Bouwtekening maken voor een klus of een verbouwing
Een bouwtekening maken komt neer op drie dingen: een plattegrond of vooraanzicht op schaal, minstens één doorsnede waarop je de opbouw ziet, en maatlijnen waar de maat echt vandaan komt. Voor een bar, een tuinbank of een poppenhuis is ruitjespapier met een vaste schaal vaak genoeg, mits je materiaaldiktes meetekent in plaats van lijnen zonder dikte. Gaat het om je eigen huis, dan is de bestaande bouwtekening bij de gemeente op te vragen, maar controleer elke maat na met een rolmaat voordat je erop bouwt.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Rolmaat van 5 meter en een duimstok voor korte maten
- Schuifmaat voor plaatdiktes en buisdiameters
- Ruitjespapier van 5 mm, of millimeterpapier
- Schaallineaal of gewoon een liniaal met een vaste omrekening
- Potlood HB, gum en een fijnliner voor de definitieve lijnen
- Geodriehoek voor haakse hoeken en hellingen
- Laserafstandsmeter bij het opmeten van een hele ruimte
- Tekenprogramma op de computer als je varianten wilt vergelijken
Materiaal
- Een setje A3-vellen, want A4 wordt bij een schaal van 1:20 snel te klein
- Schilderstape om maten op de vloer uit te zetten
- Restje karton om een detail op ware grootte na te maken
- Map of insteekhoezen om de tekening op de werkplek droog te houden
Wat er op een bruikbare bouwtekening staat
Een tekening is bruikbaar als iemand anders er zonder uitleg mee aan de slag kan. Dat betekent in de praktijk: een vooraanzicht, een zijaanzicht, een doorsnede en een paar details van de plekken waar onderdelen samenkomen. Alles wat je aan hulpmiddelen nodig hebt om zo'n tekening te maken, van schaallineaal tot ruitjespapier, hoort bij het hulpmateriaal dat je klus voorbereidt in plaats van uitvoert.
Op elke tekening horen vier vaste gegevens: de schaal, de eenheid waarin je maten staan, de datum en welke kant boven is. Zonder schaalvermelding is een uitgeprinte tekening waardeloos, want printers schalen ongemerkt naar de bladrand.
Schrijf maten altijd in millimeters. Dat lijkt overdreven bij een tuinbank, maar 1 cm en 10 mm zien er op een uitgeprint blad hetzelfde uit als het cijfer half wegvalt, en met millimeters kan er geen komma zoekraken. In de bouw is dat ook de gewoonte, dus je tekening sluit dan aan bij de maten die op materiaal en verpakkingen staan.
Het laatste vaste onderdeel is een stuklijst: een tabel met per onderdeel een nummer, het aantal, de afmeting en het materiaal. Die nummers zet je in cirkels op de tekening. Bij het zagen werk je dan met nummers en niet met beschrijvingen als de linkerzijkant, want links hangt af van waar je staat.
| Tekening | Wat je erop zet | Gebruikelijke schaal | Waar je hem voor gebruikt |
|---|---|---|---|
| Plattegrond | Bovenaanzicht met wanden, deuren, ramen en vaste maten | 1:50 of 1:100 | Indeling bepalen en oppervlaktes uitrekenen |
| Vooraanzicht en zijaanzicht | Hoogtes, breedtes en de zichtbare buitenkant | 1:20 of 1:50 | Verhoudingen beoordelen en hoogtes vastleggen |
| Doorsnede | De opbouw achter de buitenkant: balken, isolatie, beplating | 1:10 of 1:20 | Controleren of alles qua dikte past |
| Detailtekening | Eén aansluiting sterk vergroot, met alle laagdiktes | 1:5 of 1:2 | De plek waar het bij het bouwen mis kan gaan |
| Werktekening per onderdeel | Eén stuk hout of plaat met zaagmaten en gatposities | 1:5 of 1:1 | Aftekenen en zagen aan de werkbank |
| Stuklijst | Nummer, aantal, maat, materiaal en afwerking | Geen schaal | Bestellen, zagen en afvinken |
Zet op elk blad rechtsonder een klein kader met de naam van het project, de schaal en de datum. Bij de derde versie van je tekening weet je anders niet meer welke print de goede is, en dat is precies het moment waarop er verkeerd gezaagd wordt.
Op papier, op de computer of gewoon in een tekenprogramma
Voor een meubel is ruitjespapier vaak sneller dan een programma. Neem papier met hokjes van 5 mm en spreek met jezelf af dat één hokje 5 cm is. Je tekent dan op schaal 1:10 zonder ook maar iets om te rekenen, en je kunt met de rolmaat controleren of je lijn klopt.
Wordt het een uitbouw of een kast met veel varianten, dan wint een tekenprogramma. Het grote voordeel is niet dat het mooier wordt, maar dat je een maat wijzigt en de rest meebeweegt. Voor driedimensionaal werk is SketchUp de meest gebruikte keuze bij klussers, voor platte tekeningen voldoet een gratis cad-programma als LibreCAD of QCAD prima.
Onderschat een simpel tekenprogramma als Paint niet voor een detail. Een dakrand of een hoekaansluiting even natekenen met gekleurde vlakken maakt vaak in vijf minuten duidelijk waar de isolatie onderbroken raakt. Dat is precies waar zo'n schets voor dient. Welke apparatuur en welke meetgereedschappen daarbij horen, staat verspreid over ons overzicht van gereedschap en materiaal.
Wat je ook kiest, teken nooit met lijnen zonder dikte. Een plank van 18 mm hoort als twee lijnen op afstand van elkaar op je tekening. Anders klopt je totaalmaat aan het eind niet en kom je bij elke kast twee keer 18 mm tekort.
| Manier van tekenen | Waar het goed voor is | Wat je nodig hebt | De valkuil |
|---|---|---|---|
| Ruitjespapier 5 mm | Meubels, kasten, bar, tuinbank | Papier, potlood, geodriehoek | Wijzigen betekent opnieuw tekenen |
| Millimeterpapier | Details op 1:2 of 1:5 | Papier en een fijnliner | Wordt bij grote objecten onwerkbaar |
| Schets in een tekenprogramma | Snel een detail duidelijk maken | Muis en tien minuten | Niet op schaal, dus nooit maten van het scherm afmeten |
| Gratis cad-programma | Platte tekeningen met exacte maten | Enige oefening met lagen en maatlijnen | Standaard in millimeters werken, anders klopt de plot niet |
| Driedimensionaal model | Meubels en uitbouwen waar je omheen wilt kijken | Een paar avonden leren | Mooie plaatjes zonder controleerbare maatlijnen |
| Uitzetten op de vloer met tape | Voelen of maten kloppen in het echt | Rolmaat en schilderstape | Vergeten dat de wanddikte er nog bij komt |
Maatvoering: waar de maat vandaan komt
De meeste fouten in een bouwtekening zijn geen tekenfouten maar maatfouten. Meet daarom elke ruimte op drie hoogtes op: bij de vloer, op ooghoogte en vlak onder het plafond. Oude muren staan zelden haaks en lopen vaak een centimeter of twee uit, en juist die afwijking bepaalt of je kast er straks in past.
Werk met doorgaande maatketens vanaf één vast punt in plaats van steeds vanaf het vorige onderdeel. Meet je telkens vanaf het vorige, dan tel je alle meetfoutjes bij elkaar op en klopt je laatste maat er tien millimeter naast. Vanaf een vast nulpunt blijft elke fout op zichzelf staan.
Let op het verschil tussen de maat van een steen en de maat waarmee je rekent. Op tekeningen van kalkzandsteenwanden staat vaak 11 bij 22 cm, terwijl je op een blok in het werk 10,5 bij 21,5 cm meet. Dat halve centimeter verschil is de voeg die in de modulaire maat is meegerekend. Bij gelijmde blokken is die voeg maar twee tot drie millimeter, dus daar reken je bijna met de blokmaat zelf.
Reken de afwerking mee, want die is dikker dan mensen denken. Een stuclaag is snel tien millimeter per zijde, en dat komt bovenop je constructiemaat. Hoe die laag opgebouwd wordt lees je bij het glad maken van een muur. Op je doorsnede zet je die laag er gewoon als aparte lijn bij.
| Wat je tekent | Maat om mee te rekenen | Waarom die maat |
|---|---|---|
| Kalkzandsteen lijmblok in een tekening | Werkende maat 11 x 22 cm, blokmaat ongeveer 10,5 x 21,5 cm | De voeg zit in de modulaire maat verwerkt |
| Stucwerk op een wand | 8 tot 12 mm per zijde | Anders wordt je vrije doorgang smaller dan getekend |
| Gipsplaat op regels | 12,5 mm per laag, bij brandeisen twee lagen | Twee lagen betekent 25 mm en dat scheelt merkbaar |
| Plaatmateriaal voor meubels | 18 mm voor dragend, 12 mm voor tussenschotten, 6 mm voor achterwand | Draagt bij grotere overspanningen zonder doorhangen |
| Zaagverlies per snede | 3 tot 4 mm | Bij zes stroken uit één plaat scheelt dat ruim 2 cm |
| Vrije ruimte rond een lade | 1 mm speling per zijde bij houten geleiding | Hout werkt met het seizoen mee |
| Vloeropbouw bij een uitbouw | Isolatie, dekvloer en tegel opgeteld, vaak 100 tot 150 mm | Bepaalt of je deur straks nog over de vloer draait |
Ga nooit bestellen op maten die je van het scherm of van een print hebt afgemeten. Een print op A4 van een A3-tekening is stiekem op 71 procent geschaald. Gebruik alleen de getallen die als maatlijn op de tekening staan, en staat er geen maat, meet dan het echte object na.
Een bouwtekening voor een bar die je zelf maakt
Wie bouwtekeningen zoekt om zelf een bar te maken, komt meestal ontwerpen tegen die net niet passen bij de plek in huis. Zelf tekenen is dan sneller, want de vorm is simpel en de maten liggen redelijk vast. Het barblad ligt meestal tussen 105 en 115 cm hoog, met 110 cm als veilige middenweg. Barkrukken hebben een zithoogte van 75 tot 80 cm, dus houd tussen de zitting en de onderkant van het blad zeker 25 cm over voor je bovenbenen.
Wil je aan de bar kunnen zitten, dan moet het blad aan de zitkant 25 tot 30 cm oversteken. Zonder overstek stoot je met je knieën tegen het front en blijft de bar staan waar hij staat. Teken die overstek in het zijaanzicht en zet er meteen een steunbeugel of een schoor onder, want een blad dat 30 cm vrij draagt buigt onder twee ellebogen.
Het frame maak je van vurenhout van 45 bij 70 mm, met stijlen hart op hart 50 tot 60 cm. Op de tekening zet je die stijlen als aparte lijnen met hun dikte, zodat je ziet waar je later schroeven kwijt kunt. De beplating wordt 18 mm mdf of multiplex, de achterwand mag 12 mm.
Een voetsteun is het detail dat mensen vergeten en daarna missen. Een stalen buis van 32 tot 42 mm op 20 tot 25 cm boven de vloer maakt zitten aan de bar pas comfortabel. Meer projecten die met een goede tekening beginnen vind je bij meubels en constructies die je zelf maakt.
Van bartekening naar bouwvolgorde
Teken de bar in twee lagen: eerst het kale frame, daarna dezelfde tekening met de beplating erover. Zo zie je precies welke maten je frame moet hebben om na beplating op de gewenste buitenmaat uit te komen. Een front van 18 mm aan twee zijden betekent dat je frame 36 mm smaller is dan de buitenmaat.
Zet ook op de tekening waar de bar aan de vloer of de wand vast komt. Een vrijstaande bar van 110 cm hoog is topzwaar en kantelt als iemand er tegenaan leunt. Twee hoekprofielen in de vloer of een verankering in de wand lossen dat op, en op tekening bepaal je nu al of daar een stijl op de juiste plek zit. Werk je liever eerst aan iets kleiners, dan is een werkbank bouwen naar eigen tekening een goede oefening in dezelfde denkwijze.
Een tuinbank en een poppenhuis op schaal uitwerken
Wil je zelf een tuinbank maken, dan heb je aan een bouwtekening op 1:10 genoeg, mits zithoogte en rugleuning kloppen. Een zitting op 42 tot 45 cm hoog met een diepte van 40 tot 45 cm zit voor de meeste mensen goed. De rugleuning zet je niet loodrecht maar onder een helling van tien tot vijftien graden achterover, en die hoek teken je met de geodriehoek in het zijaanzicht in.
Voor het zitvlak gebruik je planken van 28 bij 145 mm of latten van 45 bij 70 mm, met acht tot tien millimeter ruimte ertussen. Die kier is geen slordigheid maar de afwatering: zonder kier blijft er water op de bank staan en rot het hout van bovenaf weg. Teken de kieren dus echt in, dan klopt je bankbreedte ook met het aantal latten.
Ga je zelf een poppenhuis maken, dan is de bouwtekening een ander soort tekenwerk, want daar is de schaal het uitgangspunt. De gangbare poppenhuisschaal is 1:12, waarbij één centimeter op je tekening twaalf centimeter in het echt is. Een kamerhoogte van 2,5 meter wordt dan ruim 20 cm, een binnendeur ongeveer 17 cm hoog en 7 cm breed.
Gebruik voor de buitenwanden en de verdiepingsvloeren van een poppenhuis mdf van 12 mm en voor de binnenwanden 6 mm. Teken de verdiepingsvloeren als doorgaande platen waar de wanden op staan, zodat het huis zichzelf uitlijnt tijdens het lijmen. Wil je verlichting, teken dan nu al een goot van een centimeter achter de wanden mee, want achteraf een draad wegwerken is slopen.
| Project | Handige tekenschaal | Maten die je vastlegt | Detail dat je apart tekent |
|---|---|---|---|
| Bar | 1:10 | Bladhoogte 110 cm, overstek 25 tot 30 cm, voetsteun op 20 tot 25 cm | Hoekverbinding blad op frame |
| Tuinbank | 1:10 | Zithoogte 42 tot 45 cm, zitdiepte 40 tot 45 cm, rug 10 tot 15 graden | Aansluiting poot op zitting |
| Poppenhuis | 1:12 als bouwschaal, tekenen op 1:5 | Kamerhoogte 20 tot 22 cm, deur 17 bij 7 cm | Sponning van de openslaande voorwand |
| Werkbank | 1:10 | Werkhoogte 85 tot 95 cm, blad minimaal 40 mm dik | Verbinding poot op onderregel |
| Kast of stelling | 1:10 | Legborddiepte, vrije overspanning maximaal 80 cm bij 18 mm | Bevestiging aan de wand |
| Uitbouw | 1:50 met details op 1:5 | Vloerpeil, dagmaten, dakhelling | Dakrand en aansluiting op het bestaande huis |
Plak de omtrek van je bar of bank met schilderstape op de vloer voordat je gaat zagen. Je ziet dan in tien seconden of de loopruimte eromheen klopt, en dat is de fout die op papier het lastigst te zien is. Welke tape daarvoor bruikbaar is en welke sporen achterlaat, staat bij onze test van goedkope tape uit de Action.
De bouwtekening van je eigen huis opvragen en lezen
Ga je slopen, doorbreken of leidingen verleggen, dan is de bestaande bouwtekening het handigste stuk gereedschap dat je kunt hebben. Van vrijwel elke woning liggen die tekeningen bij de gemeente of in het gemeentearchief. Hoe je ze opvraagt verschilt per gemeente: soms staan ze digitaal online, soms vraag je ze per formulier aan en betaal je leges.
Wat je erop terugvindt is meer dan een plattegrond. De opbouw van de wanden staat erop, vaak met steensoort en dikte, en ook de balklagen, de fundering en de kanalen in schachten en schoorstenen. Precies die gegevens bepalen of een klus een middagje is of een constructieve ingreep.
Lees een oude tekening wel als plan en niet als opname van de werkelijkheid. Er is tijdens de bouw afgeweken, er is later verbouwd, en de tekening is daar niet op bijgewerkt. Controleer daarom elke maat die ertoe doet met de rolmaat voordat je materiaal bestelt.
Bij oudere woningen zegt de tekening ook iets over de isolatie in spouw, vloer en dak, of juist over het ontbreken daarvan. Dat verklaart vaak veel meer over je stookgedrag dan je denkt, en helpt bij het inschatten van wat een huis per dag aan gas verbruikt. Gaat het over de fundering, dan lees je in de tekening ook waar de doorvoeren zitten; hoe zoiets opgebouwd wordt staat bij het aanleggen van een fundering.
Een schacht die eruitziet als een schoorsteen bevat vaak meerdere kanalen. Naast het rookkanaal loopt er regelmatig de afvoer van de mechanische ventilatie of de badkamerventilator doorheen. Dat staat op de bouwtekening aangegeven. Sloop nooit een kanaal weg voordat je hebt uitgezocht wat er allemaal op aangesloten zit.
Detailtekeningen zijn waar het bouwen echt op vastloopt
Een uitbouw of aanbouw teken je op 1:50, maar het misgaan gebeurt op de plekken die je op 1:5 moet tekenen. De dakrand, de aansluiting op de bestaande gevel, de dorpel en de overgang van vloer naar wand: daar komen materialen samen die elk hun eigen dikte en hun eigen gedrag hebben.
De vuistregel die wij bij elk detail gebruiken is die van de doorgaande lijn. Teken de isolatie met één dikke lijn en probeer die zonder onderbreking rond het hele gebouw te trekken. Kun je dat niet, dan zit daar een koudebrug, en daar ontstaat later condens en schimmel. Datzelfde doe je met de dampremmende laag en met de waterkerende laag: drie lijnen, elk zonder onderbreking.
Bij een plat dak met isolatie aan de bovenkant zie je twee gangbare oplossingen voor de rand. De ene laat de gevelisolatie boven het dak doorlopen met een houten bekisting eromheen, de andere lijmt de binnenspouwbladwand door tot boven de balklaag met een trimplank erover. Wij tekenen liever de eerste variant, want daarbij sluit de dakisolatie zonder onderbreking aan op de gevelisolatie.
Zit er binnen een verlaagd plafond of een leidingkoker in het plan, teken die dan op dezelfde doorsnede mee. Bij een verlaagd plafond dat je zelf maakt hangt de vrije hoogte af van de regeldikte en de plaatdikte samen, en dat is een optelsom die je op papier wilt maken en niet op de ladder. Voor een kokervorm langs de wand geldt hetzelfde: bij het bouwen van een koof bepaalt de tekening of je leidingen er straks daadwerkelijk in passen.
| Detail | Wat je op de tekening controleert | Wat er misgaat als je het overslaat |
|---|---|---|
| Dakrand plat dak | Loopt de isolatie door van gevel naar dak | Koudebrug, condens aan de binnenzijde van de rand |
| Aansluiting op bestaande gevel | Waterkering en aansluiting van de dakbedekking omhoog | Lekkage op de naad na de eerste slagregen |
| Doorvoer door de fundering | Hoek en onderlinge afstand van de mantelbuizen | Buizen die niet loodrecht door de wand komen en lastig af te dichten zijn |
| Vloeropbouw | Totale dikte van isolatie, dekvloer en afwerkvloer | Deuren die niet meer opengaan en drempels die te hoog worden |
| Balklaag en overspanning | Balkmaat, hart-op-hartafstand en oplegging | Doorbuigende vloer of een oplegging die te kort is |
| Kozijnaansluiting | Dagmaat, stelruimte en de plaats van de isolatie | Kozijn dat net niet past of een tochtende naad |
Van tekening naar zaaglijst en boodschappenlijst
Een tekening is pas af als je hem kunt omzetten in een lijst waarmee je naar de bouwmarkt of de zagerij gaat. Nummer daarvoor elk onderdeel op de tekening en zet die nummers in een tabel met aantal, lengte, breedte, dikte en materiaal. Zet er een kolom bij voor de nerfrichting, want bij een gefineerde plaat is een onderdeel dat de verkeerde kant op ligt onbruikbaar.
Maak daarna een plaatindeling. Een standaardplaat is 244 bij 122 cm, en je onderdelen moeten daar met zaagverlies in passen. Reken drie tot vier millimeter per snede, en teken je stroken in de richting van de plaat waar de meeste onderdelen uit komen. Bij een kast scheelt een goede indeling zomaar een hele plaat.
Laat de rechte zaagsneden bij voorkeur op de paneelzaag in de bouwmarkt doen. Die zaagt haakser dan jij thuis met een cirkelzaag op een geleiderail, en je krijgt een plaat van 244 cm ook niet zelfstandig door een tafelzaag. Lever je stuklijst in millimeters aan en geef aan welke maat de leidende maat is.
Bewaar je onderdelen tussen zagen en monteren plat en droog. Plaatmateriaal dat een week schuin tegen de muur staat, trekt krom, en dan klopt je tekening nog wel maar je kast niet meer. Een simpele stellingkast uit de bouwmarkt is daarvoor in een garage of schuur een prima oplossing.
Vink je stuklijst met potlood af terwijl je de gezaagde delen uitpakt, en schrijf het onderdeelnummer meteen met potlood op de achterkant van elk stuk. Bij vijftien vergelijkbare plankjes weet je anders na een uur niet meer welke bij de zijkant hoorde en welke bij de tussenschotten.
Zo maak je stap voor stap een bouwtekening
Deze volgorde werkt voor een meubel en, met meer detailtekeningen erbij, ook voor een uitbouw.
-
Meet de ruimte op en noteer alles ruw
Meet de breedte, diepte en hoogte op drie plekken en schrijf alle drie de maten op. Meet ook de plinten, de radiator, het stopcontact en de plaats waar een deur opendraait. Werk vanaf één vast hoekpunt zodat meetfouten niet bij elkaar opgeteld worden. Deze ruwe schets hoeft nog niet op schaal.
-
Kies je schaal en je bladformaat
Bepaal eerst hoe groot je object is en kies daarna pas het papier. Een bar van twee meter past op 1:10 op een A3-blad, op A4 wordt hij onleesbaar klein. Ruitjespapier van 5 mm waarbij één hokje 5 cm is, geeft je zonder rekenen schaal 1:10.
-
Teken het vooraanzicht met echte materiaaldiktes
Begin met de buitenmaat en teken daarbinnen elk onderdeel met zijn werkelijke dikte, dus twee lijnen voor een plank van 18 mm. Zo zie je meteen hoeveel binnenruimte er echt overblijft. Dit is de stap waar de meeste maatfouten worden voorkomen.
-
Voeg een zijaanzicht en een doorsnede toe
Zet het zijaanzicht naast het vooraanzicht en lijn de hoogtes horizontaal uit, dan kun je maten van de ene naar de andere tekening doortrekken. In de doorsnede laat je zien wat er achter de beplating zit: het frame, de isolatie, de leidingen. Op deze tekening ontdek je of onderdelen elkaar kruisen.
-
Werk de knopen uit als detailtekening
Kies de twee of drie plekken waar het spannend wordt en teken die op 1:5 of 1:2 uit. Bij een meubel is dat de verbinding tussen poot en blad, bij een uitbouw de dakrand en de aansluiting op de gevel. Trek hier de isolatielijn en de waterkerende laag zonder onderbreking door, of stel je detail bij tot dat lukt.
-
Zet de maatlijnen erop en controleer de optelling
Zet maatlijnen buiten de tekening, niet er dwars overheen, en noteer alles in millimeters. Tel daarna alle deelmaten op en vergelijk ze met de totaalmaat. Klopt die optelling niet, dan zit er een fout in je tekening en niet in je rekenwerk.
-
Maak de stuklijst en controleer de constructie
Nummer elk onderdeel, vul de stuklijst en maak een plaatindeling met zaagverlies erin. Gaat het om iets wat gewicht draagt, zoals een vlieringvloer of een doorbraak in een dragende wand, laat de maatvoering en de balkberekening dan eerst door een constructeur nakijken voordat je bestelt.
Voordat je met je tekening naar de bouwmarkt gaat
Uit de praktijk
Twee detailtekeningen voor dezelfde dakrand, met verschillende uitkomsten
Bij het uittekenen van een kleine vergunningsvrije uitbouw met een plat dak liep het vast op de dakrand. In naslagwerken kwamen twee varianten voorbij. In de eerste steken de buitenmuur en de gevelisolatie boven het dak uit, komt de dakisolatie daar met de kop tegenaan en gaat er een houten bekisting omheen. In de tweede wordt de kalkzandsteenwand boven de balklaag doorgelijmd, ligt de dakisolatie tegen dat metselwerk aan en komt er een trimplank bovenop.
Het verschil zit in de warmtelijn. In beide varianten stopt de dakisolatie tegen iets aan in plaats van erover door te lopen, en dat geeft een koudebrug in precies de hoek waar de meeste warmte wegloopt. Wat hier hielp was de dakisolatie over de bovenkant van de gevel door te trekken en de bekisting daaromheen op te bouwen. Even natekenen met vlakken in een simpel tekenprogramma maakte in vijf minuten zichtbaar wat op de oorspronkelijke schetsen niet opviel.
Mantelbuizen die op de tekening niet allebei loodrecht konden
Bij een nieuwbouwwoning moesten mantelbuizen van buiten door de fundering en verder naar de invoerplaats onder de vloerplaat. Op het standaarddetail staan bij de fundering onderlinge afstanden van 100 mm, terwijl de voorkeurplaats onder de vloerplaat afstanden van 55 tot 64 mm aanhoudt. Wie beide maten letterlijk volgt, krijgt buizen die aan de ene kant loodrecht door het vlak steken en aan de andere kant scheef aankomen.
De uitkomst is dat je moet kiezen waar de loodrechte doorvoer het zwaarst weegt. Dat is de doorgang door de fundering zelf, want die moet water- en gasdicht afgewerkt worden en dat lukt alleen bij een haakse doorvoer. De speling neem je op in het vrije stuk onder de vloer, waar de buizen rustig naar elkaar toe mogen buigen. Neem je een standaarddetail over, controleer dan uit welke doorsnede elke maat komt, want twee maten uit verschillende tekeningen hoeven niet tegelijk te kloppen.
Steenmaten op de tekening die een halve centimeter afweken
Voor het herstellen van sleuven en gaten in een dragende wand werd de bouwtekening opgevraagd. Daarop stond dat de wanden waren opgebouwd uit kalkzandsteen van 11 bij 22 cm. In het werk bleken de blokken 10,5 bij 21,5 cm te meten, en dat gaf twijfel of de tekening wel bij dit huis hoorde.
Er was niets mis met de tekening. Het getal op de tekening is de werkende maat, waarin de voeg is meegerekend, en het blok zelf is daar een halve centimeter kleiner dan. Wie op dit soort maten materiaal bestelt, moet dus weten welke van de twee er staat. Bij vervangend werk vul je de sleuf aan met blokken van de gemeten maat en niet van de getekende maat, en breng je de rest op met lijmmortel.
Veelgemaakte fouten
Onderdelen tekenen als een enkele lijn
Een lijn zonder dikte kost niets op papier maar wel 18 millimeter in het echt. Bij een kast met vier tussenschotten loopt dat op tot ruim zeven centimeter, en dan past hij ineens niet meer tussen de wanden. Teken elk onderdeel met twee lijnen op de werkelijke dikte.
Meten vanaf het vorige onderdeel in plaats van vanaf een nulpunt
Elke meting heeft een foutje van een paar millimeter. Meet je steeds vanaf het vorige punt, dan tellen die foutjes op en zit je laatste maat er een centimeter naast. Werk vanaf één vast nulpunt en noteer doorgaande maten.
Maten van een print afmeten met een liniaal
Printers schalen tekeningen ongemerkt naar de bladrand, en een A3 op A4 is stil 71 procent geworden. Alle maten die je zo afleest zijn fout. Gebruik uitsluitend de getallen bij de maatlijnen, en zet altijd de schaal op het blad.
Een oude bouwtekening als opname van de werkelijkheid nemen
Een bouwtekening laat het plan zien, niet wat de aannemer uiteindelijk heeft gebouwd of wat een vorige bewoner heeft verbouwd. Muren staan verplaatst, leidingen lopen anders en schachten zijn dichtgezet. Meet elke maat die ertoe doet zelf na voordat je bestelt of gaat slopen.
De afwerking en het zaagverlies vergeten
Stucwerk van tien millimeter per zijde, een vloerafwerking van tien centimeter en drie millimeter zaagverlies per snede lijken los van elkaar niets. Samen zorgen ze ervoor dat de deur niet meer opendraait en dat je een plank tekortkomt. Neem ze als aparte regel in je tekening en in je zaaglijst op.
Het detail overslaan omdat de hoofdtekening al klopt
Op 1:50 lijkt elke aansluiting te werken, want daar is een isolatieplaat twee millimeter breed. Op 1:5 zie je pas dat de isolatie onderbroken raakt of dat de waterkerende laag nergens naartoe loopt. Teken minstens de dakrand en de aansluiting op het bestaande werk apart uit.
Mooie driedimensionale plaatjes zonder maatlijnen
Een model waar je omheen kunt draaien overtuigt iedereen, ook jezelf. Maar zonder maatlijnen en zonder stuklijst kun je er niet mee zagen en niet mee bestellen. Print altijd een plat aanzicht met maten erbij en gebruik het model alleen om de vorm te beoordelen.
Zelf de constructie inschatten bij dragend werk
Een balklaag met twee doorgangen erin, een doorbraak in een dragende muur of een vlieringvloer die je wilt belasten: dat zijn geen situaties waarin een vuistregel volstaat. Laat de maatvoering en de belasting door een constructeur nakijken en verwerk zijn maten daarna in je tekening.
Veelgestelde vragen
Hoe maak ik zelf een bouwtekening zonder tekenprogramma?
Met ruitjespapier van 5 mm kom je verder dan je denkt. Spreek af dat één hokje 5 cm is en je tekent zonder omrekenen op schaal 1:10. Teken achtereenvolgens het vooraanzicht, het zijaanzicht en een doorsnede, geef elk onderdeel zijn echte dikte en zet de maatlijnen buiten de tekening. Gebruik een geodriehoek voor haakse hoeken en hellingen. Sluit af met een genummerde stuklijst, want daar zaag je uiteindelijk mee.
Zijn er bouwtekeningen om zelf een bar te maken?
Er zijn kant-en-klare bouwtekeningen te vinden, maar de plek in huis bepaalt de maten, dus zelf natekenen levert vaker een bar op die past. Houd een bladhoogte van 105 tot 115 cm aan, met 110 cm als gangbare maat, en zorg dat de barkrukken een zithoogte van 75 tot 80 cm hebben. Tussen de zitting en de onderkant van het blad wil je minstens 25 cm ruimte. Teken een overstek van 25 tot 30 cm aan de zitkant, met een schoor of beugel eronder. Het frame maak je van 45 bij 70 mm hout met stijlen hart op hart 50 tot 60 cm, en de beplating wordt 18 mm. Teken ook een voetsteun op 20 tot 25 cm boven de vloer in, want zonder steun blijft niemand er lang zitten.
Wil je zelf een tuinbank maken, welke bouwtekening heb je dan nodig?
Een vooraanzicht en een zijaanzicht op 1:10 zijn genoeg, met daarnaast een detail van de verbinding tussen poot en zitting. De maten die comfortabel zitten liggen behoorlijk vast, dus die kun je gewoon aanhouden en in je eigen tekening verwerken. Zithoogte 42 tot 45 cm, zitdiepte 40 tot 45 cm, rugleuning tien tot vijftien graden achterover en een rughoogte van ongeveer 40 cm boven de zitting. Voor twee personen reken je 120 cm lengte, voor drie 150 tot 180 cm. Laat tussen de zitlatten acht tot tien millimeter ruimte voor de afwatering en gebruik roestvaste schroeven met voorgeboorde gaten.
Hoe maak je een bouwtekening als je zelf een poppenhuis wilt maken?
Je begint bij de schaal en werkt daarna pas de wanden uit. De meest gebruikte poppenhuisschaal is 1:12, waarbij een centimeter op je tekening twaalf centimeter werkelijkheid is. Een kamer van 2,5 meter hoog wordt dan ruim 20 cm, een binnendeur ongeveer 17 bij 7 cm. Kleinere huizen worden op 1:16 of 1:24 gebouwd, maar meubeltjes en accessoires zijn in 1:12 het makkelijkst te krijgen. Teken zelf op 1:5 of zelfs 1:2, zodat je de sponningen en de plaatdiktes van 12 en 6 mm mdf goed kunt uitwerken.
Hoe vraag ik de bouwtekening van mijn huis op bij de gemeente?
Je vraagt hem aan bij de gemeente waar de woning staat, meestal bij het bouwarchief of via het omgevingsloket op de gemeentesite. Sommige gemeenten hebben de tekeningen digitaal beschikbaar, andere werken met een aanvraagformulier en rekenen leges. Je hebt het adres nodig en soms het bouwjaar of het dossiernummer. Van vrijwel elke woning is iets aanwezig, al is het bij oudere panden soms alleen de oorspronkelijke aanvraag zonder de latere wijzigingen.
Wat staat er allemaal op de bouwtekening van een woning?
Naast de plattegronden per verdieping vind je er gevelaanzichten, doorsneden en meestal een situatietekening. Interessanter voor een klus zijn de constructieve gegevens: de opbouw en dikte van de wanden, de balklagen met hun richting, de fundering en de schachten. Ook de kanalen in een schoorsteen staan er vaak op, zodat je ziet of er naast het rookkanaal nog ventilatie doorheen loopt. Wat er aan isolatie in zit, staat er bij nieuwere woningen ook bij.
Klopt een oude bouwtekening nog met de werkelijkheid?
Niet automatisch. Een bouwtekening is het plan waarop vergunning is verleend, en tijdens de bouw wordt daar regelmatig van afgeweken zonder dat de tekening wordt bijgewerkt. Latere verbouwingen staan er meestal helemaal niet op. Gebruik de tekening dus om te weten waar je op moet letten, bijvoorbeeld welke wand dragend is en waar leidingen lopen, en controleer daarna elke maat met een rolmaat en zo nodig met een leidingzoeker.
Welk programma kan ik gebruiken om een bouwtekening te maken?
Voor platte tekeningen met exacte maten voldoen gratis cad-programma's als LibreCAD of QCAD. Wil je driedimensionaal werken en om je ontwerp heen kijken, dan is SketchUp bij klussers het meest gebruikt. Voor snelle detailschetsen is een simpel tekenprogramma prima, mits je er geen maten van afmeet. Werk in alle gevallen in millimeters en zet maatlijnen in het bestand zelf, want een tekening zonder maatlijnen is bij het zagen onbruikbaar.
Wat is het verschil tussen een bouwtekening en een werktekening?
Een bouwtekening laat het geheel zien: plattegronden, aanzichten en doorsneden op 1:50 of 1:100, bedoeld om te beoordelen en te vergunnen. Een werktekening gaat over de uitvoering en toont één onderdeel of één aansluiting op 1:5, 1:2 of zelfs op ware grootte, met alle maten die de uitvoerder nodig heeft. Voor een meubel maak je feitelijk allebei: een overzicht met de hoofdmaten en per onderdeel een blad met zaagmaten en gatposities.
Heb ik een bouwtekening nodig voor een vergunningsvrije uitbouw?
Voor de aanvraag niet, want die is er niet. Voor de uitvoering wel, en dan vooral de detailtekeningen. Zonder uitgewerkte dakrand, gevelaansluiting en vloeropbouw ontdek je pas op de bouwplaats dat de isolatie ergens onderbroken raakt of dat de dakbedekking nergens op aansluit. Ook je aannemer of leverancier wil maten zien. Houd er daarnaast rekening mee dat vergunningsvrij niet betekent dat het Bouwbesluit niet geldt, dus de constructie moet gewoon deugen.
Hoe zet ik mijn tekening om in een zaaglijst voor de bouwmarkt?
Nummer elk onderdeel op de tekening en maak een tabel met nummer, aantal, lengte, breedte, dikte, materiaal en nerfrichting, allemaal in millimeters. Maak daarna een plaatindeling op een plaat van 244 bij 122 cm en reken drie tot vier millimeter zaagverlies per snede. Geef bij het inleveren aan welke maat leidend is als er een millimeter af moet. Laat de lange rechte sneden op de paneelzaag doen, die zaagt haakser dan een handcirkelzaag.
Waarom wijkt de steenmaat op de tekening af van wat ik meet?
Omdat op tekeningen meestal de werkende maat staat, inclusief de voeg. Een kalkzandsteenblok dat op tekening 11 bij 22 cm is, meet in het werk vaak 10,5 bij 21,5 cm. Dat verschil van een halve centimeter is de mortel of lijm die erbij hoort. Bij gelijmde blokken is de voeg maar twee tot drie millimeter, dus daar liggen tekenmaat en blokmaat dichter bij elkaar. Bestel op de gemeten maat en reken op de werkende maat.
Wanneer je beter een vakman belt
Een tekening maken mag je altijd zelf doen, maar er zijn drie momenten waarop je hem door iemand anders moet laten controleren of laten opstellen.
Het eerste is alles wat draagt. Een balklaag met een trapgat of twee doorgangen erin, een vlieringvloer die je wilt gaan belasten of een doorbraak in een dragende muur: daar hoort een berekening van een constructeur bij. Lever hem je gedetailleerde tekening met de gemeten maten aan, dan kan hij de balkmaat en de oplegging bepalen en verwerk je die daarna in je eigen tekening.
Het tweede is een vergunningplichtige verbouwing. De tekeningen bij zo'n aanvraag moeten aan vaste eisen voldoen qua schaal, aanzichten en gegevens, en een aanvraag die daarop wordt afgewezen kost je maanden. Een bouwkundig tekenaar of architect levert die set sneller dan jij hem leert maken.
Het derde is een tekening waaruit blijkt dat er asbestverdacht materiaal zit, bijvoorbeeld in kanalen, achter beplating of in een oude dakbedekking. Laat dat onderzoeken en verwijderen door een gecertificeerd bedrijf en ga zelf niet slopen. Werk je hoog op een dak of aan een gevel, dan geldt hetzelfde voor de steiger: dat is werk voor iemand met de juiste uitrusting.