Dakdoorvoer maken in een plat dak met bitumen
Een dakdoorvoer in een bitumen plat dak staat of valt bij drie dingen: een schoon gat door het hele dakpakket, een plakplaat die op een geschuurde en geprimerde ondergrond zit, en een kraag die boven het water uitkomt. Snijd de bitumen eerst met een mes rond uit voordat je de gatzaag pakt, anders loopt de zaag vol en brandt hij vast. Verkleven met bitumenkoudlijm werkt bij een doorvoer net zo goed als branden en scheelt je het risico van open vuur op een houten dakbeschot.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Afbreekmes met verse segmenten, voor het uitsnijden van de bitumen
- Gatzaag in de maat van de doorvoer, met verlengstuk voor de as
- Accuboormachine met voldoende koppel, geen klopstand
- Scherpe steekbeitel of schuimzaag voor de isolatieplaat
- Draadloze stofzuiger voor zaagsel en isolatiekruimels
- Grove schuurpapier of een schuurspons voor de bitumen rond het gat
- Kwast met harde haren voor de primer
- Harde rubber aandrukroller, breedte 5 tot 8 cm
- Kitpistool en een driehoekige plakspaan
- Rolmaat, potlood en een passer of een rond sjabloon
- Ladder of steiger met een veilige opstap over de dakrand
Materiaal
- Dakdoorvoer in de juiste maat, bijvoorbeeld een kunststof kabeldoorvoer van 60 mm met aluminium plakplaat
- Bitumenprimer op basis van oplosmiddel of water
- Vezelversterkte bitumen koudlijm in bus of koker
- Ronde bitumen manchet of een stuk APP-toplaag om zelf uit te snijden
- Pvc-buis in de maat onder de doorvoer, plus een stuk flexibele mantelbuis
- Dampremmende tape en een manchet voor de aansluiting op de dampremmer
- Pur in blik of bus, laagexpanderend
- Losse leislag in de kleur van je dakbedekking
Wat er onder je bitumen zit en hoe diep je moet
Voordat je ergens een gat in zaagt, wil je weten uit hoeveel lagen je dak bestaat. Bij een warm dak ligt de isolatie boven het dakbeschot, en dan zit je al snel op een pakket van negen tot twaalf centimeter. Hoe die opbouw in elkaar steekt en waarom de volgorde van de lagen zo werkt, staat in ons overzicht over het platte dak en de opbouw ervan.
Een gangbare opbouw is: houten dakbeschot van 18 mm, daarop een dampremmende folie, daarop een isolatieplaat van 60 tot 100 mm, en daaroverheen een bitumen onderlaag met een gebrande toplaag. Elke laag vraagt ander gereedschap. Hout zaag je, isolatie steek je weg, bitumen snijd je.
Bij een koud dak zit de isolatie tussen of onder de balken en heb je alleen het beschot en de dakbedekking te doorboren. Dat gaat sneller, maar de dampproblemen zijn er groter, omdat warme binnenlucht via het gat de koude constructie in kan. Ligt de isolatie bij jou aan de binnenkant, dan is de aanpak bij isoleren van binnenuit de plek waar je leest hoe je die laag weer luchtdicht krijgt.
Meet de dikte op voordat je materiaal koopt. Dat kan bij een bestaande doorvoer, bij een dakrand of via een proefboring van 6 mm die je daarna met kit dichtzet. Zo weet je meteen of je gatzaag lang genoeg is.
| Laag | Gangbare dikte | Waar je doorheen gaat mee | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Bitumen toplaag met leislag | 4 tot 5 mm | Afbreekmes, cirkel in meerdere halen | Snijd rond uit, ga niet zagen |
| Bitumen onderlaag | 3 tot 4 mm | Zelfde mes, tweede snede | Vaak volledig verkleefd aan de isolatie |
| Isolatieplaat pir of eps | 60 tot 100 mm | Steekbeitel, schuimzaag of gatzaag | Pir verkruimelt, eps smelt bij warmte |
| Dampremmende folie | 0,2 mm | Mesje, kruislings insnijden | Flappen omhoog houden voor de aansluiting |
| Houten dakbeschot | 18 tot 22 mm | Gatzaag met centreerboor | Toerental laag, anders schroeit het hout |
| Betonnen of stalen dakvloer | 50 tot 200 mm | Diamantboor of kernboor | Nat boren mag hier niet, werk stofafzuigend |
Zet de plek van de doorvoer eerst binnen uit. Boor van bovenaf een dun proefgaatje en kijk beneden of je op de goede plaats uitkomt, ruim naast een balk en naast bestaande leidingen. Een gat dat tien centimeter verkeerd zit, kost je een hele plakplaat.
Welke doorvoer je nodig hebt en welk gat daarbij hoort
De naam dakdoorvoer dekt een hele familie producten. Een kabeldoorvoer met een dopje erop, een ontluchting voor het riool, een uitloop voor de cv-ketel en een dakkap voor mechanische ventilatie zien er verschillend uit maar sluiten allemaal op dezelfde manier op de bitumen aan: met een plakplaat die onder de dakbedekking of eroverheen komt.
Voor kabels gebruik je meestal een kunststof doorvoer van 60 mm met een aluminium plakplaat en een afneembare kap. De vuistregel bij dit type is dat het gat in het dakpakket ruimer is dan de buis zelf. Bij een doorvoer van 60 mm boor je vaak 80 mm, omdat de buis vlak onder de plakplaat een verbreding heeft die weg moet kunnen zakken. Staat er in de bijgeleverde tekening een andere maat, houd die dan aan: dit verschilt per merk en serie.
Ga je een afzuigkap of een ventilatiekanaal naar buiten brengen, dan gelden er extra eisen aan de diameter en aan de weerstand van de kap. Die staan bij de dakdoorvoer voor een afzuigkap, want daar is de luchtstroom leidend en niet alleen de waterdichtheid.
| Wat je doorvoert | Gangbare diameter | Gat in het dakpakket | Aandachtspunt |
|---|---|---|---|
| Enkele stroomkabel of dataleiding | 60 mm | 80 mm | Kabel door een flexibele mantelbuis trekken |
| Meerdere kabels van zonnepanelen | 80 tot 100 mm | 100 tot 125 mm | Kap moet los kunnen voor later bijtrekken |
| Ontluchting standleiding | 80 tot 110 mm | 110 tot 130 mm | Doorvoer moet aansluiten op de pvc-buis eronder |
| Rookgasafvoer cv-ketel | 80 tot 130 mm | Volgens voorschrift ketelfabrikant | Concentrische doorvoer, niet zelf improviseren |
| Afzuigkap of mechanische ventilatie | 125 tot 150 mm | 150 tot 180 mm | Kap met lage weerstand kiezen |
| Hemelwaterafvoer of noodoverloop | 70 tot 100 mm | Volgens de uitloop | Verdiept plaatsen, niet boven het dakvlak |
Een rookgasafvoer is geen gewone doorvoer. De doorvoer voor een cv-ketel is onderdeel van het afvoersysteem en moet passen bij het type ketel en bij de voorgeschreven materialen. Wijk daar niet van af en improviseer er niets omheen: dit is werk voor een installateur.
Het gat maken zonder je gatzaag te ruïneren
De grootste ergernis bij dit klusje is dat bitumen zich niet laat zagen. Het smelt door de wrijming, loopt de tanden van je gatzaag in en dan draait de zaag alleen nog rond in een zwarte smurrie zonder iets te verwijderen. De oplossing is simpel: snijd de bitumen eerst rond uit met een afbreekmes.
Teken de cirkel af met een passer of met een sjabloon en snijd hem in meerdere halen door, eerst de toplaag en dan de onderlaag. Wip het schijfje bitumen eruit met een breekbeitel. Nu ligt de isolatie bloot en heeft je gatzaag een schone start.
Voor het resterende pakket geldt de dieptebeperking van je gereedschap. Een standaard gatzaag komt niet verder dan vijf à zes centimeter, en dat is bij een warm dak te weinig. Werk in twee etappes: zaag eerst zo diep als je kunt, breek de kern eruit met een beitel, en zet daarna de zaag opnieuw aan met een verlengstuk op de as.
Pir-isolatie kun je ook gewoon met een scherpe steekbeitel wegsteken, dat is vaak sneller dan zagen. Houd tegen het einde je toerental laag, want als de centreerboor door het dakbeschot komt zie je opeens daglicht in de ruimte eronder. Zuig het zaagsel en de isolatiekruimels meteen weg, anders zitten ze straks in je lijm.
Werk altijd van bovenaf naar beneden. Een gestuct plafond openbreken en later netjes dichtzetten is meer werk dan de hele doorvoer bij elkaar, en de reparatie blijft zichtbaar. Vanaf het dak boren betekent dat je de rommel ook boven houdt.
De dampremmer en de buis eronder aansluiten
Een gat door een geïsoleerd dak is niet alleen een gat voor je kabel, het is ook een gat in je dampremmende laag. Warme binnenlucht met vocht erin zoekt precies zo'n opening op, koelt af in de isolatie en slaat daar neer. Dat merk je pas jaren later, als de isolatie doorweekt is en de constructie eronder is gaan rotten.
De nette oplossing is een pvc-buis die van onder het dakbeschot tot net onder de dakbedekking doorloopt, met de doorvoer daar bovenin geschoven. Die buis vormt een gesloten koker door het hele pakket, en daar plak je de dampremmende folie met tape omheen vast. Maak het gat in de isolatie daarom iets ruimer dan de buis, zodat je er nog omheen kunt werken.
Pur is prima om de resterende ruimte te vullen, maar het is geen dampremmer en ook geen luchtdichting. Gebruik het om de buis te fixeren en de holte te dichten, en reken voor de damp op de folie met de tape. Zit er in jouw dak helemaal geen dampremmer, dan is dat een aandachtspunt dat groter is dan deze doorvoer: bij het isoleren van een plat dak lees je waar die laag hoort en waarom.
Trek de kabel zelf nooit los door de buis, maar door een flexibele kunststof mantelbuis die je door de doorvoer schuift. Dan kun je later bijtrekken of vervangen zonder het dak weer open te leggen, en schuurt de kabel niet langs een scherpe rand van pvc.
Blaas geen pur in een gesloten spouw waar je niet bij kunt. Pur zet fors uit en kan een plafond of een dampremmende folie omhoog drukken. Werk met kleine porties, laat elke portie uitharden en vul daarna pas bij.
De plakplaat van de dakdoorvoer op bitumen vastzetten
De plakplaat is de plek waar het waterdicht moet zijn, en dus de plek waar de meeste doorvoeren mislukken. Bitumen dat jaren in de zon heeft gelegen is verweerd, stoffig en vaak bestrooid met leislag. Lijm hecht daar niet op.
Een dakdoorvoer met plakplaat voor bitumen herken je aan het aluminium of kunststof rozet dat al aan de buis vastzit, meestal een vierkant of rond blad van dertig bij dertig centimeter. Dat blad doet het waterdichte werk, de buis doet niets anders dan de leiding geleiden.
Schuur daarom eerst een zone van ruim tien centimeter rond het gat op met grof schuurpapier of een schuurspons, tot je de zwarte, gladde bitumen ziet in plaats van de korrelige toplaag. Veeg het stof weg, ontvet met een doek en breng dan bitumenprimer aan met een harde kwast. Laat die primer echt drogen, meestal een half uur tot een paar uur afhankelijk van het type en het weer.
Daarna gaat de koudlijm erop. Breng een gelijkmatige laag aan van een paar millimeter, druk de plakplaat erin en rol hem aan met een harde rubberroller, vanuit het midden naar buiten. Je bent klaar als er langs de hele rand een dun randje lijm uitkomt. Komt er nergens iets uit, dan zit er te weinig lijm onder en heb je holtes.
Over de aluminium of kunststof plakplaat komt vervolgens een ronde bitumen manchet met een gat in het midden, doorsnede ongeveer dertig centimeter. Die overlapt de plakplaat met acht tot tien centimeter en zorgt dat het water over de aansluiting heen loopt in plaats van tegen een opstaand randje aan. Kit de buitenranden na met een bitumenkit, ook aan de bovenzijde tussen de manchet en de buis.
| Bevestigingsmethode | Waar hij goed werkt | Waar hij tegenvalt | Wat je nodig hebt |
|---|---|---|---|
| Vezelversterkte bitumen koudlijm | Losse doorvoeren, reparaties, dicht bij houtwerk | Bij vorst en op nat dak hardt hij slecht uit | Primer, lijm, roller, droog weer boven 5 graden |
| Manchet aanbranden met een gasbrander | Bij een dak dat je toch geheel overlaagt | Open vuur op een houten dakbeschot | Brander, propaan, blusdeken, brandwacht |
| Zelfklevende manchet met folie eraf | Kleine doorvoeren op een schone ondergrond | Op leislag en op verweerde bitumen | Primer, warmte van de zon of een föhn |
| Vloeibare bitumen met wapeningsweefsel | Lastige vormen en oude aansluitingen | Kost meerdere lagen en meerdere droogdagen | Emmer coating, kwast, weefsel, geduld |
| Alleen kit rond de buis | Nergens als enige afdichting | Scheurt binnen een of twee winters open | Niet doen zonder plakplaat eronder |
Leg de plakplaat droog neer voordat je lijm pakt, en schuif de doorvoer een keer proef in het gat. Zo merk je nog op tijd of de verbreding onder de flens wegzakt of dat je gat een paar millimeter groter moet.
Bitumen dakdoorvoer branden of koud verlijmen
Bij een professioneel gelegd dak wordt de manchet rond de doorvoer meegebrand met de toplaag. Dat geeft een aansluiting die één geheel vormt met de dakbedekking, en dat is waterdicht op zijn best. Als je alleen een doorvoer plaatst in een verder gaaf dak, is branden zelden nodig en vaak zelfs onverstandig.
De reden is het risico. Een gasbrander op een dak met een houten beschot, isolatie van pir of eps en een houten dakrand vlakbij vergeeft geen moment van onoplettendheid. Smeulend hout onder een isolatieplaat merk je pas uren later. Werk je toch met een brander, dan houd je een emmer water en een blusdeken binnen handbereik, brand je nooit binnen twintig centimeter van een opstand zonder afscherming, en loop je na afloop nog minstens een uur over het dak om te controleren.
Zelf bitumen branden is te leren en het is niet ingewikkeld werk. Je verwarmt de rol tot het bitumen aan de onderkant glanzend smelt en er bij het aandrukken een klein bitumenrupsje langs de naad naar buiten komt. Dat rupsje is je bewijs dat de laag echt is aangehecht. Zonder die rups heb je een naad die er goed uitziet maar niets doet.
Vezelversterkte koudlijm is voor een enkele doorvoer het praktische alternatief. Je hebt geen open vuur nodig, je kunt rustig werken, en de aansluiting is bij goed voorwerk net zo betrouwbaar. Reken wel op langere droogtijden en werk niet bij regen of bij temperaturen onder de vijf graden.
Branden op een houtskeletbouwdak of vlak bij een dakrand is echt anders dan branden midden op een betonvloer. Is er geen ruimte om veilig afstand te houden, gebruik dan koudlijm of een zelfklevende laag. Een dakbrand begint bijna altijd bij een detail en niet in het vlak.
Bitumen over bitumen: aansluiten op wat er al ligt
Ligt er al een dak dat aan vervanging toe is, dan is de vraag of je de oude bedekking eraf haalt of er een laag overheen legt. Bitumen over bitumen mag, en het is vaak de verstandigste keuze: minder sloopwerk, minder afval, en de oude laag blijft dienstdoen zolang de nieuwe erop hecht.
Er zitten twee voorwaarden aan. De oude laag mag geen blazen, natte plekken of losliggende delen hebben, want die neem je mee onder je nieuwe dak. Daarnaast wordt je dakvlak een paar millimeter tot een centimeter hoger, en dan is de vraag of je de nieuwe bedekking nog onder de dakrand of daktrim krijgt. Meet dat vooraf op, want een trim die niet meer past betekent dat je die ook vervangt. Hoe zo'n rand is opgebouwd zie je bij de daktrim langs een plat dak.
Is de oude bedekking mastiek of teer en geen bitumen, dan verandert het verhaal. Teer en warm bitumen verdragen elkaar niet: het lijkt eerst goed te gaan en na verloop van tijd stoten de lagen elkaar af. Op teer werk je met koudlijm of met een mechanisch bevestigde onderlaag, met drukverdeelplaatjes en bijbehorende schroeven, en dan pas de toplaag erop.
Vervang bij een overlaging altijd meteen de bestaande doorvoeren en uitlopen. Zo'n uitloop vervangen kost een paar minuten terwijl het dak toch open ligt, en een oude uitloop onder nieuwe dakbedekking is de plek waar het als eerste weer mis gaat.
In welke volgorde de lagen om de doorvoer komen
De gangbare werkwijze is dat de onderlaag gewoon over de doorvoer heen gaat en daarna wordt opengesneden. Bij een uitloop snijd je het gaatje bewust iets kleiner dan de opening, zodat je een kraagje van de dakbedekking naar beneden de uitloop in kunt plooien. Dan loopt het water over materiaal naar binnen en niet over een horizontale naad.
De plakplaat van een doorvoer komt daarna op die onderlaag, en de toplaag gaat er weer overheen. Zo ligt de gevoelige naad nooit bloot en zit er altijd nog een laag boven de aansluiting. Een plakplaat die als laatste bovenop de toplaag geplakt wordt, houdt het ook wel, maar dan is de rand van die plaat de zwakste schakel van je dak.
Uit het water blijven met een opgetrompte kraag
De meeste doorvoeren gaan niet lek omdat de lijm faalt, maar omdat er water tegenaan blijft staan. Een plat dak is nooit helemaal plat, en rond een doorvoer ontstaat vaak een klein kuiltje omdat de plakplaat de dakbedekking iets omhoog drukt en het water daarnaast blijft liggen.
Het detail dat het verschil maakt is de kraag. Trek de manchet rond de buis omhoog, zodat je een opstaande kraag van minstens een centimeter boven het dakvlak krijgt. Dan komt de aansluiting uit het water, ook als er na een bui een plas van een paar millimeter blijft staan. Bij metalen plakplaten met een opgetrompte kraag zit dat al ingebouwd, bij een losse manchet vorm je hem zelf.
Kies de plaats van je doorvoer ook op het hoogste punt in de buurt en niet in de laagte richting de afvoer. Loopt het water bij jou de verkeerde kant op, dan is een doorvoer niet het middel om dat op te lossen: kijk dan naar het afschot van het platte dak en pas dat aan met afschotplaten voordat je het dak dichtmaakt.
Loop na de eerste flinke regenbui het dak op en kijk waar het water blijft staan. Een plas die na een dag nog niet weg is, is een plek die je wilt aanpassen. Rond de doorvoer mag helemaal niets blijven staan.
Afwerken en het dak daarna beloopbaar houden
Als de manchet ligt en de kit is aangebracht, is het dak dicht maar nog niet af. Naakte bitumen die niet met leislag is bestrooid, veroudert onder uv-licht sneller dan de rest van je dak. Precies rond een doorvoer heb je vaak zulke blote plekken, doordat je hebt geschuurd en gelijmd.
Strooi daar losse leislag overheen terwijl de bitumen nog warm of nog kleverig is en druk het zachtjes aan. Losse schilfers in de kleur van je dakbedekking koop je bij de leverancier van de rollen. Het oogt netter en het beschermt de aansluiting tegen de zon, wat op een plat dak de belangrijkste veroudering is.
Loop je regelmatig over het dak, bijvoorbeeld om panelen schoon te maken of de was op te hangen, leg dan rubber terrastegels neer op de looproutes. Die drukken de bitumen niet stuk, blijven er niet aan vastplakken, laten water eronder doorlopen en zijn zwaar genoeg om niet weg te waaien. Til ze een paar keer per jaar op om blad weg te vegen.
Zet de doorvoer daarna in je onderhoudsrondje. Twee keer per jaar even kijken of de kit nog aansluit, of de kap er nog goed op zit en of er geen blad tegen de kraag opstapelt is genoeg. Wat er verder bij zo'n rondje hoort, staat verspreid over onze pagina's over het dak en de zolder.
Zo plaats je een dakdoorvoer in een bitumen plat dak
Deze volgorde geldt voor een warm dak met isolatie boven het dakbeschot en een doorvoer van 60 tot 100 mm.
-
Bepaal de plek en meet het dakpakket op
Kies een plek naast een balk, op een hoger deel van het dakvlak en niet in de looprichting van het water. Boor een dun proefgaatje van 6 mm en controleer beneden of je goed uitkomt. Meet meteen de totale dikte van het pakket, want daar hangt je gereedschap van af.
-
Snijd de bitumen rond uit met een mes
Teken de cirkel af en snijd hem in meerdere halen door met een vers afbreekmes, eerst de toplaag en daarna de onderlaag. Wip het schijfje eruit. Beginnen met de gatzaag loopt vast: het bitumen smelt en pakt de tanden dicht.
-
Zaag of steek door de isolatie en het beschot
Steek de isolatieplaat weg met een scherpe beitel of zaag hem uit, en zet de gatzaag daarna aan voor het dakbeschot. Werk bij een dik pakket in twee etappes met een verlengstuk op de as. Snijd de dampremmende folie kruislings in en houd de flappen heel, want die heb je zo nodig.
-
Breng de pvc-buis in en sluit de dampremmer aan
Schuif de pvc-buis van boven naar beneden door het gat tot hij net onder het dakbeschot uitkomt. Plak de flappen van de folie met dampremmende tape rondom tegen de buis. Vul de ruimte eromheen daarna met kleine porties pur, en laat elke portie uitharden voordat je bijvult.
-
Maak de bitumen rond het gat hechtklaar
Schuur een zone van ruim tien centimeter rond het gat op tot de leislag weg is en je gladde bitumen ziet. Zuig het stof weg en ontvet het oppervlak. Breng dan bitumenprimer aan met een harde kwast en laat die volledig drogen voordat je verdergaat.
-
Zet de doorvoer met plakplaat in de koudlijm
Breng een gelijkmatige laag vezelversterkte koudlijm aan, schuif de doorvoer in het gat en druk de plakplaat erin. Rol hem aan vanuit het midden naar buiten tot er rondom een dun randje lijm uitkomt. Dat randje is je controle dat er nergens een holte onder zit.
-
Leg de manchet erover en trek de kraag op
Schuif de ronde bitumen manchet over de buis en verlijm hem met acht tot tien centimeter overlap op de plakplaat. Trek het materiaal rond de buis omhoog tot een kraag van minstens een centimeter boven het dakvlak. Kit daarna de buitenrand en de aansluiting op de buis na.
-
Trek de leiding erdoor en werk het geheel af
Schuif een flexibele mantelbuis door de doorvoer en trek de kabel of leiding daar los doorheen. Zet de kap terug en strooi losse leislag over de blote bitumen. Controleer na de eerste regenbui of er nergens water rond de kraag blijft staan.
Voordat je van het dak af komt
Uit de praktijk
Een kabeldoorvoer door een pakket van tien centimeter
Op een houtskeletbouwwoning moest de wisselstroomkabel van micro-omvormers op zonnepanelen naar de verdieping eronder. De doorvoer was een kunststof exemplaar van 60 mm met een aluminium plakplaat. Het dakpakket bestond uit dakbeschot, dampfolie, zeven centimeter isolatie en de bitumen dakbedekking, samen bijna tien centimeter.
De gatzaag die er lag kwam maar vijf centimeter diep, en de eerste poging in de bitumen liep meteen vol met smeltend materiaal. Wat werkte: eerst met een stanleymes een schone cirkel uit de bitumen snijden, dan het schijfje eruit wippen en pas daarna zagen, in twee etappes met een verlengde as. In de tekening van de doorvoer stond een gat van 80 mm bij een buis van 60 mm, en dat bleek te kloppen: de verbreding vlak onder de flens moet weg kunnen zakken, anders ligt het rozet niet plat op het dak.
Beneden zat een gesloten gestuct plafond met twintig centimeter loze ruimte erboven, dus van binnenuit werken viel af. Er ging een pvc-buis van bovenaf in tot een paar centimeter in die ruimte, met de dampfolie eromheen getapet en de rest opgevuld met pur. De kabel liep uiteindelijk door een flexibele mantelbuis, zodat er later nog iets bij kon zonder het dak te openen.
Een loden uitloop die bij het overlagen bleef zitten
Bij het vernieuwen van een carportdak werd de bestaande loden uitloop netjes geschuurd, ontvet en geprimerd, en daarna sloot de nieuwe toplaag er horizontaal op aan. Dat zag er goed uit en het dak was dicht. De aansluiting tussen dakbedekking en lood was alleen een vlakke, horizontale naad op het laagste punt van het dak, precies waar het water langs stroomt.
Wat achteraf beter was geweest: de uitloop meteen vervangen terwijl het dak toch open lag. Dat kost een paar minuten en je hebt er twintig jaar rust van. De tweede optie was de dakbedekking gewoon over de uitloop heen branden en er daarna een iets kleiner gaatje in snijden, zodat je een kraagje naar beneden de uitloop in kunt plooien. Als tussenoplossing werd het lood schoongemaakt en met een bitumineuze coating ingesmeerd, zodat het niet verder corrodeert. Dat is onderhoud dat je moet blijven herhalen, geen definitieve oplossing.
Teerresten onder een nieuwe bitumen laag
Op een oud schuurdak lag geen bitumen maar mastiek, de teerachtige bedekking van voor het bitumentijdperk. Die laat zich maar half verwijderen: wat los kwam ging eraf, de rest zat muurvast in de ondergrond. De vraag was of er gewoon nieuwe bitumen overheen kon.
Dat kan niet zomaar. Teer en warm bitumen verdragen elkaar niet, en na een paar seizoenen stoten de lagen elkaar af, terwijl het in het begin prima lijkt te gaan. De werkwijze die hier wel houdt: de onderlaag mechanisch bevestigen met schroeven en drukverdeelplaatjes in plaats van hem vast te branden, en daarop de toplaag branden. Alternatief is de nieuwe bedekking uitrollen in koudlijm zonder enige warmte. De bestaande cv-doorvoer werd er daarbij met plakplaat en al uitgehaald en opnieuw geplaatst, want een oude doorvoer op een nieuw dak is vragen om lekkage.
Een plakplaat die er donker uitzag maar goed zat
Bij een doe-het-zelver op een schuurdak was de plakplaat van de bestaande afvoer opvallend donker geworden nadat hij was geschuurd, ontvet en in de primer gezet. Van een afstand leek het of er al een onderlaag overheen lag, terwijl daar alleen de primer zat.
Dat is precies de bedoeling: primer trekt in de bitumen en maakt de ondergrond gelijkmatig zwart, en dat is een goed teken. De plakplaat werd vervolgens meegebrand met de toplaag, zodat de aansluiting één geheel werd met de dakbedekking. De vloeinaden waren niet zo strak als bij een dakdekker, maar de rups langs de naad kwam er wel netjes uit, en dat is wat telt voor de dichtheid. De rest van het dak kreeg langs de dakrand een aluminium afdekking, waarbij de onderlaag eerst tot boven op de opstand werd gebrand en de trim daar pas overheen ging.
Veelgemaakte fouten
Meteen met de gatzaag in de bitumen beginnen
Bitumen smelt door de wrijming van de zaagtanden en pakt de gatzaag binnen een paar seconden helemaal dicht. Je draait dan alleen nog rond in een zwarte massa zonder materiaal te verwijderen, en de zaag krijg je nauwelijks meer schoon. Snijd de cirkel eerst met een mes uit.
De plakplaat op verweerde, ongeprimerde bitumen leggen
Op leislag en op door de zon verweerde bitumen hecht geen enkele lijm. De plakplaat ligt er dan een paar maanden mooi bij en laat daarna aan een rand los, precies waar het water erlangs komt. Schuren, ontvetten en primeren is het werk dat de aansluiting waterdicht houdt.
De dampremmer laten voor wat hij is en op pur vertrouwen
Pur vult een holte en houdt een buis op zijn plaats, maar het is geen damp- of luchtdichte laag. Warme binnenlucht trekt langs de doorvoer de isolatie in en slaat daar neer als condens. Het gevolg zie je pas jaren later, in de vorm van natte isolatie en rot dakbeschot.
De doorvoer in de laagte van het dak plaatsen
Op de plek waar het water toch al naartoe loopt, staat na elke bui een plas tegen de aansluiting aan. Elke naad die permanent onder water staat, gaat een keer lekken. Kies het hoogste punt in de buurt en trek daarnaast een kraag op van minstens een centimeter.
Bij een overlaging de oude doorvoeren laten zitten
Nieuwe dakbedekking rondom een oude uitloop of doorvoer betekent dat het zwakste onderdeel van het dak straks het enige oude onderdeel is. Vervangen kost een paar minuten terwijl je toch bezig bent. Doe je het niet, dan ligt daar over twee jaar je eerste lekkage.
Nieuwe bitumen op een oude teer- of mastieklaag branden
Teer en warm bitumen hechten in eerste instantie prima en stoten elkaar daarna langzaam af. Het resultaat is een dak dat op het oog goed ligt en na een paar seizoenen op grote vlakken loslaat. Werk op teer met koudlijm of met een mechanisch bevestigde onderlaag.
Met de brander te dicht langs hout en opstanden werken
Onder een isolatieplaat of achter een houten dakrand kan hout smeulen zonder dat je er iets van ziet. Uren later is het brand. Houd afstand, scherm af met een metalen plaat, houd blusmiddelen bij de hand en loop na afloop nog minstens een uur controlerondjes over het dak.
Alles alleen met kit dichtsmeren
Een kitrand rond de buis zonder plakplaat eronder is geen afdichting, maar uitstel. Kit werkt anders dan bitumen en scheurt bij de eerste temperatuurwisselingen open. De waterdichtheid moet uit de plakplaat en de manchet komen, de kit is alleen de afwerking van de randen.
Veelgestelde vragen
Hoe boor je een gat voor een dakdoorvoer in een plat dak met bitumen?
Snijd de bitumen eerst rond uit met een afbreekmes en wip het schijfje eruit, anders loopt je gatzaag vol met smeltend bitumen. Steek daarna de isolatie weg met een scherpe beitel en zaag het dakbeschot door met een gatzaag met centreerboor. Zit je op een pakket van negen centimeter of meer, werk dan in twee etappes met een verlengstuk op de as van de zaag.
Welk gat hoort er bij een dakdoorvoer van 60 mm?
Bij de meeste kunststof doorvoeren van 60 mm wordt een gat van 80 mm aangehouden. Dat komt doordat de buis vlak onder de plakplaat een verbreding heeft die in het dakpakket moet kunnen wegzakken, zodat het rozet echt plat op de bitumen komt te liggen. De maat verschilt per merk en serie, dus houd de tekening aan die bij jouw doorvoer zit.
Moet je een bitumen dakdoorvoer branden of mag het ook met koudlijm?
Branden geeft de sterkste aansluiting, want de manchet wordt dan één geheel met de dakbedekking. Voor een losse doorvoer in een verder gaaf dak is vezelversterkte bitumen koudlijm alleen een prima keuze, en op een houten dakbeschot of vlak bij een dakrand is dat ook de veiligere aanpak. Voorwaarde is dat je de ondergrond schuurt, ontvet en primeert en dat je droog werkt boven vijf graden.
Kun je de plakplaat van een dakdoorvoer op bestaande bitumen plakken?
Ja, mits de bitumen eronder gezond is en je de hechting voorbereidt. Schuur een zone van ruim tien centimeter rond het gat op tot de leislag weg is, zuig het stof weg, ontvet en breng bitumenprimer aan. Zet de plakplaat daarna in koudlijm en rol hem aan tot er rondom een dun randje lijm uitkomt. Werk af met een ronde bitumen manchet die de plakplaat acht tot tien centimeter overlapt.
Mag je bitumen over bitumen aanbrengen?
Dat mag en het wordt veel gedaan, want het scheelt sloopwerk, afval en materiaal voor een nieuwe onderlaag. Voorwaarde is dat de oude laag droog is, niet losligt en geen blazen heeft. Houd er rekening mee dat je dakvlak een paar millimeter tot een centimeter hoger wordt, en controleer vooraf of de nieuwe bedekking dan nog onder de daktrim of de dakrand past.
Hoe sluit je de dampremmer aan op een dakdoorvoer?
Snijd de folie kruislings in in plaats van er een rond gat uit te knippen, zodat je flappen overhoudt. Schuif een pvc-buis van boven door het hele pakket tot net onder het dakbeschot en plak die flappen met dampremmende tape rondom tegen de buis. Vul de resterende ruimte daarna met pur. Pur is de vulling, de tape en de folie doen het dampremmende werk.
Waar op het dak plaats je een dakdoorvoer het beste?
Op het hoogste punt in de buurt, ruim naast een balk en uit de looprichting van het water. Rond de doorvoer mag na een bui geen plas blijven staan, want een aansluiting die permanent onder water ligt gaat een keer lekken. Loopt het water bij jou de verkeerde kant op, pas dan eerst het afschot aan met afschotplaten voordat je het dak dichtmaakt.
Komt de plakplaat onder of boven de dakbedekking?
De nette werkwijze is dat de onderlaag over de doorvoer heen gaat en daarna wordt opengesneden, de plakplaat daar bovenop komt, en de toplaag er weer overheen. Dan zit er altijd nog materiaal boven de gevoelige naad. Een plakplaat die als laatste bovenop de toplaag wordt geplakt houdt vaak ook wel, maar dan is de rand van die plaat de zwakste plek van je hele dak.
Waarom moet de kraag van de manchet omhoog getrokken worden?
Om uit het water te komen. Een plat dak houdt na elke bui een dun laagje water vast, en rond een doorvoer ontstaat vaak een kuiltje omdat de plakplaat het vlak iets optilt. Een kraag van minstens een centimeter boven het dakvlak zorgt dat de aansluiting droog blijft staan, ook als het eromheen nog nat is. Bij metalen plakplaten met een opgetrompte kraag zit dat al ingebouwd.
Kun je één dakdoorvoer vervangen zonder het hele dak te doen?
Dat kan. Snijd de oude manchet en plakplaat ruim rond uit, maak het gat en de omgeving schoon, en bouw de aansluiting opnieuw op met primer, koudlijm, nieuwe plakplaat en een nieuwe manchet. Werk met ruime overlap op het gezonde deel van de dakbedekking. Is het dak in het vlak al slecht, dan lost een nieuwe doorvoer weinig op en kijk je liever naar de volledige opbouw van het platte dak.
Wat kost het om een dakdoorvoer te laten maken?
Voor één doorvoer in een bestaand bitumen dak zien we offertes tussen ruwweg driehonderd en vijfhonderd euro, inclusief materiaal en btw. Dat lijkt veel voor een halve dag werk, maar er zit voorrijden, materiaal en garantie in. Zelf doen kost je aan doorvoer, primer, koudlijm en manchet meestal veertig tot negentig euro, mits je het gereedschap al hebt en veilig op het dak kunt komen.
Werkt deze aanpak ook bij een epdm-dak of een schuin dak?
Het principe is gelijk, het materiaal niet. Bij epdm gebruik je epdm-primer, epdm-lijm en een epdm-manchet, want bitumenproducten hechten daar niet op. Op een schuin dak werk je helemaal anders, met een pandoorvoer of een loodslabbe die onder de pannen doorloopt. Wat daar bij komt kijken zie je bij het schuine dak met pannen.
Wanneer je beter een vakman belt
Een doorvoer plaatsen is goed zelf te doen, mits je veilig op het dak kunt komen en er blijft staan. Werken op hoogte is het grootste risico van deze klus, groter dan de doorvoer zelf. Zonder een deugdelijke steiger, een randbeveiliging of een goed vastgezette ladder begin je er niet aan, ook niet voor een klusje van een half uur.
Bel een installateur bij alles wat met de rookgasafvoer van de cv-ketel te maken heeft. De doorvoer maakt daar onderdeel uit van het afvoersysteem en moet passen bij het toestel, en een fout daarin gaat over verbrandingsgassen in huis.
Schakel een dakdekker in als de dakbedekking in het vlak al slecht is, als er blazen of natte plekken in zitten, of als je onder het bitumen mastiek of teer aantreft. Dan is een doorvoer plaatsen dweilen terwijl de kraan loopt en heb je een plan nodig voor het hele dak, inclusief isolatie en afschot. Wat daarbij komt kijken staat bij het isoleren van een dak.
Twijfel je bij een houtskeletbouwdak of bij een dak met veel opstanden of je veilig kunt branden, kies dan koudlijm of laat het branden over aan iemand met de juiste uitrusting. Een dakbrand begint vrijwel altijd bij een detail dat net iets te dicht bij het hout zat.