Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Lamp aansluiten: welke draad waar hoort

21 minuten lezen Verlichting Bijgewerkt 12 augustus 2026
diy-gids.nl ELEKTRA Lamp aansluiten

Een lamp aansluiten draait om een simpele regel: blauw is de nul, zwart is de schakeldraad die van je lichtschakelaar terugkomt, en op die twee gaat je lamp. De bruine draad in het plafond staat permanent onder spanning en is de voeding naar de schakelaar toe, dus daar hoort je armatuur niet aan. Geelgroen is de aarde en die sluit je alleen aan op een armatuur dat er een aardklem voor heeft. Werkt de lamp daarna nog niet, dan zit het probleem bijna altijd in de lasklemmen boven je hoofd en niet in de lamp.

21 minuten

Dit heb je nodig

20 minuten voor een plafondlamp, een dagdeel voor een rij spots Goed zelf te doen met beleid 5 tot 40 euro aan klein materiaal

Gereedschap

  • Tweepolige spanningszoeker of duspol, geen los pennetje
  • Multimeter met doorbelfunctie
  • Kruiskopschroevendraaier en een kleine platte voor kroonsteentjes
  • Striptang of een scherp stripmesje
  • Zijkniptang
  • Verhuisfitting met een gloeilamp of een goedkope ledlamp om te testen
  • Stabiele trap of een rolsteiger bij hoge plafonds

Materiaal

  • Lasklemmen met hendeltjes, in tweevoudig en vijfvoudig
  • Adereindhulzen voor soepele draad
  • Kroonsteentje of aansluitklem die soepel en massief combineert
  • VMVL 2x1 of 3G1 soepele kabel voor spots en armaturen
  • Afdekplaat of opbouwdoos voor over de centraaldoos
  • Kabelgoot K25 of P25 met bochtjes
  • Doorvoerrubbers voor metalen armaturen
  • Isolatietape of afdopklemmen voor draden die je niet gebruikt

Welke draad is welke in het plafond

Uit een lichtpunt in een normale Nederlandse woning komen drie of vier draden. Blauw is de nul, bruin is de fase die er permanent op staat, zwart is de schakeldraad die vanaf je lichtschakelaar terugkomt en geelgroen is de aarde. Welke armaturen en fittingen daarbij passen vind je in ons overzicht over verlichting in huis.

Je lamp zelf heeft meestal maar twee draden: blauw en bruin. Daar komt de meest gestelde vraag vandaan bij een lamp aansluiten met blauw en bruin, want er komen drie draden uit het plafond en de lamp heeft er twee. De bruine draad van de lamp gaat aan de zwarte schakeldraad, de blauwe aan blauw.

Een lamp aansluiten op blauw en zwart is dus de normale situatie in een woning met een lichtschakelaar aan de muur. Dat schema voor het aansluiten van een lamp klopt in verreweg de meeste Nederlandse woningen. Van elektriciteit hoef je verder weinig te weten, zolang je de spanning eraf haalt voordat je begint.

Zet je de lamp op blauw en bruin, dan brandt hij continu en doet de schakelaar niets. Dat is meteen de handigste test: doet de lamp het op bruin wel en op zwart niet, dan is de schakeldraad niet de draad die je dacht, of hij hoort bij een ander lichtpunt in de kamer.

De aanduidingen L en N kom je tegen op de klemmenstrook van armaturen en op kant-en-klare fittingen. L staat voor lijn, oftewel de fase of de schakeldraad, en N staat voor nul. Voor een lamp aansluiten op L en N geldt dus: het zwarte draadje uit het plafond op L, het blauwe op N. Bij vaste armaturen zonder eigen kabel is dat de hele klus.

Bij een lamp aansluiten met rood, zwart, blauw en bruin door elkaar zit je in een installatie waar oud en nieuw gemengd is. Rood was vroeger de fase en groen was de aarde, en er zijn genoeg huizen waar iemand later blauw en bruin ertussen heeft gezet. Ga daar niet op kleur af maar meet het na, want een rode draad kan in zo'n installatie net zo goed nul zijn geworden.

Draad uit het plafondWat het isWaar hij vandaan komtWaar hij op de lamp gaat
BlauwNulDoorgelust vanuit de groepenkast langs alle lichtpuntenOp N, of op de blauwe draad van de lamp
BruinPermanente faseVanuit de groep, gaat door naar de lichtschakelaarNergens, deze blijft in de lasklem zitten
ZwartSchakeldraadKomt terug van de lichtschakelaarOp L, of op de bruine draad van de lamp
GeelgroenAardeVanuit de groep, doorgelust langs de lichtpuntenOp de aardklem van het armatuur, of afgedopt bij een klasse II lamp
Rood in oud werkMeestal fase of schakeldraadInstallaties van voor de jaren zeventigAlleen na doormeten, niet op kleur vertrouwen
Groen in oud werkAarde uit de oude kleurcodeInstallaties van voor de jaren zeventigOp de aardklem, maar controleer of het echt aarde is
Grijs in oud werkMeestal nulOude installaties en oude armatuursnoerenAlleen na doormeten

Zet de groep uit in de meterkast en controleer daarna met een tweepolige spanningszoeker of het echt spanningsloos is. Een lichtpunt kan door twee groepen gevoed worden als een vorige bewoner heeft zitten knutselen, en dan is de ene draad dood en de andere niet. De schakelaar op uit zetten is geen vervanging voor de groep uit zetten, want de schakelaar onderbreekt alleen de schakeldraad.

De fitting en het armatuur aansluiten

Bij een losse fitting die je zelf bedraadt, is er één ding dat altijd hetzelfde blijft. De nul gaat naar het buitenste contact, dus naar de schroefhuls waar de lamp in draait, en de fase of schakeldraad gaat naar het contactpuntje middenin. Draai je dat om, dan staat de metalen schroefrand van de fitting onder spanning zodra de lamp eruit is en dat voel je bij het wisselen van een lampje.

Bij een fitting aansluiten met blauw en bruin betekent dat concreet: blauw naar de schroefhuls en bruin naar het middencontact. Komt er in het plafond ook nog een zwarte draad bij kijken, dan neemt die zwarte de plaats van bruin in en blijft de bruine in de lasklem zitten. Een lamp met fitting aansluiten is daarmee steeds dezelfde handeling, of het nu om een hanglamp aan een snoer gaat of om een kale fitting op een plafondplaat.

Een e27 fitting aansluiten gaat op precies die manier, en bij kleinere schroeffittingen zoals e14 is het niet anders. Werk je met een lamp met een fitting aan een snoer, controleer dan of de trekontlasting in het kapje echt klemt op de kabelmantel en niet op de losse adertjes. Zonder trekontlasting hangt het gewicht van de lamp aan de aansluitklemmetjes en dat is de plek waar het na een paar jaar losschiet.

Voor spots en gerichte verlichting is de steekfitting gangbaarder dan de schroeffitting. Wat daarbij anders gaat en waar je op moet letten staat bij de gu10 fitting en het verschil met gu5.3. Gaat het alleen om een kapot lampje eruit halen, dan hoef je aan de bedrading niets te doen en helpt onze pagina over een lamp vervangen zonder gedoe je sneller verder.

Een lamp aansluiten zonder aarde

Een lamp aansluiten zonder aarde mag, maar alleen als het armatuur daar ook voor gemaakt is. Op het typeplaatje staat dan het symbool van twee vierkantjes in elkaar, wat klasse II betekent, oftewel dubbel geïsoleerd. De elektrische delen zitten daar achter twee lagen isolatie, waardoor de buitenkant nooit onder spanning kan komen te staan.

Bij zo'n lamp zonder aarde aansluiten sluit je de geelgroene draad dan ook echt niet aan op de behuizing. Je brengt daarmee een elektrische verbinding naar de aanraakbare buitenkant, en dat is precies wat de dubbele isolatie moest voorkomen. Draai de aarde bij het aansluiten van de lamp in een losse lasklem en laat hem daar zitten, want de volgende lamp heeft hem misschien wel nodig.

Aarde aansluiten op een lamp doe je dus alleen als het armatuur een echte aardklem heeft, herkenbaar aan het aardsymbool naast de klem. Een metalen armatuur zonder het symbool voor dubbele isolatie is klasse I en daar is aarde aansluiten geen keuze. Zit er geen aarde in je plafond, wat in oudere woningen met lichtpunten geregeld het geval is, kies dan een dubbel geïsoleerd armatuur.

Een aansluiting voor een wandlamp maken

Voor een wandlamp geldt hetzelfde kleurenverhaal, alleen kom je hier vaker een muurdoos tegen met alleen twee draden. Kom je uit op maar twee aders, kijk dan bij een lamp aansluiten met twee draden, want dan moet je eerst vaststellen of die tweede draad de nul of de schakeldraad is.

Voor de hoogte hoef je niets te verzinnen. In onze tabel met standaardmaten voor elektra staan de gangbare hoogtes voor wandlichtpunten, schakelaars en stopcontacten, en het scheelt veel meetwerk als je die aanhoudt bij een muur die je toch openhaalt.

Test met een verhuisfitting met een gewoon lampje erin voordat je het armatuur ophangt. Dat kost twee minuten en voorkomt dat je een zware lamp aan het plafond hangt om er daarna achter te komen dat je de verkeerde draad te pakken had.

Meerdere lampen op één lichtpunt aansluiten

Twee lampen op één lichtpunt aansluiten doe je altijd parallel en nooit in serie. Parallel betekent dat elke lamp zijn eigen blauw en zijn eigen zwart krijgt, allebei uit dezelfde lasklem. Zet je ze in serie, dan krijgt elke lamp maar de helft van de spanning en gaan ledlampen ofwel helemaal niet branden ofwel knipperen.

Er zijn twee manieren om die aftakking te maken. Je kunt de kabel in het eerste armatuur binnenkomen en er weer uit laten gaan naar het tweede, of je maakt beide aftakkingen in de centraaldoos en trekt vanaf daar twee losse kabels. De tweede manier is bijna altijd de nettere, want de meeste armaturen zijn niet gemaakt voor doorvoerbedrading en hebben simpelweg geen ruimte voor twee kabels plus lasklemmen.

Wil je toch doorlussen door het armatuur heen, controleer dan of er een loop in en loop uit klemmenblokje in zit. Sommige merken leveren dat standaard mee en dan is het keurig opgelost door de fabrikant. Zit dat er niet in, dan kun je twee draden in één klempositie duwen, maar gebruik daar dan een adereindhuls voor zodat de twee aders samen echt klem zitten.

Bij vijf lampen op één aansluiting verandert er technisch niets, alleen wordt de puinhoop in de centraaldoos groter. Werk daar met vijfvoudige of achtvoudige lasklemmen en sluit ze kleur voor kleur af. Rol de bundel van de eerste kleur langs de wand van de doos naar binnen voordat je aan de volgende kleur begint, anders past het deksel er straks niet meer op.

Aan het aantal lampen zit geen hard maximum, aan het vermogen van de groep wel. Reken even na met onze rekenhulp voor het vermogen per groep hoeveel er nog bij kan, zeker als er ook nog stopcontacten op diezelfde lichtgroep zitten. Met led kom je in een woonkamer zelden in de buurt van een probleem, met oude halogeen wel.

De lamp hangt niet op de plek van het lichtpunt

Een centraaldoos zit zelden precies waar je de lamp wilt hebben. Je hoeft daar geen sleuven voor te frezen. Schroef een vierkante montageplaat of een afdekplaat over de centraaldoos en laat de kabel aan de zijkant naar buiten komen. Vanaf daar breng je hem in een stukje kabelgoot van het type K25 of P25 naar de plek waar de lamp komt.

Voor die goot bestaan haakse bochtjes, dus ook een sprong van tachtig centimeter met een hoek erin blijft er strak uitzien. Zet aan het eind een haak of een tweede montageplaat in het plafond, want het gewicht van de lamp hoort nooit aan de kabel te hangen. Hoe je dat gewicht in beton, gips of houten balken vastzet lees je bij een lamp ophangen aan het plafond.

Let op waar de kabel het metaal van een armatuur raakt. Zit de draad klem tussen een metalen kap en het plafond, dan snijdt de scherpe plaatrand de isolatie op den duur in en staat de hele kap onder spanning. Zaag het kapje rechthoekig in waar de kabel doorloopt, gebruik een doorvoerrubber, of laat de kabelgoot doorlopen tot in het armatuur.

Spots aansluiten op 230 volt

Bij spots aansluiten op 230V is de eerste vraag welk type spot je hebt. Een spot met een gu10 lamp heeft de voeding ingebouwd in het lampje zelf en werkt rechtstreeks op netspanning. Een spot met een gu5.3 pennetjes-lamp is bedoeld voor 12 volt en heeft een transformator of driver nodig.

Wil je led spots 230V aansluiten, dan gaat dat rechtstreeks op de schakeldraad en de nul, precies zoals bij een gewone plafondlamp. Led spotjes aansluiten zonder transformator kan dus prima, mits je voor 230V spots kiest. Dat is meteen de reden waarom veel mensen bij een verbouwing overstappen: je lust gewoon van spot naar spot door en je hoeft nergens een trafo kwijt te kunnen. Bij een lange overloop met veertien spots scheelt dat tientallen meters kabel en een hoop zoekwerk naar bereikbare plekken voor de trafo's.

Spots in serie aansluiten is geen optie bij led. De vraag komt meestal voort uit de wens om ze minder fel te laten branden, maar een 230V ledlamp heeft eigen elektronica aan boord die bij een halve spanning niet netjes minder licht geeft. Wil je dimmen, kies dan dimbare lampen en lees eerst bij een dimmer aansluiten en afstellen welke dimmer bij welk type led hoort.

Het doorlussen zelf doe je met soepele kabel, niet met losse VD-draad. VD-draad mag alleen in buis en dat wordt boven een verlaagd plafond onwerkbaar. Een VMVL 2x1 of, als het armatuur aarde nodig heeft, een 3G1 mag zonder buis liggen en past in de trekontlasting die de fabrikant op het spotje heeft gezet.

Halogeen transformator aansluiten is nog steeds aan de orde als je een bestaand systeem intact houdt. Let er dan op dat een oude ijzeren trafo een minimale belasting nodig heeft: hang je er drie ledspotjes van 4 watt aan, dan komt hij niet op gang en gaan de lampjes knipperen. Ga je toch de hele zaak vervangen, dan is de aanpak bij halogeen steeklampjes vervangen door led het eerste dat je wilt weten.

Philips Hue spots aansluiten gaat elektrisch niet anders dan een gewone gu10 spot: blauw op nul, zwart op de schakeldraad. Het enige verschil zit in het gebruik. Hue spots hebben permanent spanning nodig om bereikbaar te blijven, dus je laat de wandschakelaar aan staan en schakelt met de app of met een draadloze schakelaar. Zet iemand de wandschakelaar uit, dan is de lamp voor het systeem simpelweg weg.

Type spotVoedingZo sluit je aanWaar het misgaat
Gu10 led 230VRechtstreeks op netspanningDoorlussen met VMVL 2x1 of 3G1 van spot naar spotVergeten dat de aansluitklem in een bereikbare doos hoort
Gu5.3 led 12VLosse driver of trafoEén driver per spot of een driver met genoeg vermogenOude halogeentrafo haalt de minimale belasting niet
Vaste ledmodule met eigen driver230V naar de driver, laagspanning naar de moduleDriver in een bereikbare lasdoos naast het spotgatDriver weggewerkt boven een dichtgemaakt plafond
Philips Hue gu10230V, permanent spanningAls gewone spot, wandschakelaar blijft aanWandschakelaar uit betekent lamp onbereikbaar in de app
Halogeen gu10 230VRechtstreeks op netspanningMet warmtebestendig snoer zoals de fabrikant voorschrijftGewoon pvc-snoer verbrandt bij de fitting
Badkamerspot230V of 12V, afhankelijk van de plekOp een groep met aardlekbeveiliging van 30 mAIp-waarde te laag voor de zone waar hij hangt

Leg één buis van de eerste tot de laatste spot en houd bij elke spot een lus van zo'n tien centimeter kabel over. Je schuift het snoer dan door de buis naar het spotgat toe en weer terug, en later kun je een armatuur wisselen zonder het plafond open te maken.

Lasdozen moeten bereikbaar blijven

Bij het aansluiten van een lamp maak je verbindingen, en daarvoor geldt de regel waar de meeste plafondklussen op stuklopen. Elke las, dus elke lasklem, elke lasdop en elk kroonsteentje, moet bereikbaar blijven zonder dat je het plafond hoeft open te breken. Een verlaagd plafond dat je dichtmaakt over een centraaldoos heen voldoet daar niet aan, ook al zit alles er keurig in.

De oplossing is minder ingrijpend dan hij klinkt. Je hoogt de bestaande inbouwdoos op met verhogingsringen tot hij gelijk komt met het nieuwe plafondvlak, of je plaatst er een opbouwdoos naast. Je zaagt in het nieuwe plafond een opening onder die doos en dekt die af met een blindplaat of een lichtpuntplaat, en daarmee is het gewoon in orde.

Wat niet mag is een gat maken in de achterkant van een centraaldoos om ruimte te winnen. Die dozen zijn brandvertragend en dat werkt alleen zolang ze dicht zijn. Verhogingsringen zijn er juist voor gemaakt en kosten een paar euro.

Voor de aftakking naar een spot heb je vaak weinig ruimte nodig. Een mini-lasdoos die door het gat van het spotje past werkt goed: je maakt de verbinding, duwt het doosje boven het plafond en kunt hem er via het spotgat weer uithalen als er ooit iets moet gebeuren. Dat lukt niet met een volwaardige centraaldoos, want daar kom je door een spotgat niet fatsoenlijk bij.

Kom je bij het opsporen van een storing lasdozen tegen op plekken waar je niet bij kunt, boven een gestuct plafond of achter een inbouwkoelkast, dan zijn inspectieluikjes de eerlijke oplossing. Wie het mooier wil, zet het uitgezaagde stuk terug op een latje met gipsschroeven en werkt het bij met gips en verf. Onthoud dan wel voor de volgende bewoner waar die dozen zitten.

Twee eindgroepen mogen nooit door dezelfde leiding lopen. Vind je in een centraaldoos blauwe draden verdeeld over twee losse lasklemmen, dan hoort dat er in principe niet zo, want alle nullen op dat punt horen bij dezelfde groep en horen dus in één klem. Meet eerst uit welke groep bij welke draad hoort voordat je ze samenvoegt.

Led armaturen, tl-balken en ledstrips aansluiten

Een led armatuur aansluiten is meestal een kwestie van drie draden op een klemmenstrook met de opdruk L, N en het aardsymbool. Wat er verder in zit aan driver en elektronica hoeft je niet te interesseren, zolang je maar de schakeldraad op L zet en niet de permanente fase. Zit er geen aardklem in, dan is het armatuur dubbel geïsoleerd en dop je de aarde af.

Bij een led tl armatuur aansluiten zijn er twee smaken. Een compleet nieuw ledarmatuur sluit je gewoon aan zoals hierboven. Vervang je alleen de buis in een bestaand tl-armatuur door een ledbuis, dan moet het armatuur eerst worden omgebouwd. De starter gaat eruit en er komt een dummy starter in, of je legt bij eenzijdig aangesloten buizen de bedrading om zodat fase en nul aan dezelfde kant zitten.

Bij die ombouw hoort ook het conventionele voorschakelapparaat eruit of overbrugd, en de compensatiecondensator die aan de klemmen hangt gaat eruit. Laat je die condensator zitten, dan blijft de buis knipperen of nagloeien en gaat de elektronica in de ledbuis er sneller kapot aan. Voor het lampenwerk zelf staat de volgorde bij een tl-buis vervangen door een ledbuis.

Meerdere tl lampen aansluiten gaat net als bij gewone lampen parallel, dus elke balk krijgt zijn eigen blauw en zwart uit dezelfde lasklem. In een garage of schuur is doorlussen van armatuur naar armatuur gebruikelijk, want de meeste tl-balken hebben daar een doorvoerklem voor. Controleer wel of er per balk een trekontlasting op de kabel zit.

Een led compensator aansluiten is aan de orde als een ledlamp blijft nagloeien of zachtjes knippert terwijl de schakelaar uit staat. Dat komt door een klein beetje reststroom, bijvoorbeeld door een schakelaar met controlelampje, door een bewegingsmelder met tweedraads aansluiting of door een lange parallelle leiding. De compensator sluit je parallel over de lamp aan, dus met de ene draad aan L en de andere aan N bij het armatuur, en hij slikt die reststroom weg.

Een led strip aansluiten op een lichtpunt kan, maar het gaat niet rechtstreeks. De strip werkt op 12 of 24 volt en heeft een driver nodig. Die driver zet je in een bereikbare doos, met de 230V-kant op blauw en zwart zodat de wandschakelaar de hele boel uitzet, en de laagspanningskant naar de strip. Let op de minimale belasting van de driver en op de lengte, want te lange strips geven aan het eind zichtbaar minder licht.

Een spiegel met verlichting en verwarming aansluiten

Een spiegel met verlichting aansluiten lijkt op een gewoon armatuur, alleen zit de aansluiting achter de spiegel en kom je er na montage niet meer bij. Maak daarom eerst de verbinding in een lasdoos naast de spiegelplek, en houd de kabel naar de spiegel lang genoeg om hem bij montage te kunnen hanteren.

Wil je een spiegel met verlichting en verwarming aansluiten, kijk dan of het model twee aparte voedingen heeft. Bij veel spiegels zitten de verlichting en de spiegelverwarming samen achter één 230V-aansluiting en schakel je alles tegelijk. Zijn het twee gescheiden aansluitingen, dan is de verwarming vaak bedoeld om permanent aan te staan, wat betekent dat je die op de permanente fase zet en de verlichting op de schakeldraad.

In een badkamer hoort de hele boel achter een aardlekschakelaar van 30 mA en hangt de spiegel buiten zone 0, 1 en 2. Houd bij twijfel de maat van 225 centimeter en de zone rond bad en douche aan, en volg wat de fabrikant over de ip-waarde van het armatuur zegt.

Buitenverlichting aansluiten op een grondkabel

Voor buitenverlichting aansluiten op een grondkabel gelden andere spelregels dan binnen. Je legt YMVK-as of XMVK-as, minstens zestig centimeter diep, in een bed van zand en met een waarschuwingslint erboven. Een vier-aderige 2,5 kwadraat met bruin, blauw, zwart en geelgroen geeft je bovendien de ruimte om later een geschakelde en een permanente lijn naast elkaar te hebben.

Welke kabel bij jouw situatie hoort en wat het verschil tussen de types betekent zoek je op met onze kabelkiezer voor binnen en buiten. Een kabel die niet grondbestendig is gaat na een paar natte winters lekstroom geven, en dan valt de aardlekschakelaar er zomaar uit.

Voor meerdere buitenlampen aansluiten op één kabel heb je twee routes. Je brengt de kabel bij elke lamp boven de grond in een warteldoos met ip67, waar drie kabels binnenkomen: de voedende kabel, de kabel naar de lamp en de doorgaande kabel. Zo'n doos blijft in de tuin zichtbaar, maar je kunt er later nog bij als je iets wilt toevoegen.

De andere route is een gietmof onder de grond. Dat oogt netter, want boven de grond komt er per lamp maar één kabel omhoog, maar het is definitief: bijplaatsen of een storing zoeken betekent graven. Gebruik gietmoffen daarom liever alleen waar het echt niet anders kan, en trek waar mogelijk per lamp of stopcontact een eigen kabel vanaf één verdeelpunt. Dat kost meer kabel en bespaart je verbindingen die kunnen gaan lekken.

Bij tuinverlichting aansluiten op een grondkabel is de groepindeling minstens zo belangrijk als de kabel. Buitenarmaturen vallen vroeg of laat uit door vocht, spinnenwebben of pissebedden in de behuizing, en dan gaat de aardlekschakelaar eruit. Zit je vriezer op diezelfde groep, dan ontdek je dat pas als alles ontdooid is.

Een aparte groep in de meterkast is de nette oplossing. Kan dat niet, plaats dan een kleine installatiekast in de schuur met een aardlekautomaat van 10 mA voor het buitendeel. Een aardlekautomaat van 30 mA achter een aardlekschakelaar van 30 mA lost namelijk niets op: beide trippen bij dezelfde lekstroom en het is puur toeval welke het eerst gaat. Wil je een buitenstopcontact meenemen op dezelfde kabel, dan vind je de aanpak bij een stopcontact aansluiten.

OnderdeelWat je gebruiktWaarom
Kabel in de grondYMVK-as of XMVK-as, 3x2,5 of 4x2,5Bestand tegen vocht en mechanische belasting
LegdiepteMinimaal 60 cm onder maaiveldBuiten het bereik van spitten en tegelwerk
Verbinding bovengrondsWarteldoos ip67 op een paaltje of tegen de muurLater bereikbaar voor uitbreiding en storingzoeken
Verbinding ondergrondsGietmof, volledig ingegotenOnzichtbaar, maar niet meer te openen
Toevoer naar de lampHolle paal of buis in het armatuurGeen kabel zichtbaar en geen kabel in de zon
BeveiligingEigen groep, of aardlekautomaat 10 mA in een bijkastVriezer en koelkast blijven aan als het buiten fout gaat
SchakelenWerkschakelaar binnenAlles buiten in één keer uit als je weggaat

Kort een buitenarmatuur nooit in met een kroonsteentje in de open lucht. Een ip65-lamp met een los kroonsteentje aan het snoer is geen ip65-lamp meer. Gebruik een gietmof, een waterdichte connector of een doos met de juiste ip-waarde en wartels die op de kabeldikte passen.

Een lamp met bewegingsmelder of schemerschakelaar aansluiten

Een lamp met bewegingssensor aansluiten is niet anders dan een gewone buitenlamp aansluiten, want de sensor zit al in het armatuur en is intern bedraad. Blauw op nul, bruin op de fase, geelgroen op de aardklem als die er zit. Belangrijk verschil met een gewone lamp: hier gebruik je meestal de permanente fase, want de sensor moet ook kunnen werken als niemand aan de schakelaar heeft gezeten.

Een losse bewegingssensor aansluiten op een bestaande lamp gaat via drie aansluitingen. De melder krijgt de fase en de nul binnen, en heeft een derde klem die de geschakelde uitgang naar de lamp is. Die uitgang zet je op de draad die eerst naar je lamp liep, en de nul van de lamp gaat gewoon door naar de nul in de doos.

Een Steinel Nightmatic 2000 aansluiten werkt op dezelfde manier, met dat verschil dat dit een schemerschakelaar is en geen bewegingsmelder. Hij meet het omgevingslicht en schakelt bij het invallen van de duisternis, dus hij hoort permanente spanning te krijgen en niet achter een lichtschakelaar te hangen. Richt de lichtsensor van het armatuur weg van de lamp die hij schakelt, anders ziet hij zijn eigen licht en gaat hij aan en uit knipperen.

Wil je de lamp daarnaast ook nog met de hand kunnen bedienen vanaf twee plekken, bijvoorbeeld bij de achterdeur en in de bijkeuken, dan kom je uit bij een wisselschakeling met twee schakelaars. Dat is een aparte bedrading en die combineer je met de melder door de melder achter de schakeling te plaatsen.

Bij ledlampen achter een melder komt regelmatig nagloeien voor. Veel melders hebben een tweedraads aansluiting die een kleine reststroom door de lamp laat lopen, en bij een gloeilamp merkte je daar niets van. Dat los je op met een led compensator over de lamp, of door een melder met een echte nulaansluiting te kiezen.

Beltrafo en deurbel aansluiten

Een beltrafo aansluiten begint bij het onderscheid tussen de twee kanten van het apparaat. Die trafo voor je bel aansluiten is niet ingewikkeld, zolang je de goede kant naar boven houdt. De onderkant is de 230V-kant en die zit vast op een groep in de groepenkast, de bovenkant geeft laagspanning af op klemmen met de opdruk 0, 8, 12 en 24 volt. Zet de trafo bij het monteren op de DIN-rail met de 230V-kant naar beneden, zoals de fabrikant het bedoeld heeft.

Voor een bel aansluiten op een beltrafo is het schema simpel: vanaf de ene laagspanningsklem loopt een draad naar de beldrukker bij de deur, vanaf de beldrukker terug naar de gong, en vanaf de gong terug naar de andere laagspanningsklem. De beldrukker onderbreekt dus het circuit en sluit het als je erop drukt. Meet bij twijfel op de twee draden bij de deur: staat er permanent spanning op, dan heb je de juiste twee te pakken.

Kies je de klemmen op een trafo met meerdere spanningen, gebruik dan de twee buitenste van het schemaatje op het apparaat, dus klem 1 en klem 3 bij een trafo met 8, 12 en 24 volt. De middelste blijft ongebruikt. Draai het schroefje van die ongebruikte klem toch even vast, want een los schroefje gaat op den duur rondzwerven in de kast.

Een emat beltrafo aansluiten of een trafo van een ander merk vervangen is bijna altijd een kwestie van de bestaande aansluitset overzetten. De draden zitten op schroefklemmen en de indeling is bij vrijwel elk merk gelijk. Meer over de keuze en de plek in de kast staat bij de beltrafo en welke spanning je nodig hebt.

Bij een eufy deurbel aansluiten op een trafo zit de valkuil niet in de volt maar in de VA. Veel mensen kijken alleen naar de spanning en kopen een trafo van 8V of 24V, terwijl de fabrikant van dit soort videodeurbellen minstens 10 VA vraagt om de accu bij te laden. Een trafo van 8 VA levert bij elke spanning maar 8 VA, want een hogere spanning betekent simpelweg een lagere maximale stroom.

Werkt de bel wel maar loopt de accu langzaam leeg, dan is dat precies het beeld dat bij een te lichte trafo hoort. Kies bij een eufy aansluiten op een beltrafo liever een exemplaar van 12 tot 18 VA, dan heb je marge. Zo'n zwaardere trafo is breder en past niet altijd in een volle groepenkast, maar met een kleine bijkast van vier modules naast de meterkast is dat opgelost.

TrafoBij 8 voltBij 12 voltBij 24 voltGeschikt voor
8 VA1 A0,67 A0,33 AGewone gong of enkelvoudige beldrukker
12 VA1,5 A1 A0,5 ALichte videodeurbel, gong plus drukker
18 VA2,25 A1,5 A0,75 AVideodeurbel met accu die moet bijladen
25 VA3,1 A2,1 A1,04 AVideodeurbel plus bestaande gong, ruime marge

Wil je de oude mechanische gong overslaan omdat de videodeurbel zijn eigen binnenbel heeft, maak dan de twee draadjes bij de gong los en verbind ze met een lasklem door. Het circuit blijft dan compleet en je hoeft geen kabel uit de muur te trekken. Bij veel videodeurbellen kun je de bestaande gong ook gewoon in de app uitschakelen.

Alles vóór de hoofdschakelaar in de meterkast is niet van jou. De hoofdzekeringen, de verzegelde aansluitkast en de kabel van de netbeheerder blijven dicht. Een beltrafo op een vrije plek op de DIN-rail zetten en op een bestaande groep aansluiten doe je met die groep uit en met de hoofdschakelaar uit. Is er geen vrije plek, geen vrije automaat of geen aardlekschakelaar, laat dan een installateur de kast aanpassen.

Noodverlichting aansluiten

Noodverlichting werkt anders dan gewone verlichting en dat bepaalt hoe je hem aansluit. In het armatuur zit een accu die continu wordt bijgeladen, en die accu neemt het over zodra de spanning wegvalt. Om te kunnen laden heeft het armatuur dus permanent spanning nodig.

Het schema voor noodverlichting aansluiten is daarmee eenvoudig maar streng. Sluit het armatuur vast aan, dus niet met een stekker in een stopcontact, en sluit het aan op de verlichtingsgroep van de ruimte waar het hangt. Valt die groep uit, dan is dat precies het moment waarop het noodarmatuur moet aanspringen, en zo weet je zeker dat het licht doet waar het voor bedoeld is.

Het armatuur mag nooit achter een lichtschakelaar zitten, alleen achter de groepsautomaat. Gaat het licht in de ruimte met een schakelaar uit, dan zou het noodarmatuur anders elke avond op de accu gaan branden en overdag niet volledig bijladen. Een wandcontactdoos telt formeel wel als vaste aansluiting, maar met een stekker die eruit getrokken kan worden en vergeten wordt is dat geen goed idee.

Bij een transparantarmatuur of een uitgangsbord zit het net iets anders. Zo'n armatuur brandt permanent zolang er spanning is en heeft daarnaast een noodfunctie op de accu. Daar maakt de keuze van de groep minder uit, want het bord hoort sowieso altijd te branden.

Aan de uitvoering worden eisen gesteld die je niet zelf kunt bedenken. Borden met tekst zijn al jaren niet meer toegestaan, het moet een pictogram met het rennende mannetje en een richtingspijl zijn. Voor de vluchtroute wordt in de praktijk uitgegaan van ongeveer 1 lux op de vloer, en bij blusmiddelen en bij een brandmeldknop ligt die eis hoger. Vraag bij een bedrijfsruimte altijd na wat de brandweer of je verzekeraar precies verlangt, want dat bepaalt het aantal armaturen.

Test het armatuur na montage met de testknop. Zit die er niet op, schakel dan de groep even uit en kijk of het licht aan blijft. Een noodarmatuur waarvan de accu na jaren op is ziet er van buiten precies hetzelfde uit als eentje die het doet.

Zo sluit je een plafondlamp stap voor stap aan

Deze volgorde werkt voor een hanglamp of plafonnière op een bestaand lichtpunt en is met kleine aanpassingen ook bruikbaar voor een wandlamp.

  1. Zet de groep uit en controleer of het dood is

    Schakel in de meterkast de groep uit waar het lichtpunt op zit en zet de lichtschakelaar in de aan-stand. Controleer daarna met een tweepolige spanningszoeker op elke draad of er echt geen spanning meer op staat. De schakelaar uit zetten is niet genoeg, want die onderbreekt alleen de schakeldraad en niet de permanente fase.

  2. Haal het plafondkapje eraf en breng in kaart wat je ziet

    Schroef de afdekplaat van de centraaldoos en fotografeer wat eronder zit voordat je iets losmaakt. Noteer hoeveel draden er per kleur in welke lasklem zitten. Vind je later dat de lamp het niet doet, dan is die foto het snelste hulpmiddel om terug te zoeken waar iets is veranderd.

  3. Stel vast welke draad de schakeldraad is

    De zwarte draad is in de regel de schakeldraad, maar in een verbouwde installatie is dat niet gegarandeerd. Zet de groep even aan en meet met de spanningszoeker tussen de losse draad en de nul terwijl iemand de schakelaar bedient. Zit je zonder tweede persoon, gebruik dan de doorbelfunctie van een multimeter met de groep uit, tussen de draad in het plafond en de draad achter de schakelaar.

  4. Hang de lamp eerst op en sluit hem daarna pas aan

    Zet de haak, de montageplaat of het beugeltje eerst vast in het plafond, want een lamp die aan zijn eigen draden hangt trekt de klemmen los. In beton boor je met een steenboor en zet je een nylon plug, in gipsplaat gebruik je een hollewandanker met voldoende draagvermogen. Werk bij hoge plafonds op een stevige trap of een rolsteiger en nooit op een stoel of een keukentrapje op een tafel, want een val van drie meter is een ernstiger risico dan de elektra.

  5. Zet blauw op blauw en de bruine draad van de lamp op zwart

    Sluit de nul van de lamp aan op de lasklem met de blauwe draden, en de bruine draad van de lamp op de zwarte schakeldraad. Gebruik lasklemmen met hendeltjes en trek na het sluiten even aan elke ader om te controleren dat hij vastzit. Bij soepele draad zet je er eerst een adereindhuls op, anders waaieren de draadjes uit de klem.

  6. Regel de aarde, ook als de lamp hem niet gebruikt

    Heeft het armatuur een aardklem, dan gaat geelgroen daarop en is dat niet optioneel. Is de lamp dubbel geïsoleerd, dan sluit je de aarde juist niet aan op de behuizing, maar dop je hem af in een aparte lasklem in de doos. De aardleiding blijft dan intact voor de volgende bewoner of het volgende armatuur.

  7. Werk de doos netjes af en zet er spanning op

    Duw de bundels langs de wand van de doos naar binnen, kleur voor kleur, en zet het deksel of het plafondkapje erop zonder een draad klem te zetten. Controleer of de kabel nergens over een scherpe metaalrand loopt. Zet daarna de groep aan en test met de schakelaar, en kijk of de lamp ook echt uit gaat en niet alleen aan.

  8. Los op als de lamp het niet doet

    Doet de lamp niets, controleer dan eerst of alle blauwe draden in het punt daadwerkelijk met elkaar verbonden zijn. Werkt de lamp wel op bruin maar niet op zwart, dan hoort die zwarte draad bij een ander lichtpunt of loopt hij naar een schakelaar die je nog niet hebt gevonden. Hoe je dat uitzoekt en wat er dan achter de schakelaar moet gebeuren staat bij een lamp aansluiten op een schakelaar.

Maatvoering

De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens

Ruimte of vakgebiedOnderdeelGangbare maatMarge die in de praktijk werktWaar je op moet letten
SanitairWastafel, bovenkant85 cm boven de vloer80 tot 90 cmMeet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm.
SanitairWastafelkraan, uitloop25 tot 30 cm boven de wastafelrandwat past bij de komTe hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder.
SanitairFonteintje in het toilet80 tot 85 cm75 tot 90 cmVaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is.
SanitairToiletpot, bovenkant zitting40 tot 43 cm38 tot 48 cmEen verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger.
SanitairHangend toilet, onderkant pot40 cm boven de vloer38 tot 45 cmDe hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast.
SanitairToiletrolhouder70 cm hoog, 25 cm voor de pot60 tot 80 cmTe ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit.
SanitairDouchekraan, thermostaat100 tot 110 cm95 tot 120 cmJe wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan.
SanitairDoucheglijstang, bovenkant180 tot 200 cmafhankelijk van de lengste gebruikerReken op minstens 20 cm boven de kruin.
SanitairRegendouche, onderkant kop205 tot 215 cm200 tot 220 cmOnder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd.
SanitairHanddoekradiator, onderkant20 tot 30 cm boven de vloer15 tot 40 cmLaag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen.
SanitairAfvoer wastafel, muurdoorvoer50 tot 55 cm45 tot 60 cmOnder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling.
ElektraStopcontact in een woonruimte30 cm hart boven de vloer25 tot 40 cmBij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen.
ElektraStopcontact boven een aanrechtblad115 tot 125 cm10 tot 20 cm boven het bladUit de spatzone van de kraan blijven.
ElektraLichtschakelaar105 cm hart boven de vloer90 tot 120 cmGelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld.
ElektraDeurklink100 cm hart boven de vloer95 tot 105 cmOok de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen.
ElektraMeterkast, groepenkast150 tot 180 cmbereikbaar zonder trapjeDe hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn.
ElektraWandcontactdoos buitenminimaal 30 cm boven maaiveldhoger bij kans op opspattend waterSpatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten.
ElektraBedrade deurbel, drukknop110 tot 130 cm100 tot 140 cmOok bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel.
ElektraWandlamp naast een spiegel160 tot 170 cmop ooghoogte van de gebruikerLicht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven.
ElektraTelevisieaansluiting40 cm of op de hoogte van het schermafhankelijk van de opstellingBij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm.
KeukenWerkblad, bovenkant90 tot 95 cm85 tot 100 cmVuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger.
KeukenBovenkasten, onderkant50 tot 60 cm boven het blad45 tot 65 cmTe laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken.
KeukenAfzuigkap boven een elektrische kookplaat60 cm55 tot 70 cmOnder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht.
KeukenAfzuigkap boven een gaspit65 cm65 tot 75 cmBij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam.
KeukenPlint onder de keukenkasten10 tot 15 cmstandaard 15 cmTerugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan.
KeukenInbouwoven op ooghoogteonderkant op 85 tot 90 cmnaar de gebruikerScheelt bukken met een hete plaat in je handen.
TrapTrapleuning90 cm boven de voorkant van de trede85 tot 100 cmMeet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer.
TrapLeuning langs een bordes100 cm90 tot 110 cmBij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap.
TrapOptrede, hoogte per trede18 tot 20 cmmaximaal 21 cm binnen een woningAlle treden even hoog, ook de eerste en de laatste.
TrapAantrede, diepte van de trede22 tot 24 cmminimaal 22 cmVuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm.
TrapVrije doorloophoogte boven de trap230 cmminimaal 210 cmMeet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond.
TrapSpijlafstand van een balustrademaximaal 10 cmkleiner bij kinderenZo kan een kinderhoofdje er niet tussen.
DeurenBinnendeur, standaardmaat83 bij 201,5 cm78 tot 93 cm breedDe dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad.
DeurenVoordeur, standaardmaat88 bij 201,5 cm83 tot 100 cm breedBreder is prettig bij verhuizen en bij een rollator.
DeurenSpeling onder een binnendeur1 tot 1,5 cm2 cm bij mechanische ventilatieDe kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet.
DeurenSpeling rondom in het kozijn3 mm2 tot 4 mmTe weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt.
DeurenScharnieren, afstand tot de hoek20 cm van boven en onder15 tot 25 cmBij een zware deur een derde scharnier in het midden.
VentilatieVentilatierooster in een raamboven in het kozijnop de bovenregelWarme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder.
VentilatieAfzuigpunt in een badkamerhoog in de ruimte20 tot 30 cm onder het plafondVocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet.
VentilatieMuurrooster kruipruimtenet boven het maaiveldminimaal 15 cmAnders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht.
VentilatieDakdoorvoer, afstand tot de nokminimaal 50 cmafhankelijk van het typeTe dicht bij de nok geeft terugslag bij wind.

Samengesteld uit gangbare praktijkmaten, de eisen uit het Bouwbesluit waar die van toepassing zijn, en montagevoorschriften van fabrikanten. Standaardmaten zijn een vertrekpunt, geen wet: pas ze aan op de lengte van de mensen die de ruimte gebruiken. Bij nieuwbouw en verbouw gelden de actuele bouwregels boven elke vuistregel.

Voordat je het plafondkapje weer dichtschroeft

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

Een derde lichtpunt dat op geen enkele schakelaar reageerde

In een woonkamer uit de jaren zeventig hingen al twee lampen aan het plafond, elk met een eigen schakelaar. Bij het aansluiten van een derde lamp kwam onder het plafondkapje een losse zwarte draad tevoorschijn, plus een reeks bruine en blauwe draden die per kleur in lasklemmen zaten. De vijf blauwe draden zaten verdeeld over twee aparte lasklemmen, waarschijnlijk omdat de vorige klusser geen achtvoudige klem in zijn kist had liggen.

De lamp op zwart en blauw deed niets, bij geen van beide bestaande schakelaars. Eerste stap was alle blauwe draden alsnog in één klem zetten, want alle nullen van dat punt horen bij dezelfde groep en hoorden dus bij elkaar. Daarmee was de lamp nog steeds dood, wat betekende dat die losse zwarte draad ergens anders naartoe liep.

De oplossing kwam uit de doorbelfunctie van een multimeter, met de groep uit. Eén meetpen op het zwarte draadje uit het plafond, de andere op de afgedopte zwarte draad achter een schakelaar verderop in de kamer, en zodra de meter piepte was het verband duidelijk. Achter die schakelaar zat een tweede zwarte draad in een lasklem die nog nergens naartoe liep. Wat we hier hebben tegengehouden is de verleiding om te gokken en zomaar spanning op een afgedopte draad te zetten, want je weet niet waar het andere eind uitkomt of hoe veilig dat is afgewerkt.

Dit kwamen we tegen

Acht spots in een verlaagd plafond dat niet meer open kon

In een keuken kwam een verlaagd plafond over de volle breedte, met acht 230V ledspots erin. Op de tekening bij de spots stond dat doorlussen van spot naar spot niet was toegestaan, dus het plan was om per spot een lasdoosje boven het plafond te leggen. Het plafond zou daarna dicht gaan en de bestaande centraaldoos zou erachter verdwijnen.

Daar zat de fout: geen enkele las mag onbereikbaar wegvallen achter een dichtgemaakt plafond, en dat gold voor de losse lasdoosjes én voor de oude centraaldoos in het betonnen plafond. Slopen in dat beton was geen optie, want alle nieuwe leidingen moesten juist over het bestaande plafond kunnen lopen.

Wat hier werkte was de bestaande inbouwdoos ophogen met verhogingsringen tot hij gelijk uitkwam met het nieuwe plafondvlak, en er een opbouwdoos op te zetten voor de extra ruimte. In het nieuwe plafond kwam onder die doos een uitsparing die met een blindplaat werd afgedekt. Vanaf daar liep per spot een eigen soepele kabel in flexibele buis, met warmtebestendig snoer zoals de bijsluiter van de armaturen voorschreef. Een gat zagen in de achterkant van de centraaldoos leek eerst een makkelijke ruimtewinner, maar die dozen zijn brandvertragend en dat werkt alleen zolang ze dicht zijn.

Dit kwamen we tegen

Een videodeurbel die op de bestaande beltrafo niet bijlaadde

In een meterkast zat een beltrafo van 8V en 1A op de DIN-rail, met een aansluitset van vier zwarte draden erop. Er kwam een videodeurbel aan de deur en die deed het ook, maar de accu werd niet voller. Hij bleef gelijk of liep langzaam leeg, alsof de trafo net niet genoeg bijlaadde.

Dat klopte precies. De fabrikant van dit type deurbel vraagt een voeding van 8 tot 24 volt met minstens 10 VA, en die trafo leverde maar 8 VA. Overzetten naar 24 volt hielp niet, want een trafo van 8 VA levert bij elke spanning 8 VA. De maximale stroom past zich gewoon aan: 1 A bij 8 volt, 0,67 A bij 12 volt en 0,33 A bij 24 volt. Verwarrend was daarbij dat er op de verpakking en op de site van de fabrikant twee verschillende spanningsbereiken stonden.

Het is opgelost met een trafo van 18 VA op dezelfde DIN-rail. De 230V-draden aan de onderkant gingen één op één over, met de trafo weer met de 230V-kant naar beneden op de rail. Aan de bovenkant kwamen de twee belldraden op de buitenste klemmen van het schemaatje, dus klem 1 en klem 3, met de middelste ongebruikt en het schroefje daarvan toch vastgedraaid. De oude mechanische gong ging eruit door de twee draadjes bij de gong los te maken en met een lasklem door te verbinden, zodat het circuit compleet bleef.

Dit kwamen we tegen

Tuinverlichting die de vriezer meenam bij elke bui

Een tuin werd voorzien van meerdere lampen en spots op een nieuw te leggen grondkabel, plus een stopcontact voor de zwembadpomp van ongeveer 0,5 kW waar permanent spanning op moest staan. De voeding kwam uit de aanbouw en werd daar met een gewone schakelaar bediend. Op diezelfde groep zaten al een vriezer en een deel van de binnenverlichting.

Dat is de combinatie waar het misgaat. Buitenarmaturen krijgen vroeg of laat vocht, spinnenwebben of beestjes in de behuizing en dan trekt de aardlekschakelaar eruit. Zit de vriezer op dezelfde groep, dan ontdek je dat pas als de inhoud is ontdooid.

Het plan was eerst om een aardlekautomaat van 30 mA in de schuur te zetten, achter de aardlekschakelaar in de meterkast. Dat werkt niet, want beide schakelen bij dezelfde lekstroom van ongeveer 30 mA en het is dan toeval welke het eerst gaat. Een aardlekautomaat van 10 mA voor het buitendeel geeft die selectiviteit wel. Verder is de keuze gemaakt om per lamp een eigen kabel te trekken vanuit één verdeelpunt in de schuur, in plaats van overal gietmoffen in de grond te leggen. De bedrading loopt uit het zicht door holle palen naar de armaturen. Binnen kwam een werkschakelaar om alles buiten in één klap uit te zetten.

Veelgemaakte fouten

De lamp op bruin zetten in plaats van op zwart

De lamp brandt dan wel, maar hij reageert niet op de schakelaar en gaat pas uit als je de groep uitzet. Op bruin staat permanent spanning, want dat is de voeding richting de schakelaar. De draad die je moet hebben is de zwarte die vanaf de schakelaar terugkomt.

Spots in serie zetten om ze minder fel te maken

Een 230V ledlamp heeft eigen elektronica aan boord die op een halve spanning niet netjes minder licht geeft, maar knippert of helemaal niet aangaat. Voor minder licht neem je dimbare lampen met een geschikte dimmer, of lampen met een lagere lichtopbrengst. Parallel is bij netspanning altijd de juiste schakeling.

Lasklemmen wegwerken achter een verlaagd plafond

Elke las moet bereikbaar blijven zonder breekwerk, en dat geldt ook voor de oude centraaldoos die achter het nieuwe plafond verdwijnt. Ga je toch dichtmaken, dan zit je bij de eerste storing met een gestuct plafond dat open moet. Verhogingsringen en een blindplaat kosten een paar euro en lossen het definitief op.

Aarde aansluiten op een dubbel geïsoleerd armatuur

Bij een klasse II lamp is de aanraakbare buitenkant juist bewust van de elektrische delen gescheiden door twee lagen isolatie. Sluit je daar de aardleiding op aan, dan breng je een elektrische verbinding naar die buitenkant en haal je de bescherming eruit. Dop de aarde in dat geval af in een aparte lasklem.

Losse VD-draad boven een plafond leggen

Massieve installatiedraad hoort in buis en mag niet los liggen. Boven een verlaagd plafond kom je daar niet mee weg, want de draad schuurt langs balken en profielen en er kan gemakkelijk iets doorheen worden geschroefd. Gebruik daar soepele kabel zoals VMVL 2x1 of 3G1, die zonder buis mag liggen en in de trekontlasting van het armatuur past.

De kabel klemmen tussen een metalen kap en het plafond

Metalen armatuurkappen zijn dun en hebben daardoor altijd een scherpe rand, ook als de zijkant netjes lijkt afgewerkt. De isolatie snijdt op den duur in en dan staat de hele kap onder spanning. Zaag het kapje rechthoekig in waar de kabel doorgaat en gebruik een doorvoerrubber of laat de kabelgoot doorlopen tot in het armatuur.

Een beltrafo kiezen op volt en het vermogen vergeten

Bij videodeurbellen is de spanning maar de helft van het verhaal. Een trafo van 8 VA levert bij 24 volt nog maar 0,33 ampère, en dat is te weinig om een accu bij te laden terwijl de bel ook nog moet werken. Kijk naar de VA-waarde die de fabrikant van de deurbel opgeeft en neem er marge bovenop.

Noodverlichting op een stopcontact met een stekker

Een noodarmatuur hoort vast aangesloten te zijn op de verlichtingsgroep van de ruimte. Met een stekker kan iemand hem eruit trekken en vergeten terug te steken, en dan brandt het armatuur nog een uurtje op de accu voordat het definitief donker is. Zet hem ook nooit achter een lichtschakelaar, want dan laadt de accu nooit volledig bij.

Veelgestelde vragen

Hoe moet ik een lamp aansluiten met blauw en bruin als er drie draden uit het plafond komen?

De blauwe draad van de lamp gaat op de blauwe draden in het plafond, dat is de nul. De bruine draad van de lamp gaat niet op bruin maar op de zwarte schakeldraad, want dat is de draad die je lichtschakelaar aan en uit zet. De bruine draad in het plafond staat permanent onder spanning en blijft in zijn lasklem zitten. Sluit je de lamp toch op bruin aan, dan brandt hij continu en doet de schakelaar niets. Staat er op het armatuur L en N in plaats van kleuren, dan hoort de zwarte schakeldraad op L en de blauwe nul op N.

Kan ik een lamp aansluiten zonder aarde?

Dat mag als het armatuur dubbel geïsoleerd is. Je herkent dat aan het symbool van twee vierkantjes in elkaar op het typeplaatje, wat klasse II betekent. Bij zo'n lamp sluit je de geelgroene draad juist niet aan op de behuizing, want daarmee breng je een elektrische verbinding naar de aanraakbare buitenkant. Dop de aarde af in een losse lasklem in de doos. Een metalen armatuur zonder dat symbool is klasse I en moet wel geaard worden, dus zit er geen aarde in je plafond, kies dan een klasse II model.

Hoe kan ik 2 lampen op 1 lichtpunt aansluiten, en kan dat ook met 5 lampen op 1 aansluiting?

Parallel, dus elke lamp krijgt zijn eigen blauw en zijn eigen zwart uit dezelfde lasklem in de centraaldoos. Je kunt de kabel ook door het eerste armatuur heen doorlussen naar het tweede, maar dat lukt alleen als er in dat armatuur een loop in en loop uit klemmenblokje zit en er ruimte is voor twee kabels. De aftakking in de centraaldoos maken is meestal netter, en je houdt de verbinding bereikbaar. Hetzelfde geldt bij 2 lampen aansluiten op 1 aansluitpunt in een muurdoos. Met vijf of acht lampen verandert er technisch niets, je gebruikt alleen vijfvoudige of achtvoudige lasklemmen en sluit kleur voor kleur af. De grens zit in het vermogen van de groep, dus reken dat na met onze rekenhulp voor het aantal watt per groep.

Kan ik led spotjes aansluiten zonder transformator, en mag ik spots in serie aansluiten?

Zonder transformator kan prima, mits je 230V spots kiest, bijvoorbeeld met een gu10 fitting. Bij die lampen zit de voeding in het lampje zelf, dus je lust gewoon van spot naar spot door op netspanning. Alleen spots met een gu5.3 steekfitting werken op 12 volt en hebben een driver of trafo nodig. In serie schakelen om ze minder fel te laten branden werkt niet: de elektronica in een 230V ledlamp doet op een halve spanning niets nuttigs en de lampen gaan knipperen of blijven donker. Wil je minder licht, neem dan dimbare lampen met een passende dimmer of lampen met een lagere lichtopbrengst.

Hoe sluit ik Philips Hue spots aan?

Elektrisch precies zoals een gewone gu10 spot: blauw op de nul, de bruine draad van het armatuur op de zwarte schakeldraad. Het verschil zit in het gebruik, want hue spots hebben permanent spanning nodig om bereikbaar te blijven voor de app of de bridge. Laat de wandschakelaar dus aan staan en schakel met de app of een draadloze schakelaar, of vervang de wandschakelaar door een module die de spanning erop laat. Zet iemand de wandschakelaar toch uit, dan is de lamp gewoon offline.

Welke beltrafo heb ik nodig om een eufy deurbel aan te sluiten op een trafo?

Let bij de keuze vooral op het vermogen in VA. Voor videodeurbellen van dit type vraagt de fabrikant een voeding van 8 tot 24 volt wisselspanning met minstens 10 VA, en een trafo van 8 VA haalt dat niet. Een hogere spanning helpt niet, want bij 8 VA levert de trafo bij 24 volt nog maar 0,33 ampère. Neem een trafo van 12 tot 18 VA en houd er rekening mee dat die breder is en niet altijd in een volle groepenkast past. Zet hem eventueel in een kleine bijkast van vier modules.

Hoe sluit ik een bel aan op een beltrafo?

Vanaf de ene laagspanningsklem loopt een draad naar de beldrukker bij de deur, van de beldrukker terug naar de gong en van de gong terug naar de andere laagspanningsklem. De drukker onderbreekt het circuit en sluit het als je erop drukt. Op een trafo met 8, 12 en 24 volt gebruik je de twee buitenste klemmen van het schemaatje, dus 1 en 3, en blijft de middelste ongebruikt. Wil je de mechanische gong overslaan, verbind dan de twee draadjes bij de gong met een lasklem door zodat het circuit compleet blijft. Meer daarover staat bij het kiezen en plaatsen van een beltrafo.

Hoe sluit ik een bewegingssensor aan op een bestaande lamp, en gaat een Steinel Nightmatic 2000 aansluiten net zo?

Een losse melder heeft drie aansluitingen: de fase erin, de nul erdoor en een geschakelde uitgang naar de lamp. Die uitgang zet je op de draad die eerst naar de lamp liep, en de nul van de lamp loopt gewoon door naar de nul in de doos. Gebruik de permanente fase en niet de schakeldraad, anders werkt de melder alleen als de lichtschakelaar aan staat. Bij een schemerschakelaar zoals de Nightmatic 2000 is de bedrading identiek, maar hij reageert op het omgevingslicht in plaats van op beweging. Richt de lichtsensor dan weg van de lamp die hij schakelt, anders ziet hij zijn eigen licht en gaat het armatuur aan en uit klikken. Blijft de ledlamp nagloeien, dan komt dat door de reststroom van een tweedraads melder en helpt een led compensator parallel over de lamp. Wil je de lamp ook met de hand kunnen bedienen, zet dan een lichtschakelaar in de voeding naar de melder.

Hoe sluit ik een led tl armatuur aan en wat moet er bij een ledbuis veranderen?

Een compleet nieuw led tl armatuur sluit je aan als elk ander armatuur: schakeldraad op L, nul op N en de aarde op de aardklem als die er is. Vervang je alleen de buis in een bestaand armatuur, dan moet je de starter vervangen door een dummy starter, het voorschakelapparaat overbruggen of verwijderen en de compensatiecondensator eruit halen. Laat je die condensator zitten, dan blijft de buis knipperen of nagloeien. Meerdere tl lampen aansluiten doe je parallel, met per balk een eigen trekontlasting op de kabel.

Hoe sluit ik buitenverlichting aan op een grondkabel?

Leg YMVK-as of XMVK-as op minstens zestig centimeter diepte in een zandbed met waarschuwingslint erboven, en gebruik een vier-aderige 2,5 kwadraat als je later ook nog een permanente lijn wilt. Voor de aftakkingen kies je tussen een warteldoos met ip67 boven de grond, waar je later nog bij kunt, en een gietmof onder de grond die er netter uitziet maar definitief is. Zet buitenverlichting het liefst op een eigen groep, en zit dat er niet in, gebruik dan een aardlekautomaat van 10 mA in een bijkast zodat je vriezer niet meegaat als er buiten vocht in een armatuur komt. Welke kabel bij jouw situatie past zoek je op in onze kabelkiezer.

Kan ik een zonnescherm aansluiten op een buitenlamp?

Dat is geen goede combinatie. Het lichtpunt van een buitenlamp hangt achter je lichtschakelaar, terwijl een schermmotor een permanente nul nodig heeft plus twee gescheiden stuurdraden voor op en neer. Sturen via een lamppunt betekent dat het scherm alleen werkt als het licht aan staat, en bij verkeerde bedrading kunnen beide richtingen tegelijk spanning krijgen. Trek een eigen kabel naar het scherm, vanaf een lasdoos of de meterkast, en bedien het met een jaloezieschakelaar die de twee richtingen mechanisch uitsluit.

Waarom werkt mijn lamp niet terwijl ik alles op kleur heb aangesloten?

Kijk als eerste of alle blauwe draden op dat lichtpunt echt met elkaar verbonden zijn, want die zitten regelmatig verdeeld over twee losse lasklemmen. Doet de lamp het daarna nog niet, test dan met een verhuisfitting met een gewoon lampje om het armatuur uit te sluiten. Werkt de lamp wel op bruin maar niet op zwart, dan hoort die zwarte draad bij een ander punt of loopt hij naar een schakelaar die je nog niet gevonden hebt. Meet dat na met de doorbelfunctie van een multimeter, met de groep uit, tussen de draad in het plafond en de draad achter de schakelaar. Gokken door spanning op een afgedopte draad te zetten is geen goede werkwijze, want je weet niet waar het andere eind uitkomt.

Wanneer je beter een vakman belt

Een lamp aansluiten op een bestaand lichtpunt is werk dat je met een spanningszoeker en een beetje geduld prima zelf doet. Bij een paar dingen houdt dat op en is bellen de verstandige keuze, en dat heeft niets met handigheid te maken.

De meterkast is het eerste. Alles vóór de hoofdschakelaar, dus de hoofdzekeringen en de verzegelde aansluitkast van de netbeheerder, blijft dicht. Moet er een groep bij, moet de kast groter of ontbreekt er een aardlekschakelaar, dan is dat werk voor een installateur. Wat er nog wel zelf kan en waar de grens precies ligt staat in ons overzicht over elektra in en om het huis.

Het tweede is een installatie die niet meer te volgen is. Kom je afgedopte draden tegen zonder duidelijk begin of eind, zitten er twee groepen door elkaar in dezelfde leiding of ontbreekt de aarde op plekken waar hij hoort te zitten, dan is doormeten met een installatietester meer waard dan doorknutselen. Datzelfde geldt als je bij het openmaken van een plafond ontdekt dat er lasdozen zitten waar niemand meer bij kan.

Het derde is hoogte en constructie. Een armatuur ophangen in een trapgat, aan een hoog plafond of aan een gevel waar je alleen met een ladder bij komt is een groter risico dan de elektra zelf. Werk daar met een rolsteiger of laat het doen, en breek nooit iets uit een plafond of muur weg zonder te weten of het dragend is.

Bij noodverlichting in een bedrijfsruimte komt er meer bij kijken dan de aansluiting: het aantal armaturen, de pictogrammen en het lichtniveau op de vluchtroute tellen mee. Laat dat vaststellen door iemand die de eisen kent. Zorg dat je op papier hebt wat er van je gevraagd wordt, want een goedgekeurde installatie is meer dan één armatuur boven de achterdeur.

Verder lezen over dit onderwerp

diy-gids.nl ELEKTRA Beltrafo
Elektra

Beltrafo