Voegen: van badkamerwand tot buitenmuur
Een voeg vult de naad tussen tegels, stenen of klinkers en bepaalt of water buiten blijft. Binnen kies je tussen cementvoeg, waterafstotende voeg en epoxyvoeg, buiten meng je vaak zelf voegmortel van voegzand en portlandcement. Oude voegen haal je eruit met een voegenkrabber, een multitool of een voegenfrees, en nieuw voegwerk heeft dagen nodig om te drogen. Buiten voeg je niet onder 5 graden, en in de badkamer laat je nieuw voegwerk drie tot zeven dagen drogen voordat er dagelijks water op staat.
Alle gidsen over voegen
Dilatatievoeg
Een dilatatievoeg is een bewuste onderbreking die de beweging opvangt die er toch komt. Je zet hem waar twee bouwdelen…
Voegen verwijderen
Voegen verwijderen is geen zwaar werk maar precisiewerk, en de winst zit in het juiste gereedschap voor jouw situatie. Binnen…
Stootvoeg
Een stootvoeg is de verticale voeg tussen twee stenen in dezelfde laag. Laat je er een leeg, dan heb je…
Voegband
Voegband is de strook papier of glasvezelgaas die je in de naad tussen twee gipsplaten legt voordat je hem dichtsmeert.…
Voegen repareren
Voegen repareren werkt alleen als je de oude voeg eerst uitkrabt en niet als je er nieuwe voegspecie overheen smeert.…
Eerst weten welke voeg je voor je hebt
Voegen is een verzamelwoord voor heel verschillende naden. De voeg tussen wandtegels in de badkamer is een dun laagje cement, de voeg in een gevel is een centimeter dikke mortellaag, en de naad tussen terrastegels is vaak alleen ingeveegd zand. Elk van die voegen vraagt een eigen middel en een eigen aanpak, net als de meeste klussen binnen het tegelen, voegen en kitten.
Er is ook een groep voegen die juist niet stijf mag zijn. Op plekken waar een vloer of wand werkt, hoort een blijvend elastische naad, en hoe zo'n dilatatievoeg werkt lees je in een aparte gids. Vul je zo'n bewegingsvoeg toch met harde mortel, dan drukt de constructie zichzelf kapot.
Twijfel je of een bestaande voeg nog goed is, gebruik dan de mespunttest. Kun je de punt van een mes in de voeg drukken, dan is hij poreus en laat hij water door. Zulke voegen repareer je niet met een laagje eroverheen, die vervang je.
| Soort voeg | Waar je hem tegenkomt | Waar hij van gemaakt is | Wanneer vervangen |
|---|---|---|---|
| Tegelvoeg | Badkamer, keuken, toilet, vloeren | Cementgebonden voegmiddel, soms epoxy | Bij gaatjes, poeder of een mespunt die erin zakt |
| Gevelvoeg | Metselwerk van de buitenmuur | Voegmortel van voegzand en cement | Bij scheuren, uitgespoelde of losse voegen |
| Straatvoeg | Terras, oprit, klinkers | Voegzand, polymeerzand of tweecomponenten straatvoeg | Bij onkruid, uitspoelen of losgevroren voegen |
| Kitvoeg | Hoeken, langs bad en douchebak, aansluitingen | Sanitairkit of hybride kit | Bij loslaten, scheuren of schimmel die terugkomt |
| Dilatatievoeg | Grote vloervelden, overgangen, gevels | Elastische kit of een profiel | Zodra de vulling hard of los is |
| Open stootvoeg | Verticaal in de gevel, onder en boven kozijnen | Bewust leeg gelaten, dit is ventilatie | Nooit vullen, hooguit een rooster plaatsen |
| Loodvoeg | Boven aanbouw, dakkapel en schoorsteen | Loodslab of loodvervanger, vastgezet in de voeg | Bij losgekomen of gescheurd lood |
Voegen of kitten: welke naad krijgt wat
De regel is simpel: vlakke naden tussen gelijke materialen voeg je, overgangen en binnenhoeken kit je. De hoeken van de badkamer voeg je dus niet vol met mortel, want daar werken twee wanden ten opzichte van elkaar en scheurt een harde voeg gegarandeerd. Ook de naad tussen tegelwerk en bad, douchebak, kozijn of vloer is kitwerk.
De volgorde is altijd eerst voegen en dan kitten. Voegsel hecht namelijk niet op kit, andersom wel. Wacht na het voegen 24 tot 48 uur zodat het vocht uit de voegen is, en zet dan pas de kitranden. Welke kit bij welke plek hoort, zoek je op in de kitkiezer.
Voor de breedte van een kitvoeg in de badkamer houd je 5 tot 8 mm aan. Een brede voeg kitten, bijvoorbeeld een naad van meer dan een centimeter, doe je met een rugvulsnoer erin zodat de kit niet driezijdig hecht en kan blijven bewegen. Kit is geen voegmiddel voor het hele tegelvlak: gebruik hem alleen op de bewegende naden, anders krijg je een wand die nooit meer strak te reinigen is.
Voegmiddel voor de badkamer kiezen
Voor douchewanden en badkamervloeren is een waterafstotende voeg de standaardkeuze, in de winkel herkenbaar aan de aanduiding wd. Let op wat dat betekent: wd staat voor waterdicht, maar in de praktijk is zo'n voeg waterafstotend. Voegen zijn dus nooit volledig waterdicht, het tegelwerk, de kitranden en bij nieuwbouw een waterdichte laag onder de tegels vormen samen de afdichting.
Een epoxy voegmiddel voor de badkamer is een tweecomponenten voeg die wel echt dicht is en ook tegen agressieve schoonmaakmiddelen kan. Voor zwembaden, grootkeukens en douches die de hele dag gebruikt worden is dat de juiste keuze, voor een gewone gezinsbadkamer is een epoxyvoeg meestal te veel van het goede. Hij is duurder, hardt snel uit tijdens het verwerken en resten op de tegel krijg je na uitharding bijna niet meer weg.
Bij kleur heb je meer keus dan grijs. Gekleurde voegen in de badkamer, van zilvergrijze voeg tot antraciet, komen kant en klaar uit de zak. Kies je tussen voeg zilvergrijs of grijs, bedenk dan dat een lichte voeg op de vloer snel vervuilt en dat een donkere voeg kalkaanslag eerder laat zien. Voor marmer en ander natuursteen neem je een speciale natuursteenvoeg, want gewone cementvoeg kan de rand van de tegel blijvend verkleuren.
| Voegmiddel | Waar het goed in is | Waar je op let |
|---|---|---|
| Cementvoeg standaard | Wandtegels in droge ruimtes, toilet, keuken | Niet in de doucheruimte gebruiken |
| Waterafstotende voeg (wd) | Badkamer, douche, vloeren met water | Waterafstotend, niet volledig waterdicht |
| Epoxyvoeg, 2 componenten voegmiddel | Zwembad, inloopdouche met dagelijks intensief gebruik | Snel verwerken, resten direct afwassen, kan verkleuren door uv |
| Flexibele voeg | Vloerverwarming, houten ondervloeren | Vangt kleine beweging op, geen vervanger voor een dilatatievoeg |
| Natuursteenvoeg | Marmer, hardsteen, travertin | Voorkomt randverkleuring, meestal fijner van korrel |
| Reparatievoeg in koker | Gaatjes en kleine stukken bijwerken | Alleen voor klein herstel, kleurverschil blijft zichtbaar |
Badkamer opnieuw voegen en kitten
Poreuze voegen, gaatjes in de voeg of voegen die als poeder loslaten zijn de reden om een badkamer opnieuw te voegen. Vaak begint het met een lekkage: kitranden worden vervangen, de vloer wordt nagekeken, en uiteindelijk blijken de wandvoegen het water door te laten. Zeker de onderste tegelrijen in de douchehoek zijn verdacht, want daar staat het meeste water op.
Zelf voegen vervangen in de badkamer begint met het verwijderen van de oude voegen, en wel diep genoeg: krab of slijp door tot op de tegellijm. Voegen over de bestaande voeg heen zetten werkt niet, want op die paar millimeter dikte hecht nieuw voegsel niet en binnen een jaar valt het er weer uit. Laat de ondergrond na het uitkrabben enkele dagen drogen, zeker als er een lekkage speelde, en voeg daarna opnieuw met een waterafstotende voeg.
Zit het probleem in een paar gaatjes of een enkel scheurtje, dan hoeft niet de hele wand opnieuw. Hoe je kleine gaten in de voegen vult en wanneer dat verantwoord is, staat in de gids over voegen repareren. Ook de badkamervloer opnieuw voegen kan los van de wanden, want die is door slijtage vaak eerder aan de beurt.
Gereedschap om oude voegen te verwijderen
Voegen uitkrabben kan met de hand met een voegenkrabber met hardmetalen punt. Dat is langzaam maar geeft de minste schade. Op tegelwerk is dat vaak de reden om het toch met de hand te doen: bij machinaal werken bestaat altijd de kans dat er ergens een stukje glazuur van de tegels springt.
De machine die binnen het beste bevalt is de multitool als voegenfrees, met een diamantzaagblad erop. Daarmee tril je de voegen er rustig tussenuit, en als je niet te hard duwt blijft de schade beperkt. Het is wel een stoffig klusje, dus laat iemand met de stofzuiger naast het zaagblad meelopen. Voor een voegenkrabber op de multitool geldt hetzelfde: rustig werken en de tegelranden ontzien.
Buiten mag het grover. Een voegenfrees voor de buitenmuur is een diamantschijf van zo'n 6,5 mm dik op de haakse slijper, en voor de horizontale lintvoegen werkt dat snel. Neem geen te dikke slijpschijf om voegen uit te slijpen, want daarmee raak je sneller de steen. Een voegenslijper met stofafzuiging huren scheelt een hoop opruimen, want zonder afzuiging ligt er tot tientallen meters ver een laag slijpstof in de buurt. De stootvoegen tik je daarna uit met een hakhamer met platte voegbeitel, of met een pneumatische hakhamer als je die hebt.
| Gereedschap | Voor welke klus | Waar je op let |
|---|---|---|
| Voegenkrabber met hardmetalen punt | Tegelvoegen binnen, klein herstel buiten | Langzaam maar de kleinste kans op schade |
| Voegspijker 4 mm | Smalle voegen aanbrengen en uitdiepen | Ook handig om verse voegen aan te drukken |
| Multitool als voegenfrees | Badkamer en ander tegelwerk | Diamantzaagblad gebruiken, stofzuiger erbij houden |
| Voegenfrees op de haakse slijper, 6,5 mm | Lintvoegen van de buitenmuur | Midden door de voeg blijven, kozijnen mijden |
| Voegenslijper met stofafzuiging | Hele gevels, te huur bij de verhuur | Voorkomt een straat vol slijpstof |
| Hakhamer of pneumatische hakhamer met voegbeitel | Stootvoegen en zachtere mortel | Licht hakken, anders springen steenranden |
| Dremel met voegfrees | Heel klein herstelwerk | Te licht voor hele vlakken, frees slijt snel |
Zelf voegmortel maken voor buitenwerk
Voegmortel maak je van voegzand en portlandcement, meestal 1 deel cement op 3 delen zand. Meng de droge stoffen eerst goed door elkaar en zeef ze daarna, anders zitten er cementbolletjes in die als donkere stippen in de voeg terugkomen. Pas als het droge mengsel egaal van kleur is, gaat het water erbij.
Voegspecie maken die te nat is, is de fout die je het vaakst in een gevel terugziet. Het mengsel hoort aardvochtig te zijn: een handvol die je samenknijpt blijft als bal heel, zonder dat er water uitloopt. Maak het niet slapper aan dan 1 op 4, want zo'n voeg spoelt binnen een paar winters uit en droogt bovendien lichter en vlekkeriger op.
De kleur zit in het zand en het cement, niet in een schepje pigment achteraf. Een lichte of zilvergrijze voeg maak je met zilverzand en wat kalk, beige voegmortel maken lukt alleen met geel gekleurd zand. Voor een hele gevel is een kant en klare zak vaak de verstandiger keuze: die geeft van de eerste tot de laatste meter dezelfde kleur.
Maak eerst een proefstuk op een plek waar niemand kijkt en beoordeel de kleur pas na een dag drogen. Dat geldt zeker als je maar een paar meter voegwerk wilt bijwerken, want zelf aangemaakte mortel droogt bijna nooit precies in de kleur van de oude voegen op.
| Wat je wilt maken | Mengverhouding | Waar je op let |
|---|---|---|
| Grijze standaardvoeg voor de gevel | 1 portlandcement op 3 voegzand | Droog mengen, zeven, daarna aardvochtig aanmaken |
| Zilvergrijze of lichtgrijze voeg | 1 cement, 2 zilverzand, een half deel kalk | Kalk maakt de voeg lichter en soepeler te verwerken |
| Witte voeg voor de gevel | Witte portlandcement met zilverzand, 1 op 3 | Vervuiling valt op, houd de gevel schoon |
| Beige voegmortel | 1 cement op 3 delen geel zand | Kleur komt uit het zand, pigment geeft wolken |
| Zwarte voegen in een buitenmuur | Kant en klare zak met ingemengd pigment | Zelf zwart pigment doseren geeft vlekken en strepen |
| Raamdorpelstenen en waterslagen | 1 cement op 3 zilverzand | Voegzand en metselzand zijn te grof voor die dunne naadjes |
| Voegcement maken voor klein herstel | 1 cement op 3 zand, halve emmer tegelijk | Kleine partij, anders is hij op de helft al stijf |
Een buitenmuur opnieuw voegen
Oude gevelvoegen krab je uit tot minstens 15 mm diep, en bij zacht of uitgespoeld voegwerk liever 20 mm. Ondieper geeft te weinig raakvlak met de steen en dan zit de nieuwe voeg er over een paar jaar weer uit. Hoever je moet uitkrabben zie je vanzelf: stop pas als je op vaste, harde mortel stuit.
Borstel de naden daarna stofvrij en maak het metselwerk licht vochtig. Een droge, zuigende steen trekt het aanmaakwater zo uit de specie, waardoor de voeg verbrandt en poederig wordt. Natspuiten hoeft niet: een paar halen met een plantenspuit tot de steen donker kleurt, is genoeg.
Breng de specie aan met een voegspijker die iets smaller is dan de voeg en druk hem in twee lagen goed aan. Vul eerst de stootvoegen en daarna de lintvoegen, dan hoef je gemorste specie maar één keer weg te borstelen. In de laatste beweging bepaal je de voegvorm.
De gebruikelijke voegdikte in metselwerk is 10 tot 12 mm. Zit een stootvoeg zo smal dat er geen specie in kan, hak hem dan voorzichtig iets ruimer. Onder ongeveer 8 mm krijg je de naad niet meer vol en blijft de voeg vanbinnen hol. Voegen dichtsmeren met een dun papje over de stenen heen is geen alternatief, want dat spoelt eruit en laat een grijze waas op het metselwerk achter.
| Voegvorm | Hoe hij eruitziet | Waar hij past |
|---|---|---|
| Platvolle voeg | Vlak afgestreken, gelijk met de steen | Standaard bij renovatie, kleinste kans op inwatering |
| Holle voeg | Met een rond voegijzer hol nagetrokken | Strak beeld, water blijft iets langer op de steenrand staan |
| Knipvoeg of snijvoeg | Schuin afgesneden zodat water afloopt | Traditioneel gevelbeeld, arbeidsintensief en vraagt oefening |
| Verdiepte voeg | Enkele millimeters achter het steenvlak | Veel schaduwwerking, houdt langer vocht vast |
| Openstootvoeg | Verticale voeg die leeg blijft | Onderste laag, boven kozijnen, bij spouwventilatie |
| Voeg met loodslab | Voeg waarin lood is ingehakt | Aansluiting op aanbouw, dakkapel en schoorsteen |
Boren in de voeg of in de steen
Voor iets wat gewicht draagt, boor je in de steen. Een baksteen is harder dan de mortel ernaast en geeft de plug veel meer houvast. Boren in voeg of steen is dus geen kwestie van smaak zodra er een zonnescherm, een fietsbeugel of een zware plantenbak aan hangt. Zet de boor midden in het steenvlak, want vlak bij de rand splijt de steen bij het indraaien van de schroef.
Boren in de voeg is de keuze voor lichte dingen die er later weer af moeten. Een gat in de voeg smeer je met een beetje specie onzichtbaar dicht, terwijl een gat in de steen zichtbaar blijft. Een spijker in een voeg slaan kan voor een kabelclip of een klimdraad, maar sla hem in de mortel en niet tegen de steenrand, anders springt er een schilfer af.
In de badkamer draait de afweging om. Boren in voegen van een betegelde wand voorkomt dat je een tegel scheurt of het glazuur laat afspatten; je boort daar in de praktijk half door de tegellijm erachter. Plak de plek af met schilderstape, begin zonder klopstand en zet de klop pas aan als de punt door de harde laag heen is.
Boor nooit dieper dan de schroef lang is en zet met een stukje tape een dieptemarkering op de boor. Gebruik buiten rvs schroeven, want gewoon verzinkt staal laat binnen een paar jaar roeststrepen over de gevel lopen. Brokkelt de voeg tijdens het boren uit, stop dan: in een uitgesleten voeg houdt een nylon plug slecht en is een chemisch anker of een gat in de steen de betere oplossing.
| Wat je ophangt | In de voeg of in de steen | Bevestiging |
|---|---|---|
| Zonnescherm, fietsenrek, zware plantenbak | In de steen, midden in het steenvlak | Plug 8 of 10 mm met rvs schroef, of een chemisch anker |
| Brievenbus, huisnummer, buitenlamp | In de steen of in een gave voeg | Plug in voeg of steen, minimaal 50 mm diep |
| Kabelclip, klimdraad, slanghaspel | In de voeg | Kleine plug of spijker, gat later dicht te smeren |
| Spiegel of kastje op een betegelde wand | Boren in voegen van de badkamer | Tegelboor zonder klopstand, daarna doorboren met klop |
| Iets zwaars aan een spouwmuur | In de steen van het binnenblad | Doorboren en een lange plug of hulpconstructie gebruiken |
| Iets bevestigen op poederende of losse voegen | Nergens in boren | Eerst het voegwerk vernieuwen, dan pas bevestigen |
Terras, oprit en bestrating voegen
Straatwerk voeg je niet met zandcement. Bestrating voegen met cement lijkt een makkelijke manier om onkruid voor te blijven, maar klinkers en tegels kunnen dan niet meer meebewegen met de ondergrond en de voegen scheuren de eerste winter al. Erger is dat de cementpap in de poriën van de bestrating trekt en er een grijswitte waas achterblijft die je er nauwelijks nog af krijgt.
Voor een gesloten voeg gebruik je polymeerzand, ook wel polyzand genoemd. Dat werk je in de droge voeg, daarna maak je de tegels helemaal schoon en pas dan spoel je licht aan zodat het bindt. Voegzand invegen op de ouderwetse manier kan ook, en bij oude klinkerpaden is dat vaak de betere keuze omdat het herstelbaar blijft. Beide manieren vragen een kurkdroge bestrating, anders blijft het zand als een korst op de tegel plakken.
Voegen van een terras herstellen begint met de naden leegkrabben en de tegels bezemschoon maken. Werk daarna in stroken van een paar vierkante meter: zand erop, diagonaal invegen met een zachte bezem, meteen de tegel schoonvegen en pas dan verder. Een hogedrukreiniger spuit de voegen leeg, dus gebruik die alleen voordat je gaat voegen en nooit erna.
Droogtijden: wanneer mag er water op
Een verse voeg trekt na 15 tot 45 minuten dof aan, en dat is het moment om af te sponzen. De vingertest is betrouwbaarder dan de klok: blijft er bij aantippen niets aan je vingertop hangen, dan kan de spons erop. Hoe lang een voeg moet drogen voor het schoonmaken hangt af van temperatuur, luchtvochtigheid en hoeveel de tegel zuigt, dus kijk in een warme ruimte eerder.
Afsponzen gaat in twee gangen: eerst diagonaal over de tegels om het overtollige voegsel af te halen, daarna evenwijdig aan de voeg om hem strak te trekken. Ververs het water vaak en knijp de spons goed uit, want met een natte spons was je de voeg juist uit de naad. De cementsluier neem je een paar uur later weg met een droge doek.
Daarna telt geduld. Hoe lang voegen moeten drogen voordat een ruimte weer in gebruik mag, hangt af van het voegmiddel en van de lijm eronder. Reken op 24 uur voor voorzichtig lopen en op drie tot zeven dagen voordat er dagelijks water op staat.
Kitten doe je pas als de voegen echt droog zijn, meestal na 24 tot 48 uur. Kit die je op een vochtige voeg zet, hecht slecht en laat een paar maanden later los. Per product lopen de tijden sterk uiteen, dus zoek de droogtijden van kit en voegmiddel op voordat je verder gaat.
| Wat je gaat doen | Richttijd na het voegen | Waar het van afhangt |
|---|---|---|
| Afsponzen | 15 tot 45 minuten | Temperatuur, zuigende tegel, luchtvochtigheid |
| Cementsluier natrekken met een droge doek | 2 tot 4 uur | Hoe grondig er is afgesponsd |
| Voorzichtig lopen op een gevoegde vloer | 24 uur | De tegellijm eronder is meestal maatgevend |
| Kitranden aanbrengen | 24 tot 48 uur | De voeg moet droog aanvoelen en lichter van kleur zijn |
| Douchen op nieuw voegwerk | 3 tot 7 dagen | Ventilatie, voegbreedte en soort voegmiddel |
| Meubels of een wasmachine terugzetten | 7 dagen | Uitharding van lijm en voeg samen |
| Buitenvoegwerk regenbestendig | 24 tot 48 uur, tot die tijd afdekken | Temperatuur, wind en of er folie voor hangt |
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Hoe lang moeten voegen drogen voordat je mag douchen?
Reken op drie tot zeven dagen voordat een pas gevoegde badkamer weer dagelijks water te verduren krijgt. De voeg voelt na een dag al droog aan, maar cement heeft die tijd nodig om echt sterkte op te bouwen, en de tegellijm eronder droogt nog langzamer. In een koude of slecht geventileerde badkamer zit je aan de bovenkant van die marge. Zet in die dagen een raam open of laat de ventilatie doorlopen, dan gaat het sneller.
Hoe lang moet een voeg drogen voordat je hem schoonmaakt?
Afsponzen doe je zodra de voeg dof aantrekt, meestal na 15 tot 45 minuten. Tip de voeg met je vingertop aan: blijft er niets aan hangen, dan kan de spons erop. Wacht je te lang, dan krijg je de resten alleen nog met een cementsluierverwijderaar van de tegel, en spons je te vroeg, dan was je het verse voegsel zo weer uit de naad. In een warme of tochtige ruimte gaat het aantrekken sneller, dus kijk daar eerder.
Hoe lang moet een voeg drogen voor het kitten?
Houd 24 tot 48 uur aan tussen het voegen en het zetten van de kitranden. Kit hecht slecht op een voeg waar nog vocht uit komt, en dat merk je pas maanden later als de rand loslaat of gaat schimmelen. De volgorde is altijd eerst voegen en dan kitten, want voegsel hecht niet op kit. Voelt de voeg nog koel en donker aan, geef hem dan nog een dag.
Hoe dik moet voegsel zijn?
Bij wandtegels binnen is de voeg meestal 2 of 3 mm breed en even diep als de tegel dik is; vul hem altijd tot vlak met de tegel. In metselwerk ligt de voegdikte tussen 10 en 12 mm en krab je bij renovatie 15 tot 20 mm diep uit. Onder ongeveer 8 mm krijg je de specie niet meer fatsoenlijk aangedrukt, en dat is in de praktijk de minimale dikte waarmee voegen in metselwerk nog zin heeft. Een dunne laag over bestaand voegwerk telt niet mee als dikte.
Hoeveel voegmortel heb je per m2 buitenmuur nodig?
Voor waalformaat metselwerk met een uitkrabdiepte van 15 tot 20 mm reken je op ongeveer 6 tot 9 kg droge voegmortel per m2. Meng je zelf, dan komt dat neer op zo'n 5 tot 7 kg voegzand per m2 metselwerk plus 1,5 tot 2,5 kg portlandcement. Bij een groter steenformaat zitten er minder meters voeg in een vierkante meter en heb je dus minder nodig; bij dieper uitkrabben juist meer. Neem een zak extra, want een gevel die halverwege uit een andere partij wordt gevoegd blijft zichtbaar.
Welke voegbreedte kies je bij wandtegels?
Voor gewone keramische wandtegels is 2 of 3 mm de gebruikelijke breedte. Smaller ziet er strak uit maar laat weinig ruimte voor maatverschil tussen tegels en is lastiger vol te krijgen; breder vraagt een grovere voegsoort. Bij tegels met een nagebootst tegelmotief houd je de echte voeg net zo breed als de nepvoegen in de tegel, anders zie je precies waar elke plaat zit. Hoeveel tegels en dus hoeveel voegmiddel je nodig hebt, reken je uit met de tegelcalculator.
Wat is het verschil tussen metselmortel en voegmortel?
Metselmortel is een vettere, grovere specie die de stenen draagt en die je in een dikke laag verwerkt. Voegmortel heeft fijner zand, wordt aardvochtig verwerkt en moet vooral hard, dicht en weerbestendig zijn in een naad van een centimeter. Metselspecie in de voeg smeren geeft een zachte voeg die uitspoelt en vaak lichter opdroogt dan de rest. Andersom is voegmortel te droog en te fijn om mee te metselen.
Wanneer voeg je na het metselen?
Wacht tot de metselspecie voldoende is verhard, in de praktijk een paar dagen tot een week, afhankelijk van het weer. Metselaars krabben de voegen tijdens het werk alvast op diepte uit, zodat er later ruimte is voor de voegspecie. Voeg je te vroeg, dan duw je nog zacht metselwerk uit het lood. Wacht je jaren, zoals bij een aanbouw die nooit is afgevoegd, dan is er niets aan de hand zolang de voegen maar diep en schoon zijn. Maak ze in dat geval eerst goed stofvrij.
Tot welke temperatuur kun je voegen?
Buiten werk je tussen ongeveer 5 en 25 graden, en dan het liefst op een bewolkte, windstille dag. Onder 5 graden of bij nachtvorst binnen 24 uur bindt het cement niet goed en blijft de voeg zwak. Boven de 25 graden of in schrale wind droogt de specie te snel, wat haarscheurtjes en lichte vlekken geeft. Werk in de zomer aan de schaduwzijde en volg de zon, dan houd je de gevel koel genoeg.
Hoever moet je de voeg uitkrabben?
In metselwerk haal je 15 tot 20 mm weg, en bij zacht of uitgespoeld voegwerk ga je door tot je op harde mortel stuit. Bij tegelwerk krab of frees je tot op de tegellijm, dus over de volle diepte van de voeg. De vuistregel is dat het hechtvlak op de flanken belangrijker is dan de diepte zelf: hoe meer schoon oppervlak de nieuwe voeg raakt, hoe langer hij blijft zitten. Bij raamdorpelstenen hak je niet, maar frees je, anders komen de steentjes los.
Moet een uitzettingsvoeg bij laminaat ook gevuld worden?
Nee. Uitzettingsvoegen bij laminaat zijn juist bedoeld om leeg te blijven: de vloer moet 10 tot 15 mm ruimte houden langs elke muur en langs elk vast object, anders bolt hij op. Die naad dek je af met een plint of een profiel, je vult hem niet met kit of voegmiddel. Hetzelfde principe geldt bij een dekvloer, waar een uitzetvoegband langs de wanden de vloer vrij houdt van het metselwerk; bij tegelwerk hoort daar een elastische dilatatievoeg boven te komen in plaats van harde mortel.
Wanneer moet je de voegen in de badkamer vernieuwen?
Zodra je de punt van een mes in de voeg kunt drukken, is hij poreus en laat hij water door. Ook poeder dat uit de voeg valt, donkere plekken die na het drogen blijven staan en lekkende voegen langs de douchehoek zijn redenen om nieuwe voegen in de badkamer aan te brengen. Bij een enkel gaatje volstaat plaatselijk herstel; zit het over de hele onderste tegelrijen, dan is de wand aan een complete beurt toe. Voegen vernieuwen in de badkamer heeft alleen zin als de ondergrond eerst helemaal droog is, dus las na het uitkrabben enkele dagen droogtijd in. Een voegband achter de tegels is bij nieuwbouw de laag die het water echt tegenhoudt.