Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Een RTM muurplaat op de juiste diepte en recht in de wand zetten

9 minuten lezen Zolder & vliering Bijgewerkt 14 augustus 2026
diy-gids.nl DAK & ZOLDER Rtm muurplaat

Een RTM muurplaat is de fitting die je waterleiding in de wand laat eindigen op een binnendraad, waar de kraan of de s-koppeling later in draait. Twee dingen bepalen of het goed komt: de diepte ten opzichte van de afgewerkte wand en de stand van de draad. Stel de plaat altijd op het niveau van het toekomstige stucwerk of tegelwerk, waterpas en met de draad haaks op de muur. Zit hij eenmaal ingemetseld scheef of te diep, dan ben je aangewezen op verlengstukken en s-koppelingen die maar een beperkt bereik hebben.

9 minuten

Dit heb je nodig

1 tot 3 uur per aansluitpunt Te doen met enige ervaring in leidingwerk 15 tot 60 euro per muurplaat, exclusief gereedschap

Gereedschap

  • Persgereedschap met de bek die bij het fittingsysteem hoort
  • Buisschaar voor meerlagenbuis
  • Kalibreer- en ontbraamgereedschap in de juiste maat
  • Waterpas van 40 tot 60 cm en een kleine doosjeswaterpas
  • Steek- of ringsleutel en een tweede sleutel om tegen te houden
  • Rolmaat en potlood, en een stuk latje ter dikte van de wandafwerking
  • Sleuvenfrees of muurbeitel, plus een stofzuiger
  • Afpersset of een handpomp met manometer

Materiaal

  • RTM muurplaat 16 x 1/2 inch, enkel of als dubbele plaat met vaste hartafstand
  • Meerlagenbuis in de maat die bij de fittingen hoort
  • Muurplaatbeugel of montagerail bij een voorzetwand
  • Verlengstukken van 10, 15 en 20 mm en een set s-koppelingen
  • Teflontape, vlas met afdichtpasta of afdichtingskoord
  • Snelcement of gips om de plaat te borgen
  • Buisisolatie voor leidingdelen in onverwarmde ruimtes
  • Twee blindkoppen of afsluitdoppen voor de drukproef

Wat een RTM muurplaat doet in de wand

Aan de achterzijde van een RTM muurplaat zit de perskoppeling voor meerlagenbuis, aan de voorzijde de binnendraad waar de kraan, de s-koppeling of een verlengstuk in gaat. Die draad is meestal een halve inch. RTM is de systeemnaam waaronder Uponor deze fittingen levert, en in de groothandel vraagt bijna iedereen om een RTM muurplaat, ook als het om een muurplaat met perskoppeling van een ander merk gaat.

De plaat doet twee dingen tegelijk: hij maakt de overgang van buis naar schroefdraad en hij is het vaste punt waarop de kraan straks steunt. Dat tweede wordt vaak onderschat. Zit de plaat een paar graden gedraaid in de wand, of kan hij nog meedraaien, dan gaat de kraan er alleen met geweld op en komt het rozet nooit netjes tegen de tegel.

Loopt de toevoer naar dit tappunt over een onverwarmde ruimte, dan hoort daar isolatie omheen voordat je iets dichtmaakt. Erna kun je er niet meer bij. Wat daarbij komt kijken staat bij het inrichten en isoleren van de zolder.

UitvoeringWaar je hem voor gebruiktWaar je op let
Enkele muurplaat 16 x 1/2 inchFonteinkraan, wasmachinekraan, losse aansluitingDiepte en draaistand moet je zelf bewaken, hij zit nergens aan vast
Dubbele muurplaat of muurplaatsetDouchekraan, badkraan, wandkraan boven het aanrechtLegt de hartafstand van 150 mm vast, dat scheelt het meeste meetwerk
Muurplaat op een montagerail of beugelVoorzetwand, gipsplaat, houtskeletbouwDe rail schroef je op de stijlen of een regel, nooit op de beplating
DoorstroommuurplaatTappunt in een leiding die anders stil zou staanHeeft drie aansluitingen: in, uit en de draad naar voren
Muurplaat met achteraansluiting, ook zolderplaat genoemdToevoer recht door de wand vanuit de ruimte erachterZoek op zolderplaat, met de gewone zoekterm vind je hem niet
Muurplaat met knelaansluitingZichtbaar werk in een kast of meterkastNiet geschikt om achter tegels of stucwerk weg te werken
Uponor RTM muurplaat 16 en 20 mmMeerlagenbuis binnen hetzelfde fittingprogrammaBuis, fitting en persbek horen bij elkaar, meng geen systemen

Koop de muurplaat en de kraan tegelijk, of houd de kraan in ieder geval bij de hand tijdens het stellen. De lengte van de schroefdraad aan de kraan bepaalt mede hoe diep de plaat mag zitten, en die lengte verschilt per merk en per serie.

Hoe diep de muurplaat in de wand moet zitten

Komt de muurplaat gelijk met de kale muur of gelijk met de afgewerkte wand? Met de afgewerkte wand. Alles wat er straks nog overheen gaat aan stucwerk, lijm en tegels telt mee, en dat kan zo drie centimeter zijn.

Meet daarom niet naar de steen maar naar de toekomstige buitenkant. Leg een losse tegel op een klodder lijm tegen de wand en meet daar tegenaan, of schroef een latje op de muur ter dikte van de afwerking. De voorkant van de muurplaat komt dan gelijk met dat latje of hooguit een paar millimeter erachter, zodat het rozet straks vlak tegen de wand ligt.

Voor een kraan die je rechtstreeks in de plaat draait, geldt nog een tweede eis. Er moet genoeg draad in de plaat grijpen, en tegelijk moet het rozet de wand raken op het moment dat de kraan strak staat. Draait de kraan aan terwijl het rozet nog een centimeter vrij hangt, dan zit de plaat te diep. Blijft er draad zichtbaar buiten de wand, dan zit hij te ondiep. Hoe je dat daarna afmonteert staat bij het monteren van een kraan op een muurplaat.

WandafwerkingReken op deze opbouwZo stel je de plaat
Alleen stucwerk op metselwerk10 tot 15 mmVoorkant gelijk met het toekomstige stucwerk, dus iets vóór de kale steen
Tegels op tegellijm10 tot 20 mm, afhankelijk van de tegeldikteMeet een losse tegel plus de lijmlaag op in plaats van een aanname te doen
Nieuwe tegels op een bestaande tegelwand20 tot 30 mmHak de oude tegels ter plaatse weg en stel op de nieuwe afwerking
Voorzetwand met gipsplaat en tegels25 tot 40 mmBepaal de diepte met de rail, de plaat zelf verschuif je daarin
Ytong of gasbeton met dunne pleisterlaag5 tot 10 mmFrees de sparing ruim uit en vul na met lijmmortel
Kaal beton dat alleen gesausd wordt0 tot 5 mmPlaat vrijwel gelijk met de wand, het rozet dekt de rest af

Twijfel je, zet de plaat dan liever een fractie te diep dan te ondiep. Te diep los je op met een verlengstuk van 10 of 15 mm. Te ondiep betekent inkorten van de schroefdraad aan de kraan of hakwerk in een net betegelde wand, en dat is een stuk vervelender.

Waterpas, haaks en op de juiste hartafstand

Drie maten moeten tegelijk kloppen: de hoogte, de hartafstand tussen twee platen en de hoek van de draad ten opzichte van de wand. Zit er één niet goed, dan zie je dat jarenlang terug in het rozet en in de stand van de kraan.

De hartlijn van de plaat moet haaks op het wandvlak staan. Kijkt de draad iets omhoog of opzij, dan trekt de kraan het rozet aan één kant van de wand af en kun je dat met geen enkele koppeling nog rechttrekken. Leg tijdens het inmetselen een korte draadeind of een oude aansluitnippel in de plaat en zet daar een waterpas tegenaan, dan zie je meteen wat er gebeurt.

Bij twee aansluitingen naast elkaar is 150 mm hart op hart de gangbare maat voor douche-, bad- en wandkranen. Een dubbele muurplaat of een montagerail legt die maat voor je vast, en dat is de reden dat losse platen naast elkaar zoveel meer werk zijn. De maten voor een douchesituatie staan bij de muurplaat voor een douchekraan. Voor de hoogte houden veel installateurs ongeveer 110 cm boven de afgewerkte vloer aan bij een douchekraan, maar controleer altijd wat de fabrikant van jouw kraan aangeeft.

Gasbeton is het makkelijkste materiaal om dit in uit te werken: je zaagt of freest de sparing in een paar minuten precies op maat. In hard metselwerk kost dat meer moeite, en juist daar is de verleiding groot om de plaat te laten zitten waar hij ongeveer past.

Borg de plaat pas definitief als hij op alle drie de maten klopt. Zet hem eerst met een klodder gips vast, controleer met waterpas en rolmaat, en vul de sparing daarna pas volledig met snelcement. Gips laat zich in twee minuten nog corrigeren, snelcement niet.

De aansluiting achter de wand: persen, solderen of knellen

Achter de muurplaat komt de buis, en die verbinding verdwijnt straks onbereikbaar in de wand. Daarvoor geldt een harde regel: wat je dichtmaakt moet een verbinding zijn die niet los kan trillen of kruipen. Persen en solderen mogen daar, een knelkoppeling hoort daar niet. Een knel houdt zich uitstekend zolang je erbij kunt om hem eventueel na te trekken, en precies dat kan straks niet meer.

Bij een geperste aansluiting op meerlagenbuis is de voorbewerking het halve werk. Snijd de buis haaks af met een buisschaar, want een schuine snede geeft een ovale buis die niet netjes over de fitting schuift. Ontbraam en kalibreer daarna met het gereedschap in de juiste maat, anders schuurt de binnenrand de o-ring stuk op het moment dat je de buis erop drukt.

Schuif de buis tot aan de aanslag en controleer dat je hem door de kijkgaatjes in de perskoppeling ziet zitten. Zet de bek haaks op de fitting en pers in één keer volledig door. Een fitting die je vergeet te persen lekt niet altijd meteen.

Gebruik de persbek die bij het systeem hoort. Het profiel van de bek verschilt per merk en per serie, en een bek die er ogenschijnlijk op past kan de perssleuf net verkeerd vervormen. Wat op jouw fitting hoort, staat in de documentatie van de fabrikant.

Zet nooit een knelkoppeling weg achter tegels, stucwerk of een gesloten voorzetwand. Ook niet als hij bij het afpersen droog blijft. Een knel die na twee jaar een paar druppels per uur gaat lekken, vreet ongezien een vloer of een houten balklaag aan voordat er iemand een natte plek ziet.

Afdichten: waar teflon hoort en waar juist niet

Rond een muurplaat komen twee soorten afdichting samen, en de verwarring daartussen veroorzaakt de meeste twijfel. Een kraan of thermostaat dicht af op een vlakke rubber ring in de wartel: metaal drukt op rubber, en daar hoort geen teflon bij. De verbinding tussen muurplaat, verlengstuk en s-koppeling dicht af op de schroefdraad zelf, en daar heb je juist wel afdichtmateriaal nodig.

Voor die draadverbindingen werkt teflontape prima, mits je genoeg lagen aanbrengt. Wikkel met de draadrichting mee, zodat het bandje niet terugloopt als je indraait, en gebruik rustig tien tot vijftien wikkelingen op een halve inch draad. Vlas met afdichtpasta is de klassieke keuze en vergeeft meer; een afdichtingskoord uit een dispenser doet ongeveer hetzelfde en is schoner in het gebruik.

De regel die je nooit mag breken: nadat de verbinding vast staat, draai je hem niet meer terug om hem recht te zetten. Bij het terugdraaien komt de afdichting los en ontstaat er een kanaaltje. Zit hij een kwartslag te ver, draai dan door tot de volgende hele slag of haal hem eruit, maak de draad schoon en begin opnieuw.

Houd tijdens het aandraaien de muurplaat of het verlengstuk tegen met een tweede sleutel. Zonder tegenhouden draai je de hele plaat mee in de nog verse mortel, en dan begint het stellen van voren af aan.

VerbindingHoe hij dicht wordtWat je gebruikt
Kraan of thermostaat op de s-koppelingVlakke rubber ring in de wartelDe ring die bij de kraan zit, geen teflon en geen pasta
S-koppeling in de muurplaatSchroefdraad, metaal op metaalTeflontape, vlas met pasta of afdichtingskoord
Verlengstuk in de muurplaatSchroefdraad, metaal op metaalZelfde als de s-koppeling, meteen op de goede stand indraaien
Perskoppeling op meerlagenbuisO-ring in de fittingNiets toevoegen, alleen ontbramen, kalibreren en volledig doorpersen
Flexibele slang op de muurplaatVlakke rubber ring in de wartelHandvast plus ongeveer een kwartslag met de sleutel
Rozet tegen de tegelDicht niets af, is puur afdekkingEventueel een kitrandje langs boven en de zijkanten, onderkant open laten

De muurplaat zit te diep: verlengstukken en s-koppelingen

Zit de plaat eenmaal ingemetseld en blijkt hij te ver naar achteren te staan, dan is dat op te lossen zonder hakwerk. Verlengstukken bestaan in stappen van ongeveer 10, 15, 20 en 25 mm en die schroef je in de muurplaat. Daar zet je vervolgens de s-koppeling op, en pas daarna komt de kraan.

Die volgorde is niet vrijblijvend. Het verlengstuk hoort direct in de muurplaat, niet tussen s-koppeling en kraan. Zet je het achter de s-koppeling, dan verschuif je het draaipunt naar voren en verlies je juist de verstelling die de s-koppeling je geeft om de hartafstand van twee kranen precies gelijk te trekken.

Voor een enkele kraan die rechtstreeks in de plaat draait, is er nog een route. Draai de kraan proef in zonder afdichtmateriaal en kijk hoeveel draad er overblijft. Zit het rozet dan al tegen de wand, dan hoeft er niets te veranderen. Steekt de kraan te ver naar voren, dan kun je bij een rozet dat vrij over de draad schuift de kraan simpelweg dieper indraaien met wat extra draadafdichting. Zit het rozet vast op schroefdraad, dan bepaalt de kraan de diepte en moet de plaat kloppen.

Alles wat je op deze manier corrigeert, verdwijnt straks achter het rozet. Controleer daarom vóór het afmonteren of het droog blijft, want later kun je er niet meer bij kijken zonder het rozet los te draaien.

SituatieWat er speeltDe correctie
Plaat 10 tot 25 mm te diepRozet komt niet tegen de wandVerlengstuk in de muurplaat, daarna pas de s-koppeling
Plaat meer dan 30 mm te diepStapelen van koppelingen wordt slap en scheefWand openhakken en de plaat verzetten
Plaat een paar millimeter te ondiepZichtbare draad naast het rozetDieper indraaien van de kraan, of een dikkere rozetring
Plaat scheef, draad kijkt omhoogRozet ligt aan één kant van de wand afNiet te corrigeren met koppelingen, plaat opnieuw stellen
Hartafstand net geen 150 mmKraan gaat er niet spanningsvrij opS-koppelingen verdraaien, samen halen ze enkele millimeters op
Losse platen zitten gedraaid ten opzichte van elkaarKraan gaat er alleen met kracht opEen van de twee opnieuw stellen, forceren scheurt de draad uit

Draai een kraan nooit met kracht op twee aansluitingen die niet uitgelijnd staan. De spanning die je daarmee in het messing zet, blijft erop staan en geeft maanden later een haarscheur in het kraanhuis of in de s-koppeling.

Weinig gebruikte tappunten en leidingen die kunnen bevriezen

Een gewone muurplaat zit aan het einde van een aftakking. Wordt dat tappunt weinig gebruikt, bijvoorbeeld een douche in de bijkeuken of een fonteintje op een logeerverdieping, dan staat het water in die tak weken stil. Op lauwe temperatuur is dat de plek waar legionella zich thuis voelt.

Daar is de doorstroommuurplaat voor bedacht. De leiding loopt door de fitting heen naar het volgende tappunt, waardoor het water bij elk gebruik van dat volgende punt langs de aftakking stroomt. Je herkent hem aan de drie aansluitingen: in, uit en de draad naar voren. Bij een reeks tappunten achter elkaar is dat een nette manier om dode einden te vermijden.

Loopt de aanvoer over een vliering of een onbeschermde zolder, dan speelt er iets anders. Leidingen die over de vlieringvloer lopen zitten precies in de koudste laag van het huis, zeker als het dakbeschot niet geïsoleerd is. Isoleer die leidingdelen over de volle lengte en laat de isolatie niet ophouden bij een beugel of een doorvoer, want juist op die onderbrekingen vriest het eerst.

Werk je aan een schuine wand of een knieschot waar de leiding achter verdwijnt, houd dan een luik of een afneembaar paneel bij de koppelingen. Hoe je dat netjes oplost staat bij het afwerken van de schuine kant van de zolder. Een leiding die je nooit meer kunt bereiken is prima, een koppeling die je nooit meer kunt bereiken is dat niet.

Dezelfde naam, ander onderdeel: de muurplaat in de dakconstructie

Zoek je op muurplaat, dan kom je twee totaal verschillende dingen tegen. Naast de fitting voor de waterleiding is een muurplaat ook de houten balk die boven op het muurwerk ligt en waar de sporen of spanten van het dak op rusten. Die balk is verankerd aan de vloerbalken met lange stalen ankers, meestal een stuk of vier per dakvlak.

Bij een sporenkap drukt het dak naar beneden en tegelijk naar buiten. Die spatkracht komt op de muurplaat terecht, en de ankers houden de plaat tegen. Zitten ze los, of zijn ze er ooit half uit getrokken, dan schuift de muurplaat langzaam naar buiten en zakt de nok mee. Extra gewicht op het dakvlak, zoals isolatieplaten die er eerst niet lagen, maakt die beweging groter.

Dit is constructief werk en het valt niet onder klussen. Je kunt de bestaande ankers controleren, foto's maken van de aansluitingen en de stand van de plaat markeren om te zien of er beweging in zit. Het bijplaatsen van ankers, het aanbrengen van een trekband of het tijdelijk stempelen van de nok laat je berekenen en uitvoeren door iemand die daarvoor is opgeleid. Meer over de opbouw en de indeling van deze ruimte staat op onze pagina's over dakconstructie en zolder.

Ga niet zelf aan de ankers of aan de kapconstructie sleutelen. Een dakvlak dat naar buiten drukt, is in evenwicht zolang alles nog vastzit. Losnemen, boren of stempelen zonder berekening kan die balans verstoren, en dan verplaatst de kracht zich naar een plek die er niet op berekend is.

Zo zet je een muurplaat op de goede plek in de wand

Deze volgorde geldt voor een nieuwe aansluiting in metselwerk of gasbeton die daarna gestuukt of betegeld wordt.

  1. Bepaal eerst de afgewerkte wand

    Schroef een latje op de muur of leg een losse tegel op wat lijm, precies zo dik als de totale afwerking straks wordt. Alles wat je daarna meet, meet je vanaf dat vlak. Reken je vanaf de kale steen, dan zit je er standaard één tot drie centimeter naast.

  2. Teken hoogte en hartafstand af

    Zet de hoogte af vanaf de afgewerkte vloer, niet vanaf de dekvloer, en teken de twee hartlijnen op 150 mm van elkaar. Houd de kraan er droog tegenaan om te zien of de kraanuitloop straks vrij hangt boven de bak of de wastafel. Bij een douchekraan check je ook of de hoogte klopt met de plek waar de wandbuis van de doucheset komt.

  3. Frees de sparing en leg de buis aan

    Maak de sparing ruim genoeg om de plaat straks nog een paar millimeter te kunnen verschuiven. Leg de meerlagenbuis in de sleuf met een ruime bocht in plaats van een scherpe knik, en laat een stukje speling zodat de buis niet aan de fitting trekt zodra hij warm wordt.

  4. Pers de aansluiting en controleer de insteek

    Snijd haaks af, ontbraam en kalibreer, en schuif de buis tot de aanslag. Kijk of je hem in de kijkgaatjes ziet zitten en pers dan in één beweging volledig door. Doe dit voordat de plaat vastzit, want met de plaat al ingemetseld krijg je de bek er vaak niet meer haaks op.

  5. Stel de plaat en borg hem

    Leg een draadeind of nippel in de plaat en controleer met de waterpas of de draad haaks uit de wand komt en of beide platen even hoog en even diep zitten. Zet hem daarna vast met gips of snelcement en controleer nog één keer voordat het materiaal aantrekt.

  6. Zet de leiding onder druk en laat hem staan

    Draai blindkoppen in de platen, vul de leiding en zet hem onder druk met een afpersset. Laat de druk minstens een paar uur staan en lees de manometer daarna opnieuw af. Dit is het laatste moment waarop je een lekkende koppeling zonder sloopwerk kunt bereiken, dus sla deze stap niet over omdat het er droog uitziet.

  7. Maak de wand dicht en monteer af

    Vul de sleuf, stuc of betegel de wand en laat alles doorharden. Draai daarna eventuele verlengstukken en de s-koppelingen in met afdichting op de draad, houd tegen met een tweede sleutel, en zet de kraan er spanningsvrij op. Hoe je die laatste stap netjes afwerkt lees je bij het afmonteren van een wandkraan.

Controleren voordat je de wand dichtmaakt

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

Een inbouw fonteinkraan waarbij de diepte niet uit te rekenen was

In een toilet moest een inbouw fonteinkraan op een muurplaat komen, in een wand die gestuukt zou worden en niet betegeld. Bij het proefdraaien bleef er zonder draadtape nog schroefdraad over, en met tape werd dat nog veel meer. Daarmee lagen er vier mogelijkheden op tafel: de plaat gelijk met de kale muur, gelijk met het toekomstige stucwerk, of dieper met de kraan zonder of juist met tape ingedraaid.

Wat de knoop doorhakte was de vraag of het rozet vast op de kraan zat of vrij over de draad schoof. Het rozet bleek los, en dan hoeft de kraan niet op een vaste diepte te stoppen. De plaat is daarop iets verdiept aangebracht, ongeveer een centimeter achter het toekomstige stucwerk. De kraan is met afdichtingskoord op de draad ingedraaid tot het rozet vlak tegen de wand kwam en de uitloop recht naar voren stond. Inkorten van de schroefdraad was daarmee niet meer nodig.

Dit kwamen we tegen

Een thermostaatkraan op een muurplaat die te ver in de muur zat

Bij het afmonteren van een douchekraan bleek de muurplaat een centimeter te diep te zitten. De volgorde werd muurplaat, verlengstuk van 10 mm, s-koppeling en dan de thermostaat. Alles op de draad was met teflon afgedicht, en juist dat gaf twijfel: achter het rozet is niet te zien of de overgang van verlengstuk naar muurplaat droog blijft.

De vraag was of daar geen rubber ring in kon. Dat kan niet: de kraan zelf dicht af op een vlakke ring in de wartel, maar de draadverbindingen in de muurplaat hebben geen vlak waar zo'n ring op kan aanliggen. Daar blijft teflon, vlas of koord het middel. Wat wel hielp was de controle vooraf: de leiding onder druk gezet met blindkoppen in de platen, en pas na een paar uur droog de rest gemonteerd. Daarna is de vloer rond het rozet een week met een velletje keukenpapier gecontroleerd, omdat de eerste druppels daar eerder zichtbaar zijn dan op de tegel.

Dit kwamen we tegen

Losse platen die net iets gedraaid zaten

Twee losse muurplaten waren netjes op hoogte ingemetseld, maar stonden onderling een paar graden gedraaid. Bij het monteren ging de kraan er alleen met geweld op, en dat gaf spanning op het messing en een rozet dat aan één kant van de tegel afstond.

Losse platen naast elkaar vragen drie maten tegelijk: hoogte, hartafstand en hoek. Een dubbele muurplaat of een montagerail legt die maten in één keer vast en kost per saldo minder tijd dan het naregelen achteraf. Waar de platen al zaten, is er één opnieuw gesteld. De s-koppelingen konden de laatste millimeters opvangen, maar een verdraaide hartlijn corrigeer je daar niet mee.

Dit kwamen we tegen

Een douche tegen een bestaande tegelwand, met de toevoer van achteren

In een bijkeuken moest een douchecabine tegen een al volledig betegelde wand komen. De boiler stond aan de andere kant van diezelfde wand, in de garage. Elke gevonden muurbeugel had de aansluiting aan de onderkant, terwijl de leiding hier recht naar achteren door de wand moest.

Het antwoord zat in de benaming. Een muurplaat met de aansluiting aan de achterzijde heet in de handel een zolderplaat, en met die zoekterm is hij gewoon te vinden. Er zijn ook montagebeugels met achteraansluiting, maar het aanbod is kleiner. De uitvoering werd: twee tegels ter plaatse weghakken tot op de ondergrond, de sparing verdiepen, de platen op de nieuwe hartafstand stellen en de leiding haaks door de wand naar de garage voeren. Daar bleven de koppelingen bereikbaar, wat achteraf de beste eigenschap van deze oplossing bleek.

Veelgemaakte fouten

De diepte meten vanaf de kale muur

De plaat komt dan gegarandeerd te ver naar voren te zitten, want stucwerk of tegelwerk komt er nog overheen. Het gevolg is zichtbare schroefdraad naast het rozet en een kraan die niet meer strak tegen de wand komt. Meet vanaf een latje of een losse tegel ter dikte van de hele afwerking.

De plaat inmetselen zonder de hoek te controleren

Een paar graden scheefstand voel je niet bij het indraaien, maar zie je jaren aan het rozet dat aan één kant van de tegel afstaat. Met s-koppelingen krijg je een verkeerde hoek niet recht, alleen een verkeerde hartafstand. Leg een nippel in de plaat en controleer met een waterpas voordat de mortel aantrekt.

Een knelkoppeling wegwerken achter de tegels

Een knel is bedoeld om bereikbaar te blijven, zodat je hem kunt natrekken. Achter een dichte wand kan dat niet meer, en een langzame lekkage blijft daar maanden onopgemerkt. Gebruik in het weggewerkte deel uitsluitend geperste of gesoldeerde verbindingen.

Teflon op een verbinding met een rubber ring

De wartel van een kraan of een flexibele slang dicht af doordat metaal op een vlakke rubber ring drukt. Teflon op die draad doet daar niets goeds: het houdt de wartel iets tegen, waardoor de ring juist minder ver aandrukt. Teflon hoort op de draadverbinding in de muurplaat, niet op de wartel.

Een verbinding terugdraaien om hem recht te zetten

Bij het terugdraaien schuift de afdichting mee en ontstaat er een kanaaltje waar het water langs kruipt. Zit een s-koppeling een slag te ver, draai dan door naar de volgende hele slag of demonteer hem, maak de draad schoon en breng nieuwe afdichting aan.

Aandraaien zonder de plaat tegen te houden

Zonder tweede sleutel neem je de hele muurplaat mee in de draai. In verse mortel verplaatst hij zich dan een paar millimeter en verlies je precies de stand die je zorgvuldig had gesteld. Zet altijd een sleutel op de plaat of op het verlengstuk terwijl je de andere aandraait.

Tegelen voordat de leiding onder druk heeft gestaan

Een fitting die je vergat te persen lekt niet altijd meteen, zeker niet bij lage druk en zonder warm water. Zonder afpersen ontdek je dat pas als de tegels erop zitten. Een paar uur druk op de leiding voordat je dichtmaakt, kost minder tijd dan één tegelbaan opnieuw zetten.

Veelgestelde vragen

Wat is een RTM muurplaat precies?

Een fitting met aan de achterkant een perskoppeling voor meerlagenbuis en aan de voorkant een binnendraad, meestal een halve inch, waarop de leiding in de wand eindigt. RTM is de systeemnaam van Uponor voor dit fittingprogramma, maar in de praktijk wordt de term breder gebruikt voor elke muurplaat met perskoppeling. Functioneel doet hij hetzelfde als een muurplaat met soldeer- of knelaansluiting: hij maakt de overgang naar schroefdraad en is het vaste punt waarop de kraan steunt.

Welke maten heeft een Uponor RTM muurplaat?

De meest gebruikte uitvoering is 16 mm buis naar een halve inch binnendraad, en daarnaast bestaat 20 mm voor zwaardere tappunten of langere leidinglengtes. Er zijn ook uitvoeringen met driekwart inch draad. Belangrijker dan de maat alleen is dat buis, fitting en persbek uit hetzelfde systeem komen. De wanddikte van meerlagenbuis verschilt per merk, waardoor een fitting van een ander programma net niet goed sluit.

Hoe diep moet een muurplaat in de muur zitten?

Gelijk met de afgewerkte wand, niet met de kale muur. Bij alleen stucwerk komt daar tien tot vijftien millimeter overheen, bij tegels op lijm vaak tien tot twintig, en bij nieuwe tegels op een bestaande tegelwand al gauw twee tot drie centimeter. Meet dat op met een losse tegel of een latje. Twijfel je, kies dan een fractie te diep: dat corrigeer je met een verlengstuk, terwijl te ondiep betekent dat je in een afgewerkte wand moet gaan hakken.

Wat is de hart-op-hart maat bij een dubbele muurplaat?

Voor douche-, bad- en wandkranen is 150 mm de gangbare maat, en daar zijn vrijwel alle kranen met twee aansluitingen op gemaakt. Een dubbele muurplaat of een montagerail legt die maat voor je vast, waardoor je alleen nog hoogte en diepte hoeft te bewaken. Zet je twee losse platen, dan meet je die 150 mm van hart tot hart en controleer je hem nog een keer voordat de mortel hard is. S-koppelingen kunnen daarna nog enkele millimeters opvangen, meer niet.

Mijn muurplaat zit te ver in de muur, hoe los ik dat op?

Met een verlengstuk, dat je rechtstreeks in de muurplaat draait. Ze bestaan in stappen van ongeveer 10 tot 25 mm. Op het verlengstuk komt de s-koppeling en daarop de kraan, in die volgorde. Zet het verlengstuk niet achter de s-koppeling, want dan verlies je de verstelling die je nodig hebt om de hartafstand recht te trekken. Zit de plaat meer dan drie centimeter te diep, dan wordt het stapelwerk te slap en kun je beter de wand openhakken.

Moet ik teflon of vlas gebruiken op een muurplaat?

Op de schroefdraad tussen muurplaat, verlengstuk en s-koppeling gebruik je een van beide, of een afdichtingskoord uit een dispenser. Teflon werkt goed als je genoeg wikkelingen aanbrengt en met de draadrichting mee wikkelt. Vlas met pasta vergeeft meer bij een wat ruwe of oudere draad. Op de wartel van de kraan zelf gebruik je niets: daar zit een vlakke rubber ring die het werk doet.

Zijn er rubber ringen om de verbinding tussen muurplaat en verlengstuk af te dichten?

Nee, en dat komt door de vorm van de verbinding. Een rubber ring heeft twee vlakke vlakken nodig die tegen elkaar drukken, zoals in de wartel van een kraan of een flexibele slang. De verbinding tussen muurplaat en verlengstuk is een draadverbinding waarbij de afdichting in de draadgangen zelf moet zitten. Daar blijft teflon, vlas of koord de juiste keuze, aangebracht op een schone en droge draad.

Hoe controleer ik of het achter het rozet niet lekt?

Vóór het afmonteren met een drukproef: draai blindkoppen in de platen, zet de leiding onder druk en lees de manometer na een paar uur opnieuw af. Na het monteren kun je er nauwelijks meer bij kijken. Wat dan nog helpt is een velletje keukenpapier onder het rozet leggen en dat de eerste week dagelijks controleren, want een minieme lekkage zie je daarop eerder dan op een tegel. Blijft het papier vochtig, haal het rozet er dan af voordat je verder afwerkt.

Wat is een doorstroommuurplaat?

Een muurplaat waar de leiding doorheen loopt in plaats van eindigt. Hij heeft drie aansluitingen: een toevoer, een doorvoer naar het volgende tappunt en de draad naar voren. Daarmee voorkom je een dood einde waarin het water weken stil kan staan, wat bij lauwe temperaturen de omstandigheid is waarin legionella groeit. Bij weinig gebruikte tappunten, zoals een douche in een bijkeuken of op een logeerverdieping, is dat een verstandige keuze.

Hoe heet een muurplaat met de aansluiting aan de achterkant?

Die wordt in de handel meestal zolderplaat genoemd. De leiding komt daarbij recht van achteren door de wand in plaats van van onderen, wat handig is als de toevoer uit de ruimte erachter komt. Met de zoekterm muurplaat vind je hem vrijwel niet, met zolderplaat wel. Er bestaan ook montagebeugels met een achteraansluiting, maar dat aanbod is duidelijk kleiner dan bij de gewone uitvoeringen.

Op welke hoogte komt de muurplaat voor een douchekraan?

Veel installateurs houden ongeveer 110 cm boven de afgewerkte vloer aan voor de hartlijn van een thermostaatkraan, maar dat is een gewoonte en geen voorschrift. De maat die telt is die van jouw kraan en jouw doucheset: houd de kraan droog tegen de wand, kijk waar de wandbuis uitkomt en of je er comfortabel bij kunt. Meet vanaf de afgewerkte vloer en niet vanaf de dekvloer, anders zit je er de dikte van de tegel plus lijm naast.

Waarom vind ik bij muurplaat ook resultaten over dakbalken?

Omdat het woord twee betekenissen heeft. In de installatietechniek is een muurplaat een fitting voor de waterleiding, in de bouw is het de houten balk boven op het muurwerk waar de sporen of spanten van het dak op rusten. Die balk zit met stalen ankers vast aan de vloerbalken en vangt de spatkracht van het dak op. Dat is constructief werk waarvoor je een deskundige inschakelt, terwijl de fitting gewoon zelf te plaatsen is.

Wanneer je beter een vakman belt

Het plaatsen van een muurplaat en het persen van meerlagenbuis is werk dat je met het juiste gereedschap zelf kunt doen. Het gereedschap is de bottleneck: zonder de persbek die bij het systeem hoort begin je er niet aan, en huren of lenen is dan de nettere route dan improviseren met een tang.

Bel een installateur zodra het om de hoofdleiding gaat. Werk aan of vlak achter de watermeter en aan de hoofdafsluiter laat je aan de partij die daarover gaat, net als aanpassingen in een gebouw met een collectieve installatie waar een beheersplan voor legionella op van toepassing is.

Bij een muurplaat in de dakconstructie ligt de grens harder. Ankers bijplaatsen, een trekband aanbrengen of de nok stempelen om spatkracht weg te nemen is werk aan een dragende constructie. Dat laat je berekenen en uitvoeren door een constructeur of een aannemer, ook als het om een enkel anker lijkt te gaan. Datzelfde geldt voor het werken op hoogte dat daarbij komt kijken: een dakvlak van binnenuit inspecteren is iets anders dan er van buitenaf aan werken.

Verder lezen over dit onderwerp

diy-gids.nl DAK & ZOLDER Vliering
Dak & zolder

Vliering

diy-gids.nl SANITAIR & LOODGIETERSWERK Muurplaat kraan
Sanitair & loodgieterswerk

Muurplaat kraan

diy-gids.nl SANITAIR & LOODGIETERSWERK Muurplaat douchekraan
Sanitair & loodgieterswerk

Muurplaat douchekraan