Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Een oude buitenmuur bekleden zonder dat het vocht insluit

11 minuten lezen Gevel Bijgewerkt 14 augustus 2026
diy-gids.nl TUIN & BUITEN Oude buitenmuur bekleden

Een oude buitenmuur bekleden begint niet bij het materiaal maar bij de vraag waarom de muur er slecht uitziet. Zit het alleen in het uiterlijk, dan is kaleien met een kalkmortel de goedkoopste ingreep die er ook over tien jaar nog goed uitziet. Wil je de muur echt uit het zicht hebben, dan werk je met houten planken op regelwerk, met een spouw van minstens twee centimeter erachter. Los voegwerk, optrekkend vocht en een bol staande muur los je eerst op, want bekleding maakt die problemen onzichtbaar in plaats van kleiner.

11 minuten

Dit heb je nodig

Een weekend voor kaleien, twee tot vier dagen voor houten bekleding Goed zelf te doen, mits de muur gezond is 5 tot 70 euro per vierkante meter aan materiaal, afhankelijk van de methode

Gereedschap

  • Hogedrukreiniger of tuinslang met een harde borstel
  • Koubeitel en hamer om losse pleisterresten af te kappen
  • Blokborstel of stevige schrobborstel voor het inwassen van kalkmortel
  • Speciekuip en een mengspaan of boormachine met mengstaaf
  • Voegenkrabber of haakse slijper met voegfrees
  • Boormachine met steenboren van 8 en 10 mm
  • Waterpas van minstens 120 cm en een lange draad
  • Cirkelzaag of verstekzaag voor de planken
  • Rolsteiger of degelijke ladder met stabilisator
  • Handschoenen, stofmasker en een veiligheidsbril

Materiaal

  • Hydraulische kalk en scherp zand, of kant-en-klare kaleimortel
  • Voegmortel voor het herstel van open voegen
  • Geïmpregneerde tengels en regels van 22 bij 45 mm of 27 bij 45 mm
  • Gevelplanken in rabat of potdeksel, in douglas, lariks of thermisch verduurzaamd hout
  • Rvs ringnagels of rvs schroeven, kwaliteit A2 en aan zee A4
  • Slagpluggen of chemisch anker met zeefhuls voor poreus metselwerk
  • Insectengaas of een geperforeerd ventilatieprofiel voor onder en boven
  • Kalkverf of minerale verf als je de kalklaag wilt kleuren

Eerst uitzoeken waarom de muur er slecht uitziet

Een oude buitenmuur die je niet meer kunt aanzien, heeft meestal een van drie problemen: uitgesleten of uitgevallen voegen, resten van een oude pleisterlaag die er in plakken afkomt, of vlekken en groene aanslag. Die drie vragen een heel andere aanpak, dus kijk eerst rustig wat je voor je hebt. Wat er verder allemaal bij het opknappen van een gevel komt kijken, van reinigen tot herstel, hebben we apart op een rij gezet.

Loop de muur af met een schroevendraaier en peuter in een paar voegen. Kruimelt de voeg weg tot een zanderig laagje van meer dan een centimeter diep, dan is het voegwerk op en moet dat eerst hersteld worden. Dat is geen extra klus die je erbij neemt, het is de voorwaarde: in zand houdt geen enkele plug en op een muur die water doorlaat hecht geen enkele mortel blijvend.

Ga daarna langs de muur staan en kijk er met één oog langs, van dichtbij en scherend. Zo zie je meteen of het vlak bol staat of doorbuigt. Een muur die zichtbaar uit het lood staat of waar een scheur diagonaal doorheen loopt, is een constructiekwestie en geen schoonheidskwestie.

Let ook op de onderste zestig centimeter. Donkere randen, afgebladderde steen en zoutuitslag wijzen op optrekkend vocht. Bekleding daaroverheen lost dat niet op, het verplaatst het probleem naar een plek waar je het niet meer ziet.

Zit er al beplating op de muur die er voor 1994 op gekomen kan zijn? Vlakke of golvende gevelplaten uit die tijd bevatten regelmatig asbest. Zaag, boor of breek daar niets in. Laat het materiaal onderzoeken en, als het asbest is, verwijderen door een gecertificeerd bedrijf.

De vijf manieren op een rij, met wat ze kosten en wat ze opleveren

Er zijn grofweg vijf routes om een oude buitenmuur aan het zicht te onttrekken of er beter uit te laten zien. Ze verschillen enorm in prijs, in hoeveel voorwerk ze vragen en in hoe goed ze omgaan met een muur die nog vocht moet kunnen afgeven.

Het grote verschil zit tussen de methoden die op de muur zelf werken en de methoden die er losvan hangen. Kaleien, pleisteren en steenstrips volgen de muur en vragen dus een draagkrachtige, redelijk vlakke ondergrond. Houten planken en gevelplaten hangen aan regelwerk en trekken zich weinig aan van een bobbelige of ongelijke ondergrond. Precies daarom kiezen mensen met een echt lelijke muur vaak voor hout.

De richtprijzen hieronder zijn materiaalkosten voor doe-het-zelfwerk. Ze lopen sterk uiteen per houtsoort, per steenstripserie en per regio, dus gebruik ze om methodes met elkaar te vergelijken en niet als offerte.

MethodeRichtprijs materiaal per m²Wat het vraagt van de muurWaar het sterk in is
Kaleien met kalkmortel5 tot 15 euroVoegwerk moet vast zitten, muur mag oneffen zijnGoedkoop, dampopen, dicht meteen open voegen
Sierpleister of uitcementeren15 tot 35 euroVlakke, schone en draagkrachtige ondergrondStrak eindbeeld, egale kleur
Steenstrips lijmen40 tot 90 euroVlak, droog en volledig draagkrachtigZiet eruit als nieuw metselwerk
Houten planken op regelwerk30 tot 70 euroAlleen genoeg houvast voor de pluggenVerbergt elke oneffenheid, warm beeld
Gevelplaten op regelwerk50 tot 100 euroAlleen genoeg houvast voor de pluggenOnderhoudsarm, strak vlak
Groene gevel met draadsysteem10 tot 30 euroVoegwerk moet dicht zijn, ankers moeten houdenKoelte in de tuin, verzacht een lelijk vlak

Twijfel je tussen twee methodes, doe dan eerst een proefvlak van een vierkante meter op een hoek die je niet vanaf het terras ziet. Bij kaleien zie je pas na het drogen welke kleur je echt krijgt, en dat scheelt een verrassing over de hele muur.

Kaleien met kalkmortel is het goedkoopste eerlijke antwoord

Voor een muur die alleen lelijk is en verder gezond, is kaleien de ingreep met de beste verhouding tussen moeite en resultaat. Je wast een dunne, papperige mortel met een borstel in de muur, waarbij je open voegen en gaatjes meteen dichtsmeert. Het resultaat is één egale kleur waar je de structuur van de steen en de voeg nog doorheen ziet.

Het recept is simpel: twee delen zand op één deel hydraulische kalk, aangemaakt tot de dikte van yoghurt. Breng het aan met een blokborstel in draaiende bewegingen en werk van boven naar beneden per baan van ongeveer een meter breed. Waar een voeg open staat, druk je de mortel er met de punt van de borstel echt in.

Maak de muur de avond ervoor en vlak voor het aanbrengen goed nat. Een droge, zuigende steen trekt het water zo snel uit de mortel dat de kalk niet kan binden en er later een poederig laagje overblijft dat je eraf veegt. Om diezelfde reden kalei je niet in de volle zon, niet bij harde wind en niet als er nachtvorst wordt verwacht. Houd het werk daarna twee tot drie dagen licht vochtig met een plantenspuit.

Kant-en-klare kaleimortel uit een zak scheelt je het mengen en geeft een voorspelbaardere kleur. Let er wel op dat je kaleimortel koopt en geen kaleiverf. Verf is een dun laagje kleur dat een open voeg niet dichtmaakt en dat op een ruwe oude muur binnen een paar jaar plaatselijk loslaat.

ZandBindmiddelKleur die je krijgtWaar het bij past
Wit zandWitte hydraulische kalkVuilwit, licht en zacht van toonSchaduwrijke tuinen en donkere oude steen
Geel zand of zavelWitte hydraulische kalkOkerachtig, warm zandkleurigRode baksteen en landelijke tuinen
Grijs rivierzandGrijze trasskalkCementgrijs, strak en neutraalModerne tuin, of als grondlaag om te schilderen
Scherp zand grof gezeefdHydraulische kalkRuwer, korreliger oppervlakMuren met grote gaten en diepe open voegen

Wil je een andere kleur dan het zand je geeft, wacht dan met schilderen tot de kalklaag minstens vier weken heeft kunnen uitharden en gebruik daarna kalkverf of een minerale verf. Een gewone muurverf op kunstharsbasis sluit de muur af en dan zit je het vocht opnieuw in de weg.

Houten planken op regelwerk: de opbouw die het verschil maakt

Latten aan de muur en daar planken op schroeven klinkt eenvoudig, en dat is het ook. De valkuil zit in de ruimte erachter. Zonder spouw staat het hout tegen een muur die af en toe nat is, en dan rot de achterkant van je planken weg terwijl de voorkant er nog jaren goed uitziet.

Reken op minstens twintig millimeter luchtruimte achter de planken, en houd die ruimte onder en boven open zodat er lucht doorheen kan trekken. Onderaan span je insectengaas of zet je een geperforeerd profiel, anders wordt de spouw binnen een seizoen een wespennest of een muizenroute.

De richting van je latten volgt uit de richting van je planken. Bij horizontale planken, zoals rabat of potdeksel, zet je de latten verticaal. Water dat achter de bekleding komt kan dan langs de lat naar beneden weglopen. Wil je de planken verticaal, dan komt er eerst een horizontale regel en daaroverheen een verticale tengel, want anders vormt elke horizontale lat een dammetje waar water op blijft staan.

Hart-op-hart houd je veertig tot zestig centimeter aan tussen de latten, afhankelijk van de dikte van je planken. Dunne delen van achttien millimeter gaan bij zestig centimeter zichtbaar hol staan, dus daar ga je naar veertig. Bevestig elke plank met twee rvs ringnagels of schroeven per lat en boor bij hardere houtsoorten voor, zeker dicht bij het kopse eind.

HoutsoortOnderhoudHoe het verkleurtWaar je op moet letten
DouglasOnbehandeld mogelijkVan roodbruin naar zilvergrijsHarsuitslag rond kwasten in de eerste jaren
LariksOnbehandeld mogelijkNaar grijs, vrij snelWerkt sterk, houd ruimte bij de aansluitingen
Thermisch verduurzaamd houtWeinig, olie houdt de kleurVan donkerbruin naar grijsBroos bij het kopse eind, altijd voorboren
Western red cedarWeinigEgaal grijsZacht, beschadigt makkelijk tijdens het werken
Geïmpregneerd vurenSchilderen of beitsenGroenig grijs, onregelmatigGoedkoop maar werkt en scheurt het meest

Werk je hoger dan ongeveer twee en een halve meter, gebruik dan een rolsteiger en geen ladder. Met een plank van vier meter in je handen kun je je niet vasthouden, en je moet voor het uitlijnen constant zijwaarts stappen. Dat is precies het bewegingspatroon waarbij een ladder wegdraait.

Bevestigen in oud metselwerk zonder dat je pluggen meedraaien

Oud metselwerk is onvoorspelbaar. Een muur uit de jaren dertig kan keiharde klinkers hebben met keiharde voegen, of zachte handvormsteen met een voeg die je met een schroevendraaier uit elkaar peutert. Boor daarom eerst een testgat op een onopvallende plek en kijk wat eruit komt.

De vuistregel die wij aanhouden: is de steen hard en heel, dan boor je in de steen en niet in de voeg. Is de steen zacht, verweerd of hol, dan zoek je juist een gezonde voeg op omdat de plug daar meer massief materiaal om zich heen heeft. Zet de boormachine bij zachte of gescheurde steen uit de klopstand. De klopfunctie ramt in oude steen het gat wijder dan de boor, en in zo'n trechtergat draait elke plug mee.

Bij twijfel gebruik je chemisch anker met een zeefhuls in plaats van een kunststof slagplug. De lijm vult de holtes op en verankert zich in de poriën, waar een plug alleen op klemwerking rekent. Voor een regelwerk van gevelbekleding is een draadeind van M8 met een zeefhuls per bevestigingspunt ruim voldoende.

Test na een dag altijd een paar ankers voordat je gaat beplanken. Hang je hele lichaamsgewicht aan een gemonteerde lat op ongeveer twee meter hoogte. Geeft die geen millimeter mee, dan houdt de rest ook. Voelt hij sponzig, dan zit je in slecht voegwerk en moet je dat eerst uitslijpen en opnieuw vullen.

Vocht, maaiveld en de details die het jaren later winnen

De meeste mislukte gevelbekleding gaat niet stuk in het vlak maar aan de randen. Onderaan, waar het spatwater staat, en bovenaan, waar het regenwater achter kan lopen.

Houd de onderkant van houten bekleding minstens twintig tot dertig centimeter vrij van de bestrating of de tuingrond. Hout dat op de tegels staat zuigt bij elke bui water op via het kopse eind, en kops hout drinkt vele malen sneller dan de zijkant. Zaag de onderste plank liever iets korter dan dat je hem net laat aansluiten.

Bovenaan wil je dat water niet achter de bekleding kan lopen. Een aluminium of zinken afdekprofiel met een neus die een centimeter over de bekleding steekt is de eenvoudigste oplossing. Loopt de muur door tot onder een dakrand, laat het profiel dan onder de bestaande loodslabbe of onder de dakrandafwerking doorlopen.

Er is nog een punt dat mensen met oude, massieve muren onderschatten. Zo'n muur heeft geen spouw en droogt af naar beide zijden. Sluit je hem aan de buitenkant af met een dichte cementpleister of met kunststof platen zonder ventilatie, dan zoekt het vocht de weg naar binnen en zie je binnen vochtplekken en schimmel verschijnen. Kalkmortel en beplanking met een open spouw hebben dat probleem niet, en dat is de belangrijkste reden waarom wij die twee bovenaan zetten bij oud werk.

Kijk ook even naar wat er al aan de muur hangt. Een buitenlamp of een stopcontact zit straks te diep, en de kabel ernaartoe loopt meestal recht boven of onder het punt waar het armatuur zit. Schakel de groep uit voordat je daar boort, en bij een oudere installatie kun je aan de hand van de kleuren van oude elektradraden nagaan wat je precies voor je hebt.

Zit er een buitenlamp, een stopcontact of een leiding in de gevel? Zoek uit waar de kabel loopt voordat je in de muur gaat boren voor je regelwerk, en schakel de groep uit voordat je een leiding vrijlegt of verlengt. Een boor die dwars door een buitenleiding gaat, merk je bij regen pas als de aardlekschakelaar eruit klapt.

Steenstrips, sierpleister en gevelplaten: wanneer die wel passen

Steenstrips geven het mooiste eindresultaat als je wilt dat de muur eruitziet als nieuw metselwerk. Ze stellen alleen wel de zwaarste eisen aan de ondergrond. De muur moet vlak zijn binnen een paar millimeter over twee meter, volledig droog, schoon en draagkrachtig. Op een golvende oude muur betekent dat eerst uitvlakken met een cementgebonden mortel, en dan ben je in kosten en werk al voorbij de meeste alternatieven.

Werk bij steenstrips altijd met de hoekstrips van dezelfde serie. Zelf twee strips in verstek zagen om een hoek te maken lukt technisch wel, maar het zaagvlak is bleker dan het gebakken oppervlak en dat blijft zichtbaar. Lijm met een lijmmortel voor buitengebruik, kam de lijm in één richting en druk elke strip in met een lichte schuivende beweging zodat er geen lucht achter blijft.

Sierpleister of uitcementeren doet iets vergelijkbaars maar dan vlak. Voor een oude muur is de aandachtspunt het bindmiddel: een harde cementpleister op een zachte, kalkgebonden oude muur scheurt en laat plaatsgewijs los, omdat de pleister stijver is dan de ondergrond eronder. Bij oud werk kies je een kalkgebonden of kalkrijke pleister die met de muur mee kan werken.

Gevelplaten van vezelcement of composiet hangen net als hout op regelwerk en zijn daarom net zo tolerant voor een scheve muur. Boor de gaten in de plaat één tot twee millimeter ruimer dan de schroef, want de platen zetten uit en krimpen met de temperatuur. Een plaat die klem zit tussen twee schroeven scheurt vanaf het boorgat.

Begroeiing als bekleding, en waarom klimop vaak afvalt

Een muur laten begroeien is de goedkoopste manier om een lelijk vlak te verzachten, en het levert in de zomer merkbaar koelte op in de tuin ernaast. Wat er tegenover staat is dat de muur eronder onbereikbaar wordt voor onderhoud.

Klimop en wingerd hechten met hechtwortels rechtstreeks aan de steen. Op gaaf metselwerk met dichte voegen doen die weinig kwaad, maar op een muur met uitgevallen voegen groeien ze de voeg in en duwen ze het werk verder open. Precies bij het soort muur waar je aan denkt om te bekleden, is zelfhechtende begroeiing dus meestal de verkeerde keuze.

Een draadsysteem op afstandhouders lost dat op. Je zet rvs spandraden of een gaaspaneel op vijf tot tien centimeter van de muur, en daar leid je een klimmer overheen die zich vastgrijpt in plaats van vastplakt. Blauweregen, clematis, klimhortensia en trompetbloem doen het zo goed. De muur blijft droog en je kunt het paneel later in zijn geheel afklappen als je bij het metselwerk moet.

Zet de afstandhouders bij een oude muur niet met slagpluggen maar met chemisch anker, want een volgroeide klimmer wordt zwaar en vangt in een najaarsstorm behoorlijk wat wind. Kijk daarnaast waar het blad terechtkomt: pal boven een dakgoot geeft een klimplant elk najaar een goot vol.

Wat je vooraf regelt met de buren en met de gemeente

Een muur op de erfgrens is vaak geen eigendom van één partij. Staat de muur precies op de grens, dan is hij in de regel gemeenschappelijk en heb je toestemming van de buren nodig voordat je er iets aan bevestigt. Ook als de muur van de buren is en jij alleen naar de lelijke kant kijkt, geldt dat je er niet zonder overleg in gaat boren.

Vraag dat schriftelijk, ook al is de verstandhouding goed. Een appje waarin staat waar je precies latten gaat bevestigen en hoe hoog de bekleding komt, voorkomt discussie op het moment dat er ooit een huis verkocht wordt.

Voor de gemeente geldt bij een gewone tuinmuur of een achtergevel meestal geen vergunningplicht, maar er zijn twee uitzonderingen die je echt even nakijkt. Woon je in een beschermd stadsgezicht of is het pand een monument, dan is het wijzigen van het uiterlijk van een gevel vergunningplichtig, ook aan de achterkant. En bij een voorgevel die vanaf de openbare weg zichtbaar is, gelden vaker regels dan mensen denken.

Ligt de muur naar de straat, dan is het ook goed om te kijken hoe de rest van je tuin en buitenruimte eruitziet. Een bekleding die botst met de erfafscheiding en de bestrating valt harder op dan de oude muur ooit deed.

Zo pak je het bekleden van een oude buitenmuur aan

Deze volgorde geldt voor beide hoofdroutes, met vanaf stap vier een aftakking voor kaleien en een voor beplanking.

  1. Beoordeel de muur van boven tot onder

    Peuter in een aantal voegen, kijk scherend langs het vlak en let op donkere randen in de onderste zestig centimeter. Los voegwerk herstel je eerst, en bij een bol staande of gescheurde muur stop je hier. Hoe je een muur tijdelijk ondersteunt als er echt iets moet gebeuren, lees je bij het stutten van een gevel.

  2. Kap losse pleisterresten af

    Ga met een koubeitel en een hamer langs alles wat hol klinkt of al loskomt. Tik lichtjes en luister: een holle klank betekent dat de laag eronder los ligt, ook al zit hij nog vast aan de rand. Wat je nu laat zitten, komt straks samen met je nieuwe afwerking naar beneden.

  3. Maak de muur schoon en laat hem drogen

    Spuit de muur af met een hogedrukreiniger, maar houd de straal minstens dertig centimeter van het oppervlak en werk onder een hoek in plaats van recht erop. Van te dichtbij spuit je het voegwerk er zo uit. De aanpak per soort vervuiling staat in onze uitleg over een gevel zelf reinigen. Laat de muur daarna een paar droge dagen staan.

  4. Herstel de open voegen

    Krab of frees uitgesleten voegen uit tot ongeveer twee centimeter diep en vul ze met een voegmortel die past bij de hardheid van de steen. Bij zachte oude baksteen is dat een kalkrijke mortel en geen harde cementvoeg. Ga je kaleien, dan neem je kleine gaatjes gewoon mee in de kaleilaag en hoef je alleen de echt diepe voegen te vullen.

  5. Bij kaleien: muur voorbevochtigen en mortel inwassen

    Maak de muur royaal nat, meng twee delen zand op één deel hydraulische kalk tot yoghurtdikte en was de mortel met een blokborstel in, in banen van ongeveer een meter breed. Druk bij elke open voeg de mortel er echt in met de punt van de borstel. Houd het werk daarna twee tot drie dagen licht vochtig.

  6. Bij beplanking: zet het regelwerk uit en waterpas

    Bepaal de onderste lijn minstens twintig centimeter boven de bestrating, span een draad en werk vandaaruit. Zet de latten hart op hart veertig tot zestig centimeter, met een verticale richting bij horizontale planken. Vul achter de latten met stukjes hardhout of vulplaatjes waar de muur wegloopt, zodat je regelwerk vlak staat en de spouw overal open blijft.

  7. Boor, plug en test je bevestiging

    Boor in harde steen in de steen zelf, in zachte of verweerde steen juist in een gezonde voeg, en zet de klopstand uit zodra het materiaal meegeeft. Gebruik chemisch anker met zeefhuls als een gewone plug meedraait. Hang daarna je gewicht aan een gemonteerde lat om te controleren of het houdt.

  8. Beplank van onder naar boven en werk de randen af

    Begin onderaan met insectengaas of een ventilatieprofiel en werk omhoog, zodat elke plank de onderliggende overlapt. Bevestig met twee rvs schroeven of ringnagels per lat en boor voor bij hard of thermisch verduurzaamd hout. Sluit de bovenkant af met een afdekprofiel met een overstekende neus, zodat er geen water achter de bekleding loopt.

Nakijken voordat je de eerste plank of de eerste borstel mortel aanbrengt

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

Een offerte voor uitcementeren die vier keer over het budget ging

Een blinde zijmuur van ongeveer vijftien vierkante meter zag er verweerd uit: resten van een oude pleisterlaag in plakken, open voegen en aanslag. De offerte om de muur professioneel te laten uitcementeren viel zo hoog uit dat het plan van tafel ging. De vraag werd daarna: wat kun je hier zelf mee.

De route die het werd, kostte een weekend en nog geen honderd euro aan materiaal. Eerst zijn alle loszittende pleisterdelen afgekapt met een koubeitel, tot alles wat achterbleef bij aantikken massief klonk. Daarna is de hele muur gereinigd met een hogedrukreiniger, met de straal op ruime afstand en onder een hoek zodat het voegwerk bleef zitten.

Vervolgens is er een papperige mortel gemaakt van twee delen zand op één deel hydraulische kalk, die met een blokborstel over de muur is ingewassen. De open voegen en gaten werden in diezelfde beweging dichtgesmeerd. De onregelmatigheden en de materiaalovergangen bleven zichtbaar, maar omdat alles nu één kleur had, werd dat eerder charmant dan slordig.

Dit kwamen we tegen

Latten die na een winter meedraaiden in het zand

Bij een schuurmuur uit de jaren zestig werden houten latten rechtstreeks op de muur geschroefd, met slagpluggen van 8 bij 60 in de voegen. Het beplanken zelf ging vlot en het resultaat zag er die zomer prima uit. In het voorjaar erna hing de onderste helft van de bekleding zichtbaar los van de muur.

De oorzaak bleek dubbel. Het voegwerk was tot ruim een centimeter diep zanderig geworden, dus de pluggen klemden in materiaal dat niet meer bond. En doordat de latten plat tegen de muur zaten, kon het vocht dat achter de planken kwam nergens heen; de achterkant van de onderste delen was al zwart en zacht.

De reparatie was de klus opnieuw, maar dan goed: voegen uitgefreesd tot twee centimeter en opnieuw gevuld, regelwerk vastgezet met chemisch anker en zeefhulzen, en de planken op een spouw van 22 millimeter met gaas onderaan. Sindsdien zit het vast en droogt de spouw na een bui binnen een dag op.

Dit kwamen we tegen

Klimop die het slechte voegwerk in twee jaar afmaakte

Op een muur die eigenlijk opnieuw gevoegd moest worden, werd klimop geplant als goedkoop alternatief voor bekleding. Het idee klopte deels: de muur was binnen twee seizoenen uit het zicht en het werd op het terras ernaast merkbaar koeler.

Wat er misging, zag niemand tot de plant er weer af moest. De hechtwortels waren de open voegen in gegroeid en hadden het resterende voegwerk verder losgeduwd. Bij het weghalen kwam er zand met de wortels mee en bleven er kale plekken achter waar de steen los lag.

Wat er nu staat is een gaaspaneel op afstandhouders van acht centimeter, vastgezet met chemisch anker, met een klimhortensia ertegenaan. De muur is eerst opnieuw gevoegd. Het paneel kan in zijn geheel naar voren klappen, zodat er over tien jaar opnieuw bij het metselwerk te komen is.

Veelgemaakte fouten

Bekleden voordat je weet waarom de muur er slecht uitziet

Een muur die groen ziet vraagt iets anders dan een muur waar de voegen uit vallen, en een muur met optrekkend vocht vraagt beide niet. Bekleding maakt het beeld beter en het probleem onzichtbaar, en onzichtbare vochtschade gaat gewoon door. Besteed het eerste uur aan kijken en peuteren.

Kaleiverf kopen in plaats van kaleimortel

De namen lijken op elkaar en ze staan vaak naast elkaar in het schap. Verf legt alleen kleur op de muur en vult geen open voeg of gat. Op ruw oud metselwerk laat zo'n dun laagje bovendien plaatselijk los, en dan zie je vlekkerige plekken in plaats van een egaal vlak.

Met de hogedrukreiniger te dicht op het voegwerk

Een straal van dichtbij haalt de aanslag er in één haal af, en het zandige deel van de voeg gaat mee. Dat merk je op dat moment nauwelijks, maar je hebt dan een muur die water opneemt en waar geen plug meer in houdt. Houd minstens dertig centimeter afstand en spuit onder een hoek.

Latten plat op de muur schroeven zonder spouw

Zonder luchtruimte staat de achterkant van je planken permanent tegen een oppervlak dat na elke bui nat is. Het hout rot dan van achter naar voren weg, waardoor je pas ziet wat er aan de hand is als een plank losscheurt. Twintig millimeter en open aan de onder- en bovenkant is het minimum.

Verzinkte schroeven gebruiken in plaats van rvs

Verzinkt staal roest buiten binnen enkele jaren en geeft bruine strepen die in de houtvezel trekken en er niet meer uit gaan. In eikachtige en looizuurhoudende houtsoorten ontstaan er zwarte vlekken rond elke schroefkop. Neem A2, en binnen enkele kilometers van de kust A4.

De bekleding tot op de bestrating doortrekken

Kops hout zuigt water op als een spons, veel sneller dan het zijvlak. Een plank die op de tegels staat, staat na een regenbui met zijn onderste centimeters in het water. Twintig tot dertig centimeter vrijhouden ziet er even wennen uit en verlengt de levensduur met jaren.

Een harde cementpleister op een zachte oude muur

Een cementgebonden laag is stijver en dichter dan het oude, kalkgebonden metselwerk eronder. Hij kan niet meewerken met de beweging van de muur en hij houdt het vocht vast. Het resultaat zijn scheuren en losliggende platen, meestal binnen een paar winters. Kies bij oud werk een kalkgebonden afwerking.

Boren met de klopstand aan in verweerde steen

De klopfunctie hamert in zachte of gescheurde steen het gat wijder dan de boor zelf, en soms trekt hij een hele kop van de steen los. In dat trechtervormige gat draait elke kunststof plug mee zodra je aandraait. Boor draaiend en stap over op chemisch anker met een zeefhuls.

Veelgestelde vragen

Wat is de goedkoopste manier om een oude buitenmuur te bekleden?

Kaleien met een zelfgemaakte kalkmortel. Twee delen zand op één deel hydraulische kalk kost je enkele euro's per vierkante meter en je hebt er alleen een speciekuip en een blokborstel voor nodig. Je krijgt geen strak vlak maar één egale kleur waarin de structuur van de steen zichtbaar blijft, en open voegen en gaatjes smeer je in dezelfde beweging dicht. Wie het mengen liever overslaat, koopt kant-en-klare kaleimortel: duurder, maar wel voorspelbaar van kleur.

Kan ik een oude buitenmuur bekleden met houten planken?

Ja, en voor een echt lelijke of ongelijke muur is dat vaak de beste keuze, omdat de planken los van de muur hangen en dus geen vlakke ondergrond nodig hebben. Je schroeft latten op de muur en de planken daarop, met minstens twintig millimeter luchtruimte ertussen die onder en boven open blijft. Bij horizontale planken staan de latten verticaal, zodat water achter de bekleding weg kan lopen. Zonder die spouw rot de achterkant van je planken binnen enkele jaren weg.

Hoe maak ik kaleimortel zelf aan?

Meng twee delen zand met één deel hydraulische kalk en voeg water toe tot je een papperige massa hebt met ongeveer de dikte van yoghurt. Te dik smeert niet in de voeg, te dun loopt van de muur af. De kleur bepaal je met de combinatie: wit zand met witte kalk geeft vuilwit, geel zand of zavel met witte kalk geeft okerachtig, grijs rivierzand met trasskalk geeft cementgrijs. Maak niet meer aan dan je in een uur verwerkt, want kalkmortel gaat aan de kant zitten.

Moet ik de muur eerst opnieuw voegen voordat ik hem bekleed?

Als je met een schroevendraaier meer dan een centimeter zanderige voeg uit de muur peutert, dan wel. In dat materiaal houdt geen plug en het laat water door tot in de muur. Krab of frees zulke voegen uit tot ongeveer twee centimeter diep en vul ze met een mortel die past bij de hardheid van de steen. Ga je kaleien, dan hoef je alleen de diepe voegen te vullen; de kleine gaatjes neem je gewoon mee in de kaleilaag.

Wat kost het om een gevel te laten uitcementeren of te laten bekleden?

Laten uitvoeren is meestal het punt waarop mensen schrikken, omdat het grootste deel van de rekening uit arbeid en steigerwerk bestaat en niet uit materiaal. Voor doe-het-zelfwerk liggen de materiaalkosten grofweg tussen de vijf en vijftien euro per vierkante meter voor kaleien, dertig tot zeventig voor houten bekleding en veertig tot negentig voor steenstrips. Vraag altijd twee offertes en laat de aannemer apart benoemen wat het steigerwerk kost, want dat verschilt sterk per situatie.

Kan ik een muur bekleden die vochtig is of waar vocht in optrekt?

Niet voordat je de oorzaak hebt aangepakt. Optrekkend vocht herken je aan een donkere band in de onderste zestig centimeter, afbladderende steen en witte zoutuitslag. Bekleding maakt die band onzichtbaar terwijl het vocht gewoon doorstijgt, en bij een dichte afwerking gaat het vocht zelfs harder naar de binnenzijde. Zoek eerst uit waar het water vandaan komt: een te hoog liggende bestrating, een verstopte goot of het ontbreken van een waterkerende laag onderin de muur.

Is klimop een goed idee om een lelijke buitenmuur te verbergen?

Op gaaf metselwerk met dichte voegen kan het, op een muur met uitgevallen voegen niet. Klimop hecht met hechtwortels en die groeien de open voeg in en duwen het werk verder los. Bij het weghalen komt er dan zand met de wortels mee. Wil je toch groen, gebruik dan spandraden of een gaaspaneel op vijf tot tien centimeter van de muur met een klimmer die zich vastgrijpt, zoals klimhortensia, blauweregen of clematis. Dat paneel kun je later ook weer afklappen.

Welke pluggen en schroeven gebruik je in oud metselwerk?

In harde, gave steen voldoet een kunststof slagplug van 8 bij 60 die je in de steen zet en niet in de voeg. Is de steen zacht, verweerd of hol, dan zoek je juist een gezonde voeg op, of je stapt over op chemisch anker met een zeefhuls en een draadeind M8. De lijm vult daarbij de holtes op in plaats van alleen te klemmen. Alle bevestigingsmiddelen die buiten in het zicht komen zijn rvs: A2 in het binnenland, A4 dicht bij zee.

Hoeveel ruimte moet er achter gevelbekleding zitten?

Minstens twintig millimeter, en die ruimte moet onder en boven open blijven zodat er lucht doorheen trekt. Achter verticale planken werk je met een dubbele lattenlaag, een horizontale regel met daarop een verticale tengel, want anders vormt elke horizontale lat een dammetje waar water op blijft staan. Span onderaan insectengaas of zet een geperforeerd profiel, anders wordt de spouw een nest voor wespen en een route voor muizen.

Kan ik steenstrips op een oude buitenmuur lijmen?

Alleen als de muur vlak, droog, schoon en volledig draagkrachtig is. Steenstrips volgen de ondergrond exact, dus elke bolling en elke holte in het oude metselwerk zie je terug in het eindbeeld. Een golvende muur moet je eerst uitvlakken met mortel, en dan zijn de kosten en de moeite vaak al hoger dan die van beplanking. Werk verder altijd met de hoekstrips van de serie, want een zelf in verstek gezaagde hoek laat een bleek zaagvlak zien.

Wat doe ik met de buitenlamp en de kabels in de gevel?

Zoek voor je gaat boren uit waar de leiding loopt, meestal recht boven of onder het punt waar de lamp of het stopcontact zit. Wil je de lamp naar voren verplaatsen omdat de bekleding dikker wordt, schakel dan de groep uit en controleer spanningsloosheid voordat je iets aansluit. In oudere installaties komen kleurcodes voor die afwijken van wat je nu gewend bent, en dat kun je nalezen bij de kleuren van oude elektradraden. Twijfel je over de aansluiting, laat het dan doen.

Hoe lang gaat een gekaleide muur mee?

Een goed aangebrachte kalklaag op een gezonde muur houdt het vijftien jaar of langer vol, en de veroudering verloopt geleidelijk in plaats van in schilfers. Dat komt doordat de laag dampopen is en meebeweegt met de ondergrond. Waar het misgaat is bijna altijd het aanbrengen: een niet voorbevochtigde muur, werken in de volle zon of te snel laten uitdrogen. Houd het werk na het aanbrengen twee tot drie dagen licht vochtig met een plantenspuit.

Wanneer je beter een vakman belt

Het bekleden zelf is geduldwerk dat je goed zelf kunt doen, maar er zijn vier momenten waarop je beter stopt.

Het eerste is een muur die bol staat, uit het lood hangt of waar een scheur diagonaal doorheen loopt. Dat is een constructiekwestie en geen afwerkingskwestie. Laat een aannemer of een constructeur kijken voordat je er iets tegenaan schroeft; hoe een muur tijdelijk ondersteund wordt tijdens zulk herstel staat bij het stutten van een gevel.

Het tweede is bestaande gevelbeplating waarvan je vermoedt dat die van voor 1994 is. Vlakke en golvende platen uit die periode bevatten regelmatig asbest. Zaag, boor en breek daar niets in, maar laat een monster onderzoeken en het werk zo nodig door een gecertificeerd bedrijf uitvoeren.

Het derde is werken op hoogte. Vanaf ongeveer twee en een halve meter, en zeker met lange planken in je handen, hoort daar een rolsteiger bij en geen ladder. Kun of wil je die niet plaatsen, dan is het inhuren van de steiger meestal goedkoper dan de val.

Het vierde is aanhoudend vocht waarvan je de oorzaak niet vindt. Een vochtspecialist die de muur meet, voorkomt dat je een probleem netjes wegwerkt achter nieuwe bekleding. Wat je in de tussentijd wel zelf kunt doen aan aanslag en vervuiling, staat bij het zelf reinigen van een gevel.

Verder lezen over dit onderwerp

diy-gids.nl TUIN & BUITEN Gevel stutten
Tuin & buiten

Gevel stutten