Overkapping en veranda: bouwen, afwerken en waterdicht houden
Een overkapping is een eenvoudige constructie waarbij drie dingen bepalen of het goed gaat: of de balken de overspanning aankunnen, hoe de staanders op de grond staan en hoe het water bij de gevel wegkomt. Daar gaat het mis, niet op het uiterlijk. Hieronder staat per onderdeel welke maten gangbaar zijn, welke aansluiting droog blijft en waarom het dakbeschot van een open overkapping aan de onderkant toch gaat schimmelen.
Alle gidsen over overkapping & veranda
Overkapping dicht maken
Een overkapping dicht maken is minder een timmerklus dan een constructieklus. Zodra er wanden in komen, waait de wind er…
Dak verhogen
Een dak verhogen is bijna nooit alleen het dakvlak omhoog brengen. Zodra het dak vijf centimeter stijgt, zitten de hemelwaterafvoer,…
Schoren overkapping
Vier staanders met liggers erop vormen een rechthoek, en een rechthoek laat zich scheeftrekken. Een schoor maakt daar een driehoek…
Welke overkapping past bij jouw plek
Een overkapping heet in de ene tuin een veranda, in de andere een carport en bij de buren een afdak, terwijl de constructie eronder telkens hetzelfde is: staanders, een ringbalk, gordingen en een dak met afschot. Het verschil zit in waar hij tegenaan staat en hoeveel hij zelf moet dragen. Wie eerst bepaalt of het geheel vrij in de tuin komt of aan een bestaand gebouw hangt, heeft de zwaarste keuze al gemaakt. Hoe het dakwerk aan een huis verder samenhangt, staat in ons overzicht over daken en zolders.
Een vrijstaande overkapping draagt zichzelf en moet in drie richtingen stabiel zijn, want wind duwt niet alleen van voren. Komt de overkapping aan de zijkant van het huis, tegen de gevel of aan een garage te hangen, dan neemt het metselwerk een deel van de last over en krijg je er een probleem bij: de aansluiting waar het dak tegen de muur komt. Daar ontstaan verreweg de meeste lekkages.
Staat de overkapping tussen twee muren, dan verdwijnt bijna al het paalwerk. Een houten overkapping tussen 2 muren is vaak niet meer dan een balklaag van muur naar muur met daarop golfplaat of een kanaalplaat, en datzelfde geldt voor een veranda tussen 2 muren aan de voorkant van een rijtjeshuis. In ruil krijg je twee aansluitingen die droog moeten blijven, en twee muren die zelden haaks staan en zelden even hoog zijn. Meet de vrije breedte daarom op vier plekken voordat je hout bestelt.
Een overkapping tussen twee huizen of een carport tussen 2 huizen loopt over of langs de erfgrens en vraagt vooraf een gesprek met de buren. Een overkapping zonder palen ziet er licht uit, maar een zwevend of zelfdragend dak moet zijn hele moment via een paar punten in de gevel kwijt. Een zwevende overkapping maken of een vrijhangende uitkraging bouwen is daarom rekenwerk en geen vuistregelwerk, ook als een zelfdragende overkapping op de foto zo simpel oogt.
Bij een L-vormige tuin of een inspringende gevel loop je tegen de veranda hoek aan: het punt waar twee dakvlakken samenkomen. Dat is meteen de plek waar het meeste water langs moet en waar je een hoekstijl of een extra kolom nodig hebt. Wie carport ideeën verzamelt, kan het best beginnen bij die hoek en bij de plek van de hemelwaterafvoer, want die twee bepalen de vorm meer dan de smaak.
| Situatie | Hoe hij draagt | Waar het meestal misgaat |
|---|---|---|
| Vrijstaand in de tuin | Vier tot zes staanders op poeren, stijfheid uit schoren | Te weinig windverband, de constructie gaat na twee stormen scheefstaan |
| Tegen de gevel of aan de zijkant van het huis | Achterzijde op een muurbalk, voorzijde op staanders | De gevelaansluiting, zeker als het afschot naar het huis toe loopt |
| Tegen een houten of stenen schuur | Eigen staanders vlak langs de schuur, dak eronderdoor | Hout dat strak tegen de wand staat en van beide kanten nat blijft |
| Aan een garage of tegen een gevel van een bijgebouw | Muurbalk op het metselwerk, kolommen aan de buitenzijde | Halfsteens muurwerk dat te weinig houvast geeft voor keilbouten |
| Tussen twee muren | Balklaag van muur naar muur, geen palen nodig | Muren staan niet haaks, niet even hoog en niet te lood |
| Tussen twee huizen of over de erfgrens | Balklaag aan beide gevels, bij de grens gedeeld | Eigendom, brandveiligheid en het werken van doorlopende balken |
| Carport voor auto, bus of camper | Grote overspanning, vaak stalen kokers of liggers | Doorrijhoogte tegenover de vergunningvrije hoogte van drie meter |
| Zwevend, vrijhangend of zelfdragend | Uitkraging vanuit de gevel of vanaf twee zware staanders | Het moment op de bevestiging, dat is echt constructiewerk |
| Halfronde of gebogen overkapping | Gebogen sporen of aluminium profielen met kanaalplaat | Vlakke platen die met geweld gebogen worden en dan scheuren |
| Boomstam overkapping van rondhout | Onbewerkte stammen als staander en ligger | Scheuren en krimp van vers rondhout, en verbindingen die daardoor los komen |
| Op een dakterras | Belasting op de bestaande dakvloer, liefst zonder doorboringen | Elke schroef door de dakbedekking is een lek in wording |
De constructie: balken, overspanning en doorbuiging
De maat van de dakbalken van een overkapping volgt uit de overspanning en niet uit wat er mooi uitziet. De vuistregel die timmerlieden hanteren is een balkhoogte van ongeveer een twintigste van de overspanning: bij drie meter kom je dan op een dakbalk van rond de vijftien centimeter hoog. Wij gebruiken die regel graag als eerste schatting, maar het blijft een vuistregel. Hij zegt niets over de breedte, niets over de hart-op-hartafstand en niets over wat er op het dak komt te liggen.
Wie hem toepast, schrikt vaak van de uitkomst. Vijftien centimeter voelt fors voor een dak dat alleen een golfplaat draagt. In die vuistregel zit dan ook marge: met balken van twaalf centimeter en een kleinere hart-op-hartafstand kom je bij een licht dak een heel eind, en fabrieksbouwpakketten gaan geregeld nog dunner. Wat je daarmee inlevert is niet meteen de sterkte maar de stijfheid, en dus de doorbuiging.
Voor een carport in staal geldt hetzelfde denken met andere getallen. Stalen kokers van 50 x 50 x 3 mm, om de zestig centimeter gelegd, buigen over drie meter met sneeuw erop ongeveer een centimeter door. Over 2,70 meter is dat nog ruim een halve centimeter, en een profiel van 40 x 60 x 3 mm doet het over die lengte iets beter omdat de hoogte van een profiel zwaarder meetelt dan de breedte. Leg je de ligger in plaats van erop tegen de binnenzijde van de zijbalken, dan wordt de vrije overspanning kleiner en zakt de doorbuiging meteen mee. Een stalen carport constructie laat zich dus vooral sturen met de opleggingen.
Er is een regel die bij een plat dak zwaarder weegt dan de balkmaat zelf: het afschot moet groter zijn dan de doorbuiging die kan optreden. Buigt het midden verder door dan het dak afloopt, dan blijft er water staan. Bij dooiende sneeuw versterkt dat zichzelf, want het extra water buigt het dak nog wat verder door en dan komt er nog meer water bij. Een carport staalconstructie die in de zomer keurig afwatert, kan in februari een plas van tien centimeter dragen.
Stabiliteit is een apart vraagstuk naast sterkte. Een overkapping waarvan alle knopen scharnierend zijn, staat na een paar stormen scheef, ook als geen enkele balk te licht is. Die zijdelingse stijfheid haal je uit driehoeken, en hoe je die maakt lees je bij het aanbrengen van schoren in een overkapping. Reken erop dat je in drie richtingen iets nodig hebt: in de lengte, in de breedte en in het dakvlak zelf.
Voor de verbindingen geldt: hoe meer hout er blijft zitten, hoe beter. Een halfhoutverbinding in een overkapping haalt de helft van beide balken weg en is daarom sterk op druk maar zwak op trek, dus doorschroeven of doorbouten hoort erbij. De klossen aan de dakrand van het dak dragen de overstek en de boeidelen. Een slaper is een houten balkje dat op een bestaande dakvloer ligt, en het regelwerk op die slapers maakt het afschot. Stroplaten zijn de stalen strippen waarmee je een gording of een muurplaat van het dak aan het metselwerk verankert, en die heb je nodig zodra de wind het dak wil optillen. Bij een veranda is de veranda balk waar alles op rust de ringbalk over de voorzijde, en die maak je liever een maat zwaarder dan de gordingen.
Hoe schuin een dak moet zijn hangt af van wat erop ligt. Een plat dak is nooit echt plat: anderhalve centimeter afschot per meter is de gangbare ondergrens, en meer is altijd beter. Een flauw hellend dak met golfplaten begint rond de tien graden, en bitumen dakshingles hebben ongeveer vijftien graden nodig voordat slagregen er niet meer onder kruipt. De minimale hellingshoek van een dak staat per product op het technische blad van de fabrikant, en dat is de maat die telt. Zit je eronder, dan is het dak aan één zijde optrekken vaak de enige echte oplossing.
| Vrije overspanning | Houten gording als eerste schatting | Vergelijkbaar in staal | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| 2,0 meter | 63 x 100 mm, hart op hart 60 cm | Koker 40 x 40 x 3 mm | Bij een licht dak ruim voldoende, ook met sneeuw |
| 2,5 meter | 63 x 125 mm, hart op hart 60 cm | Koker 40 x 60 x 3 mm | Liggend profiel met de hoogte in het vlak van de belasting |
| 3,0 meter | 63 x 150 mm, hart op hart 60 cm | Koker 50 x 50 x 3 mm | Doorbuiging rond een centimeter, dus meer afschot dan dat |
| 3,5 meter | 63 x 175 mm, hart op hart 60 cm | Koker 50 x 70 x 3 mm | Oplegging tegen de binnenzijde scheelt zichtbaar in doorbuiging |
| 4,0 meter | 63 x 200 mm of gelamineerd, hart op hart 60 cm | Koker 60 x 60 x 4 mm | Vanaf hier lonen dubbele balken of een tussensteun |
| 5,0 meter en meer | Gelamineerde ligger of een ringbalk van 70 x 250 mm | Ipe- of hea-profiel | Laat dit narekenen, ook als het bij de buren met minder lijkt te lukken |
Waar de overkapping op staat: poeren, beton of vlonder
De fundering van een terrasoverkapping heeft twee taken: het gewicht spreiden en de staander vasthouden als de wind eronder komt. Die tweede taak wordt onderschat. Een dak van achttien vierkante meter vangt bij storm zoveel opwaartse kracht dat een staander die alleen op een poer staat, er letterlijk vanaf loopt.
De gangbare oplossing is een betonpoer van ongeveer 30 bij 30 centimeter, zo diep dat de onderkant vorstvrij zit, met daarin een draadeind M16 of een paaldrager met opwaaibeveiliging. Zo'n paaldrager van 80 x 80 mm met een onder- en een bovenplaat houdt de staander bovendien een centimeter of twee vrij van het beton, waardoor het kopse hout niet in het water staat. Daar rotten houten staanders anders als eerste weg.
Op een bestaande betonvloer werk je met een chemisch anker. Draai het draadeind eerst in de staander, zet de paal daarna met anker en al in het gat en stel de hoogte met een paar stelplaatjes onder de voetplaat. Wie de paal wil ronddraaien op het draadeind om hem op hoogte te brengen, komt bij een muur of een gevel klem te zitten: die laatste slag kun je daar niet meer maken. Stort je zelf een vloer, dan is twintig centimeter dubbel gewapend beton met de draadeinden vooraf ingestort de meest rechttoe rechtaan route.
De grondsoort bepaalt de diepte. Op zand is een poer van zestig centimeter diep gebruikelijk. Op natte klei of veen zakt zo'n poer alsnog, en dan kom je uit bij langere palen of bij een doorlopende funderingsbalk. Een tuin met zestig centimeter zand op natte klei is precies het profiel waarbij één poer aan de lage kant na een natte winter gaat wegzakken en de overkapping verzakt.
Wil je de overkapping op een houten vlonder plaatsen, dan is het antwoord bijna altijd: niet op de vlonderplanken. Een staander op één plank drukt daar dwars doorheen. Wat wel werkt is een verzwaarde ligger, een funderingsbalk die op eigen palen staat en waarop zowel de vlonder als de staanders rusten. Verbind de staander met slotbouten of een draadeind aan die balk, en maak de balk zwaarder dan de gewone onderregels van de vlonder. Hardhouten palen van een meter lang, waarvan vijfentachtig centimeter de grond in gaat, zijn daarbij een gangbare maat.
De volgorde helpt enorm bij een overkapping met vlonder. Zet eerst de dragende constructie, maak dan het vlonderframe met de planken en timmer daarna pas af. Leg je de vlonder eerst, dan zit het beton om je poeren precies waar je vlonderligger moet komen. Houd de poeren daarom zo laag dat de vlonderplanken er ruim overheen gaan.
Komt er bestrating onder de overkapping, dan wil je het water eronder vandaan houden. Leg de tegels met een paar millimeter afschot naar buiten of naar een kolk, en houd de eerste rij tegels los van de staander zodat je later bij de poer kunt. Ligt de vloer lager dan de rest van de tuin, dan hoort er een afvoer bij: een putje op het riool, of bij laag grondwater een paar filtratiestenen in het midden. Een veranda trap van een of twee treden vangt het niveauverschil dan op.
Gemetselde poeren of gemetselde pilaren onder een overkapping zien er zwaar uit maar dragen niet vanzelf beter. Wie een overkapping metselt, zet in de kern van elke pilaar een gewapende betonkolom of een draadeind door tot in de voet, want metselwerk kan geen trek opnemen en een pilaar zonder kern kiept om zodra de wind eronder komt. Dat trekvraagje geldt overal waar de wind grip heeft, en het is dezelfde reden dat een schoor of windverband in de poer moet kunnen aangrijpen.
| Ondergrond of vloer | Wat eronder hoort | Waar je op let |
|---|---|---|
| Zand of goed verdicht zandpakket | Betonpoer 30 x 30 cm, ongeveer 60 cm diep, vorstvrij | Aanvullen en verdichten in lagen, niet in één keer volstorten |
| Natte klei of veen | Diepere poeren, geboorde palen of een doorlopende funderingsbalk | Ongelijke zetting per poer, meet na een winter opnieuw waterpas |
| Bestaande betonvloer of terras op beton | Sokkel of paaldrager op een chemisch anker | Dikte en wapening van de vloer, een tegel van 5 cm is geen fundering |
| Nieuw te storten vloer | 15 tot 20 cm gewapend beton met de draadeinden ingestort | Draadeinden uitzetten met een mal, achteraf verplaatsen lukt niet |
| Houten vlonder | Verzwaarde funderingsbalk op eigen palen onder elke staander | Nooit een staander op een vlonderplank of op een gewone onderregel |
| Bestrating rondom | Poer onder het straatwerk, tegels los om de staander | Afschot naar buiten of naar een kolk, niet naar de gevel |
| Gemetselde pilaren | Betonkern of doorgaand draadeind tot in de voet | Metselwerk neemt geen trek op, de verankering doet het werk |
Vastmaken aan een muur, een schuur, de garage of de buren
De eerste regel bij bevestigen aan bestaand werk is het hout vrij houden van het metselwerk. Vocht trekt van steen naar hout en andersom, een muur staat nooit kaarsrecht en zelden zuiver te lood. Een centimeter lucht ertussen lost beide problemen op, en die centimeter zie je later niet.
Voor een houten wand geldt hetzelfde. Een overkapping aan een bestaande schuur maken doe je niet door de staander strak tegen de rabatdelen te drukken, want dan blijft er water tussen staan en rot de gevelbekleding aan die zijde als eerste weg. Zet de staander een paar centimeter vrij en werk de kier bovenlangs af met een lekdorpel of een zinken slab. Bij een overkapping aan een stenen schuur is de afweging identiek, alleen boor je daar in metselwerk in plaats van in hout.
Leg je balken in balkdragers, houd dan aan beide zijden ongeveer een centimeter ruimte. Hout werkt nauwelijks in de lengte maar wel in de breedte, en een balk die klem in een drager zit, drukt de bevestiging op den duur uit de muur. Dakplaten houd je om dezelfde reden vrij van de muren. Vind je balkdragers lelijk, dan kun je de balken op een doorgaande muurbalk leggen of in een stalen hoeklijn of unp-profiel, maar dan moet je zelf iets tegen kippen bedenken. Een balk die alleen op een profiel ligt kan zijdelings omvallen. Een raveeldrager heeft die zekering in het ontwerp zitten. Gelaste strippen met een slobgat werken ook, mits het slobgat het werken van het hout echt toelaat.
Kijk voor je boort waar je in schroeft. Een halfsteens tuinmuurtje is geen constructie waar je een dak aan hangt. Bij spouwmuren en bij prefab betonnen binnenbladen met een gemetseld buitenblad zit dat buitenblad met dunne spouwankers aan het beton: het kan zijn eigen gewicht dragen en verder niets. Dan hoort de last naar het binnenblad met ankers die daar echt in grijpen, of je zet er gewoon een extra staander onder. Een overkapping aan huis vastmaken met vier chemische ankers in een halfsteens muur is een van de manieren waarop het stilletjes fout gaat.
Een overkapping aan een garage maken gaat net zo, met één verschil: garagemuren zijn vaker halfsteens of van lichte blokken. Wie een overkapping aan een muur wil bevestigen begint dus met een proefboring om te zien wat erachter zit. Een overkapping tussen huis en schuur of een veranda tegen een schuur heeft aan twee zijden zo'n aansluiting, en dan werkt een doorgaande muurbalk over de volle lengte prettiger dan losse balkdragers. Een overkapping tussen 2 muren maken lukt zelfs helemaal zonder staanders, mits beide muren de last echt kunnen dragen.
Bouw je over of langs de erfgrens, deel dan de balklaag daar en gebruik geen doorlopende balken. Dat scheelt discussie over eigendom, en het maakt het later mogelijk om de open zijkanten dicht te zetten zonder meteen tegen brandveiligheidseisen aan te lopen. Een schutting is trouwens nooit een draagconstructie: een overkapping tussen schuur en schutting of een overkapping aan schutting krijgt aan die zijde gewoon eigen staanders.
Sluit je aan op het dak van de buren, dan is hoogteverschil het punt waar het misgaat. Twee platte daken verbinden lukt alleen als je bepaalt welk dak het hoogste is en het water van het lage dak niet onder het hoge dak kan kruipen. Bij een hoogteverschil hoort een opstand met de dakbedekking eroverheen en lood dat in de bovenliggende wand is ingeslepen, niet twee stroken die je op elkaar plakt. Een aansluiting op het dak van de buren leg je liever ook niet precies op de erfgrens, zodat je er later zelf bij kunt zonder over te steken.
Op een dakterras gelden weer andere regels. Een overkapping op een dakterras bevestigen zonder de dakbedekking te doorboren is de enige route die zonder lekkage eindigt: dat betekent ballastvoeten, of een constructie die op de bestaande dragende delen staat met een doorvoer die door een dakdekker wordt afgewerkt. Wie een dakterras overkapping maken op de planning heeft staan, begint dus bij de vraag hoeveel gewicht de dakvloer aankan en pas daarna bij het ontwerp.
De gevelaansluiting en de dakranden waterdicht krijgen
Bij een overkapping tegen muur waterdicht maken draait alles om één principe: water moet van boven naar beneden over een volgende laag lopen en nooit tegen een naad aan. Datzelfde geldt als je een plat dak tegen een muur waterdicht wilt maken bij een aanbouw of een schuur. Een aluminium muurprofiel dat je met kit tegen de gevel zet is geen waterkering en ook geen afdichting van de muur waar je op kunt bouwen. Het houdt het een paar jaar droog en daarna volgt de kit de bewegingen van de muur niet meer.
De aansluiting die zich wel bewijst is lood. Je slijpt een sleuf in de lintvoeg boven de dakaansluiting, zet de dakbedekking minstens tien centimeter tegen de muur op en legt het lood daaroverheen tot in die sleuf. Moet de ruimte eronder echt droog blijven, dan slijp je door tot op het binnenspouwblad. Bij een open veranda is dat meestal meer dan nodig, maar zit je aan een windzijde of ver onder een overstek vandaan, dan is een halve maatregel wachten op vlekken. Dezelfde methode gebruik je bij de aansluiting van een hellend dak op een opgaande muur: een loodslab over de dakbedekking, ingeslepen boven de aansluiting, met een echte opstand in de hoek.
Laat het afschot nooit richting de gevel lopen. Het gebeurt vaak omdat de hemelwaterafvoer daar toevallig zit, en het is de aanleiding voor een groot deel van de lekkages bij veranda's. Kan het niet anders, leg dan een goot langs de gevel met een noodoverloop naar buiten, zodat een verstopte afvoer niet betekent dat het water tegen het metselwerk omhoog staat.
Bij een houten schuur werkt het anders. Een strook rabat wegzagen en vervangen door een waterslag die het opstaande epdm afdekt is de nette oplossing, maar dat lukt alleen als de delen los te halen zijn. Zitten ze in elkaar geschoven, dan schuif je onder de bestaande daktrim of onder het onderste deel een zinken of kunststof plaatje. Ligt de overkapping twintig tot vijfentwintig centimeter lager dan de schuur, dan zie je vanaf de tuin een flinke strook zwarte dakbedekking omhoog lopen. Dat werkt prima maar staat niet mooi, en een dun gezet zinken slabbetje eroverheen maakt het af.
Golfplaten tegen een muur vragen vulstukken. De zelfklevende band die naast de golfplaten in het schap ligt sluit de golven af tegen ongedierte, maar als enige waterkering is hij te licht. Combineer hem met een muuraansluitprofiel of met een ingeslepen loodslab die je in de golven aandrukt.
Aan de andere randen gaat het om terugkruipend water. Een dak zonder daktrim laat water door capillaire werking onder de dakbedekking terugkruipen, net zoals water tussen twee glasplaten omhoog kruipt. Een daktrim of dakrandprofiel breekt dat af doordat er een echte druiprand ontstaat. Werk de zijkant van het dak daarom af met een profiel over het boeideel heen, en niet met dakbedekking die je om de rand vouwt. Zo maak je ook de zijkant van een overkapping waterdicht zonder dat er ooit een kwast kit aan te pas komt.
| Aansluiting | Wat werkt | Wat er misgaat |
|---|---|---|
| Plat dak tegen een gemetselde gevel | Dakbedekking 10 cm opzetten, lood ingeslepen in de lintvoeg eroverheen | Alleen een aluminium muurprofiel met een kitrand |
| Plat dak tegen een houten schuurwand | Opzetten, daarover een waterslag of slab die onder de gevelbekleding schuift | Epdm zichtbaar 25 cm tegen de rabatdelen plakken en hopen dat het houdt |
| Golfplaten tegen een muur | Muuraansluitprofiel of ingeslepen loodslab met vulstukken in de golven | Zelfklevende band als enige afdichting |
| Twee daken van gelijke hoogte naast elkaar | Beide daktrimmen tegen elkaar met een t-profiel ertussen gekit | Twee losse trims met alleen een naad kit ertussen |
| Laag dak tegen een hoger dak | Opstand met dakbedekking eroverheen en lood in de hoger liggende wand | Twee stroken dakbedekking op elkaar plakken |
| Hellend dak tegen een opgaande muur | Loodslab over de bedekking, ingeslepen, met opstand in de hoek | Lood strak in de hoek drukken zonder opstand |
| Zijkant van het dak langs het boeideel | Daktrim of dakrandprofiel met de dakbedekking eroverheen | Dakbedekking om de rand vouwen, water kruipt terug |
| Afschot dat naar de gevel loopt | Omdraaien, of een goot langs de gevel met een noodoverloop | Laten zoals het is omdat de afvoer daar nu eenmaal zit |
Dakbedekking kiezen voor een overkapping
Een houten dak waterdicht maken begint bij een vlakke, gesloten ondergrond. Losse vellingdelen en dakplanken werken en krimpen, dus daaroverheen komt een plaat: underlayment van achttien millimeter is de gangbare keuze, met twee tot drie millimeter ruimte tussen de platen zodat ze kunnen uitzetten. Pas daarop gaat de eigenlijke dakbedekking. Bij een schuin houten dak waterdicht maken geldt dezelfde volgorde, alleen mag je daar met een lichtere bedekking weg omdat het water sneller weg is.
Epdm in één baan is voor een overkapping vaak het handigst, omdat een dak van zes bij drie meter uit één stuk te leggen is en er dan geen enkele naad in zit. Bitumen in twee lagen gaat ook prima, maar branden op een houten constructie met open kieren eronder is een risico dat je niet moet onderschatten. Een singles dak van bitumen shingles staat mooier op een puntdak, al heeft dat wel een helling van ongeveer vijftien graden nodig. Een zelfklevende onderlaag of een eerste laag die je met een spijkerrol vastzet haalt het open vuur uit die eerste gang. Dak folie aanbrengen onder de bedekking heeft bij een plat dak geen zin: die dampopen folies horen bij een pannendak, niet onder epdm.
Voor licht onder de overkapping kom je bij doorzichtige golfplaten of bij polycarbonaat kanaalplaat uit. Beide zetten flink uit in de zon, dus boor de gaten een paar millimeter ruimer dan de schroef en gebruik afdichtringen. Het klassieke golfplaten dak op een schuur is van vezelcement en gaat decennia mee, maar platen van voor 1994 zijn asbestverdacht en daar geldt een eigen verhaal voor. Kanaalplaten leg je met de kanalen in de afschotrichting en sluit je aan de bovenzijde af met dichte tape en aan de onderzijde met dampdoorlatende tape, anders staat er binnen een jaar groen water in de kanalen. Een polycarbonaat dak lekt zelden door de plaat zelf: het zit vrijwel altijd in de zijprofielen, in te strak geschroefde platen of in kanalen die niet kunnen afwateren.
Riet en bamboe horen in een andere categorie. Een bamboe overkapping waterdicht krijgen lukt niet met bamboe alleen, want die matten zijn een sierlaag en daaronder hoort een echte dichte laag. Bij riet komt de isolatiewaarde vooral uit de dikte van het pakket en niet uit het materiaal zelf: een rieten dak van dertig centimeter dik komt ruwweg in de buurt van tien centimeter minerale wol. Dat is de reden dat riet tegenwoordig bijna altijd op een geïsoleerde plaat wordt aangebracht.
Op een betonnen dak werk je met slapers en regelwerk. De slapers liggen op de betonvloer, het regelwerk daarop loopt oplopend zodat er afschot ontstaat, en daarop komt het beschot met de dakbedekking. Een betonnen dak waterdicht maken met alleen een vloeibare coating kan, maar dan moeten alle scheuren eerst gerepareerd en overbrugd worden met een wapeningsweefsel, want beton scheurt en een coating scheurt gewoon mee. Welke opbouw bij welk daktype hoort, vind je terug in de overzichten per soort dak.
| Dakbedekking | Vuistregel voor de helling | Waar hij sterk in is | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Epdm in één baan | Vanaf 1,5 cm afschot per meter | Naadloos, lange levensduur, geen open vuur nodig | Ondergrond moet vlak zijn, scherpe randen en punten beschadigen de folie |
| Gebrande bitumen in twee lagen | Vanaf 1,5 cm afschot per meter | Robuust en goed plaatselijk te repareren | Brandrisico op een houten constructie, eerste laag liever spijkeren |
| Bitumen dakshingles | Vanaf ongeveer 15 graden | Mooi op een tuinhuis of een puntdak | Onder die helling waait slagregen eronder door |
| Doorzichtige golfplaten | Vanaf ongeveer 10 graden | Licht onder de overkapping, snel te leggen | Uitzetting, ruimere gaten boren, vergeelt en wordt bros |
| Polycarbonaat kanaalplaat | Vanaf ongeveer 5 graden | Licht, isoleert iets, breekt niet | Kanalen moeten kunnen afwateren, anders algen in de platen |
| Glas in een aluminium systeem | Vanaf ongeveer 5 graden | Helder, krast niet, verkleurt niet | Gelaagd glas boven een zitplek, en flink gewicht op de ligger |
| Stalen damwandplaat | Vanaf ongeveer 8 graden | Grote platen, snel dicht | Regengeluid en condens aan de onderzijde van de plaat |
| Golfplaten van vezelcement | Vanaf ongeveer 10 graden | Stevig en stil, bekend van het schuurdak | Platen van voor 1994 zijn asbestverdacht |
| Riet of bamboe als sierlaag | Volgt de constructie eronder | Uitstraling en beschutting | Nooit als waterkering, altijd een dichte laag eronder |
Condens, schimmel en isolatie onder het dak
De vraag of je een overkapping wel of niet moet isoleren komt bijna altijd pas als er druppels van het plafond vallen. Condens onder een overkapping ontstaat doordat het dakvlak door wind en nachtelijke uitstraling verder afkoelt dan de lucht eronder. Aan de onderzijde staat die lucht stil, de relatieve vochtigheid loopt daar wat op, en op het koudste oppervlak slaat het vocht neer.
Bij een ongeïsoleerd dak van bitumen op planken gebeurt dat vaker dan mensen verwachten. Het dakbeschot van een open overkapping gaat aan de onderzijde na een paar jaar schimmelen, ook als er helemaal geen plafond onder zit. Timmerlieden die dit soort daken vaker maken, leggen daarom standaard een paar centimeter pir aan de buitenkant, tussen het beschot en de dakbedekking. Dat is geen isolatie om warmte binnen te houden maar om het beschot boven het dauwpunt te houden.
Daar zit meteen de kern van het isolatieverhaal. Isolatie hoort bij een overkapping aan de buitenzijde, boven het dakbeschot, en dat heet een warm dak. Plak je isolatie of alleen een dampremmer van binnenuit tegen de planken, dan zit het beschot opgesloten tussen twee dampdichte lagen en kan het van geen kant meer drogen. Dat is geen verbetering maar een versnelling van de schade.
Kun of wil je de dakbedekking niet vervangen, dan zijn er twee routes die wel werken. De eerste is een koud dak: isolatie onder het beschot met een echte geventileerde spouw ertussen en openingen achter het boeiboord zodat er lucht doorheen trekt. Bij een koud dak is condensatie in die spouw het enige echte risico, en ventilatie is daar het antwoord op. Een koud dak ventileren is geen bijzaak maar het hele idee erachter. De tweede route is een omgekeerd dak: drukvaste platen los op de bestaande dakbedekking, verzwaard met grind of tegels. De nadelen van een omgekeerd dak zitten in rendement en gewicht, want regenwater loopt onder de platen door en koelt het dak af, en de ballast moet gedragen worden.
De nadelen van een warm dak zijn beperkt maar reëel: een lek verplaatst zich onder de dakbedekking en komt ver van het gat naar binnen, waardoor het lastig te vinden is. Bij een koud dak zit het nadeel in de uitvoering. Pir strak tegen het beschot duwen en de randen dichtplakken levert een koud dak op papier en een schimmelbak in het echt. Glaswol tussen de balklaag met een klimaatfolie aan de warme zijde is dan verstandiger, omdat die opbouw vocht wel weer kwijt kan.
De volgorde die je zoekt staat in elk hsb dak detail getekend: aan de warme kant een dampremmende laag, daarachter isolatie strak tussen de regels, en daarboven of een dampopen laag met ventilatie of een volledig gesloten warm dak. Zet je de zijkanten later met glas of panelen dicht, dan verandert een buitenruimte in een halfgesloten ruimte en gaan die details ineens wel gelden.
Voor geluid werkt isolatie maar half. Regen op een stalen damwandplaat of op polycarbonaat maakt herrie omdat het materiaal licht is en meetrilt. Een overkapping isoleren tegen geluid lukt daarom beter met massa dan met isolatiewaarde: een houten beschot met bitumen erop is stiller dan tien centimeter pir onder een dunne plaat.
Wanden isoleren heeft in een open ruimte weinig zin. Een carport isoleren, een open overkapping isoleren of de wanden van een overkapping isoleren levert alleen iets op als de ruimte ook echt dicht is. Zolang er één zijde openstaat, koelt de lucht daar gewoon af en werkt de isolatie in de wand niet mee.
| Dakopbouw | Waar de isolatie zit | Sterk punt | Nadeel |
|---|---|---|---|
| Warm dak | Boven het dakbeschot, onder de dakbedekking | Constructie blijft warm en droog, ventilatie niet nodig | Dakbedekking moet eraf, en een lek verplaatst zich onzichtbaar |
| Koud dak | Onder of tussen de balken, met een geventileerde spouw erboven | Van binnenuit te maken zonder het dak open te leggen | Werkt alleen als de spouw echt doorstroomt, anders condens en houtrot |
| Omgekeerd dak | Drukvaste platen los op de dakbedekking, met grind of tegels | Snel gelegd, dakbedekking blijft beschermd tegen uv | Water loopt eronderdoor, lagere praktijkwaarde en flink gewicht |
| Alleen een dampremmer onder het beschot | Geen isolatie, alleen een folie | Goedkoop en snel | Beschot zit tussen twee dampdichte lagen en kan niet drogen |
| Ongeïsoleerd en open | Nergens | Simpel, geen kans op een verkeerde opbouw | Condens en schimmel aan de onderzijde van het beschot |
De onderkant en de wanden afwerken
Bij het bekleden en afwerken van de binnenkant van een overkapping struikelt bijna iedereen over hetzelfde: gipsplaat hoort niet buiten. Ook de groene, vochtwerende variant is gemaakt voor een badkamer binnen en niet voor een wand die in de winter maandenlang koud en klam staat. Wat er wel hoort zijn cementgebonden buitenafbouwplaten, en die kun je net zo goed stucen of tegelen.
Een achterwand van een overkapping tegen een enkelsteens tuinmuurtje vraagt om lucht. Zit er aan de andere kant een gangetje van de achterburen, dan kan die muur van twee zijden nat worden. Zet de beplating dan op regels met een spouw erachter en laat die spouw onder en boven open, in plaats van er folie tegenaan te plakken en de wand potdicht te maken. Een dampremmende laag tegen koud, nat metselwerk sluit het vocht in.
Voor de zijwanden en de achterwand is hout de gewone keuze: een overkapping met potdeksel, zweeds rabat of geschaafde planken op een regelwerk is verreweg het meest gemaakt. Behandel het hout rondom voordat je het opschroeft, met extra aandacht voor de kopse kanten, want daar zuigt hout water op als een rietje. Planken die je pas na montage beitst blijven aan de achterzijde kaal en gaan daar als eerste werken.
Het hout op inspiratiefoto's is bijna altijd vers. Wat als steigerplank verkocht wordt is jong, nat hout dat na een jaar krimpt, kieren geeft en geregeld gaat schotelen. Wie strak wil houden koopt teruggedroogd hout, zet het voor montage rondom in de beits en houdt het uit de directe regen. Wie dat niet doet, accepteert kieren. Larix en grenen geven met een lichte transparante beits precies die verweerde, warme uitstraling die op die foto's staat.
De onderkant van een overkapping afwerken kan met vellingdelen, kraaldelen of met plaatmateriaal. Vellingdelen zijn het rustigst omdat de v-groef krimpnaden opvangt. Een plafond van gevelplaat zoals trespa of een andere hpl-plaat werkt ook, mits je bewust een naad van vijf millimeter tussen de platen laat, want die platen zetten uit en trekken bij vocht. De onderkant van een carport afwerken doe je pas als je zeker weet dat het dak niet lekt: een plafond verbergt precies datgene wat je wilt zien.
Houd bij het aftimmeren rekening met wat je later nog wilt. Verlichting, een buitenstopcontact en de bekabeling voor een scherm gaan achter een plafond ongemerkt mee, terwijl je ze er achteraf in moet frezen. Wil je op termijn de open zijden van de overkapping sluiten, houd dan bij de afwerking al rekening met de plek van geleiders, dorpels en de dikte van de stijlen.
| Plaats | Wat het buiten houdt | Wat je beter niet gebruikt |
|---|---|---|
| Achterwand tegen metselwerk | Cementgebonden buitenplaat op regels met een open spouw | Gipsplaat, ook de groene variant, en folie strak tegen de muur |
| Zijwanden en gesloten kopgevel | Rabat, zweeds rabat of potdeksel, rondom voorbehandeld | Onbehandelde verse steigerplanken die na een jaar kieren |
| Plafond onder de gordingen | Vellingdelen of kraaldelen met een v-groef | Strak aansluitende gladde delen zonder ruimte voor krimp |
| Plafond in een carport | Waterbestendig plaatmateriaal, pas na een lekvrij seizoen | Een plafond dat je aanbrengt voordat het dak bewezen droog is |
| Boeidelen en dakrand | Trespa of een andere hpl-plaat met 5 mm naad | Naadloos aansluitende platen die bij vocht gaan bollen |
| Vloer onder de overkapping | Bestrating met afschot naar buiten of een hardhouten vlonder | Dichte tegels zonder afschot, waar water blijft staan |
Zijkanten dichtmaken, zonwering, schuifdak en rolluik
Een overkapping laat zich met van alles sluiten, van een zeil tot een glazen schuifwand, en de keuze bepaalt wat de constructie moet kunnen. Doek geeft nauwelijks gewicht maar vangt veel wind, en die windkracht komt bij storm helemaal in de staanders terecht. Glas geeft juist veel gewicht op een beperkte plek. Wat elke variant van de constructie vraagt, staat in onze gids over overkapping dicht maken.
De goedkoopste route is een overkapping dichtmaken met zeil: windschermdoek of pvc met zeilringen om de vijftig centimeter, gespannen met elastische spanners in plaats van strak vastgeknoopt. Het doek moet kunnen bewegen, anders scheuren de ringen eruit bij de eerste najaarsstorm. Een overkapping dichtmaken met plexiglas oogt strakker, maar plexiglas krast snel en zet meer uit dan je verwacht: boor de gaten twee tot drie millimeter ruimer en gebruik kunststof afstandhouders. Polycarbonaat kost meer, breekt niet en vergeelt trager.
Bij een aluminium overkapping is de zijkant dichtmaken meestal een kwestie van het bestaande profiel gebruiken. In de stijlen zit een sleuf voor glasklemmen of screens, en die sleuf is gemaakt om te dragen. De rest van het profiel is dunwandig, dus boor er niet zomaar in maar werk met glijmoeren in die sleuf.
Een carport dichtmaken mag lang niet altijd zonder meer. Een open carport valt vaak onder vergunningvrij bouwen, en zodra je hem aan meer dan één zijde sluit wordt het een bijgebouw met eigen regels voor oppervlakte, hoogte en afstand tot de erfgrens. Of je een carport mag dichtmaken hangt dus af van je gemeente en van wat er al aan bijgebouwen staat. Vraag dat na bij het omgevingsloket voordat je materiaal bestelt, want een carport afsluiten die daarna weer open moet is een dure les.
Zonwering voor een veranda of overkapping kun je zelf maken, en dat scheelt honderden euro's. Wat goed werkt: zonwerend lichtdoorlatend doek op maat, zeilringen erin en zuignappen met een draadeind tegen de onderzijde van het glas of de kanaalplaat. Voor een veranda van zes bij drie en een halve meter kom je met acht zuignappen per baan uit, en het hele stel hangt er binnen een kwartier in. Wie de banen zelf naait blijft ruim onder de driehonderd euro voor de hele overkapping. Over een zomer van drie maanden laten er van zo'n vijf dozijn zuignappen hooguit een paar los, en die druk je opnieuw aan.
Rolluiken en screens vragen meer voorbereiding. Een rolluik voor een overkapping heeft geleiders nodig die aan de stijlen vastzitten en een kast die je onder de gording wegwerkt, en dat lukt alleen als je bij het aftimmeren ruimte hebt vrijgehouden. Shutters voor een veranda maken is een mooie tussenvorm: louvreluiken houden zon tegen maar laten lucht door, waardoor de kans op condens onder het dak kleiner blijft dan bij een volledig dichte wand. Gordijnen ophangen in een veranda doe je aan een buitenrail onder de gording, met stof die uv-bestendig is en snel droogt, want gewone binnenstof schimmelt in één seizoen.
Zelf een schuifdak voor een veranda of overkapping maken is de lastigste klus uit dit rijtje. Twee rails, een paneel dat waterdicht moet overlappen en een goot die het water opvangt op het moment dat het dak openstaat: elke uitvoering met een vlakke overlap gaat op termijn lekken. Wie het toch doet, legt de rails met flink afschot en houdt ze hoger dan het waterniveau in de goot.
Wat er op het dak mag: zonnepanelen, sedum en asbest
Een dak van zonnepanelen zonder dakbedekking eronder is een geliefd idee dat zelden meevalt. Panelen keren geen water tussen de frames door: het glas is dicht, de naden zijn dat niet. Wie een fietsenstalling of houtopslag droog wil houden met alleen panelen erboven, moet elke verticale naad afdichten en elke horizontale naad met overlap uitvoeren.
Wat werkt is de naden verkleinen. Standaard klemmen op een aluminium rail laten al gauw zeventien millimeter ruimte tussen twee panelen, terwijl er montagesystemen zijn die op zeven millimeter uitkomen. Panelen kun je ook via de voorgeboorde gaten aan de onderzijde van het frame monteren, en dan liggen ze bijna tegen elkaar. Een rubber t-profiel van rond de veertig millimeter breed sluit de rest, maar reken op vervangen: een rubber dat vijfentwintig jaar in de volle zon ligt zonder te verharden bestaat niet. Wil je een zonnepanelen overkapping waterdicht krijgen, leg de panelen dan in één vlak in plaats van dakpansgewijs, want elke knik in het profiel is een lekpunt.
Wie het echt droog wil hebben, legt een gewoon dak en zet de panelen daarboven. Bitumen golfplaten of een kanaalplaat eronder kosten weinig en halen het hele waterdichtheidsvraagstuk weg. De panelen worden dan iets warmer en dat kost een paar procent opbrengst, maar met vijf centimeter open lucht ertussen haal je het meeste daarvan terug. Een waterdicht dak van zonnepanelen als enige laag blijft een paraplu: eronder blijft het droog, aan de randen spat het na.
Voordat je panelen op een bestaand dak legt hoort de vraag of het dak het draagt. Een dak verstevigen voor zonnepanelen is bij een houten balklaag zelden nodig, want een compleet systeem weegt rond de vijftien tot twintig kilo per vierkante meter en dat is minder dan een pak natte sneeuw. Bij golfplaten en bij lichte carportconstructies ligt dat anders, en dan kom je uit bij een extra gording of een tussensteun.
Bij sedum telt gewicht wel zwaar mee. Een sedumpakket loopt van ongeveer vijftig kilo per vierkante meter voor dunne matten tot enkele honderden kilo's voor een intensief daktuinsysteem, en het getal dat telt is het verzadigde gewicht na een week regen. Is mijn dak geschikt voor sedum hangt dus af van de balkmaat, de hart-op-hartafstand en de overspanning. Een balklaag van 80 bij 200 millimeter om de vijfenzeventig centimeter over vier meter overspanning is voor een plat dak zwaar uitgevoerd en kan een extensief pakket meestal hebben. Dat is een inschatting en geen berekening: controleer eerst of het dak ook echt volgens de tekening gebouwd is, want dat valt vaak tegen.
De redenering dat een dak toch al een laag water moet kunnen dragen bij een verstopte afvoer gaat maar half op. Een dak wordt niet ontworpen op een volgelopen dakvlak, dat is juist de situatie die je met afschot en een noodoverloop voorkomt. Sneeuw en ijs horen wel bij de rekenbelasting, en die is fors: op een plat dak in Nederland rekenen constructeurs met een sneeuwbelasting in de orde van vijftig tot zestig kilo per vierkante meter.
Asbest is de harde grens. Golfplaten van voor 1994 zijn asbestverdacht, en zonnepanelen op een asbest dak leggen mag niet: wie het toch doet riskeert een boete en een gedwongen sanering. Je mag niet in de platen boren, ze niet belasten en ze niet reinigen. Handhaving hierop is reëel, en achteraf saneren kost veel meer dan het dak vooraf laten vervangen. Weet je het niet zeker, laat dan een monster onderzoeken en het werk door een gecertificeerd bedrijf doen.
Ook ander materiaal op het dak telt mee. Een zonnecollector voor het zwembad op het dak is licht als hij leeg is en verrassend zwaar als hij vol water staat, dus reken met het gevulde gewicht plus de leidingen. Kunstgras op een dak kan, mits het op een beschermlaag ligt en water eronder kan weglopen. Gras dat direct op epdm ligt houdt vocht vast en maakt de dakbedekking warmer dan die lief is.
| Wat er op het dak komt | Gewicht per m2, orde van grootte | Wat het met de constructie doet |
|---|---|---|
| Polycarbonaat kanaalplaat van 16 mm | 3 tot 4 kg | Nauwelijks belasting, maar wel windzuiging op de bevestiging |
| Doorzichtige golfplaat op gordingen | 5 tot 10 kg | Licht, dus de schroeven en ringen doen het werk |
| Epdm op underlayment van 18 mm | 15 tot 20 kg | Past bij vrijwel elke houten balklaag |
| Zonnepanelen met rails en klemmen | 15 tot 20 kg | Meestal geen versteviging nodig op hout, wel op lichte carports |
| Bitumen in twee lagen op underlayment | 20 tot 25 kg | Iets zwaarder dan epdm, verder vergelijkbaar |
| Dakpannen op panlatten en tengels | 45 tot 60 kg | Vraagt een echte sporenkap, niet een carportbalklaag |
| Extensief sedum, verzadigd | 50 tot 100 kg | Vaak haalbaar op een zwaar uitgevoerd plat dak, laat het narekenen |
| Grindballast van 5 cm | 80 tot 100 kg | Zelfde orde als sedum, meestal voor een omgekeerd dak |
| Intensief groendak met substraatlaag | 200 tot 400 kg | Alleen op een daarvoor ontworpen betonvloer |
| Sneeuw, rekenwaarde plat dak | 50 tot 60 kg | Tijdelijk, maar hij komt bovenop alles wat er al ligt |
Verlengen, verhogen, verplaatsen of een schuur ombouwen
Een bestaande overkapping verlengen is meestal makkelijker dan een nieuwe bouwen, mits je twee dingen goed doet. Zet de nieuwe poeren op dezelfde diepte als de bestaande, want een nieuw deel dat anders zakt trekt de dakbedekking bij de overgang kapot. En leg de dakbedekking bij voorkeur in één keer over het hele vlak opnieuw, of gebruik een overlap die met de waterstroom mee ligt.
Een carport verlengen loopt vaak stuk op de gordingmaat. De bestaande balken passen bij de bestaande overspanning. Wie er twee meter aan plakt en de gordingen doortrekt, heeft ineens een veel grotere vrije overspanning en een dak dat gaat doorhangen. Zet er dus een extra portaal onder in plaats van de balken langer te maken. Wil je een overkapping uitbreiden in de breedte, dan geldt hetzelfde: elke nieuwe travee krijgt zijn eigen staanders.
Een dak dragende balk verlengen is het punt waar veel zelfbouwprojecten misgaan. Twee balken die je met een handvol schroeven aan elkaar zet vormen geen doorlopende balk. Een las in een balk die op buiging wordt belast hoort boven een steunpunt te liggen, of met dubbelzijdige lasplaten over een flinke lengte gemaakt te worden. Bij twijfel zet je er gewoon een staander onder.
Meer hoogte winnen speelt vooral bij carports voor een bus of een camper. Voor een doorrijhoogte van 2,85 meter zit je met een plat dak al snel boven de drie meter die vergunningvrij is, en dan zijn er twee routes: het dak verhogen en een vergunning aanvragen, of de vloer verlagen. Uitgraven kost vaak minder dan het lijkt, zeker als er al een afvoerput onder de carport zit die op het riool is aangesloten. Reken wel na of de auto de knik bij de oprit haalt, want veertig tot vijftig centimeter niveauverschil over een korte oprit is te veel voor een lage bumper.
Een schuur ombouwen tot overkapping gaat verrassend vaak goed, maar de gevel die je weghaalt deed misschien meer dan de regen keren. Bij veel schuren en tuinhuizen stabiliseren de wanden het geheel tegen wind. Haal je één wand weg, dan gaat het dak op termijn scheefstaan tenzij je diezelfde stijfheid terugbrengt met een schoor of een windverband in het dakvlak. Datzelfde geldt als je een dak op een schuur maakt of een overkapping maakt van een schuur die je gedeeltelijk sloopt: kijk eerst wat er droeg voordat je iets weghaalt.
Een overkapping verplaatsen kan als het geheel stijf genoeg is. Losmaken van de poeren en met een paar man optillen of met een kraan en banden verzetten lukt bij een lichte houten constructie tot ongeveer drie bij drie meter. Groter dan dat haal je uit elkaar. Een verzakte overkapping opkrikken doe je met een korte hydraulische vijzel onder de staander op een stevige onderlegplaat, waarna je de poer uitvult of vervangt. Krik nooit één hoek meer dan een paar centimeter omhoog zonder de andere mee te nemen, want de verbindingen bovenin volgen die scheefstand niet.
Kraken, verzakken en ongenode gasten
Een krakend dak is bijna altijd hout dat werkt. Temperatuurwisselingen aan het eind van de middag en windvlagen laten verbindingen millimeters schuiven, en dat geeft een tik of een kraak. Onschuldig kraken is willekeurig en verandert niet over de jaren. Of een krakend dak gevaarlijk is, hangt af van wat er verder gebeurt: een krakend dak bij wind wordt pas een aandachtspunt als het samengaat met zichtbare doorbuiging, met scheuren die groter worden, of met hout dat om de bouten is gaan vervormen. Is dat het geval, meet dan met een draad van steunpunt tot steunpunt hoeveel de balk in het midden zakt en herhaal die meting een half jaar later.
Een dak dat doorzakt heeft meestal geen sterkteprobleem maar een stijfheidsprobleem. Dat los je op met een extra steunpunt, of door een tweede balk naast de bestaande te zetten en die over de hele lengte door te bouten met een verspringend boutpatroon. Een overkapping verstevigen met alleen wat extra schoren helpt tegen scheefstaan maar niet tegen doorbuigen: schoren pakken zijdelingse kracht, geen buiging in het midden van een overspanning.
Verzakken zit vrijwel altijd in de fundering en niet in de constructie. Een staander die aan één kant een centimeter zakt trekt het hele dak uit het lood, en dat merk je het eerst aan een klemmende deur of een kier bij de gevelaansluiting. Meet met een slangwaterpas rond alle staanders, zodat je weet welke poer het probleem is voordat je gaat vijzelen.
Onder een overkapping komt vroeg of laat iets levends wonen. Een wespennest in het dak of onder de dakrand zit meestal tussen het boeideel en de gording, of in de holle ruimte boven een plafond. Hangt het nest niet boven de zithoek, dan kun je het laten zitten: het volk sterft in het najaar en hetzelfde nest wordt daarna niet opnieuw gebruikt. Sluit de opening dan in de winter af. Zit het nest bij de tafel of is er iemand met een allergie, dan laat je het weghalen en dicht je pas daarna de opening.
Vogels van het dak weren gaat het beste met gaas. Bij golfplaten sluit je de open golven aan de rand met een vogelschroot of een profielvulstuk, en bij een overstek zet je gaas met een maas van zes millimeter tussen de klossen. Kleefmiddelen en gels zijn geen goed idee: vogels raken erin vast en het spul loopt bij warmte uit over je gevel.
Wat er aan een overkapping mag hangen is een kwestie van waar de kracht heen gaat. Een schommel aan een overkapping hangt aan een gording en nooit aan het dakbeschot. Reken bij een schommel onder een overkapping met een veelvoud van het gewicht van de gebruiker, want schommelen is een dynamische belasting: gebruik oogbouten die je met een moer en een grote sluitring dwars door de balk zet in plaats van schroefogen die alleen in het hout draaien, kies een gording van minstens honderd bij honderd millimeter en hang het geheel dicht bij een steunpunt. Wil je iets ophangen aan een aluminium overkapping, werk dan uitsluitend met glijmoeren in de bestaande sleuf, want de wanddikte van zo'n profiel is te klein voor een zelftapper met last eraan.
Een afzuiging in een overkapping of veranda boven de bbq vraagt een echt kanaal naar buiten en geen recirculatiekap. Rook en vet moeten boven het dak uit, met een kanaal dat op afstand van hout blijft en een dakdoorvoer die netjes is ingewerkt. Een windmeter of ander instrument op het dak zet je op een mast die aan de constructie vastzit en niet aan de dakbedekking, met een rubber tussenlaag tegen trillingen. Twijfel je of de constructie de extra puntlast aankan, kijk dan eerst nog eens naar de stijfheid en de schoren van je overkapping.
Veelgestelde vragen
Is mijn dak geschikt voor sedum?
Dat hangt af van de balkmaat, de hart-op-hartafstand en de overspanning, en van het gewicht van het pakket dat je kiest. Extensieve sedummatten met een dunne substraatlaag komen verzadigd rond de vijftig tot honderd kilo per vierkante meter uit, terwijl een intensief daktuinsysteem naar de honderden kilo's loopt. Een balklaag van 80 bij 200 millimeter om de vijfenzeventig centimeter over vier meter overspanning is voor een plat dak zwaar uitgevoerd en kan een extensief pakket meestal aan. Controleer wel of het dak ook echt volgens de tekening gebouwd is en laat het bij twijfel narekenen.
Hoe schuin moet een dak zijn en wat is de minimale hellingshoek?
Voor een plat dak is anderhalve centimeter afschot per meter de gangbare ondergrens, ongeveer één graad, en meer is altijd beter. Golfplaten beginnen rond de tien graden en bitumen dakshingles hebben zo'n vijftien graden nodig voordat slagregen er niet meer onder kruipt. Polycarbonaat kanaalplaat komt met vijf graden al een eind. De echte minimale hellingshoek staat per product op het technische blad van de fabrikant, en dat getal gaat voor op elke vuistregel. Bij een flauw hellend dak telt bovendien dat de doorbuiging het afschot niet mag opeten.
Wat is het verschil tussen een warm dak, een koud dak en een omgekeerd dak?
Bij een warm dak ligt de isolatie boven het dakbeschot en onder de dakbedekking, waardoor de hele constructie warm en droog blijft. Bij een koud dak zit de isolatie onder of tussen de balken met een geventileerde spouw erboven; dat werkt alleen als die spouw echt doorstroomt, anders krijg je condens in het hout. Bij een omgekeerd dak liggen drukvaste platen los op de bestaande dakbedekking met grind of tegels als ballast. De nadelen van een omgekeerd dak zijn het gewicht en het rendement, omdat regenwater onder de platen doorloopt. Het nadeel van een warm dak is dat een lek zich onzichtbaar verplaatst.
Mag je een carport dichtmaken?
Een open carport valt vaak onder vergunningvrij bouwen, maar zodra je hem aan meer dan één zijde sluit, verandert hij in een bijgebouw met eigen regels voor oppervlakte, hoogte en afstand tot de erfgrens. Of je een carport mag dichtmaken hangt dus af van je gemeente en van wat er al aan bijgebouwen op het perceel staat. Vraag het na bij het omgevingsloket voordat je materiaal bestelt. Wat er verder bij komt kijken staat in onze gids over het sluiten van de open zijden, want de constructie krijgt met wanden ineens veel meer windbelasting te verwerken.
Hoeveel weegt een dak per m2?
Een kanaalplaat van zestien millimeter zit rond de drie tot vier kilo per vierkante meter, doorzichtige golfplaten op vijf tot tien kilo, epdm op underlayment rond vijftien tot twintig kilo en bitumen in twee lagen op twintig tot vijfentwintig kilo. Dakpannen op panlatten lopen naar vijfenveertig tot zestig kilo. Daar komt de veranderlijke belasting nog bij: constructeurs rekenen op een plat dak in Nederland met een sneeuwbelasting in de orde van vijftig tot zestig kilo per vierkante meter. Die twee tel je bij elkaar op voordat je een balkmaat kiest.
Mijn dak kraakt bij wind: is een krakend dak gevaarlijk?
Meestal niet. Hout werkt door temperatuurwisselingen en wind, verbindingen schuiven daarbij millimeters en dat geeft tikken en kraken. Onschuldig kraken is willekeurig en verandert over de jaren niet. Alarmerender is een krakend dak dat samengaat met zichtbare doorbuiging, met scheuren die groter worden of met hout dat rond de bouten is vervormd. Span in dat geval een draad van steunpunt tot steunpunt, meet hoeveel de balk in het midden zakt en herhaal die meting een half jaar later. Neemt de doorbuiging toe, dan hoort er een steunpunt bij of moet iemand ernaar kijken.
Kan ik een schommel aan mijn overkapping hangen?
Dat kan, mits je hem aan een gording hangt en niet aan het dakbeschot, en mits die gording er zwaar genoeg voor is. Schommelen is een dynamische belasting, dus de piekkracht is een veelvoud van het gewicht van de gebruiker. Gebruik oogbouten die je met een moer en een grote sluitring dwars door de balk zet, geen schroefogen die alleen in het hout draaien. Houd voor een schommel onder een overkapping een balk van minstens honderd bij honderd millimeter aan en hang hem dicht bij een steunpunt, niet midden in de overspanning.
Hoe kan ik iets ophangen aan een aluminium overkapping?
Gebruik de sleuf die er al in zit. In de stijlen en de goot van een aluminium systeem zit een profielsleuf voor glasklemmen en screens, en die is bedoeld om last te dragen. Werk daarin met glijmoeren of hamerkopbouten. De rest van het profiel is dunwandig, vaak niet meer dan twee millimeter, en een zelftapper met een hangplant of een lamp eraan trekt daar op termijn doorheen. Wil je zwaarder ophangen, zet dan een houten regel tussen twee stijlen en hang de last daaraan.
Wat doe ik met een wespennest in het dak of onder de dakrand?
Een wespennest zit meestal tussen het boeideel en de gording of in de ruimte boven een plafond. Hangt het niet boven de zithoek en heeft niemand een allergie, dan kun je het laten zitten: het volk sterft in het najaar en hetzelfde nest wordt daarna niet opnieuw gebruikt. Sluit de opening in de winter af, dan is de kans klein dat er volgend jaar opnieuw een koningin gaat bouwen. Zit het nest bij de tafel, laat het dan weghalen en dicht de opening pas daarna, want een dichtgemaakte ingang stuurt wespen soms naar binnen in plaats van naar buiten.
Kan ik een lekkage in het dak zelf oplossen met vloeibaar rubber of vloeibaar teer?
Voor een klein gat in een dak of een scheurtje bij een doorvoer werkt een vloeibare reparatiecoating met wapeningsweefsel goed, mits het oppervlak droog, schoon en vetvrij is. Vloeibaar rubber blijft elastisch en volgt beweging, en dat is precies waar teerachtige producten tekortschieten: die worden hard en scheuren binnen een paar seizoenen opnieuw. Zit de lekkage in een naad of in de aansluiting op de gevel, dan is coating uitstel. Daar moet de dakbedekking los, de opstand opnieuw en het lood erover.
Waarom lekt mijn polycarbonaat dak?
Bijna nooit door de plaat zelf. De drie plekken waar het misgaat zijn de zijprofielen, de bevestiging en de kanalen. Zijprofielen die niet met afdichtrubber zijn gemonteerd laten bij slagregen water door. Schroeven die te strak zitten of door te krappe gaten gaan, trekken de plaat krom zodra hij in de zon uitzet. En kanaalplaat die aan de onderzijde is dichtgeplakt met gewone tape kan het condenswater niet kwijt, waardoor er groene aanslag in de kanalen komt en het lijkt of het dak lekt. Boor gaten ruimer, gebruik afdichtringen en sluit de kanalen boven dicht en onder dampdoorlatend af.
Hoe maak ik het dak van een tuinhuis, kippenhok of konijnenhok waterdicht?
Bij een dak van een tuinhuis vervangen is de opbouw hetzelfde als bij een grote overkapping, alleen in het klein. Leg een gesloten ondergrond van underlayment of osb, houd twee tot drie millimeter tussen de platen en werk van de laagste kant naar boven. Bitumen dakshingles staan het mooist vanaf ongeveer vijftien graden, daaronder gebruik je een dakrol of epdm. Bij een dak van een konijnenhok, kippenhok of vogelhuisje waterdicht maken is de overstek het belangrijkst: laat de dakplaat minstens vijf centimeter overstek maken aan alle zijden, want zonder overstek loopt het water langs de wand naar binnen.
Wat is de isolatiewaarde van een rieten dak?
Die komt vooral uit de dikte van het pakket en niet uit het riet zelf. Een rieten dak van dertig centimeter dik komt ruwweg in de buurt van tien centimeter minerale wol, en dat is voor een woning tegenwoordig te weinig. Om die reden wordt riet vrijwel altijd aangebracht op een geïsoleerde en dampdichte onderconstructie, met het riet als weerlaag daarboven. Voor een overkapping speelt de isolatiewaarde nauwelijks, maar het gewicht en de brandveiligheid wel: riet vraagt een zwaardere sporenkap dan een golfplaat.
Kan ik een serre dak vervangen door een vast dak?
Dat kan, mits de bestaande constructie het extra gewicht draagt. Een serre dak van polycarbonaat weegt een paar kilo per vierkante meter, een serre dak van glas al gauw het viervoudige, en een dicht dak met beschot en bitumen komt op vijftien tot vijfentwintig kilo. Een aluminium serreconstructie is voor het lichte werk ontworpen, dus meestal komt er een extra ligger of een kolom bij. Reken ook op een ander binnenklimaat: zonder lichtdoorlatend dak wordt de ruimte donkerder en koeler, en de aansluiting op de woning moet dan wel geïsoleerd en dampdicht worden uitgevoerd.
Kan ik kunstgras op mijn dak leggen?
Dat kan op een plat dak, mits er een beschermlaag onder ligt en het water eronder kan weglopen. Leg dus eerst een drainagemat of drukvaste tegeldrager, en daarop pas het kunstgras met een geperforeerde rug. Kunstgras dat direct op epdm ligt houdt vocht vast, en de dakbedekking wordt eronder een stuk warmer dan hij aankan. Reken mee dat kunstgras met een onderlaag en zand al snel tien tot twintig kilo per vierkante meter weegt, plus het water dat erin blijft hangen.
Hoe kom ik veilig het dak op?
Vanaf ongeveer twee en een halve meter werk je vanaf een rolsteiger of een stel dakbokken en niet vanaf een ladder, want op een ladder heb je geen twee handen vrij en kun je niet opzij reiken. De ladder is er om op en af te komen: laat hem minstens een meter boven de dakrand uitsteken en zet hem vast. Werk niet alleen, niet bij natte platen en niet bij meer dan een matige wind. Op een bestaand golfplaten dak stap je nooit rechtstreeks, maar op een loopplank die op meerdere gordingen rust.
Wat is een franse kap en wat is een afgeknot dak?
Een franse kap is een dakvorm waarbij het onderste dakvlak zeer steil staat en het bovenste vlak juist flauw, waardoor de zolder een volle verdieping wordt. Een afgeknot dak is een zadeldak of schilddak waarvan de nok is weggelaten, zodat er bovenop een klein plat vlak ontstaat. Bij een erker dak zie je vaak een miniatuurversie van zo'n schilddak, met drie of vier kleine vlakken die in de gevel eindigen. Voor een overkapping zijn deze vormen vooral interessant als je aansluit op een bestaand huis, want de aansluiting op zo'n dakvlak vraagt een loodslab en niet een muurprofiel.
Heb ik een ontluchter op het dak nodig, en mag ik een ventilatiegat dichtmaken?
Een ontluchter hoort bij een gesloten dakopbouw boven een verwarmde ruimte, waar damp anders geen kant op kan. Bij een open overkapping heeft hij geen functie en is het alleen een extra doorvoer die kan gaan lekken. Een bestaand ventilatiegat dichtmaken is een ander verhaal: zit het in het boeiboord van een koud dak, dan is het de aan- of afvoer van de spouw en levert dichtmaken binnen een jaar natte isolatie op. Zit het in een plafond onder een open overkapping, dan kan het zonder gevolgen dicht.
Kan ik een bestaand bitumen dak overlagen?
Dat kan één keer, mits de oude laag droog is, overal hecht en geen blazen heeft. Snijd blazen open, laat ze drogen en plak ze plat voordat je gaat overlagen, anders zit het vocht daarna opgesloten en drukt het de nieuwe laag omhoog. Ligt er al een tweede laag, dan is er meestal geen ontkomen aan alles eraf halen. Bij twijfel geeft een snee van tien centimeter in een hoek van het dak binnen een minuut antwoord: daar zie je hoeveel lagen er liggen en of het beschot eronder nog gezond is.
Wat komt er kijken bij een dak dat vervangen moet worden?
Kijk eerst wat er precies stuk is. Een lekkende naad of een verweerde toplaag is iets anders dan een beschot dat zacht is geworden, en alleen dat laatste vraagt om een compleet nieuw dak. Vraag daarna minstens drie offertes op waarin de opbouw per laag staat, inclusief de aansluitingen en de dakrand, want daar zit het prijsverschil. Vraag ook naar ervaringen van eerdere klanten in de buurt en naar de garantietermijn op de dakbedekking. Bij een groot bedrag is een onafhankelijk bouwkundig oordeel of het advies van een vereniging voor huiseigenaren de goedkoopste tweede mening die je kunt krijgen.