Muurplaat voor een kraan: kiezen, inbouwen en aansluiten
Een muurplaat is het vaste eindpunt van je waterleiding, waar je de kraan in draait zonder aan de buis te trekken. Het werk valt of staat bij drie dingen: de juiste maatcombinatie van leiding, binnendraad en hartafstand, een plaat die waterpas en haaks in de wand zit, en een leiding die je met soldeer of pers aansluit in plaats van met knel. De kraan draai je er daarna met hennep of teflon op, waarbij je eerst droog indraait en je slagen telt zodat hij recht uitkomt.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Kort waterpasje van 20 tot 30 cm dat op de beugel past
- Sleuvenfrees of speedboor met een steenbeitel
- Klopboormachine met steenboren voor de pluggen
- Diamantboor van 22 en 28 mm voor een doorvoer door de gevel
- Buissnijder voor koper
- Soldeerbrander met vlamdeken, of een persmachine met de juiste bek
- Twee waterpomptangen of steeksleutels
- Zaagblaadje om schroefdraad op te ruwen
- Metaalzaag of haakse slijper om schroefdraad in te korten
- Platte vijl
Materiaal
- Muurplaat in de juiste maat, enkel of dubbel uitgevoerd
- Puntstukken in soldeer- of persuitvoering
- S-koppelingen in de bijpassende maatsprong
- Teflontape, of hennep met een voor drinkwater goedgekeurde afdichtpasta
- Rozetten in de kleur van de kraan
- Roestvaststalen schroeven en pluggen
- Metselspecie zonder kalk
- Mantelbuis of isolatiekous voor het koper
- Zachtsoldeer en vloeimiddel voor drinkwater
- Schuurvlies en een reinigingsdoek
Wat een muurplaat doet en welke soorten er zijn
Een muurplaat is een messing of bronzen fitting met binnendraad die je vastschroeft aan de wand, en waar de kraan vervolgens in draait. De plaat vangt alle kracht van het aandraaien op, zodat die kracht niet op de koperen leiding erachter komt te staan. Wie een kraan rechtstreeks op een leiding zet, trekt bij elke draai aan de buis in de muur, en daar ontstaan lekkages die je pas maanden later ziet. Welke aansluitvorm bij welk type kraan hoort, zetten we op een rij in ons overzicht over kranen en hun aansluitingen.
In de handel kom je hetzelfde onderdeel onder verschillende namen tegen. Wandplaat, wandschijf en muurplaatje betekenen precies hetzelfde, en de dubbele uitvoering met een vaste beugel ertussen heet meestal geminibeugel of koppelplaat. Vraag je in de groothandel om een geminibeugel van 150 mm, dan weet iedereen wat je bedoelt.
Let op dat je in bouwtaal nog een tweede muurplaat tegenkomt die hier niets mee te maken heeft. In een dakconstructie is de muurplaat de balk waar de spanten op rusten, een houten onderdeel van een paar meter lang. Zoek je op de term, dan krijg je die twee door elkaar, dus geef er in een bouwmarkt altijd bij dat je een kraanaansluiting bedoelt.
| Type muurplaat | Hoe hij eruitziet | Waar je hem voor gebruikt |
|---|---|---|
| Enkele muurplaat | Eén binnendraad haaks op de wand, op een plaatje met twee of drie schroefgaten | Wasmachinekraan, fonteinkraan, wandkraan boven het aanrecht, buitenkraan |
| Dubbele muurplaat of geminibeugel | Twee platen vast verbonden door een beugel, standaard 150 mm hart op hart | Douchekraan en badkraan, waar de hartafstand tot op de millimeter moet kloppen |
| Stromende muurplaat | Muurplaat met aan twee zijden een leidingaansluiting, zodat het water erlangs stroomt | Doorstromen van de leiding langs het tappunt, tegen stilstaand water |
| Zolderplaat of doorvoerplaat | Twee keer binnendraad recht tegenover elkaar, in één lijn | Achteraansluiting, waarbij de leiding recht van achteren de kraan in komt |
| Opbouw wandplaat | Klein plaatje met binnendraad dat je op een zichtbare leiding soldeert of perst | Kranen op opbouwleidingen, zonder hak- of freeswerk in de wand |
| Gevelkom | Verzonken bak in de gevel met daarin een muurplaat, meestal 1/2" | Buitenkraan die niet uit het metselwerk mag steken |
Koop de kraan voordat je gaat hakken, niet andersom. De hartafstand, de wartelmaat en de lengte van de schroefdraad staan pas vast als je het doosje in handen hebt, en een sleuf die tien millimeter verkeerd zit hak je niet even terug.
Afmetingen van muurplaat en kraan: leiding, duim en hartafstand
De afmetingen van een muurplaat kraan draaien om twee maten die tegelijk moeten kloppen. Aan de achterkant zit de leidingmaat, in Nederland meestal 12, 15 of 22 mm koper, en aan de voorkant zit de duimmaat van de binnendraad. De gangbare combinaties zijn 12 mm met 3/8", 15 mm met 1/2" en 22 mm met 3/4". Een muurplaat kraan 12mm koop je dus als 12 x 3/8", en een muurplaat die je op meerlagenbuis perst bestaat in 16 x 1/2".
De derde maat die alles bepaalt is de hartafstand, oftewel de afstand tussen de twee aansluitingen bij een mengkraan. Twee waarden zijn standaard en de rest is uitzondering: 150 mm bij een 1/2" beugel en 120 mm bij een 3/8" beugel. Aan die keuze hangt automatisch vast welke wartels de kraan heeft en welke S-koppelingen je nodig hebt.
Kom je op een 1/2" muurplaat een kraan met 1/2" wartels tegen, dan is er iets niet in de pas. Dat betekent bijna altijd dat de kraan bij een 3/8" beugel hoort of dat de beugel bij een andere kraan hoort. Je kunt dat oplossen met S-koppelingen van 1/2" x 1/2" met een grote sprong, maar die zijn soms net zo duur als een passende kraan. Andere standaardmaten in huis, zoals aansluithoogtes en werkbladhoogtes, staan in ons overzicht met standaardmaten en aansluithoogtes.
| Leiding | Muurplaat | Hartafstand | S-koppeling | Wartels van de kraan |
|---|---|---|---|---|
| 12 mm koper | 12 x 3/8" binnendraad | 120 mm | 3/8" x 1/2" | 1/2" |
| 15 mm koper | 15 x 1/2" binnendraad | 150 mm | 1/2" x 3/4" | 3/4" |
| 16 mm meerlagenbuis | 16 x 1/2" met perskoppeling | 150 mm met dubbele plaat | 1/2" x 3/4" | 3/4" |
| 22 mm koper | 22 x 3/4" binnendraad of zolderplaat 3/4" x 3/4" | Los tappunt, geen hartafstand | Niet van toepassing | 3/4" buitendraad aan de kraan |
| 15 mm koper naar een 3/4" kraan | 15 x 1/2" met verloopnippel 1/2" x 3/4" | Los tappunt | Niet van toepassing | 3/4" |
De muurplaat inbouwen: sleuf, diepte en waterpas
De sleuf maak je met een sleuvenfrees, met een klopboormachine en beitel, of bij zachte blokken met een speedboor. In Ytong of gasbeton boor je met een houtspeedboor een rij gaten onder elkaar en krab je de rest ertussenuit, wat sneller gaat en minder stof geeft dan hakken. Voor kalkzandsteen en beton huur je beter een sleuvenfrees met stofafzuiging, want daar krijg je met een beitel weinig moois voor elkaar. Hoe zo'n leidingsleuf in een groter badkamerproject past, staat in ons overzicht van sanitair en loodgieterswerk.
De diepte is het punt waar het meestal misgaat. Je zet de muurplaat niet gelijk met de ruwe muur, want daar komt nog stuc- of tegelwerk overheen en dan valt de plaat terug. Reken vanaf het afgewerkte oppervlak en zet de voorkant van de plaat daar 10 tot 15 mm achter. De rozet van de kraan dekt de zichtbare schroefdraad dan precies af, zonder dat je aan de draad van de kraan hoeft te zagen.
Even belangrijk is de stand van de plaat. Het hart van de binnendraad moet haaks op de wand staan en de beugel moet waterpas hangen, gemeten met een kort waterpasje op de beugel zelf. Staat de plaat een paar graden scheef, dan komt de kraan later scheef uit en probeer je dat met S-koppelingen te verdoezelen, wat nooit netjes wordt. Schroef de plaat vast met roestvaststalen schroeven in pluggen, niet in de losse specie van een voeg.
| Afwerking van de wand | Waar de voorkant van de muurplaat komt | Waarom dat zo is |
|---|---|---|
| Stucwerk van ongeveer 10 mm | 10 tot 15 mm achter het toekomstige stucoppervlak | De rozet dekt de zichtbare draad dan net af |
| Tegels op lijm, samen ongeveer 15 mm | 10 tot 15 mm achter het toekomstige tegeloppervlak | Anders steekt de kraan te ver uit en staat de rozet los van de tegel |
| Voorzetwand van gipsplaat | Gelijk met de voorkant van de gipsplaat, geschroefd op een regel erachter | De plaat moet vastzitten aan hout of metaal, gipsplaat alleen houdt niet |
| Buitengevel met een kraan in het zicht | Gelijk met het metselwerk | De rozet sluit dan aan op de steen en er blijft geen holte achter |
| Betegelde wand met een kraan die je later vervangt | 10 mm verdiept, met een ruime opening rond de plaat | Je kunt de plaat dan bijstellen zonder tegels te slopen |
Hak geen horizontale sleuven in een dragende muur. Een verticale sleuf van beperkte diepte kan een gemetselde binnenmuur meestal hebben, maar een horizontale sleuf snijdt de drukboog door en verzwakt de wand over de volle lengte. Moet je door een dragende gevel heen boren voor een doorvoer, houd het dan bij een kernboring van beperkte diameter en laat bij twijfel een constructeur meekijken.
De leiding aansluiten: puntstuk, soldeer of pers
Een muurplaat heeft binnendraad, dus je hebt aan de achterkant een fitting met buitendraad nodig. Dat onderdeel heet een puntstuk en het bestaat in de maten 3/8" x 12 mm, 1/2" x 15 mm en 3/4" x 22 mm, in een soldeer-, pers- of kneluitvoering. Een sok of een knie met alleen knelaansluitingen past niet, want daar zit geen buitendraad op waarmee je in de plaat komt. Wie dat toch probeert te forceren met een berg teflontape houdt een verbinding over die blijft huilen, hoeveel lagen je er ook omheen wikkelt.
Wat er in de muur verdwijnt, sluit je aan met soldeer of met pers. Een muurplaat kraan knelkoppeling werkt op zich prima op een bereikbare plek, maar achter tegelwerk is het een risico dat je niet wilt lopen. Knelringen kruipen langzaam en een knelverbinding hoor je af en toe na te trekken, en dat kan niet meer zodra er een tegel overheen zit. Er liggen genoeg knelkoppelingen van dertig jaar oud probleemloos in muren, maar het aantal lekkages dat wel op zo'n koppeling terug te voeren is, ligt hoger dan bij soldeer.
Verwerk een puntstuk zorgvuldig. Ruw de schroefdraad eerst even op met een zaagblaadje zodat de hennep of de tape grip krijgt, en draai het puntstuk in één beweging vast zonder terug te draaien. Wil je de kraan later kunnen demonteren zonder de hele leiding af te tappen, dan zet je er een afsluiter voor. Bij een wasmachine of vaatwasser doe je dat vaak met een stopkraan met filter in de toevoer, die tegelijk vuil uit de leiding vangt.
| Verbinding | Geschikt achter tegels | Waar je op moet letten |
|---|---|---|
| Zacht solderen met tin | Ja | Vlamdeken gebruiken, buis droog en blank schuren, nooit branden naast een gasleiding |
| Persen | Ja | Juiste bek, buis haaks afkorten en ontbramen, O-ring controleren voor je perst |
| Knelkoppeling | Nee | Kan niet nagetrokken worden achter tegelwerk, houd hem in een bereikbare kast |
| Schroefdraad met puntstuk | Ja | Draad opruwen, hennep of teflon, in één keer aandraaien zonder terugdraaien |
| Meerlagenbuis met pers | Ja | Steunhuls volledig in de buis drukken, anders knijpt de pers de buis dicht |
| Soldeerbus die je los in de muur duwt | Alleen als noodgreep | Je kunt hem niet vastschroeven, dus draait hij mee als je de kraan aanzet |
Soldeer nooit met een open vlam vlak naast een gasleiding of een gastoestel. Moet je in een keukenkast werken waar ook de gasaansluiting zit, kies dan voor persen of laat dat stuk door een installateur doen. Werk aan de gasinstallatie zelf, ook het losnemen van een koppeling, is geen doe-het-zelfwerk.
De kraan op de muurplaat monteren zonder scheefstand
Een kraan monteren op een muurplaat lijkt het simpelste deel van de klus, maar het bekendste probleem zit hier: de kraan komt niet uit. Je draait hem aan tot hij dicht is en dan staat de uitloop schuin omhoog of hangt de kraan een kwartslag verkeerd. Draai je terug om hem recht te zetten, dan lekt hij, dus begin je opnieuw met een andere hoeveelheid tape. Die cirkel doorbreek je door eerst droog in te draaien en het aantal slagen te tellen tot de kraan echt vastloopt.
Weet je dat aantal, dan bepaal je je afdichting daarop. Met hennep en een afdichtpasta stop je één slag eerder dan bij droog indraaien, want de hennep vult die laatste slag op. Hennep heeft namelijk marge: je kunt er een halve slag mee terugdraaien om de kraan recht te zetten zonder dat de verbinding gaat lekken. Teflontape heeft die marge niet en begint bij de kleinste terugdraai meteen te lekken.
Teflon heeft wel een ander voordeel. Een verbinding met teflon krijg je later veel makkelijker weer los dan een verbinding met hennep en kit, en dat telt bij kranen die je vaker vervangt. Voor een wasmachinekraan of een aftakking naar de vaatwasser is teflon daarom vaak de praktische keuze. Wikkel dan vijf tot zes lagen strak in de draairichting van de schroefdraad, zodat de tape zich aantrekt in plaats van opstroopt.
Wil je precies kunnen stoppen op de stand die je wilt, dan is afdichtdraad van een spoeltje het handigst. Je wikkelt draad om de schroefdraad tot de verbinding stroef genoeg wordt, draait de kraan op zijn plek en klaar. Voor drinkwater let je er wel op dat het middel daarvoor goedgekeurd is, want gewone fitterskit hoort daar niet thuis.
| Afdichting | Terugdraaien mogelijk | Geschikt voor drinkwater | Waar het goed in is |
|---|---|---|---|
| Teflontape, 5 tot 6 lagen | Nee, lekt direct | Ja | Verbindingen die je later weer los wilt kunnen maken |
| Hennep met goedgekeurde afdichtpasta | Ja, ongeveer een halve slag | Ja, mits de pasta goedgekeurd is | Dikwandige verbindingen en kranen die precies moeten uitkomen |
| Hennep met gewone fitterskit | Ja | Nee | Verwarmingswater en buitenwerk, niet op de drinkwaterleiding |
| Vloeibaar schroefdraadafdichtmiddel | Alleen tot het uithardt | Ja, mits goedgekeurd | Draad die op een exacte stand moet blijven staan |
| Afdichtdraad van een spoeltje | Ja | Ja | Stoppen op de gewenste stand zonder proefdraaien |
Haal een zaagblaadje een paar keer over de schroefdraad voordat je hem verpakt. Die kleine krasjes geven de hennep of de tape houvast, waardoor de afdichting minder snel meedraait en de verbinding bij dezelfde kracht beter dicht is.
Een muurplaat buitenkraan en de achteraansluiting
Een buitenkraan met muurplaat maak je in de standaardsituatie in 1/2", want daar is bijna alles op gebouwd. Zowel de losse muurplaat als de gevelkom vind je overal in die maat, en de meeste tapkranen hebben een 1/2" buitendraad. Wil je meer capaciteit, bijvoorbeeld omdat je een groot erf met een lange slang bedient, dan kom je uit bij 3/4" en dan wordt het zoeken. Een 3/4" tapkraan bestaat gewoon, maar een bijpassende gevelkom is er nauwelijks.
Voor een muurplaat kraan achteraansluiting gebruik je een zolderplaat, ook wel doorvoerplaat genoemd. Dat is een plaatje met twee keer binnendraad recht tegenover elkaar, zodat de leiding aan de binnenkant en de kraan aan de buitenkant in één lijn liggen. Aan de binnenzijde draai of soldeer je er een puntstuk in, aan de buitenzijde de kraan. Een gewone muurplaat heeft de kraanaansluiting juist haaks op de aanvoer, en dat past niet als je recht door de muur naar buiten komt.
Er bestaan ook muurplaten in 3/4" x 22 mm, maar de uitvoering met twee keer schroefdraad is meestal een stuk goedkoper en veelzijdiger. Een alternatief is een schroefbus solderen op de leiding en die iets terug de muur in duwen, maar dat heeft een duidelijk nadeel: je kunt zo'n bus niet vastschroeven, dus hij draait mee als je de kraan aanzet. Wil je die route toch, boor het gat dan iets ruimer, doe wat specie in het gat en klop de bus erin zodat hij na uitharden vastzit. Welke tapkranen en gevelkommen bij elkaar horen, lees je bij de gevelkraan met vaste doorvoer.
Aan de binnenkant hoort de leiding vorstvrij te kunnen. Zet direct achter de doorvoer een knie of kogelkraan met aftappunt, zodat je het buitenstuk in het najaar leeg laat lopen. Hoe je dat najaarsritueel precies aanpakt staat bij het afsluiten en aftappen van de buitenkraan.
Door de gevel boren voor de doorvoer
Voor 22 mm koper boor je met een diamantboor van 22 mm door de steens muur. Daarna ruim je de eerste twee centimeter aan de binnenzijde uit met een korte diamantboor van 28 mm, want de zeskant van het puntstuk moet daarin verdwijnen. Zonder die verruiming komt de zolderplaat niet vlak tegen de muur en trek je hem scheef als je de schroeven aandraait.
Boor daarna de drie pluggaatjes met een gewoon steenboortje en houd het geheel licht op afschot naar buiten. Dan loopt het laatste restje water uit de doorvoer weg in plaats van in de muur te blijven staan. Werk de doorvoer aan de buitenzijde af met een blijvend elastische kit, zodat er geen slagregen langs het koper naar binnen trekt.
Een buitenkraan hoort een terugstroombeveiliging te hebben. Hangt er een slang aan die in een gieter, een emmer met reinigingsmiddel of een vijver ligt, dan kan vervuild water bij drukval de drinkwaterleiding in worden gezogen. Een kraan met ingebouwde keerklep of een losse beluchter voorkomt dat.
Muurplaat mengkraan: S-koppelingen en platen die niet uitkomen
Bij een muurplaat mengkraan zitten er altijd S-koppelingen tussen de platen en de kraan. Die excentrische koppelingen hebben twee taken tegelijk: ze overbruggen kleine afwijkingen in de hartafstand en ze laten je de kraan waterpas stellen door beide koppelingen even te verdraaien. Zonder S-koppelingen zou je kraan alleen recht hangen als de platen tot op de millimeter perfect zitten.
De maatsprong van de S-koppeling volgt uit de combinatie van plaat en kraan. Op een 3/8" beugel met 120 mm hartafstand gebruik je 3/8" x 1/2", op een 1/2" beugel met 150 mm gebruik je 1/2" x 3/4". Voor de zeldzame combinatie van een 1/2" plaat met een 1/2" kraan bestaan koppelingen met een grote sprong, maar reken op een prijs die in de buurt van een nieuwe kraan komt.
Zit de muurplaat te diep in de muur, dan is de verleiding groot om een muurplaat kraan te verlengen met losse verlengstukjes. Dat werkt zelden goed. Op zo'n verlengstuk zit een andere draadsoort dan op de S-koppeling, en juist die overgang gaat lekken. Kies liever een lange S-koppeling met extra sprong, die je in 12 en 15 mm uitvoering kunt vinden. Hoe de complete opstelling van beugel, koppelingen en kraan er in de douche uitziet, werken we uit bij de muurplaat voor een douchekraan.
| Probleem | Nette oplossing | Wat je beter niet doet |
|---|---|---|
| Muurplaat zit 10 tot 20 mm te diep | Lange S-koppeling met extra sprong toepassen | Losse verlengstukjes op elkaar stapelen |
| Muurplaat steekt te ver uit de wand | Plaat opnieuw zetten, of de draad van de kraan iets inkorten | De ruimte opvullen met een dikke kitrand achter de rozet |
| Hartafstand 120 mm, kraan is 150 mm | Kraan van 120 mm kopen of de platen verzetten | De S-koppelingen ver uit elkaar draaien om het gat te overbruggen |
| Platen staan niet waterpas | Beugel losnemen en opnieuw stellen | De scheefstand wegdraaien met ongelijke S-koppelingen |
| Draad van de muurplaat is beschadigd | Muurplaat vervangen | Er extra teflon omheen wikkelen tot het dicht lijkt |
Een kraan op opbouwleidingen zetten
Lopen de waterleidingen zichtbaar over de wand, dan hoef je niet te gaan hakken. Je soldeert of perst dan een opbouw muurplaat rechtstreeks op de bestaande buis en schroeft die tegen de wand. Bij oude badkamers kom je vaak leidingen van 12 mm tegen met een hartafstand die nergens op slaat, soms maar 45 mm, waar geen enkele meng- of thermostaatkraan op past.
De oplossing is de leiding zelf verzetten. Zaag de koude leiding door en schuif hem zoveel op dat je op 120 mm hart op hart uitkomt, dus bij 45 mm schuif je 75 mm op. De oude soldeerkoppeling van de vorige kraan verhit je met de brander tot hij eraf te trekken is, waarna je het koper blank schuurt. Vergeet niet de verf van de buis te halen op de plek waar je gaat solderen, want soldeer hecht niet op lak.
Op die 120 mm zet je muurplaten van 12 x 1/2" en daar hoort een kraan met 1/2" wartels bij. Ga je liever naar 150 mm, omdat het aanbod aan kranen daar groter is, dan heb je platen van 15 x 3/4" nodig plus twee verlopen van 12 naar 15 mm. Teken de schroefgaten af voordat je soldeert, boor ze en soldeer de platen daarna op de leiding terwijl je ze tegen de wand houdt.
Er is een variant die minder zaagwerk kost. Zet een knie van 12 mm boven op elke leiding, monteer de muurplaatjes op de juiste hartafstand haaks achter de kraan en verbind ze met twee hele korte stukjes buis. Zo laat je de bestaande leiding intact en corrigeer je de afstand in het zicht, wat achteraf ook makkelijker te wijzigen is.
Schuif de rozetten over de buis voordat je gaat solderen. Een rozet die je vergeet, betekent dat je een net gemaakte verbinding weer moet ontsolderen, en de tweede keer solderen op hetzelfde stukje koper lukt zelden even mooi.
Dubbele muurplaat, stromende muurplaat en twee kranen op één punt
Een muurplaat kraan dubbel uitgevoerd betekent bijna altijd de geminibeugel: twee platen die met een vaste beugel op precies 150 mm hart op hart staan. Het voordeel is dat de maat gegarandeerd klopt en dat je de twee platen niet los hoeft in te meten. Voor een douche- of badmengkraan is dat de standaardoplossing, en het scheelt veel gepriegel met S-koppelingen achteraf.
Iets anders is de stromende muurplaat, die er op het schap ongeveer hetzelfde uitziet. Daar loopt de leiding doorheen in plaats van dat hij erin eindigt, zodat het water langs het tappunt blijft stromen. Dat is bedoeld tegen stilstaand water en de legionellagroei die daarbij hoort. In een woning is dat zelden spannend, maar sluit je een weinig gebruikte kraan in een bijgebouw aan, dan is het een nette manier om de leiding niet dood te laten lopen.
Wil je vanaf één muurplaat twee tappunten voeden, bijvoorbeeld twee wastafelkranen naast elkaar, dan draai je eerst een puntstuk in de plaat en zet je daarop een knel-T-stuk. Een puntstuk van 3/8" met twee knelaansluitingen bestaat niet, dus het T-stuk komt altijd ná het puntstuk. Zet er meteen een afsluitkraantje bij, want dan kun je later één kraan losnemen zonder de hele badkamer af te tappen.
Voor de laatste twintig centimeter naar de kraan gebruiken mensen vaak een flexslang met binnendraad aan beide zijden. Dat werkt prima, maar controleer de tegenliggende rand waar de rubberdichting op landt. Zit daar een scherpe knelrand op, dan snijdt die bij het aandraaien in het rubber en heb je precies de lekkage die je wilde voorkomen. Vijl zo'n rand vlak en draai de wartel met de hand aan plus een kwartslag met de tang.
Zo zet je een muurplaat en draai je de kraan erop
Deze volgorde voor het aansluiten van een kraan op een muurplaat geldt voor een plaat die je in de wand wegwerkt, en met kleine aanpassingen ook voor opbouw.
-
Meet de kraan op voordat je gaat hakken
Noteer de hartafstand, de wartelmaat en de lengte van de schroefdraad van de kraan die je gaat plaatsen. Uit die drie gegevens volgt welke muurplaat en welke S-koppelingen je nodig hebt. Begin je met hakken op basis van de oude situatie, dan is de kans groot dat je tien of dertig millimeter naast de nieuwe maat zit.
-
Maak de sleuf op de juiste diepte
Frees of hak de sleuf zo diep dat de voorkant van de muurplaat 10 tot 15 mm achter het afgewerkte wandoppervlak komt. Reken dus de dikte van stuc of tegel plus lijm mee. In Ytong boor je een rij gaten met een speedboor en krab je de rest ertussenuit, in kalkzandsteen en beton werk je met een sleuvenfrees.
-
Zet de muurplaat waterpas en haaks vast
Leg een kort waterpasje op de beugel en controleer met een winkelhaak of de hartlijn van de binnendraad haaks op de wand staat. Schroef de plaat vast met roestvaststalen schroeven in pluggen. Draai er als proef een stukje draadeind of de kraan zelf in, zodat je ziet hoe hij straks uitkomt voordat er iets vastzit.
-
Sluit de leiding aan met een puntstuk
Draai een puntstuk met de juiste duimmaat in de plaat, met opgeruwde draad en hennep of teflon eromheen. Soldeer of pers daarop de koperen leiding. Kies in de muur nooit voor knel, want die verbinding kun je later niet meer natrekken en dat is precies wat een knelkoppeling af en toe nodig heeft.
-
Zet de leiding onder druk en laat hem een nacht staan
Open de hoofdkraan, laat het systeem vollopen en controleer elke verbinding met een droge, witte doek. Laat de druk daarna minstens een nacht staan en kijk de volgende ochtend opnieuw. Een verbinding die pas na uren gaat huilen, wil je ontdekken voordat de tegelzetter is geweest.
-
Werk de sleuf dicht met specie zonder kalk
Maak de muur eerst nat, zodat de specie niet direct uitdroogt en loslaat. Gooi de specie aan in plaats van hem glad te smeren, dan zit de sleuf echt vol tot achter de leiding. Gebruik metselspecie zonder kalk en houd gips ver van het koper, want beide tasten koper op termijn aan.
-
Draai de kraan erin en tel je slagen
Draai de kraan eerst droog in en tel het aantal slagen tot hij vastloopt. Verpak de draad daarna met hennep en pasta en stop één slag eerder, of gebruik vijf tot zes lagen teflon in de draairichting. Met hennep mag je een halve slag terug om de kraan recht te zetten, met teflon niet.
-
Controleer op lekkage en zet de rozet aan
Draai de kraan open en laat de druk rustig oplopen, en voel met een droge doek rond de rozet en de S-koppelingen. Schuif de rozetten daarna strak tegen de wand en werk de naad af met een dun randje sanitairkit. Moet je later hetzelfde kunstje doen, dan helpt onze uitleg over een kraan vervangen zonder de aansluiting te slopen.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Controleer dit voordat je de wand dichtmaakt
Uit de praktijk
Knelkoppelingen in de muurplaten die bleven huilen
In een badkamer waren muurplaten ingemetseld voor de douche en voor twee wastafelkranen. Vanaf die platen ging het verder met knelkoppelingen naar de aansluitslangen van de kranen: 12 mm in 3/8" en 15 mm in 1/2". Alle vier de verbindingen bleven licht lekken, en extra teflontape maakte geen enkel verschil.
De oorzaak zat in het onderdeel dat in de plaat gedraaid was. Er was een knie en een T-stuk met alleen knelaansluitingen gebruikt, terwijl je in een muurplaat een fitting met buitendraad nodig hebt. Met puntstukken van 3/8" x 12 mm en 1/2" x 15 mm was het probleem in één avond weg, waarbij de draad eerst met een zaagblaadje was opgeruwd en daarna met hennep verpakt.
Voor de twee wastafels kwam er achter het puntstuk een knel-T-stuk, want een puntstuk van 3/8" met twee knelaansluitingen bestaat niet. Er ging meteen een klein afsluitkraantje bij, zodat een van beide kranen los kan zonder dat de hele leiding afgetapt hoeft te worden. Puntstukken bestaan trouwens ook in een knie-uitvoering, wat in een krappe hoek achter een meubel veel ruimte scheelt.
Buitenkraan van 3/4 duims dwars door een steens muur
Vanuit een schuur liep een tyleenleiding van 25 mm, en die moest naar een tapkraan van 3/4" aan de buitenmuur. Vanwege het grote erf en de lange slang was bewust gekozen voor 22 mm koper in plaats van 15 mm, om capaciteitsverlies te voorkomen. Een tapkraan van 3/4" was zo gevonden, maar een bijpassende gevelkom bestond in die maat niet.
De oplossing werd een zolderplaat met twee keer 3/4" binnendraad, waarmee kraan en leiding recht tegenover elkaar in één lijn kwamen. Het 22 mm koper werd in een puntstuk gesoldeerd en dat puntstuk met teflontape in de zolderplaat gedraaid. Het gat door de muur ging met een diamantboor van 22 mm, waarna de eerste twee centimeter aan de binnenzijde met een korte 28 mm boor werd geruimd zodat de zeskant van het puntstuk erin paste.
Onderweg bleek nog iets nuttigs. Een puntstuk met knelkoppeling was zo dik dat de schroefgaten van de zolderplaat niet meer bereikbaar waren, dus werd het alsnog een soldeeruitvoering. Achteraf was het nog netter geweest om het puntstuk ook in de zolderplaat te solderen in plaats van te schroeven. Binnen zit direct achter de doorvoer een knelknie met aftappunt, zodat het buitenstuk voor de vorst leeg kan lopen.
Muurplaat die tien millimeter te diep in de wand zat
Bij het monteren van een thermostatische douchekraan bleek de muurplaat te ver in de muur te zitten. De S-koppelingen kwamen net niet ver genoeg naar buiten, en de logische stap was een verlengstukje ertussen zetten. Dat leverde meteen twijfel op, want juist bij verlengstukjes zit er een andere draadsoort op en gaat het snel lekken.
De nette route is een lange S-koppeling, maar die was in 15 mm bij geen enkele bouwmarkt te krijgen, alleen in 12 mm. Uiteindelijk werd het een verlengstuk van 15 mm waarbij 5 mm van de draad van de S-koppeling werd afgezaagd, zodat er genoeg draad overbleef om echt dicht te draaien. Met een verlengstuk van precies 10 mm hield je namelijk zo weinig draad over dat de S-koppeling nergens meer op pakte.
Het geheel werd met teflon afgedicht en vooraf getest, en dat testen is het detail dat het verschil maakte. Er ging een tuinslang op de S-koppeling en een eindkap van 15 mm op het verlengstuk, waarna de verbinding onder leidingdruk werd gezet met de kraan er nog niet op. Zo was zichtbaar dat de lastige overgang dicht zat, iets wat je met de kraan ervoor nooit meer kunt zien.
Douchekraan op opbouwleidingen met 45 mm hartafstand
In een oude badkamer liepen de waterleidingen van 12 mm in opbouw over de wand, met de aansluitingen aan de onderkant van de kraan. De hartafstand was ongeveer 45 mm en er bestaat geen meng- of thermostaatkraan die daarop past. De leiding liep bovendien achter de wastafel door, dus alles opnieuw wegwerken in de muur was geen optie.
De koude leiding werd doorgezaagd en 75 mm opgeschoven, waarmee de hartafstand op 120 mm uitkwam. Op die plek kwam een sok van 12 mm, en de oude soldeerkoppeling van de vorige kraan werd met een brander verhit en eraf getrokken, waarna het koper blank werd geschuurd. De verf op de buis moest er op de soldeerplekken eerst helemaal af, want soldeer pakt niet op lak.
Daarna volgden twee muurplaten van 12 x 1/2", waarvan de schroefgaten eerst zijn afgetekend en geboord voordat er gesoldeerd werd. Op 120 mm hoort een kraan met wartels van 1/2", en dat aanbod is ruim genoeg. Was er voor 150 mm gekozen, dan waren het platen van 15 x 3/4" geworden met twee verlopen van 12 naar 15 mm erbij. Een variant die ook werkt: een knie van 12 mm boven op elke leiding en twee korte stukjes buis naar de muurplaatjes haaks achter de kraan.
Veelgemaakte fouten
Een sok of knelknie in de muurplaat draaien
Een muurplaat heeft binnendraad, dus er moet een fitting met buitendraad in. Dat is een puntstuk. Draai je er een sok of een knie met alleen knelaansluitingen in, dan grijpt de draad nergens op en blijft de verbinding huilen, hoeveel teflon je er ook omheen wikkelt.
Een knelkoppeling wegwerken achter tegelwerk
Een knelverbinding wil af en toe nagetrokken worden en dat kan niet meer als er een tegel overheen zit. Loodgieters halen regelmatig hele wanden open voor precies dit soort lekkages. Alles wat in de muur verdwijnt, sluit je aan met soldeer, pers of goed afgedichte schroefdraad.
Teflon een halve slag terugdraaien om de kraan recht te zetten
Teflontape dicht alleen af zolang je in de aandraairichting blijft. Draai je een fractie terug, dan komt de wikkeling los van de draadgang en begint de verbinding meteen te lekken. Moet je kunnen bijstellen, gebruik dan hennep of afdichtdraad, want die geven wel marge.
Fitterskit gebruiken op de drinkwaterleiding
Hennep met fitterskit maakt een sterke, goed te bewerken verbinding, maar gewone fitterskit is niet goedgekeurd voor drinkwater. Voor de koud- en warmwaterleiding in huis gebruik je teflontape, afdichtdraad of een pasta die wel voor drinkwater is vrijgegeven.
De muurplaat gelijk met het ruwe metselwerk zetten
Er komt nog tegelwerk of stuc overheen, dus dan valt de plaat 10 tot 20 mm terug en steekt de kraan te ver naar buiten. Dan begint het knutselen: draad inkorten, extra rozetten, of een kitrand om de holte te verbergen. Reken vanaf het afgewerkte oppervlak en houd 10 tot 15 mm verdiept aan.
Verlengstukjes stapelen om een te diepe plaat te overbruggen
Op verlengstukjes zit vaak een andere draadsoort dan op de S-koppeling, en juist die overgang lekt. Twee stukjes achter elkaar verdubbelt het aantal verbindingen dat je niet meer kunt inspecteren. Een lange S-koppeling met extra sprong lost hetzelfde op met één verbinding minder.
De sleuf dichtsmeren voordat de leiding onder druk heeft gestaan
Een verbinding die na een uur nog droog is, kan na een nacht alsnog gaan huilen. Zet de leiding daarom onder druk en laat hem staan voordat er specie in de sleuf gaat. Het kost je een dag wachten en het bespaart je in het slechtste geval het openhakken van een betegelde wand.
Een flexslang te vast op een scherpe knelrand draaien
De rubberdichting in de wartel van een flexslang landt op de rand van het tegenstuk. Zit daar een scherpe knelrand op, dan snijdt die bij het aandraaien in het rubber en ontstaat er een lek dat met nog vaster draaien alleen groter wordt. Vijl zo'n rand vlak en draai handvast plus een kwartslag.
Veelgestelde vragen
Wat is een muurplaat bij een kraan precies?
Een muurplaat is een fitting met binnendraad op een plaatje met schroefgaten, die je vastzet aan de wand als eindpunt van de waterleiding. De kraan draai je in die binnendraad. Doordat de plaat aan de muur vastzit, komt de kracht van het aandraaien op de muur terecht en niet op het koper erachter. Je ziet ook de namen wandplaat, wandschijf en muurplaatje, en de dubbele uitvoering heet geminibeugel of koppelplaat.
Welke muurplaat hoort bij een leiding van 12 mm?
Bij 12 mm koper hoort een muurplaat kraan 12mm in de uitvoering 12 x 3/8", dus met 3/8" binnendraad aan de voorkant. Op die maat sluit een kraan aan met wartels van 1/2", via S-koppelingen van 3/8" x 1/2". De bijbehorende standaard hartafstand bij een mengkraan is 120 mm. Wil je toch een kraan met 3/4" wartels, dan heb je platen van 15 x 1/2" nodig plus verlopen van 12 naar 15 mm.
Kan ik een muurplaat kraan met knelkoppeling aansluiten?
Dat kan technisch, maar je draait dan een puntstuk met knelaansluiting in de plaat en niet zomaar een knelsok, want die heeft geen buitendraad. Belangrijker is waar de verbinding zit. Op een bereikbare plek in een kast of achter een luik is knel prima, maar achter tegelwerk kies je voor soldeer of pers. Een knelverbinding wil af en toe nagetrokken worden en dat kan niet meer als er een tegel overheen ligt.
Wat zijn de standaard afmetingen van een muurplaat kraan?
Er zijn drie maten die samen alles bepalen. De leidingmaat is 12, 15 of 22 mm koper, of 16 mm meerlagenbuis. De binnendraad is 3/8", 1/2" of 3/4" en volgt die leidingmaat. De hartafstand bij een mengkraan is 150 mm bij een 1/2" beugel en 120 mm bij een 3/8" beugel. Uit die combinatie volgt automatisch welke wartels je kraan heeft en welke S-koppelingen erbij horen.
Hoe diep moet een inbouw muurplaat voor een fonteinkraan in de muur zitten?
Meet vanaf het afgewerkte oppervlak, dus inclusief tegel plus lijm of inclusief de stuclaag die er nog overheen komt. Zet de voorkant van de plaat 10 tot 15 mm daarachter. De kraan komt er dan zo ver in dat de rozet de zichtbare schroefdraad net afdekt, en je hoeft niets aan de draad van de kraan af te zagen. Zit de plaat toch te ondiep, dan blijft er na montage draad in het zicht en kun je die met een zaagje of haakse slijper iets inkorten.
Hoe kan ik een muurplaat kraan verlengen als hij te diep zit?
De beste oplossing is een lange S-koppeling met extra sprong in plaats van een los verlengstuk. Op verlengstukjes zit vaak een afwijkende draadsoort en juist die overgang gaat lekken. Is er in jouw maat geen lange S-koppeling te vinden, gebruik dan één verlengstuk dat iets langer is dan nodig en kort de draad van de S-koppeling in, zodat er genoeg draadlengte overblijft om echt vast te draaien. Test de verbinding onder druk voordat de kraan erop gaat.
Hoe monteer ik een kraan op een muurplaat zonder dat hij scheef komt te staan?
Draai de kraan eerst droog in en tel het aantal slagen tot hij vastloopt. Verpak de draad daarna met hennep en afdichtpasta en stop één slag eerder, want de hennep vult die laatste slag. Kom je net te ver, dan kun je met hennep ongeveer een halve slag terug zonder dat het lekt. Werk je met teflon, wikkel dan vijf tot zes lagen strak in de draairichting en accepteer dat terugdraaien niet kan.
Kan ik beter hennep of teflontape gebruiken op de schroefdraad?
Hennep met een goedgekeurde afdichtpasta geeft de sterkste verbinding en laat je een halve slag terugdraaien om de kraan te stellen. Teflontape is sneller, schoner en vooral veel makkelijker weer los te krijgen, wat telt bij kranen die je vaker vervangt. Voor een wasmachinekraan of een tappunt in een kast is teflon daarom een prima keuze. Ruw in beide gevallen de draad eerst even op met een zaagblaadje, dan grijpt de afdichting beter.
Welke muurplaat gebruik ik voor een buitenkraan met achteraansluiting?
Voor een achteraansluiting neem je een zolderplaat of doorvoerplaat, met twee keer binnendraad recht tegenover elkaar. De leiding komt er aan de binnenzijde met een puntstuk in en de kraan draai je er aan de buitenzijde in. Een gewone muurplaat heeft de kraanaansluiting haaks op de aanvoer en past daar dus niet. Zet aan de buitenkraan verder altijd een terugstroombeveiliging, bijvoorbeeld met een kraan met ingebouwde beluchter, zodat er geen vervuild slangwater terug kan worden gezogen.
Waarvoor gebruik je een dubbele muurplaat?
Een dubbele muurplaat, meestal geminibeugel genoemd, houdt twee aansluitingen op precies 150 mm hart op hart. Dat is de standaardmaat voor douche- en badmengkranen, en met de beugel weet je zeker dat de maat klopt zonder los inmeten. Verwar hem niet met de stromende muurplaat, die er ongeveer hetzelfde uitziet maar een heel andere functie heeft: daar loopt de leiding doorheen zodat het water langs het tappunt blijft stromen.
Wat is een stromende muurplaat en heb ik die thuis nodig?
Bij een stromende muurplaat eindigt de leiding niet in het tappunt maar loopt hij er doorheen, aanvoer en retour langs de kraan. Zo blijft er geen dood stukje leiding staan waarin het water stilstaat en waarin legionella kan groeien. In verzorgingshuizen en andere gebouwen met veel weinig gebruikte tappunten is dat gangbaar. In een gewone woning is het meestal niet nodig, maar bij een kraan in een schuur of tuinhuis die maanden ongebruikt blijft, is het een verstandige keuze.
Kan ik twee wastafelkranen op één muurplaat aansluiten?
Dat kan, maar niet rechtstreeks. Je draait eerst een puntstuk in de plaat en zet daarop een T-stuk, want een puntstuk van 3/8" met twee knelaansluitingen bestaat niet. Vanaf dat T-stuk gaan twee aansluitingen naar de twee kranen. Zet er meteen een klein afsluitkraantje bij, dan kun je later één kraan losnemen zonder de hele leiding af te tappen. Houd er rekening mee dat twee kranen op één toevoer bij gelijktijdig gebruik iets aan druk inleveren.
Wanneer je beter een vakman belt
Een muurplaat plaatsen en een kraan aansluiten is werk dat je met wat handigheid en het juiste gereedschap prima zelf doet. Er zijn wel een paar grenzen waar je moet stoppen.
De eerste is gas. Zit er in dezelfde kast of muur een gasleiding of een gastoestel, dan werk je daar niet met een open vlam naast en kom je aan de gasinstallatie zelf helemaal niet. Losnemen, verplaatsen of aftakken van een gasleiding is werk voor een erkend installateur, ook al lijkt het maar een koppeling.
De tweede is de hoofdwaterleiding en alles voor de watermeter. Achter de meter mag je zelf werken, maar de aansluiting van de leverancier laat je met rust. Datzelfde geldt in de meterkast voor alles achter de hoofdzekering: elektra en waterwerk komen daar dichtbij elkaar en dat is geen plek om te experimenteren.
De derde is de constructie. Een horizontale sleuf hakken in een dragende muur of een grote doorvoer boren door een dragende gevel kan de wand verzwakken, en dat zie je pas terug in scheuren boven de sleuf. Laat dat beoordelen door een constructeur of aannemer voordat je de frees pakt.
Verder nog twee praktische grenzen. Moet je voor een buitenkraan hoog op de gevel werken, huur dan een rolsteiger in plaats van op een ladder te balanceren met een brander in je hand. En kom je bij een oude doorvoer of achterwand materiaal tegen dat op asbest lijkt, in huizen van voor 1994 heel goed mogelijk, stop dan en laat het onderzoeken voordat je erin boort. Zit het hele project je boven het hoofd, dan vind je in ons overzicht van sanitair en loodgieterswerk welke onderdelen je wel zelf kunt oppakken.