Hardhout boren zonder dat je boortjes sneuvelen
Boren in hardhout mislukt zelden door de boor en bijna altijd door de manier van boren. Zet de klopstand uit, kies een korte boor van goed staal, houd het toerental laag genoeg om warmte te vermijden en trek de boor elke paar millimeter terug zodat het boorsel eruit valt. Druk je in plaats daarvan door, dan loopt de boor vast in zijn eigen zaagsel, gloeit hij uit en breekt hij af.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Accuboormachine met twee versnellingen en een instelbaar koppel
- Korte HSS-boren in 2,5 tot 5 mm, liefst een dubbele set zodat je kunt wisselen
- Houtspiraalboor met centerpunt voor gaten vanaf 5 mm
- Hardhoutboor met ruime, parabolische spiraal voor diepe gaten
- Slangenboor of forstnerboor voor gaten vanaf 12 mm
- Verzinkboor voor de schroefkop
- Priem of centerpons om het aanzetpunt te markeren
- Blokje offerhout en een lijmklem
- Stofmasker en een veiligheidsbril
Materiaal
- Rvs schroeven met snijpunt, in de lengte die bij het werk past
- Kaarsvet, boorwas of gewone zeep om de boor te smeren
- Schilderstape voor het aftekenen en tegen uitscheuren
- Kruipolie voor vastgelopen boren
- Houtolie of grondverf om kopse gaten dicht te zetten
Waarom een boortje in hardhout zo snel sneuvelt
Hardhout is niet een beetje harder dan vuren, het is een andere categorie. Azobé en ipé zitten rond de 1000 kilo per kubieke meter, merbau en bangkirai iets daaronder, terwijl vuren op ongeveer 450 uitkomt. Welke soorten je in de handel tegenkomt en waar ze voor bedoeld zijn, zie je in ons overzicht van hout en plaatmateriaal.
Die dichtheid doet twee dingen met je boor. De snijkant moet meer kracht leveren per omwenteling, waardoor er warmte ontstaat. En het boorsel dat vrijkomt is fijn en taai in plaats van luchtig, dus het propt zich vast in de spiraal van de boor.
Vanaf dat moment gaat het snel de verkeerde kant op. Een boor die volzit met boorsel snijdt niet meer, hij wrijft. Die wrijving maakt de punt gloeiend heet, het staal verliest zijn hardheid en de boor wordt in een paar seconden bot. Wie dan harder gaat drukken, breekt hem af in het gat.
Een blauw verkleurde boorpunt is het bewijs achteraf. Die kleur betekent dat het staal is uitgegloeid en dat de boor ook na slijpen zijn hardheid niet terugkrijgt. Boren in hardhout draait daarom vooral om warmte voorkomen, niet om kracht zetten.
Het stof van hardhout is niet onschuldig. Fijnstof van eiken en beuken staat te boek als kankerverwekkend, en het stof van iroko en merbau geeft bij veel mensen irritatie aan ogen, huid en luchtwegen. Boor met een stofmasker op, zeker binnen en zeker bij een reeks gaten achter elkaar.
Welke boor werkt in hardhout
Er bestaan speciale hardhoutboren, en voor grotere en diepere gaten zijn ze het geld waard. Het verschil zit in de spiraal: die is ruimer en dieper uitgeslepen, zodat het boorsel er eigenlijk vanzelf uitloopt in plaats van vast te lopen. Voor kleine gaten tot een millimeter of vier redt een gewone boor van goed staal het prima.
De hardnekkigste misvatting is dat je in hout nooit een metaalboor mag gebruiken. Een HSS-metaalboor werkt in hardhout juist goed, vaak beter dan een goedkope houtboor, want het staal is harder en de tophoek van 118 graden loopt netjes door dichte vezels. Het enige nadeel is dat hij geen centerpunt heeft en dus bij het aanzetten kan weglopen. Prik daarom eerst een putje met een priem of centerpons.
Kies waar het kan een kort model. Een korte boor buigt minder, loopt rechter en breekt merkbaar minder snel dan een lange met dezelfde diameter. Bij een boor van 3 millimeter scheelt dat het verschil tussen drie kapotte boortjes en één gat dat gewoon klaar is. Welke boortypes er verder nog zijn en waar je ze voor pakt, staat bij het kiezen van de juiste boor en boormaat.
| Boortype | Waar hij goed in is | Waar hij tegenvalt | Diameterbereik |
|---|---|---|---|
| HSS-metaalboor, kort model | Voorboren voor schroeven, loopt recht, breekt weinig | Loopt weg bij het aanzetten zonder voorgeprikt putje | 2 tot 6 mm |
| Houtspiraalboor met centerpunt | Zet zichzelf op de streep, schoon gat in het oppervlak | Het dunne centerpuntje breekt af bij zijdelingse druk | 3 tot 12 mm |
| Hardhoutboor met parabolische spiraal | Voert boorsel snel af, blijft koeler in diepe gaten | Duurder, en overdreven voor een gat van drie centimeter | 4 tot 14 mm |
| Slangenboor met schroefpunt | Diepe gaten door dikke palen, trekt zichzelf naar binnen | Trekt in zacht hout te hard aan, vraagt een machine met koppel | 10 tot 32 mm |
| Forstnerboor | Gaten met een vlakke bodem, bijvoorbeeld voor potscharnieren | Wordt snel heet in hardhout, laag toerental verplicht | 15 tot 50 mm |
| Speedboor of platte boor | Snel werk in vuren en multiplex | In hardhout brandt hij het gat eerder dan dat hij snijdt | 6 tot 32 mm |
| Gatzaag | Grote doorvoeren, bijvoorbeeld voor een leiding | Loopt vol boorsel, moet er steeds uit om leeg te maken | Vanaf 25 mm |
Koop dunne boortjes per twee of drie tegelijk. Ze kosten weinig, en met een verse boor naast je op de werkbank wissel je meteen zodra het snijden zwaarder gaat. Dat is precies het moment waarop de meeste mensen juist harder gaan duwen.
Toerental, druk en lossen: hier wordt het beslist
Drie dingen bepalen of een gat in hardhout lukt, en gereedschap is er maar één van. De andere twee zijn snelheid en ritme.
Over het toerental doen verhalen de ronde die elkaar tegenspreken, en dat komt doordat de diameter het antwoord bepaalt. Een boortje van 3 millimeter mag hard draaien, want de omtreksnelheid aan de snijkant blijft dan laag. Een slangenboor van 20 millimeter legt bij hetzelfde toerental zeven keer zoveel weg per omwenteling en verbrandt het hout. De vuistregel: hoe dikker de boor, hoe lager het toerental.
Druk is het volgende. Een scherpe boor snijdt zichzelf naar binnen en heeft alleen begeleiding nodig, geen kracht. Ga je leunen, dan wrijft de punt in plaats van te snijden en loopt de warmte op. Voel je dat je moet duwen om vooruit te komen, dan is de boor bot of zit de spiraal vol.
Lossen is het derde en in hardhout het belangrijkste. Trek de boor elke paar millimeter helemaal uit het gat, zodat het boorsel eruit valt en er koele lucht bij komt. Bij een gat van twee centimeter diep betekent dat vijf of zes keer terug. Dat voelt omslachtig en het is de reden dat je met één boortje meters schutting haalt in plaats van drie boortjes per dag.
| Boordiameter | Toerental in hardhout | Hoe vaak lossen | Wat je merkt als het te snel gaat |
|---|---|---|---|
| 2 tot 3 mm | 1500 tot 2500 omwentelingen per minuut | Elke 5 mm diepte | Boorsel wordt bruin, de boor buigt zichtbaar |
| 4 tot 5 mm | 1000 tot 1500 | Elke 5 mm diepte | Rooklucht, boorpunt verkleurt blauw |
| 6 tot 8 mm | 700 tot 1000 | Elke 10 mm diepte | Gat wordt zwart aan de wand |
| 10 tot 12 mm | 500 tot 800 | Elke 10 mm diepte | Machine loopt warm, boor komt piepend terug |
| Slangenboor 16 tot 25 mm | 250 tot 500, lage versnelling | Elke 15 mm diepte | Boor loopt vast en de machine draait je pols om |
| Forstnerboor 25 tot 40 mm | 250 tot 400 | Elke 5 mm diepte | Verbrande rand rond het gat, de boor gaat stinken |
| Gatzaag vanaf 50 mm | 200 tot 300 | Zodra de zaagkrans volloopt | Rook uit de snede, de tanden worden blauw |
Voorboren: welke boormaat hoort bij welke schroef
In hardhout is voorboren geen kwestie van netjes werken maar van of het lukt. Draai je een schroef zonder voorgeboord gat in azobé of merbau, dan draait de kop eraf, breekt de schroef halverwege af of splijt de plank langs de nerf. Zeker bij een schroef dicht bij het uiteinde van een plank gaat dat laatste vrijwel altijd mis.
De maat die je nodig hebt is de kerndiameter van de schroef, dus de dikte van de schacht zonder de draad. Als vuistregel kom je uit op ongeveer zeventig procent van de nominale schroefmaat, en in erg hard hout mag je daar nog een halve millimeter bovenop doen. De draad hoeft alleen maar houvast te vinden, hij hoeft zich niet door massief materiaal te wringen.
Er is nog een tweede gat dat mensen overslaan. Het bovenste deel dat je vastschroeft boor je op de volle schroefdiameter door, zodat de draad daar niet grijpt. Alleen dan trekt de schroef de twee delen echt tegen elkaar aan. Grijpt de draad in beide delen, dan blijft er een kier staan die je er met doorschroeven niet uit krijgt.
Bij dikkere bevestigingen verandert de rekensom, want een houtdraadbout heeft een andere kernmaat dan een schroef. Wat je bij dat soort maten voorboort, staat bij voorboren voor bouten en houtdraadbouten. Boor je door het hardhout heen verder de muur in, bijvoorbeeld door een kozijn, zoek dan in de plug- en boorkiezer op welke plug en welke boormaat bij die ondergrond horen.
| Schroefmaat | Voorboren in hardhout | Doorboren in het bovenste deel | Opmerking |
|---|---|---|---|
| 3,0 mm | 2,0 tot 2,5 mm | 3,0 mm | Voor licht beslag en scharnieren |
| 3,5 mm | 2,5 mm | 3,5 mm | Gangbaar voor rolgordijnsteunen en raambeslag |
| 4,0 mm | 3,0 tot 3,5 mm | 4,0 mm | Met 3,5 mm draait de schroef soepel en pakt hij nog ruim |
| 4,5 mm | 3,5 mm | 4,5 mm | Standaardmaat voor schuttingdelen |
| 5,0 mm | 4,0 mm | 5,0 mm | Voor regelwerk en dikkere delen |
| 6,0 mm | 4,5 tot 5,0 mm | 6,0 mm | Voorboren tot de volle schroeflengte, niet halverwege stoppen |
| Houtdraadbout 8 mm | 5,5 tot 6,0 mm | 9,0 mm | Aandraaien met een sleutel, niet met de slagmoersleutel |
| Houtdraadbout 10 mm | 7,0 tot 7,5 mm | 11,0 mm | In azobé aan de ruime kant boren, anders wringt de bout af |
Twijfel je over de maat, houd de boor dan tegen de schroef en kijk ertegen in het licht. Zie je de draadpunten aan beide kanten uitsteken en verdwijnt de kern precies achter de boor, dan zit je goed. Dat oogtestje is nauwkeuriger dan het gokken op de verpakking.
De machine goed instellen voordat je begint
Het aantal boortjes dat sneuvelt omdat de machine verkeerd staat, is groter dan het aantal dat aan het hout ligt. De klopstand is de bekendste. Een boortje van drie millimeter dat met duizenden slagen per minuut tegen dichte vezels ramt, houdt dat een paar seconden vol. Staat er een symbool van een hamer op de ring, draai die dan naar het boortje.
Zet daarna het koppel goed. Op de meeste machines zit een ring met cijfers en een slipkoppeling die doorslaat zodra de weerstand te groot wordt. Voor het boren zelf zet je die op het boorsymbool, dus zonder slip. Voor het indraaien van de schroef zet je hem juist laag, zodat de koppeling doorslaat voordat je de schroefkop rondtolt.
Heeft je machine twee versnellingen, gebruik dan stand één voor alles vanaf een millimeter of acht. Die stand geeft een lager toerental met veel meer koppel, precies wat een slangenboor in hardhout nodig heeft. Stand twee is voor dunne boren en voor snel werk in zacht materiaal.
Draai de boorhouder stevig aan, met een extra ruk nadat hij vastklikt. Een boor die in de kop slipt, wordt aan de schacht warm en glad, en daarna houdt geen enkele boorhouder hem nog vast. Bij een sleutelkop draai je alle drie de gaten aan en niet alleen het eerste.
Niet elk hardhout gedraagt zich hetzelfde
Onder de noemer hardhout vallen soorten die in de praktijk sterk verschillen. Meranti boor je bijna net zo makkelijk als grenen, terwijl azobé je machine echt aan het werk zet. Ook de eigenaardigheden verschillen: de een splintert, de ander bloedt looistof uit en de derde zit vol olie.
Merbau is daarvan het bekendste voorbeeld. Bij vocht loopt er een geelbruine looistof uit de gaten en over het hout, die op lichte tegels en op stucwerk vlekken achterlaat. Boor daarom bij voorkeur voordat het regent en spoel gemorste plekken meteen af.
Eiken en kastanje bevatten looizuur dat met ijzer reageert. Een verzinkte schroef geeft daar binnen een seizoen zwarte kringen omheen, buiten sneller dan binnen. Gebruik rvs, en als je binnen met eiken werkt speelt datzelfde looizuur bij het afwerken, zoals bij het opknappen van een donkere eiken tafel.
Plaatmateriaal reageert weer anders dan massief hardhout. Bij mdf gaat het niet om hardheid maar om uitscheuren en om vezels die opzwellen, en in de kopse kant houdt een schroef daar veel minder goed dan je verwacht. Hoe je dat oplost lees je bij het lijmen van mdf.
| Houtsoort | Hoe zwaar boort het | Waar je op let | Voorboren |
|---|---|---|---|
| Meranti | Licht, vergelijkbaar met stevig grenen | Vezelt aan de uittredekant | Vanaf 4 mm schroeven |
| Bangkirai | Zwaar, boor wordt snel warm | Splintert langs de nerf, draagt splinters ver af | Altijd |
| Merbau | Zwaar | Looistof loopt uit en vlekt op tegels en stucwerk | Altijd, en rvs schroeven gebruiken |
| Azobé | Zeer zwaar, dit is de zwaarste van het rijtje | Boor loopt vast als je niet lost, korte boren gebruiken | Altijd, ruim aan de bovenkant van de maat |
| Ipé | Zeer zwaar en taai | Boren worden snel bot, houd een reserveboor klaar | Altijd |
| Iroko | Zwaar | Stof irriteert huid en luchtwegen, masker op | Altijd |
| Teak | Middelzwaar, snijdt soepel | Olieachtig, lijm en verf hechten er slecht op | Vanaf 4 mm schroeven |
| Eiken | Middelzwaar tot zwaar | Looizuur geeft zwarte vlekken rond verzinkt staal | Altijd, zeker dicht bij het kopse eind |
| Beuken | Middelzwaar | Verbrandt snel, het gat wordt zwart bij te hoog toerental | Vanaf 4 mm schroeven |
| Robinia | Zwaar en taai | Vezels draaien mee, boor komt schokkend terug | Altijd |
Diepe gaten en dikke palen
Een gat van een paar centimeter voor een schroef is één ding, dwars door een paal van zeven bij zeven centimeter is een ander verhaal. De boor zit dan zo diep in het hout dat er nauwelijks nog lucht bij komt en dat al het boorsel langs de volle lengte van de spiraal naar buiten moet.
Werk hier met een boor die daarvoor gemaakt is: een hardhoutboor met een ruime, parabolische spiraal of een slangenboor met een schroefpunt. Zet de machine in de lage versnelling en trek de boor er echt regelmatig helemaal uit, niet een stukje terug maar volledig eruit. Veeg de spiraal tussendoor schoon, want opgehoopt boorsel dat je weer mee naar binnen neemt, is precies waar het vastlopen begint.
Recht boren is bij zo'n lengte lastiger dan het klinkt. Laat iemand van opzij meekijken terwijl jij van boven kijkt, of zet een winkelhaak naast de boor als richtlijn. Een boorstandaard of een boorgeleider is bij een reeks gaten de moeite waard, want een gat dat twee graden scheef begint, komt er aan de andere kant van een paal centimeters naast uit.
Moet het gat er aan beide kanten netjes uitzien, boor dan van twee kanten. Boor tot iets over de helft, meet aan de andere kant precies in en boor het laatste stuk terug naar het eerste gat toe. Een millimeter verspringing in het midden ziet niemand, uitgescheurd hout aan de achterkant wel.
Wrijf de boor in met kaarsvet, boorwas of een stukje groene zeep voordat hij het gat in gaat. Dat verlaagt de wrijving aan de flanken merkbaar, en je voelt direct dat de boor soepeler doorloopt. Gebruik geen olie op hout dat je daarna nog wilt lijmen of lakken.
Netjes doorboren zonder uitgescheurde achterkant
Aan de kant waar de boor het hout binnengaat, ziet een gat er meestal keurig uit. Aan de kant waar hij eruit komt, drukt de punt de laatste vezels naar buiten voordat hij ze snijdt, en dat geeft een uitgebroken rand. Bij hardhout breekt dat niet in pluis maar in scherpe splinters.
De simpelste oplossing is een blokje offerhout. Klem een restje vuren of multiplex strak tegen de achterkant en boor er gewoon in door. De vezels hebben dan geen ruimte om weg te buigen en het gat komt er schoon uit. Werk je aan iets wat al hangt en kun je niets klemmen, dan is de methode van twee kanten boren het alternatief.
Werkt het met geen van beide, boor dan door tot het puntje van de boor net aan de achterkant zichtbaar wordt, draai het werkstuk om en boor vanaf dat gaatje terug. Bij een slangenboor gaat dat vanzelf, want de schroefpunt komt eerder door dan de snijranden.
Verzink daarna de schroefkop met een verzinkboor in plaats van de kop met kracht in het hout te trekken. In hardhout wringt een niet verzonken kop de bovenste vezels omhoog en daar begint later de scheur. Zet kopse gaten buiten dicht met wat houtolie of grondverf, want juist daar zuigt het hout water op.
Klem het werkstuk vast, ook voor één gat. Een boor die in hardhout vastloopt, geeft de draaikracht door aan het werkstuk of aan je pols. Bij een slangenboor van 20 millimeter in de lage versnelling is dat genoeg om een plank uit je hand te slaan of je pols om te draaien. Werk met klemmen en houd de machine met twee handen vast.
Zo boor je een gat in hardhout dat gewoon lukt
Deze volgorde werkt voor een gat voor een schroef en met kleine aanpassingen ook voor diepere gaten in palen en balken.
-
Controleer eerst of het echt hout is
Een kozijn dat er donker en houtachtig uitziet, kan ook staal of aluminium met een houtmotief zijn. Houd er een magneet tegenaan en kras op een onopvallende plek met een mesje: komt er een krul los, dan is het hout. Metaal vraagt een heel andere boor en een heel ander toerental.
-
Kies de boormaat bij de schroef
Neem ongeveer de kerndiameter van de schroef, dus voor een schroef van 4,0 mm een boor van 3,0 tot 3,5 mm. Boor het bovenste deel dat je vastzet door op de volle schroefdiameter, anders trekken de delen niet tegen elkaar aan. Twijfel je bij een bout, kijk dan bij de voorboormaten voor bouten.
-
Zet de machine goed en prik het punt voor
Klopstand uit, koppel op het boorsymbool, lage versnelling bij alles vanaf acht millimeter. Prik het aanzetpunt voor met een priem of centerpons, zeker als je met een metaalboor werkt. Zonder dat putje wandelt de boor over het gladde hout en zet je het gat een halve centimeter naast de streep.
-
Zet aan op laag toerental en houd de machine recht
Begin rustig tot de boor zich heeft ingesneden en breng het toerental daarna op de snelheid die bij de diameter hoort. Houd de machine haaks op het oppervlak, in twee richtingen. Scheef aanzetten voelt goed maar levert een gat op waarin de schroef zijdelings gaat trekken.
-
Trek de boor elke paar millimeter terug
Boor een paar millimeter, haal de boor volledig uit het gat en laat het boorsel vallen. Herhaal dat tot de diepte klopt. Dit is de stap die het verschil maakt tussen één boortje voor de hele klus en een gebroken boortje per gat.
-
Voel of je moet duwen
Kost het vooruitgang moeite, stop dan. Kijk of de spiraal volzit, kijk of de punt blauw verkleurd is en wissel bij twijfel van boor. Doorduwen op een botte boor is de manier waarop bijna alle boortjes in hardhout kapotgaan.
-
Verzink de kop en draai de schroef rustig in
Maak met een verzinkboor een kegeltje voor de schroefkop, zodat die vlak wegzakt in plaats van de vezels omhoog te wringen. Draai de schroef daarna in op een laag koppel en stop zodra hij aantrekt. Voelt hij zwaar, draai hem er dan uit en boor het gat een halve millimeter ruimer.
-
Werk het gat af
Blaas of zuig het boorsel weg en controleer of de achterkant niet is uitgescheurd. Zit het werk buiten, zet het kopse gat dan dicht met houtolie of grondverf voordat je de schroef indraait. Water dat in een kaal geboord gat blijft staan, is de plek waar rot begint.
Plug- en boorkiezer
Kies je muursoort en het gewicht dat eraan moet hangen, en zie welke plug, schroef en boormaat je nodig hebt. Bekijk alle gegevens
| Muursoort | Zo herken je hem | Plug die past | Boor en maat | Wat je eraan kunt hangen |
|---|---|---|---|---|
| Beton | Grijs, keihard, boorstof is grijs en fijn, de boor loopt zwaar | Nylon plug of, bij zwaar werk, een keilbout | Steenboor met hamerfunctie, 6, 8 of 10 mm | Alles, ook een hangend toilet of een boiler, mits de plug diep genoeg zit |
| Kalkzandsteen | Lichtgrijs tot wit, glad breukvlak, boorstof is wit en zanderig | Nylon plug, boren zonder klopstand | Steenboor zonder hamerfunctie, 6 of 8 mm | Keukenkasten, wastafels, radiatoren |
| Baksteen | Rood tot bruin, boorstof is rood, harder dan voeg | Nylon plug, altijd in de steen en niet in de voeg | Steenboor met hamerfunctie, 6 of 8 mm | Zware kasten en wandbeugels, mits je de steen raakt en niet de voeg |
| Gipsplaat | Klinkt hol, boort weg als boter, boorstof is wit poeder | Hollewandplug met vleugels, tuimelplug of gipsplaatanker | Houtboor of steenboor, maat volgens de plug | Schilderij, spiegel en lichte kast tot ongeveer 10 kg per plug |
| Gasbeton | Lichtgrijs, heel licht van gewicht, kruimelt makkelijk | Speciale gasbetonplug of een lange schroef zonder plug | Houtboor, geen hamerfunctie, plug bepaalt de maat | Lichte tot middelzware last, verdeel over meer punten |
| Gipsblok | Wit tot lichtgeel, zacht, boorstof is wit gips | Gipsblokplug of chemisch anker bij zwaar werk | Houtboor zonder klopstand | Middelzware last, geen hangend toilet zonder voorzetframe |
| Holle steen | Klinkt hol, de boor zakt ineens door in de holte | Hollewandplug of chemisch anker met zeefhuls | Steenboor zonder hamerfunctie zodat de wand niet uitbreekt | Middelzwaar, met een chemisch anker ook zwaar |
| Hout | Herkenbaar, boorstof is krullend | Geen plug nodig, houtschroef volstaat | Houtboor, voorboren op ongeveer 70 procent van de schroefkerndiameter | Alles, mits je in het hart van de regel schroeft |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de boor in het hardhout zet
Uit de praktijk
Drie boortjes op voor één rolgordijn aan een kozijn
Na een verhuizing moest er een rolgordijn aan het kozijn van de slaapkamer. Er gingen achter elkaar drie boortjes kapot, van goedkope tot nette kwaliteit, en er zat nog geen gaatje in het hout. De reflex was om steeds harder te drukken en om het aan de boor te wijten.
Er bleken twee dingen mis. De machine stond op de klopstand, en die hamerslagen slopen een dun boortje in seconden. Daarnaast werd er in één keer doorgeboord, waardoor het boorsel in de spiraal bleef zitten en de punt gloeiend heet werd. De boren waren niet gebroken door het hout maar uitgegloeid.
Wat wel werkte: klopstand uit, een korte HSS-boor van 3,5 mm bij een schroef van 4,0 mm, matig toerental en elke paar millimeter de boor helemaal terugtrekken. Het gat was binnen een minuut klaar. Bij twijfel over het materiaal loont het om vooraf een magneet tegen het kozijn te houden, want een stalen of aluminium kozijn met houtlook komt vaker voor dan mensen denken en vraagt een compleet andere aanpak.
Een poort van palen van zeven bij zeven centimeter
Voor een zelfgebouwde poort moesten er gaten dwars door hardhouten palen van zeven bij zeven centimeter. Met een gewone houtboor liep dat vast: na twee centimeter zat de spiraal vol, begon het te roken en kwam de boor er piepend uit.
De oplossing was een echte hardhoutboor met een ruime, parabolische spiraal. Die voert het boorsel over de volle lengte af, waardoor er lucht bij de snijkant blijft komen. In combinatie met de lage versnelling, rustig doorwerken en de boor er om de anderhalve centimeter volledig uittrekken, ging het door de hele paal zonder problemen.
Wat daarbij minstens zo veel uitmaakte, klinkt bijna te simpel: de machine echt recht houden. Over zeven centimeter diepte komt een boor die een paar graden scheef begint er aan de achterkant een centimeter naast uit, en dan staat je hele scharnier scheef. Van opzij laten meekijken kost tien seconden en scheelt een verkeerd gat in een dure paal.
Meters schutting met één boortje van vier millimeter
Bij het zetten van een lange hardhouten schutting werden alle voorboorgaten met hetzelfde boortje van 4 mm gemaakt, en dat boortje ging de hele klus door. Dat lag niet aan geluk maar aan het ritme: rustig toerental, geen druk en na elk paar millimeter de boor eruit.
De kwaliteit van de boor telde wel mee. Het was er een uit de professionele blauwe lijn van Bosch en niet uit de groene hobbylijn, en dat verschil merk je in hardhout eerder dan in vuren. Goed staal blijft langer scherp en scherp blijven is precies wat warmte voorkomt.
De schroeven waren rvs van 4,5 mm, voorgeboord op 3,5 mm. In het bovenste schuttingdeel werd het gat op 4,5 mm doorgeboord, zodat de delen strak tegen de regel trokken. Waar dat werd vergeten, bleef er een kier van een millimeter zichtbaar die er met naschroeven niet meer uit kwam.
Veelgemaakte fouten
Boren met de klopstand nog aan
Dit is de meest voorkomende reden dat een boortje het begeeft. De hamerslagen zijn bedoeld om steen te verbrijzelen en een dunne boor in dicht hout houdt dat maar even vol. Controleer de ring op de machine voordat je begint, ook als je zeker weet dat hij goed staat.
Kracht zetten in plaats van de boor laten snijden
Als het niet opschiet, gaan de meeste mensen leunen. De punt wrijft dan in plaats van te snijden, de warmte loopt op en het staal verliest zijn hardheid. Een scherpe boor trekt zichzelf naar binnen en heeft alleen begeleiding nodig.
Doorboren zonder de boor te lossen
Het boorsel van hardhout is fijn en taai en propt zich vast in de spiraal. Vanaf dat moment kan er geen lucht en geen materiaal meer langs, en zit de boor klem in zijn eigen zaagsel. Elke paar millimeter helemaal terugtrekken kost een paar seconden en voorkomt dat volledig.
Een te dun boortje kiezen
Bij een schroef van 4,0 mm voorboren met 2,5 mm lijkt veilig, maar dan moet de schroef zich door massief hout wringen en breekt hij af of draait de kop rond. Een boor van 3,0 of 3,5 mm laat genoeg vlees over voor houvast en scheelt enorm in de kracht die nodig is.
Een lange boor pakken waar een korte volstaat
Lange dunne boren buigen onder zijdelingse druk en breken op de plek waar ze het meest doorbuigen. Voor gaten tot een centimeter of drie is een kort model sterker, loopt hij rechter en gaat hij veel langer mee.
Doorwerken met een blauw verkleurde boor
Die blauwe aanslag betekent dat het staal is uitgegloeid en zijn hardheid kwijt is. Zo'n boor snijdt niet meer, hij wrijft, en daarmee maak je het hout warm zonder vooruit te komen. Slijpen helpt niet meer, alleen vervangen.
Vergeten het bovenste deel door te boren
Als de schroefdraad in beide delen grijpt, houden die delen elkaar op afstand in plaats van elkaar aan te trekken. Er blijft een kier staan die je er met naschroeven niet uit krijgt, want doordraaien draait alleen de kop rond of trekt de draad kapot.
Te dicht bij het kopse eind boren
Hardhout splijt langs de nerf, en binnen twee centimeter van het uiteinde is de kans daarop groot. Houd minstens vijf keer de schroefdiameter afstand van het kopse eind, of boor royaal voor en gebruik een schroef met snijpunt.
Veelgestelde vragen
Welke boren voor hardhout kun je het beste gebruiken?
Voor gaten tot ongeveer vier millimeter voldoet een korte HSS-metaalboor prima, mits je het aanzetpunt voorprikt. Vanaf vijf millimeter werkt een houtspiraalboor met centerpunt netter, en voor diepe gaten in palen loont een echte hardhoutboor met een ruime parabolische spiraal, omdat die het boorsel over de volle lengte afvoert. Vanaf tien millimeter en dieper pak je een slangenboor met schroefpunt in de lage versnelling.
Kun je met een metaalboor in hardhout boren?
Ja, en vaak beter dan met een goedkope houtboor. HSS-staal is harder en blijft langer scherp, en de tophoek van 118 graden loopt goed door dichte vezels. Het enige echte nadeel is dat er geen centerpunt op zit, waardoor de boor bij het aanzetten over het gladde oppervlak kan wandelen. Prik daarom eerst een putje met een priem of centerpons. Andersom is het advies om in hardhout juist geen metaalboor te gebruiken een misverstand: de klopstand en te veel druk slopen boren, niet het boortype.
Waarom breken mijn boortjes steeds bij het boren in hardhout?
In vrijwel alle gevallen door een van drie dingen. De machine staat op kloppen, er wordt gedrukt in plaats van gesneden, of de boor wordt niet gelost waardoor het boorsel hem vastzet. Die drie versterken elkaar: een vastgelopen boor wordt heet, een hete boor wordt bot, en op een botte boor gaat iedereen harder duwen tot hij breekt. Een dikkere boor bij een dikkere schroef helpt ook, want een boor van 3,5 mm is stukken sterker dan een van 2,5 mm.
Op welk toerental moet je boren in hardhout?
Dat hangt af van de diameter. Een boortje van 2 tot 3 mm mag rond de tweeduizend omwentelingen per minuut draaien, bij 6 tot 8 mm zit je rond de achthonderd, en bij een slangenboor van 20 mm blijf je onder de vijfhonderd in de lage versnelling. De reden is dat de snelheid aan de snijkant met de diameter meegroeit: bij hetzelfde toerental legt een dikke boor veel meer weg per omwenteling en verbrandt hij het hout.
Moet je in hardhout altijd voorboren?
Bij alles vanaf ongeveer 3,5 mm schroefdiameter wel. Hardhout geeft nauwelijks mee, dus zonder voorgeboord gat splijt de plank of breekt de schroef af. Alleen in de lichtere soorten als meranti kun je met dunne schroeven met een snijpunt soms zonder, en dan nog niet in de buurt van het kopse eind. Voorboren kost een paar seconden per gat en voorkomt dat je een dure plank moet vervangen.
Welke boormaat hoort bij een schroef van 4,0 mm in hardhout?
Een boor van 3,0 tot 3,5 mm. Met 3,5 mm draait de schroef merkbaar soepeler en pakt de draad nog ruim genoeg, zeker in azobé of ipé. Boor het deel dat je vastschroeft door op 4,0 mm, zodat de draad daar niet grijpt en de schroef de delen echt tegen elkaar trekt. Test bij twijfel op een restje van hetzelfde hout of de schroef nog voldoende houvast heeft.
Hoe voorkom je dat de boor vastloopt en het hout gaat branden?
Door warmte te vermijden in plaats van te bestrijden. Houd het toerental bij de diameter, zet geen druk en trek de boor elke paar millimeter helemaal uit het gat zodat het boorsel eruit valt en er koele lucht bij komt. Wrijf de boor eventueel in met kaarsvet of boorwas. Ruik je een brandlucht of zie je bruin boorsel, stop dan en laat de boor afkoelen voordat je verdergaat.
Bestaat er een speciale boormachine voor hardhout?
Nee, een gewone accuboormachine met twee versnellingen en een instelbaar koppel is genoeg, dezelfde machine die je bij de meeste timmerklussen in en om het huis gebruikt. Wat telt is dat je de klopstand kunt uitzetten en dat de machine in de lage versnelling voldoende koppel levert voor dikkere boren. Werk je op accu, houd die dan vol: een halflege accu zakt in het gat in toerental terug en dan ga je vanzelf drukken. Voor een reeks diepe gaten in palen is een boorstandaard of boorgeleider een zinvollere investering dan een zwaardere machine.
Welke schroeven gebruik je in hardhout buiten?
Rvs, en dan bij voorkeur met een snijpunt of frezende ribben onder de kop. Hardhoutsoorten als eiken, kastanje en merbau bevatten looistoffen die met ijzer reageren, waardoor verzinkte schroeven zwarte kringen en uitlopende strepen op het hout geven. Bij merbau komt daar de eigen looistof bij die bij regen uitloopt en op tegels vlekt. Rvs voorkomt dat en houdt het buiten jarenlang vol.
Hoe boor je een recht gat zonder boorstandaard?
Zet een winkelhaak of een blokje met een haakse kant naast het boorpunt en gebruik dat als richtlijn. Kijk zelf van boven en laat iemand van opzij meekijken, want scheefstand zie je vanuit één richting nauwelijks. Begin op laag toerental tot de boor zich heeft ingesneden, want daarna is corrigeren lastig. Bij diepe gaten in palen komt een gat dat een paar graden scheef begint er aan de achterkant centimeters naast uit.
Hoe boor je een groot gat van 25 mm of meer in hardhout?
Met een slangenboor of een forstnerboor in de lage versnelling, op tweehonderdvijftig tot vierhonderd omwentelingen per minuut, en met het werkstuk stevig vastgeklemd. Boor telkens vijf tot tien millimeter en haal de boor er dan volledig uit om hem leeg te maken. Leg een blokje offerhout tegen de uittredekant, anders breekt daar een flinke splinter uit. Houd de machine met twee handen vast, want een grote boor die vastloopt draait het werkstuk of je pols mee.
Wat doe ik met een boortje dat is afgebroken in het hout?
Is er nog een stukje zichtbaar, pak dat dan beet met een kniptang of een waterpomptang en draai het tegen de klok in eruit. Zit het volledig verzonken, dan kun je er met een dunnere boor naast boren om ruimte te maken, of het gat een paar millimeter opzij verplaatsen en het oude gat dichtzetten met een houten deuvel in lijm. Boren over het afgebroken stuk heen heeft geen zin, want daar sneuvelt je volgende boor op.
Wanneer je beter een vakman belt
Gaten boren in hardhout is werk dat je zelf doet. Het vraagt geduld en de juiste instellingen, geen vakdiploma. Er zijn wel een paar grenzen waar het verstandig is om te stoppen.
De eerste is boren in een dragend deel van de constructie. Een gording, een balklaag of een hardhouten kolom die gewicht draagt, verliest bij een gat op de verkeerde plek meer sterkte dan je denkt, zeker bij een gat dwars door het midden van de doorsnede. Laat een constructeur of timmerman meekijken voordat je daar begint.
De tweede is werken op hoogte. Boren op een ladder in een poort, een pergola of een gevel gaat mis op het moment dat de boor vastloopt en de machine terugslaat. Gebruik een rolsteiger of een stabiele bok, of laat het doen als dat niet kan.
De derde is boren in een gevel of kozijn waarachter leidingen of bedrading kunnen lopen. Weet je niet wat er achter zit, boor dan niet blind door. Voor de rest van de klussen met hout en plaatmateriaal geldt dat je met een scherpe boor, een rustige hand en de klopstand uit een heel eind komt.