Lichtschakelaar aansluiten: welke draad waar hoort
Een gewone lichtschakelaar heeft maar twee draden nodig: bruin is de fase en gaat op de klem met L of P, zwart is de schakeldraad en gaat op het contact met het pijltje. Zit er ook een blauwe draad in de doos, dan is dat de nul en die dop je af met een lasklem, want een gewone schakelaar doet er niets mee. Bij een dubbele schakelaar komt er één fase in en gaan er twee zwarte draden uit, en bij een wisselschakeling heb je een ander type schakelaar nodig dan bij twee losse lampen.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Tweepolige spanningstester, niet alleen een spanningzoeker in een schroevendraaier
- Kleine platte schroevendraaier van 2,5 mm voor de klemmen en het afdekraam
- Kruiskopschroevendraaier PZ1 voor de bevestiging in de inbouwdoos
- Striptang of een goed afgestelde afstriptang
- Zijkniptang
- Waterpas of een korte rei om het frame recht te zetten
- Telefoon om een foto van de oude aansluiting te maken
- Zaklamp, want je staat straks met de groep uit in het donker te werken
Materiaal
- Schakelaar van het juiste type: enkelpolig, serie, wissel of kruis
- Bijpassend afdekraam en wip van hetzelfde merk en dezelfde serie
- Lasklemmen om de blauwe nul af te doppen of aders te splitsen
- Kort stukje bruine installatiedraad van 1,5 mm2 om door te lussen
- Eventueel een nieuwe inbouwdoos of hollewanddoos
- Isolatietape voor het tijdelijk afdekken van losse aders
Wat de draden achter de schakelaar betekenen
Achter vrijwel elke lichtschakelaar in een Nederlandse woning zit dezelfde eenvoudige schakeling. Een bruine draad brengt de fase naar de schakelaar toe, en een zwarte draad brengt diezelfde fase geschakeld weer terug naar de lamp. De nul en de aarde komen bij de schakelaar helemaal niet langs, die lopen buitenom rechtstreeks naar het armatuur.
De verwarring begint bijna altijd bij de kleuren. Bruin wordt regelmatig voor de aarde aangezien, en dat is een misverstand met gevolgen, want juist op bruin staat 230 volt. De aarde is groen met geel en heeft op een gewone schakelaar niets te zoeken. Hoe die kleuren terugkomen bij de andere schakelingen in huis staat op de pagina over schakelaars en schakelingen, van de simpele enkelpolige tot de kruisschakeling.
De zwarte draad heet in de praktijk de schakeldraad. Hij is niets anders dan de fase nadat die door de schakelaar is gegaan, en daarom staat er spanning op zodra het licht aan is. Dat is meteen de reden dat je bij het meten met een spanningzoeker soms op zwart een zwak lampje ziet en op bruin een fel lampje: die zwakke gloed is lekstroom via de lamp en zegt weinig.
De bedrading van een lichtschakelaar is dus eigenlijk niets meer dan een lus. Fase erin, geschakelde fase eruit. Alle ingewikkelde verhalen over draden lichtschakelaar en aansluitschema's komen voort uit varianten op dat ene principe, en zodra je weet welke ader de fase is, valt de rest op zijn plek.
| Draadkleur | Wat het is | Waar hij naartoe loopt | Wat je ermee doet op de schakelaar |
|---|---|---|---|
| Bruin | Fase, hier staat 230 volt op | Vanuit de centraaldoos of het lichtpunt naar de schakelaar | Op de klem met L of P |
| Zwart | Schakeldraad, de geschakelde fase | Van de schakelaar terug naar het lichtpunt | Op het contact met het pijltje of het cijfer |
| Blauw | Nul | Vanuit de centraaldoos rechtstreeks naar de lamp | Niet nodig bij een gewone schakelaar, afdoppen met een lasklem |
| Groen met geel | Aarde | Naar de armatuur en de stopcontacten | Nooit op een schakelaar, altijd doorverbinden in een lasklem |
| Grijs of wit | Extra ader in een vijfaderige kabel, vaak tweede schakeldraad | Naar een tweede lichtpunt of een tweede bedieningsplek | Op het tweede schakelcontact |
| Rood | In oudere installaties fase of schakeldraad, niet eenduidig | Wisselt per installatie | Eerst meten, nooit alleen op de kleur afgaan |
Zet de groep uit voordat je iets losdraait, en controleer het daarna. Een tweepolige spanningstester meet tussen twee punten en geeft je een betrouwbaar antwoord. Een spanningzoeker in een schroevendraaier gloeit ook mee op lekstroom en licht soms niet op terwijl er wel spanning staat. Voor twintig euro heb je een fatsoenlijke tester en die betaalt zich bij de eerste twijfel terug.
Twee draden, drie draden of meer in de schakeldoos
Wat je in de inbouwdoos aantreft zegt bijna altijd al wat voor schakeling er ligt. Bij een lichtschakelaar aansluiten met 2 draden is het simpel: er komt een bruine en een zwarte uit de muur, bruin op L en zwart op het schakelcontact, klaar. Die situatie kom je het vaakst tegen bij oudere woningen waar per schakelaar alleen de twee benodigde aders zijn getrokken.
Lastiger wordt het bij een lichtschakelaar aansluiten met 3 draden, want daar zijn twee heel verschillende oorzaken voor. In het ene geval ligt er een complete kabel met bruin, blauw en groen met geel naar de schakelaar en is de blauwe nooit gebruikt. Die blauwe dop je af met een lasklem en je laat hem netjes in de doos zitten. Verbind je hem toevallig door met de bruine, dan maak je een directe verbinding tussen fase en nul en gaat de aardlekschakelaar of de zekering eruit.
In het andere geval zijn die drie draden juist allemaal in gebruik. Bij een wisselschakeling loopt er één ader naar de poolklem en gaan er twee naar de andere schakelaar. Bij een serieschakeling gaat er één fase in en gaan er twee schakeldraden uit naar twee lampen. Het aantal is dus hetzelfde, de bedoeling niet, en dat verschil zoek je uit voordat je klemt. Welke aderdikte er bij een lichtgroep hoort en waarom verlichting op 1,5 mm2 mag terwijl stopcontacten 2,5 mm2 krijgen, kun je opzoeken met de draad- en kabelkiezer.
| Wat je in de doos vindt | Wat het meestal betekent | Wat je ermee doet |
|---|---|---|
| Bruin en zwart | Gewone enkelpolige schakeling, de nul loopt buiten de schakelaar om | Bruin op L of P, zwart op het schakelcontact |
| Bruin, zwart en blauw | Er ligt een volledige kabel naartoe, de nul is nooit gebruikt | Blauw afdoppen met een lasklem, bruin en zwart op de schakelaar |
| Bruin en twee zwarte | Serieschakeling voor twee lampen vanaf één plek | Bruin op P, elke zwarte op een eigen schakelcontact |
| Drie draden waarvan één gemarkeerd | Wisselschakeling, de gemarkeerde ader is de poolklem | Gemarkeerde op P, de twee andere op de wisselcontacten |
| Vier of vijf draden | Dubbele schakelaar, wisselschakeling of doorgelust naar een stopcontact | Eerst uitmeten wat elke ader doet voordat je iets losneemt |
| Bruin, blauw en groen met geel, geen zwart | Er is nooit een schakeldraad getrokken, vaak later zelf aangelegd | Nieuwe ader trekken, nooit de aarde als schakeldraad misbruiken |
| Twee bruine en drie zwarte | Twee schakelingen in één doos, waarvan één een wisselschakeling | Per lichtpunt uitzoeken door één zwarte tegelijk aan te sluiten |
Weet je niet welke ader de fase is, meet dan met de groep aan en het armatuur eruit. De draad waar tussen zichzelf en de nul 230 volt op staat is de fase, de schakeldraad geeft die spanning alleen als de schakelaar aan staat. Zet daarna de groep weer uit voordat je gaat klemmen.
Welke schakelaar past bij wat je wilt schakelen
Veel mislukte klussen beginnen in de bouwmarkt, niet in de muur. Een serieschakelaar en een wisselschakelaar zien er van de voorkant identiek uit, maar ze doen iets totaal anders. Een serieschakelaar zet twee lampen los van elkaar aan en uit vanaf één plek. Een wisselschakelaar zet één lamp aan en uit vanaf twee plekken. Koop je de verkeerde, dan krijg je precies het klachtenbeeld waarbij het licht boven wel aangaat maar niet meer uit.
Wil je één lamp vanaf de trap en vanaf de overloop bedienen, dan heb je twee wisselschakelaars nodig en werk je volgens het schema van de hotelschakeling voor twee bedieningsplekken. Komt er een derde plek bij, dan zet je daar een kruisschakelaar tussen. Hoe je zo'n schakeling stap voor stap bedraadt staat op de pagina over het aansluiten van een wisselschakelaar.
Voor buiten geldt een andere eis. Een lichtschakelaar buiten aansluiten mag alleen met materiaal dat minimaal IP44 is, met rubberen doorvoertules en een sluitend deksel. Opbouwmateriaal is daar vrijwel altijd de nette keuze, want inbouw in een buitenmuur levert vocht in de doos op. Voor een schuur of garage kies je bij voorkeur een dubbelpolige schakelaar, die onderbreekt naast de fase ook de nul.
Een platte lichtschakelaar met een vlak frame is populair omdat hij nauwelijks van de wand af steekt, maar hij vraagt wel een inbouwdiepte die klopt. Zit er nog een oude ondiepe doos in de muur, dan past het binnenwerk van sommige vlakke series er simpelweg niet in en moet de doos eruit gefreesd worden.
Een lichtschakelaar met ingebouwde timer is prettig bij een buitenlamp, een ventilator of een gangverlichting die anders de hele avond blijft branden. Die modellen vragen vrijwel altijd een nuldraad, en die ligt bij een gewone schakeldoos meestal niet klaar. Een lichtschakelaar met timer in opbouw omzeilt dat probleem, want daar zit de bedrading in het kastje zelf en hoef je de wand niet open te breken.
| Type schakelaar | Waarvoor je hem gebruikt | Aantal aansluitklemmen | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Enkelpolige schakelaar | Eén lamp vanaf één plek | 2 | Bruin op L, zwart op het schakelcontact, meer is er niet |
| Serieschakelaar, ook wel dubbele lichtschakelaar | Twee lampen los van elkaar vanaf één plek | 3, met een interne doorverbinding tussen de twee helften | Twee wippen, maar meestal één fase-invoer nodig |
| Wisselschakelaar | Eén lamp vanaf twee plekken | 3 per helft | Een serieschakelaar past hier niet, ook niet met omwisselen |
| Kruisschakelaar | Eén lamp vanaf drie of meer plekken | 4 | Zit altijd tussen twee wisselschakelaars in, nooit aan het uiteinde |
| Dubbelpolige schakelaar | Fase en nul tegelijk onderbreken | 4 | Voor schuur, garage en vaste apparaten, herkenbaar aan de N-klem |
| Dimmer | Traploos regelen van dimbare verlichting | 2 tot 3 | Let op het minimale vermogen, bij led is dat vaak het struikelblok |
| Lichtschakelaar met bewegingssensor | Gang, bijkeuken, berging en buitenverlichting | 2 tot 4, afhankelijk van het model | Veel sensoren hebben een nuldraad nodig die er niet ligt |
| Lichtschakelaar met timer | Ventilator, buitenlamp of infraroodpaneel | 3 tot 4, nul verplicht | Een lichtschakelaar met timer in opbouw is achteraf veel makkelijker |
Twijfel je in de winkel? Kijk naar de achterkant. Staat er een schema met een P-klem en twee losse contacten met pijltjes, dan is het een serieschakelaar. Staat er een schema waarin één contact naar twee contacten omschakelt, dan is het een wisselschakelaar. Dat schema staat op vrijwel elk merk achterop gedrukt. Houd er wel rekening mee dat de tekening voor het aansluiten van een lichtschakelaar bij de Gamma, de Praxis of de Karwei uitgaat van de standaardsituatie, dus leg hem naast wat er werkelijk in jouw doos ligt.
Op welke hoogte komt een lichtschakelaar te hangen
Voor woonruimtes staat de hoogte van een lichtschakelaar nergens als harde eis vastgelegd. Wat er wel is, is een bouwpraktijk die al decennia hetzelfde is: schakelaars op 105 cm tot het hart, in oudere bestekken vaak 110 cm, en lage stopcontacten op 30 cm. Die 105 cm is niet willekeurig gekozen. Op die hoogte vind je de wip met je elleboog terwijl je een boodschappentas vasthoudt, en hij zit boven de meeste dressoirs en kastjes uit.
Belangrijker dan de exacte centimeters is dat alles in huis op dezelfde hoogte zit. Een schakelaar die drie centimeter afwijkt van de rest valt op zodra het stucwerk glad is. Meet daarom vanaf de dekvloer als die er al ligt, en anders vanaf de ruwe vloer plus de opbouwhoogte van je afwerking. In de tabel met standaardmaten vind je de gangbare hoogtes voor schakelaars, stopcontacten en bedieningspanelen bij elkaar.
Het tweede punt is de plek in de wand. Zet de schakelaar aan de kant van de deurklink en niet aan de scharnierzijde, want een lichtschakelaar achter een deur die open staat kun je niet bereiken zonder eerst in het donker om de deur heen te lopen. Houd ongeveer 15 cm ruimte tussen het deurkozijn en het hart van de schakelaar, dan blijft er plek voor het afdekraam en kun je later nog een tweede doos ernaast zetten.
Zet meteen een stopcontact naast de schakelaar bij de deur. Dat scheelt bij het stofzuigen elke keer bukken, en de wand is toch al open. Hoe je die doos aansluit en doorlust staat bij het aansluiten van een stopcontact.
| Wat | Gangbare hoogte tot het hart | Waarom die hoogte |
|---|---|---|
| Lichtschakelaar in woon- en slaapruimte | 105 cm, in oudere bestekken 110 cm | Met een volle tas te bedienen en boven de meeste kastjes |
| Lichtschakelaar in een drempelvrije woning | 90 tot 100 cm | Ook bereikbaar vanuit een rolstoel en voor kinderen |
| Lage stopcontacten | 30 cm | Uit het zicht achter meubels en banken |
| Stopcontact naast de schakelaar bij de deur | 105 cm | Voor de stofzuiger, zodat je niet hoeft te bukken |
| Schakelaar en stopcontact boven het aanrecht | 115 tot 125 cm | Ongeveer 10 tot 15 cm boven het blad, weg van de spoelbak |
| Drie-standenschakelaar voor de ventilatie in de keuken | Boven het werkblad, op ruime afstand van de kraan | Bedienbaar tijdens het koken zonder over een pan te reiken |
| Bedieningspaneel van alarm of domotica | 140 cm | Op ooghoogte af te lezen en te bedienen |
| Trekschakelaar in de badkamer | Mechaniek aan het plafond, koord tot ongeveer 100 cm | De schakelaar zelf blijft buiten de spatzone |
In een badkamer gelden andere regels. In de zone rond het bad en de douche mag geen gewoon schakelmateriaal zitten. Een lichtschakelaar voor de badkamer hangt daarom in de regel buiten de ruimte, aan de gangzijde van de deur, of je gebruikt een trekschakelaar waarvan het mechaniek aan het plafond zit. Vocht en 230 volt op handbereik gaan slecht samen, en de badkamer is de laatste plek in huis waar je een fout wilt maken.
De oude schakelaar en de afdekplaat eraf halen
Een lichtschakelaar verwijderen begint bij de wip, en dat is meteen het punt waar de meeste mensen te voorzichtig zijn. Die wip zit alleen maar op een klemverbinding en komt eraf door hem recht naar je toe te trekken. Voelt het alsof je iets breekt, trek dan aan het afdekraam eromheen in plaats van aan de wip zelf, dan komt het geheel in één keer los.
Onder de wip zit bij de meeste series een klein kunststof frame en daaronder het afdekraam. Dat raam wip je eraf met een kleine platte schroevendraaier in de uitsparing die vrijwel altijd aan de onderzijde zit. Leg een stukje karton of tape onder je schroevendraaier zodat je geen deuk in het stucwerk drukt. Dit is precies de handeling waar een afdekplaat van een lichtschakelaar verwijderen op neerkomt, meer zit er niet achter.
Daaronder zie je het binnenwerk met twee schroeven of twee spreidklauwen in de inbouwdoos. Draai die los en trek het binnenwerk voorzichtig naar buiten, zonder aan de draden te sjorren. Een Gira lichtschakelaar demonteren gaat op dezelfde manier als een Busch-Jaeger, een Kopp of een Peha: wip eraf, raam eraf, twee schroeven los. Alleen de vorm van de klemmen verschilt, waarbij de meeste moderne series steekklemmen hebben met een klein ontgrendellipje dat je indrukt terwijl je de ader eruit draait.
Maak voordat je een draad losneemt een scherpe foto van de achterkant met de aders er nog in. Dat kost tien seconden en het is het enige wat je straks nog hebt als de nieuwe schakelaar een andere klemindeling blijkt te hebben. Wil je alleen het uiterlijk veranderen, houd er dan rekening mee dat een losse afdekplaat van een lichtschakelaar vervangen zelden mooi uitpakt bij oude series: nieuw wit plastic naast dertig jaar oud plastic verschilt altijd in kleur, en dan vervang je liever de hele set.
Het afdekraam terugzetten in de juiste volgorde
Bij het terugmonteren gaat het regelmatig mis in de volgorde, en het gevolg is verwarrend: de twee wippen van een dubbele schakelaar bewegen dan samen in plaats van los van elkaar. Dat komt doordat de grijze kunststof draagframes aan de verkeerde kant van het afdekraam zijn gemonteerd.
De juiste volgorde is: eerst het binnenwerk vastschroeven in de inbouwdoos, dan het afdekraam eroverheen, dan de kunststof frames van achteren door het raam heen op het binnenwerk klikken, en pas als laatste de wippen erop drukken. Zit het raam los te rammelen, dan klopt die volgorde niet en heeft harder duwen geen zin.
Meet het hart-op-hartmaat van je bestaande dozen voordat je een meervoudig afdekraam koopt. In Nederland is 71 mm gangbaar, maar je komt in oudere woningen ook 60 mm tegen. Past dat niet, dan sluit het raam nooit netjes aan en zie je aan één kant een spleet.
Een dubbele lichtschakelaar aansluiten
Bij het aansluiten van een dubbele lichtschakelaar draait alles om één vraag: hoe komt de fase op beide helften. De schakelaar heeft zes contacten, waarvan er twee gemarkeerd zijn met een P of een L. Dat zijn de fase-invoeren. De vier andere zijn de schakelpunten waar je zwarte draden op zet.
Bij veel serieschakelaars zijn die twee P-contacten intern al met elkaar doorverbonden. Dan volstaat één bruine draad en verzorgt de schakelaar zelf de rest. Bij andere modellen, en zeker bij dubbele wissel-wisselschakelaars, zijn de twee helften volledig gescheiden. Dan moet je de fase zelf doorlussen met een kort stukje bruine draad van P naar P. Het schema achterop de verpakking laat zien welk van de twee je in handen hebt, en dat is de moeite van een blik waard voordat je in de doos begint.
Heeft de P-klem maar één gaatje, dan lukt doorlussen op de schakelaar niet en splits je de bruine draad eerst in de doos met een lasklem: één ader naar P links, één naar P rechts. Dat is netter dan twee aders in één steekklem persen die daar niet voor is vrijgegeven. Zit er een dubbele lichtschakelaar met dimmer in het frame, dan geldt hetzelfde: de dimmermodule heeft ook een eigen fase-invoer nodig. Hoe je zo'n module afstemt op het vermogen van je lampen staat bij het aansluiten van een dimmer.
De twee zwarte schakeldraden gaan elk naar hun eigen lamp. Blauw en groen met geel komen bij de schakelaar niet voor, die verbind je in de lasdoos of centraaldoos gewoon door naar beide armaturen. De volledige bedrading van dit type schakeling, inclusief de doorverbindingen in de centraaldoos, staat op de pagina over de serieschakelaar voor twee lichtpunten.
Merkverschillen bij Gira, Kopp en Peha
Het aansluiten van een Gira lichtschakelaar wijkt inhoudelijk niet af van een Kopp of een Peha, maar de klemindeling wel. Bij de dubbele wissel-wisseltastschakelaars van Gira zitten de fase-aansluitingen in het midden en de schakelpunten boven en onder. Wil je daar twee losse lampen mee schakelen, dan sluit je de fase op zowel de linker- als de rechterhelft aan, want die twee circuits staan volledig los van elkaar.
Of je de zwarte draad daarbij boven of onder aansluit maakt dan niets uit, zolang je maar één van de twee gebruikt. Gebruik je de schakelaar wel in een wisselschakeling, dan zijn beide contacten juist nodig en ligt de volgorde vast.
Twee losse lampen schakelen is iets anders dan één lamp vanaf twee plekken. Een dubbele serieschakelaar kun je niet omtoveren tot wisselschakelaar door de draden anders te steken. De contacten maken bij een serieschakelaar permanent verbinding met de fase, terwijl een wisselschakelaar juist tussen twee uitgangen heen en weer schakelt. Zit het verkeerde type erin, dan blijft het licht op de tweede plek onbedienbaar en helpt geen enkele draadvolgorde.
Een ventilator, ledstrip of infraroodpaneel op de lichtschakelaar
Een badkamerventilator aansluiten op de lichtschakelaar lukt alleen als je begrijpt welke draad wat doet. De ventilator heeft meestal drie aansluitingen: een L voor de permanente fase, een N voor de nul en een klem met een T of een S voor de stuurdraad. Die stuurdraad is de zwarte schakeldraad die van je lichtschakelaar naar de lamp loopt. Zodra het licht aan gaat, staat er spanning op en start de ventilator.
De permanente fase op L is er voor de nalooptijd. Sluit je alleen de stuurdraad aan en laat je L los, dan stopt de ventilator op het moment dat je het licht uitdoet en blijft de damp gewoon hangen. Sluit je het andersom aan en zet je de stuurdraad op de nul of de fase omdat er geen aparte klem vrij is, dan maak je een sluiting. Past er geen tweede ader in de klem van de lamp, knip dan de schakeldraad door en zet er een lasklem tussen waarin je de nieuwe stuurdraad meeneemt.
Kom je in de schakeldoos alleen bruin en blauw tegen en nergens een zwarte schakeldraad, dan is de installatie niet volgens de normale opzet aangelegd en moet je eerst uitzoeken hoe het lichtpunt dan wel geschakeld wordt. Improviseren met de aarde of de nul als stuurdraad is op die plek geen optie. De opbouw van een gewoon lichtpunt met centraaldoos staat beschreven bij het aansluiten van een lamp op een lichtpunt.
Voor mechanische ventilatie ligt het anders. Een mechanische ventilatiebox aansluiten op de lichtschakelaar gaat niet via de gewone wip maar via de stuurdraden van de box, die je met een drie-standenschakelaar bedient. Een plafondventilator aansluiten op de lichtschakelaar kan wel rechtstreeks, maar dan schakel je de motor volledig aan en uit en verlies je de snelheidsregeling die op de afstandsbediening zit.
Ledstrips en infraroodpanelen
Wie een led strip op de lichtschakelaar wil aansluiten, doet dat aan de netzijde van de driver, dus je schakelt de 230 volt naar de voeding en niet de 12 of 24 volt naar de strip zelf. Schakel je aan de laagspanningskant, dan blijft de driver onder spanning staan en krijg je nagloeien, brommen of een driver die het na een jaar begeeft. Reken vooraf uit hoeveel watt er aan de strip hangt en tel dat op bij de rest van de groep.
Een infraroodpaneel aansluiten op de lichtschakelaar mag technisch, maar het is zelden verstandig. Een paneel van 600 tot 1000 watt trekt veel meer dan een lichtpunt en hoort op een aansluiting met een thermostaat, zodat het niet de hele dag aan blijft staan omdat iemand het licht liet branden. Met de groepencalculator zie je snel of de groep die belasting er nog bij kan hebben.
Een lichtschakelaar met lampje aansluiten
Een lichtschakelaar met lampje bestaat in twee smaken die vaak door elkaar gehaald worden, en dat verschil bepaalt of je een nuldraad nodig hebt. Een controlelampje brandt als de lamp aan staat, zodat je in de gang kunt zien of het licht in de kelder nog brandt. Een oriëntatielampje doet precies het omgekeerde: het brandt als het licht uit is, zodat je de schakelaar in het donker kunt vinden.
Een oriëntatielampje kan het vaak zonder nul stellen. Er loopt dan een minuscuul stroompje via de aangesloten lamp, en dat is genoeg om het ledje in de schakelaar te laten gloeien. Bij gloeilampen werkte dat prima. Bij ledverlichting is dat lekstroompje regelmatig genoeg om de lamp zelf zwak te laten nagloeien of onregelmatig te laten knipperen in het donker, en dat is een klacht die je niet meer wegkrijgt zonder de schakelaar of de lamp te vervangen.
Een controlelampje heeft in de regel wel een echte nul nodig, en die ligt bij een gewone lichtschakelaar meestal niet in de doos. Zit er geen blauwe ader, dan kun je zo'n schakelaar wel monteren maar blijft het lampje donker, hoe je hem ook aansluit. Dan is de keuze: een blauwe ader bijtrekken vanuit de centraaldoos, of een ander type schakelaar kopen. Voor een kelderkast of berging is een gewone schakelaar met een klein neonlampje ernaast in de praktijk vaak eenvoudiger.
Let bij aanschaf ook op of het om een tweepolige schakelaar gaat. Die onderbreekt fase en nul allebei en heeft dus een L- en een N-klem. Sluit je zo'n schakelaar per ongeluk om, dan schakel je alleen de nul en blijft het licht gewoon uit terwijl er wel spanning op de lamp staat. Dat is een situatie die je bij het vervangen van een fitting niet wilt aantreffen.
Het trekkoord van een lichtschakelaar vervangen
Een lichtschakelaar met een touwtje hangt meestal boven een aanrecht, op zolder of in een badkamer, en het trekkoord breekt vrijwel altijd op dezelfde plek: vlak bij het mechaniek, waar het koord telkens over een randje schuurt. Het vervelende is dat het restant dan in het huis van de schakelaar verdwijnt en dat er aan de voorkant alleen een klein metalen of koperen plaatje zichtbaar blijft met een gaatje erin.
Bij veel modellen is dat gaatje niet het bevestigingspunt maar alleen de doorvoer. Het echte aangrijppunt zit achter het plaatje op een klein wieltje of een veerhaak, en dat is bij een gesloten mechaniek niet bereikbaar zonder de schakelaar te slopen. Je hoort bij het duwen met een schroevendraaier wel een tik, maar er valt geen koord meer omheen te krijgen. In dat geval kost een trekkoord van een lichtschakelaar vervangen je feitelijk een nieuw binnenwerk, en dat is bij merken als Peha, Kopp en Gira gewoon los te koop.
Is het mechaniek wel open te maken, dan kun je zelf een nieuw koord inrijgen. Neem dun nylon koord of dunne paracord van ongeveer 2 mm, rijg het door het oog, leg een dubbele achtknoop en smelt het uiteinde kort dicht met een aansteker zodat het niet rafelt. Trek daarna twintig keer stevig door voordat je de kap dichtdoet, want een knoop die pas na een maand doorschiet is dubbel werk.
Voor het zichtbare deel heb je alle vrijheid. Een trekkoord voor een lichtschakelaar in zwart, in katoen, met houten kralen, met een kwast of als leren veter is bij de Praxis, de Gamma en bij woonwinkels los te koop, en een trekkoord zelf maken is met een stuk sierkoord en een eindkraal een klusje van vijf minuten. Verbind het sierkoord met een klein karabijnhaakje aan het originele koord, dan kun je het touwtje van je lichtschakelaar later vervangen zonder ooit nog het mechaniek open te hoeven maken.
| Soort koord | Waar het goed werkt | Waar je op let |
|---|---|---|
| Nylon koord van 2 mm | Het stuk dat door het mechaniek loopt | Uiteinde dichtsmelten, anders rafelt het en past het niet door het oog |
| Kogelketting van metaal | Vochtige ruimtes en zolders | Rammelt tegen de wand, in een slaapkamer minder prettig |
| Katoenen sierkoord met kwast | Woonkamer en slaapkamer | Slijt sneller, dus als los sierstuk aan een haakje bevestigen |
| Koord met houten kralen | Waar het koord ook op de tast te vinden moet zijn | Kralen kunnen tegen de wand tikken, een viltje eronder helpt |
| Zwart geweven koord | Donkere wanden en industriële afwerking | Vet van handen valt minder op dan bij wit koord |
| Leren veter | Een strakke, rustige uitstraling | Rekt na verloop van tijd uit, dus iets korter afknopen |
Knoop het sierkoord niet direct aan het mechaniek maar aan een lusje in het originele koord, met een klein haakje ertussen. Breekt het decoratieve deel, dan hang je er een nieuw stuk aan zonder ook maar één schroef los te draaien.
Als de schakelaar niet klikt of het licht niet aangaat
Wanneer een lichtschakelaar niet meer werkt is de reflex om de schakelaar te vervangen, maar in de helft van de gevallen zit het probleem ergens anders. Zolang je niet weet of de fout vóór of ná de schakelaar zit, koop je mogelijk voor niets een nieuw exemplaar.
De snelste test kost twee minuten. Zet de groep uit, haal de schakelaar los en verbind de bruine draad en de zwarte draad rechtstreeks met elkaar in een lasklem. Zet de groep aan. Brandt het licht nu, dan is de schakelaar defect. Blijft het donker, dan zit de fout in de lamp, de fitting of de bedrading en heeft een nieuwe schakelaar geen enkele zin. Vergeet niet de groep weer uit te zetten voordat je die lasklem loshaalt.
Een lichtschakelaar die niet meer klikt heeft meestal een gebroken veertje of een versleten wipmechaniek. Dat is niet te repareren en niet de moeite waard om te proberen: een nieuw binnenwerk kost een paar euro. Doet de wip het wel maar reageert het licht niet, kijk dan eerst of de aders nog goed in de steekklemmen zitten. Aders die te kort gestript zijn maken contact op de isolatie in plaats van op het koper, en dat geeft precies het beeld van een schakelaar die het soms wel en soms niet doet.
Klapt de aardlekschakelaar eruit op het moment dat je het licht aandoet, stop dan met proberen. Er is dan een verbinding tussen fase en nul of tussen fase en aarde, en die zoek je op voordat je verder gaat. Wat je daarna stap voor stap nakijkt staat bij de aardlekschakelaar die eruit klapt. Ligt de fout juist bij het armatuur, dan helpt de pagina over het aansluiten van een lamp op een schakelaar je verder.
| Wat je merkt | Meest waarschijnlijke oorzaak | Wat je controleert |
|---|---|---|
| De wip klikt niet meer en blijft slap hangen | Gebroken veertje in het wipmechaniek | Binnenwerk vervangen, repareren lukt zelden |
| De schakelaar klikt wel, maar het licht blijft uit | Lamp, fitting of een slechte klem | Lamp verwisselen, daarna de schakelaar overbruggen met een lasklem |
| Beide lampen op een dubbele schakelaar doen niets | Fase-invoer los of niet doorgelust | De klem met L of P en de doorverbinding tussen beide helften |
| Eén van de twee lampen doet het niet | Fout ná de schakelaar, bij dat lichtpunt | De twee zwarte draden omwisselen: verhuist de fout mee of niet? |
| De aardlekschakelaar klapt eruit bij het inschakelen | Sluiting tussen fase en nul of fase en aarde | Blank koper buiten de klemmen en of blauw ergens op de schakelaar zit |
| Het licht flikkert of gaat willekeurig aan en uit | Slecht contact in een steekklem of lasklem | Alle klemmen nalopen en de ader opnieuw op maat strippen |
| Ledlampen gloeien na als het licht uit is | Lekstroom via een oriëntatielampje of een dimmer | Het lampje in de schakelaar loskoppelen of een ander type kiezen |
| De schakelaar of het frame wordt warm | Losse klem of te hoge belasting | Direct spanning eraf halen en de klemmen natrekken |
Zo sluit je een lichtschakelaar aan
Deze volgorde werkt voor een gewone enkelpolige schakelaar en met kleine aanpassingen ook voor een dubbele.
-
Zet de juiste groep uit en controleer of hij echt dood is
Schakel in de groepenkast de automaat van de verlichtingsgroep uit en zet er tape of een briefje op zodat niemand hem terugzet. Controleer daarna bij de schakelaar zelf met een tweepolige spanningstester of er geen spanning meer staat. Blijf van de hoofdzekering en van alles achter de hoofdschakelaar in de meterkast af, dat deel is niet van jou.
-
Fotografeer de bestaande aansluiting voordat je iets losneemt
Haal de wip en het afdekraam eraf, draai het binnenwerk los en trek het naar buiten. Maak dan een scherpe foto van de achterkant met alle aders er nog in. Je denkt nu dat je het onthoudt, maar als de nieuwe schakelaar een andere klemindeling heeft is die foto het enige houvast dat je nog hebt.
-
Bepaal welke ader de fase is en welke de schakeldraad
Bruin is de fase, zwart de schakeldraad, blauw de nul en groen met geel de aarde. Klopt die kleurcode in jouw installatie niet, dan meet je het uit met de groep aan en het armatuur eruit gedraaid. De ader die tegenover de nul altijd 230 volt geeft is de fase, de ader die dat alleen doet als de schakelaar aan staat is de schakeldraad.
-
Strip de aders op de juiste lengte
Strip ongeveer 10 mm isolatie weg, of houd de stripmal aan die bij de meeste schakelaars op de achterkant staat. Te kort gestript betekent dat de klem op de isolatie klemt en er geen contact is. Te lang gestript betekent dat er blank koper buiten de klem uitsteekt, en dat is precies de oorzaak van sluiting in een volle inbouwdoos. Knip een verbogen of ingekeepte aderpunt liever af en strip opnieuw.
-
Zet de fase op L en de schakeldraad op het schakelcontact
Duw de bruine ader in de klem met de L of de P tot je hem voelt vastklikken en trek er daarna even aan om het te controleren. De zwarte gaat in het contact met het pijltje of het cijfer. Heb je een dubbele schakelaar waarvan de twee P-klemmen niet intern zijn doorverbonden, dan lus je de fase nu door met een kort stukje bruine draad van P naar P.
-
Dop de blauwe nul af en verbind de aarde door
Ligt er een blauwe ader in de doos die je niet gebruikt, zet er dan een lasklem op en laat hem in de doos zitten. Nooit los en blank achterlaten, en nooit even bij de bruine in dezelfde klem. Aardedraden verbind je onderling door met een lasklem, maar ze komen niet op de schakelaar.
-
Duw de draden netjes terug en schroef het binnenwerk vast
Vouw de aders in bochten naar achteren zodat ze niet klem komen te zitten tussen het binnenwerk en de rand van de doos. Zet het binnenwerk vast met de twee schroeven, gebruik geen spreidklauwen als er schroefgaten in de doos zitten. Zet het waterpas, want een scheve schakelaar zie je later elke dag.
-
Monteer raam en wip en test alles
Eerst het afdekraam, dan de kunststof frames er van achteren doorheen op het binnenwerk klikken, en als laatste de wippen erop drukken. Zet de groep terug aan en test elke stand. Werkt er iets niet, ga dan niet trekken en duwen maar zet de groep weer uit en loop de klemmen na.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Controleren voordat je de groep weer inschakelt
Uit de praktijk
Drie zwarte en twee bruine draden in één schakeldoos
Bij het vervangen van een oude schakelaar in een hal kwamen er vijf aders uit de muur: drie zwarte en twee bruine. Alles was even oud en niets was gemarkeerd, dus welke zwarte bij welk lichtpunt hoorde was met het blote oog niet vast te stellen. Elke combinatie proberen leverde alleen maar frustratie op, want twee van de drie zwarte draden horen bij een schakeling die je op deze plek helemaal niet los kunt testen.
Wat hier werkte was systematisch uitsluiten. De twee bruine draden gingen eerst op de twee L-contacten, want dat is de fase-invoer en die staat vast. Daarna werd er telkens één zwarte draad aangesloten, tegenover één bruine, terwijl de andere twee losgeknipt van elkaar in de doos hingen. Zodra het lichtpunt dat alleen vanaf deze plek geschakeld wordt reageerde, was die zwarte gevonden. De overige twee moesten dus bij de tweede schakeling horen, die vanaf twee plekken bediend wordt, en die gingen op de wisselcontacten. In een half uur was het opgelost zonder ergens een muur open te hoeven halen.
Een dubbele schakelaar in de garage waar de tweede lamp dood bleef
In een garage hing één lamp en daar moest een tl-bak bij, allebei apart te schakelen met een dubbele schakelaar. Na het aansluiten deed de eerste lamp het meteen en bleef de tweede donker. De eerste gedachte was dat er een verkeerde schakelaar was gekocht, of dat de fase alleen op de ene helft stond.
Dat bleek niet het geval. Deze serieschakelaar had de twee P-contacten intern al doorverbonden, dus één bruine invoer was genoeg. De test die de doorbraak gaf was simpel: de twee zwarte schakeldraden op de schakelaar omwisselen. Bleef dezelfde lamp donker, dan zat de fout niet in de schakelaar maar verderop in de bedrading. Precies dat gebeurde. Uiteindelijk lag het aan slecht gemaakte verbindingen bij de tweede lamp, waar een ader nauwelijks in de lasklem stak. Nadat die aansluitingen opnieuw waren gemaakt, werkten beide lampen zonder dat er iets aan de schakelaar was veranderd.
Een schakelaar met controlelampje dat nooit meer uitging
Voor de kelder, de garage en de zolder waren dubbelpolige schakelaars met een lampje gekocht, bedoeld om de schakelaar in het donker te kunnen vinden. Met alleen de bruine op L en de zwarte op het schakelcontact bleef het lampje volledig donker. Er lag geen blauwe nul in de wand, en zonder nul deed dit type lampje eenvoudigweg niets.
Toen er alsnog een nul werd bijgehaald ging het lampje wel branden, maar het ging nooit meer uit, ook niet als het licht aan was. Dat maakte duidelijk waar de denkfout zat: dit was een controlelampje en geen oriëntatielampje. Een controlelampje hoort te branden als de verlichting aan is, een oriëntatielampje juist als de verlichting uit is. Voor deze toepassing was het verkeerde type gekocht. Bij een schakelaar met een echte N-klem viel alles op zijn plek: licht uit, lampje aan, en de ledbuizen in de kelder stopten met nagloeien omdat er geen lekstroom meer door de lamp liep.
Een doorgaande bruine draad die niet in de nieuwe schakelaar paste
Bij het vervangen van een verouderde dubbele schakelaar door een nieuwe set ging de ene helft vlot, maar bleek de bruine draad aan de andere kant één doorlopende ader te zijn. In de oude schakelaar zat die als een lus onder een schroefklem geklemd, en in de nieuwe steekklemmen past zoiets niet.
De oplossing was de lus doormidden knippen, beide uiteinden opnieuw strippen en ze elk in een eigen klem van de nieuwe schakelaar steken. De schakelaar verbindt die twee punten intern gewoon weer door, dus elektrisch verandert er niets. Daarna kwam de tweede tegenvaller: het afdekraam zat los te rammelen en de twee wippen bewogen samen in plaats van los van elkaar. Er was namelijk vanaf de verkeerde kant gemonteerd. Pas toen de volgorde klopte, eerst het afdekraam, daarna de kunststof frames er van achteren doorheen en als laatste de wippen, klikte alles vast en werkten beide helften weer afzonderlijk.
Veelgemaakte fouten
Bruin aanzien voor de aardedraad
Bruin is de fase en daar staat 230 volt op. De aarde is groen met geel en zit nooit op een schakelaar. Wie bruin voor aarde houdt, werkt met te weinig respect voor de draad die er wel toe doet en steekt hem soms op de verkeerde klem. Meet met een tweepolige tester in plaats van op de kleur te vertrouwen, zeker in een installatie van voor 1970.
De blauwe nul naast de fase in de schakelaar steken
Er ligt een blauwe ader in de doos, dus die zal er wel bij horen. Zet je hem in een contact dat intern met de fase verbonden is, dan maak je een directe verbinding tussen fase en nul. Het resultaat is kortsluiting op het moment dat je inschakelt. Een ongebruikte nul dop je af met een lasklem en laat je verder met rust.
Een serieschakelaar kopen waar een wisselschakelaar hoort
Ze zien er van de voorkant hetzelfde uit, maar een serieschakelaar schakelt twee lampen vanaf één plek en een wisselschakelaar schakelt één lamp vanaf twee plekken. Met een serieschakelaar in een wisselschakeling krijg je het licht op de tweede plek nooit werkend, hoe je de draden ook wisselt. Kijk naar het schema op de achterkant voordat je afrekent.
De fase maar op één helft van een dubbele schakelaar aansluiten
Sommige dubbele schakelaars hebben de twee P-contacten intern doorverbonden, andere niet. Zit er geen interne brug en lus je de fase niet door, dan werkt één helft en blijft de andere dood. Dat lijkt op een defecte schakelaar terwijl er alleen een stukje bruine draad van P naar P ontbreekt.
Alleen de stuurdraad naar een badkamerventilator trekken
Zonder permanente fase op de L-klem stopt de ventilator op hetzelfde moment dat je het licht uitdoet. De nalooptijd waar je juist voor betaald hebt, doet dan niets, en de damp blijft in de badkamer hangen. Trek altijd fase, nul én de stuurdraad, en gebruik nooit de nul of de aarde als vervanger voor de stuurdraad.
Te kort of te lang strippen
Strip je te kort, dan klemt de steekklem op de isolatie en heb je een verbinding die het soms wel en soms niet doet. Strip je te lang, dan steekt er blank koper buiten de klem uit en kan dat in een volle inbouwdoos een ander contact raken. Ongeveer 10 mm is goed, en de stripmaat staat bij de meeste schakelaars op de achterkant gedrukt.
Vertrouwen op een spanningzoeker in een schroevendraaier
Zo'n schroevendraaiertje gloeit al mee op lekstroom via een lamp en geeft je op een zwarte schakeldraad soms een zwak lichtje waar geen bruikbare spanning staat. Andersom kan hij donker blijven terwijl er wel 230 volt staat, bijvoorbeeld doordat je niet goed geïsoleerd staat. Meet met een tweepolige tester tussen twee punten, dat is het enige antwoord waar je iets aan hebt.
Het afdekraam in de verkeerde volgorde terugzetten
De klassieke uitkomst is een dubbele schakelaar waarvan beide wippen tegelijk bewegen en een raam dat blijft rammelen. De kunststof draagframes zitten dan aan de verkeerde kant van het afdekraam. Eerst het raam, dan de frames er van achteren doorheen op het binnenwerk klikken, en pas als laatste de wippen erop.
Veelgestelde vragen
Hoe moet ik een lichtschakelaar aansluiten met 2 draden?
Dat is de eenvoudigste situatie die er is. De bruine draad is de fase en gaat op de klem met de L of de P, de zwarte draad is de schakeldraad en gaat op het contact met het pijltje of het cijfer. De nul en de aarde komen bij een gewone schakelaar niet voor, die lopen buitenom naar het armatuur. Strip ongeveer 10 mm, duw de aders tot ze vastklikken en trek er nog even aan om te voelen of ze echt vastzitten.
Hoe sluit ik een lichtschakelaar aan met 3 draden?
Bij een lichtschakelaar met 3 draden zijn er twee mogelijkheden. Zijn het bruin, zwart en blauw, dan ligt er een complete kabel naartoe en is de blauwe nul nooit gebruikt. Die dop je af met een lasklem en verder sluit je hem aan als een gewone schakelaar. Zijn het bruin en twee zwarte, dan gaat het om een serieschakeling voor twee lampen: bruin op P en elke zwarte op een eigen schakelcontact. Verbind blauw nooit door met bruin, want dat is een directe sluiting tussen fase en nul.
Wat betekenen bruin en zwart bij het aansluiten van een lichtschakelaar?
Bruin is de fase, de draad die de 230 volt naar de schakelaar brengt. Zwart is de schakeldraad, oftewel diezelfde fase nadat hij door de schakelaar is gegaan, en die loopt naar het lichtpunt. Zodra het licht aan staat, staat er dus ook op zwart spanning. Blauw is de nul en groen met geel is de aarde, en die twee horen allebei niet op een gewone lichtschakelaar thuis. In heel oude installaties kun je afwijkende kleuren tegenkomen, meet dan uit in plaats van te gokken.
Op welke hoogte moet een lichtschakelaar komen?
Voor gewone woonruimtes is er geen wettelijke hoogte vastgelegd. In de bouwpraktijk wordt vrijwel altijd 105 cm tot het hart aangehouden, en in oudere bestekken kom je 110 cm tegen. Lage stopcontacten komen op 30 cm. Wil je de woning drempelvrij maken, dan is 90 tot 100 cm prettiger, want dat is ook vanuit een rolstoel te bedienen. Belangrijker dan de exacte maat is dat alle schakelaars in huis op dezelfde hoogte zitten, want een afwijking van een paar centimeter valt op een gladde wand meteen op.
Hoe sluit ik een dubbele lichtschakelaar aan?
Een dubbele lichtschakelaar heeft zes contacten, waarvan er twee met een P of een L gemarkeerd zijn. Op die twee komt de fase. Bij veel serieschakelaars zijn ze intern al doorverbonden en volstaat één bruine draad, bij dubbele wissel-wisselmodellen niet en moet je zelf doorlussen met een kort stukje bruine draad. De twee zwarte schakeldraden gaan elk naar hun eigen lamp. Heeft de P-klem maar één gaatje, splits de bruine dan eerst in de doos met een lasklem in plaats van twee aders in één klem te persen.
Hoe sluit ik een badkamerventilator aan op de lichtschakelaar?
De ventilator heeft drie aansluitingen nodig: L voor de permanente fase, N voor de nul en een klem met een T of S voor de stuurdraad. Die stuurdraad sluit je aan op de zwarte schakeldraad die van de lichtschakelaar naar de lamp loopt, zodat de ventilator start als het licht aan gaat. De permanente fase op L is nodig voor de nalooptijd, anders stopt hij op hetzelfde moment als het licht. Past er geen tweede ader in de klem, knip de schakeldraad dan door en zet er een lasklem tussen.
Hoe vervang ik het trekkoord van een lichtschakelaar?
Zet eerst de groep uit en haal de kap eraf. Bij veel modellen zit het aangrijppunt achter een klein metalen plaatje op een wieltje dat je niet kunt bereiken zonder het mechaniek open te breken. Lukt het niet om het koord er opnieuw doorheen te rijgen, dan vervang je het binnenwerk, en dat is bij Peha, Kopp en Gira gewoon los te koop. Kun je het mechaniek wel openen, gebruik dan dun nylon koord van 2 mm, leg een dubbele achtknoop en smelt het uiteinde dicht zodat het niet rafelt.
Waar koop ik een mooi trekkoord voor een lichtschakelaar?
Een trekkoord voor een lichtschakelaar ligt bij de Praxis, de Gamma en de meeste bouwmarkten in het schap bij het schakelmateriaal, meestal als nylon koord of als kogelketting. Wil je een design-uitvoering, dan vind je bij woonwinkels en online koorden in zwart, met houten kralen, met een kwast of als leren veter. Een trekkoord zelf maken kan ook prima: neem sierkoord, rijg er een eindkraal aan en hang het met een klein karabijnhaakje aan het originele touwtje van je lichtschakelaar. Dan vervang je het sierdeel later zonder gereedschap.
Hoe haal ik de afdekplaat van een lichtschakelaar eraf?
Trek eerst de wip recht naar je toe, die zit alleen maar geklemd. Gaat dat stroef, pak dan het afdekraam eromheen beet en trek daaraan, dan komt het geheel los. Het afdekraam zelf wip je eraf met een kleine platte schroevendraaier in de uitsparing die vrijwel altijd aan de onderkant zit. Leg er een stukje karton onder zodat je geen deuk in het stucwerk drukt. Een losse afdekplaat van een lichtschakelaar vervangen bij een oude serie valt vaak tegen qua kleur, dus vervang liever de hele set.
Mijn lichtschakelaar klikt niet meer, wat kan ik doen?
Een schakelaar die niet meer klikt en slap blijft hangen heeft meestal een gebroken veertje in het wipmechaniek. Dat valt niet te repareren, maar een nieuw binnenwerk kost een paar euro en past in dezelfde inbouwdoos en hetzelfde afdekraam. Klikt hij nog wel en werkt het licht niet, doe dan eerst de overbruggingstest: groep uit, bruin en zwart met een lasklem doorverbinden, groep aan. Brandt het licht dan wel, dan is de schakelaar stuk. Blijft het donker, dan zit de fout bij de lamp of de bedrading.
Kan ik een ledstrip aansluiten op een lichtschakelaar?
Dat kan, maar schakel altijd aan de 230 volt-kant van de driver en niet aan de laagspanningskant tussen driver en strip. Schakel je de laagspanning, dan blijft de voeding onder spanning staan en krijg je nagloeien, brommen of een driver die vroegtijdig kapot gaat. Reken vooraf uit hoeveel watt er aan de strip hangt en tel dat bij de rest van de groep op. Hetzelfde geldt voor een ledstrip die via een dimmer loopt: de driver moet dan expliciet dimbaar zijn.
Waarom gloeien mijn ledlampen na als het licht uit is?
Dat is vrijwel altijd lekstroom. Zit er een oriëntatielampje in de schakelaar, dan loopt er een klein stroompje via de lamp om dat lampje te laten branden. Bij een gloeilamp merkte je daar niets van, maar een ledlamp heeft zo weinig nodig dat hij ervan gaat gloeien of knipperen. Ook een dimmer of een lange parallel liggende kabel kan dat veroorzaken. De oplossing is een schakelaar met een echte nulaansluiting, een ander type lamp of het lampje in de schakelaar loskoppelen.
Werkt een lichtschakelaar met bewegingssensor op elke plek?
Niet zomaar. Veel modellen met bewegingssensor hebben een nuldraad nodig om zelf gevoed te worden, en die blauwe ader ligt bij een gewone lichtschakelaar meestal niet in de doos. Er bestaan uitvoeringen zonder nul, maar die vragen een minimale belasting die je met één ledlamp niet altijd haalt. Kijk ook naar het detectiebereik en de hoogte: op 105 cm kijkt een sensor anders dan aan het plafond. Voor een gang, bijkeuken of buitenlamp werkt het prima, voor een woonkamer meestal niet.
Wat is een lichtschakelaar doorlussen precies?
Doorlussen betekent dat je de fase vanaf één invoerpunt verder brengt naar een tweede aansluitpunt, bijvoorbeeld van de ene P-klem naar de andere op een dubbele schakelaar, of vanaf de schakelaar naar een stopcontact ernaast. Je gebruikt daarvoor een kort stukje bruine installatiedraad van dezelfde dikte. Kan de klem maar één ader aan, doe het dan met een lasklem in de doos in plaats van twee aders in één steekklem te duwen. Blauw en groen met geel lus je in de lasdoos door, nooit via de schakelaar.
Wanneer je beter een vakman belt
Een schakelaar vervangen op een bestaande aansluiting is werk dat je met een beetje zorg prima zelf doet. Er zijn wel duidelijke grenzen, en die liggen niet bij het klusje zelf maar bij wat eromheen zit.
De eerste grens is de meterkast. Een nieuwe groep bijplaatsen, een aardlekautomaat wisselen of werk achter de hoofdzekering is geen doe-het-zelfwerk, ook niet als het schema helder lijkt. Achter die zekering kun je de spanning niet zelf wegnemen. Loopt je installatie tegen zijn grenzen aan, bijvoorbeeld doordat er verlichting, ventilatie en verwarming op één groep hangen, laat dan een installateur kijken naar de indeling en naar een eventuele tweede fase op de aansluiting.
De tweede grens is de badkamer. In de zones rond bad en douche mag geen gewoon schakelmateriaal zitten, en wie daar toch een schakelaar plaatst maakt een fout die pas jaren later een keer misgaat. Twijfel je over de zone-indeling in jouw badkamer, laat dat dan beoordelen voordat je gaat frezen.
De derde grens is alles wat je niet kunt zien. Weet je niet hoe een bestaande schakeling in elkaar zit, kom je aders tegen die niet aan de kleurcode voldoen, of blijkt de aarde ergens als schakeldraad te zijn misbruikt, dan is doorwerken op gevoel geen goed idee. Datzelfde geldt voor werken op een ladder bij een plafondventilator of buitenlamp, en voor gaswerk in de buurt, zoals bij het aansluiten van een gasfornuis, waar de gasaansluiting zelf altijd door een erkende installateur wordt gedaan. Hoort er bij de verbouwing ook een vaste aansluiting voor een apparaat, zoals bij het aansluiten van een vaatwasser, kijk dan meteen of die op een eigen groep hoort in plaats van mee te liften op de verlichting.