Krachtstroom en perilex aansluiten
Een perilex stopcontact ziet er overal hetzelfde uit, maar wat erachter zit verschilt per huis: drie fasen van 400 volt, een kookgroep van 2x230 volt, of een ventilatiepunt waar alleen 230 volt op staat. Welke functie op welke pen zit is nergens voorgeschreven, dus je meet eerst en monteert daarna pas de stekker. Voor een kookplaat volg je het aansluitschema op het apparaat zelf en houd je elke fase bij zijn eigen nul, want twee nullen op één ader is de meest gemaakte en de gevaarlijkste fout.
Alle gidsen over krachtstroom & perilex
Perilex aansluiten 2 fase
Perilex aansluiten op 2 fase begint met een multimeter, niet met een schroevendraaier. Meet je tussen de twee stroomvoerende polen…
2 fasen perilex stekker aansluiten 4 draden
Bij een kookgroep op twee fasen sluit je een snoer met vier draden zo aan: de ene fase op pen…
Perilex verlengsnoer
Een perilex verlengsnoer is soepel rubbersnoer van 5 x 2,5 mm2 met aan de ene kant een perilex stekker en…
Wat er achter een perilex stopcontact kan zitten
Een perilex stopcontact heeft vijf pennen en past maar op één manier, waardoor het lijkt alsof er overal hetzelfde achter zit. Dat is niet zo. Achter dezelfde doos kan een krachtgroep van drie fasen zitten, een kookgroep van 2x230 volt, of een ventilatieaansluiting zonder enige 400 volt, en dat verschil bepaalt alles wat daarna komt.
Daarom begint deze klus met vaststellen wat je hebt, net als bij de meeste onderwerpen op onze wegwijzer voor elektra in huis. Een krachtgroep heeft drie fasen, een nul en een aarde. Tussen twee fasen meet je ongeveer 400 volt, tussen elke fase en de nul ongeveer 230 volt.
Een kookgroep is iets anders. Dat zijn twee losse groepen van 230 volt met elk een eigen automaat van 16 ampere en elk een eigen nul. Die aansluiting zit in heel veel keukens, ook in woningen met een enkelfase huisaansluiting van 1x35 ampere. Op de perilex doos worden dan twee fasepennen gebruikt en wordt van een derde pen een tweede nul gemaakt.
De derde variant is de perilex voor mechanische ventilatie op zolder. Daar hangen alle pennen aan dezelfde fase van één gewone groep: één ader die altijd spanning heeft en twee aders die vanaf de driestandenschakelaar in de keuken geschakeld worden.
| Soort aansluiting | Wat er op de pennen staat | Waar je hem tegenkomt | Waar hij voor bedoeld is |
|---|---|---|---|
| Krachtgroep 3x400V, vijf polen | Drie fasen, nul en aarde, 400 volt tussen de fasen onderling | Schuur, garage, werkplaats, woning met 3x25 ampere | Machines, driefasen fornuis, laadpaal, zware afzuiging |
| Kookgroep 2x230V | Twee fasen met elk een eigen nul, plus aarde | Keuken, ook bij een huisaansluiting van 1x35 ampere | Kookplaat of fornuis tot ongeveer 7360 watt |
| Perilex voor ventilatie | Eén vaste fase, twee geschakelde aders, nul en aarde, alles 230 volt | Zolder of berging, naast de ventilatiebox | Mechanische ventilatie met een driestandenschakelaar |
| Perilex met maar drie aders | Eén fase, nul en aarde, de overige pennen niet aangesloten | Keuken waar ooit iets zwaarders hing | Een enkel apparaat van 230 volt |
| Rode CEE-contactdoos | Drie fasen, nul en aarde, in 16 of 32 ampere | Werkplaats, bouwplaats, camping, buitenopstelling | Zware machines en tijdelijke voedingen |
Krachtstroom met vier polen of vijf polen
Een krachtstroom stekker 4 polig heeft drie fasen en een aarde, verder niets. Een krachtstroom stekker 5 polig heeft daar de nul bij. Die ene extra pen bepaalt of je in het apparaat ook 230 volt kunt maken, want 230 volt ontstaat tussen een fase en de nul.
Een motor heeft die nul niet nodig. De drie fasen leveren onderling 400 volt en de drie stromen heffen elkaar op, waardoor de kring rond is zonder aparte terugweg. Krachtstroom zonder nul is bij een zuivere motorbelasting dus geen probleem, en daarom zit op oudere machines nog vaak een 4 polige stekker. Zodra er een besturing, een lampje, een magneetschakelaar of een koelventilator van 230 volt in zit, heb je de nul wel nodig.
Daarmee ligt ook vast welke kant een verloop op kan. Een verloopstekker krachtstroom 5 naar 4 polig is niets anders dan drie fasen en de aarde doorverbinden en de nulpen leeg laten. Andersom kan niet, want in een 4 polige contactdoos zit geen nul om te gebruiken.
Op ouder materiaal staat 380V en 220V waar nu 400V en 230V staat. Dat is hetzelfde net onder een andere naam, dus de draden van een 4 polige 380V stekker aansluiten gaat precies zoals hieronder beschreven. Let bij aansluiten van een 380V stekker 5 polig of 4 polig wel op de stroom: perilex en de gangbare krachtstroomdozen zijn gemaakt voor 16 ampere per pen, en wie meer nodig heeft gaat naar een rode CEE-doos van 32 ampere met bijbehorende kabel en beveiliging.
| Kenmerk | Vierpolige krachtstroomstekker | Vijfpolige krachtstroomstekker |
|---|---|---|
| Wat er op de pennen zit | L1, L2, L3 en aarde | L1, L2, L3, nul en aarde |
| Spanning die je kunt gebruiken | Alleen 400 volt tussen de fasen | 400 volt tussen de fasen en 230 volt naar de nul |
| Waar hij voor bedoeld is | Motoren zonder eigen besturing, oudere machines | Alles wat naast 400 volt ook 230 volt nodig heeft |
| Kabel | Vier aders, bijvoorbeeld 4 x 2,5 mm2 | Een 5-aderige kabel, bijvoorbeeld 5 x 2,5 mm2 |
| Verloop mogelijk | Naar vijf polen niet, er is geen nul beschikbaar | Naar vier polen altijd, de nulpen blijft leeg |
| Aanduiding op oude klemmen | R, S en T met een losse aardklem | R, S, T en Mp of N |
Krachtstroom kleuren en perilex kleuren: wat vaststaat
Bij de kleuren liggen maar twee dingen echt vast. Geel-groen is aarde en niets anders, en blauw is de nul. De rest is gewoonte: in een moderne 5-aderige kabel is bruin L1, zwart L2 en grijs L3. Die volgorde is handig omdat vrijwel iedereen hem aanhoudt, maar je kunt er niet blind op varen.
Bij een kookgroep wordt het rommeliger, want je hebt twee fasen en twee nullen nodig terwijl er maar één blauwe ader in de kabel zit. In de praktijk wordt grijs dan de tweede nul. Markeer die ader aan beide uiteinden met blauwe tape, zodat de volgende niet aanneemt dat er een fase op staat. Welke kabel bij welke groep en belasting hoort, zoek je op in onze kabelkiezer per groep en doorsnede.
Oude kleuren krachtstroom zijn een verhaal apart. In distributiekabel die je tweedehands meekrijgt, bijvoorbeeld het type met aluminium of gevlochten mantel, zijn rood, geel en blauw de fasen en is geel-blauw de nul. Die codering hoort in het net van de netbeheerder en niet in een woning. Zo'n kabel omlabelen is geen oplossing, want de volgende monteur leest de kleuren en niet jouw tape.
De aardedraad gebruik je nooit voor iets anders. Heb je hem niet nodig, dan isoleer je hem aan beide kanten of knip je hem aan beide kanten af, maar je maakt er geen fase of nul van. Dat is een van de weinige regels zonder uitzondering.
| Ader | In een krachtgroep van 3x400V | In een kookgroep van 2x230V | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| Geel-groen | Aarde | Aarde | Uitsluitend aarde, ook als je hem verder niet nodig hebt |
| Blauw | Nul | Eerste nul | Wordt blauw toch een fase, markeer hem dan bruin aan beide kanten |
| Bruin | L1 | Eerste fase | In een ventilatiedoos meestal de ader die altijd spanning heeft |
| Zwart | L2 | Tweede fase | In schakelbedrading is zwart juist vaak een geschakelde draad |
| Grijs | L3 | Tweede nul | Markeer hem met blauwe tape zodra hij als nul dienst doet |
| Rood, geel en blauw met geel-blauw | Fasen en nul in distributiekabel | Niet toepassen | Hoort bij het net van de netbeheerder, niet in een huisinstallatie |
Een perilex stekker aansluiten op een kookgroep van 2x230 volt
Dit is veruit de meest gestelde vraag rond perilex aansluiten, en het antwoord staat op het apparaat zelf. Achter op elke kookplaat en elk fornuis zit een rijtje aansluitschema's met daarbij welke bruggen tussen de klemmen horen. Zoek het schema dat bij jouw groep past en houd dat aan, ook als een ander schema er logischer uitziet. In de aparte gids over een kookplaat aansluiten op twee fasen lopen we die schema's een voor een door.
Het klemmenblok achter op de plaat is genummerd van 1 tot en met 5, met een aparte aardklem. Klem 1, 2 en 3 zijn de fasen, klem 4 en 5 de nullen. Af fabriek liggen er bruggen tussen, en die bruggen bepalen samen met jouw bedrading welk schema je uiteindelijk krijgt.
Krijg je een plaat binnen met een snoer van maar vier aders terwijl er in de keuken twee nullen liggen, dan loopt het op dit punt vast. De oplossing is niet de nullen samenvoegen maar het snoer vervangen, en hoe je dat aanpakt staat bij een kookplaat met vier aders op een tweefasen groep.
Voor een Nederlandse kookgroep gebruik je twee fasen en twee gescheiden nullen. De ene fase komt op klem 1, de andere op klem 2 met een brug naar klem 3. De eerste nul gaat op klem 4, de tweede op klem 5, en de fabrieksbrug tussen 4 en 5 haal je eruit. Zo houdt elke groep zijn eigen retourdraad.
Laat je die brug zitten, dan kan bij een onderbroken nul de volle 32 ampere van beide groepen door één ader van 2,5 mm2 lopen. Op die stroom is geen enkele beveiliging berekend, want elke automaat ziet alleen zijn eigen 16 ampere. Zo wordt een kookaansluiting warm zonder dat er iets uitschakelt.
Welke fase op welke klem komt maakt op zichzelf niet uit, zolang je elke fase bij zijn eigen nul houdt. Zitten de twee automaten van je kookgroep achter verschillende aardlekschakelaars, dan is dat koppel wel belangrijk: bij een verwisseling vallen er straks twee aardlekschakelaars tegelijk uit en ligt je halve huis stil. Reken voor de zekerheid ook even na of het apparaat past, want twee groepen van 16 ampere leveren samen 2 x 230 x 16 is 7360 watt. Met de rekenhulp voor vermogen per groep zie je in één oogopslag of je daaronder blijft.
| Schema op het apparaat | Wat je aansluit | Bruggen op het klemmenblok | Waar dit op past |
|---|---|---|---|
| 1N~ 230V | Eén fase, één nul en aarde | Brug tussen 1, 2 en 3, en brug tussen 4 en 5 | Gewone groep van 16 ampere, tot ongeveer 3680 watt |
| Twee fasen met twee nullen | Twee fasen die elk hun eigen nul houden | Brug tussen 2 en 3, geen brug tussen 4 en 5 | De Nederlandse kookgroep van 2x230V |
| 2N~ 400V | Twee fasen en één gedeelde nul | Brug tussen 2 en 3, brug tussen 4 en 5 | Twee fasen van een krachtgroep, niet op een kookgroep |
| 3N~ 400V | Drie fasen en een nul | Geen brug tussen 1, 2 en 3, wel tussen 4 en 5 | Krachtgroep van 3x400V |
| 3~ 400V | Drie fasen en aarde, zonder nul | Geen bruggen tussen de fasen | Machines en motoren, vrijwel nooit een kookplaat |
Doormeten: welke pen is wat en welke nul hoort bij welke fase
Krachtstroom meten met een multimeter is geen kunststuk, maar het vraagt wel om een meter die daarvoor gemaakt is. Neem er een die minimaal CAT III 600 volt aankan en waarvan de meetsnoeren onbeschadigd zijn. Een fasetester met een lampje vertelt je alleen dat er ergens spanning staat, en bij vijf pennen is dat te weinig informatie.
De basismetingen zijn kort. Tussen een fase en de nul hoort ongeveer 230 volt te staan, tussen twee fasen ongeveer 400 volt, tussen een fase en de aarde eveneens ongeveer 230 volt, en tussen nul en aarde vrijwel niets. Meet je tussen twee pennen 0 volt terwijl je 400 verwachtte, dan komen die twee fasen uit dezelfde fase van de meterkast. Bij een kookgroep in een woning met één fase is dat volkomen normaal.
De vraag die het vaakst fout gaat is welke nul bij welke fase hoort. Dat zoek je niet uit met een meting tussen twee willekeurige pennen, want een afgeschakelde nul geeft rare tussenwaarden waar je niets aan hebt. Schakel in plaats daarvan de hele kookgroep uit en zet daarna één automaat tegelijk in. Het paar dat samen spanning krijgt, hoort bij elkaar.
Noteer die uitkomst meteen op een stukje tape in de doos, want een uur later weet je het niet meer. Schroef vervolgens met de groep uit: spanningsvrij maken, controleren dat het echt spanningsvrij is en dan pas de kap open. Die volgorde is de reden dat dit werk zich rustig laat doen.
| Meting | Krachtgroep 3x400V | Kookgroep uit twee fasen | Kookgroep uit één fase | Ventilatiedoos |
|---|---|---|---|---|
| Fase naar nul | Ongeveer 230 volt | Ongeveer 230 volt | Ongeveer 230 volt | 230 volt op de vaste ader |
| Fase naar fase | Ongeveer 400 volt | Ongeveer 400 volt | 0 volt | 0 volt tussen de standen onderling |
| Fase naar aarde | Ongeveer 230 volt | Ongeveer 230 volt | Ongeveer 230 volt | Ongeveer 230 volt |
| Nul naar aarde | Vrijwel 0 volt | Vrijwel 0 volt | Vrijwel 0 volt | Vrijwel 0 volt |
| Eén automaat uitgeschakeld | Eén fase valt weg | Een fase en zijn eigen nul vallen samen weg | Een fase en zijn eigen nul vallen samen weg | De hele doos valt weg |
Van perilex naar een gewoon stopcontact of een gewone stekker
De nieuwe kookplaat heeft een gewone geaarde stekker en in de keuken hangt een perilex doos. Dat komt vaak voor, want een moderne inductieplaat van 3600 watt past prima op één groep. Perilex omzetten naar normaal 230 volt kan op vier manieren, en die verschillen vooral in hoe makkelijk je later weer terug kunt.
De eenvoudigste route is de stekker van het apparaat vervangen door een perilex stekker waarin je alleen de fase, de nul en de aarde aansluit. De installatie blijft dan volledig intact en over vijf jaar hangt er zonder hakwerk weer een zware plaat. Je garantie verlies je hier niet mee: een stekker vervangen mag, net zoals je een beschadigd snoer mag vervangen.
Wil je juist een gewoon stopcontact op die plek, dan vervang je de wandcontactdoos. Bij een opbouwdoos gaat dat rechtstreeks. Bij inbouw loop je tegen de maat aan, want een perilex zit in een grotere inbouwdoos dan een gewone wandcontactdoos, dus je hebt een verloopring nodig of je vervangt de doos. De aders die je niet gebruikt koppel je aan beide kanten los en isoleer je, dus ook in de meterkast, met een label erbij.
Een perilex verloopstekker of perilex adapter 230v is de derde route en die is kant en klaar te koop. Op zichzelf veilig, zolang het ding één fase met de nul pakt. Maak zo'n verloop nooit zelf met twee fasen erin, want dan zet je 400 volt op een apparaat dat 230 volt verwacht en is het binnen een seconde stuk. Voor een klein apparaat met een eurostekker zonder aardcontact heeft een verloop van perilex naar eurostekker geen zin: dat ding hoort in een gewoon stopcontact.
De vierde route is een lasdoos. Je brengt de vijf aders netjes op klemmen binnen, gaat met fase, nul en aarde verder naar de nieuwe wandcontactdoos en laat de rest afgedopt en gelabeld achter. Dat is de nette oplossing als de kabel toch een stuk verlegd moet worden, en de enige manier waarop je later zonder sloopwerk terug kunt naar perilex.
| Route van perilex naar 230 volt | Wanneer dit de beste keuze is | Waar je op moet letten |
|---|---|---|
| Perilex stekker op het nieuwe apparaat, drie aders bedraad | Je wilt de installatie ongemoeid laten | Meet welke pen fase is en welke nul, en gebruik adereindhulzen |
| Perilex contactdoos vervangen door een geaarde wandcontactdoos | Opbouwdoos, en hier komt nooit meer iets zwaars te hangen | Bij inbouw is een verloopring nodig en de groep moet worden aangepast |
| Kant-en-klare perilex verloopstekker naar 220 volt | Tijdelijk, of voor een apparaat dat je regelmatig verplaatst | Eén fase met de nul, nooit zelf twee fasen doorverbinden |
| Lasdoos met vijf klemmen en vandaar verder | De kabel moet toch verlengd of verlegd worden | De doos bereikbaar houden en met een label aangeven wat er ligt |
| De groep in de meterkast ombouwen naar één fase | Er komt hier gegarandeerd nooit meer een kookplaat | Werk voor iemand met kennis van zaken, aders aan beide zijden afdoppen |
Perilex voor mechanische ventilatie is geen krachtstroom
Op zolder zit bij veel woningen een perilex doos voor de ventilatiebox. Dat ziet er zwaar uit, maar er staat nergens 400 volt op. Alle pennen hangen aan dezelfde fase van één gewone lichtgroep of keukengroep.
Het perilex ventilatie aansluitschema werkt zo: de bruine ader heeft altijd spanning en houdt de box in stand 1. De twee andere fasepennen zijn geschakelde aders die vanaf de driestandenschakelaar in de keuken komen, één voor stand 2 en één voor stand 3. Daarnaast lopen de nul en de aarde mee. Een oude wisselstroombox heeft per stand een eigen wikkeling, en die standen mogen nooit tegelijk spanning krijgen.
Vervang je zo'n box door een zuinige gelijkstroomversie, dan zijn er twee wegen. Veel modellen zijn met perilex leverbaar, bijvoorbeeld de Itho CVE-S eco fan en de ComfoFan Silent, en die wissel je een op een om. Heeft jouw nieuwe box een gewone stekker, dan zet je er een perilex stekker op met alleen bruin, blauw en geel-groen bedraad, of je vervangt de doos door een geaard stopcontact.
Bij die tweede route is er één valkuil. Sluit je de nieuwe box aan op een van de geschakelde aders, dan draait hij alleen in die stand en staat hij verder stil. Neem de ader die permanent spanning heeft en regel het toerental via de bediening van de box zelf. Noteer daarna op de doos aan welke groep dit punt hangt, want een ventilatiepunt zit vaak aan de keukengroep en dat zoekt later niemand meer uit.
| Ader in de ventilatiedoos | Functie | Wanneer er spanning op staat |
|---|---|---|
| Bruin | Vaste fase | Altijd, ook als de schakelaar op stand 1 staat |
| Zwart, eerste | Stand 2 | Alleen als de driestandenschakelaar op stand 2 staat |
| Zwart, tweede | Stand 3 | Alleen als de driestandenschakelaar op stand 3 staat |
| Blauw | Nul | Altijd verbonden |
| Geel-groen | Aarde | Altijd verbonden |
Perilex verlengen zonder er een noodgreep van te maken
Het snoer van een tweedehands fornuis is net te kort, en dan is de eerste gedachte om er een stuk aan te zetten. Doe dat niet met een kroonsteentje in een keukenkastje. Die verbinding ligt los, is later niet meer te controleren en draagt wel de volle stroom van de kookgroep.
Er zijn drie nette oplossingen. De eerste is de contactdoos verplaatsen: vanaf de oude positie leg je een 5-aderige kabel van 2,5 mm2 naar de nieuwe plek, in een buis of op zijn minst vastgezet, bijvoorbeeld achter de plint langs. De tweede is een lasdoos op de oude plek, met vijf klemmen en bereikbaar. De derde is een verlengsnoer, en daar zitten voorwaarden aan die we uitwerken in de gids over een perilex verlengsnoer maken en gebruiken.
Een perilex verlengkabel is bedoeld voor een machine die je af en toe verplaatst, niet als vaste verbinding achter een ingebouwd fornuis. Neem er een met een rubberen mantel van 5 x 2,5 mm2, houd hem zo kort als het kan en rol hem helemaal af voor gebruik. Opgerold op een haspel loopt 16 ampere merkbaar warm.
Ga je verder dan een meter of vijfentwintig, richting een schuur of werkplaats, dan wordt de spanningsval merkbaar en stap je over op 4 mm2. Wat je in jouw geval precies nodig hebt, hangt af van lengte en belasting samen, en dat zoek je op in de tabel met doorsnedes per lengte en stroom.
| Situatie | Wat je doet | Materiaal |
|---|---|---|
| Het aansluitsnoer van het fornuis is een halve meter te kort | Het hele aansluitsnoer vervangen door een langer exemplaar | Aansluitsnoer 5 x 2,5 mm2 in de juiste lengte |
| De contactdoos zit op de verkeerde plek in de keuken | De contactdoos verplaatsen vanaf de bestaande positie | Vaste kabel 5 x 2,5 mm2 in buis of achter de plint |
| Machine in de schuur die je af en toe verplaatst | Een verlengsnoer gebruiken en dat helemaal afrollen | Rubbersnoer 5 x 2,5 mm2 met stekker en koppeling |
| Meer dan vijfentwintig meter naar een schuur of werkplaats | Vaste kabel leggen met een grotere doorsnede | Grondkabel 5 x 4 mm2, in zand met afdekband erboven |
| De kabel moet onderweg verbonden worden | Een lasdoos plaatsen die bereikbaar blijft | Lasdoos met vijf klemmen, passend bij de doorsnede |
Krachtstroom aanleggen vanuit de meterkast
Perilex aansluiten meterkast is eigenlijk twee verschillende klussen. Heb je al een driefasen huisaansluiting, dan komt er een groep bij en trek je een kabel. Heb je één fase, dan moet eerst de aansluiting zelf veranderen en dat gaat niet buiten de netbeheerder om.
Voor een echte krachtgroep heb je in de kast een vierpolige hoofdschakelaar nodig, een vierpolige aardlekautomaat van 16 ampere met 30 milliampere aardlekbeveiliging, en een kabel met vijf aders naar de contactdoos. Een motorbeveiligingsschakelaar of werkschakelaar hoort daar niet in de plaats van: die schakelt en beveiligt de motor, maar beveiligt jouw leiding niet.
De omzetting van 1x35 ampere naar 3x25 ampere vraag je aan bij de netbeheerder. Die vervangt de meter en sluit de twee ongebruikte aders van de aansluitkabel aan. Het werk in je eigen kast laat je doen of doe je zelf, en een erkend installateur kan dat gereedmelden. Zonder gereedmelding volgt meestal een keuring, en die is duurder dan het werk.
Alles wat vóór de hoofdzekering zit, dus de verzegelde ruimte onder of naast de meter, blijft dicht. Daar liggen aders die zwaar of helemaal niet afgezekerd zijn. Ontbreekt het zegel terwijl dat er hoort te zitten, meld dat dan bij de netbeheerder in plaats van er zelf in te kijken.
Bepaal daarna waar de contactdoos komt. Achter een fornuis wil je hem bereikbaar houden, bijvoorbeeld in het kastje ernaast en niet ingebouwd achter een lade. De hoogtes die in de praktijk werken staan in onze maatvoering voor stopcontacten en aansluitpunten. Komt een opbouwdoos op hout of een andere brandbare ondergrond, dan hoort er een montageplaat onder.
| Onderdeel | Kookgroep 2x230V | Krachtgroep 3x400V |
|---|---|---|
| Huisaansluiting | Kan met 1x35 ampere | Minimaal 3x25 ampere, aan te vragen bij de netbeheerder |
| Hoofdschakelaar | Tweepolig, de bestaande kast volstaat meestal | Vierpolig |
| Beveiliging | Twee automaten van 16 ampere | Vierpolige aardlekautomaat B16 met 30 milliampere |
| Kabel naar de contactdoos | 5 x 2,5 mm2, twee fasen en twee nullen | 5 x 2,5 mm2, drie fasen, nul en aarde |
| Voedingsdraden in de kast | Minimaal 4 mm2, er kan dubbele stroom door | Passend bij de kastindeling, minimaal 4 mm2 |
| Contactdoos | Perilex 16 ampere | Perilex 16 ampere of een rode CEE-doos |
Een machine op krachtstroom: draairichting, schakelaar en beveiliging
Sluit je een tweedehands machine aan, dan gaan er twee dingen mis die niets met de stekker zelf te maken hebben. Het eerste is dat de motor de verkeerde kant op draait. Dat los je op door in de stekker twee fasen om te wisselen, bijvoorbeeld L1 en L2. Nul en aarde blijven waar ze zitten, en welke twee fasen je pakt maakt niet uit.
Het tweede is een machine die helemaal niets doet. De reflex is dan om aan de fasen te gaan sleutelen, terwijl het meestal in de machine zelf zit. Zoek eerst naar een deurschakelaar, een eindschakelaar bij een kap, een noodstop die nog ingedrukt staat of een thermische beveiliging die is aangesproken.
Bromt de motor wel maar komt hij niet op gang, dan is er een fase weg. Schakel meteen uit. Een driefasenmotor die op twee fasen staat, trekt zichzelf binnen een paar minuten kapot. Controleer daarna de automaat, de aders in de stekker en de klemmen in de motorkast, want een slecht geklemde ader is hier de meest voorkomende oorzaak.
Zet op een machine zonder eigen bediening altijd een bedrijfsschakelaar. Bij zwaarder werk gebruik je een krachtstroom relais in de vorm van een magneetschakelaar met nulspanningsbeveiliging: valt de spanning weg, dan blijft de machine uit tot je hem bewust weer aanzet. Zonder die beveiliging start een zaag of hakselaar vanzelf op zodra de stroom terugkomt, en dat is precies het moment waarop je met je handen bij het blad zit.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Hoe moet ik een perilex stekker aansluiten op 2x230 volt?
Je gebruikt twee fasen met elk hun eigen nul plus de aarde. Op het klemmenblok van de kookplaat komt de ene fase op klem 1, de andere op klem 2 met een brug naar klem 3, de eerste nul op klem 4 en de tweede op klem 5. De fabrieksbrug tussen 4 en 5 haal je eruit, zodat elke groep zijn eigen retourdraad houdt. In de stekker meet je eerst welke pen welke functie heeft, want die indeling verschilt per woning. Hoe dat er per merk uitziet, staat in de gids over aansluiten op een tweefasen kookgroep.
Welke kleuren perilex horen op welke pool van de stekker?
Er is geen voorschrift voor de pennen van een perilex, alleen voor de aders in de kabel. Geel-groen is altijd aarde en blauw is altijd de nul. In een 5-aderige kabel zijn bruin, zwart en grijs de fasen, en bij een kookgroep wordt grijs vaak de tweede nul, gemarkeerd met blauwe tape. Welke pen in jouw doos wat is, moet je meten. Twee identieke huizen kunnen hier verschillend zijn aangesloten, dus kleuren perilex stekker overnemen van een foto op internet werkt niet.
Wat is het verschil tussen 4 en 5 polig krachtstroom?
Een 4 polige krachtstroom stekker heeft drie fasen en een aarde. Een 5 polige heeft daar de nul bij, en die nul heb je nodig zodra er in het apparaat ook 230 volt gemaakt moet worden, bijvoorbeeld voor de besturing, een lampje of een koelventilator. Een gewone driefasenmotor werkt prima zonder nul. Vier polen zijn goedkoper bij lange kabellengtes, maar je kunt er nooit meer een 230 volt functie bij krijgen, dus in twijfelgevallen kies je vijf polen.
Hoe sluit ik de draden van een 4 polige 380V stekker aan?
Op oude stekkers staan de klemmen als R, S en T gemarkeerd, soms met Mp of N voor de nul. R gaat naar L1, S naar L2 en T naar L3, en geel-groen gaat altijd naar de aardklem. Zet je een nieuwe vijfpolige stekker op een machine die maar vier draden heeft, dan blijft de nulklem leeg. Voor de motor maakt de volgorde van de drie fasen niet uit, behalve voor de draairichting, en die corrigeer je later door twee fasen om te wisselen.
Kan krachtstroom werken zonder nul?
Ja, en dat is bij motoren de normale situatie. Tussen twee fasen staat ongeveer 400 volt, en de drie fasen staan onderling honderdtwintig graden verschoven. Bij een gelijkmatige belasting zoals een motor heffen de drie stromen elkaar op, waardoor er geen aparte terugweg nodig is. Bij een ongelijke belasting, bijvoorbeeld een kookplaat waarvan maar één zone aanstaat, loopt het verschil wel via de nul. Daarom heeft een fornuis wel een nul nodig en een compressor niet.
Werkt een verloopstekker van perilex naar 220 volt?
Een kant-en-klare perilex adapter pakt één fase en de nul en maakt daar een geaard stopcontact van, en dat werkt. Let op twee dingen. Ten eerste moet de nul in jouw doos ook echt op de pen zitten die de adapter gebruikt, dus meten. Ten tweede zit een kookgroep niet altijd achter een aardlekschakelaar, terwijl je op een gewoon stopcontact wel van alles gaat aansluiten. Maak zo'n verloop nooit zelf met twee fasen erin, want dat zet 400 volt op een apparaat van 230 volt.
Hoe ga ik van perilex naar een gewone stekker?
De makkelijkste route is de gewone stekker van het apparaat vervangen door een perilex stekker waarin je alleen bruin, blauw en geel-groen aansluit. De installatie blijft dan intact en je verliest daarmee geen garantie op het apparaat. Wil je toch een gewoon stopcontact op die plek, dan vervang je de contactdoos, koppel je de ongebruikte aders aan beide kanten los en isoleer je ze, ook in de meterkast. Bij een inbouwdoos heb je een verloopring nodig, want een perilex zit in een grotere doos.
Mag ik een gewone stekker vervangen door een perilex stekker?
Dat mag en het is vaak de slimste keuze. Je sluit dan alleen de fase, de nul en de aarde aan en laat de andere twee pennen leeg. Het apparaat werkt op 230 volt en de perilex doos blijft volledig bedraad liggen voor het geval er later een zwaardere plaat komt. Gebruik adereindhulzen op de flexibele aders van het snoer en klem de buitenmantel onder de trekontlasting. Schrijf op de stekker welke pennen bedraad zijn.
Hoeveel ampere kan een perilex aansluiting aan?
Een perilex is gemaakt voor 16 ampere per pen. Op drie fasen komt dat neer op ongeveer 11 kilowatt, op een kookgroep van twee keer 230 volt op 7360 watt. Een perilex 25 ampere bestaat niet als standaardartikel: heb je meer nodig, dan ga je naar een rode CEE-contactdoos van 32 ampere met bijbehorende kabel, automaat en aardlekbeveiliging. Een zwaardere zekering achter dezelfde perilex zetten is geen oplossing, want de contactpennen en de kabel zijn dan de zwakke schakel. Twijfel je of jouw apparaten binnen die grens blijven, reken dat dan na met de verdeling van watt over je groepen.
Hoe kan ik krachtstroom meten met een multimeter?
Zet de meter op wisselspanning in een bereik dat 400 volt aankan en gebruik een meter van minimaal CAT III. Meet tussen twee fasen ongeveer 400 volt, tussen elke fase en de nul ongeveer 230 volt, tussen fase en aarde ongeveer 230 volt en tussen nul en aarde vrijwel niets. Krijg je tussen twee fasen 0 volt, dan komen ze uit dezelfde fase van de meterkast, wat bij een kookgroep normaal is. Houd je vrije hand van de kast af en werk alleen met onbeschadigde meetsnoeren.
Mijn krachtstroom motor draait verkeerd om, hoe draai ik dat om?
Wissel in de stekker twee van de drie fasen om, bijvoorbeeld de aders op L1 en L2. Welke twee je pakt maakt niet uit, als het er maar twee zijn: alle drie omwisselen verandert niets. Nul en aarde laat je zitten. Doe dit met de stekker uit de contactdoos en niet door in de contactdoos zelf te gaan wisselen, want dan draait elke machine die je er later in steekt de verkeerde kant op.
Mijn nieuwe kookplaat heeft vier draden, de perilex heeft vijf polen, wat nu?
Dit speelt bij veel platen, bijvoorbeeld bij een AEG met een snoer van zwart, bruin, blauw en geel-groen, terwijl er in de keuken een kookgroep met twee nullen ligt. De juiste oplossing is niet de twee nullen samenvoegen, want dan kan er te veel stroom door één ader lopen. Vervang het aansluitsnoer door een vijfaderig snoer en sluit beide nullen apart aan, als het klemmenblok van de plaat dat toelaat. Hoe dat precies gaat lees je bij vier draden op een vijfpolige stekker.
Hoe sluit ik een kookplaat van IKEA of een Bora Pure aan op perilex?
Platen van IKEA worden vaak zonder snoer geleverd, dus daar koop je zelf een aansluitsnoer van 5 x 2,5 mm2 bij en volg je het schema op de plaat. Kookplaten met ingebouwde afzuiging, zoals de Bora Pure, komen met een vaste kabel en een schema dat meestal uitgaat van twee fasen. In beide gevallen geldt hetzelfde: kies de schemavariant die bij jouw groep hoort, controleer de bruggen en houd elke fase bij zijn eigen nul. Staat jouw type aansluiting niet in de handleiding, sluit dan niet aan.
Wat heb ik nodig om krachtstroom te laten aanleggen?
Met een driefasen huisaansluiting heb je in de kast een vierpolige hoofdschakelaar, een vierpolige aardlekautomaat van 16 ampere met 30 milliampere en een 5-aderige kabel naar de contactdoos nodig. Heb je één fase, dan moet eerst de huisaansluiting worden verzwaard naar bijvoorbeeld 3x25 ampere en dat regelt de netbeheerder, die ook de meter vervangt. Een erkend installateur kan het werk gereedmelden; zonder gereedmelding volgt meestal een keuring die duurder is dan het werk zelf.
Mag ik een perilex verlengkabel gebruiken achter een fornuis?
Voor een vast opgesteld fornuis is dat geen goede oplossing. Een verlengsnoer is bedoeld voor een machine die je af en toe verplaatst, niet voor iets wat jaren achter een kast staat en waar niemand meer bij komt. Verplaats liever de contactdoos of vervang het aansluitsnoer door een langer exemplaar. Moet je toch verlengen, neem dan een rubbersnoer van 5 x 2,5 mm2 en rol het helemaal af, want opgerold loopt het warm. Welke koppeling en welke doorsnede daarbij horen, staat bij het verlengen van een perilex snoer. Verlengen met een kroonsteentje in een keukenkastje doe je nooit.
Hoe zit het aansluitschema van perilex mechanische ventilatie in elkaar?
Op alle pennen staat 230 volt van dezelfde groep. De bruine ader heeft permanent spanning en houdt de box in stand 1, en de twee andere fasepennen zijn geschakelde aders die vanaf de driestandenschakelaar komen voor stand 2 en stand 3. Blauw is de nul en geel-groen de aarde. Vervang je een oude box door bijvoorbeeld een Itho CVE-S eco fan of een ComfoFan Silent, dan is er meestal een uitvoering met perilex stekker die je een op een kunt omwisselen.
Kan ik een ventilatiebox op perilex met KlikAanKlikUit schakelen?
Dat kan, maar niet met twee losse schakelmodules op de standen. Bij een wisselstroombox hoort per stand een eigen wikkeling en die standen mogen nooit tegelijk spanning krijgen. Twee losse modules kunnen dat wel doen, bijvoorbeeld als je twee knoppen kort na elkaar indrukt. Gebruik een module die de standen tegen elkaar vergrendelt, of een krachtstroom relais met wisselcontacten waarbij er altijd maar één stand actief kan zijn. Bij een moderne gelijkstroombox regel je liever via de eigen bediening.
Heb ik krachtstroom nodig voor zonnepanelen?
Voor een kleine set panelen niet, die gaat met een enkelfase omvormer gewoon op een groep van 230 volt. Bij grotere installaties wordt de teruglevering op één fase te scheef en vraagt de netbeheerder om een driefasen omvormer, zodat het vermogen over de fasen verdeeld wordt. Dat betekent in de praktijk een aansluiting van 3x25 ampere. Ben je toch bezig met zonnepanelen, een laadpaal of een warmtepomp, dan is dat het moment om die verzwaring in één keer aan te vragen.
Wat betekenen R, S en T op een oude krachtstroom stekker?
Dat zijn de oude aanduidingen voor de drie fasen, tegenwoordig L1, L2 en L3. Je komt ze tegen op stekkers en klemmenstroken van oudere machines, soms samen met Mp voor de nul. R gaat naar L1, S naar L2 en T naar L3. De oude kleuren krachtstroom die je erbij aantreft, zeggen weinig: op tweedehands machines is van alles gebruikt. Meet daarom door en label opnieuw voordat je de machine op een moderne contactdoos zet.
Mag ik een perilex lasdoos gebruiken om de kabel te verbinden?
Ja, mits de doos bereikbaar blijft en de klemmen geschikt zijn voor de doorsnede van de kabel. Alle vijf aders gaan dan met kleur op kleur door en je voegt niets samen, ook de twee nullen van een kookgroep niet. Schrijf op de doos of op een label wat er in zit en op welke groep hij hangt. Weggewerkt achter een keukenkast is een lasdoos precies de reden dat je later niet meer kunt verklaren waarom de kleuren in de contactdoos afwijken van die in de meterkast.