Betonvloer egaliseren zonder dat de laag later loslaat
Een betonvloer egaliseren begint met meten en niet met kopen. Onder een rijlat van twee meter zie je hoeveel millimeter je echt moet overbruggen, en dat getal bepaalt of je met egaline werkt of met zandcement. Tot ongeveer een centimeter is egaline de logische keuze, daarboven loopt het verbruik zo hard op dat je de diepe plekken eerst met mortel vult. Of de laag blijft zitten, hangt bijna helemaal af van de voorbereiding: stofvrij, vetvrij, droog en voorgestreken.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Rijlat van 2 meter, plus een lange waterpas of een kruislijnlaser
- Speciekuip of twee mortelemmers van 30 liter
- Krachtige boormachine met een dwangmenger of een mortelroerder
- Egaliseertrekker met verstelbare hoogte
- Prikroller met pennen van 20 mm
- Spijkerschoenen om over de natte laag te lopen
- Boorhamer met spadebeitel voor losse deklagen
- Industriestofzuiger, geen huishoudmodel
- Blokkwast en vloerwisser voor de primer
- Plantenspuit of tuinslang met een fijne nevel
- Vloerlatten om zandcement op hoogte af te reien
Materiaal
- Cementgebonden egaline in de laagdikte die je nodig hebt
- Gietmortel of zandcement voor de diepe plekken
- Hechtprimer of voorstrijkmiddel, passend bij een zuigende of juist dichte ondergrond
- Vloerenzand en portlandcement als je zelf mortel aanmaakt
- Kantstrook van schuim voor langs muren, kolommen en deurposten
- Stuk kunststof buis of een strook plaatmateriaal om een afvoerput af te schermen
- Kit of tape om kieren en doorvoeren dicht te zetten
- Schoon water op kamertemperatuur
Wanneer een betonvloer echt geëgaliseerd moet worden
Niet elke ongelijke vloer hoeft vlak gemaakt te worden. Wat telt is het hoogteverschil onder een rijlat van twee meter, en of dat verschil geleidelijk verloopt of in korte kuilen en bulten zit. Acht millimeter verschil dat over vier meter oploopt zie je nooit terug in je tegelvloer, terwijl datzelfde verschil binnen een halve meter een tegel laat wippen.
Meten kost een kwartier en scheelt vaak honderden euro's. Leg een rechte rijlat in banen over het vlak, meet met een wig of een duimstok hoeveel ruimte er onder de lat doorloopt en schrijf dat getal met potlood op de vloer zelf. Waarom de bovenkant van beton zelden meteen vlak is en hoe zo'n vloer is opgebouwd, staat in ons overzicht over betonvloeren en het egaliseren daarvan.
Een scheve vloer egaliseren vraagt iets anders dan een ongelijke vloer egaliseren, ook al voelt het probleem hetzelfde. Bij een schuine vloer loopt het hele vlak in één richting af, dus vul je aan de lage kant flink op en loopt de gemiddelde laagdikte hard op. Kuilen en bulten kosten veel minder materiaal, want daartussen blijft de laag dun. Reken beide situaties apart door voordat je zakken bestelt.
De afwerking bepaalt hoe streng de eis is. Een pvc-plakvloer laat elke golf zien en gaat kieren tussen de stroken, terwijl klik-laminaat met een goede ondervloer een paar millimeter vergeeft. Ligt er geen beton maar een houten ondervloer op balken, dan gelden andere regels en gebruik je andere producten; hoe je een houten vloer vlak krijgt hebben we apart beschreven.
Wat er onder je dekvloer ligt
Bij veel woningen ligt er geen massief gestorte vloer maar een systeemvloer van geprefabriceerde elementen. De bovenkant daarvan is ruw en vrijwel nooit vlak, want die is bedoeld om een dekvloer te dragen en niet om zichtbaar te blijven. Bij een nehobo vloer met betonliggers en broodjes tekent de plaats van de elementen zich vaak af in de laag erboven. Hetzelfde speelt bij een ps-combinatievloer met vulelementen van piepschuim. Weet je dat je op zo'n vloer werkt, dan reken je op een gelijkmatig verloop over de hele overspanning in plaats van op een paar losse kuilen, en dat scheelt in het aantal zakken dat je nodig hebt.
| Afwerking die erop komt | Hoe vlak de ondergrond moet zijn | Wat er misgaat bij een ongelijke vloer |
|---|---|---|
| Pvc-stroken op lijm | Binnen 1 mm onder een rijlat van 2 meter | De stroken sluiten niet aan en je ziet zichtbare kieren tussen de banen |
| Klik-pvc en laminaat | 2 tot 3 mm onder een rijlat van 2 meter | De vloer gaat kraken en de messing breekt op de holle plekken |
| Keramische tegels 60 bij 60 | Ongeveer 3 mm, met een gelijkmatig verloop | Tegels verspringen en je voelt de randen met je voet |
| Tegels van 120 cm en langer | 2 mm, en geen korte bulten | Lippen tussen de tegels, ook als je een levelingsysteem gebruikt |
| Parket of hout op lijm | 2 mm en een door en door droge ondervloer | Holle plekken, kraken en stroken die na een seizoen loskomen |
| Gietvloer op kunsthars | 2 mm, want de gietlaag volgt de ondergrond | De golving blijft zichtbaar, de laag is te dun om iets te verbergen |
| Vloerverwarmingsplaten met sleuven | Volledig vlak, geen bult hoger dan 2 mm | De platen hebben geen brugwerking en breken op de hoge punten |
| Coating in een garage of schuur | 3 mm is genoeg, afschot telt zwaarder | Water blijft in de lage plekken staan en de coating slijt daar het eerst |
Zet je meetpunten uit op een ruitjespatroon van een meter en noteer elk getal op de vloer zelf. Als je later staat te gieten wil je in één oogopslag zien waar de dikke plekken zitten, en dan is een tekening op papier onhandig.
Hoeveel millimeter je nodig hebt en hoe dik je mag gaan
Hoeveel mm egaliseren nodig is, reken je altijd vanaf het hoogste punt van de vloer. Dat punt is je nulniveau, en daar komt de minimale laagdikte van het product nog bovenop. Staat op de zak dat de laag minstens drie millimeter moet zijn, dan ligt je nieuwe vloerniveau dus drie millimeter boven de hoogste bult.
Daar gaat het in offertes regelmatig mis. Een bedrijf dat drie millimeter opgeeft bedoelt meestal een gemiddelde, en op de hoge punten blijft er dan bijna niets over. Vijf millimeter gemiddeld klinkt duurder, maar dat is de dikte waarbij overal nog echte dekking overblijft. Vraag bij elke prijs of het opgegeven aantal millimeters een gemiddelde is of de dikte op het hoogste punt.
Het verbruik van vrijwel alle egalisatiemortels ligt rond anderhalve kilo per vierkante meter per millimeter laagdikte. Een zak van vijfentwintig kilo doet daarmee ongeveer zestien vierkante meter bij één millimeter, ruim vijf vierkante meter bij drie millimeter en nog geen twee vierkante meter bij tien millimeter. Bij een schuurvloer van zeventien vierkante meter waar gemiddeld vijfentwintig millimeter op moet, kom je op ruim zeshonderd kilo en dus op vijfentwintig zakken. Wat dat per vierkante meter betekent, en wat een vakman ervoor rekent, hebben we uitgewerkt bij de kosten van een vloer egaliseren.
Hoe dik kan je egaliseren met één product? Dat verschilt per zak en staat er altijd op. De meeste woonhuisegalines mogen tot tien of twintig millimeter, sommige vezelversterkte types tot dertig. Daarboven ga je niet zoeken naar een dikkere egaline maar naar een ander materiaal, want een gietmortel of een zandcementvloer kost per centimeter een fractie.
| Laagdikte | Wat je hier gebruikt | Verbruik per vierkante meter | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| 1 tot 3 mm | Fijne dunlaags egaline | 1,5 tot 4,5 kg | Op het hoogste punt blijft bijna niets over, dus meet eerst je vloer in |
| 3 tot 10 mm | Standaard cementgebonden egaline | 4,5 tot 15 kg | Hier ligt het beste evenwicht tussen prijs, sterkte en gemak |
| 10 tot 20 mm | Egaline die volgens de zak dikker mag | 15 tot 30 kg | Per zak doe je nog geen twee vierkante meter, de kosten lopen hard op |
| 20 tot 50 mm | Gietmortel of een zandcement dekvloer | 30 tot 90 kg | Boven de twee centimeter is egaline zelden nog te betalen |
| 50 mm en meer | Zandcement dekvloer, bij grote vlakken met wapeningsnet | 90 kg en meer | Een vloer egaliseren van 5 cm is geen egaliseerklus meer maar een dekvloer leggen |
| Plaatselijke gaten dieper dan 50 mm | Reparatiemortel of beton | Afhankelijk van het gat | Eerst uithakken tot op vast materiaal, anders komt de reparatie los |
| Onder 1 mm | Niets, alleen schuren | Nul | Een flinterdunne laag droogt te snel uit en laat als een schilfer los |
Wij gaan bij twijfel liever iets dikker dan te dun. Een egaliseerlaag die op de hoge punten naar nul uitloopt, droogt daar veel sneller uit dan de rest. Precies op die plekken hoor je later een hol geluid en komt de laag als een schilfer omhoog.
Egaline, zandcement en gietmortel naast elkaar
Er zijn drie families materiaal en ze doen alle drie iets anders. Egaline is een poeder dat je met veel water aanmaakt en dat zichzelf vlak trekt, bedoeld voor millimeters. Zandcement is een aardvochtige mortel die je met een rijlat op hoogte afreit, bedoeld voor centimeters. Gietmortel zit ertussenin: vloeibaar genoeg om uit te gieten, maar sterk genoeg voor een dikke laag.
Binnen de egalines is het verschil tussen gipsgebonden en cementgebonden het belangrijkst. Gipsgebonden egaline vloeit mooier uit, is goedkoper en werkt prettig in een woonkamer of slaapkamer. Cementgebonden egaline vloeit minder ver, maar kan tegen vocht en is daarom het materiaal voor een badkamer, een kelder of een garage. Buiten kijk je er nog een keer extra naar, want alleen een product dat op het blad vorstbestendig heet, houdt daar stand. Dat mindere uitvloeien is niet altijd een nadeel: juist daardoor blijft cementgebonden materiaal op een lichte helling liggen.
Sterkte is het tweede punt waar mensen overheen lezen. Wat jouw zak haalt staat als druksterkte op het productblad; gewone egalisatiemortels zitten rond de achttien tot drieëntwintig newton per vierkante millimeter en zijn bedoeld om onder tegels of pvc te verdwijnen. Blijft de laag zichtbaar en beloopbaar, dan wil je een industriële egalisatiemortel die na vier weken rond de veertig haalt, of een epoxycement-mortel. Gietmortel gaat nog verder en zit bij sommige types richting negentig.
| Materiaal | Bruikbare laagdikte | Sterkte en belastbaarheid | Waar het op zijn plaats is |
|---|---|---|---|
| Gipsgebonden egaline | 1 tot 10 mm | Zacht, hoort altijd onder een afwerking | Droge woonruimtes, vloeit van alle producten het mooist uit |
| Cementgebonden egaline | 2 tot 20 mm | Ongeveer 18 tot 23 N/mm2 | Keuken, badkamer, gang, kelder en alles waar vocht bij kan |
| Vezelversterkte egaline | 3 tot 30 mm | Taaier en minder scheurgevoelig | Vloeren die werken en dunne lagen over een oude tegelvloer |
| Industriële egalisatiemortel | 3 tot 30 mm | Rond 40 N/mm2 na vier weken | Garage en werkplaats, ook onbehandeld beloopbaar |
| Gietmortel op cementbasis | 10 tot 60 mm | Tot ongeveer 90 N/mm2 | Grote hoogteverschillen, en per centimeter het voordeligst |
| Zandcement, 1 deel cement op 4 delen zand | 30 tot 80 mm | Hard, maar je moet hem zelf vlak reien | Schuur, garage, kelder en overal waar je centimeters overbrugt |
| Reparatiemortel | Plaatselijk tot 50 mm | Zeer sterk en hecht goed op oud beton | Uitgebroken plekken, kapotte randen en gaten rond doorvoeren |
Vanaf een stuk of tien zakken bellen wij liever een bouwmaterialenhandel dan dat we de bouwmarkt inlopen, omdat de prijs per zak op pallethoeveelheden fors zakt. Een zak gietmortel van vijfentwintig kilo ligt daar rond de twintig euro, en dat verschil bepaalt vaak of egaliseren wel of niet uit kan.
Zelf egaliseren met cement en zand
Wie een vloer egaliseren met cement wil doen in plaats van met kant-en-klare zakken, kan dat, maar niet in elke laagdikte. Een mengsel van cement en zand vloeit niet uit en heeft dikte nodig om sterk te blijven. Onder de drie centimeter brokkelt zo'n laag op den duur af, en dat begint aan de randen en op de plekken waar de laag dun uitloopt.
De verhouding die werkt is één deel portlandcement op drie tot vier delen vloerenzand. Vraag bij de bouwmaterialenhandel om vloerenzand en niet om metselzand: vloerenzand is grover en laat zich daardoor veel makkelijker afreien. Het mengsel moet aardvochtig zijn, niet vloeibaar. De test is een balletje in je hand knijpen dat net niet uit elkaar valt; loopt er water uit, dan is het te nat en verlies je sterkte.
Hechting regel je bij zandcement met aanbranden. Maak de bestaande vloer eerst vochtig, smeer hem in met een dun cementpapje en breng de mortel aan terwijl dat papje nog nat is. Wie liever met een gebonden hechtlaag werkt, kan de vloer inzetten met poedertegellijm en de mortel nat in nat aanbrengen. In beide gevallen moet de ondergrond vetvrij zijn.
Vlak krijg je zo'n vloer met latten. Zet vloerlatten op de gewenste hoogte uit, stort de mortel ertussen, rei af over de latten met een rijlat, trek de latten er daarna voorzichtig uit en werk de sleuven bij. Werk achteruit richting de deur, want je moet er niet meer overheen lopen. Een goedkope manier om een vloer te egaliseren is precies deze combinatie: de diepe delen in zandcement, en daar overheen een dunne laag egaline met een hechtprimer ertussen. Gaat het om een dikke laag over een groot vlak, dan zit je dicht bij het storten van een nieuwe betonvloer, en dan is de vraag of dat niet meteen de nettere route is.
Ligt er een leiding over of in de vloer, zoek dan eerst uit wat het is. Een flexibele gasleiding die over een vloer loopt en die verlegd, ingekort of afgedopt moet worden, is werk voor een erkende installateur en niet voor jou. Datzelfde geldt voor leidingen die onder je nieuwe laag verdwijnen en waar je later niet meer bij kunt.
Vijf centimeter of meer overbruggen
Vanaf ongeveer twee centimeter stap je over van egaline naar een dekvloer, en bij vijf centimeter is die keuze niet meer vrijblijvend. Egaline in een laag van vijftig millimeter kost per vierkante meter grofweg het vier- tot vijfvoudige van zandcement, en de meeste zakken mogen die dikte helemaal niet. Voor een dekvloer is die dikte juist eerder een minimum dan een uitschieter: een zandcementlaag die los op folie of op isolatie ligt, scheurt onder de vier à vijf centimeter.
Reken bij deze dikte eerst het gewicht uit, want dat is vaker het knelpunt dan de prijs. Zandcement weegt ongeveer twintig kilo per vierkante meter per centimeter, dus een vloer egaliseren van 5cm zet er zo'n honderd kilo per vierkante meter bij. Op een begane grondvloer op zand speelt dat nauwelijks, maar op een verdiepingsvloer of een systeemvloer met lichte vulelementen is die permanente belasting een vraag voor een constructeur en niet voor de bouwmarkt.
Wil je dat gewicht niet, dan hoog je droog op. Isolatieplaten met droogdekvloerplaten erop, of geëxpandeerde kleikorrels die je over twee latten afreit met daarover twee lagen gipsvezelplaat, brengen je op dezelfde hoogte voor ongeveer een kwart van het gewicht. Zo'n droge ophoging is dezelfde dag beloopbaar, terwijl een zandcementvloer van vijf centimeter ruim een maand nodig heeft voordat er pvc of parket op mag.
Zo veel ophogen verandert de rest van de ruimte mee, en dat wordt vaak pas halverwege duidelijk. Deuren moeten korter, drempels en kozijnen komen anders uit, de onderste traptrede wordt vijf centimeter lager en radiatorleidingen zitten ineens vlak boven de vloer. Loop die punten na voordat je de eerste zak mengt: een deur inkorten is zo gebeurd, een trap aanpassen niet. Wat de verschillende routes je per vierkante meter kosten, hebben we uitgesplitst bij de prijs van een vloer laten of zelf egaliseren.
| Aanpak bij 5cm ophogen | Gewicht per m2 | Wachttijd voor de afwerking | Waar dit op zijn plaats is |
|---|---|---|---|
| Zandcement, 1 deel cement op 4 delen zand | Ongeveer 100 kg | Ruwweg vijf weken | Begane grond, en overal waar je zelf tussen latten kunt afreien |
| Gietmortel op cementbasis | 100 tot 110 kg | Twee tot vier weken | Grote vlakken die je met de hand niet vlak krijgt |
| Isolatieplaat met droogdekvloerplaten erop | 20 tot 30 kg | Dezelfde dag beloopbaar | Een koude vloer die omhoog moet zonder er gewicht bij te krijgen |
| Geëxpandeerde kleikorrels met gipsvezelplaten | 25 tot 35 kg | Dezelfde dag beloopbaar | Verdiepingsvloeren en klussen waarbij je geen weken kunt wachten |
| Egaline in één laag van 50 mm | Ongeveer 75 kg | Enkele dagen tot een week | Zelden verstandig, want de meeste producten mogen die dikte niet |
Zet bij een ophoging van vijf centimeter eerst een lat rechtop tegen het kozijn en teken de nieuwe vloerhoogte af, inclusief de afwerking die erop komt. Je ziet dan meteen of de deur nog opendraait en of de bovenkant van de plint straks nog onder het kozijn uitkomt.
Hechting bepaalt of de laag blijft zitten
De meeste mislukkingen komen niet door het gieten maar door de voorbereiding. Egaline is op zichzelf sterk genoeg, maar hij houdt zich alleen vast aan iets dat zelf goed vastzit. Een laag die als geheel loskomt, klinkt hol als je erover loopt en is niet te repareren; die moet er weer af.
Zoek losse plekken op door met de steel van een hamer over de vloer te slepen en te luisteren. Waar het hol klinkt, is de hechting van de oude deklaag al weg. Bik die stukken weg met een boorhamer met spadebeitel tot je op vast materiaal komt. Het is verleidelijk om alleen de gaten te vullen en de rest te laten zitten, maar de overgang tussen oud en nieuw tekent zich later af, zeker onder een coating en in strijklicht.
Stof en vet zijn de tweede oorzaak. Veeg een vloer niet aan maar zuig hem met een industriestofzuiger, en doe dat als laatste handeling voordat de primer erop gaat. In een garage of werkplaats zit olie in de poriën van het beton; die haal je eruit met een ontvetter en daarna schoon naspoelen. Op een vette plek hecht geen enkel product, ook het duurste niet.
De primer kies je op basis van het gedrag van de ondergrond. Een zuigende, stuivende zandcementvloer wil een verdunde eerste laag en daarna een onverdunde tweede. Een dichte, gevlinderde betonvloer zuigt juist niets en heeft grip nodig: dan ruw je hem eerst op, zoals beschreven bij het schuren van een betonvloer, en gebruik je een hechtprimer met kwartsvulling. Laat de primer drogen tot hij licht kleeft en laat nergens plassen staan.
Nevel een sterk zuigende vloer vlak voor het gieten licht na met een plantenspuit, zonder plassen te maken. Het vocht uit de egaline trekt dan minder snel weg, waardoor de laag langer vloeibaar blijft en zichzelf beter vlak trekt.
Per ondergrond verschilt de voorbereiding
Een ruwe betonvloer egaliseren is iets anders dan een cementdekvloer egaliseren, ook al ziet het er allebei grijs uit. Op een gestorte betonvloer zit vaak een cementhuid: een dun laagje fijn cement en water dat tijdens het verharden naar boven is gekomen. Dat laagje is zwak en zit los van de rest, dus egaline die daarop hecht komt met huid en al omhoog. Schuren met een diamantschijf of stralen haalt die huid eraf.
Een zandcement vloer egaliseren vraagt vooral aandacht voor stof. Zo'n vloer stuift en geeft af, ook als hij hard aanvoelt. Twee lagen stofbindende primer maken het verschil tussen een laag die hecht en een laag die op los zand ligt. Is de dekvloer pas gesmeerd en golft hij, dan kun je hem de dag erna afpappen met een dun cementpapje om de toplaag dicht te trekken; ga je daarna toch egaliseren, dan is dat afpappen niet meer nodig.
Een estrich vloer egaliseren, dus een dekvloer op basis van calciumsulfaat of anhydriet, kent een eigen valkuil. Daar zit na het uitharden een sinterlaag op, een glazige toplaag die je er verplicht afschuurt voordat er iets overheen gaat. Gebruik daarna een cementgebonden egaline en houd dit soort vloeren weg uit natte ruimtes, want gips en langdurig vocht gaan niet samen. Een keldervloer egaliseren valt om dezelfde reden af voor gipsgebonden producten: daar komt het vocht van onderaf en verweekt de laag van binnenuit.
Ligt er een oude tegelvloer die je wilt laten liggen, dan is de aanpak weer anders. Losse tegels moeten eruit, de rest wordt ontvet en krijgt een hechtprimer voor gladde ondergronden. Hoe dat werkt en waar de grens ligt tussen laten liggen en slopen, staat bij het egaliseren van een tegelvloer.
Een open grindvloer egaliseren
Een open grindvloer is een sierlaag van steentjes met open ruimte ertussen. Egaline die je daarop giet, zakt tussen de steentjes weg en vult de holtes onvoorspelbaar, waardoor je veel meer materiaal verbruikt dan je berekend had en het oppervlak alsnog niet vlak wordt. Zet de vloer daarom eerst dicht met een grindvloervuller of een gebonden gietlaag en egaliseer daar pas overheen.
Er speelt nog iets. In een keuken loopt zo'n open structuur in de loop van de jaren vol met vet, stof en vuil, en daar hecht niets op. Reinig de vloer grondig en laat hem echt drogen voordat je gaat vullen. Zit de vervuiling er diep in, dan is de vloer eruit halen en opnieuw beginnen vaak sneller klaar dan drie keer proberen te hechten.
| Ondergrond | Zo bereid je hem voor | Dit juist niet doen |
|---|---|---|
| Ruwe gestorte betonvloer | Cementhuid opschuren of stralen, stofzuigen, primer aanbrengen | Niet zonder meer op de stoflaag gieten, dan komt de laag als een tapijt los |
| Gevlinderde of gepolijste betonvloer | Opruwen met een schuurmachine met diamantschijf, daarna hechtprimer | Niet vertrouwen op alleen primer, op glad beton vindt egaline geen grip |
| Cementdekvloer | Laten drogen, licht schuren of afpappen, daarna voorstrijken | Niet egaliseren zolang er nog vocht in de vloer zit |
| Zandcementvloer die stuift | Twee lagen stofbindende primer, de eerste verdund | Niet aanvegen en meteen gieten, het stof blijft dan in de poriën zitten |
| Anhydriet of estrich | Sinterlaag afschuren, stofzuigen, cementgebonden egaline gebruiken | Niet natmaken en niet toepassen in een doucheruimte |
| Open grindvloer | Eerst dichtzetten met een grindvloervuller of een gebonden laag | Niet direct egaliseren, het materiaal zakt tussen de steentjes weg |
| Keldervloer | Vocht meten, de oorzaak aanpakken, alleen cementgebonden producten | Geen gipsgebonden egaline, die verweekt bij optrekkend vocht |
| Oude tegelvloer | Losse tegels eruit, reinigen, ontvetten, hechtprimer voor glad werk | Niet over hol klinkende tegels heen werken |
Garage, schuur en kelder: hier krijgt de laag klappen
Een schuurvloer egaliseren is niet hetzelfde als een woonkamervloer egaliseren, want in de schuur blijft de laag zichtbaar en beloopbaar. Een gewone egaline van achttien tot drieëntwintig newton is bedoeld om onder tegels te verdwijnen. Zet je er een werkbank en een draaibank op, of valt er een hamer op, dan slaan er stukken uit en heb je binnen een jaar een vloer vol putjes.
Wil je de vloer in je schuur egaliseren en onbehandeld laten, kies dan een industriële egalisatiemortel die na vier weken rond de veertig newton haalt, of een epoxycement-mortel. Die zakken kosten meer, maar je hebt er geen afwerking overheen nodig. Een tweecomponenten coating maakt de vloer wel waterdicht en goed schoon te maken, zodat je gemorste olie er zo afveegt, maar de laag eronder wordt er niet harder van. De egalisatielaag blijft de zwakste schakel, dus daar begint je keuze en niet bij de coating.
Een betonvloer in de garage egaliseren loopt bijna altijd stuk op het afschot. Een garagevloer helt naar de deur of naar een put in het midden, en dat is met opzet zo gemaakt. Wie een garagevloer kaarsvlak wil egaliseren, haalt precies dat afschot weg en houdt daarna water in de ruimte staan. Een zelfnivellerend product loopt daarbij gewoon naar het laagste punt en vult je put. Cementgebonden mortels vloeien minder ver en zijn daardoor op een helling te gebruiken; welke helling is toegestaan staat op de verpakking, en drie procent, oftewel drie centimeter per meter, is ongeveer het maximum dat je in de handel vindt.
Zit er een afvoerput in de vloer, zet die dan af voordat er iets vloeibaars in de buurt komt. Over de pijp zelf schuif je een stuk kunststof buis, en om een vierkant putstuk zet je een omkisting van een strook plaatmateriaal of metaal, vastgezet met kit zodat er niets onderdoor kruipt. Een keldervloer egaliseren vraagt weer iets anders: daar is niet de belasting maar het vocht het probleem, dus meet het vochtgehalte en gebruik uitsluitend cementgebonden materiaal.
| Wat er in de ruimte gebeurt | Sterkte die de laag moet halen | Afwerking die daarbij hoort |
|---|---|---|
| Schuur met kasten en stellingen | Gewone cementgebonden egaline volstaat | Betonverf, of onbehandeld laten |
| Werkplaats met werkbank en draaibank | Industriële mortel vanaf ongeveer 40 N/mm2 | Tweecomponenten coating, en niet bezuinigen op de kwaliteit |
| Garage waar een auto op staat | Industriële mortel of gietmortel | Epoxycoating, ook tegen olie en pekelwater |
| Garage waar je een krik of assteunen gebruikt | Gietmortel richting 90 N/mm2 | Coating, en onder de krik een stalen verdeelplaat |
| Kelder als opslagruimte | Cementgebonden egaline, nooit gips | Vochtwerende coating of onbehandeld |
| Berging voor fietsen en tuinspullen | Gewone egaline van 3 mm | Betonverf is ruim voldoende |
| Ruimte waar een pallettruck rijdt | Epoxycement-mortel of industriële mortel | Coating die tegen puntbelasting van wielen kan |
Weet wat er in de vloer zit voordat de boorhamer aangaat. Vloerverwarmingsleidingen, elektra en waterleidingen liggen soms maar een paar centimeter onder het oppervlak. Zoek de leidingtekening op of laat de vloer scannen, en zet bij twijfel de beitel plat zodat je schaaft in plaats van hakt.
Buiten egaliseren: balkon, terras en vorst
Beton egaliseren buiten stelt twee extra eisen: het product moet vorstbestendig zijn en het moet tegen permanent vocht kunnen. Op de zak of in het productblad staat of een mortel buiten mag, en dat is geen detail. Gipsgebonden egaline is buiten kansloos, en ook een cementgebonden binnenegaline houdt het na een paar vorstperiodes niet.
Het tweede punt is lastiger, want egaliseren maakt vlak en vlak is buiten juist fout. Water moet weg kunnen lopen, en daarvoor reken je ongeveer één tot twee centimeter afschot per meter naar de rand of naar een afvoer. Kijk daarom eerst met een emmer water waar het naartoe stroomt en of dat afschot er nog in zit. Een betonvloer buiten egaliseren doe je met een afreibare mortel of met een cementgebonden product waarvan de toegestane helling op de verpakking staat, niet met een zelfnivellerende gietlaag.
Hechting is buiten belangrijker dan binnen, want water dat achter of onder de laag komt zet bij vorst uit en drukt de laag er in schilfers af. Werk de randen daarom dicht af tot tegen de opstand of de gevel, en laat de laag aan de buitenzijde overlopen in een druiprand in plaats van dood te lopen tegen een naad waar water in blijft staan. Blijft de laag na het egaliseren van een betonvloer buiten in het zicht, kies dan een coating die tegen ultraviolet licht kan. Standaard epoxy verkleurt en verpoedert in de zon, dus daar hoort een polyurethaan toplaag overheen.
Een balkon egaliseren is een verhaal apart, want daar ligt meestal geen kaal beton maar dakbedekking. Blijft er water onder de tegels staan, dan zit het probleem in het afschot van de bitumenlaag en niet in de tegels erboven. Egaline hecht niet op bitumen, dus een balkonvloer egaliseren met egaline over de bestaande dakbedekking laat binnen een winter los. Wat wel standhoudt: tegels eraf, dakbedekking eraf, afschot maken in de ondervloer met een mortel, nieuwe dakbedekking aanbrengen en de tegels terugleggen op tegeldragers zodat het water eronderdoor weg kan.
Kijk voordat je buiten begint drie dagen vooruit in de weersverwachting. Onder de vijf graden hardt cement nauwelijks uit, bij nachtvorst binnen het eerste etmaal is de laag verloren, en in de volle zon droogt hij zo snel dat je scheuren krijgt. Een zeil dat je op afstandhouders boven de vloer spant, lost beide uitersten op.
Werk je op een balkon, galerij of dak, dan hoort daar een randbeveiliging bij. Zodra de balustrade eraf moet om bij de aansluiting te kunnen, of zodra je vlak langs een open rand werkt, is dat werken op hoogte. Dan is een steiger met leuning of een vakman met de juiste voorzieningen de enige verantwoorde keuze.
Drogen, belopen en verder werken
Een egaliseerlaag is bij twintig graden meestal na drie tot vier uur voorzichtig beloopbaar, en na een etmaal kun je er in de regel op tegelen. De tijden voor jouw product staan op de zak, en bij kou of een hoge luchtvochtigheid lopen ze flink op. Dat betekent nog niet dat de vloer droog is. Uitharden en drogen zijn twee verschillende dingen: cementgebonden materiaal hardt juist uit doordat het water opneemt, terwijl drogen betekent dat het overtollige vocht de ruimte in verdwijnt.
Voor tegels is dat onderscheid niet zo spannend, want met tegellijm breng je zelf ook weer water in. Voor pvc, parket en houten vloeren is het beslissend. Die afwerkingen sluiten de vloer af, en vocht dat er nog in zit kan dan alleen nog omhoog. Voor keramische tegels wordt meestal een restvocht van rond de twee procent aangehouden, voor hout en pvc ligt de grens duidelijk lager. Laat dat meten in plaats van erop te gokken.
Bij een zandcement dekvloer houden wij de vuistregel van ongeveer een week per centimeter dikte aan, uitgaande van een verwarmde en geventileerde ruimte. Een dekvloer van vier centimeter is dus pas na een week of vier toe aan een volgende laag. Wie eerder gaat egaliseren ziet dat niet meteen: de primer droogt niet goed weg en de egaline hecht op een vochtige laag, waarna het geheel er maanden later alsnog uitklapt.
Reken er ook op dat je met elke zak egaline ongeveer vijf liter water op je vloer zet, en bij dertien millimeter dikte doe je met zo'n zak nog geen anderhalve vierkante meter. Je brengt dus flink wat vocht in een vloer die je net hebt laten drogen; plan die droogtijd als onderdeel van de klus. Welke afwerking je erop legt en wat die van de ondergrond vraagt, vind je terug in ons overzicht van vloeren en vloerafwerkingen.
| Fase | Bij een egaliseerlaag van 3 mm | Bij een zandcementvloer van 40 mm |
|---|---|---|
| Voorzichtig beloopbaar | Na 3 tot 4 uur | Na ongeveer een dag |
| Belastbaar met gewicht | Na 24 tot 48 uur | Na drie tot vier dagen |
| Klaar om te tegelen | Meestal na 24 uur | Na ongeveer twee weken, met voorstrijk |
| Klaar voor pvc of parket | Na volledige droging, laten meten | Ongeveer een week per centimeter, dus vier weken of meer |
| Eindsterkte bereikt | Na 28 dagen | Na 28 dagen |
Forceer het drogen niet met een heteluchtkanon op de vloer gericht. De toplaag droogt dan sneller dan de rest, krimpt en scheurt, terwijl het vocht dieper in de vloer gewoon blijft zitten. Ventileren met een raam op een kier en een ventilator die de lucht door de ruimte beweegt, werkt beter en gelijkmatiger.
Zo egaliseer je een betonvloer in één werkgang
Deze volgorde werkt voor een binnenvloer tot ongeveer tien millimeter, en met de aanpassingen uit de vorige secties ook in een garage of schuur.
-
Meet de vloer in en bepaal je nulniveau
Schuif een rijlat van twee meter in banen over de vloer en noteer per meter hoeveel ruimte er onder de lat doorloopt. Het hoogste punt is je nulniveau en daar komt de minimale laagdikte nog bovenop. Losse bulten die ver boven de rest uitsteken schuur je liever weg dan dat je de hele vloer erop optrekt, want dat scheelt zomaar de helft van je zakken.
-
Haal alles weg wat niet vastzit
Sleep de steel van een hamer over de vloer en luister naar holle plekken. Bik die weg met een boorhamer met spadebeitel tot je op vast materiaal komt, en hak gaten liever iets ruimer uit dan te krap. Kom je in oude vloeren zwarte lijmresten, oude bitumenlagen of zeil met een viltrug tegen, stop dan: dat kan asbesthoudend materiaal zijn en dat laat je eerst onderzoeken.
-
Maak de vloer stofvrij en vetvrij
Ontvet olievlekken en spoel goed na, want egaline hecht niet op vet. Zuig daarna de hele vloer met een industriestofzuiger en veeg niet aan, omdat vegen het stof juist in de poriën werkt. Doe dit als laatste handeling voordat de primer erop gaat, zodat er geen bouwstof meer op valt.
-
Zet randen, putten en doorvoeren af
De kantstrook zet je vóór het egaliseren langs alle muren, kolommen en deurposten, zodat de laag niet aan de wand vastgroeit en later kan werken. Zet een deuropening af met een lat op de hoogte die je wilt bereiken. Schuif over een afvoerpijp een stuk kunststof buis en zet om een putstuk een omkisting van plaatmateriaal, met kit langs de onderkant zodat er niets onderdoor loopt.
-
Breng de primer aan en laat hem goed drogen
Rol of wis de primer gelijkmatig uit en laat nergens plassen staan, want een plas primer wordt een glad velletje waar niets op hecht. Een zuigende vloer krijgt twee lagen: de eerste verdund, de tweede onverdund. De vloer is klaar als de primer licht kleeft en niet meer nat glimt.
-
Vul eerst de diepe plekken
Zit er meer dan een centimeter verschil in, vul die plekken dan apart met gietmortel of zandcement en laat dat uitharden. Primeer die stukken daarna opnieuw, want vers cement zuigt anders dan de rest van de vloer. Je bespaart hiermee zakken egaline en voorkomt dat je de dure laag onnodig dik moet gieten.
-
Maak aan en giet zonder pauze door
Meet het water af volgens de verpakking en maak het niet dunner, want daarmee verdwijnt de sterkte en krijg je een poederige toplaag. Meng twee minuten, laat het kort rusten en meng nog een keer. Giet in banen van de verste hoek naar de deur, verdeel met de trekker op de juiste hoogte en ontlucht met de prikroller. Zorg dat de volgende emmer al klaarstaat: vloeit een verse batch tegen een batch die al begint te binden, dan blijft die naad zichtbaar.
-
Laat drogen en controleer voordat je verder gaat
Houd de ruimte tussen tien en vijfentwintig graden, zet directe zon en tocht buiten en laat de vloer met rust. Loop hem na een dag na met de rijlat en tik hem af op holle plekken. Hoe lang je moet wachten voor de afwerking die jij erop legt, zoek je op in onze tabel met droogtijden per materiaal.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Controleer dit voordat je de eerste emmer aanmaakt
Uit de praktijk
Een schuurvloer waarbij egaline duurder werd dan de stellingen
In een schuur van zeventien vierkante meter liep de vloer vanaf de muren af naar het midden. Om alles waterpas te krijgen moest er gemiddeld vijfentwintig millimeter op, met plekken van drie centimeter langs de wanden en plekken van nog geen millimeter in het midden. Met egaline kwam dat neer op ruim zeshonderd kilo, oftewel vijfentwintig zakken voor een berging.
Zandcement leek de goedkope uitweg, maar dat werkt hier niet. Een zandcementlaag die op sommige plekken naar nul uitloopt, brokkelt daar binnen een paar jaar af, en dat is juist langs de wanden waar de kasten staan. De combinatie die wel klopt is de diepe delen vullen met een gietmortel en daar overheen een dunne laag egaline van drie tot vier millimeter over het hele vlak.
Wat hier uiteindelijk gebeurde was iets heel anders. De stelling ging met beugels aan de wand, de poten werden met kunststof vulblokjes waterpas gesteld en de vloer bleef zoals hij was. Een opslagruimte hoeft niet vlak te zijn; het gaat erom dat de kasten recht staan en dat er niets wiebelt.
Afpappen dat in een drab eindigde
Na het smeren van een zandcement dekvloer over vloerverwarming golfde het oppervlak en was er niet afgepapt. Drie dagen later werd er alsnog twintig liter cementpap aangemaakt, half water en half cement, met de boormachine doorgeroerd en in één keer over de vloer leeggegooid.
Wat er misging was de volgorde. De dekvloer was inmiddels kurkdroog en zoog het water meteen uit de pap, waardoor er een dikke drab achterbleef die niet meer uit te smeren was. Er moest telkens water bijgegooid worden en het resultaat werd rommelig, met rillen die later lastig weg te krijgen zijn.
In de tweede ruimte van dertig vierkante meter ging het anders. Eerst de hele vloer nevelen met de tuinslang tot hij vochtig was zonder dat er plassen stonden, daarna een dunner papje aanmaken en dat met een vloertrekker verdelen in plaats van uit te smeren. Dat ging in de helft van de tijd en gaf een gesloten toplaag. Vloerenbedrijven pappen daarom de dag na het smeren af, als de vloer uit zichzelf nog vochtig is.
Een garagevloer egaliseren met afschot naar een put in het midden
Een garagevloer had een afwerklaag met slijtplekken, en rond een kraan die had gelekt klonk de laag hol zodra je er met een steel overheen ging. De vloer liep daarbij van alle kanten af naar een put in het midden die rechtstreeks op het riool is aangesloten. Het plan was om alleen de gaten te vullen en de rest te laten liggen.
Dat plan hield geen stand. Waar de deklaag hol klinkt is de hechting weg, en die stukken komen na het coaten alsnog los. De hele afwerklaag ging er daarom af met een boorhamer met spadebeitel.
Het afschot was daarna het lastige punt. Een gipsgebonden egaline is hier kansloos, want die loopt zonder mopperen de put in. Met een cementgebonden mortel waarvan de specificatie een helling tot drie procent toestaat, met de juiste watermengverhouding en met wat geduld, blijft het afschot behouden. Rond de put kwam een omkisting van een strook plaatmateriaal met kit langs de onderkant, en over de pijp zelf schoof een stuk kunststof buis.
Vijfenzeventig vierkante meter vlak trekken met tegellijm
Op een benedenverdieping van vijfenzeventig vierkante meter moesten keramische tegels van zestig bij zestig op een bestaande smeervloer met vloerverwarming eronder. Het verschil was over het grootste deel acht millimeter en op het diepste punt twaalf. De gedachte was om dat tijdens het tegelen weg te werken met extra tegellijm, want dan hoef je maar één keer materiaal te kopen.
Bij grote tegels gaat dat mis. Korte kuilen van een halve meter kun je met lijm nog uitvullen, maar een bult van twaalf millimeter krijg je er niet mee weg; met een levelingsysteem duw je die alleen maar door naar de buurtegel. Een dikke lijmlaag werkt ook tegen je bij vloerverwarming, want de warmte moet erdoorheen.
De volgorde die hier hoort is eerst uitvlakken met een vloeiende egalisatielaag en daarna tegelen met een dunne lijmlaag. Op zo'n oppervlak is de capaciteit het knelpunt. Wie de eerste emmer uitgiet en pas daarna de tweede aanmaakt, ziet de tweede batch tegen de eerste aan lopen en houdt die naad zichtbaar in de vloer. Op vijfenzeventig vierkante meter heb je twee mensen nodig die alleen maar mengen en aanvoeren, plus iemand die giet en met de prikroller doorwerkt.
Veelgemaakte fouten
Alleen de kapotte plekken vullen en de rest laten liggen
Het scheelt materiaal en een dag werk, maar de hechting van de oude deklaag is elders vaak net zo slecht. De overgang tussen oud en nieuw blijft ook zichtbaar, zeker onder een coating en in strijklicht. Klinkt een deklaag op meerdere plekken hol, haal hem dan in zijn geheel weg.
De egaline dunner aanmaken zodat hij lekkerder loopt
Meer water maakt het gieten makkelijker en het uitvloeien mooier, maar de sterkte gaat er evenredig mee omlaag. Je krijgt een poederige toplaag, krimpscheuren en een vloer die onder een pvc-strook wegdrukt. Meet het water af met een maatbeker in plaats van op gevoel een scheut bij te gooien.
In losse batches gieten zonder tempo te houden
Hoe lang egaline vloeibaar blijft, staat als verwerkingstijd op de zak: bij de meeste types tien tot vijftien minuten, en in een warme of sterk zuigende ruimte korter. Giet je de tweede emmer pas als de eerste al begint te binden, dan vloeien de twee niet meer in elkaar en zie je die naad voor altijd terug. Reken vooraf uit hoeveel zakken je nodig hebt, zet alles klaar en zorg dat iemand alleen maar mengt.
Egaliseren over stof, olie of een cementhuid
De laag hecht dan niet aan het beton maar aan het stoflaagje erop, en dat stoflaagje zit nergens aan vast. Het gaat maanden goed en komt daarna in vellen omhoog. Zuigen met een industriestofzuiger, ontvetten en primeren zijn geen extraatjes maar de reden dat de laag blijft zitten.
Een schuine vloer vlak maken zonder te bedenken waar het water heen moet
In een garage, een schuur met een tapkraan of op een balkon zit dat afschot er met opzet in. Trek je de vloer vlak, dan blijft het water midden in de ruimte staan of loopt het juist de verkeerde kant op, naar binnen toe. Bepaal eerst het gewenste afschot en egaliseer daarnaartoe.
Buiten of in de kelder een gipsgebonden product gebruiken
Gipsgebonden egaline vloeit het mooist uit en is het goedkoopst, dus de verleiding is groot. Maar gips en langdurig vocht gaan niet samen: de laag verweekt van onderaf en buiten drukt vorst hem er in schilfers af. In een kelder en in natte ruimtes hoort daarom cementgebonden materiaal, en buiten alleen een type dat op het productblad vorstbestendig heet.
Rekenen op een coating om een te zachte laag te redden
Een tweecomponenten coating maakt de vloer waterdicht en goed schoon te maken, maar hij maakt de laag eronder niet harder. Valt er een hamer op een zachte egaline met een dun laklaagje erover, dan zit de deuk er alsnog in. Kies eerst de juiste mortel en pas daarna de coating.
Egaliseren op een dekvloer die nog niet droog is
Een zandcementvloer heeft ruwweg een week per centimeter nodig. Ga je eerder aan de slag, dan droogt de primer niet goed weg en hecht de egaline op een vochtige ondergrond. Je ziet het niet meteen, maar de laag klapt er maanden later alsnog uit, en dan ligt je afwerkvloer er al overheen.
Veelgestelde vragen
Hoeveel mm egaliseren is nodig voor een gewone woonvloer?
Dat hangt af van het hoogteverschil dat je meet en niet van een standaardgetal. Reken vanaf het hoogste punt van de vloer en tel daar de minimale laagdikte van het product bij op, meestal twee tot drie millimeter. In de praktijk komt een redelijk vlakke woonvloer uit op vier tot vijf millimeter gemiddeld. Krijg je een offerte met drie millimeter, vraag dan of dat het gemiddelde is of de dikte op het hoogste punt, want bij een gemiddelde van drie millimeter zit er op de bulten vrijwel geen dekking meer.
Hoe dik kan je egaliseren met egaline?
Op elke zak staat een minimale en een maximale laagdikte, en die zijn allebei bindend. De meeste woonhuisegalines mogen tot tien of twintig millimeter, vezelversterkte types soms tot dertig. Dikker gieten dan is toegestaan geeft krimpscheuren en een laag die niet doorhardt. Onder de minimale dikte gaan is net zo fout, want daar droogt de laag te snel uit en laat hij als een schilfer los. Moet je meer dan twee centimeter overbruggen, stap dan over op gietmortel of zandcement.
Wat is de goedkoopste manier om een vloer te egaliseren?
Goedkoop een vloer egaliseren doe je door de dikte te splitsen. Vul de diepe plekken met gietmortel of zandcement, dat per centimeter een fractie kost van egaline, en leg daar een dunne egaliseerlaag van drie tot vier millimeter overheen met een hechtprimer ertussen. Bestel bij een bouwmaterialenhandel in plaats van bij de bouwmarkt zodra je meer dan tien zakken nodig hebt. Wat het per vierkante meter uitkomt, met en zonder vakman, staat uitgewerkt bij de kosten van het egaliseren van een vloer.
Kun je een vloer egaliseren met cement in plaats van met egaline?
Ja, maar alleen vanaf ongeveer drie centimeter dikte. Een betonvloer egaliseren met cement betekent in de praktijk een zandcementmortel van één deel portlandcement op drie tot vier delen vloerenzand, aardvochtig aangemaakt en afgereid tussen latten die je op hoogte hebt uitgezet. Dunner dan drie centimeter brokkelt zo'n laag af, zeker aan de randen. Smeer de ondergrond vooraf in met een cementpapje en breng de mortel aan terwijl dat papje nog nat is, anders is de hechting onvoldoende.
Kun je een vloer egaliseren van 5 cm in één keer?
Met egaline niet, dat wordt onbetaalbaar en de meeste producten mogen die dikte ook niet. Vijf centimeter is het gebied van een zandcement dekvloer of een gietmortel, en die breng je gewoon in één laag aan. Bij een zandcementvloer werk je met vloerlatten op hoogte, rei je af en trek je de latten er daarna uit. Houd er rekening mee dat zo'n vloer ongeveer een week per centimeter nodig heeft om te drogen voordat er een afwerking op mag.
Hoe pak je het egaliseren van een betonvloer buiten aan?
Gebruik uitsluitend een product waarvan het productblad zegt dat het buiten mag en vorstbestendig is, en dat is altijd cementgebonden. Behoud het afschot van ongeveer één tot twee centimeter per meter, want een vlakke buitenvloer houdt water vast en dat vriest de laag kapot. Zelfnivellerende producten lopen naar het laagste punt, dus buiten werk je met een afreibare mortel of met een cementgebonden egaline waarvan de toegestane helling vermeld staat. Werk de randen dicht af, zodat er geen water onder de laag kan komen.
Hoe moet ik mijn balkon egaliseren als er water blijft staan?
Blijft er water onder de tegels staan, dan zit het probleem in het afschot van de dakbedekking eronder en niet in de tegellaag. Een balkonvloer egaliseren met egaline over bitumen heeft geen zin, want egaline hecht daar niet op en laat binnen een winter los. De aanpak die standhoudt is de tegels eraf halen, de dakbedekking verwijderen, het afschot in de ondervloer herstellen met een mortel, nieuwe dakbedekking aanbrengen en de tegels terugleggen op tegeldragers zodat het water eronderdoor weg kan lopen.
Kun je een open grindvloer egaliseren?
Niet rechtstreeks. Egaline zakt tussen de steentjes weg, vult de holtes onvoorspelbaar en kost daardoor veel meer materiaal dan je berekend had, terwijl het oppervlak alsnog niet vlak wordt. Zet de vloer eerst dicht met een grindvloervuller of een gebonden gietlaag en egaliseer daaroverheen. Reinig hem daarvoor grondig, want in de open structuur zit na jaren vet en vuil waar ook de vuller niet op hecht.
Hoe lang moet een cementdekvloer drogen voordat je gaat egaliseren?
Houd ongeveer een week per centimeter dikte aan, dus een dekvloer van vier centimeter is pas na een week of vier toe aan een volgende laag. Ga je eerder aan de slag, dan droogt de primer niet goed weg en hecht de egaline op een vochtige ondergrond, waarna de laag er maanden later alsnog uitklapt. Wil je een cementdekvloer egaliseren die net gesmeerd is en golft, dan kun je hem de dag erna wel afpappen om de toplaag dicht te trekken; dat afpappen is overbodig zodra je toch gaat egaliseren.
Kun je met dezelfde aanpak ook een trap, een muur of de grond in de tuin egaliseren?
Het idee klopt, alleen het materiaal verschilt per klus. Een betonnen trap egaliseren doe je met een cementgebonden reparatiemortel of een trapmortel, aangebracht met een spaan en afgestreken langs een lat aan de neus van de trede; een zelfnivellerend product loopt gewoon van de trede af. Een houten trap egaliseren gaat niet met mortel maar met houtvulmiddel of dunne vulplaatjes onder de renovatietreden, want mortel scheurt zodra de trap werkt. Een muur egaliseren met cement vraagt een stuc- of uitvlakmortel die op een verticaal vlak blijft hangen, want vloeregaline zakt naar beneden. En grond egaliseren in de tuin is grondwerk: afgraven, zand aanbrengen, afrijen over twee latten en verdichten met een trilplaat. Kleigrond egaliseren vraagt daarbij een dikkere zandlaag, omdat klei water vasthoudt en ongelijk inzakt.
Wanneer je beter een vakman belt
Zelf een betonvloer egaliseren is voor de meeste ruimtes goed te doen, zolang het vlak overzichtelijk is en je met twee man kunt werken. Boven de vijftig vierkante meter wordt het aanmaken en aanvoeren belangrijker dan het gieten zelf, en zonder mengploeg loop je dan vast met zichtbare naden als resultaat.
Bel een vakman zodra er gas in het spel is. Een gasleiding die over of door de vloer loopt en die verlegd, ingekort of afgedopt moet worden, is werk voor een erkende installateur. Datzelfde geldt voor werk in de meterkast achter de hoofdzekering als je voor een vloerverwarmingsverdeler een aparte groep nodig hebt.
Stop ook als je in oude vloeren zwarte lijmresten, oude bitumenlagen of zeil met een viltrug tegenkomt. In materiaal van voor 1994 kan asbest zitten, en dat mag je niet zelf droog schuren, bikken of opzuigen. Laat het bemonsteren en, als het inderdaad asbesthoudend is, door een gecertificeerd bedrijf verwijderen.
Is er meer aan de hand dan een oneffen oppervlak, dan is dat het derde moment om te bellen. Scheuren die doorlopen tot in de wanden, een vloer die zichtbaar doorbuigt of een kelder waar water door de vloer komt, raken de constructie of de waterdichting. Daar helpt een egaliseerlaag niets aan; die verbergt hooguit tijdelijk het signaal.
Werk op een balkon of galerij waarbij je de balustrade moet verwijderen of vlak langs een open rand moet werken, laat je over aan iemand met de juiste randbeveiliging. Werken op hoogte zonder steiger met leuning is het risico niet waard, hoe klein het stukje vloer ook is.