Kruipruimte isoleren met pur: wanneer het werkt en wanneer niet
Bekijk de informatie en links bij deze gids
Kruipruimte isoleren met pur betekent in de praktijk dat een spuitploeg twee componenten mengt en die als schuim tegen de onderkant van je vloer aanbrengt. Op een droge betonvloer met genoeg kruiphoogte is dat een snelle en goed isolerende oplossing. Bij een houten balkenvloer, bij water op de bodem of bij een vloer die je wilt kunnen blijven bekijken raden wij pur af. De busjes purschuim uit de bouwmarkt zijn hier geen alternatief: die zijn voor kieren en doorvoeren, niet voor vierkante meters.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Accu-werklamp of hoofdlamp, plus een reservelamp
- Kniebeschermers en een overall die je daarna weggooit
- Stofmasker en handschoenen voor het opruimwerk
- Schep, emmer en een teil om puin en zand naar buiten te krijgen
- Rolmaat en een meetlat om de vrije kruiphoogte op meerdere plekken te meten
- Telefoon of camera aan een stok om hoeken te bekijken die je niet in kunt
- Kitpistool voor het dichtzetten van doorvoeren
- Verlengsnoer op een groep met aardlekschakelaar
Materiaal
- Bodemfolie van pe, minimaal 0,2 mm dik
- Tape die op folie hecht, voor de overlappen
- Zand of grind om de folie op zijn plek te houden
- Losse blikjes purschuim voor leidingdoorvoeren en kieren
- Brandwerende of luchtdichte manchetten waar leidingen door de vloer gaan
- Rooster of muisdicht gaas om de ventilatieopeningen open te houden
Wat gespoten pur in de kruipruimte is, en wat de alternatieven zijn
Pur in de kruipruimte is bijna altijd tweecomponenten polyurethaanschuim dat ter plekke wordt gemengd en met een spuitpistool tegen de onderkant van de vloer wordt aangebracht. Het schuim zet uit, hecht direct aan het beton en hardt binnen minuten uit tot een gesloten laag zonder naden. Die naadloosheid is het grote voordeel ten opzichte van platen: bij de aansluitingen op muren en leidingen lek je anders warmte weg. Hoe pur zich verhoudt tot de andere methoden lees je in ons overzicht over de vloer isoleren van onderaf.

Er zijn twee families schuim. Gesloten cel schuim is hard, dampdicht en isoleert per centimeter het best; dat is wat vrijwel elke ploeg in een kruipruimte gebruikt. Open cel schuim is zacht en dampopen, isoleert minder per centimeter en zie je vooral bij daken en wanden binnen. Staat er in de offerte alleen het woord pur, vraag dan welk van de twee er gespoten wordt en welke lambdawaarde erbij hoort.
De busjes purschuim uit het schap zijn iets anders: eencomponentschuim dat uithardt met vocht uit de lucht, bedoeld voor kieren, kozijnen en doorvoeren. Een hele vloer daarmee volspuiten kost een veelvoud, geeft een ongelijke laagdikte en hecht slecht op een stoffige betonvloer.
| Methode | Waar het op zit | Sterk punt | Zwak punt |
|---|---|---|---|
| Gespoten pur, gesloten cel | Onderkant van de vloer | Naadloos, hoge isolatiewaarde per centimeter, snel klaar | Onomkeerbaar, vloer en leidingen niet meer te bekijken |
| Pir- of pur-platen | Tussen of onder de balken, of tegen het beton | Zelf te doen, controleerbare dikte | Veel snijwerk en naden, aansluitingen moeten dicht |
| Eps-parels of chips | Los gestort op de bodem | Goedkoop, snel ingeblazen, ook bij lage kruipruimtes | Kruipruimte daarna vrijwel onbegaanbaar |
| Schelpen | Los gestort op de bodem | Houdt de bodem droger en werkt dampopen | Isoleert matig, laag van zeker 20 cm nodig |
| Bodemfolie alleen | Over de hele bodem | Weinig geld, groot effect op vocht in huis | Isoleert nauwelijks, verlaagt de warmtevraag beperkt |
| Schuimbeton onderstorten | Onder de bestaande vloer, kruipruimte verdwijnt | Ondersteunt een zwakke vloer en isoleert tegelijk | Duur, definitief, kruipruimte is daarna weg |
Vraag bij een offerte om de laagdikte in millimeters én de opgegeven lambdawaarde van het schuim. Met die twee gegevens reken je zelf na welke Rd-waarde je koopt.

Lees de uitleg uit de afbeelding
Materiaal op de bodem van de kruipruimte doet iets anders dan isolatie direct tegen de onderkant van de vloer.
Bij de tekening: Isolatie tegen de vloer Kruipruimte Isolatie op de bodem Kruipruimte De blauwe laag ligt op twee verschillende plaatsen. De ruimte tussen woningvloer en bodem blijft herkenbaar.
- Vloerisolatie zit bij de woningvloer
- De isolatie sluit aan op de vloer boven de kruipruimte. De vloeropbouw, bereikbaarheid, vochttoestand en aansluitingen bepalen welk systeem geschikt is.
- Bodemisolatie ligt op de grond eronder
- Die laag beïnvloedt de omstandigheden in de kruipruimte. Zij maakt een niet-geïsoleerde woningvloer niet automatisch even goed geïsoleerd als een passende vloerisolatie.
- Vocht en ventilatie blijven aparte controles
- Controleer water, houtconditie en ventilatievoorzieningen. Vul of sluit bestaande openingen niet willekeurig af om materiaal te kunnen aanbrengen.
Ga een kruipruimte alleen in als toegang en omstandigheden veilig zijn. Een onbekende, natte of slecht bereikbare ruimte vraagt eerst beoordeling.
Past pur bij jouw vloer, of juist niet
Het vloertype bepaalt hier bijna alles. Op een gladde, droge betonvloer hecht pur goed en gaat de laag jarenlang mee. Bij een houten balkenvloer ligt het anders: je spuit dan een dampdichte laag tegen hout dat juist moet kunnen drogen. Balkkoppen die in de muur liggen zijn daarbij het kwetsbaarst. Die drogen deels via de kruipruimte, en dat pad zit na het spuiten dicht.
Bij een houten vloer werken wij daarom liever met plaatmateriaal tussen of onder de balken, met bewust ruimte voor luchtbeweging langs het hout. Hoe je die opbouw maakt, met welke plaatdikte en hoe je omgaat met balken die verder dan zestig centimeter uit elkaar liggen, staat bij isoleren met pir-platen tussen de balken. Purschuim gebruik je daar alleen om de randen en de aansluitingen op de balken dicht te zetten.
Bij betonnen systeemvloeren uit de jaren zestig en zeventig zijn we eveneens terughoudend: de wapening kan aangetast zijn. Zo'n vloer wil je kunnen blijven bekijken. Een pakket schuim eroverheen betekent dat je pas merkt dat er iets speelt als het al ver is.
| Vloertype | Gespoten pur verstandig? | Waarom | Beter alternatief |
|---|---|---|---|
| Massieve betonvloer, droge kruipruimte | Ja | Goede hechting, dampdichtheid is hier geen bezwaar | Geen, pur is hier sterk |
| Broodjesvloer met betonnen balken | Meestal wel | Schuim volgt de ribbels en vult de holtes | Platen als je zicht wilt houden |
| Houten balkenvloer | Liever niet | Hout wordt ingepakt, balkkoppen kunnen niet drogen | Pir- of glaswolisolatie tussen de balken |
| Systeemvloer met twijfel over de wapening | Wij raden het af | Je verliest elk zicht op de onderkant van de vloer | Eerst laten beoordelen, daarna pas kiezen |
| Kruipruimte met permanent water | Nee | Natte ondergrond, slechte hechting, oorzaak blijft staan | Eerst het water aanpakken, dan bodemfolie |
| Vrije hoogte onder de 35 cm | Meestal niet mogelijk | Spuiter kan er niet werken en niet vluchten | Parels of chips laten inblazen |
| Vloer met vloerverwarming erop | Ja, en dan royaal | Groot temperatuurverschil met de kruipruimte | Geen, wel dikker isoleren dan standaard |
Een kruipruimte is een besloten ruimte. Er kan zuurstofgebrek heersen en er kunnen rioolgassen staan, zeker als er een lek in een afvoer zit. Ga er nooit alleen in, laat het luik ruim open, zorg dat iemand boven je hoort en houd de weg naar het toegangsgat altijd vrij.
Hoeveel pur je nodig hebt voor welke isolatiewaarde
De rekensom is eenvoudig: je deelt de laagdikte in meters door de lambdawaarde van het schuim. Gesloten cel pur zit meestal tussen 0,023 en 0,030 W/mK, afhankelijk van het systeem en van het jaar waarin het is aangebracht. Met de vaak genoemde 0,026 kom je bij vijf centimeter op ongeveer Rd 1,9 en bij negen centimeter op ongeveer Rd 3,5.
Op papier is dat bijna een verdubbeling, in warmteverlies scheelt het minder dan dat cijfer suggereert. De eerste vier centimeter halen de grootste klap uit het verlies, de centimeters daarna leveren steeds minder op. Toch kiezen wij in een kruipruimte liever wat dikker. De meerprijs per centimeter schuim is klein naast de kosten van de ploeg die langskomt. Subsidieregelingen stellen daarnaast vaak een minimale isolatiewaarde en een minimaal oppervlak; welke eisen precies gelden verschilt per regeling, dus kijk ze na bij de verstrekker voor het jaar waarin je het werk laat uitvoeren.
Wil je weten wat je vloer als geheel gaat doen, dan tellen de constructie en de vloerafwerking mee. Reken het na met onze rekenhulp voor de Rc-waarde van een constructie, dan zie je meteen wat een paar centimeter extra oplevert.
| Laagdikte gespoten pur | Rd bij lambda 0,023 | Rd bij lambda 0,026 | Rd bij lambda 0,030 |
|---|---|---|---|
| 4 cm | 1,7 | 1,5 | 1,3 |
| 5 cm | 2,2 | 1,9 | 1,7 |
| 6 cm | 2,6 | 2,3 | 2,0 |
| 8 cm | 3,5 | 3,1 | 2,7 |
| 9 cm | 3,9 | 3,5 | 3,0 |
| 10 cm | 4,3 | 3,8 | 3,3 |
| 12 cm | 5,2 | 4,6 | 4,0 |
Laagdikte is geen vast gegeven bij spuitwerk. Schuim dat met de hand wordt aangebracht varieert altijd wat, en op de plekken waar de spuiter moeilijk bij kan zit vaak minder. Spreek daarom een minimale dikte af, geen gemiddelde, en laat na afloop op een paar plekken meten.
Wat het kost en wat je ervoor terugkrijgt
Spuiten van pur is uitbesteed werk. De prijs verschilt sterk per regio, per hoeveelheid vierkante meters en per bereikbaarheid van de kruipruimte. Kleine oppervlaktes zijn per vierkante meter duurder: het opbouwen van de installatie kost hetzelfde bij dertig als bij honderd vierkante meter. Wij vragen daarom minstens twee offertes en laten daarin de laagdikte en de lambdawaarde noemen.
Het effect zit deels in de stookkosten en deels in wat je voelt. De vloer voelt merkbaar warmer aan, tocht langs de plinten neemt af en bij veel huizen verdwijnt het klamme gevoel in de ochtend. Bij vloerverwarming is de winst het grootst. Het temperatuurverschil met de kruipruimte is dan permanent groot, en zonder isolatie verdwijnt een flink deel van je warmte naar beneden.
Zet de kosten naast de rest van de schil voordat je besluit. Bij veel woningen levert eerst het dak of het plafond meer op per geïnvesteerde euro, zeker als daar nog niets zit. Bekijk daarvoor een schuin dak isoleren en de opbouw bij een plat dak isoleren, en kies daarna waar je begint.
| Aanpak | Orde van grootte per m² | Zelf te doen? | Wat je ervoor krijgt |
|---|---|---|---|
| Alleen bodemfolie leggen | Enkele euro's aan materiaal | Ja | Veel minder vocht in huis, weinig isolatie |
| Eps-parels of chips laten inblazen | Laag, vaak de goedkoopste offerte | Nee | Redelijke isolatiewaarde, kruipruimte daarna dicht |
| Pir-platen tegen de vloer of balken | Middenmoot, vooral materiaalkosten | Ja, met veel geduld | Goede waarde, later weer demontabel |
| Gespoten pur tegen de vloer | Middenmoot tot hoog, per offerte | Nee | Hoogste waarde per centimeter, naadloos |
| Schuimbeton onderstorten | Hoog, inclusief vloerbeoordeling | Nee | Isolatie plus ondersteuning van een zwakke vloer |
Breng eerst vocht, ventilatie en hoogte op orde
Isoleren doe je pas als de kruipruimte in orde is: wat je eronder laat zitten, kun je daarna niet meer bereiken. Begin met kijken. Staat er water, ruikt het muf, zie je schimmelpluis op het hout, liggen er losse afvoerbuizen of oud isolatiemateriaal dat naar beneden is gezakt? Ruim dat op, samen met het bouwafval dat er vaak nog van vroeger ligt.
Bodemfolie is bij vrijwel elke kruipruimte de goedkoopste winst. Een pe-folie van 0,2 millimeter over de hele bodem, met de banen ruim overlappend en tot tegen de muren doorgelegd, houdt het grootste deel van de bodemdamp tegen. Verzwaar de folie met een laagje zand of wat grind, anders bolt hij op zodra er lucht onder komt. Dit werk kun je zelf doen, ook als het spuiten later wordt uitbesteed.
Laat de ventilatie met rust. De roosters in de gevel en de kokers onder de vloer voeren de damp af die uit de grond komt. We zien regelmatig dat isolatiemateriaal een koker precies afdekt, en dan droogt het deel van de kruipruimte erachter niet meer. Wat er nodig is aan doorstroming en hoe je een deel achter een gemetseld muurtje weer aangesloten krijgt, staat bij ventilatie van de kruipruimte.
Meet ook de vrije hoogte op meerdere plekken, niet alleen bij het luik. Onder de vijftig centimeter wordt spuiten zwaar en onder de vijfendertig centimeter weigeren de meeste ploegen het werk; welke ondergrens een bedrijf aanhoudt, vraag je vooraf na. Hoogte winnen door zand opzij te scheppen kan, maar reken op flink wat kubieke meters grond en doe dat werk nooit in je eentje.
Schuif het zand van de kruipbanen niet richting het toegangsgat. We hebben meer dan eens meegemaakt dat iemand de weg terug naar het luik half had dichtgeschept. Werk van het gat af, niet ernaartoe.
Wat de spuitploeg doet en wat jij vooraf regelt
Op de dag zelf staat er een bus voor de deur met twee vaten en een verwarmde slang. De spuiter kruipt naar binnen met volgelaatsmasker en verse luchttoevoer, en werkt in banen van een paar centimeter tegelijk. Het schuim wordt in lagen opgebouwd; te dik in één keer geeft warmteontwikkeling in de kern en een slechtere structuur.
Twee dingen bepalen of het schuim goed uitkomt: de mengverhouding en de temperatuur van de ondergrond. Een koude, klamme betonvloer in februari is een slechter startpunt dan diezelfde vloer in september. Welke ondergrens geldt, verschilt per schuimsysteem en staat in het verwerkingsvoorschrift van de fabrikant. Vraag de ploeg wat zij aanhouden en of ze de ondergrond meten voordat ze beginnen.
Jouw voorbereiding zit in wat er in de weg ligt. Waterleidingen die strak tegen de vloer liggen worden mee ingespoten en zijn daarna onbereikbaar; laat die eerst afkoppelen of omleggen als je er ooit nog bij wilt. Gasleidingen en hun aansluitingen horen vrij en zichtbaar te blijven. Elektraleidingen die los over de bodem slingeren hang je vooraf netjes op.
Maak ook het luik goed bereikbaar. Meubels op het luik, een vastgelijmde vloerbedekking of een volle meterkast waar het gat onder zit kosten aan het begin van de dag onnodig uren.
De naad tussen vloer en muur
De grootste warmtelekken zitten niet in het midden van de vloer maar aan de randen: waar de vloer op de fundering rust en waar leidingen door de vloer omhooggaan. Een goede spuiter neemt die randen ruim mee en zet de doorvoeren dicht. Vraag daar expliciet om, want juist die hoeken zijn lastig te bereiken en worden bij haastwerk overgeslagen. Hetzelfde principe kom je tegen bij een plafond isoleren: de aansluiting op de wand bepaalt of het pakket doet wat het belooft.
Geur, isocyanaat en de verbinding met je woonkamer
Tijdens het spuiten komen isocyanaten vrij. Daarom werkt de spuiter met verse lucht en hoef jij op dat moment niet in huis te zijn. Het schuim is na uitharding chemisch stabiel, maar de uren rond het werk vragen om ventileren: ramen open, en de kruipruimte zo veel mogelijk laten doorstromen.
Het bekendste probleem is een aanhoudende zoetige of visachtige geur die weken tot maanden in huis blijft hangen. Dat komt vrijwel altijd door schuim dat niet goed is uitgereageerd, meestal door een verkeerde mengverhouding of door spuiten op een te koude ondergrond. Zulk schuim gast na, en dat ruik je boven: een kruipruimte is verre van luchtdicht van de woning gescheiden.
Die verbinding is het punt dat mensen onderschatten. Rond elke afvoer, elke waterleiding en elke elektrabuis zit een gat in de vloer, en via die gaten stroomt kruipruimtelucht je huis in. Zet die doorvoeren dicht met een busje purschuim of een manchet, ongeacht welke isolatiemethode je kiest. Dat scheelt ook in de vochtlast en het bodemluchtje in huis.
Ruikt het na een paar weken nog steeds, meld dat dan schriftelijk bij het bedrijf en laat het niet lopen. Naspuiten helpt niet: de laag eronder blijft doen wat hij doet. In hardnekkige gevallen is het schuim er weer af halen de enige route, en dat is zwaar en duur werk.
Werk zelf nooit met een tweecomponentenset in een kruipruimte. De damp die daarbij vrijkomt vraagt om onafhankelijke ademlucht, niet om een stofmasker uit de bouwmarkt. In een lage, slecht geventileerde ruimte is dat geen klus om te improviseren.
Wat je na het isoleren niet meer kunt bereiken
Vloerisolatie kies je in principe één keer, en bij pur geldt dat sterker dan bij welke andere methode ook. Het schuim hecht zo goed aan beton dat verwijderen neerkomt op afsteken met een lange steekbeitel, terwijl je op je rug in het donker ligt. Wat eronder zit, kan daarbij beschadigd raken.
Daarom doet de volgorde van je verbouwing ertoe. Nieuwe leidingen, een tweede aanvoer voor een badkamer, een afvoer die verlegd moet worden: dat wil je gedaan hebben voordat er schuim tegen de onderkant van je vloer zit. Een warmtepomp over vijf jaar brengt mogelijk dikkere leidingen en een andere afvoer mee. Die plannen horen op tafel voordat de spuitbus wordt opgestart, net zoals je bij het dak isoleren eerst nadenkt over kabels en dakdoorvoeren.
Elke methode kost je iets aan bereikbaarheid. Gespoten pur laat de ruimte begaanbaar maar maakt de vloer onbereikbaar. Los gestorte parels doen precies het omgekeerde: de vloer blijft bereikbaar, maar je komt er niet meer doorheen zonder erin weg te zakken. Wat dat in de praktijk betekent, beschrijven we bij isoleren met eps-parels in de kruipruimte.
Wie later nog aan leidingen wil kunnen, houdt de bodem vrij en isoleert tegen de vloer met platen. De leidingen blijven dan zichtbaar langs of onder de balken lopen en een plaat schroef je los. Dat kost meer werkuren dan spuiten, maar het is de enige aanpak waarbij een koppeling die over tien jaar gaat lekken nog te bereiken is. De opbouw daarvoor staat bij vloerisolatie met pir-platen.
Een tussenvorm die vaak goed uitpakt is bodemfolie met een dunne laag schelpen erop, gecombineerd met platen of pur tegen de vloer. De folie stopt de damp, de schelpenlaag houdt de folie op zijn plek en blijft beloopbaar, en de isolatie tegen de vloer doet het thermische werk. Meer over de opbouw van vloeren vind je in ons overzicht over vloeren en vloerafwerking.
Waar een busje purschuim wel het juiste gereedschap is
Eencomponentschuim uit een blik heeft in de kruipruimte een duidelijke rol, alleen niet als vlakisolatie. Je gebruikt het om gaten en naden te dichten die anders koude lucht of bodemdamp doorlaten. Dat is een paar uur werk waarvan je vloer merkbaar minder koud wordt.
Het meest leveren de doorvoeren van waterleidingen en afvoeren op, de gaten waar elektrabuizen door de vloer gaan, de kier rond het kruipluik zelf en de aansluiting van de vloer op de gevel. Snijd het uitgeharde schuim netjes bij en werk het af, anders brokkelt los schuim op den duur af.
Bij plaatisolatie is het busje het sluitstuk van de klus. Platen tussen de balken laten altijd een speling van een paar millimeter, en juist daar loopt de lucht doorheen. Die randen pur je af nadat de platen op hun plek zitten, in kleine porties, want purschuim zet flink uit en kan platen uit hun positie duwen. Hebben we meer dan een paar naden te doen, dan pakken we liever een pistoolversie dan een rietje, omdat je daarmee nauwkeuriger doseert.
Houd purresten weg bij het houtwerk dat je nog wilt kunnen zien. Uitgehard schuim laat zich van hout praktisch niet meer verwijderen zonder de vezels mee te trekken, en vers schuim smeert alleen maar uit als je het probeert af te vegen.
Maak de ondergrond licht vochtig met een plantenspuit voordat je purt. Eencomponentschuim hardt uit met vocht, dus op een kurkdroge betonrand blijft het onnodig lang zacht en hecht het slechter.
Zo pak je het isoleren van de kruipruimte aan
Deze volgorde geldt bij uitbesteed spuitwerk net zo goed als bij platen die je zelf aanbrengt: het voorwerk is hetzelfde.
-
Ga eerst kijken en meet de vrije hoogte
Neem twee lampen mee en meet de hoogte op minstens vier plekken, want een kruipruimte is zelden overal even hoog. Noteer waar leidingen liggen, waar ventilatiekokers uitkomen en of er tussenmuurtjes staan die de ruimte opsplitsen. Ga nooit alleen naar binnen en laat het luik open.
-
Los het vochtprobleem op voordat je isoleert
Staat er water, dan zoek je eerst de oorzaak: een lekkende afvoer, grondwater dat via de fundering binnenkomt of hemelwater dat verkeerd wordt afgevoerd. Isolatie op een natte bodem verplaatst het probleem alleen naar een plek waar je het niet meer ziet. Bij een blijvend hoge waterstand is spuiten geen optie.
-
Ruim op en leg bodemfolie
Haal puin, oude isolatie en bouwafval eruit. Leg daarna pe-folie van 0,2 millimeter over de hele bodem, met de banen ruim overlappend en tegen de muren opgezet. Verzwaar de folie met zand of grind zodat hij blijft liggen. Deze stap alleen al scheelt merkbaar in het vochtniveau boven.
-
Regel de leidingen voordat er schuim tegenaan komt
Verleg of vervang wat je toch al wilde aanpassen, hang losse elektraleidingen netjes op en houd gasleidingen en hun koppelingen vrij en zichtbaar. Alles wat je nu overslaat, zit straks onder een laag schuim en is dan alleen met sloopwerk te bereiken.
-
Controleer de ventilatie en houd hem open
Kijk of elke ventilatiekoker vrij ligt en of elk deel van de kruipruimte doorstroming heeft. Een deel achter een gemetseld muurtje zonder eigen opening droogt niet en wordt na het isoleren vochtiger. Verlaag een koker liever iets dan dat je hem laat blokkeren door isolatiemateriaal, en houd het rooster in de gevel muisdicht maar open.
-
Kies de methode en de dikte, en leg die vast
Bepaal aan de hand van je vloertype en je toekomstplannen of het pur, platen of bodemisolatie wordt. Reken uit welke dikte je nodig hebt voor de isolatiewaarde die je wilt halen, en laat de offerte die dikte en de lambdawaarde noemen in plaats van alleen een prijs per vierkante meter.
-
Laat spuiten of breng de platen aan
Bij spuitwerk ben je die dag niet in huis en zet je ramen open. Bij platen werk je van de verste hoek naar het luik toe, zodat je jezelf niet insluit. Purschuim gebruik je in beide gevallen voor de randen en de doorvoeren, in kleine porties omdat het flink uitzet.
-
Controleer het resultaat en zet de doorvoeren dicht
Ga na uitharding nog één keer kijken: is de laagdikte overal gehaald, zitten de randen dicht, is geen enkele ventilatieopening afgedekt. Zet daarna de gaten rond leidingen in de vloer dicht vanaf de bovenzijde, dan stroomt er geen kruipruimtelucht meer je woning in.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat de spuitploeg komt
Uit de praktijk
Eerst de parels, daarna pas nadenken over de vloer
Een kruipruimte was al volledig gevuld met eps-chips toen het plan ontstond om ook de vloer zelf te isoleren. Op papier klonk dat logisch: tussen de chipslaag en de onderkant van de vloer zat nog een flinke luchtruimte waar de ventilatie doorheen trok. In de praktijk bleek er niet doorheen te komen. Elke beweging liet iemand wegzakken, gereedschap verdween binnen een paar minuten in de laag en op één plek stabiel werken werd onmogelijk.
De oplossing was drastisch: alle bodemisolatie moest er eerst weer uit worden gezogen voordat er aan de vloer gewerkt kon worden. Dat is dubbel werk en dubbele kosten, en het is precies waarom wij de volgorde omdraaien. Alles wat tegen de vloer moet gebeuren doe je eerst, en pas als dat klaar is stort of blaas je de bodem vol.
Ventilatiekokers die door de isolatieplaten werden dichtgezet
Halverwege een isolatieklus met pir-platen bleek dat drie ventilatiekokers precies op de hoogte zaten waar de platen kwamen. De kokers moesten dus omlaag. Bij het uitmeten kwam een tweede probleem naar boven: een gemetseld muurtje deelde de kruipruimte in tweeën, waardoor er tussen twee van de kokers wel trek was en het derde deel volledig op zichzelf stond.
Dat losstaande deel oplossen met een extra koker en een T-stuk klinkt handig, maar zo werkt doorstroming niet. Er is een drukverschil nodig tussen twee openingen, en twee uitmondingen aan dezelfde gevelzijde geven dat nauwelijks. Wat hier hoorde te gebeuren: een opening in het tussenmuurtje maken zodat beide helften met elkaar in verbinding stonden, en pas daarna de kokers verlagen. Een pvc-buis als vervangende koker kan, mits de doorsnede minstens gelijk blijft aan wat er zat.
Twaalf centimeter balkhoogte en een keuze tussen wol en plaat
Bij een oude houten plankenvloer waar vloerverwarming op zou komen, viel gespoten pur af vanwege het hout, terwijl de isolatiewaarde juist zo hoog mogelijk moest zijn. De balken waren maar twaalf centimeter hoog en lagen niet netjes op zestig centimeter maar op wisselende afstanden tot zeventig, waardoor rolwol niet paste zonder overal dwarsstroken bij te snijden.
Er is toen gekozen voor pir-plaat van tien centimeter tussen de balken, met bewust twee centimeter open gelaten aan de onderzijde zodat er lucht langs het hout kan bewegen. De randen van elke plaat zijn afgepurd; de speling naast een plaat doet de isolatiewaarde grotendeels teniet. Wij zouden bij een houten vloer altijd voor die twee centimeter luchtruimte kiezen boven het maximale aantal centimeters isolatie, juist omdat het hout moet kunnen drogen.
Water in de kruipruimte en een vloer die je wilt kunnen zien
In een woning uit de jaren zestig met een betonnen systeemvloer stond in het natte seizoen permanent water in de kruipruimte. De vloer zag er nog goed uit, maar de vraag was hoe die er over tien of twintig jaar bij zou liggen. Isoleren met gespoten pur tegen de onderkant leek aantrekkelijk, alleen viel er dan nooit meer op de vloer te kijken.
Dat was voor ons de doorslaggevende reden om die route af te raden. Bij een vloer waar twijfel over bestaat, is zicht houden meer waard dan een paar tienden isolatiewaarde. De volgorde die hier hoort: eerst de waterstand aanpakken en de vloer laten beoordelen, daarna pas kiezen. Blijkt de vloer echt aan het einde van zijn leven, dan is onderstorten met schuimbeton een reële optie, en dan bespreek je vooraf hoe het binnenblad en de binnenmuren die op de vloerranden staan ondersteund blijven.
Veelgemaakte fouten
Isoleren voordat het vocht is opgelost
Een natte bodem blijft nat onder een laag isolatie, en de damp zoekt dan de weg omhoog langs leidingdoorvoeren je woning in. Bovendien hecht pur slecht op een klamme betonvloer. Eerst het water aanpakken en folie leggen, daarna pas isoleren.
Een ventilatiekoker afdekken met isolatiemateriaal
Platen die precies langs een koker vallen of schuim dat een opening dicht spuit, leggen de doorstroming van dat hele deel stil. De vochtigheid loopt daar op en het hout in de buurt krijgt het zwaar. Verlaag de koker liever, of verleg hem, maar houd hem open.
Gespoten pur tegen een houten vloer aanbrengen
Het schuim sluit het hout in met een dampdichte laag, terwijl balkkoppen en planken juist moeten kunnen drogen. Vocht dat er toch bij komt, kan geen kant op. Bij hout werk je met plaatmateriaal en laat je bewust ruimte voor luchtbeweging langs de balken.
De leidingen laten liggen zoals ze liggen
Waterleidingen die tegen de vloer zitten worden mee ingespoten en zijn daarna onbereikbaar. Een koppeling die over vijf jaar gaat lekken, betekent dan schuim weghakken. Verleg wat je wilde verleggen voordat de spuitbus wordt opgestart.
Met blikjes purschuim vierkante meters willen vullen
Eencomponentschuim hardt uit met vocht uit de lucht en is bedoeld voor kieren. Een vloer ermee volspuiten geeft een ongelijke laag met holtes erin, hecht slecht op stoffig beton en kost al snel meer dan een offerte voor echt spuitwerk.
Alleen op de prijs per vierkante meter vergelijken
Twee offertes met dezelfde prijs kunnen vier centimeter verschillen in laagdikte. Zonder de dikte en de lambdawaarde weet je niet wat je koopt. Laat beide in de offerte zetten en reken de Rd-waarde zelf na.
In je eentje de kruipruimte in gaan
Een kruipruimte is een besloten ruimte waar de zuurstof laag kan zijn en waar rioolgas kan staan. Wie daar in zijn eentje onwel wordt, wordt pas gevonden als iemand hem mist. Laat altijd iemand boven blijven en houd de weg naar het luik vrij.
Kruipbanen graven en het zand richting het luik schuiven
Vijf centimeter afgraven levert al snel een halve kubieke meter grond op. Wie dat zand de verkeerde kant op schept, verkleint de doorgang naar het toegangsgat. Werk van het luik af en voer het zand met emmers naar buiten.
Veelgestelde vragen
Kun je een kruipruimte isoleren met pur uit een busje?
Voor kieren en doorvoeren wel, voor de vloer niet. Een blikje bevat eencomponentschuim dat uithardt met vocht uit de lucht, en dat is gemaakt voor naden van een paar centimeter. Voor vlakwerk krijg je een ongelijke laag met holtes, slechte hechting op stoffig beton en een prijs per vierkante meter die de offerte van een spuitploeg ruim overstijgt. Gebruik de blikjes waar ze goed in zijn: het dichtzetten van de gaten rond leidingen en de kier rond het kruipluik.
Wat kost pur isolatie in de kruipruimte?
Dat loopt sterk uiteen en hangt af van het aantal vierkante meters, de bereikbaarheid van de kruipruimte, de gevraagde laagdikte en de regio. Kleine oppervlaktes zijn per vierkante meter duurder, omdat het opbouwen van de installatie evenveel tijd kost bij dertig als bij honderd vierkante meter. Vraag minstens twee offertes en laat daarin de laagdikte in millimeters en de lambdawaarde van het schuim vastleggen, anders vergelijk je bedragen die niet over hetzelfde product gaan.
Is pur in de kruipruimte schadelijk voor je gezondheid?
Tijdens het aanbrengen komen isocyanaten vrij en daarom werkt de spuiter met een volgelaatsmasker en verse luchttoevoer, terwijl jij die dag niet in huis bent. Correct uitgereageerd schuim is daarna stabiel. Het probleem dat je soms hoort, een zoetige of visachtige geur die weken blijft hangen, komt door schuim dat niet goed is uitgereageerd, meestal door een verkeerde mengverhouding of een te koude ondergrond. Meld dat schriftelijk bij het bedrijf; naspuiten lost het niet op.
Kan pur ook op een houten vloer of tegen houten balken?
Wij raden dat af. Gesloten cel pur is dampdicht en sluit het hout daarmee in, terwijl balken en planken juist droog moeten kunnen blijven. De balkkoppen in de muur zijn dan het meest kwetsbaar; die drogen deels via de kruipruimte. Bij een houten vloer kies je isolatie tussen of onder de balken met bewust wat luchtruimte langs het hout, bijvoorbeeld met pir-plaat of met minerale wol.
Hoeveel centimeter pur heb ik nodig voor Rd 3,5?
Met gesloten cel schuim rond lambda 0,026 W/mK kom je bij ongeveer negen centimeter uit op Rd 3,5. Is het schuim beter, bijvoorbeeld 0,023, dan volstaat ongeveer acht centimeter; bij 0,030 heb je er ruim tien nodig. Welke lambdawaarde jouw schuim heeft, staat op het productblad van het systeem dat de ploeg gebruikt. Spreek een minimale dikte af en geen gemiddelde, want handwerk varieert en op moeilijk bereikbare plekken zit vaak minder.
Blijft de ventilatie werken als de vloer is gepurd?
Alleen als de kokers en de gevelroosters vrij blijven. Isolatie die precies langs een koker valt, legt de doorstroming van dat deel van de kruipruimte stil en dan loopt de vochtigheid daar op. Let ook op tussenmuurtjes: een deel van de kruipruimte dat achter zo'n muurtje ligt zonder eigen openingen, droogt niet. Maak in dat geval een doorgang in het muurtje voordat je isoleert.
Wat is beter, pur of eps-parels in de kruipruimte?
Ze lossen verschillende dingen op. Pur zit tegen de vloer en isoleert precies daar waar de warmte verdwijnt, met een hoge waarde per centimeter. Parels liggen op de bodem, zijn goedkoper en gaan ook in een lage kruipruimte waar niemand meer kan werken. De prijs die je voor parels betaalt is dat de ruimte daarna nauwelijks nog begaanbaar is. Moet je er later nog bij kunnen, kies dan platen tegen de vloer en houd de bodem vrij.
Kan er gepurd worden als er water in de kruipruimte staat?
Nee. Pur hecht slecht op een klamme of natte ondergrond, en het water blijft na het isoleren gewoon staan, alleen zie je het niet meer. Zoek eerst de oorzaak: een lekkende afvoer, hemelwater dat verkeerd wordt afgevoerd of grondwater dat via de fundering binnenkomt. Pas als de bodem droog blijft en er folie ligt, heeft isoleren zin. Blijft het water terugkomen, dan is bodemisolatie of een andere aanpak passender.
Hoe lang duurt het spuiten en wanneer kan ik weer in huis?
Voor een gemiddelde woning is het spuitwerk zelf vaak een halve dag, met daarnaast tijd voor opbouwen en opruimen. Je bent tijdens het werk niet in huis. Wanneer je weer naar binnen kunt, geeft het bedrijf aan op basis van het gebruikte schuim; reken op enkele uren met ramen open. Het voorwerk kost meestal meer tijd dan het spuiten: opruimen, folie leggen en leidingen regelen is al snel een hele dag.
Kun je gespoten pur later weer verwijderen?
Dat kan, maar het is zwaar en duur. Het schuim hecht zo goed aan beton dat verwijderen neerkomt op afsteken met een lange beitel, liggend op je rug in het donker. Reken erop dat je het niet netjes en niet volledig weg krijgt. Wil je die mogelijkheid openhouden, kies dan plaatmateriaal dat je per stuk kunt losschroeven.
Kan pur bij een systeemvloer waar twijfel over is?
Bij een betonnen systeemvloer waarvan de staat onzeker is, adviseren wij eerst een beoordeling en pas daarna een isolatiekeuze. Een laag schuim tegen de onderkant maakt de vloer onzichtbaar, en dan merk je pas iets als het al ver gevorderd is. Blijkt de vloer echt versleten, dan is onderstorten met schuimbeton een optie die tegelijk isoleert en draagt. Bespreek dan vooraf hoe het binnenblad en de binnenmuren die op de vloerranden staan ondersteund blijven.
Wordt de vloer warmer en het huis droger van kruipruimte isoleren met pur?
Warmer wel, en dat merk je vooral aan de plinten en aan blote voeten in de ochtend. Droger hangt af van wat je verder doet. De grootste vochtwinst zit in bodemfolie en in het dichtzetten van de doorvoeren in de vloer, want daar stroomt de kruipruimtelucht je woning in. Doe die twee dingen altijd, ongeacht welke isolatiemethode je kiest. Ligt er vloerverwarming, dan is de thermische winst van isoleren het grootst.
Wanneer je beter een vakman belt
Het spuiten zelf is geen doe-het-zelfwerk. Een tweecomponentenset vraagt om onafhankelijke ademlucht en om een installatie die de componenten op temperatuur en in de juiste verhouding mengt. In een lage, slecht geventileerde ruimte is dat niet iets om te improviseren.
Er zijn daarnaast een paar grenzen waar je hoe dan ook stopt. Ligt er een gasleiding in de kruipruimte, dan blijft die vrij en zichtbaar, en verleggen of aanpassen ervan is werk voor een erkende installateur. Kom je oud, verweerd plaatmateriaal of oude leidingisolatie tegen waarvan je de herkomst niet kent, raak het dan niet aan en laat eerst onderzoeken of er asbest in zit.
Twijfel je over de draagkracht van de vloer, of gaat het om een systeemvloer waarvan de staat onduidelijk is, laat die dan beoordelen voordat er iets tegenaan komt. Hetzelfde geldt als er iets aan de fundering moet gebeuren of als een deel van de vloer moet worden uitgenomen: dat is constructief werk en daar hoort een constructeur bij.
Blijft er na het spuiten een aanhoudende geur in huis hangen, ga dan niet zelf aan het schuim werken. Meld het schriftelijk bij het bedrijf dat het heeft aangebracht en laat hen eerst vaststellen wat er is misgegaan.
Verder lezen over dit onderwerp

Vloer isoleren met pir platen

Eps parels kruipruimte ervaring

Kruipruimte ventilatie

Schuin dak isoleren
