Gipsplaat afwerken: naden, kanten en hoeken strak krijgen
Gipsplaat afwerken begint met een keuze: zet je alleen de naden dicht, of pleister je de hele plaat vlak. Voor beide geldt dezelfde basis: band in de naad, vuller in twee dunne lagen en pas daarna een finishlaag. Een naad vullen zonder wapening scheurt vrijwel altijd open, en een kopse snijrand moet je eerst zelf afschuinen voordat je hem kunt vullen. De hoeken bepalen het eindbeeld, dus daar kies je bewust een profiel in plaats van er wat gips in te smeren.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Spackmes van 10 cm en een breed plamuurmes van 25 tot 30 cm
- Holle spaan voor het opzetten van de naden
- Vlakke spaan of rvs pleisterspaan voor de finishlaag
- Randschaaf of een blokje met grof schuurpapier voor het afschuinen van snijranden
- Schuurgiraffe of een handschuurblok met steel
- Schuurpapier korrel 120 en korrel 220
- Emmer, boormachine met roerspiraal
- Stofzuiger met fijnstoffilter en een stofmasker
- Rolsteiger of een stevige werkbok voor plafondwerk
- Bouwlamp om met strijklicht te controleren
Materiaal
- Zelfklevend wapeningsgaas van 5 cm, of papieren voegband
- Nadenvuller, vezelversterkt voor kale snijranden
- Finisher of kant-en-klare finishpasta in een emmer
- Hoekprofielen: kunststof of metaal, en flexcorner voor afwijkende hoeken
- Stucstopprofiel voor aansluitingen en flauwe hoeken
- Overschilderbare acrylaatkit
- Voorstrijkmiddel voor zuigende ondergrond
- Gipsplaatschroeven 3,5 x 35 mm
Eerst bepalen hoe strak het moet worden
Voordat je een zak vuller koopt, beslis je welk eindbeeld je wilt. Alleen de naden dichtzetten is een heel andere klus dan de hele plaat vlak pleisteren, en beide horen bij een ander soort ruimte. Welke platen en welke opbouw daarbij passen, staat in ons overzicht over gipsplaat en wanden bouwen.
De eerlijke waarschuwing die je zelden in een folder leest: naden afsmeren blijf je bij strijklicht bijna altijd zien. Hoe netjes je ook schuurt, de gevulde baan van twintig centimeter breed vangt het licht net iets anders dan het karton ernaast. In een slaapkamer of op zolder valt dat niemand op. In een woonkamer met een raam aan de zijkant, of in een dakkapel waar de zon laag binnenkomt, valt het je elke ochtend op.
Wil je dat voorkomen, dan pleister je de hele plaat met twee dunne lagen finishpasta. Dat kost een dag extra en een flinke hoeveelheid schuurwerk, maar het oppervlak is dan overal gelijk. De tussenweg is behangen met glasvliesbehang: dat vergeeft kleine hoogteverschillen en je hoeft alleen de naden en de schroefgaten weg te werken. Meer over de route zonder pleisterlaag lees je bij gipsplaten afwerken zonder stucen.
| Afwerkniveau | Wat je doet | Waar het past | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Alleen de naden dichtzetten | Band in de naad, vuller, finisher, schuren | Zolder, slaapkamer, berging, garage | Bij strijklicht blijven de banen zichtbaar |
| Naden zichtbaar laten | De groef vullen met overschilderbare acrylaatkit en gladstrijken | Plafond tussen balken, ruimte waar een lijnenspel mag | Kit blijft soepel en scheurt niet, maar kan op een plafond iets uitzakken |
| Hele plaat dun pleisteren | Naden vullen, daarna twee dunne lagen finishpasta over het geheel | Woonkamer, schuin dak, dakkapel | Reken op een extra dag en veel schuurstof |
| Behangen of spuitwerk | Naden en schroefgaten vullen, schuren, voorstrijken | Glasvliesbehang, spachtelputz of gespoten spack | Vliesbehang vergeeft kleine oneffenheden in het vlak |
| Volledig stucen | Stucplaat met open naden, band en een volle laag gips | Waar het echt spiegelvlak moet worden | Andere plaatsoort en meestal werk voor een stukadoor |
Hang een bouwlamp op de vloer en schijn met strijklicht langs de wand voordat je gaat sausen. Elke bult en elke krimpscheur die je dan ziet, ziet je bezoek later ook. Bij normaal plafondlicht zie je vrijwel niets van wat er mis is.
De kant van de plaat bepaalt de aanpak
Gipsplaat heeft aan de lange zijden een fabriekskant en aan de korte zijden een rechte kopse kant. Die randen vragen elk om een andere behandeling, en dat is de reden dat mensen met dezelfde vuller heel verschillende resultaten krijgen.
Een plaat met afgeschuinde kant, meestal afgekort tot AK, loopt over de laatste vijf centimeter iets terug. Daardoor ontstaat er bij twee platen naast elkaar een ondiepe geul waar de band en de vuller precies in passen zonder dat je een bult krijgt. Gipsplaat AK afwerken is daarom de makkelijkste variant: band erin, vuller erover, finisher erover, klaar.
Een plaat met ronde kant, de RK, loopt in een flauwe bolling naar de zijkant af. Die is oorspronkelijk bedoeld om zichtbaar te blijven of om onder een volledige stuclaag te verdwijnen. Wil je een gipsplaat met ronde kant afwerken alsof het een AK is, dan zit er geen geul in om je band in kwijt te raken en krijg je dus een verdikking. Daar is een andere aanpak voor.
De kopse kant en elke rand die je zelf hebt afgezaagd zijn recht en vlak. Daar moet je zelf een facet in maken, anders ligt je vuller op de plaat in plaats van erin. Welke plaat je waar gebruikt en hoe dik die moet zijn, staat bij de juiste dikte gipsplaat per toepassing.
| Kantsoort | Hoe je hem herkent | Zo werk je de naad af |
|---|---|---|
| AK, afgeschuinde kant | De laatste vijf centimeter loopt vlak terug, twee platen vormen een ondiepe geul | Gaas of papierband in de geul, nadenvuller, daarna finisher breed uitgezet |
| RK, ronde kant | De rand loopt bol af naar de zijkant, geen vlakke verdieping | Vezelversterkte vuller zonder band, of de groef vullen met acrylaatkit en zichtbaar laten |
| Kopse fabriekskant | Recht, het karton is om de rand heen geslagen | Facet schuren van ongeveer 3 bij 3 mm, dan band en vuller |
| Snijrand of zaagkant | Kaal gips, karton alleen aan de voorzijde | Randschaaf, facet aanbrengen, vezelversterkte vuller op het kale gips |
| SKF, kopse kant met facet | Fabrieksmatig schuin randje, samen een v-groef met bloot gips | V-groef vol vullen met een sterke voegvuller, band is dan vaak niet nodig |
| Vierzijdig afgeschuinde plaat | Alle vier de randen zijn verdiept | Overal dezelfde werkwijze, ook op de kopse naden |
| Stucplaat met ronde kant | Grijsbruine voorzijde, bedoeld voor een volle laag gips | Naden een paar millimeter open houden en meestucen, niet afkitten |
De witte kant is de zichtkant. Bij een gewone gipsplaat is het lichte karton bedoeld om te vullen, te sausen of te behangen. De grijsbruine kant hoort naar de regels toe. Bij een echte stucplaat is het juist andersom: daar is de grijsbruine zijde de zichtkant, omdat gips daar beter op hecht. Verwissel je de kanten, dan zuigt de ondergrond ongelijkmatig en krijg je vlekken in je verf.
Naden afwerken met band en vuller
Gipsplaat naden afwerken doe je in lagen, niet in één keer. De volgorde is band, vuller, drogen, breder opzetten, drogen, finisher, schuren. Elke keer dat iemand die volgorde inkort, komt de scheur terug.
Begin met de band. Zelfklevend gaas plak je droog in de geul en dat werkt snel, zeker als je nog niet veel ervaring hebt. Papieren voegband is sterker en geeft een dunner eindresultaat, maar die druk je in een laagje natte vuller en dat vraagt wat oefening. Kies je papier, druk het dan met je spackmes van het midden naar buiten uit zodat er geen lucht onder blijft zitten. Luchtbellen worden later blaasjes in je verf.
Breng daarna de nadenvuller aan met een spackmes van tien centimeter en zet hem bewust iets dikker op dan nodig. Vuller op gipsbasis krimpt tijdens het drogen, dus wat je nu vlak afstrijkt, ligt morgen iets hol. Een holle spaan helpt daarbij: die staat licht gebogen, waardoor je de naad in het midden dikker opzet in één haal.
De tweede laag zet je breder op, ongeveer twintig tot vijfentwintig centimeter, met een breed plamuurmes. Je bouwt daarmee een hele flauwe verhoging die het oog niet ziet. Hoe lang een laag moet drogen voordat je verder kunt, hangt af van het product en van de temperatuur in de ruimte, en dat vind je terug in onze tabel met droogtijden per materiaal.
Schroefgaten in dezelfde gang meenemen
Vul de schroefgaten tegelijk met de eerste laag vuller. Voel eerst met je hand of met een spackmes of alle schroefkoppen echt onder het oppervlak zitten. Een kop die een halve millimeter uitsteekt, schrap je er bij het gladstrijken uit en die zie je daarna eeuwig terug. Draai zo'n schroef gewoon een slag verder aan tot de kop net in het karton wegzakt, maar niet zo diep dat het karton scheurt en de schroef zijn grip verliest.
Schuur tussen de lagen alleen de aanzetten weg, niet de hele baan. Wie na elke laag alles vlak schuurt, schuurt de vuller uit de naad en begint feitelijk opnieuw. Een schuurgiraffe met korrel 120 haalt de randjes weg, en pas de laatste gang doe je met korrel 220.
Kopse kanten en zelf gezaagde randen afwerken
Bij een plafond of een schuin dak ontkom je zelden aan kopse naden. De platen zijn nu eenmaal 260 of 300 centimeter lang en de ruimte is langer. Een kopse kant gipsplaat afwerken vraagt om één extra handeling die op de verpakking vaak niet staat.
Die handeling is het aanbrengen van een facet. Schuin met een randschaaf of een schuurblok een randje van ongeveer drie millimeter diep en drie millimeter breed van beide platen af. Zet je ze dan tegen elkaar, dan ontstaat er een v-vormige groef waar je vuller in kan zakken. Zonder die groef ligt je vuller op het vlak en krijg je een strook die je er van drie meter afstand uit ziet steken.
Er is één ding waar mensen op stuklopen: op een afgeschuinde snijrand is het karton weg en ligt het gips bloot. Zelfklevend gaas hecht daar veel slechter op dan op karton, en gips zonder karton is ook een stuk kwetsbaarder bij het hanteren. Gebruik op zo'n rand een vezelversterkte vuller, want die is juist bedoeld om zonder karton te hechten. Werk je met gaas, druk het dan aan op het karton naast de groef in plaats van alleen in de groef.
Bij een kopse naad geldt nog een tweede regel die veel oplevert: laat de naden niet in één lijn doorlopen. Verspring de platen zoals metselwerk, zodat een eventuele scheur na een halve plaat doodloopt in plaats van dat je een breuklijn over de volle lengte van je plafond krijgt. Schroef ook op ongeveer anderhalve centimeter van de rand vast, want dichter bij de kant breekt het gips uit.
Zorg dat elke kopse naad op een regel valt. Een kopse naad die vrij tussen twee regels in hangt, gaat bewegen zodra iemand een deur dichtgooit. Geen enkele band of vuller vangt dat op. Kom je een naad tekort, zet er dan een extra regel achter voordat je gaat vullen.
Gipsplaat ronde kant afwerken of de naad juist laten zien
Gipsplaat RK naden afwerken is de situatie waarin de meeste mensen vastlopen, meestal omdat er in de bouwmarkt niets anders lag. De ronde kant heeft geen vlakke verdieping, dus band erin drukken levert altijd een verdikking op die je bij strijklicht ziet.
Er zijn twee routes die wel werken. De eerste is vullen zonder band, met een vezelversterkte gipsplaatvuller die speciaal voor dit doel gemaakt is. De vezels in de vuller nemen de rol van de wapening over. Houd tussen de platen één tot twee millimeter ruimte, zodat de vuller de naad in kan zakken en zich aan beide platen vastzet. Een centimeter ruimte, zoals je soms leest, is veel te veel: dan zit er een dikke prop gips in de naad die tijdens het drogen krimpt en scheurt.
De tweede route is de naad juist zichtbaar houden. Vul de holle groef met overschilderbare acrylaatkit en strijk hem glad met een natte vinger of een kitstrijker. De kit blijft soepel en vangt de beweging van de platen op, dus hij scheurt niet. Het beeld is een plafond of wand met een fijn lijnenspel, en in een slaapkamer of op een zolder ziet dat er rustiger uit dan de meeste mensen verwachten. Over dat lijnenspel schilder je gewoon heen met latex.
Wat je niet moet doen is over acrylaatkit gaan pleisteren. Gips hecht slecht op kit en krimpt bij het drogen, waardoor de gipslaag langs de kitrand loslaat. Wil je later alsnog de hele plaat vlak maken, houd de kit dan meteen weg en werk de naden met vuller. De volledige werkwijze per plaatsoort staat bij het afwerken van gipsplaten stap voor stap.
Hoeken afwerken: binnenhoek, buitenhoek en alles ertussenin
De hoeken bepalen of het werk er strak uitziet, want een oog leest lijnen. Een golvende hoek verraadt amateurwerk sneller dan een naad in het midden van een wand. Gipsplaat hoeken afwerken is daarom de plek waar je materiaal koopt in plaats van improviseert.
Een binnenhoek tussen twee gipsplaten doe je met papieren voegband die je in de lengte vouwt, of met gaas dat je met een spackmes stevig in de hoek drukt. De angst dat je met gaas een ronde hoek krijgt is ongegrond: je brengt er zoveel vuller overheen dat de ronding verdwijnt. Werk wel met twee dunne lagen en trek de hoek in één beweging na met de punt van je spackmes.
Een gipsplaat binnenhoek afwerken tegen een al gestucte muur is een ander verhaal. Daar wil je juist geen starre verbinding maken, want de muur en het plafond bewegen los van elkaar. Houd de plaat een paar millimeter van de muur, zaag bij de eerste plaat de afgeschuinde kant er af zodat je een rechte kant tegen de muur hebt, en vul de naad met overschilderbare acrylaatkit. Die naad blijft soepel en scheurt niet open.
Voor een gipsplaat buitenhoek afwerken hangt de keuze af van je plaatranden. Staan er twee vlakke kanten tegen elkaar, dan gebruik je zelfklevende hoektape met twee dunne metalen strippen erin. Die is maar een halve millimeter dik en verdwijnt onder de vuller. Heb je twee afgeschuinde kanten tegen elkaar, dan past daar juist een stucprofiel van twee millimeter precies in de verdieping. Op een hoek waar echt tegenaan gestoten wordt, langs een trap bijvoorbeeld, kies je een verzinkt stalen profiel in plaats van tape.
| Situatie | Wat je gebruikt | Zo zet je het vast |
|---|---|---|
| Binnenhoek tussen twee gipsplaten | Papieren voegband gevouwen, of gaas van 5 cm | In de vuller drukken, twee dunne lagen erover, hoek natrekken met de mespunt |
| Binnenhoek gipsplaat tegen gestucte muur | Overschilderbare acrylaatkit | Twee tot drie millimeter vrijhouden, afkitten, gladstrijken en sausen |
| Buitenhoek met twee vlakke kanten | Zelfklevende hoektape met metalen strippen, 0,5 mm | Droog opplakken, direct vullen, twee keer breed uitzetten |
| Buitenhoek met twee afgeschuinde kanten | Stucprofiel van 2 mm, of een flexcorner | In een bed van vuller drukken, waterpas zetten, overtollig materiaal wegnemen |
| Buitenhoek waar tegenaan gestoten wordt | Verzinkt stalen hoekprofiel of micromesh hoekprofiel | Twee keer inwerken met jointfiller, bijschuren met korrel 120 en 220 |
| Flauwe hoek van 30 tot 45 graden | Stucstopprofiel aan beide zijden, of hoekprofiel van de rol | Beide zijden even ver laten uitsteken zodat je van boven en onder aan kunt smeren |
| Gipsplaat die op een kozijn eindigt | Afwerklat of een dikker latje van 22 mm | Met montagekit en schroeven vastzetten, daarna de naad afkitten |
Probeer een 90 graden hoekprofiel niet open te slaan naar een flauwere hoek. Het profiel vouwt om op een centimeter van de knik en gaat over de lengte krom lopen. Voor een schuine overgang gebruik je een stucstop of een flexcorner, die daar wel voor gemaakt zijn.
De hele wand pleisteren voor een vlak oppervlak
Wil je een gipsplaat wand afwerken zonder zichtbare banen, dan pleister je alles. Dat gaat in twee dunne lagen finishpasta of poedermateriaal dat je zelf aanmaakt. Kant-en-klare pasta in een emmer is duurder, maar hij blijft langer verwerkbaar en laat zich makkelijker vlak schuren, en dat scheelt bij weinig ervaring meer dan de prijs.
De volgorde is altijd: eerst de naden en de schroefgaten helemaal dicht en droog, en pas daarna een laag over het geheel. Wie de naden meteen in de eerste volle laag wil meenemen, krijgt daar krimpscheuren, want de dikke vulling in de naad droogt anders dan de dunne laag ernaast.
Voorstrijken is niet altijd nodig. Bij de meeste finishpasta's die voor gipsplaat gemaakt zijn, mag je rechtstreeks op de plaat werken, mits die stofvrij is. Gebruik je een pleistergips dat eigenlijk voor steenachtige ondergronden bedoeld is, dan zuigt het karton het aanmaakwater er te snel uit en dan is voorstrijken wel nodig. Kijk dus op de zak wat de fabrikant voor gipsplaat voorschrijft, want dit verschilt echt per product.
Aanbrengen met een verfroller lijkt aantrekkelijk, maar in de praktijk breng je er dan te weinig materiaal op en loop je bij het gladstrijken vast omdat er niets meer te verdelen is. Rol op, en trek het meteen door met een brede spaan. Voor de laatste laag werk je alleen nog met de spaan. Voor het sausen strijk je wel voor, want een geschuurde pleisterlaag is behoorlijk zuigend.
Zet de bouwlamp tijdens het pleisteren schuin op de wand in plaats van erop. Je ziet dan al tijdens het smeren waar je aanzetten liggen, en dat scheelt schuurwerk. Schuurstof van gips is fijn en gaat overal heen, dus werk met een stofmasker en een afgeplakte deur.
Schuin dak, dakkapel en dakraam afwerken
Een schuin dak isoleren en afwerken met gipsplaat is voor veel mensen de eerste grote gipsplaatklus. De afwerking is daar niet moeilijker dan op een wand, maar de opbouw eronder bepaalt of je resultaat mooi blijft. Een plaat op te ruim geplaatste rachels gaat hangen en dan scheuren de naden alsnog.
De regelafstand is de eerste beslissing. Op een wand kun je met 12,5 mm plaat ruimer werken dan op een plafond of een schuin vlak, want daar draagt de plaat zijn eigen gewicht niet. Boven je hoofd is dat anders. Fabrikanten geven per plaat een eigen tabel en die is leidend, maar wij houden op een plafond en op een schuin dak liever 40 centimeter aan dan 60. Bij 60 centimeter zie je de platen bewegen als een deur hard dichtvalt, en die beweging komt vroeg of laat als haarscheur in je naad terug. Hoe je dat raamwerk opbouwt, staat bij het regelwerk voor een gipsplaten plafond.
Een schuin dak afwerken met gipsplaat kan in twee richtingen, en die keuze mag je zelf maken. Dwars op de rachels is gebruikelijk omdat je dan minder kopse naden krijgt en elke plaat over meer rachels ligt. Isolatie tussen de rachels klemt of niet je vast voordat de platen erop gaan, met een dampremmende folie aan de warme zijde. Meer over de volledige opbouw van isolatie tot afwerklaag lees je bij de schuine kant van je zolder afwerken.
Een dakraam afwerken met gipsplaat vraagt om aandacht voor de negge. De onderdorpel zet je loodrecht naar beneden en het bovenpaneel schuin naar boven, zodat warme lucht langs het glas kan strijken en het raam niet beslaat. Werk de vier binnenhoeken van de negge af met gaas of papierband en de vier buitenhoeken met een hoekprofiel, want juist daar kijk je van dichtbij tegenaan.
| Toepassing | Plaatdikte | Regelafstand die wij aanhouden | Waarom |
|---|---|---|---|
| Wand op houten regels, enkele beplating | 12,5 mm | 60 cm hart op hart | De plaat staat verticaal en hoeft zichzelf niet te dragen |
| Plafond, platen in de lengterichting | 12,5 mm | 40 cm hart op hart | Ruimer betekent doorhangen en haarscheuren in de naad |
| Plafond met dunne plaat | 9,5 mm | 30 tot 40 cm hart op hart | Dunner materiaal zakt sneller door onder eigen gewicht |
| Schuin dak op rachels | 12,5 mm | 40 cm hart op hart, platen dwars | Dwars leggen verdeelt de plaat over meer steunpunten |
| Stucplaat op rachels | 9,5 mm, smalle plaat | 40 cm hart op hart | De volle gipslaag erover weegt mee |
| Dubbele beplating voor geluid | 2 x 12,5 mm | Volgens de opgave van de fabrikant | Het gewicht verdubbelt, dus de tabel van de plaat is leidend |
Aansluitingen op steen, kozijnen en bestaand stucwerk
De naden tussen je platen krijg je met genoeg geduld altijd wel netjes. De randen van je vlak, waar het gips iets anders raakt, zijn het echte werk. Daar botsen twee materialen die anders bewegen en anders zuigen.
Een ruwe kalkzandsteen of cellenbetonwand afwerken met gipsplaat is een veelgebruikte oplossing als stucen te duur uitvalt. Je lijmt de platen met kleefgips rechtstreeks op de steen, in klodders om de veertig centimeter, en stelt ze met een lange rei vlak. Bij verlijmde platen mag je een dunnere plaat van 9,5 mm gebruiken, want de ondergrond draagt mee. De naden werk je daarna af zoals bij elke andere plaat. Zit er in zo'n wand een muuropening, dan vraagt de bovenkant apart aandacht, zie hoe je een latei plaatst.
De zijkant van een gipsplaat afwerken die op een kozijn eindigt, lost geen enkel profiel netjes op. Tegelprofielen zijn te klein en een dun hoeklatje knapt na een jaar los. Wat wel werkt is een echt latje of balkje van ruim twintig millimeter, dat je met montagekit en schroeven tegen het kozijn zet. De gipsplaat en eventuele tegels komen daar strak tegenaan, en de naad kit je af. Zo zie je nergens een ruwe zaagkant en heb je iets dat blijft zitten.
Bouw je een hele scheidingswand, dan komt de aansluiting op vloer en plafond er ook nog bij. De opbouw daarvan staat bij een tussenwand plaatsen. Kies je in plaats van gipsplaat voor massieve blokken, dan werk je die anders af en is een wand van gipsblokken de betere vergelijking.
Zo werk je een gipsplaten wand of plafond af
Deze volgorde geldt voor platen met een afgeschuinde kant en werkt met kleine aanpassingen ook op een schuin dak.
-
Controleer de plaatstelling en de schroeven
Ga met je hand of met een spackmes over alle schroefkoppen. Elke kop moet net onder het kartonoppervlak zitten. Zit er een uitstekende kop tussen, draai die dan een slag aan, en zit er een te diep en losgetrokken, zet er dan twee centimeter ernaast een nieuwe schroef bij. Wat je nu niet oplost, komt na het schuren als bultje terug.
-
Schuin de snijranden en kopse kanten af
Neem met een randschaaf of een schuurblok een facet van ongeveer drie bij drie millimeter van elke zaagkant. Twee tegenover elkaar liggende facetten maken samen de v-groef die je vuller nodig heeft. Fabriekskanten met AK laat je zoals ze zijn.
-
Maak alles stofvrij
Zuig het gipsstof van de randen af en veeg het karton na met een droge borstel. Vuller op stof hecht niet en dat zie je pas als de baan bij het schuren loslaat. Dit is de goedkoopste stap van de hele klus en meteen de meest overgeslagen.
-
Breng de band aan
Plak zelfklevend gaas droog in de verdieping en druk het overal aan, ook naast de groef. Werk je met papieren voegband, breng dan eerst een dun bed vuller aan en druk de band daarin uit van het midden naar de uiteinden. Op een kaal afgeschuinde snijrand hecht gaas slecht, dus gebruik daar een vezelversterkte vuller.
-
Vul de naden en de schroefgaten
Zet de vuller met een spackmes van tien centimeter iets bol op de naad en strijk hem in één haal glad. Vuller op gipsbasis krimpt, dus een naad die nu kaarsvlak is, ligt na het drogen hol. Neem de schroefgaten in dezelfde gang mee.
-
Zet de baan breder op
Laat de eerste laag volledig drogen en breek dan alleen de aanzetten weg met korrel 120. Breng daarna een tweede laag aan over ongeveer twintig tot vijfentwintig centimeter breed met een breed plamuurmes. Die brede, hele flauwe verhoging is wat de naad onzichtbaar maakt.
-
Zet de hoeken en de profielen
Druk hoekprofielen in een bed vuller, zet ze waterpas of te lood, en neem het overtollige materiaal meteen weg. Werk buitenhoeken twee keer in en schuur ze bij met korrel 120 en daarna 220. Binnenhoeken tegen bestaand stucwerk kit je af met overschilderbare acrylaatkit in plaats van dat je ze dichtsmeert.
-
Schuur na en strijk voor
Schuur de laatste laag met korrel 220 en een schuurgiraffe, en controleer met een lamp in strijklicht. Zuig het stof daarna weg in plaats van het af te vegen. Strijk voor het sausen voor, want geschuurde vuller zuigt veel sterker dan het karton ernaast en anders krijg je glansverschil in je latex.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Controleer dit voordat je gaat sausen
Uit de praktijk
Een zolderplafond waar de scheuren bleven terugkomen
Op een zolder waren de naden van een gipsplatenplafond netjes met een plamuurmes vlak en strak gevuld, zonder band. Het zag er na het sausen prima uit. Binnen een jaar liep er een haarscheur langs de eerste naad, en toen die was dichtgesmeerd kwam er kort daarna een tweede en een derde bij.
De oorzaak was de ontbrekende wapening. Gips zet nauwelijks uit, maar de houten balklaag eronder werkt wel, en een gevulde naad zonder band heeft niets om die beweging aan door te geven. Bij het tweede plafond in dat huis werd het anders aangepakt: de groeven tussen de platen werden gevuld met overschilderbare acrylaatkit en met een natte vinger gladgestreken, zodat de lijnen zichtbaar bleven. Die naden zitten er jaren later nog gaaf in, want de kit blijft soepel meebewegen. Het zichtbare lijnenspel in een slaapkamer bleek achteraf helemaal niet te storen.
Een hoek van 30 graden in een dakkapel
Bij een dakkapel liep het rechte plafond over in een schuin vlak, met een flauwe hoek van ongeveer 30 graden. Een gewoon 90 graden hoekprofiel leek met een kunststofhamer wel open te slaan, maar dat werkte niet. Het profiel vouwde om op een centimeter van de knik, en toen die vouw werd platgeslagen was het profiel gewoon weer recht.
De tweede poging, met een platte strip van tien millimeter in de hoek slaan om de bolling eruit te halen, kwam niet eens tot 30 graden en liet zo weinig ruimte over dat er niets meer te smeren viel. Bovendien ging het profiel over de lengte krom lopen. Wat het uiteindelijk oploste was een stucstopprofiel aan beide zijden van de knik, waarbij de onderkant net zo ver uitstak als de zijkant. Zo kon er van boven en van onderen tegenaan gesmeerd worden en ontstond er een kaarsrechte lijn. Een flexcorner had ook gekund, maar die is over grotere lengte lastiger strak te houden.
Een zichtbare kopse kant bij een badkamerdeur
In een badkamer eindigde een gipsplaten wand precies op het deurkozijn, waardoor de ruwe afgezaagde kant van de plaat in het zicht kwam. De wand moest ook nog betegeld worden. Tegelprofielen boden geen oplossing: die dekken alleen de kopse kant van de tegel af en zijn veel te klein voor een plaat van 12,5 millimeter plus een tegel van 9,5 millimeter.
De oplossing werd een latje van ruim twintig millimeter, dat met montagekit en schroeven tegen het kozijn werd gezet. De gipsplaat en daarna de tegels kwamen strak tegen dat latje aan, en de laatste naad werd afgekit. Een dun hoeklatje was hier de verkeerde keuze geweest: dat zit met te weinig materiaal vast en knapt bij het eerste stootje los, waarna de verf scheurt. Er kwam nog een tweede punt aan het licht: de sluitplaat van het slot zat al op de rand van het kozijn, dus met een dikkere afwerking erbij zou de deur niet meer passen. Dat is iets om te controleren voordat je de plaat over een kozijn heen laat lopen.
Vijfenzeventig vierkante meter schuin dak met kant-en-klare pasta
Een schuin dak van ongeveer 75 vierkante meter werd volledig voorzien van een dunne pleisterlaag. De naden kregen eerst gaas, omdat papierband bij een eerste klus lastig werkt, en werden dichtgezet met een kant-en-klare pasta uit de emmer. Na drogen werd de baan breder opgezet, en pas daarna kwamen er twee dunne lagen over het hele vlak.
Wat hier het verschil maakte, was het gereedschap voor de laatste laag. Aanbrengen met een roller ging vlot, maar er kwam te weinig materiaal op de plaat, waardoor er bij het gladstrijken niets meer te verdelen viel en de aanzetten zichtbaar bleven. Met een brede spaan opzetten en direct doortrekken gaf een veel vlakker resultaat. Wat ook hielp: de pasta iets aanlengen met water tot hij smeuïger werd. Voorstrijken bleek voor dit product niet nodig, wel goed stofvrij maken, en voor het sausen ging er alsnog een voorstrijkmiddel overheen.
Veelgemaakte fouten
Naden vullen zonder band
Het gaat sneller en het ziet er direct na het schuren beter uit, maar een gevulde naad zonder wapening scheurt vrijwel altijd open. Elke keer dat je die scheur dichtsmeert, ontstaat er even later een nieuwe. Gaas of papierband in de naad is de enige manier om de beweging van de platen op te vangen.
Rachels op 60 centimeter zetten bij een plafond
Dat lijkt handig omdat isolatiemateriaal er precies tussen past, maar boven je hoofd draagt de plaat zichzelf niet. Bij die afstand wapperen de platen zichtbaar als een deur hard dichtvalt, en die beweging komt terug als haarscheur in elke naad. Op een plafond en op een schuin dak houden wij liever 40 centimeter aan, met de tabel van de fabrikant als leidraad.
Kopse naden in één doorlopende lijn leggen
Als alle kopse naden op dezelfde plek zitten, heb je één lange breuklijn over de volle breedte van je plafond gemaakt. Ontstaat er ergens een scheur, dan loopt hij van muur tot muur. Verspring de platen zoals bij metselwerk, dan doodt een scheur zichzelf na een halve plaat.
Alles in één dikke laag willen vullen
Vuller op gipsbasis krimpt tijdens het drogen. Eén dikke laag droogt aan de buitenkant dicht terwijl de kern nog nat is, en zakt daarna hol weg of scheurt in de lengte. Twee dunne lagen met droogtijd ertussen leveren een vlakkere naad op en kosten netto minder schuurwerk.
Over acrylaatkit heen pleisteren
Kit blijft soepel en gips wordt hard, en gips hecht bovendien slecht op een kitoppervlak. De pleisterlaag krimpt bij het drogen en trekt zich los langs de kitrand, waarna je precies daar een scheurtje ziet. Kies vooraf: of je vult met kit en laat de naad zichtbaar, of je vult met vuller en pleistert.
Zelfklevend gaas op een kaal geschuurde snijrand plakken
Waar je zelf hebt afgeschuind is het karton weg en ligt het gips bloot. Zelfklevend gaas hecht daar veel slechter en laat tijdens het smeren los, waarna je het gaas voor je mes uit duwt. Gebruik op zo'n rand een vezelversterkte vuller, of druk het gaas aan op het karton naast de groef.
Een pleistergips voor steen op kaal gipsplaatkarton gebruiken
Materiaal dat voor een steenachtige ondergrond gemaakt is, verliest zijn aanmaakwater te snel aan het zuigende karton. Het bindt dan slecht af en poedert later af of laat los. Kies materiaal dat voor gipsplaat bedoeld is, of strijk voor met een geschikt voorstrijkmiddel als de fabrikant dat voorschrijft.
Direct op de geschuurde vuller sausen
Geschuurde vuller zuigt veel sterker dan het karton ernaast. Sausen zonder voorstrijken geeft daardoor doffe plekken precies boven elke naad, en die krijg je met een extra laag latex niet weg. Voorstrijken egaliseert de zuiging en kost je een half uur.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen de witte en de bruine kant van gipsplaat?
Bij een gewone gipsplaat is de witte of lichtgrijze kant de zichtkant. Die werk je af met vuller en daarna sausen, behangen of pleisteren. De grijsbruine kant hoort naar de regels toe. Bij een echte stucplaat is het omgekeerd: daar is de bruine zijde de zichtkant, omdat een volle laag gips daar beter op hecht. Kijk dus eerst welke plaat je gekocht hebt voordat je begint.
Hoe kun je gipsplaat naden afwerken zonder het hele plafond te stucen?
Plak wapeningsgaas of papieren voegband in de verdiepte naad, vul die met nadenvuller en laat het drogen. Zet daarna een tweede, bredere laag op van twintig tot vijfentwintig centimeter, schuur na met korrel 220 en strijk voor. Reken erop dat je de gevulde banen bij strijklicht licht blijft zien. Wil je dat niet, dan pleister je alsnog het hele vlak of kies je voor glasvliesbehang.
Hoe moet ik een gipsplaat met ronde kant afwerken?
Bij een ronde kant zit er geen vlakke verdieping waar band in past, dus daar werkt de gewone methode niet. Vul de naad met een vezelversterkte gipsplaatvuller zonder band en houd tussen de platen één tot twee millimeter ruimte. De vezels nemen de rol van de wapening over. Het alternatief is de holle groef vullen met overschilderbare acrylaatkit en de naadlijn zichtbaar laten, wat op een plafond een rustig lijnenspel geeft dat niet kan scheuren.
Kun je de kopse kant van gipsplaat zelf afschuinen?
Ja, en dat is bij een zelf gezaagde rand de nette werkwijze. Neem met een randschaaf of een schuurblok een facet van ongeveer drie millimeter diep en drie millimeter breed af. Twee van die facetten tegen elkaar vormen een v-groef waar je vuller in kan zakken in plaats van erop te liggen. Let op dat het karton daar verdwijnt: het gips is er kwetsbaarder en zelfklevend gaas hecht er slecht, dus gebruik daar een vezelversterkte vuller.
Gaasband of papierband, wat kan ik het beste gebruiken?
Zelfklevend gaas is het makkelijkst: je plakt het droog in de naad en gaat er direct overheen. Papieren voegband is sterker en bouwt minder dik op, waardoor de naad vlakker wordt, maar je moet hem in een bed natte vuller drukken en de lucht eruit werken. Bij een eerste klus is gaas een prima keuze. Voor een binnenhoek heeft papierband de voorkeur, omdat je die in de lengte kunt vouwen en daarmee een strakke lijn trekt.
Moet ik gipsplaat voorstrijken voordat ik ga pleisteren?
Dat hangt van het product af. Finishpasta's en topfinishers die voor gipsplaat gemaakt zijn, mag je meestal rechtstreeks op de plaat aanbrengen, mits die stofvrij is. Gebruik je een pleistergips dat voor steenachtige ondergronden bedoeld is, dan zuigt het karton het aanmaakwater er te snel uit en is voorstrijken wel nodig. Lees dus wat de fabrikant op de zak zet. Voor het sausen strijk je in beide gevallen wel voor, want geschuurde vuller zuigt sterker dan het karton.
Hoe werk ik de binnenhoek tussen een gipsplatenplafond en een gepleisterde muur af?
Maak daar geen starre verbinding, want het plafond en de muur bewegen los van elkaar. Zaag bij de eerste plaat de afgeschuinde kant er af zodat je een rechte kant tegen de muur houdt, en monteer de plaat twee tot drie millimeter vrij van de muur. Vul die naad met overschilderbare acrylaatkit en strijk hem glad. Wie hier papierband gebruikt, moet ook de gestucte muur bijwerken en maakt de klus onnodig groot. Een afwerklat in de hoek is de derde optie en scheurt nooit.
Hoe werk ik een buitenhoek in gipsplaat af?
Dat hangt af van de randen die tegen elkaar komen. Staan er twee vlakke kanten haaks tegen elkaar, dan gebruik je zelfklevende hoektape met twee metalen strippen; die is maar een halve millimeter dik en verdwijnt onder de vuller. Komen er twee afgeschuinde kanten samen, dan past er een stucprofiel van twee millimeter precies in de verdieping. Op plekken waar mensen langslopen, zoals bij een trap, kies je een stevig metalen hoekprofiel dat je twee keer inwerkt met jointfiller en bijschuurt met korrel 120 en 220. Latex hecht gewoon op het metaal van zo'n profiel.
Hoeveel ruimte laat ik tussen de gipsplaten?
Bij platen met een afgeschuinde kant zet je ze gewoon tegen elkaar aan; de verdieping vormt de naad. Bij een ronde kant of een zelf afgeschuinde rand helpt één tot twee millimeter, zodat de vuller de naad in kan zakken en zich aan beide platen vastzet. Een centimeter is veel te ruim: dan zit er een dikke prop vuller in die tijdens het drogen krimpt en scheurt. Bij stucplaten die onder een volle gipslaag verdwijnen, houd je juist een paar millimeter aan die je met het stucwerk meevult.
Hoe pak ik een schuin dak isoleren en afwerken met gipsplaat aan?
Breng eerst het rachelwerk aan, klem de isolatie ertussen en zet daar een dampremmende folie op aan de warme zijde. Schroef de platen dwars op de rachels, met de kopse naden verspringend en altijd op een rachel. Wij houden op een schuin vlak liever veertig centimeter regelafstand aan dan zestig, omdat de platen anders gaan doorhangen en de naden meebewegen. Daarna is het afwerken hetzelfde als op een wand: band, vuller, tweede baan, schuren en voorstrijken.
Hoe kan ik een dakraam afwerken met gipsplaat?
Zet de onderdorpel van de negge loodrecht naar beneden en het bovenpaneel schuin naar boven. Zo strijkt warme lucht van de verwarming langs het glas en beslaat het raam veel minder. Isoleer de negge rondom voordat je de platen erop zet, want juist daar zit koudebrug en condens. De vier binnenhoeken werk je af met gaas of papierband, de vier buitenhoeken met een hoekprofiel. Naar die randen kijk je van dichtbij, dus schuur ze met korrel 220 na.
Kan ik kalkzandsteen afwerken met gipsplaat in plaats van stucwerk?
Ja, en dat is een gangbare oplossing bij een ruwe kalkzandsteen of cellenbetonwand die te grof is om te behangen. Je lijmt de platen met kleefgips rechtstreeks op de steen, in klodders van ongeveer een handpalm groot om de veertig centimeter, en stelt ze vlak met een lange rei. Omdat de ondergrond meedraagt, kun je hier met een dunnere plaat van 9,5 mm werken. De naden werk je daarna precies zo af als bij platen op regelwerk.
Hoe lang moet de vuller drogen voordat ik de volgende laag aanbreng?
Dat verschilt sterk per product en per omstandigheid. Een dunne laag nadenvuller is bij kamertemperatuur vaak na een paar uur over te smeren, een dikke vulling in een brede naad heeft een dag nodig. Koud en vochtig weer verlengt dat flink, dus verwarm en ventileer de ruimte. Ga af op wat de zak zegt en op wat je ziet: zolang de vuller donkerder is dan de rest, zit er nog water in. In onze tabel met droogtijden per materiaal vind je richttijden per soort.
Wanneer je beter een vakman belt
Naden vullen, hoeken zetten en schuren is geduldwerk dat je prima zelf leert. Er zijn wel een paar situaties waarin je beter iemand belt.
De eerste is een groot vlak dat echt spiegelglad moet worden, bijvoorbeeld een woonkamerplafond met veel strijklicht. Een stukadoor werkt dat met een volle laag gips en soms met een glasvliesweefsel eronder af, en haalt daarmee een vlakheid die met naden afsmeren niet te evenaren is. De prijs valt vaak mee tegenover twee weekenden schuren.
De tweede is werken op hoogte. Een plafond in een hal met een vide of een schuin dak boven een trapgat vraagt om een rolsteiger met leuning, niet om een ladder met een plank ertussen. Kun je geen stabiel werkvlak maken, huur dan een steiger of laat het doen.
De derde is bestaand plafondmateriaal dat eruit moet. Zachtboard, harde beplating of een oud systeemplafond uit de jaren zestig, zeventig of tachtig kan asbest bevatten. Ga daar niet in zagen of boren voordat je weet wat het is: laat het bemonsteren en laat verwijderen over aan een gecertificeerd bedrijf. Twijfel je over de constructie waar je alles aan wilt ophangen, kijk dan eerst bij de opbouw van wanden en plafonds voordat je gaat schroeven.