Werkbank maken die niet wiebelt en jaren meegaat
Een goede werkbank staat of valt bij drie dingen: een blad dat niet doorbuigt, een onderstel dat diagonaal stijf is en genoeg gewicht om niet mee te schuiven. Reken op een blad van 40 mm watervast multiplex of een dunner blad op een frame met dwarsregels, poten van minimaal 44 bij 94 mm en een vervangbare toplaag die je er over vijf jaar afschroeft. Wielen eronder kan prima, mits je per wiel 150 kg neemt in plaats van de 40 kg uit het schap.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Cirkelzaag met geleiderail of een afkortzaag
- Accuschroefmachine en een boormachine met houtboren
- Waterpas van minimaal 120 cm
- Winkelhaak en een rolmaat
- Lijmklemmen, minimaal vier stuks van 60 cm
- Steeksleutel of dopsleutel voor M10
- Boorstandaard of bovenfrees als je een gatenraster wilt
- Schuurmachine en een roller met korte vacht
Materiaal
- Werkblad: watervast verlijmd multiplex 40 mm, of 18 mm plaat op een frame
- Vervangbare toplaag van 18 mm MDF, underlayment of hardboard
- Vurenhout 44 bij 94 mm voor poten en regels
- Houtlijm D3 en spaanplaatschroeven 5 bij 70 mm
- Hoekankers of hoekprofielen
- Slotbouten M10 met carrosserieringen en dopmoeren
- Zwenk- en bokwielen met rem, 150 kg per wiel
- Watergedragen lak of beits
Eerst bepalen wat de werkbank moet kunnen
Een bank waarop je hout bewerkt vraagt iets anders dan een bank waarop je een motorblok of een cilinderkop legt. Bepaal daarom eerst wat er straks op gebeurt, want dat bepaalt het blad, de dikte van de poten en het gewicht van het geheel. Die volgorde geldt voor vrijwel elk meubel dat je zelf in elkaar zet: eerst het gebruik, dan pas het materiaal.
Voor houtbewerking wil je vooral een vlak blad, veel klemmogelijkheden en een voorrand waar een lijmklem omheen past. Sleutel je aan machines of sla je regelmatig ergens op, dan telt gewicht en slagvastheid zwaarder en is een ingelegde stalen plaat van 4 mm op de werkplek de moeite waard.
Over de maten wordt vaak te ruim gedacht. Een vaste werkbank van 60 cm diep is voor de meeste klussen genoeg, en dieper betekent in de praktijk alleen dat de achterste 30 cm permanent vol staat met spullen die je nooit opruimt. Lengte mag wel royaal: vanaf 150 cm werkt het prettig, en met 250 cm heb je ruimte om links te zagen en rechts te monteren.
| Onderdeel | Maat die in de praktijk werkt | Waarom deze maat |
|---|---|---|
| Werkhoogte | 85 tot 95 cm | Lager is prettig bij zwaar handwerk, hoger bij fijn werk en montage |
| Diepte | 60 tot 70 cm | Dieper ligt binnen een maand vol en je komt er niet meer bij |
| Lengte | 150 tot 260 cm | Genoeg om een zaagplek en een montageplek naast elkaar te houden |
| Overstek blad voorlangs | 5 tot 7 cm | De diepte van een grote lijmklem, zodat je overal kunt klemmen |
| Terugsprong kasten onder het blad | 3 tot 5 cm | Je tenen kunnen eronder, waardoor je rechtop bij je werk staat |
| Bladdikte massief of multiplex | 40 mm zonder frame, 18 mm met frame | 18 mm los op vier poten buigt zichtbaar door in het midden |
| Vrije hoogte onder het blad | Minimaal 60 cm | Ruimte voor ladeblokken of een legbord met zware machines |
Maak je werkbank precies even hoog als je opklapbare werktafel of workmate. Twee vlakken op dezelfde hoogte betekent dat je een lange plank of een deur altijd op twee punten kunt ondersteunen zonder te gaan stapelen met houtjes.
Welk hout voor een werkbank en welk plaatmateriaal voor het blad
Voor het frame is vurenhout ruim voldoende. De sterkte van een werkbank zit niet in de houtsoort maar in de verbindingen, en vuren van 44 bij 94 mm draagt meer dan je op een bank ooit zult leggen. Wil je het er robuuster uit laten zien, dan zijn douglasbalken van 70 bij 70 of 100 bij 100 mm een prima keuze, maar sterker dan nodig wordt het niet.
Voor het blad ligt het anders. Daar bepaalt de plaat hoe vlak je werk wordt en hoe lang je bank er netjes uitziet. Watervast verlijmd multiplex van 40 mm is de klassieke keuze en buigt op een normale overspanning nauwelijks door. Nieuw is dat prijzig, maar via een houthandelaar of tweedehands vind je regelmatig platen van 200 bij 90 cm voor rond de 120 euro.
De slimste constructie is bijna altijd een tweelaags blad: een dragende plaat en daarboven een dunnere toplaag die je van bovenaf vastschroeft. Boor je een keer door, mors je lijm of brandt er iets in, dan draai je die toplaag om of vervang je hem voor een paar tientjes. De dragende plaat blijft dan gewoon zitten.
| Materiaal voor het blad | Wat je eraan hebt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|
| Watervast verlijmd multiplex 40 mm | Stijf genoeg zonder frame, gaat decennia mee | Duur nieuw, kijk bij een houthandel of op de tweedehandsmarkt |
| Hardhout multiplex 18 mm | Goedkoper, prima met een frame eronder | Bevat soms knoesten en gaatjes, dus een toplaag erover is prettig |
| Underlayment 18 mm | Goedkoop, lijm en vlekken laten makkelijk los | Zacht, dus deuken sneller dan multiplex |
| MDF 18 mm als toplaag | Volkomen egaal en slagvast, goedkoop te vervangen | Zuigt vocht op langs de randen, dus kanten in de grondverf |
| Betonmultiplex 18 mm | Hard en waterdicht oppervlak | Zo glad dat werkstukken wegschuiven, liever niet als toplaag |
| Beuken werkblad 40 mm | Klassieke uitstraling, zeer stevig, kant en klaar te koop | Vaak gevingerlast en gelamineerd, en niet geschikt voor een vochtige ruimte |
| Houten aanrechtblad uit de bouwmarkt | Betaalbaar en meteen op maat | De kern is meestal spaanplaat, dus geen gatenraster in boren |
| Massieve of aluplex deur | Zwaar, vlak en soms voor een paar tientjes te vinden | Wegen 50 kg of meer, en verzagen kost een goed zaagblad |
| Hardboard als dunne toplaag | Ruwe kant boven werkt als antislip, met nietjes vast | Alleen als deklaag, draagt zelf niets |
Pas op met oude brandwerende deuren als werkblad. Die zijn zwaar en vlak, maar de vulling van exemplaren uit de jaren zeventig en tachtig kan asbesthoudend materiaal bevatten. Zolang je niet weet wat erin zit, ga je er niet in zagen, boren of frezen. Laat het in dat geval onderzoeken of kies een andere plaat.
Poten, schoren en een frame dat stijf blijft
De vraag die het vaakst gesteld wordt gaat over de dikte van de poten. Standaardpalen van 68 bij 68 mm ogen vaak wat iel, en het samenlijmen van vier stuks 50 bij 50 mm tot een dikke poot kan technisch prima. Alleen lost het het echte probleem niet op, want een werkbank bezwijkt zelden op de poten. Hij gaat wiebelen doordat de verbindingen na een paar jaar duwen en trekken losraken.
Zet daarom niet de poten los onder het blad, maar maak eerst een kader van regels rondom en leg het blad daarop. Het kader neemt de zijdelingse krachten op en verdeelt ze over vier poten in plaats van over vier schroefpunten. Onderin komen dwarsverbindingen tussen de poten, in beide richtingen. Die maken de bank in de lengte stijf en dienen tegelijk als voetsteun tijdens het werk.
Werk je met een pen-en-gatverbinding of een halfhoutse verbinding onderin, houd die dan niet te laag. Een verbinding vlak boven de vloer laat maar een dun stukje hout onder de uitsparing over, en juist daar scheurt het. Vijftien tot twintig centimeter hoger is constructief veel verstandiger. Kun je de achterkant dichtmaken met een plaat, doe dat dan: een dichte achterwand van 12 mm multiplex is stijver dan welke schoor ook.
Metaal is de andere route. Een gelast raamwerk van koker 50 bij 50 mm met poten van 70 bij 70 mm blijft altijd vast zitten, en een gesprongen las zet je makkelijker weer vast dan een losgetrilde houtverbinding. Dat vraagt wel een lasapparaat en enige ervaring, en het is een keuze die je vooral maakt als je toch al met metaal werkt.
Stelpoten en verstelbare poten
Een schuur- of garagevloer ligt bijna nooit waterpas, en een werkbank die op drie poten steunt gaat kantelen zodra je erop leunt. Stelpoten met een M10-draadeind in een insteekmoer zijn hier de nette oplossing: je draait ze af met een steeksleutel tot de bank waterpas staat en de wiebel eruit is. Reken op een verstelbereik van 20 tot 30 mm, meer heb je zelden nodig. Loopt je vloer echt af of ligt hij hol, dan is het beter om de vloer zelf goed vlak te leggen voordat je er een bank op zet die je later nooit meer verplaatst.
Een werkbank op wielen die niet wegrolt
Wielen onder een werkbank zijn heerlijk als je stofwerk buiten wilt doen of de bank naast je vaste bank wilt schuiven tot een hoekopstelling. De fout die bijna iedereen maakt zit in het draagvermogen. Een houten bank van 120 bij 80 cm weegt al snel 80 tot 120 kg, en met wat machines en gereedschap eronder ga je richting 200 kg. Wielen van 40 of 60 kg per stuk zijn dan te licht.
Neem wielen van minimaal 150 kg per stuk. Dat is niet alleen een kwestie van breken: zware wielen zijn ook groter, en grotere wielen rollen veel makkelijker over een drempel of een naad in de betonvloer. Twee bokwielen achter en twee zwenkwielen met rem voor stuurt het prettigst. Moet je de bank in een krappe schuur precies in een gat van 125 cm manoeuvreren, kies dan vier zwenkwielen met rem.
Bevestiging vraagt aandacht bij houten poten van 44 bij 94 mm. Een wielplaat van 100 bij 85 mm past daar niet op. Twee oplossingen werken: kies wielen met boutgatbevestiging en boor door de poot, of dik de onderkant van de poten op met een blokje zodat de plaat wel past. Dat blokje maakt de poot onderin meteen sterker.
| Type wiel | Waar het voor werkt | Aandachtspunt |
|---|---|---|
| Zwenkwiel met rem, 150 kg | De standaardkeuze onder een verrijdbare werkbank | Rem blokkeert vaak alleen het wiel, niet het zwenken |
| Zwenkwiel met totaalrem | Bank die tijdens het werk echt stil moet staan | Iets duurder, maar blokkeert wiel en zwenkbeweging |
| Bokwiel, 150 kg | Twee stuks aan de achterzijde voor rechtuit sturen | Zonder zwenkwielen ervoor krijg je de bank niet de hoek om |
| Inklapbare wielen op een hefboom | Bank die tijdens gebruik op zijn poten hoort te staan | Bukwerk bij elke verplaatsing, en het mechaniek loopt vol zaagsel |
| Scharnierende plank met twee wielen | Zelfbouwvariant, met de voet weg te kantelen | Alleen met een plank die tegen doorbuigen is verstevigd |
| Twee wielen aan een zijde, poten aan de andere | Zware bank die je als kruiwagen optilt en verrijdt | Vraagt kracht en een goede grip aan de tilzijde |
| Zwenkwiel met boutgatbevestiging | Poten smaller dan de standaard wielplaat | Boor het gat haaks, anders staat het wiel scheef |
Wil je alle stabiliteit van een vaste bank én de mobiliteit van wielen, dan zijn inklapbare werkbankwielen de tussenweg. Bij het verplaatsen kantel je ze uit, tijdens het werk staat de bank op zijn houten poten. Kies dan wel een mechaniek dat je met je voet bedient, want anders gebruik je het na een half jaar niet meer.
Een werkbank van stellingmateriaal
Wie een zware bank wil zonder een frame te hoeven bedenken, komt vaak uit bij tweedehands magazijnstelling. Een gebruikte haakstelling of palletstelling koop je op een veiling of via een handelaar voor weinig, en de liggers en staanders haken zo strak in elkaar dat de constructie al stijf is voordat je er iets aan gedaan hebt. Zaag de staanders op de gewenste hoogte af, meet het geheel droog op en las of bout de delen daarna definitief vast.
Bij zo'n stellingkast als werkbank krijg je de legborden er meestal gratis bij, en die zijn precies waar je zware machines op kwijt kunt. Reken wel op gewicht: een in elkaar gezette stelling van 250 cm til je niet alleen naar binnen. Meet de doorgang van je schuur op voordat je hem buiten in elkaar zet.
De stellingliggers hebben doorgaans geen dwarsschoren in de lengterichting. Voor montagewerk en schroeven is dat geen probleem, maar ga je met de hand schaven of trek je hard in een bankschroef, dan wil je een schoor achterop of een dichte achterwand. De ladeblokken die je er later onder schroeft doen in de praktijk hetzelfde werk. Meer over dit soort constructies vind je in ons overzicht over hout en timmerwerk in en om het huis.
Zet het staal wel in de verf voordat je de kasten monteert, want daarna kom je er niet meer bij. Een krasvaste watergedragen lak werkt prima, mits je hem anders verwerkt dan verf op terpentinebasis.
Een werkbank maken met lades en kasten eronder
De ruimte onder een werkbank is de goedkoopste opbergruimte van je hele schuur, en met open planken raakt alles binnen een jaar bedolven onder zaagsel. Gesloten lades lossen dat op, maar zelf een reeks lades timmeren is veel werk. Tweedehands ladeblokken van kantoorbureaus zijn hier de kortste weg: ze zijn stevig, kosten weinig en je kunt er met twee man op gaan staan zonder dat ze krimpen.
Monteer die blokken strak tegen de onderkant van het blad en schroef ze vast. Dan doen ze meteen dienst als extra ondersteuning, waardoor het blad in het midden niet meer kan doorzakken. Vier of vijf blokken naast elkaar onder een bank van 200 cm geeft een verrassend nette werkplek.
Dat volgorde-detail is belangrijker dan het lijkt: lades werken alleen in een blad dat vlak blijft. Buigt je werkblad zichtbaar door, dan lopen de lades klem en krijg je ze niet meer open of dicht. Maak het blad dus eerst recht, met een dwarsregel of een extra plaat, en zet daarna pas de lades erin.
Voor echt zware machines zijn lades geen goed idee. Een metaalafkortzaag van 30 kg til je niet in een lade en je legt hem toch weer op de bank. Een legbord onder het blad met zware uitschuifbare rails werkt beter: je schuift het legbord uit, zet de machine erop en schuift hem terug. Een rubberen flap ervoor houdt het meeste stof buiten.
Een vaste plek voor de afkortzaag in je werkbank
Een afkortzaag op een werkbank vraagt twee dingen: de machine staat onwrikbaar vast en het materiaal ligt links en rechts op dezelfde hoogte ondersteund. Zonder dat tweede zaag je vroeg of laat scheef, omdat een lange plank wegkantelt zodra hij doorgezaagd is.
De mooiste oplossing is een zaagstation: je verlaagt een deel van het blad precies zoveel als de voet van de zaag dik is, zodat de zaagtafel gelijk ligt met de rest van het werkblad. Links en rechts zet je een aanslag met een verstelbare stop, en dan zaag je maatwerk zonder telkens af te tekenen. Voor het uitwerken van zo'n uitsparing helpt het om eerst een werktekening op maat te maken, want de voethoogte verschilt per merk en type.
Heb je weinig ruimte en moet de zaag er af en toe af, maak dan een losse grondplaat. Schroef de afkortzaag op een plaat van 18 mm multiplex en lijm daaronder een tweede plaat die net iets kleiner is dan de eerste, zodat er rondom een rand ontstaat die achter de rand van je bank of tussen de klembekken van een workmate valt. Vierkant maken heeft daarbij een voordeel: dan heb je vier standen en kun je de zaag een kwartslag draaien in een krappe hoek.
Maak geen draaischijf onder een afkortzaag. Een zaag die tijdens het zagen ook maar iets kan meedraaien, klemt het zaagblad en gooit het werkstuk terug. Wil je de machine kunnen draaien, doe dat dan door de hele grondplaat los te nemen en opnieuw te klemmen, met een verbinding die geen speling heeft.
De bankschroef zo monteren dat hij vast blijft zitten
Bijna iedere houten werkbank krijgt hetzelfde mankement: na een paar jaar zit de bankschroef los. Dat komt doordat houtdraadschroeven in een multiplexblad de wisselende trek- en wringkrachten niet blijven houden. Het hout rondom de schroef wordt geleidelijk wijder en dan is aandraaien geen oplossing meer.
De aanpak die wel houdt is doorbouten. Gebruik slotbouten van M10 door het hele blad, met onder het blad een carrosseriering onder elke moer. Die brede ring verdeelt de kracht over een veel groter oppervlak dan een gewone ring, en juist die drukverdeling maakt het verschil. Past de kop van een slotbout niet in het gat van je bankschroef, dan zet je hem andersom: bout van onderaf omhoog, moer aan de bovenzijde. Vervang die moer daarna door een dopmoer, zodat je je knokkels niet openhaalt aan de draadeinden.
Zit er een metalen ligger onder het blad, dan is een stalen strip of een hoekprofiel onder de bevestigingspunten nog beter. Een zware bankschroef van 130 mm oefent bij het rechtbuigen van materiaal aanzienlijke krachten uit, en die wil je in staal opvangen in plaats van in hout.
Denk ook aan de plaats. Monteer de bankschroef op een hoek, met de vaste kaak gelijk of net achter de voorrand van het blad. Dan kun je een lange lat verticaal inklemmen zonder dat hij tegen de bank aanloopt. Een blad dat 5 tot 7 cm oversteekt geeft je daarbij de ruimte om er comfortabel voor te staan.
Een werkblad met gaten voor klemmen en aanslagen
Een raster van 20 mm gaten in je werkblad verandert de bank in een spanplaat: je zet er snelspanners, aanslagen en hoekstukken in en klemt een werkstuk overal vast. De bekendste uitvoering werkt met gaten van 20 mm in een raster van 96 mm hart op hart, en die maat kun je zelf aanhouden zodat gangbare accessoires passen.
Wat telt is niet de gelijke afstand maar de haaksheid. Een gat dat twee millimeter scheef staat, laat je aanslag over de hele lengte een halve graad uit het lood lopen. Met een boorstandaard en strak afgetekende lijnen kom je verrassend ver: een blad met ruim honderd gaten is prima met de hand te boren als je de lijnen met een lange rei en een goede winkelhaak uitzet.
Wil je het nauwkeuriger, dan maak je een mal. Boor in een rechte strook multiplex twee gaten op precies de juiste afstand en pers er boorbussen in, bijvoorbeeld 12 naar 6 mm. Je boort het eerste gat, zet de mal vast met een deuvel in dat gat en boort het tweede. Daarna verschuif je de mal telkens één positie op. De boorbus voorkomt dat de mal na twintig gaten uitgesleten is en je gaten gaan zwerven.
Met een bovenfrees en een kopieerring werkt hetzelfde principe, en die geeft altijd een loodrecht gat. Doe dit in de vervangbare toplaag en niet in de dragende plaat: dan kun je het raster over een paar jaar opnieuw maken zonder je hele bank te slopen. In een blad met een spaanplaatkern boor je dit raster niet, want de gaten brokkelen uit.
Heb je maar één rij gaten nodig, leg dan een stuk gaatjesboard op je blad en frees of boor daar doorheen. De gaten daarin zitten al op een vaste steek, en je bent binnen tien minuten klaar zonder een mal te bouwen.
De werkbank inpassen in je schuur of garage
In een schuur speelt de wand een grote rol. Bij een houten schuur of een muur van kalkzandsteen kun je de bank aan de wand koppelen en win je meteen stijfheid in de lengterichting. Bij sandwichpanelen of een dunne wand van gipsplaat kan dat niet: daar hangt de bank aan niets en moet de stijfheid volledig uit het onderstel komen. Welke plug in welke wand hoort en welke boor je daarbij nodig hebt, zoek je op in onze plug- en boorkiezer per wandtype.
Wil je juist geen poten aan de voorzijde, bijvoorbeeld omdat er een stoel of een machine onder moet passen, dan is een aan de wand gedragen blad een optie. De constructie daarvoor lijkt sterk op die van een zwevend bureau zonder poten: dragende beugels of een lat in de wand, en een blad dat het moment opvangt. Reken er wel op dat een werkbank veel hogere puntlasten krijgt dan een bureau.
Hang je gereedschapsrekken aan de balklaag boven de bank, kijk dan eerst waar de balken lopen en hoeveel je erin hangt. Dezelfde afweging maak je bij het ophangen van een bokszak aan een balklaag: niet elke balk is er zonder verdeelplaat op berekend.
De muur achter de bank is het makkelijkst af te werken voordat de bank er staat. Een gladgemaakte en gerepareerde wand houdt minder stof vast en je kunt er zonder gedoe een gereedschapsbord tegenaan schroeven.
Een werkbank waar je steeds een verlengsnoer overheen moet trekken, werkt slecht. Zet daarom stopcontacten rondom, en het liefst aan de voorzijde in een platte goot onder de bladrand. Daar zitten ze uit de weg van zaagsel en vallende spullen, en je snoeren liggen niet over je werkstuk. Eén schakelaar waarmee je de hele bank in één keer spanningsloos maakt, is een goede toevoeging voor als je een machine met een blokkeerbare schakelaar aan de bank laat.
Boven de bank wil je licht dat niet vanachter je schouder komt. Een lichtstrip aan de voorzijde van een plank of in een koof langs het plafond verlicht je werkstuk in plaats van je rug. In een schuur met een hoge nok werkt een verlaagd plafond boven het werkgedeelte goed: het licht komt dichterbij en de ruimte warmt sneller op.
De bank in de lak zetten
Voor de afwerking is een watergedragen lak prima, maar je verwerkt hem anders dan verf op terpentinebasis. Rol dun aan met een roller met korte vacht, precies zo dun dat het net dekt, rol één keer snel na en blijf er daarna vanaf. Blijf je uitrollen zoals je gewend bent, dan trekt de lak dicht en krijg je zakkers of luchtblaasjes. Een schuimroller met een extra fijne vacht geeft juist blaasjes, dus die laat je hier staan.
Een opstaande rand langs de achterkant en de zijkanten houdt schroefjes en boortjes op de bank. Voorlangs zet je in plaats daarvan een aluminium stootrand, want daar wil je juist niets in de weg hebben bij het klemmen.
Een aparte groep in de meterkast leg je niet zelf aan. Stopcontacten in een goot koppelen op een bestaande groep is werk dat je met kennis van zaken kunt doen, maar het aansluiten van een nieuwe groep achter de hoofdzekering hoort bij een installateur. Werk in de schuur bovendien met randaarde en, als het een vochtige ruimte is, met de juiste beschermingsgraad.
Zo bouw je je werkbank op
Deze volgorde geldt voor een houten bank met een frame, een tweelaags blad en kasten eronder.
-
Meet de ruimte op en teken de bank uit
Meet de plek op, ook de doorgang waar de bank doorheen moet als je hem buiten in elkaar zet. Teken daarna het onderstel op ware maat uit met de balkmaten die je echt gaat kopen. Een tekening met de werkelijke 44 bij 94 mm laat meteen zien waar twee balken elkaar in de weg zitten.
-
Zaag het frame en zet de poten in een kader
Zaag alle delen in één sessie zodat de lengtes gelijk zijn. Maak eerst het bovenkader van regels rondom en zet de poten daar binnenin vast met lijm en doorgaande schroeven van 5 bij 70 mm. Het kader draagt straks het blad, niet de kopse kant van de poten.
-
Breng de dwarsverbindingen en de achterwand aan
Zet onderin dwarsregels tussen de poten, in beide richtingen, op ongeveer 20 cm boven de vloer. Schroef daarna een plaat van 12 mm multiplex tegen de achterzijde. Die plaat maakt het frame diagonaal stijf en scheelt je een reeks schuine schoren.
-
Stel het onderstel waterpas
Zet het frame op zijn plek en leg een lange waterpas in beide richtingen. Draai de stelpoten af tot de bank nergens meer wiebelt als je op een hoek leunt. Doe dit voordat het blad erop ligt: een verwrongen onderstel neemt het blad mee en dan werk je voortaan op een scheve plaat.
-
Leg de dragende plaat op en schroef van onderaf vast
Leg de plaat op het kader met de gekozen overstek van 5 tot 7 cm aan de voorzijde. Schroef vanaf de onderkant door het kader in de plaat, zodat er geen schroefkoppen in je werkvlak zitten. Gebruik schroeven die minstens 10 mm korter zijn dan de bladdikte.
-
Monteer de vervangbare toplaag
Leg de toplaag van 18 mm erop en schroef die juist wel van bovenaf vast, met verzonken koppen. Zo haal je hem er later in tien minuten weer af. Zet de kopse kanten van MDF in de grondverf, want die zuigen vocht op en zetten dan uit.
-
Zet de bankschroef doorgaand vast
Boor de gaten voor de bankschroef door het hele blad heen en gebruik slotbouten M10 met carrosserieringen. Zet de moer eerst met een gewone moer strak en vervang die daarna door een dopmoer. Op een houten blad zonder stalen ligger leg je onder de bevestiging nog een stalen strip.
-
Bouw de kasten in en werk de bank af
Schuif de ladeblokken strak tegen de onderkant van het blad en schroef ze vast, zodat ze het blad ondersteunen. Monteer daarna de wielen of stelpoten, de stopcontacten en de verlichting. Lak het geheel pas als de indeling vaststaat, want dan hoef je nergens meer bij te werken.
Plug- en boorkiezer
Kies je muursoort en het gewicht dat eraan moet hangen, en zie welke plug, schroef en boormaat je nodig hebt. Bekijk alle gegevens
| Muursoort | Zo herken je hem | Plug die past | Boor en maat | Wat je eraan kunt hangen |
|---|---|---|---|---|
| Beton | Grijs, keihard, boorstof is grijs en fijn, de boor loopt zwaar | Nylon plug of, bij zwaar werk, een keilbout | Steenboor met hamerfunctie, 6, 8 of 10 mm | Alles, ook een hangend toilet of een boiler, mits de plug diep genoeg zit |
| Kalkzandsteen | Lichtgrijs tot wit, glad breukvlak, boorstof is wit en zanderig | Nylon plug, boren zonder klopstand | Steenboor zonder hamerfunctie, 6 of 8 mm | Keukenkasten, wastafels, radiatoren |
| Baksteen | Rood tot bruin, boorstof is rood, harder dan voeg | Nylon plug, altijd in de steen en niet in de voeg | Steenboor met hamerfunctie, 6 of 8 mm | Zware kasten en wandbeugels, mits je de steen raakt en niet de voeg |
| Gipsplaat | Klinkt hol, boort weg als boter, boorstof is wit poeder | Hollewandplug met vleugels, tuimelplug of gipsplaatanker | Houtboor of steenboor, maat volgens de plug | Schilderij, spiegel en lichte kast tot ongeveer 10 kg per plug |
| Gasbeton | Lichtgrijs, heel licht van gewicht, kruimelt makkelijk | Speciale gasbetonplug of een lange schroef zonder plug | Houtboor, geen hamerfunctie, plug bepaalt de maat | Lichte tot middelzware last, verdeel over meer punten |
| Gipsblok | Wit tot lichtgeel, zacht, boorstof is wit gips | Gipsblokplug of chemisch anker bij zwaar werk | Houtboor zonder klopstand | Middelzware last, geen hangend toilet zonder voorzetframe |
| Holle steen | Klinkt hol, de boor zakt ineens door in de holte | Hollewandplug of chemisch anker met zeefhuls | Steenboor zonder hamerfunctie zodat de wand niet uitbreekt | Middelzwaar, met een chemisch anker ook zwaar |
| Hout | Herkenbaar, boorstof is krullend | Geen plug nodig, houtschroef volstaat | Houtboor, voorboren op ongeveer 70 procent van de schroefkerndiameter | Alles, mits je in het hart van de regel schroeft |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Controleer dit voordat je de bank in gebruik neemt
Uit de praktijk
Een werkbank van stellingliggers waarvan de bankschroef nergens vast wilde
Een tweedehands haakstelling werd op maat gezaagd en tot een bank van 260 cm gelast. Als blad kwam er een zware multiplex deur van 230 bij 90 cm en 5 cm dik op, met daarboven nog een plaat van 15 mm hardhout multiplex als vervangbare toplaag. Toen de bankschroef van 130 mm gemonteerd moest worden, bleek dat lastig: de gaten in de voet namen maximaal M10, aan de voorzijde zat alleen hout en aan de achterzijde 65 mm hout plus een stalen ligger.
De oplossing was doorbouten met slotbouten met een kleine kop, van onderaf naar boven, en de moeren aan de bovenzijde vervangen door dopmoeren tegen openhalen van de knokkels. Onder het blad werden bovendien twee zware hoekprofielen tegen de ligger gelast, precies onder de bevestigingspunten. Sindsdien zit de bankschroef muurvast en beweegt er niets meer bij zwaar buigwerk.
Wielen die veel te licht waren ingeschat
Een verrijdbare werktafel van 1200 bij 800 mm en 920 mm hoog werd gebouwd met een blad van twee verlijmde platen multiplex en balken van 44 bij 94 mm op de hoeken. Voor de mobiliteit lag er een set wielen klaar met 40 tot 60 kg draagvermogen per stuk, gewoon omdat dat de standaardmaat in het schap was.
Doorrekenen liet zien dat dat niet klopte. De tafel zelf zat al richting de 100 kg, en met materiaal en machines eronder kwam er nog een flinke last bij. Uiteindelijk werden het vier zwenkwielen met rem van een zwaardere klasse, met boutgatbevestiging omdat de standaard wielplaat niet op een balk van 44 mm breed past. Vier zwenkwielen in plaats van twee bok en twee zwenk was hier de juiste keuze, omdat de tafel in een opening van 125 cm moest kunnen draaien.
Lades onder een blad dat al doorboog
Onder een bestaande werkbank van ongeveer 200 cm breed moest 40 cm aan lades komen, en de eigenaar had geen zin om een reeks lades te timmeren. Bij het opmeten viel meteen op dat het werkblad in het midden zichtbaar doorzakte, met open planken eronder die niets droegen.
Lades inbouwen had zo geen zin: bij een doorbuigend blad lopen de laden klem en krijg je ze niet meer open of dicht. De aanpak werd omgekeerd. Eerst kwamen er vier tweedehands ladeblokken van kantoorbureaus strak tegen de onderkant van het blad, vastgeschroefd door de zijwanden. Die blokken zijn zo stevig dat er twee man op kunnen staan, en ze namen de doorbuiging in één keer weg. De opbergruimte was daarmee ook meteen geregeld, zonder één lade te hoeven maken.
Ruim honderd gaten in een werkblad, zonder dure mal
Voor een zelfbouwbank moest er een raster van ruim honderd gaten van 20 mm in het blad. De eerste gedachte was een bovenfrees met geleiderail, omdat die altijd een loodrecht gat geeft. Het knelpunt zat niet in de rechte lijnen maar in de gelijke tussenafstand: aftekenen met een potlood geeft al twee millimeter onnauwkeurigheid per streep.
Wat werkte was een mal met boorbussen. In een haakse strook multiplex kwamen twee gaten op de exacte steek, met een boorbus van 12 naar 6 mm erin zodat het gat niet uitslijt. Met een deuvel in het vorige gat schuift de mal telkens één positie op en blijft de afstand gelijk. Uiteindelijk bleek de combinatie van strak uitgezette lijnen en een goede boorstandaard al zo nauwkeurig dat de bovenfrees er niet meer aan te pas hoefde te komen.
Veelgemaakte fouten
Een dunne plaat op vier poten leggen en het een werkbank noemen
Betonmultiplex of underlayment van 18 mm is met alleen vier poten eronder niet stijf genoeg. Je ziet het blad in het midden meegeven zodra je ergens op slaat of een lijmklem aanzet. Leg er een frame van regels rondom met minstens één dwarsregel in het midden onder, of kies meteen een plaat van 40 mm.
Betonmultiplex als bovenste laag kiezen
Het oppervlak is hard en waterdicht, wat aantrekkelijk klinkt. Alleen is het ook spiegelglad, en dat betekent dat werkstukken en gereedschap steeds wegschuiven terwijl je ze juist stil wilt houden. Een laag underlayment, MDF of hardboard met de ruwe kant naar boven werkt in de praktijk veel prettiger.
Wielen kopen op basis van wat er in het schap ligt
De standaardwielen in de bouwmarkt zitten vaak rond de 40 tot 60 kg per stuk. Een beladen werkbank zit al gauw op 200 kg, en dan zijn die wielen ondermaats en rollen ze zwaar. Neem 150 kg per wiel, dan heb je meteen grotere wielen die over een drempel rollen in plaats van ertegenaan lopen.
De bankschroef met houtdraadschroeven vastzetten
Het zit de eerste maanden prima, en dat is precies het probleem. Door de wisselende krachten wordt het hout rond de schroeven wijder en dan helpt aandraaien niet meer. Doorbouten met M10 en carrosserieringen onder het blad houdt wel, ook na jaren rechtbuigen en klemmen.
De onderste dwarsverbinding te laag aanbrengen
Een halfhoutse verbinding of pen-en-gat vlak boven de vloer laat maar een dun stukje hout onder de uitsparing over. Dat is het punt waar je poot scheurt zodra er zijdelings aan de bank getrokken wordt. Leg die verbinding 15 tot 20 cm hoger, dan blijft er genoeg materiaal onder zitten.
De bank dieper maken dan 70 cm
Een diepte van 80 of 90 cm klinkt luxe, maar de achterste dertig centimeter wordt binnen een maand een verzamelplek waar je niet meer bij komt. Je verliest werkruimte in plaats van dat je hem wint. Blijf op 60 tot 70 cm en maak de bank liever langer.
De afkortzaag los op het blad laten staan
Een afkortzaag die alleen op zijn eigen voet staat, verschuift bij het inzetten en trilt bij het uitlopen. Schroef hem vast of klem hem met twee lijmklemmen op een grondplaat. Zorg tegelijk voor steun links en rechts op dezelfde hoogte, anders kantelt het afgezaagde deel weg en loopt je zaagsnede uit.
Watergedragen lak verwerken als ouderwetse verf
Opzetten, uitrollen en aan het eind nog eens narollen werkt bij watergedragen lak niet. Het spul trekt tijdens het rollen al dicht, en dan krijg je zakkers waar je dik hebt opgebracht en dekkingsverschillen waar je dun hebt gewerkt. Rol dun, ga er één keer snel overheen en laat het daarna met rust.
Veelgestelde vragen
Welk hout voor een werkbank kun je het beste gebruiken?
Voor het frame is vurenhout van 44 bij 94 mm ruim voldoende, want de sterkte zit in de verbindingen en niet in de houtsoort. Wil je zwaardere poten die er robuuster uitzien, kies dan douglas van 70 bij 70 of 100 bij 100 mm. Voor het blad ga je een andere kant op: watervast verlijmd multiplex van 40 mm of een beuken werkblad is daar de gangbare keuze, met een dunnere vervangbare toplaag erover.
Hoe hoog moet een werkbank zijn?
Voor de meeste mensen ligt de prettige werkhoogte tussen 85 en 95 cm. Werk je vooral met handgereedschap en zet je kracht, dan is lager fijner omdat je vanaf je schouders kunt duwen. Doe je vooral montagewerk en fijn werk, dan wil je juist hoger zitten. Een goede vuistregel is het blad op de hoogte van je polsen als je rechtop staat met hangende armen, en daarna nog even controleren of je opklapbare werktafel op dezelfde hoogte staat.
Waar let ik op bij een werkbank maken in de schuur?
Kijk eerst naar de vloer en de wand. Een schuurvloer ligt zelden waterpas, dus stelpoten zijn er bijna altijd nodig. Bestaat de wand uit sandwichpanelen of dunne beplating, dan kun je de bank er niet aan koppelen en moet alle stijfheid uit het onderstel komen: dwarsregels onderin en een dichte achterwand. Meet ook de doorgang op voordat je een bank van 250 cm buiten in elkaar zet, want een in elkaar gezette stelling til je met vier man en niet met twee.
Welke wielen heb ik nodig onder een werkbank?
Reken minimaal 150 kg draagvermogen per wiel. Een houten werkbank van 120 bij 80 cm weegt zelf al 80 tot 120 kg, en met gereedschap en machines erop en eronder zit je zo op 200 kg. Zware wielen zijn ook groter, en dat is een tweede voordeel: ze rollen over een drempel of een vloernaad heen in plaats van ertegenaan te lopen. Neem twee bokwielen en twee zwenkwielen met rem, of vier zwenkwielen als de bank in een krappe ruimte moet kunnen draaien.
Kun je de werkbankwielen inklapbaar maken?
Dat kan, en het is de manier om verplaatsbaarheid te combineren met een bank die tijdens het werk gewoon op zijn poten staat. Er zijn kant-en-klare inklapbare werkbankwielen met een hefboom, en je kunt het zelf maken door twee wielen op een scharnierende plank te zetten die je met je voet wegkantelt. Kies dan wel een uitvoering die je staand bedient, want een mechaniek waarvoor je elke keer op je knieën moet, gebruik je na een half jaar niet meer.
Hoe maak ik een werkbank met lades zonder alle lades zelf te timmeren?
Gebruik tweedehands ladeblokken van kantoorbureaus. Ze zijn stevig genoeg om er met twee man op te staan, kosten weinig en passen vaak precies onder een werkblad van standaardhoogte. Schuif ze strak tegen de onderkant van het blad en schroef ze door de zijwanden vast, dan ondersteunen ze het blad meteen. Voor zware machines maak je liever een legbord met uitschuifbare rails, want een metaalafkortzaag van 30 kg krijg je nooit netjes in een lade.
Kan ik een stellingkast als werkbank gebruiken?
Ja, en het is een van de snelste manieren aan een zware bank te komen. Tweedehands magazijnstelling of haakstelling is goedkoop, en de liggers en staanders haken zo strak in elkaar dat de constructie zonder extra werk al stijf staat. Zaag de staanders op werkhoogte af en las of bout het geheel definitief vast. Reken op een schoor of dichte achterwand als je met de hand gaat schaven, want in de lengterichting zit er meestal niets.
Welke maat poten voor een werkbank is stevig genoeg?
Vurenhout van 44 bij 94 mm is voor een gewone werkbank ruim voldoende, en 68 bij 68 mm haalt het ook. Vier palen van 50 bij 50 mm tot één dikke poot verlijmen kan, maar het lost het echte probleem niet op. Een werkbank bezwijkt zelden op de poot: hij gaat wiebelen doordat de verbinding met het blad losraakt. Steek je energie daarom in een kader rondom bovenop de poten en in dwarsverbindingen onderin, niet in dikker hout.
Heb ik stelpoten of verstelbare poten onder mijn werkbank nodig?
Op een betonvloer in een garage of schuur bijna altijd wel. Zulke vloeren liggen zelden vlak, en een bank die op drie van de vier poten steunt gaat kantelen zodra je erop leunt. Stelpoten met een M10-draadeind in een insteekmoer en een verstelbereik van 20 tot 30 mm zijn genoeg. Zet je de bank op wielen, dan is de rem niet hetzelfde als een stelpoot: een geremde bank kan nog altijd op zijn veren wiegen.
Heb ik een bouwtekening voor een werkbank nodig?
Voor een eenvoudige bank kun je zonder, maar een tekening met de werkelijke balkmaten voorkomt dat je bij het monteren ontdekt dat twee balken elkaar in de weg zitten. Teken vooral de hoekverbindingen uit en de plek waar de kastjes komen. Werk je met de maten van een specifieke afkortzaag of bankschroef, meet die dan eerst op en zet ze in de tekening, want die verschillen per merk en type.
Hoe maak ik een werkbankblad met gaten voor spanners?
Houd 20 mm gaten aan in een raster van 96 mm hart op hart, dan passen gangbare snelspanners en aanslagen. Boor de gaten in de vervangbare toplaag en niet in de dragende plaat, zodat je het raster later opnieuw kunt maken. Nauwkeurigheid haal je uit een mal: twee gaten in een haakse strook multiplex met boorbussen erin, en een deuvel in het vorige gat om de mal telkens één positie op te schuiven. In een blad met een spaanplaatkern boor je dit niet, want die gaten brokkelen uit.
Kan ik een werkbank maken met materiaal uit de bouwmarkt?
Dat kan prima. Bij de Gamma of een andere bouwmarkt vind je vurenhout, plaatmateriaal en wielen om een complete bank van te bouwen, en veel filialen zagen de platen gratis op maat. Let alleen op twee dingen: de wielen in het schap zijn vaak te licht, en de houten keukenbladen die als werkblad worden aangeprezen hebben meestal een spaanplaatkern. Voor een blad van 40 mm watervast multiplex ben je bij een houthandel of op de tweedehandsmarkt vaak goedkoper uit.
Wanneer je beter een vakman belt
Een werkbank bouwen is klussen dat je met basisgereedschap zelf kunt doen. Er zijn wel een paar punten waarop je beter iemand anders inschakelt.
Het eerste is elektra. Stopcontacten aan de bank koppelen op een bestaande groep kun je met kennis van zaken doen, maar een nieuwe groep aanleggen achter de hoofdzekering in de meterkast is werk voor een installateur. In een vochtige schuur of garage komt daar de juiste beschermingsgraad en aardlekbeveiliging bij kijken.
Het tweede is een gelast stalen onderstel. Een bank van koker en hoekstaal is fantastisch stijf, maar lassen zonder ervaring geeft verbindingen die er goed uitzien en toch niet doorgelast zijn. Laat het staal snijden en lassen door iemand die het dagelijks doet, en doe zelf de montage en de afwerking.
Het derde is asbestverdenking. Oude brandwerende deuren zijn geliefd als werkblad, maar in exemplaren uit de jaren zeventig en tachtig kan asbesthoudend vulmateriaal zitten. Zagen, boren of schuren maakt dan vezels vrij. Weet je het niet zeker, laat een monster onderzoeken of kies gewoon een andere plaat.
Wil je de bank aan een wand of aan de balklaag koppelen en twijfel je of die constructie de belasting aankan, leg dat dan voor aan een timmerman. Een gereedschapsrek dat naar beneden komt terwijl jij eronder staat, is een risico dat je niet voor een uurtje advies wilt lopen.