Voorstrijk voor behang: per ondergrond het juiste middel
Voorstrijk haalt de zuiging uit een muur, bindt los stof en zorgt dat de behanglijm niet meteen wordt weggezogen. Op vers stucwerk, gipsblokken en de meeste nieuwbouwmuren strijk je altijd voor, op een gladde geverfde muur die water afstoot meestal niet. Werk met een goed uitgedrukte blokwitter en niet met een verzadigde kwast, want druipsporen zie je later dwars door de muurverf heen. Concentraat verdun je voor stucwerk meestal met vier delen water, al gaat de verhouding op jouw bus voor. Door je latex meng je het niet.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Blokwitter van 12 of 14 cm, de brede blokkwast waarmee je lopers meteen wegstrijkt
- Verfroller met korte pool en een telescoopsteel voor grote vlakken
- Emmer van 10 liter met een afstrijkrooster
- Kwast van 3 cm voor hoeken, randen en achter leidingen
- Schuurplankje met schuurpapier korrel 180
- Spackmes of plakspaan van 8 cm
- Stofzuiger met borstelmond en een vochtige doek
- Afplaktape en afdekfolie voor plinten, kozijnen en vloer
- Stevige trap met platform of een rolsteiger voor de bovenrand
- Handschoenen en een spatbril
Materiaal
- Voorstrijkconcentraat om met water te verdunnen
- Gebruiksklare of gepigmenteerde voorstrijk voor een egale zuiging
- Diepgrond of fixeermiddel voor poederende en zanderige muren
- Kwartshoudende hechtprimer voor gladde, niet-zuigende ondergronden
- Watergedragen universele primer voor mdf, osb en spaanplaat
- Binnenvulmiddel voor gaatjes en beschadigingen
- Warm water met een scheutje verfreiniger voor oude lijmresten
- Spiritus voor verse spatten op glas en kunststof
Wat voorstrijken voor behangen oplevert
Voorstrijk doet drie dingen tegelijk. Het heft de zuiging van de ondergrond op, het verbetert de hechting en het zet een licht poederende muur vast. Dat is precies het voorwerk dat een wand nodig heeft voordat je aan het behangen van een kamer begint.
Zonder die voorbehandeling trekt een dorstige muur het water uit de lijm voordat die kans krijgt om te hechten. Het gevolg zie je pas de volgende ochtend: banen die bij de naden opkrullen en plekken die hol klinken als je erop tikt. Bij vers stucwerk, gipsblokken en kalkzandsteen is die zuiging fors. Voorstrijk in nieuwbouw is om die reden zelden verspilde moeite, ook al oogt een net opgeleverde wand strak en dicht.
Voorstrijk is meestal een acrylaatdispersie die in de poriën van de ondergrond trekt en daar een dun, samenhangend laagje achterlaat. Behangplaksel doet dat niet, want dat is een methylcellulosepreparaat dat op de muur blijft liggen in plaats van erin te dringen. Voor het vastzetten van een stoffige of licht zanderige wand is dat verschil bepalend.
Moet je voorstrijken bij behangen, of kun je die stap overslaan? Dat weet je in dertig seconden. Spetter met een natte spons wat water op de wand en kijk wat er gebeurt. Loopt het er meteen vanaf, dan is de ondergrond niet zuigend en voegt voorstrijken weinig toe. Trekt het binnen een paar tellen in en blijft er een donkere vlek staan, dan strijk je voor.
Doe die druppeltest op meerdere plekken in dezelfde muur: midden op het vlak, op een gerepareerd gat en langs een dichtgezette leidingsleuf. Juist de verschillen in zuiging binnen één wand geven later banenbontheid, en daar maakt voorstrijk het meeste verschil.
Diepgrond of voorstrijk, en wanneer je een hechtbrug nodig hebt
Diepgrond en voorstrijk worden in de bouwmarkt vaak door elkaar geadviseerd, en daar komen verkeerde keuzes uit voort. Diepgrond is een fixeermiddel dat een poederende of zanderige ondergrond verstevigt. Voorstrijk is bedoeld om de zuiging van bijvoorbeeld vers stucwerk terug te brengen, zodat lijm of verf overal even snel aantrekt.
Er bestaan combimiddelen die allebei doen, en op het etiket staan dan ook beide functies genoemd. Vraag je om voorstrijk en krijg je diepgrond mee, dan zit je op vers stucwerk meestal niet fout. Het middel is alleen waterdunner, dus het loopt sneller uit je kwast dan je lief is.
De derde categorie is de hechtbrug. Een betocontact voorstrijk is kwartshoudend, voelt na drogen aan als fijn schuurpapier en is gemaakt voor gladde ondergronden waar niets in trekt: glad gestort beton, oud tegelwerk, sierpleister en spackwerk. Zo'n voorstrijk met korrel geeft de volgende laag mechanisch houvast, want zuiging valt er niet op te bouwen.
Voorstrijk op spack werkt het beste in twee stappen. Eerst diepgrond om het losse spack vast te zetten, daarna een kwartshoudende hechtprimer als hechtlaag. Een gewone stucprimer op grof spack of sierpleister neemt de weinige zuiging die er nog was juist weg en levert nauwelijks hechting op. Gips hecht namelijk doordat het in de poriën wordt gezogen en daar tijdens het drogen kristallen vormt.
| Middel | Waarvoor het bedoeld is | Wanneer je het kiest | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Transparante voorstrijk | Zuiging opheffen en los stof binden | Vers stucwerk, gipsblokken, muren in nieuwbouw | Doet niets op een gladde muur waar het water vanaf loopt |
| Gepigmenteerde voorstrijk, vaak roze of blauw | Zuiging opheffen en zien waar je geweest bent | Grote vlakken en donkere ondergronden onder licht behang | Druipsporen tekenen zich af door een dunne afwerklaag |
| Diepgrond of fixeermiddel | Poederende en zanderige ondergronden vastzetten | Oud krijtend stucwerk, zandcement, verweerde muren | Waterdun, dus met een volle kwast krijg je meteen lopers |
| Betocontact of kwartshoudende hechtprimer | Mechanische hechting op een glad vlak | Beton, tegels, spackwerk, sierpleister | Overbodig en duur op een muur die toch al zuigt |
| Voorstrijk met korrel voor vloeren | Hechtbrug onder egaline en tegellijm | Gladde dekvloeren en bestaande tegelvloeren | Niet bedoeld voor wanden waar behang op moet |
| Combimiddel voor spackplafonds | Onregelmatige zuiging afsluiten en sterk pigmenteren | Spackplafonds die je in één afwerklaag wilt doen | Vaak alleen bij de vakhandel te koop |
| Met water verdunde muurverf | Lichte zuiging opheffen op een stabiele ondergrond | Gipsplaat en dunne afwerklagen van 1 tot 3 mm | Zet een zanderige of poederende muur niet vast |
| Isolerende primer | Doorslaande vlekken afsluiten | Nicotine, roet, watervlekken, houtinhoudstoffen | Voorstrijk isoleert niet, die vlekken komen gewoon terug |
Per ondergrond: wat je muur nodig heeft
De ondergrond bepaalt zowel het middel als de vraag of voorstrijken überhaupt zin heeft. Vers stucwerk en gipsblokken zuigen hard, gipsplaat nauwelijks, en een gladde latexmuur helemaal niet. Bij een eerder behangen wand telt vooral wat er nog aan lijm op zit.
Oude lijmresten zijn de meest onderschatte reden dat behang loslaat. Was ze eraf met warm water en een scheutje verfreiniger, want een opgedroogde lijmfilm hecht slecht en wordt onder verse lijm opnieuw week. Datzelfde speelt na het weghalen van oud vliesbehang, waar vaak nog een dun draagvlies op de muur achterblijft.
Op een muur die al eens geverfd is kijk je naar de staat van de verf. Zit de latex vast en stoot hij water af, dan schuur je hem mat, ontvet je hem en breng je geen voorstrijk aan. Krijt de laag af aan je hand of laat hij plaatselijk los, dan krab je alles wat loszit eraf en zet je de rest vast met diepgrond.
Zwaar en grof behang stelt hogere eisen aan het voorwerk, want die soorten trekken bij het drogen flink aan de ondergrond. Bij rauhfaser behang met zijn grove houtvezelstructuur en bij glasvezelweefsel zie je dat het duidelijkst: zit er los spack of krijtend stucwerk onder, dan komt dat gewoon mee omhoog.
Vloeren, zandcement en egaline
Bij vloeren heeft voorstrijken een ander doel dan bij wanden. Een zandcement vloer is poreus en stoffig, en giet je daar zonder voorbehandeling egaline op, dan trekt het aanmaakwater er zo snel uit dat de egaline verbrandt en poederig blijft. Zo'n vloer strijk je daarom in twee gangen voor: zuig hem eerst grondig af, breng dan een sterk verdunde laag aan als poriënsluiter en daarna een tweede laag onverdund.
Wil je op die egaline gaan tegelen, dan strijkt die laag ook nog een keer voor met een tegelvoorstrijkmiddel. Egaline heeft een fijne, gesloten toplaag die het water uit de tegellijm te snel opneemt, waardoor de lijm zijn kracht niet haalt. Breng het middel het liefst een dag van tevoren aan. De tegels zelf hoef je niet nat te maken, dat is een gewoonte uit de tijd dat er nog in cementmortel werd gelegd.
| Ondergrond | Voorstrijken nodig? | Welk middel | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Vers stucwerk | Ja | Voorstrijkconcentraat, 1 deel op 4 delen water | Pas als het vochtpercentage onder de vier procent zit |
| Gipsblokken en gipsbeton | Ja, sterk zuigend | Transparante of gepigmenteerde voorstrijk | Zuigt zo hard dat de laag binnen een uur mat kan zijn |
| Gipsplaat | Licht | Verdunde muurverf of transparante voorstrijk | Gipsplaat is niet mineraal, zwaar geschut is overbodig |
| Betonmuur, glad gestort | Ja, maar als hechtbrug | Kwartshoudende hechtprimer | Ontkistingsolie eerst wegnemen met een ontvetter |
| Beton ruw, cellenbeton | Ja | Voorstrijk, de eerste laag extra verdund | Twee dunne lagen werken beter dan één natte laag |
| Spackwerk en sierpleister | Ja, in twee stappen | Diepgrond, daarna een kwartshoudende hechtprimer | Losse spackpunten er eerst afsteken met een spackmes |
| Geverfde muur met vaste latex | Nee | Matschuren, ontvetten en stofvrij maken | Water dat eraf loopt betekent dat er geen zuiging is |
| Geverfde muur die afkrijt | Ja | Diepgrond of fixeermiddel | Eerst alles eraf krabben wat niet vastzit |
| Muur met oude behanglijmresten | Ja, na het wassen | Transparante voorstrijk | Lijmresten eraf met warm water en verfreiniger |
| Zandcement dekvloer | Ja | Eerste laag verdund, tweede laag onverdund | Eerst stofzuigen, anders bind je alleen het stof |
| Egaline | Ja, voor tegelwerk | Tegelvoorstrijkmiddel | Liefst een dag van tevoren aanbrengen |
| Mdf, osb en spaanplaat | Nee, primeren | Watergedragen universele primer | Muurvoorstrijk trekt in de vezels en sluit niet af |
Mdf, osb en spaanplaat vragen om primer, niet om voorstrijk
Muurvoorstrijk op plaatmateriaal is verspilde moeite. De dispersie trekt in de vezels, laat het oppervlak ruw en opgestaan achter en vormt geen gesloten laag. Voor mdf gebruik je grondverf, en dan een universele primer die zowel met watergedragen als met alkydverf overschilderbaar is. Op de bus staat dat als all-grund of als universele voorstrijk aangegeven.
De kopse kanten van mdf zijn het echte pijnpunt. Die zuigen als een spons en blijven ruw, hoeveel lagen je er ook op zet. Werk ze eerst bij met houtplamuur of een flinke laag primer, schuur na het drogen met korrel 240 en zet er dan een tweede laag op. Op de vlakke zijden is één laag primer met een lichte tussenschuurbeurt genoeg.
Bij osb platen en bij groene spaanplaat komt er iets bij. Het hout bevat harsen en kleurstoffen die door een gewone primer heen bloeden en na een paar weken gele tot bruine vlekken geven, dus daar hoort een isolerende primer op. Groene spaanplaat is ook nog eens vochtwerend geperst en heeft een wasachtige, gladde toplaag: eerst ontvetten en schuren met korrel 120, anders hecht er niets op.
Ga je mdf voorstrijken voor behangen, dan werkt deze volgorde. Vul eerst de naden en de schroefgaten, schuur dat vlak en breng daarna de primer aan. Pas op die gesloten laag komt een dun laagje verdunde behanglijm of transparante voorstrijk, zodat je de baan bij het aanbrengen van vliesbehang nog kunt schuiven zonder dat hij meteen vastgrijpt.
Verdunnen, mengen en de juiste verhouding
Of je voorstrijk moet verdunnen of niet hangt af van wat er in de bus zit. Concentraat verdun je voor stucwerk in de regel met vier delen water op één deel middel. Gebruiksklare voorstrijk verdun je niet, want die staat al op de juiste dikte en wordt met extra water te dun om nog iets vast te zetten.
Bij een extreem zuigende wand werkt twee keer dun beter dan één keer nat. Breng de eerste laag extra verdund aan zodat hij echt diep intrekt, laat die drogen en zet er daarna een normale laag op. Uit één zware natte laag krijg je vooral lopers en een glimmend vel dat aan de oppervlakte blijft liggen.
Voorstrijk mengen met verf hoor je regelmatig aanraden, meestal in de verhouding fiftyfifty met latex, en het is geen goed idee. Het mengsel wordt dikker en trekt daardoor minder ver in, terwijl het bindmiddel van de verf alsnog kan wegschieten in de zuigende laag eronder. De hechting wordt er niet beter van en je betaalt latexprijzen voor iets wat water ook doet. Hoe het voorwerk zich verhoudt tot de rest van de klus staat bij schilderen en behangen op een rij.
Voorstrijken met vijftien procent verdunde muurverf mag wel, maar alleen op een stabiele ondergrond die niet zandt of poedert. Denk aan gipsplaat of een dunne afwerklaag van één tot drie millimeter op een egale plaatondergrond. Op een minerale, gipsgebonden wand hoort echte voorstrijk, want die trekt in en fixeert waar verdunde verf aan de oppervlakte blijft.
Voorstrijken met behanglijm is de oude methode en op een stevige, licht zuigende muur werkt die nog steeds. Maak het plaksel dan dunner aan dan voor het plakken zelf en rol het uit met een roller. Op vers stucwerk kies je echte voorstrijk, want behanglijm dringt niet in de ondergrond en klontjes in het plaksel teken je later dwars door je behang heen af.
| Product | Verhouding | Waarvoor je die verhouding gebruikt |
|---|---|---|
| Voorstrijkconcentraat | 1 deel middel op 4 delen water | Vers stucwerk en andere minerale ondergronden |
| Voorstrijkconcentraat, eerste laag | 1 deel op 5 tot 6 delen water | Extreem zuigende gipsblokken en cellenbeton |
| Gebruiksklare voorstrijk | Onverdund | Normaal zuigend stucwerk en gipsplaat |
| Muurverf als voorstrijk | Ongeveer 15 procent water erbij | Stabiele gipsplaat en dunne afwerklagen |
| Behanglijm als voorstrijk | Ongeveer de helft van de normale plakverhouding | Stevige muur waar vliesbehang op komt |
| Voorstrijk mengen met verf | Geen enkele verhouding, ook geen fiftyfifty | Kost hechting en levert geen tijdwinst op |
| Diepgrond | Volgens de bus, meestal onverdund | Poederende en zanderige muren |
Maak nooit meer aan dan je in een dagdeel opmaakt, en meng voor één kamer alles in één keer aan. Verdunde voorstrijk gaat in een afgesloten emmer na een paar dagen zuur ruiken, en bij een gepigmenteerd middel voorkom je met één aanmaak kleurverschil tussen de wanden.
Aanbrengen met een blokwitter, een roller of de spuit
De blokwitter, die brede blokkwast van rond de twaalf centimeter, geeft je de meeste controle. Je drukt hem stevig uit tegen de rand van de emmer, zet hem op de muur en verdeelt het middel in kruisende halen. Loopt er toch een streep naar beneden, dan strijk je die onmiddellijk weg in plaats van eerst nog een baan ernaast te doen.
Precies daar gaat het met een roller op een telescoopsteel mis. Je staat te ver van je werk om te zien dat er een loper ontstaat, en tegen de tijd dat je hem opmerkt is hij al half opgedroogd. Werk je toch met een roller, neem er dan een met korte pool, rol hem goed uit op het rooster en houd de onderrand van de muur extra in de gaten.
Voorstrijk spuiten is bij grote oppervlakken een uitkomst, bijvoorbeeld als een heel huis gestuct wordt en er honderden vierkante meters voorbehandeld moeten worden. Een fijnspuitsysteem of een airless legt het middel snel en egaal neer. Er zitten twee nadelen aan: je verbruikt merkbaar meer materiaal, en je legt de voorstrijk op het stof in plaats van dat je het stof omrolt. Zuig de wanden daarom eerst af met een borstelmond, dan valt dat verschil weg.
Reken van tevoren uit hoeveel je nodig hebt, want halverwege bijkopen geeft bij een gepigmenteerd middel zichtbaar kleurverschil tussen de banen. Met onze rekenhulp voor verfhoeveelheid en verdunning bepaal je zowel het aantal liters als de verdunning die bij je spuit past.
Draai de afdekplaatjes van schakelaars en stopcontacten los in plaats van eromheen te frunniken, en zet de bijbehorende groep in de meterkast uit zolang die plaatjes eraf zijn. Je randen worden strakker en je hoeft achteraf geen opgedroogde spetters van je schakelmateriaal te bikken. Verder dan die groepenschakelaar hoef je in de meterkast niets aan te raken.
Boven schouderhoogte werk je vanaf een stevige opstelling. Voor de bovenrand van een wand, een plafond of een trapgat gebruik je een rolsteiger of een trap met platform, nooit een stoel of een plank tussen twee trappen. Bij spuiten draag je een masker met combinatiefilter en een spatbril, want de nevel blijft lang in de ruimte hangen en slaat overal neer.
Hoe lang moet voorstrijk drogen
De droogtijd op de bus loopt per merk flink uiteen, van één tot twee uur tot minimaal vierentwintig uur. Dat verschil zit in de samenstelling, maar zeker zo veel in de ondergrond en de temperatuur van de ruimte. Sterk zuigende gipsblokken zijn met een kachel erbij binnen twee uur klaar voor de volgende laag, terwijl hetzelfde middel op dicht stucwerk in een koude kamer een etmaal nodig heeft.
Je ziet en voelt wanneer het goed is. Droge voorstrijk is dof, voelt niet meer koud of kleverig en heeft bij een gepigmenteerd middel overal dezelfde kleur. Zolang er glimmende plekken zijn, zit daar te veel materiaal of is het daar simpelweg nog niet door.
Voor behangen neem je liever wat ruimer de tijd dan het minimum. Behanglijm brengt opnieuw water in, en op een laag die vanbinnen nog vochtig is kan het geheel gaan schuiven. Zeker bij zwaardere soorten als jute behang met een natuurlijke vezel, waarbij je flink wat lijm op de muur zet, is een nacht laten staan de veiligste keuze.
Een maximale droogtijd kennen deze producten niet. Je kunt het ene weekend voorstrijken en pas het volgende weekend behangen, stucen of verven, zolang je de minimumtijd maar respecteert. Houd de ruimte in die tussentijd wel stofvrij, want een voorgestreken wand is licht kleverig en vangt zaagstof en gipsstof gretig op.
Ga je na het voorstrijken verven in plaats van behangen, reken dan op minimaal twee lagen muurverf. Voorstrijk neemt de zuiging weg en dekt niet, ook een roze of blauw middel niet. In onze tabel met droogtijden per product zie je per laag hoe lang je moet wachten voordat je verder kunt.
| Situatie | Wachttijd voor muurverf | Wachttijd voor behang of stucwerk | Waar het van afhangt |
|---|---|---|---|
| Gipsblokken in een verwarmde ruimte | 1 tot 2 uur | 2 tot 4 uur | Zuigt zo snel dat de wand al mat oogt voor hij droog is |
| Vers stucwerk op kamertemperatuur | 4 tot 6 uur | Een nacht | Het stucwerk zelf moet eerst onder de vier procent vocht zitten |
| Gipsplaat met verdunde muurverf | 2 tot 4 uur | 4 tot 6 uur | Trekt weinig in en droogt vooral aan de lucht |
| Beton met kwartshoudende hechtprimer | 12 tot 24 uur | 24 uur | De korrel moet echt vastzitten voor je erop werkt |
| Ruimte kouder dan tien graden | Reken op het dubbele | Reken op het dubbele | Onder vijf graden helemaal niet aanbrengen |
| Vochtige ruimte zonder ventilatie | 24 uur | 24 uur | Raam open of een bouwdroger erbij zetten |
| Zandcement dekvloer onder egaline | Niet van toepassing | 12 tot 24 uur | Twee lagen, allebei apart laten drogen |
| Egaline onder tegellijm | Niet van toepassing | Liefst 24 uur | Aanbrengen op een stofvrij gezogen vloer |
Druipers, spetters en strepen wegwerken
Voorstrijk is waterdun, en dat merk je meteen als je met een te volle kwast begint. Er ontstaan lopers die vanaf de bovenrand naar beneden zakken en die als een dubbele laag opdrogen. Zo'n druipspoor blijft later door de muurverf heen zichtbaar, omdat de zuiging daar anders is dan op de rest van het vlak.
Voel eerst met je vlakke hand of de sporen boven het oppervlak uitkomen. Zit er reliëf in, schraap dat dan weg met een spackmes of plakspaan die je bijna plat houdt. Schuur daarna met korrel 180 om een schuurplankje gewikkeld, in draaiende bewegingen en niet met een velletje los in de hand. Zet de geschuurde plekken vervolgens opnieuw dun in de voorstrijk, anders zuigen ze straks weer anders dan hun omgeving.
Zijn de sporen niet meer te voelen maar wel te zien, dan houdt schuren op. Wat dan nog werkt is dekken: twee of drie dun uitgerolde lagen goed dekkende muurverf van een degelijk merk. Voorstrijk strepen verwijderen lukt op een spiegelglad vlak niet meer mechanisch, dus daar wint de afwerklaag het van het schuurpapier.
Spetters op vloeren, kozijnen en vensterbanken haal je het makkelijkst weg zolang ze nat zijn, met een vochtige doek. Zijn ze opgedroogd, dan valt spiritus tegen, want het middel is uitgehard en lost niet zomaar meer op. Wat wel werkt is een halfuur weken met heet water en een scheutje afwasmiddel, en daarna de spat wegsteken met een plamuurmes dat je bijna plat houdt. Op grote vlakken schiet een schuurmachine met afzuiging harder op dan handwerk.
Op kunststof en glas pak je het net iets anders aan. Kunststof verdraagt geen thinner of aceton, dus daar blijf je bij warm water, een kunststof schraper of een oud pasje, en een watje met spiritus voor de laatste film. Op glas haal je een scheermesje plat over de ruit. Voorstrijk vlekken verwijderen lukt zelden in één keer, dus werk in rondes en spoel tussendoor met schoon water.
Zet vloeren en plinten af met folie voordat je de emmer openmaakt. Dat kost je tien minuten en scheelt precies het uur schraapwerk dat opgedroogde voorstrijk verwijderen nu eenmaal kost.
Schuur niet zomaar in oude wand- en plafondplaten. In woningen van voor 1994 kan asbest zitten in harde plaatmaterialen langs plafonds, schachten en achter radiatoren. Weet je niet zeker waar je in schuurt, laat die plaat dan met rust en laat eerst onderzoeken wat het is.
Zo strijk je een muur voor voordat je gaat behangen
Een muur voorstrijken voor behangen gaat op stucwerk, gipsblokken en gipsplaat in deze volgorde.
-
Haal de muur leeg en was hem schoon
Schroeven en pluggen eruit, spinrag weg, en oude behanglijmresten eraf met warm water en een scheutje verfreiniger. Vetplekken bij lichtschakelaars en boven de bank neem je af met een ontvetter. Voorstrijk hecht niet op een lijmfilm of op vet, dus alles wat je nu overslaat komt later als losse baan terug.
-
Vul en vlak af wat beschadigd is
Zet gaatjes, scheurtjes en uitgebroken plekken dicht met een binnenvulmiddel en laat dat volledig drogen. Schuur de gevulde plekken vlak met korrel 180. Doe dit vóór het voorstrijken, want vulmiddel zuigt heel anders dan de muur eromheen en juist die overgangen zie je door dun behang heen.
-
Maak de wand echt stofvrij
Zuig de hele muur af met een borstelmond, van boven naar beneden, en neem hem daarna na met een licht vochtige doek. Breng je voorstrijk op een stoffige wand aan, dan bind je vooral het stof en niet de ondergrond, en zit je hele voorbehandeling los op de muur.
-
Doe de druppeltest en kies je middel
Spetter met een natte spons wat water op verschillende plekken. Zuigt het in, dan pak je voorstrijk. Poedert de muur af aan je hand, dan begin je met diepgrond. Loopt het water er direct af en is het vlak glad en dicht, dan heb je geen voorstrijk nodig maar hooguit een kwartshoudende hechtprimer.
-
Maak het middel aan in de juiste verhouding
Concentraat gaat voor stucwerk in de verhouding één deel middel op vier delen water. Roer het goed door en maak in één keer genoeg aan voor de hele kamer. Bij een gepigmenteerd middel voorkom je daarmee dat de ene wand net iets anders van kleur is dan de andere.
-
Plak af en zet de juiste groep uit
Plak plinten en kozijnen af en leg folie op de vloer. Draai de afdekplaatjes van schakelaars en stopcontacten los en zet die groep in de meterkast uit zolang ze eraf zijn. Werk je aan de bovenrand of in een trapgat, zet dan eerst een rolsteiger of een trap met platform neer in plaats van te reiken vanaf iets wat je bij de hand had.
-
Breng aan met de blokwitter, van boven naar beneden
Snijd eerst de hoeken en randen in met een kwast van drie centimeter en doe daarna het vlak in kruisende halen. Druk de blokwitter goed uit tegen de emmerrand, want een verzadigde kwast is de oorzaak van vrijwel elke druiper. Loopt er iets, strijk dat dan meteen uit en niet pas als de baan af is.
-
Laat drogen tot de muur dof en stofdroog is
Wacht bij behangen liever een nacht dan de twee uur die de bus soms noemt, want lijm brengt opnieuw water in. Houd de ruimte in de tussentijd stofvrij en ga er niet zagen of schuren. Voelt de wand nergens meer kleverig en glimt er niets meer, dan kun je de eerste baan uitzetten.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de eerste baan behang aanbrengt
Uit de praktijk
Diepgrond die bij de eerste veeg naar beneden liep
Vers gestucte muren werden met een blokkwast in de diepgrond gezet. Het middel bleek zo waterig dat het al bij de eerste haal naar beneden stroomde, en er stonden overal blauwe druipsporen in de wand. Schuren met korrel 180 leek niets uit te halen: de stuclaag was spiegelglad en er kwam geen materiaal meer af.
Wat hier hielp was eerst voelen in plaats van doorschuren. De sporen kwamen nergens boven het oppervlak uit, dus er viel mechanisch niets meer weg te halen. De druppeltest liet daarbij zien dat het water er zo van de wand af liep, wat betekende dat extra voorstrijk helemaal niet meer nodig was. Drie dun uitgerolde lagen goed dekkende muurverf maakten de sporen onzichtbaar. Beter was geweest om de blokwitter flink uit te drukken en elke loper meteen weg te strijken, en op zo'n gladde ondergrond had diepgrond sowieso niet gehoeven.
Opgedroogde spetters onder een nieuw stucplafond
Na het stucen van een plafond zaten de wanden eronder vol opgedroogde spetters voorstrijk. Die muren moesten nog gesausd worden, en de verwachting was dat spiritus die spatten wel zou oplossen. Dat viel zwaar tegen: het middel was uitgehard en liet zich niet meer wegvegen.
De combinatie die het karwei klaarde was heet water om de spatten te weken, een plakspaan om de dikkere druppels plat weg te steken en een schuurblok voor de rest. Op de grotere vlakken ging een schuurmachine met afzuiging een stuk sneller dan handwerk. De les die overblijft is simpel: spetters veeg je weg zolang ze nat zijn, en tien minuten folie ophangen voorkomt het hele probleem.
Stucprimer waar een hechtbrug had gemoeten
Op bestaand, grof spackwerk werd stucprimer gebruikt in plaats van een kwartshoudende hechtprimer, en daar werd overheen gestuct. Op zo'n gesloten pleisterlaag zit nauwelijks zuiging, en een gewone primer neemt het beetje dat er is nog verder weg. Gips hecht juist doordat het in de poriën wordt gezogen en daar tijdens het uitharden kristallen vormt.
In dit geval viel het mee doordat de ondergrond grof en ruw was en er met een gipsgebonden stuclaag op een hechtende basis was gewerkt. De nieuwe laag bleef zitten. Netter was geweest: eerst diepgrond over het spack om het vast te zetten en daarna een kwartshoudende hechtbrug. Laat een stucadoor die over jouw voorwerk gaat werken de ondergrond altijd eerst beoordelen, want wie eroverheen stuct neemt hem daarmee ook aan.
Voorstrijk mengen met latex, naast elkaar uitgeprobeerd
Het advies om voorstrijk fiftyfifty met latex te mengen kwam van een stucadoor die verder prima werk had geleverd. Op vers stucwerk zijn daarom drie varianten naast elkaar op de wand gezet: muurverf verdund met voorstrijk, muurverf verdund met water, en pure voorstrijk. Daarna kwamen er overal twee lagen muurverf overheen.
Het strakste resultaat, zonder banen en zonder bontheid, gaf de pure voorstrijk die met een roller was aangebracht. Het mengsel leverde geen zichtbaar voordeel op, terwijl het wel dikker is en dus minder ver in de ondergrond trekt. Het enige argument dat overeind bleef was zicht op je werk, en daarvoor bestaat gepigmenteerde voorstrijk die je gewoon kant en klaar koopt.
Veelgemaakte fouten
Voorstrijken op stucwerk dat nog te nat is
Vers stucwerk moet onder de vier procent vocht zitten voordat je er iets op aanbrengt, en dat meet je met een vochtmeter. Doe je het te vroeg, dan loop je kans op onthechting en op kleur- en banenbontheid in de afwerklaag. Een maand drogen is bij een normale binnenwand een reële richtlijn.
Diepgrond gebruiken op een gladde, dichte muur
Diepgrond is er om een poederende ondergrond vast te zetten. Op sierpleister, spackwerk of glad stucwerk waar het water vanaf loopt haalt het de laatste zuiging weg zonder er hechting voor terug te geven. Daar hoort een kwartshoudende hechtprimer, of helemaal niets.
Met een verzadigde kwast beginnen
Voorstrijk is dunner dan verf en een volle kwast geeft direct lopers. Die drogen op als een dubbele laag met een afwijkende zuiging, en dat teken je later af door je muurverf heen. Drukken tegen de emmerrand en meteen wegstrijken kost niets en voorkomt een middag schuurwerk.
Voorstrijk door de muurverf mengen
Het mengsel wordt dikker, trekt minder ver in en het bindmiddel van de verf kan alsnog wegschieten in de laag eronder. Onderzoek van verfleveranciers laat zien dat er geen verschil zit tussen voorstrijk of gewoon water als verdunning. Eerst voorstrijken, dan verven, is de volgorde die wel klopt.
Behanglijm gebruiken op vers stucwerk
Behangplaksel blijft op de muur liggen en dringt niet in de poriën, terwijl juist dat indringend vermogen is wat vers stucwerk nodig heeft. Komt er ook nog een klontje in het plaksel te zitten, dan teken je dat later af door je behang heen. Op een oude, stevige wand mag het, op nieuw stucwerk niet.
Muurvoorstrijk op mdf of osb
Plaatmateriaal heeft een gesloten primerlaag nodig, en die vormt muurvoorstrijk niet. De vezels staan op, het oppervlak blijft ruw en bij osb en spaanplaat bloeden de houtinhoudstoffen er dwars doorheen. Een watergedragen universele primer, en bij osb een isolerende, is hier de juiste keuze.
Spetters laten opdrogen
Een verse spat neem je met een vochtige doek in twee seconden weg. Diezelfde spat kost een dag later weken met heet water, wegsteken met een plamuurmes en naschuren. Loop tijdens het werk regelmatig met een emmer water en een doek langs je plinten en vensterbanken.
Voorstrijk zien als eerste verflaag
Ook een roze of blauw gepigmenteerd middel dekt niet, het geeft je alleen zicht op wat je gedaan hebt. Reken op minimaal twee lagen muurverf daarboven. Wie de tweede laag overslaat, ziet de zuigingsverschillen en de aanzetten er binnen een dag weer doorheen komen.
Veelgestelde vragen
Hoe lang moet voorstrijk drogen voor behangen?
Op de bus staat meestal één tot vier uur, en sommige merken houden vierentwintig uur aan. Voor behangen kun je beter een nacht wachten dan het minimum aanhouden, want behanglijm brengt opnieuw water in de wand. De laag is goed als hij dof is, nergens meer kleverig aanvoelt en overal dezelfde kleur heeft. Blijven er glimmende plekken staan, dan zit daar te veel materiaal en is dat plaatselijk nog niet door.
Hoe lang na voorstrijk schilderen?
Op vers stucwerk bij kamertemperatuur kun je na vier tot zes uur beginnen met de eerste laag muurverf, op sterk zuigende gipsblokken met een warmtebron erbij vaak al na twee uur. Is het kouder dan tien graden, verdubbel dan die tijd. Reken daarna op twee lagen latex: voorstrijk voor latex is een hechtlaag en geen dekkende laag. Eén laag over voorstrijk laat de aanzetten en de zuigingsverschillen gewoon doorschemeren.
Is er een maximale tijd tussen voorstrijk en verven?
Nee. Voorstrijk en latex hebben geen maximale droogtijd, dus je kunt het ene weekend de wanden voorstrijken en pas het volgende weekend verven of behangen. Je hoeft de klus dus niet in drie aaneengesloten dagen te persen. Wat je wel doet, is de ruimte in die tussentijd stofvrij houden. Een voorgestreken wand is licht kleverig, en zaag- of gipsstof dat zich erin nestelt zit straks ónder je afwerklaag.
Heeft voorstrijk op geverfde muren zin?
Dat hangt van de staat van de verf af. Zit de latex vast, glimt hij en loopt water er bij de druppeltest gewoon vanaf, dan strijk je niet voor maar schuur je de wand mat, ontvet je hem en maak je hem stofvrij. Geeft de laag krijtwit af aan je hand of bladdert hij plaatselijk, dan krab je alles wat los zit eraf en zet je de rest vast met diepgrond. Op een gave, gesloten verflaag blijft het middel als een filmpje bovenop liggen en voegt het niets toe.
Kun je voorstrijken met behanglijm?
Op een oude, stevige en licht zuigende wand kan dat prima. Maak het plaksel dan dunner aan dan voor het plakken zelf en rol het uit met een roller, zodat er geen klonten op de muur achterblijven. Op vers stucwerk kies je echte voorstrijk vanwege het indringend vermogen. Let ook op de lijmsoort: vlieslijm is te dun voor glasvezelweefsel, terwijl je met glasvezellijm wel vliesbehang kunt plakken. Wie later aan het verwijderen van glasvezelbehang toe is, merkt dat een goed voorgestreken muur het weefsel makkelijker loslaat.
Moet je egaline voorstrijken voordat je gaat tegelen?
Ja, met een tegelvoorstrijkmiddel, en het liefst een dag voordat je begint. Egaline heeft een fijne, gesloten toplaag die het aanmaakwater te snel uit de tegellijm trekt, waardoor de lijm zijn hechtkracht niet haalt. Zuig de vloer eerst stofvrij, breng het middel dun aan en laat het volledig drogen. De tegels zelf hoef je vooraf niet nat te maken, dat is een gewoonte uit de tijd dat er nog in cementspecie werd gelegd.
Moet je beton voorstrijken voordat je behangt?
Dat verschilt per soort beton. Ruw beton en cellenbeton zuigen goed en die behandel je met gewone voorstrijk, waarbij je de eerste laag extra verdunt zodat hij diep intrekt. Glad gestort beton zuigt niet en is bovendien vaak vervuild met ontkistingsolie: eerst ontvetten, daarna een kwartshoudende hechtprimer. Een betonnen muur voorstrijken doe je verder altijd in twee dunne lagen, want één natte laag blijft aan de oppervlakte staan en geeft lopers.
Welke voorstrijk gebruik je op mdf?
Geen muurvoorstrijk, maar een watergedragen universele primer of grondverf. Kies er een die zowel met acryl- als met alkydverf overschilderbaar is, dan zit je bij de aflaklaag nooit vast. Gebruik nooit houtlijm of een restje voorstrijk voor beton als noodoplossing, want dat sluit de vezels niet af. De kopse kanten krijgen twee lagen met een tussenschuurbeurt op korrel 240, en op de vlakke zijden is één laag genoeg. Wat in de bouwmarkt als voorstrijk voor mdf in het schap staat, is dan ook vrijwel altijd gewoon universele grondverf.
Waarom is voorstrijk roze of blauw?
De kleur zit erin zodat je op een grote, egale wand kunt zien waar je al geweest bent. Roze voorstrijk en blauwe diepgrond werken verder precies hetzelfde als de transparante varianten. Het nadeel is dat een druiper of een dubbele haal ook meteen zichtbaar wordt, wat overigens eerlijk is: die plek zuigt straks echt anders. Zie de kleur niet aan voor dekking, want er komen altijd nog minimaal twee lagen muurverf overheen.
Hoe lang is voorstrijk houdbaar?
Een ongeopende bus gaat bij koele, vorstvrije opslag meestal twaalf tot vierentwintig maanden mee. Vorst is de grote spelbreker: een acrylaatdispersie die bevroren is geweest schift en is daarna onbruikbaar, ook al ziet hij er na roeren weer redelijk uit. Een aangebroken bus sluit je goed af en gebruik je binnen een jaar op. Verdund aangemaakte voorstrijk bewaar je hooguit een paar dagen, want die gaat zuur ruiken en kan gaan schimmelen.
Hoe krijg ik opgedroogde voorstrijk van kunststof en glas af?
Week de spatten eerst een halfuur met heet water en wat afwasmiddel. Voorstrijk verwijderen van kunststof kozijnen en plinten doe je daarna met een kunststof schraper of een oud pasje, en de laatste film pak je met een watje spiritus. Voorstrijk verwijderen met spiritus werkt alleen op die dunne film en op verse spatten, want uitgehard materiaal lost er niet meer in op. Gebruik op kunststof geen thinner of aceton, want die maken het oppervlak dof en ruw. Op glas werkt een scheermesje dat je plat over de ruit haalt het snelst. Voorstrijk schoonmaken lukt zelden in één ronde, dus herhaal het en spoel tussendoor met schoon water.
Moet je schuren na voorstrijk?
Op glad stucwerk is dat niet nodig. Voorstrijk schuren doe je alleen als er vezels of stofnesten zijn opgestaan, als er stof is meegebonden of als er druipsporen zitten die je nog kunt voelen. Gebruik dan korrel 180 tot 220 om een schuurplankje, in draaiende bewegingen, en zuig de wand daarna weer stofvrij. Schuur niet door tot op de kale ondergrond, want die plek zuigt dan opnieuw en moet je bijstrijken. Op mdf en ander plaatmateriaal is een lichte tussenschuurbeurt met korrel 240 wel gebruikelijk.
Wanneer je beter een vakman belt
Voorstrijken is werk dat je bijna altijd zelf doet. Het is goedkoop materiaal, het gereedschap kost weinig en de fouten die je maakt zijn met schuren en een extra laag verf te herstellen. Er zijn wel een paar situaties waarin je beter iemand belt.
De eerste is vocht dat niet weg wil. Blijft stucwerk na weken nat, komen er kringen terug of ziet de onderkant van een muur er anders uit dan de rest, dan heb je te maken met optrekkend of doorslaand vocht. Voorstrijk sluit dat niet af en behang erop is weggegooid geld, dus laat eerst de oorzaak onderzoeken.
De tweede is asbest. In woningen van voor 1994 kan het in harde wand- en plafondplaten zitten, en schuren of boren is dan precies wat je niet moet doen. Laat het materiaal onderzoeken en het verwijderen over aan een gecertificeerd bedrijf.
De derde is werken op hoogte. Een trapgat, een vide of een hoog plafond vraagt om een rolsteiger of een goede steigeropstelling. Kun je die niet veilig plaatsen, laat het werk dan doen door iemand die dat materieel wel heeft.
Verder is er de meterkast: het uitzetten van een groep om afdekplaatjes los te draaien doe je zelf, alles achter de hoofdzekering laat je aan een installateur. En laat je een stucadoor over jouw voorbehandeling werken, laat hem de ondergrond dan eerst beoordelen en goedkeuren. Wie eroverheen stuct, neemt die ondergrond aan.