Houtkachel zonder schoorsteen: zo krijg je toch een rookkanaal
Een houtkachel die zonder rookkanaal werkt bestaat niet: rook, roet en koolmonoxide moeten naar buiten via een kanaal dat op eigen kracht trekt. Zit er geen gemetselde schoorsteen in huis, dan plaats je een dubbelwandig geïsoleerd kanaal, binnendoor naar het dak of buitenom langs de gevel. Reken op minstens vier meter effectieve hoogte, een diameter die gelijk is aan de aansluiting van de kachel, en zo weinig mogelijk bochten. Wil je echt warmte zonder afvoer, dan kom je uit bij een elektrisch of een gesloten toestel, niet bij hout.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Boorhamer met lange steenboor voor de geveldoorvoer
- Gatzaag of decoupeerzaag voor de doorvoer door dakbeschot
- Waterpas van minstens 60 cm en een schietlood
- Rolmaat, potlood en een winkelhaak
- Accuschroefmachine met bits voor de beugels
- Blikschaar en werkhandschoenen voor het loodwerk
- Ladder plus dakladder of een rolsteiger met leuning
- Vochtmeter voor brandhout
Materiaal
- Dubbelwandig geïsoleerd rookkanaal in de diameter van de kachelaansluiting
- T-stuk met condensdop of veegluik voor onderin het kanaal
- Twee bochten van 45 graden bij een route langs de gevel
- Muurbeugels en een steunbeugel voor het gewicht van het kanaal
- Brandveilige plaat- of balkdoorvoer voor vloer en dakbeschot
- Dakdoorvoerpan of loodslab passend bij het dakmateriaal
- Regenkap voor de uitmonding
- Onbrandbare vloerplaat van staal of glas
- Koolmonoxidemelder
Waarom een houtkachel altijd een rookkanaal nodig heeft
Een houtkachel zonder schoorsteen bestaat niet, en dat is geen regelgeving maar natuurkunde. Hout verbrandt met rook, roet, waterdamp en koolmonoxide, en die gassen moeten naar buiten via een kanaal dat zichzelf op gang houdt. Zoek je warmte zonder afvoer, dan kom je uit bij een ander toestel, en die staan in het overzicht van warmtepompen, airco's en kachels naast elkaar.
Wat mensen bedoelen als ze zeggen dat ze geen schoorsteen hebben, is meestal dat er geen gemetseld kanaal in huis zit. Dat is geen blokkade. Je bouwt dan zelf een dubbelwandig geïsoleerd kanaal op, binnendoor naar het dak of buitenom langs de gevel.
De trek komt uit temperatuurverschil. Warme rookgassen zijn lichter dan de buitenlucht, stijgen op, en die opwaartse kolom zuigt verse lucht door het vuur. Een kanaal dat te kort is, te veel bochten heeft of onderweg afkoelt, verliest die zuiging. Het gevolg merk je meteen: de kachel brandt lui en rookt na zodra je de deur opent.
Stond er ooit wel een schoorsteen die is weggehaald, ga er dan niet vanuit dat je de oude route zo weer kunt gebruiken. Bij het verwijderen van een schoorsteen wordt de opening in het dak dichtgezet met beschot en pannen, en binnen zit de schacht vaak dicht achter nieuw stucwerk.
Koolmonoxide ruik je niet. Een kachel die slecht trekt, blaast verbrandingsgassen de kamer in zonder dat je het aan de lucht merkt. Hang een koolmonoxidemelder in dezelfde ruimte, op ongeveer anderhalve meter van de kachel en niet er recht boven, en vervang hem op de datum die op de behuizing staat.
Door het dak of langs de gevel omhoog
Er zijn twee routes en die keuze bepaalt bijna alles wat daarna komt. Binnendoor loopt het kanaal vanaf de kachel recht omhoog, door de verdiepingsvloeren en door het dak. Buitenom ga je met een korte doorvoer door de gevel en klim je daarna verticaal langs de muur naar boven, tot voorbij de dakrand.
Binnendoor trekt beter. Het kanaal staat in de verwarmde ruimte, blijft warm en houdt de rookgassen boven het punt waarop ze water afgeven. Je betaalt daarvoor met ruimte op de verdieping, met gaten in vloeren en dak, en met brandveilige doorvoeren op elke laag.
Buitenom is bouwkundig veel eenvoudiger en je bent vrijer in de plek van de kachel. Het nadeel zit in de afkoeling: een kanaal aan een noordgevel staat de hele winter in de wind. Neem daar geen dunne isolatie, houd het buitendeel zo kort mogelijk en accepteer dat je vaker moet vegen.
De rest van je verwarming en cv-installatie blijft gewoon liggen waar hij ligt, maar houd bij het uitzetten van de route rekening met wat er in de vloer en in de spouw zit. Een leiding of een kabel op de plek waar je kanaal doorheen moet, verlegt zich niet vanzelf.
| Route | Hoe het loopt | Waar dit goed uitpakt | Waar je tegenaan loopt |
|---|---|---|---|
| Binnendoor, recht door het dak | Van de kachel verticaal door vloer, zolder en dakbeschot | Beste trek, minste condens, geen kanaal in het gevelbeeld | Doorvoeren op elke laag, ruimteverlies op de verdieping |
| Binnendoor via een bestaande schacht | Door een oude, lege koker of een loze leidingschacht | Weinig sloopwerk als de schacht recht doorloopt | Ruimte rond het kanaal moet vrij blijven, meten voor je begint |
| Door het platte dak | Verticaal omhoog met een dakdoorvoerplaat en een kraag | Eenvoudige, goed te dichten doorvoer | Uitmonding moet ver genoeg boven het dakvlak uitkomen |
| Langs de buitengevel omhoog | Korte doorvoer door de muur, dan twee bochten van 45 graden en verticaal | Vrije plek voor de kachel, geen gaten in vloeren | Kanaal koelt af, beugelwerk nodig, zichtbaar aan de gevel |
| Vanuit een aanbouw of serre | Omhoog langs de aanbouw en dan langs de hoofdgevel verder | Kachel in de leefruimte zonder het hoofddak te openen | Vaak te weinig hoogte, de uitmonding moet boven de dakrand blijven |
| Op een bestaand gemetseld kanaal | Voering inhangen in de bestaande schacht | Geen doorvoeren nodig, kanaal staat al warm binnen | Kanaal moet eerst gekeurd worden en de maat moet kloppen |
Bepaal eerst waar het kanaal recht omhoog kan en zet daarna pas de kachel op de plattegrond. Andersom werken kost bijna altijd een extra bocht, en elke bocht neemt trek weg die je later niet meer terugkrijgt.
Diameter, hoogte en bochten bepalen de trek
De trek van een kanaal is een optelsom van drie dingen: de hoogte van de warme kolom, de weerstand onderweg en de temperatuur die de rookgassen onderweg vasthouden. Aan alle drie kun je iets doen, en aan twee ervan meestal alleen vooraf.
De hardnekkigste misvatting is dat een dikker kanaal meer trekt. Het tegendeel gebeurt. In een te ruim kanaal zakt de snelheid van de rookgassen, ze koelen sneller af tegen de wand en de kolom wordt zwaarder in plaats van lichter. Een kanaal hoort daarom bij de aansluitmaat van de kachel te blijven.
De maten hieronder zijn wat je in de meeste opstellingen tegenkomt. Wat er voor jouw kachel moet gelden, staat in de handleiding van het toestel en in de documentatie van het kanaalsysteem. Wijkt dat af, dan telt het voorschrift van de fabrikant, niet de vuistregel.
| Onderdeel | Wat gangbaar is | Waarom dat zo is | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Kanaaldiameter | Gelijk aan de aansluiting van de kachel, vaak 130 of 150 mm | Een ruimer kanaal verlaagt de gassnelheid en koelt de rook af | Niet vergroten voor meer trek en niet verkleinen om een schacht te halen |
| Effectieve hoogte | Minstens 4 meter, in de praktijk werkt 5 meter of meer rustiger | De hoogte van de warme kolom levert de zuiging | Meet vanaf de uitgang van de kachel, niet vanaf de vloer |
| Bochten | Liefst geen, anders twee bochten van 45 graden | Elke richtingsverandering remt de stroming en verzamelt roet | Een bocht van 90 graden alleen als er echt geen andere route is |
| Horizontaal deel | Zo kort mogelijk en licht oplopend richting het kanaal | In een vlak stuk blijven roet en condens liggen | Zet er een veegluik bij, anders kun je er nooit meer bij |
| Isolatiedikte | 25 mm minerale wol tussen binnen- en buitenbuis | Warme rookgassen geven onderweg geen water af | De buitenmaat is dus ruim 5 cm groter, reken daarmee bij elke doorvoer |
| Binnenbuis | Roestvast staal, voor houtstook meestal 316L | Rookgassen van hout zijn warm en zuur | Voor een voering in een oud kanaal bestaan zwaardere kwaliteiten, zie de documentatie |
| Uitmonding | Boven de nok uit, bij een kanaal vlak bij de nok ongeveer een halve meter erboven | Rond het dak zit bij wind een zone met overdruk die de trek omkeert | De bepalingsmethode staat in NEN 2757; bomen, dakkapellen en hoge buren tellen mee |
| Onderkant van het kanaal | T-stuk met condensdop of een veegluik | Roet en vocht moeten ergens uit kunnen | Plaats het bereikbaar, niet achter de kachel weggewerkt |
Een houtkachel aansluiten op een bestaande schoorsteen
Zit er wel een gemetseld kanaal, dan lijkt de klus opeens klein. Toch is dit het punt waar de meeste ellende ontstaat, want de meeste oude kanalen zijn gebouwd voor iets anders. Een kanaal voor een open haard is veel te ruim voor een moderne kachel, en een kanaal dat jarenlang op een gaskachel stond, is nooit belast met de temperaturen van een houtvuur.
Begin daarom met een keuring en niet met een adapter. Een schoorsteenveger of installateur veegt het kanaal, kijkt er met een camera doorheen, en doet een druk- of rookproef om te zien of het gasdicht is. Die proef laat ook zien of het kanaal ergens aftakt naar een andere ruimte of, in een rijtjeshuis, naar de buren.
Blijkt het kanaal te ruim, gescheurd of niet dicht, dan is een voering het antwoord. Je hangt een flexibele of starre roestvaststalen buis in de bestaande schacht, in de maat die bij de kachel hoort. De ruimte tussen buis en metselwerk wordt opgevuld of aan boven- en onderzijde afgesloten, afhankelijk van het systeem.
Voldoet het kanaal niet en past er geen voering in, dan is het eerlijker om de schacht als verloren te beschouwen. Een nieuw kanaal langs de gevel is dan goedkoper dan slopen, en soms is de hele schoorsteen weghalen juist de nettere keuze omdat je er dan ook van het onderhoud af bent.
Waar je bij een voering op let
Een voering is geen los pijpje dat je erin laat zakken. Onderin hoort een T-stuk met een aansluiting naar de kachel en een dop waar condens en roet uit kunnen, en bovenop een afdekplaat die regen buiten de schacht houdt. De buis moet over de hele lengte hangen aan de bovenzijde, zodat hij vrij kan uitzetten bij het opwarmen.
Bij een koud buitenkanaal loont het om de voering te isoleren met los isolatiemateriaal in de restruimte. Dat scheelt condens en teeraanslag, en het verschil merk je vooral in de eerste twintig minuten van een stookbeurt.
Nooit een houtkachel op een kanaal waar ook een gastoestel op staat. De rookgassen van hout zijn veel heter en de aanslag van hout kan een gasafvoer verstoppen. Twee toestellen op één kanaal is werk waar een installateur naar moet kijken, en bij gas geldt dat zonder uitzondering.
Wanneer is een gemetselde schoorsteen geschikt voor een houtkachel
De vraag of een oud kanaal bruikbaar is, valt bijna altijd uiteen in een paar concrete bevindingen. Hieronder staat wat je tegenkomt bij een inspectie, wat het betekent en wat de gebruikelijke oplossing is. Loop het lijstje langs voordat je een kachel koopt, want de uitkomst kan de keuze van het toestel veranderen.
Eén ding staat los van al het andere: een kanaal dat je met een houtkachel gaat belasten, moet gasdicht zijn over de volle hoogte. Metselwerk met open voegen op zolder lekt rookgas de ruimte in op precies het moment dat er niemand kijkt.
| Wat je aantreft | Wat dat betekent | Wat je ermee doet |
|---|---|---|
| Gemetseld kanaal van ongeveer 20 bij 20 cm zonder voering | Veel te ruim voor een kachel van 5 tot 8 kW, de rook koelt af | Voering inhangen in de maat van de kachelaansluiting |
| Scheuren of open voegen in het metselwerk | Het kanaal is niet gasdicht en trekt valse lucht aan | Voeren, of het kanaal opgeven als er geen voering in past |
| Een tweede opening op hetzelfde kanaal | Rookgas kan bij de andere opening naar binnen komen | De ongebruikte aansluiting laten dichtzetten of een apart kanaal aanhouden |
| Een gaskachel of geiser op ditzelfde kanaal | Combineren van hout en gas op één kanaal is niet toegestaan | Laat een installateur de afvoer scheiden voordat er iets brandt |
| Bruine of gele vlekken op de schoorsteenborst binnen | Teer en condens slaan door het metselwerk heen | Voering plus isolatie, en de muur pas afwerken als het droog blijft |
| Kanaal loopt buitenlangs of door een koude zolder | Rookgassen koelen af waar je het niet ziet | Geïsoleerde voering, en het buitendeel extra isoleren |
| Geen veegluik onderin | Roet is niet te verwijderen en condens blijft staan | Bij het voeren een T-stuk met dop opnemen |
| Grijze, vezelige pijp in de schacht | Kan asbestcement zijn, veel voor bij oude gaskachelafvoeren | Niet aanraken of boren, laat het eerst onderzoeken |
| Uitmonding eindigt onder de nok of tegen een hoger dak | Bij wind ontstaat overdruk en slaat de rook terug | Kanaal verlengen tot boven de drukzone |
| Vogelnest, puin of losse stenen in het kanaal | De doorlaat is kleiner dan hij lijkt | Laten vegen en daarna met een camera nakijken |
Blijf van een grijze, vezelige afvoerpijp af. In kanalen van gaskachels uit de vorige eeuw zit regelmatig asbestcement. Zagen, boren of breken maakt vezels vrij. Laat het onderzoeken en, als het asbest is, verwijderen door een gecertificeerd bedrijf.
Condens en teer in het rookkanaal
Rookgas van hout bevat veel waterdamp, ook bij droog hout, want water komt vrij bij de verbranding zelf. Zolang de wand van het kanaal warm genoeg blijft, gaat dat water als damp naar buiten. Zakt de wandtemperatuur onder het dauwpunt van de rookgassen, ergens rond de vijftig tot zestig graden, dan slaat het neer als vocht tegen de binnenkant.
Dat vocht is zuur en het mengt zich met onverbrande deeltjes tot teer. Teer hecht, isoleert de wand nog verder en vernauwt het kanaal, waardoor het probleem zichzelf versterkt. Een dikke, glimmende laag teer is ook de brandstof voor een schoorsteenbrand.
Bij condens in het schoorsteenkanaal van een houtkachel wijst de oorzaak bijna altijd naar één van vier dingen: een te ruim kanaal, een koude kanaalwand, te nat hout of te laag stoken. De eerste twee los je op met materiaal, de laatste twee met stookgedrag.
| Wat je merkt | Waar het meestal vandaan komt | Wat eraan te doen is |
|---|---|---|
| Donkere druppels bij het T-stuk of de dop | Rookgassen koelen af in een te ruim of ongeïsoleerd kanaal | Voering op maat en isolatie, dop regelmatig legen |
| Bruine doorslag op het stucwerk rond de schacht | Teer trekt door het metselwerk en komt door verf en stuc heen | Eerst het kanaal aanpakken, daarna afbranden of een isolerende voorzetlaag |
| Scherpe teergeur in huis bij warm weer | Aanslag in het kanaal wordt vochtig en gaat ruiken | Laten vegen en de aanslag mechanisch laten verwijderen |
| Zwarte, glimmende laag op het glas van de deur | Te lage verbrandingstemperatuur, vaak door een dichtgeknepen luchtschuif | Meer lucht geven en met kleinere hoeveelheden hout stoken |
| Sissend hout en witte damp uit de schoorsteen | Het hout is te nat, energie gaat op aan verdampen | Stook hout onder de 20 procent vocht, gemeten op een vers gekloofd vlak |
| Roet dat als vlokken naar beneden valt | Onvolledige verbranding, te weinig lucht of te veel hout tegelijk | Kleinere vullingen, luchtschuif open tijdens het aansteken en opnieuw bijvullen |
| Kachel trekt pas na een kwartier | Koude kolom in het kanaal, typisch bij een gevelkanaal | Aansteken van bovenaf en het kanaal beter isoleren |
Een vochtmeter voor brandhout is klein gereedschap met veel effect. Meet niet op de bast maar op een vers gekloofd vlak in het midden van het blok, want de buitenkant is altijd droger dan de kern.
Verbrandingslucht in een goed geïsoleerd huis
Een kachel verbrandt niet alleen hout, hij verbruikt ook lucht. Reken ruwweg op tien tot vijftien kubieke meter lucht per kilo hout, en dat is meer dan een kierdichte woning vanzelf nalevert. Trekt de kachel die lucht uit de kamer, dan ontstaat er onderdruk, en onderdruk werkt de trek in het kanaal tegen.
Het effect is goed te herkennen. De kachel brandt rustig tot iemand de afzuigkap aanzet of de wasdroger start, en dan slaat er rook de kamer in. Mechanische ventilatie doet hetzelfde, alleen minder abrupt: de kachel brandt de hele avond net iets te lui.
De oplossing is verse lucht van buiten, rechtstreeks naar de kachel. De meeste moderne toestellen hebben daarvoor een aansluiting van 80 of 100 mm aan de achterkant of onderin, die je met een gladde buis naar een geveldoorvoer leidt. Werkt dat bouwkundig niet, dan is een apart ventilatierooster in dezelfde ruimte de terugvaloptie.
Sta ook stil bij andere toestellen die lucht uit de ruimte halen. Staat er nog een oude geiser of een kachel met open verbranding in huis, dan kan onderdruk daar rookgassen terugtrekken. Dat is precies de combinatie waarbij koolmonoxide binnen blijft hangen.
Afstanden, doorvoeren en de vloer onder de kachel
Een dubbelwandig kanaal wordt aan de buitenkant warm, en een enkelwandige kachelpijp wordt heet. Dat verschil bepaalt hoe dicht je bij hout, gipsplaat of isolatiemateriaal mag komen. De maat die voor jouw systeem geldt, staat op het typeplaatje van het kanaal, vaak als een G-waarde met het aantal millimeter erachter.
Bij houten balklagen en dakbeschot werk je nooit met een gat op maat. Er hoort een brandveilige doorvoer in, een plaat of een koker die de warmte afvoert en het hout op afstand houdt. Isolatiemateriaal in het dak duw je terug en zet je vast, zodat het niet tegen het kanaal aan kan zakken.
| Situatie | Vuistregel die in de praktijk werkt | Waar de echte maat staat |
|---|---|---|
| Enkelwandige kachelpijp langs brandbaar materiaal | Ongeveer drie keer de diameter vrijhouden, bij 150 mm dus zo'n 45 cm | Handleiding van de kachel en van de pijp |
| Dubbelwandig kanaal langs hout of gipsplaat | De afstand die als G-waarde op het typeplaatje staat, vaak enkele centimeters | Typeplaatje en de productdocumentatie van het systeem |
| Doorvoer door een houten verdiepingsvloer | Brandveilige balkdoorvoer met vrije luchtruimte rondom | Voorschrift van de fabrikant van het kanaal |
| Doorvoer door dakbeschot en dakisolatie | Doorvoerkoker plaatsen en de isolatie eromheen wegnemen en vastzetten | Voorschrift van de fabrikant, en de eisen aan de dakopbouw |
| Onbrandbare vloerplaat | Ongeveer 30 cm voor de stookopening uit en 15 cm opzij | Handleiding van de kachel |
| Meubels en gordijnen | Ruim een meter vrij voor de ruit, zeker bij een kachel met groot glas | Handleiding, en gezond verstand bij stralingswarmte |
| Kanaal langs een gemetselde muur | Beugel om de twee meter, en een beugel dicht bij elke bocht | Montagevoorschrift van het kanaalsysteem |
Wat er wel kan zonder rookkanaal
Blijft een kanaal onhaalbaar, omdat je huurt, omdat de VvE nee zegt of omdat de route er simpelweg niet is, dan is de vraag niet welke houtkachel het wel doet, maar welk toestel je warmte geeft zonder afvoer. Het antwoord is nuchter: alles wat geen open verbranding heeft.
Een bio-ethanolhaard wordt vaak genoemd als houtkachel zonder schoorsteen. Hij geeft wel vlammen, maar de verbranding vindt plaats in de kamer en de waterdamp en het koolstofdioxide blijven daar ook. Als sfeerelement kan het, als verwarming voor een woonkamer valt het tegen, en de ruimte moet goed geventileerd blijven.
Wie echt wil verwarmen zonder kanaal, komt uit bij elektrische toestellen of bij een lucht-luchtwarmtepomp. Zo'n unit levert per kilowattuur stroom meerdere kilowatt warmte, en het is de enige optie uit dit rijtje die met dezelfde stroom serieus een kamer warm houdt. Hoe die installatie eruitziet, staat bij een airco zelf installeren, en een unit die je ook in de winter gebruikt vraagt wel vaker schoonmaken van de filters en de binnenunit dan een die alleen in de zomer draait.
Voor tijdelijke warmte is een mobiel apparaat de laagste drempel, al betaal je dat met geluid en met een slang uit het raam. Die slang lekt zonder afdichting net zoveel warmte weg als hij binnenbrengt, dus een raamafdichting die je zelf maakt is daar geen bijzaak.
| Toestel | Afvoer nodig | Wat het aan warmte doet | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Houtkachel | Ja, altijd een eigen rookkanaal met natuurlijke trek | Veel warmte, sterke straling in de ruimte zelf | Kanaalhoogte, verse lucht en jaarlijks vegen |
| Pelletkachel | Ja, maar met een mechanische afvoer en een kleiner kanaal | Goed regelbaar, warmte deels via een ventilator | Stroom nodig, en de afvoerroute is soms korter dan bij hout |
| Gaskachel met gesloten verbranding | Ja, via een concentrische muur- of dakdoorvoer | Direct veel warmte, goed regelbaar | Aansluiten op gas is werk voor een erkend installateur |
| Bio-ethanolhaard | Nee | Weinig, vooral sfeer | Verbrandingsproducten blijven binnen, dus goed ventileren |
| Elektrische sfeerhaard | Nee | Zoveel als het vermogen dat hij trekt | Op een gewone groep let je op wat er nog meer op zit |
| Infraroodpaneel | Nee | Warmte op de plek waar de straling valt | Werkt alleen met vrij zicht op de zitplek |
| Lucht-luchtwarmtepomp of airco | Nee, wel een buitenunit en een kleine muurdoorvoer | Het meeste rendement per kilowattuur stroom | Buitenunit vraagt ruimte en soms toestemming van de VvE |
| Mobiele airco met verwarmingsstand | Nee, wel een slang naar buiten | Beperkt, en alleen in de ruimte waar hij staat | Zonder goede raamafdichting waait de warmte er weer uit |
Zo bouw je een nieuw rookkanaal op
Deze volgorde geldt voor een dubbelwandig geïsoleerd kanaal, binnendoor of langs de gevel.
-
Zet eerst de route uit, dan pas de kachel
Span een schietlood van de beoogde uitmonding naar beneden en kijk waar je uitkomt. Een nokgording, een spant of een dakraam verschuift niet, de kachel wel. Controleer meteen wat er in de vloer en in de spouw zit op de plek van de doorvoer.
-
Kies de diameter en tel de hoogte
De diameter volgt de aansluiting van de kachel, dus meet die eerst op. Tel daarna de verticale hoogte van de kachelaansluiting tot de uitmonding op. Blijf je onder de vier meter, dan is dit het moment om de route te verleggen en niet nadat het kanaal er staat.
-
Vraag na wat er op jouw adres mag
Een kanaal aan of door het dak is lang niet overal vergunningvrij. Bij een monument, in een beschermd gezicht, aan de voorgevel of in een appartement met een VvE gelden extra regels. Vraag het bij de gemeente na via het Omgevingsloket en meld het bij je opstalverzekeraar voordat je materiaal bestelt.
-
Maak de doorvoeren brandveilig
Zaag de opening ruimer dan de buitenmaat van het kanaal en zet er een brandveilige plaat- of balkdoorvoer in. Neem dakisolatie rond de opening weg en zet de rest vast, zodat er niets tegen het kanaal aan kan zakken. Een gat op maat gezaagd in dakbeschot is precies wat je niet wilt.
-
Bouw het kanaal van onder naar boven op
Begin bij het T-stuk met de dop en werk omhoog, met het verjongde einde van elk deel naar beneden. Zo loopt condens binnen in de buis naar de dop en niet langs de naad naar buiten. Klik of klem elke verbinding volgens het systeem en beugel om de twee meter.
-
Werk het dak of de gevel af
Dit deel gebeurt op hoogte en dat is het punt waar het echt mis kan gaan. Werk vanaf een rolsteiger met leuning of een dakladder met dakrandbeveiliging, nooit vanaf een ladder met gereedschap in je hand. Twijfel je over je eigen zekerheid op het dak, laat dan alleen dit deel doen.
-
Zet de kachel op zijn plek en meet de afstanden na
Leg de onbrandbare vloerplaat, plaats de kachel en controleer de vrije afstanden tot wand, plint en meubels aan de hand van de handleiding. Sluit de buitenluchtaansluiting aan als de kachel die heeft. Hang daarna de koolmonoxidemelder op in dezelfde ruimte.
-
Brand de kachel rustig in
De eerste stookbeurten geven een scherpe lucht, want de lak op het staal hardt uit. Stook daarom een paar keer klein met de ramen open in plaats van meteen vol. Kijk tijdens het eerste vuur ook of er ergens rook langs een naad of langs een doorvoer ontsnapt.
Storingzoeker
Kies het merk, vul de code in en zie wat er aan de hand is, wat je zelf kunt doen en wanneer je moet bellen. Bekijk alle gegevens
| Merk | Code | Wat er aan de hand is | Wat je zelf kunt doen | Bellen of niet |
|---|---|---|---|---|
| Intergas | 1 | De ketel wordt te warm, de aanvoertemperatuur loopt te hoog op | Controleer de waterdruk en ontlucht de radiatoren. Te weinig water of lucht in de installatie is de gewone oorzaak. | Blijft hij terugkomen: monteur |
| Intergas | 2 | Storing in de aanvoer- of retoursensor | Reset de ketel een keer. Herhaalt de code zich, dan is de sensor of de bedrading het probleem. | Monteur |
| Intergas | 3 | De maximaalthermostaat heeft ingegrepen | Controleer druk en doorstroming, ontlucht de installatie. | Blijft het: monteur |
| Intergas | 4 | Geen vlamsignaal, de ketel krijgt het vuur niet aan | Kijk of de gaskraan open staat en of andere gastoestellen het doen. Reset daarna een keer. | Doet gas het wel: monteur |
| Intergas | 5 | Slecht of wegvallend vlamsignaal | Reset een keer. Vaak vervuilde ionisatiepen of ontsteking. | Monteur |
| Intergas | 6 | Fout in de vlamdetectie | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 7 | Probleem met de rookgasafvoer of de uitlaatgassensor | Kijk of de afvoer buiten vrij is en niet verstopt zit door een vogelnest of blad. | Monteur, dit raakt de veiligheid |
| Intergas | 8 | Het ventilatortoerental klopt niet | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 10 tot en met 14 | Sensorfout of storing in de installatie, bijvoorbeeld een defecte stromingsschakelaar, draadbreuk of lucht in de installatie | Controleer de waterdruk en ontlucht grondig, van laag naar hoog. | Blijft het: monteur |
| Nefit | A01 | Geen vlam of vlam valt weg | Controleer of de gaskraan open staat en of de druk goed is, reset daarna een keer. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | C6 | De ventilator draait niet op het juiste toerental | Reset een keer. | Monteur |
| Nefit | D1 | Te weinig waterdruk in de installatie | Bijvullen tot de juiste druk voor jouw bouwhoogte, daarna ontluchten. | Zelf te doen |
| Nefit | EA | Vlam wordt niet waargenomen | Reset een keer. Kijk of andere gastoestellen werken. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | F0 of F7 | Interne storing in de besturing | Reset een keer, haal eventueel kort de stroom eraf. | Monteur |
| Remeha | Reset knop | Vergrendelde storing | Houd de resetknop ingedrukt tot het display reageert. Noteer eerst de code voordat je reset. | Afhankelijk van de code |
| Remeha | E00 | Aanvoersensor defect of niet aangesloten | Reset een keer. | Monteur |
| Remeha | E01 | Te weinig waterdruk of geen doorstroming | Bijvullen en ontluchten. | Zelf te doen |
| Remeha | E04 | Geen vlam bij het opstarten | Gaskraan controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.22 | Te weinig water in de ketel, droogkookbeveiliging | Bijvullen tot de juiste druk en ontluchten. | Zelf te doen |
| Vaillant | F.28 | Ontsteking mislukt bij het opstarten | Gastoevoer controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.75 | Drukverschil niet herkend, vaak de pomp of het expansievat | Controleer of de druk sterk schommelt bij het opstarten. | Monteur, meestal het expansievat |
| AWB | Vlamstoring | Geen ontsteking | Gaskraan open, druk controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Bosch vaatwasser | E15 | Water in de lekbak onderin, de vlotterbeveiliging staat aan | Kantel het apparaat voorzichtig naar achteren zodat het water uit de bak loopt, zet hem terug en start opnieuw. Zoek daarna waar het water vandaan kwam. | Blijft het terugkomen: monteur |
| Bosch vaatwasser | E24 of E25 | Water loopt niet weg, afvoer verstopt | Maak het zeef en de pompfilter schoon, controleer de afvoerslang op een knik en de sifonaansluiting op een dop die er nog in zit. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E22 | Filters verstopt | Zeven eruit en schoonmaken. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E09 | Verwarmingselement defect, water wordt niet warm | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Siemens vaatwasser | E15 | Water in de lekbak, vlotterbeveiliging actief | Zelfde aanpak als bij Bosch: voorzichtig kantelen, water eruit, terugzetten en opnieuw starten. | Blijft het: monteur |
| Siemens vaatwasser | E24 | Afvoer geblokkeerd | Zeven en pompfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| Siemens vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de startknop ongeveer drie tot vijf seconden ingedrukt tot het programma terugspringt, of haal de stekker er een minuut uit. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i20 of 20 | Afvoerprobleem, water loopt niet weg | Filters en pomp schoonmaken, afvoer controleren. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i30 of 30 | Water in de bodembak, lekkage gedetecteerd | Kantelen om het water eruit te laten en de oorzaak zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de programmaknop en de startknop samen enkele seconden ingedrukt. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F11 | Water loopt niet weg | Filters en afvoerpomp schoonmaken. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F70 | Vlotter of niveaubeveiliging | Controleer op lekkage onderin. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E18 of F18 | Water loopt niet weg | Pluizenzeef vooronder schoonmaken en de afvoerslang controleren. | Zelf te doen |
| Bosch wasmachine | F21 | Motorstoring, trommel draait niet | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E23 | Water in de lekbak | Machine kantelen om het water eruit te laten, daarna de lekkage zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG wasmachine | E20 | Afvoerprobleem | Pluizenfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| AEG wasmachine | E40 | Deur niet goed dicht | Deur opnieuw sluiten, controleer of er was tussen zit. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 1 keer | Reservoir warmt op of komt uit een stroomonderbreking | Wacht ongeveer tien minuten tot hij op temperatuur is. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 2 keer | Reservoir bereikt de temperatuur niet | Haal de stekker er een minuut uit en zet hem terug. Blijft het knipperen, dan is er meestal een onderdeel defect. | Blijft het: monteur |
| Quooker | Knippert 3 keer | Storing in de temperatuursensor | Een keer stroomloos maken. | Monteur |
| Quooker | Geen kokend water, wel gewoon water | Reservoir uit of niet op temperatuur | Controleer of de stekker in het stopcontact zit en of de groep niet is uitgevallen. | Zelf te doen |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nakijken voordat je de eerste keer stookt
Uit de praktijk
Een kachel op een oud, ruim kanaal die maar niet op gang komt
Een moderne kachel van rond de zes kilowatt op een gemetseld kanaal van twintig bij twintig centimeter is een klassieke mismatch. Het toestel produceert veel minder rookgas dan de open haard waarvoor het kanaal ooit is gebouwd, dus de gassen kruipen omhoog in plaats van te stromen.
Langs de koude metselwerkwand koelen ze onder het dauwpunt af, het kanaal wordt vochtig en de kolom wordt zwaar. Het resultaat is een kachel die pas na een half uur trekt, glas dat zwart beslaat en teer die zich in het metselwerk werkt.
Wat het oplost is een voering in de maat van de kachel, met isolatie in de restruimte. Een trekregelaar of een hoedje erop verandert hier niets aan, want het probleem zit in de doorsnede en in de temperatuur, niet in de uitmonding.
Rook in de kamer zodra de afzuigkap aangaat
In een kierdicht huis is de kachel niet de enige die lucht wegzuigt. Een afzuigkap op de hoogste stand verplaatst honderden kubieke meters per uur, en die lucht moet ergens vandaan komen. Het rookkanaal is dan de ruimste opening naar buiten.
Op dat moment keert de stroming in het kanaal om en komen rookgassen de kamer in. Bij een gesloten kacheldeur merk je het aan de geur, bij een open deur zie je het meteen. Hetzelfde gebeurt bij mechanische ventilatie die op stand drie staat.
De test is simpel: zet een raam in dezelfde ruimte open en kijk of het probleem verdwijnt. Zo ja, dan is een buitenluchtaansluiting naar de kachel de nette oplossing, en een ventilatierooster in dezelfde ruimte de minimale.
Bruine vlekken die door verf en stucwerk heen blijven komen
Teervlekken op een schoorsteenborst zijn geen vuil aan de buitenkant. De condens trekt van binnenuit door het metselwerk en neemt bruine, olieachtige stoffen mee. Die stoffen zijn in water niet oplosbaar en trekken door bijna elke gewone muurverf heen.
Overschilderen werkt daarom hooguit een paar weken. Er zijn twee dingen nodig: de bron stoppen door het kanaal te voeren en te isoleren, en pas daarna de muur behandelen met een isolerende voorstrijk of een voorzetwand. Doe je het in de andere volgorde, dan schilder je elk jaar opnieuw.
Veelgemaakte fouten
Het kanaal ruimer nemen dan de kachelaansluiting
De gedachte is dat een dikker kanaal meer lucht doorlaat. In werkelijkheid zakt de snelheid van de rookgassen, koelen ze sneller af tegen de wand en wordt de kolom zwaarder. Je krijgt minder trek, meer condens en meer teer.
Een enkelwandige kachelpijp door een wand of vloer voeren
Enkelwandige pijp hoort alleen in de kamer, tussen de kachel en het echte kanaal. Door een wand of een vloer wordt de buitenkant zo heet dat aangrenzend hout op termijn verkoolt en vanzelf kan ontbranden. Vanaf de doorvoer werk je dubbelwandig.
Isolatiemateriaal tegen het kanaal aan laten zitten
Bij een doorvoer door een geïsoleerd dak wordt de isolatie vaak alleen weggeduwd. Ze zakt terug zodra je weg bent en sluit de luchtspleet die de warmte moest afvoeren. Neem de isolatie rond de doorvoer weg en zet de rand mechanisch vast.
Stoken op een dichtgeknepen luchtschuif
Een kachel smoren om het hout langer te laten branden verlaagt de verbrandingstemperatuur. Er komen dan onverbrande gassen in het kanaal die als teer neerslaan. Stook liever korter en met de lucht open dan lang en geknepen.
Nat hout uit de eigen tuin
Vers gezaagd hout bevat rond de helft van zijn gewicht aan water. Een groot deel van de energie gaat op aan het verdampen daarvan, en de rookgassen komen koud in het kanaal. Twee zomers gestapeld onder een afdak en daarna meten is de enige betrouwbare route.
Geen veegluik plaatsen omdat het lelijk staat
Het T-stuk met dop verdwijnt regelmatig achter een ombouw of onder de vloer. Roet en condens hopen zich dan op precies de plek waar niemand meer bij kan. Bij de eerste veegbeurt moet de hele kachel los, en dat is duurder dan het luikje ooit was.
De uitmonding te laag afmaken
Een kanaal dat halverwege het dakvlak eindigt, staat bij bepaalde windrichtingen in een zone met overdruk. De trek keert dan om en de rook slaat terug de kamer in. Verlengen achteraf betekent opnieuw het dak op, dus reken dit vooraf uit.
Veelgestelde vragen
Kan een houtkachel zonder schoorsteen?
Een houtkachel kan niet werken zonder rookkanaal, maar hij kan wel zonder gemetselde schoorsteen. In plaats daarvan plaats je een dubbelwandig geïsoleerd kanaal, binnendoor recht naar het dak of buitenom langs de gevel omhoog. Dat is een systeem van kant-en-klare delen die je op elkaar klikt of klemt. Wil je echt warmte zonder enige afvoer, dan kom je uit bij een elektrisch toestel of een lucht-luchtwarmtepomp.
Kun je een houtkachel aansluiten op een bestaande schoorsteen?
Dat kan, maar alleen na een inspectie. Laat het kanaal vegen, met een camera bekijken en op dichtheid controleren. Let er ook op dat er geen tweede toestel op hetzelfde kanaal zit en dat het kanaal niet doorloopt naar een andere woning. Is het kanaal te ruim, gescheurd of niet gasdicht, dan hang je er een roestvaststalen voering in de maat van de kachelaansluiting in. Een kachel rechtstreeks op ruw metselwerk aansluiten is bij een moderne kachel bijna nooit de goede keuze.
Is een gemetselde schoorsteen geschikt voor een houtkachel?
Dat hangt af van de doorsnede, de dichtheid en de ligging. De meeste oude kanalen zijn gebouwd voor een open haard of een kolenkachel en zijn met twintig bij twintig centimeter veel te ruim voor een toestel van vijf tot acht kilowatt. Ook open voegen, scheuren en een tweede aansluiting op hetzelfde kanaal maken het ongeschikt in de staat waarin het staat. Met een voering in de juiste maat is zo'n kanaal meestal alsnog prima te gebruiken.
Hoe voorkom je condens in het schoorsteenkanaal van een houtkachel?
Condens ontstaat als de wand van het kanaal kouder wordt dan het dauwpunt van de rookgassen. Je houdt dat tegen met een kanaal dat niet ruimer is dan de kachelaansluiting, met isolatie rondom, en met een zo kort mogelijk koud buitendeel. Aan de stookkant helpen droog hout onder de twintig procent vocht en een luchtschuif die je niet dichtknijpt. Zorg verder dat er onderin een dop of een veegluik zit, zodat het vocht dat er toch is eruit kan.
Hoe hoog moet een rookkanaal minimaal zijn?
Als vuistregel houd je minstens vier meter aan tussen de aansluiting van de kachel en de uitmonding, en vijf meter of meer loopt merkbaar rustiger. Even belangrijk is waar het kanaal eindigt. Rond een dak zit bij wind een zone met overdruk, en een uitmonding daarbinnen kan de trek omkeren. Zit het kanaal dicht bij de nok, dan is een halve meter boven de nok een gangbare maat. De bepalingsmethode zelf staat in NEN 2757, en bomen of hogere buurpanden tellen daarin mee.
Welke diameter rookkanaal heb ik nodig?
De maat van de aansluitstomp op de kachel is leidend, en bij houtkachels voor een woonkamer is dat meestal 130 of 150 mm. Ga daar niet vanaf: een ruimer kanaal verlaagt de gassnelheid en veroorzaakt condens, een nauwer kanaal remt de afvoer en kan rook de kamer in duwen. Staat er in de handleiding van de kachel een afwijkende eis bij een bepaalde kanaallengte, dan telt die eis.
Mag ik zelf een rookkanaal plaatsen?
Er is geen wettelijke erkenning nodig om zelf een rookkanaal op te bouwen, en de meeste systemen zijn ontworpen om zonder speciaal gereedschap in elkaar te zetten. De praktijk is dat het binnenwerk goed te doen is en dat het dakdeel het lastige stuk is. Kijk daarnaast in je polisvoorwaarden: veel opstalverzekeraars vragen om een installatie volgens het fabrikantvoorschrift en om een jaarlijks veegbewijs. Zonder dat kan een schade rond de kachel lastig worden.
Heb ik een vergunning nodig voor een rookkanaal aan de gevel of door het dak?
Vaak niet, maar er zijn genoeg situaties waarin het wel zo is. Bij een monument, in een beschermd stads- of dorpsgezicht en aan de naar de weg gekeerde gevel gelden extra regels. Woon je in een appartement, dan heb je bijna altijd toestemming van de VvE nodig omdat de gevel en het dak gemeenschappelijk zijn. Vraag het na bij de gemeente via het Omgevingsloket voordat je materiaal bestelt, want een kanaal terugbouwen op een andere route is kostbaar.
Mogen een houtkachel en een cv-ketel op hetzelfde kanaal?
Nee. Een moderne cv-ketel heeft een gesloten verbranding met een eigen concentrische afvoer, en de rookgassen van hout zijn veel heter en vervuilender. Aanslag uit het houtvuur kan een gasafvoer vernauwen, met terugslaande verbrandingsgassen als gevolg. Elke afvoer krijgt zijn eigen kanaal. Blijft de ketel intussen melding maken van iets anders, dan zoek je die code op in de storingzoeker per merk.
Wat kost het om een rookkanaal te laten plaatsen?
De prijs wordt vooral bepaald door de lengte van het kanaal, het aantal doorvoeren en de bereikbaarheid van het dak. Een recht kanaal van vier meter door een plat dak is een fractie van het werk van een kanaal met twee bochten langs een gevel van drie verdiepingen waar een steiger bij moet. Vraag daarom altijd om een offerte per onderdeel: materiaal, doorvoeren, steiger en het inregelen. Dan zie je meteen welke route in jouw huis het gunstigst uitpakt.
Kan ik een pelletkachel plaatsen als er geen schoorsteen is?
Een pelletkachel heeft ook een afvoer nodig, maar de eisen liggen anders. Het toestel blaast de rookgassen mechanisch weg, dus de afvoer mag kleiner zijn en het kanaal hoeft minder hoogte te maken. Dat maakt een route langs de gevel of via een korte doorvoer vaker haalbaar. Er is wel stroom nodig, en zonder stroom stopt de afvoer, dus de plaatsing van de uitmonding luistert nauw ten opzichte van ramen en buren.
Werkt een bio-ethanolhaard als vervanging van een houtkachel?
Als sfeerelement wel, als verwarming niet echt. Bij een bio-ethanolhaard vindt de verbranding in de kamer plaats en blijven de waterdamp en het koolstofdioxide daar ook. Dat vraagt om een goed geventileerde ruimte en om terughoudendheid met de brandduur. De warmteafgifte is bescheiden vergeleken met een houtkachel, en de brandstof is per uur bepaald niet goedkoop.
Hoe vaak moet een rookkanaal van een houtkachel geveegd worden?
Bij houtstook is één keer per jaar het gebruikelijke minimum, en wie dagelijks stookt of een koud buitenkanaal heeft, laat beter twee keer vegen. Laat het veegbewijs bewaren, want verzekeraars vragen erom na een schoorsteenbrand. Vraag de veger meteen om een oordeel over de aanslag: een dikke, glimmende teerlaag zegt dat er iets aan het kanaal of aan je stookgedrag te verbeteren valt.
Is een houtkachel te combineren met vloerverwarming of een cv-installatie?
Dat gaat prima naast elkaar, zolang beide systemen hun eigen afvoer en hun eigen regeling houden. Het praktische punt is dat de thermostaat in de woonkamer de kachelwarmte meet en de rest van het huis daardoor koud kan blijven. Verplaats de thermostaat dan of gebruik radiatorknoppen per kamer. Stook je in de winter veel minder met de ketel, kijk dan af en toe naar de waterdruk met de rekenhulp voor de cv-druk.
Wanneer je beter een vakman belt
Het opbouwen van een dubbelwandig kanaal binnen is werk dat je met twee mensen en wat geduld prima zelf doet. Er zijn vier momenten waarop het verstandiger is om te stoppen en te bellen.
Het eerste is het dak. Werken op hoogte is de plek waar bij deze klus de echte ongelukken gebeuren, en een dakdoorvoer maak je niet vanaf een ladder met een pan in je hand. Zonder steiger of dakrandbeveiliging laat je dit deel doen.
Het tweede is een bestaand gemetseld kanaal. Of dat gasdicht is, of het ergens aftakt en of er een voering in past, stelt een schoorsteenveger of installateur met een camera en een rookproef vast. Dat oordeel is de basis onder alles wat je daarna bouwt.
Het derde is alles wat met gas te maken heeft. Zit er nog een gaskachel of een geiser op het kanaal dat je wilt gebruiken, dan is het loskoppelen en afdoppen daarvan werk voor een erkend installateur, zonder uitzondering.
Het vierde is een grijze, vezelige pijp in de schacht. Dat kan asbestcement zijn. Niet boren, niet zagen en niet breken, maar laten onderzoeken en zo nodig laten verwijderen door een gecertificeerd bedrijf.