Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Wcd: wandcontactdozen kiezen, plaatsen en aansluiten

14 minuten lezen Stopcontacten Bijgewerkt 14 augustus 2026
diy-gids.nl ELEKTRA Wcd

Wcd is de vakafkorting voor wandcontactdoos, oftewel het stopcontact aan de wand. Welke je kunt plaatsen wordt bijna altijd bepaald door de doos die er al zit: een 40 mm inbouwdoos heeft geen lasruimte, een 50 mm doos wel, en een dubbele wcd past alleen in een dubbele of ovale doos. Voor de rest draait het om drie keuzes: de hoogte, het aantal aansluitpunten dat je op een groep hangt en de vraag of je doorlust op de klemmen van de wcd of doorlast met lasklemmen in de doos.

14 minuten

Dit heb je nodig

1 tot 2 uur per wandcontactdoos Goed zelf te doen met basiskennis elektra 5 tot 25 euro per wandcontactdoos

Gereedschap

  • Spanningszoeker en bij voorkeur een tweepolige spanningstester
  • Dozenboor 82 mm voor massieve wanden, of de maat die bij jouw hollewanddoos hoort
  • Boormachine met beitelstand of een klopboormachine, plus een steenbeitel
  • Sleuvenfrees of muurbeitel voor de leidingsleuf
  • Waterpas of kruislijnlaser om de dozen op één lijn te zetten
  • Striptang en zijkniptang
  • Kleine schroevendraaier voor de klemschroeven, meestal sleuf of pozidriv
  • Vogelbek of tangetje om vd-draad door de buis te duwen

Materiaal

  • Inbouwdoos U40, U50, dubbele UD-doos of een ovale doos, afhankelijk van de wcd
  • Wandcontactdoos met randaarde, inbouw of opbouw
  • Gips of montagegips om de doos in de wand te zetten
  • Elektrabuis 16 of 19 mm, of xmvk-kabel bij opbouw
  • Installatiedraad 2,5 mm² in bruin, blauw en geel-groen
  • Lasklemmen voor de lasruimte achter in een 50 mm doos
  • Opdikringen als de doos te diep in de wand zit
  • Montageplaat of achterplaat bij opbouw op hout

Wat een wcd is en welke uitvoeringen er zijn

Wcd staat voor wandcontactdoos. Dat is het vakwoord voor wat iedereen thuis een stopcontact noemt, en je komt het vooral tegen op bestektekeningen, in offertes en op de verpakking van installatiemateriaal. Hoe je zo'n doos aansluit en waar je op let, staat verder in ons overzicht over stopcontacten aanleggen en aansluiten.

Er zijn drie bouwvormen die je in Nederlandse woningen tegenkomt. Inbouw zit volledig in de muur op een inbouwdoos en steekt hooguit een paar millimeter uit. Opbouw wordt op de wand geschroefd met de bedrading in een opbouwdoos erachter, en semi-inbouw zit met het aansluitgedeelte in een gewone inbouwdoos terwijl de voorkant twee tot drie centimeter uitsteekt.

Daarnaast is er de vlakke tweevoudige wcd, die op een ovale inbouwdoos hoort. Die zit wel vlak in de wand, maar er past geen standaard schakelmateriaal in die doos en bij vrijwel alle modellen moet één stekker ondersteboven het contact in. Dat is een afweging die je vooraf maakt en niet nadat het gat al in de muur zit.

UitvoeringWelke doos eronder hoortWaar je hem toepastWaar je op let
Enkelvoudige inbouw wcdU40 of U50, rond, hartafstand 71 mmOveral binnen, standaardoplossingU50 als je in de doos wilt lassen, U40 heeft die ruimte niet
Twee enkele wcd's naast elkaarTwee dozen aan elkaar geklikt, of een UD-doos zonder tussenwandKeuken, bureau, tv-wandBeide stekkers staan rechtop, past met standaard afdekraam
Tweevoudige wcd voor één doos, semi-inbouwEén gewone U40 of U50Slaapkamer, garage, hobbyruimteSteekt ongeveer 2,5 cm uit, één stekker gaat op de kop
Vlakke tweevoudige inbouw wcdOvale inbouwdoosWoonkamer, waar de bult van semi-inbouw stoortAnder schakelmateriaal past niet in deze doos
Opbouw wcdOpbouwdoos of montageplaatGarage, schuur, achter keukenplinten, betonwandenOp hout altijd eerst een achterplaat monteren
Combinatie wcd met schakelaarMeestal twee dozen of een UD-doosOverkapping, schuur, zolder, kastverlichtingSchroefgaten zitten vaak boven en onder in plaats van opzij
Wcd voor de DIN-railGroepenkast, breedte van 2,5 automatenMeterkast, modem en routerPast niet in elke kast, zeker niet in een volle busboardkast
Wcd in een kabelgoot of plintgootGootsysteem met eigen inbouwdozenKantoorhoek, werkplek, plint langs de wandVast aansluiten op een installatie, nooit via een stekker

Loop voordat je gaat kopen eerst langs de bestaande dozen met een schroevendraaier. Draai één wcd los en meet de diepte van de doos. Weet je of het 40 of 50 mm is en waar de schroefgaten zitten, dan koop je in één keer het juiste materiaal.

Afkortingen op een installatietekening lezen

Op een bestektekening of een elektratekening van een aannemer staan zelden hele woorden. Je ziet aanduidingen als E-WCD+RA (GRP) of D-WCD, en die betekenen precies wat de installateur moet plaatsen. De E staat voor enkelvoudig, de D voor dubbel of tweevoudig, RA is randaarde en de toevoeging tussen haakjes zegt iets over de groep waarop het aansluitpunt komt.

E-WCD+RA (GRP) lees je dus als: één enkelvoudige wandcontactdoos met randaarde, aangesloten op een eigen groep. Die toevoeging zie je bij wasmachine, droger, vaatwasser en soms bij een tuinaansluiting, omdat dat verbruikers zijn die je liever niet met de rest deelt. Dat een wcd randaarde heeft is tegenwoordig vanzelfsprekend, maar in een tekening van een renovatie staat het er bewust bij, omdat er ook nog ongeaarde dozen kunnen zitten. Wat randaarde precies doet en wanneer je hem echt nodig hebt, lees je bij een geaard stopcontact aanleggen.

De letters zijn geen wettelijk vastgelegde taal. Elk tekenbureau heeft zijn eigen legenda, en die staat op het tekeningblad zelf. Kom je een afkorting tegen die je niet thuis kunt brengen, kijk dan in de legenda voordat je gaat gokken.

AanduidingWat er staatWat je plaatst
WCDWandcontactdoosStopcontact aan de wand, aantal en type volgt uit de rest van de code
E-WCDEnkelvoudige wandcontactdoosEén contact, meestal op een enkele inbouwdoos
D-WCD of 2V-WCDDubbele of tweevoudige wandcontactdoosTwee contacten, in een dubbele doos of als tweevoudige op één doos
+RAMet randaardeGeaarde uitvoering, met aardleiding tot in de doos
(GRP)Op een eigen eindgroepAparte automaat in de groepenkast, niet meelussen met de rest
WCD+SCHWandcontactdoos met schakelaarCombinatie, meestal schakelaar boven de wcd
WCD 105 of WCD 30Montagehoogte in centimetersHart van de doos op die hoogte boven de afgewerkte vloer
SPD of IP44Spatwaterdichte uitvoeringBuiten, garage, natte ruimte, met klepdeksel

De inbouwdoos bepaalt wat er past

De meeste teleurstellingen bij het vervangen van een wcd komen niet van de wcd maar van de doos erachter. Inbouwdozen worden aangeduid met een letter en een getal: U40 is een ronde doos van 40 mm diep, U50 is 50 mm diep en UD40 is een dubbele doos van 40 mm zonder tussenwand. Achter een U50 zit ruimte om te lassen, achter een U40 niet.

Die lasruimte is de reden dat wij standaard U50-dozen plaatsen, ook als er op dat moment maar twee draden binnenkomen. Zodra je later wilt aftakken naar een tweede wcd of naar een schakelaar, heb je die ruimte nodig. Wij houden daarbij aan wat installateurs al jaren aanhouden: maximaal drie lasklemmen of lasdoppen per doos en niet meer dan vier draden per klem. Zit je daarboven, dan hoort de aftakking in een echte lasdoos of centraaldoos thuis, en niet gepropt achter een stopcontact. Hoe zo'n verdeelpunt eruitziet, lees je bij de centraaldoos in het plafond.

Twee dozen naast elkaar zet je op een hartafstand van 71 mm. Klik ze aan elkaar en de afstand klopt vanzelf, maar dan moeten het wel dozen van hetzelfde merk en type zijn. Boor je met een dozenboor, dan overlappen de twee gaten elkaar iets, want de boor is groter dan die 71 mm. Voor massieve wanden werk je meestal met een 82 mm dozenboor, voor holle wanden met een kleinere maat die per merk verschilt. Kijk dus op de verpakking van de doos welke gatmaat de fabrikant opgeeft.

Een tweede doos naast een bestaande maken

Twee nieuwe dozen naast elkaar boren is simpel. Een doos bijzetten naast een doos die er al zit, is dat niet, want de gaten overlappen en de boor loopt weg over de rand van de oude doos. Er zijn dan twee werkbare routes. Je tekent het nieuwe hart 71 mm naast het oude af, boort de contour uit met een dun steenboortje en kapt de rest met een beitel weg. Of je boort met de dozenboor dwars door de oude doos heen, accepteert dat die eraan gaat, en zet er daarna twee nieuwe dozen in.

Klemvaste dozen die zichzelf in het gat vastzetten zijn prima voor een schakelaar, maar bij een wandcontactdoos zetten wij ze liever met gips vast. Bij het uittrekken van een stevig zittende stekker komt er flink wat kracht op de doos, en een klemdoos die meekomt uit de muur is een lastige reparatie.

Wcd schroeven die niet op de doos passen

Een wcd wordt met twee schroefjes in de inbouwdoos vastgezet, en die gaten zitten bij een gewone wcd links en rechts. Bij een combinatie van een wcd met een schakelaar zitten de bevestigingsgaten juist boven en onder, omdat er naast het schakelaarwipje geen ruimte meer is. Zit de doos verkeerd om in de muur, dan vallen de schroeven naast de gaten.

Voordat je gaat hakken: veel inbouwdozen hebben een draaibare binnenring. Die zit soms stroef en valt niet op, maar je kunt hem met een schroevendraaier een kwartslag draaien, waarmee de schroefgaten meteen goed staan. Heeft je doos die ring niet, dan is een combinatie een kwartslag draaien de nette oplossing, met de schakelaar boven de wcd. Zo hangt een snoer nooit voor de schakelaar. Een losse verhogingsring van een ander merk als bevestiging gebruiken raden wij af, want die ringen zijn te slap om een wcd betrouwbaar vast te houden.

Zwakstroom en 230 V horen niet in dezelfde buis. Een netwerkkabel of belleiding samen met installatiedraad door één buis trekken lijkt handig, maar de mantel van datakabel is niet geïsoleerd voor netspanning. Gaat er iets stuk, dan staat er 230 V op je netwerk. Bovendien kan de bundel zijn warmte slechter kwijt en krijg je storing op de verbinding. Trek voor data altijd een eigen buis, of leg de kabel onder de vloer langs.

Een dubbele wcd in een enkele doos

De vraag komt vaak op bij het moderniseren van een woonkamer: er zit één inbouwdoos, en je wilt twee contacten in een zwarte, antracieten of rvs uitvoering. Er zijn dan drie routes, en ze verschillen vooral in hoe ver het geheel uit de wand steekt.

De eenvoudigste is een tweevoudige wcd voor semi-inbouw. Die past op de bestaande doos, de draden kunnen blijven zitten en je bent er in tien minuten uit. Nadeel is dat het front ongeveer 2,5 centimeter uit de wand komt en dat een van de twee stekkers ondersteboven het contact in gaat. In een slaapkamer of hobbykamer speelt dat niet, in een strak afgewerkte woonkamer meestal wel.

De tweede route is een vlakke tweevoudige wcd op een ovale inbouwdoos. Die zit wel vlak in de wand, maar dan vervang je de doos. De derde is twee losse dozen naast elkaar met een tweevoudig afdekraam, en dat geeft het rustigste beeld en de meeste keuze in kleur en serie. Dat betekent een tweede gat boren en dus stucwerk repareren. Hoe je de bedrading daarna over twee dozen verdeelt, staat stap voor stap bij het aansluiten van een stopcontact.

Wat je niet doet, is een stuk uit de inbouwdoos zagen om er iets in te wringen dat er niet in hoort. Een inbouwdoos is als geheel gekeurd, inclusief het vlamvertragende kunststof en de manier waarop de draden binnen de doos blijven. Alleen de uitbreekpoortjes die de fabrikant erin heeft gemaakt zijn bedoeld om open te breken. Zit de doos te diep in de wand, dan gebruik je opdikringen in plaats van de doos aan te passen.

Doorlussen, doorlassen en hoeveel wcd op 1 groep

Doorlussen en doorlassen worden door elkaar gebruikt, terwijl het twee verschillende dingen zijn. Bij doorlussen loopt de voeding van klem naar klem dwars door de wandcontactdoos heen: je steekt de inkomende en de uitgaande draad in dezelfde klem van de wcd. Bij doorlassen zet je lasklemmen in de doos, verbind je de doorgaande leiding daar en tak je de wcd er als aftakking op af.

Het verschil zit in de belasting. Bij doorlussen loopt de stroom voor alle volgende stopcontacten door de doorverbinding van elk stopcontact daarvoor. Hoeveel stroom zo'n doorverbinding aankan, verschilt per merk en per serie, en dat staat in de productgegevens van het schakelmateriaal. Wij lussen daarom hooguit drie stopcontacten door en gaan daarna over op lasklemmen, omdat je bij doorlassen de doorgaande leiding niet meer door het schakelmateriaal stuurt. Bij stopcontacten doorlussen gaan we dieper in op de bedrading zelf.

Hoeveel wcd op 1 groep mag, is de vraag waar de meeste onzin over rondgaat. Er duiken regelmatig hele normcitaten met hoofdstuknummers op die bij navraag helemaal niet in NEN 1010 blijken te staan. Waar het werkelijk om gaat is niet het aantal dozen, maar de belasting: een 16 A eindgroep levert ongeveer 3680 watt, en de leiding en de automaat moeten daarbij passen. In een woonkamer of slaapkamer trekt lang niet alles tegelijk stroom, dus daar zijn zes tot acht aansluitpunten per groep een werkbare verdeling. Grootverbruikers zoals wasmachine, droger, vaatwasser, oven en kookplaat krijgen een eigen groep. Reken je situatie door met onze rekenhulp voor het aantal groepen voordat je de indeling vastlegt.

SituatieWat wij aanhoudenWaarom
Woonkamer, algemene wcd's6 tot 8 aansluitpunten op een 16 A groepGelijktijdig verbruik blijft laag, verdeel wel over meerdere groepen
Rij van vier of vijf wcd's in een hoekDoorlassen met lasklemmen, niet doorlussenDe doorverbindingen van het schakelmateriaal blijven onbelast
KeukenblokMinimaal twee groepen voor de losse apparatuurWaterkoker, magnetron en airfryer trekken snel samen 3000 watt
Wasmachine, droger, vaatwasserElk een eigen groepDraaien lang achter elkaar op bijna vol vermogen
Kookplaat inductieEigen groep, vaak drie fasenVermogen ligt ver boven wat één 16 A groep aankan
Buitenaansluiting of tuinhuisEigen groep achter een aardlekschakelaarVocht vergroot de kans op aardlekstroom, houd de rest van het huis vrij
Modem en router in de meterkastBij voorkeur een groep die je bij klussen niet afschakeltInternet en telefonie blijven werken terwijl je aan de rest werkt

Verdeel de wcd's in een kamer over twee groepen in plaats van alles aan één rij te hangen. Klapt er dan een automaat uit, dan staat niet de hele kamer in het donker en kun je met een verlengsnoer meteen verder. Voor de leidingdoorsnede die bij jouw groep hoort, gebruik je onze hulp bij het kiezen van draad en kabel.

Op welke hoogte komt een wcd

Er is voor een gewone woonruimte geen voorgeschreven hoogte voor een wandcontactdoos. Wie beweert dat de standaard hoogte wcd wettelijk op 110 centimeter ligt, verwart een norm met een bestek: in bestekken van woningbouwprojecten staat vaak dat schakelaars en wcd's op 110 centimeter komen, maar dat is een afspraak tussen opdrachtgever en installateur.

Die hogere plaatsing had bovendien vooral een financiële reden. Vanaf de centraaldoos in het plafond scheelt elke wcd op een meter hoogte ongeveer een meter buis en drie meter draad ten opzichte van een wcd vlak boven de plint. Bij een paar honderd woningen loopt dat op. Betaal je het zelf, dan mag die overweging vervallen.

In de praktijk werken wij met drie hoogtes. Rond 30 centimeter voor alles wat achter meubels verdwijnt, rond 105 tot 110 centimeter naast deuren en boven werkbladen, en rond 20 centimeter in hoeken waar gordijnen hangen. Wat er verder aan standaardmaten in een woning geldt, staat in onze tabel met standaardmaten en montagehoogtes, en de afwegingen per ruimte staan bij de hoogte van een stopcontact bepalen.

PlekHoogte hart doos boven vloerWaarom die hoogte
Algemene wcd woonkamer20 tot 30 cmVerdwijnt achter bank en kast, snoeren blijven uit het zicht
Wcd naast de lichtschakelaar105 tot 110 cmStofzuiger aansluiten zonder te bukken
Boven een aanrechtblad15 tot 20 cm boven het bladBoven de spatrand, buiten het bereik van de kraan
Achter de keukenplint5 tot 12 cmMoet onder de bovenkant van de plint van 15 cm blijven
Tv-aansluiting aan de wand120 tot 160 cmAchter een hangend scherm, zodat de snoeren kort blijven
Bureau of werkplek80 tot 90 cmBoven bladhoogte, stekkers blijven bereikbaar
Slaapkamer naast het bed60 tot 70 cmBoven het matras, bereikbaar vanuit bed
Buiten aan een gevel of paalMinimaal 60 cmBoven opspattend regenwater en sneeuw

Wcd in de keuken: onderbouw, plint en inbouwapparatuur

De keuken is de ruimte waar de meeste stopcontacten zitten en waar het het vaakst misgaat, omdat de kasten er nog niet staan als de elektra al ligt. Een keukenleverancier schrijft meestal inbouw voor, maar in een betonwand is opbouw achter de plint een verdedigbare keuze. Je hoeft dan niet te frezen en te hakken, en na plaatsing zie je er niets van.

Voorwaarde is wel dat er ruimte is. Achter de stelpoten van een keukenkast zit vaak zo'n vijf centimeter, en daar moet ook de afvoer van de gootsteen doorheen. Houd de opbouwdozen in het midden van een kast, tussen de stelpoten, en zorg dat ze onder de bovenkant van de plint blijven. Bij een onderbouw wcd in de keuken monteer je de doos een kwartslag gedraaid, zodat een haakse stekker met de kabel opzij wegloopt in plaats van tegen de plint aan.

Achter een inbouwapparaat hoort geen wandcontactdoos. Een oven of een koelkast schuift tot tegen de wand, de wcd wordt daar warm en je komt er nooit meer bij zonder het apparaat eruit te trekken. De aansluiting voor een inbouwoven hoort daarom in de kast ernaast of onder het aanrecht. Bij de vaatwasser is de gebruikelijke plek het kastje naast de vaatwasser, naast de vaatwasserkraan en boven de aansluitpunten van water en afvoer.

Een minimale hoogte boven de vloer is er in Nederland niet, ook niet in de keuken. Spatwaterdichte uitvoeringen hoeven daar dus ook niet, al kun je ze plaatsen als je meer marge wilt bij het aan- en afkoppelen van apparaten. In een badkamer ligt dat wel anders, want daar gelden echte zone-eisen; zie een stopcontact in de badkamer plaatsen.

Wcd met schakelaar en andere combinaties

Een wcd met schakelaar is een populaire oplossing in een schuur, een overkapping of een zolderkamer: één doos, één afdekraam, en de lamp gaat aan terwijl je er ook een verlengsnoer in kunt steken. De aansluiting is niet ingewikkeld, maar er gaat één ding structureel mis.

Bij een opbouw wcd met schakelaar komen er meestal drie draden binnen: bruin voor fase, blauw voor nul en geel-groen voor aarde. Naar de lamp gaan er twee terug. De fase gaat naar de wcd en vanaf de wcd met een doorverbinding naar het voedingscontact van de schakelaar. Vanaf het schakelcontact loopt de schakeldraad naar de lamp. De nul gaat rechtstreeks van de wcd naar de lamp en komt dus nooit op de schakelaar.

Juist die laatste stap zien we vaak fout gaan. Wordt de blauwe draad op de schakelaar gezet, dan werkt het stopcontact wel maar de lamp niet, en er staat spanning op iets wat geen spanning hoort te voeren. Ook als een installatie ogenschijnlijk werkt met fase en nul verwisseld: fase hoort op de daarvoor bedoelde klem en nul op de zijne, zonder uitzondering. Voor een voorbedrade flexbuis met alleen blauw, bruin en geel-groen betekent dat soms dat je een aparte ader moet bijtrekken voor de schakeldraad.

Zit de schakelaar naast de wcd in plaats van erboven, dan lopen de bevestigingsschroeven vaak mis met de inbouwdoos. Een combinatie is doorgaans bedoeld voor verticale plaatsing, met de schakelaar boven het contact. Een snoer dat naar beneden hangt zit dan niet voor de bediening, en de schroefgaten vallen samen met de gaten in een normaal geplaatste doos.

Meet altijd na, ook als je zeker weet welke draad wat is. Kleuren zeggen in oudere installaties weinig: we komen zwart als fase tegen, blauw als schakeldraad en installaties waarin de aarde als nul is misbruikt. Schakel de groep af, controleer met een tweepolige tester of er echt geen spanning meer staat, en herstel afwijkende kleuren meteen naar bruin, blauw en geel-groen zolang de leiding open ligt.

Een wcd in de meterkast plaatsen

Een wcd in de meterkast is een van de nuttigste toevoegingen die je kunt doen, want daar hangen tegenwoordig modem, router en soms een slimme thermostaat. Er zijn drie manieren die in de praktijk werken, en de keuze hangt af van hoe je groepenkast in elkaar zit.

De eenvoudigste is een opbouw wcd op de wand van de meterkast, gevoed vanaf een bestaande lasdoos of vanaf een eindgroep. Zit die wand van hout of van een houten paneel, dan monteer je eerst een montageplaat of achterplaat en pas daarop de wcd, want schakelmateriaal hoort niet los op een brandbare ondergrond. De tweede manier is een bestaande buis onderbreken met een lasdoos waarop een contactdoosdeksel past. De derde is een wcd voor de DIN-rail, die je tussen de automaten klikt.

Die DIN-railvariant is niet altijd haalbaar. Zo'n wcd is ongeveer 2,5 automaatbreedtes breed, en in een kast met een busboard, waarbij de automaten via steekcontacten op een geïntegreerde rail zitten, kun je ze niet vrij verschuiven. Je moet dan hele automaatposities opschuiven en tegelijk de verdeling over de aardlekschakelaars en de fasen intact houden. In een volle kast van twaalf eenheden past hij simpelweg niet meer. Loop dat vooraf na en kies anders voor een losse doos aan de wand.

Een eigen automaat voor het modem is geen verplichting, maar wel prettig. Je internet blijft dan werken terwijl je een andere groep afschakelt om te klussen. Bedenk wel dat automaten met steekcontacten aan de achterzijde merkgebonden zijn: een automaat van een ander merk past niet op die rail. Meer over het opzetten van de bekabeling naar de kast staat in ons overzicht van klussen aan de elektra in huis.

Werk nooit vóór de hoofdschakelaar. De hoofdaansluiting, de hoofdzekering en de kWh-meter zijn eigendom van netbeheerder en meetbedrijf, en de kabels daar zijn niet spanningsloos te maken met een automaat. Aansluiten op een bestaande eindgroep doe je met de automaat en de bijbehorende aardlekschakelaar uit, en met een tester gecontroleerd. Alles wat daarvoor zit laat je met rust en laat je door een installateur doen.

Buiten wcd op een paal en in een kabelgoot

Voor een buiten wcd op een paal, bijvoorbeeld aan een stalen lichtmast met een bewegingsmelder, is spatwaterdicht materiaal met IP44 de gangbare keuze. De tweede vier staat voor bescherming tegen spatwater uit alle richtingen. Wil je bestand zijn tegen echte waterstralen, dan zit je op IP55 of hoger, en dat is buiten aan een paal meestal niet nodig zolang je de invoeren goed dichtzet.

Waar het bij buitenwerk misgaat is niet het materiaal maar de kabelinvoer. Draai wartels aan tot de kabel echt geklemd zit, voer de kabel van onderaf de doos in en laat de kabel daaronder een lus maken, zodat regenwater langs de druppellus wegvalt in plaats van de doos in te lopen. Een klein afdakje boven de doos verlengt de levensduur merkbaar. Werk je met een doorlus naar een tweede paal, neem dan een ruime IP44-lasdoos met klemmen, want vier of meer aders met lasklemmen vullen een kleine doos sneller dan je denkt.

Een kabelgoot met wcd langs de plint is een nette oplossing voor een werkhoek met computers en een printer, maar hij hoort vast aangesloten te worden. Voeden met een stekker in een bestaand stopcontact lijkt hetzelfde als een verlengdoos, maar dat is het niet: een vaste installatie hoort niet aan een losse stekkerverbinding te hangen die er ongemerkt uit kan trekken. Sluit de goot aan op een bestaande inbouwdoos, of laat er een aftakking naartoe leggen. Er zijn plintgootsystemen die speciaal voor stopcontacten gemaakt zijn, en die werken beter dan een gewone kabelgoot waar je zelf dozen op prikt.

Zo plaats je een nieuwe wandcontactdoos

Deze volgorde geldt voor een inbouw wcd in een massieve wand, gevoed vanaf een bestaande doos of vanaf de groepenkast.

  1. Bepaal de plek, de hoogte en de groep

    Teken de positie af en kies de hoogte op basis van wat er komt te staan. Kijk daarna op welke groep je de wcd wilt hangen en tel wat daar al op zit. Zit die groep al vol met apparaten die veel vragen, dan trek je liever een leiding vanaf een andere automaat.

  2. Schakel af en controleer of het echt spanningsloos is

    Zet de automaat van de betreffende groep uit en de bijbehorende aardlekschakelaar erbij. Controleer daarna met een tweepolige spanningstester in de doos waar je gaat werken. Een spanningszoeker in penvorm geeft te vaak een verkeerd beeld om er alleen op te vertrouwen.

  3. Boor het gat en frees de sleuf

    Boor met een 82 mm dozenboor in een massieve wand, of met de maat die bij jouw hollewanddoos hoort. Frees daarna de sleuf voor de buis, verticaal of horizontaal, zodat een latere bewoner de leiding kan voorspellen. Diagonaal door de wand frezen maakt de installatie onvoorspelbaar voor wie er later een schroef in zet.

  4. Zet de doos in gips en trek de buis

    Duw de buis in de invoer van de doos en zet de doos met gips vast, iets verzonken ten opzichte van het toekomstige stucwerk. Houd de doos met een waterpas recht, want scheefstand zie je later terug in het afdekraam. Zit de doos na het stucwerk te diep, dan gebruik je opdikringen.

  5. Trek de draad en kies doorlussen of doorlassen

    Trek bruin, blauw en geel-groen door de buis, bij een 16 A groep in 2,5 mm². Is dit de laatste wcd in de rij, dan sluit je gewoon aan. Gaat er een leiding door naar een volgende doos, dan lus je door op de klemmen of, vanaf de derde doos, las je door met lasklemmen. Wij kiezen bij rijen van vier of meer altijd voor doorlassen met lasklemmen.

  6. Sluit de wcd aan en schroef hem vast

    Strip ongeveer een centimeter, zet bruin op de faseklem, blauw op de nulklem en geel-groen op de aardklem, en trek elke draad na het vastdraaien even aan. Duw de draden daarna in een boog achter de wcd in plaats van ze te vouwen. Schroef de wcd vast en zet hem met een waterpas recht voordat je het afdekraam erop klikt.

  7. Zet spanning erop en controleer

    Schakel de aardlek en de automaat weer in en test de wcd met een stopcontacttester of met een lamp. Test daarna ook de aardlekschakelaar met de testknop. Doet een aangesloten apparaat het wel maar klapt de aardlek eruit, schakel dan meteen af en controleer of er ergens een draad tegen de aardklem aan zit.

Maatvoering

De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens

Ruimte of vakgebiedOnderdeelGangbare maatMarge die in de praktijk werktWaar je op moet letten
SanitairWastafel, bovenkant85 cm boven de vloer80 tot 90 cmMeet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm.
SanitairWastafelkraan, uitloop25 tot 30 cm boven de wastafelrandwat past bij de komTe hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder.
SanitairFonteintje in het toilet80 tot 85 cm75 tot 90 cmVaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is.
SanitairToiletpot, bovenkant zitting40 tot 43 cm38 tot 48 cmEen verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger.
SanitairHangend toilet, onderkant pot40 cm boven de vloer38 tot 45 cmDe hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast.
SanitairToiletrolhouder70 cm hoog, 25 cm voor de pot60 tot 80 cmTe ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit.
SanitairDouchekraan, thermostaat100 tot 110 cm95 tot 120 cmJe wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan.
SanitairDoucheglijstang, bovenkant180 tot 200 cmafhankelijk van de lengste gebruikerReken op minstens 20 cm boven de kruin.
SanitairRegendouche, onderkant kop205 tot 215 cm200 tot 220 cmOnder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd.
SanitairHanddoekradiator, onderkant20 tot 30 cm boven de vloer15 tot 40 cmLaag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen.
SanitairAfvoer wastafel, muurdoorvoer50 tot 55 cm45 tot 60 cmOnder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling.
ElektraStopcontact in een woonruimte30 cm hart boven de vloer25 tot 40 cmBij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen.
ElektraStopcontact boven een aanrechtblad115 tot 125 cm10 tot 20 cm boven het bladUit de spatzone van de kraan blijven.
ElektraLichtschakelaar105 cm hart boven de vloer90 tot 120 cmGelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld.
ElektraDeurklink100 cm hart boven de vloer95 tot 105 cmOok de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen.
ElektraMeterkast, groepenkast150 tot 180 cmbereikbaar zonder trapjeDe hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn.
ElektraWandcontactdoos buitenminimaal 30 cm boven maaiveldhoger bij kans op opspattend waterSpatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten.
ElektraBedrade deurbel, drukknop110 tot 130 cm100 tot 140 cmOok bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel.
ElektraWandlamp naast een spiegel160 tot 170 cmop ooghoogte van de gebruikerLicht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven.
ElektraTelevisieaansluiting40 cm of op de hoogte van het schermafhankelijk van de opstellingBij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm.
KeukenWerkblad, bovenkant90 tot 95 cm85 tot 100 cmVuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger.
KeukenBovenkasten, onderkant50 tot 60 cm boven het blad45 tot 65 cmTe laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken.
KeukenAfzuigkap boven een elektrische kookplaat60 cm55 tot 70 cmOnder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht.
KeukenAfzuigkap boven een gaspit65 cm65 tot 75 cmBij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam.
KeukenPlint onder de keukenkasten10 tot 15 cmstandaard 15 cmTerugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan.
KeukenInbouwoven op ooghoogteonderkant op 85 tot 90 cmnaar de gebruikerScheelt bukken met een hete plaat in je handen.
TrapTrapleuning90 cm boven de voorkant van de trede85 tot 100 cmMeet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer.
TrapLeuning langs een bordes100 cm90 tot 110 cmBij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap.
TrapOptrede, hoogte per trede18 tot 20 cmmaximaal 21 cm binnen een woningAlle treden even hoog, ook de eerste en de laatste.
TrapAantrede, diepte van de trede22 tot 24 cmminimaal 22 cmVuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm.
TrapVrije doorloophoogte boven de trap230 cmminimaal 210 cmMeet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond.
TrapSpijlafstand van een balustrademaximaal 10 cmkleiner bij kinderenZo kan een kinderhoofdje er niet tussen.
DeurenBinnendeur, standaardmaat83 bij 201,5 cm78 tot 93 cm breedDe dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad.
DeurenVoordeur, standaardmaat88 bij 201,5 cm83 tot 100 cm breedBreder is prettig bij verhuizen en bij een rollator.
DeurenSpeling onder een binnendeur1 tot 1,5 cm2 cm bij mechanische ventilatieDe kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet.
DeurenSpeling rondom in het kozijn3 mm2 tot 4 mmTe weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt.
DeurenScharnieren, afstand tot de hoek20 cm van boven en onder15 tot 25 cmBij een zware deur een derde scharnier in het midden.
VentilatieVentilatierooster in een raamboven in het kozijnop de bovenregelWarme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder.
VentilatieAfzuigpunt in een badkamerhoog in de ruimte20 tot 30 cm onder het plafondVocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet.
VentilatieMuurrooster kruipruimtenet boven het maaiveldminimaal 15 cmAnders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht.
VentilatieDakdoorvoer, afstand tot de nokminimaal 50 cmafhankelijk van het typeTe dicht bij de nok geeft terugslag bij wind.

Samengesteld uit gangbare praktijkmaten, de eisen uit het Bouwbesluit waar die van toepassing zijn, en montagevoorschriften van fabrikanten. Standaardmaten zijn een vertrekpunt, geen wet: pas ze aan op de lengte van de mensen die de ruimte gebruiken. Bij nieuwbouw en verbouw gelden de actuele bouwregels boven elke vuistregel.

Controleren voordat je de wand dichtmaakt

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

Een rij van vijf dozen in een casco nieuwbouwwoning

Bij een casco woning met zestien groepen op drie fasen wilde de bewoner in elke hoek van de woonkamer een rij van vier wcd's plus een netwerkaansluiting maken, en in de slaapkamers rijen van drie. De vraag was of zo'n rij als één aansluitpunt telt of als vier, en er circuleerden normcitaten met hoofdstuknummers die bij naslag helemaal niet in NEN 1010 voorkwamen.

Waar het op uitkwam: die telling is niet waar de veiligheid vanaf hangt. Wat telt is de belasting per eindgroep en de doorsnede van de leiding. De rijen werden verdeeld over verschillende groepen en verschillende aardlekschakelaars, zodat één uitvallende automaat nooit een hele kamer meeneemt. De vier wcd's per hoek werden onderling doorgelast met lasklemmen in de 50 mm dozen en niet doorgelust over de klemmen van het schakelmateriaal. De netwerkkabels kregen een eigen buis, los van de 230 V.

Dit kwamen we tegen

Een opbouw wcd met schakelaar in een overkapping die half werkte

In een overkapping was een combinatie van een wandcontactdoos met schakelaar gemonteerd, gevoed vanuit een lasdoos met blauw, bruin en geel-groen uit een voorbedrade flexbuis. Naar de lamp liepen alleen een blauwe en een bruine draad. Het stopcontact werkte, de lamp niet.

De oorzaak was de blauwe draad op de schakelaar. Die was als schakeldraad gebruikt, waardoor er spanning kwam te staan op de ader die als nul bedoeld is. De blauwe draad ging van de schakelaar af en werd samengevoegd met de blauwe van de lamp op de nulklem van de wcd. De bruine ader naar de lamp ging op het schakelcontact, de fase uit de lasdoos via de wcd naar het voedingscontact van de schakelaar. Daarna deed alles het. Waar het kan trekken we in zo'n geval een aparte ader voor de schakeldraad, zodat de kleuren blijven kloppen voor wie er later aan werkt.

Dit kwamen we tegen

Een tweevoudige wcd die per se in één bestaande doos moest

Iemand wilde in de woonkamer twee contacten in een donkere kleur, terwijl er maar één inbouwdoos zat. De semi-inbouw modellen staken hem te ver uit de wand, dus werd de inbouwdoos aan de zijkanten ruimer gemaakt om een vlakker model erin te laten zakken. Het resultaat oogde strak, maar de doos was daarmee geen gekeurd geheel meer, en bij een woningkeuring is dat een afkeurpunt.

De route die wel werkt: bij een dubbele wcd hoort de doos die de fabrikant erbij levert. Voor een vlakke tweevoudige is dat een ovale inbouwdoos, en die vervang je gewoon. Zit er een tegelwand of een dikke stuclaag overheen, dan hoef je vaak alleen de afwerklaag rond de doos weg te halen. Wil je liever twee losse dozen naast elkaar, dan teken je het tweede hart op 71 mm af.

Dit kwamen we tegen

Schroefgaten die niet met de inbouwdoos meewilden

Een eerder geplaatste inbouwdoos was gezet met de bevestigingsgaten links en rechts, zoals dat bij een gewone wcd hoort. De later gekochte combinatie van wcd met schakelaar had de schroefgaten boven en onder, omdat er naast het wipje geen ruimte was. Er werd gedacht aan een losse verhogingsring als tussenoplossing, besteld bij een webshop.

Die ring bleek te slap om een wandcontactdoos te dragen, wat je meteen voelt bij het uittrekken van een stevige stekker. De oplossing zat in de doos zelf: er zat een draaibare binnenring in die met een schroevendraaier een kwartslag te draaien was. Die ringen draaien soms stroef en dan zie je niet dat het kan. Na het draaien vielen de schroefgaten precies goed en kon de combinatie er verticaal in, met de schakelaar boven het contact.

Veelgemaakte fouten

De nuldraad op de schakelaar zetten

Bij een combinatie van wcd en schakelaar wordt de blauwe ader vaak als schakeldraad gebruikt, omdat er in de buis niets anders zit. Dan staat er spanning op de ader die iedereen als nul leest, en de lamp blijft meestal ook nog uit. De nul gaat van de wcd rechtstreeks naar de lamp, de schakeldraad krijgt een eigen ader.

Een stuk uit de inbouwdoos zagen om iets passend te maken

Een inbouwdoos is als geheel gekeurd, inclusief het vlamvertragende kunststof en de manier waarop draden binnen de doos blijven. Alleen de uitbreekpoortjes die de fabrikant heeft aangebracht mag je openbreken. Past een wcd niet, dan is de doos de verkeerde en niet de wcd.

Een klemvaste doos gebruiken zonder gips

Dozen die zichzelf in het gat klemmen zijn bedoeld voor licht werk. Bij een stopcontact komt er elke keer trekkracht op als iemand een strak zittende stekker eruit haalt. Vroeg of laat komt de doos mee uit de wand, met een gat dat je opnieuw moet zetten. Zet een wcd-doos altijd in gips.

Doorlussen tot het achtste stopcontact

Bij doorlussen loopt de stroom voor alle volgende stopcontacten door de doorverbindingen van elk stopcontact ervoor. Hoeveel dat mag zijn, verschilt per merk en serie en staat in de productgegevens. Wij lussen hooguit drie stopcontacten door en gebruiken daarna lasklemmen in de doos, zodat de doorgaande leiding het schakelmateriaal niet meer belast.

Datakabel en 230 V door dezelfde buis trekken

Het scheelt een buis en het lijkt te werken. Maar datakabel is niet geïsoleerd voor netspanning, de bundel kan zijn warmte slechter kwijt en je krijgt storing op de verbinding. Gaat het mis, dan staat er 230 V op je netwerkapparatuur en heeft een verzekeraar een makkelijk verhaal.

Een opbouw wcd direct op een houten wand schroeven

In een meterkast, schuur of tuinhuis zit vaak een houten paneel. Schakelmateriaal hoort daar niet rechtstreeks op: monteer eerst een montageplaat of achterplaat en daarop pas de wcd. Dat kost twee euro en haalt de brandbare ondergrond weg achter de aansluitingen.

Een kabelgoot met stopcontacten voeden via een stekker

Een plintgoot met zes of acht contacten is een vaste installatie, geen verlengsnoer. Een gewone randaardestekker heeft geen vergrendeling en kan ongemerkt half uit de doos trekken, met een slechte overgang en warmteontwikkeling als gevolg. Sluit de goot vast aan op een inbouwdoos.

Een wcd achter een inbouwoven of koelkast plaatsen

De doos zit dan tegen de achterkant van een apparaat dat warm wordt, en je komt er niet meer bij zonder het apparaat uit de kast te trekken. Plaats de aansluiting in de kast ernaast of onder het aanrecht, en houd hem bereikbaar zonder gereedschap.

Veelgestelde vragen

Wat betekent wcd?

Wcd is de afkorting van wandcontactdoos, het vakwoord voor een stopcontact in de wand. Je komt de afkorting vooral tegen op bestektekeningen, in offertes van installateurs en in de artikelnamen van installatiemateriaal. In gewone taal is er geen verschil tussen een wcd en een stopcontact. Op tekening zie je meestal een langere code, waarin ook staat of hij enkelvoudig of dubbel is en of hij randaarde krijgt.

Wat betekent e-wcd+ra (grp) op een tekening?

Dat is één enkelvoudige wandcontactdoos met randaarde, aangesloten op een eigen eindgroep. De E staat voor enkelvoudig, RA voor randaarde en GRP tussen haakjes voor een aparte groep in de groepenkast. Je ziet die toevoeging bij wasmachine, droger, vaatwasser en soms bij een buitenaansluiting. De precieze schrijfwijze verschilt per tekenbureau, dus kijk altijd even in de legenda op het tekeningblad zelf.

Hoeveel wcd op 1 groep mag je aansluiten?

Er is geen hard getal dat voor elke situatie geldt, en de aantallen die online rondgaan komen vaak uit verzonnen normcitaten. Wat telt is de belasting: een 16 A eindgroep levert ongeveer 3680 watt en de leiding en de automaat moeten daarbij passen. In een woonkamer of slaapkamer werken zes tot acht aansluitpunten per groep prima, omdat er nooit alles tegelijk aan staat. Apparaten die lang op vol vermogen draaien, zoals wasmachine, droger, vaatwasser, oven en kookplaat, krijgen elk een eigen groep. Reken je verdeling door met onze rekenhulp voor groepen en vermogen.

Hoe vaak mag je een wcd doorlussen?

Bij doorlussen gaat de voeding van klem naar klem door het stopcontact heen, en dat betekent dat de stroom van alle volgende contacten door de doorverbindingen van de eerdere loopt. Hoeveel stroom die doorverbinding aankan, verschilt per merk en per serie en staat in de productgegevens. Wij houden aan dat we hooguit drie stopcontacten doorlussen en vanaf de vierde overgaan op lasklemmen in de doos. Bij stopcontacten doorlussen en doorlassen staat het verschil tussen beide methodes uitgewerkt.

Kan ik een dubbele wcd inbouwen in een enkele doos?

Ja, met een tweevoudige wcd die voor semi-inbouw gemaakt is. Die past op een gewone U40 of U50, de draden kunnen blijven zitten en het is een klus van tien minuten. Het front steekt dan ongeveer 2,5 centimeter uit de wand en bij vrijwel alle modellen gaat één stekker ondersteboven het contact in. Wil je een dubbele wcd inbouw en helemaal vlak in de wand, dan heb je een ovale inbouwdoos nodig of twee losse dozen naast elkaar met een tweevoudig afdekraam. Wat je niet doet, is de bestaande doos uitzagen om er iets in te laten zakken dat er niet voor bedoeld is.

Wat is de standaard hoogte wcd?

Voor gewone woonruimtes ligt de hoogte niet vast in een norm. De 110 centimeter die vaak genoemd wordt komt uit bestekken van woningbouwprojecten, waar het een afspraak tussen opdrachtgever en installateur is en geen voorschrift. Praktisch werken de meeste mensen met 20 tot 30 centimeter voor alles wat achter meubels verdwijnt en 105 tot 110 centimeter naast deuren en boven werkbladen. Zet in ieder geval een wcd naast de lichtschakelaar bij de deur, dan hoef je voor de stofzuiger niet te bukken. Meer maten vind je in onze tabel met standaardmaten in huis.

Welke inbouwdoos heb ik nodig voor een wcd?

Voor een gewone enkelvoudige wcd is dat een ronde inbouwdoos, aangeduid als U40 voor 40 mm diep of U50 voor 50 mm diep. Wij kiezen standaard voor U50, omdat daar achter het schakelmateriaal ruimte overblijft om te lassen. In een 40 mm doos is die ruimte er niet. Voor twee stopcontacten naast elkaar gebruik je een dubbele UD-doos zonder tussenwand of twee ronde dozen die je aan elkaar klikt, en voor een vlakke tweevoudige wcd hoort een ovale doos. In een holle wand gebruik je een hollewanddoos met veertjes of klemvleugels.

De wcd-schroeven passen niet op mijn inbouwdoos, wat nu?

Bij een gewone wandcontactdoos zitten de schroefgaten links en rechts, bij een combinatie van wcd met schakelaar meestal boven en onder. Staat de doos verkeerd om, kijk dan eerst of er een draaibare binnenring in zit. Die kun je met een schroevendraaier een kwartslag draaien, waarna de gaten wel kloppen. Zit die ring er niet in, dan plaats je de combinatie verticaal met de schakelaar boven de wcd, want daar is dit soort materiaal doorgaans voor gemaakt. Een losse verhogingsring uit een webshop als bevestiging gebruiken raden wij af: die is te slap om de trekkracht van een stekker op te vangen.

Mag ik zelf een wcd in de meterkast maken?

Een wcd in de meterkast aansluiten op een bestaande eindgroep kun je zelf doen, mits je de automaat en de aardlekschakelaar van die groep uitzet en met een tweepolige tester controleert dat er echt geen spanning meer staat. Voed de doos vanaf een lasdoos, vanaf een eindgroep of via een wcd voor de DIN-rail. Zit de meterkastwand van hout, monteer dan eerst een montageplaat. Blijf af van alles wat vóór de hoofdschakelaar zit: de hoofdaansluiting, de hoofdzekering en de kWh-meter zijn niet spanningsloos te maken en horen bij netbeheerder en meetbedrijf.

Hoe sluit ik een opbouw wcd met schakelaar aan?

Fase, meestal bruin, gaat op de faseklem van de wcd en van daar met een korte doorverbinding naar het voedingscontact van de schakelaar. Vanaf het schakelcontact loopt de schakeldraad naar de lamp. De nul, blauw, gaat van de wcd rechtstreeks door naar de lamp en komt nooit op de schakelaar te zitten. De aarde, geel-groen, gaat op de aardklem van de wcd en waar nodig door naar de armatuur. Zitten er in de buis maar drie aders, trek er dan een extra bij voor de schakeldraad in plaats van de blauwe daarvoor te gebruiken.

Kan een kabelgoot met wcd op een gewoon stopcontact worden aangesloten?

Nee, niet met een gewone randaardestekker. Een plintgoot met meerdere contacten is onderdeel van de vaste installatie en hoort vast aangesloten te worden op een inbouwdoos of een aftakking. Een randaardestekker heeft geen vergrendeling, kan ongemerkt half uit het contact zakken en heeft daarmee een slechtere overgangsweerstand, wat warmte geeft bij een goed belaste goot. Er bestaan wel stekerbare gootsystemen voor kantoren, maar die gebruiken speciale vergrendelbare koppelingen en vind je bij de elektrotechnische groothandel.

Wat heb ik nodig voor een buiten wcd op een paal?

Voor een stopcontact aan een paal of lichtmast is IP44-materiaal met een klepdeksel de gangbare keuze: dat is bestand tegen spatwater uit alle richtingen. Gebruik voor de doorlus naar een volgende paal een ruime IP44-lasdoos, want lasklemmen met vier of meer aders vullen een kleine doos snel. Voer de kabel van onderaf in met een goed aangedraaide wartel en leg er een druppellus onder, zodat regenwater langs de kabel naar beneden loopt in plaats van de doos in. Een klein afdakje boven de doos verlengt de levensduur merkbaar, en de groep hoort achter een aardlekschakelaar.

Waarom mag zwakstroom niet bij 230 V in dezelfde buis?

De mantel van een netwerkkabel of belleiding is niet geïsoleerd voor netspanning. Raakt er iets beschadigd, dan staat er 230 V op je netwerkapparatuur. Daarnaast kan een volle buis zijn warmte slechter kwijt, wat de isolatie van het installatiedraad aantast, en pikt een datakabel storing op van de wisselspanning ernaast waardoor de verbinding instabiel wordt. Trek voor data een eigen buis of leg de kabel onder de vloer of via het plafond langs, bijvoorbeeld vanaf de inbouwdoos in het plafond.

Wanneer je beter een vakman belt

Een wandcontactdoos vervangen of bijplaatsen op een bestaande groep is werk dat je met basiskennis en de juiste voorzichtigheid zelf kunt doen. Er zijn wel grenzen waar je moet stoppen.

De eerste ligt in de meterkast, bij alles vóór de hoofdschakelaar. De hoofdaansluitkast, de hoofdzekering en de kWh-meter zijn eigendom van netbeheerder en meetbedrijf, staan onder spanning die jij niet kunt wegnemen en zijn verzegeld. Moet daar iets gebeuren, of moet er een groep bij in een kast die al vol zit, dan bel je een installateur.

De tweede is een installatie waarvan je de bedrading niet kunt volgen. Kom je zwarte draden tegen die als nul zijn gebruikt, aarde die als fase is misbruikt of een leiding die in een betonvloer verdwijnt zonder bereikbare lasdoos, laat dan iemand met een meetinstrument de installatie doormeten voordat je verder werkt.

De derde is uitbreiding waarbij je niet zeker weet of de bestaande groep en aardlekschakelaar het aankunnen, bijvoorbeeld bij een laadpunt, een aparte kookgroep of een tuinhuis met eigen verdeler. Een installateur kan dat berekenen en de installatie na afloop doormeten, en dat kost minder dan een installatie die je achteraf opnieuw moet laten aanleggen.

Verder lezen over dit onderwerp