Dimmer aansluiten: welke draad waar hoort
Een dimmer heeft in de regel maar twee aansluitingen die ertoe doen: de fase komt binnen op de klem met de L of met de pijl naar de draaiknop, en de zwarte draad naar de lamp gaat op de klem met het golfje. De blauwe nuldraad hoort er niet op en gaat in een lasklem achter de dimmer langs. Tref je drie draden aan, dan zit je in een wisselschakeling of is de fase doorgelust naar een stopcontact, en dat verschil zie je aan de kleuren. Bij led draait het daarna vooral om het vermogenbereik en om de vraag of de dimmer op fase-afsnijding staat.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Tweepolige spanningstester, geen spanningzoekerschroevendraaier
- Multimeter met doorbelstand
- Kruiskopschroevendraaier PZ1 en PZ2
- Smalle platte schroevendraaier van 2,5 mm voor de klemmen en het afdekraam
- Striptang en zijkniptang
- Telefoon om een foto van de oude situatie te maken
- Zaklamp of hoofdlamp, in een inbouwdoos is het donker
Materiaal
- Dimmer met het juiste vermogenbereik en geschikt voor de lichtbron
- Afdekraam en draaiknop van hetzelfde merk als de sokkel
- Lasklemmen en lasdoppen
- Kort stukje bruine draad van 1,5 mm2 om door te lussen
- Reserve glaszekering van 5 bij 20 mm, als jouw dimmer die heeft
- Dimbare ledlampen, met dimbaar op de verpakking
Welke draad hoort waar op een dimmer
Vrijwel alle verwarring bij het aansluiten van een dimmer komt door de symbolen op de achterkant. Elk merk tekent ze net iets anders, en op de ene dimmer staat een L waar op de andere een pijltje staat. De logica erachter is bij alle merken hetzelfde: er is een ingang waar de spanning binnenkomt en een geregelde uitgang naar de lamp.
Onder de kap zit dezelfde opbouw als bij al het andere schakelmateriaal aan de wand, met dit verschil dat er elektronica tussen de ingang en de uitgang zit. Die elektronica hakt een stukje uit elke sinus, en hoe groter dat stukje, hoe minder licht de lamp geeft. Daarom mag je de ingang en de uitgang nooit omdraaien.
De bruine draad is de fase en gaat naar de ingang. De zwarte draad loopt naar het lichtpunt en hoort op het golfje, het symbool dat lijkt op een liggende s met een pijl. Zit er ook een blauwe draad in de doos, dan hoort die er in bijna alle gevallen niet op.
Die blauwe nuldraad komt meestal van een stopcontact dat in dezelfde doos zit, of hij loopt door naar het lichtpunt. Zet hem met een lasklem door en werk hem achter de dimmer weg in de doos. Alleen enkele slimme dimmers hebben een klem met een N erop en die vragen dan expliciet om een nulaansluiting.
| Symbool of opdruk | Wat het betekent | Welke draad eraan hoort |
|---|---|---|
| L of P | Fase-ingang, hier komt de spanning binnen | Bruin, of twee bruine samen bij een doorgeluste installatie |
| Pijl die naar de draaiknop wijst | Ingang van de dimmer, hetzelfde als L | Bruin, of bij een wisselschakeling een van de zwarte draden |
| Golfje met een pijltje | Geregelde uitgang naar het lichtpunt | Zwart |
| Twee gelijke pijltjes naast elkaar | De twee wisselcontacten van een dimmer met wisseluitgang | De twee zwarte correspondentiedraden |
| N | Nulaansluiting, alleen op dimmers die dat nodig hebben | Blauw |
| Twee gaatjes met één streepje ertussen | Twee steekopeningen die intern dezelfde klem zijn | Twee draden van dezelfde kleur en functie |
| Klem zonder aanduiding op een oude dimmer | Vaak de tweede wisselklem of een ongebruikte reserveklem | Kijk waar de draad zat voordat je losschroeft |
Maak een scherpe foto van de oude situatie voordat je de eerste draad losmaakt, en fotografeer ook de opdruk op de achterkant van de oude sokkel. Dat kost tien seconden en het is het enige bewijs dat je hebt als de nieuwe dimmer andere symbolen blijkt te gebruiken.
Schakel de groep uit in de meterkast en controleer met een tweepolige spanningstester. De lichtknop uitzetten is niet genoeg, want de fase staat dan nog op de klem. Test je tester eerst op een stopcontact waarvan je weet dat er spanning op staat, zodat je zeker weet dat hij het doet.
Aansluiten met twee draden, drie draden of een doorgeluste fase
Wat je in de doos aantreft, vertelt je meteen in wat voor schakeling je zit. Twee draden is de eenvoudigste situatie: bruin naar binnen, zwart naar de lamp, klaar. Deze dimmer heeft geen nul nodig en werkt op de stroom die door de lamp zelf loopt.
Bij drie draden zijn er twee mogelijkheden en de kleuren verraden welke. Vind je twee bruine en één zwarte, dan is de fase doorgelust naar een ander punt, bijvoorbeeld naar het stopcontact onder de schakelaar of naar de volgende schakelaar in de rij. Zo doorlussen is heel gewoon in een woninginstallatie, en beide bruine draden horen dan samen onder één klem terwijl de zwarte op het golfje gaat.
Vind je één bruine en twee zwarte, dan zit de dimmer in een wisselschakeling. De bruine is de voeding en de twee zwarte lopen naar de wisselschakelaar aan de andere kant van de kamer. In dat geval heb je een dimmer nodig waarop staat dat hij geschikt is voor een wisselschakeling.
Bij oudere installaties met een drieaderige kabel kom je ook drie zwarte draden tegen zonder enige kleurcodering. Dan is de foto van de oude situatie goud waard: de ader die op de L of op de pijl zat, gaat op de nieuwe dimmer weer op de L, en de twee andere gaan op de klemmen met de golfjes. De onderlinge volgorde van die twee maakt niets uit.
| Wat je in de doos aantreft | Wat er aan de hand is | Zo sluit je aan |
|---|---|---|
| 1 bruin, 1 zwart | Enkele schakeling met de dimmer als enige bedienpunt | Bruin op L of op de pijl naar de knop, zwart op het golfje |
| 1 bruin, 1 zwart, 1 blauw | Er zit een stopcontact of een doorgaande nul in dezelfde doos | Bruin en zwart op de dimmer, blauw met een lasklem doorverbinden |
| 2 bruin, 1 zwart | De fase is doorgelust naar een ander punt | Beide bruine samen onder één klem, zwart op het golfje |
| 1 bruin, 2 zwart | Wisselschakeling, de dimmer zit aan de voedingskant | Bruin op L, de twee zwarte op de twee wisselklemmen |
| 3 zwart | Wisselschakeling met een kabel zonder kleuren | De ader die op L zat weer op L, de andere twee op de golfjes |
| 2 bruin, 2 zwart | Doorgeluste fase én een wisselschakeling in dezelfde doos | Bruine samen op L, zwarte op de wisselklemmen |
| Een losse zwarte draad die nergens op zat | Reserve-ader of restant van een oude schakeling | Laten zitten, afdoppen met een lasdop en niet aansluiten |
Twee draden in één klem mag alleen als het schakelmateriaal daarvoor gemaakt is. Veel merken hebben twee steekopeningen die intern dezelfde klem zijn en daar mag je gewoon twee aders in steken. Heeft jouw dimmer één opening per klem, steek de twee bruine draden dan in een lasklem en verbind die met een kort stukje bruine draad met de dimmer. Eén bruine draad afdoppen en niet gebruiken lijkt makkelijk, maar dan valt een deel van de installatie op die groep uit.
Wisselschakeling met dimmer en schakelaar
Op twee plekken het licht bedienen en op één van die plekken ook kunnen dimmen is een veelgevraagde combinatie. Dat kan, maar alleen met een dimmer die een wisseluitgang heeft. Op de sokkel of op de verpakking staat dan dat hij geschikt is voor een wisselschakeling, en aan de klemzijde zie je dat aan de twee gelijke pijltjes of twee golfjes naast elkaar.
Het schema is verder gelijk aan dat van een gewone wisselschakelaar. De voeding komt op het P- of L-contact van de wisselschakelaar, tussen de schakelaar en de dimmer lopen twee correspondentiedraden, en de zwarte lampendraad gaat vanaf de dimmer naar het lichtpunt. Bij de dimmer eindig je dan met drie draden aan de klemmen.
Je mag het ook omdraaien: de bruine voedingsdraad op de L van de dimmer en de zwarte lampendraad op het P-contact van de wisselschakelaar. Welke van de twee je kiest hangt af van waar de voedingskabel de doos binnenkomt. Wat niet werkt, is een gewone dimmer met één ingang midden in de correspondentie hangen, want die kan de tweede ader niet aan.
Twee draaidimmers in dezelfde wisselschakeling gaat ook niet. Twee geregelde uitgangen achter elkaar geven flikkering en in het gunstigste geval blijft de lamp gewoon uit. Wil je op beide plekken dimmen, kies dan voor een dimmodule bij de lamp met twee pulsdrukkers aan de muur.
Waarom dit meestal geen hotelschakeling is
In de bouwmarkt en op verpakkingen wordt de wisselschakeling vaak een hotelschakeling genoemd, en die verwarring houdt zichzelf in stand. Zoek je op een hotelschakeling met dimmer, dan bedoel je in negen van de tien gevallen gewoon twee bedienpunten voor één lamp. Vraag je in de winkel om een hotelschakelaar, dan krijg je dan ook een wisselschakelaar mee.
Een echte hotelschakeling is iets anders. Dat is een wisselschakeling met een derde schakelaar die kiest tussen twee lampen, bijvoorbeeld het plafondlicht of de wandlamp, zodat er nooit twee tegelijk kunnen branden. Dat scheelde in hotelkamers stroom, en je komt het in woningen zelden tegen. Zoek je materiaal, zoek dan op wisselschakeling, want dat is het woord dat de fabrikanten gebruiken.
| Opstelling | Kan het | Waar je op let |
|---|---|---|
| Dimmer met wisseluitgang plus een gewone wisselschakelaar | Ja | Alleen met een dimmer waarop wisselschakeling vermeld staat |
| Twee draaidimmers in dezelfde schakeling | Nee | Kies één dimmer en één schakelaar, of ga naar een dimmodule |
| Dimmer zonder wisseluitgang in een wisselschakeling | Nee | Hij heeft maar één ingang en laat een van de aders ongebruikt |
| Hotelschakelaar uit de bouwmarkt met een dimmer erbij | Ja | Dat is gewoon een wisselschakelaar onder een andere naam |
| Kruisschakeling met een dimmer aan het uiteinde | Ja | De kruisschakelaars zitten tussen de twee wisselschakelaars in |
| Dimmodule bij de lamp met twee of meer pulsdrukkers | Ja | Aantal bedienpunten is vrij, drukkers zijn goedkoop |
| Twee dimmodules op één lichtpunt | Nee | Eén module per lichtpunt, met zoveel drukkers als je wilt |
Werkt de schakeling na montage precies andersom, dus licht aan als je de schakelaar naar boven zet en de dimmer laat het niet uit, verwissel dan de twee correspondentiedraden op de wisselschakelaar. Dat is een kwestie van twee klemmen omzetten en niet van een verkeerd apparaat.
Een dimmer en een schakelaar in één inbouwdoos
De situatie komt in bijna elke woning voor: één inbouwdoos met een dubbele schakelaar, waarbij links de keukenlamp zit en rechts de eettafellamp. Die eettafellamp wil je kunnen dimmen, die keukenlamp niet. Een dimmer combineren met een gewone schakelaar in één wip bestaat in het normale schakelmateriaal niet, want een dubbele wip waarvan alleen de ene helft dimt wordt niet gemaakt.
Wat wel bestaat is de duodimmer, ook wel serietastdimmer genoemd, met twee dimkanalen in één doos. De Jung 1252 UDE uit de AS 500-serie is daar een bekend voorbeeld van. Het addertje zit in de belasting: dit type is gebouwd in het gloeilamptijdperk en vraagt per kanaal vaak een minimum van rond de vijftig watt, wat je met ledverlichting nooit haalt.
Er zijn ook dimmers die je indrukt om de ene lamp te schakelen en verdraait om de andere te dimmen. Zo'n druk-draai dimmer past in één doos en lost het probleem in één klap op, maar controleer de minimumbelasting en of het type led aankan. Let ook op de knop: Busch Jaeger werkt met een eigen as van zes millimeter, dus daar past alleen een knop van dat merk op.
De oplossing die het beste meebeweegt met ledverlichting is de dimmodule bij de lamp, bediend met gewone pulsdrukkers. Een shuttle dimmer werkt zo: de rode aders gaan aan de fase, de witte aders lopen naar de drukker aan de muur. In de handleiding van zo'n module staat het schema voor één drukker en voor een wisselschakeling met twee drukkers.
Wil je met een serie-pulsdrukker twee modules apart bedienen, dan kan dat zolang beide modules op dezelfde groep en dezelfde fase zitten, want de drukker heeft één gemeenschappelijke ingang. Zitten ze op verschillende groepen, dan heb je een dubbele pulsdrukker met gescheiden circuits nodig. Jung en Niko hebben die in hun programma en het is dezelfde gedachte als bij een gewone serieschakelaar voor twee lampen.
Past er niets, dan is een doos bijzetten vaak netter dan eindeloos zoeken. Zet de tweede doos op de standaardhoogte voor schakelmateriaal, precies naast de bestaande, en gebruik een breed tweevoudig afdekraam. Met een ruim raam zoals de Gira E3 verdwijnt de naad tussen oud en nieuw stucwerk onder het raam.
| Wat je wilt | Wat je daarvoor gebruikt | Waar het op stuk kan lopen |
|---|---|---|
| Eén dimmer en één gewone schakelaar in één doos | Druk-draai dimmer, of een tweede doos ernaast | Minimumbelasting, en de knop past vaak alleen van hetzelfde merk |
| Twee lampen apart dimmen in één doos | Duodimmer of serietastdimmer | Per kanaal vaak minimaal vijftig watt, met led niet haalbaar |
| Twee lampen apart schakelen waarvan één dimbaar | Dimmodule bij de dimbare lamp plus een serie-pulsdrukker | De module moet in het plafond of de armatuurdoos passen |
| Meer dan twee bedienpunten | Eén dimmodule met zoveel pulsdrukkers als je wilt | Bij verschillende groepen een drukker met gescheiden circuits |
| Geen kabel te trekken | Draadloze dimactor bij de lamp met een wandzender | De zender heeft een batterij of een eigen voeding nodig |
| De bestaande doos is te vol of te ondiep | Doos bijzetten met een breed afdekraam eroverheen | Hakwerk in de wand, tenzij je opbouw accepteert |
Zit er naast de schakelaar een stopcontact dat je zelden gebruikt, dan is dat vaak de goedkoopste oplossing. Je offert die contactdoos op voor de dimmer, houdt de bestaande dubbele schakelaar en hoeft niets te hakken of te breken.
De juiste led dimmer kiezen
Op elke dimmer staat een vermogenbereik, bijvoorbeeld 4 tot 400 VA. Dat is geen vrijblijvende aanduiding. Blijf je onder het minimum, dan gedraagt de dimmer zich onvoorspelbaar: knipperen, niet aangaan, of na een halve minuut uitvallen.
Juist dat minimum is bij led de bottleneck. Een oude draaidimmer die vanaf zestig watt begint, ziet drie ledlampjes van vijf watt nauwelijks als een belasting. Een moderne led-dimmer begint rond de één tot vier watt en heeft daar geen moeite mee.
Daarnaast bepaalt de manier van dimmen of het rustig licht wordt. Fase-afsnijding, op de dimmer meestal aangeduid met RC, is de goede stand voor retrofit ledlampen en voor elektronische trafo's. Fase-aansnijding, aangeduid met RL, hoort bij gloeilampen, 230 volt halogeen en klassieke wikkeltrafo's.
Een universele dimmer staat af fabriek op de stand die voor de meeste lichtbronnen werkt, en dat is bijna altijd RC. Die stand omzetten naar RL omdat er led op zit, is een van de meest gemaakte fouten. Verkeerd ingesteld hoor je de dimmer zoemen en zie je de lamp na dertig seconden uitgaan.
Verlichting hoort verder op een eigen lichtgroep. Zit het lichtpunt op dezelfde groep als een vaatwasser of een ander zwaar apparaat, dan zie je bij het inschakelen daarvan een zichtbare dip in het gedimde licht. Weet je niet zeker hoeveel er al op die groep hangt, reken dan eerst na hoeveel watt je per groep kwijt kunt.
| Lichtbron | Welk dimtype | Waar je op let |
|---|---|---|
| Gloeilamp | Fase-aansnijding (RL) of universeel | Dimt vrijwel altijd rustig, oude dimmers zijn hierop gebouwd |
| 230 volt halogeen | Fase-aansnijding (RL) of universeel | Gedraagt zich hetzelfde als een gloeilamp |
| 12 volt halogeen op een wikkeltrafo | Fase-aansnijding (RL) | De trafo moet dimbaar zijn en flink belast worden |
| 12 volt halogeen op een elektronische trafo | Fase-afsnijding (RC) | Op de trafo staat tronic of elektronisch |
| Dimbare retrofit ledlamp | Fase-afsnijding (RC) | Alleen lampen waarop dimbaar staat, anders knippert het |
| Ledspots met een losse driver | Volgens het datablad van de driver | Sommige drivers willen juist RL of een aparte stuurdraad |
| Ledstrip op 12 of 24 volt | Dimmer aan de laagspanningskant, achter de voeding | Een wanddimmer voor 230 volt hoort hier niet voor de voeding |
| Spaarlamp | Niet dimmen | Alleen enkele types die uitdrukkelijk als dimbaar verkocht worden |
Reken bij led niet alleen met het opgetelde wattage. Elke ledlamp heeft een eigen driver die bij het inschakelen een korte piekstroom trekt, en tien kleine lampjes belasten een dimmer zwaarder dan de optelsom doet vermoeden. Veel fabrikanten geven daarom een apart maximum aantal ledlampen naast het wattagebereik. Houd die aantallen aan en niet je eigen rekensom.
Van halogeen naar led: de dimmer moet meestal mee
Wie halogeenspotjes vervangt door led en de bestaande dimmer laat zitten, loopt bijna altijd tegen problemen aan. Het licht knippert, gaat pas aan als je de knop ver opendraait, of valt na een halve minuut uit. De lampen zijn dan zelden de boosdoener.
De eerste oorzaak is de minimumbelasting die niet meer gehaald wordt. De tweede is de snijmethode: een dimmer voor gloeilamp en halogeen snijdt de sinus aan de verkeerde kant af voor een led-driver. De derde speelt bij 12 volt spotjes, want daar hangt een transformator tussen die zelf ook onderbelast raakt.
Bij het aansluiten van led spotjes op een dimmer is de nette route vaak om die transformator helemaal te laten vervallen en over te stappen op ledspots die rechtstreeks op 230 volt werken. Blijf je bij laagspanning, dan heb je een dimbare led-driver nodig en geen oude wikkeltrafo. Ben je toch bezig, controleer dan meteen de aansluiting van het armatuur zelf, want oude spotkabels en lasdoppen zijn vaak verkleurd door de hitte van halogeen.
Aan het typenummer op de sokkel zie je meestal al waar je aan toe bent. Staat er een nummer uit de 2200-reeks van Busch Jaeger op, zoals de 2250 U of de 2247 U, dan heb je met de generatie van vóór led te maken. De led-dimmers van datzelfde merk hebben nummers als 6513 U-102 en 6523 U-102.
Ook dan blijft de combinatie van lamp en dimmer een kwestie van proberen. Niet elke dimbare ledlamp werkt op elke led-dimmer, en dat ligt aan de driver in de lamp. Koop daarom eerst één lamp en test die, voordat je zestien stuks in huis haalt.
| Merk of type | Waar hij voor gemaakt is | Waar je op let |
|---|---|---|
| Busch Jaeger 2250 U | Gloeilamp en 230 volt halogeen, fase-aansnijding | Voor led is het minimum te hoog, vervangen door een led-type |
| Busch Jaeger 2247 U | Elektronische trafo's, fase-afsnijding | Werkt zelden rustig op retrofit ledlampen |
| Busch Jaeger 6513 U-102 en 6523 U-102 | Led en gemengde belasting | Universeel, laat de fabrieksstand staan tenzij het misgaat |
| Jung serietastdimmer 1252 UDE, serie AS 500 | Twee dimkanalen in één inbouwdoos | Per kanaal vaak vanaf vijftig watt, met led niet te halen |
| Jung 1731DD en de led-dimmers uit de serie AS500 | Universele draaidimmer voor gemengde belasting | Kijk of jouw uitvoering ook een wisseluitgang heeft |
| Peha Tronic 433 HAB en de 434 | Trafolasten uit het halogeentijdperk | Op de sokkel staat waar hij voor bedoeld is, led staat er niet bij |
| Schneider universele led-dimmer | Led, trafo's en gloeilamp door elkaar | Standen RC en RL, laat hem op RC staan bij ledlampen |
| Kopp 8428, Gira, Eltako, Niko, Wintop en Relco | Elk merk heeft een eigen led-serie | De klemsymbolen verschillen, ga altijd op de opdruk af |
| Inbouwmodules zoals de shuttle dimmer | Achter de lamp of in de doos, bediend met pulsdrukkers | Rode aders aan de fase, witte aders naar de drukker |
Storingen: knipperen, zoemen, warm worden en niet uitgaan
Bijna alle klachten over dimmers komen neer op vier dingen: de lamp is niet dimbaar, de belasting is te laag, de dimmer staat op de verkeerde snijmethode, of de dimmer is niet opnieuw ingeleerd na een lampwissel. Dat laatste wordt vaak vergeten. Een universele dimmer meet bij het inschakelen wat voor last eraan hangt, dus wissel je lampen altijd met de groep uit.
Het geluid dat een dimmer maakt komt van de steile flank die hij in de sinus hakt. Is het de zoemende dimmer zelf, dan trilt de spoel erin mee en helpt overstappen op fase-afsnijding meestal. Zoemt de lamp en niet de dimmer, dan reageert de driver in de lamp en is een ander merk lamp vaak de enige uitweg.
Een goedkope led-dimmer uit de bouwmarkt, bijvoorbeeld die van de Gamma, is niet per definitie slecht, maar zulke universele types zijn met een beperkte reeks lampen getest. Knippert het met jouw lampen, dan is de combinatie het probleem en niet per se het apparaat. Wisselen van lampmerk lost dat vaker op dan eindeloos afstellen.
Een dimmer die warm wordt is op zichzelf normaal, want hij zet een deel van het vermogen om in warmte. Zit hij met twee of drie stuks in één afdekraam, dan mag hij van de fabrikant vaak maar de helft van zijn vermogen leveren. Dat staat in de handleiding onder derating en het is geen detail dat je kunt negeren.
Blijft de led zwak gloeien terwijl de dimmer uit staat, dan loopt er een kleine reststroom door de elektronica. Bij een gloeilamp merkte niemand dat, bij een led van vijf watt is het genoeg om zichtbaar licht te geven. Datzelfde speelt bij lampen met eigen elektronica, zoals Philips Hue, die je juist permanent op spanning wilt houden en dus helemaal niet aan een dimmer moet hangen.
Knippert een ledlamp terwijl er helemaal geen dimmer in de schakeling zit, dan is de oorzaak meestal het glimlampje in de schakelaar. Dat oranje lampje wordt gevoed via de lamp, en de kleine stroom die daarvoor loopt laadt de driver in de led net genoeg op om elke paar seconden een flits te geven. Haal het glimlampje eruit of plaats een bypass bij het armatuur. Vliegt bij het inschakelen juist de aardlekschakelaar eruit, dan zoek je niet bij de dimmer maar bij een lekstroom in de bedrading of in het armatuur.
| Wat je ziet of hoort | Meest waarschijnlijke oorzaak | Wat je eraan doet |
|---|---|---|
| Lamp knippert over het hele dimbereik | Niet-dimbare ledlamp of de verkeerde snijmethode | Dimbare lampen plaatsen en de dimmer op RC zetten |
| Lamp valt na dertig seconden helemaal uit | Universele dimmer verkeerd ingeleerd of op RL gezet | Groep spanningsloos maken, resetten en opnieuw laten inleren |
| Het onderste deel van de draaiknop doet niets | De minimumstand staat te hoog of de last is te klein | Minimumstand opnieuw instellen volgens de hele procedure |
| De dimmer dimt niet genoeg en dimt niet volledig weg | Ondergrens van de lamp zelf of van de dimmer | Minimum lager instellen, anders een ander lamptype proberen |
| De dimmer zoemt hoorbaar | Fase-aansnijding op een elektronische belasting | Naar fase-afsnijding schakelen of een led-dimmer plaatsen |
| De lamp zoemt en de dimmer niet | De driver in de lamp reageert op de gehakte spanning | Ander merk lamp proberen, instellen helpt hier zelden |
| Led blijft zwak gloeien terwijl de dimmer uit staat | Reststroom door de elektronica van de dimmer | Bypass bij de lamp, of terug naar een gewone schakelaar |
| Led knippert terwijl er geen dimmer in zit | Glimlampje in de schakelaar of een lange parallelle leiding | Glimlampje verwijderen of een bypass bij het armatuur zetten |
| De dimmer wordt heet om aan te raken | Te veel belasting, of meerdere dimmers in één afdekraam | Belasting verlagen en de derating uit de handleiding aanhouden |
| De lamp gaat vanzelf aan | Geheugenfunctie van de dimmer of een spanningsdip in de groep | De geheugenstand uitzetten als de dimmer die functie heeft |
| De dimmer doet helemaal niets meer | Interne zekering door of de elektronica defect | Zekering controleren, daarna de hele sokkel vervangen |
Voer bij een universele dimmer altijd eerst een reset uit voordat je de minimum- en maximumstand gaat afstellen. Zet het kleine draaiknopje op RESET, houd het zwarte knopje vijf seconden ingedrukt en laat de dimmer daarna zelf de belasting opnieuw meten. Negen van de tien keer is dat al genoeg en hoef je aan min en max niets te veranderen.
Breek de instelprocedure niet halverwege af. Bij de meeste universele dimmers zet je het knopje op MIN of MAX, houd je het instelknopje vijf seconden ingedrukt tot de lamp even knippert, draai je aan de dimknop tot het licht staat zoals je het wilt, en druk je daarna nog één keer kort. Stop je na de tweede stap, dan blijft de dimmer in de instelstand hangen en gedraagt hij zich daarna nergens meer naar.
De zekering in de dimmer en de dimmer doormeten
Veel draaidimmers hebben een klein glaszekeringetje aan boord, meestal het formaat van vijf bij twintig millimeter. Dat zekeringetje beschermt de elektronica tegen een kortsluiting in de lamp. Het moment waarop een halogeenlamp doorbrandt geeft een korte piek, en dat is precies het moment waarop zo'n zekering het begeeft.
Je vindt hem onder de draaiknop, achter het afdekraam of in een klein houdertje aan de zijkant van de sokkel. Sommige fabrikanten leggen er een reserve bij, geklemd in het plastic van de behuizing. Vindt je hem niet, kijk dan in de handleiding, want er zijn ook merken die de beveiliging elektronisch oplossen en helemaal geen zekering hebben.
Of hij door is, zie je soms meteen: het glas is zwart beslagen of het draadje er middenin is gebroken. Vaak is er niets te zien en moet je meten. Zet de multimeter op de doorbelstand, haal de zekering uit het houdertje en houd de pennen tegen de twee metalen kapjes. Een pieptoon en bijna nul ohm betekent goed, geen doorgang betekent vervangen door hetzelfde type en dezelfde snelheid.
Er zijn ook dimmers waarbij de fabrikant een snelle zekering in de voeding voorschrijft, bijvoorbeeld 2,5 ampère snel. Die hoort niet in de groepenkast als vervanging van de installatieautomaat, maar in de voeding naar de dimmer zelf. Twijfel je hoe je dat netjes oplost, kies dan liever een dimmer met een ingebouwde zekering.
Wil je weten of de dimmer of de lamp stuk is, dan is de snelste test een vervanging. Maak de groep spanningsloos, verbind de bruine en de zwarte draad met een lasklem en zet de groep even aan. Brandt de lamp, dan zijn de bedrading en het armatuur in orde en zit het mankement in de dimmer. Zet er anders tijdelijk een gewone lichtschakelaar in, dan heb je in elk geval licht terwijl je een nieuwe dimmer haalt.
| Wat je meet of ziet | Wat het betekent | Volgende stap |
|---|---|---|
| Het glas is zwart of het draadje binnenin is gebroken | De zekering is doorgeslagen | Vervangen door hetzelfde type, dezelfde waarde en snelheid |
| Geen doorgang op de doorbelstand, zonder zichtbare schade | De zekering is toch door | Vervangen en meteen de oorzaak zoeken |
| De nieuwe zekering slaat direct weer door | Kortsluiting in de lamp, de armatuurdraad of de dimmer | Lamp losnemen en opnieuw proberen |
| Wel 230 volt op de ingangsklem, niets op de uitgang bij volle stand | De dimmer is defect | Sokkel vervangen, repareren heeft geen zin |
| Geen spanning op de ingangsklem | Het probleem zit vóór de dimmer | Groepszekering en de lasdoos in de buurt controleren |
| De lamp brandt wel met bruin en zwart doorverbonden | Bedrading en armatuur zijn in orde | De dimmer is de boosdoener |
Meten aan klemmen die onder spanning staan is werk voor wie weet wat hij doet. Voor alles wat je vastpakt, losdraait of verplaatst, zet je de groep uit. Kom je erachter dat er in de meterkast iets moet gebeuren achter de hoofdzekering, dan stopt het zelf klussen daar en bel je een installateur.
Dimmer vervangen door een schakelaar of helemaal weghalen
Er zijn twee goede redenen om een dimmer eruit te halen. De eerste is de reststroom waardoor ledlampen zwak blijven gloeien, ook als de knop uit staat. De tweede zijn lampen met eigen elektronica en een afstandsbediening, die permanent volle spanning willen krijgen.
Demonteren begint bij de draaiknop. Die trek je recht naar je toe van de as af, soms zit er een klein stelschroefje in de rand. Wip daarna het afdekraam los met een smalle schroevendraaier of een plamuurmesje langs de rand, draai de twee bevestigingsschroeven los en haal de sokkel uit de doos. Pas als hij los in je hand ligt ga je de draden losmaken, één voor één en met een labeltje erop.
Zit de dimmer in een wisselschakeling, dus met één bruine en twee zwarte draden, dan gaat de bruine op het P- of L-contact van de nieuwe wisselschakelaar en gaan de twee zwarte op de twee overige contacten. De volgorde van die twee maakt niets uit, hooguit staat de wip dan andersom. Hoe die draad van de schakelaar naar de lamp loopt, verandert daarbij niet.
Wil je de bediening op die plek helemaal opheffen, dan verbind je de bruine draad met één van de zwarte draden in een lasklem en dop je de andere zwarte af. De lamp staat dan permanent onder spanning en je schakelt hem elders. Zet er een blindplaat op, dan kun je later zonder hakwerk terug.
Andersom, een gewone schakelaar vervangen door een dimmer, is qua bedrading hetzelfde verhaal. Let hier op twee dingen: het lichtpunt moet binnen het vermogenbereik van de dimmer vallen, en de inbouwdoos moet diep genoeg zijn. Een dimmer is dieper dan een schakelaar en in een doos vol lasklemmen krijg je hem er niet fatsoenlijk in.
De draaiknop, het afdekraam en de klik
Een kapotte draaiknop is zelden een reden om de hele dimmer te vervangen, want de knop is bij de meeste merken los te bestellen. Past een knop van een ander merk niet, dan komt dat door de as: Busch-Jaeger gebruikt een gladde as van zes millimeter, andere merken werken met een gekartelde as of een eigen vorm. Meet de as op voordat je iets bestelt.
Blijft de knop hangen of schuurt hij tegen het afdekraam, dan staat de sokkel scheef of te diep in de doos. Draai de twee bevestigingsschroeven los, zet de sokkel recht en haaks, en draai hem weer aan zonder te forceren. Bij het monteren van een afdekplaat is dat ook de volgorde: eerst de sokkel recht vastzetten, dan het raam erop klikken, dan de knop er recht op drukken.
Klikt een druk-draai dimmer niet meer, dan is het mechanische schakelaartje achter de as versleten. Dat valt niet te repareren en betekent een nieuwe sokkel. Doet de drukknop het nog wel maar het dimmen niet, dan zit het probleem in de elektronica en gaat de sokkel er om dezelfde reden uit.
Heb je een led dimmer met een lampje in de wip of in de knop, houd er dan rekening mee dat zo'n oriëntatielampje via de lamp gevoed wordt. Bij ledverlichting is dat de reden dat de lamp na het uitschakelen nog zwak nagloeit. Een uitvoering waarbij het lampje via de nuldraad gevoed wordt, heeft dat probleem niet.
Haal de bevestigingsklauwen van de sokkel af als je de dimmer met schroeven in de doos zet. Je hebt ze dan niet nodig en in een volle doos duwen die klauwen tegen de bedrading aan, waar ze op termijn de isolatie kunnen beschadigen.
Dimmen in de badkamer, buiten en bij lampen die er niet voor gemaakt zijn
In de badkamer gelden zones rondom bad en douche, en gewoon inbouwmateriaal hoort daar niet in. In een ruime badkamer kan een dimmer buiten die zones prima, in een kleine badkamer betekent het meestal dat de dimmer aan de gangzijde van de muur komt. Het alternatief is een dimmodule in het plafond met een spatwaterdichte drukker aan de wand.
Buiten speelt hetzelfde, alleen strenger. Een gewone inbouwdimmer onder een afdakje houdt het geen winter vol, want vocht kruipt langs de as naar binnen. Kies een spatwaterdichte opbouwdoos met een membraan achter de knop, of houd de dimmer binnen en laat alleen de geschakelde ader naar buiten lopen. Voor de kabel die je naar de tuin trekt, kijk je even bij de keuze tussen de gangbare kabelsoorten, want in de grond gelden andere eisen dan aan een muur.
Zit er helemaal geen inbouwdoos, of is de bestaande te ondiep, dan is een opbouwdoos een prima oplossing. Reken erop dat een dimmer meer diepte vraagt dan een schakelaar en dat zijn warmte weg moet kunnen. Proppen leidt tot een dimmer die te heet wordt en daardoor terugregelt of uitvalt.
Een ventilator hoort niet aan een lichtdimmer. Een fasesnijdimmer maakt een motor heet en luidruchtig, en bij een moderne ventilator met eigen elektronica gaat er iets stuk. Gebruik een toerenregelaar die voor motoren gemaakt is, of de standenschakelaar die bij het toestel hoort.
Voor een vloerlamp of schemerlamp hoeft er niets aan de muur te gebeuren. Een snoerdimmer of een voetschakelaar met dimfunctie zet je in het snoer, en een 3 standen dimmer, ook wel 3 staps dimmer genoemd, geeft per klik een vaste stand in plaats van traploos licht. Designlampen zoals de Costanza van Luceplan hebben hun eigen dimelektronica in de stang of de voet, en die vervang je in de lamp en niet aan de wand.
Automatisch dimmen op tijd vraagt om een andere oplossing dan mensen verwachten. Een tijdschakelaar schakelt aan en uit en dimt niets. De combinatie maak je met een dimmodule bij de lamp waarvan de drukkeringang door een tijdschakelaar of een bewegingsmelder wordt bediend, of met een dimmer die zelf een tijdfunctie heeft en na een ingestelde periode langzaam wegdimt.
| Plek of toepassing | Wat je gebruikt | Wat je niet doet |
|---|---|---|
| Badkamer | Dimmer buiten de natte zones of een dimmodule in het plafond | Geen gewone inbouwdimmer naast douche of bad |
| Buitenverlichting | Dimmer binnen, of een spatwaterdichte opbouwdoos met membraan | Geen binnenmateriaal onder een afdakje hangen |
| Ventilator | Toerenregelaar voor motoren of de standenschakelaar van het toestel | Geen lichtdimmer op een motor zetten |
| Vloerlamp of schemerlamp | Snoerdimmer, voetschakelaar met dimfunctie of driestandendimmer | Niet de hele stopcontactgroep achter een wanddimmer hangen |
| Ledstrip | Dimmer achter de voeding, aan de laagspanningskant | Geen 230 volt wanddimmer vóór de voeding |
| Automatisch dimmen op tijd | Dimmodule met een tijdschakelaar of melder op de pulsingang | Een gewone tijdschakelaar dimt niets |
| Ondiepe of ontbrekende inbouwdoos | Diepe inbouwdoos of een opbouwdoos | Niet proppen, de dimmer moet zijn warmte kwijt |
Verlichting in een badkamer hoort achter een aardlekschakelaar van 30 milliampère. Weet je niet zeker of dat bij jou zo is, controleer dat dan eerst in de meterkast. Zit de badkamerverlichting op een oude groep zonder aardlekbeveiliging, laat dat dan aanpassen voordat je hier iets nieuws aan hangt.
Zo vervang je een schakelaar of oude dimmer door een nieuwe dimmer
Deze volgorde werkt voor een enkele dimmer en met de aanwijzingen in stap vier ook voor een wisselschakeling.
-
Schakel de groep uit en controleer of het echt spanningsloos is
Zet de installatieautomaat van de lichtgroep uit in de meterkast en niet alleen de schakelaar aan de muur. Controleer daarna op de klemmen met een tweepolige spanningstester, ook op de draad die je niet verwacht. Moet er in de meterkast iets gebeuren achter de hoofdzekering, dan is dat werk voor een installateur en niet voor jou.
-
Fotografeer de oude situatie voordat je iets losmaakt
Maak een foto van de klemzijde met alle draden er nog op, en een tweede foto van de opdruk op de achterkant van de oude sokkel. Doe dat ook als je zeker weet dat je het onthoudt. Bij drie zwarte draden zonder kleurcodering is die foto het enige dat je later nog vertelt welke ader op de L zat.
-
Neem de oude dimmer of schakelaar eruit en benoem de draden
Trek de knop eraf, wip het afdekraam los, draai de twee schroeven los en haal de sokkel naar buiten. Maak de draden één voor één los en plak er een labeltje op. Tel wat je overhoudt: twee draden is een enkele schakeling, één bruine met twee zwarte is een wisselschakeling en twee bruine met één zwarte betekent dat de fase is doorgelust naar bijvoorbeeld het stopcontact eronder.
-
Sluit de nieuwe dimmer aan volgens zijn eigen symbolen
De bruine fasedraad gaat op de L of op de klem met de pijl naar de draaiknop, de zwarte lampendraad op het golfje. Twee doorgeluste bruine draden horen samen onder één klem en niet verdeeld over twee klemmen. In een wisselschakeling gaan de twee zwarte correspondentiedraden op de twee gelijke klemmen en maakt hun onderlinge volgorde niet uit.
-
Werk de blauwe draad en eventuele losse aders netjes weg
De blauwe nuldraad hoort niet op een gewone dimmer. Verbind hem door met een lasklem en duw die achter in de doos, uit de buurt van de sokkel. Een ader die nergens op zat dop je af, want hij kan later nog nodig zijn en een blote koperdraad in een doos is vragen om problemen.
-
Zet de dimmer recht in de doos zonder de draden te knikken
Vouw de draden in een ruime lus achter de sokkel in plaats van ze scherp om te knikken. Haal de bevestigingsklauwen eraf als je met schroeven werkt, want die duwen tegen de bedrading. Zet de sokkel haaks vast, want een scheve sokkel laat de knop later langs het afdekraam schuren.
-
Zet de groep aan en laat de dimmer de belasting inleren
Schakel de groep in met het licht uit en zet daarna de dimmer aan. Een universele dimmer meet bij het inschakelen wat voor lampen eraan hangen. Gaat het meteen mis, doe dan eerst een reset voordat je aan de min- en maxinstelling begint, en wissel lampen voortaan altijd met de groep uit.
-
Controleer de hele doos, ook wat je niet aangeraakt hebt
Test niet alleen de lamp maar ook het stopcontact in dezelfde doos en de tweede wip als er een dubbele schakelaar zat. Een doorgeluste bruine draad die op de verkeerde klem is beland, laat het licht gewoon werken terwijl het stopcontact dood is. Klik daarna pas het afdekraam en de knop erop.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je de groep weer inschakelt
Uit de praktijk
Een led-dimmer waarbij de lamp na dertig seconden uitviel
Een universele Schneider led-dimmer van 4 tot 400 VA hing aan een armatuur met zestien lichtpunten. Met de oorspronkelijke halogeenpeertjes ging de lamp aan en liet zich dimmen, maar na een minuut viel alles uit en zoemde de dimmer hoorbaar. Na het plaatsen van zestien ledlampjes van één watt gebeurde precies hetzelfde, alleen al na dertig seconden.
Er speelden drie dingen tegelijk. De dimmer was van de fabrieksstand voor fase-afsnijding overgezet naar de stand voor fase-aansnijding, en dat is voor vrijwel alle retrofit ledlampen de verkeerde keuze. Daarnaast waren de lampen gewisseld terwijl de groep aan bleef, waardoor de dimmer zijn oude meting van de belasting vasthield. En de instelprocedure voor minimum en maximum was na het vijf seconden indrukken gestopt, zodat de dimmer in de instelstand bleef hangen.
Wat werkte: de groep uit, de lampen erin, de groep weer aan, het draaiknopje op RESET en het zwarte knopje vijf seconden ingedrukt. Daarna liep hij op de fabrieksstand rustig. Bij navraag bleek bovendien dat de fabrikant deze lampjes op zijn eigen site niet als dimbaar opvoerde, terwijl op de doos wel dimbaar stond. Test daarom altijd eerst één lamp voordat je er zestien koopt.
Twee bruine draden verdeeld over twee klemmen, en een dood stopcontact
Bij het aansluiten van een Busch Jaeger 2250 U op halogeenverlichting kwamen er drie draden uit de doos: twee bruine en één zwarte. De dimmer had vier klemmen, waarvan twee met een pijl richting de draaiknop en één met het golfje. De twee bruine draden werden over twee verschillende klemmen verdeeld en de zwarte kwam op de rechterklem met het golfje.
Het licht deed het daarna gewoon en het leek geslaagd. Tot bleek dat de contactdozen onder de schakelaar het niet meer deden. De twee bruine draden waren een doorgeluste fase: de ene voert de spanning aan, de andere brengt hem verder naar het stopcontact. Verdeeld over twee klemmen loopt die doorverbinding via de elektronica van de dimmer, en dan komt er aan de andere kant niets meer uit.
De oplossing was beide bruine draden samen onder één klem te zetten, welke van de twee maakte niet uit. Een tijd later flikkerden de halogeenlampen alsnog, ook nadat er een andere dimmer was geprobeerd. Dat had niets met de bedrading te maken: de trafo van de halogeenverlichting was defect.
Drie zwarte draden en een nieuwe dimmer met andere symbolen
Onderaan een trap zat een dimmer die met een wisselschakelaar samenwerkte: boven aan de trap aan en uit, beneden dimmen. De oude dimmer werd vervangen door een nieuw exemplaar en toen begon het gepuzzel, want er kwamen drie zwarte draden uit de doos zonder enige kleuraanduiding.
De oude sokkel had drie klemmen: één zonder aanduiding, één met twee pijltjes met een boogje en één met een L en een pijl. De nieuwe dimmer gebruikte andere symbolen, waardoor er geen één op één vertaling leek te zijn. Er was geen foto gemaakt van de oude situatie, dus was het terugredeneren aan de hand van de handleiding van de nieuwe dimmer.
De draad die op de L zat moest op de nieuwe dimmer weer op een L-klem, en de twee overige draden gingen op de klemmen met de golfjes. Hun onderlinge volgorde maakte niets uit, want dat zijn de twee wisselcontacten. Verkeerd om aansluiten geeft in deze situatie geen kortsluiting maar simpelweg geen werkende schakeling, al is dat geen reden om te gokken.
Ledlampen die zwak bleven gloeien met de dimmer uit
In een woning zaten meerdere dimmers, waarvan één in een schakeling met twee bedienpunten. Nadat de gloeilampen waren vervangen door led bleven de lampen in de uit-stand zwak nagloeien. De dimmer liet in die stand nog net genoeg reststroom door om de driver in de ledlamp aan de praat te houden.
Op andere plekken speelde iets anders. Daar hingen lampen met eigen elektronica en een afstandsbediening, en die willen juist altijd volle spanning krijgen. Een dimmer ervoor betekent dat de lamp de helft van de tijd niet reageert op zijn eigen bediening.
De dimmer in de wisselschakeling is vervangen door een gewone wisselschakelaar: de bruine draad op het P-contact en de twee zwarte op de overige twee contacten. Bij de lampen met afstandsbediening zijn de dimmers helemaal verwijderd, waarbij de bruine draad met één zwarte in een lasdop werd doorverbonden en de tweede zwarte apart werd afgedopt. Op die plekken kwam een blindplaat, zodat er later zonder hakwerk weer een schakelaar in kan.
Veelgemaakte fouten
De blauwe nuldraad op de dimmer klemmen
Zit er een stopcontact in dezelfde doos, dan ligt er ook een blauwe draad. Die hoort in bijna alle gevallen niet op de dimmer, maar in een lasklem die je achter de sokkel wegwerkt. Zet je hem op een klem van de dimmer, dan maak je in het gunstigste geval niets werkend en in het ongunstigste geval kortsluiting.
Twee doorgeluste bruine draden over twee klemmen verdelen
Het licht werkt daarna gewoon, dus je denkt dat het goed zit. Maar de doorverbinding naar het stopcontact of de volgende schakelaar loopt dan via de elektronica van de dimmer, en aan de andere kant komt er niets meer uit. Beide bruine draden horen samen onder één klem, of samen in een lasklem met een kort stukje draad naar de dimmer.
Lampen wisselen terwijl de groep aan blijft
Een universele dimmer meet bij het inschakelen wat voor belasting eraan hangt en stelt zich daarop in. Verwissel je de lampen onder spanning, dan blijft hij op de oude meting draaien en gedraagt hij zich vreemd: knipperen, zoemen of na een halve minuut uitvallen. Groep uit, lampen erin, groep aan, en het probleem is er vaak niet eens.
Een universele dimmer op fase-aansnijding zetten voor led
Op de dimmer staat een stand met de letters LED erbij en dat lijkt logisch, maar dat is vaak de RL-stand voor wikkeltrafo's. De fabrieksstand is fase-afsnijding en die is voor de meeste retrofit ledlampen precies goed. Verzet je hem zonder reden, dan begint het zoemen en valt de lamp na dertig seconden uit.
Een oude halogeendimmer laten zitten bij nieuwe ledlampen
Een draaidimmer die vanaf zestig watt begint, ziet vier ledlampjes van vijf watt nauwelijks als belasting. Het gevolg is knipperen, licht dat pas op driekwart van de knop aangaat en een dimbereik van een paar graden. Een led-dimmer met een minimum van rond de één tot vier watt lost dat op en kost minder dan een middag zoeken naar andere lampen.
Twee dimmers in één wisselschakeling zetten
Op beide plekken kunnen dimmen klinkt aantrekkelijk, maar twee geregelde uitgangen achter elkaar werken elkaar tegen. Je krijgt flikkering, een onvoorspelbaar dimbereik en in het gunstigste geval blijft de lamp uit. Voor twee dimbare bedienpunten neem je één dimmodule bij de lamp en twee pulsdrukkers aan de muur.
Een lichtdimmer op een ventilator of een motor
Een fasesnijdimmer is gemaakt voor lampen, niet voor motoren. De motor wordt warm, gaat brommen en levert weinig toerenverschil, en bij een ventilator met eigen elektronica gaat de sturing kapot. Gebruik een toerenregelaar die voor motoren bedoeld is of de standenschakelaar die bij het toestel hoort.
Vertrouwen op een spanningzoekerschroevendraaier
Dat schroevendraaiertje met het lampje in de steel geeft ook een signaal bij een geïnduceerde spanning zonder gevaar, en het geeft soms geen signaal terwijl er wel 230 volt staat. Gebruik een tweepolige spanningstester en controleer die eerst op een stopcontact waarvan je zeker weet dat er spanning op staat.
Veelgestelde vragen
Hoe sluit ik een dimmer aan met 2 draden?
Met twee draden zit je in de eenvoudigste schakeling. De bruine draad is de fase en gaat op de klem met de L of met de pijl die naar de draaiknop wijst. De zwarte draad loopt naar het lichtpunt en komt op de klem met het golfje. Andersom aansluiten werkt niet, want de elektronica in de dimmer is er niet op gebouwd om achterstevoren gevoed te worden. Zit er nog een blauwe draad in de doos, laat die dan met rust en verbind hem door met een lasklem.
Hoe moet ik een led dimmer aansluiten met 3 draden?
Kijk eerst naar de kleuren, want die vertellen je welke van de twee situaties je hebt. Eén bruine met twee zwarte betekent een wisselschakeling: bruin op de L en de twee zwarte op de twee gelijke klemmen, waarbij hun onderlinge volgorde niet uitmaakt. Twee bruine met één zwarte betekent een doorgeluste fase: de twee bruine samen onder één klem en de zwarte op het golfje. Zijn alle drie de draden zwart, dan gaat de ader die op de L zat weer op de L en gaan de andere twee op de klemmen met de golfjes.
Wat doe ik als er 2 bruine en 1 zwarte draad op de dimmer zitten?
Die twee bruine draden vormen samen een doorgeluste fase. De ene brengt de spanning binnen, de andere brengt hem verder naar bijvoorbeeld het stopcontact onder de schakelaar of naar het volgende schakelpunt. Ze horen daarom samen onder één klem van de dimmer, en welke klem dat is maakt niet uit zolang het de ingangszijde is. De zwarte draad gaat op de uitgang met het golfje. Verdeel je de bruine draden over twee klemmen, dan werkt het licht wel maar valt het doorgeluste punt uit.
Hoe sluit ik een Busch-Jaeger dimmer aan?
Bij Busch Jaeger vind je aan de klemzijde meestal twee klemmen met een pijl richting de draaiknop en één klem met een golfje met pijl. De bruine fasedraad gaat op een van de pijlklemmen, de zwarte lampendraad op het golfje. Zit er een tweede bruine draad, zet die dan bij de eerste onder dezelfde klem. Kijk daarnaast naar het typenummer op de sokkel: een 2250 U of 2247 U is gemaakt voor gloeilamp, halogeen of trafo's, terwijl de nummers 6513 U-102 en 6523 U-102 tot de led-serie horen.
Kan ik een dimmer aansluiten zonder nuldraad?
Ja, en dat is bij verreweg de meeste wanddimmers zelfs de normale situatie. Zo'n dimmer zit in serie met de lamp en gebruikt de stroom die daar doorheen loopt, dus hij heeft alleen de fase-ingang en de uitgang naar het lichtpunt nodig. Zit er wel een blauwe draad in de doos, dan komt die van een stopcontact of loopt hij door naar het lichtpunt, en die verbind je door met een lasklem. Alleen sommige slimme dimmers met een eigen radio- of wifimodule hebben echt een nulaansluiting nodig, en die hebben dan ook een klem met een N erop.
Hoe maak ik een wisselschakeling met dimmer en schakelaar?
Je hebt een dimmer nodig waarop staat dat hij geschikt is voor een wisselschakeling, herkenbaar aan twee gelijke klemmen naast elkaar. De voeding komt op het P-contact van de wisselschakelaar, tussen de schakelaar en de dimmer lopen twee correspondentiedraden, en vanaf de dimmer gaat de zwarte lampendraad naar het lichtpunt. Je mag het ook omdraaien en de bruine voeding op de L van de dimmer zetten, met de lampendraad op het P-contact van de schakelaar. Wat mensen een hotelschakeling noemen is in de praktijk vrijwel altijd deze wisselschakeling.
Bestaat er een dubbele schakelaar met één dimmer?
Een dubbele wip waarvan alleen de ene helft dimt, bestaat in het gangbare schakelmateriaal niet. Wat wel bestaat is een dimmer die je indrukt om de ene lamp te schakelen en verdraait om de andere te dimmen, en de duodimmer of serietastdimmer met twee dimkanalen in één doos. Die laatste vraagt per kanaal vaak een minimum van rond de vijftig watt, wat je met led niet haalt. De oplossing die het beste werkt met ledverlichting is een dimmodule bij de dimbare lamp, bediend met een pulsdrukker, terwijl de andere wip gewoon schakelt.
Waarom knippert of zoemt mijn led lamp met een dimmer?
Meestal ligt het aan een van vier dingen: de lamp is niet dimbaar, de belasting ligt onder het minimum van de dimmer, de dimmer staat op fase-aansnijding terwijl led fase-afsnijding wil, of de dimmer heeft de nieuwe lampen nog niet ingeleerd. Loop ze in die volgorde na en zet de dimmer terug op de fabrieksstand voordat je aan min en max gaat draaien. Knippert de ledlamp terwijl er helemaal geen dimmer in de schakeling zit, dan is de oorzaak bijna altijd het glimlampje in de schakelaar dat via de lamp gevoed wordt.
Mijn dimmer gaat niet uit en de lamp blijft zwak branden, wat nu?
De elektronica in de dimmer laat in de uit-stand een kleine reststroom door. Bij een gloeilamp merkte je daar niets van, maar de driver in een ledlamp heeft aan die paar milliampère genoeg om zichtbaar te blijven gloeien. Je lost het op met een bypass bij het armatuur, die de reststroom wegneemt, of door de dimmer te vervangen door een gewone schakelaar. Bij lampen met een eigen afstandsbediening is een dimmer sowieso geen goede keuze, want die willen permanent volle spanning krijgen.
Hoe zie ik of de zekering van de dimmer kapot is?
Zoek eerst het glaszekeringetje, meestal het formaat vijf bij twintig millimeter, onder de draaiknop of in een houdertje aan de zijkant van de sokkel. Soms zie je het meteen: zwart beslagen glas of een gebroken draadje binnenin. Vaak is er niets te zien en meet je het na met een multimeter op de doorbelstand, met een pen op elk metalen kapje. Piept hij en lees je bijna nul ohm af, dan is de zekering goed en zit het probleem elders. Slaat een nieuwe zekering meteen weer door, zoek dan naar kortsluiting in de lamp of de armatuurdraad.
Hoe vervang ik een dimmer door een gewone schakelaar?
Zit de dimmer in een wisselschakeling, dan tref je één bruine en twee zwarte draden aan. De bruine gaat op het P- of L-contact van de nieuwe wisselschakelaar en de twee zwarte op de twee overige contacten, in willekeurige volgorde. Wil je op die plek helemaal geen bediening meer, verbind dan de bruine draad met één van de zwarte in een lasdop en dop de andere zwarte apart af. De lamp staat dan permanent onder spanning en je schakelt hem ergens anders. Een blindplaat erop houdt de mogelijkheid open om er later weer een schakelaar in te zetten.
Mag er een dimmer in de badkamer of buiten?
In de badkamer mag het buiten de zones rondom bad en douche, en die zones zijn in een kleine ruimte al snel de hele wand. Daarom komt de dimmer daar meestal aan de gangzijde van de muur, of hangt er een dimmodule in het plafond met een spatwaterdichte drukker. Buiten voldoet gewoon inbouwmateriaal niet, want vocht kruipt langs de as van de knop naar binnen. Kies dan een spatwaterdichte opbouwuitvoering met een membraan, of houd de dimmer binnen en laat alleen de geschakelde ader naar buiten lopen. Controleer bij badkamerverlichting ook of de groep achter een aardlekschakelaar van 30 milliampère hangt.
Wanneer je beter een vakman belt
Een dimmer verwisselen op bestaande bedrading is werk dat je met een spanningstester en wat geduld prima zelf doet. Er zijn wel grenzen waar het zelf klussen ophoudt, en die liggen niet bij de dimmer maar bij wat erachter zit.
De eerste grens is de meterkast. Moet er een groep bij, moet de hoofdschakelaar of de groepenkast open achter de hoofdzekering, of gaat het om een verdeling over twee fasen, dan bel je een installateur. Daar zitten delen die ook met de hoofdschakelaar uit nog onder spanning staan.
De tweede grens is een installatie zonder aardleiding of zonder aardlekbeveiliging. In woningen van voor de jaren zeventig kom je nog groepen tegen zonder aardlek, en verlichting in een badkamer hoort daar niet aan. Dat aanpassen is meer dan een dimmer verwisselen.
De derde grens is nieuwe bedrading naar buiten of onder de vloer, en werken op hoogte. Een kabel naar de tuinverlichting vraagt om de juiste kabelsoort en om een net afgemonteerde doorvoer, en een lichtpunt in een vide of boven een trapgat bereik je niet veilig met een keukentrapje. Voor de rest van de elektra in huis geldt hetzelfde uitgangspunt: kun je niet vaststellen wat een draad doet, sluit hem dan niet aan maar laat er iemand naar kijken.