De meterkast: groepen, aarding en wat je zelf mag doen
De meterkast bestaat uit twee helften met een harde grens ertussen. Alles onder het zegel is van de netbeheerder, alles daarboven in de groepenkast is van jou. Binnen jouw deel draait vrijwel elke vraag om drie dingen: hoeveel groepen er achter een aardlekschakelaar hangen, of de aarding klopt en of er nog ruimte op de DIN-rail is. Wie die drie kent, weet meteen of een klus een kwartier kost of een installateur vraagt.
Alle gidsen over meterkast & groepen
2 fase aansluiting
Een 2 fase aansluiting werkt met twee verschillende fasen en één gedeelde nul, en dat is iets anders dan een…
Lekstroom
Lekstroom is stroom die niet via de nul terugloopt maar via aarde weglekt. Een deel daarvan is normaal en komt…
Aardpen slaan
Een aardpen slaan is grondwerk met een elektrische eis eraan vast. De pen moet diep genoeg zitten om ook in…
Groepenkast uitbreiden
Een groepenkast kan op drie manieren vol zitten: geen vrije modules op de rail, geen vrije klem meer in de…
Aardedraad
De aardedraad is groengeel, hij voert in normaal bedrijf geen stroom en hij komt in de groepenkast op de aardrail.…
Meterkast deur
Een meterkastdeur is smaller dan een gewone binnendeur, draait de hal in en moet altijd te openen zijn zonder gereedschap…
Aggregaat aansluiten op meterkast
Een aggregaat aansluiten op de meterkast draait om één ding: het net en het aggregaat mogen elkaar nooit zien. Dat…
Wat er in een meterkast zit en van wie het is
Een meterkast is twee dingen in dezelfde ruimte. Onderin hangt het deel van de netbeheerder: de huisaansluitkast met de hoofdzekering en de kWh-meter, en in de meeste woningen ook de gasmeter en de watermeter met de hoofdkraan. Daarboven zit de groepenkast, en daar begint jouw eigen verantwoordelijkheid. Die grens loopt precies bij het zegel en hij bepaalt wat je zelf mag doen. Hoe de rest van de installatie in huis samenhangt, staat in ons overzicht over elektra in en om het huis.
In de groepenkast klikt alles op een DIN-rail. Een module is 17,5 millimeter breed en dat is de maat waarin je rekent zodra je iets wilt bijzetten. Een gewone installatieautomaat is een module, een aardlekautomaat twee en een aardlekschakelaar vier. Een rij in een woningkast heeft meestal twaalf modules, dus de ruimte is eindig en je bent hem sneller kwijt dan je denkt.
Het onderdeel waar je het vaakst mee te maken krijgt is de hoofdschakelaar, want daarmee zet je de hele kast in een keer uit. Welke uitvoering je nodig hebt bij een of drie fasen en wat zo'n schakelaar wel en niet spanningsloos maakt, lees je bij de hoofdschakelaar in de meterkast. Onthoud in elk geval dat de bovenkant van die schakelaar vaak nog onder spanning staat als hij uit staat.
| Onderdeel | Wat het doet | Van wie het is |
|---|---|---|
| Huisaansluitkast met hoofdzekering | Waar de aansluitkabel binnenkomt, begrensd op meestal 1x35A, 1x40A of 3x25A | Netbeheerder, verzegeld |
| kWh-meter | Meet afname en teruglevering en heeft een P1-poort voor uitlezen | Netbeheerder, verzegeld |
| Hoofdschakelaar | Maakt de hele groepenkast in een handeling spanningsloos | Jij |
| Aardlekschakelaar | Schakelt af bij lekstroom naar aarde, in woningen 30 milliampere | Jij |
| Installatieautomaat | Beveiligt een groep tegen overbelasting en kortsluiting | Jij |
| Aardlekautomaat | Beide functies in een component van twee modules | Jij |
| Hoofdaardrail of aardblok | Verzamelpunt voor alle aardedraden en de vereffening | Jij |
| Verdeelblok of aansluitblok | Verdeelt fase en nul vanaf de hoofdschakelaar | Jij |
| Beltrafo | Maakt 8 tot 24 volt wisselspanning voor de deurbel | Jij |
| Watermeter en hoofdkraan | Waterlevering, in veel woningen in dezelfde kast | Waterbedrijf |
| Gasmeter en gaskraan | Gaslevering, bij nieuwbouw vaak in een gasmeterkast buiten | Netbeheerder |
| Mantelbuizen en doorvoerplaat | Brengen kabels de kast in vanuit kruipruimte of grond | Jij, samen met de bouwer |
| PTT-aansluitpunt of AOP | De oude telefoonaansluiting, nu vaak glasvezel of coax | Het netwerkbedrijf |
Hoogte, ruimte en waar de kast mag hangen
De opbouw van een meterkast ligt vast, maar de plek in de woning en de hoogte lopen per bouwjaar flink uiteen. Een groepenkast hangt zo hoog dat je er zonder trapje bij kunt en zo laag dat je de automaten kunt aflezen. In de praktijk zit de onderkant tussen 150 en 180 centimeter boven de vloer. Hangt de kast hoger, dan sta je in het donker met een zaklamp te zoeken naar de hoofdschakelaar, en dat is precies het moment waarop je hem snel wilt vinden. Meer referentiematen voor elektra staan bij elkaar in onze tabel met standaardmaten en hoogtes.
De meterkast zelf staat in een rijtjeswoning meestal in de hal, vaak onder de trap. In oudere woningen zit hij soms in de woonkamer achter een kastdeur, en bij nieuwbouw zie je steeds vaker een gasmeterkast buiten aan de gevel terwijl de elektrameter binnen blijft. Een meterkast buiten de woning of een groepenkast buiten kan, maar dan moet de behuizing spatwaterdicht zijn en mag er geen condens in blijven hangen.
Ruimte om te werken telt zwaarder dan mensen denken. Je moet met twee handen bij de kast kunnen, dus zet er geen kast, geen fiets en geen stofzuiger pal voor. Kun je de deur niet ver genoeg open krijgen, dan is dat op zichzelf al reden om iets te veranderen. Over de deur, het kozijn en het slot lees je meer bij de deur van de meterkast.
| Wat | Maat waar je op mikt | Waarom die maat |
|---|---|---|
| Onderkant groepenkast | 150 tot 180 cm boven de vloer | Hoofdschakelaar bedienen zonder te klimmen |
| Modulebreedte DIN-rail | 17,5 mm per module | Bepaalt of er nog iets bij past |
| Aardlekschakelaar | 4 modules, ongeveer 70 mm | Kost evenveel breedte als vier automaten |
| Aardlekautomaat | 2 modules, ongeveer 35 mm | Halveert de ruimte ten opzichte van aardlek plus automaat |
| Vrije ruimte voor de kast | 70 cm of meer | Met twee handen werken en je gereedschap kwijt kunnen |
| Mantelbuis vanuit de kruipruimte | 40 tot 50 mm | Later nog een kabel kunnen bijtrekken |
| Vrije ruimte boven en onder de kast | Een handbreedte | Warmte moet weg kunnen |
| Bodemplaat of vloerplaat | Over de volle bodem, rondom aansluitend | Houdt vocht, geur en ongedierte uit de kast |
Oude kasten, oude zekeringen en de merken die je tegenkomt
In woningen uit de jaren dertig tot de jaren tachtig hangen nog volop stoppenkasten met porseleinen zekeringen erin: een schroefpatroon met een gekleurd knopje in het midden. Die kleur is geen versiering maar de kleurcode voor de waarde van de smeltveiligheid. Springt er een, dan zie je het knopje eruit vallen. Zo'n patroon is niet te resetten en hoort vervangen te worden door een patroon van dezelfde waarde, nooit door een zwaarder exemplaar.
Merken die je in Nederlandse meterkasten steeds weer tegenkomt zijn Attema, Hager, Eaton en ABB, en in oudere installaties Holec, Merlin Gerin en Odink en Koenderink. Onderdelen daarvan zijn vaak nog gewoon leverbaar, dus een oude kast betekent niet automatisch een nieuwe kast, en vaak kun je hem gewoon uitbreiden met een extra aardlekautomaat. Een Attema groepenkast uit de jaren negentig open je niet met schroeven: aan de zijkant zitten sleuven waar je met een platte schroevendraaier in gaat en waarmee je de borglippen opzij duwt. Een groepenkast openen zonder die kennis wordt zoeken naar schroeven die er niet zijn. Wie de handleiding niet meer heeft, weet zo toch hoe de kap eraf komt.
Automaten uit die tijd dragen soms de aanduiding L16A. De L is de oude karakteristiek en komt overeen met wat tegenwoordig B heet. Een detail dat veel mensen op het verkeerde been zet: bij sommige merken springt de hendel bij kortsluiting naar een middenstand. Duw je hem dan omhoog, dan veert hij terug en lijkt de automaat kapot. Zet hem eerst helemaal naar beneden en dan pas omhoog, en negen van de tien keer doet hij het gewoon weer.
| Kleur van het knopje | Waarde | Waar je hem meestal aantrof |
|---|---|---|
| Roze | 2 ampere | Bel- en signaalkringen |
| Bruin | 4 ampere | Kleine hulpkringen |
| Groen | 6 ampere | Oude lichtgroepen |
| Rood | 10 ampere | Licht en lichte wandcontactdozen |
| Grijs | 16 ampere | De standaard eindgroep |
| Blauw | 20 ampere | Zwaardere eindgroep |
| Geel | 25 ampere | Hoofdzekering in kleine woningen |
| Zwart | 35 ampere | Veelvoorkomende hoofdzekering |
| Wit | 50 ampere | Zware eenfase aansluiting |
| Koperkleurig | 63 ampere | Grotere aansluitingen, ook als 63A in nieuwe kasten |
Een groep erbij en hoeveel er achter een aardlek mogen
Een groep toevoegen is de klus die het vaakst gevraagd wordt, en de eerste vraag is of er nog een groep bij kan. Het antwoord hangt aan drie dingen: is er ruimte op de rail, zit die aardlekschakelaar niet al vol, en houdt de hoofdzekering het bij. In een woning mogen er maximaal vier eindgroepen achter een aardlekschakelaar. Zit je daar al aan, dan is een vijfde groep achter dezelfde aardlek geen optie en heb je twee keuzes: een aardlekschakelaar erbij, of een aardlekautomaat die zijn eigen lekbeveiliging meebrengt.
Die tweede route is meestal de slimste. Een aardlekautomaat kost twee modules, een aardlekschakelaar met een losse automaat kost er vijf. Bovendien loopt een zwaar apparaat op een eigen aardlek niemand anders voor de voeten als er iets lekt. Een groep vervangen door een aardlekautomaat is daarmee vaak de goedkoopste manier om ruimte te winnen. Past er daarna echt niets meer bij, dan zet je een uitbreidingskast naast de bestaande behuizing, of je klikt er een uitbreidingsmodule aan als de fabrikant die voor jouw kast levert. Een groep bijmaken in een kast die al tot de rand vol zit is vragen om warmteproblemen. De volgorde waarin je te werk gaat en wat je moet uitzoeken voordat je materiaal bestelt, staat bij een groepenkast uitbreiden.
Voor een kookgroep en een krachtgroep gelden extra regels. Een kookgroep die uitkomt op een perilex contactdoos hoort achter aardlekbeveiliging van 30 milliampere, net als elke andere wandcontactdoos. Een laadpaal mag volgens de norm niet achter dezelfde aardlekschakelaar als andere groepen en krijgt er dus een voor zichzelf. Reken voordat je bestelt eerst uit wat er aan vermogen bij komt met onze rekenhulp voor groepen en vermogen.
Selectiviteit is het laatste puzzelstukje. Daarmee bedoelen we dat bij een fout de dichtstbijzijnde beveiliging afschakelt en niet de hoofdzekering. Een groepszekering van 16 ampere onder een hoofdzekering van 35 ampere zit ruim genoeg uit elkaar. Zet je een groep van 25 ampere onder een hoofdzekering van 35, dan klapt bij kortsluiting net zo goed het hele huis eruit als die ene groep.
| Groep | Aderdoorsnede | Beveiliging | Aandachtspunt |
|---|---|---|---|
| Lichtgroep | 1,5 of 2,5 mm2 | B10 of B16 | Een lamp trekt weinig, maar led-drivers geven inschakelpieken |
| Wandcontactdozen algemeen | 2,5 mm2 | B16 | Maximaal vier van dit soort groepen achter een aardlek |
| Wasmachine of wasdroger | 2,5 mm2 | B16 | Eigen groep, want beide trekken lang achter elkaar vol vermogen |
| Vaatwasser of koelvriescombinatie | 2,5 mm2 | B16 | Mag samen met andere apparatuur, maar niet met de kookgroep |
| Kookgroep 2 fasen (perilex) | 2,5 mm2, 5-aderig | 2x B16 | Achter aardlekbeveiliging van 30 milliampere |
| Kookgroep 1 fase | 2,5 mm2 | B16 | Alleen genoeg voor een lichte kookplaat of een enkele zone |
| Inductie 3 fasen | 2,5 mm2, 5-aderig | 3x B16 of een 3P+N automaat | Achter een vierpolige aardlekschakelaar of aardlekautomaat |
| Krachtgroep 400 volt | 2,5 of 4 mm2, 5-aderig | B16 of C16, 3-polig | Motoren hebben een aanloopstroom, C is dan gebruikelijker |
| Laadpaal | 2,5 tot 6 mm2 | B16 tot B32 met eigen aardlek | Verplicht op een eigen aardlekbeveiliging |
| Omvormer zonnepanelen | 2,5 mm2 of zwaarder | B16, vaak als aardlekautomaat | Sommige omvormers vragen 300 milliampere in plaats van 30 |
| Boiler of warmtepomp | 2,5 tot 4 mm2 | B16 of B20 | Kijk in de handleiding van het toestel, die is leidend |
Verdeelblokken, klemmen en kamrails
Vanaf de hoofdschakelaar van de groepenkast moet de fase naar meerdere aardlekschakelaars en automaten, en de nul evengoed. Daar zijn drie nette manieren voor, en alle drie kom je in dezelfde kast tegen. De eerste is doorlussen met een dubbele adereindhuls, waarin twee soepele aders samen komen en als een geheel in de klem gaan. De tweede is een aansluitblok of distributieklemmenblok onderin de kast, waarin een dikke ader binnenkomt en waar meerdere aders uit vertrekken. De derde is een kamrail die naast elkaar geplaatste componenten onderling verbindt.
In de praktijk gebruik je ze door elkaar. Vanaf de hoofdschakelaar vertrek je met een set draden naar een verdeelblok, en vanuit dat blok voed je de aardlekschakelaars. Staan er meerdere aardlekautomaten naast elkaar, dan verbind je die met een kamrail en hoef je maar op een component draden aan te sluiten. Let daarbij op de modulebreedte: een aardlekautomaat is twee modules breed en heeft dus een andere kam dan een gewone automaat van een module. Eaton voert daar een aparte uitvoering voor onder artikelnummer 1317812. Een kamrail inkorten mag niet, maar je kunt de tanden die je niet gebruikt afdekken met blinddopjes.
Waar het misgaat is bij de klemmen zelf. Twee losse draden onder een schroef mag alleen als het twee identieke aders zijn die identiek zijn afgewerkt, en zelfs dan is een dubbele huls netter. Adereindhulzen horen op soepel draad. Om massief draad laat een huls zich niet fatsoenlijk persen, en juist daar ontstaat de overgangsweerstand die de klem warm maakt. Rijgklemmen, aftakklemmen en losse doorverbindblokjes op de rail zijn een alternatief, en zo'n doorverbinder is snel geplaatst, maar ze kosten veel breedte voor weinig aansluitpunten. Een distributieklemmenblok waar per pool negen aders van 10 mm2 op passen, kost vaak precies evenveel ruimte en levert het dubbele op.
| Manier van verdelen | Wanneer je die kiest | Waar je op let |
|---|---|---|
| Dubbele adereindhuls | Twee aders vanaf een klem verder laten lopen | Alleen soepel draad, en persen met de juiste bek |
| Distributieklemmenblok | Veel aftakkingen vanaf de hoofdschakelaar | Bedrading kan te kort worden, meet voordat je bestelt |
| Verdeelblok op de rail | Kleine uitbreiding in een kast die al bedraad is | Kost veel modules voor het aantal aansluitingen |
| Kamrail | Meerdere gelijke automaten naast elkaar | Kam moet bij de modulebreedte passen, inkorten mag niet |
| Aftakklem of rijgklem | Een enkele extra aftakking | Snel vol en lastig later nog uit te breiden |
| Doorlussen in de klem | Twee identieke aders, identiek afgewerkt | Nooit twee verschillende doorsneden onder een schroef |
Van een fase naar drie fasen
Een woning met een laadpaal, een warmtepomp en inductie loopt op een enkele fase snel tegen de grens aan. De netbeheerder zet je aansluiting dan om, bijvoorbeeld van 1x40A naar 3x25A. Dat is voor het capaciteitstarief geen verschil, want dat tarief geldt voor alles tot en met 3x25A of 1x80A. Wel verandert er van alles in je kast: de hoofdschakelaar wordt vierpolig, er komen drie fasen op de verdeelblokken en de groepen moeten evenwichtig verdeeld worden.
De volgorde van dat werk verrast veel mensen. De netbeheerder komt pas als de groepenkast al geschikt is, en tegelijk kun je een hoofdschakelaar niet spanningsloos wisselen als er geen schakelaar voor de meter zit. In woningen met een moderne huisaansluitkast met hoofdautomaten kun je de kast wel volledig spanningsloos maken en de nieuwe vierpolige schakelaar plaatsen, waarbij je de drie fasen aan de voedende kant tijdelijk doorverbindt zodat alles op die ene fase blijft draaien. Ontbreekt zo'n schakelaar, dan wordt het werk van een installateur.
Fasen tellen is geen kunst maar wel nodig. Drie zwarte of bruine aders op de hoofdschakelaar zijn L1, L2 en L3, de blauwe is de nuldraad en die moet overal mee aangesloten worden. Er bestaat geen vaste regel dat de fase links of rechts zit, dus meten is de enige manier om het zeker te weten. Zijn fase en nul ergens omgedraaid, dan werkt een toestel meestal gewoon, maar schakelt de schakelaar in de nul en blijft het apparaat onder spanning staan. Wat wel vastligt is de kleur: groengeel is uitsluitend aarde en blauw is uitsluitend nul. Een groene kabel in de meterkast die geen aardedraad is, hoort daar niet. Over de aansluiting van twee fasen en het bijbehorende schema lees je meer bij een 2 fase aansluiting maken.
Voor de kabel geldt: er bestaat geen aparte 2 fase kabel en geen aparte 3 fase kabel. Je gebruikt een 5-aderige kabel en laat de aders die je niet nodig hebt netjes afgedopt zitten. In webshops zie je hem als 3fase kabel of als 3 fase stroomkabel staan, maar het is gewoon XMVK of YMVK met vijf aders. Welke dikte je nodig hebt hangt af van de stroom en de lengte, en dat zoek je op in onze draad- en kabelkiezer. Drie fasen door een buis mag, mits alle aders van dezelfde kring in diezelfde buis zitten.
| Situatie | Wat je nodig hebt | Waar het misgaat |
|---|---|---|
| 1 fase naar 3 fase ombouwen | Vierpolige hoofdschakelaar en verdeelblokken voor drie fasen | De netbeheerder komt pas als de kast al klaar is |
| 3 fasen groepenkast schema | Elke fase een eigen aardlekschakelaar of aardlekautomaat | Alle zware groepen op een fase hangen |
| Kookgroep op 2 fasen | 5-aderige kabel, twee automaten of een 2-polige | De nul vergeten, waardoor een helft niet werkt |
| Kookplaat met 3 fasen | 3P+N automaat of aardlekautomaat | Bruggetjes op het aansluitblok van het toestel verkeerd zetten |
| Bora Puru of vergelijkbare kookplaat met afzuiging | Aansluitschema van het toestel volgen | Aannemen dat het altijd 2 fasen zijn, dat verschilt per model |
| Krachtstroom in de schuur | 5-aderige kabel en een 3-polige automaat | 3 fase zonder nul aanleggen terwijl het toestel de nul nodig heeft |
| 1 fase stekker op een 3 fase groep | Een fase, de nul en de aarde afnemen | Twee fasen pakken en 400 volt op een 230 volt toestel zetten |
| 3 fase naar 1 fase transformator | In een woning vrijwel nooit zinvol | Je haalt gewoon een fase en de nul uit de kast |
Aarding: van aardpen tot aardmat
Aarding is het onderdeel waar de meeste misverstanden zitten. In Nederland levert de netbeheerder soms wel en soms geen aarde. Bij een moderne huisaansluitkast zie je vaak een klein aardblokje aan de zijkant, en dan heb je een net waarbij de aarde meekomt met de aansluiting. Zit dat blokje er niet, dan moet de woning zijn eigen aardelektrode hebben. Vroeger werd de waterleiding als aarde gebruikt, maar dat mag al lang niet meer omdat waterleidingen tegenwoordig van kunststof zijn.
Een eigen aarde maak je met een aardpen. De standaardpen is verkoperd staal, want puur koper is te zacht om de grond in te slaan en verzinkt staal roest te snel weg. Je vindt ze bij de bouwmarkt, ook bij Gamma, met koppelstukken zodat je verder de grond in kunt dan de eerste anderhalve meter. Welke diepte je nodig hebt, hangt van de bodem af: het gaat erom dat de pen in grond zit die ook in een droge zomer vochtig blijft. Hoe je zo'n pen erin krijgt zonder hem krom te slaan, staat bij een aardpen slaan.
Vanaf de aardpen loopt een aardleiding naar de hoofdaardrail in de meterkast, en niet rechtstreeks naar de groepen. Dat is geen formaliteit: over tien jaar weet niemand meer dat er in de kruipruimte een aftakking zit, en dan wordt de oude blanke draad weggeknipt terwijl hij het enige aardpunt was. Op die hoofdaardrail komen ook de vereffeningsleidingen van waterleiding, gasleiding en cv samen. Welke doorsnede waar hoort en hoe je een blanke aardlitze uit een grondkabel netjes afwerkt, lees je bij de aardedraad en de aardrail.
Meten is een verhaal apart. Met een multimeter kun je vaststellen of er verbinding is tussen een stopcontact en de aardrail, en dat is al veel waard na een verbouwing. De aardverspreidingsweerstand van de pen zelf meet je er niet mee: de interne weerstand van een multimeter is te hoog om er stroom doorheen te sturen. Daar heb je een installatietester of een megger voor nodig, en een driepuntsmeting met twee hulppennen in de grond. De eis is dat de aanraakspanning onder de 50 volt blijft. Met een aardlekschakelaar van 30 milliampere levert dat rekenkundig een ruime waarde op, maar installateurs houden bewust veel strenger aan omdat de bodem in een droge zomer flink kan uitdrogen.
| Aardverbinding | Doorsnede die je aanhoudt | Waar hij naartoe gaat |
|---|---|---|
| Aardelektrodeleiding van de aardpen | 16 mm2 koper | Rechtstreeks naar de hoofdaardrail |
| Hoofdvereffening waterleiding en gas | 6 mm2 groengeel | Van de metalen leiding naar de hoofdaardrail |
| Aardedraad in een eindgroep | 2,5 mm2 groengeel | Van de aardrail naar elke wandcontactdoos |
| Aanvullende vereffening badkamer | 4 mm2, of 2,5 mm2 als hij beschermd ligt | Van de aardmat en het leidingwerk naar de rail |
| Aardlitze in een grondkabel | Blank, isoleren met groengele krimpkous | Meeloopt met fase en nul naar de kast |
| Aardblok aan de huisaansluitkast | Wordt door de netbeheerder geleverd | Naar de hoofdaardrail in de groepenkast |
Zonnepanelen, een thuisbatterij en overspanningsbeveiliging
Zonnepanelen veranderen de meterkast van een plek waar stroom binnenkomt in een plek waar stroom ook vandaan komt. Dat heeft gevolgen die je in oude kasten niet ziet. De omvormer krijgt een eigen automaat, en bij voorkeur een aardlekautomaat, want zonnepanelen veroorzaken relatief vaak aardfouten en het is onhandig als daardoor je koelkast meegaat. Hoe je zo'n lekstroom naar aarde terugvindt is bij een omvormer net iets anders dan bij een gewoon apparaat. Kijk in de installatie-instructie van de omvormer: een deel van de merken vraagt om 300 milliampere in plaats van de gebruikelijke 30.
Er is een rekensom die veel mensen overslaan. Je aardlekschakelaars zijn gebouwd voor 40 of 63 ampere. Bij een aansluiting van 3x25A met een omvormer die 16 ampere per fase teruglevert, kan er in theorie 41 ampere door een aardlekschakelaar van 40 ampere lopen. Daar hoort dan een installatieautomaat van 40 ampere tussen de hoofdschakelaar en de aardlekschakelaars, in de wandelgang een remautomaat. De omvormer en een eventuele thuisbatterij takken af voor die remautomaat, zodat hun stroom niet door de eindgroepen hoeft.
Een omvormer voor een enkele fase op een meterkast met drie fasen kan gewoon. Hij hangt dan op een van de drie fasen en levert daar terug, wat betekent dat je die fase niet ook nog eens vol moet hangen met zware verbruikers. Bij micro-omvormers zoals die van Enphase komt alles via een kleine verdeelkast in het systeem bij elkaar en heb je in de groepenkast alleen de eindautomaat nodig. Over de afstand tussen omvormer en meterkast wordt veel gezegd: elektrisch maakt het weinig uit zolang de kabeldikte klopt, maar hoe verder weg, hoe dikker de kabel en hoe meer verlies.
Een overspanningsbeveiliging in de meterkast doet iets specifieks. Hij leidt een piek die via het net binnenkomt, bijvoorbeeld door een blikseminslag verderop, naar aarde weg. Hij wordt parallel op de groepen aangesloten, direct achter de hoofdschakelaar, met een eigen beveiliging ervoor. Wat hij niet doet, is beschermen tegen een zwevende nul of tegen een verwisseling van fase en nul in het transformatorhuis, want daarvoor heb je fasebewaking nodig. En tegen een directe inslag op je eigen woning helpt alleen een bliksemafleidingsinstallatie.
Een tweede groepenkast in de schuur, de garage of buiten
Zodra je in een schuur of garage meer wilt dan een verlengsnoer, kom je uit op een onderverdeelkast. Dat is gewoon een groepenkast, alleen dan gevoed vanuit de hoofdkast in plaats van rechtstreeks vanaf de meter. Het is dezelfde kast als in huis, met een eigen hoofdschakelaar en een eigen aardlekbeveiliging, zodat je in de schuur kunt werken zonder het hele huis uit te zetten.
De maatvoering van zo'n kast begint bij het vermogen en niet bij het aantal groepen. Tel op wat er tegelijk kan draaien, vermenigvuldig dat met ongeveer 0,7 omdat nooit alles tegelijk aan staat, reken dat om naar stroom en kies daar de beveiliging bij. Pas daarna kies je de kabel. Voor een grondkabel over enige afstand is spanningsval de bepalende factor, niet de stroom: bij 60 meter naar een 2e groepenkast in de schuur kom je al snel op een zwaardere kern uit dan je op grond van de zekering zou denken. Welke kabel daarbij hoort en of je YMVK of XMVK neemt, staat in de draad- en kabelkiezer.
Selectiviteit is hier belangrijker dan in huis. De beveiliging in de hoofdkast moet ruim boven die in de onderverdeler liggen, anders klapt bij een kortsluiting in de garage de kast in huis eruit. Een gebruikelijke reeks is 3x40A hoofdzekering, 25 ampere in de hoofdkast en 16 ampere in de onderverdeler. Een grondkabel doortrekken vanuit de meterkast doe je met de mantel intact tot in de kast, dan heb je geen flexbuis nodig. Laat je de mantel voor het laatste stuk toch weg, isoleer de blanke aardlitze dan met groengele krimpkous en laat hem dezelfde route volgen als fase en nul.
Vanuit dezelfde kast voed je vaak ook de tuin. Een lantaarnpaal aan het pad, een dompelpomp in de put of een vijverpomp krijgen allemaal hun eigen zekering, zodat een storing buiten niet je vriezer meeneemt. Zit er een machine bij, dan gaat het over motorbeveiliging: die stel je in op de nominale stroom van het typeplaatje en niet op de zekeringwaarde. Bij een 1 fase motor is dat een enkel getal, bij drie fasen bereken je de thermische beveiliging uit vermogen, spanning, arbeidsfactor en rendement. Wil je in een schuur zonder netaansluiting werken, kijk dan bij een aggregaat aansluiten op de meterkast.
| Situatie | Wat je plaatst | Waarop je let |
|---|---|---|
| Groepenkast in de schuur | Onderverdeelkast met eigen hoofdschakelaar | Selectiviteit ten opzichte van de kast in huis |
| Tweede groepenkast in de garage | Kast met aardlekschakelaar en twee tot vier groepen | Aarde meeneemt vanuit de hoofdkast, geen tweede aardpen |
| 3 fase groepenkast in een werkplaats | Vierpolige schakelaar en een 5-aderige grondkabel | Motoren vragen een C-karakteristiek in plaats van B |
| Groepenkast buiten aan de gevel | Behuizing met een hoge beschermingsgraad | Condens en temperatuurwisselingen, ventileer de kast |
| Woning splitsen met een tweede kast | Aparte verdeler per wooneenheid | Splitsen met een eigen meter is werk van de netbeheerder |
| Kabel doortrekken vanuit de meterkast | Grondkabel met mantel tot in de kast | Mantel niet in de kruipruimte onderbreken met een doos |
Vocht, geur, warmte en geluid in de kast
Een muffe geur in de meterkast komt bijna altijd van onderaf. In woningen met een kruipruimte staat de kast vaak boven een open doorvoer, en dan trekt vochtige kruipruimtelucht de kast in. Dat ruik je, en op den duur zie je het ook: schimmel op de achterwand en witte uitslag op de bodemplaat. Een vochtvreter in de meterkast bestrijdt het symptoom en niet de oorzaak, want zolang er lucht van beneden binnenkomt blijft er nieuw vocht bij komen.
De oplossing is de vloer van de meterkast dichtmaken. Een goede vloerplaat sluit rondom aan en de doorvoeren erdoorheen worden luchtdicht afgekit of afgeschuimd. Ligt de kast op de fundering, dan zit daar vaak een doorvoer waar de hoofdkabel en de waterleiding samen door komen: die krijgt een mantelbuis met een afdichting eromheen. Zitten er doorvoerbuizen in de vloer waar geen kabel meer doorheen loopt, stop die dan af in plaats van ze open te laten. Meterkast isoleren is meestal niet nodig, maar de wand naar buiten en de bodem wel goed dichtzetten scheelt zowel kou als vocht.
Stinkt de meterkast naar riool of naar rotte eieren, dan is het geen elektraprobleem. In veel meterkasten zit de aansluiting van de wasmachineafvoer of een condensafvoer met een sifon. Staat er in die sifon geen water, bijvoorbeeld omdat er lang geen water door is gelopen, dan komt de rioollucht rechtstreeks de kast in. Een liter water erdoorheen gieten is dan alles wat je hoeft te doen. Loopt er een waterleiding door de kast die tikt of klopt bij het sluiten van een kraan, dan hoort daar een waterslagdemper. Wie een buitenkraan wil aanleggen vanuit de meterkast, takt daarvoor vlak achter de hoofdkraan af. Lekt de waterleiding in de meterkast, dan draai je eerst de hoofdkraan dicht en pas daarna kijk je verder, want water en een groepenkast gaan slecht samen.
Een zoemend geluid uit de meterkast heeft vrijwel altijd een trafo als bron. De beltrafo en de voeding van een videodeurbel brommen op 50 hertz, en dat wordt hoorbaarder naarmate ze meer belast worden of ouder zijn. Ook een schakelklok of een relais dat aantrekt kan tikken. Wordt de kast warm, dan is dat een ander signaal. Een warme meterkast betekent dat er ergens vermogen wordt omgezet in warmte, en in een propvolle kast zonder ruimte tussen de componenten kan die warmte nergens heen. Ventilatie van de meterkast bestaat vaak alleen uit de spleet onder de deur, dus laat die vrij. Wat je met roosters en kierdichting kunt doen, staat bij de deur van de meterkast.
De meterkast netjes maken: planken, vloerplaat en doorvoeren
Een meterkast opknappen begint niet bij het schilderen maar bij de bodem. Maak eerst de vloer dicht met een vloerplaat, zet de doorvoeren af en pas daarna ga je aan de rest werken. Een vloerplaat is bij nieuwbouw voorgeschreven en bij bestaande bouw gewoon verstandig. Zelf maken kan prima: een plaat van watervast multiplex of van kunststof, op maat gezaagd, met gaten voor de leidingen die je daarna afdicht. Komt de aardedraad vanaf de aardpen door diezelfde doorvoer omhoog, werk die dan af met een losneembare doorvoerrubber in plaats van met schuim, zodat je hem later nog kunt vervangen.
Planken in de meterkast maken is de meest gevraagde verbetering, omdat die kast in de praktijk ook de plek is waar het modem, de stofzuigerslang en de gereedschapskist staan. Houd de planken uit de buurt van de groepenkast en van de meter, want daar moet de monteur bij kunnen. Blinde plankdragers zien er strak uit, maar hun draagvermogen hangt volledig aan de muur en aan de lengte van de staaf. Voor zware spullen kies je liever een drager met een zichtbare beugel die op twee ankers in het metselwerk zit. Een houten achterwand of achterplaat maakt bevestigen makkelijker, maar hij mag de ventilatie niet dichtzetten.
Er zijn twee dingen waar je bij het opknappen tegenaan kunt lopen. Het eerste is asbest: in woningen van voor 1994 kan de plaat achter de meter of tegen de zijwand asbesthoudend zijn, herkenbaar aan een grijze, iets vezelige plaat. Daar ga je niet in boren of zagen. Het tweede is brandwerendheid. In een gestapelde woning of een appartement is de meterkast vaak onderdeel van een brandscheiding, en het Bouwbesluit vraagt dan dat doorvoeren brandwerend worden afgewerkt. Een gat dat je zelf maakt door een brandwerende wand hoort dus met de juiste manchet of kit dicht.
Staat er iets zwaars in de meterkast, zoals een thuisbatterij, dan wordt de vloer ineens relevant. Dezelfde vraag komt terug bij zonnepanelen op een plat dak. In beide gevallen deel je de belasting in twee soorten: permanente belasting is het eigen gewicht van de constructie plus alles wat er blijvend op staat, veranderlijke belasting is wat komt en gaat, zoals mensen en sneeuw. Wie de dakbelasting wil berekenen telt beide op en vergelijkt dat met wat de constructie aankan. De maximale dakbelasting van een plat dak is sneller bereikt dan je denkt zodra er ook nog ballasttegels op liggen.
| Constructie | Waar je in de bouw mee rekent | In gewicht |
|---|---|---|
| Vloer in een woning, veranderlijke belasting | 1,75 kN per m2 | Ongeveer 175 kilo per vierkante meter |
| Balkon of galerij bij een woning | 2,5 kN per m2 | Ongeveer 250 kilo per vierkante meter |
| Plat dak dat alleen voor onderhoud betreden wordt | 1,0 kN per m2 | Ongeveer 100 kilo per vierkante meter |
| Sneeuw op een plat dak in Nederland | Ongeveer 0,56 kN per m2 | Ongeveer 56 kilo per vierkante meter |
| Permanente belasting | Eigen gewicht plus alles wat blijft liggen | Dakbedekking, isolatie, ballast, panelen |
| Vloerbelasting van een houten vloer | Hangt aan de balkmaat en de overspanning, niet aan een tabelwaarde | Bij twijfel laten narekenen, een betonvloer haalt de norm makkelijk |
Als de stroom uitvalt of een groep eruit klapt
Er zijn drie soorten uitval en ze wijzen alle drie naar iets anders. Klapt er een installatieautomaat uit, dan is er te veel stroom door die groep gegaan of er is kortsluiting geweest. Klapt de aardlekschakelaar uit, dan lekt er stroom naar aarde. Valt alles uit terwijl er niets uit staat, dan zit het probleem voor je groepenkast of in een contact dat onderbreekt.
Die laatste is de vervelendste en tegelijk de meest onderschatte. Een klem waarin een draad met zijn isolatie zit geklemd, maakt maar met een deel van het koper contact. Bij belasting wordt dat warm, zet het uit en verbreekt het even. Zodra het afkoelt, doet alles het weer, en dat is precies waarom mensen aan de meter of aan de wasdroger gaan denken. Alles natrekken met een schroevendraaier en aan elke ader trekken is dan de snelste weg naar de oorzaak.
Voor een aardlek die eruit klapt geldt een vaste zoekmethode. Schakel alle automaten achter die aardlek uit, zet de aardlek weer aan en schakel de groepen een voor een bij. Blijft hij aan tot je bij groep vier komt, dan zit het daar. Zet daarna in die groep de apparaten een voor een aan. Vaak is het een boiler, een oude wasmachine, tuinverlichting waar water in staat of een omvormer. Ook geldt: veel kleine lekstromen bij elkaar kunnen samen de drempel halen zonder dat een van de apparaten echt kapot is. Hoe je die stap voor stap opspoort, staat bij lekstroom opsporen.
Een aardlekschakelaar die eruit gaat door overbelasting bestaat trouwens niet. Een aardlek meet alleen het verschil tussen wat er heen gaat en wat er terugkomt. Ga je er toch van uit dat het overbelasting is, dan kijk je in de verkeerde richting. Wat wel gebeurt, is dat het totaal aan groepen achter een aardlek de 40 ampere van dat component overschrijdt, en dan hoort er een remautomaat voor.
| Wat je ziet | Meest waarschijnlijke oorzaak | Wat je als eerste doet |
|---|---|---|
| Een automaat klapt eruit zodra je een apparaat aanzet | Kortsluiting of een defecte motor in dat apparaat | Apparaat eruit, automaat weer aan, apparaat apart testen |
| De zekering springt steeds af zonder duidelijke aanleiding | Te veel verbruikers op een groep | Verbruik verdelen of een groep bijplaatsen |
| De aardlekschakelaar klapt eruit | Lekstroom in een van de groepen erachter | Groepen een voor een bijschakelen |
| Alles valt uit, niets staat uit | Slecht contact voor of in de hoofdschakelaar | Spanningsloos maken en alle klemmen natrekken |
| Een fase is uitgevallen, de rest doet het | Hoofdzekering van die fase of een onderbreking in het net | Netbeheerder bellen, dit is hun deel |
| Het knopje van de porseleinen zekering is eruit gevallen | De smeltveiligheid is doorgebrand | Patroon vervangen door dezelfde waarde |
| De automaat gaat niet omhoog en veert terug | Hendel staat in de middenstand | Eerst helemaal omlaag, dan weer omhoog |
| De groep valt uit zodra de zon schijnt | Aardfout of te hoge netspanning bij de omvormer | Instellingen en aardlekgevoeligheid van de omvormer nakijken |
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Hoe diep moet een aardpen de grond in?
Een standaard aardpen is anderhalve meter lang en dat is in de meeste Nederlandse bodems genoeg, maar de lengte is niet het criterium. Waar het om gaat is dat de pen in grond staat die ook in een droge zomer vochtig blijft, want droog zand geleidt slecht. Kom je op zandgrond niet aan een goede waarde, dan koppel je er een tweede pen aan en ga je dieper. Een pen van verkoperd staal is de gangbare keuze: puur koper is te zacht om te slaan en verzinkt staal roest te snel. Je vindt ze bij de bouwmarkt, ook bij Gamma, met koppelstukken erbij.
Kun je aarding meten met een multimeter?
Voor een deel wel. Met een multimeter kun je prima doorbellen of er verbinding is tussen de aardcontacten van een stopcontact en de hoofdaardrail, en dat is precies wat je wilt weten na een verbouwing waarbij stopcontacten opnieuw zijn afgemonteerd. Wat je er niet mee meet, is de aardverspreidingsweerstand van de aardpen zelf, want de interne weerstand van een multimeter is te hoog om er noemenswaardige stroom door te sturen. Daar heb je een installatietester of een megger voor nodig en een driepuntsmeting met twee hulppennen op afstand in de grond. Een aardpen doormeten is dus geen leketaak.
Is een aardmat in de badkamer verplicht?
Een aardmat is verplicht als de vloer van de natte ruimte geleidend is, en bij een betonvloer met wapening is dat het geval. Ligt er een isolerende laag tussen, zoals een noppenplaat van XPS onder de dekvloer, dan wordt de kans op een geleidende vloer klein maar niet nul, want bij een lekkage staat via het water alles met elkaar in verbinding. Bij twijfel leg je de mat er dus in. Kunststof leidingen in de badkamer hoeven niet geaard te worden, maar metalen kranen, de metalen afvoer en de radiator wel, via een aanvullende vereffening van 4 mm2. Een aardmat aansluiten gebeurt op dezelfde rail.
De stroom valt uit maar de zekering is niet gesprongen, wat is er aan de hand?
Dan zit het probleem bijna altijd in een contact en niet in een beveiliging. Een klem waarin een draad met zijn isolatie zit geklemd, maakt maar gedeeltelijk contact. Bij belasting wordt dat punt warm en zet het uit, waardoor het contact even wegvalt, en bij afkoelen sluit het weer. Dat verklaart waarom alles het na uit- en inschakelen gewoon weer doet. Maak de installatie spanningsloos en trek alle klemmen na, te beginnen bij de hoofdschakelaar. Blijft het bij een enkele fase, dan kan de hoofdzekering van die fase eruit zijn en is het werk van de netbeheerder.
Hoeveel groepen mogen er achter een aardlekschakelaar?
In een woning maximaal vier eindgroepen achter een aardlekschakelaar. Vijf groepen achter een aardlek voldoet dus niet, ook al past het fysiek. Voor krachtgroepen geldt dezelfde telling: een driefasengroep telt als een groep. Een laadpaal is de uitzondering die er helemaal buiten valt, want die moet volgens de norm achter een eigen aardlekbeveiliging. Een aardlek achter een aardlek zetten mag technisch, maar dan moet de bovenliggende ongevoeliger zijn dan de onderliggende, anders schakelen ze allebei tegelijk af en heb je er niets aan.
Mag ik zelf mijn groepenkast vervangen?
Er is geen wet die het je verbiedt en je bent zelf verantwoordelijk voor de installatie achter de meter. In de praktijk zit het addertje in het spanningsloos maken. Heb je onder de meter een hoofdschakelaar of hoofdautomaat, dan kun je de kast veilig en volledig spanningsloos wisselen. Zit er alleen een verzegeld schroefpatroon, dan zou je onder spanning moeten werken of het zegel verbreken, en dat is allebei geen optie. Laat de installatie na afloop keuren, ook als niemand erom vraagt: het is de enige manier om te weten of overgangsweerstanden en uitschakeltijden kloppen, en het scheelt gedoe met je verzekering.
Wat kost het om de hoofdzekering in de meterkast te laten vervangen?
Het vervangen van een doorgebrande hoofdzekering doet de netbeheerder en dat valt meestal onder de storingsdienst. Iets anders is verzwaren, bijvoorbeeld van 1x40A naar 3x25A. Daar hangt een eenmalig bedrag aan van enkele honderden euro's, plus de aanpassing van je eigen groepenkast die je vooraf moet regelen. Reken op een wachttijd die tegenwoordig eerder in maanden loopt dan in weken. Het capaciteitstarief verandert niet zolang je binnen 3x25A of 1x80A blijft, dus een aansluiting van 1x50A kost hetzelfde per jaar als 1x35A. Nog een misverstand: wie zoekt op de meterkast laten vervangen door Essent zit bij de verkeerde partij, want Essent levert energie en de aansluiting is van de netbeheerder in jouw regio.
Krijg ik een boete als het zegel van de meterkast verbroken is?
Een zegel verbreken zonder zegelrecht is niet toegestaan en netbeheerders zoals Enexis rekenen de kosten van het onderzoek en het opnieuw verzegelen door. Dat zijn geen boetes in juridische zin maar wel bedragen die je liever niet krijgt. Vermoedt de netbeheerder fraude of energiediefstal, dan volgt een naheffing en dat loopt hoog op. Constateer je bij het kopen van een woning dat een zegel los zit of ontbreekt, meld dat dan zelf voordat een monteur het vindt. Achteraf uitleggen is altijd lastiger.
Hoe hoog moet een meterkast hangen?
De groepenkast hangt zo dat je hem zonder trapje kunt bedienen. In de praktijk zit de onderkant tussen 150 en 180 centimeter boven de vloer, waarbij de hoofdschakelaar het onderdeel is waar de maat aan opgehangen wordt. Hoger mag technisch, maar dan sta je in het donker te zoeken op het moment dat je snel wilt afschakelen. Lager kan ook, en in woningen die rolstoeltoegankelijk zijn is dat zelfs beter. Andere hoogtes rond elektra, zoals die van stopcontacten en schakelaars, staan in onze tabel met standaardmaten.
Hoe krijg ik een Attema groepenkast open?
Bij de oudere kasten van dit merk zoek je tevergeefs naar schroeven of beugels. Aan de zijkanten zitten smalle sleuven. Daar steek je een platte schroevendraaier in en daarmee duw je de borglippen opzij, waarna de kap eraf komt. Bij nieuwere kasten zit er een afdekplaat over de automaten die je aan de onderkant lostrekt. Heb je de handleiding niet meer, dan helpt het om eerst goed naar de naad te kijken: waar de kap over de bak valt, zitten de lippen. Bedenk wel dat er in een geopende groepenkast punten zitten waar je geen enkele bescherming meer hebt.
Mag er een stekkerdoos in de meterkast?
Liever niet. Een meterkast is krap, de warmte kan slecht weg en er zitten blanke aansluitpunten op ooghoogte. Een stekkerdoos met losse snoeren daartussen is een risico dat je niet hoeft te nemen, en bij een controle wordt het je aangerekend. Heb je in de kast stroom nodig voor een modem, een router of een slimme-metermodule, laat dan een vaste wandcontactdoos plaatsen, buiten de groepenkast om en op een eigen groep. Een rookmelder in de meterkast is wel een goed idee, zeker als de kast onder de trap zit en niemand er komt.
Waarom zoemt mijn meterkast?
Een zoemend geluid in de meterkast komt vrijwel altijd van een trafo. De beltrafo brengt de kern in trilling op 50 hertz, en dat wordt hoorbaarder naarmate het blikpakket losser wordt of de belasting hoger. Ook een videodeurbelvoeding, een schakelklok of een relais dat aantrekt kan geluid maken. Zoemt het pas sinds er iets veranderd is, kijk dan naar het nieuwste onderdeel. Zit er warmte bij het geluid, dan is het een ander verhaal: een warme meterkast wijst op een overgangsweerstand of op een kast die te vol zit om zijn warmte kwijt te kunnen.
Waar komt die muffe geur in de meterkast vandaan?
Bijna altijd van onderaf. Zit er in de vloer van de kast een open doorvoer naar de kruipruimte, dan trekt vochtige lucht mee omhoog en die ruik je. Op den duur zie je het ook, als schimmel op de achterwand of vocht op de bodemplaat. Een vochtvreter in de meterkast haalt wat vocht uit de lucht maar lost niets op. Maak de vloer dicht en dicht de doorvoeren af, dan is het over. Ruikt het meer naar riool, kijk dan of er een sifon in de kast zit die is drooggevallen. Een liter water erdoorheen en de stank uit de meterkast is weg.
Welke kabel heb ik nodig voor drie fasen?
Een 5-aderige kabel: drie fasen, een nul en een aarde. Er bestaat geen aparte 3 fasen kabel als product, het is gewoon XMVK binnen of YMVK in de grond met vijf aders. De dikte hangt af van de stroom en van de lengte, want over afstand telt spanningsval zwaarder dan de zekeringwaarde. Voor een gewone krachtgroep in huis is 2,5 mm2 gebruikelijk, voor een lange grondkabel naar een schuur al snel meer. Een 3 fase kabel dikte bepalen doe je met onze draad- en kabelkiezer. Alle aders van dezelfde kring horen door dezelfde buis te lopen.
Wat is het verschil tussen 2 en 3 fasen?
Bij twee fasen gebruik je twee van de drie fasedraden plus de nul, bij drie fasen alle drie. Tussen fase en nul staat 230 volt, tussen twee fasen onderling 400 volt. Een 2 fase kabel bestaat niet als apart product: je legt een 5-aderige kabel en gebruikt er twee fasen van. Twee fasen kom je vooral tegen bij een kookgroep met een perilex contactdoos, drie fasen bij inductie, krachtstroom en warmtepompen. Voor de kleuren geldt: bruin, zwart en grijs zijn fasedraden, blauw is altijd de nul en groengeel is altijd aarde en nooit iets anders.
Kan ik een omvormer voor een fase op een meterkast met drie fasen aansluiten?
Dat kan gewoon. De omvormer hangt dan op een van de drie fasen en levert daar terug. Houd er alleen rekening mee dat je die fase daarmee al deels bezet, dus hang er niet ook nog de zwaarste verbruikers aan. Slimme meters salderen over de drie fasen heen, dus voor de afrekening maakt het niets uit. Boven een bepaald vermogen eist de netbeheerder wel een verdeling over meerdere fasen. Bij micro-omvormers zoals die van Enphase komt alles samen in het systeem zelf en heb je in de groepenkast alleen de eindautomaat nodig.
Is een overspanningsbeveiliging in de meterkast verplicht?
Voor bestaande woningen niet, en voor nieuwbouw hangt het af van een risicobeoordeling die de installateur maakt. Zinvol is hij wel als je veel elektronica hebt, of een warmtepomp en een omvormer die samen een flink bedrag vertegenwoordigen. Een overspanningsbeveiliging aansluiten doe je parallel op de groepen, direct achter de hoofdschakelaar, met een eigen beveiliging ervoor. Verwacht er niet te veel van: hij vangt een piek af die via het net binnenkomt, maar hij beschermt niet tegen een zwevende nul en niet tegen een directe inslag op je eigen dak.
Hoe zet ik de stroom in de meterkast uit?
Stroom uitschakelen in de meterkast doe je met de hoofdschakelaar in de groepenkast, de brede schakelaar die meestal linksonder of rechtsonder zit. Zet eerst de losse automaten uit, dan de aardlekschakelaars en pas daarna de hoofdschakelaar, dan schakel je nergens vol vermogen af. De stroom uitzetten in de meterkast betekent overigens niet dat de hele kast spanningsloos is: de aankomende kant van die schakelaar staat er nog op. Heb je zonnepanelen, zet dan ook de omvormer uit, want die levert vanaf de andere kant.
Waarom springt de zekering steeds af bij een bepaald apparaat?
Springt de zekering alleen als je een specifiek apparaat aanzet, dan ligt het aan dat apparaat en niet aan de groep. Een motor met een kortsluiting, een verwarmingselement dat doorslaat naar de behuizing of een aangekoekte pomp geeft precies dat beeld. Test het door het apparaat op een andere groep te steken. Zit er in het apparaat zelf een zekering, dan is die soms vervangbaar, maar bij bijvoorbeeld een hogedrukreiniger van Karcher zit er geen zekering in die je zelf wisselt: die schakelt thermisch af en moet gewoon afkoelen.
Mijn Kärcher K2 doet niets meer, moet ik een zekering vervangen?
Kijk eerst in de meterkast welke groep eruit ligt. In een moderne groepenkast vervang je niets: je duwt de automaat helemaal naar beneden en daarna weer omhoog. Alleen een porseleinen patroon in een oude stoppenkast is een zekering die je echt vervangt, en dan door een patroon van dezelfde waarde.
Doet de groep het wel en de machine niet, dan zit het probleem in het apparaat. In een Kärcher K2 of K5 zit geen los smeltzekeringetje dat je even wisselt. De motor heeft een thermische beveiliging die vanzelf terugkomt zodra hij is afgekoeld, dus geef hem een half uur voordat je verder zoekt. Blijft hij daarna dood, dan zijn de koolborstels, de drukschakelaar of een gebroken ader in het snoer bij de kabelwartel de gebruikelijke oorzaken. Dat is reparatie aan het apparaat, niet aan je meterkast.
Klapt juist de aardlekschakelaar eruit op het moment dat je de hogedrukreiniger inschakelt, dan wijst dat op vocht in de machine, in het verlengsnoer of in het buitenstopcontact. Test hem aan een stopcontact dat achter de andere aardlek hangt. Hoe je uitzoekt welk apparaat de lekstroom veroorzaakt, lees je bij het opsporen van lekstroom.
Kan ik een woning splitsen met een tweede meterkast?
Twee groepenkasten in huis mag zonder meer, bijvoorbeeld een tweede verdeler op zolder of een extra meterkast in de garage. Dat is een onderverdeling en die voed je vanuit de hoofdkast. Een woning splitsen in de zin van twee zelfstandige wooneenheden met elk een eigen meter is iets anders: dat vraagt een tweede aansluiting van de netbeheerder, een eigen huisaansluitkast en meestal ook toestemming van de gemeente. De watermeter verplaatsen naar de meterkast valt onder dezelfde categorie: dat doet het waterbedrijf, niet jij.