Elektra begrijpen: hoe je installatie in elkaar zit
Elektra in huis is één keten: aansluiting, hoofdzekering, meter, hoofdschakelaar, aardlekschakelaar, groep, leiding en aansluitpunt. Wie die volgorde kent, weet ook waar hij moet zoeken als de stroom uitvalt en waar hij van af moet blijven. Zelf leidingen trekken, dozen zetten en punten aansluiten mag, mits je het volgens NEN 1010 doet en alles bereikbaar blijft. Alles voor en in de verzegelde hoofdzekering is van de netbeheerder en daar blijf je uit.
Alle gidsen over elektra begrijpen
Oude kleuren elektra
In Nederlandse woningen van voor ongeveer 1970 was rood de fase, grijs de nul en zwart de schakeldraad tussen schakelaar…
Badkamer ventilator zonder stroom
Lucht verplaatsen kost energie, en dat is meteen de kern van het probleem: een ventilator zonder stroom bestaat wel, maar…
Afzuiging badkamer zonder stroom
Damp verlaat een badkamer alleen als er een drukverschil is tussen binnen en buiten. Zonder stroom maak je dat verschil…
Hoe de stroom je huis in komt
Alles in je huis hangt aan een kabel van de netbeheerder. Die komt binnen in de meterkast, loopt door de verzegelde hoofdzekering en door de kWh-meter, en pas daarachter begint jouw eigen installatie. Welke klussen daar allemaal onder vallen staat in het overzicht van alle elektraklussen in en om huis.
Direct achter de meter zit de hoofdschakelaar. Je kunt de stroom in- en uitschakelen met een schakelaar op het apparaat zelf, maar spanningsloos werken begint bij die hoofdschakelaar of bij de automaat van de groep waaraan je werkt. Daaronder zitten de aardlekschakelaars, en daarachter de groepen: losse stroomkringen die elk hun eigen zekering hebben.
Op de hoofdzekering staat hoe zwaar je aansluiting is. Bij 1x25A heb je een fase van 25 ampere, goed voor ongeveer 5700 watt tegelijk. Bij een 3x25A of 3x50A aansluiting heb je drie fasen, dus veel meer vermogen, maar dan moet de belasting wel netjes over die drie fasen verdeeld zijn.
De aarde is het derde deel van het verhaal. Die loopt van de hoofdaardrail in de meterkast naar een aardelektrode of naar de aardvoorziening van de netbeheerder, en verbindt alle metalen delen die ooit spanning kunnen krijgen. Zonder goed aangesloten aarde heeft een aardlekschakelaar maar een fractie van zijn waarde.
Zo komt de stroom je huis binnen en zo gaat hij er ook weer uit: via de nul terug naar de meter. Elke fout die je later zoekt zit ergens in die keten, dus houd die volgorde in je hoofd voordat je gaat meten.
| Begrip | Wat het is | Waar je het tegenkomt |
|---|---|---|
| Fase (L) | De ader waar spanning op staat, ongeveer 230 volt ten opzichte van de nul | Bruin in de installatie, zwart als schakeldraad |
| Nul (N) | De ader waarlangs de stroom terugloopt naar de meter | Blauw, in elke groep aanwezig |
| Aarde (PE) | Beschermingsleiding naar alle metalen delen die spanning kunnen krijgen | Geelgroen, verzameld op de aardrail |
| Hoofdzekering | Verzegelde zekering van de netbeheerder, 1x25A, 3x25A of 3x50A | Boven of naast de kWh-meter, daar blijf je vanaf |
| kWh-meter | Meet je verbruik, eigendom van de netbeheerder | Oude draaischijfmeter of slimme meter |
| Hoofdschakelaar | Zet je hele installatie in een keer spanningsloos | Links boven in de groepenkast |
| Aardlekschakelaar | Schakelt uit bij een lekstroom van ongeveer 30 mA | Maximaal vier eindgroepen erachter |
| Installatieautomaat | Beveiligt de groep tegen overbelasting en kortsluiting, meestal B16 | Een hendel per groep |
| Aardlekautomaat | Aardlekschakelaar en automaat in een behuizing, voor een enkele groep | Handig als de kast vol is |
| Nominale stroom | De stroom waarop een onderdeel is berekend, dus de 16 van een B16 | Op elke automaat en op elk typeplaatje |
| Groep | Een aparte stroomkring met eigen zekering en eigen bedrading | Op de groepenlijst in de meterkast |
| Krachtstroom | Drie fasen samen, ongeveer 400 volt tussen L1 en L2 | Kookgroep, werkplaats, warmtepomp |
Wat L en N betekenen en welke kleur waar hoort
L staat voor lijn en is in de praktijk de fase, de ader waar spanning op staat. N staat voor nul en is de ader waarlangs de stroom terugloopt. Tussen L en N meet je ongeveer 230 volt, tussen N en aarde hoort bijna niets te staan.
In een installatie van na de jaren zeventig is de fase bruin, de nul blauw en de aarde geelgroen. Zwart is de schakeldraad die van de schakelaar terugloopt naar het lichtpunt. Komen er uit je plafond een zwarte en een blauwe ader, dan is zwart dus de geschakelde fase en blauw de nul.
Voor een gewone lamp maakt het elektrisch niet uit welke ader je op L en welke op N zet, want het is een gesloten kring. Sluit de fase toch altijd aan op het contactpunt midden onderin de fitting en de nul op de buitenschil. Bij het verwisselen van een lampje raak je dan de schil aan en niet de fase.
Bij stopcontacten en vaste apparaten ligt het anders. Daar sluit je stroom aan op l en n volgens het typeplaatje, want een verwisselde nul en fase betekent dat een schakelaar of een zekering in het apparaat aan de verkeerde kant zit. Juist bij een tweepolige aansluiting zoals in een badkamer wil je die volgorde niet omdraaien.
In oudere huizen klopt de kleurcode vaak niet meer. Je komt rood, wit, groen en zwart tegen, en een kleur betekende toen lang niet altijd hetzelfde als nu. Wat de kleuren elektra oud en nieuw betekenen en hoe je ze uit elkaar houdt, staat in onze gids over de kleuren van oude elektradraden.
Een oud snoer met een zwarte en een witte ader zegt op zichzelf niets. Meet welke ader de fase is voordat je hem aansluit, en ga er nooit vanuit dat een vorige bewoner de kleuren netjes heeft aangehouden.
| Kleur | Functie nu | Wat je in oude installaties kunt tegenkomen |
|---|---|---|
| Bruin | Fase, ongeschakeld | Kwam vroeger nauwelijks voor als fase |
| Blauw | Nul | Werd ook wel als fase of schakeldraad misbruikt |
| Geelgroen | Aarde, uitsluitend | In oude installaties vaak helemaal afwezig |
| Zwart | Schakeldraad, dus geschakelde fase | Werd vroeger veel als nul gebruikt |
| Rood | Komt in nieuwe installaties niet meer voor | Fase, in heel oude installaties soms aarde |
| Wit of grijs | Alleen in meeraderige kabels als extra ader | Fase of nul, geen enkele zekerheid |
| Groen | Niet meer toegestaan als losse kleur | Aarde van voor de geelgroene norm |
| Blank koper | Aardlitze in een mantelkabel | Isoleren met groengele krimpkous voor je hem verder voert |
Meten met een spanningszoeker, een duspol en een multimeter
De doorzichtige schroevendraaier met een lampje erin is het bekendste stuk elektragereedschap dat er is, en tegelijk het meest overschatte. Hoe werkt een spanningszoeker eigenlijk? Je zet je duim op het metalen dopje achterop, steekt de punt in de fasekant van het stopcontact en het lampje gaat branden.
Er loopt dan een minieme stroom door de weerstand in de steel, door jou heen naar de vloer. Dat kan geen kwaad en je voelt er niets van. Het probleem zit ergens anders: het ding geeft alleen aan dat er ergens spanning staat, niet dat die er is verdwenen.
Op een losgekoppelde of open ader gaat het lampje soms een beetje branden door influentie, en op een onderbroken nul gaat het niet branden terwijl er verderop wel spanning staat. Daarom gebruik je een spanningszoeker gerust om snel te kijken welke van twee aders de fase is, maar nooit om vast te stellen dat je veilig kunt werken.
Daarvoor heb je een tweepolige spanningstester nodig, in de wandelgang een duspol. Die meet tussen twee punten en belast het circuit een klein beetje, waardoor een spookspanning meteen inzakt. Test dat instrument altijd eerst op een punt waar wel spanning staat, dan weet je zeker dat het werkt.
Voor waardes gebruik je een multimeter. Daarmee meet je spanning tussen fase en nul, tussen nul en aarde, en met de spanning eraf ook weerstand en doorverbinding. Weerstand meten doe je uitsluitend spanningsloos, anders is de meting waardeloos en je meter mogelijk ook.
| Instrument | Waar hij goed in is | Waar je hem niet voor gebruikt |
|---|---|---|
| Spanningszoeker in schroevendraaiervorm | Snel zien welke ader de fase is | Vaststellen dat de spanning eraf is |
| Tweepolige spanningstester (duspol) | Aantonen dat een leiding spanningsloos is, ook bij vreemde spanning | Nauwkeurige waardes aflezen |
| Digitale multimeter | Spanning, weerstand, doorbellen van leidingen | Meten in een circuit waar je de aders niet los kunt maken |
| Stroomtang | Stroom meten zonder de leiding te openen | Kleine lekstromen van enkele milliampere |
| Aardlektester | Controleren of de aardlekschakelaar echt binnen de tijd uitschakelt | Zoeken waar de lekstroom vandaan komt |
| Contactloze fasezoeker | Een leiding in de muur ruwweg terugvinden | Elke conclusie waar je je hand op durft te zetten |
Vreemde spanning en lekspanning: volt zonder stroom
Je meet op een losse zwarte ader 20 volt ten opzichte van aarde, en op de ader ernaast 55 volt. Er zit geen apparaat aan en toch staat er iets op. Dat is vreemde spanning, ook wel influentie- of inductiespanning genoemd, en die ontstaat doordat een niet aangesloten ader jarenlang naast een belaste ader in dezelfde buis ligt.
Zo'n spanning kan geen stroom leveren. Zodra je hem met een tweepolige tester meet zakt hij in tot nul, want die belast het circuit een beetje. Een digitale multimeter heeft juist een zeer hoge ingangsweerstand en laat die spookwaardes staan, wat mensen aan het schrikken maakt terwijl er niets aan de hand is.
Wel spanning en geen stroom is dus een normaal verschijnsel op losse aders. Meet je echter tientallen volts tussen nul en aarde op een leiding die in gebruik is, dan is er wel iets aan de hand. Een paar volt spanningsval over de nul bij zware belasting hoort erbij, veertig volt niet.
Lekspanning meten begint bij het uitsluiten van apparaten. Elk apparaat met een netfilter lekt een fractie van een milliampere naar aarde, en tien van zulke apparaten bij elkaar op een groep brengen een aardlekschakelaar van 30 mA al aardig op temperatuur. Klapt de aardlek eruit zodra je een boormachine of stofzuiger insteekt, zoek dan naar een verbinding tussen nul en aarde in de elektra zelf.
Een klassieke oorzaak is een schroef die dwars door een installatiebuis zit, of een nuldraad die bij een inbouwspot tegen de geaarde behuizing is geklemd. Zolang er geen stroom loopt gebeurt er niets, en op het moment dat de eerste zware verbruiker gaat draaien vliegt de aardlek eruit.
Groepen, vermogen en een extra groep in de meterkast
Een gewone groep is beveiligd met een automaat van 16 ampere en bedraad met 2,5 mm2. Op papier kan daar 3680 watt op, en met een lichtgroep van 1,5 mm2 hou je het bij verlichting en kleine verbruikers. Hoeveel op 1 groep past is dus geen kwestie van smaak maar van optellen.
Met 5000 watt op 1 groep kom je er niet, en 4000 watt op 1 groep is ook al te veel. Zulke vermogens splits je over twee groepen of je geeft het apparaat een eigen groep. Voor het rekenwerk gebruik je de groepencalculator waarmee je het vermogen per groep uitrekent, dan zie je meteen of je erover gaat.
Achter een aardlekschakelaar mogen maximaal vier eindgroepen zitten. Een tweefasige kookgroep telt daarbij als een. Zit je aan dat maximum en wil je nieuwe groepen aanleggen, dan komt er een aardlekschakelaar bij. Of je hangt de nieuwe groep aan een aardlekautomaat, met schakelaar en zekering in een behuizing.
Die aardlekautomaat is bij een extra groep aanleggen meestal de nettere keuze. Hij past er los bij op de rail, hij neemt bij een fout alleen zijn eigen groep mee, en aan de hoofdschakelaar hoeft niets te gebeuren. Bij een aansluiting met drie fasen is dit ook het moment om te kijken of de belasting wel goed verdeeld is, want het aantal groepen per fase zegt niets over de stroom per fase.
Hoeveel groepen op 3x25a passen is daarom de verkeerde vraag. Er is geen maximum aan het aantal groepen in je elektra, wel aan wat je per fase tegelijk kunt trekken. Een zware wasdroger hang je bij voorkeur aan de fase waar nog het minste op zit.
| Apparaat | Vermogen bij benadering | Eigen groep nodig? |
|---|---|---|
| Inductiekookplaat | 3500 tot 7400 watt | Ja, kookgroep met perilex of vaste aansluiting |
| Oven | 2500 tot 3500 watt | Ja |
| Vaatwasser | 2000 tot 2200 watt | Ja, samen met niets anders zwaars |
| Wasmachine | 2000 tot 2200 watt | Ja |
| Wasdroger | 2500 tot 2800 watt | Ja, warmtepompdrogers uitgezonderd |
| Elektrische boiler | 1500 tot 2200 watt | Ja, boiler op een aparte groep is de regel |
| Elektrische snelkookpan, ook die van de Lidl | 900 tot 1200 watt | Nee, mits er niet nog een waterkoker naast staat |
| Waterkoker | 2000 tot 2200 watt | Nee, wel de zwaarste verbruiker op een keukengroep |
| Stofzuiger | 700 tot 1700 watt | Nee |
| Elektrische verwarming in een schuur | 1000 tot 2000 watt | Ja bij continu gebruik |
| Elektrische plintverwarming | 150 tot 200 watt per meter | Ja vanaf een paar meter |
| Elektrische vochtvreter in een schuur | 30 tot 300 watt | Nee |
| Mechanische ventilatiebox | 25 tot 60 watt continu | Nee, wel op een groep die altijd aan blijft |
| Ledlamp | 5 tot 12 watt | Nee, is 40 watt veel? Bij led allang niet meer |
| Omvormer zonnepanelen van 2000 watt | Ongeveer 8,7 ampere | Ja, bij voorkeur een eigen groep |
Draden verbinden, doorlussen, verlengen en afdoppen
Elke verbinding in een installatie hoort in een doos te zitten die je later nog kunt openen. Dat is geen papieren regel: een uitgebrande las achter stucwerk is precies het soort probleem waar mensen een week naar zoeken. Een verbinding wegwerken onder een vloer of in een dichtgezet plafond doe je dus niet.
Voor het lassen zelf gebruik je lasklemmen, geen kroonsteentjes. Een doorsnee lasklem is geschikt voor meer dan de 16 ampere van de groep, met 2,5 mm2 vaak rond de 24 ampere, en hij klemt onafhankelijk van hoe hard jij een schroefje aandraait. Een kroonsteen kan bij trilling en warmte loslopen en dat is precies wat je niet wilt op een plek waar je niet meer komt.
Stroom doorlussen op een stopcontact mag gewoon. De contacten zijn op 16 ampere gebouwd en de meeste stopcontacten hebben daar twee klemmen per pool voor. Toch is elektra doorlussen via een lasklem in de doos vaak netter: je hebt een verbinding minder in de keten en het monteren van de contactdoos gaat makkelijker omdat je minder draden hoeft te vouwen.
Wil je stroom verdelen naar drie kanten, bijvoorbeeld aanvoer, stopcontacten en een kabel naar de schuur, dan is een drievoudige lasklem per ader de duidelijkste oplossing. Zo'n t splitsing elektra werkt beter dan doorlussen over twee stopcontacten achter elkaar, zeker als er een zware verbruiker zoals een terrasheater achter hangt.
Elektra verlengen mag ook, mits het in een bereikbare lasdoos gebeurt. Een elektriciteitskabel verlengen door de aders aan elkaar te draaien en er tape omheen te doen is geen verbinding maar een tijdbom. Blijven er draden over die je niet meer gebruikt, dan haal je ze bij voorkeur helemaal weg tot aan de doos waar ze vertrekken.
Kan dat niet, dan is elektra afdoppen de oplossing: zet een lasdoos op het einde van de buis en dop elke ader afzonderlijk af met een eigen lasklem of lasdop. Nooit alle aders samen in een kroonsteen, want dan maak je van een dode leiding een sluiting in wording.
| Verbinding | Waar hij voor bedoeld is | Waar je op let |
|---|---|---|
| Lasklem met hendel of insteek | Vaste draad in een lasdoos of centraaldoos | Per ader een klem, klem passend bij de draaddoorsnede |
| Lasdop | Afdoppen van een enkele ongebruikte ader | Alleen op vaste draad, stevig doordraaien |
| Kroonsteen | Noodgeval en soepele draad in een apparaat | Niet in de wand of het plafond wegwerken |
| Doorlussen op de contactdoos | Twee stopcontacten naast elkaar op een groep | Twee klemmen per pool gebruiken, geen draad splitsen onder een schroef |
| Aderendhuls met perstang | Soepele draad in een klem of automaat | Perstang gebruiken, niet plattrappen met een tang |
| Kabelschoentje | Aardlitze van een grondkabel op de aardrail | Elektrische perstang of goede handperstang, niet solderen |
| Krimpkous in groengeel | Blanke aardlitze isoleren waar de mantel eraf is | Over de volle lengte, niet een stukje tape |
| Gietmof | Verbinding in een grondkabel buiten | Alleen op de daarvoor bedoelde kabel en volgens de verwerkingsvoorschriften |
Buis, dozen en sleuven in de muur
In Nederland gaan de aders in een buis en niet los door de muur. Massieve installatiebuis heeft daarbij de voorkeur boven flexibele buis elektra, om een simpele reden: draad trekken door een gladde massieve buis kost minuten, door een geribbelde flexbuis kost het een middag.
Flexibele buis mag wel, maar met beperkingen. Er mogen minder aders in dan in gewone installatiebuis, in de praktijk vier in plaats van vijf, en hij is alleen bedoeld voor kortere trajecten. Hij knikt ook makkelijk en deukt in onder een te strak aangedraaid zadeltje, en daar loopt je trekveer dan vast.
Bochten in massieve buis maak je met een buigveer. Je schuift de veer in de buis, buigt over een ruime straal met je knie als steun en trekt de veer er weer uit. Een knik van een paar millimeter is genoeg om een elektriciteitsbuis buigen te laten mislukken, want daar komt geen draad meer doorheen.
Beugelafstand elektra houd je rond een halve meter aan, met een extra beugel vlak voor elke bocht en vlak voor elke doos. Twee groepen door 1 buis is toegestaan zolang je binnen het maximum aantal belaste aders blijft. Houd er dan wel rekening mee dat er spanning in de buis staat terwijl je een van beide groepen hebt uitgeschakeld.
Sleuven frezen elektra doe je met een sleuvenfrees met twee diamantschijven en een stofzuigeraansluiting, en die huur je. Een bovenfrees is er niet geschikt voor: er komt zoveel steengruis vrij dat de machine het binnen een klus begeeft. In hard materiaal maak je met de leidingzaag twee snedes en hak je de rest ertussenuit, waarbij je geen bochten kunt frezen.
Hang folie van plafond tot vloer om het stof binnen de perken te houden en draag een stofmasker van de juiste klasse. Elektra sleuven dichtsmeren gaat daarna in twee lagen: eerst de sleuf nat maken en de buis vastzetten met wat gipsmortel, daarna de laatste laag vlak afwerken.
| Onderdeel | Maat die je aanhoudt | Waarom |
|---|---|---|
| Installatiebuis | 5/8 inch (16 mm) of 19 mm | 19 mm bij meer dan drie aders of bij trekken over lengte |
| Inbouwdoos | 65 mm diameter, gatzaag 68 mm | De doos moet klem zitten, niet zwemmen in het gat |
| Meervoudige dozen | 71 mm hart op hart | Anders passen de afdekramen niet tegen elkaar |
| Schroeven elektradoos | 60 mm hart op hart | Standaardafstand van de schroeven van elk stopcontact |
| Inbouwdiepte | 40 tot 50 mm | Diep genoeg om de draden achter het binnenwerk te vouwen |
| Opvulringen | 3 tot 5 mm per ring | Om een doos na tegelwerk weer op vlakhoogte te brengen |
| Beugelafstand | Ongeveer 50 cm, extra bij bochten | Voorkomt dat de buis gaat hangen en de sleuf uit komt |
| Hoogte stopcontact | Ongeveer 30 cm boven de vloer | Zie de maatvoering voor keuken, badkamer en schakelaars |
| Sleufdiepte | Buis plus 5 mm dekking | Te ondiep en je frees je later door de leiding heen |
Elektra in voorzetwanden, plafonds en vloeren
Elektra in voorzetwand of metal stud wand is prettig werk, want je hoeft niets te frezen. Voer de buis door de uitgeponste gaten in de stijlen en zet er een tule in, zodat de scherpe rand van het staalprofiel de buis niet inzaagt. Houd de leiding in het midden van de profieldiepte, want gipsplaatschroeven komen ongeveer 25 mm ver.
Elektra in hsb wand of achter isolatie vraagt om een keuze vooraf. Elektra voor of achter isolatie is geen smaakkwestie: de leiding hoort aan de warme kant, voor de dampremmende laag, zodat je die folie niet hoeft door te prikken. Wie een leiding door de damprem trekt, maakt een vochtlek dat pas na jaren zichtbaar wordt als schimmel.
Elektra in pir plaat is om diezelfde reden geen goed idee. Je snijdt dan de aluminium cachering en de isolatiewaarde door, en de sleuf sluit nooit meer luchtdicht. Maak liever een installatieschil van 40 of 45 mm voor de isolatie, dan liggen buis en dozen vrij.
Voor elektra aanleggen plafond geldt een harde eis: de centraaldoos moet bereikbaar blijven. Een afdekkap elektra plafond of een rozet is genoeg, maar een doos die je dichtstuct of achter een verlaagd plafond wegwerkt, is een doos die je bij de eerste onderbreking moet gaan zoeken. In een verlaagd plafond van C60/27-profielen hang je geen armatuur aan het profiel zelf, maar aan de constructie erboven of aan een extra draagprofiel.
Bij een houten balklaag boor je in de neutrale zone, dus midden in de hoogte van de balk, en nooit in de bovenste of onderste rand. Een houten balk die een overspanning van 6 meter maakt is een constructief onderdeel, en daar zaag je niet zomaar een inkeping in om je buis kwijt te kunnen.
Elektra in betonvloer of in een betonnen plafond frees je niet in. Daar zit wapening met een minimale dekking en die zaag je met een sleuvenfrees zo door. Leg de buis in de dekvloer of in de isolatielaag, of werk met een plintgoot, en zorg dat een voeding naar een kookeiland via een doos loopt die je vanuit de kast kunt bereiken.
| Constructie | Zo leg je de leiding | Dit gaat mis als je het anders doet |
|---|---|---|
| Metal stud wand | Door de uitgeponste gaten met een tule, buis in het midden van de diepte | Gipsplaatschroef door de ader, of staal dat de mantel doorsnijdt |
| Voorzetwand op regels | Buis achter de plaat, holle wanddozen met klemmen | Doos die na een jaar losgetrild in de plaat hangt |
| Houtskeletbouw | Door het midden van de stijl, aan de warme kant van de damprem | Doorgeprikte folie en later vocht in de constructie |
| PIR of harde isolatieplaat | Niet in de plaat, maar in een installatieschil ervoor | Doorgesneden cachering en verlies van isolatiewaarde |
| Kalkzandsteen of gips | Verticaal frezen, buis met gipsmortel vastzetten | Horizontale sleuven verzwakken een dragende wand |
| Betonvloer of betonplafond | In de dekvloer of langs een plintgoot | Doorgezaagde wapening en een leiding die je nooit meer vindt |
| Houten balklaag | Boren midden in de hoogte, niet inkepen | Verzwakte balk en doorbuiging over de overspanning |
| Verlaagd plafond | Doos bereikbaar houden, armatuur aan de constructie erboven | Onvindbare las boven een dichtgezet plafond |
Elektra buiten, in de schuur en onder een overkapping
Elektra aanleggen schuur begint bij de kabel in de grond. Gebruik een echte grondkabel, leg hem op ongeveer 60 centimeter diepte, in een beschermbuis waar hij onder bestrating of een oprit door moet, en leg er een waarschuwingslint boven. Welke kabel je nodig hebt en of dat XMvK of YMvK wordt zie je in de draad- en kabelkiezer per situatie.
In de meeste tuinen is een schuur prima bediend met een enkele groep. Een complete verdeelkast elektra buiten heeft alleen zin als er een dikkere kabel naartoe gaat die in huis met een grotere zekering is beveiligd, zodat je in de schuur echt meerdere 16A groepen kunt maken. Drie B16-groepen achter een B16 in huis levert geen extra vermogen op, alleen een extra kast om naar te lopen.
Wat wel helpt is selectiviteit. Zet de voeding naar de schuur in huis op een eigen aardlekautomaat, dan gaat bij een fout buiten niet het halve huis mee. Zit er in de schuur zelf al een aardlekschakelaar van 30 mA, dan kan de beveiliging in huis grover zijn zodat de buitenboel als eerste uitschakelt.
Alles wat buiten hangt is spatwaterdicht of beter. Een buiten elektra doos voer je bij voorkeur van achteren in met een tule of een dotje kit rond de invoer, want het membraan in de achterwand alleen is op den duur niet waterdicht genoeg. Een waterdichte doos elektra die met de invoer naar boven wijst vult zich vroeg of laat met water.
Voor elektra aanleggen overkapping werk je met buis of kabel langs de balk en met dozen aan de onderkant, nooit aan de bovenkant waar het water heen loopt. Een terrasheater of een elektrische verwarming in een schuur trekt al snel 2000 watt, dus reken uit wat er nog bij kan voordat je een groep vult.
Wat kost het? Het materiaal voor stroom in een schuur, dus grondkabel, buis, dozen en een aardlekautomaat, ligt grofweg tussen 150 en 400 euro als je zelf graaft. Laat je een compleet nieuw leidingnet in een jaren 30 woning aanleggen, dan reken je eerder met 100 tot 200 euro per aansluitpunt inclusief hak- en breekwerk.
| Situatie | Kabel en buis | Beveiliging en aandachtspunt |
|---|---|---|
| Stopcontact op de achtergevel | Mantelkabel in buis, spatwaterdichte opbouwdoos | Bestaande groep mag, invoer van onderen of van achteren dichtzetten |
| Schuur op 15 meter met verlichting en gereedschap | Grondkabel 3x2,5 mm2, 60 cm diep | Eigen aardlekautomaat van 30 mA in huis |
| Schuur met meerdere groepen | Dikkere grondkabel, bijvoorbeeld 5-aderig | Voorzekering in huis groter dan de groepen in de schuur |
| Overkapping met verlichting en heater | Buis onder de balk, dozen aan de onderzijde | Vermogen van de heater vooraf optellen |
| Tuinverlichting op 12 volt | Laagspanningskabel, geen buis nodig | Trafo binnen of in een waterdichte kast |
| Elektra in tuin naar een vijverpomp | Grondkabel in beschermbuis | Altijd achter een aardlekschakelaar van 30 mA |
| Doorvoer door de kruipruimte | Kabel doorlopend, geen lasdoos onderin | Een doos in de kruipruimte is later niet meer bereikbaar |
Stroom valt uit: zoeken in de goede volgorde
Stroom valt uit in twee smaken. Of er springt iets uit en dan wijst de installatie zelf de groep aan, of er springt niets uit en dan is het zoeken. Die tweede categorie is de vervelendste.
Begin altijd buiten je eigen kast. Is het bij de buren ook donker, dan is het een onderbreking op het net en kun je bij het landelijke storingsnummer terecht. Heb jij als enige gedeeltelijk geen stroom in huis, dan zit het in je eigen elektra.
Heb je geen stroom terwijl de stoppen goed staan, dan zijn er drie waarschijnlijke oorzaken. Een uitgebrande verbinding in een centraaldoos, een automaat die intern kapot is, of bij drie fasen een fase die eruit ligt. Bij een oude kast met smeltpatronen kan een patroon stuk zijn zonder dat het verklikkertje eruit springt, dus wissel er eens een.
De methode die werkt is opdelen. Schakel alle groepen uit behalve de verdachte, meet waar er nog wel spanning staat en waar niet, en open dan de centraaldozen op de grens tussen het deel dat werkt en het deel dat dood is. In negen van de tien gevallen zit daar een verbrande klem of een ader die uit een klem is gelopen.
Valt alles tegelijk uit zonder dat er iets omhoog hoeft, dan kijk je naar de aanvoerkant. Een ader die met de isolatie mee in de klem van de hoofdschakelaar is geklemd maakt onder belasting warmte, zet uit, verliest contact en maakt na afkoelen weer gewoon contact. Vandaar het patroon van stroom die uitvalt en vanzelf weer aan gaat.
Springt een groep er steeds uit, dan zoek je juist naar belasting. Overbelasting geeft een automaat die na een minuut of langer uitschakelt, kortsluiting geeft een automaat die er meteen uit klapt, en een lekstroom geeft een aardlekschakelaar die uitschakelt. Wel stroom maar geen licht is dan weer bijna nooit de installatie, maar een defecte led-driver of een slecht contact in de fitting.
| Wat je ziet | Meest waarschijnlijke oorzaak | Wat je als eerste doet |
|---|---|---|
| Geen stroom op 1 groep, automaat staat gewoon aan | Uitgebrande las in een centraaldoos of achter een stopcontact | Spanning meten bij het eerste punt van de groep en zo naar achteren werken |
| Alle stoppen omhoog maar geen stroom in het hele huis | Losse ader bij de hoofdschakelaar of een fase die wegvalt | Buren checken, daarna de aanvoerkant in de kast laten nakijken |
| Stroom uitgevallen in een deel van het huis | Onderbreking halverwege de groep | Grens opzoeken tussen wat werkt en wat niet werkt |
| Stroom valt uit en gaat vanzelf weer aan | Contact dat door warmte verbreekt en na afkoeling weer maakt | Alle klemmen natrekken, ook aan de kabel trekken |
| Groep springt er steeds uit na een paar minuten | Overbelasting, twee zware verbruikers tegelijk | Vermogen optellen en herverdelen over twee groepen |
| Automaat klapt er direct uit bij inschakelen | Kortsluiting tussen fase en nul | Alle apparaten eruit, groep leeg inschakelen |
| Aardlek gaat eruit zodra een apparaat wordt ingestoken | Lekstroom, vaak nul en aarde ergens verbonden | Apparaten een voor een terugplaatsen, daarna de bedrading nameten |
| Geen elektriciteit terwijl de stop niet doorgeslagen is | Defecte smeltpatroon of interne fout in de automaat | Patroon of automaat wisselen en opnieuw testen |
| Wel stroom maar geen licht | Defecte lamp, driver of schakeldraad | Armatuur overbruggen op een andere plek testen |
Motoren voor rolluiken, zonwering, dakramen en deuren
Achter bijna elk elektrisch rolluik en elk elektrisch zonnescherm zit dezelfde buismotor. Die heeft twee eindposities die of mechanisch met twee stelschroeven zijn ingesteld, of elektronisch met de zender zijn geprogrammeerd. Verloopt een eindpunt, dan gaat het luik te ver of juist niet ver genoeg, en dan is een elektrisch rolluik afstellen een kwestie van een kwartslag per keer.
Gaat een elektrisch rolluik niet meer omhoog terwijl de motor wel hoorbaar draait, dan zijn meestal de ophangveertjes of de kunststof strippen tussen de bovenste lamel en de as gebroken. De as draait dan wel, maar neemt het pantser niet meer mee. Hoor je helemaal niets, dan is de motor thermisch afgeslagen na te lang draaien en werkt hij na een half uur afkoelen vaak weer.
Een elektrisch rolluik handmatig laten zakken kan bij de meeste types met een noodslinger of met de koordbediening naast de kast. Bij een elektrisch zonnescherm handmatig oprollen gaat dat net zo: de kruk in het oog van de noodbediening en rustig draaien, want forceren beschadigt de eindschakelaars.
Een handbediend rolluik ombouwen naar elektrisch is goed te doen. Je vervangt de as door een as met een buismotor van de juiste maat, waarbij het gewicht van het pantser bepaalt welk koppel je nodig hebt. Datzelfde principe geldt bij een markies elektrisch maken en bij een zonnescherm elektrisch maken: de motor gaat in de oprolbuis en de bediening loopt via een schakelaar of een zender.
Bij een garagedeur ligt het anders. Een bestaande garagedeur elektrisch maken of een kanteldeur elektrisch maken werkt alleen als de deur in balans is: de veren moeten het gewicht dragen en de motor doet alleen het duwen en trekken. Is de deur zwaar met de hand, dan is de motor binnen een jaar stuk.
Draait een elektromotor niet maar bromt hij wel, dan is dat bijna altijd de aanloopcondensator. Dat geldt voor een oude zaagtafel net zo goed als voor een poortmotor. Ontlaad de condensator voordat je hem vastpakt, en vervang hem door een exemplaar met dezelfde capaciteit en spanning.
| Klacht | Waarschijnlijke oorzaak | Wat je doet |
|---|---|---|
| Rolluik gaat niet meer omhoog, motor draait wel | Gebroken ophangveertjes tussen pantser en as | Kast openen en de strippen of veren vervangen |
| Rolluik zit vast en beweegt geen kant op | Lamel uit de geleider of vuil in de zijgeleiding | Handmatig ontlasten, geleiders schoonmaken |
| Elektrisch rolluik valt naar beneden | Rem in de motor versleten of eindpunt verlopen | Motor vervangen, de rem is niet los te repareren |
| Zonnescherm gaat niet meer dicht of niet meer open | Eindpunt verlopen of zender uit sync | Eindafstelling opnieuw zetten volgens de motorhandleiding |
| Velux dakraam gaat niet meer open | Regensensor actief, batterij leeg of contact vuil | Sensor drogen, batterij wisselen, contacten reinigen |
| Overheaddeur of kanteldeur stopt halverwege | Krachtinstelling of veerbalans niet in orde | Veerspanning laten nakijken voordat je de motor sterker zet |
| Motor bromt maar draait niet | Aanloopcondensator kapot | Condensator ontladen en vervangen door hetzelfde type |
| Remmotor blijft slepen of start traag | Luchtspleet van de rem uitgelopen door slijtage | Rem afstellen volgens de maat van de fabrikant |
| Alles doet het niet na een onweer | Elektronica in de besturing beschadigd door piekspanning | Besturing nakijken, overspanningsbeveiliging overwegen |
| Elektrische driepuntssluiting van de voordeur doet niets | Kabelovergang in het kozijn gebroken of de voeding eraf | Spanning bij de sluitkast meten en de deurloper nakijken |
Ventilatie, boilers en geisers
Een badkamer zonder ventilatie is een badkamer met schimmel. De standaardoplossing is een axiaal ventilator op 220 volt die je meeschakelt met het licht of die op een aparte schakelaar zit, met een kanaal naar buiten en een terugslagklep zodat de wind niet terugblaast.
Het probleem is meestal niet de ventilator maar de voeding. Ligt er geen leiding, dan is een badkamerventilator plaatsen waar geen stroom ligt een klus op zich, met een aftakking vanaf het lichtpunt als meest gebruikte route. Wil je helemaal geen leiding trekken, dan zijn er andere manieren om de afzuiging in een badkamer zonder aansluiting te regelen, van een raamrooster tot een unit op een accu.
Een ventilatierooster elektrisch afsluitbaar maken is een variant die je vooral in oudere woningen tegenkomt. Daar zit een servomotortje op 12 of 24 volt in dat via een relais wordt bediend, en dat relais schakel je op zijn beurt met de lichtschakelaar of een vochtsensor.
Bij warm water loopt de vraag vaak andersom. Een gasgeiser vervangen door een elektrische geiser klinkt logisch, maar een elektrisch doorstroomtoestel dat een douche kan voeden vraagt 18 tot 21 kilowatt, en dat past niet op een gewone huisaansluiting van 3x25A. De realistische route is een voorraadboiler van 80 tot 120 liter op een eigen groep.
Voor de keuken alleen volstaat vaak een keukenboiler van 10 of 15 liter onder het aanrecht. Een combinatie van een elektrische boiler en gas komt dus regelmatig voor: de boiler voor de keuken en de bestaande gasvoorziening voor de douche, of andersom.
Een elektrische boiler hoort vast aangesloten te zijn en achter een aardlekschakelaar van 30 mA te hangen. In de badkamer geldt ook de zone-indeling: binnen de spatzone van bad en douche horen geen stopcontacten en moeten toestellen minimaal spatwaterdicht zijn. Een aparte groep voor de boiler is daarbij de gewone manier van doen.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Hoe werkt een spanningszoeker en is het gevaarlijk om je duim erop te houden?
Je duim op het metalen dopje sluit de kring: er loopt een zeer kleine stroom door een hoge weerstand in de steel, door jou heen naar aarde, waardoor het lampje gaat branden als je de fase raakt. Dat kan geen kwaad en je voelt er niets van. Een spanningzoeker gebruiken is dus prima om snel te zien welke ader de fase is, maar niet om te controleren of de spanning eraf is. Op een open leiding gaat het lampje soms zwak branden en op een onderbroken nul blijft hij donker terwijl er verderop spanning staat.
Is een spanningszoeker of multimeter van de Action goed genoeg?
Voor eenvoudig werk voldoet zo'n meter meestal: spanning meten op een stopcontact, een leiding doorbellen of de spanning van een batterij nakijken. Wat je bij een goedkope meter altijd eerst doet, is de meetsnoeren controleren, want de pennen maken in de bussen niet altijd contact en dan meet je verder alleen maar onzin. Voor het aantonen dat een leiding spanningsloos is heb je er wel een tweepolige spanningstester bij nodig: een multimeter blijft op een losse ader een spookspanning aanwijzen.
Wat is n en l bij stroom en waar staat het voor?
L is de lijn of fase, de ader waar spanning op staat, en N is de nul waarlangs de stroom terugloopt naar de meter. Tussen l en n staat ongeveer 230 volt, tussen n en aarde vrijwel niets. In een moderne installatie is de fase bruin, de nul blauw, de aarde geelgroen en de schakeldraad zwart. Bij stroom aansluiten l en n houd je die volgorde aan zoals op het typeplaatje van het apparaat staat, want in veel toestellen zit de schakelaar of de interne zekering aan de fasekant.
Wat betekent zwart en wit elektradraad in een oude installatie?
Op zichzelf niets. In installaties van voor de huidige kleurcode is zwart elektradraad als fase, als nul en als schakeldraad gebruikt, en wit of grijs kwam in dezelfde rollen voor. Meet dus met de groep ingeschakeld welke van de twee de fase is voordat je aansluit, en doe dat met een tweepolige tester tussen de ader en de aarde. In de huidige code is zwart uitsluitend schakeldraad en komt wit alleen voor als extra ader in een meeraderige kabel. Welke kleuren bij welk bouwjaar horen staat bij de betekenis van oude draadkleuren.
Wat betekent vreemde spanning op een leiding?
Dat is spanning die door influentie op een niet aangesloten ader komt te staan, omdat die jarenlang naast een belaste ader in dezelfde buis ligt. Je meet dan bijvoorbeeld 20 of 55 volt tussen zo'n ader en aarde met een multimeter, terwijl er geen enkele bron op zit. Die spanning kan geen stroom leveren en zakt direct in zodra je met een tweepolige tester meet, want die belast het circuit een beetje. Meet je daarentegen tientallen volts spanning op de nuldraad van een leiding die wel in gebruik is, dan is er echt iets mis en moet je verder zoeken.
Mag je zelf een extra groep aanleggen?
Aan je eigen installatie mag je in Nederland zelf werken, mits het resultaat voldoet aan NEN 1010. Een extra groep aanleggen zelf doen mag dus, zolang je aan de kant van de groepenkast blijft en niet aan de verzegelde hoofdzekering of de meter komt. Zit je aan het maximum van vier eindgroepen per aardlekschakelaar, dan plaats je er een aardlekautomaat bij; de hoofdschakelaar hoeft daar niets voor te veranderen. Twijfel je over de faseverdeling of over de kwaliteit van de bestaande kast, laat de nieuwe groepen dan aansluiten en de installatie meteen keuren.
Hoeveel groepen kun je op een 3x25A aansluiting kwijt?
Er is geen vast maximum aan het aantal groepen. Wat begrensd is, is de stroom per fase: bij 3x25A mag je per fase 25 ampere trekken, dus ongeveer 5700 watt per fase en 17 kilowatt in totaal. Twintig groepen mag, zolang je nooit alles tegelijk aanzet en de zware verbruikers netjes over de drie fasen verdeeld zijn. Het aantal groepen per fase zegt daarbij niets: een fase met acht lichtgroepen belast minder dan een fase met een kookgroep en een wasdroger.
Hoeveel watt kan er op een groep?
Een 16A groep met 2,5 mm2 draad kan 3680 watt leveren, en dan zit je aan de bovengrens. Voor apparaten die langdurig vol vermogen trekken houd je liever 2500 tot 3000 watt aan. Dat betekent dat 4000 watt op 1 groep al niet meer kan en dat 5000 watt op 1 groep zonder meer te veel is: dan splits je over twee groepen of geef je het apparaat een eigen groep. Reken het na met de rekenhulp voor het vermogen per groep, dan zie je meteen hoeveel er nog bij kan.
Wat is een 2x 220 volt aansluiting?
Dat is een aansluiting met twee fasen in plaats van een, zoals je die op een kookgroep tegenkomt. Tussen elke fase en de nul staat ongeveer 230 volt, en samen leveren die twee het dubbele vermogen zonder dat de ader per fase dikker hoeft. Op een perilex zitten daarom vijf polen: twee of drie fasen, een nul en de aarde. Sluit je een kookplaat die voor 2x 230 volt is bedoeld aan op een installatie met maar een fase, dan hoort er een brug tussen de twee fasenklemmen. Welke brug dat is staat in het aansluitschema van de plaat, en die vergeten is de meest gemaakte fout bij het aansluiten van een kookplaat.
Waarom heb ik geen stroom terwijl de stoppen goed staan?
Als er gedeeltelijk geen stroom in huis is en alle stoppen omhoog staan, is de onderbreking bijna altijd een verbinding in de installatie zelf. Een uitgebrande klem in een centraaldoos is de klassieker, gevolgd door een automaat die intern kapot is en, bij drie fasen, een fase die wegvalt. In een oude kast kan een smeltpatroon stuk zijn zonder dat het verklikkertje eruit is gesprongen, dus die wissel je gewoon om het uit te sluiten. Zoek verder door alle groepen uit te zetten behalve de verdachte en de grens op te zoeken tussen de punten die het nog doen en de punten die dood zijn.
Waarom valt de stroom uit en gaat hij vanzelf weer aan?
Dat patroon hoort bij een contact dat door warmte verbreekt. Een ader die met de isolatie mee in een klem is geschoven, of een schroef die niet is nagetrokken, maakt maar op een randje koper contact. Onder belasting wordt dat punt warm, het metaal zet uit, de verbinding valt weg en na afkoelen maakt hij weer gewoon contact. Zoek daarom niet naar een defect apparaat maar naar de klemmen in de groepenkast en in de centraaldozen, en trek na het uitschakelen aan elke ader afzonderlijk.
Hoe dop je elektradraden veilig af?
Zet een lasdoos op het einde van de buis en dop elke ader afzonderlijk af met een eigen lasklem of lasdop, dus nooit alle aders samen in een kroonsteentje. De doos moet bereikbaar blijven, dus niet onder een nieuwe vloer of achter stucwerk verdwijnen. Beter dan afdoppen is de aders helemaal weghalen tot aan de doos waar ze vertrekken, want een leiding die er niet meer is kan ook nooit meer voor verwarring zorgen. Elektra afdoppen buiten doe je in een spatwaterdichte doos met de invoer naar beneden.
Kun je een elektriciteitsdraad verlengen?
Ja, maar alleen in een lasdoos die bereikbaar blijft. Je verbindt elke ader met een lasklem die past bij de doorsnede, en je houdt fase op fase, nul op nul en aarde op aarde. Een elektrakabel verlengen door de aders in elkaar te draaien en er tape omheen te wikkelen is geen verbinding: die plek wordt warm en vormt over een paar jaar precies de onderbreking waar je dan naar staat te zoeken. Gaat het om een grondkabel buiten, gebruik dan een gietmof die voor die kabel bedoeld is.
Wat betekent nominale stroom?
De nominale stroom is de stroom waarop een onderdeel is berekend en waarbij het onbeperkt mag werken. Bij een B16 automaat is dat 16 ampere, bij een apparaat staat de waarde op het typeplaatje. Nominale stroom berekenen doe je met vermogen gedeeld door spanning: een apparaat van 2300 watt trekt 2300 gedeeld door 230, dus 10 ampere. Die uitkomst gebruik je om te bepalen wat er nog bij kan op een groep en welke aderdoorsnede je nodig hebt.
Let op de betekenis van dat woord: nominaal is de continue stroom waarop het onderdeel is gebouwd, niet de piek die het even kan hebben. Een motor trekt bij het aanlopen kortstondig drie tot vijf keer zoveel, en daar is de trage thermische kant van een B-automaat op berekend.
Kun je 220 volt aftakken van een 380 volt aansluiting?
Technisch wel, want tussen een fase en de nul van een krachtgroep staat gewoon 230 volt, terwijl je tussen twee fasen ongeveer 400 volt meet. Maar de beveiliging klopt dan niet meer: een 380 volt aansluiting is vaak afgezekerd op 20 of 25 ampere en met die zekering ervoor mag je geen gewoon stopcontact voeden. Wil je er een 230 volt groep bij, maak die dan in de groepenkast met een eigen automaat van 16 ampere. Sluit je een kookplaat aan op een perilex, let dan op het aansluitschema: bij een tweefasige aansluiting hoort er een brug tussen twee klemmen en die wordt regelmatig vergeten.
Gelden voor 12 volt in een camper of een boot dezelfde regels?
Nee. Bij 12 volt is aanraken niet gevaarlijk, maar bij hetzelfde vermogen loopt er bijna twintig keer zoveel stroom als bij 230 volt: een verbruiker van 120 watt trekt 10 ampere. Daarom zijn de aders veel dikker en zit de zekering vlak bij de accu, want daar zit de energie en daar begint de brand als er kortsluiting komt. Bij een 12 volt aansluiting in een boot komen er twee dingen bij: alles moet tegen vocht kunnen, en de min leg je niet op de romp omdat je daarmee corrosie veroorzaakt. Werk met een aparte plus en min naar elk punt.
Hoe leg je elektra aan in een schuur en wat is een goed schema?
Een schuur elektra aanleggen schema is in de basis simpel: een grondkabel vanaf een eigen aardlekautomaat in de meterkast, op 60 centimeter diepte naar de schuur, daar een centraaldoos en vanuit die doos de verlichting en de stopcontacten. Teken voor je begint welke aders waarheen gaan, met bruin als fase, blauw als nul, geelgroen als aarde en zwart als schakeldraad. Een extra verdeelkast in de schuur voegt alleen iets toe als er een dikkere kabel ligt met een grotere zekering ervoor. Werk je met een wisselschakeling, dan lopen er tussen de twee schakelaars twee schakeldraden en gaat de fase naar het P-contact van de eerste schakelaar.
Hoe pak je het aan als je in nieuwbouw zelf de elektra aanlegt?
De netaansluiting zelf vraag je aan bij de netbeheerder: die bepaalt waar de meterkast komt en hoe zwaar de aansluiting wordt. Alles achter de meter mag je zelf doen, mits het resultaat aan NEN 1010 voldoet. Elektriciteit aanleggen in nieuwbouw is makkelijker dan in een bestaand huis, omdat je de leidingen kwijt kunt voordat de dekvloer en het stucwerk erin zitten. Buis in de isolatielaag van de vloer, buis in de wanden voor het stucen, en de dozen vooraf uitgezet op de gebruikelijke hoogtes voor schakelaars en wandcontactdozen. Fotografeer elke wand voordat er wordt dichtgezet, dan weet je over tien jaar nog waar alles loopt.
Mijn elektrisch rolluik gaat niet meer omhoog, wat kan dat zijn?
Hoor je de motor draaien terwijl het pantser blijft hangen, dan zijn de ophangveertjes of de kunststof strippen tussen de bovenste lamel en de as gebroken. Dat is een veelvoorkomende slijtage en je lost het op door de kast te openen en de strippen te vervangen. Hoor je niets, dan is de motor mogelijk thermisch afgeslagen na te lang draaien en werkt hij na een half uur weer, of is de eindafstelling verlopen. Zakt een elektrische rolluik naar beneden zodra je hem stopt, dan is de rem in de buismotor versleten en is vervangen de enige route.
Hoe rol je een elektrisch zonnescherm handmatig op?
De meeste buismotoren hebben een noodbediening: een oog waar je een kruk of slinger in haakt, meestal aan de kant van de motorkop. Rustig draaien is de enige regel, want doordraaien voorbij de eindstand beschadigt de eindschakelaars. Zit er geen noodbediening op, dan kun je een zonnescherm elektrisch gestuurd niet met de hand oprollen zonder de motor uit de as te halen. Wil je bij stroomuitval altijd verder kunnen, kies dan bij het elektrisch maken van een zonnescherm of markies bewust een motor met noodslinger.
Waarom wordt mijn elektrische deken of heggenschaar niet meer warm?
Bij apparaten met een snoer dat vaak beweegt zit de fout meestal in het snoer zelf, en dan precies bij de trekontlasting waar hij het apparaat of de stekker in gaat. De aders breken daar door het buigen, waardoor het contact wegvalt of onderbroken raakt. Bij een elektrische deken die niet meer warm wordt is daarnaast de thermische beveiliging in de regelaar een bekende oorzaak. Meet met de multimeter op weerstand door het snoer, met de stekker eruit, en beweeg het snoer daarbij heen en weer.
Bij een deken met een losse regelaar, zoals de modellen van Inventum, zit de fout vaak in de stekkerverbinding tussen die regelaar en de deken zelf. Wordt een elektrische deken niet warm terwijl het lampje op de regelaar wel brandt, dan is meestal een verwarmingsdraad in het doek onderbroken en is repareren geen optie. Was zo'n deken volgens het waslabel, want centrifugeren op een hoog toerental breekt precies die draden.
Kun je een gasgeiser vervangen door een elektrische geiser?
Elektrische geisers die doorstromend warm water maken voor een douche vragen 18 tot 21 kilowatt, en dat past niet op een gewone huisaansluiting. Voor een douche is een voorraadboiler van 80 tot 120 liter op een eigen groep de realistische vervanging, of een warmtepompboiler als er ruimte is. Voor alleen de keuken volstaat een keukenboiler van 10 tot 15 liter. Het loskoppelen van de gasgeiser en het afdoppen van de gasleiding laat je doen door een erkend installateur, ook als het maar om een korte buis gaat.
Waarom lekt mijn elektrische boiler onderaan?
Bij een gesloten boiler zit er een inlaatcombinatie op de koudwaterleiding die overdruk afvoert via de ontspanningsleiding. Water zet uit als het opwarmt, dus een straaltje tijdens de opwarmfase is normaal en hoort naar een open afvoer te lopen. Loopt hij continu, dan zit er vuil op de klep of is de waterdruk te hoog en heb je een drukreduceer nodig. Komt het water echt uit de mantel van de ketel, dan is het vat doorgeroest en is vervangen de enige optie. Sluit een ontspanningsleiding nooit af.
Mag je stroom terugleveren met een aggregaat?
Een aggregaat op een stopcontact aansluiten om je huis te voeden mag niet en is gevaarlijk. Je zet dan spanning op je eigen installatie en via de meter mogelijk ook op het net, waar op dat moment iemand aan het werk kan zijn. De juiste manier is een omschakelinrichting die eerst het net loskoppelt voordat het aggregaat wordt bijgeschakeld. Let daarnaast op de spanningsregelaar van het aggregaat: een goedkoop toestel zonder stabilisatie geeft een grillige spanning waar elektronica slecht tegen kan.
Kun je elektricien worden zonder opleiding?
Beginnen kan: veel installatiebedrijven nemen mensen aan als hulpmonteur die het vak leren op de werkvloer, vaak in combinatie met een leerwerktraject. Zelfstandig aan installaties werken vraagt daarna wel aantoonbare vakbekwaamheid, want een werkgever moet vastleggen wie welke werkzaamheden mag uitvoeren. Voor jezelf beginnen zonder papieren kan in theorie, maar verzekeraars, opdrachtgevers en een eventuele keuring vragen wel om aantoonbare kennis van NEN 1010. Wie het alleen voor zijn eigen huis wil kunnen, komt met een goede cursus en de norm zelf een heel eind.
Wat kost het om de elektra in een jaren 30 woning te vervangen?
Reken op 100 tot 200 euro per aansluitpunt, inclusief hak- en breekwerk, nieuwe leiding en aansluiten. Een woning met zestig punten komt daarmee op grofweg 8000 tot 12000 euro, en een nieuwe groepenkast met aardlekautomaten is nog eens 800 tot 1500 euro. De kosten zitten vooral in het herstelwerk: frezen, dichtzetten en opnieuw stucen kost meer uren dan het elektrawerk zelf. Doe je het hak- en breekwerk en het dichtsmeren zelf en laat je alleen aansluiten en keuren, dan gaat er ruwweg een derde af.
Waar komt een zoemend geluid of een hoge pieptoon vandaan?
Een zoemend geluid bij elektriciteit komt meestal uit een spoel of een trafo, bijvoorbeeld in een dimmer, een led-driver of een voeding. Die brom is 50 hertz en hoorbaar zodra het onderdeel onder belasting staat. Een hoge pieptoon van een elektronisch apparaat komt van een schakelende voeding en heet spoelfluiten: hinderlijk, maar op zichzelf niet gevaarlijk. Maakt de elektriciteitsmeter lawaai, dan is dat bij een oude draaischijfmeter gewoon het mechaniek dat harder loopt bij meer verbruik, terwijl brommen uit de groepenkast wel reden is om de klemmen te laten nakijken.
Hoe kun je water uit een sloot pompen zonder stroom in de buurt?
Er zijn drie routes die werken. Een benzinemotorpomp is de zwaarste en verzet duizenden liters per uur zonder dat er ergens een kabel heen hoeft. Een dompelpomp op 12 volt aan een gewone accu haalt 1000 tot 3000 liter per uur en draait daar een halve dag op. Moet er continu water weg, dan bestaan er pompjes op een zonnepaneel die meelopen met de zon.
Ligt de sloot binnen een meter of dertig van het huis, dan is een grondkabel op 60 centimeter diepte met een spatwaterdichte buitenaansluiting vaak goedkoper dan al die noodoplossingen samen. Kies de aderdoorsnede met de kabelkiezer die het spanningsverlies over de lengte meerekent, want over dertig meter telt dat mee. Een verlengsnoer over het gras naar een pomp in het water is geen oplossing: die aansluiting hoort achter een aardlekschakelaar van 30 mA en moet tegen vocht kunnen.
Mijn oude stofzuiger start niet meer, is daar zelf iets aan te doen?
Bij een oudere stofzuiger, bijvoorbeeld een Philips Mobilo Plus van 1700 watt, zit de fout meestal niet in de motor. Begin bij de snoerhaspel: de sleepringen waarover die contact maakt raken vervuild, en dan valt het apparaat uit zodra je aan het snoer trekt of de haspel iets terugloopt. Schoonmaken met een doekje en wat contactspray helpt daar vaak tegen.
Draait de motor traag of vonkt hij fel door de koelgleuven, dan zijn de koolborstels op. Die zijn voor de meeste types nog los te koop op het typenummer van het plaatje aan de onderkant. Slaat hij pas na tien minuten af en start hij na afkoelen weer, dan grijpt de thermische beveiliging in en zoek je een verstopping in de slang of een dichtgeslibd filter. Zo'n 1700 watt vraagt ruim 7 ampere, dus op een groep waar ook een waterkoker op staat kan het net zo goed de automaat zijn die uitschakelt.
Mag je installatiedraad solderen in plaats van klemmen?
In een vaste installatie doe je dat niet. Soldeertin kruipt onder de druk van een klem, waardoor de verbinding na verloop van tijd los komt te zitten, en bij een warm wordend contact smelt precies de verbinding weg die je nodig hebt. Vaste draad las je met lasklemmen en soepele draad krijgt een aderendhuls of een geperst kabelschoentje.
Solderen hoort bij elektronica en printwerk, met een bout van 30 tot 60 watt. Zink solderen met een elektrische bout, bijvoorbeeld een naad in een dakgoot, is werk van een heel andere orde: daar heb je een bout van 150 watt of zwaarder nodig plus soldeervet, omdat het zink de warmte meteen wegtrekt. Met een elektronicabout krijg je dat nooit warm genoeg en verbrand je alleen de punt.