M6 voorboren: de juiste boormaat per situatie
Welke boor je bij M6 nodig hebt, hangt af van wat je erin draait. Ga je draad tappen in metaal, dan boor je 5,0 mm voor. Draai je een M6 houtdraadbout in hout, dan boor je het draaddeel op 4 mm en het gladde deel onder de kop op 6 mm. Moet de bout er alleen doorheen steken, dan boor je 6,5 mm. Boor je in alle drie de gevallen gewoon 6 mm, dan heb je respectievelijk geen draad, geen houvast en te veel speling.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Houtspiraalboren met centerpunt, 4 mm, 4,5 mm en 6 mm
- HSS-G metaalboren, 5,0 mm en 6,5 mm
- Boormachine met koppelinstelling, of een boorkolom voor haakse gaten
- Handtapset M6 met wringijzer, of een machinetap M6
- Verzinkboor 90 graden voor verzonken koppen
- Schuifmaat om de kerndiameter te meten
- Dopsleutel of ringsleutel SW10 voor de zeskantkop
- Schilderstape voor een diepteaanslag
Materiaal
- M6 houtdraadbouten in de benodigde lengte
- M6 bouten met sluitringen en moeren
- Zuurvrije vaseline of kaarsvet voor de schroefdraad
- Snijolie of boorolie voor het tappen
- Inslagmoeren of schroefdraadbussen M6 waar hout te zacht is
- Houtvuller voor weggewerkte koppen
Wat M6 betekent en waarom dat de boormaat bepaalt
M6 is een metrische schroefdraad met een buitendiameter van 6 mm en een spoed van 1,0 mm. Die 6 mm is de maat over de toppen van de draad, niet de boormaat. Het gat is altijd kleiner, want er moet materiaal overblijven waar de draad zich in kan vastzetten. Dat geldt voor elke schroef die je voorboort en dus voor het meeste werk in ons overzicht over zagen en boren in hout en plaatmateriaal. Bij metrische draad is de marge alleen kleiner dan bij een gewone houtschroef.
Er zijn drie totaal verschillende klussen die allemaal M6 voorboren heten. Draad snijden in metaal vraagt een gat van 5,0 mm. Een M6 houtdraadbout in hout draaien vraagt ongeveer 4 mm. En een gat waar een M6 bout alleen doorheen moet steken, boor je juist ruimer dan 6 mm. Wie die drie door elkaar haalt, boort een gat dat nergens voor deugt.
Let ook op het verschil tussen M6 en een houtschroef van 6 mm. Een houtschroef heeft een veel grovere draad en een dunnere kern, dus die vraagt een kleiner voorboorgat. Staat er M6 op de verpakking, dan gaat het om metrische draad. Voor zwaardere verbindingen werkt hetzelfde stramien een maat groter, zie de maten voor M8.
| Wat je gaat doen | Voorboren met | Type boor | Waarom deze maat |
|---|---|---|---|
| M6 draad tappen in staal of aluminium | 5,0 mm | HSS-G metaalboor | 6 mm min de spoed van 1,0 mm, de tap snijdt de rest |
| M6 fijne draad tappen (M6 x 0,75) | 5,25 mm | HSS-G metaalboor | Fijnere spoed betekent minder materiaal wegsnijden |
| M6 houtdraadbout in naaldhout | 4 mm | Houtspiraalboor met centerpunt | Iets onder de kerndiameter, het hout wijkt zelf mee |
| M6 houtdraadbout in hardhout | 4,5 tot 5 mm | Houtspiraalboor met centerpunt | Hardhout wijkt niet, te krap draait de kop eraf |
| Glad deel onder de kop van een houtdraadbout | 6 mm | Houtspiraalboor | Dat deel heeft geen draad en hoeft alleen te passen |
| Doorgangsgat voor een M6 bout | 6,4 tot 7,0 mm | HSS-G of houtspiraalboor | De bout moet er los doorheen, niet klemmen |
| Inslagmoer M6 in hout | 8 mm | Houtspiraalboor | Het gat is voor de huls, de draad zit in het metaal |
Twijfel je over de maat, meet dan de bout zelf met een schuifmaat. Meet de diameter tussen de draad door, dus in het dal en niet op de top. Dat getal is je vertrekpunt bij hout, en het zit bij een M6 houtdraadbout meestal rond de 4,2 mm.
Voorboren voor een M6 houtdraadbout
Een houtdraadbout heeft een zeskantkop en een grove houtdraad, en vlak onder de kop zit een glad stuk zonder draad. Precies dat gladde stuk is de reden dat je bij een houtdraadbout twee keer voorboort, met twee verschillende maten. Boor je alles op de kerndiameter, dan moet je het gladde deel er met geweld doorheen persen en splijt het hout aan de bovenkant.
Wat wel betrouwbaar werkt, gaat zo. Boor eerst het hele gat op de kerndiameter, dus rond de 4 mm bij vuren en 4,5 tot 5 mm bij eiken, azobé of een andere hardhoutsoort. Daarna wissel je naar een boor ter dikte van het gladde stuk en boor je alleen het bovenste deel op, tot precies de lengte van dat gladde stuk. Bij een M6 bout is dat 6 mm, in elke houtsoort.
Boor het gat iets dieper dan de bout lang is, ongeveer vijf millimeter extra. Loopt de bout onderin tegen massief hout aan, dan bouwt het koppel op precies op het moment dat je denkt dat hij vastzit, en dan draait de kop eraf. Bij dikkere maten wordt dat effect alleen maar sterker, wat je terugziet bij M10 houtdraadbouten in zwaar constructiehout.
| Houtsoort | Boor voor het draaddeel | Waar je op let |
|---|---|---|
| Vuren en grenen | 4 mm | Zachte jaarringen kunnen de boor laten lopen, gebruik een centerpunt |
| Douglas en lariks | 4 mm | Harsrijk, de boor loopt warm en de spaan blijft plakken |
| Eiken | 4,5 mm | Looizuur tast verzinkt staal aan, kies rvs of thermisch verzinkt |
| Azobé en bangkirai | 5 mm | Zo hard dat de kop er bij een te krap gat gewoon afdraait |
| Bielzen en oud tropisch hardhout | 5 mm | Dichtheid wisselt sterk, test eerst op een onopvallende plek |
| Gelamineerde balk of LVL | 4,5 mm | Boor haaks, schuin boren scheurt de lijmlagen open |
| Multiplex, dwars door de lagen | 4,5 mm | Ondersteun de achterkant, anders breekt de laatste laag uit |
Voor een schommel, een trapleuning of een hangende constructie is een M6 houtdraadbout meestal te licht. Zulke bevestigingen krijgen schokbelasting, en een kind dat schommelt zet veel meer kracht op de bevestiging dan het eigen gewicht doet vermoeden. Ga daar naar M10 of M12, of gebruik een doorgaande bout met een sluitring en een moer aan de achterkant.
M6 draad tappen in staal en aluminium
Wil je zelf schroefdraad in metaal snijden, dan voorboor je met een kernboor. De maat daarvan volgt uit een simpele rekensom: buitendiameter min de spoed. Bij M6 met standaard grove draad is dat 6 min 1,0, dus een kernboor van 5,0 mm. Heb je fijne draad M6 x 0,75, dan kom je uit op 5,25 mm en gebruik je in de praktijk een 5,2 mm boor.
Boor het gat haaks en met een aangeboorde put, want een tap die scheef begint snijdt de eerste gangen kapot en dan loopt de bout er nooit meer recht in. Gebruik een HSS-G boor, een matig toerental en flink snijolie. Bij roestvast staal moet dat echt: een te hoog toerental verhardt het oppervlak en daarna boort er niets meer.
Een handtapset bestaat uit drie tappen: een voorsnijder met een lange aanloop, een middensnijder en een natapper die tot op de bodem van een blind gat komt. Draai steeds ongeveer een halve slag vooruit en daarna een kwartslag terug om de spaan te breken. In een blind gat houd je een draadlengte aan van minstens één keer de diameter in staal en anderhalf tot twee keer in aluminium, dus 6 mm respectievelijk 9 tot 12 mm bij M6.
| Draadmaat | Spoed | Kernboor voor tappen | Doorgangsgat |
|---|---|---|---|
| M4 | 0,70 mm | 3,3 mm | 4,3 tot 4,5 mm |
| M5 | 0,80 mm | 4,2 mm | 5,3 tot 5,5 mm |
| M6 | 1,00 mm | 5,0 mm | 6,4 tot 7,0 mm |
| M6 x 0,75 | 0,75 mm | 5,25 mm | 6,4 tot 7,0 mm |
| M8 | 1,25 mm | 6,8 mm | 8,4 tot 9,0 mm |
| M10 | 1,50 mm | 8,5 mm | 10,5 tot 11,0 mm |
| M12 | 1,75 mm | 10,2 mm | 13,0 tot 13,5 mm |
Zet de tap de eerste twee slagen in de boormachine terwijl die uit staat, en draai de boorkop met de hand rond. De tap staat dan gegarandeerd haaks in het gat en je haalt hem daarna over naar het wringijzer.
Doorgangsgaten, verzinken en werken met een moer
Steekt de bout ergens doorheen en zit de draad in een moer of in een getapt gat verderop, dan hoeft het gat geen enkele grip te geven. Sterker nog: grip is hier ongewenst. Een bout die klemt in het doorgangsgat trekt de delen niet meer tegen elkaar, want de klemkracht blijft in het gat hangen in plaats van in de verbinding.
De gangbare maten voor M6 lopen van 6,4 mm voor een nauwe passing tot 7,0 mm voor een ruime. Wij boren standaard 6,5 mm en dat past vrijwel altijd. Wil je later nog iets kunnen uitlijnen, neem dan 7 mm en compenseer met een grote carrosseriering onder de moer.
Bij een verzonken kop hoort een verzinkboor van 90 graden. Verzink net zo diep dat de kop een fractie onder het oppervlak blijft, dan kun je hem later wegwerken met houtvuller en overschilderen. Verzink je te diep, dan drukt de kop bij het aandraaien het hout eromheen in en verliest de verbinding zijn voorspanning.
Gebruik onder de moer altijd een sluitring, en in hout een dikke ring of een carrosseriering. Zonder ring zakt de moer bij het aandraaien in het hout weg en verliest de verbinding na een paar maanden zijn spanning.
Boor een doorgangsgat nooit ruimer dan nodig in een dragend deel. Hetzelfde principe geldt bij een slotgat in een deur: wie voor een slotkast van 13 mm klakkeloos een gat van 18 mm boort, verzwakt de deur zo sterk dat hij met een breekijzer in seconden opengaat. Meet wat er echt in moet en boor die maat.
Voorboren zonder dat het hout splijt
Voorboren gaat over meer dan een draad die moet pakken. Het hout moet ook heel blijven. Elke schroef en elke bout wringt de vezels uit elkaar. Zit je te dicht op een rand of een kops eind, dan geeft het hout mee en scheurt het open, hoe netjes je ook geboord hebt.
Wij houden bij M6 een afstand aan van minstens drie centimeter tot het kopse eind en anderhalve centimeter tot de zijkant. Boren in de kopse kant is sowieso een verhaal apart, want daar loopt de draad met de vezel mee en houdt hij veel minder goed vast. Wat daar wel en niet lukt, staat bij bevestigen in de kopse kant van een balk.
In dunne latten is voorboren geen keuze maar een voorwaarde. Een glaslat van twaalf millimeter splijt in de lengte zodra je er zonder voorboren een schroef in draait, en dan kun je de hele lat opnieuw zagen. Hetzelfde geldt voor plaatmateriaal dat je op een frame schroeft: zonder voorgeboord gat drukt de schroef de platen bij een haakse aansluiting juist uit elkaar in plaats van tegen elkaar. Bij hardere plaatsoorten telt dat dubbel, zoals bij het zagen en bewerken van trespa.
Bij hardhout in de buitenlucht komt daar nog wat bij. Een gat dat te krap is laat de bout het hout van binnenuit opendrukken, en die scheur zie je pas na de eerste natte winter. Liever een halve millimeter ruimer boren in azobé dan een verbinding die langzaam openscheurt.
Welke boor je gebruikt en hoe je hem recht houdt
Voor hout neem je een houtspiraalboor met een centerpunt en twee voorsnijders. De punt pakt precies waar je hem zet, ook op een schuine vezel, en de voorsnijders snijden de rand van het gat schoon af. Een metaalboor in hout loopt bijna altijd een paar millimeter weg en laat een rafelige gatrand achter.
Voor metaal gebruik je een HSS-G boor, dus geslepen en niet gewalst. Sla eerst een centerpunt met een centerpons, want een boor van 5 mm wandelt op glad staal moeiteloos twee centimeter opzij voordat hij pakt. Bij een 5 mm boor in gewoon constructiestaal zit je met een matig toerental en constante druk goed, met een druppel olie tussendoor.
Haaks boren is bij metrische draad belangrijker dan bij een houtschroef, want een bout kan niet meebuigen. Heb je geen boorkolom, zet dan een winkelhaak naast de boor of laat iemand vanaf de zijkant meekijken. Hoe je zo'n hoek betrouwbaar uitzet lees je bij het uitzetten van een haakse hoek. Boor je juist bewust schuin, bijvoorbeeld om een regel van onderaf in een andere regel vast te zetten, dan werk je met een steekschroef en boor je het gat onder een vaste hoek voor. Die hoek zet je af zoals je een hoek van 45 graden aftekent.
Een diepteaanslag maak je in tien seconden met een stukje schilderstape om de boor. Plak het op de gewenste diepte en stop zodra de tape het hout raakt. Dat is nauwkeuriger dan het op het oog doen en het voorkomt dat je bij een blind gat aan de achterkant naar buiten komt.
Hoe je de bout indraait zonder hem kapot te draaien
Een goed voorgeboord gat is de helft van het werk, de manier van indraaien is de andere helft. Een M6 houtdraadbout draai je in met een dopsleutel of een ratel op SW10, niet met een slagmoersleutel. Een slagmoersleutel voelt geen weerstand en draait de kop eraf voordat jij door hebt dat hij vastzit.
Zet zuurvrije vaseline of kaarsvet op de draad voordat je hem indraait. Dat halveert het benodigde koppel merkbaar. In eiken en azobé draait de kop er zonder smeermiddel vaak gewoon af. Gebruik geen zeep in buitenwerk, want de resten daarvan houden vocht vast tegen het metaal aan.
Roestvast staal vraagt extra terughoudendheid. Rvs is zachter dan verzinkt staal en draait sneller kapot. Bij rvs schroeven van 5 of 6 mm houdt voorboren de schroef heel. En bij het aandraaien van een rvs bout in een rvs moer speelt vastvreten: draai langzaam en gebruik montagepasta.
Stel de koppeling van je accuboormachine laag in en draai de laatste halve slag met de hand. Je voelt dan precies wanneer de kop het hout raakt en je stopt voordat je hem in het hout trekt.
Als voorboren alleen niet genoeg houvast geeft
Soms is het probleem niet de boormaat maar het materiaal. Zacht vuren, spaanplaat en de kopse kant van een balk geven een M6 houtdraad simpelweg te weinig om zich aan vast te houden, hoe nauwkeurig je ook voorboort. Dan is een andere verbinding beter dan een grotere bout.
De eenvoudigste oplossing is een doorgaande M6 bout met een carrosseriering en een zelfborgende moer aan de achterkant. Die verbinding trekt niet uit, ook niet als het hout in de loop van de jaren krimpt.
Kan de bout er niet doorheen, dan is een inslagmoer een goede tweede: je boort 8 mm, slaat de moer erin en hebt daarna een echte metrische draad in het hout. Voor demontabel meubelwerk is een schroefdraadbus met houtdraad aan de buitenkant nog netter. De boormaat daarvoor staat op de verpakking, want die verschilt per merk.
Gaat het om een bevestiging in steen of gipsblokken in plaats van in hout, dan bepaalt de plug de boormaat en niet de bout. Welke combinatie in welke ondergrond hoort, zoek je op met onze plug- en boorkiezer per ondergrond. Wordt de belasting groter dan wat M6 aankan, ga dan een of twee maten omhoog en kijk bij de voorboormaten voor M12.
| Verbinding | Boormaat | Waar hij op zijn plek is | Beperking |
|---|---|---|---|
| M6 houtdraadbout | 4 tot 5 mm plus 6 mm voor het gladde deel | Massief hout, van één kant bereikbaar | Houdt slecht in kops hout en in spaanplaat |
| Doorgaande M6 bout met moer | 6,5 mm | Constructiewerk, beide kanten bereikbaar | Kop en moer blijven zichtbaar |
| Inslagmoer M6 | 8 mm | Meubels en panelen die je vaker demonteert | Trekt bij zwaar gebruik uit zacht hout |
| Schroefdraadbus M6 met houtdraad | Volgens verpakking, meestal 8 tot 10 mm | Netjes zichtbaar werk, hardhout en multiplex | Vraagt een haaks gat, scheef indraaien scheurt |
| Getapte draad in stalen strip of profiel | 5,0 mm | Metaalwerk, beugels, ophangconstructies | Weinig draadgangen bij dun materiaal |
| Sneltapper in dun staal | Geen, tot ongeveer 2 mm materiaal | Frames, stalen regels, plaatwerk | Bij dikker staal moet je alsnog voorboren |
Zo boor je voor een M6 houtdraadbout voor
Deze volgorde werkt in massief hout en gaat uit van een bout die je van één kant indraait.
-
Meet de bout en bepaal twee maten
Meet met een schuifmaat de diameter tussen de draad door, dat is je kerndiameter en die ligt bij M6 rond de 4,2 mm. Meet daarna het gladde stuk vlak onder de kop, in dikte en in lengte. Die twee getallen bepalen je twee boren en de diepte waarop je omschakelt.
-
Kies je boor op de houtsoort
In vuren en grenen neem je 4 mm, in eiken 4,5 mm en in azobé of bielzenhout 5 mm. Hoe harder het hout, hoe dichter je bij de kerndiameter blijft. Zacht hout wijkt zelf mee en pakt op een krapper gat juist beter vast.
-
Teken af en houd afstand tot de randen
Zet het punt af met een priem of een centerpons zodat de boor niet wegloopt. Houd minstens drie centimeter aan tot het kopse eind en anderhalve centimeter tot de zijkant, anders splijt het hout ondanks het voorboren.
-
Boor het draaddeel op diepte
Plak een stukje tape om de boor op de lengte van de bout plus vijf millimeter. Boor haaks en trek de boor tussendoor even terug om de spaan te lossen. Een gat dat te ondiep is, laat de bout onderin vastlopen en dat is precies waar koppen afdraaien.
-
Boor het bovenste stuk op 6 mm
Wissel naar een 6 mm boor en boor alleen het bovenste deel op, tot de lengte van het gladde stuk onder de kop. Dat stuk heeft geen draad en hoeft alleen te passen. Zonder deze stap pers je het gladde deel door een te krap gat en scheurt de bovenkant open.
-
Vet de draad in en draai de bout in
Smeer zuurvrije vaseline of kaarsvet op de schroefdraad. Draai de bout in met een ratel of dopsleutel op SW10 en voel het koppel oplopen. Gaat het opeens veel zwaarder, draai dan terug en boor een halve millimeter ruimer voor in plaats van door te zetten.
-
Draai aan tot de kop pakt, niet verder
Stop zodra de kop of de sluitring het hout raakt en er nog een kwartslag bijkomt. Doordraaien haalt de draad in het hout kapot en dan zit de bout los in een gat dat je niet meer kunt herstellen. Gebeurt dat toch, boor dan uit naar een doorgaande bout met een moer.
Plug- en boorkiezer
Kies je muursoort en het gewicht dat eraan moet hangen, en zie welke plug, schroef en boormaat je nodig hebt. Bekijk alle gegevens
| Muursoort | Zo herken je hem | Plug die past | Boor en maat | Wat je eraan kunt hangen |
|---|---|---|---|---|
| Beton | Grijs, keihard, boorstof is grijs en fijn, de boor loopt zwaar | Nylon plug of, bij zwaar werk, een keilbout | Steenboor met hamerfunctie, 6, 8 of 10 mm | Alles, ook een hangend toilet of een boiler, mits de plug diep genoeg zit |
| Kalkzandsteen | Lichtgrijs tot wit, glad breukvlak, boorstof is wit en zanderig | Nylon plug, boren zonder klopstand | Steenboor zonder hamerfunctie, 6 of 8 mm | Keukenkasten, wastafels, radiatoren |
| Baksteen | Rood tot bruin, boorstof is rood, harder dan voeg | Nylon plug, altijd in de steen en niet in de voeg | Steenboor met hamerfunctie, 6 of 8 mm | Zware kasten en wandbeugels, mits je de steen raakt en niet de voeg |
| Gipsplaat | Klinkt hol, boort weg als boter, boorstof is wit poeder | Hollewandplug met vleugels, tuimelplug of gipsplaatanker | Houtboor of steenboor, maat volgens de plug | Schilderij, spiegel en lichte kast tot ongeveer 10 kg per plug |
| Gasbeton | Lichtgrijs, heel licht van gewicht, kruimelt makkelijk | Speciale gasbetonplug of een lange schroef zonder plug | Houtboor, geen hamerfunctie, plug bepaalt de maat | Lichte tot middelzware last, verdeel over meer punten |
| Gipsblok | Wit tot lichtgeel, zacht, boorstof is wit gips | Gipsblokplug of chemisch anker bij zwaar werk | Houtboor zonder klopstand | Middelzware last, geen hangend toilet zonder voorzetframe |
| Holle steen | Klinkt hol, de boor zakt ineens door in de holte | Hollewandplug of chemisch anker met zeefhuls | Steenboor zonder hamerfunctie zodat de wand niet uitbreekt | Middelzwaar, met een chemisch anker ook zwaar |
| Hout | Herkenbaar, boorstof is krullend | Geen plug nodig, houtschroef volstaat | Houtboor, voorboren op ongeveer 70 procent van de schroefkerndiameter | Alles, mits je in het hart van de regel schroeft |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de bout indraait
Uit de praktijk
Scharnieren op bielzen: één gat of twee maten
Er moesten zware scharnieren op oude spoorbielzen, vastgezet met houtdraadbouten. De vraag was simpel en de verwarring groot: de bout mat achter de kop 9,45 mm over het gladde deel en 7 mm tussen de draad door. Boren op de dikste maat, op de dunste maat, of allebei.
Op de dikke maat boren over de hele diepte betekent dat de draad nergens meer pakt en de bout los in het gat hangt. Neem je alleen de dunne maat, dan pers je het gladde deel er met geweld doorheen en breekt het hout aan de bovenkant open. De oplossing was allebei: het hele gat op de kerndiameter, en daarna het bovenste stuk oplopend naar de dikte van het gladde deel, precies zo diep als dat gladde deel lang is.
Bij M6 werkt exact hetzelfde recept, alleen met kleinere getallen: ongeveer 4 tot 5 mm voor het draaddeel en 6 mm voor het stuk onder de kop. In bielzen en azobé moet die halve millimeter er echt bij, want anders draait de kop er gewoon af. De draad werd vooraf ingezet met zuurvrije vaseline en toen liep alles er soepel in.
Een tapgat dat op 6 mm geboord werd
Voor een ophangbeugel moest er M6 draad in een stalen strip van vier millimeter dik. Er werd geboord met een 6 mm boor, want er stond M6 op de bout. De tap draaide vervolgens vrolijk rond in het gat zonder ook maar iets te snijden.
Bij metrische draad boor je de buitendiameter min de spoed, en bij M6 is die spoed 1,0 mm. Het kerngat moet dus 5,0 mm zijn. Wie 6 mm boort, haalt precies het materiaal weg waar de draad in had moeten komen. De strip was daarmee verpest en er werd een nieuw gat verderop gemaakt, nu met een 5,0 mm HSS-G boor, een centerpons en snijolie.
Wat bij die tweede poging ook uitmaakte: de tap werd eerst met de hand in de uitgeschakelde boormachine rondgedraaid zodat hij gegarandeerd haaks stond, en pas daarna overgezet op het wringijzer. In een strip van vier millimeter heb je maar vier draadgangen, dus een tap die scheef begint kost je die verbinding meteen.
Glaslatten die in de lengte splijten
Bij nieuwe kozijnen moesten de glaslatten aan de buitenkant vastgeschroefd worden in plaats van geniet, met rvs schroeven en twee extra per lat. De eerste lat splijtte over de volle lengte bij de tweede schroef, want een lat van twaalf millimeter heeft nauwelijks vlees om de vezels uit elkaar te laten drukken.
De aanpak die wel werkte: elk gat voorboren, verzinken voor de kop en de kop daarna wegwerken met houtvuller en overschilderen. Een stuk karton tegen de ruit werkt daarbij als geleiding en bescherming, zodat je met de boor of de hamer niet tegen het glas komt. Rvs is zachter dan verzinkt staal en draait sneller kapot, dus voorboren houdt hier zowel de lat als de schroef heel.
Nog een praktisch punt dat pas achteraf opviel: nieten blijven bij het verwijderen van een lat in het kozijn achter, schroeven komen met de lat mee. Wie later nog eens glas moet vervangen, is met voorgeboorde en geschroefde latten aanzienlijk beter af.
Plaatmateriaal dat uit elkaar werd gedrukt
Een stalen H-balk werd betimmerd met gipsvezelplaat van tien millimeter, waarbij de platen haaks op elkaar geschroefd werden. Zonder voorboren duwde elke schroef de twee platen juist uit elkaar in plaats van tegen elkaar, want de draad pakte in beide platen tegelijk en trok niets meer aan.
Voorboren in de bovenste plaat loste dat op: de schroef draait dan vrij door het eerste deel en pakt pas in het tweede. Datzelfde principe geldt bij een doorgangsgat voor een M6 bout, waar de kracht in het gat blijft hangen zodra de bout ergens klemt. Een paar dotten montagekit tussen de balk en de plaat namen het laatste beetje speling weg.
Achteraf bleek tien millimeter aan de dunne kant, twaalf of vijftien millimeter had steviger gestaan. Waar in de buurt van een inbouwreservoir of een leiding geschroefd moest worden, werd bewust voorgeboord en met een sneltapper gewerkt, zodat er geen schroefpunt blind door het staal heen ging.
Veelgemaakte fouten
Boren op de nominale maat van 6 mm
Dit is de meest gemaakte fout, en hij gaat op twee manieren mis. In metaal haal je precies het materiaal weg waar de draad in had moeten komen en snijdt de tap niets. In hout hangt de bout los in het gat en trekt hij er bij de eerste belasting uit. De 6 in M6 is de buitenmaat van de draad, niet de boormaat.
Te krap boren in hardhout
In eiken, azobé en bielzenhout wijkt het hout niet mee. Een gat op 4 mm dat in vuren perfect is, laat in azobé het koppel zo ver oplopen dat de kop van de bout eraf draait. Ga daar naar 4,5 of 5 mm en vet de draad in. Een afgedraaide bout in een hardhouten balk krijg je er nauwelijks nog uit.
Het gladde deel onder de kop vergeten
Een houtdraadbout heeft vlak onder de kop een stuk zonder draad, en dat is dikker dan de kern. Boor je dat niet apart op, dan pers je het door een te krap gat. Het hout scheurt aan de bovenkant open en de kop komt nooit netjes vlak te liggen. Twee boren en twintig seconden extra voorkomen dat.
Niet diep genoeg voorboren
Een gat dat precies zo diep is als de bout lang is, laat de punt onderin tegen massief hout aanlopen. Het koppel schiet dan omhoog op het moment dat je denkt dat hij vastzit, en dat is precies wanneer koppen afdraaien. Boor vijf millimeter extra en plak tape om de boor als aanslag.
Ruimer boren omdat het toch wel houdt
Een gat dat een paar millimeter te groot is voelt bij het aandraaien nog prima, maar draagt veel minder dan het lijkt. In een dragend deel verzwak je het materiaal bovendien onnodig. Meet wat er in moet en boor die maat, ook als een boor van een maat groter toevallig al in de machine zit.
Scheef beginnen bij het tappen
Een tap die de eerste twee gangen scheef snijdt, snijdt de draad daarna definitief kapot. De bout loopt er dan wel in, maar hij staat scheef en klemt op de laatste slagen. Begin haaks, controleer dat van twee kanten en draai steeds een halve slag vooruit en een kwartslag terug.
Een slagmoersleutel gebruiken op hout
Een slagmoersleutel voelt geen weerstand en levert veel meer koppel dan je nodig hebt. Voordat je door hebt dat de bout vastzit, is de draad in het hout al rondgedraaid of ligt de kop ernaast. Draai een M6 houtdraadbout in met een ratel of dopsleutel en doe de laatste slag op gevoel.
Droog indraaien in eiken
Zonder smeermiddel loopt het koppel in hardhout snel op en piept de bout zich vast. Een dun laagje zuurvrije vaseline of kaarsvet op de draad halveert de weerstand merkbaar. Gebruik in buitenwerk geen zeep, want de resten daarvan houden vocht tegen het metaal aan en dat versnelt corrosie.
Veelgestelde vragen
Met welke boor moet ik M6 voorboren?
Dat hangt af van wat erin komt. Ga je draad tappen in staal of aluminium, dan boor je 5,0 mm, want dat is de buitendiameter min de spoed van 1,0 mm. Draai je een M6 houtdraadbout in hout, dan boor je het draaddeel op 4 mm in naaldhout of 4,5 tot 5 mm in hardhout, plus 6 mm voor het gladde stuk onder de kop. Moet de bout er alleen doorheen steken, dan boor je 6,5 mm.
Waarom mag ik niet gewoon 6 mm boren voor een M6 bout?
Omdat de 6 in M6 de buitendiameter van de schroefdraad is en niet de maat van het gat. In metaal zou je dan precies het materiaal wegnemen waar de tap draad in moet snijden, waardoor de tap rond blijft draaien zonder iets te doen. In hout hangt een houtdraadbout los in een gat van 6 mm en trekt hij er bij de eerste belasting uit. Alleen bij een doorgangsgat boor je ruimer dan 6 mm.
Welke kernboor hoort bij M6 draadtappen?
Voor standaard grove draad M6 x 1,0 gebruik je een kernboor van 5,0 mm. De rekenregel is buitendiameter min spoed, dus 6 min 1,0. Heb je fijne draad M6 x 0,75, dan kom je uit op 5,25 mm en pak je in de praktijk een boor van 5,2 mm. Gebruik een HSS-G boor, sla het punt eerst met een centerpons aan en werk met snijolie en een matig toerental.
Hoe diep moet ik voorboren voor een M6 houtdraadbout?
Boor het gat ongeveer vijf millimeter dieper dan de bout lang is. Loopt de punt onderin tegen massief hout aan, dan schiet het koppel omhoog terwijl de kop nog niet eens tegen het hout ligt, en dat is precies het moment waarop een kop afdraait. Plak een stukje schilderstape om de boor op de gewenste diepte, dan zie je meteen wanneer je moet stoppen. Bij een blind gat voorkomt dat ook dat je aan de achterkant naar buiten komt.
Is de boormaat anders in hardhout dan in vuren?
Ja, en dat verschil is groter dan mensen denken. Vuren en grenen wijken bij het indraaien mee, dus daar mag het gat krapper en pakt de draad juist beter. Eiken, azobé en bielzenhout wijken niet: daar loopt het koppel bij een krap gat zo ver op dat de kop eraf draait. Ga in eiken naar 4,5 mm en in azobé naar 5 mm, en vet de schroefdraad in voordat je begint.
Wat is het verschil tussen M6 en een houtschroef van 6 mm?
M6 is metrische draad met een spoed van 1,0 mm en een kern van ruim 4 mm. Een houtschroef van 6 mm heeft een veel grovere draad, een dunnere kern en scherpere flanken die zich in het hout snijden. Daardoor vraagt een houtschroef een kleiner voorboorgat, meestal rond de 3,5 mm. Staat er M6 op de verpakking, ga dan uit van de maten uit deze gids en niet van de tabel voor houtschroeven.
Hoe groot moet het doorgangsgat voor een M6 bout zijn?
Tussen 6,4 en 7,0 mm, afhankelijk van hoeveel speling je wilt. In de praktijk boor je 6,5 mm en dat past vrijwel altijd. Wil je de delen later nog kunnen uitlijnen, neem dan 7 mm en gebruik een carrosseriering onder de moer om het gat te overbruggen. Boor het gat niet krap: een bout die klemt in het doorgangsgat trekt de delen niet meer tegen elkaar, want de klemkracht blijft in het gat hangen.
Moet ik voorboren voor rvs schroeven van 5 of 6 mm?
Zeker wel. Roestvast staal is zachter dan verzinkt staal en de kop of de schacht draait sneller kapot bij een hoog koppel. Boor voor, vet de draad in en draai in met een matige snelheid. Bij eiken telt er nog iets bij: het looizuur in eiken tast verzinkt staal aan, dus daar kies je rvs of thermisch verzinkt materiaal en sla je het voorboren zeker niet over.
Moet ik glaslatten en dunne latten ook voorboren?
Ja, en daar kun je het echt niet overslaan. Een glaslat van twaalf millimeter splijt over de volle lengte zodra een schroef de vezels uit elkaar drukt. Boor elk gat voor, verzink de kop en werk hem daarna weg met houtvuller. Leg een stuk karton tegen de ruit als geleiding en bescherming. Wie later nog glas moet vervangen, haalt geschroefde latten er veel netter uit dan geniete.
Wat doe ik als de draad in het hout rondgedraaid is?
Dat gat is niet meer te redden door er dezelfde bout dieper in te draaien. Er zijn twee werkende oplossingen. Boor het gat uit naar 6,5 mm en maak er een doorgaande bout met een sluitring en een zelfborgende moer van, als je aan beide kanten bij kunt. Kan dat niet, boor dan uit naar 8 mm en zet er een inslagmoer in, zodat de draad voortaan in metaal zit in plaats van in hout.
Kan ik met een M6 houtdraadbout een schommel ophangen?
Dat raden wij af. Een schommel geeft schokbelasting en de krachten daarbij liggen ver boven het gewicht van het kind. Voor dit soort bevestigingen ga je naar M10 of M12, of naar een doorgaande bout met een grote ring en een moer aan de bovenkant van de balk. Boor de haak nooit in een te dunne balk en niet in de buurt van het kopse eind. Meer over de zwaardere maten en de bijbehorende gaten vind je in ons deel over hout en timmerwerk.
Moet ik in dun staal ook voorboren?
Tot ongeveer twee millimeter materiaaldikte boort een sneltapper zijn eigen gat, dus daar kun je voorboren overslaan. Wordt het staal dikker, of gebruik je een gewone bout in plaats van een zelfborende schroef, dan boor je alsnog voor met een HSS-G boor en snijolie. Werk je in de buurt van een leiding of een inbouwreservoir, boor dan bewust voor in plaats van blind door te drukken, want een boor die de tank raakt betekent de hele wand weer open.
Wanneer je beter een vakman belt
Voorboren en tappen op M6 is normaal klussenwerk, en met de juiste boor en een beetje geduld doe je dat gewoon zelf. Er zijn wel een paar grenzen waar je beter iemand bij haalt.
De eerste is alles wat mensen draagt of waar mensen onder staan. Een schommelbalk, een trapleuning, een hangende kast boven een bed of een bevestigingspunt in een dragende balk vraagt om een berekening van de belasting, niet om een gevoel. Een constructeur of een timmerman die dit vaker doet, kijkt naar de balkmaat, de overspanning en het bevestigingspunt tegelijk.
De tweede is boren in staal dat deel uitmaakt van de constructie. Gaten in de flens of het lijf van een stalen ligger verzwakken die ligger, en waar je wel en niet mag boren is geen kwestie van uitproberen. Laat dat toetsen voordat de boor het staal raakt.
De derde is werken op hoogte. Een houtdraadbout in een gevelbalk of een luifel indraaien vanaf een ladder gaat mis op het moment dat de boor vastloopt en je machine terugslaat. Huur een rolsteiger of laat het doen. En moet er in een muur geboord worden waar leidingen of bedrading kunnen lopen, gebruik dan eerst een leidingzoeker en blijf uit de standaard installatiezones.