het dakbeschot ruimer wordt en dat de voetplaat vaak iets groter is. Ga bij twijfel over de capaciteit van je kap altijd voor de 150-versie, want terugbrengen naar een kleinere maat kan altijd nog met een kort verloop.
Wat is het verschil tussen een dakdoorvoer voor een schuin dak en voor een plat dak?
Bij een plat dak gaat het om een waterdichte aansluiting op de dakbedekking, met een kraag die onder de bovenste laag wordt verwerkt en een kap die als paraplu boven de opening staat. Bij een schuin dak draait het om het verband van de pannen: je gebruikt een pandoorvoer in het model van je eigen pan of een universele doorvoer met verstelbare voet en een slab die over de onderliggende pannenrij valt. De waterkerende folie onder de pannen moet daar bovendien netjes rond het gat worden afgewerkt.
Waarom komt er koude lucht uit mijn afzuigkap?
Er zit dan geen werkende terugslagklep in het kanaal. Zodra de wind op het dak staat, duwt hij lucht door de buis naar beneden, en die lucht komt langs de vetfilters de keuken in. Dat verklaart ook waarom het na het koken opnieuw naar eten gaat ruiken zodra je de kap uitzet. Controleer eerst of het klepje in de motoruitgang van de kap niet door vet vastzit, en plaats daarna een klep met veer in het verticale deel.
Waarom druppelt er water uit mijn afzuigkap?
In de meeste gevallen is dat condens en geen daklekkage. Warme kookdamp koelt af in een ongeïsoleerde buis op een koude zolder, het vocht slaat neer tegen de wand en loopt terug naar de laagste plek. Isoleer het kanaal over de hele lengte door de onverwarmde ruimte, geef de buis afschot naar de doorvoer en haal doorhangende stukken flexslang eruit. Blijft het druppelen bij droog weer, dan zit het probleem zeker in het kanaal.
Kan ik van 150 naar 125 mm verlopen bij de dakdoorvoer?
Dat kan, mits je het verloopstuk zo hoog mogelijk plaatst, vlak voor de uitmonding. Je pakt dan de winst van een ruimer kanaal over de volle lengte en over alle bochten, en je knijpt alleen op het laatste halve meter. Verloop nooit halverwege het traject en ga nooit terug naar 100 mm. Bij de eerstvolgende keer dat het dak toch open moet, vervang je de doorvoer alsnog door een uitvoering van 150 mm.
Hoeveel bochten mag een afvoerkanaal van een afzuigkap hebben?
Er is geen hard maximum, maar elke bocht kost capaciteit. Wij rekenen als vuistregel dat een scherpe haakse bocht ongeveer zoveel weerstand geeft als twee meter rechte buis, en twee bochten van 45 graden achter elkaar ongeveer de helft daarvan. Blijf onder de twee richtingsveranderingen als het kan, kies ruime bochten en houd het totale traject zo kort mogelijk. Lukt dat niet, ga dan een maat ruimer in diameter.
Mag ik de afzuigkap aansluiten op een bestaande ventilatiedoorvoer?
Niet op het kanaal van de mechanische ventilatie of van een badkamerafvoer. Keukenlucht bevat vet dat neerslaat op de waaier van de ventilatiebox en in het kanaal, met vervuiling en een brandrisico als gevolg. Ook krijgen andere ruimtes dan kookgeur binnen. Een lege, ongebruikte doorvoer van de juiste diameter kun je wel hergebruiken, mits je hem eerst inspecteert, schoonmaakt en er een eigen klep in zet.
Moet er isolatie om de buis van de afzuigkap op zolder?
Ja, elk stuk buis dat door een onverwarmde ruimte loopt verdient isolatie, met de damprem aan de buitenkant zodat er geen vocht in het isolatiemateriaal zelf condenseert. Zonder isolatie krijg je condens in de buis, dat water loopt terug naar de kap en het neemt onderweg vet mee. Een geïsoleerde mantelbuis werkt het makkelijkst, maar isolatieschalen met tape eromheen doen hetzelfde werk.
Mijn afzuigkap doet het niet meer, ligt dat aan de dakdoorvoer?
Als de motor helemaal niet meer aanslaat of de verlichting het ook laat afweten, zit het probleem in de elektrische kant en niet in de doorvoer. Trekt de kap wel maar veel te weinig, dan is een dichtgeslibde doorvoer, een vastzittende klep of een te krap kanaal juist de eerste plek om te kijken. Geeft het bedieningspaneel een code, kijk dan in onze zoeker voor storingscodes van huishoudelijke apparaten.
Wanneer je beter een vakman belt
Het kanaal binnen aanleggen, isoleren en een klep plaatsen is werk dat je met wat handigheid prima zelf doet. Op het dak liggen de grenzen anders, en er zijn vier situaties waarin bellen de verstandigste zet is.
De eerste is het werk op hoogte zelf. Een schuin pannendak zonder dakladder, een hoog plat dak zonder randbeveiliging of een dak waar mos op ligt: dat zijn geen plekken om te leren. Vier meter is al genoeg voor blijvend letsel, dus huur een steiger of laat het doen.
De tweede is de dakbedekking. Branden op een dak is brandgevaarlijk werk waarbij isolatie en houten beschot uren later nog kunnen smeulen, en je verzekering kijkt bij schade naar wie het werk deed. Ligt er EPDM of een kunststof dakbaan, dan is de juiste las- of lijmmethode ook echt vakwerk.
De derde is de constructie. Kom je bij het uitzetten van het gat op een spant of een gording uit en past de doorvoer nergens anders, dan wordt het een constructieve aanpassing en dat is niets voor zelfdoen. Datzelfde geldt als je bij het openen van een ouder dak materiaal tegenkomt dat asbest kan bevatten, bijvoorbeeld oude golfplaten of bepaalde beschietingen: daar stop je meteen en laat je eerst onderzoeken wat het is.
De vierde is de combinatie van een krachtige kap met een open verbrandingstoestel in dezelfde woning. Trekt de kap de rookgassen van een oudere geiser of gaskachel het huis in, dan is dat levensgevaarlijk en niet iets om zelf op gevoel op te lossen. Laat de luchtbalans in dat geval beoordelen door een installateur voordat je de kap in gebruik neemt.