Dubbele dakkapel: naast elkaar of boven elkaar
Twee dakkapellen naast elkaar op hetzelfde dakvlak kunnen allebei vergunningvrij zijn, zolang elke dakkapel op zichzelf aan de landelijke maten voldoet. Een dubbele dakkapel boven elkaar is dat nooit: de bovenste zit veel te ver van de dakvoet en is dus altijd vergunningplichtig. Daar wordt het een ontwerpvraag, want de gemeente kijkt of het geheel nog ondergeschikt blijft aan het dak. De constructie is de tweede horde: hoe breder je het dakvlak opent, hoe zwaarder de raveelbalk en hoe eerder er een berekening bij moet.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Rolmaat van vijf meter en een lange waterpas
- Laserafstandsmeter voor de hoogte van nok en dakvoet
- Hellingmeter of een telefoon met hoekmeter voor de dakhelling
- Ladder met stabilisator, of een rolsteiger voor het opmeten
- Fototoestel of telefoon voor gevelfoto's ten behoeve van de aanvraag
Materiaal
- Prefab dakkapel of een ter plaatse gebouwd casco
- Gelamineerde raveelbalken boven en onder de opening
- Loodslabben of zinken kilstukken voor de aansluiting op de pannen
- EPDM of bitumen dakbedekking voor het platte dakje
- Isolatie en dampremmende folie voor de aansluiting op het bestaande dakbeschot
- Purschuim met lage expansie en luchtdichte tape rondom het kozijn
Twee plannen die allebei een dubbele dakkapel heten
Wie een dubbele dakkapel wil, bedoelt meestal een van twee dingen. Of twee dakkapellen naast elkaar op hetzelfde dakvlak, vaak één per slaapkamer, of één brede dakkapel met twee gescheiden raampartijen erin. Welke van de twee bij jouw woning past, hangt af van de indeling achter het dak en van de vraag of je liever een dakraam of een dakkapel neemt.
Daarnaast bestaat de variant die veel lastiger ligt: een dubbele dakkapel boven elkaar. Dat speelt in woningen waar het dakvlak over twee verdiepingen doorloopt, bijvoorbeeld bij een hoge zadelkap of een mansardekap. Er zit dan al een dakkapel bij de slaapkamers en er komt er nog een op zolder, recht daarboven.
De term wordt door elkaar gebruikt en je ziet hem ook als dubbel dakkapel geschreven. Het scheelt voor de regels nogal welke variant je bedoelt, want naast elkaar en boven elkaar vallen totaal anders uit bij de vergunningtoets.
Nog een derde smaak kom je tegen bij hoekwoningen: twee dakkapellen op verschillende dakvlakken, één op het achterdakvlak en één op het zijdakvlak. Die worden allebei apart beoordeeld, dus dat is technisch gezien geen dubbele dakkapel maar twee losse projecten.
| Variant | Wat het is | Vergunning | Waar het meestal op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Twee dakkapellen naast elkaar | Twee losse dakkapellen op één dakvlak, met een strook pannen ertussen | Kan vergunningvrij, als elke dakkapel op zich aan de maten voldoet | De strook dakvlak ertussen, en het aanzicht van de gevel |
| Eén brede dakkapel met twee raampartijen | Eén doorlopend casco, binnen verdeeld over twee kamers | Kan vergunningvrij, mits meer dan een halve meter vrij aan beide zijkanten | De overspanning en dus de raveelconstructie |
| Dubbele dakkapel boven elkaar | Een dakkapel op zolder, recht boven een bestaande dakkapel | Altijd vergunningplichtig, de bovenste haalt de dakvoetmaat nooit | Welstand, en de afvoer van hemelwater van boven naar beneden |
| Dakkapellen op twee verschillende dakvlakken | Bijvoorbeeld achter- en zijdakvlak bij een hoekwoning | Per dakvlak beoordeeld, het zijdakvlak vaak strenger | Zicht vanaf de openbare weg op het zijdakvlak |
Wanneer twee dakkapellen naast elkaar vergunningvrij zijn
De landelijke maten voor een vergunningvrije dakkapel staan sinds de Omgevingswet in het Besluit bouwwerken leefomgeving en zijn al jaren vrijwel hetzelfde. Ze gelden alleen op een achterdakvlak, of op een zijdakvlak dat niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd. Aan de voorkant is een dakkapel altijd vergunningplichtig, hoe klein je hem ook maakt.
Wat vaak wordt gemist: die maten gelden per dakkapel, niet per dakvlak. De landelijke regels zeggen niets over het aantal dakkapellen op één dak. Twee stuks naast elkaar kunnen dus allebei vergunningvrij zijn, zolang elke dakkapel afzonderlijk binnen de maten blijft en er aan beide uiteinden van het dakvlak meer dan een halve meter vrij blijft.
De maat die de meeste plannen sloopt is de onderzijde. Die moet meer dan een halve meter en minder dan een meter boven de dakvoet zitten. Dat is een smalle marge van vijftig centimeter waarin je hele dakkapel moet landen, en juist die maat maakt een tweede dakkapel op zolder onmogelijk.
Vergunningvrij betekent trouwens niet dat er geen eisen zijn. De bouwtechnische regels voor constructie, isolatie, ventilatie en daglicht blijven gewoon gelden, en bij een monument of in een beschermd stads- of dorpsgezicht vervalt de vrijstelling helemaal.
| Criterium | Landelijke maat | Wat dit in de praktijk betekent |
|---|---|---|
| Dakvlak | Achterdakvlak, of zijdakvlak niet gericht op openbaar gebied | Voordakvlak altijd aanvragen, ook bij een keurig ontwerp |
| Afdekking | Plat afgedekt | Een schuin dakje of een lessenaarsdak maakt hem vergunningplichtig |
| Hoogte | Maximaal 1,75 meter, gemeten vanaf de voet van de dakkapel | Bepaalt de vrije hoogte binnen, zeker bij een lage borstwering |
| Onderzijde | Meer dan 0,5 meter en minder dan 1 meter boven de dakvoet | De maat die een gestapelde dakkapel altijd laat afvallen |
| Bovenzijde | Meer dan 0,5 meter onder de daknok | Bij een flauwe dakhelling loopt dit snel in de knel |
| Zijkanten | Meer dan 0,5 meter van de zijkanten van het dakvlak | Geldt voor de buitenste dakkapellen, niet voor de ruimte ertussen |
| Aantal | Niet geregeld in de landelijke maten | Twee naast elkaar kan, maar het omgevingsplan kan alsnog iets zeggen |
Controleer altijd het omgevingsplan van je gemeente. De landelijke maten zijn het startpunt, maar gemeenten leggen in het omgevingsplan en in de welstandsnota eigen regels vast over onder meer de breedte en het aanzicht. De vergunningcheck in het Omgevingsloket geeft daar antwoord op, en een mail naar het loket van de gemeente met je maten erin kost je een week en voorkomt een dure verrassing.
Een dubbele dakkapel boven elkaar is altijd een aanvraag
Bij een gestapelde dakkapel hoef je de rekensom niet lang te maken. De bovenste dakkapel zit op zolderniveau en dus meters boven de dakvoet, terwijl de vrijstelling eist dat de onderzijde minder dan een meter boven die dakvoet ligt. Daarmee valt hij per definitie buiten de vergunningvrije maten en gaat het plan langs de gemeente.
Dat is geen afwijzing, het is een andere route. Je vraagt een omgevingsvergunning aan en het plan wordt getoetst aan het omgevingsplan en aan redelijke eisen van welstand. Gestapelde dakkapellen worden in Nederland regelmatig vergund, maar het lukt vrijwel alleen met een ontwerp dat de gemeente kan uitleggen aan de buurt.
Het woord dat je in de reactie van elke gemeente terugziet is ondergeschikt. Een dakkapel hoort een toevoeging aan het dakvlak te zijn en niet het dakvlak zelf te worden. Bij twee dakkapellen boven elkaar komt dat begrip meteen onder druk te staan, want samen nemen ze een groot deel van het zichtbare dak in beslag.
Reken op een langere doorlooptijd. Voor een gewone dakkapel gaat een aanvraag vaak binnen acht weken door, maar zodra de welstandscommissie erover moet vergaderen loopt het traject al snel op tot drie of vier maanden, zeker als je na een eerste reactie het ontwerp aanpast.
Vraag om een vooroverleg of een conceptaanvraag voordat je de echte aanvraag indient. Je legt dan een schets en gevelaanzichten voor, en je krijgt een inhoudelijke reactie zonder dat je de volledige leges kwijt bent. Kost het plan een aanpassing, dan hoor je dat voordat de constructeur en de aannemer aan het werk zijn geweest.
Waar de welstandscommissie precies naar kijkt
De criteria die gemeenten hanteren voor twee dakkapellen op één dakvlak lijken sterk op elkaar. De dakkapel moet aan minstens drie zijden door het hellende dakvlak omringd blijven, hij mag hooguit de helft van het oppervlak van dat dakvlak beslaan, en de onderkant moet een minimale hoogte boven de vloer van de betreffende verdieping houden. Die laatste maat ligt vaak rond de tachtig centimeter.
Die drie zijden zijn concreet: er moet pannen zichtbaar blijven links, rechts en boven de dakkapel. Loopt de dakkapel door tot aan de nok of tot tegen de zijgevel, dan is het geen dakkapel meer maar een dakopbouw, en die wordt heel anders beoordeeld.
De vijftigprocentregel is de lastigste bij twee dakkapellen naast elkaar. Het gaat om het gezamenlijke oppervlak op datzelfde dakvlak, dus twee dakkapellen van elk drie meter breed op een dakvlak van acht meter zitten er al overheen. Meet het dakvlak op langs de schuine lengte en niet in horizontale projectie, anders reken je jezelf rijk.
Ondergeschiktheid zelf is geen meetbare eis maar een oordeel. In de praktijk volgt dat oordeel bijna altijd uit de andere drie punten: voldoe je aan drie zijden dakvlak, aan de helft van het oppervlak en aan de hoogte boven de vloer, dan is de kans groot dat de commissie het geheel ook ondergeschikt vindt.
Materiaal, kleur en detaillering wegen zwaar
Wat een commissie over de streep trekt is niet de maatvoering alleen. Sluit het materiaalgebruik aan bij de woning, houd de kozijnindeling in hetzelfde ritme als de ramen in de gevel eronder, en kies een kleur die bij het bestaande schilderwerk past. Bij twee dakkapellen boven elkaar helpt het als ze even breed zijn en netjes verticaal uitgelijnd staan, zodat het aanzicht als één compositie leest en niet als twee losse ingrepen.
De beplating van de zijwangen en de boeiboord bepalen het beeld sterker dan mensen verwachten. Een dakkapel met trespa beplating geeft een strak, vlak aanzicht in vrijwel elke kleur, terwijl zink of hout beter past bij een woning uit de jaren dertig. Kies dat niet pas bij de offerte, maar zet het al op de tekening die je indient.
Wat er met de kap gebeurt als je hem opent
Een dakkapel plaatsen betekent dat er sporen of kepers worden doorgezaagd. Die dragen het dakbeschot en de pannen, dus de last die zij afvoerden moet ergens anders heen. Dat gebeurt met raveelbalken: een zware balk boven de opening en een onder de opening, die de onderbroken sporen opvangen en de last afdragen naar de doorgaande sporen ernaast.
Hoe breder de opening, hoe minder doorgaande sporen er overblijven om die last op te vangen. Bij een dakkapel van twee meter blijft er links en rechts genoeg kap over. Bij vijf meter draagt de raveelbalk zoveel op dat hij richting de bouwmuren moet worden opgelegd, en dan is een berekening geen luxe maar de enige manier om te weten of het klopt.
Het type kap maakt ook verschil. Bij een sporenkap zitten de sporen dicht op elkaar en is raveelen relatief overzichtelijk. Bij een gordingenkap ligt het dakbeschot op zware horizontale gordingen, en die kun je niet zomaar doorzagen: dan gaat de last van een deel van het dak op zoek naar een nieuwe weg, en dat wordt stempelen en berekenen.
Bij twee dakkapellen boven elkaar wordt het dakvlak over vrijwel de volle hoogte doorbroken. Wat overblijft is een smalle strook kap links en rechts die alles moet dragen. Dat is precies de reden dat een constructeur bij deze variant geen keuze is maar een noodzaak.
| Breedte van de opening | Wat dat met de constructie doet | Wat je regelt |
|---|---|---|
| Tot ongeveer 2 meter | Enkele sporen onderbroken, ruim doorgaande kap ernaast | Standaard prefab oplossing met gelamineerde raveelbalken |
| 2 tot 3 meter | Raveelbalk krijgt duidelijk meer last, doorbuiging wordt merkbaar | Balkmaat door de leverancier laten onderbouwen |
| 3 tot 4,5 meter | Weinig doorgaande sporen over, oplegging wordt bepalend | Constructieberekening, ook als de gemeente er niet om vraagt |
| Meer dan 4,5 meter | Vaak een stalen ligger of oplegging op de bouwmuren nodig | Constructeur, en de dakkapel in delen laten aanvoeren |
| Twee openingen boven elkaar | Kap over de volle hoogte doorbroken, smalle stroken dragen alles | Altijd een berekening, inclusief de bestaande onderste dakkapel |
| Gordingenkap, elke breedte | Gordingen mogen niet zonder meer worden onderbroken | Stempelen tijdens de bouw en een berekening vooraf |
Dit is werk aan een dragende constructie op hoogte. Het dakvlak openzagen, raveelbalken plaatsen en een casco op een steiger stellen zijn twee dingen die je niet zelf oplost met een cirkelzaag en een ladder. Laat het openen van de kap over aan een aannemer met een berekening op zak, en houd je eigen werk bij de voorbereiding en de afwerking binnen.
Water, lood en de strook dakvlak ertussen
Bij twee dakkapellen naast elkaar ontstaat er een strook pannen tussen de zijwangen in. Die strook is het meest verwaarloosde onderdeel van het hele plan, en het is precies waar lekkage begint. Regenwater dat langs beide zijwangen naar beneden loopt komt in die strook samen, en bladeren en mos blijven er hangen omdat er geen wind bij komt.
Houd die strook daarom breed genoeg om te kunnen onderhouden. Minder dan ongeveer een meter tussen de zijwangen betekent dat je er nooit meer bij komt zonder pannen weg te halen. Zit je onder die maat, dan is één brede dakkapel bijna altijd het betere plan: één aansluiting rondom in plaats van vier zijwangen die allemaal waterdicht moeten blijven.
De aansluiting van de zijwang op de pannen doe je met loodslabben of zinken kilstukken die ruim over de pannen heen liggen. Tien centimeter overlap is de gebruikelijke ondergrens, en aan de bovenzijde loopt het lood onder de pannenrij door in plaats van erover. Lood dat op de pannen ligt in plaats van eronder, laat water bij de eerste stevige slagregen naar binnen lopen.
Boven elkaar speelt er iets extra's. Het platte dakje van de bovenste dakkapel loost zijn water op het dakvlak, dat vervolgens precies op het platte dakje van de onderste dakkapel uitkomt. De onderste dakkapel krijgt daarmee twee keer zoveel water te verwerken als waarvoor hij ooit is gemaakt. Reken op een echte hemelwaterafvoer vanaf het bovenste dakje, of op een afschot naar de zijkant zodat het water het dakvlak naast de onderste dakkapel volgt.
Isolatie, glas en ventilatie binnen twee dakkapellen
Een prefab dakkapel wordt tegenwoordig standaard geleverd met een goed geïsoleerd casco, meestal met een isolatiewaarde die ruim boven de wettelijke ondergrens voor verbouw ligt. Die waarde is zelden het probleem. Waar het misgaat is de aansluiting: de naad tussen het nieuwe casco en het bestaande dakbeschot.
Op die naad ontstaat een koudebrug en, erger, een luchtlek. Warme binnenlucht die daar de constructie in kruipt, koelt af tegen het koude dakbeschot en slaat neer als condens. Een jaar later zie je vochtplekken op de knieschotten en soms schimmel achter de gipsplaat. Vul de naad met purschuim met lage expansie, plak de dampremmende folie luchtdicht door met tape en laat dat controleren voordat de gipsplaat erop gaat.
Voor het glas kun je kiezen tussen HR++ glas met een U-waarde rond de 1,1 en triple glas rond de 0,7. Bij een dakkapel op het noorden of het oosten is triple glas de moeite waard, bij een dakkapel op het zuiden weegt zonwerend glas vaak zwaarder dan die extra ruit. Twee dakkapellen naast elkaar in verschillende kamers hoeven trouwens niet hetzelfde glas te krijgen, al ziet een gelijke beglazing er van buiten rustiger uit.
Ventilatie is het onderdeel dat bij een dubbele dakkapel het vaakst wordt overgeslagen. Je maakt er in feite twee verblijfsruimtes bij, en die hebben allebei toevoer nodig. Roosters in de bovendorpels zijn de eenvoudigste route, een aftakking van de mechanische afzuiging naar de zolder de betere. Hoe dat samenhangt met de rest van het isoleren en verbouwen van zolder, bepaalt of je zolder in de zomer leefbaar blijft.
Laat de elektra meelopen met de bouw. In elke dakkapel wil je een lichtpunt en twee stopcontacten in de borstwering, en bij twee dakkapellen in één ruimte worden die lichtpunten vaak op één plek geschakeld. Dan komt er een dubbele schakelaar in plaats van twee losse. Bedrading trekken in een open casco kost tien minuten, achteraf door een dichtgezette wand een halve dag.
Trek een lege loze leiding mee zolang het casco nog open staat. Dat kost je op dat moment tien minuten en je houdt ruimte over voor een extra stopcontact, een elektrische raamdecoratie of een bekabelde rookmelder. Achteraf betekent dezelfde leiding dat je de gipsplaat weer opensnijdt.
Wat een dubbele dakkapel ongeveer kost
Prijzen voor dakkapellen lopen sterk uiteen per regio, per leverancier en per bereikbaarheid van de achterkant. De bedragen hieronder zijn richtbedragen om je begroting mee op te zetten, geen offerte. Vraag er altijd drie op en laat leveranciers hetzelfde uitvragen, anders vergelijk je een kaal casco met een compleet afgewerkte kamer.
De post die mensen structureel vergeten is het kraanwerk. Kan de kraan niet achterom, dan moet de dakkapel over de woning heen worden getild met een verreiker of een grote autolaadkraan, en soms met een verkeersbesluit voor de straat erbij. Bij een dakkapel op zolderniveau moet die kraan bovendien hoger reiken en verder uitzwenken, wat de dagprijs opdrijft.
Twee dakkapellen tegelijk laten plaatsen is per stuk goedkoper dan twee keer apart. De steiger staat er toch, de kraan komt toch, en de ploeg is toch al ingepland. Datzelfde geldt voor de vergunning: één aanvraag voor beide dakkapellen scheelt een tweede keer leges betalen.
Over die leges: gemeenten rekenen meestal een percentage van de bouwsom, vaak enkele procenten, met een vast minimumbedrag. Bij een afwijzing krijg je dat geld niet terug, wat nog een reden is om eerst een vooroverleg te voeren voordat je formeel indient.
| Kostenpost | Richtbedrag | Waar het van afhangt |
|---|---|---|
| Prefab dakkapel van 2 meter, geplaatst | 7.000 tot 10.000 euro | Afwerkingsniveau, type beplating en soort beglazing |
| Elke extra meter breedte | 1.200 tot 1.800 euro | Zwaardere raveelbalk en meer kozijn |
| Constructieberekening | 400 tot 900 euro | Complexiteit van de kap en of er een stalen ligger in komt |
| Ontwerp en tekenwerk voor de aanvraag | 750 tot 2.500 euro | Of welstand er zwaar aan tilt en hoeveel rondes er nodig zijn |
| Leges omgevingsvergunning | Percentage van de bouwsom, met een minimum | Verschilt per gemeente, staat in de legesverordening |
| Steiger | 300 tot 900 euro | Hoogte, huurduur en bereikbaarheid van de achtertuin |
| Kraan of verreiker als er niet achterom kan | 500 tot 1.500 euro | Reikwijdte, straatafzetting en de duur van de inzet |
| Afwerking binnen per dakkapel | 1.000 tot 2.500 euro | Gipswerk, vensterbank, stucwerk en schilderwerk |
Prefab of ter plaatse gebouwd
Verreweg de meeste dakkapellen worden tegenwoordig prefab geleverd. Het casco komt compleet met kozijnen, isolatie, beplating en dakbedekking op een vrachtwagen aan, en gaat er met een kraan in één beweging op. Het dakvlak gaat 's ochtends open en is 's middags weer dicht en waterdicht, wat bij een zolder vol spullen het grote voordeel is.
Ter plaatse bouwen heeft nog altijd zin bij afwijkende maten, bij een dakvlak dat niet bereikbaar is voor een kraan, en bij woningen waar de detaillering echt moet aansluiten op oud werk. Een timmerman die op de steiger bouwt kan de zijwangen laten meebewegen met een scheve gevel, iets wat een prefab casco niet doet.
Bij een dubbele dakkapel boven elkaar loopt prefab tegen een grens aan. De kraan moet twee keer op hoogte werken en de bovenste dakkapel moet over de onderste heen worden getild, terwijl de steiger daar in de weg staat. Het kan, maar het vraagt een aannemer die deze volgorde al eens heeft gedraaid.
Voor het aanzicht maakt de bouwwijze weinig uit, voor de doorlooptijd des te meer. Prefab levertijden liggen vaak op zes tot twaalf weken na definitieve maatvoering, en dat inmeten gebeurt pas als de vergunning binnen is. Tel dat bij de aanvraagtermijn op en je weet waarom een dakkapel die je in het voorjaar bedenkt meestal in het najaar op het dak staat.
De binnenkant is een aparte klus
Een geplaatste dakkapel is nog geen kamer. Wat je krijgt is een casco met een kozijn erin, en daarbinnen zit een dak, twee zijwangen, een borstwering en de aansluiting op het schuine dakvlak die allemaal nog afgewerkt moeten worden. Bij twee dakkapellen doe je dat werk dus twee keer, en dat is precies het deel dat je zelf kunt oppakken.
De volgorde die zich het beste laat werken is van buiten naar binnen: eerst de isolatie en de dampremmende folie luchtdicht dicht, dan de regels of het metalen frame, dan de gipsplaat, en pas daarna de vensterbank en het schilderwerk. Werk je andersom, dan zit je later de folie open te snijden om er een leiding door te krijgen. Hoe je dat stap voor stap doet staat bij het afwerken van de binnenkant van een dakkapel.
Let bij twee dakkapellen op de hoek waar de kamers scheiden. Zit er een scheidingswand tussen, dan komt die wand precies tegen de strook dakvlak aan die tussen de dakkapellen doorloopt. Dat is een lastig detail voor geluid en voor luchtdichtheid, en het is verstandiger om die wand tot tegen het dakbeschot door te zetten dan hem tegen het knieschot te laten stoppen.
De vensterbank verdient meer aandacht dan hij krijgt. In een dakkapel is de borstwering vaak dieper dan bij een gewoon raam, waardoor de vensterbank breed uitvalt. Kies dan een materiaal dat niet doorbuigt en zet hem met een paar millimeter afschot naar binnen, zodat condenswater van het glas op de bank blijft in plaats van achter de gipsplaat te lopen.
Van plan naar geplaatste dubbele dakkapel
Deze volgorde geldt voor twee dakkapellen naast elkaar en voor de gestapelde variant, waarbij bij die laatste stap twee en drie zwaarder wegen.
-
Meet het dakvlak op en bepaal welke variant kan
Meet de schuine lengte van de dakvoet tot de nok, de breedte van het dakvlak en de dakhelling. Reken daarna uit hoeveel oppervlak je met twee dakkapellen inneemt. Zit je boven de helft van het dakvlak, dan weet je nu al dat je ontwerp aangepast moet worden en niet pas na de eerste reactie van de gemeente.
-
Doe de vergunningcheck met je eigen maten
Vul de vergunningcheck in het Omgevingsloket in en leg de uitkomst naast het omgevingsplan van je gemeente. Stuur bij twijfel je maatschets naar het loket en vraag om een schriftelijke reactie. Bij een dakkapel boven elkaar kun je deze stap kort houden: die is altijd vergunningplichtig.
-
Laat een constructeur naar de kap kijken
Doe dit vóór het ontwerp definitief is, niet erna. De constructeur bepaalt hoe breed je de kap mag openen, of de raveelbalk in hout kan of dat er staal in moet, en of de gordingen bij een gordingenkap überhaupt onderbroken mogen worden. Die uitkomst kan je hele indeling veranderen.
-
Maak een ontwerp dat welstand kan volgen
Teken de bestaande en de nieuwe gevel op schaal, met materiaal, kleur en kozijnindeling erbij. Houd de dakkapellen even breed en lijn ze verticaal uit met de ramen eronder. Bij een gestapeld plan is een architect of bouwkundig tekenaar zelden weggegooid geld, want die weet welk beeld een commissie accepteert.
-
Voer eerst een vooroverleg, dien daarna in
Leg de schets voor als conceptaanvraag en verwerk de reactie in het definitieve plan. Informeer je directe buren zelf, voordat de publicatie in het gemeenteblad hen bereikt. Een buurman die het van tevoren wist maakt aanzienlijk minder vaak bezwaar dan een buurman die het las.
-
Vraag drie offertes op dezelfde uitvraag
Zet in je uitvraag hoeveel dakkapellen, welke maten, welk glas, wie de kraan regelt, wie de steiger huurt en tot waar de afwerking loopt. Noem ook de beplating, want een uitvoering met trespa panelen zit in de ene offerte standaard en in de andere als meerwerk. Vraag daarnaast expliciet of het puin en het oude pannenwerk in de prijs zitten.
-
Regel de kraanopstelplaats en de planning
Loop met de aannemer na waar de kraan komt te staan en of er een straatafzetting of een ontheffing nodig is. Ruim de zolder leeg tot tegen de wanden en dek af wat blijft staan. Plan de dag niet in een week met aanhoudende regen, want het dakvlak staat een aantal uur open.
-
Werk de binnenkant af en controleer de aansluiting
Controleer voordat je dichtzet of de naad tussen casco en dakbeschot volledig gevuld en luchtdicht getapet is. Werk daarna van buiten naar binnen: isolatie, folie, regelwerk, gipsplaat, vensterbank en schilderwerk. Zet de scheidingswand tussen twee kamers door tot tegen het dakbeschot, anders hoor je de buurkamer meepraten.
Nagaan voordat je de opdracht geeft
Uit de praktijk
Een derde dakkapel op zolder, boven twee bestaande
Een woning had al twee aan elkaar gebouwde dakkapellen op de eerste verdieping, voor een slaapkamer en een badkamer. De eigenaar wilde op de zolder daarboven nog een dakkapel om ruimte te maken. Bij de gemeente kwam een antwoord terug met vier criteria voor ondergeschiktheid, waar hij weinig wijzer van werd: de dakkapel moet aan minstens drie zijden door het dakvlak omringd zijn, mag hooguit de helft van het dakvlak beslaan, en de onderkant moet minimaal tachtig centimeter boven de vloer van die verdieping liggen.
Wat die vierde maat betekende was het grootste raadsel. Het gaat om de afstand tussen de vloer van de zolder en de onderkant van het nieuwe kozijn, dus om de hoogte van de borstwering aan de binnenkant. Die maat zit er niet voor de aanblik van buiten maar voor de veiligheid binnen: een raam met een lage onderdorpel en een val van meer dan een meter naar buiten vraagt een afscheiding, en een borstwering van tachtig tot honderd centimeter lost dat in één keer op.
Het eerste criterium bleek geen aparte eis maar de uitkomst van de andere drie. Voldoe je aan de drie zijden dakvlak, aan de helft van het oppervlak en aan de hoogte boven de vloer, dan is de dakkapel in de ogen van de commissie vrijwel automatisch ondergeschikt. Wat dan overblijft is het uiterlijk, en daar was de winst te halen door een architect het ontwerp te laten maken en het materiaalgebruik, de afwerking en de kleur exact te laten aansluiten op de woning.
Veertig centimeter pannen tussen twee dakkapellen
Bij een rijtjeswoning uit de jaren zeventig waren twee prefab dakkapellen geplaatst, met een strook van veertig centimeter dakvlak ertussen. Op papier keurig binnen de maten en van buiten zag het er strak uit. Na twee herfsten stond die strook vol met bladeren en mos, en liep er bij slagregen water langs het knieschot naar binnen.
De oorzaak zat in twee dingen tegelijk. Het lood langs de zijwangen lag over de pannen in plaats van eronder, waardoor water bij harde wind onder het lood door kroop. En de strook was zo smal dat er geen droging optrad: het bleef er permanent vochtig, waardoor het mos vasthield en de pannen niet meer afvoerden.
De oplossing was ingrijpender dan een reparatie. De pannen in de strook zijn eruit gehaald, er is een zinken kilgoot met een echte afvoer aangebracht en de loodaansluitingen zijn opnieuw gezet, ditmaal onder de bovenliggende pannenrij door. Achteraf was één brede dakkapel over beide kamers goedkoper en droger geweest.
Een dakkapel van vijf meter die het dakvlak liet zakken
Een eigenaar liet twee slaapkamers samenvoegen onder één brede dakkapel van bijna vijf meter. De aannemer plaatste raveelbalken zoals hij dat bij een dakkapel van twee meter gewend was, zonder berekening. Een winter later stond de bovenste kozijnaansluiting scheef en zaten er scheuren in het stucwerk langs de aansluiting op het dakvlak.
De bovenste raveelbalk had de last van alle onderbroken sporen opgevangen, maar was daarvoor te licht en lag bovendien op te weinig doorgaande sporen op. Doorbuiging van een centimeter of twee is bij zo'n overspanning niet spectaculair, maar het kozijn eronder verdraagt het niet en het stucwerk al helemaal niet.
Herstellen betekende het plafond openleggen, de raveelbalk verzwaren en de oplegging doortrekken tot op de bouwmuren. Kosten die volledig te vermijden waren geweest met een berekening vooraf. Vanaf ongeveer drie meter opening is die berekening bij ons standaard, ook als de gemeente er niet om vraagt.
Veelgemaakte fouten
Aannemen dat de tweede dakkapel ook vergunningvrij is
De eerste dakkapel ging destijds zonder vergunning, dus de tweede zal ook wel mogen. Dat gaat op voor twee dakkapellen naast elkaar, maar niet voor een dakkapel op zolder boven een bestaande. Die zit meters boven de dakvoet en valt daarmee buiten de landelijke vrijstelling. Bouwen zonder vergunning betekent hier een handhavingstraject en in het slechtste geval afbreken.
De vijftigprocentregel per dakkapel toepassen
Elke dakkapel afzonderlijk blijft ruim onder de helft van het dakvlak, dus het plan lijkt te kloppen. Gemeenten kijken echter naar het gezamenlijke oppervlak op datzelfde dakvlak. Twee dakkapellen van drie meter op een dakvlak van acht meter breed zitten er samen overheen, en dat wordt pas duidelijk bij de eerste reactie op de aanvraag.
Een smalle strook dakvlak tussen de dakkapellen laten
Een halve meter pannen tussen twee zijwangen ziet er op tekening prima uit. In werkelijkheid komt er nooit meer een borstel of een hand bij, blijven bladeren en mos liggen en droogt de strook niet meer op. Onder de meter is één brede dakkapel bijna altijd verstandiger, met één aansluiting rondom in plaats van vier zijwangen.
De raveelbalk op gevoel bepalen bij een brede opening
Bij twee meter opening kom je met een standaardbalk weg, bij vier of vijf meter niet meer. De balk buigt door, het kozijn komt onder spanning te staan en het stucwerk scheurt langs de aansluiting. Doorbuiging repareer je niet met een spie: dan gaat het plafond open en moet de oplegging alsnog naar de bouwmuren.
Het hemelwater van boven naar beneden vergeten
Bij een dakkapel boven elkaar loost het bovenste platte dakje op het dakvlak, en dat dakvlak eindigt op het dakje van de onderste dakkapel. Die krijgt dan het dubbele te verwerken, terwijl zijn afvoer daar niet op is gemaakt. Water blijft staan, de dakbedekking gaat sneller stuk en bij vorst tilt het ijs de randafwerking op.
De naad tussen casco en dakbeschot alleen isoleren
Isolatie zonder luchtdichte afwerking laat warme binnenlucht gewoon door. Die lucht koelt af tegen het koude dakbeschot en slaat neer als condens, met vochtplekken op de knieschotten en schimmel achter de gipsplaat tot gevolg. Vullen met purschuim is de helft van het werk, de dampremmende folie doortapen is de andere helft.
De kraanopstelplaats pas op de plaatsingsdag bekijken
Een prefab dakkapel moet ergens vandaan getild worden. Kan de kraan niet achterom en past hij ook niet in de straat, dan staat de ploeg er met een casco dat nergens heen kan. Loop dit vooraf na met de aannemer, inclusief de vraag wie de eventuele straatafzetting regelt en wie die betaalt.
Veelgestelde vragen
Mag een dubbele dakkapel boven elkaar?
Het mag, maar nooit vergunningvrij. De bovenste dakkapel zit op zolderniveau en dus veel te ver boven de dakvoet, terwijl de landelijke vrijstelling eist dat de onderzijde minder dan een meter boven die dakvoet ligt. Je vraagt dus een omgevingsvergunning aan, waarna het plan langs het omgevingsplan en langs welstand gaat. Gestapelde dakkapellen worden regelmatig vergund, vooral als beide dakkapellen even breed zijn, verticaal uitgelijnd staan en qua materiaal en kleur bij de woning passen.
Is een dubbele dakkapel vergunningvrij?
Twee dakkapellen naast elkaar op één achterdakvlak kunnen allebei vergunningvrij zijn. De landelijke maten gelden namelijk per dakkapel en zeggen niets over het aantal op één dakvlak. Elke dakkapel moet dan wel afzonderlijk voldoen: plat afgedekt, maximaal 1,75 meter hoog, onderzijde tussen een halve en een hele meter boven de dakvoet, bovenzijde meer dan een halve meter onder de nok en meer dan een halve meter vrij aan de zijkanten van het dakvlak. Het omgevingsplan van je gemeente kan er alsnog eisen bovenop leggen, dus doe altijd de vergunningcheck.
Hoeveel dakkapellen mogen er op één dakvlak?
De landelijke vergunningvrije maten noemen geen maximum aantal. In de praktijk lopen plannen niet stuk op het aantal maar op het oppervlak: veel gemeenten hanteren dat de dakkapellen samen hooguit de helft van het dakvlak mogen beslaan en dat er aan minstens drie zijden dakvlak zichtbaar blijft. Op een gemiddeld rijtjeshuis kom je daarmee uit op twee dakkapellen, en bij een breed dakvlak soms drie. Meet het dakvlak op langs de schuine lengte voordat je gaat rekenen.
Wat kost een dubbele dakkapel?
Reken voor twee geplaatste prefab dakkapellen van rond de twee meter breed grofweg op 12.000 tot 20.000 euro, en op meer zodra er een vergunning, een constructeur en een architect bij komen. Voor een gestapeld plan met vergunningtraject, tekenwerk, berekening, steiger en kraanwerk is 25.000 tot 30.000 euro realistischer. Twee dakkapellen tegelijk laten plaatsen is per stuk goedkoper dan twee keer apart, omdat de steiger, de kraan en de ploeg maar één keer hoeven te komen. Alleen een offerte op basis van jouw dakvlak geeft zekerheid.
Is één brede dakkapel beter dan twee losse dakkapellen?
Voor waterdichtheid en onderhoud vrijwel altijd wel. Eén brede dakkapel heeft één aansluiting rondom, twee losse hebben vier zijwangen die allemaal waterdicht moeten blijven plus een strook pannen ertussen die vuil vasthoudt. Voor het aanzicht kan twee losse juist rustiger zijn, zeker als ze uitlijnen met de ramen in de gevel eronder. De constructie trekt aan de andere kant: hoe breder de opening, hoe zwaarder de raveelbalk en hoe eerder er een berekening bij moet. Gaat het je vooral om licht en niet om vloeroppervlak, dan is een stel dakramen naast elkaar een stuk eenvoudiger en goedkoper.
Hoeveel ruimte moet er tussen twee dakkapellen zitten?
De landelijke maten schrijven daar niets over voor, alleen over de afstand tot de zijkanten van het dakvlak. Praktisch gezien is ongeveer een meter de ondergrens. Daaronder kun je er niet meer bij om bladeren en mos weg te halen, blijft de strook permanent vochtig en gaan de loodaansluitingen eerder lekken. Kom je onder die maat uit, kies dan liever één brede dakkapel over beide kamers en zet er binnen een scheidingswand in.
Wat betekent het dat een dakkapel ondergeschikt moet zijn?
Dat de dakkapel een toevoeging aan het dakvlak blijft en niet zelf het dakvlak wordt. Het is geen meetbare eis maar een oordeel van de welstandscommissie, en dat oordeel volgt in de praktijk bijna altijd uit drie concrete punten: de dakkapel is aan minstens drie zijden door het hellende dak omringd, beslaat hooguit de helft van het dakvlak, en de onderkant houdt een minimale hoogte boven de vloer van de betreffende verdieping. Voldoe je aan die drie, dan is de kans op een positief advies groot.
Waarom moet de onderkant van de dakkapel 800 mm boven de vloer liggen?
Die maat gaat over de hoogte van de borstwering aan de binnenkant, gemeten vanaf de vloer van die verdieping tot de onderkant van het kozijn. Hij zit er voor de veiligheid: bij een raam met een lage onderdorpel en een val van meer dan een meter naar buiten is een afscheiding nodig, en een borstwering van tachtig tot honderd centimeter regelt dat meteen. Sommige gemeenten nemen deze maat ook in hun welstandscriteria op, omdat een hoge borstwering het dakvlak onder de dakkapel zichtbaar houdt.
Kunnen twee dakkapellen in één dag geplaatst worden?
Bij prefab casco's meestal wel, als de kraan erbij kan en het weer meewerkt. Het dakvlak gaat 's ochtends open, de casco's worden ingehesen en gesteld, en aan het eind van de dag is alles weer dicht en waterdicht. Bij een dubbele dakkapel boven elkaar duurt het langer, omdat de bovenste over de onderste heen getild moet worden en de steiger daarbij in de weg staat. Reken daar op twee dagen en op een aannemer die deze volgorde vaker heeft gedaan.
Wat doet een dubbele dakkapel met de constructie van het dak?
Er worden sporen of kepers doorgezaagd, en de last die zij droegen wordt met raveelbalken boven en onder de opening afgedragen naar de doorgaande sporen ernaast. Hoe breder je opent, hoe minder kap er overblijft om die last op te vangen. Vanaf ongeveer drie meter opening hoort er een berekening bij, en bij een dakkapel boven elkaar altijd, want dan is het dakvlak over vrijwel de volle hoogte doorbroken. Bij een gordingenkap ligt het nog gevoeliger, want gordingen mogen niet zomaar worden onderbroken.
Heb ik toestemming van de buren of de VvE nodig?
Van de buren formeel niet, maar zij kunnen wel bezwaar maken tegen een verleende vergunning, en dat kost je maanden. Informeer ze dus zelf voordat de publicatie verschijnt. Woon je in een appartement of in een complex met een vereniging van eigenaren, dan ligt het anders: het dak is daar gemeenschappelijk en heb je een besluit van de vergadering nodig voordat er ook maar een pan af gaat. Zonder dat besluit kan de VvE herstel in de oorspronkelijke staat eisen.
Kan ik een dubbel dakkapel zelf bouwen?
Het openen van het dakvlak en het plaatsen van de raveelbalken is werk aan een dragende constructie, uitgevoerd op hoogte, en dat laat je aan een aannemer over. Wat je wel zelf kunt doen is het hele traject eromheen: opmeten, de vergunningcheck, offertes uitvragen, de zolder leegruimen en na plaatsing de complete afwerking binnen. Bij twee dakkapellen scheelt die afwerking in eigen beheer al snel een paar duizend euro, en het is werk dat zich prima laat opdelen over een paar weekenden.
Wanneer je beter een vakman belt
Bij een dubbele dakkapel is de grens tussen zelf doen en uitbesteden vrij scherp te trekken. Alles wat met het openen van het dakvlak te maken heeft, is werk aan een dragende constructie op hoogte en hoort bij een aannemer. Er worden sporen doorgezaagd, er hangt een casco aan een kraan en er wordt op een steiger gewerkt, en dat is niet iets wat je met een ladder en een goede middag oplost.
Haal er een constructeur bij zodra de opening breder wordt dan ongeveer drie meter, bij elke gestapelde dakkapel, en bij een gordingenkap ongeacht de breedte. Die berekening kost een paar honderd euro en voorkomt de doorbuiging die je later alleen nog met een opengelegd plafond herstelt.
Voor de vergunningkant is een bouwkundig tekenaar of architect geen verplichting, maar bij een dakkapel boven elkaar wel de kortste route. Een commissie beoordeelt beeld, en iemand die weet welk beeld daar doorheen komt bespaart je een ronde of twee. Bij een monument of in een beschermd stads- of dorpsgezicht is die begeleiding vrijwel onmisbaar, want daar vervalt elke vrijstelling.
Wat je zelf houdt is de voorbereiding en de afwerking. Opmeten, de vergunningcheck doen, offertes vergelijken, de zolder leegruimen en na plaatsing de binnenkant zelf afwerken is prima zelfwerk, en bij twee dakkapellen scheelt dat merkbaar in de totale rekening.